CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Toelichting WV

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7B) (81906-2023)16.588 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Algemeen 1.2 Projectplan Waterwet 1.3 Plangebied 1.4 Huidige planologische regelingen 1.5 Leeswijzer

4 4 4 5 6 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Huidige situatie 2.2 Planvoornemen

7 7 7

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Gemeentelijk beleid 3.2 Waterschapsbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Rijksbeleid

10 10 12 13 15

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten 4.1 Milieueffectrapportage 4.2 Water 4.3 Natuur 4.4 Bodem 4.5 Archeologie en cultuurhistorie 4.6 Bedrijven en milieuzonering 4.7 Verkeer 4.8 Luchtkwaliteit 4.9 Geluidhinder 4.10 Externe veiligheid 4.11 Ontplofbare oorlogsresten

19 19 21 28 32 34 39 40 40 41 41 42

Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Algemeen 5.2 Toelichting op de regels

46 46 46

Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

49 49 49

2

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Toelichting

3

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Algemeen

In 2008 heeft het waterschap Vechtstromen in het Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregime (GGOR) voor het Natura 2000-gebied Bargerveen en voor het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek en Emmen-Zuid verschillende mogelijkheden onderzocht en vastgelegd om de gewenste grond- en oppervlaktewatersituatie in en om het Bargerveen te realiseren. Dit alles heeft tot doel het natuurgebied Bargerveen meer overlevingskansen te geven. Na een zorgvuldige afweging is in het GGOR 2008 voor het gebied ten zuiden van het Bargerveen gekozen voor de aanleg van een bufferzone van 500 meter breed over het traject tussen de Kerkenweg en de Duitse grens in samenhang met een aantal waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek. Het genoemde GGOR is in 2020 geactualiseerd. Ten behoeve van de realisatie van de bufferzone wordt reeds een bestemmingsplan in procedure gebracht. Onderliggend bestemmingsplan op basis van de Wet ruimtelijke ordening ziet alleen op de waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek voor zover deze ruimtelijk relevant zijn, zijnde de aanleg en verbreding van watergangen en de bouw van kunstwerken. De waterkundige aspecten worden op basis van de Waterwet geregeld middels een projectplan Waterwet (zie ook paragraaf 1.2).

In het GGOR is als maatregel voor het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek opgenomen dat als uitgangspunt voor het streefpeil in het landbouwgebied een minimale drooglegging van 1 meter beneden maaiveld in 90% van een peilvak geldt. Om de gewenste waterhuishouding in het landbouwgebied te kunnen realiseren zijn de volgende waterhuishoudkundige maatregelen in het landbouwgebied voorzien: In het gebied worden nieuwe waterlopen aangelegd die zorgen voor een goede afwatering. Deze waterlopen worden ook benut voor de afvoer van overtollig regenwater uit de buffer naar het Schoonebekerdiep. Het gebied wordt opgedeeld in een aantal peilvakken. Om de streefpeilen in te kunnen stellen worden stuwen en peilvakscheidingen aangebracht. Vanaf het Dommerskanaal wordt wateraanvoer gerealiseerd ten behoeve van Buffer zuid en het naastgelegen landbouwgebied. Daar waar watergangen worden gegraven zijn toegangsdammen nodig voor de eigenaren om op hun percelen te kunnen komen. Hoofdwatergangen zijn van belang voor de waterhuishouding. Om de instandhouding van deze nieuw aan te leggen waterlopen te garanderen dient de ter plaatse geldende bestemming 'Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen' herzien te worden naar een bestemming 'Water'. Onderhavig bestemmingsplan voorziet daarin.

1.2

Projectplan Waterwet

Indien een waterstaatswerk aangelegd of gewijzigd wordt door of vanwege de beheerder geschiedt dat op grond van artikel 5.4, eerste lid van de Waterwet middels een Projectplan Waterwet (hierna projectplan). Voor Nieuw Schoonebeek heeft het waterschap Vechtstromen dan ook een projectplan opgesteld: Projectplan watersysteem Nieuw-Schoonebeek (Royal HaskoningDHV, 24 augustus 2022, Bijlage 2). Het projectplan geeft een beschrijving van het betrokken werk en de wijze waarop het wordt

4

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

uitgevoerd, alsmede een beschrijving van de effecten van het plan en de eventueel daarvoor te treffen voorzieningen gericht op het ongedaan maken of beperken van de nadelige gevolgen van de uitvoering van het werk. In het projectplan voor Nieuw Schoonebeek worden de stappen beschreven die leiden tot het Gewenst Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) in het plangebied ten zuiden van Bargerveen Buffer zuid. Informatie in onderhavig bestemmingsplan is, voor zover het de aanleg en wijziging van watergangen en de bouw van kunstwerken betreft, gebaseerd op het projectplan. Het projectplan wordt separaat en parallel aan het bestemmingsplan vastgesteld en maakt alleen ter toelichting onderdeel uit van dit bestemmingsplan.

1.3

Plangebied

Het plangebied is gelegen nabij de kern Nieuw Schoonebeek en zuidelijk van de kern Weiteveen en Natura 2000-gebied Bargerveen. Het plangebied van dit bestemmingsplan omvat de nieuw aan te leggen watergangen en bijbehorende waterhuishoudkundige voorzieningen zoals stuwen en een gemaal. De watergangen zijn verspreid gelegen in het gebied dat globaal begrensd wordt door het Dommerskanaal, de Kerkenweg en de nieuw aan te leggen Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat aan de noordzijde, de landsgrens met Duitsland aan de oostzijde, de Europaweg aan de zuidzijde en de Dordseweg aan de westzijde. In afbeelding 1.1 is het plangebied weergegeven.

Afbeelding 1.1 Plangebied in rood

5

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

1.4

Huidige planologische regelingen

Voor het plangebied gelden in de huidige situatie de volgende bestemmingsplannen: Buitengebied 2011 (vastgesteld 30 oktober 2014); Nieuw-Schoonebeek (vastgesteld 30 oktober 2008); Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan) (vastgesteld 28 april 2022); Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen (vastgesteld 16 december 2021); Parapluplan Standplaatsen (vastgesteld 31 mei 2018); Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen (vastgesteld 26 april 2018). Het voorliggende bestemmingsplan 'Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen' herziet bovenstaande plannen voor zover gelegen binnen de planbegrenzing van dit bestemmingsplan.

