CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

TOE vastgesteld BP Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek) 2-12-2021.pdf

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Definitief bestemmingsplan Mezenbergeweg 7 (Hoeve Klaphek)16.070 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies;

•

het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.

Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. 5.2.2

Gebiedstypen

Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een ‘rustige woonwijk’ of een ‘gemengd gebied’. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het rustige buitengebied ook gerekend tot het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

30

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

In voorliggend geval wordt uitgegaan van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’. Milieucategorie

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied

1

10 m

0m

2

30 m

10 m

3.1

50 m

30 m

3.2

100 m

50 m

4.1

200 m

100 m

4.2

300 m

200 m

5.1

500 m

300 m

5.2

700 m

500 m

5.3

1.000 m

700 m

5.2.3

Situatie plangebied

5.2.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.2.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in het realiseren van een vervangende woning en werktuigenberging aan Mezenbergerweg 9a, een stro-opslagruimte en winterstal achter de erven Mezenbergerweg 18 en 18d. De woning en werktuigenberging worden binnen de bestaande woonbestemming Mezenbergerweg 9a gebouwd. Hier gaat geen hinder vanuit en ze hebben daarmee geen effect op het woon- en leefklimaat van omwonenden. De stro-opslagruimte en winterstal worden gebouwd op een plek, waar op dit moment nog geen bouwmogelijkheden aanwezig zijn. De stro-opslagruimte wordt schuin achter de woning en Bed & Breakfast aan Mezenbergerweg 18d en naast de woonfuncties 18 b en 18c gebouwd. Als er al hinder vanuit deze functie uitgaat, dan zal dit minimale geluidshinder als gevolg van de aan- en afvoer van stro. De afstand tot de woningen bedraagt minimaal 20 meter en de openzijde van de schuur bevindt zich aan de andere zijde dan de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

31

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

woningen. Ter plaatse van de woningen wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat verwacht. Verder wordt opgemerkt de woning 18d tot het landgoed Hoeve Klaphek behoort. De winterstal voor de grote grazers wordt schuin achter respectievelijk naast de erven Mezenbergerweg 18 en Mezenbergerweg 16 gebouwd. Zoals de benaming al doet vermoeden wordt de stal alleen in de wintermaanden gebruik voor het stallen van twintig moederdieren Texelse schapen met aanwas, zes moederdieren Angusrundere met aanwas en zes moederdieren Friese paarden met aanwas. Deze activiteiten zijn niet goed onder een functie uit de VNG-uitgave ‘bedrijven en milieuzonering’ te plaatsen. De activiteiten ‘Het fokken en houden van overige graasdieren’ (milieucategorie 3.1, grootste richtafstand 50 meter voor geur, 30 meter voor geluid) komt het dichtst in de buurt. De grootste richtafstand voor geur wordt tot de bedrijfsbestemming van Mezenbergerweg 18 niet gehaald (circa 30 meter). Opgemerkt wordt dat de bedrijfswoning wel op voldoende afstand staat (ca. 55 meter) en langs de perceelgrens een bedrijfsgebouw staat dat een bufferende werking heeft t.o.v. de winterstal. Gelet op de gebruikelijke erfopzet in het buitengebied (woning voorop het erf, bedrijfsgebouwen erachter) is het niet te verwachten dat de woning in de toekomst (na sloop) verder naar achteren wordt gebouwd.

Voor geur zijn verder niet de richtafstanden uit de handreiking leidend, maar de afstanden zoals genoemd in de Wet geurhinder en veehouderij en het Activiteitenbesluit leidend. Het aspect geur blijft hier daarom buiten beschouwing. In paragraaf 5.7 wordt hier nader op ingegaan. Het aspect geur buiten beschouwing latend blijft er een richtafstand van 30 meter voor geluid over. Deze afstand wordt ten opzichte van de dichtstbijzijnde bedrijfswoningen Mezenbergerweg 18 en 16 gehaald. Er is voor wat betreft de aspecten geluid, stof en gevaar geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. In het bestemmingsplan is de locatie te realiseren winterstal via een bouwaanduiding gefixeerd. 5.2.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functie(s) binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving en andersom of de nieuwe functie(s) de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantasten. Binnen het plangebied worden geen nieuwe milieugevoelige functies gerealiseerd. De nieuwe woning aan Mezenbergerweg 9a betreft een vervangende woning, hier ligt reeds een bestaand bouwrecht. In de directe omgeving liggen verder geen bedrijfsfuncties op korte afstand welke hinder veroorzaken voor de nieuwe woning binnen het plangebied. 5.2.4

