3.7 Bijlagen bij toelichting Milieueffectrapport
Tekst van het document
RAPPORT MER Buffer Zuid van het Bargerveen
Klant:
Prolander
Referentie: BE3102-MI-220428-v.01 Status:
Definitief/v0.1
Datum:
30 augustus 2022
Projectgerelateerd
HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.
Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Mobility & Infrastructure Trade register number: 56515154 +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W
Titel document: MER Buffer Zuid van het Bargerveen Sub titel: Referentie: BE3102-MI-220428-v.01 Status: v0.1/Definitief Datum: 30 augustus 2022 Projectnaam: Buffer Zuid Projectnummer: BE3102 Auteur(s): Opgesteld door: Gecontroleerd door: Datum: Goedgekeurd door: Datum:
Classificatie Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Inleiding
1
1.1
Introductie
1
1.2
Waarom een bufferzone aan de zuidzijde van het Bargerveen?
2
1.3
Samenhang met andere plannen en besluiten
2
1.4
Waarom een milieueffectrapport?
4
1.5
Proces en procedure
5
1.6
Betrokken partijen
6
1.7
Leeswijzer
7
DEEL A HOOFDLIJNEN VOOR BESLUITVORMING 2
Systeembeschrijving
9
2.1
Inleiding
9
2.2
Het Bargerveen als hoogveenreservaat
9
2.3
Natura 2000-gebied het Bargerveen
11
2.4
Maatregelen om het hoogveengebied te ontwikkelen
13
2.5
Situatie en maatregelen aan de zuidkant van het Bargerveen
14
3
Proces om te komen tot inrichting van de bufferzone
19
3.1
Inleiding
19
3.2
Doelen voor de bufferzone
19
3.3
Van doelen naar inrichting van Buffer Zuid
20
4
Vergelijking inrichtingsvarianten
23
4.1
Inleiding
23
4.2
De varianten
23
4.3
Milieueffecten van de varianten
24
5
Optimalisatie van het voorkeursalternatief
27
5.1
Inleiding
27
5.2
Ontwikkeling van het VKA
27
5.3
Optimalisatie van het VKA tot VKA+
30
5.4
Beschrijving VKA+ met uitgangspunten voor de toetsing
34
6
Effecten van het VKA+
36
6.1
Inleiding
36
6.2
Milieueffecten
36
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
iii
Projectgerelateerd
6.3
Tijdelijke effecten aanlegfase
39
6.4
Grensoverschrijdende effecten
40
6.5
Cumulatie van effecten
40
6.6
Mitigerende maatregelen
41
6.7
Leemten in kennis en informatie
41
7
Opgaven voor het vervolg
42
7.1
Inleiding
42
7.2
Ter inzage, raadpleging, zienswijzen en besluitvorming
42
7.3
Uitwerking van het ontwerp
43
7.4
Aandachtspunten voor monitoring
43
DEEL B ONDERBOUWING 8
Methodiek
48
8.1
Inleiding
48
8.2
Uitgangspunten effectbeschrijving en classificatie effectbeoordeling
48
8.3
Beoordelingskader: thema’s en aspecten
48
9
Wettelijk- en Beleidskader
50
9.1
Inleiding
50
9.2
Wetgeving
50
9.3
Beleid
54
10
Huidige situatie en trends en ontwikkelingen
58
10.1
Inleiding
58
10.2
Watersysteem en –kwaliteit
58
10.3
Geologie en bodem
59
10.4
Natuur
62
10.5
Landschappelijke kenmerken
63
10.6
Cultuurhistorie, archeologie en aardkundige waarden
64
10.7
Woonomgeving, landbouw, recreatie en infrastructuur
67
10.8
Externe veiligheid
68
10.9
Ontplofbare oorlogsresten
69
11
Effecten
70
11.1
Inleiding
70
11.2
Watersysteem en -kwaliteit
70
11.3
Natuur
78
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
iv
Projectgerelateerd
11.4
Bodem
90
11.5
Landschap
92
11.6
Cultuurhistorie
95
11.7
Archeologie
97
11.8
Aardkundige waarden
98
11.9
Woonomgeving
99
11.10
Landbouw
102
11.11
Recreatie
104
11.12
Infrastructuur
106
11.13
Externe veiligheid
107
11.14
Klimaatadaptatie
108
11.15
Duurzaamheid
109
Referenties
111
Afkortingen en begrippenlijst
112
Bijlagen Natuurtoets Bargerveen - Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 5, bestemmingsplan) Bargerveen buffer-Zuid milieuhygiënisch vooronderzoek, Royal HaskoningDHV, 2021 (bijlage 6, bestemmingsplan) Plangebied Buffer Zuid nabij Nieuw-Schoonebeek, gemeente Emmen; archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), RAAP, 2021 (bijlage 7, bestemmingsplan) Verkeerseffecten Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2021 (bijlage 8, bestemmingsplan) Luchtkwaliteit Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2021 (bijlage 9, bestemmingsplan) Vooronderzoek 1862035-VO-02 kn Bargerveen, AVG, 2016 (bijlage 11, bestemmingsplan) Vooronderzoek Weiteveen-Klazienaveen, AVG, 2016 (bijlage 12, bestemmingsplan) Bargerveen Proces-verbaal van oplevering, AVG, 2022 (bijlage 13, bestemmingsplan) Grondwatermodel Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 14, bestemmingsplan) Technisch achtergrondrapport oppervlaktewatermodel Bargerveen en Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 15, bestemmingsplan) Effectberekeningen grond- en oppervlaktewatermodel Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 16, bestemmingsplan) Principeafweging inrichting Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2017 (bijlage 17, bestemmingsplan) Onderzoek externe veiligheid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 18, bestemmingsplan)
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
v
Projectgerelateerd
1
Inleiding
1.1
Introductie
Dit is het milieueffectrapport van een nieuwe bufferzone ‘Buffer Zuid’ aan de zuidzijde van het Natura 2000gebied het Bargerveen. Buffer Zuid maakt onderdeel uit van het programma Bargerveen waarin maatregelen worden genomen voor het ecologisch behoud, herstel en versterking van het hoogveen in het Bargerveen. Het programma Bargerveen wordt aangestuurd, bewaakt en gecontroleerd door de bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek1. De bedoeling van Buffer Zuid is om de omstandigheden voor de ontwikkeling van hoogveen in het zuiden van het Bargerveen te verbeteren. Hiervoor worden grote waterplassen met een hoger waterpeil aangelegd in de bufferzone. Deze moeten de grondwaterstand en de stijghoogte2 onder het Bargerveen verhogen. Zo wordt het weglekken van water tegengegaan en verbeteren de kansen voor de ontwikkeling van hoogveen. De nieuwe bufferzone komt te liggen langs de zuidelijke rand van het Bargerveen en ten noorden van Nieuw Schoonebeek, tussen de Kerkenweg en de Duitse grens. De voorgenomen locatie is weergegeven in Figuur 1-1. De locatie van de bufferzone is in eerdere studies bepaald en al vastgelegd in het Provinciale Natuurbeleidsplan. De bufferzone wordt zo’n 500 m breed en zo’n 4500 m lang.
Figuur 1-1. De locatie van Buffer Zuid is rood omlijnd. In de kleine overzichtskaart is het Natura 2000-gebied Bargerveen groen gemarkeerd en Buffer Zuid blauw.
Voor de inrichting van Buffer Zuid is een functieverandering nodig van zo’n 220 hectare landbouwgrond in nieuwe natuur. Om de functieverandering mogelijk te maken, stelt de gemeente Emmen een nieuw bestemmingsplan op. Voor het bestemmingsplan wordt de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.1
In de Bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek zitten vertegenwoordigers van de gemeente Emmen, waterschap Vechtstromen, Staatsbosbeheer, LTO, provincie Drenthe, NAM en Kadaster 2 Het begrip “stijghoogte” en andere vaktermen worden uitgelegd in de Afkortingen en begrippenlijst achter in dit rapport. 30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
1
Projectgerelateerd
procedure) gevolgd en is voorliggend milieueffectrapport (MER) opgesteld. Dit milieuonderzoek draagt eraan bij dat het milieu volwaardig wordt meegewogen in het ontwerpproces van Buffer Zuid. En daarnaast draagt de m.e.r.-procedure bij aan een zorgvuldige besluitvorming over het bestemmingsplan. In dit inleidende hoofdstuk is de aanleiding voor de bufferzone geschetst en zijn de achtergrond en m.e.r.-procedure toegelicht. Dit MER bestaat vervolgens uit een Deel A en B. Deel A bevat de hoofdlijnen van de studie en biedt de lezer informatie ter onderbouwing van de besluitvorming over Buffer Zuid. Deel B levert achtergrondinformatie voor de conclusies in Deel A.
