TB16_Zienswijzennota
Tekst van het document
1 nrt
Bijlage 3: zienswijze 3 (geanonimiseerd)
zh
Datum
30 januari 2024 Zienswijze bestemming
Zaaknummer
emeente
2024-000940
Elburg
Onderwerp
Ontwerpbestemmingsplan de Voord Ingek De raad
van
de gemeente
02 FEB. 2024
Elburg
(geanonimiseerd)
Postbus 70 8080 AB
ELBURG
Blad 1van
Beste leden
van
de
Wij hebben
het
Ontwerpbestemmingsplan de Voord ontvangen.
meegewogen.
In
onze
Wij
van
raad,
dienen
hierbij onze zienswijze in op
27 november 2023 adviseerden
Ons advies is echter niet
geheel
De
van
bijlage
U vindt
is onderdeel
het
| 6811
CG
ontwerp-bestemmingsplan.
wij uw college over ons belang Molenbiotoop.
u
onze
opmerkingen
Postbus gogo | 6800 GX Arnhem
in het vast te
www.gelderland.nl.
BNG Bank Den Haag
NL74BNGHo285010824 BIC-code BNG
Bank: BNGHNL2G
026 359 99 99
post@gelderland.nl www.gelderland.nl
te verwerken
ne
Arnhem
belang onvoldoende
vastgestelde bestemmingsplan, zodra dit ter inzage wordt gelegd. Gebruik
hiervoor het e-formulier. U vindt dit formulier op
11
ons
deze brief
onze
Wij ontvangen graag
het
Hierin is
overgenomen.
zienswijze in de bijlage. Wij vragen stellen bestemmingsplan.
Markt
4
.
.
=S provincie ON
ne
G elderl and LEEG
Btw-nummer:
NL001825100.B03
KvK-nummer:
51468751
Datum 30 januari 2024 Zaaknummer
2024-000940 Blad 2 van
Meer informatie Heeft
Met
u
nog
vragen? Neem dan
contact op
met
4
(geanonimiseerd) Oo
vriendelijke groet,
namens
Gedeputeerde
Staten
van
Gelderland,
(geanonimiseerd) Teammanager Ruimte
en
Landschap
Voor deze brief e
Wet
geldt: ruimtelijke ordening, afdeling 3.2 (bepalingen
artikel 3.8, e e
omtrent de
procedure van het bestemmingsplan),
eerste lid
_Omgevingsverordening Gelderland 2023, artikel 2.64 _Omgevingsverordening Gelderland 2024, artikel 5.53 en 5.54
ee
ge TRS
=
provincie
Gelderland
4 I
Datum
30 januari 2024 Zaaknummer 2024-000940 Blad
3 van 4
Bijiage: zienswijze Ontwerpbestemmingsplan de Voord
In deze bijiage leest u welk belang speelt en waarom die in uw plan nog onvoldoende is meegewogen.
Beleidsthema
Een bestemmingsplan maakt voor gronden binnen een molenbiotoop geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk als daardoor de windvang van een molen wordt beperkt. Dit is niet van toepassing op de molens in het Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem 0ns beleid
Molens zijn belangrijk voor de identiteit van Gelderland. We streven er dan 00k naar de molens in stand te houden. Onze ambitie is de omgeving van de molens zo in te richten dat de molens kunnen blijven draaien. We beschermen de ruimte rond de molens (de molenbiotoop) tegen ingrepen die de windvang van de molen beinvloeden. In de toelichting op het bestemmingsplan moet zijn aangetoond dat de nieuwe bebouwing of beplanting geen Invloed heeft op het functioneren van de molen. Afwegingen
Het plangebied van het bestemmingsplan de Voord ligt in de molenbiotoop van een molen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in de regels een afwijking mogelijk gemaakt van de maximale bouwhoogte toegestaan binnen deze molenbiotoop. Volgens de bouwregels van het bestemmingsplan (artikel 3. 2. i. b) geldt een maximale bouwhoogte van 11. 50 meter. Met artikel 7, algemene afwijkingsregels i een afwijking mogelijk van 10% op o. a. de bouwhoogte. Dit betekent dat het bestemmingsplan een maximale bouwhoogte van 12. 65 meter toelaat. Daarnaast wordt in lid b van artikel 7 een maximale afwijking van 3. 00 meter mogelijk gemaakt. Dit betekent een maximale bouwhoogte van 14. 50 meter. Verder onderbouwt het biotooprapport in bijiage 12 van de toelichting niet dat het ontwerpbestemmingsplan voldoet aan de instructieregel voor de molenbiotoop volgens de omgevingsverordening. In het rapport (2'«> revisie) wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling effect heeft op de windvang van de molen. In onze eerdere adviesmail op •z'j november 2023 gaven wij aan dat op een afstand van 360 meter de molen (bij een maaiveldhoogteverschil van 0. 75 meter tussen molen en bouwlocatie) de windvang voor de molen niet beperkt wordt bij een maximale bouwhoogte van 11. 25 meter. Dit advies is gebaseerd op de berekening volgens de molenbiotoopformule (uitkomst = 11. 00 meter). Een bouwhoogte van 11.
