CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Ruimtelijke onderbouwing 23 april 2021.pdf

Oordeelsvorming 20 september 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Raadvoorstel verklaring van geen bedenkingen projectafwijkingsbesluit Berkenweg 9, 9a en 13 Doornspijk (Koerier 20 augustus)22.782 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voorafgaand aan het veldwerk is een archeologisch bureauonderzoek met een archeologisch verwachtingsmodel opgesteld. De ligging van het plangebied (op gordeldekwelvingen), de vondsten uit de omgeving van het plangebied en de historisch bekende erven die gelegen waren in het plangebied, maakt dat er een hoge verwachting is op archeologische resten uit alle perioden (vanaf het laat paleolithicum). Het niveau waarop de archeologische resten worden verwacht, ligt direct onder het maaiveld en onder het eventueel aanwezig plaggendek dat vanaf de middeleeuwen is ontstaan. Aan de hand van de historische topografische kaarten kan geconcludeerd worden dat er in de ondergrond van het plangebied resten van historische bebouwing aanwezig kunnen zijn, maar mogelijk is dit door eventuele sloop en herinrichting van het terrein in het verleden niet meer in tact

Slaa + van Asselt architecten BNA

23-4-2021

pagina 26 van 31

bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk

1813

VELDONDERZOEK Op basis van het bureauonderzoek gold voor het plangebied een hoge verwachtingswaarde voor vindplaatsen vanaf de steentijd. De hoge verwachtingswaarde hangt samen met de Iigging van het plangebied op gordeldekwelvingen. BODEM In totaal zijn tijdens het veldonderzoek (verkennende fase) zeven boringen verricht. In overeenstemming met wat verwacht werd op basis van het bureauonderzoek bestaat de opbouw van het plangebied uit een geroerde/verstoorde laag op (al dan niet verspoelde) dekzandafzettingen. In geen van de boringen zijn intacte bodemhorizonten gevonden, noch een intact esdek of archeologische cultuurlagen. ARCHEOLOGIE In geen van de hier geplaatste boringen zijn archeologische indicatoren gevonden. Het zeven van het opgeboorde zand, heeft geen vondsten opgeleverd die op de (voormalige) aanwezigheid van archeologische grondsporen wijzen. Er zijn in de bodem geen intacte bodemhorizonten, intact esdek, cultuurlagen of archeologische indicatoren aangetroffen.

VERSTORINGEN In alle boringen is een verstoord/vergraven pakket aanwezig in de bovengrond van het plangebied. De gemiddelde dikte van deze laag is circa 70 centimeter. De zone van het plangebied die het minst verstoord lijkt te zijn is nabij boring 4, in het zuidelijke deel. In deze boring reikt de verstoringslaag tot 60 centimeter beneden maaiveld. Het plangebied is het diepst verstoord en vergraven nabij de boringen 5 en 6, tot op een diepte van respectievelijk 140 en 110 centimeter beneden maaiveld. De bodem lijkt hier 00k deels verhoogd met een opgebracht pakket zand. Tevens is in de boringen 2 en 6 een natuurlijke verstoring waargenomen: een verspoelde top van het dekzand. Op basis van het bureauonderzoek werden in het plangebied vlakte van ten dele verspoelde dekzanden verwacht. SELECTIE-ADVIES doordrs. C.R.C. Schamp (senior KNA-archeoloog/prospector) In het plangebied is in alle boringen een verstoord/vergraven pakket in de bovengrond aanwezig met een gemiddelde diepte van 70 centimeter beneden maaiveld. Op basis van de afwezigheid van intacte bodemhorizonten, intact esdek, cultuurlagen of archeologische indicatoren achten wij de kans op de aanwezigheid van archeologische waarden in het plangebied Doornspijk, Berkenweg 9-13 klein.

Er zijn in het verleden en tijdens het veldwerk geen archeologische vondsten gedaan in het plangebied of in de omgeving van het plangebied (binnen een straal van 500 meter). Wij adviseren daarom geen archeologisch vervolgonderzoek voor het onderzochte terrein aan de Berkenweg 9-13 te Doornspijk.

Als bij toekomstig graafwerk onverhoopt toch archeologische vondsten worden gedaan of archeologische grondsporen worden aangetroffen, dan dient daarvan direct melding te worden gemaakt bij de minister conform de Erfgoedwet 2015, artikel 5.10 & 5.11. Wij adviseren dit te doen bij de gemeente Elburg. SELECTIE-ADVIES GEMEENTE De gemeente Elburg heeft op 16 december 2019 laten weten het selectieadvies in dit rapport op te volgen. In deze definitieve versie is het commentaar verwerkt dat namens de gemeente Elburg is aangedragen door de regioarcheoloog van de regio Noord-Veluwe (dhr. M. Wispelwey).

Slaa + van Asselt architecten BNA

23-4-2021

pagina 27 van 31

bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk

1813

CULTUURHISTORIE Van aantasting van cultuurhistorische waarden, door uitvoering van het project, is geen sprake. Er worden geen bestaande structuren of andere waardevolle elementen aangetast.

4.12.

Parkeren en verkeer PARKEREN Uitgangspunt bij (her)ontwikkeling is dat voor het parkeren zoveel als mogelijk op het eigen terrein moet worden voorzien overeenkomstig de door de gemeente Elburg vastgestelde parkeernota.

Oud en nieuw In de oude situatie van 24 recreatiewoningen (parkeernorm 1,8 per woning) was een parkeerbehoefte van 43,2, dus 44 parkeerplaatsen. Voor het permanent huisvesten van bewoners op het terrein van de Berkenweg 9/13 is een parkeercapaciteit van 38 parkeerplaatsen nodig.

Voor de 15 woningen voor arbeidsmigranten is de aanname gedaan voor de parkeernorm 'koop, vrijstaand'. Deze heeft een parkeernorm van 2,5, maal 15 maakt dat 37,5, dus 38 parkeerplekken. Bij zowel de bedrijfswoning al de 4 vrijstaande woningen moeten 2,5 parkeerplekken op eigen terrein worden gerealiseerd. Een en ander volgens de memo van de gemeente Elburg van 25 april 2019.

De kaart op de volgende pagina toont dat er voldoende ruimte is op het terrein om de benodigde parkeerplaatsen te positioneren.

19 aonnaen vcor Mb«ldBmigrw*n parkMmorm -koop. 3.5 tS « 2 5 - 38 pafUer|MMtB«n op ongarMiwnefd 1 eft 4 vryManpe wenrypi 5x2.S< UparkMrcteMseiiopwponletTein pMiM eft verdeto'g naOtt w bepMft (npfniMgs ft(ia>efler'eeflw 2S-t-20ie(

Mogelijke parkeerposities (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)

Slaa + van Asselt architecten BNA

23-4-2021

pagina 28 van 31

bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk

1813

VERKEER Voor woningen zijn er ca. 177 verkeersbewegingen per etmaal te verwachten. Dit heeft weinig effect op de belasting van het wegennet. Het verkeer kan goed wegstromen via de Berkenweg / Bovenweg (memo gemeente Elburg 25 april 2019).