Conclusie

Het aspect milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.3

Geluid

5.3.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

32

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

5.3.2

Situatie plangebied

In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken

Stedelijk gebied

Buitenstedelijk gebied

1 of 2 rijstroken

200 m

250 m

3 of 4 rijstroken

350 m

400 m

5 of meer rijstroken

350 m

600 m

De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

Met het plan wordt het aantal geluidsgevoelige objecten (woningen) niet vergroot. De bestaande woning aan Mezenbergerweg 9a wordt gesloopt en vervangen door een nieuwe woning. De afstand tot de Mezenbergerweg zal ongeveer gelijk blijven (circa 18 meter). De nieuwe woning ligt hiermee binnen de wettelijke geluidszone van deze weg (60 km/uur regime). Hierbij wordt opgemerkt dat de Mezenbergerweg geen doorgaand karakter heeft. Het betreft een weg die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer en kent daardoor een lage verkeersintensiteit. In onderstaande tabel worden de door de gemeente Elburg opgegeven verkeersintensiteiten weergegeven. Het betreffen cijfers van de meest actuele geluidsniveaukaart Elburg 2015: Wegvak

Verkeersintensiteit per etmaal

Mezenbergerweg (tussen oude Molenweg en Horsterweg)

250 voertuigen per etmaal

Mezenbergerweg (tussen Horsterweg en Nieuweweg)

500 voertuigen per etmail

In voorliggend geval ligt het plangebied in het wegval tussen de Oude Molenweg en Horsterweg, hier geldt een verkeersintensiteit van 250 voertuigen per etmaal. Ter vergelijking, volgens het RIVM en de GGD wordt in het kader van gezondheid gesproken over een ‘drukke weg’ wanneer een weg een verkeersintensiteit kent van 10.000 voertuigbeweging per etmaal of meer. Gelet op de zeer lage verkeersintensiteiten is het uitvoeren van een onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk. In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen spoorlijn of gezoneerd bedrijventerrein. In paragraaf 5.5 wordt nader ingegaan op de aanvaardbaarheid van het initiatief ten aanzien van gebruik van de in de omgeving aanwezige (individuele) bedrijvigheid. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

33

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

5.4

Bodemkwaliteit

5.4.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. 5.4.2

Situatie plangebied

Omdat de nieuwe woning aan de Mezenbergerweg 9a een nieuwe gevoelige functie betreft heeft Kruse Milieu B.V. een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd ter plaatse van het erf de nieuw te bouwen woning aan Mezenbergerweg 9a. Het onderzoek is als bijlage 4 bij deze toelichting bijgevoegd. Hierna worden de belangrijkste onderzoeksresultaten uiteengezet Resultaten veldwerk In totaal zijn er 7 boringen verricht, waarvan 1 tot 2.80 meter diepte welke is afgewerkt met een peilbuis. Gebleken is dat de bodem globaal bestaat uit matig fijn zand. In de ondergrond zijn roesthoudende lagen aangetroffen. In de grond zijn geen bodemvreemde materialen waargenomen. Door de veldwerker zijn visueel geen asbestverdachte materialen waargenomen op het maaiveld of in de bodem. Het freatische grondwater in de peilbuis is aangetroffen op 1.00 meter beneden maaiveld. Resultaten chemische analyses Op basis van de resultaten van de chemische analyses kan het volgende worden geconcludeerd: • • •

de bovengrond (BG) is niet verontreinigd; de ondergrond (OG) is niet verontreinigd; het grondwater (PB 1) is zeer licht verontreinigd met barium en zink.

Conclusies en aanbevelingen In het grondwater (PB 1) zijn lichte verontreinigingen aangetoond. Voor een beschrijving en mogelijke verklaringen wordt verwezen naar de paragrafen 4.3 en 4.4 van het onderzoeksrapport in bijlage 4. Aangezien de licht verontreinigingen binnen de marge van het toelaatbare is er geen reden om nader onderzoek uit te voeren. In de boven- en ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Uit milieukundig oogpunt is er geen bezwaar tegen de voorgenomen bestemmingsplanwijziging en de nieuwbouwplannen, aangezien de vastgestelde verontreiniging geen risico’s voor de volksgezondheid opleveren. De bodem wordt geschikt geacht voor het huidige en toekomstige gebruik (wonen met tuin).

