CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing Zuiderzeestraatweg West 109.pdf

Raadsvergadering 12 april 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Verklaring van geen bedenkingen Zuiderzeestraatweg West 109 in Doornspijk11.252 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Vlijm Zand en Grint Doornspijk

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Vlijm Zand en Grint Verantwoording aanvraag handelen in strijd met ruimtelijke regels bedrijfssituatie Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk

Project

:

Verantwoording voor de aanvraag handelen in strijd met ruimtelijke regels en de bedrijfssituatie van Vlijm Zand en Grint aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk

Projectcode Datum

: :

ORI 31374 februari 2021

Opdrachtgever/initiatiefnemer Contactpersoon

: :

Vlijm Zand en Grint de heer G. Vlijm

Gemeente Contactpersoon

: :

Elburg de heer E. Nijboer

Uitvoering

:

Cumela Advies, Nijkerk, dhr. T.F.A. Luttikhold

Status

:

definitief

Cumela Advies – Nijkerk

-3-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Cumela Advies – Nijkerk

-4-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

VOORWOORD Voor u ligt een ruimtelijke onderbouwing waarin nader wordt ingegaan op de diverse activiteiten en functies van Vlijm Zand en Grint te Doornspijk en de achtergronden van het beoogde planologische initiatief. Het initiatief bestaat uit het ‘handelen in strijd met ruimtelijke regels’ voor het gebruik van enkele percelen aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk voor een handel in zand, grond en grint en het realiseren van een nieuwe terreininrichting en het plaatsen van nieuwe bedrijfsbebouwing. Vlijm Zand en Grint heeft al enige jaren de behoefte aan een adequate- en doelmatige bedrijfslocatie aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk. Dit plan voorziet in de concrete (planologische) borging en realisatie van het gebruik van het plangebied. De vigerende ruimtelijke regels volgen uit de beheersverordening Elburg 2013 – meerdere locaties van gemeente Elburg. Deze beheersverordening is op 27 mei 2013 vastgesteld door de gemeenteraad. Door de gemeenteraad is op 29 mei 2013 het bestemmingsplan ‘Bedrijventerreinen Doornspijk – De Glinde’ vastgesteld. Echter door een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtsspraak van de Raad van state is dit bestemmingsplan op 4 februari 2015 vernietigd. Hierdoor is de beheersverordening Elburg 2013 – meerdere locaties van kracht geworden.

Economische ontwikkeling en toekomstperspectieven voor dienstverlenende (machinale) bedrijven ten behoeve van de infrastructuur, landschap- en natuurbeheer, grondverzet en overige werkzaamheden in de “buitenruimten” worden in grote mate beïnvloed door de gebruiksmogelijkheden van de eigen inrichting/bedrijfslocatie. Op de huidige locatie is een behoefte voor ruimte ontstaan ten aanzien van de stalling van materieel en de opslag van grond- en hulpstoffen. In de voorliggende ruimtelijke onderbouwing zijn de planologische, milieukundige en bedrijfsspecifieke aspecten in relatie tot de planologische ontwikkeling voor onderhavige locatie weergegeven. Het cumelabedrijf Vlijm Zand en Grint, is aangesloten bij Cumela Nederland. Cumela Nederland is dé belangenorganisatie voor een gespecialiseerde groep ondernemingen (cumelasector). Deze ondernemingen, alle specialisten in groen, grond en infra, verrichten werkzaamheden met mens en materiaal voor derden. Cumela Nederland kent een ledenaantal van ruim 1.900 professionele bedrijven werkzaam in genoemde sectoren. Cumela Advies maakt onderdeel uit van Cumela Nederland. Deze ruimtelijke onderbouwing is in opdracht van Vlijm Zand en Grint opgesteld door Cumela Advies. De inrichting- en landschapstekeningen zijn opgesteld door Johan Hofman Architect te Nunspeet.

Cumela Advies – Nijkerk

-5-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING ........................................................................................................................................... 8 1.1 Aanleiding ................................................................................................................................................. 8 1.2 Ligging plangebied en omvang ................................................................................................................ 8 2. VLIJM ZAND EN GRINT ...................................................................................................................... 13 2.1 Bedrijfsprofiel .........................................................................................................................................13 2.3 Beoogde situatie .....................................................................................................................................14 Figuur 4: Gewenste situatie .................................................................................................................. 16 3 Beleidskader......................................................................................................................................

17 3.1 Rijksbeleid ...............................................................................................................................................17 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ..............................................................................................17 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) .........................................................................17 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 .........................................................18 3.1.4 Nationaal Waterplan 2009 – 2015 ......................................................................................................18 3.2 Provinciaal beleid ...................................................................................................................................19 3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland .................................................................................................................19 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland .....................................................................................................19 3.3 Gemeentelijk beleid ................................................................................................................................22 3.3.1 Omgevingsvisie Elburg

2018...............................................................................................................22 3.3.2 Visiekaart ...........................................................................................................................................22 3.4 Conclusie beleidskader ...........................................................................................................................24 4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN ......................................................................................... 25 4.1 Milieuzonering ........................................................................................................................................25 4.1.1

Algemeen ......................................................................................................................................25

4.1.2

Gebiedstypen ................................................................................................................................25

4.1.3

Toetsing ........................................................................................................................................25

4.2 Milieu ......................................................................................................................................................26 4.2.1

Bodem...........................................................................................................................................26

4.2.2 Geluid / mobiliteit ................................................................................................................................26 4.2.3 Wet Natuurbescherming .....................................................................................................................27 4.2.5 Luchtkwaliteit ......................................................................................................................................30 4.2.6 Water...................................................................................................................................................31 4.2.7 Cultuurhistorie en archeologie ............................................................................................................32

Cumela Advies – Nijkerk

-6-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

4.2.8 Externe veiligheid ................................................................................................................................32 4.2.9 Geur .....................................................................................................................................................33 4.2.10 (Vormvrije) m.e.r.-beoordeling ..........................................................................................................33 4.2.11 Duurzaamheid ...................................................................................................................................33 5 UITVOERBAARHEID EN CONCLUSIE .................................................................................................... 34 5.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid.........................................................................................................34 5.2 Economische uitvoerbaarheid ................................................................................................................34 5.3 Conclusie .................................................................................................................................................34

Cumela Advies – Nijkerk

-7-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

1 INLEIDING In deze paragraaf is de aanleiding voor de ruimtelijke onderbouwing, de ligging van het plangebied, de vigerende bestemming en een nadere leeswijzer opgenomen.

