Ruimtelijke onderbouwing d.d. 26-06-2023
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Koeweg 4 ‘t Harde Overheid: Gemeente Elburg Planstatus: definitief Datum: 26 juni 2023
Overzichtskaart
2
Inhoudsopgave Overzichtskaart ....................................................................................................................................................... 1 Inhoudsopgave ........................................................................................................................................................ 3 Hoofdstuk 1 Inleiding .............................................................................................................................................. 5 1.1 Aanleiding ..................................................................................................................................................... 5 1.2 Ligging van het plangebied............................................................................................................................ 5 1.3 Huidige planologische regime ....................................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ...................................................................................................................................................... 8 Hoofdstuk 2 De huidige en gewenste situatie ........................................................................................................
9 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................................. 9 2.2 Gewenste situatie ....................................................................................................................................... 11 Hoofdstuk 3 Beleid ................................................................................................................................................ 13 3.1 Rijksbeleid ................................................................................................................................................... 13 3.2 Provinciaal beleid ........................................................................................................................................ 16 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................................... 19 Hoofdstuk 4 Onderzoek ........................................................................................................................................ 24 4.1 Cultuurhistorie en archeologie....................................................................................................................
24 4.2 Bodemkwaliteit ........................................................................................................................................... 26 4.3 Ecologie ....................................................................................................................................................... 29 4.4 Externe veiligheid ........................................................................................................................................ 31 4.5 Geluid .......................................................................................................................................................... 36 4.6 Luchtkwaliteit .............................................................................................................................................. 38 4.7 Bedrijven en milieuzonering ....................................................................................................................... 42 4.8 Water .......................................................................................................................................................... 46 4.9 Besluit milieueffectrapportage (MER) .........................................................................................................
49 4.10 Verkeer en parkeren ................................................................................................................................. 51 4.11 Kabels en leidingen ................................................................................................................................... 52 Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid van het plan ........................................................................................................... 53 6.1 Algemeen .................................................................................................................................................... 53 6.2 Economische uitvoerbaarheid .................................................................................................................... 53 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ............................................................................................................. 53 Hoofdstuk 6 Ruimtelijke afweging ........................................................................................................................ 54 Bijlagen bij de ruimtelijke onderbouwing .............................................................................................................
55 Bijlage 1 – Bodemonderzoek............................................................................................................................. 55 Bijlage 2 – Ecologisch onderzoek en stikstofberekening................................................................................... 55 Bijlage 3 – Akoestisch onderzoek ...................................................................................................................... 55 Bijlage 4 – Memo richtafstanden ...................................................................................................................... 55 Bijlage 5 – Watertoets ....................................................................................................................................... 55
3
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894 aan de Koeweg 4 in ’t Harde. Op deze percelen was een agrarisch bedrijf gevestigd, deze agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. De bebouwing op deze percelen bestaat uit een bedrijfswoning met twee stallen en twee schuren. De initiatiefnemers zijn voornemens om gebruik te maken van het Vrijkomend Agrarisch Bebouwing (VAB) beleid van de gemeente Elburg. De aanwezige stallen en schuren worden gesloopt, hiervoor in plaats worden twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Hiervoor is een verzoek ingediend bij de gemeente Elburg. Op 24 mei 2022 heeft de gemeente Elburg besloten om planologische medewerking te verlenen aan het verzoek voor de realisatie van twee vrijstaande woningen op het perceel Koeweg 4. Op basis van het geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ is deze ontwikkeling niet bij recht mogelijk. Om de realisatie van de woningen mogelijk te maken is het nodig dat er een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan plaatsvindt. Het afwijken is mogelijk door middel van een uitgebreide voorbereidingsprocedure van artikel 2.12, lid 1, onder a, onder 3 van de Wabo. Deze uitgebreide procedure dient te worden voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dit rapport geeft hiervoor de ruimtelijke onderbouwing.
In deze ruimtelijke onderbouwing wordt aangegeven hoe het te realiseren project past binnen het beleid van de overheid. Vervolgens wordt inzicht gegeven in de, bij de afweging betrokken, belangen en aspecten. 1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied (besluitgebied) is gelegen in het buitengebied van Elburg, ten westen van het dorp ‘t Harde. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door het perceel Koeweg 4a, aan de noord- en westzijde door agrarische weidegronden en aan de zuidzijde door de Koeweg. De globale ligging van de locatie en de begrenzing van het plangebied is op de volgende afbeeldingen weergegeven.
5
Ligging perceel Koeweg 4
Begrenzing plangebied Koeweg 4
6
1.3 Huidige planologische regime Voor de locatie Koeweg 4 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ (NL.IMRO.0230.BPBUITENGEB2018-VST1) van toepassing. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg op 28 januari 2019. Het plangebied heeft op basis van het geldend bestemmingsplan de bestemming 'Wonen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde-Archeologie hoge verwachtingswaarde' en ‘Waarde – Waardevol landschap’. Daarnaast is de gebiedsaanduiding ‘overige zone – zoekzone landschappelijke versterking’ van toepassing op het plangebied. De voor 'Wonen' bestemde gronden zijn in hoofdzaak bestemd voor woningen, aan- en uitbouwen en overkappingen, andere werken, bouwwerken geen gebouwen en zijnde, erven en tuinen. Als hoofdgebouw (woning) mag per bestemming één woning aanwezig zijn met een inhoud van 750 m3. De gezamenlijke oppervlakte aan bijgebouwen bedraagt: − 100 m2 per woning binnen een bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlakte tot 1.000 m2; − 150 m2 per woning binnen een bestemmingsvlak 'Wonen' met een oppervlakte tussen 1.000 m2 en 5.000 m2; − 200 m2 per woning binnen een bestemmingsvlak 'Wonen' waarvan de eigenaar de eigendom heeft van aaneengesloten gronden met een oppervlakte van meer dan 5.000 m2, waarvan minimaal 1.000 m2 de bestemming 'Wonen' heeft;
De dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie hoge verwachtingswaarde' is bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. De dubbelbestemming ‘Waarde – Waardevol landschap’ is bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. Conclusie Initiatiefnemers zijn eigenaar van de percelen aan de Koeweg 4 en hebben de wens om de stallen en schuren te slopen en daarvoor in plaats 2 vrijstaande woningen te realiseren. Binnen de bestemming ‘Wonen’ uit het geldend bestemmingsplan is echter maar één woning toegestaan. In het geldende bestemmingsplan is geen binnenplanse afwijking en/of wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee medewerking zou kunnen worden verleend aan de realisatie van twee vrijstaande woningen in het plangebied. Om de uitvoering van het verzoek mogelijk te maken is het nodig dat er een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan plaatsvindt.
