Ruimtelijke onderbouwing 23 april 2021.pdf
Tekst van het document
Slaa + van Asselt architecten BNA Industrieweg 75 8071 CS Nunspeet telefoon 0341 - 25 19 63 e-mail; info@slaavanasselt.nl
datum
6 mei 2020 aangepast 26-9-2020 aangepast 27-11-2020 aangepast 5-3-2021 aangepast 23-4-2021 project
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk projectnr.:
1813 onderwerp
ruimtelijke onderbouwing
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
INHOUD: 1.
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
INLEIDING Aanleiding Plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
2.2.
HET PLAN Bestaande situatie Nieuwe situatie
3.1. 3-2. 3-3-
BELEIDSKADER Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
2.
2.1.
3-
44.1. 4.2. 4.3. 4-44-5-
4.6. 4.7. 4.8. 4-94.10. 4.11. 4.12. 4-13-
5-
5.1. 5.2.
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN Inleiding Bedrijven en milieuzonering Geur Geluid Bodem Asbest Luchtkwaliteit Externe veiligheid Water Ecologie Archeologie en cultuurhistorie Parkeren en verkeer Besluit milieueffectrapportage
UITVOERBAARHEID Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijk uitvoerbaarheid
Bijiagen: 1.
2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Bodemonderzoek d.d. 26-02-2020 Ecologische QuickScan d.d. 20-02-2020 Archeologisch onderzoek d.d. 04-12-2019 Verslag omwonenden overleg d.d. 04-07-2019 Onderzoek stikstofdepositie d.d. 18-02-2020 Akoestisch onderzoek wegverkeer 23-04-2021 Asbestinventarisatie 13-08-2019 Rapport Externe Veiligheid d.d. 23-04-2021 Bevestiging aanvraag ontheffing / vergunning Wet natuurbescherming
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 1 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
1. INLEIDING 1.1.
Aanleiding Het (samengestelde) perceel Berkenweg 13 en 9 Doornspijk, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, nummers 4425, 4426, 5273, 5274 en 4883 zijn eigendom van: Harry Frens Vastgoed BV Schootbruggeweg 4 8085 RW Doornspijk hierna te noemen: "initiatiefnemer" Huisvesting voor arbeidsmigranten, Berkenweg nummers 13 Uitde Kansenverkenning flexwonen in Elburg d.d. September 2018 (uitgevoerd door het Expertisecentrum Flexwonen en het woningbehoefteonderzoek (Reith advies, 10 december 2018) is gebleken dat voor een groot aantal arbeidsmigranten huisvesting moet worden gevonden. Op grond van het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018' hebben de betreffende gronden een recreatieve bestemming. Permanente bewoning van de recreatieobjecten is niet toegestaan. Deze aanvraag is bedoeld om toestemming te krijgen voor het permanent huisvesten van arbeidsmigranten in de voormalige recreatiewoningen op het perceel.
Vier woningen, Berkenweg nummers g De gronden onder en achter de nummers 9 aan de Berkenweg hebben een woonbestemming, maar kunnen 00k gebruikt worden voor recreatieve doeleinden. Op het terrein zijn diverse stacaravans aanwezig. Deze zijn in een slechte staat. Tijdens een overleg met vertegenwoordigers van uw college op 16 november 2020 is afgesproken dat een eerder ingediende aanvraag voor het huisvesten van acht mensen met onbegrepen gedrag en een beheerder, wordt gewijzigd naar een aanvraag voor het oprichten van twee vrijstaande woningen. In totaal gaat het dus om vier vrijstaande woningen. Een totaal ontwikkeling De aanvrager en de gemeente Elburg zien de beide vormen van huisvesting als onderdeel van een totaal ontwikkeling op de locatie Berkenweg 9/13 te Doornspijk zodat die ontwikkeling 00k in een keer ruimtelijk vertaald dient te worden.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 2 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1.2.
1813
Plangebied De betreffende locatie is gelegen aan de Berkenweg te Doornspijk. Bo
Apetloo
Doornspijk Het Harde
Wessinge NX
Lage Bijssel
Ga Moknoeck
Ooste»ncte
Het Hui
Aspect
Kaart (bron: www.google.nl/maps)
Op de hiervoor getoonde kaartuitsnede van Doornspijk is de ligging van het plangebied rood omcirkeld aangegeven. Op onderstaande foto is het plangebied inclusief globale perceelqrenzen en omringende structuur weergegeven.
lbs’ H 3
r;. :
luchtfoto van de bestaande toestand (bron: www.google.nl/maps)
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 3 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1.3.
1813
Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan "Buitengebied Elburg 2012. Actualisatie 2018" is vastgesteld door de gemeenteraad van Elburg op 28-01-2019. Ingevolge het bestemmingsplan geldt voor de locatie de bestemming "wonen" en "recreatie - verblijf" Realisatie van het voorgenomen gebruik is binnen dit bestemmingsplan niet mogelijk. 'il, j
Bo <
1^.1
bestemmina
bestemming recreatie ■ verbliji 16 eenhed»n
Weergave vigerende bestemmingsplan "Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018" bron: www.ruimtelijkeplannen.nl / Slaa + van Asselt architecten BNA)
1.4-
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het initiatief beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid en van de relevante wetgeving opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en de geldende (milieu)wetgeving. Tot slot bevat hoofdstuk 5 de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid van het plan.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 4 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
HET PLAN
2. 2.1.
