Vervallen / Integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting (IHP) Elburg (Herijking 2024)
Tekst van het document
Renovatie
2041
154
1.101
975
€ 2.949
€
3.246.448
€
811.612
Subtotaal
1.631
11.330
9.804
€
34.705.267
€
8.676.317
Totaal
1.928
13.276
12.004
€
43.460.158 €
10.865.039
Opmerking: het bedrag en de omvang van de Regenboog dient nog te worden afgestemd op de businesscase die momenteel wordt opgesteld.
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 22 van 32
6.2. Impact op CO2 reductie
6.1.7 Financiële vertaling Gymzalen Voor de financiële vertaling van de gymzalen is uitgegaan van de VNG-norm uit 2024 (BENG), voor renovatie is het bedrag op 80% geschat. Afhankelijk van kwaliteitseisen (zoals KVLO normen, of NOC*NSF normen) kunnen kosten behoorlijk variëren. Jaartal
Zalen
Renovatie Gymzalen CSG Nuborgh College LF
Opgave
2027
3
€
4.095.622
€
1.023.906
Renovatie Gymzaal De Deel
2029
1
€
1.365.207
€
341.302
Renovatie Gymzaal De Wimpel
2037
1
€
1.365.207
€
341.302
€
6.826.036 €
1.706.509
Totaal
Renovatie
Opslag 25%
6.1.8 Doorkijk na 20 jaar In de periode na 20 jaar (na 2040) zullen ook enkele gebouwen welke nu nog vrij nieuw zijn in aanmerking gaan komen voor nieuwbouw/renovatie. Daarbij gaat het om de volgende opgaven met indicatief jaartal voor nieuwbouw/renovatie: • 2 Gymzalen Kultuhus 't Huiken 2043 • CSG Nuborgh College Oostenlicht 2048 • 3 Gymzalen CSG Nuborgh College Oostenlicht 2049 • KBS Jeanne d'Arc School (bij Kulturhus 't Harde) 2049 • OBS De Blerck (bij Kulturhus`t Harde) 2049 • OSG Van Kinsbergen College 2049 • Gymzaal OSG Van Kinsbergen College 2049 • Gymzaal MFC Aperloo 2049 • Innova Daltonschool (bij Scola) 2056 • Van Kinsbergenschool (bij Scola) 2056
Het IKC Scenario (de scholen met dezelfde kleur in de tabel vormen een IKC) is in 2021 doorgerekend in het CO2MPAS van HEVO. Het instrument toetst of het scenario voldoet aan de vereiste CO2-reductie doelstellingen van het klimaatakkoord. Ondanks de aanpassingen in het ambitiescenario veranderen de ingrepen voor 2050 niet, alleen het tempo ligt voor sommige scholen nu anders. De tool is gebaseerd op de kengetallen uit de landelijke routekaart voor het PO en VO waarvoor HEVO ook de doorrekening heeft gemaakt. Qua verbruik gegevens is voor zover mogelijk en beschikbaar een gemiddelde genomen van de afgelopen drie jaren per gebouw. Adres/naam school
Totaal elektrave rbruik (kWh)
C NS De Regenboog RBS Ds Baxschool HBS Mattanjaschool C BS Prins Willem Alexanderschool C BS De Borchstee C BS De Wildemaet C BS Het Octaaf Scola Elburg (ABO Van Kinsbergen en Innova Dalton) RKBS Agnietenschool C BS De Parel GBS Het Sterrenlicht KBS Jeanne d'Arc School (bij Kulturhus 't Harde) OBS De Blerck (bij Kulturhus`t Harde) C SG Nuborg C ollege Het Oostenlicht C SG Nuborg C ollege Lambert Franckens OSG Van Kinsbergen C ollege
-5.906 22.831 22.786 63.084 31.011 13.697 29.687 43.416 17.558 45.095 16.475 40.385 26.131 595.268 231.742 92.886
Totaal gasverbruik (m ³)
Strategis ch scenario
Jaar van opleve ring scenario
verw acht m etrage BVO
