3.1 Toelichting
Tekst van het document
Buitengebied, Buffer zuid
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Huidige planologische regelingen 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 7
Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 Ontstaan Bargerveen 2.2 Huidig gebruik
8 8 9
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Gemeentelijk beleid 3.2 Waterschapsbeleid 3.3 Provinciaal beleid 3.4 Rijksbeleid 3.5 Europees beleid
10 10 12 13 16 20
Hoofdstuk 4 Planbeschrijving 4.1 Aanleiding 4.2 Opgave 4.3 Doelstellingen 4.4 Ruimtelijke kaders 4.5 Totstandkoming schetsontwerp 4.6 Planbeschrijving
21 21 22 22 24 26 27
Hoofdstuk 5 Omgevingsaspecten 5.1 Algemene beoordeling milieueffecten (m.e.r.) 5.2 Water 5.3 Natuur 5.4 Bodemkwaliteit 5.5 Archeologie en cultuurhistorie 5.6 Bedrijven en milieuzonering 5.7 Verkeer en parkeren 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Geluidhinder 5.10 Externe veiligheid 5.11 Fysieke veiligheid 5.12 Ontplofbare oorlogsresten
29 29 35 46 50 52 58 59 60 61 63 64 65
Hoofdstuk 6 Juridische planopzet 6.1 Algemeen 6.2 Toelichting op de regels
69 69 69
Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Economische uitvoerbaarheid 7.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
73 73 73
2
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
3
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
4
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Toelichting
5
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding en doel
Voor het behoud en de ontwikkeling van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Bargerveen worden diverse herstelmaatregelen uitgevoerd. Deze herstelmaatregelen zijn nodig om de kernopgaven en instandhoudingsdoelen voor het Bargerveen te realiseren. Eén van de herstelmaatregelen is het plan van de provincie Drenthe om een 500 meter brede bufferzone in te richten aan de zuidzijde van het Natura 2000-gebied Bargerveen: Buffer zuid. Het gaat globaal om het gebied tussen de Kerkenweg en de Duitse grens. Verder zal het waterschap Vechtstromen de waterhuishouding in het herinrichtingsgebied Nieuw-Schoonebeek aanpassen, hiervoor wordt een afzonderlijk bestemmingsplan in procedure gebracht. Het pakket aan maatregelen voert de provincie uit in samenwerking met het waterschap Vechtstromen en de gemeente Emmen. De locatie van deze bufferzone (roodomlijnd) is weergegeven in afbeelding 1.1. Door de inrichting vindt een functiewijziging plaats van ongeveer 220 hectare landbouwgrond. De landbouwgronden zijn in het kader van de landrichting aangekocht om de buffer te kunnen realiseren.
Afbeelding 1.1 Natura 2000-gebied Bargerveen (groen gemarkeerd) en locatie bufferzone (blauw gemarkeerd)
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen ten zuiden van het Bargerveen. Het betreft een brede zone van ongeveer 500 meter breed (noord-zuid) die grenst aan het Bargerveen. De brede zone loopt vanaf de Kerkenweg in het westen tot aan de Duitse grens in het oosten. De begrenzing van het plangebied ligt aan de zuidzijde van de nieuw aan te leggen Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat. De zuidelijk van de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat aan te leggen nieuwe watergang maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. De begrenzing van het plangebied komt overeen met de begrenzing zoals opgenomen in de Omgevingsvisie Drenthe 2018 (zie ook paragraaf 3.3.1).
6
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
1.3
Huidige planologische regelingen
Voor het plangebied gelden in de huidige situatie de volgende bestemmingsplannen: Buitengebied 2011 (vastgesteld 30 oktober 2014); Emmen, Archeologie (facetbestemmingsplan) (vastgesteld 28 april 2022); Buitengebied Emmen, facetregeling geitenhouderijen (vastgesteld 16 december 2021); Parapluplan Standplaatsen (vastgesteld 31 mei 2018); Parapluplan Parkeernormen gemeente Emmen (vastgesteld 26 april 2018). Het voorliggende bestemmingsplan 'Buitengebied, Buffer zuid' herziet bovenstaande plannen voor zover gelegen binnen de planbegrenzing van dit bestemmingsplan. Binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied 2011' zijn aan de gronden de bestemmingen 'Agrarisch met waarden - Kleinschalige Veenontginningen' en 'Verkeer - Weg' toegekend. Op een tweetal kleine percelen ligt de bestemming 'Bedrijf - Mijnbouw 2' ten behoeve van de daar aanwezige voormalige oliewinlocaties. Het merendeel van deze gronden kent een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4' ter bescherming van mogelijk aanwezige archeologische waarden. Over het gehele plangebied liggen de gebiedsaanduiding 'milieuzone - hydrologisch aandachtsgebied' en 'wro-zone wijzigingsgebied 1' ten behoeve van de aanleg van boven- en ondergrondse NAM-leidingen.
1.4
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 van de toelichting wordt de huidige situatie in het plangebied beschreven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 het beleidskader van de gemeente, het waterschap, de provincie, het Rijk en Europa, uiteengezet. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de doelstelling en uitgangspunten van het bestemmingsplan en de planbeschrijving. Hoofdstuk 5 geeft inhoud aan de verschillende relevante omgevingsaspecten die een rol spelen bij dit plan. Hoofdstuk 6 beschrijft de juridische opzet waarbij de verbeelding en planregels worden besproken. Tot slot volgt in de hoofdstuk 7 een beschrijving van de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan en de resultaten van overleg en tervisielegging.
7
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Huidige situatie
Het plangebied is gelegen ten noordoosten van Nieuw-Schoonebeek en ten zuiden van het Natura 2000-gebied Bargerveen. Het plangebied bestaat hoofdzakelijk uit agrarische gronden, die de volledige breedte vanaf de weg Nieuw-Schoonebeek naar Weiteveen (Kerkenweg) tot aan de Duitse grens beslaan. Aan de noordkant sluit het plangebied aan bij het Bargerveen. Het plangebied wordt volledig ten dienste van het Bargerveen aangelegd. Het vormt daadwerkelijk een buffer tussen het Natura 2000-gebied en de zuidelijk gelegen en te handhaven landbouwgronden. Het gebied maakt onderdeel uit van het NNN-gebied. De maatregel van de inrichting van de bufferzone ten gunste van het Bargerveen hangt ook samen met aanpassingen in de waterhuishouding in het landbouwgebied dat grotendeels ten zuiden van deze bufferzone is gelegen. Voor dit landbouwgebied wordt separaat een apart bestemmingsplan opgesteld. In dit hoofdstuk wordt eerst ingegaan op het ontstaan van het Bargerveen en daarna tegen welke achtergrond Buffer zuid wordt aangelegd. Hierna wordt kort ingegaan op het huidige gebruik van de buffer zelf.
2.1
Ontstaan Bargerveen
Het Bargerveen is een restant van het Bourtangerveen, dat ooit circa 160.000 hectare groot was en dat grote delen van Zuidoost-Groningen, Oost-Drenthe en aangrenzende delen van Duitsland omvatte. Het Bourtangerveen is in de loop van de 19de en 20ste eeuw nagenoeg verdwenen door turfwinning en omvorming van moeras tot landbouwgebied. Het Bargerveen lag in het uiterste oosten van het Nederlandse deel van het Bourtangerveen en werd lange tijd met rust gelaten omdat het zo slecht bereikbaar was. Maar begin 1900 werd toch gestart met de turfwinning in dit gebied en rond de jaren vijftig was het grootste deel van het turf afgegraven. In die tijd kwam er ook meer belangstelling voor de (natuur)waarden in het Bargerveen en in 1968 kocht de Rijksoverheid de eerste 66 hectare van het resterende hoogveengebied aan. Enkele jaren later verscheen een ambitieus aankoopplan voor het Bargerveen van het toenmalige ministerie van CRM (cultuur, recreatie en maatschappelijk werk). Voornemen was een hoogveenreservaat te stichten met een omvang van circa 4.000 hectare. Na jarenlange discussies met betrokken partijen (gemeenten Emmen en Schoonebeek, het toenmalige waterschap Bargerbeek, de verveningmaatschappijen, de landbouw en de vakbonden), werd de aankoopdoelstelling teruggebracht tot 2.000 hectare. De huidige omvang van het Bargerveen (begrensd als Natura 2000-gebied) is 2.154 hectare.