5.5

Luchtkwaliteit

5.5.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet luchtkwaliteit staan ondermeer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

34

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

5.5.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip “niet in betekenende mate” is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.5.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze ‘gevoelige bestemmingen’ zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen/ klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.5.2

Situatie plangebied

In subparagraaf 5.5.1.1 worden voorbeelden aangegeven die aangemerkt worden als een project dat “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging. In vergelijking hiermee is dit plan zeker aan te merken als een project dat “niet in betekenende mate bijdraagt” aan luchtverontreiniging. Tot slot wordt geconcludeerd dat deze ontwikkeling niet wordt aangemerkt als een gevoelige bestemming in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.6

Externe veiligheid

5.6.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

35

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp • •

het Vuurwerkbesluit; Circulaire effectafstanden LPG Tankstations;

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

Voor het transport van gevaarlijke stoffen per buisleiding geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Hieronder wordt hier nader op ingegaan en worden tevens de verschillende regelingen en de gemeentelijk beleidsvisie beknopt toegelicht. Plaatsgebonden risico In artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen is een definitie opgenomen van het plaatsgebonden risico (PR). Het PR is het risico (uitgedrukt in kans per jaar) dat één persoon die zich onafgebroken en onbeschermd op die plaats bevindt, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een calamiteit met een gevaarlijke stof. In het besluit is een norm opgenomen voor het plaatsgebonden risico. Deze norm is een grenswaarde voor kwetsbare objecten en moet daarom door het bevoegde gezag in acht worden genomen (mag niet van worden afgeweken). Groepsrisico Het groepsrisico (GR) gaat over de impact van een calamiteit met veel dodelijke slachtoffers tegelijk. Zo zullen velen zich de vuurwerkramp in Enschede herinneren, waarbij meer dan 20 doden vielen.

Maar veel minder mensen kunnen zich concreet iets voorstellen bij het totale aantal van meer dan 700 verkeersdoden per jaar, omdat het verschillende kleinere incidenten betreft. De officiële definitie van groepsrisico in artikel 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) luidt: "de cumulatieve kans per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is" Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) met de bijbehorende Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Circulaire effectafstanden LPG tankstations In de circulaire is de effectbenadering uitgewerkt voor LPG-tankstations. In beginsel zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 60 meter en geen zeer kwetsbare objecten binnen een effectafstand van 160 meter toegestaan. Naast de circulaire blijft ook de toetsing aan het Bevi noodzakelijk.

Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico’s vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en de bijbehorende Regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb).

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

36

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen. Beleidsvisie externe veiligheid In 2015 is de Beleidsvisie externe veiligheid van de gemeente Elburg vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid. 5.6.2

Situatie plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot de erven Mezenbergerweg 7, 9a en 18d het plangebied (rode cirkel) en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

37

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicokaart (Bron: Nederland.Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat binnen het plangebied een gasbuisleiding ligt. De leiding heeft een diameter van 324,00 mm en een maximale werkdruk van 66,20 bar. De 1% letaliteitsgrens van deze gasleiding ligt op 170 meter aan weerszijden van de leiding. De 100% letaliteitsgrens ligt op 80 meter. De woningen binnen het plangebied liggen binnen deze afstanden, maar het betreffen hier bestaande woonfuncties. De buisleiding met bijbehorende belemmeringenstrook van 5 meter is aangegeven op der verbeelding van het bestemmingsplan. Voor de locatie Mezenbergerweg 9a waar een vervangende woning wordt gebouwd geldt dat de nieuwe woning niet dichterbij de leiding wordt gerealiseerd. Verder blijft het een eengezinswoning, waardoor de personendichtheid niet toeneemt. Het groepsrisico niet hierdoor tevens niet toe ten opzichte van de huidige situatie. Verder kan worden opgemerkt dat binnen het plangebied zelfredzame mensen wonen en het plangebied via de Mezenbergerweg in weerszijden te ontvluchten is. Uit de inventarisatie blijkt verder dat het plangebied: • •

zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

38

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

•

niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen over spoor en weg;

De voorgenomen ontwikkeling is dan ook in overeenstemming met de wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid.