1.1 Aanleiding Voorliggende motivatie is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt deze motivatie de onderbouwing van waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie, in dit geval de gewenste wijziging van Vlijm Zand en Grint van het bestemmingsvlak, het bouwvlak en het realiseren van een nieuwe bedrijfshal voor het stallen van materieel, werktuigen de gebruiksruimte. Initiatiefnemer is bedrijfsmatig gevestigd en woonachtig aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk. Het bedrijf Vlijm Zand en Grint is op de huidige locatie al bijna 12,5 jaar actief in gemeente Elburg en omgeving inzake infrastructurele projecten, grondwerk, grondverzet en cultuurtechnische werkzaamheden. De inzet van gemechaniseerde- en moderne apparatuur is vanaf het ontstaan van het bedrijf als een specialiteit aan te merken. Vanwege autonome groei en de toename aan mechanisatie is het aantal machines en werktuigen behorend bij het bedrijf de laatste decennia geleidelijk toegenomen. Ook de omvang van de afzonderlijke machines/werktuigen is qua capaciteit en maatvoering toegenomen. Daarnaast is door de groeiende behoefte aan opslag van bouw-, grond- en hulpstoffen behoefte ontstaan aan buitenopslag.

De huidige locatie biedt, op grond van het vigerende beheersverordening ‘Elburg 2013 – meerdere locaties’ te weinig mogelijkheden om in de gewenste bedrijfsomvang en bouwplan te voorzien. In de periode van 2015 tot 2019 is enkele malen contact geweest met gemeente Elburg. De gemeente Elburg heeft per schrijven van 7 mei 2019, kenmerk 31197, in beginsel positief gereageerd inzake het uitbreiden en wijzigen van de bestaande locatie. Aandachtpunten hierbij dat wordt voldaan aan de ‘laddertoets’ van stedelijke ontwikkeling en de belasting op de Zuiderzeestraatweg West door de ontsluiting van het perceel. Deze aspecten zijn in deze beoordeling voor het afwijken van de geldende ruimtelijke regels opgenomen. Aangezien het bouwplan niet kan worden gerealiseerd binnen de mogelijkheden van de beheersverordening ‘Elburg 2013 – meerdere locaties’ vanwege het wijzigen van het bouwvlak en het verzoek voor het wijzigen van de functie voor deze uitbreiding naar ‘Bedrijf’ is een afzonderlijke – buitenplanse – procedure nodig, via een omgevingsvergunningsprocedure voor de activiteit bouw en het afwijken van de ruimtelijke regels volgens artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied.

Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De realisatie van de bedrijfsloods op de gestelde locatie moet passen binnen de beleidskaders en er dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening.

1.2 Ligging plangebied en omvang Het plangebied op het perceel Zuiderzeestraatweg West 109/109a ligt in het buitengebied, circa 250 meter ten zuiden van Doornspijk. In de directe omgeving van het projectgebied zijn enkele bedrijven aanwezig. De overige gronden zijn in gebruik als landbouwgrond. In de verdere omgeving bevinden zich verspreid liggende woonfuncties en agrarische bedrijven. De afstand van het plangebied tot de kern van Doornspijk bedraagt circa 750 meter. Het bedrijfsperceel betreft een voormalige agrarisch bedrijf aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk en beslaat in de huidige situatie circa 5.200 m2 inclusief de woningen en bijbehorende gronden. De activiteiten zijn gegroeid na het beëindigen van de agrarische activiteiten. Ten aanzien van de locatie is niet eerder een vergunning verleend. Wel is een melding Activiteitenbesluit voor de werkzaamheden op de locatie

Cumela Advies – Nijkerk

-8-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

door de Omgevingsdienst ODNV geaccepteerd. Voor de bedrijfsmatige activiteiten wordt in de huidige situatie een gedeelte van het naastgelegen perceel, Zuiderzeestraatweg West 111 te Doornspijk, gehuurd. De huidige bedrijfslocatie is kadastraal bekend als gemeente Doornspijk, sectie D nummers 1428, 1429, 4803, 4804 en 4881 (ged.). In onderstaande afbeelding 1 is de locatie en de omgeving van de huidige situatie weergegeven. De bedrijfslocatie is met een rode rand aangegeven.

Figuur 1: Ligging projectlocatie (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Vanwege de ontwikkelingen van het bedrijf en het feit dat het bestemmingsplan ‘Bedrijventerrein DoornspijkDe Glinde’ niet onherroepelijk is geworden, zijn de huidige activiteiten in strijd met de beheersverordening Elburg 2013 – meerdere locaties en het bestemmingsplan Buitengebied 1980. Gemeente Elburg is voornemens om het Bedrijventerreinen Doornspijk-De Glinde alsnog te bestemmen. Mede door de komst van de Omgevingswet is nog onduidelijk wanneer deze procedure actueel wordt. Het huidig gebruik komt niet overeen met de functie ‘Agrarisch’ zoals deze nu geldt vanuit de beheersverordening. Ook is geen mogelijkheid aanwezig om via een binnenplanse afwijking de gewenste activiteiten toe te kunnen staan. Om de ontwikkeling van het bedrijf voort te kunnen zetten wordt met dit verzoek gevraagd om het realiseren van een bedrijfsterrein met bouwvlak voor Vlijm Zand en Grint. Het bedrijfsterrein omvat naast de mogelijkheid voor buitenopslag van bouw-, grond en hulpstoffen de realisatie voor een nieuwe bedrijfshal. Deze komt in de plaats van de bestaande bebouwing. Het verzoek omvat een bedrijfsterrein met bouwvlak met een totale oppervlakte van circa 4.000 m 2. De reeds aanwezige woningen met bijbehorende gronden wijzigen niet. De uitbreiding van bedrijfsactiviteiten zal voornamelijk in noordoostelijke richting uitbreiden.

De activiteiten op het gehuurde deel van het naastgelegen perceel worden beëindigd. Planologisch gezien zullen de gronden met de bestemming “Agrarisch” omgezet moeten worden in “Bedrijf”. Zie voor de uitbreiding en de nieuwe inrichting van het terrein onderstaande schets.

Cumela Advies – Nijkerk

-9-

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Figuur 2: Gewenste projectlocatie (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

1.3 (Geldend) bestemmingsplan Het plangebied, inclusief het gedeelte aan de overkant van de straat dat momenteel in gebruik is, valt binnen het vigerende Bestemmingsplan buitengebied 1980 / Beheersverordening “Elburg 2013 – meerdere locaties”. De huidige bestemming van de precelen AB, Agrarisch Gebied klasse B, met agrarisch bouwperceel. In afbeeldingen 3 en 4 is de locatie weergeven in de huidige planologische situatie.