25 meter is maximaal toelaatbaar in de molenbiotoop omdat in de windsector van de bouwlocatie enkele wind verstorende obstakels (bomen) aanwezig zijn, zie voor meer Informatie ‘biotoop rapport 63’ van de Molenbiotoopinventarisatie Gelderland 2000. van
E provincie
Gelderland
J
Datum
30 januari 2024 Zaaknummer 2024-000940 Blad
4 van 4 Conclusie
Het bestemmingsplan de Voord voldoet niet aan de instructieregel in onze omgevingsverordening. De regels van het ontwerpbestemmingsplan laten een bouwhoogte toe van 11,50 meter. Via afwijking kan er nog hoger gebouwd worden. Zonder nadere motivatie is een maximale bouwhoogte van 11,25 meter acceptabel. De molenbiotoop is in dit bestemmingsplan niet goed geborgd. .
=
provincie
Gelderland
Bijlage 4: zienswijze 4 (geanonimiseerd)
Stichting tot behoud van Korenmolen " De Tijd " te Oostendorp (Gemeente Elburg) Gemeente Elburg
ingek
3 0 JAN. 202^
Gemeente Elburg het college van B & W de leden van de Raad t. a. v.
Zaaknr. '. Documentor.
.
Zuiderzeestraatweg Oost 19 8081 LA Elburg. Betreft: indienen zienswijze Bestemmingsplan 'Veldbloemenlaan 25, Elburg NL. IMRO. 0230. BPVeldbloemenln25-ONTl Datum: 25 januari 2024
Geachte College | Geachte leden van de Raad, Het bestuur van de " Stichting tot behoud van Korenmolen De Tijd te Elburg te Oostendorp (Gemeente Elburg) " heeft kennis genomen van de voorgenomen wijziging van bovenvermeld bestemmingsplan. Bij deze dient het bestuur daartegen een ziensv/ijze in.
Ook heeft het bestuur kennis genomen van het rapport dat in opdracht van Zorgverlening Het Baken door SIMSTUDIO is uitgebracht. Biotoopformule De correcte toepassing van de Biotoopformule levert volgende overschrijdingen op: H = (347/50 =6,94) + (0,2*15,3 =3,06) =10,00 + 0,75 =10,75 t. o. v. 11,20 overschrijding 0,45 m H = (358/50 =7,16) + (0,2*15,3 =3,06) =10,22 + 0,75 =10,97 t. o. v. 12,24 overschrijding 1,27 m
Commentaar op het rapport van SIMSTUDIO In paragraaf 1. 1 en 2. 3 voIgt een betoog waarin SIMSTUDIO de te hanteren norm van de stellinghoogte verandert in de onderkant van de wiek. De askophoogte is in de Biotoop formule gedefinieerd. (zie Bijiage A). Het is de helft van het gehele gevlucht + de stellinghoogte. De uitkomst is 15,3 m. In Paragraaf 3. 1 moeten de berekeningen worden aangepast op de askophoogte van 15,3 m. De correcte uitkomsten zijn bij de paragraaf Biotoopformule berekend. In paragraaf 3. 3 wordt de Biotoopformule ter discussie gesteld door binnen de Biotoopformule weer uitzonderingen te maken met argumentatie van het snelheidsprofiel na 20 keer de hoogte van het object. Als we zo gaan redeneren, waarom hebben we dan een Biotoopformule die opgenomen is in de regels van het bestemmingsplan? De aangevoerde argumenten zijn in de ogen van het bestuur irrelevant. Paragraaf 2. 1: Dat de molen in een klein stedelijk gebied staat, is verwerkt in de parameters van de toegepaste Biotoopformule. Ten opzichte van de ideale situatie doet de molen al concessies in de Biotoopformule. Bij n=140 komen we op 400 m uit op een maximum hoogte Bezoekadrcs Zuiderzeestraatweg-Oost 18 8081 LC Elburg (Oostendorp)
PPaaggiinnaa 11 vvaann 55
KvK nr; Bank: Website:
41035418 NL29 RABO 0189 4570 23 yvww. molendetijd. nl
Stichting tot behoud van Korenmolen " De Tijd " te 1 Oostendorp (Gemeente Elburg)
jS
7,22 m. In de zienswijze van het bestuur past het dan niet om, bovenop die concessie door naast met n=50 te rekenen, nog eens extra concessies af te dwingen met schijn argumenten, Zo is het argument dat er rond de molen nu al gebouwen en bomen staan al verwerkt. Derhalve is de opsomming van gebouwen en bomen die niet voldoen aan de molenbiotoop irrelevant. Het bestuur moet met deze onvolkomenheden leven, maar het verergeren van de huidige situatie kan het bestuur niet toestaan. 1. Trek rechte lijnen in figuur 2 vanuit het centrum van de molen naar de nieuwbouw dan staan Zie Bijiage B: • de benoemde bomen van 18 m staan inderdaad in de lijn tussen de nieuwbouw en de molen. Er zit echter een groot verschil tussen de hinder voor de molen in zomer (blad in de bomen) en winter (kale takken). • In figuur 4 is niet duidelijk welke gebouwen/bomen wel of niet op de getekende lijn staan. van
