CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Toelichting WV

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7B) (81906-2023)16.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2.4.9 Grondwateroverlast Op basis van uitgevoerde berekeningen zijn geen negatieve effecten te verwachten ter plaatse van Nieuw Schoonebeek omdat deze worden afgevangen door de nieuwe GGOR-peilen in het landbouwgebied en worden afgevoerd via de nieuwe watergangen. er worden ten westen, noorden en oosten van de kern Nieuw-Schoonebeek verbrede en nieuwe watergangen aangelegd om onder andere kwelwater af te voeren.

4.2.4.10 Verdroging Het plan heeft met name een drooglegging van het landbouwgebied tot doel omdat deze te nat is. Echter kan het voorkomen dat bij droogte de aanvoer van water juist noodzakelijk is. Daartoe wordt een gemaal aangelegd.

4.2.4.11 Natte natuur De watergangen worden aangelegd in bestaand landbouwgebied. Er is geen sprake van natte natuur.

4.2.4.12 Klimaat Klimaatverandering leidt tot drogere zomers en intensievere piekbuien. Derhalve dient rekening gehouden te worden met klimaatverandering. Om te toetsen of het systeem ook voldoet met klimaatverandering, is de toetsing van het watersysteem ook uitgevoerd met een klimaatscenario. Het klimaatscenario dat hiervoor is gebruikt is de 2050WL. Het nieuwe watersysteem is doorgerekend met de neerslag en verdampingsreeks die is gecorrigeerd naar het klimaat 2050WL. Vervolgens zijn weer de waterstanden bij verschillende herhalingstijden bepaald. De maximale waterstand in de T=100 situatie is tot 6 centimeter hoger als klimaatverandering meegenomen wordt. Bij deze waterstanden is er, net als bij de toetsing met het huidig klimaat, geen sprake van 27

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

overstroming en wordt er voldaan aan de normen.

4.2.5

Watertoets

Het waterschap Vechtstromen is initiatiefnemer van het plan en derhalve nauw betrokken bij de totstandkoming van het plan. De procedure in het kader van de watertoets is doorlopen met behulp van het concept ontwerpbestemmingsplan.

4.2.6

Conclusie

De verschillende wateraspecten zijn beoordeeld en leveren geen belemmeringen op. Het planvoornemen draagt juist bij aan een verbetering van de waterhuishoudkundige situatie in en in de nabijheid van het plangebied. De watertoets is doorlopen. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect water.

4.3

Natuur

Wettelijk kader De bescherming van natuur in Nederland is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. Voorheen was de soortenbescherming in Nederland geregeld in de Flora- en faunawet en de gebiedsbescherming in de Natuurbeschermingswet 1998. Sinds 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet, Flora- en faunawet en de Boswet opgegaan in één nieuwe wet: de Wet natuurbescherming (Wnb). Gebiedsbescherming wordt ook gewaarborgd onder het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen. De wet kent daardoor zowel verbodsbepalingen als een algemene zorgplicht. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle in het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het 'nee, tenzij'-principe. Alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden, maar er kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen middels ontheffingen. Door middel van gebiedsbescherming wordt een beschermingskader geboden voor de flora en fauna binnen aangewezen beschermde gebieden.

Hieronder vallen de speciale beschermingszones volgens de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS), beschermde natuurmonumenten en staatsnatuurmonumenten.

Onderzoek Voor het plangebied is een ecologisch vooronderzoek verricht (Natuurtoets nieuwe GGOR-peilen Landbouwgebied Nieuw Schoonebeek, Royal HaskoningDHV, 11 april 2022, Bijlage 4). De natuurtoets geeft een algemene indruk van het onderzoeksgebied en de daar mogelijk voorkomende juridisch dan wel beleidsmatig beschermde natuurwaarden. Hierbij is gekeken naar de onderdelen soortenbescherming (flora & fauna) en gebiedsbescherming (Natura 2000-gebieden) uit de Wnb en naar het Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Soortenbescherming

28

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Beschermde soorten Wnb Het voorgenomen project kan effecten hebben op onderstaande krachtens de Wnb beschermde soorten en soortgroepen: Verschillende soorten vleermuizen: foerageergebied. Verschillende soorten grondgebonden zoogdieren: foerageer- en leefgebied. Verschillende soorten amfibieën: leefgebied. Broedvogels kunnen mogelijk broeden en rusten binnen de planlocatie. In verband met de zorgplicht dienen onderstaande algemene maatregelen te worden getroffen: Opslagplaatsen van materieel moeten zoveel mogelijk centraal worden gehouden en afgeschermd worden met amfibieënschermen net als de aanvoerroutes. Hiermee wordt voorkomen dat amfibieën onder het materieel kruipen om te schuilen of te overwinteren en de aanvoerroutes worden gebruikt als opwarmingsplaatsen. De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten (vleermuizen) zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, late avond en nacht. Indien ook in de schemering en het donker wordt gewerkt moet gebruik worden gemaakt van (amberkleurig) licht dat zoveel mogelijk naar beneden is gericht. Bij voorkeur worden de werkzaamheden zoveel mogelijk geclusterd in de tijd, zodat er steeds delen van het plangebied verstoringsvrij zijn.

De werklocaties worden circa 2 weken voorafgaand aan de uitvoering van de grondwerkzaamheden ongeschikt gemaakt door de vegetatie te maaien met de maaibalk afgesteld op ongeveer 10 centimeter boven maaiveld en maaisel af te voeren. Na het verwijderen van de vegetatie, bij voorkeur binnen de minst kwetsbare periode (oktober), mogen minimaal 1-2 dagen geen werkzaamheden worden uitgevoerd. Dieren die zich hebben verstopt in hun hol, krijgen zo de kans om het gebied te verlaten. Vervolgens wordt de vegetatie ongeschikt (kort) gehouden gedurende de periode dat werkzaamheden uitgevoerd worden of wordt het gebied dagelijks verstoord zodat voorkomen wordt dat hervestiging kan optreden. Werkzaamheden zo uitvoeren dat kleine (zoog)dieren de kans hebben om te vluchten naar veilige gebieden. Dus bijvoorbeeld van binnen naar buiten maaien. De werkzaamheden ook niet richting een doodlopend punt aan werken. Behoud de verbinding en doorgang naar andere leefgebieden en schuilplekken buiten de invloedsfeer van het werkgebied. Het behouden van stroken met ruigte vegetatie die in verbinding staan met gebieden geven kleine (zoog)dieren kans te vluchten naar veilige gebieden. De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden en werkt één richting op.