Cumela Advies – Nijkerk

- 10 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Afbeelding 3: Bestemming in Beheerverordening Elburg 2013 – Meerdere locaties

Figuur 4: Bestemming van de locatie Buitengebied 1980 (Bron www.ruimtelijkeplannen.nl)

Cumela Advies – Nijkerk

- 11 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

De strijdigheden van de gewenste situatie heeft betrekking op het gebruik van de gronden, het bouwvlak voor het plaatsen van de opslag en keerwanden en de activiteiten ten aanzien van de het loonwerk- en grondverzet activiteiten. Het bestemmingsplan Buitengebied 1980, artikel 3, biedt geen rechtstreekse mogelijkheid om in de beoogde wijziging te voorzien. Dit betekent dat een wijziging van de beheersverordening conform artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, Wabo moet worden aangevraagd. Via deze onderbouwing is een verantwoording opgenomen, waaruit blijkt dat de gewenste ontwikkeling voldoet aan het vereiste van een goede ruimtelijk ordening. De gewenste ontwikkeling wordt gezien als een beperkte ontwikkeling voor een enkele locatie. De toepassing van de beheersverordening is voor dit verordeningsgebied mogelijk, omdat daarin sprake is van een feitelijk bestaande situatie. De gebieden waar grotere ruimtelijke ontwikkelingen spelen zijn buiten het verordeningsgebied gehouden. In het verordeningsgebied worden dan ook geen ontwikkelingen meer mogelijk gemaakt die nog niet zijn toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Wel zijn enkele perceelsgebonden ontwikkelingen mogelijk. Bij de perceelsgebonden ontwikkelingen gaat het om (kleinschalige) ontwikkelingen die in de geldende bestemmingsplannen al mogelijk waren gemaakt.

De vergunning wordt aangevraagd voor een specifieke bestemming waarbij sprake is van kleinschalige bedrijfsbebouwing en een beperkt gebruik. Dit voornemen past binnen het overgangsrecht van de beheersverordening. Daarbij wordt opgemerkt dat het voornemen aansluit met de voorwaarden uit het Bestemmingsplan Bedrijventerrein Doornspijk de Glinde 2013 met betrekking tot het bouwvlak, de bedrijfswoningen, bouw- en goothoogte, de milieucategorie en de ruitmelijke inpassing.

1.4 Leeswijzer In deze ruimtelijke onderbouwing wordt de goede ruimtelijke ordening gemotiveerd en verantwoord. Na dit inleidende hoofdstuk volgt hoofdstuk 2. Hierin is een beschrijving opgenomen van de activiteiten van het bedrijf en de sector. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de huidige situatie, een toelichting op de beoogde ontwikkeling en onderbouwing van de noodzaak. In hoofdstuk 4 wordt het Rijks-, provinciaal, en gemeentelijk beleid – voor zover relevant – behandeld. In hoofdstuk 5 wordt inzicht gegeven in de milieu- en omgevingsaspecten die van belang zijn voor de onderhavige bestemmingswijziging. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid en conclusie van dit plan.

Cumela Advies – Nijkerk

- 12 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

2. VLIJM ZAND EN GRINT Om een nader beeld te krijgen van de activiteiten van het Vlijm Zand en Grint in relatie tot de benodigde ontwikkeling aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk wordt in dit hoofdstuk een toelichting gegeven op het ontstaan van het bedrijf en de aard van de activiteiten.

2.1 Bedrijfsprofiel Vlijm Zand en Grint is al bijna 12,5 jaar actief in Doornspijk en omgeving. Het bedrijf is werkzaam in de grond, weg- en waterbouw, landschapsbeheer en onderhoud, groenvoorziening, straatwerk, cultuurtechnisch grondverzet en heeft een handel in zand, grind en overige gelijkwaardige producten. Met het moderne machinepark van het bedrijf kunnen projecten vakkundig worden uitgevoerd. De veiligheid van en op de werken is van groot belang. Zij verrichten werkzaamheden voor een diversiteit aan opdrachtgevers zoals bedrijven, particulieren, overheidsinstellingen, agrariërs en natuurorganisaties. Het gebrek aan goede stallingsruimte en een goede mogelijkheid voor buitenopslag is al geruime tijd één van de belangrijke aandachtspunten. Vlijm Zand en Grint wil dat hun bedrijf helemaal op de toekomst is voorbereid, met een professionele uitstraling passend bij deze tijd. De noodzakelijke uitbreiding geeft ze dan ook voldoende stallingsmogelijkheden naar de toekomst toe. Daar komt bij dat de bestaande bebouwing op instorten staat en op zijn minst aan een grondige renovatie toe is. De bestaande bebouwing is ook bedekt met vervallen asbest golfplaten. Ook is de buitenopslag noodzakelijk, het opslaan van grond en bouwstoffen is nodig voor de dagelijkse bedrijfsvoering. Een vergroting van het bestemmings- en bouwvlak is dan wel een absolute voorwaarde.

Vlijm Zand en Grint heeft daarom behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden ook buiten het bestaande bestemmings- en bouwvlak. Zoals gerefereerd vraagt de omvang van het materieel veel bebouwingsoppervlak voor het inpandig stallen van het materieel. Buitenstalling komt de levensduur van het materieel en de professionaliteit van het bedrijf, alsmede de visueel-ruimtelijke kwaliteit van de omgeving niet ten goede. Verrommeling op het terrein wordt tegengegaan. Hieronder wordt de wens voor de verruiming verder toegelicht.

2.2 Bestaande situatie De werkzaamheden van Vlijm Zand en Grint zijn in 2010 gestart aan de Zuiderzeestraatweg West 111. Hier is een gedeelte van circa 950 m 2 gehuurd van de opslag voor zand, grind en bouwstoffen. Dit gedeelte is in de huidige situatie nog steeds in gebruik. In 2015 zijn de percelen aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a aangekocht. Dit betreft een voormalig agrarische locatie. De percelen omvatten de bedrijfsbebouwing, het omliggende erf en twee woningen. Deze percelen omvatten een oppervlakte van circa 4.250 m2. Hierbij is circa 2.800 m2 in gebruik voor de bedrijfsmatige werkzaamheden. Op dit gedeelte is de voormalige agrarische bebouwing (gezamenlijke oppervlakte van 455 m2) aanwezig. De totale oppervlakte waar e activiteiten in de huidige situatie worden uitgevoerd bedraagt 5.200 m 2. Op het buitenterrein vindt voornamelijk de opslag van de verschillende bouw-, grond- en hulpstoffen plaats. In de voormalig agrarisch gebouwen wordt het materieel gestald om weersinvloeden op gevoelige onderdelen zoveel mogelijk te beperken. Op het bestaande erf is weinig beplanting aanwezig. Rondom de woningen staan enkele struiken en sierbeplanting. De gewenste locatie voor de uitbreiding is in gebruik als landbouwperceel. Het huidige perceel is niet voorzien van begroeing waardoor geen ruimtelijk inpassing aanwezig is.