1.5

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven. Het beleidskader op gemeentelijk, provinciaal en rijksniveau komt in hoofdstuk 3 aan de orde. De omgevingsaspecten die van belang zijn of kunnen zijn voor de realisering van de waterhuishoudkundige maatregelen worden beschreven in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 geeft het juridisch kader van het plan weer. In het laatste hoofdstuk komt de uitvoerbaarheid van het plan aan de orde.

6

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Het landbouwgebied ten zuiden van het Bargerveen wordt zowel voor veeteelt als voor akkerbouw (vooral aardappels) gebruikt. De aardappels worden voornamelijk het dichtst bij het Bargerveen geteeld. De agrariërs in Nieuw Schoonebeek geven aan dat de wisselteelt van akkerbouw en grasland gunstig is voor de kwaliteit van de bodem en dus voor hun bedrijfsvoering. Veelal worden de percelen voor het telen van de aardappels op jaarbasis verpacht aan boeren van buiten het gebied. Binnen het landbouwgebied zijn behoorlijke hoogteverschillen zichtbaar, veroorzaakt door het wel, niet of gedeeltelijk afgraven van de veenlaag. Daarnaast loopt het maaiveld binnen het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek af van noordoost naar zuidwest. De agrariërs in het gebied geven aan dat vooral in het voorjaar sprake is van natte omstandigheden op de percelen dicht bij het Bargerveen. Daardoor kunnen de agrariërs later in het seizoen met de machines het land op dan gewenst.

2.2

Planvoornemen

2.2.1

Drooglegging

In het GGOR is als maatregel voor het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek opgenomen dat als uitgangspunt voor het streefpeil in het landbouwgebied een minimale drooglegging van 1 meter beneden maaiveld in 90% van een peilvak geldt. Hiertoe worden de peilvakken en waterpeilen geactualiseerd. De drooglegging wordt mogelijk gemaakt middels een projectplan Waterwet: Projectplan watersysteem Nieuw Schoonebeek (24 augustus 2022, Bijlage 2).

2.2.2

Waterhuishoudkundige maatregelen

Naast de actualisatie van het GGOR (peilwijzigingen) zijn er aanpassingen nodig aan het watersysteem om de gewenste waterhuishouding in het landbouwgebied te realiseren. Er dienen nieuwe waterlopen aangelegd te worden die zorgen voor een goede afwatering. Deze waterlopen worden ook benut voor de afvoer van overtollig regenwater uit de buffer naar het Schoonebekerdiep. Daarnaast dienen er duikers, stuwen en een gemaal aangelegd te worden. In afbeelding 2.1 zijn de benodigde aanpassingen schematisch weergegeven. In Bijlage 1 is een leesbaare versie van deze kaart opgenomen.

7

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Afbeelding 2.1 Schematische kaart benodigde aanpassingen (in blauw nieuw aan te leggen watergangen en in paars te verbreden watergangen)

Watergangen Voor het functioneren van het nieuwe systeem worden er meerdere hoofdwatergangen aangelegd om de af- en aanvoer van water mogelijk te maken. Bij het ontwerpen van de watergangen zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: 1. Aansluiten op de bestaande watergangen (qua bodemhoogte en talud). 2. Inpassen binnen beschikbare ruimte. 3. Talud van 1:1,5. Duikers Onder de Boôvenen, de Dordseweg, de Bargerweg en de Griendtsveenstraat worden nieuwe duikers aangelegd. Onder de Europaweg waren de meeste duikers al aangelegd, er wordt er nog één toegevoegd. Deze duikers zijn van belang voor de afwatering van de nieuw aan te leggen watergangen. Daarnaast moeten enkele van deze bestaande duikers verlengd worden.

Stuwen Voor het functioneren van het watersysteem en het handhaven van de peilen worden door het plangebied heen verschillende stuwen aangelegd. Het betreft hier een viertal automatische stuwen, verscheidene handbediende stuwen en ook vaste overlaten.

Gemaal Ten behoeve van de wateraanvoer is voorzien in de realisatie van een aanvoergemaal. Het gemaal pompt het water op vanuit het aanvoertracé langs de Boôvenen (vanaf het Dommerskanaal) in de Buffer zuid. Van hieruit kan het worden verdeeld over de Buffer zuid

8

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

en het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek. Om het water ook weer te kunnen afvoeren wordt er tevens een uitstroomvoorziening richting het aanvoertracé en het Schoonebeekerdiep gerealiseerd.

Peilscheidingen en dammen In de watergangen worden peilscheidingsdammen gerealiseerd. Ten behoeve van de bereikbaarheid van de percelen, dienen meerdere dammen met duikers te worden aangelegd. Op basis van de veldinventarisatie zijn de locaties van deze dammen met duikers vastgesteld.

2.2.3

Ruimtelijke inpassing

De kunstwerken worden verdiept in het landschap aangebracht waarbij de bovenzijde overeenkomt komt met het maaiveldniveau ter plaatse. Het omgevingsbeeld verandert daardoor niet. Bij kunstwerken die automatisch werken is alleen een besturingskast boven het maaiveld zichtbaar. Daarnaast is een gemaal met krooshekreiniger en hekwerk zichtbaar.

2.2.4

Duurzaamheid

Bij de kunstwerken worden de staalconstructies, het bewegingswerk en de betonconstructie ontworpen op een levensduur van 50 jaar. Houten damwanden hebben een levensduur van 30 jaar. Onderdelen met een kortere levensduur worden zo ontworpen dat deze relatief eenvoudig vervangbaar zijn.

9

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Gemeentelijk beleid

3.1.1

Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef

De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld. De structuurvisie is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020 (vastgesteld september 2001). De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. Ook dient de structuurvisie om bedrijven, instellingen en andere overheden uit te nodigen tot en te stimuleren om passende, gewenste activiteiten en investeringen te doen die aansluiten op de weergegeven ambities en ruimtelijke mogelijkheden. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. De ruimtelijke hoofdstructuur in de structuurvisie is gestoeld op de 'lagenbenadering'. Deze benadering gaat uit van een logische opbouw van het landschap in drie lagen: Laag 1: de ondergrond: de natuurlijke basis; water, bodem, landschap en natuur; Laag 2: de netwerklaag: verbindingen; systeem van wegen, kanalen, spoorlijnen en andere verbindingen; Laag 3: de occupatielaag: wonen, werken, recreëren en voorzieningen. De gemeente kiest voor het accentueren en uitbouwen van de bestaande en aanwezige karakteristieke waarden. Deze zijn kenmerkend voor de gemeente.

