Bijlage 1: Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133_vastgesteld
Tekst van het document
Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
3
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
4
Hoofdstuk 2 Beleid
7
Hoofdstuk 3 Planbeschrijving
16
Hoofdstuk 4 Onderzoeken
19
Hoofdstuk 5 Toelichting op de planregels en verbeelding
34
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke betrokkenheid
41
Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid
42
Bijlagen bij toelichting Bijlage 1 Reacties overleg ex. artikel 3.1.1 Bro Bijlage 2 Akoestisch onderzoek Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 4 Watertoets Bijlage 5 Zienswijzen ontwerpbestemmingsplan Regels
43 44 48 75 123 131 135
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten
136 136 141
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Groen Tuin Wonen - Vrijstaand Waarde - Archeologie 4
142 142 143 144 147
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Algemene wijzigingsregels
149 149 150 151 152 153 155
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Artikel 14 Slotregel
156 156 157
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Toelichting
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Hoofdstuk 1
1.1
Inleidend hoofdstuk
Aanleiding tot nieuw bestemmingsplan
Verzocht is medewerking te verlenen aan de realisatie van een woningbouwkavel op het perceel gelegen tussen de adressen Sint Geradusstraat 127 en 133 te Barger-Oosterveld. De locatie is momenteel onbebouwd. In het bestemmingsplan 'Emmen, Barger-Oosterveld uitbreiding bedrijventerrein' is de kavel bestemd als 'Groen’ en voorzien van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 4. Met het wijzigen van deze bestemming naar 'Wonen - Vrijstaand' wordt de realisatie van een vrijstaande woning mogelijk gemaakt binnen het plangebied, hetgeen mogelijk is op basis van de gemeentelijke beleidsnotitie ‘Bouwen in de Linten’. 1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen aan de Sint Gerardusstraat tussen de nummers 127 en 133 te Barger-Oosterveld. Aan de zuidkant van het plangebied bevinden zich woningen langs de Sint Gerardusstraat. Aan de westkant bevindt zich het uitgebreide bedrijventerrein van het bedrijf ‘Büter Hydraulics (Büter Group’. Aan de noordkant bevinden zich weer woningen en langs de oostkant ook woningen. Het perceel van het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Emmen, sectie F, nummer 17328. Op onderstaande luchtfoto is het plangebied bij benadering weergegeven.
1.3
Huidige planologische regelingen
Het perceel aan de Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 heeft in het bestemmingsplan 'Barger-Oosterveld' de bestemming 'Groen'. De op de plankaart als zodanig aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groen(voorziening); b. water;
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
c. geluidschermen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding geluidscherm' (sba-gs); met bijbehorende: a. andere bouwwerken; b. sport- en speelgelegenheden; c. fiets- en voetpaden; d. toegangswegen in- en uitritten. e. nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen. Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Aangezien het de bedoeling is ter plaatse een woning te bouwen en het plangebied te gebruiken voor woondoeleinden is er sprake van strijd met het geldende bestemmingsplan, immers de bestemming Groen staat de bouw van een woning ter plaatse niet toe. Medewerking is mogelijk via een bestemmingsplanprocedure ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening. Het voorliggende bestemmingsplan 'Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133' vervangt gedeeltelijk het bestemmingsplan 'Emmen, Barger-Oosterveld uitbreiding bedrijventerrein’, vastgesteld op 29 september 2016 met identificatienummer NL.IMRO.0114.2014022-B702.
Voor de realisatie van één vrijstaande woning is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Bij het van kracht worden van het bestemmingsplan 'Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133' verliest het genoemde bestemmingsplan ‘Emmen, Barger-Oosterveld uitbreiding bedrijventerrein’, voor zover zij vallen binnen het plangebied, zijn rechtskracht en wordt vervangen door het bestemmingsplan 'Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133'. 1.4
Opzet bestemmingsplan
Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. Op de verbeelding worden de percelen in het gebied aangegeven met een bestemming dan wel een aanduiding. In de regels worden de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het plangebied geregeld. Tot slot wordt in de toelichting een verantwoording gegeven van de in het plan gemaakte keuzes.
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
1.5
Overzicht verricht onderzoek
Ten behoeve van het opstellen van voorliggend bestemmingsplan zijn diverse onderzoeken verricht en adviezen gegeven. Daarnaast is er informatie gebruikt uit onderzoeken en adviezen die in een ander kader zijn uitgevoerd. De conclusies uit de verschillende onderzoeken en adviezen zijn verwerkt in de toelichting. Ter voorbereiding van het bestemmingsplan zijn de volgende onderzoeken verricht: 1. Verkennend bodemonderzoek; 2. Akoestisch onderzoek; 3. Watertoets.