Bestaande situatie Het terrein met een oppervlakte van circa 855om2 is nu ingericht in drie onderdelen: 9 recreatie chalets 1 woning met 'aanleun' woning voor mantelzorg aan Berkenweg nummer 9 en 9A 15 recreatiewoningen en een bedrijfswoning deze woningen worden bewoond door arbeidsmigranten. Dit gebruik is op dit moment tijdelijk vergund.
s
bestaand biigebouw
testopen
bijgeoouw
F*? 1
bestaande nieuwere hoisjes
bestaande ithaiAK
bestaande nieuwere hinsjes en bestaande tMjgebouwan bestaande oudere huisjes bestaande woningen en bijgebouwen bestaande chalets
Bestaande situatie (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 5 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
2.2.
1813
Nieuwe situatie In de nieuwe situatie veranderen deze naar: De 16 voormalige recreatiewoningen op het perceel, en het aangrenzende terrein, mogen definitief worden gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Aan de Berkenweg worden de bestaande woningen en een aantal bijgebouwen op nummer 9 en gA gesloopt. De chalets achter de woningen worden afgevoerd. Op het vrijgekomen terrein worden 4 vrijstaande woningen gebouwd.
nieuw te bouwen woning
innt
nieuwere hmsjes riMijw
Douwen woning
*
iieuwere huH
bednjfswonir^
bestaande nieuwere huisjes nieuw te bouwen bedrijfswoning nieuw le bouwen woningen afrm
en po«it« wooing en kavel na<fer te bepelen
Nieuwe toestand (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 6 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
Na verlenen van de omgevingsvergunning is het volgende gebruik toegestaan:
Zuidwestelijke bestemmingsviak (deel perceel 4883): 16 voormalige recreatiewoningen: huisvesten van arbeidsmigranten
Noordoostelijke bestemmingsviak (percelen 4425, 4426, 5273 en 5274)4 4 4 16 4 vrijstaande woningen met bijgebouwen Bestemming: wonen
«vr«*tMR<K
\
IGwewigcn
Weergave nieuwe situatie (bron: Slaa + van Asselt architecten BNA)
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 7 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
33.1.
1813
BELEIDSKADER Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt vrijwel geheel.
De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers.
Conclusie: Het plan omvat de realisatie van in totaal 20 woningen binnen een bestaande ruimtelijke structuur. De beoogde ontwikkeling is dermate kleinschalig dat geconcludeerd kan worden dat het niet strijdig is met het Rijksbeleid.
Ladder voor duurzame verstedelijking Ingevolge artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening bevat een toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebeid, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Ingevolge artikel 5.20 van het Bor is deze ladder voor duurzame verstedelijking eveneens van toepassing op een omgevingsvergunning die wordt verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3, van de Wabo. Voor de vraag of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden bezien in hoeverre de afwijking van het bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging en welk planologische beslag op de ruimte de afwijking mogelijk maakt in vergelijking met het vigerende bestemmingsplan (zie uitspraak van de ABRvS van 28 juni 2017, ECLI:NL;RVS;2oi7:i724, r.o. 7). Op grond van het geldende bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012 zijn de percelen bestemd voor een woning met aanleunwoning, 15 kampeerplaatsen en 16 recreatiewoningen. Na verlenen van de aangevraagde omgevingsvergunning zijn op de percelen toegestaan: vier vrijstaande woningen en 16 woningen voor arbeidsmigranten.
Deze wijziging van functie en mogelijkheden legt amper een anders planologisch beslag op de ruimte. Bij 12 of meer woningen kan van een nieuwe stedelijke ontwikkeling worden gesproken. In dit geval komen er slechts 2 woningen bij en verdwijnen bovendien 15 kampeerplaatsen. Ook de functiewijziging heeft beperkte
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 8 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
invioed, nu er weinig verschil is tussen verblijfsrecreatie en permanente bewoning. De plannen vormen daarom geen nieuwe stedelijke ontwikkeling.
Voor zover al sprake zou zijn van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, voorziet die bovendien in een behoefte en is deze voorzien binnen bestaand stedelijk gebied. De ontwikkeling voorziet immers in de opgave voor de gemeente voor huisvesting van een specifieke doelgroep, zoals onderzocht in de voormelde Notitie Doelgroepenbeleid. Er zijn 00k al jarenlang arbeidsmigranten op de Berkenweg gehuisvest. De percelen aan de Berkenweg moeten daarnaast als bestaand stedelijk gebied worden aangemerkt, nu op die locatie al jarenlang een vakantiepark, kampeerterrein en woningen aanwezig zijn. Conclusie Toepassing van de "ladder voor duurzame verstedelijking" betekent geen belemmering van de beoogde ontwikkeling.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 in working getreden. Vanaf dat moment moeten gemeenten bij het vaststellen van bestemmingsplannen, wijzigingsplannen en uitwerkingsplannen rekening houden met het Barro. Het Barro heeft tot doel verwezenlijking van bepaalde onderwerpen uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro worden daarom een aantal projecten die van Rijksbelang zijn met name genoemd en ingekaderd. Projectmatig worden vervolgens regels gegeven waaraan bestemmingsplannen zullen moeten voldoen. In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is het nationale belang dat het stellen van deze regels rechtvaardigt vastgelegd. In het Barro worden 15 onderwerpen beschreven, te weten: project Mainportontwikkeling Rotterdam, kustfundament, grote rivieren, Waddenzee en Waddengebied, defensie, erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde, rijks vaarwegen, hoofdwegen en landelijke spoorwegen, elektriciteitsvoorziening, ecologische hoofdstructuur, primaire waterkering buiten het kustfundament, IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte), veiligheid rond rijks vaarwegen, verstedelijking in het Ijsselmeer en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Het plangebied valt niet binnen een van de in het Barro genoemde projecten.
