CConstaterende datEmmen
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Toelichting

Commissie Wonen en Ruimte 12 april 2023, gemeente EmmenBij agendapunt: Gewijzigde vaststelling Bestemmingsplan ‘Buitengebied, Buffer zuid’, ‘MER Buffer zuid’ en ‘beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid’ (voorstel: bespreken in combinatie met agendapunt 7C) (80708-2023)24.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

5.5.3

Cultuurhistorie en landschap

Geschiedenis Het Bargerveen is een restant van het Bourtangerveen, dat ooit circa 160.000 hectare groot was en dat grote delen van Zuidoost-Groningen, Oost-Drenthe en aangrenzende delen van Duitsland omvatte. Het Bourtangerveen is in de loop van de 19de en 20ste eeuw nagenoeg verdwenen door turfwinning en omvorming van moeras tot landbouwgebied. Het Bargerveen lag in het uiterste oosten van het Nederlandse deel van het Bourtangerveen en werd lange tijd met rust gelaten, omdat het zo slecht bereikbaar was. Maar begin 1900 werd toch gestart met de turfwinning in dit gebied, en rond de jaren vijftig was het grootste deel van de turf afgegraven. In die tijd kwam er ook meer belangstelling voor de (natuur)waarden in het Bargerveen en in 1968 kocht de Rijksoverheid de eerste 66 hectare van het resterende hoogveengebied. Dit was het begin van de ontwikkeling van het hoogveenreservaat Bargermeer. In de loop der jaren werden delen van het Amsterdamsche Veld en het Schoonebeekerveld aangekocht. Dit waren gebieden waarvan de bovengrond ten behoeve van de turfstrooiselindustrie waren afgegraven. Zo ontstond het ruim 2000 ha grote Bargerveen, dat uit drie delen bestaat: in het noorden het Meerstalblok, in het midden het Amsterdamscheveld en in het zuiden, grenzend aan het plangebied, het Schoonebeekerveld(www.landschapsgeschiedenis.nl).

Het Bargerveen is tegenwoordig een natuurgebied, met hoogveen, droge en vochtige heide, meerstallen (kleine vennen boven op het veen), steilranden, bloemrijke akkers en bosschages van els, wilg en berk. In het deel Schoonebeekerveld is de strokenverkaveling nog aanwezig. Deze verkaveling liep vanaf de ontginningsbasis, de Europaweg, tot aan de Zuidersloot, op de grens tussen het Schoonebeekerveld en Amsterdamscheveld. Ten zuiden van het Bargerveen gaat het hoogveengebied over in het stroomdal van het Schoonebeeker Diep, dat uitkomt in de Vecht. In het Pleistoceen maakte het stroomdal en een deel van de laaggelegen gronden ten oosten van Coevorden deel uit van het oerstroomdal van de Vecht. Al vanaf de 17e eeuw was het gebied bewoond, met het dorp Schoonebeek als middelpunt. Ook kleinere woonkernen als Weijerswold, Padhuis, Westerse Bos ('t Westeinde), Middendorp ('t Middendorp) en het Oosterse Bos ('t Oosteinde) bestonden toen waarschijnlijk al. De mensen woonden op geïsoleerde zandruggen/dekzandkoppen. Het lintdorp Nieuw-Schoonebeek is later gesticht. De hoger gelegen bouwlanden en de daar achterliggende woeste gronden bevonden zich aan de noordkant van de boerderijen. De lagergelegen graslanden lagen aan de zuidzijde van de 55

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

boerderijen, in het stroomdal van het Schoonebeeker Diep. De van west naar oost gelegen Europaweg is, op een paar verleggingen na, ook in het verleden een belangrijke verbindingsweg geweest tussen de dorpen in het gebied. Deze weg verbond de verschillende zandruggen, die later de hoofdas werd. De Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat vormt de grens tussen het Schoonebeekerveld (Bargerveen) en de landbouwgronden. Het Bargerveen ligt hoger dan de zuidelijk gelegen landbouwgronden; de steilrand van het Bargerveen grenst aan de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat.

Aardkundige waarden

Afbeelding 5.18 Aardkundige waarden, beschermingsniveau

De Provinciale aardkundige waardenkaart voor het plangebied is aangegeven in afbeelding 5.18. In provinciaal beleid is het beschermingsniveau in het hele gebied aangeduid als generiek. Dit betekent dat er geen aardkundige waarden van provinciaal belang aanwezig zijn (Provinciale Omgevingsverordening 2018 en Waardevol Drenthe, Beleidsnotitie Aardkundige waarden). Er ligt echter nog wel een redelijk veenpakket, wat in zijn algemeenheid een aardkundige waarde is. Veenkoloniale gronden zijn door de jaren heen gedeeltelijk verveend, gewoeld, gediepploegd en soms van drainage te voorzien. Dit om een menging van zand en veen te krijgen en daarmee geschikte landbouwgronden. In hoeverre het veenpakket nog intact is, is niet bekend. Nader bodemonderzoek kan daar inzicht in geven.

Cultuurhistorische waarden Cultuurhistorische waarden zijn tastbare elementen en structuren die een beeld geven van onze bewoningsgeschiedenis en het gebruik van het land door de mens. In is de cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Emmen weergegeven. Het gebruik en de bewoning van het landschap door de eeuwen heen is nog steeds goed herkenbaar in het ensemble van het stroomdal van het Schoonebeeker Diep naar het hoogveengebied met van zuid naar noord: lagergelegen graslanden, de ontginningsbasis (Europaweg) met noordelijk ervan de boerderijen en daarachter de hoger gelegen bouwlanden en de daar achterliggende woeste gronden en het hoogveengebied. Dit landschappelijke ensemble heeft een hoge cultuurhistorische waarde. De historische en ruimtelijke structuur en samenhang ervan dienen herkenbaar en behouden te worden. De smalle strokenverkaveling en de Europaweg zijn cultuurhistorisch waardevolle elementen.