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Beleid
Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de initiatiefnemer. 2.1
Gemeentelijk beleid
2.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef
Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld door de raad. Het document is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020, vastgesteld in de raadsvergadering van september 2001. De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. Voor ieder thema is een hoofdkoers bepaald. Voor het bestemmingsplan ‘Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133’ is vooral het thema Wonen van belang. De Structuurvisie Emmen 2020, Veelzijdigheid troef richt zich op een accentverschuiving van kwantiteit naar kwaliteit en differentiatie van woonmilieus: De opgave ligt er om de woningvoorraad in lijn te brengen en te houden met de woonwensen van huidige én toekomstige inwoners. Naast een kwaliteitsimpuls van de bestaande woningen wordt ingezet op wervende woonmilieus. Om ervoor te zorgen dat de woningmarkt op orde blijft, is een continue aanpassing aan de veranderende vraag geboden. Dit geldt niet alleen voor de kern van Emmen, maar ook voor de dorpen. Zo ontstaat op termijn een cyclische vernieuwing van de bestaande woongebieden. 2.1.2
Woonvisie 2018 - 2023
De Woonvisie 2018-2023 richt zich op een nieuwbouwopgave passend bij de kwalitatieve behoefte en aanvullend op de bestaande voorraad. Daarbij moet de bestaande woningvoorraad beter benut worden. In de Woonvisie is een strategie opgenomen voor woningbouw: 1. Woningbouwinitiatieven worden niet individueel, maar in samenhang bekeken. 2. Prioriteit wordt gegeven aan plannen voor herstructurering en transformatie. 3. Bij het maken van de woon- en leefbaarheidsvisies voor dorpen en wijken komen plekken naar voren waar inbreiding (verdichting) mogelijk en gewenst is. 4. Bestaande uitbreidingslocaties worden afgerond. 5. Woningbouwplannen dragen bij aan een gevarieerd woonmilieu (ruimte bieden aan plannen die een nichemarkt bedienen en aan kleinschalige experimentele, innovatieve en duurzame woonvormen). 6. Woningbouwplannen dragen bij aan ruimtelijke kwaliteit. Met het woningbouwprogramma wordt ruimte geboden voor goede woningbouwinitiatieven van particulieren, ontwikkelaars en corporaties. De Woonvisie geeft voor het deelgebied Emmen (waar Barger-Oosterveld binnen valt) tussen 2016 en 2021 een netto groei met 365-495 woningen op de woningvoorraad. In Barger-Oosterveld zijn er geen gemeentelijke
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
kavels meer uitgeefbaar voor vrijstaande woningen. Het voorliggende plan betreft een particulier initiatief voor het wijzigen van een bestemming Groen naar een woonbestemming aan de Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 in Emmen (Barger-Oosterveld) op een locatie die past binnen de beleidsnota Bouwen in de Linten en past daarmee binnen de woonvisie. Ter plaatse wordt een vrijstaande woning gebouwd op een wijze die past bij het aanwezige bebouwingslint en vormt daarmee een woningbouwplan dat bijdraagt aan de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse. De woning wordt zo duurzaam mogelijk gebouwd en draagt daarmee bij aan een gevarieerd woonmilieu. 2.1.3
Bouwen in de Linten
De gemeenteraad heeft op 14 december 2017 de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" vastgesteld. De beleidsnotitie geeft het onderzoek weer naar de ruimtelijke kaders en criteria die bij de beoordeling van verzoeken tot incidentele woningbouw in de linten moeten worden gehanteerd. In de beleidsnotitie is een balans gezocht tussen het incidenteel toevoegen van woningen enerzijds en het behoud van de waarde en karakteristiek van het landschap anderzijds. Het doel van de beleidsnotitie "Bouwen in de Linten" is het verkrijgen van een helder ruimtelijk kader voor het toetsen van nieuwe aanvragen voor het bouwen van woningen binnen lintbebouwingen in de gemeente Emmen. In de beleidsnotitie zijn ruimtelijke criteria verwoord. Bij de ruimtelijke ontwikkeling van de linten dient een afweging te worden gemaakt tussen enerzijds het belang van de kernen, en anderzijds het belang van het landschap. In de eerste plaats is bepaald wat de begrenzingen van de kernen zijn en wat de linten binnen en buiten de kernen zijn. Als vervolgstap is voor de linten buiten de kernen bepaald welke delen onlosmakelijk met het landschap zijn verbonden en welke delen met de kern zijn verbonden. De linten kunnen worden onderverdeeld in "landschapsgerelateerde linten", "dorpsgerelateerde linten" en in "lint binnen kern".
De locatie Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 te Barger-Oosterveld is gelegen in een lint aangeduid als ‘lint binnen kern’.
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Dit "linten binnen de kern" worden gekenmerkt door geconcentreerde bebouwing: Zowel in het lint als in de directe omgeving om het lint. De linten zijn door de jaren verdicht geraakt, waardoor de fysieke ruimte voor het toevoegen van woningen beperkt is. Opvulling van de nog aanwezige open plekken heeft geen negatieve ruimtelijke gevolgen op de omgeving. Deze plekken komen dan ook in aanmerking voor bebouwing. Bij toevoegingen dient te worden aangesloten bij de stedenbouwkundige structuren van de omgeving. Onder andere dient afstemming te worden gezocht bij aspecten als de kavelbreedte, de voorgevelrooilijn en bebouwingskenmerken ten aanzien van nokrichting, bebouwingsmassa en hoogten. Zoals de beleidsnotitie al aangaf, moet het beeld van het lint dus behouden blijven. Dat beeld bestaat uit diverse, meest vrijstaande woningen met afwisselende leeftijd en bouwstijl. De bomenrij aan de straat mag niet worden aangepast. Daarbij moet er onder andere worden aangesloten bij de normen van de hoogte, rooilijn zoals nu ook in het bestemmingsplan zijn
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
vastgelegd. De nieuwe woning moet qua plaatsing, maatvoering en uitstraling optimaal ingepast worden tussen de bestaande bebouwing in het lint. Ten aanzien van de situering van de nieuwe woning geldt dat deze in dezelfde rooilijn met de aangrenzende woningen wordt gebouwd. De minimale afstand van de achtergevel van de woning tot de grens van de bedrijfsbestemming dient net als de andere woningen circa 50 meter te zijn. 2.1.4
Welstandsbeleid
Bouwwerken moeten voldoen aan 'redelijke eisen van welstand'. Een welstandscommissie beoordeelt bouwplannen aan de vooraf vastgestelde welstandscriteria opgenomen in de Welstandsnota. Op 30 juni 2016 heeft de gemeenteraad de Welstandsnota vastgesteld. In deze nota wordt vooraf bepaald wat de redelijke eisen van welstand zijn. Dit betekent dat gekeken wordt of een bouwplan qua uitstraling wel past bij de omgeving. Het bestemmingsplan en de Welstandsnota zorgen samen voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsbeleid heeft zo min mogelijk regels. Voor de meeste gebieden, ook voor dit gedeelte van Barger-Oosterveld waar het plangebied gelegen is, geldt het welstandsniveau 'welstandsluw'. Een bouwplan voor de woning zal door de welstandscommissie beoordeeld worden op redelijke eisen van welstand. 2.1.5
Cultuurhistorische waardenkaart
Op de Cultuurhistorische waardenkaart is het gebied aangeduid als een gebied met qua groenstructuur een hoge cultuurhistorische waarde.
De bestaande groenstructuur langs de Sint Gerardusstraat gaat ter plaatse niet worden aangetast door de bouw van de woning, deze blijft behouden. 2.1.6
Erfgoedbeleidskaart Emmen
Op de gemeentelijke erfgoedbeleidskaart is het gebied vanuit de historische stedenbouwkunde aangeduid als een gebied met een herkenbaar te houden lintstructuur uit de bouwperiode 1850 – 1940.