5.7

Geur

5.7.1

Algemeen

De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijke vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dienen voor diercategorieën, waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen een concentratiegebied binnne de bebouwde kom niet meer dan 3,0 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten binnen een concentratiegebied buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 14,0 odeur units per kubieke meter lucht. De Wgv heeft betrekking op twee aspecten. Ten eerste speelt de geurbelasting een rol bij de beoordeling of er in het kader van een goede ruimtelijke ordening een aanvaardbaar leefklimaat kan worden gegarandeerd. Ten tweede moet bij de belangenafweging voor een zorgvuldige besluitvorming worden nagegaan of een partij niet onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Dit wordt ‘de omgekeerde werking’ genoemd. Dier verblijven In artikel 5 van de Wet geurhinder en veehouderij is een specifieke regeling voor een dierenverblijven opgenomen. De afstand van de buitenzijde van een dierenverblijf tot de buitenzijde van een geurgevoelig object bedraagt: • ten minste 50 meter indien het geurgevoelig object binnen de bebouwde kom is gelegen; • ten minste 25 meter indien het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen:

5.6.2

Situatie plangebied

Het plangebied bevindt zich buiten de bebouwde kom. Met de winterstal wordt een dierenverblijf op het landgoed gerealiseerd om de graasdieren in de winterdagen onderdak te bieden. Het gaat om de volgende aantallen: • • •

20 moederdieren Texelse schapen met aanwas 6 moederdieren Angusrundere met aanwas 6 moederdieren Friese paarden met aanwas

Gelet op de dieraantallen vallen de activiteiten onder de noemer veehouderij, maar het betreft een zeer extensieve vorm van veehouderij. Ten opzichte van omliggende geurgevoelige objecten dient daarom op basis van artikel 3 lid 2 Wgv een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Omdat het hier gaat om een dierenverblijf op een landgoed en geen volledig agrarisch bedrijf gericht op het bedrijfsmatig houden van vee wordt specifiek gekeken naar de afstand van het dieren verblijf tot geurgevoelige objecten. Conform artikel 5 Wgv mag buiten de bebouwde kom een afstand van 25 meter worden aangehouden gerekend vanuit de

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

39

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

winterstal, waarvan de locatie is gefixeerd via een bouwaanduiding op de verbeelding van dit bestemmingsplan. Zoals in voorgaande paragraaf reeds is beschreven bedraagt de afstand van de winterstal tot bedrijfsbestemming van Mezenbergerweg 18 circa 30 meter. De afstand als genoemd in artikel 5 Wgv wordt gehaald. De bedrijfswoning zelf ligt op circa 55 meter en langs de perceelgrens een bedrijfsgebouw staat dat een bufferende werking heeft t.o.v. de winterstal. Ten slotte wordt opgemerkt dat de winterstal met name in de wintermaanden wordt gebruikt door de dieren. In deze periode verblijven de bewoners van Mezenbergerweg 18 minder buiten dan in de zomerperiode. Gelet op het voorgaande wordt een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geurhinder verwacht. 5.7.3

Conclusie

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

5.8

Ecologie

5.8.1

Algemeen

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.8.2

Gebiedsbescherming

5.8.2.1 Natura 2000-gebieden Algemeen Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Deze gebieden worden in Nederland op grond van de Wet natuurbescherming beschermd. Het plangebied bevindt zich op een afstand van circa 1 kilometer van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Veluwe randmeren’. Daarnaast ligt het Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ op circa 2 kilometer afstand. Van directe negatieve effecten (bijv. geluid/verlichting) op de Natura 2000-gebieden is gelet op de onderlinge afstand geen sprake. Naast directe negatieve effecten dient tevens de mogelijke toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden onderzocht te worden. Om aan te tonen of het voornemen resulteert in significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, is een stikstofonderzoek in de vorm van een AERIUS-berekening uitgevoerd. De rapportage behorend bij dit onderzoek is opgenomen in bijlage 5 bij deze toelichting. Hierna wordt op de onderzoeksresultaten ingegaan. Hierbij wordt opgemerkt dat is uitgegaan van de nieuwe ontwikkelen. Het houden van de dieren op het landgoed gebeurt reeds in de bestaande situatie, deze activiteit is daarom niet meegenomen in de berekening.