De indeling van het bestaande bedrijf wordt momenteel gekenmerkt door ruimtegebrek. De opslag van diverse stoffen zijn kort op elkaar gesitueerd en het materieel wordt in de buitenlucht gestald. De toegangsweg richting het bedrijf en de woningen is aan de zuidwestzijde voorzien van een houtsingel. Deze houtsingel bestaat uit diverse inheemse boom- en struikvormers en hoort thuis in het landschap. Voor de huidige activiteiten is niet eerder een vergunning verleend. In 2015 is enkele keren contact geweest met gemeente Elburg over de plaatsing aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a en het bestemmingsplan.

Cumela Advies – Nijkerk

- 13 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Tijdens dit contact was reeds beroep tegen het bestemmingsplan Bedrijventerrein Doornspijk-De Glinde ingediend. Hierbij is besloten om een aanvraag in te dienen voor de vestiging op de locatie. Inmiddels is wel een melding Activiteitenbesluit voor de activiteiten ingeidend. Deze is doro gde Omgevingsdienst Noord-Veluwe geaccepteerd.

2.3 Beoogde situatie De gewenste wijzigingen hebben betrekking op het vergroten van het buitenterrein voor de opslag van bouw, grond- en hulpstoffen en manoeuvreerruimte. Daarnaast is de wens om een nieuwe bedrijfshal te realiseren voor de stalling van materieel. In onderstaand overzicht zijn de wijziging kort beschreven. Buitenopslag / opslagvoorzieningen Het onderdeel opslagvoorziening is essentieel als ‘verlengstuk’ van de dienstverlening van Vlijm Zand en Grint. De werkzaamheden dienen op de werklocatie (buiten de inrichting) normaliter vroegtijdig aan te vangen. Onderdeel van de werkzaamheden is het zorg dragen voor de hulp-, grond- en benodigde goederen/stoffen. Dit betreft bijvoorbeeld zand, grind, grond en bestratingsmateriaal. Voornoemde is ook van toepassing bij grondverbeteringsprojecten, terreinonderhoud of het aanleggen van landschapselementen. Bij genoemde werken is het zeer efficiënt dat Vlijm Zand en Grint direct de benodigde hulp-/grondstoffen kan meebrengen en ter plaatse nuttig kan toepassen. Andersom komt het ook voor dat vrijkomende grond of (afval-)stoffen niet direct toegepast kan worden en dat deze moeten worden afgevoerd.

Om dit vanuit bedrijfsmatig en strategisch oogpunt te realiseren is een doelmatige op- en overslag (strategische werkvoorraad) binnen de inrichting aan de Zuiderzeestraatweg West 109/109a reeds aanwezig en is uitbreiding hiervan gewenst. Op het buitenterrein van 2.200 m2 worden de diverse bouw-, grond- en hulpstoffen opslagen. De opslag wordt ingedeeld door het realiseren een aantal opslagvakken met een oppervlakte van circa 20 tot 40 m2 per vak. Deze vakken worden afgeschermd door keerwanden van 2,5 meter hoog. Op deze wijze is de opslag van diverse – gescheiden - partijen van zand/grond (div. kwaliteit/functie), groenmateriaal, afvalstoffen, bomenzand, e.d. effectief mogelijk. Rekening houdend met functionele ruimte voor het laden, lossen en manoeuvreren van de stoffen/goederen is een oppervlakte van circa 2.200 m2 voldoende voor de gewenste activiteiten. Mate van bebouwing Naast behoefte aan opslagruimte voor bouw-, grond- en afvalstoffen heeft Vlijm Zand en Grint behoefte aan een nieuwe bedrijfshal. Het bedrijf heeft een divers machinepark, waarvan een groot deel als ‘kwetsbare’ machines zijn aan te merken, vanwege onder andere: o o o o

Materieel bevat hoogwaardige technologie en elektronica; Materieel bevat draaiende, onbeschermde (tegen weersinvloeden) onderdelen; bij stilstand c.q. indien materieel niet in gebruik is, leidt dit tot roestvorming, ‘vastlopende’ onderdelen en derhalve storingen en dergelijke met een toename aan onderhoud/reparaties tot gevolg; Divers materieel en/of onderdelen daarvan zijn diefstalgevoelig; Diverse machines/ werktuigen zijn maar een deel van het jaar inzetbaar. In de tijd dat het materieel niet gebruikt wordt, is inpandige stalling vereist.

De huidige bedrijfsbebouwing, met een totale oppervlakte van circa 455 m2, dateert uit de periode dat een agrarisch bedrijf op het perceel was gevestigd. De inrichting en omvang van deze gebouwen voldoen niet aan de vereisten voor Vlijm Zand en Grint. Het voornemen is om de bestaande bedrijfsgebouwen te vervangen voor een nieuwe bedrijfshal met een oppervlakte van 460 m2. De stijl van de nieuwe bedrijfshal komt overeen met de aanwezige bebouwing in de omgeving. In de bijlage zijn enkele aangezichtstekeningen toegevoegd. De overige bebouwing, woningen en bijgebouwen voor privé gebruik, wijzigen niet met onderliggend verzoek. De nieuwe bedrijfshal wordt met name gebruikt voor de stalling van materieel, opslag van werktuigen en hulpgoederen die tegen weersinvloeden moeten worden beschermd. Tevens zal een gedeelte worden ingericht als kantoorruimte. De gewenste ruimten voor stalling en opslag is voor Vlijm Zand en Grint voldoende om naar de toekomst klaar te zijn. Een aanzichttekening van de bedrijfshal is in figuur 5 weergegeven. Deze hal vervangt de huidige bebouwing en past binnen het bestaande beeld.