Het Bargerveen is in mei 1992 door de Nederlandse regering bij de Europese Commissie aangemeld als Vogelrichtlijn gebied en in mei 2013 als Habitatrichtlijngebied. Op 4 juni 2013 heeft de definitieve aanwijzing als Natura 2000-gebied plaatsgevonden. Het Bargerveen bestaat uit drie gedeelten: het Meerstalblok (circa 500 hectare), het Amsterdamsche Veld (circa 600 hectare) en het Schoonebeeker Veld (circa 900 hectare). Het gehele Bargerveen wordt beheerd door Staatsbosbeheer. De afgelopen decennia zijn veel waterhuishoudkundige maatregelen uitgevoerd om gunstige omstandigheden te creëren voor het weer op gang brengen van de hoogveenvorming.
8
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
2.2
Huidig gebruik
Het plangebied is op dit moment in gebruik als landbouwgebied. Het gebied direct aansluitend op het Bargerveen wordt voornamelijk gebruikt voor de aardappelteelt, ook omdat deze vanaf de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat goed bereikbaar is. Deze gronden kennen in het voorjaar veel wateroverlast, waardoor berijding en bewerking van de gronden pas laat in het seizoen kan plaatsvinden. Het plangebied kent vrijwel geen andere functies. Langs de rand van het gebied loopt nog de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat, die op enig moment het plangebied doorkruist. Langs de Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat loopt een NAM-leiding richting Duitsland.
9
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Gemeentelijk beleid
3.1.1
Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef
De Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is 24 september 2009 vastgesteld. De structuurvisie is opgesteld als ruimtelijke vertaling van de ambities gesteld in de Strategienota Emmen 2020 (vastgesteld september 2001). De structuurvisie geeft de hoofdlijnen van de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente Emmen weer. Ook dient de structuurvisie om bedrijven, instellingen en andere overheden uit te nodigen tot en te stimuleren om passende, gewenste activiteiten en investeringen te doen die aansluiten op de weergegeven ambities en ruimtelijke mogelijkheden. In de structuurvisie wordt de ruimtelijke structuur van 2020 geschetst aan de hand van een aantal thema's, te weten landschap, duurzaamheid, verkeer, werken, wonen, voorzieningen en veiligheid. De ruimtelijke hoofdstructuur in de visie is gebaseerd op de 'lagenbenadering'. Deze benadering gaat uit van een logische opbouw van het landschap in drie lagen: Laag 1: de ondergrond: de natuurlijke basis; water, bodem, landschap en natuur; Laag 2: de netwerklaag: verbindingen; systeem van wegen, kanalen, spoorlijnen en andere verbindingen; Laag 3: de occupatielaag: wonen, werken, recreëren en voorzieningen. Het Bargerveen en haar omgeving vormt een gedeelte van de eerste laag. Eén van de gewenste ruimtelijke ontwikkelingen in de eerste laag is het versterken van het Bargerveen.
Het Bargerveen is een uniek natuurgebied waar een gedeelte van het oorspronkelijke hoogveenlandschap behouden is. Het Bargerveen kenmerkt zich door onvergraven hoogveen met tamelijk volledige veenprofielen en veenmeertjes. Ook is er uitgestrekte hoogveenvegetatie met zeldzame fauna aanwezig. Het reservaat is vrij van bebouwing en mede daardoor zeer rustig. Vanuit natuur- en cultuurhistorisch perspectief ligt behoud voor de hand. Het omliggend gebied kent vooral een agrarische functie. De landbouw is over het algemeen gebaat bij een ander waterpeil. Om het contrast in waterpeil te verkleinen zet de structuurvisie in op de realisatie van een ruimtelijke overgangszone. Buffer zuid is zo'n overgangszone.
3.1.2
Ruimtelijke Waardenkaart Emmen
In het uitvoeringsprogramma horende bij de Structuurvisie gemeente Emmen 2020, Veelzijdigheid troef, is de Ruimtelijke waardenkaart (hierna: RWK) opgenomen. De RWK voorziet in de analyse van het landschap. De RWK belicht de cultuurhistorische en de landschappelijke waarden van het grondgebied van de gemeente Emmen. Het geeft een beschrijving van het ontstaan van het landschap en stelt de belangrijkste karakteristieken van het landschap vast, geeft de knelpunten aan met betrekking tot hedendaagse ruimtelijke ontwikkelingen en stelt een strategie op voor behoud, versterking en ontwikkeling van het landschap in relatie tot cultuurhistorie. Het document biedt concrete handvatten voor de ontwikkeling van het landschap in relatie tot cultuurhistorie en geeft aan met welke aspecten in de planvorming rekening moet worden gehouden. De RWK hangt samen met regelingen op de gebieden als flora- en fauna, archeologie, monumenten. Vastgestelde waarden binnen deze gebieden vinden hun juridische
10
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
bescherming binnen de specifieke wettelijke kaders. In de RWK zijn de waarden op deze gebieden dan ook niet “opnieuw” vastgesteld maar in woord en beeld met elkaar in verband gebracht. In de Ruimtelijke waardenkaart wordt het landschap van de gemeente Emmen onderverdeeld in een drietal grote eenheden: Het esdorpenlandschap op de zandgronden; Het landschap van de hoogvenen (grootschalige verveningen); Het landschap van de randverveningen (kleinschalige veenontginningen). Het plangebied is aangeduid als 'landschap van de randverveningen'. In de RWK wordt over ontwikkelingen in het landschap het volgende gezegd: 'Het landschap van vandaag is het resultaat van een proces van eeuwen en tegelijkertijd het vertrekpunt voor nieuwe ontwikkelingen. Want ook de komende decennia zal de ontwikkeling van het landschap onverminderd doorgaan. Ontwikkelingen moet men niet willen stoppen. Dat is een strijd die men op voorhand verliest. Ontwikkeling is immers inherent aan een levend landschap. De opgave is ontwikkelingen zodanig te geleiden dat kwaliteiten behouden blijven, knelpunten tot een oplossing worden gebracht, nieuwe kwaliteiten aan het landschap worden toegevoegd en dat alles zodanig dat het landschap 'zijn verhaal' kan blijven vertellen.' Hiermee worden ook de cultuurhistorische kwaliteiten bedoeld.
Voor het plangebied, dat onder de kleinschalige veenontginningen valt, is dit samengevat te vertalen in de volgende beleidsuitgangspunten: Behoud van archeologische waarden. Behoud van de cultuurhistorisch waardevolle structuren van kanalen/wijken. Behoud van openheid, ruimte en zichtlijnen. Behoud van waardevolle veengebieden. Behoud van de verscheidenheid aan details (zoals bebouwing). Versterken van de leesbaarheid van het gelaagde landschap. Versterken van de kwaliteit van de 'achterkant' van bebouwingslinten grenzend aan het buitengebied. Versterken van de herkenbaarheid van veenstromen.