7
Uitsnede geldend bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ (bron: ruimtelijkeplannen.nl) 1.4 Leeswijzer Na deze inleiding volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande en gewenste situatie van het plangebied. Hoofdstuk 3 bevat een beschrijving van het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Gelderland en van de gemeente Elburg beschreven. Vervolgens passeren in hoofdstuk 4 alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 5 wordt ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 6 bevat de ruimtelijke afweging van het plan.
8
Hoofdstuk 2 De huidige en gewenste situatie 2.1 Huidige situatie Het plangebied (besluitgebied) is gelegen in het buitengebied van Elburg, ten westen van het dorp ‘t Harde. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894. Aan de westzijde wordt het plangebied begrenst door het perceel Koeweg 4a, aan de noord- en westzijde door agrarische weidegronden en aan de zuidzijde door de Koeweg. Het plangebied bestaat uit de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894 en heeft een oppervlakte van 6965 m2. In het plangebied staan een vrijstaande woning met twee stallen en twee schuren. De stallen en de schuren hebben een gezamenlijke oppervlakte van 7136 m2. Aan de noord- en westzijde van het plangebied is een gebiedseigen houtsingel aanwezig. Aan de oostzijde van het plangebied is nagenoeg geen beplanting aanwezig. Rondom de woning is er ook sprake van hoog opgaand groen. Het perceel heeft een eigen ontsluiting op de Koeweg, er is meer dan voldoen ruimte op het erf om te parkeren. Omgeving plangebied De omgeving van het plangebied bestaat grotendeels uit weidegebied maar daarin gelegen solitaire woonpercelen met daartussen incidenteel een agrarisch bedrijfsperceel of een niet-agrarisch bedrijfsperceel. Op perceel gelegen naast het plangebied is een niet-agrarisch bedrijf gevestigd.
Landschap Het plangebied is gelegen in het overgangsgebied, globaal begrensd door de bossen van de Veluwe en de open polders, biedt het een afwisselend landschap. In en langs de rand van de Veluwe wordt een kleinschalig patroon van agrarische en niet-agrarische erven aangetroffen, begeleid door houtwallen en -singels. In noordwestelijke richting nemen, naarmate het gebied lager wordt, de kleinschaligheid en beplanting af en neemt de openheid toe. In het laagste deel bevinden zich ontgonnen veengebieden die overwegend open zijn. De bebouwing ligt bij de bosrand en op de dekzandruggen verspreid langs de wegen. Hier en daar zijn daardoor bebouwingslinten ontstaan. Boerderijen vormen samen met de houtwallen en erfbeplanting ensembles die het landschap een kleinschalige maat geven en daarmee zorgen voor afwisseling in het landschap. In het overgangsgebied zijn beken aanwezig die ontspringen in de rand van de Veluwe en afwateren op de Randmeren. Deze beken vormen over de gehele lengte ecologisch waardevolle zones. Tevens is in het overgangsgebied een aantal landgoederen gelegen. Deze landgoederen herbergen fraaie parkbossen met belangrijke natuurlijke en cultuurhistorische waarden en een veelheid aan landschappelijke elementen zoals bossen, houtwallen en lanen. Het plangebied is gelegen in een kleinschalige Kampenlandschap.
Binnen de flanken van de Veluwe wordt onderscheid gemaakt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In zowel het kleinschalige kampenlandschap als het lineaire kampenlandschap ligt het accent op behoud en versterking van de houtsingels die een kleinschalige mozaïekstructuur creëren
9
Bestaande situatie Koeweg 4
Streetview Koeweg 4
10
2.2 Gewenste situatie In de gewenste situatie worden de stallen en schuren met een inhoud van 7136 m3 in het plangebied gesloopt. De bestaande woning blijft gehandhaafd. Het plangebied wordt opgedeeld in drie woonpercelen. Perceel 1 heeft een oppervlakte van 2830 m2, perceel 2 is 1300 m2 en perceel 3 met daarop de bestaande woning heeft een oppervlakte van 2330 m2. Achter de bestaande woning, op de plek van de voormalige stallen, worden twee vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. De woningen hebben een inhoudsmaat van 750 m3 per woning. Deze woningen staan met de nokrichting in de gelijke richting van de voormalige schuren. Hiermee wordt het beeld van voormalige agrarische functie gewaarborgd. Door de bijgebouwen en parkeerplaatsen bij elkaar te positioneren blijven deze praktische delen uit het zicht vanaf de Koeweg. Tevens wordt zo het waardevolle zicht richting de landschappen in de noord en oost richting beter benut vanuit de woningen. Aan de rechterzijde van de kavel komt een nieuwe inrit. Deze steekt ter plaatse van de kavelgrens van de bestaande woning en nieuwe woningen naar de linkerzijde. Vanwege de bestaande woning is volledig verplaatsen naar de linkerzijde niet mogelijk. De keuze voor het plaatsen naar rechts geeft de bestaande woningen een ruimere en kwalitatief betere tuin.
Op alle drie de woonpercelen is voldoende ruimte voor 3 of meer parkeerplaatsen. Het naast gelegen perceel betreft een agrarisch hulpbedrijf. Door het mogelijk gebruik van machines ontstaan er geluidbelastingen. Om een goed woon- en leefklimaat te garanderen worden er bouwkundige maatregelen genomen. Voor wat betreft de terreininrichting komt ter plaatse vanaf de erfgrens tussen Koeweg 4A en de 2 nieuwe woningen een geluidwerende schutting te staan. Hiermee wordt de geluidsbelasting op de gevels verminderd (zie ook paragraf 4.7 van deze toelichting). Landschappelijke inpassing Het plangebied is gelegen in een kleinschalig kampenlandschap, één van de uitgangspunten van dit landschap is de aanleg van houtsingels die een kleinschalige mozaïekstructuur creëren. De oostelijke rand van het plangebied wordt daarom aangezet met een gebiedseigen houtsingel. Deze houtsingel vormt samen met de houtsingel aan de noord- en westzijde, de randen van een ‘groene’ kamer in het kampenlandschap. De scheiding tussen de woonpercelen en privé-openbaar vindt plaats met gebiedseigen hagen. Beeldkwaliteit woning Belangrijk is dat de bebouwing (hoofdgebouw en bijgebouw) in één geheel wordt ontworpen. Dit geeft eenheid. De kleuren en materialen van de bebouwing komen overeen met die in de omgeving.