Als er meerder machines tegelijkertijd aan het werk zijn moeten die niet naar elkaar toe werken zodat dieren opgesloten raken. Zo wordt onnodige verstoring van dieren, planten en gevoelige habitattypen voorkomen. De werkzaamheden moeten door een deskundig ecoloog worden begeleid. Dit houdt in dat een ecoloog betrokken moet zijn bij de planning en uitvoering van de beheerwerkzaamheden. De ecoloog stelt vast of en wanneer er sprake is van kwetsbare periodes van soorten en vegetaties. Voor aanvang van de werkzaamheden controleert een deskundig ecoloog het gebied op eventueel aanwezige beschermde soorten. Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stilliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog. Bovengenoemde mitigerende maatregelen kunnen getroffen worden en worden waar

29

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

mogelijk meegegeven aan de aannemer die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de werkzaamheden.

Vissen Bij het vergraven en herprofileren van de watergangen kunnen vissen verstoord worden. In verband met de zorgplicht dienen onderstaande maatregelen te worden getroffen ten aanzien van vissen: Bij leegpompen van een watergang worden vissen en amfibieën tijdig weggevangen door een erkend ecoloog en elders uitgezet. De pomp moet visvriendelijk afgeschermd zijn, zodat er geen vissen en andere dieren in de pomp terecht komen. Het afdammen, vergraven of leegpompen van delen van watergangen wordt bij voorkeur uitgevoerd in de periode tussen 1 september en 1 november, dus na de voortplantingsperiode en vóór de winterrust van vissen en amfibieën. Verder vinden werkzaamheden in de watergang alleen plaats als de luchttemperatuur boven het vriespunt ligt en er geen ijs aanwezig is in de watergang. De temperatuur mag echter ook niet te hoog zijn, deze moet beneden de 25º C zijn. Bij koude temperaturen zijn vissen inactief en bij hele warme temperaturen kan er al snel zuurstofgebrek ontstaan. Bij baggerwerkzaamheden dient een erkend ecoloog de bagger uit te zoeken op vissen en andere waterdieren en deze uit te zetten in geschikt biotoop buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. Aanbeveling: het graven van nieuwe watergangen kan eerst plaatsvinden zodat deze als extra nieuw leefgebied gebruikt kan worden aanvullend op de te verbreden watergangen.

Aanbeveling: bij de inrichting van de watergang en oevers rekening houden met geschikt leefgebied van grote modderkruiper.

Vogels Binnen het plangebied kunnen verschillende broedvogelsoorten voorkomen. Bij de werkzaamheden dienen onderstaande maatregelen te worden getroffen ten aanzien van vogels: Indien binnen het broedseizoen wordt gewerkt, moet het werkterrein vóór het broedseizoen ongeschikt gemaakt worden voor broedvogels door vegetatie kort te maaien en kort te houden tot de werkzaamheden aanvangen. Het is wel van belang dat in deze periode de locatie ongeschikt gehouden wordt voor broedvogels door in deze de vegetatie kort te houden en continue door te werken, met name na een periode zonder werkzaamheden kunnen er toch ineens broedvogels opduiken. De ecoloog dient het werkterrein regelmatig te inspecteren. Indien nodig (als de ecoloog territoriale vogels waarneemt) worden de percelen geweidesleept tot aanvang van de werkzaamheden en als er een paar dagen niet gewerkt wordt. Het werkgebied en de omgeving wordt binnen het broedseizoen gecontroleerd op territoriale vogels en broedgevallen door een deskundig ecoloog. Indien broedgevallen worden vastgesteld binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden moeten aanvullende maatregelen worden genomen. Deze maatregelen zijn afhankelijk van de soort en de locatie waar de soort is aangetroffen. Maatregelen worden getroffen in overleg met de ecoloog.

Werkzaamheden binnen de verstoringsafstand van jaarrond beschermde nesten moeten worden uitgevoerd buiten het broedseizoen van de soort. Indien dit niet mogelijk is, zijn aanvullende maatregelen nodig. Te denken valt aan het werken buiten de

30

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

verstoringsafstand van de betreffende soort en deze verstoringsafstand in het veld te uit te zetten. Steilranden in ontgravingen en depots zijn zeer geschikte nestplaatsen voor oeverzwaluw. Deze steilranden moeten daarom voorkomen worden tijdens de werkzaamheden. Bulten zand/ grond moeten dus worden afgeplat, zodat er geen steile randen zijn. Hiermee wordt voorkomen dat werkzaamheden in het voorjaar stil komen te liggen door nesten van oeverzwaluwen. Deze nesten mogen niet verstoord worden. Gebiedsbescherming Natura 2000 De activiteiten worden niet uitgevoerd in een Natura 2000-gebied. In de nabijheid van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Bargerveen. De effecten van geluid, licht en optische verstoring op de instandhoudingsdoelstellingen van het Bargerveen kunnen door het nemen van maatregelen worden uitgesloten. Het project kan een effect hebben op stikstofdepositie. De gebruiksfase leidt tot een afname in stikstofdepositie. Het permanente effect van de afname van de ammoniakemissies door het wegvallen van de bemesting leidt tot een afname van de stikstofdepositie in grote delen van het Natura 2000-gebied Bargerveen. De maximale afname van de depositie bedraagt 1,55 mol N/ha/j. De inzet van werktuigen (met verbrandingsmotoren) tijdens werkzaamheden aan de watergangen leidt mogelijk tot een tijdelijke toename in stikstofdepositie in de omgeving van het plangebied.

