Toelichting BP_NL.IMRO.0230.BPDeWimpel6-ONT1.pdf
Tekst van het document
Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIMB kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. Met grenswaarden voor beide stoffen van 40 µg/m³ komt dit neer op een bijdrage van 1,2 µg/m³. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van 'gevoelige bestemmingen' binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. Regeling Beoordeling luchtkwaliteit 2007
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
27
In deze regeling staat staan criteria en eisen vastgelegd waaraan de berekeningen en de rekenmodellen moeten voldoen. Hieronder een overzicht van de rekenmodellen: • • • •
CARII: berekening van emissies voor binnenstedelijk verkeer; NIBM-tool: eenvoudige berekening van emissies van verkeer volgens worst case benadering; ISL2: berekening van emissies voor buitenstedelijk verkeer; ISL3a: berekening van emissies van industrie (onder meer veehouderijen).
4.7.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 32 appartementen. Deze ontwikkeling past binnen de lijst met categorieën van gevallen die in de regeling NIBM is opgenomen. De voorgenomen ontwikkeling draagt om deze reden niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Tevens dient beoordeeld te worden of er, voor wat betreft de luchtkwaliteit, ter plekke van het plangebied sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Hiertoe zijn de Grootschalige Concentratieen Depositiekaarten Nederland (GCN & GDN) geraadpleegd. Uit raadpleging hiervan blijkt dat ten aanzien van zwaveldioxide, stikstofdioxide, stikstofoxiden, fijn stof, lood, benzeen en koolmonoxide in de lucht, geen grenswaarden worden overschreden in de omgeving van het plangebied (peiljaar 2020). Derhalve kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ter plekke van het plangebied aan De Wimpel 6. Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek is niet noodzakelijk. Het aspect ‘luchtkwaliteit’ vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.8 Water Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten van Rijk, provincies en gemeenten. Ruimtelijke plannen moeten voorzien zijn van een waterparagraaf. Hiervoor moet het proces van de watertoets worden doorlopen. Het waterschap kijkt of in een plan voldoende rekening is gehouden met de waterhuishouding ter plaatse en geeft een wateradvies. In het kader van onderhavige ontwikkeling is de digitale watertoets doorlopen. De watertoets is op 10 december 2021 doorlopen en als bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Uit de watertoets blijkt dat dit plan waterbelangen raakt en beperkte invloed heeft op het watersysteem en/of de afvalwaterketen. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. 4.8.1 Beleid 4.8.1.1 Beleid waterschap Vallei en Veluwe Op 22 november 2021 is het nieuwe waterbeheerprogramma van Waterschap Vallei en Veluwe, het Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 (BOP) officieel vastgesteld door het algemeen bestuur.
Het BOP is een gebiedsgericht programma dat door een uitgebreide participatieaanpak is ontwikkeld en vormgegeven en vormt de uitwerking van de Blauwe Omgevingsvisie 2050 (BOVI2050). 4.8.2 Effect planvoornemen In onderstaande tabellen is het verhard oppervlak voor de huidige en de beoogde situatie voor het totale plangebied berekend. Het plangebied heeft een oppervlakte van circa 6.150 m2.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
28
Tabel 4.1: verhard oppervlak huidige situatie Onderdeel
Opp. in m2
% verhard
Verhard opp. in m2
Bebouwing
1.020
100%
1.019
Erfverharding
2.300
100%
2.300
Totaal verharding
3.320
Tabel 4.2: verhard oppervlak beoogde situatie Onderdeel
Opp. in m2
% verhard
Verhard opp. in m2
Bebouwing
959
100%
959
Parkeerterrein
656
100%
656
Bergingen
126
100%
126
Wandelpaden
127
100%
127
Toegangsweg
315
100%
315
Totaal verharding
2.183
Geconcludeerd wordt dat het verhard oppervlak in de toekomstige situatie met circa 1.137 m 2 afneemt, met name ten gevolge van het verwijderen van de schoolpleinverharding. Hiervoor in de plek wordt voornamelijk veel groen aangelegd, met daarnaast ruimte voor parkeren, wandelpaden en een toegangsweg. Geconcludeerd wordt dat daarmee het planvoornemen geen negatief effect heeft op de waterhuishouding binnen het plangebied. Tevens is voor het planvoornemen de digitale watertoets doorlopen. Hieruit is gebleken dat het plan geen waterbelangen raakt. Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water. Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegengegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater wordt voorkomen. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen.
Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken/drainen van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert dan ook om voorafgaande aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoonhouden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. 4.8.3 Hemelwater Het hemelwater wat op de daken, de erfverharding en de onverharde delen valt, zal op eigen terrein worden geïnfiltreerd. Hiervoor is voldoende ruimte beschikbaar rond het appartementencomplex.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
29
4.8.4 Afvalwater Conform de Leidraad Rioleringen en vigerend waterschapsbeleid is het voor nieuwbouw gewenst een gescheiden rioleringsstelsel aan te leggen. Het afvalwater van de beoogde nieuwbouw wordt aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering zoals aanwezig onder De Wimpel. 4.8.5 Waterkwaliteit Ten behoeve van de waterkwaliteit zal de voorgestelde ontwikkeling, indien van toepassing, gebruik maken van milieuvriendelijke bouwmaterialen en worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper, zink en zacht OVC niet gebruikt, waardoor de uitspoeling van vervuilende stoffen via de bodem naar het oppervlaktewater voorkomen wordt. 4.8.6 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'water' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.9 Ecologie 4.9.1 Beoordelingskader Juridisch kader Wet natuurbescherming (Wnb) Met ingang van 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming (Wnb) in werking getreden. Deze wet vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. De wet regelt soortenbescherming en gebiedsbescherming. Zorgplicht Het eerste artikel in de Wnb heeft betrekking op de zorgplicht en heeft betrekking op het voorkomen of beperken van schade aan soorten en gebieden, voor zover deze niet middels overige verbodsbepalingen zijn gereguleerd. Het gaat daarbij in de praktijk vooral om minder streng beschermde soorten, waarbij het onnodig doden, verwonden of beschadigen dient te worden vermeden. Soortenbescherming Bij een quickscan flora en fauna wordt in beeld gebracht of er (potentiële) vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig zijn van de soorten uit de verschillende beschermingsregimes. Vervolgens wordt beoordeeld of de voorgenomen ingreep verstorend kan zijn en of nader onderzoek noodzakelijk wordt geacht. De Wnb onderscheidt beschermingsregimes voor soorten op grond van internationale verdragen, aangevuld met soorten die vanuit een nationaal oogpunt beschermd worden. Hierdoor zijn er in de Wnb drie verschillende verbodsartikelen per categorie soorten: • • •
soorten van de Vogelrichtlijn (artikel 3.1); soorten van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (artikel 3.5); andere soorten (artikel 3.10).
Gebiedsbescherming Indien een plangebied in of nabij een beschermd gebied is gelegen, dan dient te worden bepaald of er een (extern) effect valt te verwachten. Het gaat daarbij om Natura 2000-gebieden en gebieden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland. Natura 2000 Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Met Natura 2000 wil men deze flora en fauna duurzaam beschermen. De staatssecretaris van Economische Zaken heeft voor Nederland ruim 160 Natura 2000-gebieden aangewezen. Gezamenlijk hebben ze een oppervlak van ruim 1,1
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
30
miljoen hectare. Ze maken deel uit van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie die zijn aangewezen op grond van de vogelrichtlijn en habitatrichtlijn. Het doel van Natura 2000 is het keren van de achteruitgang van de biodiversiteit. Binnen een gebied kan spanning optreden tussen economie en ecologie. In een zogenaamd beheerplan leggen Rijk en provincies vast welke activiteiten, op welke wijze mogelijk zijn. Uitgangspunt is steeds het realiseren van ecologische doelen met respect voor en in een zorgvuldige balans met wat particulieren en ondernemers willen. Het opstellen gebeurt daarom in overleg met alle direct betrokkenen, zoals beheerders, gebruikers, omwonenden, gemeenten, natuurorganisaties en waterschappen. Samen geven ze invulling aan beleven, gebruiken en beschermen. Daar draait het om in de Nederlandse Natura 2000-gebieden (bron: Regiegroep Natura 2000). Het is krachtens de Wnb verboden zonder vergunning van Gedeputeerde Staten projecten te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (artikel 2.7, lid 2).
