Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ongenummerd
Tekst van het document
werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp;
31
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg 4. levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; 5. en wederopbouw: het tonen van een tijdperk. Cultuurhistorische Waardenkaart Gelderland De provincie Gelderland heeft een cultuurhistorische waardenkaart waarin de belangrijke archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren van de provincie zijn weergegeven. De provincie beoogt hiermee de identiteit van de Gelderse regio's te behouden door cultuurhistorische elementen herkenbaar te maken en in stand te houden. Daarnaast zet ze in op een constante ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische waarden door uitvoering te geven aan programma's en projecten. Onderzoek Het plangebied ligt circa 60 m ten noorden van de historische vesting van Elburg. De oudste vermelding van Elburg (Elberge) dateert uit 1190, de vesting zelf is aan het einde van de 14e eeuw aangelegd. In de zeer planmatige stadsplattegrond zijn nog relicten van de voorganger van de vesting te herkennen, met name nabij de enigszins gekromde Ellestraat (Rutte e.a., 2003). Het vroegste bewoningslint van Elburg aan de Ellestraat is op een kwelderwal aangelegd. Wat de begrenzing van de bewoning van deze vroege fase van Elburg ligt is onbekend.
Veel van deze vroegere bewoningssporen zijn bovendien uitgewist door activiteit in de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd, met name binnen de vesting zelf. Het is dan ook de vraag of er in het plangebied sporen uit deze periode te verwachten zijn. Meer informatie kan worden verkregen aan de hand van historisch-topografische kaarten. De oudst geraadpleegde kaart waarop het plangebied staat afgebeeld is die van Jacob van Deventer uit 1560 (figuur 2). Hierop zijn de stadstuinen te zien, waar het plangebied deels binnen of net naast ligt. Vermoedelijk is de westelijke begrenzing van de stadstuinen oorspronkelijk een verlengde van de Ellestraat, inmiddels onderbroken door de stadsgracht. In of net ten westen van het plangebied, aan de westzijde van de Kamperdijk is tevens een watergang zichtbaar. Deze watergang vormde de enige verbinding met de Zuiderzee tot aan de aanleg van de haven bij de Vispoort in de 17e eeuw. Het is dan ook aannemelijk dat er handel werd gedreven via deze watergang gedurende de Middeleeuwen en Vroege Nieuwe Tijd. Gezien de geringe nauwkeurigheid van deze kaart is de exacte begrenzing van de watergang onbekend, maar duidelijk is dat deze direct ten westen van de huidige Kamperweg ligt (een voormalige dijk). De watergang is zodoende in het plangebied zelf te verwachten. Wat de exacte ligging, breedte en diepte is, is onbekend.
Naar deze watergang is namelijk nog geen onderzoek gedaan (bij de boringen aan de Hellenbeek Zuid zijn geen aanwijzingen voor een watergang waargenomen). Na de aanleg van de haven ten westen van Elburg is deze watergang gedempt, vermoedelijk in de 17e eeuw. Sindsdien had ook de Kamperdijk direct ten westen van het plangebied geen waterkerende functie meer, maar verzorgde het nog wel de doorgaande route tussen Elburg en Doornspijk in het noorden.
Figuur 4.1: Uitsnede van het plangebied (rood omlijnd) op een kaart van Jacob van Deventer (1560; beeldbank.cultureelerfgoed.nl).
32
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Figuur 4.2 toont de situatie omstreeks 1832. De watergang is inmiddels gedempt. Wat verder opvalt is dat de stadstuinen wat zijn uitgebreid. Opmerkelijk is dat de westelijke begrenzing van de tuinen nog steeds in het verlengde van de Ellestraat is gelegen. Aan de oostzijde worden de tuinen begrensd door de Kamperweg. In het plangebied zelf zijn twee gebouwen zichtbaar. Eentje ligt aan de westkant en precies op de zuidgrens staat een tweede gebouw. Volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels (de bijlagen bij het Kadastrale Minuutplan) betreffen het beide tuinhuisjes. Voor zover bekend is het plangebied verder niet bebouwd geweest, met uitzondering van een kas die aan het einde van de twintigste eeuw is gerealiseerd (www.topotijdreis.nl; niet als kaartbeeld opgenomen). Deze besloeg circa 400 m2 en is recent gesloopt. Naar verwachting heeft dit niet tot benoemenswaardige bodemverstoringen geleid.