1.2
Waarom een bufferzone aan de zuidzijde van het Bargerveen?
Het Natura 2000-gebied Bargerveen is het grootste hoogveenrestant van Nederland. Voor het Natura 2000-gebied zijn doelen vastgelegd om het hoogveen te behouden en te versterken, namelijk de uitbreiding van actief hoogveen in de kern en het verbeteren van hoogveenvorming. Er zijn maatregelen nodig om die doelen te halen. Veenmos, de basis van veen, heeft een stabiele hoge waterstand nodig om goed te kunnen groeien. Maar op dit moment lekt grondwater uit het Bargerveen weg naar de lagergelegen omgeving. Daarom zal het Bargerveen langzaam verdrogen en verloren gaan als er niets verandert. Om dit te voorkomen, moet regenwater langer worden vastgehouden en moet de grondwaterstand omhoog. De hydrologische omstandigheden zijn dus bepalend voor de kwaliteit en ontwikkeling van het hoogveengebied. De afgelopen jaren zijn al veel maatregelen uitgevoerd, zoals het dempen van sloten en greppels, het aanleggen van ruggen en kades en het inrichten van bufferzones rond het Bargerveen. Al deze maatregelen hebben als voornaamste doel om de waterhuishouding in het Bargerveen te verbeteren. De voorgenomen activiteit Buffer Zuid omvat: Inrichten van een 500 m brede bufferzone aan de zuidzijde van het Natura 2000-gebied tussen de Kerkenweg en de Duitse grens in de gemeente Emmen. De lengte van de bufferzone is zo’n 4500 m.
Aanleggen van een kade op de overgang van het Bargerveen en de nieuwe bufferzone. Dempen van de diepe sloot aan de Dr. Ir. H. A. Stheemanstraat (hierna Stheemanstraat) op de overgang van het Bargerveen en de bufferzone. In het Provinciale Natuurbeleidsplan is de plangrens van Buffer Zuid al vastgelegd (zie Figuur 1-1). Het gaat nu om de inrichting van de bufferzone. Met de voorgenomen activiteit zal de stijghoogte onder het Bargerveen toenemen ten behoeve van de ontwikkeling van hoogveen. In Hoofdstuk 2 staat meer informatie over de ontstaansgeschiedenis van het hoogveen en de andere maatregelen die in en rondom het Bargerveen worden genomen.
1.3
Samenhang met andere plannen en besluiten
Waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied ten zuiden van het Bargerveen In 2008 heeft waterschap Vechtstromen in het GGOR (Gewenst Grondwater en Oppervlaktewater Regime) voor het Natura 2000-gebied Bargerveen, het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek en Emmen Zuid de mogelijkheden onderzocht om de gewenste grond- en oppervlaktewater situatie in en om het Bargerveen te realiseren. In dit traject kwam Buffer Zuid, een bufferzone van 500 m over het traject tussen de Kerkenweg en de Duitse grens, als beste optie naar voren, in combinatie met een aantal waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied ten zuiden van de bufferzone en ten noorden van het Schoonebeekerdiep. Om deze maatregelen voor elkaar te krijgen, zijn verschillende besluiten nodig. De besluitvorming voor dit pakket aan maatregelen is via twee sporen voorbereid. 30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
2
Projectgerelateerd
Figuur 1-2. Plangrenzen van Buffer Zuid (rood) en waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek (geel).
Spoor 1: Buffer Zuid Voor de Buffer Zuid wijzigt de gemeente Emmen het bestemmingsplan “Buitengebied, Buffer Zuid”. Hiervoor zijn voorliggend MER en een Schetsontwerp opgesteld voor de inrichting van Buffer Zuid. Spoor 2: Waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek Voor de waterhuishoudkundige maatregelen (peilvakken, waterpeilen, aanpassingen aan sloten en kunstwerken) in het landbouwgebied ten zuiden van het Bargerveen heeft waterschap Vechtstromen een Projectplan Waterwet “Watersysteem Nieuw Schoonebeek” opgesteld. Voor de nieuwe en te verbreden watergangen wijzigt de gemeente Emmen het bestemmingsplan “Buitengebied, Nieuw Schoonebeek”. Hiervoor is de mer-beoordeling “Watersysteem Nieuw Schoonebeek” opgesteld. De conclusie van de mer-beoordeling is dat de waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied over het algemeen geen negatieve effecten hebben op bodemdaling, grondwater, oppervlaktewater en waterkwaliteit, Natuurnetwerk Nederland, landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden en niet gesprongen explosieven. Voor bodemverontreiniging, soortenbescherming en archeologie is aanvullend onderzoek nodig om risico’s op negatieve effecten uit te kunnen sluiten. De gevolgen zijn lokaal en er zijn ter plaatse geen andere ontwikkelingen waarmee de effecten tot grote gevolgen zouden kunnen cumuleren.
De conclusie van de mer-beoordeling is daarom dat, mits de voorgestelde maatregelen in acht worden genomen, er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Afgestemde procedures Om de samenhang tussen beide sporen goed mee te nemen in de besluitvorming zijn de vaststellingsprocedures op elkaar afgestemd. Dat betekent dat de vaststellingsprocedure van de plannen 30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
3
Projectgerelateerd
voor de waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied parallel lopen met de vaststellingsprocedure van de plannen voor Buffer Zuid. Met beide plannen wordt beoogd bij te dragen aan de ontwikkeling van het hoogveengebied, zodanig dat er geen negatieve effecten optreden op de omliggende bebouwing en invulling wordt gegeven aan de afspraken vanuit het GGOR voor het landbouwgebied. Overige maatregelen in en rondom het Bargerveen De voorgenomen activiteit Buffer Zuid is een van de maatregelen die momenteel in het kader van het Programma Bargerveen in en rondom het Bargerveen worden genomen om het hoogveen te ontwikkelen. In paragraaf 2.4 is een kaart opgenomen met de overige maatregelen in en rondom het Bargerveen waaronder andere (voorgenomen) bufferzones.
1.4
Waarom een milieueffectrapport?
Een MER is een uitgebreid onderzoek waarmee de mogelijke milieugevolgen van een project vooraf in kaart worden gebracht. Daarnaast kan er onderzoek worden gedaan naar maatregelen om eventuele negatieve effecten te verminderen of te compenseren. Het MER geeft aan bewoners, betrokkenen en bestuurders inzicht in de milieugevolgen en ondersteunt de besluitvorming. In deze paragraaf wordt uitgelegd waarom de m.e.r.-procedure voor de bufferzone wordt doorlopen. In de volgende paragraaf komt de bijbehorende procedure aan bod. Het veranderen van een functie in het landelijke gebied of landschap van meer dan 125 hectare is een activiteit die valt in categorie D9 van het Besluit m.e.r.3. Een bestemmingsplan voor de inrichting van het landelijk gebied staat genoemd in kolom 3 (plannen) en kolom 4 (besluiten). Dat betekent dat bevoegd gezag een besluit moet nemen over het MER. In de Provinciale Omgevingsverordening van Drenthe staan in artikel 7.1 de vrijstellingen opgenomen waarvoor geen vergunning nodig is op grond van de Ontgrondingenwet. De uitvoering van Buffer Zuid valt onder de vrijstelling (artikel 7.1, eerste lid, onder a) waardoor er geen vergunning nodig is op grond van de Ontgrondingenwet. Ondanks de omvang van de ontgronding is een melding voor ontgrondingen voldoende.