In de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn diverse stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Een toename van stikstofdepositie in deze gebieden kan leiden tot verzuring en vermesting. Door verzuring kunnen daardoor gevoelige plantensoorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verslechtering van de kwaliteit van een habitattype en daarmee mogelijk het verdwijnen (dier)soorten. Door vermesting kan een beperkt aantal plantensoorten sterk toenemen ten koste van andere (zeldzame) plantensoorten die vaak gebaad zijn bij weinig stikstof. Dit heeft effect op diersoorten doordat hierdoor verandering van het leefgebied optreedt. Negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden, als gevolg van verzuring en vermesting door stikstofdepositie uit de lucht (tijdens de aanlegfase) zijn niet op voorhand uit te sluiten. Voor de aanlegfase is zekerheidshalve een aerius-berekening uitgevoerd (Stikstofdepositie Nieuw-Schoonebeek, Royal HaskoningDHV, 5 april 2022, Bijlage 5). In het Besluit natuurbescherming is een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie tijdens de bouw- en aanlegfase opgenomen.

Voorgenomen werkzaamheden voor verbreden en graven van watergangen, realisatie van kunstwerken en de bouw van een nieuw gemaal kunnen, onder de huidige wetgeving, voor stikstofdepositie vergunningvrij worden uitgevoerd. Om een volledig beeld van de effecten van het nieuwe bestemmingsplan op de stikstofdepositie binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden te verkrijgen zijn deze tijdelijke effecten wel berekend en beoordeeld. Uit de stikstofdepositieberekening met AERIUS Calculator (versie 2021) volgt dat, op basis van de aangeleverde informatie over de uit te voeren werkzaamheden in het landbouwgebied rondom Nieuw-Schoonebeek, de emissies tijdens de aanlegfase, na vermindering met de ammoniakemissies van vervallen landbouwgronden, leiden tot een tijdelijke toename van de stikstofdepositie van 0,18 mol/ha/j. Door gebruik te maken van een elektrisch alternatief voor de betonmixer, kunnen de emissies tijdens de bouw van het gemaal worden beperkt en wordt, na vermindering met de

31

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

emissies van vervallen landbouwgronden, ook geen tijdelijke toename van de stikstofdepositie binnen nabijgelegen Natura 2000-gebeiden meer berekend.

Natuurnetwerk Nederland De werkzaamheden vinden niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) plaats. Het NNN-deel ten noorden van het plangebied bestaat uit het beheertype “N00.01 Nog om te vormen naar natuur” (de nog in te richten Buffer zuid). Dit beheertype omvat gronden die in het verleden een andere functie dan natuur hebben gekend en nog niet tot andere beheertypen te rekenen zijn. Als gevolg hiervan zijn er momenteel nog geen wezenlijke kenmerken en waarden aanwezig. Negatieve effecten op het NNN zijn derhalve op voorhand uit te sluiten.

Conclusie Mogelijke verstoring van aanwezige beschermde soorten kan middels het toepassen van mitigerende maatregelen voorkomen worden. Binnen het project wordt landbouwgrond omgezet in water. Deze landbouwgrond wordt niet meer regulier bemest waardoor de emissie van stikstof (ammoniak) in de permanente gebruiksfase zal afnemen. Significant negatieve effecten tijdens de permanente gebruikssituatie kunnen daarom op voorhand worden uitgesloten. De tijdelijke effecten op stikstofdepositie zijn minimaal en van beperkte duur en kunnen derhalve aanvaardbaar worden geacht. Het bestemmingsplan kan uitvoerbaar worden geacht ten aanzien van het aspect natuur: soortenbescherming en gebiedsbescherming.

4.4

Bodem

Wettelijk kader / beleidskader In verband met de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan dient onderzoek verricht te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het plangebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens. Een nieuwe bestemming mag pas worden toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe of aangepaste bestemming.

Onderzoek Ten behoeve van de planontwikkeling is een milieuhygiënisch vooronderzoek uitgevoerd (vooronderzoek (water)bodem landbouwgebied Schoonebeek, Royal HaskoningDHV, 10 december 2021, Bijlage 6). De hypothese is dat een groot gedeelte van het plangebied onverdacht is. Grondverzet op de onverdachte locaties in het plangebied kan plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en de bodembeheernota. In het vooronderzoek is een aantal locaties/situaties geïdentificeerd die niet op voorhand als onverdacht kunnen worden aangemerkt. Voor deze locaties is in het verkennend onderzoek nagegaan in welke mate de bodemkwaliteit afwijkt. Omdat de herkomst onbekend is van de grond die in het verleden gebruikt is voor het dempen van sloten en van het materiaal waarmee dammen verstevigd zijn, is aanwezigheid van verontreinigingen zoals metalen, PAK of asbest niet uitgesloten als bodemvreemde bijmengingen aanwezig zijn. Daarnaast liggen delen van graaftracés van nieuwe

32

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

watergangen direct langs de contouren van een voormalige boor- of productielocatie of een andere als 'verdacht' aangemerkte locatie. Derhalve is en een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Verkennend (water)bodemonderzoek GGOR landbouwgebied Nieuw Schoonebeek, Royal HaskoningDHV, 14 december 2022, Bijlage 7). Hieronder zijn de resultaten van het verkennende onderzoek opgesomd: Dammen: Bij 25 van de 59 onderzochte dammen zijn in meer of mindere mate puinbijmengingen in de bodem aangetroffen. Analytisch zijn in de grond hoogstens overschrijdingen van de achtergrondwaarde gemeten. Dit geldt ook voor asbest. Bij indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit voldoet het merendeel van de geanalyseerde monsters aan de klasse 'altijd toepasbaar'. Plaatselijk vindt indeling plaats in de klasse 'wonen' of 'industrie'. Ook is in enkele gevallen sprake van indeling in de klasse ‘niet toepasbaar’ als gevolg van licht verhoogde concentraties minerale olie. Kruisende dempingen: Zintuiglijk zijn in het merendeel van de gevallen tijdens de veldwerkzaamheden geen bijmengingen in de bodem waargenomen. In één geval is een geringe bijmenging met puinresten aangetroffen. Analytisch bleek deze bodemlaag niet verontreinigd te zijn.