56

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Afbeelding 5.19 Cultuurhistorische waardenkaart, gemeente Emmen (2016)

Landschap Het plangebied ligt tegen het Bargerveen aan, het laatste stukje hoogveenmoeras van Nederland. Het gebied ligt hoger dan de aangrenzende landbouwgronden ten zuiden ervan. Moeras, heide, grasland, bloemrijke akkers, water en bosschages van els, wilg en berk wisselen elkaar af. De 'rafelige randen' en de veenplassen zijn karakteristiek voor het landschap. De grote veenplassen aan de oostzijde zijn ontstaan door grootschalige mechanische turfwinning. Dit waren veenafgravingen in blokken van 100 hectare. Het landschap ten zuiden van het Bargerveen heeft een grote transformatie doorgemaakt; van hoogveenlandschap tot veenkoloniaal landschap, waarin landbouw de voornaamste functie is. Het is een door mensen geschapen landschap en kenmerkt zich door haar open karakter met een afwisseling van graslanden en bouwlanden. Als gevolg van de vervening is 57

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

een slagenlandschap ontstaan met lange en smalle percelen met ertussen sloten, ontgonnen vanaf ontginningslijnen waarlangs lintbebouwing is ontstaan. In de laatste decennia heeft een schaalvergroting plaatsgevonden, wat ten koste is gegaan van de fijnmazigheid van het slagenlandschap. In het gebied is aan de oppervlakte reliëf ontstaan door verschillen in de hoogten van de vaste ondergrond (het zand of keileem) en de (gedeeltelijk) afgegraven veengronden. Hier en daar staat nog een bosje in het overwegend open landschap, bijvoorbeeld het 'bosje Rikken-Jan' dat ten noordoosten van Nieuw-Schoonebeek ligt. Ter hoogte van de dorpen heeft het landschap een iets meer gesloten karakter met her en der elzensingels, erfbeplanting en eikenrijen langs de historische kavelpaden. De landschappelijk waardevolle elementen en structuren in het Hoogveenlandschap en Veenkoloniaal/slagenlandschap zijn: Hoogveenlandschap: 1. Rafelige randen 2. Veenplassen 3. Afwisseling van water, bosschages, heide, grasland, moeras, bloemrijke akkers, waarbij deze in het zuidelijk deel van het Bargerveen in een strokenverkaveling voorkomen Veenkoloniaal landschap/slagenlandschap: 1. Langgerekte smalle strokenverkaveling 2. Europaweg met daaraan de boerderijen en doorkijken naar het achterliggende ontgonnen land 3. Openheid 4. Micro reliëf 5.

Bosje Rikken-Jan Conclusie Dit bestemmingsplan geeft invulling aan de cultuurhistorie van het gebied, daarmee kan gesteld worden dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is voor wat betreft het thema cultuurhistorie (en landschap).

5.6

Bedrijven en milieuzonering

Beleidsmatig kader Bedrijfsactiviteiten kunnen hinder voor de (woon-)omgeving veroorzaken door lawaai, onaangename geuren, stof, trillingen, verkeers- en parkeeroverlast. Daarom is het nodig om bedrijfsactiviteiten (of andere functies die het leefmilieu belasten) op een aanvaardbare afstand van woningen of andere hindergevoelige functies te situeren, al dan niet gecombineerd met het treffen van speciale maatregelen.

Onderzoek In het kader van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of de in het plangebied te realiseren functies een belemmering betekenen of van invloed zijn op het wonen binnen (of in de directe omgeving van) het plangebied, of dat er functies in de omgeving van invloed zijn op realisering van nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Het bestemmingsplan gaat niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, dan wel voor wonen belemmerende activiteiten. Hierdoor is (nader onderzoek naar) een specifieke milieuzoneringsregeling niet noodzakelijk.

58

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Conclusie Het bestemmingsplan gaat niet uit van de realisatie van nieuwe woningen, of voor wonen belemmerende activiteiten. Verder kan worden vastgesteld dat eventuele recreatiewoningen (ecolodges) geen geluidgevoelige objecten zijn in het kader van de Wet geluidhinder. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt dan ook geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

5.7

Verkeer en parkeren

Inleiding In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet sprake zijn van een aanvaardbare afwikkeling van alle soorten verkeer. Bij ruimtelijke planning dienen verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op de het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen.

Onderzoek In de huidige situatie wordt de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat gebruikt door het landbouwverkeer en fietsverkeer. In de nieuwe situatie komt de nieuwe Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat zuidelijk van de nieuwe Zuidkade te lopen, zodat de zuidelijke gelegen landbouwgronden bereikbaar blijven voor landbouwverkeer. Er wordt in het midden van het gebied een verbindend fietspad tussen de paden aan de noord- en zuidzijde aangelegd. Dit fietspad vertelt het verhaal van energiewinning en cultuurhistorie. Binnen het bestemmingsplan zijn ecolodges, een horecavoorziening met terras en speelgelegenheid toegestaan. Deze aspecten zijn beoordeeld op de verkeerskundige effecten (Verkeerseffecten Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 20 december 2021, Bijlage 9).