Verder is het betreffende plan zodanig klein van schaal dat het niet (direct) van nationaal belang is. Conclusie: Vanuit het Barro zijn er geen specifieke randvoorwaarden voor betreffend plan.
3-2-
Provinciaal beleid Omgevingsvisie gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie gaaf Gelderland vastgesteld en op 1 maart inwerking getreden. De provincie wil Gelderland in de toekomst 'gaaf' houden, en vindt dat we daar nu wat voor moeten doen. De provincie staat voor stevige uitdagingen. De wereld verandert ingrijpend en snel. Er zijn grote, grensoverschrijdende ontwikkelingen die 00k Gelderland raken. Het energievraagstuk, klimaatverandering, uitputting van grondstoffen, kwetsbare biodiversiteit,
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 9 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
verdere verstedelijking in combinatie met krimp, toenemende mobiliteit op de weg en in de lucht, digitalisering, internationalisering. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. Dat is het streven. Dat is waar de provincie aan willen werken. Dit doen wij door bij de uitoefening van onze taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie bier richting aan. 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam Ambitie: In 2050 is Gelderland klimaatneutraal. Dit bereiken we door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. En we stimuleren innovatie en het uitrollen van bewezen technieken. Als tussendoel realiseren we in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland. 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer Ambitie: In 2050 is Gelderland klimaatbestendig. We zijn goed voorbereid en toegerust op de gevolgen van klimaatverandering: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingsgevaar. In 2020 hebben we samen met partners de risico's en kansen van het veranderend klimaat in beeld gebracht en strategieen opgesteld die leidraad zijn voor ons handelen. 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen Ambitie: Wij willen de eerste afvalloze provincie van Nederland zijn.
Afval bestaat niet meer; er zijn alleen nog grondstoffen die blijvend hun waarde behouden in onze schone Industrie. Om dit te bereiken is in 2030 het gebruik van primaire grondstoffen in Gelderland met 50% teruggebracht. 4. Biodiversiteit: werken met de natuur Ambitie: In 2050 gaat het goed met de biodiversiteit in Gelderland. In Gelderland wordt natuur-inclusief gewerkt. Biodiversiteit wordt overal waar mogelijk versterkt en ingepast, 66k buiten de specifiek als natuur aangewezen gebieden. In 2030 is 75% van de Europese doelen van de vogel- en habitatrichtlijn behaald. 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden Ambitie: In 2050 is de groei van de mobiliteit op een slimme manier opgevangen en verplaatsen mensen in Gelderland zich veilig, snel, betaalbaar en klimaatneutraal. Snel en veilig internet fungeert daarbij als alternatief voor fysieke verplaatsingen. In 2050 is het network voor goederenvervoer in Gelderland toegankelijk, duurzaam en klimaatneutraal. In 2030 is al ons busvervoer zonder uitstoot en is 35% van het totaalaantal verplaatsingen met de fiets. 6. Vestigingsklimaat: Een krachtige, duurzame topreg io! Ambitie: Wij willen onze concurrerende positie binnen het Internationale stedelijke network van Amsterdam, Brussel en Keulen verder versterken.
Om onderscheidend te blijven, halen we in 2050 maximaal profijt uit onze unieke combinatie van stedelijke en groene kwaliteiten. In 2050 zijn alle werklocaties in Gelderland duurzaam ingericht qua energie, klimaatbestendigheid en logistieke en productiestromen. We zijn koploper in Nederland. 7. l/l/oon- en leefomgeving: dynamised, divers, duurzaam
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 10 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
Ambitie: Gelderland heeft een aanbod aan woningtypen en woonmilieus passend bij de diversiteit aan woningvraag; voor ieder een passende, duurzame woning. We benutten de bestaande bebouwde omgeving optimaal met voldoende ruimte voor klimaat adaptieve maatregelen. Alle nieuwbouw wordt aardgas loos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. In 2035 zijn alle (bestaande) wijken van het aardgas. Woningen in Gelderland zijn in 2050 klimaatneutraal.