Verdachte tracés waterbodem: Van elk onderzocht waterbodemtracé zijn de toplaag van de waterbodem (slib/sediment), de onderliggende bodemlaag en de meest verdachte oever onderzocht. Zintuiglijk zijn incidenteel afwijkingen waargenomen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen in geringe mate. Analytisch zijn bij zes van de veertien tracés overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond. Bij indicatieve toetsing aan het Besluit Bodemkwaliteit voldoet het merendeel van de geanalyseerde monsters aan de klasse 'altijd toepasbaar'. Incidenteel leidt een licht verhoogde concentratie minerale olie tot een indicatieve indeling ‘klasse industrie’.Het onderzochte slib/sediment in de watergangen voldoet aan de normen voor verspreiden over de aangrenzende oevers. Verdachte tracés droge bodem: Zintuiglijk zijn incidenteel afwijkingen waargenomen in de vorm van bodemvreemde bijmengingen in geringe mate. Bij vier van de acht onderzochte locaties is sprake van overschrijdingen van de achtergrondwaarde. Interventiewaarden worden niet overschreden. De indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit laat zien dat de indicatieve hergebruikscategorie over het algemeen op ‘altijd toepasbaar’ uitkomt. Incidenteel leiden licht verhoogde concentraties aan minerale olie tot het indicatieve oordeel ‘industrie’.

Duikers/dammetjes: Twee van de particuliere dammetjes langs de Europaweg bleken puinhoudend te zijn. Analytisch werd geen asbest aangetoond. Voor het overige werden hoogstens overschrijdingen van de achtergrondwaarde aangetoond. Overige diverse locaties: Bij boerderij Wilmsboo zijn in één boring resten plastic/glas/asfalt in de bodem aangetroffen. Analytisch bleek deze bodemlaag boven de achtergrondwaarde verontreinigd. Indicatieve indeling voor hergebruik van eventueel vrijkomend materiaal vindt plaats in de ‘klasse industrie’. Ter plaatse van boring DIV-03 is puin in de grond aangetroffen. Analytisch is geen asbest aangetoond. Ook is er geen sprake van andere verontreinigingen in gehalten boven de achtergrondwaarde. Indicatieve indeling voor hergebruik van eventueel vrijkomend materiaal vindt plaats in de klasse ‘altijd toepasbaar’. Wegkruisingen: Ter plaatse van een groot deel van de onderzochte wegkruisingen is teerhoudend asfalt aanwezig. In de onderliggende funderingslagen (waar aanwezig) is geen asbest aangetoond en is analytisch voor het overige hoogstens sprake van overschrijdingen van de achtergrondwaarde. PFAS: Uit de toetsing van de parameter PFAS blijkt dat steekproefsgewijs in de grond geen gehalten boven de toepassingseis voor landbouw/natuur zijn gemeten.

Civieltechnische toetsing toepasbaarheid mogelijk vrijkomend zand: Uit de verrichte zeefkromme-analyses blijkt dat naar verwachting niet al het vrijkomende zand

33

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

zondermeer toegepast kan worden als ‘zand voor zandbed’. Eén derde van de onderzochte zandmonsters voldoet niet aan de RAW-criteria voor deze toepassing. De geschiktheid voor de toepassing ‘zand in aanvulling of ophoging’ is duidelijk breder: slechts één van de 24 onderzochte monsters voldoet niet aan de toepassingseisen en dan is er ook nog eens sprake van een geringe overschrijding van de eis. Beoordeling gegevens verdachte locaties: Van de Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe (RUD) zijn digitale dossiers van de in het vooronderzoek geïdentificeerde aandachtslocaties zoals weergegeven op de kaarten van bodemloket.nl gekregen. Het betreft voornamelijk voormalige NAM-locaties aangevuld met enkele locaties van andere eigenaren. Uit de dossiers komen geen concrete knelpunten naar voren die mogelijk impact kunnen hebben op de uitvoering van de plannen. Al met al zijn er in het verkennende bodemonderzoek geen (water)bodemverontreinigingen aangetroffen die gesaneerd moeten worden. De graafwerkzaamheden kunnen op basis van de uitkomsten van het onderzoek plaatsvinden met inachtneming van de basis veiligheidsmaatregelen voor het werken in (verontreinigde) grond.

Conclusie In het verkennende bodemonderzoek zijn geen (water)bodemverontreinigingen aangetroffen die gesaneerd moeten worden. De graafwerkzaamheden kunnen op basis van de uitkomsten van het onderzoek plaatsvinden met inachtneming van de basis veiligheidsmaatregelen voor het werken in (verontreinigde) grond. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar ten aanzien van het aspect bodem.

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

Wettelijk kader Erfgoedwet In het kader van de modernisering van de Monumentenwet is in het Besluit ruimtelijke ordening opgenomen dat in een bestemmingsplan niet alleen een beschrijving moet staan op welke wijze rekening gehouden wordt met aanwezige of te verwachten monumenten in de grond (archeologie), maar ook met de aanwezige cultuurhistorische waarden. Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Met de Erfgoedwet wil de overheid het cultureel erfgoed in Nederland beter beschermen. De wet regelt de omgang met Rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten.