Parkeren Gesteld kan worden dat gemiddeld 75 parkeerplaatsen nodig zijn voor de horecagelegenheid met bijbehorende voorzieningen. Voor wat betreft de bezoekers aan natuurgebied Buffer zuid wordt een vergelijking gemaakt met het Bargerveen. Op basis van deze vergelijking wordt gerekend op gemiddeld 24 parkeerplaatsen voor bezoekers. Langs de nieuw aan te leggen Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat worden deze parkeerplaatsen gerealiseerd. In totaliteit wordt binnen het plangebied uitgegaan van 99 parkeerplaatsen. De parkeernorm voor de ecolodges wordt gesteld op één parkeerplaats per ecolodge, zodat in totaal tien parkeerplaatsen benodigd zijn. Het parkeren voor de ecolodges is niet voorzien in dit bestemmingsplan. Uitgangspunt is dat buiten het plangebied voldoende parkeervoorzieningen aanwezig zijn, zodat voorzien kan worden in de parkeerbehoefte ten behoeve van de ecolodges. Bij realisering van de ecolodges zal de uiteindelijke locatie voor parkeren ten behoeve van de ecolodges in overleg tussen gemeente en initiatiefnemer worden bepaald.

59

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Verkeer Door de realisering van de buffer en enkele recreatieve functies moet voor het gebied rekening worden gehouden met (worst case) ongeveer 400 voertuigbewegingen per etmaal. Deze toenname leidt op de omliggende wegen niet tot onevenredige hinder. Derhalve hoeven er geen maatregelen getroffen te worden, zoals herinrichting.

Conclusie Het bestemmingsplan kan met het oog op het aspect verkeer en parkeren uitvoerbaar worden geacht.

5.8

Luchtkwaliteit

Wettelijk kader Het Nederlandse wettelijke stelsel voor luchtkwaliteitseisen wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen', van de Wet milieubeheer. Dit wettelijk stelsel wordt ook wel de 'Wet luchtkwaliteit' ('Wlk') genoemd. Uit de 'Wet luchtkwaliteit' volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden; 2. Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo verbetering van de luchtkwaliteit plaats door mitigerende maatregelen; 3. De voorgenomen ontwikkeling draagt "niet in betekenende mate" (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als aannemelijk is dat het project een toename van de afzonderlijke concentraties van de componenten NO2 en PM1 0 veroorzaakt van maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarden van NO2 en PM1 0. Dit komt overeen met 1,2 µg/m3 ; 4. De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Onderzoek In het plan worden een horecavoorziening (inclusief parkeerplaatsen) en ecolodges mogelijk gemaakt. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied is hiertoe een horecabestemming opgenomen. In het oostelijk deel worden drijvende en/of watergerelateerde ecolodges toegestaan.

Een horecavoorziening en/of ecolodges hebben mogelijk consequenties voor de luchtkwaliteit. Reden waarom nader onderzoek is verricht naar het aspect luchtkwaliteit (Luchtkwaliteit Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 16 november 2021, Bijlage 10). Op basis van het onderzoek zijn de maximale concentratiewaarden rond het plangebied in kaart gebracht. De maximale concentratiewaarden kunnen als volgt worden weergegeven:

Bovenstaande tabel laat zien dat er rond het plangebied geen overschrijdingen van de

60

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

jaargemiddelde grenswaarden voorkomen en dat de concentraties in de toekomst zullen dalen, met name door strengere emissie-eisen aan wegverkeer, scheepvaart en industrie. De maximale concentratiewaarden blijven in elk zichtjaar ruim onder de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. De realisatie van recreatieve elementen (ecolodges) met een receptie-/horecagebouw inclusief buitenruimte met 99 parkeerplaatsen leidt tot een blijvende toename van verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase. Frequent en dagelijks gebruik zal tot maximaal 400 motorvoertuigbewegingen per etmaal leiden. Aan de hand van het door het Ministerie van I&W en InfoMil ontwikkelde NIBM tool ('niet in betekende mate') is de verkeersbijdrage berekend in geval van worst case situatie.

Afbeelding 5.20 Uitvoer van de NIBM-rekentool

Op basis van de berekening kan worden gesteld dat de maximale jaargemiddelde NO²-bijdrage als gevolg van de 400 extra voertuigbewegingen 0,43 µg/m3 bedraagt. Deze bijdrage leidt niet tot het bereiken van de grenswaarde. Ook inclusief deze bijdrage is er nog sprake van een ruime marge. Voor PM1 0 wordt een toename van 0,1 µg/m3 berekend. Hierbij geldt ook dat sprake is van een ruime marge tot de grenswaarde.

Conclusie De toename van de concentraties als gevolg van de realisatie van het voornemen zal niet leiden tot een benadering of overschrijding van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor dit bestemmingsplan.

5.9

Geluidhinder

Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige bestemmingen aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd

61

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeursgrenswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd.

Onderzoek Er worden in beginsel met de aanleg van de buffer zelf geen geluidgevoelige of geluidproducerende activiteiten mogelijk gemaakt. Qua geluid is het plan als het gaat om de realisering van de buffer daarom niet van invloed op de omgeving. Verder zijn er geen bestaande activiteiten in de omgeving van het plangebied die qua geluid van invloed zouden kunnen zijn op de ontwikkelingen binnen het plangebied. Op basis van de initiatiefpaspoorten wordt in het zuidwestelijk deel van het plangebied een horecavoorziening gerealiseerd inclusief parkeerterrein, terras en speelgelegenheid.

