CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

VNOG Regionaal Crisisplan 2024-2027

Raadsvergadering 23 september 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Bijlage Raadsbrief Veiligheid (themasessie 9/9)11.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Colofon Het Regionaal Crisisplan VNOG 2024-2027 is opgesteld door het team Crisisbeheersing in samenwerking met vertegenwoordigers vanuit de kolommen en in afstemming met crisispartners.

Datum vaststelling Vastgesteld 14 december 2023 door het algemeen bestuur van VNOG.

Eindredactie en beheer Het beheer van het crisisplan ligt bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Er vindt voortdurend afstemming plaats met de kolom- en crisispartners en in de landelijke, bovenregionale en landsgrensoverschrijdende lijn over de uitwerking en actualisatie van het plan.

Contactgegevens Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234 7300 AE Apeldoorn

Pagina 2 van 36

Inhoudsopgave Colofon

2

Datum vaststelling

2

Eindredactie en beheer

2

Contactgegevens

2

Inhoudsopgave .................................................................................................................................................................. 3 1.

2.

Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 1.1 Doel en toepassing

5

1.2 Uitgangspunten

5

1.3 Evaluatie WVR en Contourennota

6

1.4 Besluitvorming en beheer

6

Beschrijving crisisorganisatie .................................................................................................................................... 7 2.1 Inleiding

7

2.2 Meldkamer Oost Nederland (MK ON)

7

2.2.1 Taken

7

2.2.2 Samenstelling

7

2.3 Commando Plaats Incident (CoPI)

8

2.3.1 Taken

8

2.3.2 Samenstelling

8

2.4 Regionaal Operationeel Team (ROT)

8

2.4.1 Taken

8

2.4.2 Samenstelling

8

2.4.3 Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (ROVT)

9

2.5 Gemeentelijk Beleidsteam (GBT)

9

2.5.1 Taken

9

2.5.2 Samenstelling

9

2.6 Regionaal Beleidsteam (RBT)

3.

4.

5.

9

2.6.1 Taken

9

2.6.2 Samenstelling

10

2.7 Organisatiestructuur

10

Functioneren crisisorganisatie ................................................................................................................................ 11 3.1 Melden en alarmeren

11

3.2 Op- en afschalen

11

3.3 Leiding en coördinatie

13

3.4 Informatiemanagement

14

3.5 Resourcemanagement

15

3.6 Overdracht naar de nafase

15

Flexibele inzet crisisorganisatie ............................................................................................................................... 16 4.1 Op- en afschalen onderdelen crisisstructuur

16

4.2 Niet lineaire opschaling

16

4.3 Bestuurlijke advisering zonder (bestuurlijke) GRIP-opschaling

16

4.4. Aanpassen crisisstructuur t.b.v. langdurige crisis

16

Risicomonitoring en (voorbereiding op) sluimerende crisis ..................................................................................... 18

Pagina 3 van 36

6.

5.1 Het VeiligheidsInformatie en Coördinatie Centrum (VICC)

18

5.2 Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (ROVT)

19

Afspraken met crisispartners .................................................................................................................................. 20 6.1 Convenanten met crisispartners

20

6.2 Interregionale en internationale samenwerking

21

6.3 Bestuurlijke netwerkkaarten

21

6.4 Verhouding tussen de driehoek en het beleidsteam

22

6.5 Gezagsdriehoek bij een terroristische dreiging

22

Bijlage 1: Uitvoerende processen ..................................................................................................................................... 23 1.1 Bevolkingszorg

23

1.1.1 Algemeen

23

1.1.2 Organisatie

23

1.1.3 Hoofd- en deelprocessen

23

1.2 Geneeskundige zorg

26

1.2.1 Algemeen

26

1.2.2 Organisatie

26

1.2.3 Hoofd- en deelprocessen

27

1.3 Brandweerzorg

28

1.3.1 Algemeen

28

1.3.2 Organisatie

28

1.3.3 Hoofd- en deelprocessen

28

1.4 Politiezorg

30

1.4.1. Algemeen

30

1.4.2 Organisatie

30

1.4.3 Hoofd- en deelprocessen

31

1.5 Crisiscommunicatie

33

1.5.1 Algemeen

33

1.5.2 Organisatie

33

1.5.3 Hoofd- en deelprocessen

34

Bijlage 2: GRIP ................................................................................................................................................................. 35 Bijlage 3: Overzicht afkortingen ....................................................................................................................................... 36

Pagina 4 van 36

1. Inleiding Binnen de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) werken brandweer, Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR), politie, gemeenten en crisispartners samen om zich voor te bereiden op rampen en (langdurige) crises. Deze voorbereiding is in principe generiek voor alle mogelijke incidenttypen. VNOG bereidt zich daarbij specifiek voor op maatgevende risico’s die in ons werkgebied aanwezig zijn en in het regionaal risicoprofiel opgenomen zijn. Bedrijven, instellingen en inwoners moeten kunnen rekenen op een professionele crisisorganisatie wanneer bestrijding van een incident, ramp of (langdurige) crisis noodzakelijk is. Daarbij realiseren we ons steeds beter dat we ook moeten uitgaan van de veerkracht die in de samenleving aanwezig is en dat we daar de hulpverlening op moeten laten aansluiten.

1.1 Doel en toepassing VNOG is wettelijk verplicht een crisisplan op te stellen (art. 16 Wvr). Het crisisplan beschrijft hoe de multidisciplinaire crisisorganisatie bij een incident, ramp of (langdurige) crisis functioneert. Het hoofddoel van crisisbeheersing is om de negatieve gevolgen van crises zo veel als mogelijk te voorkomen. De crisisorganisatie wordt ingezet om slachtoffers, schade en maatschappelijke ontwrichting te beperken. De crisisorganisatie is ook inzetbaar voor vroegtijdige signalering en beheersing van sluimerende crises. Het openbaar bestuur speelt een belangrijke rol in de coördinatie van de rampenbestrijding en crisisbeheersing, maar heeft geen monopolie. Publieke en private crisispartners zijn in veel gevallen functioneel verantwoordelijk voor het beheersen en herstellen van een ontwrichte situatie. Daarbij hebben inwoners, bedrijven en instellingen ook een eigen verantwoordelijkheid wat betreft zelfredzaamheid tijdens een incident, ramp of (langdurige) crisis. Ramp = zwaar ongeval of een andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate zijn geschaad of worden bedreigd en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten of organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken (artikel 1 Wet Veiligheidsregio’s).

Crisis = een situatie waarin een vitaal belang van de samenleving is aangetast of dreigt te worden aangetast (art. 1 Wet Veiligheidsregio’s). Aan deze wettelijke definitie zal met de komst van de nieuwe Wet Veiligheidsregio’s worden toegevoegd dat de reguliere coördinatie- en besluitvormingsstructuren en/of bevoegdheden ontoereikend zijn om die situatie het hoofd te bieden. Een crisissituatie is daarmee een uitzonderingssituatie, ook als het langer duurt voordat teruggekeerd kan worden naar reguliere structuren en bevoegdheden (Contourennota Versterking Crisisbeheersing en Brandweerzorg, december 2022, Ministerie van Justitie en Veiligheid).

1.2 Uitgangspunten Wet- en regelgeving Wetten en regelingen die leidend zijn: • Wet veiligheidsregio’s (Wvr) • Besluit veiligheidsregio’s (Bvr) • Besluit personeel veiligheidsregio’s (Bpvr) • Gemeentewet • Politiewet 2012 • Wet publieke gezondheid (Wpg) • Waterwet Generieke werkwijze Het crisisplan beschrijft een generieke werkwijze en is toepasbaar op alle incidenttypen. Aanvullend op het crisisplan zijn er rampbestrijdingsplannen en incidentbestrijdingsplannen beschikbaar die nader ingaan op de bestrijding van specifieke risico’s in onze regio.