Een visie met working: vier Gelderse DOE principes
De provincie wil ontwikkelingen stimuleren, ruimte maken voor nieuwe technologieen en werkgelegenheid, kansen pakken op het terrein van duurzaamheid, economische kracht en verbondenheid. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de veiligheid en de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Doe-principes in het kort: Doen: We kijken breed met focus en zoeken actief ruimte Laten: We stimuleren niets buiten onze visie Zelf: We nemen zelf verantwoordelijkheid en geven het goede voorbeeld Samen: We doen het samen en met oog voor innovatie
Wat blijft de provincie doen
Een vijftal wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving gaat sinds 2014 op in de Omgevingsvisie. Dit gaat over planfiguren voor ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Vanuit de Omgevingsvisie 2014 vinden wij de volgende zaken van belang. Deze continueren we. In verband met de planfiguren zijn sinds de omgevingsvisie 2014 gebieden en functies aangewezen, die blijven voortbestaan onder deze omgevingsvisie. Dit gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura2000 gebieden en van bijzondere natuurgebieden. Andere kaarten en functiebeschrijvingen uit de visie 2014 hebben een uitvoerend of informerend karakter en worden daarom overgeheveld naar programme's of andere beleidsdocumenten. Ruimtelijk beleid Al sinds 2014 is de ruimtelijke ontwikkeling van Gelderland een maatschappelijke opgave met verantwoordelijkheden voor overheden, organisaties en partners. De provincie draagt op een toekomstbestendige manier bij, met beleid dat een duurzame economische structuur in de provincie en regio's versterkt en dat richting geeft aan de vestigingsmogelijkheden en milieugebruiksruimte voor bedrijven. Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit.
Onze klimaatbestendigheid wordt vergroot, de mogelijkheden om zonne- en windenergie op te wekken zijn in kaart gebracht en onze natuur- en landschappelijke kwaliteit blijft behouden. De provincie zet zich in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang, net als het belang dat bij locaties met een bovenlokaal ontwikkelpotentieel die potenties benut worden. Het beleid voorziet in provincial kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 11 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en \A/erken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Voor ontwikkelingen in de niet grondgeboden landbouw hanteert de provincie het 'plussenbeleid'. Daarmee geeft de provincie veehouders de ruimte om bun bedrijf te ontwikkelen, maar onder voorwaarden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en bij het beheer van terreinen wil de provincie dat aandacht wordt besteed aan onder andere het risico op natuurbranden.
Waterbeleid De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het 00k in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. De provincie onderschrijft de ambitie van de Europese Kaderrichtlijn Water dat uiterlijk in 2027 het grond- en oppervlaktewater in Europa schoon en ecologisch gezond moet zijn en dat er voldoende water is voor duurzaam gebruik en voert deze uit. De beschermde gebieden voor grondwater, waterberging, de Kaderrichtlijn Water en Natura 2000 zijn leidend bij de uitwerking van dit beleid in programme's of in kaders in de verordening. Er worden condities gesteld voor effectief en zuinig gebruik van drinkwater, speciale waterecologie (Hoogst Ecologisch Niveau wateren en Specifiek Ecologische Doelstelling wateren), (grondjwaterafhankelijke landnatuur plus de beschermingszones natte landnatuur en grondwateronttrekkingen voor drinkwater en Industrie, groter dan 150.000 m 3 /jaar. De provincie stelt via uitvoerend beleid de doelen voor de regionale wateren voor de Kaderrichtlijn Water vast en geeft daarbij 00k invulling aan de voorzieningenniveaus.
Met de Gelderse waterschappen en de landbouw geeft de provincie invulling aan het vasthouden van water in de bodem, het grondwater en de haarvaten van het watersysteem. Bescherming tegen overstromingen vindt primair plaats op basis van preventie, waar nodig aangevuld met maatregelen in de ruimtelijke ordening en evacuatie. Deze bescherming gebeurt bij voorkeur in combinatie met het ontwikkelen en versterken van karakteristieke riviernatuur in Natura 2000-gebieden. Milieubeleid Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes. Gezondheidsschade, onacceptabele risico's en onaanvaardbare geur- en geluidhinder moeten worden voorkomen. Er wordt voldaan aan milieukwaliteitseisen. Spoedeisende bodemverontreiniging wordt gesaneerd. Ook is het van belang om op toekomstige ontwikkelingen te anticiperen, met name vanwege de energietransitie en klimaatverandering. Vooral in het stedelijk gebied kunnen de gevolgen hiervan van invioed zijn op de gezondheid. De provincie streeft naar een op gezondheid gericht benadering van de kwaliteit van de leefomgeving en het milieu. Natuur- en landschapsbeleid De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.
Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiele waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 12 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de GO is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiele) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Naturazooo gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Voor de landschappen van bovenregionale waarde geldt een beschermingsregiem met kernkwaliteiten en met een juridisch vangnet in de verordening, zodat de provincie in gesprek kan komen indien het provinciaal belang in het geding raakt.
Verkeers- en vervoerbeleid De provincie streeft naar een veilige, betrouwbare en duurzame mobiliteit, als hoofdzaak van het verkeers- en vervoersbeleid. Dit wordt benaderd als een systeem waarin verschillende mobiliteitsnetwerken op elkaar inwerken, 00k over provinciegrenzen been, ter ondersteuning van een sterke economie, welvaart en welzijn. Hierbij houden wij rekening met de kwaliteit van de leefomgeving, de doorstroming binnen elk network en verkeersveiligheid. De provincie heeft specifiek aandacht voor de wisselwerking en knooppunten in het systeem en gaat uit van drie principes: voorkomen, benutten en bouwen. Dit gebeurt op basis van een meerjaren-investeringsagenda en met een regionale aanpak. Via die aanpak wordt het provinciaal beleid afgestemd op het beleid van het rijk en de gemeenten. Het beleid richt zich 00k op een goede regionale ontsluiting over water en ontwikkelingen van de luchtvaart.