Geluid in verband met entreegebouw Aan de westzijde van het plangebied, nabij de Kerkenweg, wordt een recreatievoorziening gerealiseerd (receptie/horeca inclusief parkeerterrein, terras en speelgelegenheid). Deze voorziening heeft zowel fysiek als akoestisch een beperkt ruimtebeslag. De dichtstbijzijnde woning ligt aan de Kerkenweg (zijde Weiteveen), op een afstand van circa 400 meter ten noorden van de kavel waarop het entreegebouw wordt geprojecteerd. Binnen het plangebied zelf bevinden zich geen geluidsgevoelige gebouwen. De activiteiten in en om het entreegebouw zullen derhalve niet leiden tot een relevante geluidsbelasting van de omgeving. Op basis van het uitgevoerde verkeersonderzoek (Verkeerseffecten Bargerveen Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, Royal HaskoningDHV, 20 december 2021, Bijlage 9) kan het aspect wegverkeersgeluid beoordeeld worden.

Geluid in verband met verkeer De bestaande Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat (maximumsnelheid 60 km/u) wordt verplaatst naar de zuidzijde van het plangebied. Dit is te beschouwen als de aanleg van een nieuwe weg, waarop hoofdstuk VI, afdeling 2 van de Wet geluidhinder van toepassing is. Op grond hiervan mag de geluidsbelasting van geluidsgevoelige gebouwen binnen de zone van de nieuwe weg niet meer bedragen dan 48 dB. De verwachting is dat de verplaatsing van de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat niet leidt tot een wezenlijk andere toekomstige etmaalintensiteit dan de door het verkeersmodel Zuidoost-Drenthe gegeven prognose op basis van de huidige situatie, namelijk circa 300 voertuigbewegingen in 2030. De dichtstbijzijnde woning ligt aan de Europaweg, op een afstand van circa 175 meter. De toekomstige Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat veroorzaakt bij de betreffende woning een geluidsbelasting die aanzienlijk lager is dan de grenswaarde van 48 dB en is derhalve aanvaardbaar.

Inrichtingsgebonden verkeer Het plan heeft een verkeersaantrekkende werking, waarvan de akoestische gevolgen worden beoordeeld conform de circulaire 'Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening w.m. (1996). In deze circulaire wordt geadviseerd om voor het equivalente geluidsniveau ter plaatse van geluidsgevoelige gebouwen als gevolg van inrichtingsgebonden verkeer een richtwaarde van ten hoogste 50, 45 en 40 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode aan te houden. We gaan ervan uit dat het aantal voertuigbewegingen dat na 19:00 uur wordt gegenereerd van ondergeschikt belang is

62

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

en betrekken de volledige verkeersgeneratie op de dagperiode. Bij de recreatievoorziening wordt voorzien in 99 parkeerplaatsen: een parkeerterrein met 75 plaatsen en drie parkeerkoffers à acht plaatsen. Voor wat betreft de resulterende verkeersgeneratie wordt een bovengrens van 500 autobewegingen per etmaal verondersteld, hetgeen neerkomt op een turnover van circa 2 per parkeerplaats. Als de helft hiervan naar/van Emmen rijdt en de helft naar/van Coevorden, zullen via het noordelijke gedeelte van de Kerkenweg (naar/van de kruising met de Boôvenen) circa 250 autobewegingen worden afgewikkeld en via het zuidelijke gedeelte van de Kerkenweg (naar/van de kruising met de Europaweg) eveneens circa 250 autobewegingen. Ofschoon dit gezien de afstand tot het plangebied te betwijfelen valt, nemen we aan dat deze voertuigen bij de betreffende woningen langs de Kerkenweg nog als zodanig herkenbaar zijn. Op circa 60 meter ten noorden van de kruising met de Boôvenen bevindt zich een woning, welke in het kader van deze beoordeling niet maatgevend is. We beperken ons daarom tot het gedeelte van de Kerkenweg ten zuiden van het plangebied. Ter hoogte van de daar gelegen woningen geldt een maximumsnelheid van 30 km/u. De afstand tussen de wegas en de woningen is ten minste 10 meter.

Op basis van deze uitgangspunten veroorzaken 250 personenauto's een equivalent geluidsniveau van minder dan 45 dB(A). Dit is ruim lager dan de richtwaarde van 50 dB(A) en derhalve aanvaardbaar.

Conclusie Het planvoornemen zal geen onevenredige geluidsbelasting tot gevolg hebben. Het aspect geluid vormt dan ook geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.

5.10

Externe veiligheid

Externe veiligheid beschouwd de risico's ten gevolge van een ongeval bij de productie opslag en het transport van gevaarlijke stoffen voor de omgeving en de kans op dodelijke slachtoffers.

Wettelijk kader Externe veiligheid is in de basis vastgelegd in drie besluiten en bijbehorende regelingen; Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Daarnaast wordt getoetst aan de algemene regels op grond van de Wet milieubeheer (Activiteitenbesluit, Vuurwerkbesluit).

Onderzoek externe veiligheid In verband met de aanwezigheid van een ondergrondse buisleiding van de NAM is er een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid (Onderzoek externe veiligheid Buffer Zuid, Royal HaskoningDHV, 22 augustus 2022, Bijlage 19). Het planvoornemen is voornamelijk gericht op natuurontwikkeling en waterberging daarnaast is er op beperkte schaal recreatie mogelijk, er worden maximaal tien ecolodges gerealiseerd. Omdat deze lodges over een groot gebied verspreid kunnen worden zijn deze conform het Bevi te kwalificeren als beperkt kwetsbare objecten. In het plangebied ligt de ondergrondse buisleiding van de NAM (NM000696) voor het transport van aardolieproducten, dit betreft een zogenaamde aardgascondensaatleiding. Deze buisleiding is relevant in het kader van externe veiligheid. De leiding is beoordeeld conform het Bevb. Hierbij is gebruik gemaakt van de kwantitatieve risicoanalyse die is uitgevoerd in