8.761 nieuw bouw ENG gasloos 13.716 renovatie gasloos 14.926 renovatie gasloos + PV 23.763 renovatie gasloos + PV 12.072 nieuw bouw ENG gasloos 7.123 renovatie gasloos 17.644 nieuw bouw ENG gasloos 5.017 renovatie gasloos + PV 7.785 nieuw bouw ENG gasloos 20.322 nieuw bouw ENG gasloos 8.596 nieuw bouw ENG gasloos 5.434 renovatie gasloos + PV 3.516 renovatie gasloos + PV 35.411 renovatie gasloos + PV 113.504 renovatie gasloos + PV 25.050 renovatie gasloos
2041 2041 2036 2036 2031 2041 2031 2056 2031 2036 2036 2049 2049 2048 2023 2049
607 1186 1159 1867 1533 1101 1347 961 1030 1815 844 873 564 9833 6453 2116
De tabel op de vorige pagina geeft aan welke ‘strategische scenario’s’ zijn gekozen bij de doorrekening. Deze sluiten voor de opgaven in scope van dit IHP uiteraard aan op de financiële vertaling in 6.1.4. Kanttekening is dat voor de opgaven niet in scope van het IHP nu is gekozen voor een natuurlijk renovatiemoment (gasloos met zonnepanelen) op het 40e levensjaar – waarin dus nog niet is gefaseerd met vier jaar zoals geldt voor de projecten in scope van dit IHP. Enige uitzondering is het OSG Van Kinsbergen College welke hier op het 38e levensjaar (net voor 2050) wordt gerenoveerd. Middels deze strategische scenario’s worden de klimaatdoelstellingen gehaald. Het is van belang het instrument te blijven actualiseren bij keuzes in
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 23 van 32
uitvoeringsprogramma’s, businesscases en opleveringen zodat consequent gekoerst kan worden op het halen van de klimaatdoelstellingen.
investeringen in duurzaamheid niet ten koste van middelen voor onderwijs. Ook kunnen schoolbesturen het binnenklimaat verbeteren, daarbij kan ook gebruik worden gemaakt van de (huidige en/of toekomstige) SUVIS-regelingen. De tussentijdse verduurzaming en verbetering van schoolgebouwen is daarmee een taak van de schoolbesturen, dit kan worden verwerkt in de meerjarige onderhoudsplanning van de gebouwen. Gedurende de herijking van het IHP is door het bestuur van de Prins Willem Alexanderschool en de Ds. Baxschool aangegeven dat zij vooruitlopend op hun vervangingstermijn de verduurzaming van hun scholen willen onderzoeken. De urgentie voor verduurzaming en verbetering van het binnenklimaat is door de coronacrisis en de energiecrisis urgenter geworden. Afgesproken is dat alle scholen met een vervangingstermijn van meer dan >10 jaar samen met de gemeente een verduurzamingsonderzoek kunnen opstarten na de actualisatie van het IHP(ca. €5.000 euro per onderzoek). De uitkomst daarvan kan zijn dat er maatregelen worden getroffen in deze gebouwen. Indien er dan maatregelen worden getroffen met een ‘onrendabele top’ kan het schoolbestuur in overleg treden met de gemeente voor financiering. Dit kan leiden tot verbetering van de situatie, en daarmee uitstel van de vervangingstermijn.
6.3.2 Actualisatie van projecten Bij het opstarten van een in dit IHP gedefinieerd project, dient het uitvoeringsplan en het projectinitiatief getoetst te worden aan de dan geldende randvoorwaarden. De toetsing is bedoeld om te zorgen dat het project aansluit bij de dan geldende omstandigheden. Het gaat om actualisaties van bijvoorbeeld:
6.3. Randvoorwaarden bij uitvoering IHP Bij het uitvoeren van het IHP dient rekening gehouden te worden met een aantal randvoorwaarden.