De gevels zijn gebouwd in baksteen (pleisterwerk) of andere steenachtige materialen en de daken zijn gedekt met dakpannen. De nieuwe bebouwing heeft stijlovereenkomsten met bebouwing in de omgeving. Duurzaamheid Het streven is om de nieuwe woning te realiseren met aandacht voor energie en klimaat. Door te bouwen met de standaard van de toekomst zijn de woningen voorbereid op klimaatverandering en heeft het een hogere toekomstwaarde. De woning voldoet aan de laatst geldende eisen en wordt voorzien van warmtepomp, WTWinstallatie, HR++ beglazing en zonnepanelen.
11
Gewenste situatie plangebied Koeweg 4
12
Hoofdstuk 3 Beleid Bij ruimtelijke plannen moet worden weergegeven hoe rekening is gehouden met relevant beleid. In de volgende paragrafen wordt het relevante beleid op nationaal, provinciaal en lokaal schaalniveau en de relatie van dit beleid met de voorgenomen ontwikkeling behandeld. 3.1 Rijksbeleid 3. 1.1 Nat ion a l e O m g ev i n gs v is i e (N OV I) 3.1.1.1 Algemeen De Nationale Omgevingsvisie, NOVI, is op 11 september 2020 vastgesteld. In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Met de NOVI wordt beoogd een perspectief te bieden om grote opgaven, zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw aan te pakken. Hierbij is omgevingskwaliteit, een combinatie van ruimtelijke kwaliteit en milieukwaliteit, het kernbegrip 3.1.1.2 Afwegingsprincipes en Uitvoeringsagenda NOVI De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Centraal bij de afweging van diverse belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving, zowel van de boven- als de ondergrond, zogenaamd ‘omgevingsinclusief’ beleid. De NOVI onderscheidt daarbij drie afwegingsprincipes: 1. 2. 3.
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.
Het Rijk zal bij de uitvoering van de NOVI zichtbaar maken hoe de omgevingsinclusieve benadering vormt krijgt en de afwegingsprincipes benut worden. De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, waarin staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan de eigen rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma’s op verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda wordt, indien nodig, jaarlijks geactualiseerd. 3.1.1.3 Besluit Algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: het Barro), beter bekend als de AmvB Ruimte, zijn de nationale belangen uit de SVIR opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op de doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. De volgende nationale belangen kunnen binnen de gemeente Elburg relevant zijn: 1.
2. 3. 4.
Defensie o Militaire laagvliegroutes jachtvliegtuigen en transportvliegtuigen o Militaire terreinen Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament
13
5.
IJsselmeergebied
Defensie: •
•
Militaire laagvliegroutes jachtvliegtuigen en transportvliegtuigen. In het Barro worden regels gesteld voor militaire laagvliegroutes jachtvliegtuigen en transportvliegtuigen. In nieuwe bestemmingsplannen mogen geen nieuwe bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken met een hoogte van meer dan 40 meter te meten vanaf het maaiveld mogelijk maken. In het besluit zijn twee laagvliegroutes aangewezen, waarvan er één over de gemeente Elburg ligt. Dat is de laagvliegroute Veluwe/ Randmeren. Militaire terreinen. In het Barro worden regels gesteld ten aanzien van militaire terreinen, veiligheidszones en munitieopslagen. Binnen de gemeente Elburg liggen het Artillerie Schietkamp en de Luitenant-kolonel Tonnetkazerne. De functies van deze terreinen mogen op basis van het Barro niet worden belemmerd.
Hoofdwegen en landelijke spoorwegen: Voor de aanleg of uitbreiding van een hoofdweg of landelijke spoorweg zijn reserveringsgebieden aangewezen. Voor bestemmingsplannen die betrekking hebben op een reserveringsgebied zijn in het Barro bepalingen opgenomen, waaraan moet worden voldaan. Natuurnetwerk Nederland: In het Barro worden onder andere regels gesteld omtrent de planologische bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) bij provinciale verordening. Het plan mag geen negatieve effecten met zich meebrengen ten aanzien van het NNN. IJsselmeergebied: De Veluwerandmeren behoren tot het IJsselmeergebied. Een bestemmingsplan mag geen ontwikkelingen bevatten die bebouwing en/of landaanwinning binnen het IJsselmeergebied mogelijk maken. 3.1.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.
Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen ‘bestaand stedelijk gebied’ en ‘stedelijke ontwikkeling’. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor:
14
•
•
bestaand stedelijk gebied: ‘bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. ´
Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 3.1.1.5 Toetsing van het initiatief aan het rijksbeleid •
• •
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Nationale Omgevingsvisie. Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die juridisch zijn verankerd in het Barro. Het Barro heeft dan ook geen invloed op dit bestemmingsplan. Het betreft een kleinschalige ontwikkeling van twee extra woningen die in het kader van het Bro niet als zijnde een stedelijke ontwikkeling aangemerkt wordt, omdat het om minder dan 12 woningen gaat. De ladder voor duurzame verstedelijking is niet van toepassing.
Concluderend wordt gesteld dat, gelet op de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, het plan niet in strijd is met het rijksbeleid.
15
3.2 Provinciaal beleid 3. 2.1 O m ge v in gs v is i e G e ld e rla n d 3.2.1.1 Algemeen Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie ‘Gaaf Gelderland’ vastgesteld. Op 1 maart 2019 is deze in werking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst ‘gaaf’ houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. Er zijn grote, verscheidene ontwikkelingen die ook Gelderland raken. Hierbij staan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. De focus ligt op duurzaamheid, verbondenheid en een krachtige economie als werkende bestanddelen voor een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland. Om de focus op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland uit te werken, streeft de provincie zeven samenhangende ambities na. Met behulp van deze zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
Energietransitie, van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie: het sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur; Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
3.2.1.2 Continuering ruimtelijk beleid Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vindt de provincie de volgende zaken van belang. Deze worden door de provincie Gelderland gecontinueerd. Het gaat om de thema’s: • • • • •
Ruimtelijk beleid; Waterbeleid; Milieubeleid; Natuur- en landschapsbeleid; Verkeers- en vervoerbeleid.