Volgens de visie moet worden ingezet op versterken van de herkenbare kanalenstructuur en op het waarborgen van de openheid. Er kan worden vastgesteld dat het plangebied een grote open ruimte is afgewisseld door linten. Bij het realiseren van de nieuwe watergangen worden de (hoofd-)linten versterkt en blijft de openheid gewaarborgd. Aan de opgave vanuit de visie wordt voldaan. Vanuit duurzaamheid in tijd en ruimte ligt er een opgave vanuit het aspecten water, archeologie, cultuurhistorie, natuurwaarde en de instandhouding van het landschap en groen. Water heeft ruimte nodig en biedt tegelijkertijd mogelijkheden voor andere functies. In deze situatie draagt de realisering van de watergangen bij aan de capaciteitsuitbreiding en versterking van het bestaande kanalenstelsel. Verder kan worden opgemerkt dat de nieuwe watergangen bijdragen aan vergroting van de waterbergende functie van Buffer zuid ten gunste van het Bargerveen.

3.1.2

Ruimtelijke Waardenkaart Emmen

In het uitvoeringsprogramma behorende bij de Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is de Ruimtelijke waardenkaart (hierna: RWK) opgenomen. De RWK voorziet in de analyse van het landschap. De Ruimtelijke waardenkaart belicht de cultuurhistorische en de landschappelijke waarden van het grondgebied van de gemeente Emmen. Het geeft een beschrijving van het ontstaan van het landschap en stelt de belangrijkste karakteristieken van het landschap vast, geeft de knelpunten aan met betrekking tot hedendaagse ruimtelijke ontwikkelingen en stelt een strategie op voor behoud, versterking en ontwikkeling van het landschap in relatie tot cultuurhistorie. Het document biedt concrete handvatten voor de ontwikkeling van het landschap in relatie tot cultuurhistorie en geeft aan met welke aspecten in de planvorming

10

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

rekening dient te worden gehouden. De ruimtelijke waardenkaart hangt samen met regelingen op de gebieden als flora- en fauna, archeologie, monumenten. Vastgestelde waarden binnen deze gebieden vinden hun juridische bescherming binnen de specifieke wettelijke kaders. In de RWK zijn de waarden op deze gebieden dan ook niet “opnieuw” vastgesteld maar in woord en beeld met elkaar in verband gebracht. In de Ruimtelijke waardenkaart wordt het landschap van de gemeente Emmen onderverdeeld in een drietal grote eenheden: Het esdorpenlandschap op de zandgronden; Het landschap van de hoogvenen (grootschalige verveningen); Het landschap van de randverveningen (kleinschalige veenontginningen). Het plangebied is aangeduid als 'landschap van de randverveningen'. In de Ruimtelijke Waardenkaart Emmen wordt over ontwikkelingen in het landschap het volgende gezegd: 'Het landschap van vandaag is het resultaat van een proces van eeuwen en tegelijkertijd het vertrekpunt voor nieuwe ontwikkelingen. Want ook de komende decennia zal de ontwikkeling van het landschap onverminderd doorgaan. Ontwikkelingen moet men niet willen stoppen. Dat is een strijd die men op voorhand verliest. Ontwikkeling is immers inherent aan een levend landschap.

De opgave is ontwikkelingen zodanig te geleiden dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht, nieuwe kwaliteiten aan het landschap worden toegevoegd en dat alles zodanig dat het landschap 'zijn verhaal' kan blijven vertellen.' Hiermee worden ook de cultuurhistorische kwaliteiten bedoeld. Voor het plangebied, dat onder de kleinschalige veenontginningen valt, is dit te vertalen in de volgende beleidsuitgangspunten: Behoud van archeologische waarden. Behoud van openheid, ruimte en zichtlijnen. Behoud van waardevolle veengebieden. Behoud van de verscheidenheid aan details (zoals bebouwing). Versterken van de leesbaarheid van het gelaagde landschap. Versterken van de kwaliteit van de 'achterkant' van bebouwingslinten grenzend aan het buitengebied. Versterken van de herkenbaarheid van veenstromen.

3.1.3

De gemeente Emmen in het perspectief van het landschap

In het bestemmingsplan Buitengebied is de Ruimtelijke Waardenkaart verder uitgewerkt in het rapport “De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap”. In dit rapport worden de algemene ruimtelijke en visuele aspecten zoals beschreven in de Ruimtelijke Waardenkaart verder uitgewerkt naar een lager (meso) schaalniveau (zie Bijlage 1 bij de regels). In het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de lagenbenadering die in de 'Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef' wordt gehanteerd. De onderste lagen van landschap, natuur en bodem zijn in de Structuurvisie bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden in de netwerk- en occupatie laag. Landschap is ook in de Structuurvisie de onderlegger voor het ruimtelijke, economische beleid. Het bestemmingsplan kiest landschap als randvoorwaarde voor ontwikkelingsmogelijkheden van de aanwezige functies. Begrip en inzicht in de landschappelijke opbouw kan als inspiratiebron werken bij landschappelijke ingrepen. Het rapport “De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap", als bijlage bij de regels van het bestemmingsplan Buitengebied, biedt een handvat voor het uitwerken van nieuwe ontwikkelingen. De opgave is ontwikkelingen zodanig te geleiden dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een

11

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

oplossing worden gebracht, nieuwe kwaliteiten aan het landschap worden toegevoegd en dat alles zodanig dat het landschap 'zijn verhaal' kan blijven vertellen. Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de kleinschalige veenontginningen. Het wordt gerekend tot het gebied Schoonebeek en omgeving. In dit gebied liggen de oudste (bij Schoonebeek), jongere (bij Nieuw-Schoonebeek) en jongste (bij Weiteveen) kleinschalige veenontginningen dicht bij elkaar. Het is vooral de optelsom van de nog herkenbare cultuurhistorische karakteristieken die dit gebied zo bijzonder maakt. De gaafheid van de landschappelijke en ruimtelijke karakteristieken van Schoonebeek/Weiteveen als (zeer) hoog beoordeeld, de elementen zijn goed tot zeer goed aanwezig.