Cumela Advies – Nijkerk

- 14 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Figuur 5: Aanzichttekening bedrijfshal

Watercompensatie Op het terrein zal een wadi worden aangelegd voor de opvang van niet-verontreinigd hemelwater van het verharde buitenterein en het dak van de nieuwe bedrijfshal. Door de aanleg van de wadi wordt het opgevangen hemelwater geborgen op de eigen locatie. Hierdoor wordt het effect van verdroging door de gewenste ontwikkelingen tot een minimum beperkt. Landschappelijke inpassing Rondom het buitenterein voor de opslag van bouw-, grond- en hulpstoffen worden keerwanden geplaatst met een hoogte van 2,5 meter. De buitenzijde van de keerwanden worden aangeplant gebiedseigen struiken. De verwachting is dat gemeente Elburg de gronden die grenzen aan de noordzijde van het projectgebied wil ontwikkelen als bedrijfsterrein. Daarnaast fungeert de bomenrij langs de Zuiderzeestraatweg West als een groene buffer vanaf de provinciale weg richting het projectgebied. De bestaande houtsingel langs de toegangsweg aanwezig blijft ongewijzigd. - Struiksoorten: haagbeuk, hondroos, gelderse roos, liguster en sleedoorn. De zuidzijde van het projectgebied grenst aan agrarische percelen. Deze situatie blijft, ook indien het bedrijfsterrein De Glinde wordt ontwikkeld, in de toekomst ongewijzigd. Door de aanplant van robuuste houtsingel wordt een duidelijke afscheiding gecreëerd.

Bomen en struiken in de houtsingel zorgen voor beschutting tegen de wind wat prettig is voor de functie van de locatie. Diverse soorten zijn geschikt om toe te passen en het is wenselijk om variatie aan te brengen. Meerdere soorten zorgen voor een diversiteit aan bloeitijden en bladkleuren. Struiken worden gewaardeerd door vogels die hier graag in broeden en verblijven. Er kan ervoor gekozen worden om een aantal bomen al als boomvormer aan te planten. Overige bomen of struikvormers kunnen worden aangeplant. - Soorten bosplantsoen: eik, vuilboom, beuk, berk, lijsterbes, veldesdoorn, hazelaar, meidoorn, kanstanje en/of vogelkers. In afbeelding 6 is de verbeelding van de toekomstige erfinrichting opgenomen.

Cumela Advies – Nijkerk

- 15 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Figuur 6: Gewenste situatie

Cumela Advies – Nijkerk

- 16 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

3 BELEIDSKADER In dit hoofdstuk is het relevante ruimtelijk beleid opgenomen.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vormt de nieuwe, overkoepelende rijksstructuurvisie voor de ruimtelijke ontwikkeling van Nederland tot 2028, met een doorkijk naar 2040. De SVIR ‘Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig’ is op 13 maart 2012 vastgesteld. In de SVIR is de inhoud van een groot aantal beleidsstukken, waaronder de Nota Ruimte en diverse planologische kernbeslissingen, opgenomen. De Nota Ruimte heeft vier algemene doelen: versterken van de economie, krachtige steden en een vitaal platteland, waarborging van waardevolle groengebieden en veiligheid. Op het gebied van verstedelijking zet de Nota Ruimte in op een voortzetting van het bundelingsprincipe. Bundeling draagt bij aan economische schaalvoordelen, benutting van (overheids)investeringen in voorzieningen (zoals die in infrastructuur), versterkt het draagvlak voor diverse stedelijke voorzieningen en beperkt de druk op het landelijk gebied. Bundeling van verstedelijking en economische activiteit betekent dat nieuwe bebouwing voor deze functies grotendeels geconcentreerd wordt gelokaliseerd. Dat wil zeggen zoveel mogelijk in het bestaand bebouwd gebied, aansluitend op de bestaande bebouwing. De Nota Ruimte streeft daarmee naar een optimale benutting van het bebouwd gebied.

Intensief ruimtegebruik door middel van bijvoorbeeld hoogbouw en ondergronds bouwen speelt daarbij een rol. Revitalisering, herstructurering en transformatie is cruciaal om deze ruimtelijke doelen van de Nota Ruimte te kunnen bereiken. Dat geldt eveneens voor een zorgvuldig beheer van het bestaand stedelijk gebied. De Nota Ruimte gaat in haar sturingsfilosofie uit van een vergaande mate van beleidsdecentralisatie. Dat wil zeggen dat het provinciaal beleidskader de komende jaren steeds meer richtinggevend zal zijn. Het rijksbeleid zoals opgenomen in de (ontwerp) SVIR richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de nationale belangen, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie, natuur, waterveiligheid, milieukwaliteit en bescherming van het werelderfgoed. Het beleid met betrekking tot verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk, onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’, over aan provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen daarbij de ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Alleen in de stedelijke regio’s rond de mainports Amsterdam en Rotterdam maakt het Rijk afspraken met decentrale overheden over de programmering van verstedelijking.

Deze nationale belangen en doelen hebben echter een dusdanig hoog abstractieniveau dat deze niet van toepassing zijn op voorliggend initiatief aan Zuiderzeestraatweg West 109/109a te Doornspijk. De Structuurvisie is niet van belang voor voorliggend initiatief. Conclusie: Voor het plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, de bufferzones, nationale landschappen, de Ecologische Hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee.

Cumela Advies – Nijkerk

- 17 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Uit de regels en kaarten behorende bij het Barro kan worden afgeleid welke aspecten relevant zijn voor het ruimtelijke besluit. In een bestemmingsplan of wijzigingsplan voor het landelijk gebied dient met name rekening te worden gehouden met de door het Rijk geformuleerde belangen inzake natuur (Ecologische Hoofdstructuur en Natura 2000-gebieden) en de kust en kustbescherming. Conclusie: Het plangebied ligt niet nabij de kust, zodat er geen sprake is van kustbescherming. Het plangebied ligt binnen landelijk gebied, maar niet in of in de directe nabijheid van een Natura 2000-gebied. De Natura 2000-gebieden Veluwe en Veluwerandmeren liggen beide op crica twee kilometer van het projectgebied. Ook is de projectlocatie niet gelegen in het invloedsgebied van het radarstation Nieuw Milligen. De beleidsregels vanuit het Barro zijn niet aan de orde voor onderhavig plan. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 3.1.6 Bro), 2017 Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen neemt het Rijk enkel nog een 'Ladder' voor duurzame verstedelijking op.

Deze ‘Ladder’ is per 1 juli 2017 gewijzigd in die zin dat het doel van de ladder is teruggebracht naar de essentie, te weten aan te geven dat de noodzaak van een voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte (plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd). Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en trede 3 van de Ladder komen te vervallen. Hierdoor neemt de bestuurlijke drukte af en ontstaat er ruimte voor regionaal maatwerk. De Ladder is onder andere van toepassing op woningbouwplannen die worden aangemerkt als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Bij het bepalen óf en hoe de Ladder moet worden toegepast zijn de volgende aspecten van belang: 1. Is er sprake van een stedelijke ontwikkeling? 2. Is de stedelijke ontwikkeling nieuw? 3. Wat is het ruimtelijk verzorgingsgebied? 4. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? 5. Ligt de ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied? In de SVIR is 'de ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. De ladder is ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is jurisprudentie opgenomen wanneer sprake is van stedelijke ontwikkeling.