3.2.1.3 Planspecifiek Het plangebied aan de Koeweg 4 is gelegen in de Grondwaterfluctuatiezone. In een zone rondom het Veluwemassief, aan de oostzijde van de stuwwal van Nijmegen en een zone langs de Randmeren is sprake van een (smalle) zone die extra gevoelig is voor grondwateroverlast, de zogenoemde grondwaterfluctuatiezone. Het is van belang om hiermee bij de inrichting of herinrichting van stedelijk gebied, via de watertoets, rekening te houden en zonodig maatregelen te nemen.
16
3. 2.2 O m gev in gs v e rord e n in g G e ld erl an d 3.2.2.1 Algemeen Met een ruimtelijke verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de verordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan op deze regels afstemmen. 3.2.2.2 Van toepassing zijnde artikelen Afdeling 2.1 Woonlocaties en recreatiewoningen, Artikel 2.1 (regionale woonagenda) 1. 2. 3.
Per regio stellen de gemeentebesturen een regionale woonagenda op. Gedeputeerde Staten stellen de regionale woonagenda vast, als de agenda in overeenstemming is met de regionale opgave en het meest recente provinciale beleid. Alsnog geen regionale woonagenda is vastgesteld of een noodzakelijke actualisatie van de vigerende regionale woonagenda nog niet heeft plaatsgevonden, beoordelen Gedeputeerde Staten, totdat die regionale woonagenda is vastgesteld of na actualisering opnieuw is vastgesteld een bestemmingsplan dat nieuwe woningen mogelijk maakt aan de volgende criteria: a. er wordt voldaan aan de eisen van de Ladder voor duurzame verstedelijking; b. de ontwikkeling past binnen het meest recente provinciale beleid; c. er heeft aantoonbaar regionale afstemming plaatsgevonden over deze ontwikkeling.
Het gaat in artikel 2.1 om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing of woningen die in het kader van functieverandering van kantoren, scholen, zorggebouwen, nieuwe (zorg-) landgoederen, vrijkomende agrarische bebouwing e.d. worden gerealiseerd Afdeling 2.6 Natuur en Landschap, Artikel 2.56 (ontwikkeling in Nationaal landschap) 1. Een bestemmingsplan voor gronden binnen een Nationaal landschap maar buiten de Groene ontwikkelingszone, het Gelders natuurnetwerk en de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maakt ten opzichte van het op 17 oktober 2014 geldende bestemmingsplan alleen bestemmingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap, bedoeld in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen, niet aantasten. 2. In afwijking van het eerste lid zijn activiteiten die deze kernkwaliteiten aantasten alleen mogelijk als: a. er geen reële alternatieven zijn; b. er sprake is van redenen van groot openbaar belang; c. compenserende maatregelen plaatsvinden ter waarborging van de kernkwaliteiten van de Nationale Landschappen zoals vastgelegd in bijlage Kernkwaliteiten Nationale Landschappen. 3. 2.3 To ets in g in it iat i ef aan h et p rov in c iaal b el e id Initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894 aan de Koeweg 4 in ’t Harde.
Op deze percelen was een agrarisch bedrijf gevestigd, deze agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. De bebouwing op deze percelen bestaat uit een bedrijfswoning met twee stallen en twee schuren. In
17
de gewenste situatie worden de stallen en schuren met een inhoud van 7136 m3 in het plangebied gesloopt. De bestaande woning blijft gehandhaafd. Achter de bestaande woning, op de plek van de voormalige stallen, worden twee vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. De woningen hebben een inhoudsmaat van 750 m3 per woning. Het plan is voorzien van een landschappelijke inpassing.
•
•
• •
•
De gemeenten in Regio Noord-Veluwe werken al jaren samen aan verschillende ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. Op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn dat de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Hattem en Heerde. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo hebben de regiogemeenten samen met de provincie Gelderland en de NoordVeluwse woningcorporaties de Woonagenda en het Woonprogramma voor Noord-Veluwe vastgesteld. Kwantitatief gezien is nog voldoende ruimte om deze twee nieuwe woningen in de regio te realiseren. Het plangebied ligt binnen het Nationaal landschap, maar buiten het Gelders Natuurnetwerk, Natura 2000 gebied, Groene ontwikkelingszone, beschermingszone natte natuur en waardevol open gebied. Een ontwikkeling in het Nationaal landschap is toegestaan, mits de kernkwaliteiten niet worden aangetast. Bij dit initiatief is er sprake van de sloop van 7136 m3 aan voormalige agrarische opstallen. De sloop van deze opstallen heeft een positief effect op de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. De situering van de nieuwe woningen is aangepast aan de kavelstructuur van het gebied, de grootte van de nieuwe woningen is gezien de aard en de uitstraling passend bij het perceel en de omgeving.
Daarnaast is het geheel voorzien van een landschappelijke inpassing, door de randen van het plangebied aan te zetten met houtsingels wordt er een positieve bijdrage geleverd aan de kernkwaliteiten van het landschap in dit gebied. De sloop- en nieuwbouw heeft geen nadelige invloed op de kwaliteiten van het gebied. De woning is meer dan goed geïsoleerd en er wordt geen gas gebruikt. De woning wordt voorzien van zonnepanelen en een warmtepomp. In het kader van de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000, dient vooraf zekerheid te zijn verkregen dat er geen sprake is van negatieve effecten op Natura 2000-gebieden. Hiervoor is een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 2 van deze ruimtelijke onderbouwing). Uit de berekening blijkt dat de aangevraagde ontwikkeling in de aanlegfase en de gebruiksfase geen stikstofdepositie veroorzaakt hoger dan 0.00 mol/ha/jr. Het plangebied ligt in de grondwaterfluctuatiezone, zoals de provincie Gelderland deze heeft gedefinieerd. Dit betekent dat rekening moet worden gehouden met hogere grondwaterstanden in de toekomst als gevolg van klimaatontwikkelingen. De provincie werkt aan een prognose, waarin meer gebiedsspecifieke informatie wordt gegeven. Bij de bouw van ondergrondse voorzieningen voor parkeren etc. dient rekening te worden gehouden met de waterdichte uitvoering van de constructie.