Figuur 4.2: Uitsnede van het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832 (hisgis.nl). Binnen het plangebied zijn geen monumenten aanwezig. De locatie is gelegen in een beschermd stads- en dorpsgezichten. De uitgangspunten hiervoor kunnen als volgt worden geformuleerd: het behoud van de functionele structuur in het plangebied; het behoud en de bescherming van het beschermde stadsgezicht; het behoud van de specifieke ruimtelijke structuur in het plangebied, waaronder specifieke bebouwingsstructuren; de voormalige schootsvelden blijven zo veel mogelijk vrij van (hoge) bebouwing die het zicht op de vesting belemmeren; het behoud van de aanwezige functies in het plangebied; het behoud van de ruimtelijke en functionele structuur van het grootschalige groen in het
33
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg plangebied, waaronder de voormalige schootsvelden; het behoud van de beeldbepalende waterstructuren. Als gevolg van het onderhavige plan gaan geen cultuurhistorische waarden verloren en is het plan niet in strijd met de hiervoor genoemde uitgangspunten. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van dit plan. Conclusie Cultuurhistorie is geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.5
Flora en fauna
4.5.1
Algemeen
Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden.
In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend. Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk 'soortbescherming': 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). 2. Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). 3. Nationaal beschermde 'andere soorten' (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden.
Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen. Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een 'Nee, tenzij'- toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden.
34
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg 4.5.2
Onderzoek
In september 2022 is door Ecofect een quickscan natuurtoets uitgevoerd om te onderzoeken of de geplande werkzaamheden mogelijk de Wet natuurbescherming overtreden (zie Bijlage 7 Quickscan natuurtoets). Uit het onderzoek blijkt: Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie ligt op circa 780 meter van N2000-gebied de Randmeren en bijna 4 kilometer van N2000-gebied de Veluwe. Gezien de aard van de werkzaamheden, de projectlocatie, tussenliggende bebouwing en de (effect)afstanden (licht, trilling en geluid) tot de Natura2000 gebieden, wordt er geen verstoring of negatieve effecten verwacht op genoemd gebied. Natuur Netwerk Nederland Het plangebied ligt in landelijk gebied en op ruim 250 meter van de groene ontwikkelingszone van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Omdat het NNN in Gelderland en de Groene Ontwikkelingzone geen externe werking kent en het plangebied niet gelegen is in het NNN en GO, is een verdere toetsing niet aan de orde. Stikstof Met de voorgenomen ontwikkelingen aan de Kamperweg (nabij 5) te Elburg is een stikstof berekening noodzakelijk om uitsluitsel te kunnen geven of de geplande ontwikkelingen voor de aanlegfase en de gebruiksfase niet de grenswaarde van stikstofdepositie van 0,00 mol/ha/j overschrijden. In oktober 2024 is door Ecofect een stikstof onderzoek uitgevoerd (zie Bijlage 8 Stikstofonderzoek).
Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de aanlegfase en de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de nieuwe gebruiksfase. Er is geen vergunning ten aanzien van de Wet natuurbescherming nodig. Soortbescherming Flora Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten in het plangebied. Er is geen overtreding Wet natuurbescherming. Vleermuizen Nabij de planlocatie zijn geen bomen aanwezig met vleermuispotentie. Hierbij kan gedacht worden aan holten en loshangende schors hetgeen niet aanwezig is op de planlocatie. Eventueel aanwezige soorten zullen geen hinder ondervinden van de geplande ontwikkeling en er zullen geen verblijfplaatsen verloren gaan. Een nader onderzoek (conform het vleermuisprotocol 2021) naar gebouw- of boombewonende vleermuizen is niet noodzakelijk. Zoogdieren Er is geen overtreding Wet natuurbescherming. Vogels Ten aanzien van vogels is geen nader onderzoek noodzakelijk.
Overige soorten’ Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Er is geen overtreding Wet natuurbescherming.