63

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

2014 in opdracht van de NAM (QRA Aardgascondensaatleiding 000696, Trace: Schoonebeek - Duitsland (Rijksgrens) Nederlandse Aardolie Maatschappij BV, DNV-GL, 6 oktober 2014). Plaatsgebonden risico: De leiding heeft een PR10-6 per jaar contour op maximaal 20,5 meter van de leiding. De ecolodges worden buiten de PR10-6 per jaar contour gerealiseerd waardoor wordt voldaan aan de richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten conform het Bevb. Het plaatsgebonden risico vormt hiermee geen belemmering voor het planvoornemen. Groepsrisico: Het planvoornemen veroorzaakt geen verandering van groepsrisico ten gevolge van de buisleiding. Hiermee vormt het groepsrisico geen belemmering. Verantwoordingsplicht groepsrisico: In het bestemmingsplan is vastgelegd dat (beperkt) kwetsbare objecten (waaronder de ecolodges) buiten het invloedsgebied 1% letaliteit (30 meter) worden gerealiseerd. Hiermee is het advies van de veiligheidsregio en de RUD overgenomen. Het groepsrisico hoeft door het nemen van deze maatregel niet verder te worden verantwoord. Vooruitblik Omgevingswet: Onder de Omgevingswet heeft de buisleiding een zogenoemd brandaandachtsgebied (nu invloedsgebied). Doordat de lodges buiten het brandaandachtsgebied gerealiseerd worden is het niet noodzakelijk om dit verder te beschouwen

Conclusie Het milieuaspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Het planvoornemen voldoet aan de criteria plaatsgebonden risico en het groepsrisico conform het Bevb. Verdere invulling van de verantwoordingsplicht groepsrisico door het bevoegd gezag is niet nodig. De ecolodges worden buiten het invloedsgebied van de buisleiding gerealiseerd. Verdere bouw- en gebruiksregels beschermen de leiding en haar omgeving. Hiermee is het advies van de veiligheidsregio en de RUD Drenthe overgenomen. Tevens is geanticipeerd op de komst van de Omgevingswet.

5.11

Fysieke veiligheid

Onderzoek opdrijving ondergrondse transportleiding Bij realisering van de buffers zullen grondafgravingen plaatsvinden, zal de grondwaterstand verhoogd komen te liggen en op een aantal plaatsen zal het maaiveld worden opgehoogd. Het afgraven van de grond en het verhogen van de grondwaterstand heeft mogelijk negatieve gevolgen voor de verticale stabiliteit van de transportleiding. Opdrijving is mogelijk het gevolg. Bij maaiveldverhoging kan de belasting op de leiding toenemen. Derhalve is onderzoek gedaan naar het opdrijfrisico en de toelaatbare materiaalspanning en leidingvervorming (Opdrijfcontrole olieleiding Bargerveen, Royal HaskoningDHV, 20 december 2021, Bijlage 11) Op basis van de uitgevoerde beschouwingen is geconcludeerd dat het opdrijfrisico in het gehele projectgebied voldoende klein is. Maatregelen om opdrijven van de leiding te voorkomen zijn niet noodzakelijk. De kleinste marge op het opdrijfrisico geldt voor het leidingdeel aan de oostzijde van de kruising met de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat, omdat op deze locatie het maaiveld wordt verlaagd. Toch is door de diepere ligging van de leiding en de aanwezigheid van een zandlaag boven de leiding, de omlaag gerichte kracht op de leiding voldoende groot voor deze locatie.

64

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

De leidingsterkteberekening toont aan de extra belasting op de leiding niet tot een overschrijding van de toelaatbare spanningen en vervormingen leidt. Ook zettingen zijn geen aanleiding om maatregelen te treffen. Binnen het bestemmingsplan is de leiding bestemd en voorzien van een belemmeringenstrook.

Conclusie Het plan is ten aanzien van het aspect fysieke veiligheid aanvaardbaar te noemen.

5.12

Ontplofbare oorlogsresten

Beleidskader In Nederland zijn in de (Eerste en) Tweede Wereldoorlog (WOII) veel munitie en explosieven achtergebleven in de (water)bodem, die niet tot ontploffing zijn gekomen: ontplofbare oorlogsresten (OO). Op het moment dat in de nabijheid van deze ontplofbare oorlogsresten trillingen worden veroorzaakt of grondwerkzaamheden in de bodem worden uitgevoerd, kunnen deze alsnog afgaan. Denk bijvoorbeeld aan werkzaamheden als graven, boren, heien en grondverzet. Dit levert gevaar op voor de veiligheid en gezondheid van werknemers, uitvoerders en andere personen in de omgeving van de werkzaamheden. Om de risico's van ongewenst afgaan van OO zoveel mogelijk te beperken, is voldoende en goed vooronderzoek (en indien nodig vervolgstappen opsporing) door een deskundige belangrijk. Het opsporen van OO die als gevolg van de WOII in de (water)bodem zijn achtergebleven, mag op grond van het Arbobesluit alleen plaatsvinden door bedrijven die hiervoor gecertificeerd zijn. Bijlage XII bij de Arbeidsomstandighedenregeling (Arboregeling bij de Arbowet) bevatte het Werkveldspecifiek certificatieschema voor het systeemcertificaat Opsporen Conventionele Explosieven (WSCS-OCE). Deze is per 1 januari 2021 vervangen door het Certificatieschema Opsporen Ontplofbare Oorlogsresten (CS-OOO).

In het CS-OOO staat beschreven welke bronnen in het vooronderzoek (tenminste) moeten worden geraadpleegd en op welke wijze de beoordeling van het bronnenmateriaal moet plaatsvinden. Hiermee is de 'minimale onderzoeksinspanning' voor het vooronderzoek omschreven.