Pagina 5 van 36

Geen ingesloten beleid Het crisisplan beschrijft de huidige inrichting en het huidige functioneren van de crisisorganisatie. In het plan zijn geen beleidsambities opgenomen. Deze worden vastgelegd in beleidsdocumenten en na besluitvorming verwerkt in het crisisplan. Compacte beschrijving Het crisisplan focust niet op het uitvoeren van taken, maar op het faciliteren van de professionals door de invulling van kritische randvoorwaarden voor het functioneren van de crisisorganisatie. In de Regeling Operationele Functionarissen (ROF) is voor alle crisisrollen, waarvoor VNOG verantwoordelijk is, uitgewerkt hoe deze worden georganiseerd. In separate factsheets is een nadere beschrijving van de taakuitvoering per crisisteam opgenomen. Flexibele inzet Een effectieve inzet van de crisisorganisatie vraagt in veel gevallen om maatwerk. De crisisorganisatie is dan ook flexibel inzetbaar voor alle incidenten waarbij coördinatie tussen hulpdiensten (en/of crisispartners uit de functionele keten) en eenhoofdige leiding noodzakelijk is. Dit betekent dat er niet per definitie sprake hoeft te zijn van een ramp of crisis zoals in de wet is vastgelegd of een feitelijke GRIP-opschaling. Omgevingsbewust De crisisorganisatie houdt in haar optreden nadrukkelijk rekening met de verantwoordelijkheden en zelfredzaamheid van alle betrokken partijen.

Participatie van burgers, bedrijven en instellingen wordt waar mogelijk benut. Deze gerichtheid op de samenleving vereist een stevige positionering van de processen informatiemanagement en crisiscommunicatie, waarbij voortdurend de impact van de crisis op de samenleving in beeld is.

1.3 Evaluatie WVR en Contourennota In september ging de commissie evaluatie Wet veiligheidsregio’s van start. De Commissie had tot taak de doeltreffendheid en de effecten van de Wet veiligheidsregio’s en onderliggende regelgeving in de praktijk te onderzoeken en te bezien of de huidige wet bruikbaar is in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing in het algemeen. Op 4 december 2020 werd het rapport van deze commissie opgeleverd. Op 3 februari stuurde het kabinet een standpunt op hoofdlijnen op dit rapport aan de tweede kamer. Een vervolg op dit kabinetsstandpunt is de in december 2022 uitgebrachte contourennota versterking crisisbeheersing en brandweerzorg (hierna: contourennota). “In deze nota is een nadere uitwerking van het kabinetsstandpunt opgenomen en schetst op hoofdlijnen van de noodzakelijke vernieuwingen en veranderingen in het beoogde toekomstige stelsel van crisisbeheersing en van brandweerzorg. De plannen en ambities genoemd in dit document zijn omvangrijk en vragen trajecten die uiteenlopend zullen zijn in aard, omvang en tijdspanne. Een wetswijziging neemt nu eenmaal meer tijd in beslag dan aanpassing van werkwijze of een onderzoek naar de wenselijkheid van een aanpassing.

Daarom wordt er nu gestart met een actie- en wetgevingsprogramma dat waar mogelijk in tranches de aangekondigde veranderingen zal realiseren” (tekst uit de aanbiedingsbrief aan de kamer, met het kenmerk 4338622). Daar waar mogelijk zijn de standpunten uit de contourennota verwerkt in het voorliggende crisisplan. Zoals hiervoor benoemd zullen de ambities in de komende periode in tranches gerealiseerd worden. VNOG volgt deze ontwikkelingen en zal waar nodig het crisisplan hier (tussentijds) op aanpassen.

1.4 Besluitvorming en beheer • •

• • •

Het concept crisisplan is ter afstemming aangeboden aan onze crisispartners. Het concept crisisplan is afgestemd met de crisisplannen van de omliggende regio’s IJsselland, Twente, Gelderland-Midden, Gelderland-Zuid, Flevoland en met Kreis Kleve en Kreis Borken in Duitsland (art. 16, lid 3 Wvr). Het crisisplan is op 14 december 2023 vastgesteld door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Het vastgestelde crisisplan is ter informatie toegestuurd aan de regionale en interregionale crisispartners en de Commissaris van de Koning (CdK). Bij wijzigingen kan het crisisplan worden geactualiseerd. De aard van de wijziging bepaalt of het nodig is om het herziene crisisplan tussentijds bestuurlijk vast te stellen.

Pagina 6 van 36

2. Beschrijving crisisorganisatie 2.1 Inleiding De multidisciplinaire crisisorganisatie bestaat uit: • Meldkamer Oost Nederland (MK ON) • Commando Plaats Incident (CoPI) • Regionaal Operationeel Team (ROT) • Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) • Regionaal Beleidsteam (RBT) In de voorbereidende fase kan er sprake zijn van een Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (ROVT). Per onderdeel zijn in dit hoofdstuk de samenstelling en kerntaken weergegeven. In separate factsheets (bijlage 1) is een nadere beschrijving van de taakuitvoering opgenomen.

2.2 Meldkamer Oost Nederland (MK ON) 2.2.1 Taken De MK ON is belast met de alarmering van de benodigde onderdelen van de crisisorganisatie, zoals beschreven in dit crisisplan. Bij meldingen van incidenten starten de centralisten direct de alarmering voor functionarissen en eenheden van hun eigen discipline. Afhankelijk van aard en omstandigheden van het incident alarmeren de centralisten de functionarissen en eenheden die nodig zijn voor de incidentbestrijding. De centralist brandweer/ multi verzorgt de alarmering van de multidisciplinaire crisisteams en bevolkingszorg. Zodra vastgesteld is dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering (zie paragraaf 3.1), wordt het meldkamerproces door één leidinggevende aangestuurd. Dit is de calamiteitencoördinator (CaCo). De CaCo draagt zorg voor: • De start binnen twee minuten van de alarmering van de benodigde onderdelen van de crisisorganisatie, te rekenen vanaf het moment dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering. • Het alarmeren van de burgemeester of de voorzitter van de veiligheidsregio. Het adequaat informeren van de burgemeester ingeval van GRIP geschiedt door de OL, door de leider COPI (of de OvD-Bz namens de hulpdiensten). • De alarmering van andere functionarissen die nodig zijn voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing, afhankelijk van aard en omstandigheden van de ramp of crisis.

• De CaCo zorgt ervoor dat binnen vijf minuten, te rekenen vanaf het moment van grootschalig alarmeren, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident (startbeeld) incl. meteo gereed is voor de onderdelen van de crisisorganisatie en dat deze beschikbaar gesteld is via LCMS. Dit wanneer opschaling via meldkamer verloopt. Bij een niet acute crisis ligt het initiatief voor het startbeeld bij de veiligheidsregio.

2.2.2 Samenstelling De Meldkamer Oost Nederland (MK ON) bestaat uit de drie afzonderlijke onderdelen van brandweer, politie en ambulance/GHOR. Samenstelling: • Calamiteitencoördinator (CaCo) • Centralist(en) ambulance/GHOR • Centralist(en) brandweer / multi • Centralist(en) politie

Pagina 7 van 36

2.3 Commando Plaats Incident (CoPI) 2.3.1 Taken Het CoPI is verantwoordelijk voor: • de operationele leiding ter plaatse • de afstemming met andere betrokken partijen • het adviseren van het regionaal operationeel team

2.3.2 Samenstelling De samenstelling van het CoPI bestaat uit: • Leider CoPI • Officier van Dienst Bevolkingszorg • Officier van Dienst Brandweer • Officier van Dienst Geneeskundig • Officier van Dienst Politie • Officier van Dienst Communicatie Het CoPI wordt ondersteund door: • Informatiemanager CoPI • Plotter • Logger De leider CoPI kan, afhankelijk van het incident, de samenstelling van het CoPI uitbreiden met externe adviseurs, bijvoorbeeld een liaison namens een crisispartner of een adviseur gevaarlijke stoffen.