Omgevingsvisie en omgevingsverordening Gelderland Omgevingsvisie Gelderland Op 9 juli 2014 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gelderland vastgesteld. De Omgevingsvisie Gelderland (2014) vervangt het Streekplan en enkele andere structuurvisies. Deze visie richt zich formeel op de komende tien jaar, maar kijkt ook naar de langere termijn. Veel maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat alleen een gezamenlijke inzet succesvol kan zijn. In de omgevingsvisie worden de opgaven voor Gelderland daarom in nauwe samenwerking met partners uitgedacht. Daarbij kijken de provincie en partners vanuiteen integraal en internationaal perspectief naar Gelderland. Met deze bestuurlijke strategie kunnen voor Gelderland toekomstbestendige keuzes gemaakt worden. De provincie heeft in de Omgevingsvisie twee doelen gedefinieerd. Het zijn doelen die de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur benadrukken: 1. Een duurzame economische structuurversterking. 2. Het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Om deze doelen in beleid te vertalen, hanteert de provincie drie aandachtsgebieden: Dynamisch, Mooi en Divers Gelderland. Ontwikkelingen in Gelderland wil de provincie benaderen vanuit elk van deze drie perspectieven, die elkaar aanvullen:
Dynamisch: de (ruimtelijk-economische) ontwikkelingen en de geleiding daarvan op provinciaal niveau. Mooi; de Gelderse kwaliteiten die bescherming nodig hebben en ruimte voor behoud door ontwikkeling. Divers: het herkennen van de regionale verschillen in maatschappelijke vraagstukken en opgaven en het koesteren van de regionale identiteiten.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 13 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
Het plan wordt niet als zodanig beschreven in de Omgevingsvisie. Dit laat onverlet dat gekeken moet worden naar de ruimtelijke, landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het plangebied en de gevolgen hiervoor vanwege het plan. Conclusie: De beoogde ontwikkeling versterkt de hierboven genoemde twee doelen en past daarom binnen het beleid.
Omgevingsverordening Gelderland De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provincial belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.
De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Conclusie: Het plan past geheel binnen het beleid als verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland. Geconstateerd wordt dat het plan in overeenstemming is met het provinciaal beleid zoals verwoord in de Omgevingsvisie Gelderland en verankerd in de Omgevingsverordening Gelderland.
3-3-
Gemeentelijk beleid De gemeente Elburg heeft op verschillende onderwerpen beleid ontwikkeld. In dit hoofdstuk worden de voor dit plan relevante beleidsdocumenten uiteengezet en getoetst.
Toekomstvisie Elburg 2020 De Toekomstvisie Elburg 2020 is vastgesteld in november 2009 en bevat de strategische koers die de gemeente nastreeft. De ruimtelijke aspecten die deze koers met zich mee brengt zijn uitgewerkt in de Structuurvisie Elburg 2030 die door de raad op 24 September 2012 is vastgesteld. De kernwaarden van de gemeente zijn hieronder weergegeven; Geborgenheid, zorgzaamheid en veiligheid; Gastvrije en uitnodigende omgeving; Vitale kwaliteitseconomie; Herkenning in geloofsbeleving; Kwaliteit in wonen en leefomgeving; Kleinschaligheid en menselijke maat; Ontplooiingsruimte voor jong en oud.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 14 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
Het buitengebied is sterk verweven met Doornspijk en Hoge Enk. Het zijn hechte en betrokken gemeenschappen waar de plaatselijke voorzieningen in stand worden gehouden. Ook zal er veel aandacht zijn voor het bouwen van starterswoningen voor de plaatselijke jeugd. De uitvoering zal gericht zijn op de specifieke woonwensen van de jonge inwoners. Nieuwe woningen en andere (werk)gebouwen zullen zorgvuldig, in het dorp en/of landschap worden ingepast; kleinschalig, al dan niet aan de dorpsrand en met het kenmerkende karakter van Doornspijk en Hoge Enk als agrarische lintdorpen.
Conclusie-. Zowel de sloop van voormalige recreatiewoningen als de bouw van nieuwe woningen draagt bij een het verduurzamen. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten ten aanzien van de Toekomstvisie.
Woonvisie 2020-2025 De Woonvisie vormt bouwstenen voor Elburgs activiteiten op het gebied van het wonen, en is het richtinggevend kader voor het handelen van partners in het veld. De visie formuleert onder meer het kader voor de afweging van nut, noodzaak en locatiekeuze van nieuwe ontwikkelingen in relatie tot de bestaande woningvoorraad. Het sluit daarbij aan bij de door het Rijk opgestelde ladder voor duurzame verstedelijking als verplicht toetsingsinstrument bij nieuwe bestemmingsplannen. Een doelstellingen die genoemd wordt is het uitbreiden van de woningvoorraad met 810 woningen in komende 10 jaar. Verder stelt de visie dat voor circa 75 tot 100 arbeidsmigranten een legale huisvestingsvorm georganiseerd moet worden. Dat is in dezelfde orde van grootte als eerder in een regionaal convenant is afgesproken. Tot op heden is de gemeente er echter nog niet in geslaagd een structurele legale oplossing te vinden. Dit zal dus snel opnieuw opgepakt moeten worden. Een van de genoemde oplossingsrichtingen is de legalisering van woningen op recreatieparken, waarvan wordt aangegeven dat dit in nauw overleg met de eigenaren van recreatieparken moeten gebeuren;
Conclusie-. Het voorliggende initiatief doet een bijdrage aan het vergroten van de woningvoorraad en helpt bij het realiseren van een legale huisvestingsvorm voor arbeidsmigranten. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten van de woonvisie 2020-2025.
Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg De huidige Woonvisie van de gemeente Elburg bestrijkt de periode 2015-2019. Daarom is de gemeente gestart met het proces om te komen tot een nieuwe Woonvisie voor de periode 2020-2023. Vooruitlopend op de vaststelling van de nieuwe Woonvisie wil de gemeente het huisvestingsbeleid voor de verschillende te huisvesten bijzondere doelgroepen vaststellen. Dit heeft mede te maken met de discussie rond het voorliggende initiatief. Met het Doelgroepenbeleid wil de gemeente een goed inzicht en overzicht hebben over de huisvestingsopgaven voor bijzondere doelgroepen die de gemeente heeft en uitgangspunten en randvoorwaarden formuleren voor de huisvesting van die doelgroepen. In deze notitie, gedateerd 3 maart 2020, heeft de gemeente de opgave voor 5 doelgroepen geformuleerd. Voor wat betreft de ontwikkeling aan de Berkenweg geldt dit voor de doelgroep EU-arbeidsmigranten.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 15 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
De notitie gaat uit van 250 in Elburg werkzame arbeidsmigranten. Daarvan zijn er 150-175 woonachtig in Elburg (in gewone woningen en kamergewijs verhuurde woningen van werkgevers). De opgave is dan 75-100 te legaliseren plaatsen (door honorering bestaande c.q. nieuwe initiatieven) Conclusie: Het voorliggende initiatief betreft o.a. de huisvesting van EUarbeidsmigranten en sluit daarmee aan bij de in deze notitie genoemde oplossingsmogelijkheden. Daarmee voldoet het plan aan de uitgangspunten van de Notitie Doelgroepenbeleid gemeente Elburg.
Landschapsontwikkelingsplan Elburg (LOP) In het buitengebied van de gemeente Elburg spelen nieuwe ontwikkelingen en de gemeente heeft de wens initiatieven te stimuleren. Het LOP biedt de gemeente een landschappelijke visie op het buitengebied en een actieprogramma met kansrijke en op uitvoering gerichte projecten. De visie zal zorgen voor een toetsingskader waarbinnen ontwikkelingen en plannen beoordeeld kunnen worden. Het LOP kent een doorlooptijd van 10 jaar en de planperiode loopt van 2011 tot 2020. Daarbij staan het versterken van de identiteit en karakteristieke verscheidenheid van het landschap centraal.
Het buitengebied van de gemeente Elburg is opgedeeld in verschillende landschapstypen om de unieke landschappelijke verscheidenheid te behouden en waar mogelijk te versterken. Het plangebied ligt op de rand van een 'kleinschalig / lineair kampenlandschap' (KK), en tegen 'besloten natuurgebied de Veluwe' (BV), zoals in onderstaande figuur is weergegeven.
I.
-i-.. ■
Uitsnede LOP (bron: LOP gemeente Elburg)
De basisvisie op de flanken van de Veluwe is gericht op het behouden, maar vooral 00k versterken van de kleinschalige mozaiekachtige structuur en het herstellen van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. Binnen de flanken van de Veluwe wordt onderscheid gemaakt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 16 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
In zowel het kleinschalige kampenlandschap als het lineaire kampenlandschap ligt het accent op behoud en versterking van de houtsingels die een kleinschalige mozaiekstructuur creeren. Het patroon van de mozaiekstructuur verschilt tussen het kleinschalige kampenlandschap en het lineaire kampenlandschap. In het kleinschalige kampenlandschap dicht tegen de Veluwe aan, is de dichtheid aan houtsingels groter, zijn de percelen kleiner en de vormen grilliger.
Het behouden en versterken van deze kenmerkende beplanting op de perceelsgrenzen vormt een belangrijk onderdeel binnen het LOP. Conclusie: Ten behoeve van de voorliggende bestemmingswijziging worden geen bomen gekapt. Groenopstanden en houtsingels blijven behouden. Het plan past daarmee binnen de visie zoals omschreven in het Landschapsontwikkelingsplan Elburg
Beleidsplan Vitale Vakantieparken Het Beleidsplan Vitale Vakantieparken van de Gemeente Elburg is een uitwerking van de doelstelling van de RNV om te komen tot een toeristische visie op de regio met inachtneming van de door de deelnemende gemeenten uitgewerkte actieplannen. Bij transformatie (functieverandering of sanering) van vakantieparken zijn er specifieke uitgangspunten geformuleerd: Er dient een toekomstbestendige situatie te ontstaan; De kosten van de transformatie mogen niet ten laste komen van de gemeente; De transformatie heeft betrekking op een volledig park of een aaneengesloten gedeelte daarvan. In het voorliggende plan is sprake van een toekomstbestendige ontwikkeling, de kosten komen volledig ten laste van de initiatiefnemer en de transformatie heeft betrekking op het gehele park.
