VNOG Regionaal Crisisplan 2024-2027
Tekst van het document
Deelproces
Toelichting
Bijzondere Uitvaartzorg & Collectieve Rouwverwerking
Het organiseren van herdenkingsdiensten en het eventueel mogelijk maken van het houden van stille tochten, om hiermee invulling te geven aan de behoefte aan collectieve rouwverwerking.
Preparatie Nafase
Het voorbereiden van maatregelen om na de ramp of crisis zo snel mogelijk terug te keren naar het ‘normale’.
Informatie Het plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van activiteiten die zijn gericht op het tijdig, op de juiste plaats en in de juiste vorm leveren van de juiste informatievoorzieningen aan de juiste afnemers.
Deelproces
Toelichting
Informatiemanagement
Informatiemanagement voor de processen van bevolkingszorg.
Verwanten- en schadeinformatie.
Informatie over verwanten en schade.
Pagina 24 van 36
Ondersteuning Het op operationeel niveau plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van activiteiten die zijn gericht op het tijdig, op de juiste plaats en in de juiste vorm leveren van de juiste personele en facilitaire70 voorzieningen aan de juiste afnemers
Deelproces
Toelichting
Catering
Verzorgen van eten en drinken.
Archivering
Ontsluiten van het gemeentelijke archief voor de crisisorganisatie.
Financiële zaken
Monitoren van geldstromen. Voorstellen maken met een financieel advies.
Protocollaire zaken
Representatieve zaken.
Facilitaire ondersteuning
Telefonie en zorgdragen voor ICT-ondersteuning. Het treffen van voorzieningen in het gemeentehuis: bewaking, verzorging, bodes, GISmedewerkers, receptionistes en telefonistes.
Logistieke ondersteuning
Inzet van transport, bijzonder materieel en ondersteuning.
Verslaglegging
Verslaglegging en registratie van vergaderingen (GBT en Team BZ)
Pagina 25 van 36
1.2 Geneeskundige zorg 1.2.1 Algemeen De GHOR coördineert en faciliteert de reguliere zorg- en dienstverlening ten behoeve van de burgers tijdens rampen en crises en heeft in de voorbereiding daartoe afspraken gemaakt met haar ketenpartners uit de ‘witte kolom’: • Witte Kruis (Regionale Ambulancevoorziening); • GGD NOG; • Ziekenhuizen in de regio; • Regionale huisartsenkring en huisartsenposten; • Nederlandse Rode Kruis; • Traumacentra; • PSHOR (GGZ-instellingen, Maatschappelijk Werk en Slachtofferhulp); • Zorginstellingen.
1.2.2 Organisatie
De Directeur Publieke Gezondheid (DPG) is eindverantwoordelijk voor de geneeskundige processen. De feitelijke aansturing van de geneeskundige processen is gedelegeerd aan de Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg (ACGZ). Ter ondersteuning kan de ACGZ gebruik maken van de sectie geneeskundige zorg. De sectie geneeskundige zorg bestaat uit het Hoofd Informatie Geneeskundige Zorg (HIN GZ), het Hoofd Ondersteuning Geneeskundige Zorg (HON GZ) en een Operationeel Medewerker Actiecentrum (OMAC) en functioneert onder aansturing van de ACGZ. Afhankelijk van de hoeveelheid werkzaamheden kan de kernbezetting aangevuld worden met één of meer HIN-en of Operationeel Medewerkers Actiecentrum. Hiernaast kan indien gewenst de kernbezetting aangevuld worden met specifieke specialisten en/of externe adviseurs. De officier van dienst geneeskundig (OvD-G) is de hoogste leidinggevende van de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident. De OvD-G geeft binnen het proces Acute Gezondheidszorg functioneel leiding en signaleert de noodzaak tot inzet van deeltaken van het proces Publieke Gezondheidszorg. De OvD-G stemt de multidisciplinaire samenwerking af op operationeel niveau.
Pagina 26 van 36
1.2.3 Hoofd- en deelprocessen Acute Gezondheidszorg Door de zorgvrager en/of zorgverlener ervaren onvoorziene en onmiddellijke behoefte aan diagnostiek en behandeling (VWS,2008).