Onderzoek In verband met de grondwerkzaamheden die ter plaatse plaats zullen vinden is onderzoek gedaan naar de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (OO) (Vooronderzoek 1862035-VO-02 kn Bargerveen, AVG, definitief versie juli 2016, Bijlage 12). De in 2021 gewijzigde wetgeving doet geen afbreuk aan de resultaten van het onderzoek uit 2016. Er is op basis van de beoordeelde feiten geconcludeerd dat er een indicatie is voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Kijkend naar het gehele onderzoeksgebied kan worden vastgesteld dat de volgende gevechtshandelingen in of nabij het onderzoeksgebied hebben plaatsgevonden: het neerkomen van afwerpmunitie; vliegtuigcrashes; aanleg van mijnenvelden.

65

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

In het onderzoeksgebied kunnen mogelijk de volgende ontplofbare oorlogsresten worden aangetroffen: afwerpmunitie; ontplofbare oorlogsresten als onderdelen van vliegtuigcrashes; landmijnen. Aan de hand van literatuur en historische bronnen is een zo genuanceerd mogelijk beeld verkregen van het plangebied tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied in dit bestemmingsplan en is in afbeelding 5.21 aangegeven.

Afbeelding 5.21 Gedeelte uit de OO Feitenkaart - Bargerveen Bodembelastingskaart

66

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Afbeelding 5.22 Legenda behorend bij OO Feitenkaart - Bargerveen.

Er is op basis van de beoordeelde feiten geconcludeerd dat er onvoldoende indicaties zijn voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Derhalve is het onderzoeksgebied niet verdacht op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. De kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten bij grondwerkzaamheden is net zo groot als de gemiddelde kans op het aantreffen van ontplofbare oorlogsresten op als ‘onverdacht’ aangemerkte locaties in de rest van Nederland. Uitzondering hierop vormen de locaties 12 en 13, waarbij sprake is geweest van vliegtuigcrashes. Als gevolg van gevechtshandelingen kunnen er ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. Derhalve is nader onderzoek verricht (Vooronderzoek Weiteveen-Klazienaveen, AVG, 21 januari 2016, Bijlage 13). Op basis van de bodembelastingskaart is inzicht verkregen waar sprake is van een verdacht gebied. Een gedeelte van de kaart is hieronder weergegeven.

Afbeelding 5.23 gedeelte OO Feitenkaart - Weiteveen Bodembelastingskaart

67

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Afbeelding 5.24: Legenda OO Feitenkaart - Weiteveen Bodembelastingskaart.

Op basis van het onderzoek kan worden geconcludeerd dat er een indicatie is voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. In 2022 is daarom overgegaan tot opsporing van deze mogelijke ontplofbare oorlogsresten (Bargerveen Proces-verbaal van oplevering, AVG, 24 februari 2022, Bijlage 14). Het opsporingsgebied als weergegeven in afbeelding 5.23, is onderzocht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten tot 4,00 meter onder maaiveld. Het gebied is afgezocht om de in de toekomst geplande werkzaamheden veilig uit te voeren. Er zijn geen (restanten) ontplofbare oorlogsresten aangetroffen. De aangetroffen verstoringen zijn geïdentificeerd als schroot en verwijderd. Met de gebruikte onderzoeksmethode zijn verder geen verdachte objecten waargenomen in het onderzochte gebied. Het onderzochte gebied is vrijgegeven van ontplofbare oorlogsresten, zodat eventuele vervolgwerkzaamheden veilig kunnen worden uitgevoerd.

Conclusie Uit onderzoek is gebleken dat het plangebied vrij is van ontplofbare oorlogsresten. Vervolgwerkzaamheden in de bodem kunnen derhalve veilig worden uitgevoerd. Het bestemmingsplan is derhalve uitvoerbaar voor wat betreft het aspect ontplofbare oorlogsresten.

68

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Hoofdstuk 6

Juridische planopzet

Het onderhavige bestemmingsplan heeft tot doel een juridisch planologische regeling te scheppen voor het bouwen en het gebruik van gronden binnen het plangebied. In dit hoofdstuk is een toelichting op de systematiek en de inhoud van de verschillende toegekende bestemmingen van het bestemmingsplan gegeven.

6.1

Algemeen

Het bestemmingsplan is een ruimtelijk besluit, waarin de regels voor het gebruik en het bebouwen van gronden worden vastgelegd. In een bestemmingsplan wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Het bestemmingsplan is een digitaal bestand in gml-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld. Om het plan te kunnen raadplegen zijn in feite drie onderdelen van belang: een digitale en analoge verbeelding van de geometrisch bepaalde planobjecten (verbeelding); de juridisch bindende regels van het bestemmingsplan (planregels); een bijbehorende toelichting (plantoelichting). Het bestemmingsplan kan geraadpleegd worden door middel van computersoftware; in ieder geval via de internetpagina www.ruimtelijkeplannen.nl. Met de software kunnen verschillende kaarten van het bestemmingsplan opgeroepen worden door het aan- of uitvinken van planobjecten. Door interactie met het kaartbeeld worden de regels van de betreffende bestemmingen weergegeven. Ook kan de toelichting worden opgeroepen.

Om de vergelijkbaarheid te bevorderen bestaat er een landelijke standaard voor de verbeelding van bestemmingsplannen (SVBP2012). De toepassing van de SVBP2012 is verplicht. Hiermee wordt geborgd dat alle bestemmingsplannen overeenkomen voor wat betreft kleurgebruik, naamgeving, gebruik van arceringen en dergelijke. Dit hoofdstuk geeft een toelichting op de koppeling tussen de regels en de verbeelding.