Wel dient op grond van artikel 7.2 van de Provinciale Omgevingsverordening van Drenthe de start van de werkzaamheden te worden gemeld aan Gedeputeerde Staten. Er staan in de Provinciale Omgevingsverordening van Drenthe verder geen specifieke m.e.r.-plichtige activiteiten die betrekking hebben op het voornemen. In aanvulling op het voorgaande is er nog een zijspoor waardoor een ontwikkeling m.e.r.-plichtig kan zijn. Dit is het geval wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten en er een Passende Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming moet worden opgesteld. Uit de Natuurtoets (Natuurtoets Bargerveen - Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 5, bestemmingsplan)) blijkt dat er geen significant negatieve effecten optreden tijdens de permanente gebruikssituatie waardoor er geen sprake is van een m.e.r.-plicht in het kader van de Wet natuurbescherming. Daarom is er voor de ontwikkeling van Buffer Zuid geen Passende Beoordeling uitgevoerd.
3 Categorie D9 Besluit m.e.r.: Een landinrichtingsproject, dan wel een wijziging of uitbreiding daarvan. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een functiewijziging met een oppervlakte van 125 hectare of meer van water, natuur, recreatie of landbouw
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
4
Projectgerelateerd
1.5
Proces en procedure
1.5.1
Wat voorafging aan de publicatie van dit MER
Kennisgeving en raadpleging reikwijdte en detailniveau van het MER Op 25 maart 2014 heeft de Provincie Drenthe een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) gepubliceerd. Dit markeerde de start van de m.e.r.-procedure. Met de kennisgeving werd eenieder in de gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken. Tijdens de ter inzagelegging van de NRD zijn betrokken bestuursorganen, wettelijke adviseurs en het publiek geraadpleegd over de benodigde reikwijdte en het detailniveau van het MER. In de NRD is beschreven welke effecten in het milieuonderzoek worden onderzocht (‘reikwijdte’), de manier waarop en met welke diepgang (‘detailniveau’). Zienswijzen NRD en Advies van de Commissie m.e.r. Er zijn 6 reacties binnengekomen op de NRD. Gedeputeerde Staten heeft in een nota van antwoord de reacties beantwoord. De Commissie voor de milieueffectrapportage (Commissie m.e.r.) is een onafhankelijke commissie die de overheid adviseert over de inhoud en kwaliteit van milieueffectrapporten. Hiermee heeft de Commissie m.e.r. een belangrijke rol in de m.e.r.-procedure. Het openbaar advies over de reikwijdte en het detailniveau is uitgebracht op 27 mei 2014. De Commissie m.e.r. heeft bij het advies ook de 6 reacties op de NRD en het advies van het College van Rijksadviseurs meegenomen.
Het College van Rijksadviseurs pleit ervoor om de cultuurhistorische waarden van het gebied mee te nemen in de landschappelijke inrichting van Buffer Zuid. Op basis van de inspraakreacties en adviezen heeft bevoegd gezag het Advies Reikwijdte en Detailniveau voor het MER vastgesteld op 17 juni 2014. Opstellen MER en ontwerp-bestemmingsplan De NRD en de adviezen en zienswijzen zijn het vertrekpunt voor voorliggend MER. De uitwerking in dit MER is grotendeels in overeenstemming met de kaders uit de NRD, maar ten opzichte van de NRD hebben de volgende wijzigingen plaats gevonden: De gemeente Emmen is nu het bevoegd gezag voor de m.e.r.-procedure. In de NRD was de m.e.r.-procedure gekoppeld aan het lnrichtingsplan Herinrichting Nieuw Schoonebeek en het Provinciaal lnpassingsplan Zuidzijde Bargerveen. Daarom was de provincie Drenthe in de NRD genoemd als het bevoegd gezag, die de Bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek opdracht had gegeven het inrichtingsplan en het inpassingsplan op te stellen en de resultaten van de m.e.r. hierbij te betrekken. Het ruilplan voor het vrijmaken van de gronden voor de bufferzone is in juni 2020 afgerond. Daarmee verviel de noodzaak om een nieuw herinrichtingsplan in procedure te brengen. Om de bufferzone mogelijk te maken, wordt nu het bestemmingsplan “Buitengebied, Buffer zuid” opgesteld met gemeente Emmen als bevoegd gezag.
De Wet Inrichting Landelijk Gebied (WILG) is niet langer van toepassing, dus er wordt geen inrichtingsplan op basis van WILG opgesteld, maar een Schetsontwerp voor de inrichting van Buffer Zuid De ontwikkeling van de bufferzone hangt samen met de maatregelen in het landbouwgebied zoals vastgelegd in het GGOR 2008. De peilvakken en peilen uit het GGOR 2008 zijn in 2021 geactualiseerd. In dit MER is uitgegaan van GGOR 2021. De referentiesituatie en het wettelijk en beleidskader zijn geactualiseerd ten opzichte van de NRD. Tussentijds advies van de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. heeft het concept MER Buffer Zuid van het Bargerveen in het voorjaar van 2021 getoetst. Het openbare advies is uitgebracht op 23 juni 2021. In het uitgebreide advies heeft de Commissie m.e.r. om aanvullingen gevraagd om het milieubelang volwaardig mee te kunnen wegen bij de
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
5
Projectgerelateerd
besluitvorming over het bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer Zuid’. Het MER is op deze punten aangevuld.
1.5.2
Vervolgstappen in de procedure na publicatie van het MER
Raadpleging en zienswijzen De samenhang tussen de ontwikkeling van Buffer Zuid en het landbouwgebied ten zuiden van de bufferzone is belangrijk. Deze plannen zijn met elkaar afgestemd en worden tegelijk in procedure gebracht. Dat betekent dat het MER met het ontwerp-bestemmingsplan “Buitengebied, Buffer Zuid” en het “Schetsontwerp Buffer Zuid” samen met Projectplan Waterwet “Projectplan watersysteem Nieuw-Schoonebeek”, het ontwerp-bestemmingsplan “Buitengebied, Nieuw Schoonebeek” en de bijbehorende mer-beoordeling “Watersysteem Nieuw Schoonebeek” ter inzage worden gelegd. Op de stukken kunnen gedurende een periode van 6 weken zienswijzen worden ingediend. Het bevoegd gezag, de gemeente Emmen, raadpleegt de wettelijke en erkende overlegpartners (EOP). Dit zijn Provincie Drenthe, Staatsbosbeheer Beheerseenheid Zwartemeer, Waterschap Vechtstromen, EOP Weiteveen, EOP Vereniging van Dorpsbelangen Nieuw-Schoonebeek, Nederlandse Aardolie Maatschappij BV, Milieufederatie Drenthe, Land- en tuinbouworganisatie- Noord, Veiligheidsregio Drenthe Brandweerdistrict Zuidoost, Landkreis Emsland, Landkreis Grafschaft Bentheim, Gemeinde Twist en Natuurpark Moor – Veenland. Toetsingsadvies Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Zij brengt hierover een toetsingsadvies uit.
In haar advies gaat ze ook in op de ingekomen zienswijzen op het MER. Besluitvorming De inspraakreacties en adviezen kunnen leiden tot bijstelling en aanvulling van de plannen. Daarna zal bevoegd gezag de definitieve besluiten bekend maken. Realisatie en evaluatie milieugevolgen Na het vaststellen van het bestemmingsplan “Buitengebied, Buffer Zuid” kan de bufferzone daadwerkelijk worden gerealiseerd. Tijdens de uitvoering en in de gebruiksfase worden de effecten gemonitord en geëvalueerd. Hierbij krijgen de mogelijke risico’s die in het MER zijn aangegeven extra aandacht. In Hoofdstuk 7 is een aanzet gedaan voor de monitoring. Na realisatie volgt een fase van nazorg en beheer.
1.6
Betrokken partijen
Initiatiefnemer De initiatiefnemer is de Bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek. Deze commissie heeft in opdracht van de Provincie Drenthe de taak om de opzet, de voortgang en de resultaten van het project aan te sturen, te bewaken en te controleren. De Bestuurscommissie is in september 2013 geïnstalleerd en heeft al diverse projecten in het Bargerveen gerealiseerd, zoals de Buffers Noord, Weiteveen en Noordoost, versterking van de grenskade en vele interne maatregelen binnen het Natura 2000-gebied Bargerveen. De Bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek heeft een brede samenstelling, zodat alle betrokkenen direct zijn vertegenwoordigd. In de commissie zitten vertegenwoordigers van de gemeente Emmen, waterschap Vechtstromen, Staatsbosbeheer en LTO evenals adviseurs van de provincie Drenthe, de NAM en het Kadaster. Er is een onafhankelijk voorzitter. Prolander (de uitvoeringsorganisatie van de Provincie Drenthe) is secretaris.