Deelproces
Toelichting
Triage
Het beoordelen van slachtoffers (op lichamelijk letsel) bij rampen/crises.
Behandelen
Geneeskundige verzorging gericht op het zo snel mogelijk door de hulpverleningsdiensten van het brongebied afvoeren van slachtoffers naar bijvoorbeeld ziekenhuizen of verzorglocatie.
Vervoeren
Het vervoeren van slachtoffers naar ziekenhuizen.
Publieke gezondheidszorg De gezondheidsbeschermende en gezondheidsbevorderende maatregelen voor de bevolking of specifieke groepen daaruit, waaronder begrepen het voorkómen en het vroegtijdig opsporen van ziekten (WPG).
Deelproces
Toelichting
Psychosociale Hulpverlening
Deelproces gericht om het herstel van het psychisch evenwicht van de getroffenen te bevorderen en de benodigde zorg zo snel mogelijk onder te brengen in reguliere trajecten.
Gezondheidsonderzoek
Deelproces gericht op mogelijke gezondheidsrisico’s op de lange termijn.
Infectieziektebestrijding
Deelproces gericht op het opsporen en beschermen tegen infectieziekte-uitbraken bij (dreiging van) een grootschalige uitbraak van een infectieziekte.
Medische Milieukunde (MMK)
Deelproces ingezet bij incidenten met gevaarlijke stoffen, ook wel aangeduid als CBRN: Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair.
Pagina 27 van 36
1.3 Brandweerzorg 1.3.1 Algemeen De brandweer is verantwoordelijk voor drie processen: Bron- en emissiebestrijding, Grootschalige ontsmetting en Grootschalige redding. Onder het proces Bron- en Emissiebestrijding vallen alle reguliere repressieve brandweertaken: brandbestrijding, hulpverlening, incidentbestrijding gevaarlijke stoffen en water-ongevallenbestrijding. Pas als er sprake is van incidenten waarbij er noodzaak is voor grootschalige ontsmetting, wordt het proces Grootschalige ontsmetting opgestart. Datzelfde geldt voor het proces Grootschalige redding.
1.3.2 Organisatie
Bij opschaling ligt de coördinatie van brandweerzorg tot en met GRIP 1 bij de Taakcommandant Brandweer in het COPI. De rol van Taakcommandant kan ingevuld worden door een Officier van Dienst (OvD) of een Hoofdofficier van Dienst (HOvD), afhankelijk van het incident en de opschaling. De Algemeen Commandant is de hoogst leidinggevende en vanaf GRIP 2 ligt bij hem of haar de coördinatie van de Brandweerzorg. Voor een beschrijving van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de functionarissen wordt verwezen naar het deelplan Brandweerzorg van de brandweer.
1.3.3 Hoofd- en deelprocessen Bron- en emissiebestrijding Bestrijding van brand, verlenen van hulp en bestrijding van emissie van gevaarlijke stoffen gaat over het voorkomen van uitbreiding en het terugdringen van de fysische oorzaak en de daarmee samenhangende fysische effecten van een ramp. Hiermee wordt de toename van het aantal slachtoffers en de toename van schade voorkomen of beperkt. Het verlenen van hulp anders dan brand kan ook bestaan uit hulpverleningen na instortingen et cetera. Ondanks dat hiervoor diverse gespecialiseerde teams in Nederland actief zijn (Reddingsteam hoogteverschillen en Urban Search en Rescue Team (USAR)) maken deze activiteiten onderdeel uit van het proces Bron- en emissiebestrijding. Het verkennen met behulp van verkenningseenheden levert feitelijke informatie op waarmee veronderstellingen over de situatie in zowel het bron- als het effectgebied geverifieerd kunnen worden en/of waarmee een beter beeld kan worden opgebouwd. Dit is van groot belang voor de directe bestrijding van het incident en de beleidsbepaling.
Deelproces
Toelichting
Brandbestrijding
Bestrijden van brand en voorkomen van brand-uitbreiding. Redden van mens en dier. Voorkomen van schade.
Pagina 28 van 36
Hulpverlening
Beheersen van ongevallen. Bevrijden van slachtoffers.
Ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen
Stabiliseren van lekkages van gevaarlijke stoffen. Redden van slachtoffers.
Waterongevallen-bestrijding
Redden van te water geraakte slachtoffers door middel van een grijpredding vanaf wal/vaartuig of duiken.
Grootschalige ontsmetting Na emissie van chemische, biologische, radiologische en/of nucleaire stoffen kan het noodzakelijk zijn om grootschalig te ontsmetten. Het kan hierbij gaan om de ontsmetting van hulpverleners, burgers, dieren, infrastructuur, objecten, hulpverleningsmateriaal en voertuigen om de verdere verspreiding van besmetting te voorkomen of te beperken. De taakorganisatie Grootschalige Ontsmetting is primair toegerust op het grootschalige ontsmetten van burgers en hulpverleners. Voor het ontsmetten van infra, voertuigen en hulpverleningsmateriaal kan in het kader van Civiel Militaire Samenwerking ondersteuning aangevraagd worden bij het Ministerie van Defensie. De brandweer blijft hier wel procesverantwoordelijk. Aangezien dit een specialistische taak betreft die ook niet altijd gericht hoeft te zijn op de bron is het een separaat brandweerproces. In dat geval is er behoefte aan ondersteuning door het landelijk georganiseerde specialisme chemische, biologische of radiologische/nucleaire stoffen (CBRN) (grootschalige ontsmettingseenheden) via de steunpunten waaronder die van VNOG.
Deelproces
Toelichting
Ontsmetten mens en dier
Ontsmetten van (mogelijk) met gevaarlijke stoffen besmette personen en dieren.
Ontsmetten voertuigen
Ontsmetten van (mogelijk) met gevaarlijke stoffen besmette voertuigen.
Grootschalige redding Grootschalige of specialistisch zoeken naar en redden van ingesloten of bedolven slachtoffers bij rampen. De taakorganisatie bestaat uit eenheden vanuit de steunpunten met het specialisme technische hulpverlening eventueel aangevuld met de USAR die op verzoek ter plaatse kan komen. Dit team is samengesteld uit meerdere disciplines dan alleen brandweer en is gespecialiseerd om slachtoffers te redden.
Pagina 29 van 36
1.4 Politiezorg 1.4.1. Algemeen De taken politiezorg worden uitgevoerd door operationele eenheden onder leiding van de algemeen commandant politiezorg. Ze worden ter plaatse aangestuurd door de Officier van Dienst of door de stafsectie politiezorg, deze kan tevens bestaan uit een SGBO (zie paragraaf twee voor een nadere toelichting). De politiezorg kent de volgende hoofdtaken: • Mobiliteit • Ordehandhaving • Bewaken en beveiligen • Opsporing • Interventie Daarnaast zijn er twee ondersteunende taken: • Informatiemanagement • Ondersteuningsmanagement
1.4.2 Organisatie
Binnen de verantwoordelijkheden van de politie kan een onderscheid gemaakt worden tussen de politietaken en de politieprocessen. Kijken we naar de politie taken dan gaat het om de zeven taken waarvoor de politie verantwoordelijk is bij een incident en zoals ze door de politie op OvD (CoPI) niveau worden gehanteerd. Deze taken vallen op hun beurt onder een politieproces zoals in paragraaf drie omschreven. De politieprocessen zoals in dit plan beschreven omvatten de processen waarvoor de politie bij multidisciplinair optreden verantwoordelijk is en kent een zelfde indeling als de knoppen van de staf grootschalig en bijzonder optreden (SGBO) die de politie ook bij monodisciplinair optreden hanteert. In geval van een crisis waarbij verschillende hulpdiensten betrokken zijn en waar wordt besloten op te schalen naar GRIP 2 is het mogelijk dat het actiecentrum politie bestaat uit de SGBO. Dit is afhankelijk van de aard en inhoud van het incident. In elk geval zal er naast de algemeen commandant een medewerker plaats nemen in het actiecentrum politie. De SGBO politie kent twee rollen, ten eerste als actiecentrum van de politie onder aansturing van de algemeen commandant politiezorg in het ROT, waar de burgemeester/voorzitter van veiligheidsregio optreedt als bevoegd gezag.