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Als gevolg van het bouwplan blijft de bestaande lintstructuur intact, de woning wordt binnen het bestaande lint gebouwd en volgt daarmee de ontstaansgeschiedenis van dit bebouwingslint in Barger-Oosterveld. 2.1.7
Integrale parkeervisie Gemeente Emmen
In oktober 2017 heeft de gemeenteraad van Emmen de "Integrale parkeervisie gemeente Emmen" vastgesteld. Deze visie vervangt de parkeernota van 2010. De visie is het kader voor het bepalen van de parkeeropgave bij fysieke ontwikkelingen op alle niveaus. Het is een leidraad voor het beoordelen van de parkeeropgave van stedenbouwkundige visies & plannen voor (her-)ontwikkeling van de fysieke leefomgeving en is ook het kader dat invulling geeft aan het begrip "voldoende parkeer- of stallingsruimte dan wel voldoende laad- of losruimte in bestaande en op ontwikkeling gerichte nieuwe bestemmingsplannen. De visie bevat ten aanzien van de hoeveelheid parkvoorzieningen en het aantal los- en laadplaatsen het beoordelingskader voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen enof wijzigen gebruik. In het nieuwe parkeerbeleid zijn, bij het invullen van de parkeerbehoefte bij ontwikkelingen, de kengetallen zoals deze zijn vervat in de landelijke kencijfers parkeren van het CROW leidraad, waarbij in principe wordt uitgegaan van parkeren op eigen terrein. Deze parkeerkencijfers hebben een bandbreedte: in overleg met de initiatiefnemer wordt de parkeernorm bepaald. Ook biedt het beleid ruimte om in bepaalde gevallen gemotiveerd af te wijken van de CROW-normen, om zo maatwerk te kunnen leveren, bijvoorbeeld in gevallen waarbij het autobezit lager ligt dan de norm.
Voor woningbouw is daarbij aangegeven dat de parkeercapaciteit gebaseerd moet zijn op autobezit. Met deze aanpak wil de gemeente voorkomen dat een te strak gehanteerde parkeernorm een belemmerende factor vormt bij nieuwbouw of de transformatieopgave van leegstaande winkelpanden. De gemeente doet hierbij een beroep op de initiatiefnemers van verbouw en nieuwbouwprojecten om het invullen van de parkeerbehoefte te zien als een gezamenlijke opgave. 11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
In het nieuwe parkeerbeleid gelden bij het invullen van de parkeerbehoefte de kengetallen zoals deze zijn vervat in de landelijke kencijfers parkeren van het CROW. In de parkeerberekening is uitgegaan van de bouw van 1 vrijstaande woning in de gemeente Emmen in niet stedelijk gebied, rest bebouwde kom. Op basis van de berekening middels de CROW is dan een parkeerbehoefte aanwezig van 2,3 parkeerplaatsen = 3 parkeerplaatsen. Het terrein is voldoende groot voor het kunnen bieden van plaats aan 3 parkeerplaatsen en zal daarmee voldoen aan de gemeentelijke parkeernota. 2.2
Provinciaal beleid
2.2.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De Omgevingsvisie is hét strategische kader voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe. De visie formuleert de belangen, ambities, rollen, verantwoordelijkheden en sturing van de provincie in het ruimtelijke domein. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. Als in de tekst wordt gesproken over ‘lange termijn’, betreft het de periode na 2030. De Omgevingsvisie heeft voor de provincie vooral een interne binding. Dit betekent dat de provincie bij de uitoefening van haar taken aan de Omgevingsvisie gebonden is.
De missie van de provincie is het waarderen van de Drentse kernkwaliteiten en het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten. Deze missie is ingegeven door wat inwoners, medeoverheden en maatschappelijke partners belangrijk vinden voor de toekomst van Drenthe. De kernkwaliteiten zijn samen met partners en de inwoners van Drenthe benoemd, te weten landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur.
De kernkwaliteiten zijn de kwaliteiten die bijdragen aan de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe. Samen met vertegenwoordigers van overheden, belangengroepen, marktpartijen en inwoners heeft de provincie de volgende kernkwaliteiten van Drenthe benoemd. De kernkwaliteiten zijn: rust, ruimte, natuur en landschap; oorspronkelijkheid; naoberschap; menselijke maat; veiligheid; kleinschaligheid (Drentse schaal). De provincie wil ontwikkelingen stimuleren die een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit. Deze kwaliteit zit voor de provincie in het zorgvuldig gebruikmaken van de ruimte, het behouden en waar mogelijk versterken van de kernkwaliteiten en het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving. Hieronder volgen de delen uit de Omgevingsvisie die relevant zijn voor het voorliggende ruimtelijk initiatief.
De provincie wil zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte in Drenthe. Grootschalige
12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
bouwplannen en uitbreidingen in het landelijk gebied, los van bestaande bebouwingslocaties, zijn niet vanzelfsprekend. De provincie vindt dat gemeenten bij nieuwbouwplannen een werkwijze moeten hanteren die leidt tot zorgvuldig ruimtegebruik en verwijst naar de Ladder voor Duurzame verstedelijking zoals opgenomen in art. 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening. Voorliggend plan betreft de bouw van een woning in bestaand stedelijk gebied. Het verzoek voldoet aan het provinciaal beleid. Het plan is ook niet ladderplichtig omdat er geen sprake is van een situatie waarbij 12 woningen of meer gerealiseerd worden. 2.2.2
Kernkwaliteiten
Op kaarten behorende bij de Omgevingsvisie Drenthe zijn de kernkwaliteiten nader weergegeven. Op een aantal kaarten (wanneer relevant) is het plangebied als volgt aangeduid: Landschap Het plangebied is gelegen binnen het landschap ‘wegdorpenlandschap van de veenrandontginning’. Van provinciaal belang is de typische langgerekte en slingerende ontsluitingsstructuur. Veelal is deze aan weerszijden beplant. Het is de hierop dwarsliggende, onregelmatige verkavelingsstructuur die de maat en schaal van de omliggende openheid bepaalt. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van de kavelstructuur met de omringende kenmerkende open ruimtes en de ontsluitingsstructuur. Dit gebeurt mede door het behouden van de wegbeplanting langs de hoofdontsluiting. Cultuurhistorie Het beleid van de provincie Drenthe ten aanzien van cultuurhistorie is beschreven in de beleidsnota Cultuurhistorisch Kompas Drenthe. Het plangebied is gelegen binnen het gebied Emmen en haar venen. Het generieke beleid 'respecteren' is van toepassing. Het is bedoeld om de bestaande cultuurhistorische samenhang, zoals die is vastgelegd in de hoofdstructuur, te borgen. Archeologie De inhoudelijke kaart Archeologie geeft een overzicht van de archeologische waarden en verwachtingen die de provincie van provinciaal belang achten.
In gebieden of terreinen met een archeologische verwachting op de archeologiekaarten, wordt gestuurd op een goede uitvoering van archeologisch onderzoek. Niet voor alle bodemingrepen is archeologisch onderzoek vereist. Dit hangt af van de omvang en aard van de ingreep, de waarde/verwachting van de locatie en het vrijstellingenbeleid zoals dat is uitgewerkt in de gemeentelijke archeologiekaarten. Aardkundige waarden Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Het plangebied is gelegen binnen een gebied met een generiek beschermingsniveau voor aardkundige waarden. In deze gebieden wil de provincie de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst bewaren.