Gezien de nieuwe situatie zorgt voor een kwaliteitsverbetering van de omgeving, dat er geen nadelige gevolgen zijn voor natuur en dat de woning energieneutraal wordt opgeleverd, voldoet het plan aan voornoemde provinciale ambitie.
18
3.3 Gemeentelijk beleid 3. 3.1 O m gev in gs v is i e E l b u rg De Omgevingsvisie Elburg 2018 (hierna: de Omgevingsvisie) geeft de koers aan richting 2030. Deze koers is niet nieuw, maar bouwt voort op onder andere de structuurvisie. Initiatieven die binnen de Omgevingsvisie passen, worden zoveel mogelijk gefaciliteerd. De gemeente Elburg heeft in de Omgevingsvisie de volgende visie en missie tot 2030 geformuleerd: samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de volgende kernwaarden voorop: sociaal en zorgzaam, gezond en groen, gastvrij en ondernemend, klimaatneutraal, bereikbaar en veilig. De Omgevingsvisie vormt de kapstok voor verdere uitwerkingen per gebied of per onderwerp. Verschillende onderwerpen in de visie staan met elkaar in verband, om zodoende de balans tussen 'People, planet, profit' te creëren en te bewaken. De omgevingsvisie stelt daarbij kaders waaraan plannen moeten voldoen. Het plangebied ligt binnen het deelgebied ‘Gemengd kleinschalig overgangsgebied’. Dit deelgebied ligt globaal gezien in een strook tussen het grootschalige open landschap en het omvangrijke bos- en natuurgebied. Het vormt de overgang tussen laag en hoog en nat en droog. Het gebied is hierdoor zeer karakteristiek, afwisselend en heel aangenaam om te verblijven, te fietsen of te wandelen.
Er is een grote afwisseling in uitstraling en gebruik van gebouwen en gronden. Afwisselend in het gebied komen bospercelen voor. De percelen zijn relatief kleinschalig. Opvallend is dat de woonbebouwing relatief veel en uitgestrekt aanwezig is, voornamelijk aan kleinere (en oudere) ontginningslintjes. De grens van dit gebied is duidelijk herkenbaar in de Zuiderzeestraatweg (N308). De infrastructuurbundel (spoor en A28) vormt een harde grens (en tevens barrière). Uitganspunten voor dit deelgebied zijn: − De ontwikkeling is gericht op behoud van de karakteristieke afwisseling en voorkomen van vermindering van de ruimtelijke kwaliteit door bijvoorbeeld leegstand. Verdichting is mogelijk op plaatsen waar geen bebouwing aanwezig is. Ruimte voor verbreding van agrarische bedrijven, bedoeld om het karakter en de functionele diversiteit te behouden. Hergebruik van vrijkomende agrarische bedrijven wordt gestimuleerd, in plaats van nieuwbouw. − Gezien de brede functionaliteit van het gebied en in verband met het belang van het behoud van de ruimtelijke kwaliteit, zijn er functioneel veel mogelijkheden. Uiteraard passend binnen de kaders rondom omgevingsaspecten en wanneer andere functies niet gehinderd worden in het voortbestaan. Denk aan woon-zorg-initiatieven (zorgboerderij), toeristisch-recreatieve initiatieven, kleinschalige bedrijvigheid, coöperatieve initiatieven.
Belangrijk is dat het kleinschalige initiatieven zijn en er sprake is van een goede landschappelijke inpassing, duurzaamheid, ecologisch verantwoord ondernemen en energieneutraliteit. De gemeente stelt zich hierin faciliterend op. − In dit deelgebied kunnen kleinschalige uitbreidingen van woon- en werkgebieden plaatsvinden, die afgestemd zijn op de concrete behoefte, goed landschappelijk ingepast, aansluitend op de gebiedskarakteristiek en een goede bereikbaarheid gewaarborgd is. Het vergroten van recreatief gebruik in het gebied wordt gestimuleerd, dit maakt ook het wonen aantrekkelijker. Het groen moet de kernen blijven dooraderen en er moeten goede verbindingen zijn met het buitengebied. Vooral actieve recreatie is wenselijk, welke ook gezondheid bevorderend werkt. − Woningen en bedrijven moeten de ruimte krijgen om zich aan te passen aan wijzigende behoeften door de jaren heen. Voor de gemeente is aandachtspunt om de openbare ruimte ook te laten meegroeien. − Met het oog op vergrijzing en vergroening wordt een toegesneden, goed bereikbaar voorzieningenpakket belangrijker. Concentratie, menging en multifunctioneel ruimtegebruik staan
19
hierbij centraal. Hierbij moeten zowel de commerciële als de niet-commerciële voorzieningen betrokken worden. Voor het bereiken van deze ambities is de gemeente voor een belangrijk deel afhankelijk van andere partijen en de markt. De gemeente neemt hierin een verbindende, onderzoekende en faciliterende rol. IDee-kaarten De Omgevingsvisie heeft een belangrijke rol in het op gang brengen van investeringen die leiden tot kwaliteitsversterking en het dichterbij brengen van ambities. De IDee-kaarten hebben hierin een belangrijke rol. De deelgebieden waarvoor de IDee-kaarten zijn opgesteld, zijn afgebakend op basis van de gebiedsindeling op het regionale ‘NEO-niveau’. Leidend daarvoor zijn de ontstaansgeschiedenis, de geomorfologische samenstelling, het functionele gebruik en de beleving van het gebied. Daarnaast is ook voor de 6 kernen een IDee-kaart opgesteld. De planlocatie valt binnen het deelgebied ‘Kleinschalige, gemengde overgangszone’. Uitgangspunt binnen dit gebied is het o.a. de diversiteit in landschap en gebruik evenals de dynamiek moet behouden, gefaciliteerd en waar mogelijk versterkt worden: diversiteit in beleving, in gebruik en naar ecologische waarden. 3. 3.2 V AB -b e l eid g e me e n te E lb u r g Als aanvulling op het regionale beleid voor functieverandering, heeft de gemeente Elburg op 23 mei 2016 gemeentelijk VAB-beleid vastgesteld.