De gewenste ontwikkeling bestaat uit het, middels een projectafwijkingsbesluit, realiseren van een bedrijfsterrein voor een loon- en grondwerkbedrijf. Bestaande agrarische bebouwing wordt vervangen voor een bedrijfshal en op het buitenterrein worden bouw-, grond- en hulpstoffen opgeslagen. De gronden kunnen niet voor andere bedrijfsmatige doeleinden gebruikt. In de verzameluitspraak is opgenomen dat wanneer bij de wijziging sprake is van kleinschalige bedrijfsbebouwing, een beperkte omvang van de bedrijfsbestemming en beperkte gebruiksmogelijkheden geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkelingswensen van Vlijm Zand en Grint komen overeen met een beperkte ontwikkeling ten aanzien van de beheerverordening Elburg 2013 – meerdere locaties en het bestemmingsplan Buitengebied 1980. Conclusie: De Ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing voor dit initiatief, doordat aan een enkel bedrijf beperkte gebruiksmogelijkheden wordt geboden. Opgemerkt wordt dat middels onderhavig ruimtelijke onderbouwing inzicht wordt gegeven in de goede ruimtelijke ordening. 3.1.4 Nationaal Waterplan 2009 – 2015 Het Nationaal Waterplan (Ministeries van V&W, VROM en LNV, 2009) is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998.

Het beschrijft de maatregelen die genomen moeten worden om Nederland ook voor toekomstige generaties veilig en leefbaar te houden en de kansen die water biedt te benutten.

Cumela Advies – Nijkerk

- 18 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Het Nationaal Waterplan bestaat uit een thematische uitwerking en een gebiedsuitwerking. Thema's die behandeld worden zijn: waterveiligheid, watertekort en zoetwatervoorziening, wateroverlast, waterkwaliteit en gebruik van water. Gebiedsuitwerkingen zijn er voor de kust, rivieren, IJsselmeergebied, zuidwestelijke Delta, Randstad, Noordzee, Noord-Nederland en de Waddenzee, hoog Nederland en het stedelijk gebied. Op basis van de Waterwet en de Wet ruimtelijke ordening heeft het Nationaal Waterplan de status van structuurvisie. Conclusie: Voor de uitvoering van dit plan en de beoordeling van het onderdeel ‘water’ wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 van deze onderbouwing. Door rekening te houden in het plan (bijvoorbeeld watercompensatie) met de uitgangspunten uit het watertoetsdocument wordt ook voldaan aan het Nationaal Waterplan. Het initiatief is niet in strijd met het geldende Rijksbeleid.

3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gelderland De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is dé provinciale visie voor de fysieke leefomgeving van Gelderland. In december 2018 is de Omgevingsvisie en –verordening vastgesteld. Deze documenten zijn op 1 maart 2019 in werking getreden. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland zijn de leidende principes of ‘rode draden’ bij alle initiatieven in de fysieke leefomgeving van de provincie Gelderland. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren. Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, leggen we bij het uitvoeren van onze taken de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland.

We geven hier richting aan door gezamenlijk zeven samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de verordening hebben we alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. We hebben daarom bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. Alleen de waterverordeningen (per waterschap) en de Gelderse Vaarwegverordening 2009 zijn (nog) niet in de Omgevingsverordening opgenomen. De Omgevingsverordening heeft daarom de status van: - Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1 Wet ruimtelijke ordening: - Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet Milieubeheer: - Natuurverordening in de zin van de Wet Natuurbescherming; - Waterverordening in de zin van de Waterwet; - Verkeersverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2 A van de Wegenverkeerswet. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Gelderland.

De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. In onderstaande verbeelding is de ligging van de projectlocatie weergegeven ten opzichte van de plankaarten uit de Omgevingsverordening Gelderland.

Cumela Advies – Nijkerk

- 19 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Figuur 7: Uitsnede Omgevingsverordening Gelderland

Uit de Omgevingsverordening Gelderland blijkt dat het projectgebied is gelegen in Nationaal landschap buiten het Gelders Natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone en Nieuw Hollandse Waterlinie en dat ter plaatse het plussenbeleid van toepassing is. Het voornemen moet worden getoetst aan artikel 2.56: ontwikkeling in Nationaal landschap. Artikel 2.56: ontwikkeling in Nationaal landschap 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage 6 Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2.

In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage 6.

In bijlage 6 bij de Omgevingsverordening Gelderland zijn de Kernkwaliteiten Nationale Landschappen vastgelegd. Op basis van deze bijlage is het plangebied gelegen binnen de begrenzing van Nationaal Landschap de Veluwe. Hierdoor moet worden beoordeeld op de ontwikkelingswensen van Vlijm Zand en Grint de kernkwaliteiten van de Veluwe, meer specifiek van het deelgebied Randmeerkust agrarisch, aantast. Beschrijving kernkwaliteiten Veluwe, deelgebied Randmeerkust agrarisch Zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos – open essen – strokenverkaveling – onregelmatige blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk.

Cumela Advies – Nijkerk

- 20 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

-

Binnen de elementen van deze hoofdgradiënt van het hoge Veluwemassief naar de kust komen kleine hoogteverschillen voor: op en rond de essen, smalle zandige ruggen in het veen, wisselende hoogten van (restanten van) strandwallen aan de kust.

Karakteristieke open veenweidegronden met een groot aantal zuid-noord stromende sloten en laaglandbeken; van hieruit zicht op de bossen van Flevoland en het Veluwemassief. - Het gebied is ontstaan in een kletsnat gebied, met kleiafzettingen door de zee, en met veen dat gevormd was in de kuststrook van de Zuiderzee, mede onder invloed van het water dat als kwel en via beken van het Veluwemassief kwam. Nog steeds is er sprake van kwel- en beekwater vanaf de Veluwe. Door ontginning in de Middeleeuwen is een onregelmatig ontwateringspatroon ontstaan met beekjes die in de nabijheid van de Zuiderzee vroeger onder invloed stonden van de zee (kreken). Sommige van de beken kennen meandering, zoals de Nodbeek. - Het gebied overstroomde voor de afsluiting van de Zuiderzee ieder jaar. Strandwallen, die door de zee zelf waren opgeworpen, boden plaatselijk weerstand tegen overstroming. Alleen aan de noordkant, bij Elburg, beschermden dijken het land – deze dijken liggen nog om het bij Elburg horende land. - De open veengebieden zijn vrijwel geheel in gebruik als grasland. - In de strook aan de Hierdense beek, van landgoed Hulshorst via landgoed De Essenburg stroomafwaarts, komt een andere schaal van openheid en afwisseling voor, die toevoegingen van opgaande beplanting in een halfopen landschap verdraagt voor de ontwikkeling van de Hierdense Poort.