13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
2.2.3
Provinciale omgevingsverordening
Provinciale Staten van Drenthe hebben de Provinciale omgevingsverordening Drenthe vastgesteld. In de omgevingsverordening is het perceel gelegen binnen een gebied aangeduid als 'Bestaand Stedelijk Gebied'. Binnen Bestaand Stedelijk Gebied ligt de verantwoordelijkheid ten aanzien van woningbouw primair bij de gemeente. De verordening geeft verder geen specifieke bepalingen voor percelen met deze aanduiding.
2.3
Rijksbeleid
2.3.1
Ruimtelijk - Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 van kracht geworden. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor Barger-Oosterveld zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang. In de Barro zijn alleen de zaken betreffende defensie en kernkwaliteiten van toepassing. Echter deze zaken hebben geen directe invloed op de inrichting van het plangebied. 2.3.2
Ladder duurzame verstedelijking
De Ladder voor duurzame verstedelijking (hierna: Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Bij besluit van 28 augustus 2012 is de Ladder toegevoegd aan artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en vervolgens op 1 oktober 2012 in werking getreden. Op 1 juli 2017 is het Bro gewijzigd, waarbij een nieuwe Laddersystematiek geldt. De Ladder staat als instrument niet op zichzelf, maar geeft mede vorm aan de systeemverantwoordelijkheid van de minister van Infrastructuur en Milieu voor een goede ruimtelijke ordening. Deze verantwoordelijkheid brengt met zich mee, dat de minister er voor zorgt dat decentrale overheden over de juiste instrumenten kunnen beschikken voor een zorgvuldige benutting van de ruimte. Hieronder wordt begrepen het voorkomen van overprogrammering, het faciliteren van groei, het anticiperen op stagnatie en het leefbaar 14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
houden van krimpregio’s. De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Momenteel is in jurisprudentie bepaald dat een woningbouwproject vanaf 12 woningen wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van de bouw van maximaal 1 woning en is daarmee niet Ladderplichtig. 2.4
Conclusie
De conclusie van de in dit bestemmingsplan ‘Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133’ beschreven beleidsuitgangspunten is dat het rijksbeleid niet direct doorwerkt in het plangebied. Hierdoor is het bestemmingsplan niet in strijd met het rijksbeleid. Het rijksbeleid werkt indirect door via het provinciaal beleid. Het provinciaal beleid vormt weer de input voor het gemeentelijk beleid. Voor het voorliggende bestemmingsplan kan eveneens geconcludeerd worden dat het plan passend is in het provinciale beleid. Wat betreft het gemeentelijk beleid kan geconcludeerd worden dat hieraan wordt voldaan.
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
3.1
Planbeschrijving
Locatiebeschrijving
Het plangebied is gelegen aan de Sint Gerardusstraat te Barger-Oosterveld en is gelegen tussen de bestaande woningen Sint Gerardusstraat 127 en 133. Ter plaatse is sprake van een woningbouwlint waarbij zich langs de Sint Gerardusstraat meerdere vrijstaande woningen bevinden. Aan de westkant van het plangebied is sprake van het bedrijventerrein. De locatie was tot voor kort ingericht als een perceel met daarop jonge bomen. Deze zijn inmiddels verwijderd, zodat er plaats is gemaakt voor de bouw van de gewenste woning. Barger-Oosterveld is een woonwijk van Emmen. Van oorsprong was het een zelfstandig dorp, maar tegenwoordig is het als woonwijk onderdeel van de plaats Emmen. Barger-Oosterveld is een ontginningsdorp, gelegen op een hoge zandrug. Het is een jong dorp en heeft daarom weinig oude gebouwen. Het wordt van de rest van Emmen gescheiden door de N391, de Rondweg om Emmen. Aan de noordkant van het dorp ligt een groot bedrijventerrein. De omgeving van Barger-Oosterveld bestaat uit landbouwgebied (heideontginningen). Het omliggende veengebied ligt tot tien meter lager dan het dorp. Aan de oostkant grenst het dorpsgebied aan het Oosterbos en het natuurontwikkelingsproject Landgoed Scholtenszathe. 3.2
Algemene planbeschrijving
Er is een verzoek ingediend voor het opstellen van een bestemmingsplan voor een kavel aan de Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 te Barger-Oosterveld. Het verzoek omvat de bouw van een vrijstaande woning te realiseren op de kavel. Voor de realisatie van een vrijstaande woning op de locatie aan de Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 is een herziening van het bestemmingsplan nodig. Dit bestemmingsplan voorziet daarin. Tevens zijn vooraf door de gemeente nog de volgende stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld waarmee met de planuitwerking rekening gehouden dient te worden. 1. De bebouwing moet zich qua massa, structuur, verhouding en onderlinge samenhang mengen in de bestaande lintbebouwing van de Sint Gerardusstraat 2. De te gebruiken bouwmaterialen, kleurstelling en detaillering moeten zich voegen naar en aansluiting zoeken bij de gebouwen in de omgeving met een hedendaagse invulling 3. De voorgevel staat op de gevelrooilijn die in het verlengde ligt van de gevelrooilijn bij St. Gerardusstraat 133. 4. Het betreft één vrijstaande woning met één bouwlaag en een kapconstructie. De noklijn staat haaks op de St. Gerardusstraat. 5. De achtergevel staat minimaal 50 meter vanaf de contouren van de enkelbestemming ‘Bedrijf’ vanuit het bestemmingsplan ‘‘Barger-Oosterveld: Uitbreiding bedrijventerrein" (onherroepelijk vastgesteld 29-09-2016). 6.