Conclusie Dit betekent dat dit plan geen essentiele invioed heeft op de onderdelen parkeren en verkeer.

4.13.

Milieueffectrapportage ALGEMEEN Bepaalde activiteiten kunnen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu hebben. Welke activiteiten dat zijn is vastgelegd in het Besluit Milieueffectrapportage (verder; Besluit m.e.r.). De activiteiten zijn onderverdeeld in: 1. activiteiten die belangrijke nadelige gevolgen kunnen hebben voor het milieu (onderdeel C van de bijiage bij Besluit m.e.r.); 2. activiteiten ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (onderdeel D van de bijiage bij besluit m.e.r.).

Aan het merendeel van de activiteiten zijn drempelwaarden gekoppeld. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onder C van de bijiage bij het besluit m.e.r. en de activiteit een drempelwaarde overschrijdt, geldt een m.e.r.-plicht. Wanneer het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt die is opgenomen in onderdeel D van de bijiage bij het Besluit m.e.r. geldt een m.e.r.beoordelingsplicht. VORMVRIJE M.E.R. BEOORDELING Op 1 april 2011 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in working getreden. Een belangrijke wijziging betreft het indicatief maken van de drempelwaarden in onderdeel D (betreft de m.e.r.-beoordeling) van de bijiage bij het Besluit m.e.r. Concreet betekent dit dat, 00k wanneer ontwikkelingen onder de in bijiage D opgenomen drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er nog steeds van moet vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben, de zogenaamde 'vergewisplicht'. Daarbij zijn in het bijzonder de omstandigheden als bedoeld in bijiage III van de Europese richtlijn betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten (2011/92/EU; 13 december 2011) van belang. Deze omstandigheden betreffen onder andere de kenmerken van de potentiele effecten en cumulatie.

Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn eventuele keuze voor geen m.e.r.-beoordeling voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moederbesluit.

In voorgaande paragrafen is ingegaan op de diverse milieuaspecten en welke invioed deze hebben. Voorgaande milieuaspecten zijn voldoende onderzocht, waarmee is aangetoond dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten. Op basis van het vorenstaande hoeft naar het oordeel van het bevoegd gezag voor dit project geen m.e.r.(beoordelings)procedure te worden doorlopen.

Slaa + van Asselt architecten BNA

23-4-2021

pagina 29 van 31

bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk

1813

UITVOERBAARHEID

55-1-

Economische uitvoerbaarheid Het uitvoeren van het plan heeft geen financiele gevolgen voor de gemeente. De realisering van het project is in particuliere handen en de benodigde/betreffende gronden zijn in eigendom. Eventuele gevolgen die ontstaan als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling(en) komen voor rekening van de initiatiefnemer. Dit wordt vastgelegd in een anterieure overeenkomst. De economische uitvoerbaarheid hoeft derhalve niet te worden aangetoond.

5-2.

Maatschappelijk uitvoerbaarheid Nadat op verschillende manieren met de gemeente Elburg overleg had plaatsgevonden is op 28 februari 2019 door Slaa + van Asselt architecten BNA namens Harry Frens Vastgoed BV een principe verzoek gedaan aan de gemeente Elburg voor het aanpassen van het bestemmingsplan ter plaatse van Berkenweg 9/13.

Het college van burgemeester en wethouders heeft in zijn vergadering van 7 mei 2019 besloten in principe bereid te zijn om medewerking te verlenen aan de plannen. Om de buurt te informeren zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd:

24juni 2019 Van 19.00-22.00 uur buurtavond 1 aan de Berkenweg te Doornspijk. Er waren ongeveer 5 belangstellenden. o De avond bestond uit een kennismaking, het delen van informatie gedeeld en een rondgang over de locatie. 1 juli

Van 19.00-22.00 buurtavond 2 aan de Berkenweg te Doornspijk. Tijdens deze avond waren er ongeveer 20 belangstellenden. o Inhoudelijk was deze avond hetzelfde als de avond op 24 juli. Over het algemeen was er een positieve toon. Wei was er uitdrukkelijk de vraag van de buurt om bij de doorontwikkeling betrokken te mogen blijven. o Daarnaast is de toezegging gedaan dat er geen delinquenten geplaatst worden. 2 juli Van 19.00-22.00 buurtavond 3 aan de Berkenweg te Doornspijk. o Ook deze avond had eenzelfde inhoud als die op 1 juli. o Opnieuw was er een overwegend positieve insteek.

28 oktober Van 19.15 uur tot 22.30 uur: Een avond georganiseerd door de gemeente Elburg. o Aanwezig waren o.a. de wethouders Sneevliet en Kroneman Dhr. G. Huisman als woonzorgmakelaar en betrokken bij de regionale ontwikkeling van maatwerkwoningen. Daarnaast mevrouw K. van Marie van GGZ Centraal en mevrouw G. van Dieren van's Heeren Loo. Van de afdeling Ruimte o.a. Dhr. J. Klompenmaker. o De invalshoek van deze avond was een inloopavond. Met een aantal thema's in de vorm van statafels.

Slaa + van Asselt architecten BNA

23-4-2021

pagina 30 van 31

bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk

o o

o

o

o

o

1813

In de loop van de avond is het toch een plenaire bijeenkomst geworden. Er werden veei kritische vragen gesteld. Een enkeling stond niet open voor de dialoog en luisterde niet naar het verhaal dat de initiatiefnemers brachten. Een aantal aanwezigen was teleurgesteld in de informatie voorziening vanuit de gemeente Elburg. De meerderheid ging op een positieve manier het gesprek aan en gaf aan liever niet dat deze mensen er zouden komen, maar als het dan toch moest, ze wel goede afspraken en garanties wilden. Hierop is bijv. aangegeven dat een 24-uurs bereikbaarheid wordt gegarandeerd.

Van deze avond is verder geen verslag gemaakt

Van de laatste bijeenkomst is verder geen verslag gemaakt. De eerst 3 bijeenkomsten zijn vastgelegd in een impressie. Deze geeft een inhoudelijk verslag van de zaken die zijn gedeeld tijdens de buurtavonden. Deze impressie is gedeeld tijdens de bijeenkomst bij de gemeente Elburg in oktober. De impressie is als bijiage bij deze onderbouwing gevoegd.

Slaa + van Asselt architecten BNA

23-4-2021

pagina 31 van 31

akd benelux lawyers

I

b

Bijiage 3

^dviesbureau ’^de Haan L____ __ J Ingenleurs voor akoesttek en milieu

AH.2019.1483.02.R001

Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

definitief 23 april 2021

^adviesbureau [de Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

Bedrijfsgegevens

Opdrachtgever

Slaa en Van Asselt Industrieweg 75 8071 CS Nunspeet

Contactpersoon opdrachtgever

De heer Slaa Slaa@slaavanasselt.nl

Project Betreft Uw kenmerk

Berkenweg 9/13 te Doornspijk Onderzoek externe veiligheid

Rapport Datum Versie Status

AH.2019.1483.02.R001 23 april 2021 002 defin itief

Uitgevoerd door

Adviesbureau de Haan B.V. Van Pallandtstraat 9-11 6814 GM Arnhem Postbus 153 6800 AD Arnhem

Contactpersoon

N.A.M. (Nelly) Uitslag MSc 026 845 46 35 n.uitslag@adviesbureau-de-haan.nl

Auteur

drs. E. (Elias) den Breejen 088 346 78 22 edb@dgmr.nl

Projectadviseur

ing. D.J. (Dennis) Sanders 026 845 46 32 d.sanders@adviesbureau-de-haan.nl

2e lezer/secr.