2.4 Regionaal Operationeel Team (ROT) 2.4.1 Taken Het ROT is verantwoordelijk voor: • de operationele leiding • de afstemming met andere bij de ramp of crisis betrokken partijen • het adviseren van het gemeentelijk of regionaal beleidsteam

2.4.2 Samenstelling De samenstelling van het ROT bestaat uit: • Regionaal Operationeel Leider • Algemeen Commandant Bevolkingszorg • Algemeen Commandant Brandweer • Algemeen Commandant Geneeskundige zorg • Algemeen Commandant Politie • Algemeen Commandant Crisiscommunicatie • Regionaal Militair Operationeel Adviseur (RMOA) Het ROT wordt ondersteund door: • Sectie informatiemanagement (bestaande uit de multidisciplinaire functies: informatiemanager ROT, beleidsondersteuner ROT en plotter) Het ROT komt na alarmering centraal bijeen in de daarvoor aangewezen ruimte van VNOG. Indien de situatie hierom vraagt, kan de operationeel leider besluiten het ROT niet fysiek op te laten komen. Daarvoor in de plaats wordt een digitale vergadering georganiseerd. De organisatie hiervan wordt opgepakt door de sectie informatievoorziening. De algemeen commandanten worden ondersteund door de eigen kolom secties (ofwel actiecentra). Functionarissen in deze secties vormen de schakel tussen de algemeen commandant en de uitvoeringsorganisatie. De bemensing en inzet van een sectie is een kolomverantwoordelijkheid. De invulling en taken van de secties zijn in monodisciplinaire deelplannen uitgewerkt. Een samenvatting per kolom is opgenomen in bijlage 1. De secties werken in de meeste gevallen vanuit een

Pagina 8 van 36

centrale locatie waar ook het ROT bijeen is (dit wordt het multidisciplinaire actiecentrum ofwel afgekort MAC genoemd). De regionaal operationeel leider kan, afhankelijk van het incident, de samenstelling van het ROT uitbreiden met externe adviseurs, bijvoorbeeld een liaison namens een crisispartner of een deskundige van een betrokken bedrijf of instelling.

2.4.3 Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (ROVT) Inzet van een ROVT is een variant op de inzet van een regulier ROT. Een ROVT wordt buiten GRIP-opschaling gebruikt voor de analyse en voorbereiding op dreigende crisissituaties. Het ROVT is in paragraaf 5.2 nader omschreven.

2.5 Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) 2.5.1 Taken De burgemeester is het bestuursorgaan dat op strategisch niveau besluiten neemt. Een GBT ondersteunt de burgemeester bij de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De leden van het GBT hebben als taak de burgemeester te voorzien van strategisch advies. Ze zijn geen aanspreekpunt voor de operationele inzet, dat is de regionaal operationeel leider. De regionaal operationeel leider voorziet het GBT van het operationele beeld en legt vanuit het ROT bestuurlijke knel- en beslispunten voor.

2.5.2 Samenstelling De samenstelling van het GBT bestaat uit: • Burgemeester (voorzitter) • Adviseur Bevolkingszorg (gemeentesecretaris) • Adviseur Crisisbeheersing (ambtenaar openbare orde en veiligheid) • Adviseur Brandweer • Adviseur Geneeskundige zorg • Adviseur Politie • Communicatieadviseur GBT De voorzitter kan, afhankelijk van het incident, de samenstelling van het GBT uitbreiden met externe adviseurs, bijvoorbeeld een officier van justitie of dijkgraaf van een betrokken Waterschap. Het GBT wordt ondersteund door: • Informatiemanager GBT • Verslaglegger GBT

2.6 Regionaal Beleidsteam (RBT) In geval van een ramp of crisis van meer dan plaatselijke betekenis, of van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, is de voorzitter van de veiligheidsregio op grond van art. 39 Wvr bevoegd om regionaal beleidsteam (RBT) bijeen te roepen. De voorzitter van de veiligheidsregio wordt dan bevoegd gezag voor opperbevel in de betrokken gemeenten en bevoegd gezag voor noodbevoegheden openbare orde. De voorzitter van de veiligheidsregio neemt besluiten nadat hij/zij daarover het regionaal beleidsteam heeft geraadpleegd, tenzij de vereiste spoed zich daarover verzet. In het geval van het bijeenroepen van het RBT, vervalt de formele functie GBT’s. Voor monitoring in de eigen gemeente zal in veel gevallen een kernbezetting van het GBT lokaal actief blijven.

2.6.1 Taken De voorzitter veiligheidsregio is het bestuursorgaan dat op strategisch niveau besluiten neemt. Het RBT heeft ten doel om (waar nodig) tot bestuurlijke afstemming en coördinatie te komen. De leden van het RBT hebben als taak om de voorzitter veiligheidsregio te voorzien van strategisch advies. Zij zijn geen aanspreekpunt voor de operationele inzet, dat is de regionaal operationeel leider. De regionaal operationeel leider voorziet het RBT van het operationele beeld en legt bestuurlijke knel- en beslispunten voor vanuit het ROT.

Pagina 9 van 36

2.6.2 Samenstelling De samenstelling wordt bepaald door de voorzitter veiligheidsregio en kan, naast de voorzitter, bestaan uit: • Burgemeesters van betrokken gemeenten • Hoofd Officier van Justitie (HOvJ) • Voorzitter(s) betrokken waterschap(pen) • Betrokken Rijksheren • Strategisch adviseurs hulpdiensten (Brandweer, GHOR, Politie, Bevolkingszorg) • Communicatieadviseur RBT • Regionaal operationeel leider • Externe deskundigen/adviseurs Het RBT wordt ondersteund door: • Informatiemanager RBT • Verslaglegger RBT De commissaris van de Koning (CdK) ziet toe op de samenwerking in het RBT en kan daartoe aanwijzingen geven. Een liaison van de provincie kan bij het RBT aanwezig zijn, in verband met een directe informatielijn met de CdK.

2.7 Organisatiestructuur

Pagina 10 van 36

3. Functioneren crisisorganisatie In dit hoofdstuk staan de kritische processen beschreven die randvoorwaardelijk zijn voor het functioneren van de multidisciplinaire crisisorganisatie. In het Besluit veiligheidsregio’s (Bvr) zijn voor deze processen basisvereisten vastgesteld.

3.1 Melden en alarmeren Toelichting

•

•

•

Onder melden en alarmeren wordt verstaan: alle activiteiten, gericht op het bedrijfszeker, effectief en tijdig aannemen, verwerken en registreren van de gegevens over een incident of crisis en het alarmeren en/of informeren van de juiste eenheden, functionarissen, instanties en andere hulpbronnen. De Meldkamer Oost Nederland (MK ON) neemt de meldingen aan en verzorgt de alarmering. Alarmering vindt alleen plaats via GMS (pager) of INS (Itel / Smart Respond). Telefonische alarmering (bellen door de centralist) vindt niet meer plaats met ingang van de oprichting van MK ON (21 maart 2023). De discipline/functionaris die GRIP afkondigt geeft ook prioriteit in voertuigen (spoed) aan (meldingsclassificatie standaard classificatie GMS). Het is aan de centralist van de betreffende kolom zelf om te bepalen hoe dit uit wordt gezet naar de betrokken functionarissen (prio). De brancherichtlijnen hierover verschillen namelijk per discipline.

Doel

• • •

Het verkrijgen, verifiëren en combineren van de essentiële gegevens van een incident. Het beoordelen van die gegevens en ze vertalen naar de initiële hulp- en inzetbehoefte. Het zo snel en effectief mogelijk beschikbaar maken van deze hulp.

Prestatie-eisen

•

De meldkamer gaat zelfstandig over tot grootschalige alarmering op basis van één of meerdere van de criteria voor grootschalige alarmering. Binnen twee minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering, begint de meldkamer met de alarmering van de onderdelen van de crisisorganisatie en wordt de burgemeester of worden de voorzitter veiligheidsregio en de betrokken burgemeesters gealarmeerd.

•

Criteria voor grootschalige alarmering De meldkamer gaat zelfstandig over tot grootschalige alarmering als wordt voldaan aan één van de volgende criteria: • Een grootschalig incident waarbij (het vermoeden bestaat dat) het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen zijn geschaad of worden bedreigd en er gecoördineerde inzet van hulpdiensten nodig is. • Het incident politiek-bestuurlijk, publicitair en/of publieksgevoelig is. • Overige gevallen waarbij een onmiddellijk grootschalig optreden noodzakelijk is.