Molen De Tijd In een vergelijkbaar rapport van " Deskundig oordeel Molenbiotoop; Ontwikkeling Kruisweg " staat in paragraaf 1. 3 het volgende; " Aangezien molens " levende " monumenten betreffen, dienen zij regelmatig te draaien ten behoeve van instandhouding. Voor een goed functionerende molen is vrije windvang van essentieel belong; gebouwen, bouwwerken, solitaire bomen, boomgroepen en houtopstanden kunnen de windvang van een molen nadelig be'invloeden. Bij windbelemmeringen in de molenbiotoop wordt de windtoevoer diffuus, onvoorspelbaar fluctuerend en turbulent en wordt de aan- en afvoer van wind negatief beinvioed. Gevolgen hiervan zijn een verminderde draaivaardigheid, een toename van zeilslag en een sterk wisselende belasting van de wieken (roeden, hekwerk etc. ) die grote schade kan veroorzaken. Daarnaast leidt een belemmerde afvoer van de wind tot drukopbouw van de wind tegen de achterzijde van de wieken, waardoor extra druk op het de wieken en het wiekenkruis ontstaat, wat schade aan de molen in de hand werkt. " Het bestuur herkent de genoemde schades. Als de gemeente overschrijdingen van de Molenbiotoop toestaat, zal die situatie van Molen De Tijd nog verder verslechteren. Biotooprapport 2009 Provincie Gelderland heeft in 2009 heeft in 2009 een molenbiotoopinventarisaie uitgevoerd (zie Bijiage C). Molen De Tijd heeft de kwalificatie " Matig " gekregen.
De omgeving is na 2009 achteruit gegaan, al is het alleen maar door het hoger groeien van bestaande bomen. Door binnen de Biotoopzone nieuwe uitzonderingen toe te staan wordt de situatie voor de molen steeds slechter. Op dit moment zijn de kosten van het onderhoud en restauratie (ondanks de subsidies van de Provincie Gelderland, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Gemeente Elburg en De Bezoekadres Zuiderzeestraatweg-Oost IS SCSI LC Elburg (Oostendorp)
Pagina 2 van 5
KvK nr: Bank; Website: Email:
41035418 NL29 RABO 0189 4570 23 www. molendetijd. nl < molendetild. nl info3i
/ z
Stichting tot behoud van Korenmolen " De Tijd " te Oostendorp (Gemeente Elburg)
Hollandsche Molen) al nauwelijks op te brengen. Daarnaast zal door het verlies aan windsnelheid het vermogen van het wiekenkruis naar een nog lager niveau zakken zodat we niet meer regelmatig kunnen malen. Het gevolg van verdere verslechteringen van de biotoop zal zijn dat het moment nadert waarop de molen, nota bene een rijksmonument, buiten bedrijf gesteld moet worden. Windtabel Verder willen we de tabel met windkracht verlies onder aandacht brengen: Bij alle berekeningen moet steeds worden bedacht dat het vermogen van een molen veel sterker afneemt dan de windvang. Als de windvang daalt tot 90% draalt het vermogen met de derde macht van die factor, dus tot 73%. Bij 20% verlies resteert ongeveer 50% vermogen. We kunnen ervan uitgaan dat de molen momenteel tenminste 10% tot 20% windverlies heeft. Het vermogen van de molen zit dan ergens tussen de 73% en 51%. Windtabel Snelheid Vermogen 100% 100% 86% 95% 90% 73% 51% 80% Etc. De molen wordt 5 dagen per week bemand door gecertificeerde molenaars. De molenaars malen als vrijwilligers per jaar 30 tot 50 ton tarwe tot volkorenmeel op windkracht, geven rondleidingen aan bezoekers/schoolklassen en zijn druk in de weer met het onderhoud van de molen. Het malen gebeurt uitsluitend op windkracht en het volkorenmeel wordt in de directe omgeving (Oldebroek) verwerkt in de bakkerij.