Aan- en bijgebouwen zijn qua massa, verhouding en uitstraling ondergeschikt aan het hoofdgebouw. Het geheel dient in een evenwichtige samenhang te zijn ontworpen. 7. De bestaande bomen langs de St. Gerardusstraat handhaven. Deze bomen zijn integraal onderdeel van de bestaande laanstructuur. 8. Er mag maximaal één oprit gerealiseerd worden van maximaal 4 meter breed. De oprit moet worden ingepast tussen de bestaande bomen van de laanstructuur. 9. Parkeren geschiet uitsluitend op het eigen terrein. 10. Erfafscheidingen zijn afgestemd en sluiten aan met de bestaande van de naastliggende percelen. 11. De enkelbestemming ‘groen’ geldt als bufferzone tussen het bedrijventerrein en de 16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
lintbebouwing. Het is niet toegestaan om hier bebouwing en verharding te realiseren. Mogelijk gebruik en andere zaken volgens de specifieke bestemmingsregels in dit bestemmingsplan. Met inachtneming van bovengenoemde uitgangspunten is vervolgens een bouwplan uitgewerkt. Hierna wordt nader ingegaan op het bouwplan. 3.3
Stedenbouwkundig plan
Het plan voorziet in de mogelijkheid tot het bouwen van één vrijstaande woning met bijbehorende bouwwerken. Vanuit de gemeente zijn verder nog de volgende ruimtelijke uitgangspunten aangegeven die hebben geleid tot het positieve standpunt tot medewerking en met deze uitgangspunten dient rekening te worden gehouden: Aan het opvullen van de linten binnen de kern wordt in principe meegewerkt, tenzij andere aspecten een belangrijkere rol spelen. In dit geval past het plan dus in eerste instantie binnen de bepalingen van de beleidsnotitie; De beleidsnotitie spreekt wel van een aantal stedenbouwkundige structuren waarbinnen dient te worden gewerkt. Eén van deze aspecten is de kavelbreedte. Het gaat hier om een kavelbreedte van 22 meter. In principe wordt voor een vrijstaande woning een minimale kavelbreedte van 20 meter aangehouden. De woning wordt centraal gesitueerd op het perceel. De woonkavel heeft een breedte van circa 22 meter. Hiermee wordt aangesloten op de bestaande verkavelingsstructuur voor woningen langs en aan de Sint Gerardusstraat. Op onderstaande weergave is de beoogde wijze van bestemmen, de situering van het bouwvlak en de gevellijn zichtbaar gemaakt. De tekening vormt een doorvertaling van de stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals verwoord in paragraaf 3.2.
Zoals de beleidsnotitie al aangaf, moet het beeld van het lint dus behouden blijven. Dat beeld bestaat uit diverse, meest vrijstaande woningen met afwisselende leeftijd en bouwstijl. De bomenrij aan de straat mag niet worden aangepast. Daarbij moet er onder andere worden aangesloten bij de normen van de hoogte, rooilijn zoals nu ook in het bestemmingsplan zijn vastgelegd. De nieuwe woning moet qua plaatsing, maatvoering en uitstraling optimaal ingepast worden tussen de bestaande bebouwing in het lint. Ten aanzien van de situering van de nieuwe woning geldt dat deze in dezelfde rooilijn wordt gebouwd als de Sint Gerardusstraat 133. De minimale afstand van de achtergevel van de woning tot de grens van de bedrijfsbestemming dient net als de andere woningen minstens 17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
50 meter te zijn.
De bestaande omliggende bebouwing bestaat vooral uit vrijstaande woningen met een zadeldak, waarbij vrijstaande woningen bestaan uit één bouwlaag met kap. Voor de overgang naar de omgeving en om aan te sluiten bij de omliggende bebouwing geldt voor de te realiseren vrijstaande woning aan de Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 de situering zoals aangegeven in bovenstaande afbeelding. De bouwregels voor de vrijstaande woning sluiten aan bij die van de woningen in de directe omgeving: er mag in totaal niet meer dan 250 m2 bebouwd worden (woning inclusief bijbehorende bouwwerken). De goothoogte van de woning mag niet meer bedragen dan 3,5 meter. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 9 meter. De afstand van de woning tot de zijdelingse perceelsgrenzen bedraagt minimaal 3 meter en de woning wordt afgedekt met een zadeldak (de dakhelling bedraagt minimaal 30 graden). Woon- en leefklimaat Het perceel aan de Sint Gerardusstraat waar de te realiseren vrijstaande woning wordt gerealiseerd heeft u nog een bestemming Groen. De situering van een nieuwe vrijstaande woning sluit goed aan bij de in de omgeving aanwezige bebouwing langs de Sint Gerardusstraat. Het perceel is circa 22 meter breed en de nieuwe woning wordt centraal gesitueerd op het perceel. Er zal maximaal 1 oprit van maximaal 4 meter breed worden gerealiseerd en de bestaande bomen in de laanstructuur blijven behouden.
Met de realisatie van een nieuwe woning op het perceel is geen sprake van een onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, ook de afstand tot het aan de achterkant aanwezige bedrijf is voldoende groot. Gelet op de toevoeging van slechts één woning en dat er geparkeerd kan worden op eigen erf, is er geen sprake van verkeer- en parkeeroverlast.
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Onderzoeken
4.1
Archeologie en monumenten
4.1.1
Algemeen
De gemeente Emmen heeft archeologiebeleid vastgesteld, d.d. 30 mei 2013. Hiervoor is een archeologische beleidsadvieskaart gemaakt met daarbij een rapport, dit rapport dient als toelichting op de kaart. Het doel van deze documenten is om aan te geven wat de kern vormt van het archeologiebeleid en waar de beleidskeuzes zijn gemaakt. De verschillende archeologische waarden en verwachtingen en de maatregelen die daaraan zijn gekoppeld zijn in de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart vertaald naar diverse categorieën "Waarde - Archeologie" in het bestemmingsplan. Met de vertaling is op eenvoudige wijze voor het gehele gebied van de gemeente Emmen in beeld gebracht of archeologische waarden in het geding zijn of kunnen zijn en zo ja, op welke manier daarmee dient te worden omgegaan. Onderstaande tabel geeft de onderverdeling van de vier gemaakte categorieën weer.
Deze beleidskeuzes zijn vertaald in dubbelbestemmingen. Per archeologische kwaliteit zijn planregels opgenomen voor de te bebouwen oppervlakte en een omgevingsvergunningsstelsel voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. De maatvoering voor afwijking is afhankelijk van de te verwachten waarden of verwachtingen en de uitkomsten van archeologisch onderzoek. 4.1.2
Archeologische waarden in het plangebied
Het plangebied ‘Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133’ is volgens de beleidskaart (zie daartoe de volgende bladzijde) gelegen in een gebied met ‘Waarde 4’ aanduiding. Gebieden gecategoriseerd als Waarde - 4 zijn gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw, landschappelijke kenmerken en reeds aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Delen van dit landschap kunnen bovendien zijn afgedekt door esdekken. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
losse vondsten uit alle perioden
Het bouwplan is minder dan 1.000 m2 groot. Er is geen onderzoek nodig. 4.1.3
Archeologische monumenten
Binnen het plangebied liggen geen (beschermde) archeologische monumenten.