RBO|MBR

&

I<e ft to

s

ST

5o <D

ftto

sa o

I

M GJ

g

2

fb

§

(^adviesbureau

e Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

Inhoud 1. Inleiding

4

2. Situatie 2.1 Planomschrijving 2.2 Referentiesituatie 2.3 Risicobronnen

5 5 5 5

3. Wettelijk kader 3.1 Huidige wetgeving 3.2 Toekomstige wetgeving: Omgevingswet

7 7 8

4. Risicobeoordeling 4.1 Uitgangspunten berekening 4.2 Rekenresultaten 4.3 Aandachtsgebieden

10 10 10 12

5. Aanzet verantwoording groepsrisico 5.1 Bestrijdbaarheid 5.2 Zelfredzaamheid 5.3 Invulling criteria regionaal beleid 5.4 Brandaandachtsgebied

14 14 14 15 16

6. Conclusie

17

Bijiagen Bijiage 1 Bijiage 2 Bijiage 3

Populatie berekening groepsrisico Rapportage Carola referentiesituatie Rapportage Carola Planrealisatie

S

sco g

CM

s> o

e o co co

Ti-

O)

o

§

3 CO

I

i I5

Se

3

Qidviesb u re a u

AH.2019.1483.02.Root Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

1. Inleiding Architectenbureau Slaa en Van Asselt is betrokken bij de aanvraag omgevingsvergunning van de aaneengesloten percelen Berkenweg 9 en Berkenweg 13 nabij Doornspijk. Met deze aanvraag omgevingsvergunning wordt huisvesting van arbeidsmigranten in de bestaande recreatiewoningen op deze percelen mogelijk. Figuur 1 toont de bestaande en nieuwe indeling van het terrein. Er is geen maximum aantal woningen vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan. De feitelijke situatie gaat van 25 recreatiewoningen naar vier reguliere woningen en zestien woningen voor het huisvesten van arbeidsmigranten. Op het oostelijke perceel Berkenweg 9 worden alle gebouwen gesloopt en vervangen door 4 woningen. Op het westelijke perceel Berkenweg 13 wordt in de zuidpunt een bestaand verblijf vervangen door een nieuwe woning en blijven de overige 15 woningen ongewijzigd.

figuur 1: bestaande en voorgenomen nieuwe terreinindeling

I

ST TT

Om deze ontwikkeling te mogen realiseren, is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan noodzakelijk. Daarvoor is een onderzoek externe veiligheid vereist vanwege de nabijheid van de hogedruk aardgasleiding N-570-20. Op grotere afstand ligt ook de snelweg A28, waarover geklasseerde stoffen worden vervoerd.

o

5 a

§ so

In dit onderzoek externe veiligheid beantwoorden wij de volgende vragen: § 1

2

Wat zijn de externe risico’s als gevolg van de buisleiding N-570-20 en andere risicobronnen in de omgeving van het plangebied? Hoe kan de gemeente Elburg de voorgenomen ontwikkeling verantwoorden in relatie tot deze risicobronnen?_____

o

hJ

a o

62, Q.

§ 4

s ss

fadyiesbureau

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

2. Situatie 2.1 Planomschrijving Het voorgenomen plan bestaat uit twintig woningen, waarvan 4 reguliere woningen op kavel Berkenweg 9 (genummerd 9 en 9A tot en met 9C) en 16 woningen voor het huisvesten van arbeidsmigranten op kavel Berkenweg 13 (genummerd 13R/a tot en met 13R/p). 2.2 Referentiesituatie Het voorgenomen plan meet worden vergeleken met de referentiesituatie. Dat is in dit geval de bestaande situatie. Dit betreft 10 recreatieverblijven op Berkenweg 9 en 15 recreatiewoningen op Berkenweg 13. Wij gaan voor de referentiesituatie uit dat deze woningen 1/3 deel van het jaar bezet zijn. label 1 geeft een vergelijking van de referentiesituatie en de planomschrijving. Als kentallen hanteren wij voor zowel permanente woningen als recreatiewoningen 2,4 personen per woning, waarvan overdag 50% aanwezig. Voor recreatiewoningen gaan wij op basis van de Handleiding populatieservice^ uit van een bezetting van 37% van het jaar.

tabel 1: vergelijking populatie in het plangebied I Planontwikkeiing

o CM

4

s I

CM

Deelterrein

Inrichting

Berkenweg 9 Berkenweg 13 Totaal

10 recreatiewoningen 15 recreatiewoningen 25 recreatiewoningen

Personen overdag 12_____ 18______ 30

Personen nacht 24______ 36_____ 60

Inrichting Berkenweg 9 Berkenweg 13 Totaal

4 woningen 16 woningen 20 woningen

Personen overdag 5_______ 19 24

Personen nacht 10______ 38_____ _ 48

2.3 Risicobronnen Figuur 2 toont de ligging van het plangebied ten opzichte van risicobronnen in de omgeving: • Op 70 meter ten noordwesten van de planlocatie ligt de hogedruk aardgasleiding N-570-20. De externe risico’s van deze leiding beschouwen we kwantitatief in hoofdstuk 4. Overige buisleidingen liggen op 1200 meter of verder en vormen op de planlocatie geen extern risico. • Op 1 km ten zuidoosten van de planlocatie ligt de A28 en op 1300 meter ten zuidoosten ligt de spoorlijn Amersfoort - Zwolle. Beide transportroutes behoren tot het Basisnet. De afstand tot het plan is meer dan 200 meter zodat geen maatregelen hoeven te worden overwogen. Alleen in zeer ongunstige gevallen kan op deze transportroutes een toxische wolk ontstaan die tot aan het plangebied reikt. Daarom meet dit externe risico wel worden verantwoord. • Binnen 1 km van de planlocatie staan geen bedrijven die onder het Bevi vallen of waarvoor vanuit andere wetgeving een veiligheidsafstand geldt. De meest nabije inrichting betreft een opslag van propaan op recreatiepark Dennenrhode op 1200 meter afstand. Voor dergelijke opslagen geldt vanuit de Revi een invioedsgebied van 150 meter. Voor de overige inrichtingen en activiteiten die tussen 1 en 2 km van de planlocatie liggen, gelden vergelijkbare invioedsgebieden. Ook deze risicobronnen zijn niet relevant voor de planlocatie.

o

e

o co co xf O)

8£ o co

00

g

Handleiding Populatieservice, versie 1.0 d.d. juli 2018. Analoog aan campings gaan we uit van 134 dagen per jaar, ofwel 37%

o

§ 5

5

^adviesbureau [^de Haan

D

AH.2019.1483.02.Root Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

750

1.500 Meters

•

Risicobedrijven

figuur 2: ligging planlocatie ten opzichte van risicobronnen

S'

So § o

ST

5o co

TO o

hO

S o

Q.

