TB16_Zienswijzennota
Tekst van het document
ZIENSWIJZENNOTA EN AMBTSHALVE AANPASSINGEN ONTWERPBESTEMMINGSPLAN VELDBLOEMENLAAN 25, ELBURG
Vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg d.d. 3 juni 2024 de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1. Inleiding Procedure Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpraadsbesluit hebben met ingang van 22 december 2023 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen, waarbij iedereen in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Zienswijzen en beantwoording In totaal zijn er vier zienswijzen ingediend welke allemaal ontvankelijk zijn verklaard . Per zienswijze is in hoofdstuk 2 van deze nota een reactie gegeven. De zienswijzen zijn voor een deel gegrond en voor een ander deel ongegrond. Op enkele punten hebben de zienswijzen aanleiding gegeven om het ontwerpbestemmingsplan aan te passen. Deze wijzigingen zijn in hoofdstuk 3 nader toegelicht. Het ontwerpbestemmingsplan is in het voortraject voorgelegd aan het Waterschap en de Provincie. De Provincie heeft een zienswijze ingediend. Ambtshalve aanpassingen Aan de hand van de zienswijzen zijn er op het aspect van de molenbiotoop een aantal ambtshalve aanpassingen doorgevoerd. De ambtshalve aanpassingen worden in hoofdstuk 3 van deze nota benoemd.
2. Zienswijzen en beantwoording Er zijn in totaal vier zienswijzen binnengekomen. De volledige zienswijzen zijn geanonimiseerd en als bijlage toegevoegd.
Zienswijze 1 – ingekomen op 30 januari 2024 Indiener verzoekt om vanwege de sloop- en bouwfasering het bestemmingsplan af te wijzen. De indiener is van oordeel dat de voorgestelde sloop- en bouwfasering van ruim vier jaar een onacceptabele lange periode bestrijkt, waarbij enorme overlast zal worden ondervonden door alle werkzaamheden en verkeersbewegingen. Indiener betoogt dat omdat de locatie midden in een woonwijk ligt, dit de lange periode van werkzaamheden onacceptabel maakt en dat er wel gekeken wordt om de belasting op de bewoners van De Voord zo laag mogelijk te houden, maar dat hierdoor de belasting op de omwonenden ernstig vergroot wordt. De indiener geeft vervolgens aan dat er wel dialoog is geweest met De Voord omtrent bovenstaande, maar dat daarin te weinig naar voren is gekomen wat voor maatregelen De Voord gaat nemen om de overlast te voorkomen.
Reactie gemeente: Zoals in het bestemmingsplan is toegelicht, is de voorgestelde fasering nodig om de huidige bewoners van De Voord zo veel mogelijk te ontzien. Het verplaatsen van de bewoners naar tijdelijke huisvesting is voor zowel de bewoners als personeel een ingrijpende verandering van de omstandigheden. Door gefaseerd te slopen en bouwen kan de zorg op locatie worden gecontinueerd. Bij de vergunningaanvraag voor de omgevingsvergunning bouwen zal de initiatiefnemer een plan voor Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie (BLVC plan) indienen. In dit plan wordt uitvoerig ingegaan op de overlast voor de omgeving en hoe de comm unicatie met de omgeving zal plaatsvinden. In het plan wordt bijvoorbeeld aangegeven hoe stof-, verkeers- en geluidshinder voorkomen zal worden. Ook wordt in het plan beschreven hoe opmerkingen en klachten kunnen worden doorgegeven. Binnen de vergunningprocedure voor het bouwdeel zal dit BLVC-plan beoordeeld worden en wordt bekeken of het plan toereikend is. Omwonenden kunnen in die procedure op de inhoud van het BLVC-plan hun zienswijze kenbaar maken. Hoewel het niet mogelijk is om de werkzaamheden zon der overlast op de omgeving uit te voeren, wordt overlast met uitvoering van het BLVC-plan wel geminimaliseerd.
Indiener geeft aan dat, indien het bestemmingsplan wel wordt vastgesteld, de voorgestelde uitrit tegenover Veldbloemenlaan 44 en 46 te wijzigen. De indiener noemt daarbij drie opties: Optie 1 De uitrit tegenover het voetpad tussen de woningen van Veldbloemenlaan 40 en 42 te situeren Optie 2: De uitrit ter hoogte van Velbloemenlaan 44 en 46 schuin op de weg laten aansluiten, waarbij het trottoir op straatniveau aangelegd wordt, ter voorkoming van het naar binnen schijnen van koplampen van de voertuigen. Optie 3: De rijrichting in de laad-/loszone te wijzigen, zodat vanaf de kant van de Oostelijke Rondweg in gereden wordt en richting Klaverplein/Klokbekerweg uit gereden wordt. Hierdoor hoeven de vrachtwagens geen draai over de weg te maken, waarbij gevaarl ijke situaties worden voorkomen.
Reactie gemeente: De gemeente heeft alle drie de opties beoordeeld. Hieronder is per optie een reactie gegeven: Optie 1: Bij het ontwerp zijn we aangesloten op het huidig bestemmingsplan voor wat betreft de huidige in-/uitritten. Deze blijven bestaan. Het verleggen van de uitrit naar het voetpad zou een optie kunnen zijn, maar leidt tot een verschuiving van het probleem naar de woningen 40 en 42. Het voetpad is smal en er zal dus een vergelijkbare situatie ontstaan als bij de woningen 44 en 46. Optie 2: Bij uitrijdend verkeer is het van belang dat goed naar beide kanten kan worden gekeken, zonder over de schouder te hoeven kijken. Verder is het niet wens elijk dat uitrijdend rechtsafslaand verkeer over de weghelft voor tegemoetkomend verkeerd moet manoeuvreren. Van bovenstaande zou
wel sprake zijn als er wordt gekozen om de uitrit ter hoogte van Velbloemenlaan 44 en 46 schuin op de weg laten aansluiten. Hierdoor is deze optie niet wenselijk. Optie 3: De rijrichting voor bedienend verkeer, in de laad-/loszone, is van de inrit tegenover Veldbloemenlaan 36 en 38, die alleen toegankelijk wordt voor groot bedienend verkeer. Voor het overige verkeer is deze inrit gesloten. Na het laden en/of lossen via de achterzijde van de (vracht)wagen kan, zonder steek-bewegingen, het terrein worden verlaten via de uitrit bij de w oningen 44 en 46. Als het bedienend verkeer andersom gaat rijden, te weten via de inrit bij de woningen 44 en 46 en via de uitrit bij 36 en 38, betekent dit meer gemanouvreer op het terrein, wat gevaarlijke s ituaties op kan leveren. Conclusie: De zienswijze ziet op twee aspecten van dit bestemmingsplan. -
Hoewel overlast vanwege sloop- en bouwactiviteiten te verwachten is, voorziet het bestemmingsplan en vervolgens de in te dienen vergunning, voldoende in het beperken van de overlast.
-
De in het bestemmingsplan vastgestelde route voor het verkeer is, alles afwegende, de route met de minst negatieve impact op verkeersveiligheid op zowel openbaar als niet openbaar terrein. Daarnaast geeft de route geen verslechtering ten opzichte van de huidige situatie.
Beide onderdelen van de zienswijze zijn ongegrond.
Zienswijze 2 – ingekomen op 30 januari 2024 Deze zienswijze kent een opsomming van argumenten. Paragraaf 1 en 2 betreffen een inleidende stuk, welke geëindigd wordt met het feit dat de indiener van oordeel is dat het bestemmingsplan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Vanaf paragraaf 3 volgen de inhoudelijke argumenten. Op deze argumenten wordt hier ingegaan. 3.Bouwhoogte en afstand tot woningen
Indiener betoogt dat de toename van de hoogte van het op te richten gebouw en de toename van het bouwvlak maximale impact op de omgeving veroorzaakt, met name als gekeken wordt naar de afstand tussen het voorgestelde gebouw en de woningen aan de Veldbloemenlaan. Indiener stelt dat dit geen passende afstanden zijn binnen een stad als Elburg en dat daarmee dit bestemmingsplan, voor wat betreft dit onderwerp, onevenredig in verhouding is met het beoogde doel. Hierbij wordt verwezen naar artikel 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht die stelt dat nadelige gevolgen van een of meer belanghebbenden door een besluit, niet onevenredig mogen zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen. Indiener noemt daarbij aspecten zoals de afstanden, bouwoppervlak, schaduwwerking en de aantasting van privacy en uitzicht.