Handelingen die een negatieve invloed hebben op Natura 2000-gebieden, worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Een vergunning is vereist. Door middel van het Nederlandse vergunningsstelsel wordt een zorgvuldige afweging gewaarborgd. De vergunningen zullen beoordeeld en afgegeven worden door de desbetreffende provincie. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het Natuurnetwerk Nederland bestaat uit: • • • • •
bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken; gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt; landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de Noordzee en de Waddenzee; alle Natura 2000-gebieden.
Conform artikel 1.12 van de Wnb dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk Nederland loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. 4.9.2 Quickscan Flora en fauna Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling heeft Gras Advies op 19 oktober 2021 een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plekke van het plangebied. De bevindingen van dit onderzoek worden in deze paragraaf toegelicht. De volledige onderzoeksrapportage is als bijlage 4 bij deze toelichting opgenomen. Natura 2000-gebied Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is Veluwerandmeren op circa 1,65 km afstand van het plangebied en wordt hiervan gescheiden door agrarisch gebied en de bebouwde kom van Elburg. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 3 km) van het plangebied. Het plangebied is niet direct zichtbaar vanuit omliggende Natura 2000-gebieden. Van optische verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden is derhalve geen sprake.
Gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep, kan verstoring van soorten in Natura 2000-gebieden door licht en geluid op voorhand
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
31
worden uitgesloten. Een substantieel, negatief effect van de voorgenomen ontwikkeling op de stikstofemissie in de toekomstige gebruiksfase en daarmee op Natura 2000-gebieden is aannemelijk, en is derhalve nader onderzocht middels een AERIUS-berekening. Hierop wordt verder ingegaan in paragraaf 4.9.3. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het Natuurnetwerk Nederland. Het dichtstbijzijnde gebied behorende tot het Natuurnetwerk Nederland betreft het Natura 2000-gebied de Veluwe en enkele agrarische percelen en bosschages op 0,9 km afstand van het plangebied. Het plangebied wordt van dit Natuurnetwerk Nederland gebied gescheiden door agrarische percelen en de bebouwde kom van Elburg. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van het NNN ligt en de provinciale ruimtelijke verordening van de provincie Gelderland geen bepalingen ten aanzien van externe werking kent, is nadere toetsing ten aanzien van NNN niet noodzakelijk. Verstoring van op circa 500 meter afstand gelegen NNN-gebieden kan bovendien op voorhand worden uitgesloten, gelet op de ligging van het plangebied en de beperkte impact van de ingreep. Houtopstanden Het plangebied bevindt zich binnen de bebouwde kom. Daarmee is het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing op het plangebied.
Vleermuizen In het gebied zijn geen bomen met holtes aangetroffen die groot genoeg en geschikt zijn als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Het schoolgebouw heeft open stootvoegen die groot genoeg zijn voor vleermuizen om naar de achterliggende ruimte te kruipen. Ook zijn er openingen tussen de muur en het dakbeschot die groot genoeg zijn voor vleermuizen om achter te kruipen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied kan daarom redelijkerwijs niet op voorhand worden uitgesloten. Vogels Het plangebied is (onderdeel van) een leefgebied voor diverse zangvogels. Het is aannemelijk dat zangvogels de bosschages in het plangebied gebruiken als broedlocatie. Een nader onderzoek is niet noodzakelijk, onder voorwaarde dat er buiten het broedseizoen om gewerkt wordt, of eventuele nesten in de bosschages tijdens het broedseizoen niet verstoord worden. Het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 juli, afhankelijk van de weersomstandigheden. Eerdere en latere broedgevallen zijn ook beschermd conform de Wet natuurbescherming. Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving.