•
6.3.1 Duurzaamheid & Binnenklimaat Door vaststelling van het IHP krijgen schoolbesturen zicht op de vervangingstermijnen van hun gebouwen. Dit stelt schoolbesturen in staat om vanuit hun verantwoordelijkheid voor onderhoud en exploitatie te investeren in duurzaamheid en het binnenklimaat. Daarbij kan met name worden ingezet op duurzaamheidsmaatregelen waarbij de terugverdientijden de vervangingstermijn niet overschrijden. Zo gaan
Referentie: 1680404-0032.1.1.
• •
De leerlingenprognose met bijvoorbeeld een scope van 15 jaar. Dit IHP is uitgegaan van het leerlingenaantal per 1-10-2019 en de bijbehorende ruimtebehoefte voor het ramen van de investeringsopgaven. Van belang is dat de definitieve leerlingenaantallen waarvoor gebouwd wordt in het uitvoeringsprogramma en de businesscases (definitieve planvorming) nader worden gedefinieerd. Een definitieve afweging tussen nieuwbouw of renovatie. De dan bekende bouwkostenniveaus en geïnventariseerde risico’s inclusief raming van de overige kosten (zie par. 6.1.4.)
Pagina 24 van 32
•
De TCO-benadering, waarbij er wordt bepaald welke investeringsbijdrage door het schoolbestuur wordt geleverd.
6.3.3 Vergroening en multifunctionaliteit buitenruimte Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteed aan de mogelijkheden om de buitenruimte van scholen te vergroenen en multifunctioneel inzetbaar te maken.
6.3.4 Participatie bij de uitvoering van projecten Bij het opstarten van een project wordt aandacht besteedt aan participatie van de volgende doelgroepen: • Kinderopvang. • Leerlingen. • Docenten. • Ouders. • Omwonenden.
6.3.5 Bouwheerschap De schoolgebouwen zijn het eigendom van de schoolbesturen. In de onderwijswetgeving is bepaald dat het bouwheerschap in principe bij de schoolbesturen rust. Dit sluit aan bij de eigendomsverhouding. Conform de VVHO vindt hier overleg over plaats. Gemeente en schoolbesturen werken gezamenlijk in een multidisciplinair team waarbij er een gezamenlijke verantwoordelijkheid is. In overleg kan ook worden bepaald dat de gemeente het bouwheerschap op zich neemt.
6.3.6 Aanpassingen bij wijzigingen wet- en regelgeving Dit IHP is opgesteld onder de wet- en regelgeving zoals deze geldt op het moment van het opstellen daarvan. Echter, wet- en regelgeving is onderhavig aan voortschrijdend inzicht; zo ook de wetgeving met betrekking tot het huisvestingsstelsel voor het funderend onderwijs in Nederland. Bij (substantiële) wijzigingen van bijvoorbeeld het genoemde stelsel, de Algemene Uitkeringen van het Gemeentefonds, de wijze van bepalen van normbedragen, wijzigingen ten aanzien van Bouwbesluit, energieakkoorden of enig andere substantiële ontwikkeling, kan het nodig zijn om dit IHP (op onderdelen) aan te passen aan de dan geldende realiteit en mogelijkheden.
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 25 van 32
7. Bijlage I - Juridische- en Beleidskaders Dit hoofdstuk gaat in op de beleidskaders die gelden voor het IHP: de wettelijke taak van de gemeente en schoolbesturen op het gebied van onderwijshuisvesting en relevante ontwikkelingen. Zorgplicht Gemeenten hebben op het gebied van onderwijshuisvesting de zogeheten zorgplicht. De onderwijswetgeving stelt dat een gemeente dient te voorzien in voldoende en adequate huisvesting voor het primair onderwijs (PO), (voortgezet) speciaal onderwijs ((V)S(B)O) en voortgezet onderwijs (VO). De voorzieningen in de huisvesting waarvoor de gemeente verantwoordelijk is zijn vastgelegd in de wetgeving. Daarbij gaat het onder andere om (vervangende) nieuwbouwen uitbreiding en herstel van constructiefouten. Het onderhoud (binnen- en buitenkant) en de exploitatie van schoolgebouwen is de verantwoordelijkheid van de schoolbesturen. Renovatie is (vooralsnog) niet wettelijk geregeld. Verordening De uitvoering van de zorgplicht wordt geregeld via een juridisch instrument, de verordening. Op grond van de Gemeentewet (artikel 149), Wet op het Primair Onderwijs (artikel 102), Wet op de Expertisecentra (artikel 100) en Wet op het Voortgezet Onderwijs (artikel 76) is de gemeenteraad verplicht bij verordening een regeling vast te stellen.