Reactie gemeente: het ontwerp van de beoogde nieuwbouw is ter beoordeling aan het Oversticht voorgelegd. Deze instantie toetst het plan aan de welstandseisen. Het Oversticht heeft beoordeeld dat de bouwhoogte aansluit bij de forsere volumes in de omgeving, zoals het appartementengebouw en de kerk aan de overzijde van het plangebied. Het Oversticht concludeert ook dat de nieuwbouw qua architectuur en vormgeving passend is binnen de directe omgeving van het plangebied. Voor nadere informatie over de architectuur en de stedenbouwkundige relatie met de omgeving verwijzen wij naar paragraaf 3.4 van de toelichting van dit bestemmingsplan. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt overigens uitsluitend de vorm van het bouwvlak gewijzigd waarbij de totale oppervlakte gelijk blijft aan de bestaande situatie. Er is geen sprake van verruiming van het bouwvlak. De initiatiefnemer heeft een zorgvuldige afweging gemaakt tussen restauratie en verduurzaming van het bestaande gebouw en totale nieuwbouw. Deze afweging heeft geleid tot de keuze voor nieuwbouw. Om de huidige bewoners gedurende de ontwikkeling zo veel mogelijk te ontzien en tijdelijke huisvesting op andere locaties te voorkomen, is ervoor gekozen om de ontwikkeling gefaseerd uit te voeren. Dit leidt
ertoe dat de voorste vleugel van de nieuwbouw voor de bestaande bebouwing wordt geplaatst waardoor de nieuwbouw dichter op de woningen aan de Veldbloemenlaan komt te liggen. Initiatiefnemer heeft meermaals bekeken of de bebouwing verder naar achteren kan. Op basis van voorgaande uitgangspunten van nieuwbouw en gefaseerde ontwikkeling blijkt dit helaas niet mogelijk. Voor een nadere motivering van de noodzaak en situering van vervangende nieuwbouw verwijzen wij naar paragraaf 3.5 van de toelichting. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft de initiatiefnemer een bezonning -studie laten uitvoeren. Deze bezonning – studie is als bijlage bij deze zienswijzennota gevoegd. In de bezonning – studie is de schaduwwerking tijdens de aanvang van de vier seizoenen (lente 21 maart, zomer 21 juni, herfst 21 september en winter 21 december) op vier verschillende momenten van de dag (9:00, 12:00, 15:00 en 18:00) in beeld gebracht. De resultaten laten zien dat op geen van de momenten sprake is van schaduwwerking op woningen van derden. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de ligging van de beoogde nieuwbouw ten noorden van de woningen aan de Veldbloemenlaan. Indiener heeft niet aannemelijk gemaakt op welke manier de beoogde nieuwbouw leidt tot schending van privacy en uitzicht.
In de bestaande situatie is er reeds een zorginstelling met parkeerterrein binnen het plangebied aanwezig welke zorgt voor inkijk in de woningen aan de Veldbloemenlaan en het uitzicht van deze woningen ontneemt. Bij het ontwerp van de nieuwbouw heeft de architect rekening gehouden met privacy van omwonenden en de inkijk vanuit de nieuwbouw op de bestaande woningen aan de Veldbloemenlaan zo veel mogelijk ingeperkt. Zo zijn de koppen van de vleugels aan de voorzijde van de nieuwbouw, het deel dat het dichtst op de woningen aan de Veldbloemenlaan ligt, ontworpen als één bouwlaag. Daarnaast is in het ontwerp gewerkt met gebogen lijnen waarbij het uitzicht vanuit de werk- en behandelruimten gericht is op het Klaverplein en het uitzicht vanuit de zorgwoningen gericht is op het eigen terrein van de zorginstelling. Naar aanleiding van de vraag vanuit de buurt om het gebouw zo ver mogelijk naar achteren te situeren, heeft de architect het gebouw nog ca. 2 meter richting het noordoosten kunnen schuiven. De kortste afstand tussen de beoogde nieuwbouw en de woningen aan de Veldbloemenlaan bedraagt hiermee ca. 27 meter. Zoals hierboven aangegeven gaat het hierbij om laagbouw bestaande uit één enkele bouwlaag. De afstand tussen de hogere bebouwing bestaande uit drie bouwlagen met zorgwoningen tot de woningen aan de Veldbloemenlaan bedraagt ruim 35 meter. 4.Stedenbouwkundige bezwaren
Indiener heeft stedenbouwkundige bezwaren en is van mening dat door de plaatsing van het gebouw een verschil zal ontstaan met het historisch centrum. Indiener benoemt hier bij hoge moderne uitziende vleugels van 11 à 12,5 meter en geeft aan dit stedenbouwkundig ontoelaatbaar te vinden, omdat dit niet goed zou aansluiten op de ruimtelijke verschijnin gsvorm van het bestaande gebouw dat behoort tot het ruimtelijke systeem van de 19 e -eeuwse ring van Elburg. Indiener belicht tevens de voorgestelde trappenhuizen en stelt dat deze kolossaal breed en hoog zijn en merkt op dat dit een nieuw feit is t.o.v. eerdere gepresenteerde tekeningen en/of maquette tijdens informatiebijeenkomsten
Reactie gemeente: zie beantwoording onder 3.
5.Parkeren
Indiener is van oordeel dat het voorgestelde aantal parkeergelegenheden niet voldoende zijn voor de bouw van het voorgestelde gebouw en verwijst daarbij naar de Nota Parkeernormen Elburg. Middels een berekening betoogt de indiener dat het aantal parkeerplekken uit zou moeten komen op 140. Indiener trekt daarnaast het uitgevoerde onderzoek over de bezettingsgraad van 85% in twijfel en stelt vraagtekens bij de gemaakte foto’s en de ontbrekende metadata ervan.
Reactie gemeente: In paragraaf 2.1 van de Nota Parkeernormen Elburg staat: “Beschikt de aanvrager over gegevens (onafhankelijke praktijkwaarnemingen, onafhankelijk extern onderzoek door een deskundig adviesbureau naar genoegen van de gemeente) waaruit een parkeernorm voor het desbetreffende bedrijf en/of het specifiek beoogde gebruik kan worden afgeleid? Zo ja, dan wordt die parkeernorm als uitgangspunt voor de berekening gehanteerd”. In voorgesteld bestemmingsplan is onafhankelijk onderzoek aanwezig, in de vorm van het parkeeronderzoek van Witpaard d.d. 1 december 2023. Zoals in het bestemmingsplan is toegelicht, is uit dit onderzoek gebleken dat er tijdens de telling met de hoogste parkeerdruk 87 van de bestaande 102 parkeerplaatsen bezet waren (85% bezettingsgraad), terwijl het gemiddeld aantal bezette parkeerplaatsen slechts 66 stuks betreft. Het parkeeronderzoek en de foto’s zijn beoordeeld en op basis van de beschikbare (meta)data is voldoende aannemelijk dat het parkeeronderzoek en de foto opnames hebb en plaats gevonden op de aangegeven momenten.
Indiener geeft aan dat er bij de 24 appartementen in het voorgestelde gebouw geen zorgindicatie aanwezig is en dat daardoor alleenstaande of samenwonende jonge mensen hier kunnen wonen die gebruik maken van een auto of auto’s. Indiener betoogt dat door het plan extra parkeerdruk in de omliggende straten wordt verwacht, terwijl volgens de indiener de parkeerdruk nu al groot is. Daarbij geeft de indiener aan dat de ouderenzorg voor een groot deel draait op vrijwilligers, die afen aanrijden om de zorg te ondersteunen. Als oplossing stelt de indiener voor om een parkeergarage onder het gebouw te realiseren zodat er geen overlast zal ontstaan. Verder stelt de indiener dat de gemeente ten onrechte niet voor heeft gekozen om in het plan op te nemen dat parkeren van de zorginstelling alleen mogelijk is op het terrein van de zorginstelling .
Reactie gemeente: Hoewel de verwachting van de opdrachtgever is dat de 24 appartementen gaandeweg bewoond zullen gaan worden door personen met een steeds zwaardere zorgbehoefte – waardoor de parkeerbehoefte evenredig afneemt – kan daar nu nog geen zekerheid over worden gegeven. Daardoor zijn deze woningen bij de berekening van de parkeerbehoefte beschouwd als reguliere etage-huurwoningen, inclusief parkeerbehoefte voor bezoekers (visite, mantelzorgers e.d.) De parkeernorm hiervoor is 1,6 parkeerplaatsen per woning, wat in totaal 38,4 parkeerplaatsen betreft. Zoals aangegeven in het bestemmingsplan is de parkeerbehoefte van de eindsituatie daarmee 87 (volgend uit het parkeeronderzoek) + 38,4, wat afgerond 126 parkeerplaatsen i s. De tekening van de eindsituatie in paragraaf 5.4.2 van de toelichting laat zien dat er in de eindsituatie 126 parkeerplaatsen aanwezig zijn. Hiermee wordt voorzien in de parkeerbehoefte op het eigen terrein. Om een eventuele toekomstige groei van de parkeerbehoefte (autonome groei) op eigen terrein op te vangen, is aan de noordwestzijde van de beoogde vervangende nieuwbouw ruimte gereserveerd voor maximaal 25 parkeerplaatsen. Deze ruimte wordt in eerste instantie groen ingepast en kan vraag gestuurd worden ingezet voor parkeren.