4.5.1

Archeologie

Onderzoek Uit de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen blijkt dat het plangebied voor een groot deel een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde (waarde archeologie 4). Voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, of van werkzaamheden geldt een verbod voor bodemingrepen met een oppervlakte van meer dan 1.000 m 2 en dieper dan 30 centimeter. Voor de aanleg van deze werken dient middels een archeologisch onderzoek aangetoond te worden dat er geen archeologische waarden geschaad worden. 34

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Afbeelding 4.5 Uitsnede ontwerpbestemmingsplan Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan), met ++gearceerd de gebieden met een waarde - archeologie 4

Door RAAP is in het voorjaar/zomer 2021 een archeologisch vooronderzoek in de vorm van een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek) uitgevoerd (Plangebied Watergangen Buffer zuid te Nieuw Schoonebeek Gemeente Emmen Archeologisch vooronderzoek: een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (verkennend booronderzoek), RAAP, 26 augustus 2021, Bijlage 8). In het onderzoek zijn alleen de locaties meegenomen van de nieuwe waterlopen voor zover deze gelegen zijn binnen de, op de archeologische beleidsadvieskaart van de gemeente Emmen aangegeven, gebieden met een middelhoge of hoge archeologische verwachtingswaarde (waarde archeologie 4). Op basis van de resultaten van het verkennend booronderzoek kan de archeologische verwachtig voor grote delen van het onderzoeksgebied vanwege verstoring van de bodem of vanwege de lage en natte ligging van het (dek)zand worden bijgesteld naar een lage verwachting. Onderzoek laat zien dat enkel de gekleurde zones op afbeelding 4.6 een middelhoge tot zeer hoge verwachting blijven behouden.

35

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Afbeelding 4.6 Advieskaart archeologische waarde (geel = aaneengesloten zone met intacte podzolbodem, groen = zone met beekafzettingen)

De op de kaart geel gemarkeerde gedeelten betreffen intacte podzolbodems. Voor deze zone geldt een hoge archeologische verwachting, voor zowel het vondstenniveau als het sporenniveau. De groen gemarkeerde delen betreffen zones met beekafzettingen. Voor de zone in de directe nabijheid van de Wilms' Boo en de dekzandkop met een vindplaats is de verwachting zeer hoog. Voor de geel gemarkeerde zone wordt een karterend booronderzoek met megaboringen geadviseerd. In 2022 heeft dit aanvullend karterend booronderzoek plaatsgevonden (Plangebied Watergangen Buffer Zuid te Nieuw-Schoonebeek Archeologisch vooronderzoek: een inventariserend veldonderzoek (karterend booronderzoek), RAAP, 15 juli 2022, Bijlage 9). Het karterende booronderzoek laat zien dat de laagopeenvolging in het onderzoeksgebied bestaat uit een bouwvoor/recent verstoorde laag, soms op veen, op dekzand. In vrijwel het gehele onderzoeksgebied heeft zich een podzolbodem gevormd. De top van het dekzand is in een groot deel van het onderzoeksgebied (deels) intact (A-, E-, of B-horizont aanwezig). In geen van de boringen zijn echter bij het zeven van de top van het dekzand archeologische indicatoren aangetroffen. De oppervlaktekartering die kon worden uitgevoerd heeft geen oppervlaktevondsten opgeleverd. De kans wordt zeer klein geacht dat zich een archeologische vindplaats in het onderzoeksgebied bevindt.

Op basis van de resultaten van dit onderzoek wordt er van uitgegaan dat in het onderzoeksgebied geen archeologische resten bedreigd worden. Daarom wordt in het kader van de voorgenomen bodemingrepen geen vervolgstap uit het proces van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ) noodzakelijk geacht. Bij de groen gemarkeerde zones wordt aanbevolen archeologisch vervolgonderzoek uit te voeren bij ingrepen die dieper reiken dan 15,3 meter + NAP. Beekdalgerelateerde fenomenen laten zich niet goed in kaart brengen door middel van aanvullend booronderzoek. Er wordt 36

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

daarom geadviseerd de geplande werkzaamheden in deze zones archeologisch te laten begeleiden. De begeleiding moet plaatsvinden op basis van een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen. Voor het overige deel van het onderzoeksgebied wordt vanwege de lage archeologische verwachting geen archeologisch vervolgonderzoek aanbevolen. Als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan moet overeenkomstig artikel 5.10 Erfgoedwet melding van deze vondsten worden gedaan bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetendschap of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ter bescherming van de archeologische verwachtingswaarden is een dubbelbestemming opgenomen ter plaatse van de locaties waar een middelhoge tot zeer hoge archeologische verwachtingswaarde resteert. Voor deze dubbelbestemming geldt een vergunningenstelsel voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Werkzaamheden kunnen enkel worden uitgevoerd middels een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden. Om een vergunning te verkrijgen dient uit nader archeologisch onderzoek te blijken dat er geen archeologische waarden geschaad worden.

Conclusie Aanwezige archeologische verwachtingswaarden worden voldoende beschermd middels dit bestemmingsplan. Derhalve kan het bestemmingsplan uitvoerbaar worden geacht voor wat betreft de aspecten archeologie.

4.5.2

Cultuurhistorie en landschap

Cultuurhistorische waarden Cultuurhistorische waarden zijn tastbare elementen en structuren die een beeld geven van onze bewoningsgeschiedenis en het gebruik van het land door de mens. In afbeelding 4.7 is de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Emmen weergegeven. Het gebruik en de bewoning van het landschap door de eeuwen heen is nog steeds goed herkenbaar in het ensemble van het stroomdal van het Schoonebeeker Diep tot aan het hoogveengebied met van zuid naar noord: lagergelegen graslanden, de ontginningsbasis (Europaweg) met noordelijk ervan de boerderijen en daarachter de hoger gelegen bouwlanden en de daar weer achterliggende woeste gronden en het hoogveengebied. Dit landschappelijke ensemble heeft een hoge cultuurhistorische waarde. De historische en ruimtelijke structuur en samenhang ervan dienen herkenbaar en behouden te worden. De smalle strokenverkaveling en de Europaweg zijn cultuurhistorisch waardevolle elementen. Met de aanleg van de watergangen wordt aangesloten bij de smalle strokenverkaveling en wordt het randveenontginningslandschap in stand gehouden.