Daarnaast kan, wederom afhankelijk van de aard van het incident, de SGBO politie nog een zelfstandige taak hebben als het gaat om de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Voor dit onderdeel valt de SGBO onder het bevoegd gezag van de officier van justitie. Het is daarom denkbaar dat de SGBO bij een crisissituatie taken uitvoert voor beide gezagen. Mocht het zo zijn dat er een discrepantie ontstaat in de door de politie uit te voeren taken ten behoeve van de verschillende gezagen, zal in de lokale driehoek de te hanteren strategie worden bepaald. Om het onderscheid tussen de opschaling
Pagina 30 van 36
binnen de multidisciplinaire en monodisciplinaire context te duiden, gebruiken we de benaming ‘stafsectie Politiezorg’ voor opschaling binnen de multidisciplinaire context, en ‘SGBO’ voor opschaling binnen de monodisciplinaire context.
1.4.3 Hoofd- en deelprocessen Mobiliteit In het kader van het ongestoord en veilig laten verlopen van een evenement/ gebeurtenis/ incident/ crisis is het hoofd Mobiliteit verantwoordelijk voor een ongestoorde, veilige circulatie van het verkeer alsmede voor begidsen en begeleiden. Onder verkeer wordt in dit verband verstaan: goederen- en mensenstromen. Dit is anders dan crowd management, crowd control en riot control, dat gericht is op het sturen en ingrijpen op mensenmassa’s in het kader van openbare orde en veiligheid (zie hoofdtaak Ordehandhaving). De politietaken “verkeer regelen” en “begidsen” zijn in deze hoofdtaak geïntegreerd.
Deelproces
Toelichting
Dynamisch verkeersmanagement
Het ten tijde van een calamiteit/ incident (of een dreiging daarvan) zorgdragen voor de begeleiding van de bij de hulpverlening betrokken organisaties en personen, ter voorkoming van stagnatie in de hulpverlening.
Statisch verkeersmanagement
Het voorkomen van stagnatie in de hulpverlening, het voorkomen en/of oplossen van verkeersopstoppingen of verkeersstremmingen en het voorkomen van verkeersonveilige situaties. Daarnaast heeft het proces tot doel: Het bespoedigen van de aan- en afvoer van de hulpdiensten en het zoveel mogelijk beperken van de economische schade
Ordehandhaving Doel van de hoofdtaak ordehandhaving is het veilig, ongestoord en ordelijk laten verlopen van een evenement/gebeurtenis/incident/crisis, het voorkomen van ordeverstoringen en het daadwerkelijk handhaven van de rechtsorde (het handhaven van de openbare orde en het strafrechtelijk handhaven van de rechtsorde). Bij het handhaven van de openbare orde en bij het uitvoeren van de hulpverleningstaak valt de politie onder het gezag van de burgemeester. Voor het strafrechtelijk handhaven van de rechtsorde valt de politie onder het gezag van de Officier van Justitie. De politietaken “afzetten”, “afschermen” en “ontruimen” zijn in deze hoofdtaak geïntegreerd.
Deelproces
Toelichting
Crowdmanagement en crowdcontrol
Crowdmanagement: Scheppen van gewenste orde Dat richt zich erop grote mensenmassa’s en mensenstromen in veilige banen te leiden. Het is het systematisch plannen, organiseren en managen van (groepen) mensen wanneer deze bij elkaar komen. Crowdmanagement bevat een geheel van maatregelen, aangepast aan concrete situaties, die zowel passieve als de actieve veiligheid betreffen. Crowdcontrol: Handhaven van bestaande orde. Dit is het beperken van groepsgedrag/voorkomen van ongeregeldheden. Doel hiervan is het handhaven van de bestaande orde. Dit betreft maatregelen om gebieden af te bakenen, publiekstroom te reguleren met hekken en bewegwijzering, compartimentering.
Riotcontrol
Herstel van niet bestaande orde. Het door middel van de politie ten dienste staande bevoegdheden en middelen in opdracht van het bevoegd gezag herstellen van de (rechts) orde.