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
6
Projectgerelateerd
Bevoegd gezag De gemeente Emmen is bevoegd gezag voor het bestemmingsplan “Buitengebied, Buffer zuid” en de m.e.r.-procedure voor de bufferzone. Deze procedure wordt ondersteund door waterschap Vechtstromen en de provincie Drenthe. Betrokkenen De Projectgroep Buffer Zuid was betrokken bij de ontwikkeling van Buffer Zuid. In de Projectgroep waren de volgende partijen vertegenwoordigd: Dorpsraad Nieuw-Schoonebeek, Werkgroep (later Stichting) Tussen Beek en Veen, LTO Noord, gemeente Emmen, waterschap Vechtstromen, Staatsbosbeheer en Prolander. Bij de hydrologische uitwerking was een expertteam betrokken van hydrologen van waterschap Vechtstromen, gemeente Emmen, Staatsbosbeheer, provincie Drenthe en Prolander. Dit wordt het Hydrologieteam genoemd.
1.7
Leeswijzer
Dit MER bestaat uit een Deel A en B. Deel A bevat de hoofdlijnen van de studie en biedt de lezer informatie ter onderbouwing van de besluitvorming over Buffer Zuid. Deel B levert achtergrondinformatie voor de conclusies in Deel A.
Figuur 1-2. Opbouw MER Buffer Zuid
Deel A In Hoofdstuk 2 is ingegaan op de ontstaansgeschiedenis en de maatregelen die in en om het Bargerveen worden genomen om het hoogveen te ontwikkelen, waarvan Buffer Zuid een van de maatregelen is. In Hoofdstuk 3 zijn de doelen van de bufferzone en het proces om te komen tot de inrichting van de bufferzone toegelicht. In Hoofdstuk 4 zijn de effecten van vier inrichtingsvarianten beoordeeld met elkaar vergeleken. Aansluitend hierop is de landschappelijke inrichting gekozen en is de hydrologische werking van de bufferzone uitgewerkt in Hoofdstuk 5. Verdere hydrologische optimalisatie heeft geleid tot een geoptimaliseerd Voorkeursalternatief (VKA+). De effecten van het VKA+ zijn beoordeeld in Hoofdstuk 6. In
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
7
Projectgerelateerd
Hoofdstuk 7 is het vervolgproces geschetst met de aanzet voor de monitoring en eventuele bijsturing van effecten. Deel B In Deel B is de aanpak en methodiek van het milieueffectonderzoek toegelicht in Hoofdstuk 8. In Hoofdstuk 9 zijn de relevante kaders vanuit wetgeving en beleid uitgeschreven waaraan de effecten van de voorgenomen activiteit zijn getoetst. Om de effecten te kunnen bepalen is inzicht nodig in de huidige situatie en de trends en ontwikkelingen. De huidige situatie en trends en ontwikkelingen zijn beschreven in Hoofdstuk 10. In Hoofdstuk 11 zijn de effecten uitgewerkt van de inrichtingsvarianten, het VKA en VKA+ ten opzichte de referentiesituatie. Dit is de nadere onderbouwing van de effectbeoordeling in de Hoofdstukken 4 en 6. Aan het eind van het rapport staat een lijst met begrippen en afkortingen. In de bijlagen staan de modelbeschrijvingen en berekeningsresultaten van de grond- en oppervlaktewatermodellen, en specialistenonderzoeken over bodemkwaliteit, natuurwaarden en stikstofdepositie, archeologische waarden, verkeer en luchtkwaliteit opgenomen.
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
8
Projectgerelateerd
DEEL A: HOOFDLIJNEN VOOR BESLUITVORMING 2
Systeembeschrijving
2.1
Inleiding
Het aanleggen van Buffer Zuid is een van de maatregelen die in en om het Natura 2000-gebied het Bargerveen worden genomen voor het ecologisch behoud, herstel en versterking van het hoogveen in het Bargerveen. In dit hoofdstuk is uitgelegd wat hoogveen is, is de ontstaansgeschiedenis en bescherming van het Bargerveen beschreven, en is ingegaan op de maatregelen die in en om het Bargerveen worden genomen om het hoogveen te ontwikkelen.
2.2
Het Bargerveen als hoogveenreservaat
2.2.1
Wat is hoogveen?
Hoogveen is een landschap van een dikke laag op elkaar gepakte plantenresten, voornamelijk veenmos. Dit veenmos groeit aan het veenoppervlak en zuigt zich als een spons vol met regenwater. Door de sponswerking van het veen, ligt de waterspiegel van een hoogveengebied hoger dan de omgeving. Zo kan het veen boven het omliggende landschap uit groeien. In hoogveen wordt meer plantenmateriaal geproduceerd dan er wordt afgebroken. Dat komt omdat het plantenmateriaal onder water ligt en zeer voedselarm en zuur is waardoor er maar een beperkt aantal soorten (o.a. veenmossoorten) kunnen groeien. Het water zorgt ervoor dat er minder zuurstof beschikbaar is en er lagere temperaturen optreden waardoor micro-organismen die het afgestorven plantenmateriaal kunnen afbreken minder actief zijn. Een hoogveen kan zich alleen vormen als het over het hele jaar verdeeld genoeg regent en er niet te veel water verdwijnt door te verdampen of door weg te stromen naar de ondergrond of de omgeving.
2.2.2
Ontstaansgeschiedenis
In de laatste ijstijd was het in Nederland koud en droog. Maar zo’n 10.000 jaar geleden smolt het ijs en werd het warmer en natter in Nederland. De grondwaterstand steeg en op plekken waar het water niet weg kon, kon veen gaan groeien. Omstreeks 6.000 jaar voor Christus werd het veen zichtbaar in het gebied dat we nu kennen als het Bargerveen. Uiteindelijk breidde het hoogveen zich uit tot een gebied van 160.000 hectare in Drenthe, Groningen en Duitsland. Dit hoogveengebied werd het Boertangerveen genoemd. Het Boertangerveen bestond uit een aantal hoogveenkoepels, elk met een straal van enkele kilometers, met op de naden van die koepels laagveenmoerassen en uitgestrekte veenmeren (Staatbosbeheer, 2014). Het Boertangerveen is vanaf de Middeleeuwen geleidelijk afgegraven voor de landbouw en turfwinning. Het huidige Bargerveen is een klein stukje veengebied dat is overgebleven van zo’n oude hoogveenkoepel (zie Figuur 2-1).
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
9
Projectgerelateerd
Figuur 2-1. Schematische weergave van het huidige Bargerveen als restant van een voormalige hoogveenkoepel van het Boertangerveen. De inzet toont de kleinschalige combinatie van water stagnerende veenvezels (bruin) en grote poren (blauw) in het veengesteente (Bron: Staatsbosbeheer, 2014).
Rond 1950 kwam er belangstelling voor de (natuur)waarden van het Bargerveen. In 1968 kocht de Rijksoverheid de eerste 66 hectare van het resterende hoogveengebied. Enkele jaren later verscheen een ambitieus aankoopplan voor het Bargerveen van het toenmalige ministerie van CRM (cultuur, recreatie en maatschappelijk werk). Voornemen was een hoogveenreservaat te stichten met een omvang van zo’n 4.000 hectare. Na jarenlange discussies met betrokken partijen (gemeenten Emmen en Schoonebeek, het toenmalige waterschap Bargerbeek, de verveningmaatschappijen, de landbouw en de vakbonden), werd de aankoopdoelstelling teruggebracht tot 2.000 hectare. De huidige omvang van het Bargerveen (begrensd als Natura 2000-gebied) is 2.154 hectare. Het Bargerveen bestaat uit drie deelgebieden (zie Figuur 2-2): het Meerstalblok (zo’n 500 hectare), het Amsterdamsche veld (zo’n 600 hectare) en het Schoonebeekerveld (zo’n 900 hectare). Het Meerstalblok in het noorden bestaat uit vergraven en ontwaterd hoogveen met kleine kernen onvergraven, levend hoogveen. Het centrale deel, het Amsterdamsche Veld, is tot op het restveen4 afgegraven. Het zuidelijk gelegen Schoonebeekerveld heeft een afwisselend landschap van deels vergraven hoogveen en bovenveengraslanden op ontwaterd, maar weinig vergraven veen. In het Schoonebeekerveld liggen ook enkele graslanden met slagenverkaveling5.