3.2 Op- en afschalen Toelichting

•

•

Wanneer een incident vraagt om multidisciplinaire coördinatie en eenduidige aansturing van eenheden, vindt er opschaling plaats door middel van de Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure (GRIP). GRIP is het uitgangspunt voor de operationele en bestuurlijke opschaling tijdens incidenten, rampen en crises, beschrijft de structuur voor multidisciplinaire leiding en coördinatie en is onafhankelijk van de hoeveelheid ingezette eenheden en/of materieel. In bijlage 2 is een uitwerking van GRIP opgenomen. Bij operationele planvorming waarin GRIP-opschalingsscenario’s zijn opgenomen, zijn zowel de crisisfunctionarissen als de centralist bevoegd om een bepaald scenario van toepassing te verklaren.

Pagina 11 van 36

Doel

•

•

Prestatie-eisen

•

•

• •

Het doel van het proces opschalen is om de mensen met de juiste bevoegdheden en middelen beschikbaar te hebben voor de rampenbestrijding en crisisbeheersing in de acute fase. Het waarschuwen van de relevante crisispartners en het activeren van bijstandsafspraken met aangrenzende regio’s behoort ook tot dit proces. Het doel van het proces afschalen is te komen tot een zorgvuldig proces waarin overdracht plaatsvindt van de crisisorganisatie naar de organisaties die in de nafase verantwoordelijk zijn voor de afhandeling van het incident, de ramp of crisis. De betreffende functionarissen in de crisisorganisatie houden de wettelijke normtijd voor opkomst aan. VNOG hanteert als doelstelling dat in 80% van de gevallen de opkomsttijden behaald worden. Deze doelstelling is opgenomen in bijlage 2 Operationele prestaties crisisorganisatie van het Regionaal Beleidsplan. Bij GRIP-opschaling komen alle disciplines op om de situatie te beoordelen. Het is per discipline mogelijk om, na afstemming met de voorzitter van het team, op basis van het actuele situatiebeeld weer af te schalen. Elke discipline kan, naar eigen behoefte, één of meer actiecentra operationeel maken zonder dat hiervoor opschaling volgens GRIP nodig is.

De hoogste operationeel leidinggevende (leider CoPI/ROL) schaalt pas multidisciplinair af nadat afspraken zijn gemaakt over de wijze van overdracht en de uitvoering van de nafase.

Functionaris

Schaalt op

Schaalt af

Calamiteiten coördinator

t/m GRIP 2

-

Officier van Dienst (politie, GHOR, brandweer, bevolkingszorg en crisiscommunicatie)

t/m GRIP 2

-

In de praktijk wordt meestal opgeschaald naar GRIP 2 in overleg met de Leider COPI/ROL.

Leider CoPI

t/m GRIP 2

van GRIP 1 naar einde GRIP

Indien GRIP 3 wenselijk geacht wordt dan overlegt de leider CoPI dit met de ROL.

Algemeen Commandant (politie, brandweer, GHOR, bevolkingszorg en crisiscommunicatie)

t/m GRIP 2

-

In de praktijk vindt opschaling door een Algemeen Commandant meestal plaats in overleg met de Operationeel Leider.

Regionaal Operationeel Leider

t/m GRIP 3

van GRIP 2 naar GRIP 1 of einde GRIP

Opschalen naar GRIP 3 gebeurt in afstemming met de betrokken burgemeester.

Burgemeester

t/m GRIP 3

van GRIP 3 naar GRIP 2

Indien GRIP 4 wenselijk geacht wordt dan overlegt de burgemeester dit met de Voorzitter Veiligheidsregio.

Voorzitter Veiligheidsregio

t/m GRIP 4

van GRIP 4 naar GRIP 3

Indien GRIP 5 wenselijk geacht wordt dan gebeurt dit in afstemming met de betrokken voorzitters veiligheidsregio. De bronregio’s is leidend.

Crisispartners

-

-

Crisispartners kunnen niet rechtsreeks onze crisisorganisatie opschalen.

Figuur 1 Bevoegdheden op- en afschalen per functionaris

Pagina 12 van 36

Opmerkingen

3.3 Leiding en coördinatie Toelichting

•

Leiding en coördinatie betreft de wijze waarop de rampenbestrijding en crisisbeheersing is georganiseerd en hoe hierbij de verantwoordelijkheden (bestuurlijke en operationele leiding) zijn verdeeld (zie figuur 2).

Doel

•

Het aansturen van de onderdelen van de crisisorganisatie. Het omvat de feitelijke inzet en aansturing van de hulpverleningseenheden en onderdelen van de crisisorganisatie.

Prestatie-eisen

•

De bestuurlijke leiding en de eindverantwoordelijkheid voor de afhandeling van incidenten, rampen en crises ligt bij de burgemeester of bij de voorzitter veiligheidsregio. De burgemeester of voorzitter veiligheidsregio wijst een functionaris aan die belast wordt met de operationele leiding. De burgemeester of voorzitter veiligheidsregio stuurt deze functionaris aan. Operationele leiding betreft de bevoegdheid tot het in opdracht van de burgemeester of voorzitter veiligheidsregio geven van bindende aanwijzingen aan commandanten/hoofden van de bij de crisisbestrijding samenwerkende zelfstandige disciplines en diensten zonder daarbij te treden in de bevoegdheden of verantwoordelijkheden van deze disciplines en diensten. De operationele leiding is, afhankelijk van de GRIP-opschaling, belegd bij de regionaal operationeel leider of de leider CoPI. Bij GRIP 5 wijzen de voorzitters van de betrokken veiligheidsregio’s een coördinerend regionaal operationeel leider aan. In principe is dit de regionaal operationeel leider van de bronregio.

•

•

• •

Functie

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden

Calamiteiten coördinator

•

De CaCo leidt het proces binnen de meldkamer en is bevoegd om aanwijzingen te geven, zonder daarbij monodisciplinaire taken en bevoegdheden van de andere disciplines over te nemen. 1

Leider CoPI

• • •

De leider CoPI leidt het besluitvormingsproces binnen het CoPI. Hij/zij heeft de leiding over de bronbestrijding van het incident. De leider CoPI is bevoegd om aanwijzingen te geven, zonder daarbij monodisciplinaire taken en bevoegdheden van de andere CoPI-leden over te nemen. De leider CoPI draagt de eindverantwoordelijkheid voor de bronbestrijding en besluiten die binnen het CoPI genomen worden (bij GRIP 1).

• • Regionaal Operationeel Leider • • • •

Burgemeester

•

De regionaal operationeel leider leidt het besluitvormingsproces binnen het ROT. Hij/zij heeft de algehele leiding over de aanpak van het incident en de effecten van het incident op de omgeving. De regionaal operationeel leider is bevoegd om aanwijzingen te geven, zonder daarbij monodisciplinaire taken en bevoegdheden van de andere ROT-leden over te nemen. De regionaal operationeel leider neemt deel aan de RBT-vergaderingen. De regionaal operationeel leider draagt (vanaf GRIP 2) de eindverantwoordelijkheid voor de totale aanpak van het incident en de besluiten die binnen de operationele teams genomen worden. De bestuurlijke leiding en de eindverantwoordelijkheid voor de afhandeling van incidenten, rampen en crises ligt bij de burgemeester. De operationele leiding is belegd bij de hierboven genoemde operationeel leidinggevenden.

1

De rol van de Caco als informatiemanager op de meldkamer wordt nog nader uitgewerkt, gezamenlijk met de Oost 5 veiligheidsregio’s.

Pagina 13 van 36

Voorzitter Veiligheidsregio

•

De bestuurlijke leiding en de eindverantwoordelijkheid voor de afhandeling van incidenten, rampen en crises ligt bij de Voorzitter Veiligheidsregio (in geval van art. 39 Wvr). De operationele leiding is belegd bij de hierboven genoemde operationeel leidinggevenden.

Figuur 2 Verantwoordelijkheden en bevoegdheden operationeel leidinggevenden en gezagsdragers

3.4 Informatiemanagement Toelichting

•

Rampenbestrijding en crisisbeheersing is sterk afhankelijk van het managen van informatie. Een snelle en adequate hulpverlening is gebaat bij een zo snel en volledig mogelijk overzicht over de situatie; informatie gestuurd werken op basis van een actueel, gedeeld beeld kan het proces van leiding & coördinatie bij crisisbeheersing en rampenbestrijding meer snelheid, daadkracht en doelgerichtheid geven.