2, o.

8X

M

6

§ rb

§

Qidviesbureau

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

3. Wettelijk kader 3.1 Huidige wetgeving De huidige wetgeving voor externe veiligheid staat per type risicobron beschreven in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Deze besluiten stellen op vergelijkbare wijze een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en een richtwaarde voor het groepsrisico. Omdat in dit geval een buisleiding de maatgevende risicobron is, richten wij ons in dit wettelijke kader op het Bevb.

Daarnaast kan voor risicobronnen die niet onder deze wetgeving vallen aanvullende wetgeving van toepassing zijn vanuit bijvoorbeeld het Activiteitenbesluit, zoals gasdrukverdeelstations. In dit geval staan deze en andere risicobronnen waarvoor andere regelgeving van toepassing is op zodanige afstand dat ze niet relevant zijn voor het plangebied.

1

3.1.1 Plaatsgebonden risico Het Bevb definieert het plaatsgebonden risico (PR) als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een vaste plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Het PR met een bepaalde waarde kan rond een inrichting. transportroute of buisleiding worden weergegeven als een contour op een vaste afstand van deze route. Hoe verder van de route, hoe kleiner de kans dat iemand overlijdt als gevolg van een ongewoon voorval. Als grenswaarde voor het plaatsgebonden risico geldt een kans van lO Vjaar ofwel eens per miljoen jaar. In een nieuwe situatie mag een kwetsbaar object, zoals de voorgenomen woningen, niet binnen de 10 ®/jaar-contour liggen.

3.1.2 Groepsrisico Bij een ontwikkeling binnen het invioedsgebied van een inrichting, transportroute of buisleiding moet het groepsrisico worden verantwoord. Dit groepsrisico gaat in op de kans op 10 of meer slachtoffers als gevolg van een voorval aan de buisleiding. Daarbij komen in ieder geval aan bod: • De dichtheid van personen in het invioedsgebied van de buisleiding en de verandering daarvan als gevolg van het plan. • Het groepsrisico. • De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp. • De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen als zich in de buisleiding een ramp voordoet.

§

‘5' CM

§

■D

O

2 o 00 ’sr

s 8 o co co 'T

s

Als de planlocatie binnen de 100% letaliteitsafstand van een buisleiding ligt en bij een groepsrisico boven de orientatiewaarde of een toename van meer dan 0,1 keer de orientatiewaarde, gaat de gemeente bij de verantwoording ook in op: • de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die worden toegepast door de exploitant van de buisleiding die dat risico mede veroorzaakt; • andere mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan; • de mogelijkheden en de voorgenomen maatregelen tot beperking van het groepsrisico in de nabije toekomst.

Een aantal gemeenten heeft een eigen beleidsvisie externe veiligheid die als handvat functioneert in het verantwoorden van het groepsrisico. Voor de gemeente Elburg is de Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Noord-Veluwe van toepassing. Deze beleidsvisie maakt

I (D

5

7

vadyies bureau ^de Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

onderscheid tussen verantwoordingsniveaus 1 en 2 en een standaardverantwoording. Uit de rekenresultaten zal blijken dat in dit geval (kwetsbare objecten nabij een buisleiding en een groepsrisico < 0,1 keer de orientatiewaarde) verantwoordingsniveau 2 van toepassing is. Behalve de verplichte aspecten uit het Bevb (bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid) dient het bevoegd gezag ook in te gaan op de noodzaak, ruimtelijke veiligheidsmaatregelen, bronmaatregelen en objectgerelateerde maatregelen. Voor de snelweg en spoorlijn (kwetsbare objecten tussen 200 en 1500m afstand van de transportroute) geldt een standaardverantwoording. 3.2 Toekomstige wetgeving: Omgevingswet Per 1 januari 2022 treedt de Omgevingswet in working. Deze wet is in vier AMvB’s uitgewerkt: 1 Omgevingsbesluit 2 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) 3 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) 4 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)

Bij het beschouwen van externe veiligheid bij ruimtelijke plannen zijn het Bkl en het Bbl van toepassing. Het Bkl stelt vergelijkbare eisen als het huidige Bevi, Bevt en Bevb. Dit betekent dat rekening moet worden gehouden met externe risicobronnen, waarbij plannen moeten voldoen aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico en het bevoegd gezag rekening moet houden met de kans op 10 of meer slachtoffers (voorheen groepsrisico). Als hulpmiddel bij de verantwoording van het groepsrisico gelden straks drie typen aandachtsgebieden: • Brandaandachtsgebied: de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of een fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m^ is. Voor buisleidingen geldt als uitzondering de begrenzing tot 35 kW/m^. Voor de buisleiding langs de planlocatie geldt een brandaandachtsgebied van 70 meter vanaf de buisleiding. • Explosieaandachtsgebied: de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (Boiling Liquid Expanding Vapor Explosion, BLEVE), de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m^ is; of b een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is.

• Gifwolkaandachtsgebied: de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling. Het gifwolkaandachtsgebied is maximaal 1.500 meter.

Voor het explosieaandachtsgebied en het brandaandachtsgebied kan de gemeente een explosievoorschriftengebied en een brandvoorschriftengebied aanwijzen, waarin de aanvullende bouwkundige eisen gelden volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, opvolger Bouwbesluit). Een gemeente is niet verplicht een dergelijk voorschriftengebied vast te stellen. Zij kan gemotiveerd afwijken door een kleiner of geen voorschriftengebied aan te wijzen. Wanneer een voorschriftengebied van toepassing is, zijn de bijbehorende bouwkundige maatregelen verplicht. Het Bbl schrijft de bouwkundige maatregelen voor die gelden in een brandvoorschriftengebied en in een explosievoorschriftengebied. • Voor brandaandachtsgebieden zijn de maatregelen gericht op de beperking van brandoverslag door aanstraling en op viuchtmogelijkheden: • Een uitwendige scheidingsconstructie heeft een brandwerendheid van minstens 60 minuten. • De aan de buitenlucht grenzende zijde voldoet aan brandklasse A2.

S'

c o 59 4s. 09 CO

§zr o <o 4S.

09 09

M

B o

& 2, o*

s

M 09

6

8

s

Qidviesbureau

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

• Het dak is bedekt met constructiematerialen die voldoen aan brandklasse A2. • VIuchtmogelijkheden van de bron af. • Het gebouw meet voldoen aan een bepaalde sterkte in geval van brand. • Voor een explosieaandachtsgebied geldt artikel 4.96 Bbl. Dit betekent dat in een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing zodanig moet worden uitgevoerd dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen. In dit geval liggen de risicobronnen waarvoor een explosieaandachtsgebied geldt op zodanige afstand dat dit voorschrift voor dit plan niet van toepassing is. Voor gifwolkaandachtsgebieden geldt geen voorschriftengebied en gelden dus ook geen specifieke voorschriften. Wei geldt, net als in het Bouwbesluit, het algemene voorschrift dat mechanische ventilatie moet kunnen worden uitgeschakeld.

o

g co

CM

X

8

■o ■a

o

e

s s 'T

O)

s o

co GO

§ a o

5

9

^advies bureau

AH .2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

4. Risicobeoordeling In paragraaf 2.3 hebben we aangegeven dat alleen voor de hogedruk aardgasleiding N-570-20 een risicoberekening nodig is. Deze risicoberekening hebben we in dit hoofdstuk uitgewerkt.