Het Bargerveen wordt beheerd door Staatsbosbeheer.
4 5
Restveen is het restant van een veenpakket dat bij de winning van turf niet is ontgraven Bron: https://www.natura2000.nl/gebieden/drenthe/bargerveen
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
10
Projectgerelateerd
Figuur 2-2. Begrenzing van het Natura 2000-gebied Bargerveen (Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn) en de deelgebieden Meerstalblok, Amsterdamsche veld en Schoonebeekerveld.
2.3
Natura 2000-gebied het Bargerveen
Het Bargerveen is een natuurgebied van internationale waarde en is daarom op 4 juni 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied in het kader van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn (de begrenzing van beide aangewezen gebieden is identiek) 6 . Het Bargerveen is aangewezen vanwege 4 kernopgaven en 15 instandhoudingsdoelen. Drie van de vier kernopgaven hebben betrekking op de ontwikkeling van hoogveen, de vierde op het behoud van heischrale graslanden (Beheerplan 2017): 7.01. Uitbreiding actieve kern: Uitbreiding kernen van actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) *H7110_A. 7.02. Initiëren hoogveenvorming: Op gang brengen of continueren van hoogveenvorming in herstellende hoogvenen H7120 in kansrijke situaties, met het oog op de ontwikkeling van actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) *H7110_A (waar nodig uitbreiding oppervlakte H7120). Instandhouding van huidige relicten als bronpopulaties fauna. Herstel van grote veengebieden met voldoende rust onder andere voor de niet-broedvogel kraanvogel (A127)7. 7.03. Overgangszones grote venen: Ontwikkeling van overgangszones van actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) *H7110A inclusief laggzones (met o.a. hoogveenbossen -*H91D0, zure vennen - H3160 en porseleinhoen (A119), paapje (A275) en watersnip (A153). 7.04.
Bovenveengraslanden: Behoud en waar mogelijk herstel van heischrale graslanden *H6230, ook van belang voor paapje (A275) en grauwe klauwier (A338).
6 7
Het Bargerveen was in mei 1992 al aangemeld als Vogelrichtlijngebied en in mei 2003 als Habitatrichtlijngebied. Kraanvogel is geen Natura 2000-doel voor het Bargerveen
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
11
Projectgerelateerd
Er geldt een uitbreidingsdoelstelling van het oppervlak actief hoogveen binnen de begrenzing van het Bargerveen. Dat betekent dat een (bijna) halt aan de achteruitgang die nu plaats vindt niet voldoende is, maar dat de kwaliteit en de omvang van levend hoogveen uitgebreid moet worden. Omdat een te ver ingedroogd veengebied niet meer te herstellen is, heeft het gebied een “sense of urgency” vermelding gekregen. In Tabel 2-1 zijn de instandhoudingsdoelstellingen van het Bargerveen gegeven, zoals deze zijn opgenomen in het Aanwijzingsbesluit (Ministerie EZ, 2013). Tabel 2-1. Instandhoudingsdoelstellingen Bargerveen (Ministerie van EZ, 2013). Soort
SVI Landelijk
Doelstelling Doelstelling Draagkracht oppervlakte kwaliteit aantal vogels
Draagkracht aantal paren
Habitattypen H6230
*Heischrale graslanden
--
=
=
H7110A
*Actieve hoogvenen
--
>
>
H7120
Herstellende hoogvenen
+
= (<)
>
Broedvogels A008
Geoorde fuut
+
=
=
95
A082
Blauwe Kiekendief
--
=
=
1
A119
Porseleinhoen
--
=
=
15
A153
Watersnip
--
=
=
16
A222
Velduil
--
=
=
1
A224
Nachtzwaluw
-
=
=
30
A272
Blauwborst
+
=
=
150
A275
Paapje
--
>
>
30
A276
Roodborsttapuit
+
=
=
90
A338
Grauwe Klauwier
--
>
>
100
Niet-broedvogels A037
Kleine Zwaan
-
=
=
130 (slaap- en rustplaats)
A039b
Toendrarietgans
+
=
=
17600 (slaap- en rustplaats)
Legenda SVI landelijk = > = (<)
30 augustus 2022
Landelijke Staat van Instandhouding (-- zeer ongunstig; - matig ongunstig, + gunstig) Behoudsdoelstelling Verbeter- of uitbreidingsdoelstelling Ontwerp-aanwijzingsbesluit heeft 'ten gunste van' formulering
BE3102-MI-220428-v.01
12
Projectgerelateerd
2.4
Maatregelen om het hoogveengebied te ontwikkelen
Eerst werden er om de hoogveenresten dammetjes en lage kades aangelegd. Dit leverde lokaal verbeteringen op, maar kon de aftakeling van het hoogveen niet stilzetten. Om het hoogveen te ontwikkelen, worden momenteel onder andere keileemwallen en bufferzones aangelegd. In Figuur 2-3 zijn de (voorgenomen) bufferzones en overige maatregelen in en rondom het Bargerveen aangegeven. De groene maatregelen zijn gereed, de gele zijn in planvorming en de rode in uitvoering. Er zijn vier bufferzones klaar: Noord/Zwartemeer, Weiteveen, Noord-Oost en Oud-West. Er zijn twee bufferzones in planvorming, Noord-West inclusief de slenk van Maarsingh en de Buffer Zuid (voorgenomen activiteit van dit MER).
Figuur 2-3. Maatregelen in en rondom het Bargerveen
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
13
Projectgerelateerd
2.5
Situatie en maatregelen aan de zuidkant van het Bargerveen
Buffer Zuid maakt deel uit van een pakket aan maatregelen om de stijghoogte aan de zuidkant van het Bargerveen te verhogen voor de ontwikkeling van het hoogveen. De maatregelen hebben vooral een positief effect op het Schoonebeekerveld en op het zuidelijke deel van het Amsterdamse Veld. Om begrip te krijgen voor de bijdrage van deze maatregelen is in paragraaf 2.5.1 de huidige geohydrologische situatie beschreven, in paragraaf 2.5.2 de gewenste situatie en in paragraaf 2.5.3 de theoretische invloed van de maatregelen.
2.5.1
Systeemwerking huidige situatie
Bodemopbouw In Figuur 2-4 is de bodemopbouw met de grondwaterstanden en stijghoogten getekend zoals die in de huidige situatie optreden langs de zuidelijke rand van het Bargerveen. De bodem bestaat hier uit een veenpakket van zo’n 2 m dik. De veenbasis bevindt zich op zo’n 16,0-16,5 m NAP. Onder het veenpakket ligt een tussenzandlaag met een dikte van 1 à 2 m. Onder de tussenzandlaag ligt een keileemlaag die in dikte varieert. In het oosten van de bufferzone is de keileem zo’n 10 m dik. In het westelijk deel van de bufferzone ontbreekt de keileem helemaal. Onder de keileemlaag ligt een dik watervoerend pakket.
Figuur 2-4. Geschematiseerde noord-zuid principe dwarsdoorsnede van de bodemopbouw en grondwaterstanden en stijghoogten aan de zuidelijke rand van het Bargerveen (gele verticale strepen zijn locaties van bodemboringen uit DINO-loket)
Waterpeilen Het peilverloop in het Bargerveen volgt van noord naar zuid een getrapt verloop. De waterpeilen in de hogere delen van het Schoonebeekerveld bevinden zich op 18,6-18,9 m NAP. Langs de zuidelijke rand van het Bargerveen is dit overwegend 17,5 m NAP, met uitzondering van de slenk naar Weiteveen. De peilen in het aanliggende landbouwgebied en de sloot langs de Stheemanstraat liggen meer dan 3 m lager (zo’n 14 m NAP). Ondiepe grondwaterstand De grondwaterstand in het Bargerveen (zwarte lijn in Figuur 2-4) wordt beïnvloed door neerslag, verdamping, oppervlakkige afstroming en de doorlatendheid van het veen. Oppervlakkige afstroming vindt plaats over maaiveld en door greppels. Dit treedt vooral op in de winter, als de grondwaterstand vrijwel aan maaiveld staat. In de zomer houdt oppervlakkige afstroming op. Door verdamping en wegzijging naar de tussenzandlaag daalt dan de grondwaterstand in het veen. De horizontale stroming van grondwater in het veen is beperkt door de lage doorlatendheid van het veen. De oppervlakkige afstroming over het veen en de horizontale stroming door het veen worden samen ook wel laterale afstroming genoemd. Naast deze horizontale stroming is er vanuit het veenpakket sprake van een neerwaartse grondwaterstroming (wegzijging) naar de tussenzandlaag.