Onderzoeksresultaten Geconcludeerd wordt dat voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Er is daarmee geen sprake van een stikstofdepositie met significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.8.2.2 Gelders Natuurnetwerk

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

40

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), waarvan het Gelders Natuurnetwerk (GNN) een provinciale uitwerking is, is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in de provinciale structuurvisie uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het ‘nee, tenzij’ - principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Een groot deel van de gronden van het landgoed (ten noorden van de Mezenbergerweg behoren tot de Groene ontwikkelzone van het GNN. Zoals in paragraaf 4.2.2.2 reeds beschreven zijn de voorgenomen ontwikkelingen in overeenstemming met artikel 2.53 van de omgevingsverordening en dragen ze bij aan de instandhouding en continuïteit van het landgoed op de langere termijn. Geconcludeerd dat er geen aantasting plaatsvindt van de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN. In de regels en verbeelding van het bestemmingsplan zijn de betreffende gronden voorzien van een dubbelbestemming ‘Waarde – GNN’, waarmee de natuurwaarden van deze gronden de benodigde bescherming hebben gekregen. 5.8.3

Soortenbescherming

5.8.3.1 Algemeen Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Alcedo natuurprojecten heeft een quickscan natuurwaardenonderzoek uitgevoerd om de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling in het kader van soortenbescherming in kaart te brengen. Het onderzoeksrapport is als bijlage 6 bij de toelichting bijgevoegd. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. 5.8.3.2 Onderzoeksresultaten Quicksan natuurwaardenonderzoek Op basis van de quickscan wordt het volgende geconcludeerd: • • • • • • •

Er zijn jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen, het betreft nesten van huismus; Er zijn op de onderzochte locatie meerdere huismussen aangetroffen, maar behalve de vondst van een bewoond nest zijn er nog geen andere nestplaatsen gevonden; Er zijn geen nesten of aanwijzingen daarvoor gevonden van kerkuil, steenuil en boerenzwaluw; De locatie is niet geschikt als broedlocatie voor gierzwaluwen; Het is zeer onwaarschijnlijk dat er vaste verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn; Vanwege de voorgenomen plannen gaan er geen foerageerplaatsen van vleermuizen verloren; Vanwege de voorgenomen plannen worden er geen migratiecorridors van veermuizen doorsneden;

Op basis van de quickscan wordt het volgende geadviseerd: •

Ter plaatse van Mezenbergerweg 9a vervolgonderzoek uitvoeren volgens kennisdocument Huismus om te bepalen hoeveel huismussen er ter plekke broeden en of ze ook het woonhuis als broedlocatie gebruiken;

In de regels van het bestemmingsplan is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het slopen van de bestaande bebouwing aan de Mezenbergerweg 9a. Voordat deze sloop kan plaatsvinden dient een vervolgonderzoek naar de Huismus volgens de richtlijnen van het kennisdocument Huismus worden uitgevoerd om te bepalen hoeveel huismussen er ter plekke broeden en of ze ook het woonhuis als broedlocatie gebruiken. 5.8.4

Conclusie

De ontwikkeling veroorzaakt geen stikstofdepositie met een significant negatief effect op Natura 2000gebieden en heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoeleinden van het GNN. Qua soortenbescherming is nader onderzoek naar de huismus ter plaatse van de te slopen bebouwing aan Mezenbergerweg 9a noodzakelijk. Omdat de betreffende sloopwerkzaamheden niet direct gaan plaatsvinden is het nadere onderzoek naar de huismus aan een voorwaardelijke verplichting in de regels gekoppeld.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

41

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

5.9

Archeologie & Cultuurhistorie

5.9.1

Archeologie

5.9.1.1 Algemeen Op grond van de Erfgoedwet dient er in ruimtelijke plannen rekening gehouden te worden met archeologische waarden. In de Erfgoedwet is bepaald dat gemeenten een archeologische zorgplicht hebben en dat initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, verplicht zijn rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. 5.9.1.2 Situatie plangebied De gemeente Elburg heeft de archeologische verwachtingswaarden van haar archeologische beleidskaart door vertaald in het bestemmingsplan Buitengebied. De gronden binnen het plangebied, waar de nieuwe bebouwing wordt opgericht hebben de volgende dubbelbestemmingen • • •