Een parkeergarage wordt vanwege de hoge kosten in de regel uitsluitend gerealiseerd wanneer parkeren op maaiveld niveau niet mogelijk is. In onderhavig geval is dit niet aan de orde omdat de totale parkeerbehoefte op eigen terrein op maaiveldniveau wordt aangelegd.
Door niet vast te leggen dat uitsluitend autoverkeer van de zorginstelling mag parkeren op het parkeerterrein en vice versa, wordt efficiënt gebruik van de parkeerruimte bevordert, hetgeen bijdraagt aan een goede ruimtelijke ordening. 6.Verkeer
Indiener verwijst naar de tekstpassage in het bestemmingsplan dat de in CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ geen kencijfers voor verkeersgeneratie zijn opgenomen en dat ten opzichte van de bestaande situatie slechts 24 appartementen worden toegevoegd, wat de verkeersgeneratie in de beoogde situatie niet noemenswaardig zal toenemen. Indiener betoogt dat de gemeente hiermee tekort is geschoten als verantwoordelijk bestuursorgaan op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht, het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat niet wordt onderbouwd dat de verkeersgeneratie niet noemenswaardig toeneemt. Indiener is van oordeel dat er sprake is van een onderschatting van de impact van de 24 appartementen op de verkeersgeneratie.
Reactie gemeente: volgens de CROW publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren – kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ geldt voor een huurappartement in het midden- en goedkope segment en bij ligging in gebiedstype ‘rest bebouwde kom’ en ‘weinig stedelijk’ een gemiddelde verkeersgeneratie van 4,1 (3,7 + 4,5 / 2) bewegingen per woning per etmaal. De gemiddelde verkeersgeneratie van de 24 appartementen bedraagt hiermee 98,4 = 99 bewegingen per etmaal. Volgens het onderzoek wegverkeerslawaai (pagina 34) geldt voor de Veldbloemenlaan een maximale verkeersintensiteit van 3.751 motorvoertuigen per etmaal. Toevoeging van de beoogde 24 appartementen leidt hiermee tot een toename van 99/(3.751/100) = 2,64% en is hiermee gering te noemen. De veldbloemenlaan betreft een gebiedsontsluitingsweg type II. Dergelijke wegen zijn geschikt voor een intensiteit van 6.000 – 15.000 motorvoertuigen per etmaal. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontwikkeling leidt tot een geringe toename van de intensiteit en dat de Veldbloemenlaan deze toename prima aan kan. Bovenstaande berekening is tot stand gekomen met kencijfers van genoemde CROW publicatie. Deze kencijfers zijn gebaseerd op reguliere bewoning.
Omdat de appartementen (naast de mogelijkheid voor reguliere bewoning) bovenal bedoeld zijn als zelfstandige zor geenheden voor ouderen met een licht tot zware zorg- en of/ ondersteuningsvraag zal het aantal verkeersbewegingen van deze doelgroep (veel) lager liggen dan voornoemd kencijfer, waardoor de toename van de verkeersbewegingen op de Veldbloemenlaan als gevolg van onderhavig plan feitelijk waarschijnlijk lager liggen dan de hierboven beschreven theoretische benadering. Aanvullend dient te worden opgemerkt dat Het Baken beleid voert ten behoeve van het ontmoedigen van het autogebruik. Afgelopen jaren heeft Het Baken thuiswerkbeleid ontwikkeld waardoor steeds minder medewerkers naar kantoor komen en het fietsgebruik wordt gestimuleerd. Een andere belangrijke beleidswijziging is dat een deel van de ondersteunende diensten is verhuisd van de zorglocatie in Elburg naar de zorglocatie in Hattem. Dit gaat in totaal om 34 medewerkers die locatie De Voord niet meer als standplaats hebben. E.e.a. is eveneens verwoord in paragraaf 2.3 van het parkeeronderzoek welke als bijlage 2 bij de toelichting van het bestemmingsplan is opgenomen. Voorgaande in zijn totaliteit in ogenschouw nemende zal de daadwerkelijke verkeerstoename door toevoeging van de 24 appartementen veel lager liggen dan de hierboven genoemde 99 bewegingen per etmaal.
7.Industrielawaai
Indiener geeft aan dat inzake industrielawaai enkele woningen aan de Veldbloemenlaan binnen de richtafstand van 30 meter liggen en dat volgens het rapport de toegestane geluidsbelasting wordt overschreden. Indiener stelt dat nader gemotiveerd dient te worden of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor omliggende woningen. Volgens de indiener is de bestaande motivatie summier en stelt dat gemotiveerd moet worden of de genoemde frequentie van activiteiten (zoals vrachtwagens en pakketbezorgers) niet dusdanig hoog is dat dit voor omwonende een onaanvaardbare frequentie is.
Reactie gemeente: De gemeente maakt een afweging of deze activiteiten mogelijk zijn op deze locatie. Daarvoor worden akoestische onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn onderdeel van het bestemmingsplan en vormen de onderbouwing voor deze afweging. De conclusie is kor t en bondig maar moet gezien worden in samenspraak met de akoestische onderzoeken. In het akoestisch onderzoek wordt de geluidsbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van de nieuwe zorginstelling op de omliggende woningen bepaald en getoetst aan de richtwaarden uit de VNG publicatie en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit. Daarnaast worden maatregelen overwogen en is er een vergelijking gemaakt tussen de huidige en de toekomstige situatie. Het akoestisch onderzoek geeft aan dat niet voldaan wordt aan stap 3 van de VNG -publicatie voor LAmax. De overschrijdingen vinden alleen plaats in de dag- en nachtperiode. Er dient nader te worden gemotiveerd of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de omliggende woningen. Bij toetsing aan het Activiteitenbesluit worden laad- en losactiviteiten in de dagperiode (7.00 - 19.00 uur) buiten beschouwing gelaten waardoor er geen overschrijdingen meer zijn. De grenswaarde van 60 dB(A) in de nachtperiode wordt wel overschreden vanwege dichtslaande portieren. Aansluitend worden hiervoor in hoofdstuk 5 maatregelen overwogen.
De maatregelen stuiten op technische, stedenbouwkundige en verkeersveiligheidsbezwaren. Omdat bron - en overdrachtsmaatregelen op bezwaren stuiten, is - om het woon- en leefklimaat ter plaatse van de omliggende woningen te beoordelen - een vergelijking gemaakt van de huidige en toekomstige situatie van de zorginstelling. Het resultaat is dat met de aangegeven brongegevens en aantallen (worstcasescenario) in de toekomstige situatie het berekende maximale geluidniveau gelijk blijft aan de huidige situatie. Er is geen sprake van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat ten opzichte van de huidige situatie. De laatste geregistreerde geluidklacht ten aanzien van het bedrijf dateert van 2012. De huidige situatie lijkt hiermee aanvaardbaar. Daarmee is ook rekening gehouden met het feit dat dat de overschrijding in de nachtperiode komt door het dichtslaan van portieren. Binnen stedelijk gebied zorgt het dichtslaan van portieren regelmatig voor overschrijdingen. Omdat het gaat om gebiedseigen geluid wordt dit acceptabel geacht. Of het portier dichtslaat van de auto van een buurman of aan de overkant van de weg door een bezoeker van een bedrijf maakt hiervoor geen verschil.
Daarbij komt dat de weg, het zorgcentrum, de kerk en bestemming dienstverlening in de buurt zorgen voor een levendig gebied waarin dichtslaande autoportieren gebiedseigen zijn, en dus passend geacht worden. Verder wordt in de zienswijze bij onderdeel 7.4 aangegeven dat de cumulatie bij eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken (stap 4). Ter volledigheid had dit opgenomen kunnen worden in het akoestisch onderzoek. Gezien de afstanden tot andere bedrijfsactiviteiten wordt hier geen probleem verwacht. Cumulatie van geluid heeft betrekking op het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT). Het knelpunt in deze situatie is echter het maximale geluidniveau (LAmax). Onder de Omgevingswet (geldig vanaf 1 januari 2024) wordt de standaardwaarde voor LAmax in de nachtperiode, veroorzaakt door aandrijfgeluid van transportmiddelen, 70 dB(A). De standaardwaarde voor LAmax van piekgeluid, veroorzaakt door andere bronnen, is 65 dB(A). De hoogst berekende waarde van piekgeluid in de nacht op een omliggende woning is 64 dB(A). Dit betekent dat er geen overschrijdingen van de standaard vastgelegde waarden zijn.