4.1 Uitgangspunten berekening

4.1.1 Rekenmethode De te hanteren rekenmethodiek voor buisleidingen is vastgelegd in de Handleiding risicoberekening Bevb. Het voorgeschreven rekenpakket is Carola. De risicoanalyse voor de bovengenoemde aardgasleiding is uitgevoerd conform deze methodiek. De gemeente Elburg heeft op verzoek de leidinggegevens van de te beschouwen leiding opgevraagd bij de Gasunie. De opgevraagde leidinggegevens zijn rechtstreeks ingelezen in het rekenpakket. label 2 geeft een overzicht van de specificaties van de berekening.

label 2: specificaties berekening Model__________________ Parameterfile____________ Weerstation_____________ Datum aanlevering gegevens Datum uitvoering berekening Eigenaar leidingen

Carola versie 1.0.0.52______ Versienummer 1.3_________ Deelen (automatisch gekozen) 31-3-2021________________ 1 april 2021_______________ N.V. Nederlandse Gasunie

Leiding________________________ Diameter______________________ Druk__________________________ Leidingbestand__________________ Beschouwde afstand in leidingbestand

N-570-20________________ 318 mm_________________ 40 bar__________________ 7211_leiding-N-570-20-deel-1 1600-10400 m

4.1.2 Populatiegegevens Naast de leidinggegevens moet de populatie (aanwezigheidsgegevens) worden ingevoerd. Deze aanwezigheidsgegevens heeft Adviesbureau de Haan opgevraagd via de BAG-populatieservice en uitgewerkt zoals in bijiage 1 aangegeven. Voor de referentiesituatie gaan we uit van 25 recreatiewoningen die 37% van de tijd in gebruik zijn. Dit hebben we vanwege de beperkingen die Carola geeft voor de populatie-invoer gemodelleerd als een evenement. Voor de toekomstige situatie gaan we uit van 20 woningen die continu bewoond worden.

4.2 Rekenresultaten

4.2.1 Plaatsgebonden risico Figuur 3 toont de ligging van de PR-contour. Ter plaatse van het plangebied heeft de buisleiding geen 10 ®/jaar-contour. Wei is er sprake van een 10^ contour. Door de voorgenomen ontwikkeling verandert de ligging van de PR-contour niet. Aangezien er geen sprake is van een 10 ®/jaar-contour vormt het plaatsgebonden risico geen belemmering voor de ontwikkeling.

& fo o

s

s o

NJ

S' 3O

CO

g o

NJ

a o

Is o

8

M

r g

10

w

§

Qidviesbureau [^de Haan

J

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

figuur 3: PR-contouren van de buisieiding (geel lO'/jaar, green 10’®/jaar). De 10 ' PR-contour ligt net over het noordwestelijke deel van de planiocatie.

s<6

De leiding heeft een 100% letaliteitsafstand van 70 meter en een 1% letaliteitsafstand van 140 meter. De afstand van het plan tot de buisieiding is 68 meter, zodat het plan voor een klein deel binnen de 100% letaliteitsafstand van de buisieiding ligt. Alle woningen liggen buiten de 100% letaliteitsafstand. Het grootste deel van het plangebied ligt tussen de 70 en 140 meter vanaf de buisieiding en daarmee buiten de 100% letaliteitsafstand, maar binnen het invioedsgebied.

CM

§

•o o

s> o

e

4.2.2 Groepsrisico Figuren 4 en 5 tonen de fN-curve van het hoogst berekende groepsrisico voor de referentiesituatie en voor de situatie bij planrealisatie. De ligging betreft het maatgevende traject van deze buisieiding: 4.800 - 5.800 meter. In bijiagen 2 en 3 is dit traject op de kaart gevisualiseerd^.

o co 00 O)

8r: 5

s s ’«■

s

Hoewel de populatie zodanig is geselecteerd dat het hoogste groepsrisico automatisch ter plaatse van het plangebied zou moeten Uggen, blijkt dat in deze situatie niet het geval: hemeisbreed 900 m ten noordoosten van de planiocatie (maar 1100 m als we de buisieiding volgen) ligt een aantal woningen binnen de 100% letaliteitsafstand die maatgevend zijn voor het groepsrisico. Daardoor ligt de maatgevende kilometer niet meet ter plaatse van de planiocatie. Door deze woningen te verwijderen uit het bestand komt de maatgevende kilometer ter plaatse van het plangebied, maar wordt wel een onderschatting van het groepsrisico gemaakt. Het in deze paragraaf gepresenteerde groepsrisico is daardoor een overschatting van het werkelijke groepsrisico ter plaatse van de planiocatie.

o

a

11

Tadviesbureau

e Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

label 3 omschrijft dit hoogste risico. Uit deze tabel voIgt dat het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de orientatiewaarde. Dit leidingtraject heeft een lage faalkans en de omgeving is dun bevolkt. Daardoor is het groepsrisico zeer laag, wat in lijn is met de verwachting.

Groepwittco

Groepsrlsioo

10E-3p

1 0 E-3

1.0 E-4

1.0 E-4

1.0 £-5 |t0E-€

1 OE-5 |l0E-6

...»....... .

1.0 E-7

1.0 E-7

1.0 E-e ''

10E-0

1.0 e-9 L o

1.0 E-9

8

figuur 4: fN-curve groepsrisico referentie

o

8

figuur 5: fN-curve groepsrisico pianrealisatie

tabel 3: groepsrisico buisleiding N-570-20 I Pianrealisatie

Normwaarde groepsrisico (hoogste waarde)

0,000235 ‘ OW (kans 2,35 * 10° op 10 slachtoffers)

Omdat het groepsrisico lager is dan 0,1 keer de orientatiewaarde, volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Daarbij hoeft de gemeente conform het Bevb alleen in te gaan op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Hiervoor doen wij in het volgende hoofdstuk een aanzet, net als voor de punten die in het regionale beleid worden genoemd. 4.3 Aandachtsgebieden Voor een buisleiding met een druk van 40 bar en een diameter van 12“ geldt conform het Bkl een brandaandachtsgebied van 70 meter. Dit gebied is gevisualiseerd in figuur 6. Voor een aardgasleiding zijn een explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied niet van toepassing.

:x-

I o o

.u

00 GO

so (O

G)

sa o

I2.