Het malen wordt zeer bemoeilijkt door het verlies van windsnelheid. Het bestuur, de vrijwillige molenaars en overige vrijwilligers doen a I les binnen hun mogelijkheden om de molen als cultureel erfgoed en het molenaarsambacht als Unesco immaterieel erfgoed, te behouden en door te geven aan de volgende generaties. Als de gemeente door blijft gaan met het toestaan van overschrijdingen van de molenbiotoop zal die situatie voortdurend stapje voor stapje verslechteren. Er komt dan een moment dat de kosten van het onderhoud (ondanks de subsidies van de Provincie Gelderland, de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Gemeente Elburg en De Hollandsche Molen) niet meer zijn op te brengen. Daarnaast zal door het verlies aan windsnelheid het vermogen naar een nog lager niveau zakken zodat we niet meer regelmatig kunnen malen. De samenloop van het voorgaande heeft als gevolg dat het moment nadert waarop de molen, een rijksmonument, buiten bedrijf gesteld moet worden.
Bezoekadres Zuiderzeestraatweg-Oost 18 3081 LC Elburg (Oostendorp)
Pagina 3 van 5
KvK nr: Bank: Website:
41035418
NL29 RABO 0189 4570 23 www,molendetijd. nl
Stichting tot behoud van Korenmolen “De Tijd” te Oostendorp (Gemeente Elburg)
Kal
ND
AN
Cenclusie bestuur is maakt ernstig bezwaar tegen de “Bestemmingsplan ‘Veldbloemenlaan 25, Elburg” d.d. 7 december 2023 daar deze in strijd is met de bestaande wet- en regelgeving. Het
biotoopformule moet niet ter discussie staan en er moet met een goede askophoogte gerekend worden. Het is de Biotoopformule die op evenwichtige manier zekerheid biedt aan nieuwbouwplannen en aan de Molen De Tijd. Dit geldt voor alle huidige en toekomstige bouw- en beplantingsplannen. De
Namens
het bestuur:
(geanonimiseerd) Bezoekadres Zuiderzeestraatweg-Oost 18 8061
LC
Elburg (Oostendorp)
KvK
Pagina 4 van 5
nr:
Bank:
An Email:
41035418
NL29
RABO 0189 4570
eer info@molendetijd.nl
23
Stichting tot behoud van Korenmolen " De Tijd " te Oostendorp (Gemeente Elburg)
Bijtages bij Zienswijze Bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25 Elburg NL. IMRO. 0230. VELDBLOEIVIENLN25-ONT1 Bijiage A: Biotoopformule toegelicht door de Hollandsche Molen. Bijiage B: Figuur 3 uit rapport van SIMSTUDIO, met een getrokken rechte lijn tussen Molen De Tijd en de nieuwbouw. Bijiage C: Voor de zienswijze relevante bladzijden uit Molenbiotoopinventarisatie Gelderland 2009 met toelichting over de biotoop inventarisatie + het biotoop rapport 63, betreffende Molen De Tijd. Het volledige rapport is te vinden op: https;//gelderland. molenbiotoop. nl/
Bezoekadres Zuiderzeestraatweg-Oost 18 8081 LC Elburg (Oostendorp)
Pagina 5 van 5
KvK nr: Bank: Website; Email:
41035418 NL29 RASO 0189 4570 23 wwwrrxslendetljd. nl inforaimolendetridnl
Zienswijze Bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25 Elburg, NL. IMRO. 0230. BPVELDBLOEMENLN25-ONT1
Bijiage A: Biotoopformule beschreven en toegelicht door de Hollandsche Molen Bron: https://www. molens. nI/molenbeheer#biotoopformule
5
De
Hcllandsche Molen
A
•
t
I
1*
■i-it ~t
Biotoop formule
Publicatiedatum
Dossier
Juli 2022
Biotoop
-
In Nederland is de druk op de openbare ruimte heel groot. Regelmatig komt het voor dat er binnen de molenbiotoop ontwikkelingen plaats vinden, waardoor de wind- of watertoevoer toch gehinderd wordt door obstakels. De Hollandsche Molen heeft dankzij de Werkgroep Molenbiotoop al in 1982 een biotoopformule ontwikkeld op basis van wetenschappelijk onderzoek, waarmee zowel een aanvaardbare hoogte van obstakels berekend kan worden als het verlies van wind- of water door te hoge obstakels. De eerste 100 meter Het is gebleken dat de verstoring van de wind direct achter een obstakel groot is. Bij grondzeilers dient zodoende de eerste 100 meter gehee vrij te zijn van bebouwing of beplanting. Bij belt-, berg- of stellingmolens mogen de obstakels in ieder geval niet boven de belt, berg of stelling uitkomen. zeer
Biotoopformule
Constanten in de formule
Biotoopformule i/anaf 100 meter kan met de oiotoopformule eenvoudig worden berekend wat de maximaal aanvaardbare hoogte van obstakels rond een molen is.