3.1.4

Cultuurhistorische waardenkaart Emmen

De Cultuurhistorische waardenkaart Emmen is op 17 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Emmen. De cultuurhistorische waardenkaart is een instrument dat in werking en uitstraling in de eerste plaats gericht is op het ruimtelijke beleidsveld. Daarnaast draagt het bij aan de meer strategische doelen van de gemeente. Een van de strategische doelen voor de regio Emmen voor 2030 (commissie Vollebregt 2016) is: 'De regio staat bekend als een aansprekende vestigingsregio met woonkwaliteit in een mooi landschap en een aangename leefomgeving. Dit onderdeel is een cruciale randvoorwaarde voor het aantrekken en vasthouden van (kennisintensieve) bedrijven en talent.' Met de cultuurhistorische waardenkaart krijgt het erfgoed van Emmen een 'zichtbare' plek in afstemming met andere beleidsvelden. Bij een Cultuurhistorische Waardenkaart is in principe alles van waarde, maar niet alles is even waardevol. Binnen het veenkoloniale landschap (randveenontginningslandschap) hebben de kanalen, wijken, wegen en grenspalen een zeer hoge historisch-geografische eindwaardering. Het plangebied Nieuw Schoonebeek is gelegen in het Schoonebeekerveld. Deze randveenontginning heeft een 'zeer hoge' gecombineerde historisch-geografische en historisch stedenbouwkundige waarde.

3.1.5

Conclusie gemeentelijk beleid

Het realiseren van de watergangen draagt bij aan het behouden en versterken van het landbouwgebied Bij de situering van de watergangen heeft als basis gediend de verschillende waterpeilen die nagestreefd dienen te worden ten gunste van de landbouw. Hierbij is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de landschappelijke indeling van het gebied, waarbij de linten in het landschap zijn behouden en waarbij de openheid in stand blijft. Er wordt zorggeddragen voor behoud van de cultuurhistorische- en landschappelijke waarden. Met het realiseren van de watergangen wordt invulling gegeven aan het gemeentelijk beleid en wordt als passend gezien.

3.2

Waterschapsbeleid

Waterbeheerprogramma Waterschap Vechtstromen 2022-2027 Het vigerende beleid van Waterschap Vechtstromen is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het Waterbeheerplan heeft een integraal en strategisch karakter. De belangrijkste punten uit het beleid kunnen als volgt worden samengevat: De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) die ook onderdeel is van het nationale en provinciale waterbeleid, vormt voor de waterschappen een leidend beginsel. Dit betekent bijvoorbeeld dat het waterschap zich met concrete maatregelen gaat inzetten om te

12

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

voldoen aan de KRW-doelstellingen voor waterkwaliteit. Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen, wordt met het ontwerpen en aanpassen van watersystemen rekening gehouden met huidige klimaatscenario's. Het realiseren van voldoende bergend vermogen in een watersysteem is daarbij een voorwaarde. Het einddoel daarbij is een robuust en klimaatbestendig watersysteem. Veiligheid vormt een speerpunt, waarbij het functioneren van de primaire en regionale waterkeringen centraal staat. Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en daarop ligt de focus bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en verbetering van bestaande watersystemen in de stedelijke omgeving. Via het watertoets proces denkt het waterschap vroegtijdig mee over de rol van het water in de ruimtelijke ontwikkeling. In het Waterbeheerprogramma van het Waterschap zijn in grote lijnen de acties beschreven die het waterschap in de periode 2022 - 2027 wil uitvoeren. Er wordt ook een doorkijk voor de langere termijn gegeven. De Waterwet kent een beleidsvormende rol toe aan de provincies. Voor Vechtstromen is het provinciale beleid beschreven in de omgevingsplannen van de provincies Drenthe en Overijssel. De provinciale plannen zijn kaderstellend voor het waterbeheerplan van de waterschappen.

In de provinciale verordeningen zijn eisen gesteld aan de voorbereiding, opzet en vaststelling van de waterbeheerplannen. In het Waterbeheerprogramma is onder andere opgenomen dat de noodzakelijke maatregelen voor het GGOR Bargerveen 2008 via een uitgebreid gebiedsproces zijn vastgesteld. Aangegeven is dat er bestuurlijke overeenstemming is over de voorgestelde maatregelen. Op het aspect water wordt verder ingegaan in paragraaf 4.2.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

De omgevingsvisie van de provincie Drenthe beschrijft de visie van de provincie op verschillende onderwerpen zoals ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. De Omgevingsvisie Drenthe functioneert daarmee als ruimtelijke structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), Provinciaal verkeers- en vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer) en het regionaal waterplan (Waterwet). De hoofddoelstelling van het omgevingsbeleid is: Het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten van de provincie. De kernkwaliteiten die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven zijn de zes Drentse landschapstypen, de cultuurhistorische deelgebieden, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. In de Omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten van deze aspecten beschreven. De Omgevingsvisie Drenthe streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaaleconomische structuur en het landbouw-, water- en natuursysteem. Dat wil zeggen dat de ruimtelijke dragers weinig gevoelig zijn voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. De meest relevante kernkwaliteiten zijn: Landschappelijke kwaliteit: Drenthe heeft een eigen kenmerkende ruimtelijke kwaliteit, een grote mate van variatie.

Het gaat om het behoud en herstel van historische waarden en het behoud van de eigen identiteit van de Drentse samenleving. In die zin dient het landschap als grondslag voor het omgevingsbeleid; Natuur: de provincie streeft naar behoud en versterken van de biodiversiteit. Aan deze

13

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

ambitie wordt invulling gegeven door het realiseren van de ecologische hoofdstructuur (EHS), nu overgegaan in Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen de NNN worden natuurfuncties behouden, hersteld of ontwikkeld. Andere ontwikkelingen zijn aanvaardbaar zolang deze verenigbaar zijn met, of ten dienste staan van, de natuurontwikkeling. Zo wordt de waterhuishouding afgestemd op de natuur- en bosdoelstellingen en sluit deze zo dicht mogelijk aan op een 'natuurlijke' waterhuishouding; Met dit bestemmingsplan wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de landschappelijke kwaliteit en wordt ruimte geboden aan water om wateroverlast en droogte tegen te gaan.

Klimaatverandering Het is duidelijk dat de kans op wateroverlast als gevolg van de klimaatverandering toeneemt. Dat betekent dat meer ruimte aan watersystemen moet worden gegeven om de risico's van wateroverlast te beperken.