Handhaven Netwerken
Het proces Handhaven Netwerken heeft als doel het verkrijgen en onderhouden van een goede informatiepositie door het bundelen van kennis en mensen rondom een bepaald (dreigend) incident binnen het publieke- en private domein. Uitvoering: Ter verkrijging van een goede informatiepositie maakt de politie gebruik van bestaande (sociale) netwerkstructuren binnen en buiten de politieorganisatie.
Pagina 31 van 36
Bewaken en beveiligen Doel van de hoofdtaak bewaken en beveiligen is het bewaken en beveiligen van de daarvoor in aanmerking komende subjecten, objecten, diensten en plaatsen, indien de aantasting van de veiligheid zulke vormen dreigt aan te nemen dat daar zelfstandig geen weerstand aan geboden kan worden. De politietaken “afzetten” en “afschermen” zijn in deze hoofdtaak geïntegreerd.
Deelproces
Toelichting
Bewaken en beveiligen van personen
Het ten tijde van een calamiteit/ incident (of een dreiging daarvan) zorgdragen voor de nodige maatregelen in het kader van Bewaken en Beveiligen . Bewaken: de grootschalige of bijzondere (ketengeoriënteerde) politiemaatregelen, gericht op het bewaken, observeren, signaleren en de daaraan verbonden maatregelen tot het afslaan van de (dreigende) aantasting van de integriteit.
Bewaken en beveiligen van objecten, diensten en plaatsen
Beveiligen: Bij beveiliging wordt er in beginsel van uitgegaan dat fysiek handelend optreden door politie noodzakelijk is of zal zijn om ernstige strafbare feiten te voorkomen of beëindigen of voor het afwenden van dreigende situaties of aanslagen.
Opsporing Doel van deze hoofdtaak is het doen van onderzoek naar de oorzaak van het incident/de calamiteit/ crisis met als doel het opsporen van strafbare feiten alsmede het verrichten van opsporingshandelingen gericht op de afhandeling van een groot aantal aanhoudingen (binnen de stafsectie Politiezorg). Hieronder vallen tevens preparatie en pro-actie. De politietaak “strafrechtelijk onderzoek” is in deze hoofdtaak geïntegreerd.
Deelproces
Toelichting
Recherchemaatregelen
Het starten van een strafrechtelijk onderzoek gebeurt onder leiding en verantwoordelijkheid van de Hoofdofficier van Justitie. De politie formuleert, in overleg met de Hoofdofficier van Justitie, het beleid ten aanzien van de in te zetten methode en de prioriteiten in het strafrechtelijk onderzoek. In overleg met de Hoofdofficier van Justitie stelt de politie vast wie in het strafrechtelijk onderzoek de sleutelfunctionarissen zijn en welke recherche-eenheden en andere eenheden er ingezet dienen te worden. Ook wordt overlegd welke Officier van Justitie het strafrechtelijk onderzoek namens het OM aanstuurt. De politie kan bij het onderzoek een of meerdere teams grootschalige opsporing (TGO) in het leven roepen.
Grootschalige Opsporing Bijzondere Opsporing Technisch Forensische Opsporing
Interventie Doel van deze hoofdtaak is het voorkomen of beëindigen van levensbedreigende situaties door specialistische interventie-eenheden en/of technische middelen, alsmede de (specialistische) beveiliging van personen, objecten en/of geografische gebieden.
Deelproces
Toelichting
Interventie
Het voorkomen en/of bevrijden van slachtoffer(s). De interventie ter uitschakeling. De interventie ter aanhouding. Indien de DSI wordt ingezet, is hun commandant nevenschikkend aan de algemeen commandant van de politie. Als de DSI wordt ingezet, is er altijd een tweede Hoofd Interventie van de DSI aanwezig. Deze is verantwoordelijk voor de “binnenring”. Interventie vindt altijd plaats onder gezag van de hoofdofficier van justitie.
Tactische/technische observatie
De middelen en bevoegdheden die door de politie ingezet kunnen worden om verdachten, al dan niet stelselmatig, te observeren.
Onderhandelen
In opdracht van de Algemeen Commandant kan het team onderhandelaars worden ingezet.