De twee gebruikte constanten in bovenstaande formules behoeven een nadere toelichting. Zij houden verband met de maximaal toelaatbare windreductie waarbij een molen nog zonder grote problemen in bedrijf kan zijn. Bij een reductie van de wind tot 95% neemt het vermogen van een molen met 14% af. Een nog grotere windreductie zorgt al snel voor een reductie in het molenvermogen van 25%. Daardoor dreigt een onwerkbare situatieteontstaan. De algemeen gebruikte waarden voor de constanten zijn gebaseerd op een compromis. Als uitgangspunt is gekozen voor een maximaal toelaatbare windreductie van 5%. Deze waarde is verwerkt in de constanten n en c.
HCx) = x/n+c*z H(x) = maximale toelaatbare hoogte van Ben obstakel op afstand x tin meters] < = afstand van een obstakel tot de molen Cin meters) n = een constante, afhankelijk van de ruwheid van de omgeving en de maximaal toelaatbare windreductie. Hiervoor worden de volgende waarden gebruikt: 140 voor open, 75 voor ruw en 50 voor gesloten gebied. 0 = een constante, afhankelijkvan de maximaal toelaatbare windreductie, gewoonlijk met de waarde 0,2 z = askophoogte Chelft van lengte gevlucht + eventueel de hoogte van de belt, berg of stelling) Dm te berekenen wat de afstand is waarop een obstakel van een bepaalde hoogte geplaatst mag worden, is de volgende, herschreven formule praktischer:
Ruwheid van de omgeving Een tweede factor waarmee rekening dient te worden gehouden is de ‘ruwheid’ van het oppervlak rond de molen, die van invioed is op de windsnelheid. Op enkele meters boven een ruw oppervlak, zoals beplanting of bebouwing, is de windsnelheid gehalveerd ten opzichte van een referentiehoogte van 60 meter. Boven water, de minst ruwe omgeving, is deze
afname slechts zo’n 20%. In de biotoopformule wordt de mogelijkheid gegeven om, afhankelijkvan de ruwheid van de omgeving, een waarde voor de constante n in te vullen. Hoe hoger de ruwheid van de omgeving, hoe lager de waarde die hiervoor dient te worden ingevuld. De drie ruwheidscategorieen zijn als volgt Open Vlak land met alleen oppervlakkige begroeiing Cgras) en soms geringe obstakels. Bijvoorbeeld startbanen, weiland zonder windsingels, braakliggend bouwiand. Ruw Bouwiand met afwisselend hoge en lage gewassen. Grote obstakels Crijen bebladerde bomen, lage boomgaarden enzovoort) met onderlinge afstanden van omstreeks tien tot vijftien maal hun hoogte. Wijngaarden, maisvelden en dergelijke. Gesloten Bodem regelmatig en volledig bedekt met vrij grote obstakels, met tussengelegen ruimten niet groter dan enkele malen de hoogte van de obstakels. Bijvoorbeeld bossen en lage bebouwing.
Situatie ter plaatse bekijken De berekening kan nog verder worden verfijnd door ter plaatse de biotoop te bekijken en de ruwheid van het terrein in ^zerschillende richtingen rondom de molen te inventariseren. Zo zal bij een molen aan de rand van een dorp een bepaalde sector wellicht ‘open’ zijn, terwiji de dorpskant 'ruw’ of ‘gesloten’ is. In dat geval dienen er dus meerdere berekeningen uitgevoerd te worden om de aanvaardbare obstakelhoogte te bepalen.
Hantering van de formule in de praktijk Bij strikte toepassing van de biotoopformule kan blijken dat rond een stellingmolen ook obstakels die onder de stellinghoogte blijven niet aanvaardbaar zijn, zelfs op een afstand van meer dan 100 meter. Theoretisch is dat juist. De invioed i^an een obstakel reikt namelijk tot ongeveer tweemaal zijn eigen hoogte. In de praktijk is dit echter moeilijk te ^zerkopen. Daarom wordt aangehouden dat alles wat niet hoger is dan de stellinghoogte aanvaardbaar is.
In de praktijk resulteert de biotoopformule bij een grondzeiler in open gebied ongeveer in de eerder genoemde 1 op 100 regel. Dit betekent dat elke 100 meter verder van de molen het obstakel 1 meter hoger mag zijn. Slechts in een open polderlandschap is dit werkelijk haalbaar. De toepassing van de formule is een eerste benadering, die gevolgd moet worden door een preciezere beoordeling wanneer de normen worden overschreden Een te bouwen boerderij met een nokhoogte van 10 meter zou dan op zo’n kilometer van de molen moeten staan. In dergelijke gevallen wordt geadviseerd wel bezwaar aan te tekenen wanneer nieuwbouw plaatsvindt binnen 400 meter van de molen. In een stedelijk, gesloten gebied is een omrekening naar een dergelijke vuistregel niet mogelijk, omdat de invioed van de askophoogte van een stellingmolen, beltmolen of bergmolen tot andere uitkomsten leidt.