Q. O

hJ

12

tb

§

^adviesbureau ^cie Haan “*1

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

A

. ,>-4Xi.iBal Legenda — Buisleiding N-570-20 ' Brandaandachtsgebied 70 m

100 Meter!

Invieedsgebied buisleiding 140 m 1

figuur 6: een Klein hoekje van het plangebied ligt binnen 70 m van de buisleiding en daarmee in het brandaandachtsgebied, tevens de 100% letaliteitszone. Een greet deel van het plangebied ligt tussen 70 m en 140 m van de buisleiding en daarmee wel binnen het invieedsgebied maar buiten het brandaandachtsgebied

Andere risicobronnen liggen op zodanige afstand dat aandachtsgebieden niet tot het plangebied reiken. Voor de A28 en de spoorlijn Amersfoort - Zwolle geldt een PAG van 30 meter. De aandachtsgebieden die voor de omgevingswet gaan gelden, zijn nog niet vastgelegd in de regeling Basisnet. Als ze voor deze transportroutes gaan gelden, worden ze 30 meter voor het brandaandachtsgebied en 200 meter voor het explosieaandachtsgebied. o

S co CM

8

■O

ai

I5

e o

8 a>

8 c. S co

I §

s ■G

5

13

(adviesbureau ^de Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

5. Aanzet verantwoording groepsrisico Om het voorgenomen plan te mogen realiseren, is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan noodzakelijk. Omdat de locatie binnen het invioedsgebied ligt van de hogedruk aardgasleiding N-570-20, moet de gemeente Elburg het groepsrisico als gevolg van deze leiding verantwoorden. Het groepsrisico is zowel in de huidige referentiesituatie als na planwijziging kleiner dan 0,1 keer de orientatiewaarde. Daarom hoeft de gemeente vanuit het Bevb alleen in te gaan op bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland heeft adviesrecht over deze criteria. Vanuit het regionale beleid dient de gemeente aanvullend in te gaan op de noodzaak, ruimtelijke maatregelen, bronmaatregelen en objectgerelateerde maatregelen. De gemeente heeft de uiteindelijke keuze over de goedkeuring van het plan en het eventueel nemen van maatregelen. Voor de snelweg A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle geldt vanuit het gemeentelijke beleid een standaardverantwoording. 5.1 Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid van een calamiteit verandert niet ten opzichte van de bestaande situatie. De buisleiding en de bereikbaarheid daarvan veranderen niet ten opzichte van de bestaande situatie.

Om effectief en efficient hulp te kunnen bieden ten tijde van een ongeval zijn de opkomsttijd, de bereikbaarheid en de bluswatervoorzieningen van belang. De hulpverleningsdiensten moeten voldoende capaciteit beschikbaar hebben om alle effecten binnen een kort tijdsbestek te kunnen bestrijden. Vanwege de aard van een grote fakkel, heeft de bevolking zonder meer in de gaten dat gevaar dreigt. Een alarmeringssysteem lijkt daarom vanwege de buisleiding niet nodig. Wei kan dit systeem (hetzij met sirenes of per SMS) worden gebruikt bij andere calamiteiten, zoals op de snelweg. Niet bekend is of de dekking op deze locatie voldoende is. 5.2 Zelfredzaamheid Het plan voorziet in woningen voor zelfredzame personen. Minder zelfredzame personen zijn niet uitgesloten, maar zijn geen doelgroep voor deze woningen en komen niet op grote schaal voor in het plangebied. Gemiddeld neemt het aantal personen toe, maar bij permanente bewoning zijn de bewoners beter bekend met hun directe omgeving. Ook richt het voorgenomen plan zich op een volwassen doelgroep, terwiji op het bestaande recreatiepark meer ouders met kinderen aanwezig zullen zijn. ?r

Calamiteiten bij een buisleiding verlopen vaak zeer snel, zodat tijdig alarmeren en ontruimen vaak niet mogelijk is. Afhankelijk van de afstand tot de ongevalslocatie kunnen woningen een schuilmogelijkheid bieden tegen warmtestraling. Mochtdit niet het geval zijn en bebouwing toch in brand geraken, moet men van de bron weg viuchten. Daarbij kan men het beste zoveel mogelijk bedekkende en daarmee beschermende kleding dragen. Vanaf het terrein zijn vier poortjes naar de zandverstuiving. Via deze poortjes kan men het terrein verder ontviuchten van de bron vandaan.

s.

I§ o

s

Iw § so to

De meeste risico’s met betrekking tot buisleidingen ontstaan bij werken aan de buisleiding zelf en graafwerkzaamheden in de directe omgeving. De exteme risico’s kunnen daardoor sterk worden beperkt met de maatregel om in geval van graaf- of onderhoudswerkzaamheden het gebied binnen 140 meter van de werkzaamheden preventief te evacueren.

GJ

sa o

M O.

2. Ct

5

S 14

S

^adviesbureau ’^de Haan '>v'] L____ __ J

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

Naast de gasleiding kan ook de snelweg een extern risico vormen als bij een ongeval met geklasseerde stoffen een toxische wolk vrij komt. In dergelijke gevallen moet men inpandig schuilen en ramen en deuren sluiten. Vanwege de afstand tot de snelweg zal dit alleen kunnen optreden bij de meest ongunstige weersomstandigheden. Bij dit ongevalsscenario is tijdige alarmering van belang (sirene of SMS-alert). 5.3 Invulling criteria regionaal beleid

Noodzaak Uit de Kansenverkenning flexwonen in Elburg van September 2018 (uitgevoerd door het Expertisecentrum Flexwonen en het woningbehoefteonderzoek (Reith advies, 10 december 2018) is gebleken dat voor een groot aantal arbeidsmigranten huisvesting moet worden gevonden. Het voorgenomen plan biedt een mogelijkheid om deze behoefte deels in te vullen. Ruimtelijke veiligheidsmaatregelen De ontwikkeling betreft een functiewijziging van bestaande bebouwing. Binnen het invioedsgebied verandert deze bebouwing nagenoeg niet, waardoor een andere planindeling met de bestaande bebouwing niet mogelijk is. De omvang van defeitelijke bebouwing bepaalt ook het aantal personen dat redelijkerwijs in de woningen kan wonen. Een ongeval aan de buisleiding kan leiden tot een fakkelbrand die tientallen meters hoog is. Afscherming tegen een dergelijke fakkel is niet in het landschap in te passen.

Brongerelateerde maatregelen Ten aanzien van een buisleiding kunnen als brongerelateerde maatregelen afdekplaten worden aangebracht of actief toezicht bij graafwerkzaamheden. Andere maatregelen dan preventief evacueren bij graafwerkzaamheden in de directe omgeving van de gasleiding lijken voor dit project niet realistisch.

Objectgerelateerde maatregelen Omdat het om een functiewijziging van bestaande bebouwing gaat, zijn nieuwe bouwkundige maatregelen niet realistisch. De bestaande bebouwing voldoet aan het Bouwbesluit 2012 en de daken en gevels bestaat grotendeels uit onbrandbaar materiaal, zoals steen en dakpannen. De kans op brandoverslag is daarmee beperkt. Hoewel de omgeving van het plangebied met uitzondering van de zandverstuiving uit bosachtige natuur bestaat, is de beplanting op het park zelf beperkt. Door ook deze struiken kort te houden, is de kans op brandoverslag naar de woningen op het park klein.

§

5 CM

§

Standaard verantwoording voor snelweg en spoorlijn Het plangebied en de geprojecteerde ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de snelweg A28 en de spoorlijn Amersfoort - Zwolle. Om deze reden wordt conform de beleidsvisie externe veiligheid een standaardverantwoording toegepast.

oi

1 o

2 o co

00

§ x:

3 8

s I I

Vanwege de grote afstand tot de risicobron zal een toename van personendichtheden niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beinvioeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld, heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invioed op het groepsrisico.