37

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Afbeelding 4.7 Cultuurhistorische waardenkaart, gemeente Emmen (2016)

Landschap Het landbouwgebied ligt tegen de noordelijk van het gebied te realiseren Buffer zuid aan. Deze buffer is hoger gelegen dan de landbouwgronden en moet zorgen voor behoud en herstel van het Bargerveen. Het landschap ten zuiden van het Bargerveen heeft in de afgelopen eeuwen een grote transformatie doorgemaakt; van hoogveenlandschap tot randveenontginningslandschap, waarin landbouw de belangrijkste functie is. Het is een door mensen geschapen landschap en kenmerkt zich door de smalle strokenverkaveling met een afwisseling van graslanden en bouwlanden. Als gevolg van de vervening is een slagenlandschap ontstaan met lange en smalle percelen met ertussen sloten, ontgonnen vanaf ontginningslijnen waarlangs lintbebouwing is ontstaan. In de laatste decennia heeft een schaalvergroting plaatsgevonden, wat ten koste is gegaan van de fijnmazigheid van het slagenlandschap. In het gebied is aan

38

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

de oppervlakte reliëf ontstaan door verschillen in de hoogten van de vaste ondergrond (het zand of keileem) en de (gedeeltelijk) afgegraven veengronden. Ter hoogte van de dorpen heeft het landschap een iets meer gesloten karakter met her en der elzensingels, erfbeplanting en eikenrijen langs de historische kavelpaden. De landschappelijk waardevolle elementen en structuren in het randveenontginningslandschap zijn: 1. Langgerekte smalle strokenverkaveling; 2. Europaweg met daaraan de boerderijen en doorkijken naar het achterliggende ontgonnen land; 3. Openheid; 4. Microreliëf; 5. Bosje Rikken-Jan. Bij de situering van de watergangen is zoveel mogelijk rekening gehouden met en aansluiting gezocht bij de structuur van het landschap. Het randveenontginningslandschap blijft in stand met respect voor het bestaande slagenlandschap.

Conclusie Het bestemmingsplan maakt de realisering van hoofdwatergangen mogelijk. Bij de situering van de watergangen is zoveel mogelijk rekening gehouden met en aansluiting gezocht bij de structuur van het landschap. Het randveenontginningslandschap blijft in stand met respect voor het bestaande slagenlandschap. Het bestemmingsplan is daarmee uitvoerbaar voor wat betreft het thema cultuurhistorie en landschap.

4.6

Bedrijven en milieuzonering

Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen. Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of de in het plangebied te realiseren functies een belemmering betekenen of van invloed zijn op het wonen binnen (of in de directe omgeving van) het plangebied, of dat er functies in de omgeving van invloed zijn op realisering van nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Het bestemmingsplan gaat niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, dan wel voor wonen belemmerende activiteiten. Hierdoor is (nader onderzoek naar) een specifieke milieuzoneringsregeling niet noodzakelijk.

Conclusie Het bestemmingsplan gaat niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, of voor wonen belemmerende activiteiten. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

39

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

4.7

Verkeer

Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen.

Onderzoek Het bestemmingsplan gaat enkel uit van de realisering van waterhuishoudkundige maatregelen. Deze functie heeft geen invloed op het aspect verkeer. Er worden binnen het bestemmingsplan geen nieuwe wegen of vergelijkbare voorzieningen gerealiseerd.

Conclusie Het bestemmingsplan kan met het oog op het aspect verkeer uitvoerbaar worden geacht.

4.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Het Nederlandse wettelijke stelsel voor luchtkwaliteitseisen wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen', van de Wet milieubeheer. Dit wettelijk stelsel wordt ook wel de 'Wet luchtkwaliteit' ('Wlk') genoemd. Uit de 'Wet luchtkwaliteit' volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden; 2. Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo verbetering van de luchtkwaliteit plaats door mitigerende maatregelen; 3. De voorgenomen ontwikkeling draagt "niet in betekenende mate" (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de afzonderlijke concentraties van de componenten NO2 en PM1 0 veroorzaakt van maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarden van NO2 en PM1 0. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 ; 4. De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Onderzoek Er worden in beginsel als het gaat om de realisering van waterhuishoudkundige maatregelen geen activiteiten mogelijk gemaakt die bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit.

Voor wat betreft het aspect luchtkwaliteit is het plan daarom op dit onderdeel niet van invloed op de omgeving. Verder zijn er geen bestaande activiteiten in de omgeving van het plangebied die qua luchtkwaliteit van invloed zouden kunnen zijn op de ontwikkelingen binnen het plangebied. Gesteld kan worden dat het plan voor zover het betreft de realisering van de buffer "niet in betekenende mate" bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

40

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

4.9

Geluidhinder

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd.

Onderzoek Er worden in beginsel met de aanleg van de waterhuishoudkundige maatregelen zelf geen geluidgevoelige of geluidproducerende activiteiten mogelijk gemaakt. Qua geluid is het plan daarom niet van invloed op de omgeving. Er zijn geen bestaande activiteiten in de omgeving van het plangebied die qua geluid van invloed zouden kunnen zijn op de ontwikkelingen binnen het plangebied.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.

4.10

Externe veiligheid

Wettelijk kader Met de publicatie van de besluiten externe veiligheid inrichtingen (Bevi), externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en externe veiligheid transportroutes en de algemene regels op grond van de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit, Vuurwerkbesluit) heeft het Rijk belangrijke kaders voor het beleid over externe veiligheid vastgesteld. De komende jaren zal de reikwijdte van deze besluiten worden uitgebreid. Het betreft de volgende besluiten: Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi): Veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi): Regels over de veiligheidsafstanden en berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb): Veiligheidsnormen voor buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen. Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt): Normen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen worden vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes en de Regeling Basisnet. 41

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Onderzoek In het plangebied worden geen kwetsbare of beperkt kwetsbare activiteiten gerealiseerd. Volgens de Risicokaart voor Drenthe (afbeelding 4.8) wordt ter hoogte van de Dordseweg het plangebied gekruist door een hogedrukaardolietransportleiding (000696) van de NAM. De 10-6 risicocontour ligt buiten de belemmeringenzone van de transportleiding. Aan de Kerkenweg 3 is een zwembad gelegen alwaar gevaarlijke stoffen in beperkte mate opgeslagen worden. De 10-6 risicocontour van het zwembad blijft binnen de inrichtingsgrens en valt daarmee buiten het plangebied van dit bestemmingsplan. Omdat er geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten worden mogelijk gemaakt binnen het plangebied, is nadere toetsing ten aanzien van externe veiligheid niet aan de orde. Uiteraard dient er bij de aanleg van de watergangen rekening gehouden te worden met de ligging van de transportleiding.