Robuust landbouwsysteem Economisch gezien zijn de landbouw en de agribusiness voor Drenthe belangrijke sectoren. De primaire sector is van groot belang voor de Drentse economie en de werkgelegenheid. De landbouw bepaalt mede hoe het Drentse landschap eruitziet. Voor de landbouw streeft de provincie naar een robuust systeem. Bij te nemen inrichtingsmaatregelen voor de landbouw wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de robuuste systemen en kernkwaliteiten. Ontwikkelingen in deze gebieden mogen geen negatief effect hebben op de landbouw. In deze gebieden streeft de provincie naar een waterhuishoudkundige inrichting die is afgestemd op de functie landbouw. Met dit bestemmingsplan wordt bijgedragen aan het creëren van een robuust landbouwsysteem. De waterhuishoudkundige inrichting van het gebied wordt aangepast ten gunste van de landbouw. 3.3.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe

De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (actualisatie 2019) zorgt voor de juridische borging van de Omgevingsvisie Drenthe. De Provinciale Omgevingsverordening bestaat op dit moment uit 7 delen. Dit zijn de delen Algemeen, Ruimtelijke Ordening, Milieu, Natuur en landschap, Water, Wegen en Overige bepalingen. In de verordening is in artikel 2.6 'werken met kernkwaliteiten', vastgelegd dat, indien bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn, in het ruimtelijk plan uiteengezet wordt dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de Omgevingsvisie. In de verordening is voorts opgenomen dat een ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die deze kernkwaliteiten significant aantasten. De kernkwaliteit Landschap is van toepassing op dit bestemmingsplan. Het plangebied is gelegen binnen het landschap 'wegdorpenlandschap van de randveenontginning' (kernkwaliteit Landschap). De aanleg van de nieuwe watergangen binnen dit bestemmingsplan dient tot behoud en versterking van het randveenontginningslandschap en maakt daar ook onderdeel van uit. De situering van de watergangen sluit aan bij de structuur van het landschap, waardoor de kernkwaliteit niet

14

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

significant wordt aangetast.

Conclusie provinciaal beleid Het realiseren van de watergangen moet gezien worden als een direct gevolg van aanleg van de Buffer zuid tot behoud van het Bargerveen. Door de aanleg van de watergangen kan het gebruik van de landbouwgronden worden voortgezet en wordt daarmee de landschappelijke kwaliteit van het gebied behouden en versterkt. Het bestemmingsplan voldoet aan het provinciaal beleid en dient ter uitvoering van dit beleid.

3.4

Rijksbeleid

3.4.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid heeft onder meer de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de Structuurvisie Randstad 2040 vervangen. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water-)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen m.b.t. (inter-)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven-)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los.

De structuurvisie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk “concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig”. Voor deze drie hoofddoelen zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor alle nationale opgaven worden rijksinstrumenten ingezet, waarbij financiering slechts één van de instrumenten is. Ook decentrale overheden en marktpartijen dragen bij aan de realisatie van nationale opgaven. Dit bestemmingsplan heeft raakvlakken met Nationaal belang 10: Ruimte voor behoud en versterking van (inter-)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten geven identiteit aan een gebied en zijn van belang voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het Rijk laat de sturing tussen verstedelijking en landschap over aan de provincies, zo is er meer ruimte voor regionaal maatwerk. De provincie Drenthe is verantwoordelijk voor de landschappelijke kwaliteit van de landbouwgronden binnen dit bestemmingsplan.

15

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

3.4.2

Nationale Omgevingsvisie

De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en treedt gelijk met die wet in werking. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel (uitgezonderd Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk.

Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. Deze nationale belangen zijn: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO²-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15.

Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter-)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.

16

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

3.4.3

Besluit ruimtelijke ordening

Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze ladder is als motiveringseis opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze situatie hoeft toetsing aan de ladder niet plaats te vinden.

3.4.4

Nationaal Waterplan 2016-2021

Op 10 december 2015 hebben de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering Rijksbeleid Deltabeslissingen). Het Nationaal Waterplan is vastgesteld op basis van de Waterwet en is voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Daarnaast zijn in het Nationaal Waterplan 2016-2021 verwerkt: De gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van watersystemen in Nederland. Benodigde maatregelen en ontwikkelingen. Beheerplannen voor de stroomgebieden. Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico. Mariene Strategie. Beleidsnota Noordzee. Functies van de Rijkswateren. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 voorziet in een actualisatie van het waterbeleid op een aantal terreinen. Zo is het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd.

Het Rijksbeleid is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Daarnaast zijn de verschillende afspraken die door het kabinet zijn gemaakt de afgelopen jaren, over beleidsterreinen die raakvlakken hebben met water (zoals het Energieakkoord, de Natuurvisie en Deltaprogramma) verwerkt in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Dit beleid blijft ook afzonderlijk van kracht. Met de vaststelling van het Nationaal Waterplan 2016-2021 voldoet Nederland tevens aan eisen die uit het Europees recht voortvloeien (de Kaderrichtlijn Water, Richtlijn Overstromingsrisico's en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie). NB. In maart 2021 heeft de minister het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 aangeboden aan de kamer. Deze beleidsactualisatie heeft geen noemenswaardig effect op dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is verenigbaar met het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het nationale waterbeleid gelet op de inrichting van een veilig en betrouwbaar watersysteem. Daarnaast staat het bestemmingsplan de verhoging van de waterveiligheid niet in de weg.

17

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

3.4.5

Nationaal bestuursakkoord water

Het Nationaal bestuursakkoord water (NBW) is op 25 juni 2008 geactualiseerd. Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam en klimaatbestendig te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes. Dit bestemmingsplan voorziet in de verbetering van het watersysteem ter plaatse van het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek, mede ter vergroting van de overlevingskansen van het natuurgebied Bargerveen. Met deze verbetering van het watersysteem wordt aangesloten bij het NBW.

Conclusie Rijksbeleid Het bestemmingsplan heeft tot doel de waterhuishouding van het aansluitende Natura 2000-gebied Bargerveen (inclusief Buffer zuid) te verbeteren en sluit daarmee aan bij het Nationaal Waterplan en het Nationaal bestuursakkoord water. Bij toetsing aan de NOVI gaat het met name om het behoud en het versterken van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter-)nationaal belang en verder ook het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De realisering van de waterlopen in Nieuw Schoonebeek wordt gezien als passend binnen de uitgangspunten van de NOVI. Het bestemmingsplan loopt daarmee in de pas met de uitgangspunten van het rijksbeleid.

18

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Milieueffectrapportage

Wettelijk kader Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet mileubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan of inpassingsplan dat kaderstellend is voor, of een besluit neemt over, projecten met grote milieugevolgen een milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen (gesloten spoor). Onderdeel C van de bijlage Besluit m.e.r. (de 'C-lijst') geeft de aard en omvang van dergelijke projecten. Van andere projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of deze projecten belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordeling). Deze projecten staan in onderdeel D van de bijlage Besluit m.e.r. (de 'D-lijst'). Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen zodra een project één of meer van de beschreven activiteiten in Onderdeel D bevat, ongeacht de omvang van deze activiteiten. Deze toets, de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling, dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect.

Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. Als blijkt dat aanzienlijke nadelige milieugevolgen niet zijn uit te sluiten, is alsnog een volledige m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-procedure nodig. In afbeelding 4.1 zijn bovenstaande regels schematisch weergegeven:

Afbeelding 4.1 Schematische weergave m.e.r.-(beoordelings)plicht, bron: Ministerie van Infrastructuur en Milieu, via http://www.infomil.nl

Op basis van artikel 7.6 van de Wet milieubeheer kunnen Provinciale Staten als aanvulling op de 'C-lijst' uit het Besluit m.e.r. in de provinciale milieuverordening (of provinciale omgevingsverordening) extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aanwijzen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben en dus m.e.r.-plichtig zijn. Provinciale Staten van Drenthe hebben in haar Omgevingsverordening geen extra activiteiten met gevallen, plannen en besluiten aangewezen die m.e.r.-plichtig zijn. In aanvulling op het voorgaande is er nog een zijspoor, het open spoor, waardoor een plan m.e.r.-plicht kan gelden. Dit is het geval wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten. Dan geldt de verplichting tot uitvoeren van een Passende Beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet en daarmee de

19

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

verplichting tot het uitvoeren van een planm.e.r.

Noodzaak van een m.e.r.-beoordeling De voorgenomen activiteiten die dit bestemmingsplan mogelijk maakt zijn opgenomen in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Het betreft de volgende activiteiten en gevallen:

D3.2 De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken De activiteit D3.2 wordt niet onderverdeeld/ beperkt in gevallen (geen drempelwaarden in kolom 2). Hieruit volgt dat er een verplichte m.e.r.-beoordeling is ten behoeve van het bestemmingsplan en het projectplan waterwet waarin deze activiteiten staan opgenomen.

D13 De aanleg, wijziging of uitbreiding van een waterbeheersingsproject voor landbouwdoeleinden, met inbegrip van irrigatie- en droogleggingsprojecten In het projectplan waterwet staan de activiteiten D13 benoemd voor een totaaloppervlak van 1.685 hectare. Dit overschrijdt de drempelwaarde van 100 hectare uit kolom 2. Er volgt dus een verplichte m.e.r.-beoordeling ten behoeve van het projectplan waterwet.

D16.1 De ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D16.2 Bij D16.1 gaat het om een activiteit van 18 à 20 hectare. Dit ligt onder de drempelwaarde van m.e.r.-plichtige activiteiten op basis van C16.1 kolom 2 (dat is 25 hectare). Wel wordt de drempelwaarde van D16.1 overschreden (12,5 ha) waardoor er ten behoeve van het bestemmingsplan sprake is van een verplichte m.e.r.-beoordeling.

M.e.r.-plicht vanuit Wet natuurbescherming In aanvulling op het voorgaande is er nog een zijspoor waardoor een ontwikkeling direct m.e.r.-plichtig kan zijn. Dit is het geval wanneer significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uit te sluiten en er een Passende Beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming moet worden opgesteld. Uit de notitie stikstofdepositie (Bijlage 5 en zie ook paragraaf 4.3) blijkt dat er geen significant negatieve effecten optreden tijdens de permanente gebruikssituatie waardoor er geen sprake is van een m.e.r.-plicht in het kader van de Wet natuurbescherming.

Onderzoek Naar aanleiding van bovenstaande getrokken conclusies is een m.e.r.-beoordeling uitgevoerd (M.e.r.-beoordeling Watersysteem Nieuw-Schoonebeek, Royal HaskoningDHV, 25 augustus 2022, Bijlage 3). In de m.e.r.-beoordeling is een beschouwing gegeven van de kenmerken van het project, de omgeving van het project en de mogelijke gevolgen van het project op het milieu en de in de omgeving aanwezige waarden. Deze beschouwing geeft het bevoegde gezag; Waterschap Vechtstromen voor het projectplan Waterwet en de gemeente Emmen voor het bestemmingsplan, de nodige informatie waarmee zij een afweging kan maken of zij het

20

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk acht. In de beoordeling van de milieugevolgen is aangesloten bij Bijlage III van de Europese Richtlijn milieueffectbeoordeling. In de m.e.r.-beoordeling zijn de kenmerken van het project (criterium 1) en de locatie en omgeving van het project (criterium 2) beschouwd. Daaruit volgt dat de voorgenomen activiteiten beperkt zijn tot het plangebied en dat er geen invloeden zijn op de omgeving. Eveneens zijn de potentiële effecten beschreven (criterium 3). Gebleken is dat de voorgenomen activiteit over het algemeen geen negatieve effecten heeft op bodem (bodemverontreiniging en bodemdaling), water (grondwater, oppervlaktewater en waterkwaliteit), Natuurnetwerk Nederland, landschap, cultuurhistorie, aardkundige waarden en niet gesprongen explosieven. Voor een tweetal thema’s zijn maatregelen nodig om risico’s op negatieve effecten uit te kunnen sluiten. Dit is het geval voor soortenbescherming en archeologie.

Conclusie De gevolgen van de voorgenomen activiteiten zijn allen lokaal en er zijn ter plaatse geen andere ontwikkelingen waarmee de effecten tot grote gevolgen zouden kunnen cumuleren. De conclusie is daarom dat, mits de voorgestelde maatregelen in acht worden genomen, er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Op 28 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders derhalve besloten dat er op basis van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling geen milieueffectrapport (plan-MER) opgesteld hoeft te worden voor dit bestemmingsplan, zie hiervoor ook Bijlage 12 M.e.r.-beoordelingsbesluit. In navolgende paragrafen wordt nader ingegaan op de effecten op en ten gevolge van de verschillende omgevingsaspecten.

4.2

Water

4.2.1

Wettelijk kader

In Nederland heeft water een eigen plaats gekregen in de ruimtelijke besluitvorming via de watertoets. De watertoets houdt in dat bij het maken van ruimtelijke plannen al in een vroeg stadium bekeken moet worden wat de gevolgen zijn voor water en de ruimtelijke ordening. De watertoets is een proces waarbij overleg wordt gevoerd met de waterbeheerder. De waterbeheerder stelt in dit proces de kaders vast en geeft een wateradvies voor verschillende waterhuishoudkundige aspecten. De watertoets resulteert uiteindelijk in een waterparagraaf, die in de toelichting van het ruimtelijke plan wordt opgenomen.