Indiener stelt vraagtekens bij een geluidwering van de gevels van de woningen aan de Veldbloemenlaan minimaal 20dB is gegarandeerd. De indiener betoogt dat een blote stelling van deskundigen klakkeloos worden overgenomen zonder daar vragen bij te stellen en dat niet wordt aangetoond dat de woningen zoveel decibel tegenhouden. De indiener verwijst daarbij naar artikel 3:46 Algemene wet Bestuursrecht en stelt dat als er geen onderzoek is gedaan, dit alsnog dient te gebeuren.
Reactie gemeente: De onderbouwing van een gevelwering van 20 dB komt uit het Bouwbesluit. Sinds 1992 moeten alle nieuwbouw woningen voldoen aan deze norm. De huizen waar het hier om gaat zijn na deze datum gebouwd. 8.Vervanging van bestaand gebouw
Indiener is van oordeel dat onvoldoende is gemotiveerd waarom het bestaand gebouw vervangen dient te worden en geeft aan dat welke bouw- en woontechnische aspecten niet meer in orde zijn, niet aan bod komt. Hiermee betoogt de indiener dat dit in strijd is met het motiveringsbegingsel van artikel 3:46 Algemene wet bestuursrecht, mede vanwege de voorgestelde sloop- en bouwfasering van vier jaar en het bijkomend overlast. Indiener is van menging dat het bestaande gebouw nog minstens 30 jaar mee zou kunnen en verwijst hierbij naar een uitgebracht rapport genaamd ‘Bouwen voor de zorg Perspectief voor de Nederlandse bouw’. Indiener eindigt met het betoog dat het voornemen om het voorgestelde gebouw te realiseren in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, als genoemd in artikel 3:4, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht: ‘De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen’.
Reactie gemeente: Zie beantwoording onder 3. Conclusie Uit voorgaande beantwoording is gebleken dat deze zienswijze ongegrond is.
Zienswijze 3 – ingekomen op 30 januari 2024 Zienswijze door de Provincie Gelderland
De provincie geeft aan dat een bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing of beplanting mogelijk kan maken als daardoor de windvang een molen wordt beperkt, dat deze belangrijk zijn voor de identiteit van Gelderland en dat ze streven naar het in stand houden van de molens. De provincie geeft aan dat zij de ruimte rond de molens (de molenbiotoop) beschermen tegen ingrepen die de windvang van de molen beïnvloeden. De provincie geeft het volgende aan: “Het plangebied van het bestemmingsplan de Voord ligt in de molenbiotoop van een molen. In het ontwerpbestemmingsplan wordt in de regels een afwijking mogelijk gemaakt van de maximale bouwhoogte toegestaan binnen deze molenbiotoop. Volgens de bouwregels van het bestemmingsplan (artikel 3.2.i.b) geldt een maximale bouwhoogte van 11.50 meter. Met artikel 7, algemene afwijkingsregels i een afwijking mogelijk van 10% op o.a. de bouwhoogte. Dit betekent dat het bestemmingsplan een maximale bouwhoogte van 12.65 meter toelaat. Daarnaast wordt in lid b van artikel 7 een maximale afwijking van 3.00 meter mogelijk gemaakt. Dit betekent een maximale bouwhoogte van 14.50 meter. Verder onderbouwt het biotooprapport in bijlage 12 van de toelichting niet dat het ontwerpbestemmingsplan voldoet aan de instructieregel voor de molenbiotoop volgens de omgevingsverordening.
In het rapport (2de revisie) wordt geconcludeerd dat de ontwikkel ing effect heeft op de windvang van de molen”. De provincie geeft aan eerder te hebben gecommuniceerd dat op afstand van 360 meter van de molen (bij een maaiveldhoogteverschil van 0,75 meter tussen molen en bouwlocatie) de windvang voor de molen niet beperkt wordt bij een maximale bouwhoogte van 11,25 m eter, onder andere vanwege wind verstorende obstakels (bomen) en verwijst hierbij naar Informatie ‘biotoop rapport 63’ van de Molenbiotoopinventarisatie Gelderland 2009. De provincie sluit af met de conclusie dat het bestemmingsplan niet voldoet aan de instructieregel in de omgevingsverordening en dat daarmee de molenbiotoop niet goed is geborgd.
Reactie gemeente: Aan de hand van bovenstaande zienswijze is er een aantal ambtshalve aanpassingen doorgevoerd die zorgen dat de molenbiotoop goed geborgd is in het bestemmingsplan en voldoet aan de instructieregel van de omgevingsverordening van de gemeente Elburg . Aan het voorgenomen bouwplan wordt niets veranderd, maar het planologisch kader waarbinnen de ontwikkeling plaatsvindt wordt inzake de molenbiotoop iets strakker opgelegd. Onderstaande ambtshalve aanpassingen zijn doorgevoerd. -
Allereerst is de maximale bouwhoogte (buiten de positie van de voorgestelde technische installaties) verlaagt van 11,5 naar 11,25 meter. Voor het voorgestelde bouwplan verandert hiermee niets, gezien het beoogde plan hier ca. 11,2 meter hoog is. Zoals de provincie aangeeft in bovenstaande zienswijze wordt de molen niet beperkt bij een maximale bouwhoogte van 11,25 meter. Hieraan ligt ten grondslag dat er een hoogteverschil van 0,75 meter is tussen het maaiveld van de molen en het maaiveld van het voorgestelde bouwplan.
-
Verder is in artikel 7 Algemene afwijkingsregels aangegeven dat alleen kan worden afgeweken van regels binnen de vrijwaringszones (de molenbiotoop en straalpad) als ook wordt voldaan aan de regels die gelden voor deze vrijwaringszones, waardoor bij elke afwijking binnen artikel 7, zoals de 10%-regeling (artikel 7.1 lid a) en de drie meter overschrijding voor installaties (artikel 7.1 lid b) , zal moeten worden beoordeeld of aan de regels voor de molenbiotoop wordt voldaan.
-
Het Deskundig oordeel Molenbiotoop (bijlage 12) waar de provincie naar verwijst is verder aangevuld en uitgediept, met onder andere een 2D stromingsanalyse die laat zien dat kan worden geconcludeerd dat de stroming ter hoogte van de molen niet negatief beïnvloed wordt wanneer de voorgenomen ontwikkeling van De Voord met overschrijding door de technische installaties wordt gerealiseerd. Het voorgestelde bouwplan heeft dus geen negatief effect op de windvang van de molen.
Bovenstaande aanpassingen zijn aan de provincie voorgelegd. Zij hebben op 21 maart 2023 aangegeven dat het bestemmingsplan hiermee goed geborgd is en voldoet aan de instructieregel in de omgevingsverordening. Ze geven daarnaast aan positief te adviseren met betrekking tot de molenbiotoop en akkoord te geven op het bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25 in Elburg. Conclusie De zienswijze is gegrond. De tekst van het plan en de bijgevoegde rapportage is hiertoe aangepast. De zienswijze leidt echter niet tot aanpassing van de uitgangspunten van het plan.
Zienswijze 4 – ingekomen op 30 januari 2024 Indiener verwijst naar de Biotoopformule en vult deze als onderstaand in: - H = (347/50 = 6,94) + (0,2*15,3 = 3,06) = 10,00 + 0,75 = 10,75 t.o.v. 11,20 overschrijding 0,45 m - H = (358/50 = 7,16) + (0,2*15,3 = 3,06) = 10,22 + 0,75 = 10,97 t.o.v. 12,24 overschrijding 1,27 m Indiener geeft aan dat een onjuiste askophoogte is gebruikt door SIMSTUDIO, de instantie een windonderzoek heeft verricht voor de molenbiotoop, en vindt de aangevoerde argumenten om af te wijken van de Biotoopformule irrelevant. Indiener betoogt daarnaast dat het gegeven dat de molen gesitueerd is in klein stedelijk gebeid, al verwerkt is in de parameters van de toegepaste Biotoopformule evenals de aanwezigheid van gebouwen en bomen. Daarnaast legt de indiener uit dat de molen al concessies doet in de huidige situatie en geeft aan dat het niet wenst voor de molen om met dit bestemmingsplan nog meer concessies te doen.