‘Waarde – Archeologie lage verwachting’ ‘Waarde – Archeologie middelhoge verwachting’ ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’

Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie lage verwachting’ geldt een onderzoeksplicht bij het oprichten van een bouwwerk groter dan 2.500 m2. De stro-opslagruimte wordt circa 105 m2 groot en overschrijdt de onderzoeksgrens niet. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie middelhoge verwachting’ geldt een onderzoeksplicht bij het oprichten van een bouwwerk groter dan 500 m 2. De winterstal wordt circa 200 m2 groot en overschrijdt de onderzoeksgrens niet. Ter plaatse van de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge verwachting’ geldt een onderzoeksplicht bij het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2. Deze bestemming geldt slecht voor een zeer klein deel van de gronden ter plaatse van de winterstal en eveneens voor een klein deel van de gronden ter plaatse van de Mezenbergerweg 9a. Op deze locatie staat verder al bestaande bebouwing, waardoor de gronden reeds geroerd zijn. Verder worden de bestaande landschapselementen behouden en waar nodig versterkt. Deze ingrepen zijn klein hebben geen effect op de archeologische waarden. De dubbelbestemmingen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012 zijn ongewijzigd overgenomen in dit bestemmingsplan. 5.9.2

Cultuurhistorie

5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

42

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

5.8.2.2 Situatie plangebied Binnen het plangebied bevindt zich de monumentale boerderij ‘Hoeve Klaphek’. Daarnaast ligt het plangebied/landgoed in een cultuurhistorisch waardevol open polderlandschap. Dit bestemmingsplan voorziet in ontwikkelingen die instandhouding en continuïteit van het landgoed waarborgen met behouden en versterking van cultuurhistorische (landschapselementen) elementen. Van aantasting van cultuurhistorische of monumentale waarden is dan ook geenszins sprake. 5.9.3

Conclusie

Ten aanzien van het aspect ‘archeologie’ en het aspect ‘cultuurhistorie’ zijn op basis van vorenstaande geen belemmeringen te verwachten. Door het overnemen van de dubbelbestemmingen uit het geldende bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012 in dit bestemmingsplan is de bescherming van archeologische waarden in de grond ook in de toekomst gewaarborgd.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

43

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

HOOFDSTUK 6

WATERASPECTEN

In dit hoofdstuk worden het waterbeleid en de waterhuishoudkundige situatie in het plangebied beschreven.

6.1

Vigerend beleid

6.1.1

Algemeen

Het waterbeleid is op verschillende bestuurslagen vormgegeven. Op Europees niveau de Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), op rijksniveau is het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 met doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Op provinciaalniveau zijn 3 speerpunten onderscheiden: 1. 2. 3.

Ruimte voor water Regionale berging Voldoende en kwalitatief goed drinkwater

Het waterschap Vallei en Veluwe heeft tenslotte haar beleidsuitgangspunten in haar Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgelegd. In de Keur en legger zijn regels opgenomen. Het waterbeheerprogramma gaat uit van 6 hoofddoelen: 1 2 3 4 5 6

We beschermen het gebied tegen overstromingen We zorgen voor de juiste hoeveelheid water We zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit Schoon en vuil water worden zo veel mogelijk gescheiden We halen de hoogst mogelijke waarde uit water We beheren de waterketen en watersysteem als één systeem, samen met partners

6.2

Waterparagraaf

6.2.1

Algemeen

In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2

Watertoetsproces

Het waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat sprake is van een waterschapsbelang (watertoetsresultaat). Het waterschap heeft naar aanleiding van de digitale watertoets gereageerd en aangegeven een voldoende beeld te hebben van de plannen. Het waterschap geeft aan dat als er watergangen gedempt of verlegd worden of als er dammen/duikers in de C-watergangen worden gelegd, dan een watervergunning vereist is. Bij twijfel kan de vergunningchecker van het waterschap geraadpleegd worden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

44

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

In voorliggend geval worden geen watergangen gedempt of verlegd en er worden geen dammen of duikers aan gelegd. Wanneer dit in de toekomst mogelijk wel aan de orde is zal via de vergunningschecker de noodzaak van een watervergunning worden nagegaan. Het watertoetsresultaat is opgenomen in bijlage 7.

HOOFDSTUK 7

JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.