De verordening bevat de basis van het onderwijshuisvestingsbeleid en regelt uitgangspunten voor onder andere de voorzieningen die schoolbesturen jaarlijks kunnen aanvragen bij een gemeente, criteria voor het toetsen van deze aanvragen en procedurele afspraken. De VVHO (Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Elburg) is voor het laatst vastgesteld in 2015. Eigendom Schoolbesturen hebben het (juridisch) eigendom van een schoolgebouw met de daarbij behorende ondergrond. Dit houdt in dat een schoolbestuur als eigenaar van een schoolgebouw en ondergrond juridisch aansprakelijk is. Wanneer een schoolbestuur geen gebruik meer maakt van het gebouw valt het gebouw in juridisch eigendom terug aan de gemeente. De reden hiervoor is dat de gemeente het gebouw
Referentie: 1680404-0032.1.1.
en de ondergrond heeft bekostigd. De gemeente heeft dus het economisch claimrecht. Schoolbesturen kunnen vanwege hun positie een gedeelte van het gebouw in medegebruik (voor andere culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden) geven aan instellingen die uit de openbare kas worden bekostigd met een ideëel doel. Verhuren is mogelijk (bijvoorbeeld aan een commerciële partij) als de gemeente daar toestemming voor geeft. Doordecentralisatie Er is een uitzondering op het bovenstaande. Gemeenten kunnen met één of meerdere schoolbesturen overeenkomen dat het schoolbestuur zelf geheel verantwoordelijk is voor de onderwijshuisvesting, dus ook nieuwbouw en uitbreiding (artikel 76 Wet op het Primair Onderwijs en artikel 111 Wet op het Voortgezet Onderwijs). Met andere woorden, de taken en verantwoordelijkheden van de gemeente worden overgedragen aan het schoolbestuur. Daarvoor ontvangt een schoolbestuur jaarlijks een bedrag van de gemeente. Dit wordt doordecentralisatie genoemd. De gemeente behoudt hierbij wel de (uiteindelijke) zorgplicht; de eindverantwoordelijkheid voor de realisatie van voldoende en veilige onderwijshuisvesting. Primair wordt de verantwoordelijkheid bij doordecentralisatie volledig bij de schoolbesturen neergelegd. Gemeente en schoolbesturen maken bij overeenkomst afspraken over het monitoren van de gemaakte afspraken en hoe verantwoording wordt afgelegd.
Doordecentralisatie is op dit moment niet aan de orde in de gemeente Elburg. Kinderopvang Op 1 januari 2018 is de Wet harmonisatie kinderopvang en peuterspeelzaalwerk in werking getreden. Daarbij zijn kinderopvang en peuterspeelzalen geharmoniseerd, waardoor men tegenwoordig spreekt van peuteropvang. Voor de peuteropvang is daarbij een landelijk kwaliteitskader ingevoerd dat grotendeels gelijk is aan de kinderopvang. De GGD is aangesteld als toezichthouder op de kwaliteit voor zowel de kinderopvang als peuterspeelzalen. Daarnaast is er met de invoering van de Wet OKE voor gemeenten een verplichting gekomen om voldoende aanbod vroeg- en voorschoolse educatie (VVE) te realiseren, waarbij de financiële drempels voor ouders van doelgroepkinderen zo laag mogelijk moeten zijn.