Doel

•

Het doel van informatiemanagement is het verkrijgen van alle voor de bestrijding van een grootschalig incident relevante informatie en die actief beschikbaar stellen aan de crisispartners. De juiste informatie moet in de juiste vorm en op het juiste moment beschikbaar zijn voor de juiste personen.

Prestatie-eisen

•

De juiste informatie wordt gedefinieerd als de actuele, essentiële feiten van het grootschalig incident, de verwachte effecten en de ingezette capaciteit. Hieronder valt ook de expertise die nodig is voor een effectieve bestrijding. De juiste vorm is in ieder geval een multidisciplinair totaalbeeld dat goed toegankelijk, overzichtelijk en gestandaardiseerd is. Het totaalbeeld is opgebouwd uit gegevens over het incident, de hulpverlening, de prognose, de aanpak, de getroffen maatregelen en de resultaten daarvan. Het totaalbeeld wordt samengesteld vanuit de eigen beelden van de betrokken crisisteams, diensten en organisaties. Naast het totaalbeeld wordt door de multidisciplinaire crisisteams een eigen beeld bijgehouden. Binnen vijf minuten nadat is vastgesteld dat is voldaan aan de criteria voor grootschalige alarmering geeft de CaCo op grond van de beschikbare gegevens, een zo volledig mogelijke beschrijving van het incident (incl. meteo) aan de onderdelen van de hoofdstructuur van de crisisorganisatie. Gegevens worden, nadat zij beschikbaar zijn, binnen tien minuten verwerkt in het eigen beeld en voor zover mogelijk geverifieerd door de CaCo. De informatiemanager die belast is met de regiefunctie over het totaalbeeld, stelt op basis van alle beschikbare informatie het totaalbeeld op.

Hierdoor is in alle onderdelen van de hoofdstructuur en op ieder moment een zo actueel mogelijk totaalbeeld beschikbaar om besluitvorming op te baseren. Het totaalbeeld wordt langs geautomatiseerde weg zo spoedig mogelijk en voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is geverifieerd beschikbaar gesteld. Alle functionarissen in de crisisorganisatie zijn verantwoordelijk voor het actief delen (brengen en halen) van informatie als basis voor een actuele beeldvorming binnen het eigen team. Een aantal medewerkers is aangewezen om het proces informatiemanagement uit te voeren, zie figuur 3. Informatiemanagers zorgen ervoor dat relevante informatie uit het eigen beeld via het Landelijk Crisismanagement Systeem (LCMS) wordt geregistreerd en beschikbaar wordt gesteld aan de bij de crisisbestrijding betrokken partijen. Het crisisplan en beschikbare rampbestrijdingsplannen BRZO’s worden beschikbaar gesteld in LCMS.

•

•

•

• •

•

Figuur 3 informatiemanagement functionarissen in de organisatie

Pagina 14 van 36

Crisisteam

Functie Informatiemanagement

Kerntaken

Meldkamer

Calamiteitencoördinator

• • •

CoPI

Informatiemanager CoPI

• • • •

ROT

Informatiemanager ROT

• •

Opstellen totaalbeeld bij aanvang incident (startbeeld) Opstellen eigen beeld meldkamer monitoren totaalbeeld (vanaf GRIP 1) Opstellen eigen beeld CoPI vanaf GRIP 1 Beheren, monitoren en up-to-date houden totaalbeeld bij GRIP 1 Monitoren totaalbeeld vanaf GRIP 2 Monitoren landelijk beeld (indien geen ROT actief is)

•

Opstellen eigen beeld ROT Beheren, monitoren en up-to-date houden totaalbeeld vanaf GRIP 2 tot en met GRIP 5 Monitoren landelijk beeld

Secties ROT

Hoofd Informatie kolommen

• •

Opstellen eigen beeld sectie Monitoren totaalbeeld

GBT

Informatiemanager GBT

•

Het totaalbeeld presenteren ter ondersteuning van de besluitvorming

RBT

Informatiemanager RBT

•

Totaalbeeld ter beschikking stellen ter ondersteuning van de besluitvorming De regionaal operationeel leider draagt zorg voor de presentatie van het totaalbeeld

•

3.5 Resourcemanagement Toelichting

•

Als de crisisorganisatie eenmaal is opgeschaald, moet zij zichzelf in stand kunnen houden zolang dit nodig is om de rampenbestrijding en de crisisbeheersing tot een einde te brengen. Zowel voor wat betreft de personele bezetting als de fysieke instandhouding van de systemen en andere voorzieningen van de crisisorganisatie.

Doel

•

Waarborgen van de continuïteit van de crisisorganisatie gedurende de inzet tijdens de rampenbestrijding of crisisbeheersing.

Presentatie-eisen

•

Elke discipline is verantwoordelijk voor de continuïteit in de eigen kolom. De disciplines dragen zorg voor het tijdig, in de juiste hoeveelheid en kwaliteit beschikbaar stellen van functionarissen en faciliteiten voor het uitvoeren van haar eigen processen en de nazorg voor het personeel. Iedere discipline zorgt zelf voor aflossing en een adequate overdracht binnen de eigen discipline. Afspraken over de continuïteit van de voorzieningen voor de multidisciplinaire crisisteams zijn vastgelegd in het continuiteitsplan VNOG.

• •

3.6 Overdracht naar de nafase De overdracht van de acute fase naar de nafase is een belangrijke stap voordat GRIP-afschaling kan plaatsvinden. Taken en verantwoordelijkheden moeten door de regionale crisisorganisatie worden overgedragen aan de betrokken gemeente(n). Pas nadat door de operationeel leidinggevende met de betrokken gemeente(n) afspraken zijn gemaakt over de overdracht, vindt afschaling plaats. Eén van de afspraken kan zijn dat, na afschaling, onderdelen van de crisisorganisatie actief blijven en de gemeente faciliteren in het opstarten en uitvoeren van de werkzaamheden in de nafase.

Pagina 15 van 36

4. Flexibele inzet crisisorganisatie Het crisisplan gaat uit van de wettelijke bepalingen en vereisten met betrekking tot de organisatie en het functioneren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Daarbinnen moet flexibel kunnen worden ingespeeld op het type incident of (langdurige) crisis en de ondersteuningsbehoefte van het bevoegd gezag of de operationele leiding. In dit hoofdstuk zijn de mogelijkheden beschreven voor flexibele inzet van (onderdelen van) de crisisorganisatie.

GRIP wordt landelijk gebruikt en gewaardeerd vanwege de duidelijkheid die de methodiek biedt over de verdeling van rollen, taken en verantwoordelijkheden. Ook de informatievoorziening en verslaglegging zijn via GRIP-opschaling geregeld. Bovendien biedt de methodiek verschillende mogelijkheden voor een flexibele toepassing, zoals in de keuze van het opschalingsniveau, de precieze samenstelling van de crisisteams en in het gebruik van de GRIP-structuur bij de preparatie op mogelijke incidenten. Het zijn enerzijds de omstandigheden en anderzijds de betrokken actoren die bepalen wanneer er naar een bepaald GRIP-niveau wordt opgeschaald.

4.1 Op- en afschalen onderdelen crisisstructuur Uitgangspunt in de opschaling is de organisatiestructuur in de monodisciplinaire kolommen. Hierin is afzonderlijke alarmering van piketfuncties en processen geregeld, onder meer door toepassing van het knoppenmodel. Operationeel leidinggevenden van de kolommen bepalen op basis van hun behoefte welke processen of piketfuncties ze activeren. Wanneer de behoefte vooral zit in inhoudelijke ondersteuning in de uitvoering van werkzaamheden, dan schalen ze monodisciplinair op in de eigen kolom. Elke kolom heeft hierover monodisciplinaire afspraken gemaakt. Wanneer een operationeel leidinggevende besluit piketfuncties uit de crisisorganisatie te activeren zonder GRIP-opschaling, is het van belang de dienstdoende Leider CoPI (in geval van OvD-en) of de dienstdoende regionaal operationeel leider (in geval van Algemeen Commandanten) hiervan in kennis te stellen. Wanneer er behoefte is aan multidisciplinaire coördinatie en eenhoofdige leiding, wordt opgeschaald volgens GRIP.