In praktijk betekent dit het a) voorkomen, b) beperken en c) ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.” 4.9.3 Stikstofdepositie De voorgenomen ontwikkeling aan De Wimpel 6 resulteert mogelijk in een verandering van de stikstofdepositie en -emissie. Om te onderzoeken of er sprake is van een significant effect op omliggende Natura 2000-gebieden als gevolg van stikstofdepositie, is een berekening van verandering in stikstofemissie en -depositie vereist. Hiertoe heeft Gras Advies een AERIUSberekening uitgevoerd en dit verwerkt in een rapportage. Het rapport is als bijlage 5 bij deze toelichting opgenomen. Besluit stikstofreductie en natuurverbetering Op 1 juli 2021 is het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering in werking gesteld. Onderdeel van dit Besluit is de vrijstelling voor de bouwfase bij het berekenen van stikstofdepositie in ruimtelijke plannen. Dit betekent dat de bouwfase niet meer hoeft te worden meegenomen in een AERIUS-
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
32
berekening. Derhalve is voor de voorgenomen ontwikkeling alleen gekeken naar de stikstofdepositie van de toekomstige gebruiksfase van het appartementencomplex. Toekomstige gebruiksfase Het toekomstig gebruik genereert geen depositiewaarden hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000gebieden. Ook buiten een straal van 4,9 km rondom het wegverkeer vindt geen depositie hoger dan 0,00 mol/ha/jr in Natura 2000-gebieden plaats. Wet natuurbescherming Het toekomstig gebruik vormt met betrekking tot het aspect stikstof geen bedreiging voor het bereiken van de instandhoudingsdoelen voor Natura 2000-gebieden. Er is voor de voorgenomen ontwikkeling met betrekking tot stikstofdepositie derhalve geen vergunning Wet natuurbescherming onderdeel Gebiedsbescherming benodigd. 4.9.4 Conclusie Bij het uitvoeren van de quickscan flora & fauna is vastgesteld dat het voormalig schoolgebouw mogelijk geschikt is voor gebouwbewonende vleermuizen. Daaruit volgt dat een nader onderzoek naar de aanwezigheid van gebouwbewonende vleermuizen noodzakelijk is. In de nacht van 14 op 15 maart 2022 is een groot deel van het schoolgebouw door een brand verwoest. Hierbij is de brand boven de systeemplafonds door het gehele gebouw getrokken.
In overleg met de provincie Gelderland is geconcludeerd dat het redelijkerwijs aannemelijk is dat er geen vleermuizen of andere gebouwbewonende soorten meer aanwezig zullen zijn in de restanten van het schoolgebouw. Het uitvoeren van een nader onderzoek naar vleermuizen is derhalve niet noodzakelijk. Met inachtneming van voorgaande wordt geconcludeerd dat het aspect 'flora & fauna' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.10.1 Beoordelingskader Algemeen In elk bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van artikel 5.10 van de Erfgoedwet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
33
Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. 4.10.2 Archeologie Het plangebied ligt conform de gemeentelijke beleidskaart in een zone met een middelmatige trefkans. In deze zone is archeologisch vooronderzoek verplicht bij ingrepen met een oppervlakte groter dan 500 m2. Het plangebied kent conform het vigerende bestemmingsplan een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3'.