Pagina 26 van 32
Huidig stelsel De huidige rolverdeling (waarbij gemeenten verantwoordelijk zijn voor nieuwbouw en schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor onderhoud, aanpassing en exploitatie) vertoont tekortkomingen. Het stelsel biedt beide partijen theoretisch de mogelijkheid om de eigen uitgaven te beperken. Gemeenten kunnen eigen uitgaven beperken door relatief goedkope gebouwen neer te zetten, met als gevolg hoge onderhouds- en exploitatiekosten. Schoolbesturen kunnen de eigen uitgaven beperken door weinig te investeren in onderhoud en eerder nieuwbouw aan te vragen bij de gemeente. Daarbij komt dat een aantal zaken, zoals bekostiging als gevolg van aangescherpte eisen in het Bouwbesluit en maatschappelijk wenselijke voorzieningen waaronder op het gebied van duurzaamheid, en de voorziening renovatie niet geregeld zijn. Wetsvoorstel stelselwijziging Op 15 december 2016 hebben de PO-raad, de VO-raad en VNG een gezamenlijk voorstel gestuurd aan toenmalig staatssecretaris Sander Dekker om de tekortkomingen in het huidige stelsel voor onderwijshuisvesting op te lossen. Het uitgangspunt van dit voorstel is dat gemeenten en schoolbesturen een gezamenlijke verantwoordelijkheid hebben voor de (kwaliteit van de) huisvesting van scholen. Op 9 mei 2018 is het verder uitgewerkte voorstel gepubliceerd door PO-raad, VO-raad en VNG. Inmiddels is het voorstel ook formeel door de VNG goedgekeurd.
Het voorstel is in 2018 formeel aan de huidige minister aangeboden. Deze heeft laten weten dat de besluitvorming c.q. wetswijziging staat gepland voor de tweede helft van 2022. Het voorstel pleit voor aanpassing van het stelsel om een aantal van de geconstateerde tekortkomingen op te heffen. Daarbij worden de nadelen van de scheiding van de financiële middelen zoveel mogelijk opgeheven. Gemeenten en schoolbesturen komen in een meer gelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Belangrijke elementen uit het voorstel zijn: •
De in de wet beschreven jaarcyclus voor aanvragen onderwijshuisvesting wordt vervangen door een langere periode, waarin gemeenten na overleg met betrokken schoolbesturen het huisvestingsbeleid en het investeringsprogramma voor een periode van 4 jaar vastleggen in een meerjarenprogramma (IHP), met een doorkijk tot ten minste het 16e jaar.
Referentie: 1680404-0032.1.1.
•
•
•
De mogelijkheid om renovatie als volwaardig alternatief voor vervangende nieuwbouw in te kunnen zetten. Renovatie moet worden opgenomen als voorziening in de wet. Renovatie dient daarbij te leiden tot een startsituatie (of startconditie) die in functioneel en kwalitatief opzicht gelijkwaardig is aan nieuwbouw en gericht is op levensduurverlenging van ten minste 25 jaar. Het investeringsverbod voor het PO en S(B)O wordt zodanig aangepast dat het overeenkomt met de betreffende bepalingen uit Wet op het Voortgezet Onderwijs. PO- en S(B)O-besturen krijgen daarmee de mogelijkheid om in huisvesting te investeren. De concretisering van het Huisvestingsvoorstel van de sectorraden en de VNG gaat uit van het handhaven van de huidige financieringsstromen. Aanvullend kan de versoepeling van het investeringsverbod leiden tot een gezamenlijke financiering die de kwaliteit van onderwijshuisvesting kan vergroten dan wel het moment van investeren kan vervroegen.