Hierin is het beleid weergegeven voor vrijkomende agrarische bebouwing. In het beleid zijn specifieke gemeentelijke criteria en uitgangspunten opgenomen ten aanzien van functieverandering naar wonen. Dit geldt niet alleen voor voormalige agrarische bedrijven, maar ook voor overige (voormalige) bedrijfsbestemmingen. Het VAB-beleid is van toepassing op fysiek bestaande, legale vrijgekomen en/of vrijkomende bedrijfsgebouwen in het buitengebied. Het gaat om gebouwen die als agrarisch gebouw zijn opgericht met een agrarische bestemming en ook agrarisch in gebruik zijn geweest. Voormalige agrarische bouwpercelen die in het vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Elburg 2012‟ een woonbestemming hebben gekregen en waar de voormalige bedrijfsbebouwing nog aanwezig is, komen – onder dezelfde voorwaarden – ook voor dit beleid in aanmerking. Dit geldt tevens voor percelen in het buitengebied met een bedrijfsbestemming. Daarbij dienen alle bedrijfsmatige activiteiten te worden beëindigd.
Voor het perceel aan de Koeweg 4 in ‘t Harde gelden volgens het VAB-beleid gemeente Elburg de volgende regels: Bestemming Wonen − Om in aanmerking te komen voor het bouwen van één of meerdere reguliere woningen dient minimaal 3.450 m³ aan bedrijfsbebouwing aanwezig te zijn op het perceel, exclusief de bestaande woning; − Voor elke nieuw te bouwen woning dient minimaal 3.000 m³ aan bedrijfsbebouwing, exclusief de bestaande woning, te worden gesloopt. − Elke nieuw te realiseren woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³. − Naast de bestaande woning zijn maximaal vier woningen in maximaal twee gebouwen toegestaan op het perceel. − Er komen maximaal drie bouwvlakken op het perceel, voor maximaal vijf woningen.
20
−
De bestaande en nieuw te bouwen woning(en) krijgen een reguliere woonbestemming (W) conform het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012’. Indien er sprake is van dubbele bewoning zal de aanduiding ‘specifieke vorm van wonen – dubbele bewoning’ toegevoegd worden.
Naast de bovengenoemde regels speelt de landschappelijke inpassing een grote rol bij het creëren van nieuwe erven in het kader van een functieverandering. De landschappelijke inpassing moet aan de onderstaande voorwaarden voldoen. Het Landschapsontwikkelingsplan is hiervoor medebepalend. − − − −
Waardevolle bestaande erfbeplanting moet behouden blijven; Waardevolle landschappelijke elementen buiten het erf en in eigendom van de initiatiefnemer, moeten blijvend bijdragen aan de karakteristiek van het landschap; Erfbeplanting met gebiedseigen beplanting moet bijdragen aan de karakteristiek van het landschap; Bestrating moet bijdragen aan het karakter van het nieuwe erf.
3. 3. 3 Lan d s ch a p s on t wi k kel in gs p la n E lb u rg In het buitengebied van de gemeente Elburg spelen nieuwe ontwikkelingen en de gemeente heeft de wens initiatieven te stimuleren. Het LOP biedt de gemeente een landschappelijke visie op het buitengebied en een actieprogramma met kansrijke en op uitvoering gerichte projecten. De visie zal zorgen voor een toetsingskader waarbinnen ontwikkelingen en plannen beoordeeld kunnen worden. Het buitengebied van de gemeente Elburg is opgedeeld in verschillende landschapstypes om de unieke landschappelijke verscheidenheid te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plangebied valt binnen het ‘kleinschalig kampenlandschap'. Kleinschalig/lineair kampenlandschap Denkrichting: herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Het grondgebruik is afwisselend en bestaat uit bouwland en graslanden. Veel voorkomende soorten zijn eiken, essen en elzen. De aanplant van eiken, kleine bosschages en houtwallen (en singels) versterken het kleinschalige landschap. Erfbeplanting: hagen langs de voortuin, langs de weg en houtwallen langs de grenzen van het erf. In het lineaire landschap kan gekozen worden voor tweezijdige erfgrensbeplanting en voor het kleinschalige landschap wordt ingezet op alzijdige aanplant van de erfgrenzen.
Hoogstamfruitboomgaarden met een meer onregelmatige aanplant, leilinden aan de zonzijde en enkele solitaire zoals een noot, kastanje of linde maken onderdeel uit van het erf. Eikenbosschages zijn meer achter op het erf gesitueerd of aan de zijkant. Bij uitbreiding van de stallen, schuren of andere gebouwen kunnen ook houtwallen en –singels worden aangeplant. 3. 3.4 Wo on v is ie 2 02 0 -2 02 5 De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De Woonvisie is voor de komende jaren de leidraad bij vraagstukken over de toenemende vraag naar woningen, een krappe woningmarkt en het bouwen van (passende) woningen. De komende tien jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de ‘ombouw’ van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden.
21
Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid. Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen. De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen). Er is behoefte aan een gedifferentieerd programma, met daarbinnen een aantal belangrijke accenten: − − −
− −
−
Sociale huur: gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens). Orde van grootte 15-20% van het totale programma in de periode tot 2030; Koop goedkoop/betaalbaar onder € 200.000,- en tussen € 200.000, - en € 265.000, -): 15-20%. Daarbij staat de gemeente open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijskwaliteitsverhouding. De gemeente wil hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijskwaliteitsverhouding is dan belangrijk; Middeldure huur: beperkt, met name tot € 950. Orde van grootte is op basis van onderzoek lastig aan te geven. Is maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars; Daarnaast 2^1-kap- en vrijstaande woningen aan de voorraad toevoegen. Een deel daarvan zal gerealiseerd moeten worden onder € 365.000, -. De uitbreidingsbehoefte op langere termijn voor het duurdere segment is beperkt. Al met al is de opgave om 30-40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000, -. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.
3. 3. 5 To ets in g v a n h et i n iti ati e f a an h et g em e e n t e lij k b el ei d . Initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894 aan de Koeweg 4 in ’t Harde. Op deze percelen was een agrarisch bedrijf gevestigd, deze agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. De bebouwing op deze percelen bestaat uit een bedrijfswoning met twee stallen en twee schuren. In de gewenste situatie worden de stallen en schuren met een inhoud van 7136 m3 in het plangebied gesloopt. De bestaande woning blijft gehandhaafd. Achter de bestaande woning, op de plek van de voormalige stallen, worden twee vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. De woningen hebben een inhoudsmaat van 750 m3 per woning. Het plan is voorzien van een landschappelijke inpassing. •
In de Omgevingsvisie Elburg staat dat het plangebied valt binnen het deelgebied ‘Gemengd kleinschalig overgangsgebied’. De ontwikkeling is gericht op behoud van de karakteristieke afwisseling en voorkomen van vermindering ruimtelijke kwaliteit door bijvoorbeeld leegstand. Onderhavige ontwikkeling ziet op de sloop van 7136 m3 aan voormalige agrarische opstallen en de realisatie van twee vrijstaande woningen. Het geheel wordt voorzien van een landschappelijke inpassing. De ontwikkeling aan de Koeweg 4 voorkomt leegstand en verpaupering en draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van het buitengebied.