3.1.3
De gemeente Emmen in het perspectief van het landschap
In het bestemmingsplan Buitengebied is de Ruimtelijke Waardenkaart verder uitgewerkt in het rapport “de Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap”. In dit rapport worden de algemene ruimtelijke en visuele aspecten verder uitgewerkt naar een lager (meso) schaalniveau (zie Bijlage 2 bij de regels). In het bestemmingsplan is aansluiting gezocht bij de lagenbenadering die in de Structuurvisie wordt gehanteerd. De onderste lagen van landschap, natuur en bodem zijn in de Structuurvisie bepalend voor de ontwikkelingsmogelijkheden in de netwerk- en occupatie laag. Landschap is ook in de Structuurvisie de onderlegger voor het ruimtelijke, economische beleid. Het bestemmingsplan kiest landschap als randvoorwaarde voor ontwikkelingsmogelijkheden van de aanwezige functies. Begrip en inzicht in de landschappelijke opbouw kan als inspiratiebron werken bij landschappelijke ingrepen. Het rapport “De Gemeente Emmen in het perspectief van het landschap" biedt een handvat voor het uitwerken van nieuwe ontwikkelingen. Het plangebied is gelegen binnen het landschap van de kleinschalige veenontginningen. Het wordt gerekend tot het gebied Schoonebeek en omgeving. In dit gebied liggen de oudste (bij Schoonebeek), jongere (bij Nieuw Schoonebeek) en jongste (bij Weiteveen) kleinschalige
11
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
veenontginningen dicht bij elkaar. Het is vooral de optelsom van de nog herkenbare cultuurhistorische karakteristieken die dit gebied zo bijzonder maakt. De gaafheid van de landschappelijke en ruimtelijke karakteristieken van Schoonebeek/Weiteveen worden als (zeer) hoog beoordeeld, de elementen zijn goed tot zeer goed aanwezig.
3.1.4
Cultuurhistorische waardenkaart Emmen
De Cultuurhistorische waardenkaart Emmen is op 17 november 2016 vastgesteld door de gemeenteraad van Emmen. Binnen deze waardenkaart wordt over het Bargerveen en directe omgeving het volgende aangegeven: "Het veenkoloniale landschap van Emmen is rijk aan veenrestanten; gebieden die uiteindelijk niet in cultuur zijn gebracht. Oosterbos, Berkenrode en het Bargerveen zijn hiervan voorbeelden. Het Bargerveen is het laatste overgebleven gedeelte van formaat, dat deel uitmaakte van het Bourtangerveen. Het Bargerveen bestaat uit drie delen; in het noorden het Meerstalblok, in het midden het Amsterdamscheveld en in het zuiden het Schoonebeekerveld". Bij een Cultuurhistorische Waardenkaart is in principe alles van waarde, maar niet alles is even waardevol. Binnen het veenkoloniale landschap hebben de kanalen, wijken, wegen en grenspalen een zeer hoge historisch-geografische eindwaardering.
3.1.5
Conclusie gemeentelijk beleid
Het realiseren van de buffer draagt bij aan het behouden en versterken van het Bargerveen. De buffer vormt de zuidelijke ruimtelijke overgangszone tussen natuur en landbouw. Er wordt zorg gedragen voor behoud van de cultuurhistorische- en landschappelijke waarden. Met het aanleggen van de buffer wordt invulling gegeven aan het geformuleerde gemeentelijk beleid.
3.2
Waterschapsbeleid
Waterbeheerprogramma Waterschap Vechtstromen 2022-2027 Het vigerende beleid van Waterschap Vechtstromen is vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022-2027. Het Waterbeheerplan heeft een integraal en strategisch karakter. De belangrijkste punten uit het beleid kunnen als volgt worden samengevat: De Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) die ook onderdeel is van het nationale en provinciale waterbeleid, vormt voor de waterschappen een leidend beginsel. Dit betekent bijvoorbeeld dat het waterschap zich met concrete maatregelen gaat inzetten om te voldoen aan de KRW-doelstellingen voor waterkwaliteit. Om wateroverlast in de toekomst te voorkomen, wordt met het ontwerpen en aanpassen van watersystemen rekening gehouden met huidige klimaatscenario's. Het realiseren van voldoende bergend vermogen in een watersysteem is daarbij een voorwaarde. Het einddoel daarbij is een robuust en klimaatbestendig watersysteem. Veiligheid vormt een speerpunt, waarbij het functioneren van de primaire en regionale waterkeringen centraal staat. Ruimtelijke ordening en water zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en daarop ligt de focus bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en verbetering van bestaande watersystemen in de stedelijke omgeving. Via het watertoets proces denkt het waterschap vroegtijdig mee over de rol van het water in de ruimtelijke ontwikkeling.
12
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
In het Waterbeheerprogramma van het Waterschap zijn in grote lijnen de acties beschreven die het waterschap in de periode 2022 - 2027 wil uitvoeren. Er wordt ook een doorkijk voor de langere termijn gegeven. De Waterwet kent een beleidsvormende rol toe aan de provincies. Voor Vechtstromen is het provinciale beleid beschreven in de omgevingsplannen van de provincies Drenthe en Overijssel. De provinciale plannen zijn kaderstellend voor het waterbeheerplan van de waterschappen. In de provinciale verordeningen zijn eisen gesteld aan de voorbereiding, opzet en vaststelling van de waterbeheerplannen. In het Waterbeheerprogramma is onder andere opgenomen dat de noodzakelijke maatregelen voor het GGOR Bargerveen 2008 via een uitgebreid gebiedsproces zijn vastgesteld. Aangegeven is dat er bestuurlijke overeenstemming is over de voorgestelde maatregelen. In 2021 is het GGOR geactualiseerd en opgenomen in het Projectplan watersysteem Nieuw Schoonebeek. Hiervoor worden gelijktijdig met onderhavig plan de openbare procedures gevolgd waarna uitvoering van de maatregelen volgt. Het Natura 2000-gebied Bargerveen grenst direct aan Duitsland. Op het aspect water wordt verder ingegaan in paragraaf 5.2.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Drenthe 2018
De omgevingsvisie van de provincie Drenthe beschrijft de visie van de provincie op verschillende onderwerpen zoals ruimtelijke ordening, milieu, water, verkeer en vervoer, ondergrond en natuur. De Omgevingsvisie Drenthe functioneert daarmee als ruimtelijke structuurvisie (Wet ruimtelijke ordening), milieubeleidsplan (Wet milieubeheer), Provinciaal verkeers- en vervoersplan (Planwet verkeer en vervoer) en het regionaal waterplan (Waterwet). De hoofddoelstelling van het omgevingsbeleid is: "Het ontwikkelen van een bruisend Drenthe, passend bij de kernkwaliteiten van de provincie". De kernkwaliteiten die de Drentse ruimtelijke identiteit inhoud geven zijn de zes Drentse landschapstypen, de cultuurhistorische deelgebieden, aardkundige waarden, archeologie, rust en natuur. In de Omgevingsvisie zijn de kernkwaliteiten van deze aspecten beschreven. De Omgevingsvisie Drenthe streeft naar een robuuste ontwikkeling van de ruimtelijke dragers: de sociaal-economische structuur en het landbouw-, water- en natuursysteem. Dat wil zeggen dat de ruimtelijke dragers weinig gevoelig zijn voor verstoringen als gevolg van nieuwe ontwikkelingen. De meest relevante kernkwaliteiten zijn: Landschappelijke kwaliteit: Drenthe heeft een eigen kenmerkende ruimtelijke kwaliteit, een grote mate van variatie.