Conclusie-. De ontwikkeling past goed in het beleid van de gemeente Elburg aangaande Vitale vakantieparken.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 17 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN
44.1.
Inleiding Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreeren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen:
Het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; Het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBIcode gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee 00k voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden.
De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan/wijzigingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, voIgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis gezien worden door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd.
4.2.
Bedrijven en milieuzonering Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De feitelijke situatie betreft bestaande woningen en te vervangen bestaande woningen. Zoals reeds hiervoor genoemd wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken te worden naar de omgeving waarin de nieuwe bestemmingen gerealiseerd worden. Hierbij spelen twee vragen en rol:
past de nieuwe functie in de omgeving? (externe working); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne working).
Voor wat betreft de eerste vraag gaat het er om of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ontwikkeling. Daarvan
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 18 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
is sprake als het woon- en leefkiimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. In dit geval wordt de locatie bestemd ten behoeve van woondoeleinden. De functie wonen betreft geen bedrijfsactiviteit, daarom is er geen sprake van een milieubelastende activiteit met externe working. Van enige vorm van aantasting van het woon- en leefkiimaat van omwonenden is dan 00k geenszins sprake.
Bij de tweede vraag gaat het er om of de nieuwe functies binnen het plangebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. Bij veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur, Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekenende geuremissiecontouren voor vergunning plichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in de volgende paragraaf nader op ingegaan. In deze paragraaf zullen de richtafstanden bij veehouderijen voor wat betreft het aspect geur derhalve buiten beschouwing blijven. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen inrichtingen gelegen die hinder zouden kunnen geven aan de realisatie van de nieuwbouw.
4-3-
Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt vanaf 1 januari 2007 het toetsingskader bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor inrichtingen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij dient tussen een emissiepunt van een dierenverblijf waarin meikkoeien en/of vrouwelijk jongvee worden gehouden en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom een afstand van 100 meter en buiten de bebouwde kom een afstand van 50 meter te worden aangehouden. Voor de overige dieren welke binnen de inrichting worden gehouden, is in de Wet geurhinder en veehouderij een geurnorm opgenomen. Deze bedraagt voor geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom 3 odour units per kubieke meter lucht. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom bedraagt deze 14 odour units per kubieke meter lucht. Volgens artikel 4 lid 1 van de Wgv, geldt dat voor de woningen, ten aanzien van het aspect geur, een minimale afstand van 50 meter tussen het agrarische bouwviak en de woningen dient te worden aangehouden. Het dichtstbijzijnde gelegen agrarische bedrijf ligt, hemelsbreed, op ruim meer dan 50 meter. De vaste afstand wordt in onderhavig geval ruimschoots gehaald en levert geen belemmeringen op voor de te realiseren woningen. Er hoeft in dit geval geen nader onderzoek plaats te vinden inzake het aspect geur.
De ontwikkeling is in overeenstemming met het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij.
Conclusie: Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 19 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
4.4.
1813
Geluid WEGVERKEER De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van een bestemmingsplan aandacht te worden besteed aan het aspect "geluid". De Wet geluidhinder beschermt de volgende objecten: Woningen andere geluidsgevoelige gebouwen geluidsgevoelige terreinen Het besluit geluidhinder (Bgh) wijst volgens art. 1 Wgh een "ander geluidsgevoelig gebouw" aan. Art. 1.2 Bgh wijst onderstaande gebouwen aan als "ander geluidsgevoelig gebouw": onderwijsgebouwen ziekenhuizen en verpleeghuizen verzorgingstehuizen psychiatrische inrichtingen kinderdagverblijven
Door Adviesburo de Haan is een berekening uitgevoerd voor de nieuwe situatie volgens de Standaard Rekenmethode I uit bijiage III van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Dit om de 48 dB L den geluidscontour van de Berkenweg te bepalen, waarin 00k het wegverkeer van de A28 en het treinverkeer is mee genomen. Uit de berekening voIgt dat alle gevels van de woningen buiten de 48 dB geluidscontour vallen van de Berkenweg. De geluidbelasting van het wegverkeer op de rijksweg A28 en het railverkeer voldoen 00k aan de voorkeurswaarden op basis van de geluidzones en de kaarten in de atlas leefomgeving.
De volledige rapportage van dit onderzoek is als bijiage bij deze onderbouwing gevoegd. ARTILLERIE SCHIETKAMP 'T HARDE Ten zuiden van het plangebied ligt het Artillerie Schietkamp (ASK) ligt. Dit militaire oefenterrein ligt op circa 1300 meter afstand van het plangebied. Uit de Hinderwetvergunning van 27 oktober 1994 blijkt dat geluidscontouren en de toegestane geluidbelasting op immissiepunten is vastgesteld Volgens de geluidscontouren blijkt dat de geluidsbelasting ter plaatse van het plan tussen 45 dB(A) en 50 dB(A) ligt. Omdat de contour van het nieuwe vlak met de bestemming wonen exact gelijk zijn aan de contour van het bestaande vlak met de bestemming wonen komen de nieuwe woningen niet dichter bij het oefenterrein van defensie te liggen dan de bestaande woningen. Hiermee kan worden uitgesloten dat er sprake is van een belemmering vanwege de inperking van de bedrijfsvoering van het ASK.