Reactie gemeente: De molenbiotoop is vanuit de provinciale omgevingsverordening geborgd. In het advies wordt gesteld dat, op basis van de inventarisatie van de omgeving, in de richting van de molen veel ‘windschaduw’ optreedt door de bomen en het verschil in maaiveldhoogte. In het oude rapport was inderdaad een onjuiste askophoogte geformuleerd. Deze is gewijzigd naar 15,3 meter. Het gegeven dat de molen in klein stedelijk gebied begeeft is verwerkt in de parameters . Verder laat het rapport zien dat er met dit bestemmingsplan en voorgesteld bouwplan geen negatief effect op de windvang van de molen plaatsvindt en daarmee ook niet kan worden gesproken over een concessie die dit bestemmingsplan doet op de windvang van de molen .
Indiener geeft aan: Trek rechte lijnen in figuur 2 vanuit het centrum van de molen naar de nieuwbouw dan staan Zie Bijlage B: • de benoemde bomen van 18 m staan inderdaad in de lijn tussen de nieuwbouw en de molen. Er zit echter een groot verschil tussen de hinder voor de molen in zomer (blad in de bomen) en winter (kale takken). • In figuur 4 is niet duidelijk welke gebouwen/bomen wel of niet op de getekende lijn staan.
Reactie gemeente: Het rapport betreffende de molenbiotoop is aangepast, waardoor het duidelijk wordt welke gebouwen en bomen op de getekende lijn staan.
Indiener verwijst naar een vergelijkbaar onderzoeksrapport van een ander initiatief in de omgeving waarin de nadelige gevolgen van windbelemmeringen zijn aangegeven voor de molen. Indiener geeft aan dat de genoemde schades worden herkent en dat bij overschrijdingen van de molenbiotoop, de situatie van de molen verder zal verslechteren. Indiener wijst verder op de molenbiotoopinventarisatie van de provincie Gelderland uit 2009 waarin de molen een kwalificatie ‘matig’ heeft gekregen. Indiener beargumenteert dat na 2009 de omgeving achteruit is gegaan. Indiener geeft aan dat de kosten van onderhoud en restauratie nu al nauwelijks op te brengen zijn, dat door het verlies aan windsnelheid het vermogen van de molen naar een lager niveau zakt en dat bij verdere verslechteringen de molen buiten bedrijf moet worden gesteld.
Reactie gemeente: Indiener geeft aan dat bij overschrijdingen van de molenbiotoop de situatie zal verslechteren. In het bestemmingsplan is geborgd dat bij de overschrijdingen de windvang op de molen niet mag verslechteren, doordat moet worden aangetoond dat de windvang van de molen niet beperkt wordt. Het rapport Deskundig oordeel Molenbiotoop laat zien dat het beoogde bouwplan geen negatief effect heeft op de windvang van de molen.
Indiener wijst op de tabel met windkrachtverlies en geeft aan dat bij alle berekeningen steeds bedacht moet worden dat het vermogen van een molen veel sterker afneemt dan de omvan g. Indiener geeft aan dat er vanuit kan worden gegaan dat de molen momenteel tenminste 10% tot 20% windverlies heeft, waardoor het vermogen van de molen ergens zit tussen de 73% en 51% . Indiener vertelt vervolgens het een en ander over hoe de molen in zijn werking gaat en welke activiteiten er plaats vinden. Vervolgens geeft de indiener aan dat door het verlies van windsnelheid het malen zeer bemoeilijkt wordt en dat betrokkenen alle mogelijkheden gebruikt om de molen en molenaarsambacht te behouden en door te geven aan de volgende generaties. Indiener concludeert dat verlies aan windsnelheid zorgt voor het zakken van het vermogen naar een nog lager niveau, wat als gevolg kan hebben dat de molen, een rijksmonument, buiten bedrijf gesteld moet worden. Indiener sluit de zienswijze af door te stellen dat de biotoopformule niet ter discussie moet komen te staan en dat er met een goede askophoogte gerekend moet worden. De indiener geeft verder aan dat de biotoopformule op een evenwichtige manier zekerheid biedt aan bouw- en beplantingsplannen en aan de molen.
Reactie gemeente: Zie eerdere reacties van de gemeente. Het onderzoek wijst uit dat de windvang wordt door de nieuwbouw niet belemmerd.
Conclusie Deze zienswijze is deels gegrond. Er is een aantal ambtshalve aanpassingen gedaan in het bestemmingsplan, zoals een juiste askophoogte. Het Deskundig oordeel Molenbiotoop is aangepast waardoor het duidelijk wordt welke gebouwen en bomen op de getekende lijn staan.
3. Ambtshalve aanpassingen Maximum bouwhoogte Allereerst is de maximale bouwhoogte (buiten de positie van de voorgestelde technische installaties) verlaagt van 11,5 naar 11,25 meter. Voor het voorgestelde bouwplan verandert hiermee niets, gezien het beoogde plan hier ca. 11,2 meter hoog is. Zoals de provincie aangeeft in bovenstaande zienswijze wordt de molen niet beperkt bij een maximale bouwhoogte van 11,25 meter. Hieraan ligt ten grondslag dat er een hoogteverschil van 0,75 meter is tussen het maaiveld van de molen en het maaiveld van het voorgestelde bouwplan. Borging molenbiotoop in algemene afwijkingsregels Verder is in artikel 7 Algemene afwijkingsregels aangegeven dat alleen kan worden afgeweken van regels binnen de vrijwaringszones (de molenbiotoop en straalpad) als ook wordt voldaan aan de regels die gelden voor deze vrijwaringszones, waardoor bij elke afwijking binnen artikel 7, zoals de 10%regeling (artikel 7.1 lid a) en de drie meter overschrijding voor installaties (artikel 7.1 lid b), zal moeten worden beoordeeld of aan de regels voor de molenbiotoop wordt voldaan.
Aanvulling Deskundig oordeel Molenbiotoop Het Deskundig oordeel Molenbiotoop (bijlage 12) waar de provincie naar verwijst is verder aangevuld en uitgediept, met onder andere een 2D stromingsanalyse die laat zien dat kan worden geconcludeerd dat de stroming ter hoogte van de molen niet negatief beïnvloed wordt wanneer de voorgenomen ontwikkeling van De Voord met overschrijding door de technische installaties wordt gerealiseerd. Het voorgestelde bouwplan heeft dus geen negatief effect op de windvang van de molen. Positieve advies provincie Gelderland betreffende de molenbiotoop Op 21 maart 2023 heeft de provincie Gelderland aangegeven dat het bestemmingsplan met bovengenoemde aanpassingen goed geborgd is en voldoet aan de instructieregel in de omgevingsverordening. Ze geven daarnaast aan positief te adviseren met betrekking tot de molenbiotoop en akkoord te geven op het bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25 in Elburg. Dit is in het bestemmingsplan opgenomen.
Bijlage 1: zienswijze 1 (geanonimiseerd)
Tr
AANGETEKENDE
POST
rSemeente
30 JAN. 2024
Ingek:
Zaaknr:
Gemeente t.a.v. de
Elburg
Documentnr.
gemeenteraad
van
de gemeente
Elburg
Postbus 70 8080 AB
Elburg
Elburg
29 januari 2024
Betreft:
zienswijze ontwerpbestemmingsplan
Veldbloemenlaan 25 te
Elburg
Uw referentie: NL.IMRO.0230.BPVELDBLOEMENLN25-ONT1
Geachte
gemeenteraad,
In “Huis
aan
Huis
Op
van
de onder punt 3.6
Elburg” van 2 januari 2024 is het “ontwerpbestemmingsplan Veldbloemenlaan 25, Elburg” bekendgemaakt. Hierop willen wij graag onze zienswijze kenbaar maken.
basis
weergegeven
Witpaard Gebiedsontwikkeling sloop- en bouwfasering verzoeken wij u het bestemmingsplan af te wijzen. van
het
Wij zijn van oordeel dat deze fasering
Bestemmingsplan
van
onacceptabele lange periode bestrijkt van ruim 4 jaar, waarbij enorme overlast zal worden ondervonden van het slopen, het storten en afvoeren van bouwafval, het aanleveren van bouwmaterialen, de bouwwerkzaamheden en het gebruik van machines en apparaten. Daarnaast zullen er veel extra verkeersbewegingen zijn ten behoeve van alle een
werkzaamheden. De betreffende locatie
ligt midden in een woonwijk, wat mede de lange periode onacceptabel maakt. Er wordt wel gekeken om de belasting op de bewoners van De Voord zo laag mogelijk te houden, terwijl daardoor de belasting op de omwonenden ernstig vergroot wordt. Er is dialoog geweest
weinig
naar
voren
van
De Voord
gekomen
de omwonende
met
wat voor
maatregelen
omtrent
De Voord
gaat
bovenstaande nemen
om
maar
daarin is te
de overlast te
voorkomen.