6.2

Toelichting op de regels

Deze paragraaf bevat een beschrijving van de bestemmingen, waarbij per bestemming het doel of de doeleinden worden aangegeven. Daarnaast wordt in deze paragraaf ingegaan op de overige regels uit het bestemmingsplan. Conform SVBP2012 zijn de regels onderverdeeld in vier hoofdstukken.

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel is een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. 69

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Evenals de begripsbepalingen voorkomen de bepalingen inzake de wijze van meten interpretatieverschillen bij de toepassing van de planregels.

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Natuur - Veengebieden en Beekdalen De beschermde hoogveengebieden (waaronder het Bargerveen) en beekdalen die zijn aangewezen als Natuurnetwerk Nederland zijn ondergebracht in de bestemming 'Natuur Veengebieden en Beekdalen'. Binnen deze bestemming is extensief recreatief medegebruik toegestaan. Recreatieve functies zoals fiets- en voetpaden maken deel uit van de bestemming. In de bestemming is een regeling opgenomen voor een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde. Hiermee kunnen onder andere (fiets)paden en dergelijke worden aangelegd, en kunnen sloten worden gegraven. De voorwaarden waaraan getoetst moet worden zijn in de planregels aangegeven. Ook worden maximaal 10 ecolodges binnen de bestemming toegestaan. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de bouw en het gebruik van ecolodges en het gebruik van parkeerplekken binnen het bestemmingsvlak. Doel van deze verplichting is te waarborgen dat beweiding en bemesting binnen het gehele plangebied beëindigd wordt mede ten behoeve van de bouw en het gebruik van recreatieve functies. Deze verplichting volgt uit de natuurtoets, zie paragraaf 5.3.

Artikel 4 Recreatie Aan de horecavoorziening is de bestemming 'Recreatie' toegekend. Uitgangspunt hierbij is maximaal horeca-2, zoals in de begrippen is omschreven. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de bouw en het gebruik van horecavoorzieningen en het gebruik van parkeerplekken en ten behoeve van recreatieve functies binnen het bestemmingsvlak. Doel van deze verplichting is te waarborgen dat beweiding en bemesting binnen het gehele plangebied beëindigd wordt mede ten behoeve van de bouw en het gebruik van recreatieve functies. Deze verplichting volgt uit de natuurtoets, zie paragraaf 5.3.

Artikel 5 Verkeer - Weg De nieuw aan te leggen Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat aan de zuidkant van het plangebied is bestemd als "Verkeer - Weg". De nieuwe weg sluit halverwege de buffer aan op het bestaande weg richting zuid. De doorgaande verkeersfunctie staat hier voorop. Duikers en dammen vallen ook onder deze bestemming, evenals bermsloten, bermen, beplanting, en bijbehorende groenvoorzieningen.

Artikel 6 Leiding - NAM Leiding boven- en ondergronds Voor zover de leiding van de NAM binnen het plangebied ligt is deze meegenomen in dit bestemmingsplan.

70

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Artikel 7 Waarde - Archeologie 4 Terreinen met als behoudenswaardig gekwalificeerde archeologische resten hebben een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4', gebieden waar op basis van de geologische en bodemkundige opbouw en al aangetroffen archeologische resten een (middel)hoge kans op het aantreffen van (intacte) archeologische vindplaatsen bestaat. Deze zones worden gekenmerkt door een - al dan niet verscholen onder het huidige maaiveld - redelijk gaaf landschap met dekzandruggen en dekzandkoppen. Van concrete vindplaatsen is hier echter vooralsnog geen sprake. In hoofdzaak geldt een grote trefkans op nederzettingen, grafvelden, losse boerderijen, wegen, dijken, linies, kleine jachtkampen en losse vondsten uit alle perioden. Voor deze categorieën is een minimumoppervlak voor bodemverstoringen opgenomen van 1000 m² en een diepte van 30 cm onder maaiveld. In feite is de archeologische bestemming overgenomen uit het bestemmingplan Buitengebied.

Artikel 8 Waterstaat - Waterbergingsgebied De dubbelbestemming "Waterstaat - Waterbergingsgebied" regelt expliciet de waterbergende functie van een groot deel van de gronden. De essentie van de regeling is dat bij de uitvoering van (bouw-)werken altijd onderzoek moet worden gedaan naar eventuele belemmering van de waterbergende (mede-)functie van het terrein. Er moet overleg worden gepleegd met het waterschap, zodat aan de omgevingsvergunning eventueel voorwaarden (verplichtingen) verbonden kunnen worden, met het oog op de instandhouding van voldoende waterbergend vermogen in het gebied.

Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit ruimtelijke ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan of inpassingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld.

Artikel 10 Algemene gebruiksregels In de "Algemene gebruiksregels" is de bepaling opgenomen dat het plangebied niet in gebruik mag worden genomen strijdig met het schetsontwerp. Deze bepaling heeft tot doel dat de bestemmingen gerealiseerd worden overeenkomstig het schetsontwerp. Dit is nodig omdat de verschillende maatregelen een onderlinge samenhang kennen en afhankelijk zijn van elkaar en elkaars ontwikkeling. Zo kan natuur en waterberging enkel ontwikkeld worden als er een ruimtelijke kwaliteitsimpuls gegeven wordt aan het gebied in de vorm van recreatie en is recreatie enkel mogelijk als alle gronden binnen het plangebied onttrokken worden aan het agrarisch gebruik.