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
14
Projectgerelateerd
Stijghoogte tussenzandlaag De stijghoogte in de tussenzandlaag (rode lijn in Figuur 2-4) wordt beïnvloed door infiltratie vanuit het veen, neerwaartse grondwaterstroming naar het onderliggende watervoerende pakket en horizontale stroming zuidwaarts naar het landbouwgebied. De tussenzandlaag wordt aangesneden door de sloot langs de Stheemanstraat. Door het lage peil van deze sloot treedt een versterkte horizontale stroming zuidwaarts op, wat leidt tot een verlaging van de stijghoogte. Uit door Staatsbosbeheer aangeleverde gemeten stijghoogtes volgt dat de gemiddelde stijghoogte varieert van zo’n 15 m NAP in het westen tot zo’n 16,7 m NAP in het oosten. Hieruit kan worden afgeleid dat de stijghoogtes niet jaarrond tot in de veenlaag reiken. Stiighoogte watervoerend pakket De stijghoogte in het watervoerend pakket onder de keileemlaag (blauwe lijn in Figuur 2-4) wordt beïnvloed door de (lagere) grondwaterstanden en peilen in het zuidelijk gelegen landbouwgebied, waar het grondwater opkwelt. Omdat de doorlatendheid van het watervoerend pakket relatief groot is en de bovenliggende keileemlaag een flinke weerstand heeft, wordt de stijghoogte onder het Bargerveen tot op grote afstand beïnvloed door de peilen in het landbouwgebied.
2.5.2
Ecologisch gewenste situatie
Om begrip te krijgen voor de gewenste effecten van het maatregelenpakket beschrijft deze paragraaf vanuit ecologie de gewenste (hydrologische) situatie voor de korte en lange termijn. Landschapsecologisch kader (lange termijn) De kernopgave voor het Bargerveen is de ontwikkeling van een hoogveenlandschap met een goed functionerende acrotelm (zie onderstaand kader voor toelichting van de terminologie). De acrotelm bestaat uit de bovenste paar decimeter van het levende veen, met de daarop groeiende veenmossen. Om de kernopgave te realiseren, worden hydrologische voorwaarden gecreëerd voor de ontwikkeling van vegetaties met levende veenmossen. Hieruit kan zich vervolgens een aaneengesloten veenmosdek vormen dat zich op termijn van decennia ontwikkelt tot een actieve acrotelm. Toelichting terminologie Groeiend hoogveen kan worden onderverdeeld in twee lagen: Het acrotelm (Grieks: akros = hoogste; telma = moeras) is de bovenste laag, en omvat de vegetatielaag en de veengrond. Door de groei en afsterven van plantendelen ontstaat hier de nieuwe organische stof. In hoogveen wordt de bovenste laag witveen genoemd, omdat het bestaat uit nog grotendeels onverteerd bleek strokleurig veenmos. Het katotelm (Grieks: kato = onderkant) is de onderliggende met water verzadigde laag met minder biologische activiteit.
Deze laag wordt als gevolg van de geringe nog optredende bodemvormende processen tot de geologische ondergrond geteld. De onderste veenlaag bestaat uit zwartveen, waarbij de humusvorming vergevorderd is en die een zwartbruine kleur met nog herkenbare plantenresten heeft.
Wanneer zich een acrotelm heeft ontwikkeld, reguleert een hoogveen zijn eigen waterhuishouding. Een levend hoogveen wordt uitsluitend gevoed door zuur, voedsel- en mineraalarm regenwater en verliest primair water door verdamping. De acrotelm beweegt mee met de waterstand. Het werkt als een spons; het krimpt als het droog is en het zwelt als het nat is. Het verschil tussen de hoogste en de laagste waterstand ten opzichte van maaiveld blijft zo beperkt tot 1 à 2 dm. Op die manier blijft het levende plantendek (semi-) permanent waterverzadigd. Het beperken van de laterale afstroming over maaiveld en door het veen is belangrijk voor het goed functioneren van een acrotelm. Die situatie wordt bereikt wanneer het maaiveld geleidelijk afloopt met een geringe hellingshoek vanaf de hoogveenkern naar de randen van het veen. Wegzijging van water naar de tussenzandlaag en de zandondergrond is in een goed functionerend hoogveenlandschap beperkt. Dit komt omdat de onderste veenlagen sterk zijn samengedrukt tot zogenaamd zwartveen door de druk van de
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
15
Projectgerelateerd
bovenliggende massa water, levend veen en afgestorven plantenresten. Zwartveen is de onderste, oudste laag van het veen. In zwartveen zijn de plantenresten ver ontbonden en door de druk van de bovenliggende lagen samengedrukt. Zwartveen is zeer slecht waterdoorlatend. Het hoogveen vormt zo zijn eigen onderafdichting. Hoogveendoelstellingen voor de korte termijn (termijn van het Beheerplan) Voor de korte termijn is de kernopgave voor het Schoonebeekerveld: “Het op gang brengen van hoogveenvorming in herstellende hoogvenen H7120 in kansrijke situaties, met het oog op ontwikkeling van actieve hoogvenen (hoogveenlandschap) H7110_A” (Beheerplan 2017). Dit betekent voor de korte termijn dat hydrologische condities gecreëerd moeten worden voor het op gang brengen van hoogveenvorming. In de Landschapsecologische systeemanalyse van het Schoonebeekerveld (2020) is aangegeven dat er op een aantal locaties nog weinig vergraven witveen aanwezig is waar de ontwikkeling richting Actief hoogveen mogelijk is (zie de rode vlakken in Figuur 2-5).
Figuur 2-5. Schematische weergave van de te verwachten ontwikkelingen in de vegetatie van het Schoonebeekerveld. Veenmosrijke natte heiden kunnen zich tot actief hoogveen ontwikkelen terwijl bovenveengraslanden zich richting herstellend hoogveen ontwikkelen. (Bron: Landschapsecologische syteemanalyse Schoonebeekerveld (2020)).
Witveen is de bovenste laag in het hoogveen. Hier zijn de ontbonden delen van planten nog duidelijk zichtbaar. Witveen heeft een lossere structuur en kan goed water bergen, maar witveen is niet in staat om te zwellen of te krimpen onder natte of droge omstandigheden, zoals een acrotelm in een levend hoogveen. Het waterbergend vermogen van het witveen kan wel zorgen voor permanent natte omstandigheden die geschikt zijn voor hoogveenherstel. De keerzijde van de goede waterberging van witveen is een goede waterdoorlatendheid. In de huidige situatie verliezen de witveenrestanten in het Schoonebeekerveld water door laterale afstroming (zwarte pijlen in Figuur 2-4). Voor de ontwikkeling van hoogveen op witveen is het van belang dat de stijghoogte in een groter gebied tot in de veenbasis komt en de waterverliezen door laterale afstroming worden beperkt. Rondom die zogenaamde ‘hoogveenregeneratiegebieden’ liggen sterker vergraven veenrestanten en dunnere lagen zwartveen. De kansen voor de ontwikkeling van hoogveen in die veenrestanten zijn ongunstig vanwege lekkages naar de tussenzandlaag en het beperkte waterbergend vermogen van het zwartveen. Het kost meer moeite om in deze veenrestanten een constant waterpeil te realiseren dat nodig is voor de ontwikkeling van hoogveen. Daarom is ervoor gekozen om deze gebieden ondersteunend te
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
16
Projectgerelateerd
laten zijn aan de hoogveenregeneratiegebieden. Bij de ondersteunende gebieden is een verhoging van de stijghoogte in de tussenzandlaag wenselijk, zodat het waterverlies naar de ondergrond wordt beperkt.
2.5.3
Maatregelen aan de zuidkant van het Bargerveen
Deze paragraaf gaat in op de invloed van de verschillende maatregelen die worden genomen aan de zuidkant van het Bargerveen op de grondwaterstroming en stijghoogtes. Figuur 2-6 geeft de maatregelen en hun werking op de grondwaterstanden en stijghoogten schematisch weer.