4.2.2

Onderzoek

Voor Nieuw Schoonebeek heeft het waterschap Vechtstromen een projectplan Waterwet opgesteld (Projectplan watersysteem Nieuw Schoonebeek, Royal HaskoningDHV, 24 augustus 2022, Bijlage 2). In dit projectplan zijn de diverse wateraspecten van het hele watersysteem behandeld. Dit bestemmingsplan ziet op de aanleg en verbreding van watergangen en de bouw van kunstwerken. In deze waterparagraaf wordt geput uit het projectplan voor zover het de watergangen en de kunstwerken betreft. Het projectplan wordt separaat en parallel aan het bestemmingsplan in procedure gebracht.

21

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

4.2.3

Beschrijving huidige situatie

Het landbouwgebied ten zuiden van het Bargerveen wordt zowel voor veeteelt als voor akkerbouw (vooral aardappels) gebruikt. De aardappels worden voornamelijk het dichtst bij het Bargerveen geteeld. De agrariërs in Nieuw Schoonebeek geven aan dat de wisselteelt van akkerbouw en grasland gunstig is voor de kwaliteit van de bodem en dus voor hun bedrijfsvoering. Veelal worden de percelen voor het telen van de aardappels op jaarbasis verpacht aan boeren van buiten het gebied. Binnen het landbouwgebied zijn behoorlijke hoogteverschillen zichtbaar, veroorzaakt door het wel, niet of gedeeltelijk afgraven van de veenlaag. Daarnaast loopt het maaiveld binnen het landbouwgebied Nieuw Schoonebeek af van noordoost naar zuidwest. De agrariërs in het gebied geven aan dat vooral in het voorjaar sprake is van natte omstandigheden op de percelen dicht bij het Bargerveen. Daardoor kunnen de agrariërs later in het seizoen met de machines het land op dan gewenst.

Bodemopbouw De bodem in het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit veen afgewisseld met moerige gronden en een sporadische podzol. Dit houdt in dat het van nature overwegend nattere en iets zure gronden betreft waarbij met name voor de landbouw een goede afwateringstructuur van belang is. Door de bodemopbouw kan inklinking als gevolg van verdroging in het gebied optreden.

Hoogteligging In afbeelding 4.2 is te zien dat het plangebied in zuidwestelijke richting afhelt, waarbij het laagste punt op circa 14 meter + NAP ligt. Het noordoostelijk deel van het gebied heeft een maaiveldhoogte van circa 17 meter + NAP. Het hoogteverschil van het maaiveld in het plangebied bedraagt circa 3 meter.

Afbeelding 4.2 Hoogtekaart (AHN3)

Actuele grondwatersituatie

22

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

De huidige gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) varieert sterk. In het oostelijke deel van het gebied worden hoge grondwaterstanden tot aan maaiveld berekend tijdens zeer natte periodes. Meer naar het westen ligt de GHG voor het grootste gedeelte tussen de 0,5 en 0,8 meter onder maaiveld. Aan de zuidelijke rand, langs de Europaweg, ligt de GHG dieper onder maaiveld. De huidige gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt vooral beïnvloed door de drogere periodes. De GLG bevindt zicht tussen de 0,8 en 2 meter onder maaiveld. Ook in de GLG is een duidelijk verschil te zien tussen oost en west, met de diepere grondwaterstanden in het westen van het plangebied. De huidige gemiddelde voorjaarsgrondwaterstand (GVG) geeft een vergelijkbaar beeld. De diepste grondwaterstanden bevinden zich in het westen van het gebied. De GVG bevindt zich in het oosten van het gebied tussen de 0,2 en 0,5 meter onder maaiveld. In het westen ligt de GVG grofweg tussen de 0,5 en 1 meter onder maaiveld.

Waterpeilen De peilen in het landbouwgebied bevinden zich tussen 13 en 17 meter + NAP.

Af- en aanvoersituatie Het landbouwgebied watert in zuidelijk richting af naar het Schoonebeekerdiep. Het westelijke gedeelte van het landbouwgebied wordt in de huidig situatie in de zomer voorzien van aanvoerwater via het Dommerskanaal dat noordelijk van het plangebied is gelegen. Het landbouwgebied gelegen ten zuiden van de Boôvenen en de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat wordt momenteel niet voorzien van aanvoerwater in droge tijden.

4.2.4

Beschrijving toekomstige situatie

Het doel van het aanpassen van het watersysteem is het afvoeren van landelijk water. Deze functie is essentieel voor het optimaal gebruik van de landbouwpercelen. Het plan behelst voor een flink deel van het gebied tussen Buffer zuid en de Europaweg de aanleg van een nieuw watersysteem in eigendom, beheer en onderhoud bij het waterschap. Het betreft een systeem dat nog niet of beperkt aanwezig is. De functie van het watersysteem is ook het doorvoeren van water vanuit de Buffer zuid naar het Dommerskanaal en het Schoonebeekerdiep. Verder dient het watersysteem ook water aan te voeren naar het landbouwgebied. De hoofdwatergangen zijn zo ontworpen dat ook in droge perioden wateraanvoer vanuit het Dommerskanaal mogelijk is.

4.2.4.1 Grondwaterkwantiteit De inrichting van het landbouwgebied wordt gelijktijdig met de inrichting van Buffer zuid gerealiseerd. Daarom zijn de veranderingen van de grondwaterstanden berekend met de nieuwe peilen in het landbouwgebied gecombineerd met de toekomstige hoge peilen in de buffer. De effecten zijn met een grondwatermodel doorgerekend voor de wintersituatie (gemiddeld hoogste grondwaterstand; GHG) en zomersituatie (gemiddeld laagste grondwaterstand; GLG). In deze berekeningen is gebruik gemaakt van de geactualiseerde GGOR-peilen en -peilvakken van 2021. In afbeelding 4.3 en afbeelding 4.4 zijn de verschilkaarten van de GHG

23

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

en de GLG ten opzichte van de huidige situatie weergegeven. De GHG wordt voor het landbouwgebied ten opzichte van de huidige situatie voor een fors gedeelte dieper. Dit komt doordat de GGOR2021 peilen lager zijn dan de huidige peilen. Doordat wateraanvoer naar het zuidelijk landbouwgebied mogelijk wordt gemaakt, zakken in de zomer de peilen minder ver weg. Dit is te zien in de verhoging van de GLG in delen van het gebied.