Het gaat om het behoud en herstel van historische waarden en het behoud van de eigen identiteit van de Drentse samenleving. In die zin dient het landschap als grondslag voor het omgevingsbeleid; Natuur: de provincie streeft naar behoud en versterken van de biodiversiteit. Aan deze ambitie wordt invulling gegeven door het realiseren van de ecologische hoofdstructuur (EHS), nu overgegaan in Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen de NNN worden natuurfuncties behouden, hersteld of ontwikkeld. Andere ontwikkelingen zijn aanvaardbaar zolang deze verenigbaar zijn met, of ten dienste staan van, de natuurontwikkeling. Zo wordt de waterhuishouding afgestemd op de natuur- en bosdoelstellingen en sluit deze zo dicht mogelijk aan op een 'natuurlijke' waterhuishouding; Cultuurhistorie. Het Bargerveen heeft een hoge provinciale cultuurhistorische waarde, 13
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
wat met name blijkt uit de verkavelingsstructuur. De cultuurhistorie is geborgd in het Cultuurhistorisch Kompas Drenthe (CHK). Het CHK is gekoppeld aan de Omgevingsvisie. Met de cultuurhistorische hoofdstructuur en beleidsvisie wil de provincie de ruimtelijke identiteit van Drenthe versterken. Binnen het kompas is de ambitie het zichtbaar houden van de machinale veenwinning en veenverwerking op het Amsterdamscheveld en het Bargerveen, zowel in het landschap als in de bebouwing. Met het realiseren van de buffer blijft het Bargerveen behouden zoals het is en waar mogelijk versterkt. In de Natuurvisie 2014-2040 is uitgewerkt hoe de samenhang tussen biodiversiteit en natuurwaarden (binnen en buiten het NNN) kan worden versterkt en welk belang de Provincie heeft in natuurwaarden buiten het begrensde NNN. Met dit bestemmingsplan wordt een bijdrage geleverd aan de verbetering van de landschappelijke kwaliteit en de natuurdoelstellingen en wordt ruimte geboden aan water om wateroverlast tegen te gaan. Binnen de provincie Drenthe zijn veertien gebieden die van Europees belang zijn, de zogenaamde Natura 2000 gebieden. Eén van de gebieden vormt het Bargerveen.
Binnen de Omgevingsvisie is aangegeven dat de ambitie is een beschermde rol te vervullen, maar op een manier dat zo weinig mogelijk belemmeringen voor het omliggende gebied ontstaan en dat deze beschermende rol bijdraaagt aan een goede leefwerkomgeving. Aan de instandhoudingsdoelen uit de Wet natuurbescherming wordt beleven en benutten als doelen toegevoegd. De beschermde rol neemt de provincie op zich in afstemming met gebiedspartners, waarbij de terreinbeherende organisaties en particulieren de herstelmaatregelen in het veld moeten uitvoeren. Hiertoe worden overeenkomsten met gebiedspartners afgesloten en financiële afspraken gemaakt. Maatregelen om de hydrologische situatie in het gebied te verbeteren spelen vaak een centrale rol om de instandhoudingsdoelen voor een gebied te bereiken. De meeste maatregelen worden in de natuurgebieden zelf uitgevoerd. In het geval van het Bargerveen is het nodig om een natte bufferzone langs het natuurgebied te realiseren. Het stabiliseren en verbeteren van de natuurkwaliteit biedt ruimte voor economische ontwikkeling.
Vrijetijdseconomie Naast de kernkwaliteiten hecht de provincie ook aan een goede vrijetijdseconomie. De vrijetijdssector is immers een belangrijke pijler voor de Drentse economie. Drenthe heeft de bezoeker veel te bieden. Drenthe is dé fiets- en vrijetijdsprovincie van Nederland. De kwaliteiten van Drenthe voor de vrijetijdseconomie liggen in een combinatie van de kernkwaliteiten: natuur, landschap, erfgoed en cultuur. Dat wil de provincie zo houden en verder uitbouwen.
Klimaatverandering Het is duidelijk dat de kans op wateroverlast als gevolg van de klimaatverandering toeneemt. Dat betekent dat meer ruimte aan watersystemen moet worden gegeven om de risico's van wateroverlast te beperken.
14
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
3.3.2
Provinciale Omgevingsverordening Drenthe
De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe (actualisatie 2019) zorgt voor de juridische borging van de Omgevingsvisie Drenthe. De Provinciale Omgevingsverordening bestaat op dit moment uit 7 delen. Dit zijn de delen Algemeen, Ruimtelijke Ordening, Milieu, Natuur en landschap, Water, Wegen en Overige bepalingen. In de verordening is in artikel 2.6 'werken met kernkwaliteiten', vastgelegd dat, indien bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn, in het ruimtelijk plan uiteengezet wordt dat met het desbetreffende plan wordt bijgedragen aan behoud en ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de Omgevingsvisie. In de verordening is voorts opgenomen dat een ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk maakt die deze kernkwaliteiten significant aantasten. De kernkwaliteiten Landschap en Natuur zijn van belang voor onderhavig plan. Het plangebied is gelegen binnen het landschap 'wegdorpenlandschap van de randveenontginning' (kernkwaliteit Landschap). Het plangebied is aangewezen als Natuurnetwerk Nederland. Het gaat hierbij om de aangewezen natuurgebieden en nog aan te leggen natuurgebieden.
Het bestemmingsplan heeft samen met het schetsontwerp voor de buffer tot doel om zowel het veenkoloniaal landschap als de NNN te versterken en maakt daar ook onderdeel van uit. Op basis van artikel 2.28 dient voor Natuurnetwerk Nederland in bestemmingsplannen minimaal een wijzigingsbevoegdheid opgenomen te worden voor de wijziging in een bestemming 'Natuur' of 'Bos'. Middels dit bestemmingsplan wordt een bestemming 'Natuur' toegekend aan het NNN. Het bestemmingsplan waarin deze NNN gelegen is geeft in de toelichting van dat bestemmingsplan een beschrijving van de wezenlijke kenmerken en waarden van dat deel van het NNN, zoals aangegeven in het Natuurbeheerplan. De kenmerken en waarden van het betreffende gedeelte van het NNN is beschreven in paragraaf 5.3. Direct noordelijk van het plangebied ligt het Bargerveen dat is aangewezen als stiltegebied. Binnen het stiltegebied is het niet toegestaan om wild te crossen, toertochten te houden en grootschalige evenementen te organiseren of houden. Buiten het stiltegebied, binnen het plangebied, geldt deze beperking niet. Uiteraard wordt er bij de uitvoering, de inrichting en het gebruik van het plangebied wel rekening gehouden met dit stiltegebied.
15
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Afbeelding 3.1 Ligging stiltegebied Bargerveen (bruin gearceerd) direct noordelijk van het plangebied
Conclusie provinciaal beleid Het realiseren van een buffer ten behoeve van het Bargerveen is een project dat voortvloeit uit provinciaal beleid ter realisering van de instandhoudingsdoelen van het Bargerveen als Natura 2000-gebied en ter verbetering van het NNN (voorheen EHS) en de landschappelijke kwaliteiten. Bij de uitvoering van het planvoornemen wordt rekening gehouden met het nabijgelegen stiltegebied Bargerveen. Het bestemmingsplan voldoet aan het provinciaal beleid en dient ter uitvoering van dit beleid.