Vooruitlopend op de kaders van de vigerende wetgeving streeft Elburg ernaar mee te gaan met deze ontwikkeling. Ontwikkeling klimaatakkoord In het klimaatakkoord is vastgelegd dat de PO-raad en de VO-raad sectorale routekaarten, behorende bij de klimaatopgave, dienen door te rekenen naar een CO2arme gebouwenvoorraad. HEVO heeft deze doorrekening uitgevoerd. Deze doorrekening richt zich enerzijds op de effectiviteit van mogelijke scenario’s op de totale reductie van gebouwgebonden CO2-productie en anderzijds op de kosteneffectiviteit van de verschillende maatregelen die op de gebouwenvoorraad kunnen worden toegepast. Op het gebied van de te behalen doelstellingen is de opdracht aan de sectoren om: • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 49% in 2030 ten opzichte van de situatie in 1990, hetgeen overeenkomt met 44% ten opzichte van de situatie in 2017. • Te komen tot een gebouwgebonden CO2-reductie van 95% in 2050 ten opzichte van de situatie in 1990.
Pagina 27 van 32
Naast de doelstellingen op het gebied van CO2-reductie, hebben de beide sectorraden daaraan toegevoegd dat een duurzaam schoolgebouw een schoolgebouw is dat optimaal ten dienste staat van het onderwijs dat erin geboden wordt. Een goed binnenklimaat resulteert in een hoger leerrendement en minder ziekteverzuim. Een schoolgebouw is daarmee niet alleen duurzaam voor wat betreft de CO2-uitstoot of het energieverbruik; het is een gebouw dat aansluit bij de onderwijskundige visie van de school, past bij het aantal leerlingen en toekomstbestendig is bij veranderingen. De doelstellingen zijn als volgt: Doelstelling Referentiejaar 1990 CO2-reductie 2030 49,0% CO2-productie 2030 51,0% CO2-reductie 2050 95,0% CO2-productie 2050 5,0%
Referentiejaar 2017 44,0% 56,0% 94,5% 5,5%
Dit betekent dat ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot, representatief gesteld voor referentiejaar 2017, het einddoel per 2050 gesteld wordt op 94,5% CO2-reductie ten opzichte van dat referentiejaar. Het doel voor 2030, 44% reductie ten opzichte van 2017, is door het rijk als doelstelling geformuleerd. Op basis van de verhoudingen voor de doelstelling per 2030 is de doelstelling per 2050 ten opzichte van 2017 bepaald.
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 28 van 32
8. Bijlage II – Format Uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma wat gemeente en schoolbesturen na vaststelling van het IHP opstellen bestaat uit drie hoofdonderdelen: 1.
Programmering: Er wordt een programmering gemaakt voor de volgordelijkheid van projecten. Denk aan beschikbare locaties, tijdelijke huisvesting en het bundelen van projecten op onderdelen zoals businesscases, programma's van eisen, techniek en/of aanbestedingen.
2.
Procesafspraken Programmaniveau: Het inrichten van een organisatie voor de realisatie van het uitvoeringsprogramma (1e tranche), en het vastleggen van definitieve procedures over o.a.: de relatie met verordening, financiële werkwijze (indexering, relatie met begrotingscyclus etc.), eisen aan businesscases, monitoring/evaluatie van projecten en borging van kwaliteit.
3.
Procesafspraken Projectniveau: Het ontwikkelen van een uniforme wijze waarop gemeente en schoolbesturen samenwerken bij de realisatie van de projecten. Er worden gezamenlijk keuzes gemaakt over de mate van regie en autonomie van beide partijen van initiatief- tot realisatiefase. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het inbouwen van toets- en instemmingsmomenten voor de gemeente op het moment dat het schoolbestuur bouwheer is.
Het eerste en tweede onderdeel is voor dit IHP minder van belang – immers bestaat het uitvoeringsprogramma voor dit IHP alleen uit de renovatie van het Lambert Franckens.
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 29 van 32
9. Bijlage III – Afwegingskader Nieuwbouwwijk Afwegingscriteria
Menselijke maat (1 school van ca. 250 ll.)
Niets doen
Octaaf
Agnieten
Borchstee
De huidige leerlingenaantallen van de scholen in combinatie met de leerlingen uit de nieubouwwijk (verwacht ca. 150) in de stabiele situatie, leidt in iedere situatie naar verwachting tot een toekomstbestendige school van 250+ leerlingen.