Afbeelding 4.8 Ligging aardolietransportleiding en zwembad (bron: Risicokaart)

Conclusie Het plan is ten aanzien van het aspect externe veiligheid aanvaardbaar. Het nemen van maatregelen of het stellen van (bouw- of gebruiks-)beperkingen is niet aan de orde.

4.11

Ontplofbare oorlogsresten

Wettelijk en beleidskader In Nederland zijn in de (Eerste en) Tweede Wereldoorlog (WOII) veel munitie en explosieven achtergebleven in de (water)bodem, die niet tot ontploffing zijn gekomen: ontplofbare oorlogsresten (OO). Op het moment dat in de nabijheid van deze ontplofbare oorlogsresten trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd,

42

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

kunnen deze alsnog afgaan. Denk bijvoorbeeld aan werkzaamheden als graven, boren, heien en grondverzet. Dit levert gevaar op voor de veiligheid en gezondheid van werknemers, uitvoerders en andere personen in de omgeving van de werkzaamheden. Om de risico's van ongewenst afgaan van OO zoveel mogelijk te beperken, is voldoende en goed vooronderzoek (en indien nodig vervolgstappen opsporing) door een deskundige belangrijk. Het opsporen van OO die als gevolg van de WOII in de (water)bodem zijn achtergebleven, mag op grond van het Arbobesluit alleen plaatsvinden door bedrijven die hiervoor gecertificeerd zijn. Bijlage XII bij de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling bij de Arbowet) bevatte het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). Deze is per 1 januari 2021 vervangen door het Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO). In het CS-OOO staat beschreven welke bronnen in het vooronderzoek (tenminste) moeten worden geraadpleegd en op welke wijze de beoordeling van het bronnenmateriaal moet plaatsvinden. Hiermee is de 'minimale onderzoeksinspanning' voor het vooronderzoek omschreven.

Onderzoek In verband met de grondwerkzaamheden die ter plaatse plaats zullen vinden is onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO) (Vooronderzoek 1862035-VO-02 kn Bargerveen, AVG, definitief versie juli 2016, Bijlage 10). De in 2021 gewijzigde wetgeving doet geen afbreuk aan de resultaten van het onderzoek uit 2016. Er is op basis van de beoordeelde feiten geconcludeerd dat er een indicatie is voor de mogelijke aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Kijkend naar het gehele onderzoeksgebied kan worden vastgesteld dat de volgende gevechtshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden: het neerkomen van afwerpmunitie; vliegtuigcrashes; aanleg van mijnenvelden. In het onderzoeksgebied kunnen mogelijk de volgende OO worden aangetroffen: afwerpmunitie; OO als onderdelen van vliegtuigcrashes; landmijnen. Aan de hand van literatuur en historische bronnen is een zo genuanceerd mogelijk beeld verkregen van het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied in dit bestemmingsplan en is in onderstaande afbeelding aangegeven.

43

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Afbeelding 4.9 Begrenzing onderzoeksgebied (rood omlijnd) en analysegebied (zwart omlijnd) OO Gedeelte van de Bodembelastingskaart

Afbeelding 4.10 Legenda behorend bij begrenzing onderzoeksgebied OO (in legenda nog aangegeven als conventionele explosieven (CE))

De voor OO verdachte locaties zijn getoetst aan de kaart waarop de nieuw aan te leggen watergangen zijn geprojecteerd. Op basis van de vergelijking kan geconcludeerd worden dat het plangebied samenvalt met het invloedsgebied van een bombardement (locatie B6 in afbeelding 4.9) en het invloedsgebied van een vliegtuigcrash (locatie B3 in afbeelding 4.9).

44

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Op deze locaties wordt nader onderzoek uitgevoerd. Indien resten worden aangetoond dienen deze veiliggesteld te worden. Dit veiligstellen is mogelijk. Voor het overige deel van het plangebied geldt dat de kans op het aantreffen van OO bij grondwerkzaamheden net zo groot is als de gemiddelde kans op het aantreffen van OO op als ‘onverdacht’ aangemerkte locaties in de rest van Nederland.

Conclusie Het plangebied is op twee kleine locaties verdacht op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Hier wordt nader onderzoek uitgevoerd. Indien hier resten worden aangetoond dienen deze veiliggesteld te worden. Voor het overige gedeelte is het plangebied niet verdacht op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Grondwerkzaamheden kunnen hier onder reguliere omstandigheden uitgevoerd worden. Het bestemmingsplan is met het oog op ontplofbare oorlogsresten uitvoerbaar.

45

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hoofdstuk 5

Juridische planopzet

Het bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.

5.1

Algemeen

Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten (verbeelding); de juridisch bindende regels van het bestemmingsplan (planregels); een bijbehorende toelichting (plantoelichting). Het bestemmingsplan kan geraadpleegd worden door middel van computersoftware; in ieder geval via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden door het aan- of uitvinken van planobjecten. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen.

Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP2012). De toepassing van de SVBP2012 is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de verbeelding.

5.2

Toelichting op de regels

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen.