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
4.1.4
Cultuurhistorie
4.1.4.1 Monumenten Beschermde monumenten worden gekenmerkt door een samenhangend en gaaf geheel van architectonische stijlkenmerken. Een monument kan representatief zijn voor een bepaalde bouwstijl, maar kan ook een rijke bouwgeschiedenis hebben met verwijzingen naar verschillende bouwstijlen. Voor zover de bouwgeschiedenis niet duidelijk afleesbaar is, kan zij door bouwhistorisch onderzoek aan het licht komen. Monumenten worden in hoge mate gewaardeerd om hun architectuurhistorische kwaliteit, waardoor zij belangrijk bijdragen aan de kwaliteit en de identiteit van hun omgeving. Een bouwplan voor een monument wordt getoetst aan het monumentenbeleid. Richtinggevend is hiervoor de redengevende omschrijving van het monument. Naast de toetsing aan het monumentenbeleid dat gericht is op het behouden van de historische kenmerken van het monument wordt het bouwplan voor wat betreft de welstandsaspecten getoetst aan de onderstaande criteria: toevoegingen aan, op of bij monumenten worden op herkenbare wijze vormgegeven. Hierbij vormen de historische stijlkenmerken van het monument de inspiratiebron; er is aandacht voor zorgvuldige detaillering en materiaalkeuze. Het plangebied kent geen monumenten zo laat onderstaande ‘monumentenkaart’ van de gemeentelijke erfgoedbeleidskaart zien. De bomen langs de straat blijven daarbij staan.
4.1.5
Conclusie
Vanuit archeologie en cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor uitvoering van het gewenste woningbouwplan. Wel blijft de meldingsplicht conform artikel 53 van de Monumentenwet van kracht. Dit houdt in dat mochten er tijdens de graafwerkzaamheden toch archeologische resten worden gevonden, de initiatiefnemer dit onmiddellijk dient te melden bij de gemeentelijke archeoloog. Wel blijft de dubbelbestemming Waarde – Archeologie 4 opgenomen in het plan.
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
4.2
Ecologie
De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. 4.2.1
Gebiedsbescherming
In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) -voorheen Ecologische Hoofdstructuur- is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Drenthe uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. 4.2.2
Soortenbescherming
Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplantingof rustplaatsen van dieren, danwel ontworteling of vernieling van plantensoorten; er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Houtopstanden In de Wnb is de bescherming van houtopstanden buiten de, door de gemeenteraad vastgestelde, bebouwde kom geregeld. Doel is de instandhouding van het bosareaal.
In de Provinciale Omgevingsverordening van de provincie Drenthe is geregeld hoe een kapmelding moet worden ingediend, waaraan herbeplanting moet voldoen en wanneer ontheffing van de herbeplantingsplicht kan worden verleend. Voor houtopstanden binnen de bebouwde kom geldt de Bomenverordening gemeente Emmen 2011. In het bijbehorende bomenregister zijn de monumentale en waardevolle
22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
bomen en waardevolle houtopstanden vastgelegd. Zonder ontheffing is het verboden deze te kappen. 4.2.3
Natuurwaarden in het terrein
4.2.3.1 Gebiedsbescherming Natuur Netwerk Nederland (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt niet binnen het NNN of Natura 2000. De dichtstbijzijnde grens van NNN ligt op circa 800 meter afstand van de onderzocht locatie. De dichtstbijzijnde grens van Natura 2000 gebied ligt op meer dan 8,7 kilometer afstand van de onderzochte locatie. De voorgenomen werkzaamheden zijn echter van dien aard dat het uitgesloten is de kernwaarden van het NNN en N2000 zullen worden aangetast. 4.2.3.2 Soortenbescherming Het deel van het plangebied waar de woning gaat worden gebouwd was sprake van een boscomplex. De bomen die weg moeten zijn inmiddels gekapt en van het terrein weggehaald. De overgebleven bomen blijven staan. Gelet op het huidige gebruik van het perceel is het uitvoeren van een flora- en fauna onderzoek niet noodzakelijk geacht. Het plangebied is daarnaast niet gelegen in of nabij een gebied waarop gebiedsbeschermingsregels van toepassing zijn. De Wet natuurbescherming vormt geen belemmering voor het plan. 4.2.4
Stikstofdepositie
Het project voorziet in het bouwen en gebruiken van een vrijstaande woning. Tijdens de bouwwerkzaamheden wordt kortstondig gebruikt gemaakt van machines. Door het verstoken van brandstof stoten die stikstof uit aan de atmosfeer. Deze activiteiten zijn eenmalig en kortdurend. De nieuwe woning is gasloos. Het gebruiken en wonen in de woning gaat niet gepaard met uitstoot van stikstof. Het aantal vervoersbewegingen in de gebruiksfase bedraagt circa 7 vervoersbewegingen per etmaal. Vanwege de geringe omvang van het project, de eenmalige uitvoering van het project en de afstand tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied Bargerveen (ca. 8,7 kilometer) zal de ontwikkeling niet leiden tot een toename van de stikstofbelasting op dit Natura 2000-gebied. 4.3
Fysieke veiligheid
De Rijksoverheid stelt risiconormen op het gebied van veiligheid aan inrichtingen, ter bescherming van de omgeving. Naast de wet- en regelgeving mogen gemeenten invulling geven aan een eigen veiligheidsvisie. In de Beleidsnota externe veiligheid gemeente Emmen (april 2013) geeft de gemeente Emmen invulling aan deze beleidsruimte. In de gemeentelijke beleidsnota Externe Veiligheid zijn de ruimtelijke uitgangspunten van de structuurvisie verder uitgewerkt. In de Beleidsnota externe veiligheid heeft de gemeente Emmen gekozen voor een gebiedsgerichte benadering voor de vestiging van risicovolle activiteiten. Tevens is in het beleid een afwegingskader bij concrete ruimtelijke beslissingen en voor de inzet van bestuurlijke uitvoeringsinstrumenten om de kwetsbaarheid van een object of activiteit die niet rechtstreeks onder de begripsbepaling van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) valt bepaald te beoordelen. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is rekening gehouden met deze nota externe veiligheid.
23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
4.3.1
Externe veiligheid
4.3.1.1 Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Het plangebied is geïnventariseerd op de zogenoemde Bevi-bedrijven (vergunde situatie en feitelijke situatie). Hieruit blijkt dat in het plangebied geen Bevi-bedrijven gelegen zijn. Ook is het realiseren van nieuwe bevi-inrichtingen binnen het plangebied niet toegestaan. Op de kaart hierna is dit visueel verduidelijkt. Het plangebied bevindt zich bij de blauwe ster.