Afbeelding 4.3 Berekende verandering van de GHG ten opzichte van de huidige situatie (inclusief Buffer zuid: rood omlijnd). De rode/gele kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

24

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Afbeelding 4.4 Berekende verandering van de GLG ten opzichte van de huidige situatie. De rode/gele kleuren geven een verdroging weer (diepere grondwaterstanden) en de groene/blauwe kleuren geven een vernatting weer (ondiepere grondwaterstanden)

Uit de berekeningen blijkt dat het grondwater ter plaatse van het dorp Nieuw-Schoonebeek in de GHG-situatie niet stijgt. 4.2.4.2 Grondwaterkwaliteit De verwachting is dat de wijzigingen in de waterhuishouding geen negatief effect hebben op de waterkwaliteit.

4.2.4.3 Oppervlaktewaterkwantiteit De aanpassingen aan het watersysteem betreffen het afvoeren van landelijk water. Dit is essentieel voor het optimaal gebruik van de aanliggende landbouwpercelen. Het plan behelst voor een flink deel van het gebied tussen Buffer zuid en de Europaweg de aanleg van een nieuw watersysteem in eigendom, beheer en onderhoud bij het waterschap. Een systeem dat nog niet of beperkt aanwezig is. Daarnaast is de functie van het systeem om water door te voeren vanuit de buffer naar Dommerskanaal en Schoonebeekerdiep. Verder betreft de functie van het watersysteem die van wateraanvoer naar het landbouwgebied. De hoofdwatergangen zijn daarom zo ontworpen, zo diep, dat die altijd watervoerend zijn om ook in droge perioden water ter beschikking te hebben en water vanuit het Dommerskanaal aan te voeren. Om het functioneren van het toekomstige watersysteem in extreme situaties te toetsen is een zogenaamde NBW-toetsing (NBW = Nationaal Bestuursakkoord Water) uitgevoerd.

25

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

Hiervoor is het NBW-model van het waterschap gebruikt. Vervolgens is de toekomstige inrichting toegevoegd aan het model. Voor de NBW-toetsing zijn 62 buien doorgerekend uit een historische reeks, welke is getransformeerd naar het huidige klimaat. Hieruit zijn vervolgens per herhalingstijd (T=10, T=25, T=50 en T=100) de waterstanden berekend. Afhankelijk van het gebied, geldt een bepaalde norm. Per peilgebied is vastgesteld of het voldoet aan de normen, middels overstromingskaarten gebaseerd op de waterstanden. De resultaten van de NBW-toetsing tonen aan dat er bij de toekomstige inrichting geen knelpunten ontstaan. Er wordt ruimschoots voldaan aan de overstromingsnormen. Voor het gehele plangebied geldt dat er geen overstroming ontstaat bij de T=100 situatie. Het Schoonebeekerdiep is een grenswatergang. Hierdoor moet er ook rekening worden gehouden met de Duitse manier van toetsen van watersystemen. Op dit moment is er nog geen duidelijkheid over hoe om te gaan met de Duitse manier van toetsen van het watersysteem. Voor nu is dan ook alleen nog getoetst op de normen van het waterschap Vechtstromen en is in beeld gebracht of het Schoonebeekerdiep voldoet aan de Nederlandse T=100 normering. Dat is het geval.

4.2.4.4 Oppervlaktewaterkwaliteit De verwachting is dat de wijzigingen in de waterhuishouding geen negatief effect hebben op de waterkwaliteit. Het water rondom het projectgebied is al dermate eutroof dat inlaat van water vanuit het Dommerskanaal geen invloed meer heeft op de oppervlaktewaterkwaliteit.

4.2.4.5 Waterveiligheid Het watersysteem wordt zodanig vormgegeven dat deze ruimschoots voldoet aan de overstromingsnormen (zie ook paragraaf 4.2.4.3). In het plangebied liggen geen waterkeringen.

4.2.4.6 Riolering Het plan is niet van invloed op het rioleringssysteem. Het nieuwe watersysteem is voldoende ruim om in de toekomst te kunnen voorzien in het opvangen van hemelwater uit de kern Nieuw-Schoonebeek.

4.2.4.7 Volksgezondheid Stilstaand water is een broedplaats voor micro-organismen en is derhalve ongezond. Doordat de watergangen op voldoende diepte worden aangelegd zijn ze te allen tijde watervoerend. Door de aanwezigheid van stromend water, ontbreekt er stilstaand water. Dit draagt bij aan de volksgezondheid. Door de aanleg van nieuwe watergangen zal het aandeel open water in het gebied toenemen en daarmee de kans op verdrinking. De oevers van de watergangen zullen daarom niet te stijl zijn, maar minimaal een talud van 1:1,5 hebben.

26

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied Nieuw Schoonebeek Waterschap Vechtstromen (vastgesteld)

4.2.4.8 Bodemdaling Door de hogere zomerpeilen ten opzichte van de huidige situatie en door wateraanvoer is er in het grootste deel van het plangebied sprake van een verhoging van de zomergrondwaterstanden. In enkele delen van het gebied is er ook sprake van een verlaging van de GLG. Verdergaande veenoxidatie treedt op als de GLG zich in de huidige situatie in de veenlaag bevindt en na peilverlaging tot onder de veenlaag. Met behulp van de berekende grondwaterstanden en de resultaten van door TNO uitgevoerde veenkarteringen zijn de grondwaterstanden ten opzichte van de diepteligging van de veenbasis in beeld gebracht.

In het overgrote deel van het gebied bevindt de grondwaterstand zich onder de veenlagen. De nieuwe situatie blijft vrijwel gelijk, met uitzondering van een peilvak in het noordoostelijk deel van het plangebied. Hier is in de huidige situatie deels sprake van grondwaterstanden die zich in de veenlagen bevinden. Door de voorgestelde verdere peilverlaging verlagen de grondwaterstanden tot onder de veenbasis. Dit kan lokaal mogelijk tot verdergaande veenoxidatie leiden. Ter plaatse van bebouwing is de GLG lager dan de veenbasis en wordt als gevolg van peilaanpassing geen extra veenoxidatie verwacht. Er wordt daarom geen bodemdaling verwacht bij bebouwing in en rond het plangebied als gevolg van het planvoornemen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=b58c044b-0ed0-4632-a292-9af80fc8a580