Figuur 2-6. Noord-zuid principe dwarsdoorsnede van de bodemopbouw aan de zuidelijke rand van het Bargerveen met de principewerking maatregelen op de grondwaterstanden en stijghoogten (gele verticale strepen zijn locaties van bodemboringen uit DINO-loket)
Binnen het Bargerveen worden kades aangelegd, sloten en greppels gedempt en de peilen in de heischrale graslanden van het Schoonebeekerveld verhoogd. Deze interne maatregelen in het Bargerveen zelf zijn geen onderdeel van dit MER, maar worden voor de volledigheid wel toegelicht. De voorgenomen activiteit die in het MER is onderzocht bestaat uit 3 maatregelen: De aanleg van een bufferzone met grote waterplassen met hogere peilen De aanleg van een kade op de overgang van het Bargerveen en de bufferzone Het dempen van de diepe sloot aan de Stheemanstraat op de overgang van het Bargerveen en de bufferzone. 1. Kades en dempen van sloten en greppels in het Bargerveen (buiten dit MER) Met nieuwe kades worden compartimenten gemaakt, waarbinnen op een hoog waterpeil kan worden gestuurd. De kades worden bekleed met keileem en reiken tot de veenbasis. In de winterperiode stijgen de grondwaterstanden tot de ingestelde afvoerhoogte, en in vergelijking met de huidige situatie zullen hoge grondwaterstanden langer gehandhaafd blijven. Uit praktijkervaring in het Meerstalblok blijkt dat door aanleg van keileemkades jaarrond stabiele peilen optreden in de veenlaag, op voorwaarde dat ook de wegzijging naar de zandondergrond is beperkt. Het dempen van sloten en greppels leidt ertoe dat de ontwatering van het veen wordt verminderd waardoor de grondwaterstand hoger wordt.
Door stijging van de grondwaterstand in de veenlaag, neemt de wegzijging naar de tussenzandlaag iets toe en zal de stijghoogte in de tussenzandlaag enigszins stijgen. Door de relatief grote weerstand van de keileem en het grote doorlaatvermogen van het watervoerend pakket is het effect op de diepere stijghoogte gering. 2. Verhogen peilen in de heischrale graslanden Schoonebeekerveld (buiten dit MER) De heischrale graslanden liggen aan de rand van het Schoonebeekerveld tussen het lagergelegen landbouwgebied en de gebieden van herstellend en actief hoogveen. Peilverhoging in dit gebied is vooral
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
17
Projectgerelateerd
gericht op het verhogen van de grondwaterstand in het restveen en op het verminderen van de laterale afstroming vanuit de hoger gelegen veengebieden in het Bargerveen. Door de hogere peilen wordt de grondwaterstand verhoogd en het verschil met de grondwaterstand in de aanliggende veengebieden kleiner. Dit leidt in principe tot een afname van de horizontale stroming en is ondersteunend aan de werking van de kades. Door de verhoogde grondwaterstand neemt het drukverschil tussen de grondwaterstand en de stijghoogte in de tussenzandlaag toe en zal er meer wegzijging zijn. Dit leidt tot een toename van de stijghoogte. Daarmee wordt de horizontale stroming in de tussenzandlaag onder het veengebied afgeremd. Het effect op de diepere stijghoogte is relatief gering. 3. Kade op de overgang van het Schoonebeekerveld en toekomstige bufferzone De kade op de overgang tussen het Schoonebeekerveld en de voorgenomen bufferzone wordt bekleed met keileem en wordt aangelegd tot op de veenbasis, met een hoogte variërend van zo’n 18-19 m NAP. Deze kade beperkt de laterale afstroming in zuidelijke richting door het veenpakket. Omdat de kade niet tot aan de keileem reikt, is het effect van de kade op de stijghoogte in de tussenzandlaag beperkt. Als de kade tot op de keileem zou worden aangelegd, zou dat ook de stroming door de tussenzandlaag remmen.
Maar vanwege de diepte van de keileem is dat op veel plaatsen geen reële optie, omdat er dan diepe ontgravingen en tijdelijke bemalingen noodzakelijk zouden zijn. De kade heeft geen effect op de stijghoogte in het watervoerend pakket. 4. Dempen van de diepe sloot aan de Stheemanstraat Het dempen van de diepe sloot langs de Stheemanstraat is gericht op het tegengaan van laterale afstroming in de veenlaag op de rand van het Bargerveen en het verhogen van de stijghoogte in de tussenzandlaag. Het peil in de huidige sloot is zo’n 3 m lager dan de peilen in de randzone van het Schoonebeekerveld en de sloot snijdt in de huidige situatie tot in de tussenzandlaag, waardoor ook de stijghoogte in deze laag direct wordt beïnvloed. Dempen van de sloot zorgt ervoor dat er geen grondwater meer via de watergang kan worden afgevoerd. Daarmee wordt zowel de grondwaterstand als de stijghoogte in de tussenzandlaag verhoogd. Dit heeft mede als effect dat het peilverschil tussen het Bargerveen en het zuidelijk gelegen landbouwgebied kleiner wordt, waardoor de laterale afstroming door de tussenzandlaag wordt beperkt. 5. Aanleg Buffer Zuid met hoge peilen De aanleg van een bufferzone met hoge peilen is gericht op het verhogen van de stijghoogte in de tussenzandlaag onder het Bargerveen/Schoonebeekerveld en het verminderen van de laterale afstroming door het veen.
In de bufferzone zijn zo’n 1,5 tot 2,5 m hogere waterstanden voorzien dan de oppervlaktewaterpeilen in de huidige situatie. Doordat de peilen en daarmee de grondwaterstanden in de buffer toenemen, neemt het verschil met de grondwaterstand langs de zuidelijke rand van het Bargerveen af. De hoge peilen ondersteunen het effect van de met keileem bekleedde kade op de grens van het Bargerveen. De hogere peilen leiden tot een verhoging van de stijghoogte in de tussenzandlaag onder het veen en reduceren de grondwaterstroming door de tussenzandlaag. De hoge peilen in de buffer nemen daarmee de noodzaak weg om de kade langs het Bargerveen tot op de bovenkant van de keileem in te graven.
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
18
Projectgerelateerd
3
Proces om te komen tot inrichting van de bufferzone
3.1
Inleiding
Om te komen tot de inrichting van de bufferzone is een zorgvuldig, integraal en interactief proces doorlopen, waarin van verschillende varianten naar een voorkeursalternatief (VKA) en een geoptimaliseerd voorkeursalternatief (VKA+) is toegewerkt. Het VKA+ vormt de basis voor het Schetsontwerp voor de inrichting van Buffer Zuid en het ontwerp-bestemmingsplan “Buitengebied, Buffer Zuid”. In dit hoofdstuk is beschreven hoe het proces is verlopen.
3.2
Doelen voor de bufferzone
Zoals in het vorige hoofdstuk is uitgelegd lekt momenteel grondwater aan de zuidzijde van het Bargerveen weg naar de lagergelegen omgeving. De nieuwe bufferzone moet helpen om het weglekken van grondwater tegen te gaan. De natuurdoelen en daarmee samenhangende hydrologische doelen staan centraal bij de inrichting van de bufferzone. Het behouden of verbeteren van de hydrologische omstandigheden voor wonen en landbouw zijn belangrijke nevendoelen. Verder wordt zoveel mogelijk ruimte geboden aan beleving en recreatief medegebruik. Hoofddoel: Ecologisch behoud, herstel en versterking van het Bargerveen. Daartoe is het noodzakelijk om de hydrologische omstandigheden (grondwaterstand en stijghoogte) in het Bargerveen te verbeteren. Nevendoelen zijn: De waterhuishouding voor de landbouw te verbeteren (waaronder wateraanvoer); De (bebouwde) omgeving te beschermen tegen hoge waterstanden. Om de nevendoelen te bereiken komen er waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied ten zuiden van het Bargerveen. Deze maatregelen zijn uitgewerkt in het “Projectplan watersysteem Nieuw Schoonebeek” en worden planologisch vastgelegd in een nieuw Bestemmingsplan “Buitengebied, Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen”. Voor deze plannen is een m.e.r.-beoordeling opgesteld. Uit de m.e.r.-beoordeling blijkt dat de maatregelen geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben.