Kleinschalige flank van het Veluwemassief met dorpen en buurtschappen, houtsingels en grasland Lintbebouwing parallel aan de hoogtelijnen: - Linten van oude hoeven komen voor op de zandrug langs Bijsselsche Beek en Molenbeek, en ten zuidwesten van Doornspijk. - Een deel van de hoeven staat op kunstmatig opgehoogde plaatsen: ‘pollen’. - Oude bebouwing in linten komt ook haaks op de hoogtelijn voor, maar dan in korte linten en uitsluitend aan de hoge kant. Enkele landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles. - De landgoederen maken gebruik van Veluws beekwater: Klarenbeek bij Doornspijk en Hierdensebeek bij Hierden en Hulshorst. Relatief gaaf ontwaterings-, ontsluitings- en verkavelingspatroon: regelmatig in het veenlandschap, onregelmatig in het kleilandschap; het vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Doornspijk en Wessingen springt eruit. - Het gehele gebied is in zijn structuur nog overwegend (laat)middeleeuws. Het iets hoger gelegen gebied van Doornspijk-Wessingen is nog ouder. - De percelen zijn overwegend strookvormig, de richting verspringt van plaats tot plaats in een kleinschalig patroon. Sloten fungeren als perceelgrenzen, behalve op de hogere gronden, waar houtwallen en prikkeldraad de grenzen zijn.

Toetsing aan kernkwaliteiten Randmeerkust agrarisch De voorgenomen ontwikkelingen hebben betrekking op het in gebruik nemen van agrarische gronden voor de buitenopslag van bouw-, grond- en hulpstoffen. Tevens wordt de bebouwing op het agrarische bouwperceel vervangen voor een nieuwe bedrijfshal. De gewenste ontwikkeling heeft geen betrekking op het wijzigen van de vorm van percelen. Omliggende beken worden niet in hun loop aangetast. Alsmede gezien de beperkte omvang van de gewenste situatie naar de omgeving kan worden gesteld dat de kernkwaliteiten van het Nationaal landschap niet worden aangetast. Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het geldende provinciaal beleid.

Cumela Advies – Nijkerk

- 21 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Elburg 2018 Op 30 januari 2019 is de omgevingsvisie Elburg 2018 door de gemeenteraad vastgesteld en wordt gewerkt naar een integrale toekomstvisie tot 2030. De gemeente Elburg wil tijdens deze periode meebewegen en in spelen op kansen en mogelijkheden en haar kwaliteiten ontwikkelen. Met een grensoverschrijdende, uitdagende en brede aanpak wil gemeente Elburg samenwerken aan de toekomst. Vanuit de visiekaart zijn de kernpunten van het beleid van de gemeente vastgelegd. Met de Idee-kaarten zijn de kernpunten verder uitgewerkt. Het initiatief omvat een bedrijf gelegen in het buitengebied. In onderstaande alinea’s is het voornemen getoetst aan de Omgevingsvisie Elburg 2018.

3.3.2 Visiekaart Onderstaande afbeelding geeft de ligging van het projectgebied weer in de visiekaart van de Omgevingsvisie Elburg 2018.

Figuur 8: Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Elburg 2018

Op basis van de visiekaart is de projectlocatie gelegen in het deelgebied ‘Kleinschalig gemend overgangsgebied’. De uitganspunten voor het wijzigingen dit deelgebied zijn als volgt beschreven: 1. De ontwikkeling is gericht op behoud van de karakteristieke afwisseling en voorkomen van vermindering van de ruimtelijke kwaliteit door bijvoorbeeld leegstand. Verdichting is mogelijk op plaatsen waar geen bebouwing aanwezig is. Ruimte voor verbreding van agrarische bedrijven is bedoeld om het karakter en de functionele diversiteit te behouden. Hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijven wordt gestimuleerd in plaats van nieuwbouw. 2. Gezien de brede functionaliteit van het gebied en in verband met het belang van het behoud van de ruimtelijke kwaliteit, zijn er functioneel veel mogelijkheden. Uiteraard passend binnen de kaders rondom omgevingsaspecten en wanneer andere functies niet gehinderd worden in het voortbestaan. Denk aan woon-zorg-initiatieven (zorgboerderij), toeristisch-recreatieve initiatieven, kleinschalige bedrijvigheid en coöperatieve initiatieven. Belangrijk is dat het kleinschalige initiatieven zijn en er sprake is van een goede landschappelijke inpassing, duurzaamheid, ecologisch verantwoord ondernemen en energieneutraliteit. De gemeente stelt zich hierin faciliterend op.

Cumela Advies – Nijkerk

- 22 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

3. In dit deelgebied kunnen kleinschalige uitbreidingen van woon- en werkgebieden plaatsvinden, die afgestemd zijn op de concrete behoefte, goed landschappelijk ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristiek en een goede bereikbaarheid gewaarborgd is. Het vergroten van recreatief gebruik in het gebied wordt gestimuleerd. Dit maakt ook het wonen aantrekkelijker. Het groen moet de kernen blijven dooraderen en er moeten goede verbindingen zijn met het buitengebied. Vooral actieve recreatie is wenselijk, welke ook gezondheid bevorderend werkt. 4. Woningen en bedrijven moeten de ruimte krijgen om zich aan te passen aan wijzigende behoeften door de jaren heen. Voor de gemeente is het een aandachtspunt om de openbare ruimte ook te laten meegroeien. De gewenste ontwikkeling past binnen de kernpunten zoals opgenomen voor het Kleinschalig gemengde gebied. Vlijm Zand en Grint is te categoriseren als een kleinschalig bedrijvigheid en gevestigd op een bestaande voormalige agrarische locatie. De functies in de omgeving van het plangebied worden niet gehinderd in het voortbestaan. De Omgevingsvisie Elburg 2018 biedt ruimte voor kleinschalige ontwikkelingen en uitbreidingen van bestaande bedrijven, mits afgestemd op concrete behoefte, en mits landschappelijk goed ingepast. De ontwikkeling voldoet hieraan.