Artikel 2 Wijze van meten 46

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen Ten behoeve van het watersysteem dient een gemaal gebouwd te worden. Dit gemaal kan gebouwd worden ter plaatse van de aanduiding 'gemaal' alwaar de bestemming 'Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen' geldt. Binnen deze bestemming zijn naast de bouw van een gemaal het landbouwkundig en het extensief recreatief gebruik toegestaan. Eveneens zijn waterlopen en landschappelijke elementen toegestaan. De bouw van gebouwen is uitgesloten, met uitzondering van een gemaal.

Artikel 4 Water Aan de nieuw te realiseren watergangen is de bestemming 'Water' toegekend. Bij de formulering van deze bestemming is aansluiting gezocht bij diezelfde bestemming in het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011'. De belangrijkste waterlopen, voor zover geen natuur, zijn bestemd als 'Water'. Oeverstroken, kaden en dijken vallen ook onder deze bestemming. De bestemming is mede gericht op het behoud van de natuurlijke en landschappelijke waarden. De bestemming 'Water' omvat hoofdzakelijk hoofdwatergangen. Kleinere waterlopen zoals sloten voor de afwatering vallen in principe onder de gebiedsbestemmingen, natuur- of verkeersbestemmingen.

Artikel 5 Waarde - Archeologie 4 Deze dubbelbestemming dient ter bescherming van de archeologische belangen ter plaatse van de gronden met een middelhoge tot hoge archeologische verwachtingswaarde. Daartoe is een omgevingsvergunningenstelsel opgenomen. Grondroerende werkzaamheden tot een oppervlakte van 1.000 m 2 en een diepte van 30 centimeter zijn vrijgesteld van vergunning.

3 Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan of inpassingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 7 Algemene aanduidingsregels milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied De gebiedsaanduiding 'milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied' ligt rondom het natuurgebied Bargerveen. Deze gronden zijn mede bestemd voor de bescherming van de waterhuishouding van het natuurgebied Bargerveen. Inrichtingsmaatregelen in dit gebied mogen geen negatief effect hebben op de waterhuishouding van het natuurgebied. Anderzijds mogen inrichtingsmaatregelen ten behoeve van de natuurwaarden ook geen

47

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

nadelige invloed (vernatting) hebben op het aangrenzende landbouwgebied. Binnen de milieuzone geldt een omgevingsvergunningenstelsel voor het wijzigen van het waterpeil, het aanleggen van drainage en/of het graven en/of dempen van sloten. Tevens is, met het oog op verdroging, het bebossen van gronden en boomteelt of fruitteelt gekoppeld aan een omgevingsvergunning. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor wijzigen of verwijderen van de gebiedsaanduiding van de verbeelding indien daartoe als gevolg van wijziging in gebruik, regelgeving of vergunningverlening aanleiding toe bestaat.

wetgevingzone - wijzigingsgebied 1 Binnen de 'wetgevingzone - wijzigingsgebied 1' bestaat de mogelijkheid om nieuwe NAM-leidingen aan te leggen.

Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In deze regels is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven.

Artikel 10 Slotregel Deze regel bevat de aanhalingstitel van de regels van het plan.

48

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan dient economisch uitvoerbaar te zijn, waardoor het plan inzicht moet geven in de financiële uitvoerbaarheid. De realisatie van de watergangen komt volledig voor rekening van het waterschap Vechtstromen. De gronden van de bestaande en nieuwe waterlopen en kunstwerken zijn in eigendom van het waterschap. Hiervoor zijn gronden aangekocht en heeft herverkaveling plaatsgevonden. Dit project valt onder het Lokaal Bestuursakkoord Waterbeheer 2009 waarin is afgesproken dat de kosten van planschade in overleg tussen de waterbeheerder en de gemeente worden verdeeld. Daarmee zijn de kosten, waaronder ook die ten gevolge van eventuele planschade, anderszins verzekerd. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid van het project zeker gesteld.

Grondexploitatiewet Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplan als bedoeld in afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening mogelijk. Op basis van de Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) hoeft in dit geval geen exploitatieplan vastgesteld te worden.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Inspraak

Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Op initiatief van de LTO-afdeling Schoonebeek en in samenwerking met het waterschap Vechtstromen hebben begin februari 2021 twee online-bijeenkomsten met de agrarische grondeigenaren plaatsgevonden. Samenvattende conclusie uit deze gesprekken is dat wordt vastgehouden aan de drooglegging van één meter in 90% van een peilvak. Om in de zomer beter om te kunnen gaan met droogte worden in een aantal peilvakken zomerpeilen voorgesteld met een drooglegging kleiner dan één meter. Grondeigenaren hebben hun waardering uitgesproken voor deze gesprekken en hebben, mits wordt gemonitord op gronden oppervlaktewater, op enkele wijzigingen na en voor de betreffende peilvakken ingestemd met het voorstel. Tijdens een informatiebijeenkomst zal het planvoornemen aan de hand van dit bestemmingsplan en het Projectplan Waterwet gepresenteerd worden.

49

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

6.2.2

Overleg

Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan is in nauw overleg met het Waterschap Vechtstromen tot stand gekomen. Het voorontwerpbestemmingsplan is samen met het voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, Buffer zuid' voor vooroverleg toegezonden aan de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartners verzonden. Dit was mogelijk omdat de planvorming van beide plannen raakvlakken hebben. Van 1 juni tot en met 12 juli 2022 was gelegenheid om te reageren op de voorontwerpbestemmingsplannen. De resultaten van het vooroverleg zijn weergegeven in Bijlage 11 Nota van beantwoording vooroverlegreacties. Voor zover het vooroverleg aanleiding heeft gegeven het bestemmingsplan aan te passen is dat aangegeven in de Nota en zijn deze aanpassingen in dit bestemmingsplan verwerkt. 6.2.3

Zienswijzen

Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan gezamenlijk met het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, Buffer zuid' met ingang van 11 oktober 2022 gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegen. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in Bijlage 13 Nota van beantwoording zienswijzen. Voor zover deze zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van dit bestemmingsplan is dat aangegeven in de Nota en zijn deze aanpassingen doorgevoerd in dit bestemmingsplan.

50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=b58c044b-0ed0-4632-a292-9af80fc8a580