Voorbeeld flexibel op- en afschalen Het kan zijn dat multidisciplinaire leiding en coördinatie ter plaatse (GRIP 1) voldoende is, maar dat de kolommen Bevolkingszorg en GHOR een opgave hebben waarvoor ze ieder (onderdelen van) het actiecentrum activeren. Hiervoor hoeft dus niet opgeschaald te worden naar een hogere GRIP-fase, maar kunnen de werkzaamheden in bilaterale samenwerking worden verricht. Elke discipline kan dus één of meer functies, processen en/of actiecentra operationeel maken zonder dat hiervoor opschaling volgens GRIP nodig is.

4.2 Niet lineaire opschaling Opschaling verloopt ook niet per definitie lineair. Bijvoorbeeld de opschaling naar GRIP 2 of hoger volgt niet noodzakelijkerwijs op een GRIP 1-opschaling. Er kan immers sprake zijn van incidenten waarbij geen sprake is van het inrichten van een CoPI. Ook kan het incident zich zó snel ontwikkelen dat er één of meerdere fasen overgeslagen worden.

4.3 Bestuurlijke advisering zonder (bestuurlijke) GRIP-opschaling De burgemeester treedt op als bevoegd gezag en is verantwoordelijk voor de (beheersing van) de openbare orde en veiligheid in zijn/haar gemeente. Ook bij operationele opschaling (tot en met GRIP 2), waarbij de burgemeester geen formele rol vervult in de crisisorganisatie, blijft hij/zij verantwoordelijk. Als bevoegd gezag kan hij/zij te allen tijde strategisch adviseurs vragen hem/haar te adviseren over gebeurtenissen die op het terrein van openbare orde en veiligheid in de gemeente plaatsvinden. In de volksmond wordt dit een ‘kern-GBT’ genoemd. Daarnaast kan de burgemeester altijd de dienstdoende regionaal operationeel leider consulteren, deze fungeert in dergelijke gevallen als eerste aanspreekpunt namens de hulpdiensten. In geval van operationele GRIP-opschaling is de advisering over de operationele inzet (op afstand) geborgd door de leider CoPI of regionaal operationeel leider.

4.4. Aanpassen crisisstructuur t.b.v. langdurige crisis Recente langdurige crises zoals de uitbraak van COVID-19 en de opvang van ontheemden uit Oekraïne hebben ons laten ervaren dat de versterking en flexibilisering van de crisisorganisatie van belang is. Crises kunnen katalysatoren zijn voor allerlei maatschappelijke ontwikkelingen en andersom. Dreigingen worden steeds meer met elkaar verbonden en

Pagina 16 van 36

verweven. De aansturing van organisaties verandert mee met het meer complex worden van de wereld om ons heen. Waar in een ver verleden alleen sprake was van hiërarchische aansturing, zien we steeds meer flexibele netwerken ontstaan. De huidige crisisstructuur van leiding en coördinatie blijft de vaste basis van waaruit gewerkt wordt. Ten behoeve van het beheersen van de gevolgen van de crisis kan het zijn dat de samenstelling van de crisisteams aangevuld wordt met specifieke expertise. Op het niveau van de kolom secties (ook wel actiecentra genoemd) kunnen onderdelen worden toegevoegd zoals het bij de opvang van Oekraïense ontheemden is gebeurd in de vorm van een regionaal spreidingscentrum.

Pagina 17 van 36

5. Risicomonitoring en (voorbereiding op) sluimerende crisis In de laatste jaren merken we een toename van het aantal langdurige crisissituaties. Denk hierbij aan de uitbraak vogelgriep, periode van langdurige hitte en droogte, COVID-19 en de Oekraïnecrisis. Informatievoorziening, scenario denken en het faciliteren van de crisisstructuur spelen hierin een cruciale rol. Op alle thema’s is behoefte aan actuele beeldvorming en scenario’s om vooruit te kunnen denken en proactief te kunnen handelen. Hiermee zien wij ook het werk opschuiven van de warme naar de koude/lauwe organisatie. Van operationele functionarissen bij een flitsincident naar het team Crisisbeheersing met een flexibele schil van kolom- en netwerkpartners.

5.1 Het VeiligheidsInformatie en Coördinatie Centrum (VICC) Om invulling te kunnen geven aan deze relatief nieuwe taak, is het veiligheidsinformatie en coördinatie centrum (VICC) ingericht. Het VICC is een faciliteit binnen de veiligheidsregio waarin alle processen rondom multidisciplinair informatiemanagement en het faciliteren van de crisisorganisatie bijeen komen. Met de inrichting van het VICC is eveneens invulling gegeven aan de landelijke vereisten van het programma knooppunt coördinatie regio-rijk (KCR2) en de regionale ambitie om te beschikken over een informatiegestuurde crisisorganisatie. Doelstelling VICC Het doel van het VICC is door dynamische risicoinformatie beschikbaar te stellen aan de operationele functionarissen hen in staat te stellen goed onderbouwd en tijdig oordeels- en besluitvorming toe te passen. Het VICC zorgt er daarnaast voor dat alle randvoorwaarden goed georganiseerd zijn en de middelen werken. Het werken in een crisisorganisatie vraagt steeds meer organisatorische- en technische capaciteiten. Uit de recente crisissen blijkt dat de operationele functionarissen zich ondersteund voelen door een backoffice die zorgt dat dit op orde is zodat zij zich kunnen concentreren op hun primaire taak.

Het VICC is een plek waar veiligheidsinformatie wordt ontsloten: • Die informatie komt van de eigen organisatie en van partners • Die informatie blijft bij / eigendom van de bron organisatie • Iedere partner is een informatieknooppunt in het netwerk • De kracht zit in het samenbrengen van informatie • In het knooppunt komen mens, IM-proces & techniek samen. Veiligheidsbeeld Het informatiemanagement binnen het VICC wordt vormgegeven door een samenwerkingsplatform te realiseren waar verschillende (datastromen) van partners samen komen. Het VICC presenteert in één oogopslag de actuele geduide situatie in de Veiligheidsregio ten aanzien van de risico’s uit ons regionaal risicoprofiel zowel in de koude, lauwe als warme fase2. Deze monitoring en signaleringsfunctie van het VICC is een belangrijke graadmeter voor het instellen van een Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (zie hoofdstuk 5.2). Het VICC heeft hierin een adviserende rol ten opzichte van de Regionaal Operationeel Leider. Landelijke en bovenregionale samenwerking Het KCR2 wordt vanuit de VICC’s (Noot: iedere regio gebruikt nog de eigen benaming voor het informatieknooppunt) van de 25 veiligheidsregio’s gevoed. Tijdens de recente crisissen is al gewerkt volgens de KCR2 filosofie. Het LOT-C verzorgde de landelijke informatievoorziening en analyse voor Covid-19.

Voor de Oekraïnecrisis is het landelijk Knooppunt Coördinatie en Informatie Oekraïne opgericht met een soortgelijke functie. De hoofddoelstelling van KCR2 is informatie verzamelen en analyseren en het opstellen van scenario’s en adviezen. Input hiervoor dient onder andere geleverd te worden door de veiligheidsregio’s. Vanuit de regiobeelden bouwt het KCR2 een landelijk beeld op. In de coalitie van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland werkt VNOG samen aan de verdere opbouw van de backoffice van de regionale VICC’s. Middels een recent opgerichte projectorganisatie wordt de komende periode uitvoering gegeven aan de opdracht om een generiek informatieplatvorm te realiseren en gedeeld operationeel beeld voor crisisbeheersing voor Oost-5.

2

Ook de CaCo heeft een belangrijke rol in het totale informatieproces. Deze rol en de verhouding tot het VICC worden nog nader uitgewerkt op Oost5 niveau.