3.4
Rijksbeleid
3.4.1
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte
Begin 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vastgesteld. De structuurvisie bevat een concrete, bondige actualisatie van het mobiliteits- en ruimtelijke ordeningsbeleid. Dit nieuwe beleid heeft onder meer de Nota Mobiliteit, de Nota Ruimte en de Structuurvisie Randstad 2040 vervangen. De structuurvisie heeft betrekking op: rijksverantwoordelijkheden voor basisnormen op het gebied van milieu, leefomgeving, (water-)veiligheid en het beschermen van unieke ruimtelijke waarden; rijksbelangen m.b.t. (inter-)nationale hoofdnetten voor mobiliteit en energie; 16
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
rijksbeleid voor ruimtelijke voorwaarden die bijdragen aan versterking van de economische structuur. Bij deze aanpak hanteert het Rijk een filosofie die uitgaat van vertrouwen, heldere verantwoordelijkheden, eenvoudige regels en een selectieve rijksbetrokkenheid. Zo laat het Rijk de verantwoordelijkheid voor de afstemming tussen verstedelijking en groene ruimte op regionale schaal over aan provincies. Daarmee wordt bijvoorbeeld het aantal regimes in het landschaps- en natuurdomein fors ingeperkt. Daarnaast wordt (boven-)lokale afstemming en uitvoering van verstedelijking overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Alleen in de stedelijke regio's met concentraties van topsectoren (waaronder Amsterdam c.a. en Rotterdam c.a.) zal het Rijk afspraken maken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking. Overige sturing op verstedelijking zoals afspraken over percentages voor binnenstedelijk bouwen, Rijksbufferzones en doelstellingen voor herstructurering laat het Rijk los. De structuurvisie wordt uiteengezet in drie hoofddoelstellingen voor de middellange termijn (2028), namelijk “concurrerend, bereikbaar en leefbaar & veilig”. Voor deze drie hoofddoelen zijn 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd waarmee het Rijk aangeeft waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken.
De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Voor alle nationale opgaven worden rijksinstrumenten ingezet, waarbij financiering slechts één van de instrumenten is. Ook decentrale overheden en marktpartijen dragen bij aan de realisatie van nationale opgaven. Dit bestemmingsplan heeft raakvlakken met Nationaal belang 10: Ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten. Landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten geven identiteit aan een gebied en zijn van belang voor een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Het Rijk laat de sturing tussen verstedelijking en landschap over aan de provincies, zo is er meer ruimte voor regionaal maatwerk. De provincie Drenthe is verantwoordelijk voor de landschappelijke kwaliteit van het Bargerveen en omgeving en is tevens verantwoordelijk voor het behalen van de gestelde natuurdoelen.
3.4.2
Nationale Omgevingsvisie
De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt daarna geheel (uitgezonderd Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en
17
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk.
Nationale belangen Met de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen. De eerste drie nationale belangen zijn van een ander, meer overkoepelend karakter, dan de overige. Deze nationale belangen zijn: 1. Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. 2. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. 3. Waarborgen en versterken van grensoverschrijdende en internationale relaties. 4. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. 5. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 6. Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteitssysteem. 7. In stand houden en ontwikkelen van de hoofdinfrastructuur voor mobiliteit. 8. Waarborgen van een goede toegankelijkheid van de leefomgeving. 9. Zorg dragen voor nationale veiligheid en ruimte bieden voor militaire activiteiten. 10. Beperken van klimaatverandering. 11. Realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO²-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur. 12. Waarborgen van de hoofdinfrastructuur voor transport van stoffen via (buis)leidingen. 13. Realiseren van een toekomstbestendige, circulaire economie. 14. Waarborgen van de waterveiligheid en de klimaatbestendigheid (inclusief vitale infrastructuur voor water en mobiliteit). 15.
Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater. 16. Waarborgen en versterken van een aantrekkelijk ruimtelijk-economisch vestigingsklimaat. 17. Realiseren en behouden van een kwalitatief hoogwaardige digitale connectiviteit. 18. Ontwikkelen van een duurzame voedsel- en agroproductie. 19. Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang. 20. Verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. 21. Ontwikkelen van een duurzame visserij.
3.4.3
Besluit ruimtelijke ordening
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk een 'ladder' voor duurzame verstedelijking op (gebaseerd op de 'SER-ladder'). Deze ladder is als motiveringseis opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In deze situatie hoeft toetsing aan de ladder niet plaats te vinden.
3.4.4
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de AMvB die het inhoudelijke beleidskader van de rijksoverheid vormt over de ruimtelijke ordening. Het Barro stelt eisen aan een bestemmingsplan daar waar het gaat om gebieden van nationaal belang. In de regels van het Barro is aangegeven hoe met deze belangen bij een nieuw op te stellen bestemmingsplan rekening moet worden gehouden. Het Barro heeft op dit punt rechtstreekse werking. Daarnaast voorziet het Barro in provinciaal medebewind. Dit houdt in dat een provincie verplicht wordt tot het opnemen van zaken in de provinciale omgevingsverordening. Zo worden de provincies verplicht gebieden aan te wijzen
18
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
die het Natuurnetwerk Nederland vormen. Bij provinciale verordening worden de wezenlijke kenmerken en waarden van de gebieden aangewezen en worden regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen.
3.4.5
Nationaal Waterplan 2016-2021
Op 10 december 2015 hebben de Minister van Infrastructuur en Milieu en de Staatssecretaris van Economische Zaken het Nationaal Waterplan 2016 - 2021 vastgesteld. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2009-2015 en vervangt dit plan en de partiële herzieningen hiervan (Wind op Zee buiten 12 nautische mijl en verankering Rijksbeleid Deltabeslissingen). Het Nationaal Waterplan is vastgesteld op basis van de Waterwet en is voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie als bedoeld in de Wet ruimtelijke ordening. Het plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid. Daarnaast zijn in het Nationaal Waterplan 2016-2021 verwerkt: De gewenste ontwikkelingen, de werking en de bescherming van watersystemen in Nederland. Benodigde maatregelen en ontwikkelingen. Beheerplannen voor de stroomgebieden. Beheerplannen voor de gebieden met overstromingsrisico. Mariene Strategie. Beleidsnota Noordzee. Functies van de Rijkswateren. Het Nationaal Waterplan 2016-2021 voorziet in een actualisatie van het waterbeleid op een aantal terreinen. Zo is het beleid met betrekking tot waterveiligheid en zoetwater met de vastgestelde deltabeslissingen in 2014 fundamenteel veranderd.
Het Rijksbeleid is in 2014 met een tussentijdse wijziging verankerd in het Nationaal Waterplan 2009-2015 en opgenomen in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Daarnaast zijn de verschillende afspraken die door het kabinet zijn gemaakt de afgelopen jaren, over beleidsterreinen die raakvlakken hebben met water (zoals het Energieakkoord, de Natuurvisie en Deltaprogramma) verwerkt in het Nationaal Waterplan 2016-2021. Dit beleid blijft ook afzonderlijk van kracht. Met de vaststelling van het Nationaal Waterplan 2016-2021 voldoet Nederland tevens aan eisen die uit het Europees recht voortvloeien (de Kaderrichtlijn Water, Richtlijn Overstromingsrisico's en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie). NB. In maart 2021 heeft de minister het ontwerp Nationaal Waterprogramma 2022 - 2027 aangeboden aan de kamer. Deze beleidsactualisatie heeft geen noemenswaardig effect op dit bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is verenigbaar met het Nationaal Waterplan 2016-2021. Met het bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het nationale waterbeleid gelet op de inrichting van een veilig en betrouwbaar watersysteem. Daarnaast staat het bestemmingsplan de verhoging van de waterveiligheid niet in de weg.