Uitsnede archeologische beleidskaart gemeente Elburg (plangebied rood omcirkeld) In de huidige situatie is het plangebied reeds grotendeels bebouwd met het voormalige schoolgebouw. Uit historische foto's is daarnaast gebleken dat het plangebied daarvoor niet bebouwd is geweest, waardoor geen archeologisch waardevolle resten van historische bebouwing te verwachten zijn. Het beoogde appartementencomplex ligt voor een groot deel binnen het momenteel bebouwde gebied van het plangebied. Gezien het volume van het huidig schoolgebouw kan geconcludeerd worden dat de bodem hier diep geroerd/verstoord is en er ter plekke van het huidige bouwvlak derhalve geen archeologische waarden meer in de bodem te verwachten zijn. Aangezien de bouwput normaliter groter is dan het uiteindelijke gebouw dat in de bouwput wordt gerealiseerd, is er een zone buiten het bouwvlak die ook verstoord verondersteld mag worden. Tot slot zijn kabels, leidingen en riool in de bestaande situatie ook bodem verstorende elementen. Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat, gezien de grote mate waarin het plangebied reeds verstoorde bodem omvat en de situering van het beoogde appartementencomplex grotendeels ter plekke van deze verstoorde gronden, dat geen archeologische waarden meer te verwachten zijn. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
4.10.2.1 Conclusie archeologie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'archeologie' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.10.3 Cultuurhistorie Binnen het plangebied bevinden zich geen cultuurhistorische waarden.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
34
4.10.3.1 Conclusie cultuurhistorie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'cultuurhistorie' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.11 Externe veiligheid 4.11.1 Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect externe veiligheid gelden de volgende kaders: • • • •
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); Besluit externe veiligheid transportroutes; Regeling basisnet; Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), inclusief de daaronder vallende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).
Daarnaast kunnen het Activiteitenbesluit en Vuurwerkbesluit van belang zijn. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) regelt hoe een gemeente of provincie moet omgaan met risico's voor mensen buiten een bedrijf als gevolg van de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in een bedrijf. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) staan regels over de veiligheidsafstanden en over de berekening van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Uitgangspunt voor deze circulaire is de Nota risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen. Deze circulaire heeft betrekking op het beleid van de ministers van Infrastructuur en Milieu en van Veiligheid en Justitie over de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving. Voor de uitwerking en toepassing van de risiconormen is zoveel mogelijk aangesloten bij Bevi en Revi. Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) stelt regels aan transportroutes en de omgeving daarvan. Hierin wordt ingegaan op het plaatsgebonden risico, het groepsrisico en de verantwoordingsplicht. In de Regeling Basisnet staat waar risicoplafonds liggen langs de transportroutes, hoe hoog ze zijn en welke regels er gelden voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Binnen bepaalde grenzen wordt dit vervoer over weg, binnenwater en spoor gegarandeerd. Het Basisnet heeft betrekking op de Rijksinfrastructuur: hoofdwegen (snelwegen), hoofdwaterwegen (binnenwateren) en hoofdspoorwegen. In de Regeling basisnet staat een tabel met afstanden voor plaatsgebonden risico die gelden voor transportroutes van het Basisnet. Deze afstanden gelden per trajectdeel. Het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) geeft onder andere veiligheidsafstanden rond buisleidingen met gevaarlijke stoffen aan. De normstelling is in lijn met het Bevi. De risicoafstand en de manier van risicoberekening zijn opgenomen in het Revi. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert om voor standaard buisleidingen met aardolieproducten de afstanden aan te houden uit het RIVM rapport Risicoafstanden voor buisleidingen met brandbare vloeistoffen K1K2K3 (augustus 2008). Voor afwijkende gevallen en andere brandbare chemische vloeistoffen zijn berekeningen nodig. Voor het berekenen van risico’s van ondergrondse gasleidingen ('hogedruk aardgastransportleidingen') is het computerprogramma CAROLA beschikbaar. 4.11.2 Toetsing Middels onderstaande uitsnede van de risicokaart Nederland zijn de volgende aspecten van externe veiligheid onderzocht:
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
35
• • •
risicovolle inrichtingen; transport over weg, water en spoor; hogedrukaardgastransportleidingen en K1-, K2- en K3 brandstofleidingen.