35
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Houtopstanden In het plangebied worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 4.5.3
Conclusie
Er zijn vanuit flora en fauna geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Algemene zorgplicht Heb respect voor alle wilde flora en fauna en tracht het doden, verontrusten en beschadigen van aanwezige soorten te voorkomen of, indien voorkomen in redelijkheid niet mogelijk is, dit zo veel mogelijk te beperken. Zorgvuldig handelen Deze vorm van soortbescherming is gekoppeld aan soorten met een juridisch beschermde status. Er dient invulling te worden gegeven aan zorgvuldig handelen tijdens de uitvoering van werken die vallen onder ruimtelijke ontwikkeling. Zorgvuldig handelen betreft: 1. Voorkomen dat schade optreedt aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld andere projectlocatie kiezen). 2. Beperken van schade aan beschermde planten en dieren (bijvoorbeeld beschermingszone hanteren rondom een bewoond vogelnest of verplaatsen beschermde planten.
3. Ongedaan maken van schade aan beschermde planten en dieren: a. Preventief: alternatieve verblijfplaats (mitigerende maatregelen) realiseren voordat het werk uitgevoerd wordt (bijvoorbeeld aanleg van een poel voor de gewone pad).
b. Achteraf: opgelegd door het bevoegd gezag indien onzorgvuldig is gehandeld. 4.6
Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai
4.6.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Wegverkeerslawaai Met betrekking tot geluid veroorzaakt door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidgevoelige objecten. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) hoofdstuk VI, afdeling 1 bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone. Als in deze zone geluidgevoelige bebouwing wordt geprojecteerd dan dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De breedte van deze zone is afhankelijk van: de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied; het aantal rijstroken.
In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 200 meter; wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter.
36
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg In buitenstedelijk gebied worden drie typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 250 meter; wegen met drie of vier rijstroken: 400 meter; wegen met vijf of meer rijstroken: 600 meter. De volgende wegen hebben op grond van artikel 74 Wgh geen zone: wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied; wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur. Spoorweglawaai Spoorwegen hebben een zone, waarvan de breedte afhankelijk is van de hoogte van het geluidsproductieplafond. In artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder is de breedte van de zone aangegeven. De zonebreedte varieert van 100 tot 1.200 meter. Bij ontwikkelingen rond geluidsgevoelige bestemmingen in de zone of wijzigingen aan de spoorlijn moet akoestisch onderzoek worden gedaan. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 55 en 68 dB (Lden), afhankelijk van de situatie. Industrielawaai Rondom industrieterreinen waarop de mogelijkheid aanwezig is tot vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers, is op grond van art. 41 van de Wgh een geluidszone vastgesteld.
In geval van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone of een wijziging aan het industrieterrein of de geluidszone is een akoestisch onderzoek vereist. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 50 en 65 dB(A) (Letm), afhankelijk van de situatie. Buiten de zone mag de geluidsbelasting nooit meer dan 50 dB(A) (Letm) bedragen. Er dient te worden gewaarborgd dat deze waarde, en de eventuele vastgestelde hogere grenswaarden niet worden overschreden. Middels zogenaamd zonebeheer wordt daarvoor continu de totale vergunde geluidsbelasting vanwege het industrieterrein beheerd. 4.6.2
Onderzoek
Voor onderhavig plan is van belang wegverkeerslawaai. Wegverkeerslawaai Voor het aspect wegverkeerslawaai is gekeken op de geluidskaarten van het RIVM. Het plan wordt omsloten door (met name) 30 km/uur -wegen (Kamperdijk/Kamperweg, Oude Bleeksweg, J.P. Broekhovenstraat). De Kamperweg is deels 60km/uur. De woningen vallen binnen de zone van deze weg. Gezien de inrichting (doodlopend, agrarisch bestemmingsverkeer) zal ook hier geen noemenswaardige geluidbelasting optreden. In het kader van goede ruimtelijke ordening is www.atlasleefomgeving geraadpleegd. Hieruit blijkt zoals in figuur 4.1 is te zien de geluidbelasting op de gevels ten gevolge van de omliggende wegen, lager is dan 45 dB en dus ruimschoots onder de voorkeurgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is dan ook niet noodzakelijk.
37
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Figuur 4.1: Uitsnede geluidkaart RIVM
4.6.3
Conclusie
Het aspect geluid is geen belemmering voor de realisatie van het plan. Aangezien de geluidbelasting op de gevel lager is dan 48 dB, is de binnenwaarde ook ruim onder de 33 dB.