De maatregelen in het landbouwgebied en in Buffer Zuid hangen met elkaar samen. Het ene project kan niet zonder het ander. In het MER voor Buffer Zuid is ervan uitgegaan dat de maatregelen in het landbouwgebied worden uitgevoerd volgens het Projectplan Waterwet. In het MER zijn de effecten in samenhang bekeken. In het ontwerp van Buffer Zuid zijn de volgende randvoorwaarden meegenomen: Voorkomen negatieve effecten op de (woon)omgeving; Geen negatieve hydrologische effecten op de landbouw (buiten het plangebied); Robuust inrichten voor extreme weersomstandigheden (droogte en hoosbuien, o.a. door waterretentie); Respect voor aardkundige, cultuurhistorische en archeologische waarden; Behoud van landschappelijke kwaliteiten; Invulling geven aan natuurinrichting (Buffer is onderdeel van Natuurnetwerk Nederland (NNN)). Tot slot zijn er de volgende wensen: Mogelijkheden voor recreatief medegebruik, voor zover niet conflicterend met ecologische en hydrologische opgaven; Versterken van de landschappelijke kwaliteit en de cultuurhistorische identiteit van het gebied.
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
19
Projectgerelateerd
3.3
Van doelen naar inrichting van Buffer Zuid
In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (2014) stond al aangegeven dat er nog een aantal ontwikkelopgaven lagen voor de inrichting van de bufferzone. Dit zijn opgaven ten aanzien van de waterbalans en wateraanvoer, landschappelijke inpassing, gesloten grondbalans, mogelijkheden voor recreatief medegebruik en de klimaat robuuste inrichting. Deze ontwikkelopgaven zijn in dit MER onderzocht langs twee sporen: 1) landschappelijke inrichting en medegebruik en 2) de hydrologische uitwerking. Uit deze twee sporen is een voorkeursalternatief (VKA) voor de inrichting van de bufferzone bepaald dat verder is geoptimaliseerd tot een VKA+ (zie Figuur 3-1).
Figuur 3-1. Processtappen van doelen naar inrichting van Buffer Zuid met in blauw de stappen die in het MER zijn gedaan als onderdeel van het proces (in groen) tot het Schetsontwerp voor de inrichting van Buffer Zuid en het “ontwerp-bestemmingsplan.
3.3.1
Inrichtingsvarianten
Samen met de Projectgroep Buffer Zuid8 zijn inrichtingsvarianten ontwikkeld. In een aantal schetssessies zijn de ideeën en wensen uit de omgeving voor de landschappelijke inpassing en de mogelijkheden voor medegebruik opgehaald. De ideeën zijn met de Projectgroep uitgewerkt. Er zijn vier inrichtingsvarianten verkend, te weten: Slagenlandschap, Land en Water, Gradiënt, Beek en Veen. Hierin waren verschillende inrichtingsmogelijkheden en vormen van medegebruik opgenomen.
8
In de Projectgroep waren de volgende partijen vertegenwoordigd: Dorpsraad Nieuw Schoonebeek, Werkgroep (later Stichting) Tussen Beek en Veen, LTO Noord, gemeente Emmen, waterschap Vechtstromen, Staatsbosbeheer en Prolander (zie paragraaf 1.6).
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
20
Projectgerelateerd
In Hoofdstuk 4 van dit MER zijn deze inrichtingsvarianten beschreven en is het resultaat van de toetsing op milieueffecten gegeven. Er is voor gekozen om alleen de conclusies in Deel A van dit MER te vermelden om snel tot de kern van de beslisinformatie te komen. De onderbouwing van alle effecten is in deel B (Hoofdstuk 11) gegeven.
3.3.2
Verkenning hydrologisch functioneren
Ter ondersteuning van de variantenafweging, zijn de inrichtingsvarianten doorgerekend met een grondwatermodel om de verandering van de grondwaterstand en de stijghoogte onder het Bargerveen te berekenen. Daarvoor is het grondwatermodel MIPWA gebruikt. De aanpassingen aan het MIPWA-model, de kalibratie en de gevoeligheidsanalyse van het grondwatermodel zijn beschreven in Grondwatermodel Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 14, bestemmingsplan). Uit de berekeningen is gebleken dat de peilen in de bufferzone bepalend zijn voor de mate waarin de stijghoogte onder het Bargerveen toeneemt, welke effecten naar de omgeving optreden (landbouw en bebouwing) en hoeveel water moet worden aangevoerd. De wateraanvoer en het peilbeheer zijn verder verkend met de experts van het Hydrologieteam 9 (Principeafweging inrichting Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2017 (bijlage 17, bestemmingsplan)). Uit deze verkenning van het hydrologisch functioneren van de bufferzone is een hydrologisch voorkeursprincipe gekomen waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden door de Bestuurscommissie Bargerveen-Schoonebeek. Het hydrologisch voorkeursprincipe vormde de basis voor het voorkeursalternatief.
3.3.3
Voorkeursalternatief
Uit het landschappelijke en hydrologische spoor is het Voorkeursalternatief (VKA) voor de inrichting van de bufferzone bepaald. Het VKA is een combinatie van de varianten Gradiënt en Beek en Veen en het hydrologisch voorkeursprincipe. In de tussentijd had waterschap Vechtstromen het GGOR voor het landbouwgebied geactualiseerd (GGOR 2021). In de berekeningen van het VKA zijn de GGOR-peilen (2021) meegenomen. Het VKA is beschreven in Hoofdstuk 5.
3.3.4
Optimalisatie van het voorkeursalternatief
De Commissie m.e.r. heeft het concept MER Buffer Zuid van het Bargerveen met de milieubeoordeling van het VKA in het voorjaar van 2021 getoetst. In het uitgebreide advies heeft de Commissie m.e.r. om een aantal aanvullingen gevraagd voor een betere besluitvorming. In 2021 is verder onderzoek gedaan om zorgvuldig antwoord te kunnen geven op de vragen van de Commissie m.e.r. In de zomer van 2020 is een Landschapsecologische systeemanalyse (LESA) van het Bargerveen uitgevoerd. Op basis van de LESA worden hogere peilen in het Bargerveen gehanteerd. Dat betekende meer mogelijkheden voor de peilen in de bufferzone. Dit is meegenomen in de hydrologische optimalisatie. Ten opzichte van het VKA, is in de hydrologische optimalisatie gezocht naar de mogelijkheden om zoveel mogelijk water te conserveren en de aanvoer in de zomer te beperken. Daarbij is een oppervlaktewatermodel opgesteld in SOBEK om de waterbalans en peilen in de bufferzone beter te simuleren. De modelparameters van het oppervlaktewatermodel zijn beschreven in Technisch achtergrondrapport oppervlaktewatermodel Bargerveen en Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 2022 (bijlage 15, bestemmingsplan). De effecten op de grondwaterstanden en de stijghoogte zijn vervolgens met het grondwatermodel doorgerekend. 9
Een expertteam van hydrologen van waterschap Vechtstromen, gemeente Emmen, Staatsbosbeheer, provincie Drenthe en Prolander (zie paragraaf 1.6).
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
21
Projectgerelateerd
Met de nadere informatie naar aanleiding van het advies van de Commissie m.e.r. en gesprekken met hoogveendeskundigen, de hydrologische optimalisatie en het toekomstig ruimtegebruik is het VKA geoptimaliseerd tot een VKA+. Het VKA+ vormt de basis voor het Schetsontwerp voor de inrichting van Buffer Zuid. En het Schetsontwerp vormt weer de basis voor het ontwerp-bestemmingsplan. In Hoofdstuk 5 van dit MER is het VKA+ beschreven en in Hoofdstuk 6 getoetst op milieueffecten.
30 augustus 2022
BE3102-MI-220428-v.01
22
Projectgerelateerd
4
Vergelijking inrichtingsvarianten
4.1
Inleiding
Om te komen tot inrichtingsvarianten is onderzocht hoe de bufferzone ingepast kan worden in ‘het verhaal van de plek’. Dat ‘verhaal’ gaat over het ontstaan van het gebied en de waarden en kwaliteiten ervan. Maar het gaat ook over het gebruik en de beleving van het gebied. Zoals beschreven in Hoofdstuk 3 was dit de eerste fase van het proces (periode 2015-2017). Door aanvullende informatie, veranderingen in de omgeving en nadere studie zijn deze varianten enigszins achterhaald. De inzichten zijn wel gebruikt om tot het Schetsontwerp te komen, daarom zijn ze hier voor de volledigheid gepresenteerd.