15

Tadviesbureau ^de Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden veel kleiner dan 1* 10 ®/jaar. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch.

Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen. De mate waarin deze bouwwerken afsiuitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe bouwwerken zijn goed geisoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelingsinstallaties met een druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. 5.4 Brandaandachtsgebied Per 1 januari 2022 treedt de omgevingswet in working. Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) wordt langs deze hogedruk aardgasleiding een brandaandachtsgebied van 70 meter aangewezen. Gezien de aard van de risico’s zijn een explosieaandachtsgebied en gifwolkaandachtsgebied in dit geval niet van toepassing. Voor het brandaandachtsgebied kan de gemeente een voorschriftengebied vaststellen. Omdat het plan niet voorziet in bebouwing in het brandaandachtsgebied is deze keuze om hier voorschriften aan te verbinden in dit geval niet van belang.

?r a o

§

sS' so co

§ co

s3 o

I

2.

Q.

s GJ

6

16

§

(^adviesbureau

e Haan

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

6. Conclusie

Architectenbureau Slaa en Van Asselt is betrokken bij de herbestemming van de aaneengesloten percelen Berkenweg 9 en Berkenweg 13 nabij Doornspijk. Met deze herbestemming wordt huisvesting van arbeidsmigranten in de bestaande recreatiewoningen op deze percelen mogelijk alsook het vervangen van 10 woningen door 5 nieuwe woningen. Om deze ontwikkeling te mogen realiseren, is een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan noodzakelijk. Daarvoor is een onderzoek externe veiligheid vereist vanwege de nabijheid van de hogedruk aardgasleiding N-570-20. Op grotere afstand liggen ook de snelweg A28 en de spoorlijn Amersfoort-Zwolle, waarover geklasseerde stoffen worden vervoerd.

In dit onderzoek externe veiligheid beantwoorden wij de volgende vragen: 1 2

Wat zijn de externe risico's als gevolg van de buisleiding N-570-20 en andere risicobronnen in de omgeving van het plangebied? Hoe kan de gemeente Elburg de voorgenomen ontwikkeling verantwoorden in relatie tot deze risicobronnen?

Buisleiding N-570-20 ligt op 70 meter ten noordwesten van het plangebied. In geval van een fakkel ontstaat een warmtestraling die tot een externe brand kan leiden. Het plan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico: er is geen 10 ® PR-contour. Het plangebied ligt net binnen het 100% letaliteitsgebied van de leiding, maar de eerste woning staat net buiten het 100% letaliteitsgebied. Het groepsrisico blijft onveranderd op 0,0002 keer de orientatiewaarde. Daarom volstaat in dit geval een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Bevb. Vanuit de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe moet men aanvullend in gaan op de noodzaak van de ontwikkeling en een afweging van maatregelen. Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt in de Omgevingswet een brandaandachtsgebied binnen 70 meter van deze buisleiding. Omdat het plan niet voorziet in bebouwing binnen 70 meter van deze leiding, hoeft de gemeente geen afweging te maken om een voorschriftengebied vast te stellen.

In hoofdstuk 5 van dit rapport heeft Adviesbureau de Haan een aanzet gegeven voor deze verantwoording. De veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland heeft adviesrecht ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De gemeente kan als zij instemt met deze aanzet deze gebruiken voor verantwoording van het groepsrisico.

sco

04

§

■a

I o

e o

co co CT>

s

ing. D.J. (Dennis) Sanders Adviesbureau de Haan B.V.

I§ O)

o

2^

3

17

Qidviesbureau

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

Bijiage 1 Titel

Populatie berekening groepsrisico

Tadviesbureau ^de HaanbJ

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

We hebben de meest recente BAG-populatie (januari 2021) binnen 250 meter van de buisleiding opgevraagd op pandniveau. Dit gebied omvat het gehele invioedsgebied van de buisleiding voor het traject nabij de planlocatie. De populatie die de BAG-populatieservice aangeeft, hebben we alleen voor de planlocatie gecorrigeerd. Buiten het plangebied geeft de BAG-populatie een representatieve invulling van de aanwezigen binnen het invioedsgebied. Figuur Bl .1 toont de BAG-populatie tijdens de dagperiode, figuur B1.2 de gehanteerde populatie in de nachtperiode. Naast de populatie van het recreatiepark (die in de modeliering is vervangen) zijn de enige twee objecten met meer dan 10 aanwezigen tijdens de dag of nachtperiode twee gebouwen op het terrein van Noverosa op circa 400 meter ten noordoosten van het plangebied.

I'

».

**

s.

»•'

Legends 0231 plangebied —Buisleidingen

personen dagperiode

H 0- 10 ■

10-50

■I 50-180

3

500

X flguur B1.1; populatie dagperiode

1.000 Meters

A

I

I Invioedsgebied

fadviesbureau [^de Haan^J

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

«*

i.

Legenda |__J plangebied I

—Buisleidingen

personen nachtperiode 0-10

10-50 50 - 200

500 X

figuur Bl .2: populatie nachtperiode

1.000 Meters

I

I Invtoedsgebied

Qidviesbu rea u

AH.2019.1483.02.R001 Omgevingsvergunning Berkenweg 9/13

Bijiage 2 Titel

Rapportage Carola referentiesituatie

Kwantitatieve Risicoanalyse Carola referentiesituatie Door: edb

Samenvatting Het groepsrisico is kleiner dan 0,1 keer de orientatiewaarde

Pagina 2 van 24

Inhoud Samenvatting

2

1 Inleiding

5

2Invoergegevens.............. 2.1 Interessegebied..... 2.2 Relevante leidingen 2.3 Populatie.................

7 7 7 9

3 Plaatsgebonden risico.......................................................................................................... 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-A-510-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................ 3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-A-570-01-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................ 3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-A-570-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................ 3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-20-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................ 3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-32-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................ 3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-33-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................

3.7 Figuur 3.7 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-50-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie........................................................................................................

11 11 11 12 12 13 13

14

4 Groepsrisico screening.......................................................................................................... 4.1 Figuur4.1 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-A-510-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie......................................................................................................... 4.2 Figuur4.2 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-A-570-01-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie.......................................................................................................... 4.3 Figuur 4.3 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-A-570-deel-l van N.V.

15

Nederlandse Gasunie ........................................................................................................................

16

4.4 Figuur 4.4 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-N-570-20-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie.......................................................................................................... 4.5 Figuur 4.5 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-N-570-32-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie.......................................................................................................... 4.6 Figuur 4.6 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-N-570-33-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie.......................................................................................................... 4.7 Figuur 4.7 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-N-570-50-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie..........................................................................................................