Pagina 18 van 36

5.2 Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (ROVT) Wanneer er signalen zijn van een dreiging dan kan de regionaal operationeel leider besluiten een Regionaal Operationeel Voorbereidend Team (ROVT) bijeen te roepen. Geplande evenementen zijn hierop een uitzondering, hiervoor geldt een eigen voorbereidingstraject met coördinatieafspraken. In de advisering over het bijeen roepen van het ROVT speelt het VICC een sleutelrol (zie hoofdstuk 5.1.). Het VICC verzamelt en verwerkt informatie met betrekking tot de dreiging (continue monitoring door het bijhouden van een situatiebeeld) en scenario’s t.b.v. het ROVT. Het ROVT heeft als doel: • De risico’s, (potentiële) omvang in scenario’s en de te verwachten maatschappelijke effecten te beoordelen; • Het bepalen van een eventuele inzetstrategie in deze dreigingsfase en wie hiervoor verantwoordelijk is; • Bepalen (voorzorgs-)maatregelen die de hulpdiensten moeten treffen in geval van een daadwerkelijke crisis. In geval van een ROVT is er (nog) geen sprake van opschaling volgens GRIP. Wanneer de situatie leidt tot een daadwerkelijke crisis, wordt dit team onderdeel van de crisisorganisatie en functioneert het als een regulier ROT. Het ROVT heeft dezelfde samenstelling als een regulier ROT en kan zonodig worden uitgebreid met externe adviseurs.

De dienstdoende functionarissen namens elke discipline nemen deel aan de vergaderingen van het ROVT. Wanneer de regionaal operationeel leider besluit het ROVT bijeen te roepen, stelt hij/zij het hoofd van het team Crisisbeheersing en de directeur veiligheidsregio hiervan op de hoogte. Onder andere de volgende criteria worden gebruikt in de overweging om een ROVT bijeen te roepen: • Toenemende druk op capaciteit en inzetbaarheid eigen personeel (zoals bij een griepgolf of extreme temperaturen); • Bedreiging van inzetmogelijkheden veiligheidsregio (zoals bij langdurige uitval P2000, C2000, verminderde beschikbaarheid bluswater); • Dreiging voor de bevolking en (vitale) infrastructuur (zoals bij terroristische dreiging, dreiging inzet nationaal afschakelprotocol).

Pagina 19 van 36

6. Afspraken met crisispartners 6.1 Convenanten met crisispartners In VNOG is de samenwerking tussen verschillende crisispartners vastgelegd in convenanten. Een aantal van deze convenanten is landelijk opgesteld en wordt beheerd door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV). Bij het vaststellen van een convenant met een regionale crisispartner wordt een overzicht met werkafspraken bijgevoegd. De vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland hebben veelal te maken met dezelfde crisispartners. In dit verband is dan ook afgesproken de overzichten met werkafspraken op Oost-5 niveau te harmoniseren en jaarlijks te herzien. Met de volgende crisispartners heeft VNOG afspraken gemaakt:

Partner

Soort afspraak

In beheer bij

Bijzonderheden

Defensie

• •

• • •

•

•

Convenant Politie en VNOG Convenant Fire Bucket Operations Afspraken

Crisisbeheersing Brandweerzorg Meldkamer

• •

Incl. convenant voor aanvullende samenwerking Blushelikopter Wederzijds gebruik RMG gespreksgroepen

Omroep Gelderland

Convenant

Crisisbeheersing

Calamiteitenzender

Politie /OM

Convenant

Crisisbeheersing

Afspraken samenwerking incl. handreiking met matrix aan de hand van scenario’s

ProRail

Vastgestelde samenwerkingsafspraken

Crisisbeheersing

Afspraken samenwerking

Rijkswaterstaat & Waterschappen

Convenant

Crisisbeheersing

Afspraken samenwerking

V&J Steunpuntregio

Convenant

Brandweerzorg

Grootschalige deco - unit

Gelderse commissie

Convenant

Crisisbeheersing

Veiligheid op de grote rivieren

Netbeheerder Liander

Convenant

Crisisbeheersing

Afspraken samenwerking

Waterbedrijf Vitens

Convenant

Crisisbeheersing

Afspraken samenwerking

Kreis Kleve

Convenant

Crisisbeheersing

Internationale samenwerking

Kreis Borken

Convenant

Crisisbeheersing

Internationale samenwerking

KNRM

Convenant

Brandweerzorg

Uitvoering Search and Rescue taak (SAR)

Veiligheidsregio Gelderland Midden

Afspraken in het Veluws Bosbrandweercomité

Risico- en Crisisbeheersing

Coördinatie luchtverkenning

5 veiligheidsregio’s Oost Nederland

Afspraken in Operationeel Plan Natuurbrandbestrijding

Brandweerzorg

Regiogrens overschrijdende natuurbrandbestrijding

Nota bene: Met de landelijke telecom partijen is (nog) geen landelijk convenant afgesloten. Op Oost-5 niveau zijn wel werkafspraken gemaakt.

Pagina 20 van 36

6.2 Interregionale en internationale samenwerking Op Oost-5 niveau wordt op diverse thema’s samengewerkt. Voorbeelden hiervan zijn het gezamenlijk opstellen van planvorming voor uitval nutsvoorzieningen en terrorismegevolgbestrijding. Samenwerking leidt tot meer uniformering van afspraken en inzetprocedures. Dit bevordert een effectieve samenwerking in geval van een interregionale crisis. In 2016 is VNOG toegetreden tot de ‘overeenkomst SAMIJ 2010’. De samenwerkingsregeling ongevallenbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) regelt de samenwerking en coördinatie bij incidenten, rampen en zware ongevallen op het water in het IJsselmeergebied, waaronder de Veluwerandmeren. De overeenkomst betreft een samenwerking tussen alle veiligheidsregio’s die grenzen aan het IJsselmeergebied en de crisispartners, zoals Rijkswaterstaat, Kustwacht, KNRM, Reddingsbrigade Nederland en de waterschappen. De internationale samenwerking met Duitsland heeft met name betrekking op Kreis Borken en Kreis Kleve. Daarnaast zijn er afspraken gemaakt met de federale hulpdienst Technisches Hilfswerk (THW). Ook heeft VNOG convenanten met een aantal Duitse gemeenten gesloten over de eerstelijns inzet van brandweereenheden over de grens. Het gaat hierbij vooral om dagelijkse basis hulpverlening.

In 2001 hebben de regio’s Twente, Landkreis Grafschaft Bentheim en Kreis Borken en Noord- en Oost-Gelderland een convenant afgesloten. Hierbij gaat het specifiek om wederzijdse bijstand bij rampen en zware ongevallen. Daarmee is het vooral een plan gericht op operationele samenwerking. In 2022 hebben de veiligheidsregio’s Twente en Noord- en OostGelderland en het Kreis Borken een samenwerkingsovereenkomst afgesloten op het gebied van crisisbeheersing en rampenbestrijding. Onderdelen hiervan zijn informatie-uitwisseling, risico-inventarisatie, planvorming, gezamenlijk oefenen en liaisons. Deze punten worden gezamenlijk met partijen nader uitgewerkt. In 2007 hebben de regio’s Twente, Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland Midden, Gelderland Zuid, Limburg Noord en Zuid-Limburg een overeenkomst gesloten met het THW over bijstand van deze hulpdienst bij incidenten. In 2017 hebben de veiligheidsregio’s Noord- en Oost-Gelderland, Gelderland Midden, Gelderland Zuid, Limburg Noord en Kreis Kleve, een convenant afgesloten. Dit convenant richt zich op de uitwisseling van informatie over potentiële risico’s, het opstellen van gezamenlijke planvorming, gezamenlijk oefenen en wederzijdse hulp bij de bestrijding van incidenten in het grensgebied. Alle veiligheidsregio’s die aan Duitsland grenzen, hebben een grensliaison aangewezen.

Hiervoor is landelijk een functieprofiel met competentie-eisen vastgesteld.. Deze functionaris kan worden ingezet om te zorgen dat er bij grote of bijzondere incidenten voldoende afstemming is tussen de Nederlandse grensregio’s en de Duitse buurregio. De grensliaison neemt zitting in de Krisenstab (vergelijkbaar met ROT/RBT). In 2023 is landelijk een concept protocol Interregionaal Beleidsteam ontwikkeld. Bij een bovenregionale crisis of ramp mist immers op dit moment een structuur om te komen tot besluiten als dat nodig is. Het Interregionaal Beleidsteam (IRBT) is daar een antwoord op. Besluitvorming op landelijke schaal over dit protocol is voorzien voor 2024; de gevolgen daarvan voor VNOG zullen worden verwerkt bij de eerstvolgende herziening van het regionaal crisisplan VNOG.