Keuzevrijheid / Diversiteit in Elburg en Nieuwbouwwijk
Het diverse aanbod in Elburg blijft gehandhaafd. Echter is er geen nieuwe school in de nieuwbouwwijk.
Aangezien er twee scholen van De Meent zijn in de kern Elburg zelf, blijft bij verplaatsing de keuzevrijheid behouden.
De Agnietenschool heeft een specifieker concept (hoogbegaafdheid). Hierdoor is het de vraag of ouders in de nieuwbouwwijk ook kiezen voor deze school. Dit blijkt deels al uit huidige cijfers, er gaan 5 leerlingen uit de nieuwbouwwijk nu naar de Agnieten, ondanks dat deze relatief het meest dichtbij ligt. Dit t.o.v. 25 bij de Borchstee en 5 bij het Octaaf.
Aangezien er twee scholen van De Meent zijn in de kern Elburg zelf, blijft bij verplaatsing de keuzevrijheid behouden.
Bereikbaarheid / Reisafstand (Oostelijke Rondweg)
Een groot aantal leerlingen (ca. 150) zal de oversteek maken over de rondweg.
Een groot aantal leerlingen (ca. 131) zal de oversteek maken over de rondweg.
Het minst aantal leerlingen (ca. 87) zal de oversteek maken over de rondweg
Een groot aantal leerlingen (ca. 196) zal de oversteek maken over de rondweg.
Consequenties voor leerlingenstromen bestaande situatie
Er is geen wijziging van leerlingenstromen in de bestaande kern Elburg. Wel kan worden verwacht dat er behoorlijk druk komt te staan op de Borchstee. De vraag is of dit wenselijk is, gelet op de toch al forse omvang van de Borchstee.
Het Octaaf heeft in de huidige situatie 191 leerlingen. Het overgrootte deel komt uit 'West Elburg', links van het groene hart (131). Het is onwaarschijnlijk dat zij de afstand gaan overburggen naar de nieuwbouwwijk. Dit leidt tot druk op de andere scholen, waar beperkt of geen capaciteit is (Scola, PWA). De Meent heeft bovendien aangeven dat de school een belangrijke sociaal maatschappelijke functie heeft in de wijk.
De Borchstee heeft in de huidige situatie 298 leerlingen. Het De Agnietenschool heeft in de huidige situatie 170 leerlingen. 87 overgrootte deel komt uit 'Oost Elburg', rechts van het groene leerlingen komen uit de kern Elburg zelf. Gelet op het specifieke hart (196). Ca. 67 leerlingen komen uit 'West Elburg', voor hen is concept is het aannemelijk dat het overgrootte deel zal de vraag of zij meeverhuizen naar de nieuwe school of zich meeverhuizen. verspreiden over de andere scholen.
Iedere school ontwikkelt zich reeds tot IKC, dit is niet afhankelijk van de verplaatsing naar de nieuwbouwwijk.
IKC Vorming
Financiële consequenties
Potentie locatie (herontwikkeling, tijdelijke huisvesting, nieuwe locatie voor school)
Er zijn geen financiele consequenties voor de scenario's (los van het herontwikkelingspotentieel). Alle drie de scholen stonden in het IHP op het zelfde moment met nieuwbouw opgenomen. Daarnaast dient in iedere situatie voldoende capaciteit gebouwd te worden voor het aantal te huisvesten leerlingen in Elburg incl. de nieuwbouwwijk.
Er is een nieuwe vrije locatie in de nieuwbouwwijk voor de ontwikkeling van woningen.
Door het verplaatsen van het Octaaf ontstaat er ruimte voor herontwikkeling van deze locatie.
Gelet op de eigendomsverhoudingen van de kavel is er geen herontwikkelingspotentieel. Een deel van de kavel is eigendom van een derde (kerk).