22
•
•
•
Het voorliggend plan past binnen de uitgangspunten van het VAB-beleid. Er wordt 7136 m3 aan voormalige agrarische opstallen gesloopt. Dit is meer dan 3000 m3 per woning, de woningen krijgen een maximale inhoudsmaat van 750 m3, de bestaande woning krijgt een woonbestemming en het geheel wordt landschappelijk ingepast. Voorliggend plan bevindt zich in een gebied dat bestempeld wordt als kampenlandschap. Kenmerkend voor dit landschap is de perceelgrensbeplanting en beplantingspatronen. Het plan houdt bestaande beplanting in stand en voegt zelf perceelgrensbeplanting toe op de nieuw te bepalen perceelgrenzen. Het plan is hierdoor in lijn met het LOP. De gemeenten in Regio Noord-Veluwe werken al jaren samen aan verschillende ruimtelijke en maatschappelijke thema’s. Op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn dat de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Hattem en Heerde. Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot verschillende momenten van afstemming en beleidsvorming op het gebied van wonen. Zo hebben de regiogemeenten samen met de provincie Gelderland en de NoordVeluwse woningcorporaties de Woonagenda en het Woonprogramma voor Noord-Veluwe vastgesteld. Kwantitatief gezien is nog voldoende ruimte om deze twee nieuwe woningen in de regio te realiseren.
Het gemeentelijk beleid staat de planontwikkeling niet in de weg. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten zoals verwoord in de omgevingsvisie Elburg en overige relevante beleidsstukken.
23
Hoofdstuk 4 Onderzoek In dit hoofdstuk wordt het onderzoek naar de milieu- en omgevingsaspecten beschreven. 4.1 Cultuurhistorie en archeologie 4. 1.1 C u ltu u rh is tor i e 4.1.1.1 Algemeen Cultuurhistorie kan worden gedefinieerd als 'sporen, objecten en patronen/structuren die zichtbaar of niet zichtbaar, onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie en ontwikkeling'. Cultuurhistorische waarden zijn daarom verbonden aan landschappelijke kwaliteiten, archeologie en bouwwerken, al dan niet met een status als monument. Bepaalde landschappelijke elementen als houtwallen, bosjes, bomen, waterlopen etc., kunnen een cultuurhistorische waarde vertegenwoordigen in verband met de ontstaans-, bewonings- en ontginningsgeschiedenis van de streek. In het bestemmingsplan kunnen regels worden opgenomen om deze geschiedenis te behouden c.q. de waarden te beschermen. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 4.1.1.2 Situatie plangebied Initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894 aan de Koeweg 4 in ’t Harde.
Op deze percelen was een agrarisch bedrijf gevestigd, deze agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. De bebouwing op deze percelen bestaat uit een bedrijfswoning met twee stallen en twee schuren. In de gewenste situatie worden de stallen en schuren met een inhoud van 7136 m3 in het plangebied gesloopt. De bestaande woning blijft gehandhaafd. Achter de bestaande woning, op de plek van de voormalige stallen, worden twee vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. De woningen hebben een inhoudsmaat van 750 m3 per woning. Het plan is voorzien van een landschappelijke inpassing. Ten behoeve van dit bestemmingsplan is de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland geraadpleegd. In het plangebied is geen sprake van rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten of karakteristieke bebouwing. De directe omgeving maakt verder geen deel uit van beschermd stads- of dorpsgezicht. Wel is er schuin tegenover het plangebied, op het perceel Koeweg 5, bebouwing aangewezen als rijksmonument. Er zijn in de directe omgeving van het plangebied geen andere waardevolle cultuurhistorische elementen, zoals houtwallen of verkavelingspatronen aanwezig. Het aspect cultuurhistorie vormt derhalve geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan. 4.
1.2 A rch eo lo gi e 4.1.2.1 Algemeen Ruimtelijke plannen en projecten die archeologische resten in de bodem kunnen aantasten moeten rekening houden met bekende en te verwachten archeologische waarden. Erfgoedwet
24
Per 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Dit geldt ook voor de verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. In de wet zijn archeologische resten beschermd. Wanneer de bodem wordt verstoord moeten archeologische resten intact blijven. Als dit niet mogelijk is, is opgraving een optie. Om inzicht te krijgen in de kans op het aantreffen van archeologische resten in bepaalde gebieden zijn op basis van historisch onderzoek archeologische verwachtingskaarten opgesteld. 4.1.2.2 Situatie plangebied Voor de locatie Koeweg 4 is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’’ (NL.IMRO.0230.BPBUITENGEB2018-VST1) van toepassing. Dit plan is vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg op 28 januari 2019. Het plangebied heeft op basis van het geldend bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie hoge verwachtingswaarde'.
Deze dubbelbestemming is bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2, dient de aanvrager een rapport te overleggen, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. Archeologisch onderzoek is dan ook noodzakelijk, de twee nieuw te bouwen woningen met bijgebouwen hebben een grotere oppervlakte dan 120 m2. In oktober 2022 is er contact geweest met de regioarcheoloog. Deze geeft aan dat een archeologisch onderzoek niet zinvol is bij de voorgenomen ontwikkeling. De reden hiervoor is dat de nieuwbouw grotendeels gerealiseerd zal gaan worden op de locatie van de bestaande schuren. De bodem is, zeker na de sloop, te veel geroerd om nog archeologisch waarden te bevatten. 4. 1.3 C on c lu s i e Het onderzoekaspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
25
4.2 Bodemkwaliteit 4. 2.1 A lg e m e en Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbehorende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden gemaakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkheden zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodemkwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s). Bodemonderzoeken mogen in de regel niet ouder dan 5 jaar zijn. Een bodemonderzoek is niet nodig als: • • •
Er geen bodemwerkzaamheden worden verricht (bijvoorbeeld het bouwen van een dakkapel of het plaatsen van een extra verdieping op een gebouw); Het gaat om een verandering of vergroting waarbij geen grond wordt verzet en het gebruik hetzelfde blijft; Er al voldoende actuele en bruikbare onderzoeksresultaten bij de gemeente beschikbaar zijn, waarop de bodemtoets kan worden gebaseerd.