6.3 Bestuurlijke netwerkkaarten Op basis van wet- en regelgeving hebben verschillende bestuurlijke partijen specifieke bevoegdheden bij incidenten, rampen en crises. De taken en verantwoordelijkheden zijn in de praktijk niet altijd eenvoudig te duiden. In bestuurlijke netwerkkaarten staat per crisistype een overzicht van de betrokken partijen. Dit worden functionele ketens genoemd. Voorbeelden zijn ‘infectieziekten’, ‘elektriciteit en gas’, ‘nooddrinkwater en noodwater’, ‘oppervlaktewater en waterkeringen’ en ‘dierziekten’. Daarnaast geven de netwerkkaarten weer wie voor een bepaald onderwerp verantwoordelijk is en maatregelen kan treffen. Tevens staan op de netwerkkaart de beschikbare instrumenten en de bestuurlijke aandachtspunten met betrekking tot een crisis in een sector. Functionele en algemene keten Bij een incident, ramp of crisis vindt besluitvorming binnen de functionele keten plaats. De burgemeester of de Voorzitter Veiligheidsregio heeft geen directe invloed op de besluitvorming binnen een functionele keten, behalve wanneer hij/zij zelf ook deel uitmaakt van een functionele keten.

Dan maakt hij/zij gebruik van zijn/haar specifieke bevoegdheden, bijvoorbeeld artikel 172 Gemeentewet (handhaving openbare orde), artikel 31 Wpg (ter isolatie in een ziekenhuis doen opnemen) en artikel 4 Wvr (gezag bij brand en ongevallen anders dan bij brand waarbij de brandweer een taak heeft). Naast de bestuurlijke netwerkkaarten voor de functionele ketens is er ook een bestuurlijke netwerkkaart voor de algemene keten. In de algemene keten zijn de algemene rampenbestrijding (ofwel openbare veiligheid) en het handhaven van de openbare orde belegd. De algemene keten bestaat uit de minister van Justitie en Veiligheid (JenV), de Commissaris van de Koning (CdK) en de burgemeester of voorzitter veiligheidsregio. De algemene keten is van toepassing als er sprake is van

Pagina 21 van 36

oproerige beweging, andere ernstige wanordelijkheden of rampen danwel van ernstige vrees voor het ontstaan daarvan (artikel 175, lid 1 Gemeentewet ). VNOG maakt veelvuldig gebruik van deze bestuurlijke netwerkkaarten. Ze worden gebruikt tijdens inzetten, opleidings- en oefenactiviteiten en worden aan de verschillende incidentbestrijdingsplannen toegevoegd.

6.4 Verhouding tussen de driehoek en het beleidsteam De lokale veiligheidsdriehoek betreft het overleg tussen burgemeester, OM en politie zoals bedoeld in artikel 13 van de Politiewet 2012. Daarnaast kan er een driehoek plaatsvinden op het niveau van de regionale eenheid over het beleid en de taakuitvoering van de politie (zoals beschreven in artikel 41 van de Politiewet). De crisisorganisatie zal niet bij alle crises automatisch worden geactiveerd. Er zijn nauwelijks rampen, crises of zware ongevallen denkbaar waarbij de strafrechtelijke handhaving niet aan de orde komt, in enig stadium van de respons. Ook als de strafrechtelijke component pas in tweede instantie een belangrijke rol gaat spelen, bijvoorbeeld omdat er eerst levensreddende werkzaamheden uitgevoerd moeten worden, dan is het de taak van de (hoofd)officier van justitie om de belangen van het strafrechtelijk onderzoek zoveel mogelijk veilig te stellen. Indien de maatschappelijke onrust verder gaat dan alleen het vraagstuk van handhaving van de openbare orde en de rechtsorde en wanneer multidisciplinaire afstemming noodzakelijk is, kan de burgemeester besluiten (een deel van) het beleidsteam bijeen te roepen, waarin hij/zij wordt geadviseerd over zijn/haar gezagsrol.

6.5 Gezagsdriehoek bij een terroristische dreiging In het geval een terroristische dreiging (waarbij nog geen multidisciplinaire inzet vereist is, maar wel mogelijk zou kunnen zijn) wordt de dreigingssituatie behandeld in de driehoek. Er is dan nog geen beleidsteam opgestart. Bij daadwerkelijke inzet van een beleidsteam zal de driehoek verplaatst worden naar het GBT (gemeente) of het RBT (Veiligheidsregio) waar het zal samenwerken met het beleidsteam. Melding en alarmering vindt plaats conform dit crisisplan.

Pagina 22 van 36

Bijlage 1: Uitvoerende processen 1.1 Bevolkingszorg 1.1.1 Algemeen Bij een ongevallen, rampen of (flits)crisis is de gemeente verantwoordelijk voor Bevolkingszorg. Dat betekent dat de gemeentelijke organisatie processen in gang zet die burgers beschermen en ondersteunen bij ongevallen, rampen of crisis. De gemeente neemt bij een incident deel aan de regionale multidisciplinaire crisisorganisatie. De gemeentelijke crisisorganisatie geeft daarbij uitvoering aan de monodisciplinaire Bevolkingszorg. De algemeen commandant Bevolkingszorg, ondersteund door de sectie Bevolkingszorg in het ROT, coördineert en stuurt het team Bevolkingszorg aan. De processen worden aangestuurd door de hoofden van de processen en de uitvoering binnen de verschillende teams wordt gecoördineerd door coördinatoren.

1.1.2 Organisatie

Bovenstaand organisatiemodel tracht in een oogopslag de informatie- en bevelslijnen binnen de oranje kolom weer te geven. Het model is niet uitputtend. Informele lijnen kunnen tussen alle lagen en personen worden gelegd.

1.1.3 Hoofd- en deelprocessen Publieke zorg Het plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van activiteiten die zijn gericht op het tijdig, op de juiste plaats en in de juiste vorm verplaatsen, opvangen en verzorgen van (de juiste groepen van) de bevolking.

Deelproces Opvang & verzorging

Toelichting • • •

Het verplaatsen van personen Het opvangen van personen. Het verzorgen van personen.

Pagina 23 van 36

Omgevingszorg Het plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van activiteiten die zijn gericht op het tijdig, op de juiste plaats en in de juiste vorm voorkomen van een (dreigende) aantasting van het milieu en bepaalde infrastructurele voorzieningen, dan wel het beheersen en herstellen daarvan

Deelproces

Toelichting

Milieubeheer

Milieubeheer: Het nemen van of adviseren over beschermende maatregelen op het gebied van het milieu na mogelijke effecten hierop ten gevolge van crises, rampen en grootschalige incidenten.

Ruimtebeheer

Ruimtebeheer: Het nemen van maatregelen op het gebied van (her)ingebruikname van de openbare ruimten (openbare verlichting, rioleringen, wegen, water, groen e.d.) ten gevolge van mogelijk toegebrachte schade door crises, rampen en grootschalige incidenten.

Bouwbeheer

Bouwbeheer: Het nemen van maatregelen op het gebied van (her)ingebruikname van bouwwerken (en beheer van cultureel erfgoed, openbare gebouwen, kunst e.d.) ten gevolge van mogelijk toegebrachte schade door crises, rampen en grootschalige incidenten.

Registratie schade

Het verkrijgen van inzicht in de totale omvang van de schade en de registratie en coördinatie van schademeldingen.

Verwantencontact

Het geven van informatie aan verwanten bij een incident.

Juridische ondersteuning

Het verzorgen van de juridische advisering en ondersteuning van de crisisbeheersingsorganisatie

Nafase Het plannen, uitvoeren, monitoren en bijstellen van activiteiten die zijn gericht op het tijdig, op de juiste plaats en in de juiste vorm voorbereiden van vormen van collectieve rouwverwerking, nazorg aan de juiste (groepen) personen, herstellen van materiële schade, evaluatie en verantwoording

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=ed7a15a0-27ce-4eab-b432-0d2c9e29c6a6