4.3.1.2 Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Nabij het plangebied bevinden zich geen Bevi-bedrijven die invloed hebben op de planlocatie. 4.3.1.3 Buisleidingen, route gevaarlijke stoffen en hoogspanningsleidingen Er bevinden zich in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen, geen hoogspanningsleidingen en ook geen transportroutes van gevaarlijke stoffen. 4.3.2
Conclusie
Ter plaatse van het plangebied bevinden zich geen inrichtingen met een risicocontour waartoe een nadere verantwoording van het plaatsgebonden dan wel groepsrisico dient plaats te vinden. Een nader onderzoek of berekening naar het groepsrisico is dan ook niet nodig. 4.3.3 Gegevens ten behoeve van nadere inrichting en ontwikkeling in het plangebied Zodra plannen ontwikkeld worden dient de brandweer in een vroeg stadium bij de plannen betrokken te worden om op basis van het beoogde veiligheidsniveau een advies te kunnen uitbrengen op de inrichting en ontwikkeling van het gebied. Hiervoor zijn de volgende zaken van belang: 1. Voor het bestrijden van een brand is de brandweer afhankelijk van een goede bluswatervoorziening. Conform de Wet op de Veiligheidsregio's moet een gemeente 24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
zorgen voor een openbare bluswatervoorziening. Bij locaties waar geen toereikende openbare bluswatervoorziening kan worden aangelegd, zal de eigenaar moeten zorgen voor een doeltreffende niet-openbare bluswatervoorziening in overleg met de brandweer. Vanaf 1 januari 2014 maakt de brandweer gebruik van tankautospuiten en tankwagens, aangevuld met vulpunten voor de tankwagens als primaire bluswatervoorziening. Er hoeven ten behoeve van deze ontwikkeling geen vulpunten bijgeplaatst te worden. 2. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio's (okt. 2010) is de Veiligheidsregio Drenthe, in geval van calamiteit, verantwoordelijk voor het waarschuwen en alarmeren van de bevolking door middel van het Waarschuwings- en alarmeringssysteem. Als gevolg van deze taak zijn binnen de gemeente sirenes geplaatst op een zodanige wijze dat een optimale dekking gerealiseerd is binnen de gemeente. De sirenes die elke eerste maandag van de maand precies om 12:00 uur overal in het land loeien als test, is de verwachting dat deze op den duur verdwijnen. Dit vanwege het gegeven dat de minister van Justitie en Veiligheid voornemens is tot uitfasering van dit systeem. In de toekomst wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens, NL-Alert en sociale media. Het voordeel van deze communicatiemiddelen is dat ze veel gerichter kunnen worden ingezet. 3.
Het is belangrijk dat in geval van calamiteiten hulpverleningsdiensten direct ter plaatse kunnen komen en zonder beperkingen hulp kunnen verlenen. Om die reden dienen alle objecten in het plangebied via twee onafhankelijke wegen bereikbaar te zijn voor de hulpverleningsdiensten. Het gebied voldoet aan deze vereisten. 4. Het dekkingsplan van de Veiligheidsregio Drenthe, vastgesteld in december 2013, geeft in het kort het volgende weer: Het brandverloop verloopt tegenwoordig zo snel dat 3 zaken zeer belangrijk zijn om slachtoffers te voorkomen: het voorkomen van brand, het ontdekken van brand en het vluchten bij brand. Bij het vluchten bij brand heeft men een eigen verantwoordelijkheid of is men aangewezen op de BHV - organisatie. De brandweer heeft in beginsel als taak het houden van een brandscheiding ter voorkoming van branduitbreiding en het beschermen van (niet-zelfredzame) personen achter die scheiding. Geadviseerd wordt de initiatiefnemer te informeren over mogelijk te treffen aanvullende brandveiligheidsmaatregelen. Denk hierbij aan de BIObiz factoren: a. bouwkundige voorzieningen, bijv. voldoende afstand t.o.v. de erfgrens i.v.m. brandoverslag naar ander perceel. b. installatietechnische voorzieningen, bijv. woningsprinklers of watermistsysteem. c. organisatorische voorzieningen, bijv. vluchtplan voor en door de bewoners. d.
brandweeropkomsttijd, vrij houden van wegen / zo min mogelijk verkeersbelemmerende maatregelen. e. inventaris, toepassen van moeilijk brandbaar materiaal. f. zelfredzaamheid van de aanwezigen, toepassen veilige vluchtroutes. 4.4
Milieu
In deze paragraaf worden de voor dit bestemmingsplan relevante milieuaspecten beschreven. Aangegeven wordt wat de beperkingen en mogelijkheden in het plangebied zijn, bezien vanuit verschillende milieudisciplines. 4.4.1
Vormvrije M.E.R.-beoordeling
In voorliggend bestemmingsplan "Barger-Oosterveld, Sint Geradusstraat tussen 127 en 133" komen geen activiteiten voor die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.3 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van woningbouw, stedelijke ontwikkeling of industrieterrein indien het oppervlakte groter is dan 100 hectare of meer als 2000 woningen omvat.
25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r., immers hier is sprake van de bouw van maximaal 1 woning. Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is ook voldoende inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. 4.4.2
Bedrijven en milieuzonering
Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Binnen het plangebied is sprake van een nieuw te realiseren woning. Van belang is na te gaan welke functies/bedrijven zich in de nabijheid van het plangebied bevinden en welk omgevingstype er is. Behoudens aan de westkant van het plangebied bevinden zich verder alleen maar woningen in de nabijheid van het plangebied. Van de woningen naar de beoogde nieuwe woning is er geen milieuhinder te verwachten. Aan de westkant is sprake van een bedrijfsbestemming. Hier bevindt zich het bedrijf Büter Hydraulics (Büter Group). Milieucategorie Büter Hydraulics Door Büter Hydraulics worden hydraulische cilinders geproduceerd. De geproduceerde cilinders worden door andere fabrikanten, op andere locaties, ingebouwd in machines zoals heftrucks, heftafels, landbouwwerktuigen, laadkranen, laadkleppen van vrachtwagens etc. In de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering" is de vervaardiging van onderdelen (appendages) niet separaat benoemd. Er kan volgens vaste jurisprudentie gemotiveerd van de VNG-uitgave worden afgeweken. Het is mogelijk om een nieuwe milieucategorie toe te voegen aan de Staat van Bedrijfsactiviteiten bij een bestemmingsplan, zoals opgenomen in de VNG-uitgave "Bedrijven en milieuzonering".