Op basis
de onder punt 3.3
van
weergegeven
van
het
Bestemmingsplan
Witpaard Gebiedsontwikkeling
van
bovenaanzicht:
Indien het
bestemmingsplan wel wordt goedgekeurd Veldbloemenlaan gewijzigd wordt:
willen
wij
dat de locatie
van
de uitrit tegenover
(geanonimiseerd)
Optie
1: De uitrit tegenover
het voetpad
situeren.
Optie
2: De uitrit ter
hoogte
het trottoir op straatniveau
koplampen
van
van
woningen
(geanonimiseerd) velbloemeniad
aangelegd
de voertuigen.
tussen de
van
Veldbloemenlaan
(geanonimiseerd)
te
se schuin op de weg laten aansluiten, waarbij wordt, ter voorkoming van het naar binnen schijnen van
Optie
rijrichting in de laad-/loszone te wijzigen, zodat vanaf de kant van de Oostelijke Rondweg gereden wordt en richting Klaverplein/Klokbekerweg uit gereden wordt. Hierdoor hoeven de vrachtwagens geen draai over de weg te maken, waarbij gevaarlijke situaties worden voorkomen. 3: De
in
Wij vertrouwen erop dat onze zienswijze zorgvuldig in uw besluitvorming.
bekeken wordt
(geanonimiseerd)
en
rekening
mee
gehouden
wordt
1 e.
ud
} I
I
1
L
rv-vc_c? rxli
1
Q £ S
"z
---J
o. ,’
<c
Pc
<*>
£c
CL,
<u cn c
c (D ro
EZ3
Z O
< 3o^o
CJ
NQ
8
§
Xst: sCT)USP
O
z
ZL
Poslbus 70 8080AB Naam: KBR Khikker Supermarkt *t Harde BV Adres: KlolbekenAzeg 164, 8081JJ Eburg <
o
is
ui n o S
ZLAF 1017/ 1990(Z)+Z
<< 1I ih E e
K'O
co z
a:
?
S S 8
CO
CL
a:
J!?
Bijlage 2: zienswijze 2 (geanonimiseerd)
Pagina
Gemeente Elbur:
1 van 12
PER AANGETEKENDE POST Gemeente
Ingek
-
31 JAN. 2024
Elburg
Tav. de gemeenteraad van de gemeente Elburg
Zaaknr.: Documentnr.:
Postbus 70 8080 AB
Elburg
Elburg, 30 januari 2024
Inzake:
Zienswijze tegen ontwerp bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25, Elburg
Ref.:
2000900055
Uw ref,
NL.JMRO.0230.BPVELDBLOEMENLN25-ONT1
Geachte
gemeenteraad,
In “Huis
aan
Huis
Elburg” van 2 januari 2024 is het ontwerp bestemmingsplan “Veldbloemenlaan 25, Elburg”
bekendgemaakt.
Middels dit schrijven maken
het onderhavige
geval worden
met
wij onze zienswijze kenbaar over dit ontwerpbestemmingsplan.
‘wij’ de volgende personen
In
bedoeld:
(geanonimiseerd) In de
bijlage is een machtiging bijgevoegd waarin ik,
(geanonimiseerd) ben gemachtigd |
om
namens
Pagina
2 van 12
Met vriendelijke
groet,
(geanonimiseerd)
-Bijlage: Machtiging.
Pagina 3 van 12 Zie
e tegen
TP bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25. Elburg
L. Inleiding
L. l De raad van de gemeente Elburg heeft het plan opgevat om de zorginstelling De Voord aan de Veldbloemenlaan in samenspraak met een initiatiefnemer te vervangen. Omdat het voorgenomen plan op onderdelen niet past binnen het geldende bestemmingsplan 'Elburg en Oostendorp', zoals vastgesteld op 22 april 2013, is het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied noodzakelijk, aldus de raad. De raad heeft daarvoor een ontwerpbestemmingsplan opgesteld welke nu ter inzage ligt voor een ieder en daarop hun zienswijze bekend kunnen maken.
L. 2 Het vervangende gebouw zal volgens het ontwerp ruimte bieden aan de bestaande 130 onzelfstandige zorgeenheden aangevuld met 24 appartementen voor reguliere bewoning. Daarnaast blijven de 15 onzelfstandige zorgeenheden van het gebouw uit 2007 ten westen van het hoofdgebouw behouden. De locatie biedt aldus in de toekomstige situatie ruimte aan 169 verblijfplaatsen.
Z. Wet ruimtelijke ordening
2. 1 Op grond van artikel 3. 8, eerste lid, onder c, van de Wet ruimtelijke ordening kan een ieder een zienswijze omtrent het ontwerpbestemmingsplan bij de raad indienen. Omdat " een ieder " dit kan doen, is het niet var belang of de zienswijze is ingediend door een belanghebbende.
2. 2 Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte er moet de betrokken belangen afwegen (zorgvuldigheidsbeginsel art. 3:2 Awb)
Pagina 4 van
12
(geanonimiseerd) AN de hand
van
is van oordeel dat het
plan niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Aar
de gronden die in deze zienswijze aanbod
vaststelling van het bestemmingsplan
3.1 Onder 3.3
van
komen zal worden
niet in overeenstemming
betoogd dat het besluit tot
het recht.
is met
gekeerde vleugel (de voorgevel) een
het bouwplan wordt aangegeven dat de naar de weg
hoogte van circa 11,5 meter en plaatselijk circa 12,5 meter krijgt in plaats van de huidige 8 meter hoogte. Dit is allereerst in
strijd met geldende bestemmingsplan waarin een maximale hoogte van 8 meter
aangegeven. Ook wordt de waarvan
de nieuw op
te
beoogde
nieuwbouw buiten het bestaande bouwvlak
richten vleugel dicht bij de woningen
aan
de Veldbloemlaan komt
het bestaande bouwvlak voldoende groot is om hier de nieuwbouw
3.2 De enorme toename
van
bouwvlak veroorzaakt tot
de woningen
van
gebouwd
maximale impact op de omgeving,
nummer
dichtstbijzijnde woning en
26, 28, 32, 34
het op
te
aan
met
name
als wordt
gekeken
meter
gaan
3.3 Naar oordeel
van
(geanonimiseerd) |
onderwerp onevenredig
in
is het voorgenomen
terwijl
een
stad als
ontwerpbestemmingsplan
het
van
naar
tussen
de afstand
de
bedragen. Dit is een
halvering van de huidige afstand tot de dichtstbijzijnde woning aan de Veldbloemlaan. zich op het standpunt dat dit geen passende afstanden zijn binnen
te staan,
toename
de Veldbloemlaan. De kortste afstand
richten gebouw zal ongeveer 23
gevolge
ten
realiseren.
te
hoogte van het op te richten gebouw en tevens de enorme
een
is
(geanonimiseerd) | stelt
Elburg met dorps karakter.
voor
wat
betreft dit
verhouding met het beoogde doel (art 3:4 Awb). Gelet op de afstanden
en
het
bouwoppervlak is evident sprake is van een onaanvaardbare aantasting van de privacy of het uitzicht of van onaanvaardbare
schaduwwerking van het enorme gebouw dat voor de woning verrijst.
Pagina 5 van
12
3.4 Gezien de ligging van het gebouw ten tussen
het gebouw
zomer
omdat
er
opzichte van de woningen aan de Veldbloemenlaan
en
de woningen zullen de bewoners in de ochtend niet kunnen genieten
en
door de hoogte
van
het nieuw op te richten gebouw
een
maximale
de afstand de zon in de
van
schaduwwerking zal zijn.
k. Stedenbouwkundige bezwaren „1 Door de plaatsing
van
de hoge modern uitziende
vleugels van 11 a 12,5 meter voor de woningen
Veldbloemenlaan
en
het historisch
Elburg zal er een aanzienlijk verschil bestaan in hoogte
tussen
de woningen
en
centrum
van
het op te richten gebouw.
ruimtelijke systeem
van
de
(geanonimiseerd)- dit stedenbouwkundig ontoelaatbaar, EN
omdat dit niet goed aansluit op de ruimtelijke verschijningsvorm het
aan
de 19e-eeuwse ring van
van
het bestaande
gebouw dat behoort tot
Elburg dat veelal bestaat uit gebouwen
met
een
driedeling van een plint, middenstuk en dakeindiging met een kap.