Uitsnede risicokaart (plangebied rood omcirkeld) (bron: www.risicokaart.nl) Hogedruk aardgasleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een hogedruk aardgasleiding. Risicovolle inrichtingen Aan de Vrijheidsstraat 20 ten zuidwesten van het plangebied is volgens de risicokaart een tankstation gesitueerd met LPG. Voor het LPG-vulpunt en -reservoir gelden een PR 10-6 risicoafstand van 25 meter en voor de LPG-afleverinstallatie 15 meter. De daadwerkelijke afstand tot het plangebied bedraagt circa 570 meter. Tevens blijkt uit gegevens van de veiligheidsregio dat dit LPG-station onlangs is gesaneerd. Derhalve vormt dit tankstation geen risico voor de voorgenomen ontwikkeling. Verder ligt het plangebied niet binnen het invloedsgebied van een Bevi-inrichting. Transport gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een weg, vaarweg of spoorlijn waar gevaarlijke stoffen vervoerd worden. 4.11.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect 'externe veiligheid' geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
4.12 Milieueffectrapportage 4.12.1 Beoordelingskader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Een m.e.r. is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten van de overheid over initiatieven en activiteiten van publieke en private partijen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De m.e.r. is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer. Naast de Wet milieubeheer is het Besluit m.e.r. belangrijk om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: a. het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; b. het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
36
besluit is dan m.e.r.- beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; c. het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan). Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; d. de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.beoordeling aan de orde is, moet: • • •
door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer).
De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. 4.12.2 Toetsing Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit bestemmingsplan valt onder mogelijkheid c. Het besluit bevat namelijk wel een activiteit uit kolom 1 ([D 11.2] de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen), maar er wordt niet voldaan aan de gegeven drempelwaarde van 2.000 of meer woningen. De voorgenomen ontwikkeling bevat immers 32 woningen. Er kan daarmee worden afgezien van een m.e.r.-beoordeling en volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.beoordeling. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: • •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet toch een m.e.r.beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
Bij besluiten ten aanzien waarvan moet worden beoordeeld of een milieueffectrapport moet worden gemaakt is artikel 7.19 van de Wet milieubeheer van toepassing. Met name lid 3, waarin wordt verwezen naar de relevante criteria van bijlage III bij de m.e.r.-richtlijn, is hierbij relevant. Deze selectiecriteria zijn: 1. kenmerken van het project; 2. plaats van het project; 3. kenmerken van de potentiële effecten. In aanvulling op het voorgaande zijn in het kader van de voorgenomen ontwikkeling de belangrijkste milieuaspecten waaronder bodem, luchtkwaliteit, geluid, externe veiligheid en ecologie in beeld gebracht in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Tezamen met de overige hoofdstukken vormen deze paragrafen de zogenaamde aanmeldnotitie in het kader van het Besluit m.e.r. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een ontwikkeling die een forse invloed heeft op het milieu. Belangrijke milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De uitgevoerde onderzoeken geven voldoende inzicht in de milieugevolgen om een gewogen besluit omtrent dit bestemmingsplan en een eventueel op te 12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
37
stellen m.e.r. Het opstellen van een milieueffectrapportage zal geen verder inzicht verschaffen op de relevante milieuaspecten. Het bevoegd gezag kan op basis van deze plantoelichting een besluit nemen over de uitkomst van de m.e.r.-beoordeling, of er al dan niet een m.e.r. nodig is en publiceert dit in een m.e.r.beoordelingsbesluit. Het besluit dat geen m.e.r. uitgevoerd hoeft te worden, hoeft niet gepubliceerd te worden in de Staatscourant. Er is geen sprake van een aparte bezwaar- en beroepsprocedure bij de beslissing over de m.e.r.-plicht. Bezwaar en beroep is alleen mogelijk tegelijkertijd met de procedure voor het bestemmingsplan.