4.7
Luchtkwaliteit
4.7.1
Algemeen
De 'Wet milieubeheer' is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De paragraaf luchtkwaliteit in de 'Wet milieubeheer' voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt, wat wil zeggen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3% ten opzichte van de grenswaarde); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1
38
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg augustus 2009 in werking is getreden, nadat de EU op 7 april 2009 derogatie heeft verleend. NIBM-grens woningbouwlocatie, 3% criterium: < 1.500 woningen (netto) bij minimaal een ontsluitingsweg, met een gelijkmatige verkeersverdeling; < 3.000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling 4.7.2 Onderzoek Er is een Worst-case berekening gemaakt voor de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van het plan op de luchtkwaliteit.
In de tabel is er uitgegaan van 8 verkeersbewegingen per woning per etmaal. Dit resulteert in 16 extra voertuigbewegingen per etmaal. Hierbij is geen rekening mee gehouden dat er in de bestaande situatie ook sprake is van een aantal vervoersbewegingen. Er is op basis van de uitkomsten geen nader onderzoek naar de luchtkwaliteit nodig. Regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit Fijnstof (PM10 en PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) zijn de belangrijkste stoffen in de luchtkwaliteitsregelgeving. De regels en grenswaarden voor luchtkwaliteit staan in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2: luchtkwaliteitseisen(opent in nieuw venster)(verwijst naar een andere website). Voor ruimtelijke projecten geldt uiteraard het principe van een goede ruimtelijke ordening. Voor luchtkwaliteit kan dit betekenen: de meest kwetsbare groep op de minst vervuilde plek. Fijnstof (PM10)
grenswaarde 40 µg/m3
Fijnstof (PM2,5)
grenswaarde 20 µg/m3
Stikstofdioxide (NO2)
grenswaarde 40 µg/m3
39
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Fijnstof (PM10)
Uit voorgaande afbeelding blijkt dat de waarde 14-15 is en dus ruimschoots onder grenswaarde 40 µg/m3 blijft.
Fijnstof (PM2,5)
Uit voorgaande afbeelding blijkt dat de waarde 7-8 is en dus ruimschoots onder grenswaarde 20 µg/m3 blijft.
40
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Stikstofdioxide (NO2)
Uit voorgaande afbeelding blijkt dat de waarde 10-12 is en dus ruimschoots onder grenswaarde 40 µg/m3 blijft. 4.7.3
Conclusie
Het aspect lucht is geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.8
Bedrijven en milieuzonering
Milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) in de directe omgeving van zogenoemde milieuhinder gevoelige bestemmingen (zoals wonen) kunnen hinder vanwege geur, stof, geluid, gevaar en dergelijke veroorzaken. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening, zoals dat uitgangspunt is van de Wro, dient te worden aangetoond dat ter plaatse van milieuhinder gevoelige bestemmingen sprake is van een 'goed woon- en leefklimaat'. VNG-publicatie 'Bedrijven & milieuzonering" Om niet alle ontwikkelingen bij voorbaat te onderwerpen aan een onnodig langdurig en kostbaar onderzoek is door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) de publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' uitgebracht. Deze uitgave maakt gebruik van het principe 'functiescheiding'. Door voldoende afstand aan te houden tussen nader bepaalde milieubelastende activiteiten en milieugevoelige bestemmingen kan eenvoudigweg in veel gevallen worden aangetoond dat sprake is een 'goed woon- en leefklimaat'. De VNG-publicatie betreft zgn. pseudowetgeving (geen wetgeving maar een algemeen door de rechter aanvaarde methode). De VNG-publicatie maakt gebruik van een basiszoneringslijst waarin voor nader gedefinieerde bedrijfscategorieën richtafstanden zijn bepaald.
Een richtafstand wordt beschouwd als de minimaal aan te houden afstand tussen een milieubelastende activiteit en de milieuhinder gevoelige bestemming waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van milieubelastende (bedrijfs)activiteiten betreffende geluid, geur, stof en gevaar redelijkerwijs kan worden uitgesloten. De genoemde maten zijn indicatief; met een goede motivering kan hiervan worden afgeweken.