15

16

17 18 18

19

5 FN curves................................................................................................................................. ........ 20 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 7211_leiding-A-510-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 960.00 en stationing 1960.00...................................... 20 5.2 Figuur 5.2 FN curve voor 7211_leiding-A-570-01-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ........................... 20 5.3 Figuur 5.3 FN curve voor 7211_leiding-A-570-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 1000.00 ..........................................21 Pagina 3 van 24

5.4 Figuur 5.4 FN curve voor 7211_leiding-N-570-20-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 4800.00 en stationing 5800.00.......... 5.5 Figuur 5.5 FN curve voor 7211_leiding-N-570-32-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 300.00.................... 5.6 Figuur 5.6 FN curve voor 7211_leiding-N-570-33-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 30.00...................... 5.7 Figuur 5.7 FN curve voor 7211_leiding-N-570-50-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 0.00 en stationing 30.00......................

21

21 22 22

6 Conclusies

23

7 Referenties

24

Pagina 4 van 24

1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en -resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb.

In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].

Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp

1

Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: • naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens

Vertrouwelijk/

Aangeleverd

Openbaar

door CAROLA

Openbaar

Deels

Openbaar Openbaar

Nee Nee Ja

Bevb) • naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevoigde methodiek • rekenpakket met versienummer • parameterbestand met versienummer Peildatum QRA • datum van de berekening • datum van aanmaak van de buisleidinggegevens

2

3

Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. • leiding • noordpiji en schaalindicatie

Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10 ®-contour en het invioedsgebied Actuele topografische kaart

Openbaar Ja Nee

Openbaar Ja Ja Ja Ja

Openbaar Ja Ja

Openbaar Ja indien ingevoerd

•

4

Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouv/ing, lintbebouwzing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico's voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10“', 10'®, 10 ®, IO ’ en 10 ® (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de orienterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10 ® per jaar

Openbaar Openbaar

Ja indien ingevoerd Nee

Openbaar

Nee

Openbaar

3a

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Openbaar

Ja

Pagina 5 van 24

FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de orientatiewaarde optreedt, indusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10*^ per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zhn meeqenomen

Openbaar

Ja

Openbaar Openbaar

Ja Nee

Openbaar

Ja

Pagina 6 van 24

2Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 01-04-2021.

Dit project is opgeslagen onder de naam K:\PRJ\AH\2019\1483 Berkenweg 9-13 te Doornspijk\EV\Carola\Berkenweg.crp en is laatstelijk bijgewerkt op 01-04-2021. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Deelen. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk iworden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied

Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen

-1

i

2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen.

Eigenaar

Leidingnaam

Diameter [mm]

Druk [bar]

Datum aanleveren gegevens

N.V. Nederlandse Gasunie

7211_leidingA-510-deel-l

914.00

66.20

31-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

721 l_leid i ngA-570-01deel-1

323.80

66.20

31-03-2021

Pagina 7 van 24

N.V. Nederlandse Gasunie

7211_leidingA-570-deel-l

323.80

66.20

31-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

7211_leidingN-570-20deel-1

318.00

40.00

31-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

7211JeidingN-570-32deel-1

114.30

40.00

31-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

7211JeidingN-570-33deel-1

168.30

40.00

31-03-2021

N.V. Nederlandse Gasunie

7211_leidingN-570-50deel-1

114.30

40.00

31-03-2021

De exploitant specifieke factoren voor casuistiek (cluster lb), actief rappel (cluster IC) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied 1L I.J.|.1JUWI Ur

J.. J......... I-

......

T

Leidingen meegenomen in de risicoberekeningen Leidingen waarvoor de houdbaarheidsdatum van de gegevens verstreken is

Voor de in bovenstaande label opgenomen leidingen zijn geen maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.

risico

mitigerende

Pagina 8 van 24

2.3 Populatie

De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3

Fi^uur^^2^3^^&^o^^^^eegenomenjT^dejjsicobgrglke^^

r

Populatietype

Polygoonpunten

Populatiepolygoon

Wonen

Werken

Evenement

Populatiepolygonen

Label

Type

Aantal

Bestaande situatie

Evenement

60.0

Dichtheid

Vervangmodus

Percentage Personen

Vervangen Bestaande Populatie

100/ 100/ 7/ 1/ 18/ 37

Populatiebestanden

Pad

Type

Aantal

Berkenweg_vl_resultaten_resultaten\bijeen_sport_cel_zkh-dagl00-nacht80.txt

Werken

136

Pagina 9 van 24

Berkenweg_vl_resultaten_resultaten\camping_wwc-dag50-nachtl00buitlOO.txt

Wonen

22

50/ 100/ 100/ 100 100/ 100

Berkenweg_vl_resultaten_resultaten\hotel-dagO-nachtlOO.txt

Wonen

13

0/ 100/ 1, 1/ 100/ 11

Berkenweg_vl_resultaten_resultaten\industrie-dagl00-nacht30.txt

Werken

1

100/ 30/ 1/ 100/ H

Berkenweg_vl_resultaten_resultaten\kantoor_kliniek_onderwijs_winkeldaglOO-nachtO.txt

Werken

6

Berkenweg_vl_resultaten_resultaten\wonend_vakantiehuisdag50-nachtlQ0.txt

Wonen

235

Pagina 10 van 24

3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als isorisicocontouren op een achtergrondkaart. 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-A-510-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie

h.i

i

3.2 Figuur 3.2 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-A-570-01-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie ToOOm

T

I

T

T

1

I

I

. 1 .

i_

Pagina 11 van 24

3.3 Figuur 3.3 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-A-570-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie roOOni

-

■:

II

I

3.4 Figuur 3.4 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-20-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie 1

I

J

1

X

I

Pagina 12 van 24

3.5 Figuur 3.5 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-32-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie

I? i~ "'i

f tP

Ml

I

I

BSISSS

n

7

'■'si

5^

I

• •- r

3.6 Figuur 3.6 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-33-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie 1

I

T

T

I

r

r

T

I

I

T .

L 1

Pagina 13 van 24

3.7 Figuur 3.7 Plaatsgebonden risico voor 7211_leiding-N-570-50-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie I 000m

r i

lE-4

lE-5 lE-6

lE-7 lE-8

Pagina 14 van 24

4 Groepsrisico screening Om in een oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de orientatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding een kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor.

De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de orientatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de orientatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de orientatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de orientatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de orientatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-A-510-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie

JI’ -'''

0 .'•nchriftnoefacttr vw «• orMaMwMrde

' .'Jj ....................... ...... ........ .

De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding \wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van O.OOE+000.

De maximale overschrijdingsfactor voor dit trace is gelijk aan O.OOOE+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 960.00 en stationing 1960.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur4.1 Figuur 4.1 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7211 leiding-A-510-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie lOOOnP^—“•

...I . .. -

..1-

fp t

Pagina 15 van 24

4.2 Figuur 4.2 Groepsrisico screening voor 7211_leiding-A-570-01-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie O/erMXrfsngatuior vwi de erMata««Me

I1

Uz. i De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 0 slachtoffers en een frequentie van O.OOE+000.

i

De maximale overschrijdingsfactor voor dit trace is gelijk aan O.OOOE+000 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 0.00 en stationing 1000.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2 Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 7211_leiding-A-570-01-deel-l van N.V. Nederlandse Gasunie ------------------------------------------

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=4b18cfce-24fe-499f-a773-d8c7d0237a02