Molens zetten altijd wat in gang
De Hollandsche Molen
Zeeburgerdijk139 1095 AA Amsterdam C020) 623 87 03 dhm @molens.nl molens. nl
Zienswijze Bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25 Elburg, NL. IMRO. 0230. BPVELDBLOEMENLN25-ONT1
Bijlage B; Figuur 3 uit rapport van SIMSTUDIO, met een getrokken rechte lijn tussen Molen De Tijd en het centrum van de nieuwbouw. Bron: Deskundig oordeel Molenbiotoop; Ontwikkeling Zorgverlening Het Baken; Revisie 2, Datum 9 november 2023, Status Definitief
Deskundig oordeel molenbiotoop Kruisweg, Elburg
*
1
Figuur 3: Hoogtekaart Elburg, Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN).
SIM
P36923648e200
Page 7 of
Zienswijze Bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25 Elburg, NL. IMRO. 0230. BPVELDBLOEMENLN25-ONT1
Bijiage C; Voor de zienswijze relevante bladzijden uit Molenbiotoopinventarisatie Gelderland 2009 met toelichting over de biotoop inventarisatie + het biotoop rapport 63, betreffende Molen De Tijd Bron; https;//gelderland. molenbiotoop. nl/
Molenbiotoopinventarisatie Gelderland Wat verstaat
men onder de Molenbiotoop? De molenbiotoop is de omgeving van een molen, voor zover die van invioed is op het functioneren var de molen als maalwerktuig en als monument. De omgeving van een molen wordt ook wel aangeduid als molenbiotoop, omdat een molen gezien moet worden als een werkend “levend” monument. Vrije windvang is een van de belangrijkste voorwaarden voor een goed functionerende molen. Gebouwen an andere bouwwerken kunnen de molenbiotoop aantasten. Daarnaast veroorzaken bomen en aoomgroepen een extra nadeel voor de windvang. De omgeving van een molen werd vroeger " i/rijgehouden van obstakels die windhinder zouden veroorzaken. Sinds de molen zijn ‘economische” aetekenis (in de waterhuishouding en voedselvoorziening) heeft verloren is er voor de bescherming /an de molenbiotoop weinig meer geregeld. Toch kunnen sommige (polder)molens hun functie weer appakken in geval van calamiteiten of extreme weersomstandigheden. Mede hierdoor wordt er nog /eel geld gei'nvesteerd in onderhoud en restauratie van de molens. Als gevolg van oprukkend groen an de alsmaar uitbreidende bebouwing kunnen molens, door de afname van de wind, niet meer goed draaien. Hierdoor komen ze stil te staan. En “stilstand is achteruitgang”, waardoor het molenbehoud in gevaar komt.
De molenbiotoop is voor iedere molen verschillend en zal voortdurend blijven /eranderen door uitbreidende bebouwing en groeiende bomen. De molenbiotoop is dan ook voor de Tiolenwereld een blijvende bron van zorg. Naast windvang is belevingswaarde ook een aspect van de molenbiotoop. Een goed zichtbare molen doet meer recht aan de cultuurhistorische rol die de molen leeft in het Nederlandse landschap.
Wat is de molenbiotoopinventarisatie Gelderland? De molenbiotoopinventarisatie Gelderland geeft informatie over de molenbiotopen van alle molens in de provincie Gelderland. De inventarisatie bestaat uit een overzichtskaart van Gelderland en gegevens over de afzonderlijke molens en molenrestanten. Per molen is er een biotooprapport met aijbehorende kaarten. Hierin is de windhinder rondom een molen weergegeven met een kleurcodering sn een beoordeling van de totale molenbiotoop. Ook zijn er foto’s van de omgeving van de molen en 3en beschrijving van de biotoop opgenomen. Kleine molens (weidemolentjes en tjaskers), met een /vieklengte van minder dan 5 meter zijn niet meegenomen in dit onderzoek, aangezien de gehanteerde methodiek hier niet goed toepasbaar is. In dit onderzoek is wel gekeken naar molenrestanten of verdwenen molens met de status Rijksmonument. Dit omdat er voor een aantal 'estanten of verdwenen molens plannen zijn voor restauratie of herbouw. Er is dan voor de toekomst meteen een duidelijk beeld van de biotoop waarin de molen wordt herbouwd of gerestaureerd. Uiteindelijk zijn 143 molenbiotopen gei'nventariseerd. Het betreft 124 windmolens, 1 Amerikaanse windmotor, 16 molenrestanten (waarvan er op 1 december 2009 drie in herstel waren) en 2 i/erdwenen molens waarvan de herbouw planologisch mogelijk is.