19
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
3.4.6
Nationaal bestuursakkoord water
Het Nationaal bestuursakkoord water (NBW) is op 25 juni 2008 geactualiseerd. Met de actualisatie van het NBW onderstrepen de betrokken partijen, rijk, provincies, gemeenten en waterschappen nogmaals het belang van samenwerking om het water duurzaam en klimaatbestendig te beheren. In het akkoord staat onder meer hoe met klimaatveranderingen, de stedelijke wateropgave en de ontwikkelingen in woningbouw en infrastructuur moet worden omgegaan. Ook is er meer aandacht voor het realiseren van schoon en ecologisch gezond water. Het NBW heeft tot doel om het watersysteem in Nederland op orde te brengen en te houden en te anticiperen op klimaatverandering. Het gaat hierbij om de verwachte zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering. Nederland krijgt hierdoor steeds meer te maken met extreem natte en extreem droge periodes. Dit bestemmingsplan voorziet in de vergroting van de overlevingskansen van het natuurgebied Bargerveen. Met deze verbetering bij het NBW.
Conclusie Rijksbeleid Het bestemmingsplan heeft tot doel de waterhuishouding van het aansluitende Natura 2000-gebied Bargerveen te verbeteren. Bij toetsing aan de NOVI gaat het met name om het behoud en het versterken van de landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter-)nationaal belang en verder ook het verbeteren en beschermen van natuur en biodiversiteit. De realisering van Buffer zuid wordt gezien als passend binnen de uitgangspunten van de NOVI. Het bestemmingsplan loopt daarmee in de pas met de uitgangspunten van het rijksbeleid.
3.5
Europees beleid
Vogel- en Habitatrichtlijn Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden, dat door de lidstaten van de Europese Unie wordt opgezet. Het Natura 2000-netwerk dient ter bescherming van zowel de gebieden (natuurlijke habitatten) als wilde flora en fauna op het Europese grondgebied van de lidstaten. Natura 2000 wordt op zijn beurt weer gevormd door de Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992). Deze richtlijnen richten zich op de (directe) bescherming van soorten en op de instandhouding van hun leefgebieden en andere natuurlijke habitatten. Sinds 16 december 2015 vallen de Natura 2000-gebieden samen met de beschermde natuurmonumenten (voorheen (staats)natuurmonumenten) het soortenbeleid uit de Vogelen Habitatrichtlijn onder de Wet natuurbescherming.
Conclusie Europees beleid Met dit bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan het herstel en de versterking van het Natura 2000-gebied Bargerveen. Daarmee sluit dit bestemmingsplan aan op het relevante Europese beleid.
20
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
Het Natura 2000-gebied Bargerveen is het grootste van de hoogveenrestanten van Nederland. De hydrologische omstandigheden zijn bepalend voor de kwaliteit en ontwikkeling van hoogveengebieden. De afgelopen jaren zijn veel maatregelen uitgevoerd om de waterhuishouding van het gebied te verbeteren. Er zijn zowel maatregelen binnen als buiten het Natura 2000-gebied noodzakelijk. Deze maatregelen vloeien voort uit het in 2017 vastgestelde Natura 2000 Beheerplan Bargerveen. De aanleg en realisering van Buffer zuid is één van die maatregelen.
4.1
Aanleiding
Actieve hoogvenen hebben vaak te maken met versterkte wegzijging naar het omliggende ontgonnen landschap, waardoor hun behoud en herstel wordt bedreigd. De mate waarin dat gebeurt hangt af van de omvang van het veengebied, het grondwaterpeil in de omgeving en de doorlatendheid van de ondergrond. Het onderste deel van het veenpakket en eventueel daaronder aanwezige slecht doorlatende minerale lagen bieden daarbij de meeste weerstand tegen wegzijging. Het onderste deel van het veenpakket en deze slecht doorlatende lagen worden aangeduid als 'de veenbasis'. De hoogveenkern van het Natura 2000-gebied Bargerveen is een restant van een groot hoogveencomplex waarvan de randen zijn afgegraven. Mede door de ligging op de Hondsrug ligt het Natura 2000-gebied hoog in het landschap. Deze hoge ligging zorgt voor een sterk verhang in het grondwaterpeil in het veenlichaam en daarmee voor een hoge laterale wegzijging (weglopen van grondwater door hoogteverschillen). Daarnaast bestaat de ondergrond van het Bargerveen uit een dik zandpakket met plaatselijk een tweetal slecht doorlatende lagen. Omdat deze slecht doorlatende lagen niet aaneengesloten zijn is ook sprake van een grote verticale wegzijging (vervloeien van het grondwater naar de zijkanten) en daarmee van relatief grote fluctuaties van de grondwaterstand.
Voor het Bargerveen wordt ernaar gestreefd de wegzijging door hoogteverschillen tegen te gaan door het veengebied te compartimenteren. Hierdoor worden de verschillen in grondwaterstand kunstmatig op niveau gehouden, waardoor de wegzijging wordt verminderd en/of vertraagd. De verticale wegzijging kan voor een belangrijk deel worden weggenomen door het realiseren van een buffer aan de randen van het Natura 2000-gebied. Door realisering van een buffer met compartimenten wordt het mogelijk om te komen tot lagere verschillen in waterpeilen binnen het veengebied. In de voorbije jaren is het hoogveengebied Bargerveen al vergaand hersteld dankzij interne maatregelen in de waterhuishouding en de realisering van buffers rondom het Bargerveen. Er speelt echter nog een aantal knelpunten in de waterhuishouding waardoor realisatie van de Buffer zuid nodig blijft.
21
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
4.2
Opgave
Op 27 september 2013 is de bestuurscommissie Bargerveen geïnstalleerd (GS Nota, provincie Drenthe, 19 februari 2014). Deze treedt in de plaats van de landinrichtingscommissie Nieuw Schoonebeek. In overleg met de landinrichtingscommissie is de opdracht voor de bestuurscommissie geformuleerd. De opdracht heeft betrekking op de eerste fase van de totale opgave voor het project Bargerveen, waarbij hydrologische maatregelen getroffen dienen te worden ter bescherming van het Natura 2000-gebied Bargerveen ten behoeve van de uitvoering van het Natura 2000 beheerplan Bargerveen. Doelstellingen van het project zijn samengevat: Bijdragen aan de instandhoudings- en versterkingsdoelstellingen van het N2000-gebied Bargerveen en aan uitbreiding van de natuurwaarden van het Bargerveen en de directe omgeving. Het omliggende gebied vrijwaren van extra wateroverlast en optimalisatie waterhuishouding. Uitgaande van de natuurdoelstelling tevens bijdragen aan landbouwontwikkeling, de realisatie van een duurzaam watersysteem, recreatieve ontwikkeling, etc.
In december 2015 verleende de provincie Drenthe aan de Bestuurscommissie Bargerveen – Schoonebeek de aanvullende opdracht voor volledige inrichting van de bufferzones rond het Bargerveen, zijnde de bufferzones Noord, West, Weiteveen en Nieuw-Schoonebeek (nu bekend als Buffer zuid) (Aanvulling opdracht Bestuurscommissie 24 september 2013, provincie Drenthe, 8 december 2015). De opdracht omvat het onderzoeken en uitvoeren van de PAS (thans vervallen) en Natura 2000 maatregelen ten behoeve van het Bargerveen. De provincie riep hierbij op om voortdurend aandacht te besteden aan het realiseren van meekoppelkansen op basis van beschikbare financiering.