Deze mogelijkheid is eerder toegepast. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 november 2015, zaaknr. 201504672/1/R2, over bestemmingsplan Bergseweg 6, Vreeland. Ook in dit plan is destijds aan de Bedrijvenlijst een activiteit toegevoegd die niet in de VNG-uitgave is genoemd. Deze activiteit betreft "machine- en apparatenfabrieken vervaardiging van onderdelen (appendages)". Deze nieuwe activiteit kan worden onderverdeeld in: "Vervaardiging van onderdelen (appendages) van machines en apparaten" milieucategorie 3.2; "Vervaardiging van onderdelen (appendages) van machines en apparaten", p.o. < 200 m2 milieucategorie 3.1. Bij al deze activiteiten is er sprake van vergelijkbare productieprocessen als bij Büter Hydraulics, alle met maximaal milieucategorie 3.2. Gelet hierop kan de indeling in milieucategorie 3.2 ook voor de vervaardiging van onderdelen (appendages) van machines en apparaten passend worden geacht. Dit wordt ondersteund door de uitkomsten van het geluidonderzoek voor Büter Hydraulics, waarbij zelfs sprake is van een lagere geluidbelasting, passend bij milieucategorie 3.1. Vanuit deze hoedanigheid dient de minimale afstand van de achtergevel van de woning tot de grens van de bedrijfsbestemming circa 50 meter te zijn, zodat er dan geen milieuhinder te verwachten is.
26
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
4.4.3
Bodem
Het college van burgemeester en wethouders heeft op 5 maart 2013 de Beleidsregel Bodemkwaliteit vastgesteld. Om de kwaliteit te waarborgen, moet grondverzet worden gemeld bij het landelijk meldpunt. Om het verplaatsen van grond te vereenvoudigen, heeft de gemeente Emmen een aantal kaarten ontwikkeld. Deze bodemkwaliteitskaarten zijn als bijlage in de Nota Bodembeheer opgenomen. Aan de hand van deze kaarten is het mogelijk om zonder voorgaand onderzoek grond te ontgraven en toe te passen. Partijen grond en baggerspecie die niet voldoen aan de bodemkwaliteitskaart en de Nota Bodembeheer van de gemeente Emmen mogen alleen worden toegepast als er sprake is van een nuttige toepassing. Is het werk niet ‘nuttig’, dan is er sprake van het zich ontdoen van ‘nuttig’ gebruik. Tijdelijke uitname zijn werkzaamheden waarbij de grond na korte tijd weer teruggebracht wordt. Een voorbeeld is het graven van een sleuf voor kabels en leidingen. In dat geval hoeft de kwaliteit van de te ontgraven bodem niet onderzocht te worden, tenzij er sprake is van (een verdenking van) bodemverontreiniging. 4.4.3.1 Bodemonderzoek Aangezien op de locatie Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 sprake is van de bouw van een woning, waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen (kunnen) verblijven is onderzoek naar bodem noodzakelijk.
Op basis van het bodemloket zijn er geen recentere gegevens beschikbaar voor het plangebied dan uit 2003. Een (nieuw) verkennend bodemonderzoek is daarom noodzakelijk. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is toegevoegd als Bijlage 3 bijlage. Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen nieuwbouw van een woning op de locatie. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van zowel de grond als het grondwater op de locatie. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten chemische verontreinigingen in de grond overschrijden de tussenwaarde/ bodemindex waarde (>0.5) niet en geven daardoor geen formele aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek. De beoogde woonfunctie is vanuit het aspect bodem toelaatbaar. Het bodemonderzoek is vervolgens door de RUD beoordeeld. Hierna zijn, integraal overgenomen, de conclusies en voorwaarden verwoord. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt m.b.t.
bodem, geen belemmeringen voor de voorgenomen nieuwbouw van een woning aan de Sint Gerardusstraat sectie F nr. 17328 (ged.) te Emmen. Er zijn wel voorwaarden aan verbonden. Indien grond van het eigen terrein moet worden afgevoerd zal deze verwerkt dienen te worden conform de eisen van het Besluit Bodemkwaliteit. Mocht grondwater onttrokken worden t.b.v. bemaling, dient bekeken te worden in hoeverre de grondwater-kwaliteit de lozingsnormen overschrijdt. Op basis van artikel 2.1.5, lid 3, van de Bouwverordening kan voor deze aanvraag vrijstelling worden verleend van het indienen van een bodemonderzoek: ‘3. Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 2.4, onder d, van de Regeling omgevingsrecht toe, indien voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente
27
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Barger-Oosterveld, Sint Gerardusstraat tussen 127 en 133 (vastgesteld)
onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.’ Van de locatie is een recent bodemonderzoek beschikbaar en deze is specifiek voor betreffende locatie en de geplande nieuwbouw van een woning uitgevoerd. De resultaten van deze onderzoeken geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Naast genoemde voorwaarden, zijn er qua bodem geen nadere voorschriften in de omgevingsvergunning. 4.4.4
Geluid
Regels ten aanzien van geluidhinder zijn vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). Het doel van de Wet geluidhinder is tweeledig. Enerzijds de bescherming van het milieu en anderzijds de bescherming van de volksgezondheid. Bepalend is steeds de situering van geluidsbronnen ten opzichte van geluidsgevoelige bestemmingen zoals woningen en scholen. De Wgh gaat uit van zones langs wegen, spoorwegen en industrieterreinen. Binnen dergelijke zones zijn nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen alleen toegestaan indien de geluidsbelasting op de buitengevel onder of hoogstens gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde. Ontheffing van de voorkeursgrenswaarde is toegestaan indien maatregelen om de geluidsbelasting op de buitengevels te beperken niet mogelijk zijn of onvoldoende helpen en indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. 4.4.4.1 Wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones. Uitzondering hierop zijn wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt en wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied.
Een nieuwe woning is aan te merken als een nieuw geluidsgevoelig object zodat er een akoestisch onderzoek nodig is, temeer ook vanwege de ligging nabij het bedrijventerrein Ook laat onderstaande kaart vanuit de Atlas van de Leefomgeving zien dat een akoestisch onderzoek wel nodig is omdat de verwachte geluidsbelasting op de gevel va de woning hoger is dan de wettelijke voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Om de exacte geluidsbelasting op de gevel te berekenen en zonodig een ontheffingsprocedure hogere grenswaarde in te gaan is een akoestisch onderzoek noodzakelijk.
Door onderzoeksbureau Geluidmeesters BV is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar wegverkeerslawaai en industrielawaai. Het akoestisch onderzoek is als Bijlage 2 bijlage bijgevoegd. 28