7.1

Opzet van de regels

7.1.1

Algemeen

In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4. 7.1.2

Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels. Inleidende regels

Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: •

Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd.

•

Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

45

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

7.1.3

Bestemmingsregels

Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: • • • • •

•

Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bouwhoogte, etc.); Afwijken van de bouw- en gebruiksregels (indien opgenomen): onder welke voorwaarden mag worden afgeweken van de opgenomen bouw- en gebruiksregels; Specifieke gebruiksregels: (indien opgenomen) welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval toegestaan dan wel strijdig zijn; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien opgenomen): werken en werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is; Wijzigingsbevoegdheid (indien opgenomen): bevoegdheid op basis waarvan burgemeester en wethouders het plan kunnen wijzigen.

In paragraaf 7.2 wordt de bestemming nader toegelicht en wordt ook per bestemming aangegeven waarom voor bepaalde gronden voor deze bestemming is gekozen. 7.1.4

Algemene regels

Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: •

Anti-dubbeltelregel (Artikel 11) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage.

•

Algemene gebruiksregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Hier wordt beschreven welk gebruik over het algemeen strijdig is en welk gebruik in het algemeen is toegestaan. Daarnaast zijn regels ten aanzien van parkeren opgenomen.

•

Algemene afwijkingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om (op ondergeschikte punten) van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.

•

Algemene wijzigingsregels (Artikel 14) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels maken het voor burgemeester en wethouders mogelijk om het plan op bepaalde aspecten te wijzigen.

7.1.5

Overgangs- en slotregels

In hoofdstuk 4, in artikel 15, van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.

7.2

Verantwoording van de regels

Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

46

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. In voorliggend geval is waar mogelijk aangesloten op de regels van het bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012, Actualisatie 2018. Daarnaast is gelet op het unieke en specifieke initiatief maatwerk toegepast. Hierna wordt per bestemming een korte toelichting gegeven. Landgoed (Artikel 3) Omdat de gronden binnen het plangebied conform de Natuurschoonwet gerangschikt zijn als landgoed Hoeve Klaphek, heeft het plangebied bestemming ‘Landgoed’ gekregen. Binnen het landgoed komen diverse functies voor zoals de woningen aan de Mezenbergerweg 7, 9a en 18d. Voor deze locaties is de aanduiding ‘Wonen’ opgenomen. Bij deze woningen mag tevens onder voorwaaerden een aan huis verbonden beroep worden uitgeoefend. Verder is ter plaatse van de woning Zezenbergerweg 18d een bed and breakfast aanwezig. Deze functie is via de aanduiding ‘bed and breakfast’ opnieuw planologisch vastgelegd. Verder zijn verspreid op het landgoed locaties aanwezen, waar landgoed bebouwing is toegestaan.

Het gaat hierbij om een winterstal, stroopslag en een schapenstal. Ter plaatse van Mezenbergerweg 9a is een aanduiding ‘afwijkende maatvoering’ opgenomen. De maximaal toegestane inhoud van een hoofdgebouw is vergroot naar 1000 m 2 om hier een schuurwoning met inpandige berging te kunnen realiseren. Daarnaast is op dit perceel een werktuigenberging van 200 m 2 toegestaan. De gronden zijn verder bestemd voor de instandhouding van een landgoed als integrale beheerseenheid met bijbehorende waterlopen, landschappelijke, natuurlijke, ecologische en cultuurhistorische waarden. Hierbij zijn ook extensieve agrarische activiteiten en extensieve dagrecreatie toegestaan. Ten slotte is de bestaande aanwezige paardrijbak toegestaan en mag binnen het landgoed een recreatief rustpunt worden ingericht. Omdat uit de ecologische quickscan naar voren is gekomen dat voorafgaand aan de sloop van de bestaande bebouwing aan Mezenbergerweg 9a nader onderzoek naar de huismus noodzakelijk is, is in de regels vastgelegd dat het verboden is zonder omgevingsvergunning de bebouwing aan Mezenbergerweg 9a te slopen zonder voorafgaand vervolgonderzoek naar de Huismus volgens de richtlijnen van het kennisdocument Huismus om te bepalen hoeveel huismussen er ter plekke broeden en of ze ook het woonhuis als broedlocatie gebruiken.