4.3
Doelstellingen
Hoofddoel voor de inrichting van Buffer zuid is het herstel van de waterhuishouding in het Bargerveen. Dit doel laat zich splitsen in twee hoofdsubdoelen: 1. ecologisch herstel en versterking van het Bargerveen (hogere waterstand ten behoeve van de natuurdoelen); 2. verbeteren van de waterhuishouding voor de landbouw (lagere (grond)waterstand ten behoeve van de landbouw); Om de hiervoor genoemde doelstelling te halen dient de bufferzone ingericht te worden en dient de waterhuishouding in het herinrichtingsgebied Nieuw Schoonebeek aangepast te worden. Hiervoor is het Gewenst Grond- en Oppervlaktewaterregime (GGOR) Bargerveen 2008 opgesteld en in 2021 geactualiseerd en verwerkt in het eveneens ter visie liggende projectplan watersysteem Nieuw Schoonebeek. Buffer zuid omvat een gebied van 220 hectare. Daarvoor zijn agrarische gronden vrijgemaakt en boerenbedrijven verplaatst. Dat heeft een grote impact op de omgeving, maar biedt ook mogelijkheden om iets terug te doen voor die omgeving. Bij de inrichting van Buffer zuid ontstaan – net als bij de andere buffers en in het Bargerveen – mogelijkheden voor medegebruik, zoals recreatie en ingrepen ten behoeve van klimaatrobuustheid. Om negatieve impact op de omgeving te verkleinen zijn de volgende drie subdoelen van het project gedefinieerd: 3. voorkomen negatieve effecten op de (woon)omgeving; 4. klimaatrobuustheid; 22
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
5. landschap en recreatie. 1. Ecologisch herstel en versterking van het Bargerveen De genoemde doelstellingen houden voor de natuur in dat er gestreefd wordt naar stabiele, hoge waterstanden. De stijghoogte van het grondwater onder de veenbasis wordt verhoogd en gaat zo mogelijk tot in de veenbasis reiken. In de bufferzone komt veel water te staan. De buffer is, gerekend van oost naar west, in te delen in vier 'vakken'. In het eerste vak aan de oostkant komt ongeveer 40% van het oppervlak onder water te staan, in het tweede vak 70% en in de twee westelijk gelegen vakken 90%. Deze grote hoeveelheden water helpen voorkomen dat het water weglekt uit het Bargerveen. Tijdens extremere natte situaties verandert het oppervlak dat onder water staat naar 90% voor alle vakken. Door realisering van de buffer zal de wegzijging van water uit het Bargerveen sterk verminderen waardoor de stijghoogte in het Bargerveen verhoogd wordt en het Bargerveen ecologisch verder hersteld en versterkt kan worden. Ten behoeve van een optimale werking van de buffer ten gunste van het Bargerveen dient de bestaande Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat verlegd te worden naar de zuidzijde van het plangebied. 2.
Verbeteren van de waterhuishouding voor de landbouw Voor de landbouw ten zuiden van de bufferzone gaat het om het realiseren van het GGOR zodat in het landbouwgebied ten zuiden van de buffer kan worden uitgegaan van een drooglegging van 1 meter in 90% van het peilgebied in de winterperiode. In de zomerperiode is de drooglegging in een aantal peilvakken minder dan 1 meter in 90% van het peilgebied. 3. Voorkomen negatieve effecten op de (woon)omgeving Voor wat betreft de effecten op de (woon)omgeving is het uitgangspunt dat er geen verslechtering van de waterhuishouding mag optreden ten opzichte van de huidige situatie. Met name de peilverlaging voor de landbouw zal naar verwachting een gunstig effect hebben op de omgeving. 4. Klimaatrobuustheid Klimaatrobuustheid betekent in deze situatie dat het watersysteem voldoet aan het middenscenario van het KNMI voor klimaatverandering in 2050. 5. Landschap en recreatie Tot slot moet de buffer wat betreft landschap en recreatie een landschappelijk en recreatief aantrekkelijk gebied worden voor de omgeving. Voor wat betreft de recreatie zijn in het plan onder andere de realisering van rustplaatsen en mogelijkheden voor kanovaren meegenomen. Ook zijn wandelpaden en fietsroutes meegenomen. Deze vorm van extensieve recreatie is een voortzetting van het extensieve recreatief gebruik in het Bargerveen en de eerder aangelegde bufferzones.
Het Natura 2000-beheerplan Bargerveen stelt immers dat er geen significant negatieve effecten te verwachten zijn als gevolg van dit extensief recreatieve gebruik, mits gehouden wordt aan de voorwaarden die Staatsbosbeheer hanteert; bijvoorbeeld alleen wandelen en fietsen op paden en wegen. Gemotoriseerde recreatie is in de buffer niet toegestaan, derhalve is parkeren aan de zuidzijde toegestaan. 23
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
De Bestuurscommissie Bargerveen - Schoonebeek heeft de nadrukkelijke ambitie dat de ontwikkelingen van Buffer zuid ook een ruimtelijke kwaliteitsimpuls geven aan de omgeving. Omdat 220 hectare aan agrarische gronden wordt onttrokken en omdat boerenbedrijven hebben moeten wijken voor de ontwikkeling van de buffer, hechten de bestuurscommissie en de gebiedspartners, waaronder de gemeente Emmen, er veel waarde aan om iets 'terug te doen' voor de omgeving. Een ruimtelijke en economische impuls voor de streek is bij voorkeur in te vullen met recreatie, omdat het zich kan verenigen met het hoofddoel: herstel van de waterhuishouding in het Bargerveen. Om een ruimtelijke kwaliteitsimpuls mogelijk te maken en om de natuurbeleving te versterken, is in Buffer zuid ook ruimte voor intensieve recreatie in de vorm van een horecabedrijf en maximaal 10 ecolodges.
4.4
Ruimtelijke kaders
Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit De Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit (HRK) (Handreiking Ruimtelijke Kwaliteit Ontwerpprincipes voor vormgeving Buffer Zuid Bargerveen, Royal HaskoningDHV, mei 2022, Bijlage 1) biedt de ruimtelijke kaders voor de inrichting van Buffer zuid. De HRK is de basis voor initiatiefpaspoorten (zie hierna) en het schetsontwerp. De HRK is tot stand gekomen in samenwerking met de in de Bestuurcommissie Bargerveen vertegenwoordigde partijen. Het doel van de HRK is drieledig: het heeft tot doel de markt handvatten te geven en te inspireren, zodat er concrete initiatieven ontstaan die passen in het ontwerpgedachtengoed voor de bufferzone. Ten tweede dient het als communicatiemiddel om de omgeving meer beeld te geven bij mogelijke ontwikkelingen in de bufferzone en daarmee draagvlak te creëren. Ten derde dient het als toetsingskader om de ingediende initiatieven te toetsen. Daarbij staan twee hoofdvragen centraal: 1. Hoe kan het gebied worden ingericht zodat het hydrologisch (voorwaardelijk voor de inrichting) en ecologisch goed gaat functioneren en zorgvuldig wordt ingepast in het landschap, waarbij de landschappelijke kwaliteit en cultuurhistorische identiteit van het gebied worden versterkt? 2.