Wat is het doel van de molenbiotoopinventarisatie? De molenbiotoopinventarisatie is bedoeld voor beleidsontwikkelaars bij de provincie, gemeenten en waterschappen. De inventarisaties zijn ook bedoeld voor iedereen die geinteresseerd is en te maken leeft met molens en de molenbiotoop. Het gaat hier om molenaars, moleneigenaren, molenverenigingen en andere belanghebbenden en belangstellenden. De molenbiotooopinventarisatie < an ondersteunend zijn bij het maken van plannen in de omgeving van windmolens. Het maakt in een 3ogopslag duidelijk waar zich molens bevinden met een slechte of goede molenbiotoop. De nventarisatie geeft enerzijds aan waar mogelijk de omgeving verbeterd kan worden en laat anderzijds jien welke molenbiotopen behouden moeten blijven en beschermd moeten worden. Daarnaast < unnen beleidsmakers zich eenvoudig orienteren op locaties die in de molenbiotoopcirkel liggen en waarvan zij de eventuele toekomstige inpassingsmogelijkheden van nieuwe ontwikkelingen inzichtelijk willen hebben. Ook in communicatie over windhinder in de molenbiotoop tussen molenaars, aeleidsmakers en andere belanghebbenden (bijvoorbeeld omwonenden) kan deze inventarisatie met de biotooprapporten een belangrijke rol spelen.
Daarnaast is het met de gegevens voor een gemeente Df de provincie mogelijk de molenbiotopen als molenbeschermingszone in bestemmingsplannen en de orovinciale structuurvisie of verordening op te nemen.
Hoe is de molenbiotoopinventarisatie tot stand gekomen? De basis van de molenbiotoopinventarisatie is een analyse van windhinderobjecten, zoals bomen en bebouwing, in de omgeving van de molen. De windhinderobjecten zijn bepaald via hoogtemetingen, die zijn gemaakt met behulp van een vliegtuig (laser-altimetrie), zie figuur 1. Van heel Nederland zijn op deze wijze gedetailleerde hoogtemetingen gedaan die uiteindelijk in het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland) zijn opgenomen. Mogelijke windhinderobjecten voor molens, zoals bomen of bebouwing, zijn dus ook opgenomen in deze hoogtemetingen. De hoogtemetingen die op de windhinderobjecten zijn gemeten zijn verwerkt in de analyse en de daarop volgende beoordeling. De hoogtemetingen, die blijkens de analyse de biotoopnorm overschrijden, zijn met een kleurcodering op de kaarten in de afzonderlijke biotooprapporten van de Gelderse molens weergegeven.
i
.
X
F’ ^«x
Figuur 1
De verwerking van de hoogtegegevens uit het AHN is in de volgende stappen uit te leggen:
1. Allereerst zijn de exacte locaties van de Gelderse molens bepaald inclusief de hoogte ten opzichte van NAP (Normaal Amsterdams Peil). Dit is gedaan met behulp van Google Maps, de locaties van windmolens uit de digitale topografische gegevens 1 :10. 000 en met de hoogtegegevens uit het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland). 2. Vanuit de molenlocaties zijn de hoogtegegevens in een cirkel met een straal van 400 meter rond de betreffende molen geselecteerd. 3. De hoogtegegevens in de molenbiotopen zijn met de biotoopformule op basis van de kenmerken van de molens (wieklengte, en eventueel stellinghoogte) geanalyseerd. Hiervoor is gebruik gemaakt van gegevens uit het Nederlands Molenbestand van Eric Zwijnenberg, het molenbestand op www. molens. nl,www. molendatabase. nl en het Gelders Molenboek. Dit resulteert in een kaart met
hoogtemetingen die de biotoopnorm overschrijden, zie figuur 3 (links). Waar molengegevens niet beschikbaar of niet meer te achterhalen waren is uitgegaan van schattingen in overleg met de provincie Gelderland.
400111
«
Motoopnonn
300a
200m
lOOn
Figuur 2
De biotoopnorm is bepaald met behulp van de algemeen erkende en gehanteerde biotoopformule van de vereniging de Hollandsche Molen. In figuur 2 is schematisch aangegeven met stippen waar hoogtemetingen de biotoopnorm overschrijden. De mate van overschrijding is ernstiger als een gemeten obstakel verder boven de biotoopnorm uitsteekt. Door middel van verschiliende kleuren van geel tot donkerrood is de ernst van de overschrijding aangegeven. De kleuren komen overeen met de kleuren in de kaarten, zie figuur 3 (links).
4. Door middel van een bewerking zijn de ongeordende hoogtemetingen die de biotoopnorm overschrijden gestandaardiseerd in sectoren, zie figuur 3 (rechts). Hiermee zijn de ruwe gegevens verwerkt, zodat ze voor iedere molen te vergelijken zijn. In een gebied van circa 50 x 50 meter is het hoogste obstakel als referentie obstakel genomen. Dit houdt in dat het hoogste gebouw of de hoogste boom maatgevend is voor een sector. In een molenbiotoop zijn zo 288 sectoren onderscheiden.