Artikel 11 Algemene aanduidingsregels Als gevolg van de in het plangebied gelegen NAM-leiding is een gebiedsaanduiding 'veiligheidszone - leiding' opgenomen ter grootte van 1% letaliteit, zijnde 30 meter aan

71

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

weerszijden van de leiding. Binnen deze zone zijn beperkingen opgelegd aan het gebruik van de gronden in verband met de veiligheid. Binnen deze zone mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht.

Artikel 12 Algemene afwijkingsregels In deze regels is aan het bevoegd gezag de bevoegdheid gegeven om af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsregels die gelden voor alle bestemmingen in het plan. Deze regels zijn niet van toepassing, indien en voor zover er specifieke in de bestemming zelf geregelde afwijkingsregels van toepassing zijn. Ten slotte zijn de criteria voor de toepassing van deze afwijkingsregels hier opgenomen.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht Het overgangsrecht is vastgelegd in de vorm zoals in het Besluit ruimtelijke ordening is voorgeschreven.

Artikel 14 Slotregel Deze regel bevat de aanhalingstitel van de regels.

72

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

Hoofdstuk 7 7.1

Uitvoerbaarheid

Economische uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan dient economisch uitvoerbaar te zijn, waardoor het plan inzicht moet geven in de financiële uitvoerbaarheid. Voor de realisatie van de buffer is een projectbudget beschikbaar gesteld door de provincie Drenthe. Realiseringskosten en planschade ten gevolge van het realiseren van de buffer komen voor rekening van dit projectbudget. Hiermee is de financiële uitvoerbaarheid van het project zeker gesteld.

Grondexploitatiewet Volgens de Wro moet de gemeente een exploitatieplan vaststellen voor gronden waarop een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bouwplan is voorgenomen, tenzij het kostenverhaal op een andere wijze is gegarandeerd. Dit bestemmingsplan maakt een bouwplan als bedoeld in afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening mogelijk. De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Daarmee is het kostenverhaal anderszins verzekerd.

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

7.2.1

Totstandkoming schetsontwerp en participatie

Voorafgaand aan het formele traject zijn verschillende methoden ingezet om tot een gedragen schetsontwerp te komen. Zo is er in 2019 een 'battle of concepts' georganiseerd, waarbij gevraagd werd aan young professionals en studenten om een innovatief verdienmodel voor de buffer te bedenken. Tijdens deze wedstrijd zijn veel ideeën opgehaald, variërend van recreatie tot verschillende vormen van landbouw. Vervolgens is een marktconsultatie gehouden waarbij marktpartijen hun ideeën voor de buffer in konden brengen. Deze ronde heeft een tiental potentiële initiatieven opgebracht. Hierna is onderzocht of er initiatiefnemers zijn die de initiatieven wilden oppakken. Sommige initiatieven vielen af. Zo is het initiatief voor een groot zonnepark afgevallen, vanwege te weinig draagvlak in de directe omgeving en bij de gebiedspartners. De overgebleven initiatieven zijn overzichtelijk gemaakt onder voorwaarden in de zogenaamde 'Initiatiefpaspoorten'. In deze paspoorten staat een beschrijving waar het initiatief kan worden ontwikkeld binnen de buffer en waar rekening mee gehouden moet worden om tot een goede landschappelijke inpassing te komen. De financiering moet door marktpartijen zelf worden geregeld, maar de paspoorten geven een kader en helpen marktpartijen op weg.

73

Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)

7.2.2

Inspraak

Op grond van artikel 3.1.6 onder e van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gaat een bestemmingsplan alsmede een ontwerp hiervoor, vergezeld van een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het bestemmingsplan zijn betrokken. Het schetsontwerp voor de buffer is in overleg met de omgeving tot stand gekomen. Tijdens een informatieavond zijn de omwonenden geïnformeerd over de ontwikkelingen en konden zij hun wensen kenbaar maken. Zo is naar voren gebracht dat de omwonenden geen massa-toerisme willen, maar wel een goede aansluiting met Duitsland en verbeterde fietspaden. Ook is naar voren gekomen dat de beleving van de buffer vergroot kan worden door mogelijkheden te bieden voor wandelen en kanoën. Hiermee is bij de inrichting van het plangebied rekening gehouden.

7.2.3

Overleg

Op grond van artikel 3.1.1, lid 1 juncto artikel 3.1.6, lid 1 onder c Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan, daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan is samen met het voorontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen' voor vooroverleg toegezonden aan de wettelijk verplichte en andere door de gemeente erkende overlegpartners verzonden. Dit was mogelijk omdat de planvorming van beide plannen raakvlakken hebben. Van 1 juni tot en met 12 juli 2022 was gelegenheid om te reageren op de voorontwerpbestemmingsplannen. De resultaten van het vooroverleg zijn weergegeven in Bijlage 20 Nota van beantwoording vooroverlegreacties. Voor zover het vooroverleg aanleiding heeft gegeven het bestemmingsplan aan te passen is dat aangegeven in de Nota en zijn deze aanpassingen in dit bestemmingsplan verwerkt. 7.2.4

Zienswijzen

Op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) heeft het ontwerpbestemmingsplan gezamenlijk met het ontwerpbestemmingsplan 'Buitengebied, Nieuw-Schoonebeek, waterschap Vechtstromen' met ingang van 11 oktober 2022 gedurende 6 weken voor een ieder ter visie gelegen. De ingekomen zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in Bijlage 21 Nota van beantwoording zienswijzen. Voor zover deze zienswijzen aanleiding geven tot aanpassing van dit bestemmingsplan is dat aangegeven in de Nota en zijn deze aanpassingen doorgevoerd in dit bestemmingsplan.

74

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Emmen&id=8ef0b84f-ab7e-4789-b784-be5485f6989d