Wat zijn het gewenste functioneren, gebruik en beleving van het gebied en wat is nodig om dat te bereiken? Visie Om het Bargerveen en de natuurwaarden duurzaam in stand te houden worden grote bufferzones rondom het hoogveengebied gerealiseerd. Deze 'watermachines' worden hydrologisch zodanig ingericht dat ze verdroging van het hoogveen voorkomen en gelijktijdig voorkomen dat omliggende landbouwgronden te nat worden. De bufferzone vormt een nieuwe laag in het landschap. Het maakt echter onlosmakelijk deel uit van het landschap, omdat het functioneel gezien noodzakelijk is voor een duurzame instandhouding van het Bargerveen. Qua vormgeving wordt aansluiting gezocht bij het omliggende landschap. Aan de noordzijde wordt de oeverlijn in de bufferzone vormgegeven als rafelige rand, kenmerkend voor het aangrenzende Bargerveen, terwijl aan de zuidzijde aansluiting wordt gezocht bij de langgerektheid van het slagenlandschap. De te verleggen Doctor Ingenieur H.A. Stheemanstraat vormt de nieuwe "ontginningslijn" in oostwestelijke richting langs de zuidzijde van de bufferzone. De beplanting is gebiedseigen en sluit aan bij de karakteristiek van enerzijds het Bargerveen en anderzijds het ontginningslandschap. De kades worden 24
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
zodanig ingericht dat ze geen harde barrières vormen maar geleidelijke overgangen zijn in het landschap. De ontwikkeling van de bufferzone vindt plaats met respect voor het historische landschap. Het gebied gaat bijdragen aan een duurzame toekomst voor het Bargerveen en de (nieuwe) natuurwaarden. Er wordt ruimte geboden voor natuurlijk beheer (door middel van begrazing). Vooralsnog is er geen ruimte voor nieuwe vormen van (duurzame) landbouw. De aantrekkingskracht van het gebied op de bewoners zal door onder andere nieuwe fiets- en wandelroutes worden vergroot. De aanleg van de buffer biedt tevens economische kansen voor de regio. Bij de inrichting van het gebied én bij de ontwikkeling van medegebruik in het gebied staan de landschappelijke karakteristiek en -beleving centraal. Alle ontwikkelingen in de bufferzone dienen in dit gedachtengoed ontworpen te worden. De bufferzone biedt volop kansen voor medegebruik en in het plan wordt hier ook de ruimte voor geboden. Een belangrijke voorwaarde voor medegebruik is dat het in harmonie is met de landschappelijke en natuurwaarden. De natuurdoelen van het Bargerveen mogen niet worden geschaad. Verschillende (gebruiks)functies (en doelgroepen) kunnen in het gebied een plek krijgen. Off-grid ecolodges passen bijvoorbeeld prima bij de landschaps- en natuurbeleving en hoeven de natuurwaarden niet te schaden.
Kanoverhuur, educatiecentrum, horeca of innovatieve vormen van landbouw zijn mogelijk in te passen in (aangewezen) delen van het gebied, mits het niet het hydrologische en ecologische functioneren schaadt. De nieuwe functies leveren bij voorkeur ook een positieve bijdrage aan de leefbaarheid van Nieuw Schoonebeek. Denk aan medegebruik en eventuele economische activiteiten die in het gebied zullen plaatsvinden. Hierbij kan gedacht worden aan werkgelegenheid en medegebruik door de bewoners. Overlast van bijvoorbeeld geparkeerde auto's, verstorende verlichting en/of reclame-uitingen moeten tot een minimum worden beperkt en onveilige situaties door menging van bijvoorbeeld fietsers en wandelaars met landbouwverkeer voorkomen. Bij de ontwikkeling van initiatieven dienen de bewoners zorgvuldig meegenomen te worden. In een gebied waar landschap en natuur centraal staan, dient vanzelfsprekend nagedacht te worden over natuurinclusief ontwerpen, toepassing van duurzame en circulaire materialen (die ook duurzaam qua beheer zijn) en groene energiebronnen. Bovendien moet het gebied goed te beheren zijn, om verrommeling van het landschap te voorkomen.
Ontwerpprincipes Om invulling te geven aan voornoemde visie zijn ontwerpprincipes opgesteld. Deze principes zijn leidend voor het schetsontwerp en voor de situering en vormgeving van initiatieven in het plangebied. Het betreft de volgende ontwerpprincipes: 1. landschappelijke karakteristiek en elementen; 2. vergezichten en openheid; 3. zonering - intensief versus extensief medegebruik; 4. kades en oevers; 5. ontsluiting en routes; 6. bebouwing; 7. natuurlijke afscheidingen. Initiatiefpaspoorten Voor de ontwikkeling van het gebied zijn enkele mogelijke initiatieven voor het gebied beschreven aan de hand van initiatiefpaspoorten (Initiatiefpaspoorten Buffer Zuid Bargerveen, Royal HaskoningDHV, mei 2022, Bijlage 2). De initiatiefpaspoorten geven een nadere detaillering met specifieke ontwerpprincipes en beeldkwaliteitseisen voor de realisatie van de 25
Gemeente Emmen, bestemmingsplan Buitengebied, Buffer zuid (vastgesteld)
economische activiteiten in Buffer zuid. De initiatiefpaspoorten zijn tot stand gekomen in samenspraak met betrokken partijen en dorpsvertegenwoordiging. Het gaat om de volgende paspoorten: initiatiefpaspoort horeca/ receptie/ spelen, zuidwesthoek vak 4; initiatiefpaspoort multifunctionele accommodatie, vak 2/ vak 3; initiatiefpaspoort actieve recreatie/ buitensport, vak 2/ vak 3 (mogelijk te combineren met initiatief in zuidwesthoek vak 4); initiatiefpaspoort natuurinclusieve/ circulaire landbouw, vak 1/ vak 2a en zuidkade overige vakken; initiatiefpaspoort ecolodges (off-grid), vak 1/ vak 2a. Beeldkwaliteitsplan Om de kwaliteit te borgen die in de HRK en de initiatiefpaspoorten wordt beschreven is een beeldkwaliteitsplan (BKP) opgesteld (Beeldkwaliteitsplan Buffer Zuid Bargerveen, Royal HaskoningDHV, januari 2023, Bijlage 3). In dit BKP staan welstandseisen opgenomen. Welstandseisen mogen uitsluitend worden opgenomen in een door de raad vastgestelde welstandsnota. De welstandscommissie mag ook uitsluitend toetsen aan de eisen opgenomen in de welstandsnota. Daarom wordt dit BKP door de raad vastgesteld als onderdeel van de welstandsnota. Het BKP geeft de inrichtingsprincipes weer voor de groenstructuur, de ontsluiting en de (erf)afscheidingen.
Daarnaast omschrijft het BKP vooral de gewenste beeldkwaliteit, waarbij een onderscheid gemaakt wordt in de beeldkwaliteit in het algemeen en beeldkwaliteit van de bebouwing.
4.5
Totstandkoming schetsontwerp
Milieu speelt een belangrijke rol bij het totstandkomen van een goed en verantwoord schetsontwerp. Reden waarom het milieubelang volwaardig in de besluitvorming moet worden betrokken. Hiertoe is het instrument milieueffectrapportage ontwikkeld (zie ook paragraaf 5.1). Voorafgaand aan de besluitvorming moet in beeld worden gebracht wat de milieugevolgen (kunnen) zijn. De uiteindelijke onderzoeksresultaten worden gepubliceerd in het milieueffectrapport (MER). Binnen het MER van de Buffer zuid is een viertal scenario's onder de loep genomen en nader afgewogen. Uiteindelijk is er voorkeursalternatief uit voort gekomen. Het voorkeursalternatief (VKA) is gebaseerd op het hydrologisch voorkeursprincipe en een combinatie van de landschappelijke inrichtingsvarianten. Deze zijn terug te vinden in het MER, die als Bijlage 4 bij deze toelichting is gevoegd. In het MER Buffer zuid zijn verschillende ontwerpvarianten ontwikkeld en beoordeeld op hun effecten (waaronder hydrologische, ecologische en landschappelijke effecten). De effecten van het VKA zijn met het grondwatermodel doorgerekend voor een voorjaars- en zomersituatie. Het voorkeursalternatief (VKA) is een combinatie van het hydrologisch voorkeursprincipe en de landschappelijke varianten “Gradiënt” en “Beek en Veen”.