Figuur 3
5. Voor de acht hoofdwindrichtingen is een score te bepalen. Dit is gedaan door de afzonderlijke scores van de sectoren toe te kennen aan een van de acht hoofdwindrichtingen en dan bij elkaar op te
teller). 6. Hierna zijn de scores van de afzonderlijke hoofdwindrichtingen opgeteld tot een totaalscore voor de molenbiotoop, die vervolgens weer wordt uitgedrukt in een beoordeling op de schaal goed, aanvaardbaar, matig, bedenkelijk en slecht. Totaalscore
Biotoopbeoordeling
0-200 200 - 300 300-400 400 - 500
Goed
> 500
Slecht
Aanvaardbaar Matig Bedenkelijk
7. Als laatste stap zijn er in de acht hoofdwindrichtingen, gezien vanaf de molen, foto’s van de omgeving gemaakt. Alle gegevens, inclusief de kaarten en foto’s, zijn uiteindelijk weergegeven in deze molenbiotoopinventarisatie.
(Legenda) Biotooprapport: «nummer van de molen» Algemene informatie Naam: «naam van de molen» Plaats: «plaats van de molen»
overzichtskaart
Adres: «adres van de molen»
foto van de molen
Parameters voor de berekening Maaiveldhoogte: «hoogte» meter t. o. v. NAP Aantal hoogtemetingen binnen 400 meter: «aantal» Stellinghoogte: «hoogte» meter Aantal hoogtemetingen die de biotoopnorm Lengte van het gevlucht: «lengte» meter overschrijden: «aantal» Resultaten - kaarten Hoogtemetingen die de biotoopnorm overschrijden Gestandaardiseerde sectorscores
ss? i
^'1
overzichtskaart van de hoogtemetingen, JasRifinpprri in uaiuyuiiceii categorieen —yv^cici:3iiiiut?ciu > III
iIa
id
^fhankelijk van de mate van /Y overschrijding van de biotoopnorm
'S'
rr'5-<
’ .
kaart met de gestandaardiseerde sectorscores, geclassificeerd ‘jaan de hand van de maximale < overschrijding van de y b^oop^^mjn e£n sector
t. 2^' 400 •
categorie kleur
Noord: 155 Noordwest: 102 West: 49 Zuidwest: 12
Topografische Ondergrond © Topografische Dienst Kadaster sseeccttoorrssccoorree 11 2 3 4 1 2 kleur kleur legenda legenda percentage (inclusiet percentages)
5
17% 44%
Resultaten - hoofdwindrichtingen Nnnrrinn. qt: 135
hoofdwindrichting zijn de sectorscores bijelkaar opgeteld en hier weergegeven
per
Zuid: 12 Resultaten - totaal Totaalscore: «totaalscore voor de molenbiotoop» = «biotoopbeoordeling»
Text
rest
Biotooprapport: 63 Algemene informatie Naam: De Tijd Plaats: Oostendorp Adres: Zuiderzeestraatweg Oost 18 8081 LC Elburg Parameters voor de berekening Aantal hooglemetingen binnen 400 meter: 90622 Aantal hooglemetingen die de biotoopnorm overschrijden: 3136 Resultaten - kaarten Hooglemetingen die de biotoopnorm overschrijden Gestandaardiseerde sectorscores
Maaiveldhoogte: 2,8 meter t. o. v. NAP Stellinghoogte: 3,9 meter Lengte van het gevlucht: 22,8 meter
r
■
I 1
li*
V
fj—lis-tt*’
I 200
categorie kleur
Noord: 39 Noordwest: 36 West: 71 Zuidwest: 45
1
300
400 ■
Topografische Ondergrond © Topografische Dienst Kadaster sectorscore 1 2 4 5 kleur j percentage 22% 10%
Resultaten - hoofdwindrichtingen Noordoost: 29 Oost: 42 Zuidoost: IQ Zuid: 53 Resultaten - totaal __Totaalscore: 391 = Matig
3
4
5
rest
10%
7%
7%
44%
Biotooprapport: 63 Foto's NO
k;
ZO
z-
•ggffigeiiieiiBufg
3 0 JAN. 202*1 Zaaknr,; Documentnr. :
q\ >
^r-RjfY^OvA C -2.
—
O
i 1
Bijlage 5: bezonningsstudie
21 maart 9:00
21 maart 12:00
21 maart 15:00
21 maart 18:00
21 juni 9:00
21 juni 12:00
21 juni 15:00
21 juni 18:00
21 september 9:00
21 september 12:00
21 september 15:00
21 september 18:00
21 december 9:00
21 december 12:00
21 december 15:00
21 december 18:00 project
De Voord
dossiernr. 07946 architect
ir. J.M. Linde
fase
Technisch Ontwerp
datum
19-02-2024 bladnummer
TO-953