4. 2.2 S itu a ti e p lan geb i e d Initiatiefnemers zijn eigenaar van de kadastrale percelen 3277, 3278 en 3894 aan de Koeweg 4 in ’t Harde. Op deze percelen was een agrarisch bedrijf gevestigd, deze agrarische bedrijfsactiviteiten zijn inmiddels beëindigd. De bebouwing op deze percelen bestaat uit een bedrijfswoning met twee stallen en twee schuren. In de gewenste situatie worden de stallen en schuren met een inhoud van 7136 m3 in het plangebied gesloopt. De bestaande woning blijft gehandhaafd. Achter de bestaande woning, op de plek van de voormalige stallen, worden twee vrijstaande woningen met bijgebouwen gerealiseerd. Er vinden bodemwerkzaamheden plaats in het plangebied, een bodemonderzoek is dan ook noodzakelijk. In januari 2023 is er een verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) en een verkennend asbestonderzoek (NEN 5707) uitgevoerd (zie bijlage 1 van deze onderbouwing). Doel van het onderzoek is het vaststellen van eventuele verontreiniging van grond en grondwater van de locatie en een globaal inzicht te verschaffen in de aard, plaats en concentratie van eventuele verontreinigende stoffen. De hypothese (bodem) voor het te onderzoeken gedeelte van het terrein is ‘(kleinschalig) onverdacht (ONVNL)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in de NEN 5740.
De hypothese (asbest) ten aanzien van de inspoelzones is ‘verdacht, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld (VED-HE)’. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de onderzoeksstrategie als beschreven in de NEN 5707. Het veldwerk is uitgevoerd op 15-12-2022 en 22-12-2022 door erkend monsternemer. Op basis van de resultaten van het onderzoek kan geconcludeerd worden dat: - Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) o In de bovengrond van MM1 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In de bovengrond van MM2 is een licht [>achtergrondwaarde] verhoogd gehalte minerale olie. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte minerale olie is op basis van de thans bekende gegevens niet exact te
26
-
-
verklaren. In de ondergrond van MM3 zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater van de peilbuis B01-1-1 is een licht [>streefwaarde] verhoogd gehalte barium aangetoond. Het aangetroffen licht verhoogde gehalte barium is waarschijnlijk van natuurlijke oorsprong. Zware metalen kunnen van nature in de ondergrond aanwezig zijn. In de loop der jaren zijn deze metalen uitgespoeld naar het grondwater. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese dat er wordt uitgegaan van een onverdachte locatie verworpen. Met betrekking tot de gevolgde onderzoeksstrategie wordt gesteld dat op basis van de beschikbare gegevens, de strategie voldoende van opzet is geweest om de toetsing te verrichten. Volgens het toetsingskader uit de circulaire bodemsanering 2013, gedateerd van 1 juli 2013, hoeft op de locatie geen nader onderzoek plaats te vinden aangezien geen van de onderzochte parameters zich boven het gemiddelde van 1/2{S+I} bevindt. Verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707) o Op het maaiveld van de onderzochte deellocatie is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In de inspectiegaten is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. In het grondmengmonster MM1A (G10, G11, G12) is analytisch een gehalte asbest aangetoond van 32 mg/kg.ds. (niet hechtgebonden chrysotiel).
In het grondmengmonster MM2A (G13, G14, G15) is analytisch een gehalte asbest aangetoond van 59 mg/kg.ds. (niet hechtgebonden chrysotiel). Op basis van de uitgevoerde analyses wordt opgemerkt dat in de fractie <0,5 mm van beide inspoelzones losse vezels zijn aangetoond. Daarnaast is sprake van niethechtgebonden asbest. Wanneer uit de reguliere asbestanalyse (fracties 0,5 – 20 mm) blijkt dat er mogelijk asbest in de fractie <0,5 mm aanwezig is, wordt geadviseerd onderzoek uit te voeren naar respirabele vezels in de fractie <0,5 mm middels een SEM analyse. Op basis van een SEM analyse kan worden vastgesteld of er in de fractie <0,5 mm al dan niet vrije vezels aanwezig zijn. Aanvullend onderzoek naar de respirabele fractie is over het algemeen alleen zinvol als er niet-hechtgebonden materialen zijn aangetroffen in de monsters en als daarnaast in de zeeffractie <0,5 mm daadwerkelijk asbestvezels worden aangetroffen. In deze fase van het onderzoek is nog geen onderzoek gedaan naar respirabele vezels in de fractie <0,5 mm. De grondmengmonsters afkomstig van de inspoelzones dienen aanvullend te worden geanalyseerd middels een SEM analyse aangezien er sprake is van niethechtgebonden asbest en in de fractie <0,5 mm losse vezels zijn aangetoond.
Naar aanleiding van de resultaten van de SEM analyse kan worden bepaald of het totale gehalte asbest ter plaatse van de inspoelzones de maximaal toegestane concentratie (interventiewaarde) van 100 mg/kg.ds. overschrijdt. Aanvullend onderzoek SEM-analyse asbest ter plaatse inspoelzones schuur o MM1A: Middels de uitgevoerde SEM-analyse worden in de fractie < 0,5 mm 2 vezels aangetoond. Het totale gewogen gehalte asbest (respirabele vezels) is <0,1 mg/kg.ds. MM2A: Middels de uitgevoerde SEM-analyse worden in de fractie < 0,5 mm geen vezels aangetoond. Het totale gewogen gehalte asbest (respirabele vezels) is <1,1 mg/kg.ds. Gezien de resultaten van de uitgevoerde SEM-analyse kunnen de in het verkennend onderzoek gewogen concentraties asbest van 32 mg/kg.ds. in MM1A en 59 mg/kg.ds. in MM2A worden gehandhaafd. Ter plaatse van de beide inspoelzones vindt geen interventiewaarde overschrijding plaats. Er is formeel geen sprake van een asbestverontreiniging. Er is geen sprake van onaanvaardbare risico’s en er hoeven geen saneringsmaatregelen te worden