.2 Uit het bestemmingsplan cs.
merkt op dat dit een nieuw feit is t.o.v. eerdere tekeningen
| het
(geanonimiseerd) |
blijkt ook dat er sprake is van kolossale brede en hoge trappenhuizen.
en/of gepresenteerde maquette tijdens de
(geanonimiseerd) stelt zich, gezien het 19%
eeuwse
karakter van de stad
Elburg, op
standpunt dat dergelijke trappenhuizen niet passen in een gemeente als Elburg.
5. Parkeren
5.1
(geanonimiseerd) B
van
oordeel dat de huidige
parkeergelegenheden
niet afdoende
zijn bij de bouw
van
24 extra
als volgt. Bij nieuwe ontwikkelingen binnen de reguliere appartementen. Hiertoe overweegt (geanonimiseerd) |
gemeente Elburg is de Nota Parkeernormen Elburg leidend. Voor een verpleeg- en verzorgingstehuis is in de
parkeernota een parkeernorm van 0,7 parkeerplaatsen
per wooneenheid opgenomen. Derhalve dienen
volgens de eigen nota parkeernomen 101,5 parkeerplaatsen beschikbaar te zijn. Op parkeerplaatsen
beschikbaar
volgens het bestemmingsplan.
dit moment
er
zijn er 102
Pagina 6 van
12
5.2 Doordat er echter 24 appartementen het bestemmingsplan voornoemde
geldt een parkeernorm
parkeernorm bedraagt
van
een
tekort
de parkeerbehoefte
102 beschikbare wordt met echter
een
verwezen
naar een
van
parkeerplaatsen, immers volgens
per woning. Gerekend
de 24 appartementen 24*1,6
=
38,4
op 140.
onderzoek inzake de
aantal foto's
bezettingsgraad van 85%
over
de
duidelijk gemaakt dat op bepaalde tijdstippen er lege parkeerplaatsen zijn,
zijn deze foto's niet voorzien van metadata, in die zin dat de foto's niet zijn voorzien van het exacte Er staat slechts een datum
logischerwijs niet afdoende. Wie zegt dat degene die het onderzoek opgeschreven. Kortom er kunnen Derhalve dient op dit moment Derhalve dient de raad 140 met
uit het
en
tijdstip boven de foto's, dit is
heeft uitgevoerd wel alles juist heeft
overgelegde foto materiaal geen conclusies worden getrokken.
aansluiting te worden gezocht bij de parkeernormen
uit de
parkeernota.
parkeerplaatsen aan te houden, tenzij er een rapport wordt overgelegd
alleenstaande
van
24 appartementen
zonder
(of samenwonende) jonge mensen
Juist door het plan zal
er extra
zorgindicatie. Dit betekend feitelijk dat hier
komen
wonen
die
gebruik maken van een auto of auto's.
parkeerdruk in de omliggende straten worden verwacht, terwijl de
parkeerdruk nu al groot is. Ook draait de ouderenzorg, voor wat betreft de appartementen indicatie, voor een groot deel
(geanonimiseerd) | er
met
alle metadata.
5.4 Bovendien is er sprake
zodat
met
parkeerplaatsen zodat daar 87 parkeerplaatsen voor worden gerekend. In het rapport
tijdstip en datum waarop zij zijn genomen.
foto's
aan
1,6 parkeerplaatsen
parkeerplaatsen. Hiermee komt het totaal aantal parkeerplekken
5.3 In het bestemmingsplan wordt
5.5
bijkomen is daarmee
op
vrijwilligers, die af- en aanrijden om de zorg te ondersteunen.
is van oordeel dat daarom onder het
gebouw een parkeergarage dient te worden gerealiseerd
geen overlast zal ontstaan. Tot slot heeft de raad
op te nemen dat
zorginstelling.
met zorg
er ten
onrechte niet voor gekozen
om
in het
parkeren ten behoeve van de zorginstelling alleen mogelijk is op het terrein van de
plar
Pagina 7 van 12 5. Verkeer
5. 1 De raad geeft aan dat in de CROW publicatie 381 'Toekomstbestendig parkeren - kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' er voor verpleeg- en verzorgingstehuizen geen kencijfers voor verkeersgeneratie zijn opgenomen.
Berekening van de verkeersgeneratie op basis van kencijfers is hierdoor niet mogelijk, zo stelt
de raad. Het moge zo zijn dat dit niet is opgenomen in de CROW, echter is het belang dat nauwkeurig dient te worden
nagegaan
of het plan niet zal leiden tot onaanvaardbare verkeerhinder.
5. 2 Onder punt 5. 4. 1 geeft de raad aan: “aangezien de voorgenomen ontwikkeling vervangende nieuwbouw betreft waarbij, ten opzichte van de bestaande situatie, uitsluitend 24 appartementen worden toegevoegd, zal de verkeersgeneratie in de beoogde situatie niet noemenswaardig toenemen’.
5. 3 Nu de raad geen enkel rapport heeft overgelegd waarmee zij kan onderbouwen dat er geen onaanvaardbare verkeershinder zal ontstaan is zij daarmee tekort geschoten als verantwoordelijk bestuursorgaan op grond van
art. 3:2 Awb, het zorgvuldigheidsbeginsel. Immers op grond van dat artikel dient een bestuursorgaan bij
de voorbereiding van een besluit de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te weger belangen. Alvorens men
een
onderzoek
slag te liggen.
aan ten grond
groot project als deze wenst te laten doorgaan, dient daar een deugdelijk
6. 4 De stelling die de raad inneemt, namelijk, dat de verkeersgeneratie niet noemenswaardig toeneemt, is een zogenaamde blote stelling. Een stelling zonder enige onderbouwing aldus en dus geen waarde heeft. Kortom, alvorens een bestuursorgaan wenst over te gaan tot het nemen van bepaalde acties dient dat deugdelijk onderbouwd te worden met stukken. In het onderhavige geval heeft de raad in strijd met het motiveringsbeginsel gehandeld door bepaalde stukken niet te overleggen waaruit onomstotelijk blijkt dat er geen verkeershinder
zal ontstaan door het creeren van 24 extra onderkomens.
Pagina 8 van 5.5
12
(geanonimiseerd) |
is bovendien
van
oordeel dat er sprake is van
een
onderschatting van de impact van die 24
appartementen. De
toekomstige bewoners van die 24 appartementen zullen nog behoorlijk mobiel zijn
omdat het gaat
reguliere woningen en deze bewoners geen zorgindicatie hebben.
gaan om de
om
jongere mensen die daar hun intrek zullen hebben
en
vaker
Kortom gezien het za
gebruik zullen maken van een auto is
stelling dat de verkeersgeneratie niet noemenswaardig toeneemt onaannemelijk.
/. Industrielawaai
7.1
Bij de beoordeling van geluidsbelasting voor de omliggende woningen is volgens het rapport van Econsultancy aansluiting gezocht bij de VNG-brochure. De toetsingssystematiek bestaat uit vier stappen, waarbij per stap
een
van
de VNG-brochure
hogere geluidbelasting aanvaardbaar wordt geacht en telken:
hogere eisen worden gesteld aan het benodigde onderzoek en de motivering van het besluit waarmee planologische inpassing mogelijk wordt gemaakt.
7.2 Indien wordt voldaan
aan
de
toepasselijke richtafstand voor het aspect geluid uit de VNG-brochure, dan is
volgens de toetsingssystematiek in beginsel sprake van een aanvaardbare geluidbelasting (stap 1). In het onderhavige geval wordt daar volgens het rapport niet aan voldaan. Uit paragraaf 5.3 Bedrijven en milieuzonering van het rapport blijkt dat enkele woningen van
30 meter
voldoet
aan
aan
te tonen
-
en
dient de raad
volgens de toetsingssystematiek
dat de geluidbelasting op woningen
en
andere
de geluidwaarden als opgenomen in paragraaf B5.3 van
toegestane geluidbelasting op woningen
gebied
de Veldbloemenlaan binnen de richtafstand
liggen zodat zij overlast ervaren van het geluid behorende bij de zorginstelling.
7.3 In dit geval is stap 1 dus niet toereikend onderzoek
aan
in eerste instantie 50
dB(A) etmaalwaarde verkeersaantrekkende
voor
andere
geluidgevoelige bestemmingen
bijlage 5 van de VNG-brochure.
geluidgevoelige bestemmingen bedraagt
-
in
Deze
gemengd
dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70
het maximale
werking
en
met akoestisch
geluidniveau en 50 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van de rapport
normen
overschreden.