Leiding – Gas (Artikel 4) Ter plaatse van de gasleiding die door het plangebied loopt is de bestemming ‘Leiding – Gas’ opgenomen ter bescherming van de daar aanwezige gasleiding. Op deze wijze is tevens het beheer en onderhoud van de leiding gewaarborgd. De regels van deze (dubbel)bestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze (dubbel)bestemming samenvalt. Leiding – Riool (Artikel 5) Ter plaatse van de rioolleiding die ten zuiden van het plangebied langs de Zuiderzeestraatweg loopt is de bestemming ‘Leiding – Riool’ opgenomen ter bescherming van de daar aanwezige leiding. Op deze wijze is tevens het beheer en onderhoud van de leiding gewaarborgd. De regels van deze (dubbel)bestemming gelden primair ten opzichte van de regels van iedere andere bestemming, waarmee deze (dubbel)bestemming samenvalt. Waarde - Archeologie hoge, middelhoge en lage verwachtingswaarde (Artikel 6, 7 en 8) De voor Waarde - Archeologie verwachtingswaarde aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Per verwachtingswaarde is een verschillende onderzoekgrens opgenomen.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

47

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Waarde - GNN (Artikel 9) De voor Waarde - Archeologie verwachtingswaarde aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de aanwezige natuurwaarden en voor de ontwikkeling van nieuwe natuurwaarden. Waarde - Waardevol landschap (Artikel 10) De voor Waarde - Waardevol landschap aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

48

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

HOOFDSTUK 8

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID

Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. De gemeentelijke kosten zijn beperkt tot de ambtelijke kosten, welke worden verhaald middels de gemeentelijke legesverordening. Eventuele planschade komt voor rekening van de initiatiefnemer. Ten behoeve van deze ontwikkeling is planschade overeenkomst (anterieure overeenkomst) met de initiatiefnemer gesloten. Hiermee is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is op grond van artikel 6.12 Wro geen exploitatieplan nodig.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

49

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

HOOFDSTUK 9

VOOROVERLEG, INSPRAAK EN ZIENSWIJZEN

Op grond van artikel 3.1.1 Bro is vooroverleg vereist met het waterschap en met de diensten van de provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Verder kan inspraak aan omwonenden worden verleend doormiddel van een informatiebijeenkomst of het ter inzage leggen van een voorontwerpbestemmingsplan. Op het ontwerpbestemmingsplan kunnen zienswijzen worden ingediend. In dit hoofdstuk zijn deze reacties beschreven en wordt aangeven welke gevolg deze hebben gehad voor het bestemmingsplan.

9.1

Vooroverleg

9.1.1

Provincie Gelderland

Voorliggend bestemmingsplan wordt in het kader van het vooroverleg voorgelegd aan de provincie Gelderland. 9.1.2

Waterschap Vallei en Veluwe

In het kader van het vooroverleg is een watertoets uitgevoerd. Als gevolg hiervan neemt het waterschap nog contact op voor overleg.

9.2

Inspraak

Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In voorliggend geval wordt geen voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd, omdat initiatiefnemer op 11 februari 2020 reeds een informatiebijeenkomst voor omwonenden heeft georganiseerd op het landgoed. De gemeente Elburg was hierbij ook aanwezig. De aanwezigen zijn geïnformeerd over de plannen en hebben vragen gesteld over eventuele extra grondaankoop en een bomensingel in relatie tot opbrengstverlies van een naastgelegen maisperceel. Op de concrete ontwikkelingen zoals het bouwen van de winterstal of werktuigenberging was geen bezwaar. In zijn algemeenheid is door de aanwezigen positief gereageerd op de plannen. Het verslag van deze inloopbijeenkomst is opgenomen in bijlage 8 bij deze toelichting.

9.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 24 maart 2021 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend.

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

50

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

51

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 1

Omschrijving en historie Hoeve Klaphek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

52

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 2

Erfinrichtingsplan

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

53

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 3

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

54

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 4

Bodemonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

55

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 5

AERIUS-berekening

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

56

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 6

Quickscan natuurwaardenonderzoek

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

57

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 7

Watertoetsresultaat

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

58

Bestemmingsplan “Mezenbergerweg 7 (Hoeve Klaphek)” Ontwerp

Bijlage 8

Verslag inloopbijeenkomst 11 februari 2020

BJZ.nu Ruimtelijke Plannen en Advies

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=b1c9ee6a-df1f-4785-8764-876609033560