3.3.3 IDee-kaart De Omgevingsvisie heeft een belangrijke rol in het op gang brengen van investeringen die bijdragen aan het bereiken van beoogde ambities en in het algemeen ook moeten leiden tot een kwaliteitsversterking. De IDee-kaarten voor samenhangende deelgebieden hebben hierin een belangrijke rol. Deze deelgebieden zijn afgebakend op basis van de gebiedsindeling van de Omgevingsvisie. Leidend daarvoor zijn de ontstaansgeschiedenis, de geomorfologische samenstelling, het functionele gebruik en de beleving van het gebied. Vanuit de visie op hoofdlijnen voor Elburg en de thematische uitwerkingen, benoemen de IDee-kaarten voor de deelgebieden: - de ambitie: Het doel, het streven voor het gebied en de afweegbare ontwikkelingsmogelijkheden op hoofdlijnen; - de uitgangspunten kwaliteit: de uitgangs-/vertrekpunten die belangrijk zijn voor het behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en identiteit van het gebied (de identiteitsdragers); De IDee-kaarten hebben een functie in het losmaken van en inspireren tot initiatieven, maar bieden in eerste opzicht ook duidelijkheid over de afweegbare mogelijkheden en welke uitgangspunten belangrijk zijn voor een goede inpassing en daarmee voor een soepel proces rondom het initiatief. Door de gemeente zijn een aantal IDee-kaarten opgesteld. Voor het plangebied is IDee-kaart Doornspijk & Hoge Enk van toepassing.

Onderstaande afbeelding geeft een uitsnede van de IDee-kaart Doornspijk & Hoge Enk weer waar op de projectlocatie is weergegeven.

Cumela Advies – Nijkerk

- 23 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Projectlocatie

Figuur 9: Uitsnede IDee-kaart Doornspijk en Hoge Enk

Uit de IDee-kaart blijkt dat de projectlocatie is gelegen op een locatie die is aangewezen als ‘toekomstig bedrijventerrein’. Het realiseren van een bedrijfsterrein voor Vlijm Zand en Grint met de bijbehorende bedrijfsmatige activiteiten past op deze wijze op de gewenste locatie. Bij een komende wijziging van het bestemmingsplan, of het opstellen van een omgevingsplan onder de Omgevingswet, kunnen de activiteiten van Vlijm Zand en Grint op de gewenste locatie worden aangewezen. Conclusie Gezien de resultaten van de toetsing op de verschillende omgevingsaspecten blijft met onderhavig plan een goede balans aanwezig tussen de verschillende functies in de omgeving van het plangebied. Tevens voldoet het initiatief aan de voorwaarden uit het Landschapsontwikkelingsplan van gemeente Elburg.

3.4 Conclusie beleidskader Uit de beoordeling blijkt dat vanuit het Rijksbeleid, provinciaal en gemeentelijk beleid geen belemmeringen meer aanwezig voor deze ruimtelijke ontwikkeling. In hoofdstuk 4 wordt verder ingegaan op de toets aan de geldende wet- en regelgeving rondom milieu- en beschermende waarden.

Cumela Advies – Nijkerk

- 24 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

4 PLANOLOGISCHE UITVOERINGSASPECTEN Het realiseren van het bestemmings-/bouwvlak ‘Bedrijf’ en het bebouwd oppervlak (bouwvlak) voor Vlijm Zand en Grint heeft een directe relatie tot de ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de effecten van het beoogde plan nader aan de orde gesteld.

4.1 Milieuzonering 4.1.1 Algemeen Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.

De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. Deze wijze van beoordeling volgt tevens uit vaste jurisprudentie van de Raad van State. Ook de gemeente Elburg onderschrijft deze mogelijkheid door deze mogelijkheid te bieden via artikel 10.5 van het bestemmingsplan. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. 4.1.2 Gebiedstypen In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.

Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het projectgebied is gelegen in het buitengebied, waar sprake is van sterke menging van functies. De aanwezige functies in de nabije omgeving betreffen bedrijvigheid, agrarisch, wonen, maatschappelijk en verkeer. Daarom wordt in dit geval uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. 4.1.3 Toetsing Of de bedrijfshal en de gewenste activiteiten op de locatie past moet de uitwaartse zonering worden getoetst. Dit houdt in dat de nieuwe activiteiten niet mogen leiden tot meer of zwaardere negatieve effecten op omliggende gevoelige objecten. De milieueffecten komen overeen met milieucategorie 3.1, met een gemiddelde hinderafstand van 50 meter. De afstand tussen de gevel van de meest nabij gelegen woning van derden naar de bedrijfsactiviteiten bedraagt circa 60 meter. In onderstaande verbeelding is de locatie met een cirkel van 50 meter aangegeven.

Cumela Advies – Nijkerk

- 25 -

november 2020

Ruimtelijke onderbouwing – Zuiderzeestraatweg West 109/109a Doornspijk

Figuur 10: Afstand 50 meter rondom de projectlocatie

Binnen 50 meter van de activiteiten zijn geen gevoelige objecten aanwezig. De transportbewegingen van de activiteit komen overeen met de transportactiviteiten van het loonwerkbedrijf. Dit geldt zowel voor de transportmiddelen en de transportroutes over het bedrijfsterrein. Deze activiteit wijzigt daardoor niet. Hiermee wordt geconcludeerd dat wordt voldaan aan de voorwaarden van milieuzonering.

4.2 Milieu Naast de planologische aspecten dient eveneens rekening te worden gehouden met de milieuhygiënische aspecten. De meest relevante aspecten voor onderhavig project zijn uitgewerkt. 4.2.1 Bodem Er is niets bekend over voormalige bodembedreigende activiteiten. Op basis van de regionale bodemkwaliteitskaart valt de bouwlocatie onder de kwaliteit achtergrondwaarde. In het kader van de omgevingsvergunning “bouwen” is een bodemonderzoek ook niet noodzakelijk. Met betrekking tot de bodemkwaliteit levert de bouw van een machineberging en vergroting van het bestemmings- en bouwvlak dan ook geen belemmeringen op. Bij de uitvoering van de werkzaamheden worden voldoende maatregelen getroffen om bodemverontreiniging te voorkomen. Hiervoor zijn de eisen uit het Activiteitenbesluit van toepassing. Voor de start van de werkzaamheden wordt beoordeeld of kabels en/of leidingen aanwezig zijn. Hiervoor wordt informatie opgevraagd bij het Kabels en Leidingen Informatie Centrum. 4.2.2 Geluid / mobiliteit Een machineberging is geen geluidgevoelig object. Verkeerslawaai is geen aandachtspunt. Een uitbreiding van het machinepark is niet aan de orde. Tevens is in een nieuw akoestisch onderzoek uitgevoerd door Adviesbureau Van der Boom. Dit onderzoek is als bijlage aan de aanvraag gevoegd en is representatief voor de geluidsuitstraling naar de omgeving.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=d7edf190-be8d-4f9b-aa21-59c2c94b732f