Pagina 32 van 36
1.5 Crisiscommunicatie 1.5.1 Algemeen Onder invloed van moderne en sociale media en maatschappelijke veranderingen in de afgelopen decennia, is de rol van de overheid in crisiscommunicatie aanzienlijk veranderd. De burger is mondiger en gaat zelf op zoek naar informatie; de maatschappelijke informatiebehoefte van de burger is leidend in de crisiscommunicatiestrategie. Crisiscommunicatie is daarom een cruciaal onderdeel van de crisisbeheersing. Ongeacht het type crisis, staan drie doelen centraal om te voorzien in de maatschappelijke informatiebehoefte. Deze drie doelen kennen andere uitgangspunten en andere voedingsbronnen. Het is dan ook belangrijk om ze goed op elkaar af te stemmen: • Informatievoorziening: Het verstrekken van informatie voor zover die betrekking heeft op feiten en omstandigheden, gerelateerd aan de crisissituatie. Het verstrekken van informatie over verantwoordelijkheden, taken en werkzaamheden van de diverse actoren binnen de crisisorganisatie. Het streven naar maximale openheid. • Schadebeperking: Het geven van instructies (handelingsperspectieven) gericht op het beperken van (gezondheids- of materiële) schade voor (groepen in) de samenleving. Het stimuleren van de zelfredzaamheid en de onderlinge hulpverlening. Het helder communiceren van de mogelijke risico’s die aan het incident of de crisis verbonden zijn.
Daarnaast het richting geven aan het gedrag van (groepen in) de samenleving. Dit om maatregelen van de overheid effectief te maken en/of om verstoring of hinder van maatregelen van de incidentbestrijding tegen te gaan. • Betekenisgeving: Het duiden van de crisissituatie en die in breder perspectief plaatsen. Daarbij wordt aangesloten op de gevoelens die onder (groepen in) de samenleving leven, waarbij empathie tonen een cruciale rol speelt. Het doel betekenisgeving ligt nadrukkelijk bij de burgemeester, in de rol van ‘burgervader’ of ‘burgermoeder’. Van belang is hierbij het evenwicht tussen ratio en emotie, het benoemen van dilemma’s, het erkennen van de waargenomen situatie en het kunnen relativeren.
1.5.2 Organisatie
Bovenstaand organisatiemodel geeft de hoofdprocessen binnen de sectie crisiscommunicatie weer, met daarbij de betrokken functionarissen. Bij opschaling ligt de coördinatie van crisiscommunicatie tot en met GRIP 1 bij de Officier van Dienst Communicatie (OvD-C) in het CoPI. De Algemeen Commandant Crisiscommunicatie (AC-CC) is de hoogst leidinggevende en vanaf GRIP 2 ligt bij hem of haar de coördinatie van crisiscommunicatie. Voor een beschrijving van de taken van de functionarissen wordt verwezen naar de taakkaarten van de sectie crisiscommunicatie.
Pagina 33 van 36
1.5.3 Hoofd- en deelprocessen Analyse en advies Het binnenhalen van de buitenwereld ten tijde van een incident, ramp of crisis, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen informatievoorziening, schadebeperking en betekenisgeving.
Deelproces
Toelichting
Analyse
Verzamelen van meningen en belevingen van de omgeving in relatie tot het (dreigende) incident, op basis waarvan een omgevingsanalyse wordt gemaakt. Daarnaast het analyseren van het effect van de crisiscommunicatieaanpak.
Advies
Adviseren over de aanpak van crisiscommunicatie.
Pers- en publieksvoorlichting Het communiceren met de buitenwereld ten tijde van een incident, ramp of crisis, waarbij wordt aangesloten op de (informatie)behoefte van de samenleving.
Deelproces
Toelichting
Persvoorlichting
Verzorgen van de woordvoering en informatievoorziening naar pers over feiten en omstandigheden, te voorziene ontwikkelingen en handelingsperspectieven.
Publieksvoorlichting
Verzorgen van de woordvoering en informatievoorziening naar publiek over feiten en omstandigheden, te voorziene ontwikkelingen en handelingsperspectieven.