4.13 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten Met inachtneming van hetgeen omschreven in dit hoofdstuk en de bijbehorende onderzoeksrapportages, vormen de relevante milieu- en omgevingsaspecten geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
38
5 Toelichting op de regels 5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op de bestaande situatie, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruik om keuzes te maken bij het opstellen van het bestemmingsplan: de verbeelding (plankaart) en de regels. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de opzet van dit bestemmingsplan. Daarnaast worden de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels verantwoord. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom bepaalde bestemmingen zijn aangewezen en waarom bepaalde bebouwing acceptabel is. Het bestemmingsplan bestaat uit een toelichting, regels en een verbeelding. De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan en dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. De toelichting vormt de verantwoording voor de gemaakte keuzen voor de inrichting van het plangebied en de toekenning van de bestemmingen. Met het bestemmingsplan 'De Wimpel 6, Elburg' wordt de huidige bestemming 'Maatschappelijk' gewijzigd zodat de realisatie van een appartementencomplex mogelijk wordt gemaakt. Dit bestemmingsplan is opgesteld aan de hand van de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen SVBP2012, zoals vastgelegd in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012.
De regels zijn voor zover nodig op hun beurt weer aangepast aan specifieke situaties in het plangebied. De regels van het bestemmingsplan bestaan uit de volgende hoofdstukken: • • • •
Hoofdstuk 1 Inleidende regels; Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels; Hoofdstuk 3 Algemene regels; Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels.
5.2 Opzet regels In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012) is verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. 5.2.1 Inleidende regels Hoofdstuk 1 bevat regels die gelden voor het gehele plangebied en bestaat uit: • •
artikel 1: In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen, voor een eenduidige interpretatie van deze begrippen. artikel 2: Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
5.2.2 Bestemmingsregels Hoofdstuk 2 bevat de juridische vertaling van de verschillende bestemmingen die voorkomen in het plangebied. Voor ieder gebied op de verbeelding is de bestemming aangegeven.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
39
Deze bestemmingen zijn in de regels onderverdeeld in onder meer: • • • •
Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan (wonen, bedrijvigheid etc.); Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage etc.); Afwijken van de gebruiks- en bouwregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bestemmingen en bouwregels; Verboden gebruik: welke vormen van gebruik zijn uitgesloten.
In paragraaf 5.3 worden de verschillende bestemmingen toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze is gekozen. Daarnaast wordt, indien gekozen wordt af te wijken van de bestemming uit het geldende bestemmingsplan, aangegeven waarom daarvoor is gekozen. 5.2.3 Algemene regels Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •
• • • • •
artikel 4 Anti dubbeltelregel: deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te kunnen voorkomen. Dit kan zich met name voordoen, indien een deel van een bouwperceel, dat reeds bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage was betrokken, wederom - nu ten behoeve van de berekening van het maximale bebouwingspercentage van een ander bouwperceel - wordt betrokken; artikel 5 Algemene bouwregels: hierin zijn regelingen opgenomen die algemeen geldend zijn voor het gehele plangebied met betrekking tot bouwen; artikel 6 Algemene afwijkingsregels: in deze regeling wordt vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden afgeweken van de in de bestemmingsregels vastgelegd voorschriften; artikel 7 Algemene wijzigingsregels: in deze regel is opgenomen onder welke voorwaarden het bevoegd gezag de opgenomen bestemmingen in het bestemmingsplan kan wijzigen; artikel 8 Algemene procedureregels: deze regeling bepaald de te volgen procedure in het geval van in de planregels genoemde nadere eisen; artikel 9 Overige regels: hieronder zijn regelingen opgenomen ten aanzien van bestaande maten, de verwijzing naar andere regelgeving in dit bestemmingsplan en bedrijfswoningen.
5.2.4 Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 4 staan de overgangs- en slotbepalingen. In artikel 10 is het overgangsrecht beschreven. Hierin wordt aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. De inhoud van deze regels is overgenomen uit de standaardregels uit het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Artikel 11 geeft de officiële benaming van dit bestemmingsplan weer en de datum van vaststelling door de gemeenteraad.