41
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Naast de gegeven richtafstanden hanteert de VNG-publicatie twee omgevingstypen, namelijk: een rustige woonwijk/buitengebied en een gemengd gebied. In een rustige woonwijk of buitengebied (omgevingstype 1) wordt functiescheiding nagestreefd. Tussen milieuhinder gevoelige functies en bedrijven dient de minimaal aan te houden 'richtafstand' in acht te worden genomen. In geval van een gemengd gebied (omgevingstype 2), waar sprake is van functiemenging, kan een verkleinde richtafstand worden gehanteerd. In tegenstelling tot rustige woongebieden worden in dergelijke levendige gebieden milieubelastende activiteiten op kortere afstand van milieuhinder gevoelige functies acceptabel geacht. De richtafstand mag in deze gebieden met één afstandsstap worden verkleind (10 meter behorende bij milieucategorie 1 wordt 0 meter, 30 meter van milieucategorie 2 wordt 10 meter van milieucategorie 1, etc.). Relatie tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype
Milieucategorie Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk en buitengebied
Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied
1
10 m
0m
2
30 m
10 m
3.1
50 m
30 m
3.2
100 m
50 m
4.1
200 m
100 m
4.2
300 m
200 m
5.1
500 m
300 m
5.2
700 m
500 m
5.3
1.000 m
700 m
6
1.500 m
1.000 m
De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. 4.8.1
Onderzoek
In november 2023 is door bureau Kragten een quickscan Bedrijven- en milieuzonering uitgevoerd om te beoordelen of er voldaan wordt aan de richtafstanden (zie Bijlage 9 Bedrijven- en milieuzonering). Op basis van de richtlijn ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is in deze quickscan voor de planlocatie beoordeeld of voldaan wordt aan de richtafstanden voor inpassing. Hierbij is gekeken naar de richtafstanden vanuit de omgeving naar de mogelijke woningbouwlocaties binnen het plan. Indien niet wordt voldaan aan de richtafstanden wordt aangegeven voor welke delen van het plan niet wordt voldaan en voor welke milieuaspecten. Tot slot zal in dat geval ook worden aangegeven voor welke delen vervolgonderzoek noodzakelijk is om te bepalen of en onder welke voorwaarden inpassing van het plan is te realiseren In de huidige situatie is het gebied duidelijk te typeren als gemengd gebied. Echter door het vervallen van de detailhandel bestemming kan men dit ook typeren als een rustige woonwijk. Er grenzen namelijk geen bedrijfsfuncties aan het perceel. Het omgevingstype wordt bepaald door de omliggende functies en niet door de voormalige danwel nieuwe functies binnen het plangebied. Bij de verdere toetsing wordt daarom aangesloten bij het omgevingstype rustige woonwijk.
Bedrijven in de buurt In figuur 4.2 zijn de (bedrijfs-)bestemmingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
42
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Figuur 4.2: Ligging plangebied en in de omgeving aanwezige (bedrijfs-)bestemmingen (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl 1. Dit perceel is binnen het vigerende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Beschermd Stadsgezicht’ (vastgesteld 24 juni 2013) bestemd voor bedrijven met ten hoogste milieucategorie 2. Hiervoor geldt een richtafstand van 30 meter in een rustige woonwijk. 2. Deze percelen zijn binnen het bestemmingsplan ‘Kruismaten 2012’ (vastgesteld 27 mei 2013) bestemd voor bedrijven met ten hoogste milieucategorie 3.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 100 meter in een rustige woonwijk. 3. Dit perceel is binnen het bestemmingsplan ‘Kruismaten 2012’ (vastgesteld 27 mei 2013) bestemd voor bedrijven met ten hoogste milieucategorie 4.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 200 meter in een rustige woonwijk. Op grotere afstand zijn daarnaast percelen gelegen bestemd voor bedrijven met ten hoogste milieucategorie 5.1. Hiervoor geldt een richtafstand van 500 meter in een rustige woonwijk (zie ook figuur 4.3). De woningen vallen hier net binnen de richtafstand van de betreffende bestemming. Echter zijn er diverse bestemmingen “wonen” die dichter bij de betreffende bedrijfsbestemming zijn gelegen, derhalve kan geconcludeerd worden dat de betreffende bestemming reeds beperkt is in zijn rechten.
Door deze beperking mag ter plaatse van de beoogde woningen een aanvaardbaar leefklimaat verwacht worden. Figuur 4.3 geeft de richtafstanden behorende bij de meest nabij gelegen bestemmingen en functies.
Figuur 4.3: Richtafstanden omliggende percelen
43
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Uit de uitgevoerde beoordeling blijkt dat de richtafstanden van de percelen met de bestemming “bedrijf” reiken tot over de planlocatie, maar niet tot de woningen. Er is derhalve sprake van voldoende ruimtelijke scheiding. Daarnaast mag, op basis van de richtafstanden, ter plaatse van de beoogde woningen een aanvaardbaar leefklimaat verwacht worden. 4.8.2
Conclusie
Dit aspect is geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.9
Externe veiligheid
4.9.1
Algemeen
Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd.
Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet.
Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.
44
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord In de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid voor de gemeenten in de regio Veluwe-Noord (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek en Putten) is aan de hand van drie thema's beschreven hoe de gemeenten in de regio Noord-Veluwe omgaan met externe veiligheid. De beleidsvisie biedt de gemeenten de mogelijkheid om op gestructureerde wijze keuzes te maken over externe veiligheid en met name in de samenhang tussen ruimtelijke ordening en externe veiligheid. Grote delen van het grondgebied van de Noord-Veluwse gemeenten liggen binnen het invloedsgebied van risicobronnen, waardoor bij veel ruimtelijk besluiten een verantwoording van het GR vereist is. Een risicoloze maatschappij bestaat niet; een bepaald risiconiveau moet geaccepteerd worden. Maar welk niveau is dan te verantwoorden? Wie bepaalt dit? En wie draagt deze verantwoordelijkheid? Omgaan met externe veiligheid betekent ook het maken van keuzes. Het thema 'keuzes maken' heeft als doel het opstellen van uniforme ruimtelijke zones die aangeven wat de gemeenten wel en niet wensen in bepaalde zones. Hierdoor kunnen beleidskwesties in samenhang en op de juiste schaal beoordeeld worden en wordt ad hoc-besluitvorming voorkomen.
Ook heeft de beleidsvisie tot doel de elementen van groepsrisicoverantwoording te uniformeren waardoor niet per locatie (besluit) de wijze van uitvoering bedacht hoeft te worden. 4.9.2
Onderzoek
Figuur 4.4: Uitsnede risicokaart Uit de risicokaart blijkt: Transport over het water, weg en spoor Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een water, weg of spoor, waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. Buisleidingen Op afstand van het plangebied bevindt zich een gasleiding (zie afbeelding 4.4). Tabel Leiding gegevens Buisleiding
Diameter
Druk
100 % letaliteitsafstand
1 % letaliteitsafstand Afstand plangebied
A-570-01
324 mm
66,2 bar
80 m
170 m
tot
ca. 500 m
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het plangebied niet binnen de letaliteitsafstanden van de buisleiding ligt. De risico's als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen derhalve geen aandachtspunt voor het planvoornemen. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
45
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg Inrichtingen Op een afstand van circa 450 meter bevindt zich een lpg-verkooppunt. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) is bepaald dat de grens van het invloedsgebied bij een LPG-tankstation op 150 meter afstand rondom het LPG-vulpunt en het LPG-reservoir is gelegen. Deze afstand komt bij het LPG-vulpunt ongeveer overeen met de 100% letaliteitcontour. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een risicovolle verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde. 4.9.3
inrichting.
Een
Conclusie
Het aspect externe veiligheid is geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Algemeen Om te bepalen of het plan geen negatieve effecten heeft op omliggende wegen en de parkeersituatie, wordt in deze paragraaf de effecten beschreven van het plan op het verkeer en parkeersituatie. Voor parkeren wordt getoetst aan de voor het plangebied geldende parkeernormen. 4.10.2 Onderzoek Verkeer De woningen zullen voor een lichte toename van het aantal verkeersbewegingen zorgen. Bij een gemiddelde van 8 vervoersbewegingen per woning per etmaal, worden er 16 bewegingen per dag gegenereerd. Bij een spitsuur-gemiddelde van 10%, leidt dit tot een extra verkeersbeweging van 1 auto per 37,5 minuten. Dit is geen probleem voor de omliggende wegen. Parkeren Op basis van de parkeernota van de gemeente Elburg moeten bij woningen in het middel dure segment per woning 2,4 parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Dit houdt in dat er voor de 2 woningen 4,8 parkeerplaatsen nodig zijn. Zoals uit figuur 4.5 blijkt zijn er 6 parkeerplaatsen aanwezig, waardoor voldaan wordt aan de gemeentelijke parkeernorm.
Figuur 4.5: Overzicht parkeren 4.10.3 Conclusie Verkeer en parkeren zijn geen belemmering voor de realisatie van de 2 woningen.
46
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
4.11
Kabels en leidingen
4.11.1 Algemeen In het kader van het plan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.11.2 Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen . Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden.
Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.11.3 Conclusie In en nabij het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
4.12
MER-toets
4.12.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten
47
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 4.12.2 Onderzoek 4.12.2.1
Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming
Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van 2 woningen, welke circa 16 extra verkeersbewegingen met zich meebrengt. Wanneer er verwacht wordt dat er sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Tevens zal er dan een berekening naar de stikstofdepositie benodigd zijn. In dit geval ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden 'Randmeren' op een afstand van circa 780 meter en de 'Veluwe' op bijna 4 kilometer. Een Aeriusberekening wordt noodzakelijk geacht (zie Bijlage 8 Stikstofonderzoek). Naar aanleiding van het uitgevoerde onderzoek, en de daarbij behorende berekeningen, kan worden geconcludeerd dat voor de nieuwe gebruiksfase de grenswaarde van de stikstofdepositie op natuurgebieden van 0,00 mol/ha/j niet wordt overschreden. Dit houdt in dat er geen belemmeringen zijn voor het aspect stikstof voor de nieuwe gebruiksfase. Er is geen vergunning ten aanzien van de wet natuurbescherming nodig. 4.12.2.2
Drempelwaarden Besluit m.e.r.
In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-procedure. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit plan geen sprake is van een m.e.r.-procedure. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Besluit milieueffectrapportage.
Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 4.12.3 Conclusie Dit plan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van dit plan.
48
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Hoofdstuk 5 5.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen). Het plan voorziet in de ontwikkeling van meerdere woningen. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro.
De ontwikkeling betreft een particulier initiatief, waarmee de gemeente geen directe financiële bemoeienis heeft. De kosten die met het voorliggend plan samenhangen, waaronder kosten voor eventuele planschade, komen geheel voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer draagt de kosten die dit project met zich meebrengt. Voor het voorliggend plan hoeft derhalve geen exploitatieplan te worden opgesteld. Voorliggend plan mag economisch uitvoerbaar worden geacht.
5.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Voor de aanvraag en verlening van een omgevingsvergunning met ruimtelijke onderbouwing stelt art. 3.10 van de Wabo dat de uitgebreide voorbereidingsprocedure van toepassing is. Voor deze procedure geldt afdeling 3.4 van de Awb. Dit houdt in dat het ontwerpbesluit gedurende 6 weken ter inzage gelegd wordt. Hierbij is de mogelijkheid van zienswijzen voor een ieder (art. 3.12 lid 5 Wabo). Alleen belanghebbenden kunnen in beroep gaan. Participatie Initiatiefnemer heeft in april 2022 de plannen besproken met de omgeving en hiervan een verslag gemaakt, welk als Bijlage 10 Participatieverslag is toegevoegd aan het plan. Uit het participatieverslag blijkt dat het initiatief met de direct omwonenden is besproken en dat er geen bezwaren kenbaar zijn gemaakt.
49
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
50
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Hoofdstuk 6
Conclusie
Deze ruimtelijke onderbouwing dient ter afweging voor het verlenen van een omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.12 lid 1 sub a onder 3 van de Wabo, waarmee 2 woningen mogelijk worden gemaakt, in afwijking van het bestemmingsplan. Afweging Dit project voorziet in de realisatie van 2 woningen. De ontwikkeling draagt niet bij tot het verslechteren van het woonklimaat ter plaatse van de omliggende woningen. In de beoogde situatie is dan ook sprake van een verantwoorde milieusituatie. Het project is niet strijdig met de relevante beleidsuitgangspunten op zowel provinciaal als gemeentelijk niveau en veroorzaakt geen conflicten met de sectorale wet- en regelgeving. Conclusie Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project is niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening en er is sprake van een goed woon- en leefklimaat.
51
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
52
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlagen
53
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
54
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
55
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
56
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 2
Watertoets
57
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
58
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 3
Advies regio-archeoloog
59
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
60
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 4
Archeologisch onderzoek BO en IVO
61
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
62
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 5
Archeologie Programma van Eisen
63
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
64
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 6
Archeologisch proefsleufonderzoek
65
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
66
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 7
Quickscan natuurtoets
67
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
68
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 8
Stikstofonderzoek
69
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
70
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 9
Bedrijven- en milieuzonering
71
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
72
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
Bijlage 10
Participatieverslag
73
Ruimtelijke onderbouwing Kamperweg ong., Elburg
74