Pagina 34 van 36
Bijlage 2: GRIP Situatie
Grip fase
Actieve onderdelen Operationeel leidinggevende
Bevoegd gezag
Behoefte aan operationele multidisciplinaire coördinatie op de incidentlocatie.
GRIP 1
Meldkamer CoPI
Leider CoPI
Burgemeester
Behoefte aan operationele multidisciplinaire coördinatie ruimer dan alleen op de plaats van het incident of ter voorbereiding op een mogelijk incident.
GRIP 2
Meldkamer CoPI ROT
Regionaal Operationeel Leider
Burgemeester
Behoefte aan operationele en bestuurlijke multidisciplinaire coördinatie in de omstandigheid dat bestuurlijke opgaven voor de burgemeester vragen om ondersteuning door een gemeentelijk beleidsteam.
GRIP 3
Meldkamer CoPI ROT GBT
Regionaal Operationeel Leider
Burgemeester
Behoefte aan operationele en bestuurlijke multidisciplinaire coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis of ernstige vrees voor het ontstaan ervan.
GRIP 4
Meldkamer CoPI ROT RBT
Regionaal Operationeel Leider
Voorzitter Veiligheidsregio
Behoefte aan operationele en bestuurlijke multidisciplinaire coördinatie bij een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis in meerdere regio’s of ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, waartoe de betrokken Voorzitters Veiligheidsregio in gezamenlijkheid besluiten omdat het bestuurlijk noodzakelijk wordt gevonden.
GRIP 5
Meldkamers CoPI(’s) ROT(’s) RBT(’s) in elke betrokken regio
Regionaal Operationeel leiders3
Voorzitters Veiligheidsregio4
Er zal, als uitgangspunt, sprake zijn van meerdere regionale operationele teams. Het ROT in de regio waarvan de voorzitter coördineert zal ook als coördinerend ROT optreden. In het verlengde daarvan zal de Regionaal Operationeel Leider van die regio optreden als Coördinerend Regionaal Operationeel Leider. 4 Omdat de Wvr geen voorziening treft voor het overgaan van het gezag dienen de betrokken voorzitters hiertoe gezamenlijk te besluiten. Uitgangspunt hierbij is dat de bronregio leidend is. De voorzitter van de bronregio neemt de bevoegdheden van de overige betrokken voorzitters VR niet over, maar treedt op als coördinerend voorzitter. Wanneer de bron onduidelijk is of de betrokken voorzitters hier gezamenlijk toe besluiten kan van bovenstaand uitgangspunt worden afgeweken. 3
Pagina 35 van 36
Bijlage 3: Overzicht afkortingen Bvr
Besluit veiligheidsregio’s
Bpvr
Besluit personeel veiligheidsregio’s
CdK
Commissaris van de Koning
CoPI
Commando plaats incident
CaCo
calamiteitencoördinator
CBRN
Chemische, Biologische of Radiologische/nucleaire stoffen
D
DSI
Dienst Speciale Interventies
G
GHOR
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio
GBT
Gemeentelijk Beleidsteam
GRIP
Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure
H
HOVJ
Hoofd Officier van Justitie
K
KNRM
Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij
L
LCMS
Landelijk Crisismanagement Systeem
M
MON
Meldkamer Oost-Nederland
MMK
Medische Milieukunde
OVD
Officier van Dienst
OM
Openbaar Ministerie
P
PSHOR
Psychosociale Hulpverlening bij Ongevallen en Rampen
R
ROF
Regeling Operationele Functionarissen
ROT
Regionaal Operationeel Team
ROL
Regionaal Operationeel Leider
RBT
Regionaal Beleidsteam
RMOA
Regionaal Militair Operationeel Adviseur
ROVT
Regionaal Operationeel Voorbereidend Team
SAMIJ
Samenwerkingsregeling ongevallenbestrijding IJsselmeergebied
SGBO
Staf Grootschalig en Bijzonder Optreden
THW
Technisches Hilfswerk
TGO
Team Grootschalige Opsporing
U
USAR
Urban Search en Rescue Team
V
VNOG
Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland
W
Wvr
Wet veiligheidsregio’s
Wpg
Wet publieke gezondheid
B
C
O
S
T
Pagina 36 van 36