4
5
6
Door het verplaatsen van de Borchstee ontstaan een vrije kavel voor de Agnietenschool of voor het Octaaf (alhoewel dit voor het Octaaf redelijk uit het voedings gebied is). Bij verplaatsing van het Octaaf naar de locatie Borchstee ontstaat de kans voor herontwikkeling van de locatie Octaaf. Ook kan de Borchstee worden ingezet voor Tijdelijke Huisvesting bij de nieuwbouw of vernieuwbouw van het Octaaf en de Agnietenschool
6
2 punten 1 punten 0 punten
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 30 van 32
10. Bijlage IV – Afwegingskader MFA Afwegingscriteria
Niets doen
Regenboog
In alle scenario's blijven de scholen qua leerlingenaantallen gelijk.
Menselijke maat (1 school van ca. 250 ll.)
In alle scenario's blijven er twee scholen in Doornspijk.
Keuzevrijheid / Diversiteit
Bereikbaarheid / Reisafstand
Consequenties voor leerlingenstromen
Ds. Bax
Er is geen verbetering van de verkeerssituatie bij De Regenboog.
De Regenboog komt op een betere plek te liggen. De huidige verkeerssituatie op de locatie is niet optimaal. 54 leerlingen wonen aan de westkant en 35 aan de oostkan van de weg. Er zijn dus minder oversteek bewegingen.
Door de grotere omvang van de Ds. Baxschool ontstaan meer verkeersbewegingen richting de MFA locatie dan bij De Regenboog. De Ds. Baxschool ligt reeds aan de westkant van de weg.
Gelet op de de signatuur van de Ds. Baxschool is het niet aannemelijk dat de verplaatsing van ofwel de Regenboog ofwel de Ds. Baxschool zal leiden tot een wijziging van leerlingenstromen in Doornspijk.
De IKC ontwikkeling is niet afhankelijk van de beweging van één van beide scholen naar een MFA
IKC Vorming
Financiële consequenties
In het geval van nieuwbouw bij de MFA is de Ds. Baxschool ca. De Regenboog is ca. 2x zo klein, en dus 2x zo goedkoop als de 2x zo groot, en dus 2x zo duur als de Regenboog. In het geval Ds. Baxschool. In het geval van de Regenboog zou bij renovatie van de Ds. Baxschool zou bij renovatie het huidige gebouw een Er is geen noodzaak tot wijziging van de in het IHP opgenomen van de leegstand een groter deel leegstand gerenoveerd worden kleiner deel leegstand gerenoveerd worden (ca. 345m2). Relatief financiele consequenties. (ca. 483m2). Relatief is dit groter dan bij de Ds. Baxschool (43% is dit ook kleiner dan bij de Regenboog (23% van het BVO). Ook van het BVO). Ook wordt de financiering van de Regenboog ca. wordt de financiering van de Ds. Baxschool ca. 10 jaar naar 15 jaar naar voren gehaald ten opzichte van het IHP. voren gehaald ten opzichte van het IHP.
Potentie locatie (herontwikkeling, tijdelijke huisvesting, nieuwe locatie voor school)
In alle gevallen wordt een locatie vrijgespeeld, maar de potentie van een MFA zonder school (als bruisend hart van Doornspijk) wordt niet gerealiseerd.
In alle gevallen wordt een locatie vrijgespeeld. Er wordt tevens een school aan de MFA toegevoegd wat bijdraagt aan het bruisend hart.
In alle gevallen wordt een locatie vrijgespeeld. Er wordt tevens een school aan de MFA toegevoegd wat bijdraagt aan het bruisend hart.
3
5
3
2 punten 1 punten 0 punten
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 31 van 32
Colofon Uitgave: HEVO B.V. Datum: 4 maart 2025 ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●● ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●● Contact Statenlaan 8 5223 LA 's-Hertogenbosch
Burg. Roelenweg 40 8021 EW Zwolle
T 073 - 6 409 409 info@hevo.nl
T 038 - 4 258 101
www.hevo.nl ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●● ●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●●● Niets uit deze uitgave mag zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van HEVO B.V. worden gekopieerd, noch aan derden ter inzage worden gegeven
Referentie: 1680404-0032.1.1.
Pagina 32 van 32