5.3 Nadere toelichting op de regels Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing opgericht mag worden. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk worden gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
40
Voorliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van een appartementencomplex bestaande uit 32 sociale huur- dan wel koopappartementen mogelijk. Gekozen is om het plangebied volledig te bestemmen als 'Wonen - Woongebouw' en hierbinnen ook de benodigde toegangswegen en parkeervoorzieningen toe te staan. Ter plekke van het appartementengebouw is een bouwvlak opgenomen met een aanduiding 'maximum bouwhoogte' en is het maximum aantal te realiseren wooneenheden middels de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' vastgelegd. Ter plekke van de beoogde lift is een aanduiding ‘maximum bouwhoogte’ voor een maximale hoogte van 11 meter (in plaats van 10 meter) opgenomen, zodat de liftconstructie binnen de regels van het bestemmingsplan valt. In samenspraak met de regio-archeoloog is besloten de reeds ter plekke geldende dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3' ter plekke van het plangebied te laten vervallen. Dit aangezien de bodem ter plekke van de huidige bebouwing reeds diep geroerd/verstoord is en er derhalve binnen het plangebied geen archeologische waarden meer te verwachten zijn.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
41
6 Financiële uitvoerbaarheid 6.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de exploitatie van het plan en de eventueel daaruit voortvloeiende planschade besproken.
6.2 Financiële haalbaarheid De voorgenomen ontwikkeling wordt door de initiatiefnemer geïnitieerd, gefinancierd en geëxploiteerd.
6.3 Kostenverhaal De Grondexploitatiewet (afdeling 6.4 Wet ruimtelijke ordening) gaat ervan uit dat bij het bestemmingsplan een exploitatieplan wordt vastgesteld tenzij het kostenverhaal anders verzekerd is. De voor dit bouwplan en bestemmingsplan te maken kosten, waaronder eventuele tegemoetkoming in schade, zijn voor rekening van de betrokken grondeigenaar en initiatiefnemer. Met hen worden hierover bindende afspraken gemaakt. Deze afspraken worden opgenomen in overeenkomsten tussen de initiatiefnemer en de gemeente, die voor de vaststelling van het bestemmingsplan zijn afgerond (anterieure overeenkomst). Om die reden maakt een exploitatieplan geen deel uit van dit bestemmingsplan.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
42
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1 Inleiding De procedure voor vaststelling van een bestemmingsplan is geregeld in de Wet ruimtelijke ordening. Aangegeven is dat tussen de gemeente en verschillende instanties waar nodige overleg over het plan moet worden gevoerd, voordat een ontwerpbestemmingsplan ter visie kan worden gelegd. Bovendien is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing verklaard (zienswijzenprocedure).
7.2 Overleg In het kader van vooroverleg is het plan aan de betrokken instanties voorgelegd. Onderstaand zijn de reacties op het plan beschreven en hoe in het plan met deze opmerkingen is omgegaan. Provincie Gelderland De provincie heeft geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling van een appartementengebouw voor 32 sociale huur- dan wel sociale koopappartementen. Wel heeft de provincie enkele opmerkingen geplaatst op de inhoud van het concept ontwerpbestemmingsplan. Deze zijn in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Waterschap Vallei & Veluwe Het waterschap heeft geen bezwaren tegen de voorgenomen ontwikkeling. De opmerkingen voortkomend uit het vooroverleg zijn verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland De veiligheidsregio heeft het plan beoordeeld en stemt in met de voorgenomen ontwikkeling. De opmerkingen ten aanzien van ontsluiting voor hulpdiensten worden meegenomen in het ontwerp van de openbare ruimte rond het appartementengebouw.
7.3 Zienswijzen Het ontwerp van dit bestemmingsplan wordt op grond van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening en afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht gedurende zes weken voor iedereen ter inzage gelegd en het wordt tegelijkertijd elektronisch beschikbaar gesteld via de gemeentelijke website (www.elburg.nl) en de landelijke website (www.ruimtelijkeplannen.nl). Voorafgaand wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende deze periode kan een ieder een zienswijze over het ontwerp van het ruimtelijke besluit bij de gemeenteraad naar voren brengen. Het eindverslag van deze zienswijzenprocedure maakt onderdeel uit van het besluit tot vaststelling van dit ruimtelijke plan.
12 april 2022 | Bestemmingsplan ‘De Wimpel 6, Elburg’ | Witpaard
43