Pagina 9 van 12 f. k Bij overschrijding van deze waarden is planologische inpassing nog steeds mogelijk bij een geluidbelasting op
r. 5
woningen
en andere
geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde voor het
tangtijdgemiddelde beoordelingsniveau, 70 dB(A) etmaalwaarde voor het maximale geluidniveau en 65 dB(A) etmaalwaarde ten gevolge van de verkeersaantrekkende working. De raad dient dit dan te motiveren waarom
hij deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht (stap 3). ^ Bij een hogere
geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 is een ruimtelijke inpassing doorgaans niet mogelijk. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken (stap 4).
Strijd met motiveringsbeginsel In opdracht van Witpaard B. V. heeft Econsultancy een onderzoek inzake industrielawaai uitgevoerd voor de nieuwe zorginstelling aan de Veldbloemenlaan 25 te Elburg. De geluidsbelasting als gevolg van de bedrijfsactiviteiten van de nieuwe zorginstelling is op de omiiggende woningen bepaald en getoetst aan de richtwaarden uit de publicatie-VNG en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit, aldus de raad. De richtwaarden uit stap 3 van de pubiicatie worden in de dag- en nachtperiode overschreden zo blijkt uit de conclusie van het rapport. De grenswaarde uit het Activiteitenbesluit wordt alleen in de nachtperiode overschreden. Er dient nader te worden gemotiveerd of er sprake is van een goed woon- en leefkiimaat vooi de omiiggende woningen.
IJo De raad acht deze overschrijdingen acceptabel omdat de maximale geluidniveaus in de huidige situatie reeds voorkomen zo wordt gesteld door de raad. Daarnaast is in de toekomstige situatie geen sprake van een verslechtering van het akoestisch woon- en leefkiimaat, zodat de overschrijdingen acceptabel worden geacht.
Pagina 10 van
7.7 Wat
12
opvalt aan de motivatie van de raad is dat het een heel summiere motivatie is. Dit terwijl volgens het
stappenplan van de VNG
Awb, het motiveringsbeginsel. De lawaai komt
meer
is naar oordeel
niet wordt
van
deugdelijke wijze zoals bedoeld
dat er
aan
de Veldbloemenlaan. Deze motivatie
omdat de huidige frequentie
van
de bedoelde
geluidniveaus
aan
de rechterzijde
1x per
4x per week
komen, voor wasgoed
is dat 1x per week. De leveranciers leveren af
van
bij de ingang
het gebouw. Ook de pakketbezorgers (Post NL
dag. Voor de beschouwing van een worstcasescenario is uitgegaan van
pakketbezorgers en zeven vrachtwagens per dag voor de levering van goederen.
maximaal 10
andere woorden nader
lossen niet dusdanig
7.9 De motivatie
reguliere leveranciers voor voeding ongeveer
week, voor medische disposables
het facilitaire gedeelte
van
te motiveren
of de hiervoor
van
gegarandeerd.
55
De raad dient
genoemde frequentie van activiteiten voor het lader
hoog is dat dit voor de omwonende een onaanvaardbare frequentie is.
de raad luidt daarnaast dat het woon-
en
leefklimaat in de woning (binnenniveau) als
gevolg van de maximale geluidniveaus, bij aansluiting op de grenswaarden gebouwen
in art. 3:46
de raad luidt kort gezegd dat het niet uitmaakt dat er nog
van
hetzelfde niveau omdat dit lawaai al bestaat
e.d.) komen hier minimaal
met
een
vergeleken met de toekomstige frequentie.
is dat 2x per
van
motivatie
zac (geanonimiseerd) cores
7.8 Er wordt aangegeven
7.10
de raad dit dient te motiveren op
voor
aanpandige gevoelige
dB(A) etmaalwaarde, bij een geluidwering van de gevels van minimaal
De raad stelt ten slotte dat de nieuwe
20
dB, is
zorginstelling derhalve akoestisch inpasbaar wordt
geacht.
Uit welk gegeven
blijkt echter dat er 20 dB wordt tegengehouden.
de deskundige klakkeloos
over
zonder daar vragen
woningen wel zoveel decibel tegenhouden.
Dit
de gevels. De raad dient ex art. 3:46 Awb nader onderzoek Indien
er
De raad
neemt
de blote
stelling van
bij te stellen. Waaruit blijkt met andere woorden
blijkt nergens
uit, er is immers geen onderzoek
te motiveren waar
geen onderzoek is gedaan, dan dient dat alsnog
te
worden
gedaan
zij deze informatie op baseert.
gedaan naar de dikte en/of constructie van de muren van de woningen gedaan.
aan
dat de naar
Is er een
de Veldbloemenlaan.
Pagina
11
van
8.1 De raad
12
geeft onder 3.5 van het plan aan het hoofdgebouw van zorginstelling De Voord dateert uit 1996. De
raad stelt enkel dat het gebouw
zou
zijn verouderd en
niet
meer
zou
voldoen
de bouw-
aan
en
woontechnische vraag vanuit de zorgsector. Verder dan deze motivering komt de raad niet. Welke bouwwoontechnische aspecten
3.2 Kort
gezegd
heeft de raad
het bestaande
er
niet meer in orde
zijn volgens de raad komt
evident verzuimd
zeer
een
3.3 De
veel
extra
puin, het storten
van
inbreuk gaan
(geanonimiseerd) AEN er
tot
zo
van
buitengewoon
verkeersbewegingen ten behoeve
door het
beton, het aanleveren
slotte de bouwwerkzaamheden overmaat
vier jaar
met
geluidsoverlast zal worden veroorzaakt
een
van art. 3:46
dergelijke beslissing deugdelijk dient te motiveren ligt er onder andere
van
er een
noodzaak is om
gebouw tegen de vlakte te gooien en er een kolossaal nieuw gebouw te laten verrijzen. Een
ongevraagd zal worden geconfronteerd als gevolg
geheel niet aan bod.
deugdelijk te motiveren waarom
om
dergelijke handelswijze is evident in strijd met het motiveringsbeginsel raad
in het
en
van
van
alle
Awb. De reden dat de
in dat
(geanonimiseerd) Nn
veel geluidsoverlast
slopen van het bestaande gebouw, het afvoeren van het
bouwmaterialen, het afvoeren
van
bouwmaterialen
van
en
ten
waarbij logischerwijs gebruik zal worden gemaakt van grote machines welke
op het wooncomfort
is derhalve ook
verkeershinder
sloop- en bouwactiviteiten.
geluidsoverlast zullen veroorzaken. Dergelijke activiteiten zullen een
vormen
en
van
oordeel dat,
buiten gewoon grote
(geanonimiseerd) |
naast
het niet voldoen
aan
het deugdelijk motiveren
waarom
nodig een nieuw gebouw dient te komen, het bouwen van een nieuw gebouw niet in verhouding staat
de met het te dienen doel, te
weten
een
nieuwe
zorginstelling met hetzelfde aantal 130 onzelfstandige
onderkomens die een
gebouw gaat vervangen welke nog niet eens 28 jaar oud is. Een dergelijk gebouw
nog minstens 30 jaar
mee
op
grond van een
uit gebrachte rapport Bouwen voor de zorg
kan
Pagina
12
van
12
Perspectief voor de Nederlandse bouw’?
.
Kortom het voornemen
evident in strijd met het evenredigheidsbeginsel. Dat welke als volgt luidt: ‘De voor
een
of meer
om
zorginstelling te bouwen is
deze
beginsel is neergelegd
(geanonimiseerd)
Bouwen voor de
3:4, tweede lid, Awb
belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen nie
onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen’.
?
in artikel
zorgPerspectief voor de Nederlandse
bouw
https://
MACHTIGING
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) een
gezamenlijke zienswijze in te dienen tegen het ontwerp bestemmingsplan Veldbloemenlaan 25, Elburg van de
gemeenteraad van de gemeente Elburg d.d. 7 december ONT1,
strekkende
tot
de bouw
van
een
2023,
met
referentie NL.IMRO.0230.BPVELDBLOEMENLN25-
zorginstelling te (8081DZ) Elburg aan
het adres Veldbloemenlaan 25, zulks met de
macht van indeplaatsstelling.
Elburg, 29 januari 2024
(geanonimise rd)
NL
3SRPKS587468542
< jsi(n(2cnte Gacxct
Pobt fc)CA‘b
O
iSoSo AB
£/l:)C4r^ <
8080AB 70
mn
ZL
-WQ^+zJ
Posibus 70 8080AB Naa..:KBRKhiMerSupen,arkftHa,de < larde BV Adres: Klokbekerweg 164, 8081JJ Eburg