Voor volledige zekerheid wordt op dit moment een onderzoek uitgevoerd door adviesbureau De Haan op basis van de vigerende vergunning. Conclusie: Uit het bovenstaande blijkt dat er sprake is van een goed woon- en leefkiimaat.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 20 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
4.5.
1813
Bodem INLEIDING De bodem wordt op vele manieren gebruikt, voor bijvoorbeeld woningbouw, landbouw, aanleg van wegen en winning van grondstoffen. Om te zorgen dat dit nu en in de toekomst mogelijk blijft, is een duurzaam beheer van de bodem belangrijk. Doordat mensen al vele eeuwen gebruik maakt van de bodem heeft zij overal sporen achtergelaten. Deze sporen zijn terug te zien in het landschap en te vinden op en in de bodem. Door bodemsanering worden de ernstige chemische verontreiniging van de bodem aangepakt. Bescherming van de bodem betekent bovendien het voorkomen dat schone grond verontreinigd raakt en het rekening houden met de eigenschappen van de bodem.
Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak.
In artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. Door SIGMA Bouw & Milieu is op 10 februari een veldonderzoek ter plaatse gedaan. Conclusie: Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen.
Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet geheel vrij is van bodemverontreiniging. De bovengrond en het grondwater ter plaatse van de onderzoek locatie bevat plaatselijk enkele stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde resp. de streefwaarde, de tussenwaarde en de bodemindex- waarde (>0,5) wordt in deze gevallen niet overschreden zodat er daardoor geen directe aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek.
4.6.
As best INLEIDING De mogelijkheid tot het eventueel aanwezig zijn van asbest in (volledig) te slopen (delen van) gebouwen kan van invioed zijn op de (financiele) haalbaarheid en uitvoerbaarheid van het project. Bij volledige sloop van gebouwen of bouwwerken of sloop ten behoeve van verbouwwerkzaamheden waarbij meer dan 10 m3 sloopafval vrijkomt dient dan 00k onderzoek gedaan te worden naar eventueel aanwezige vormen van asbest in relatie tot de hiervoor geldende normen en richtlijnen.
In opdracht van Harry Frens BV te Doornspijk is door PJ Milieu BV in augustus 2019 een asbestinventarisatie uitgevoerd van 9 woningen en 2 bijgebouwen
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 21 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
aan de Berkenweg 13 te Doornspijk. Aanleiding tot het uitvoeren van de asbestinventarisatie is de voorgenomen sloop van de woningen en bijgebouwen.
Op basis van het vooronderzoek,, de visuele inspectie en de analyseresultaten concludeert PJ Milieu BV dat in en aan 3 woningen asbesthoudende materialen aanwezig zijn.. Voor een overzicht van de materialen wordt verwezen naar het overzicht in de rapportage. Er zijn geen aanwijzingen verkregen dat er overige asbesthoudende materialen in verborgen bouwdelen (zoals funderingen, en verborgen ruimten) aanwezig zullen zijn. Een aanvullend asbestonderzoek wordt daarom niet nodig geacht. Wei wordt geadviseerd tijdens de sloopwerkzaamheden alert te zijn op de aanwezigheid van 'verborgen' asbesthoudende materialen.
Condusie: Er zijn geen belemmeringen vanuit dit aspect.
4-7-
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de nieuwe 'Wet luchtkwaliteit' in working getreden. Hiermee wordt de wijziging van de Wet milieubeheer op het gebied van luchtkwaliteitseisen (Hoofdstuk 5, titel 5.2) bedoeld. De Wet luchtkwaliteit vervangt het Besluit luchtkwaliteit uit 2005 en is een implementatie van de Europese kaderrichtlijn luchtkwaliteit en de vier dochterrichtlijnen, waarin onder andere grenswaarden voor de luchtkwaliteit ter bescherming van mens en milieu zijn vastgesteld. In het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project in het kader van de mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden getoetst hoeft te worden. In het besluit worden twee categorieen onderscheiden; 1. Het project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (=1,2 pg/m3); 2. Het project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing van de grenswaarden. Aangaande woningbouw is de NIBM-grens: 1.500 woningen (netto) bij 1 ontsluitingsweg; 3.000 woningen (netto) bij 2 ontsluitingswegen. Aangaande kantoorlocaties is de NIBM-grens: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak bij 1 ontsluitingsweg; 200.000 m2 bruto vloeroppervlak bijz ontsluitingswegen
Condusie: Voorliggend plan voorziet in de bouw van een klein aantal woningen, ruim onder de grenswaarde van 1.500 woningen die is vrijgesteld van toetsing aan de grenswaarden. Het plan draagt dan 00k 'niet in betekenende mate' bij aan de concentraties luchtverontreinigende stoffen. Nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 22 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
4.8.
1813
Externe veiligheid Externe veiligheid betreft het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij het gebruik, de opslag en het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor en door buisleidingen. Externe veiligheid heeft betrekking op de veiligheid van diegenen die niet bij de risicovolle actie zelf zijn betrokken, maar als gevolg van die activiteit wel risico's lopen, zoals omwonenden. Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid zijn met name ongevallen met brandbare, explosieve en/of giftige stoffen van belang. Deze ongevallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot: inrichtingen; vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor.
Door adviesbureau de Haan bv is een onderzoek naar de externe veiligheid uitgevoerd vanwege de nabijheid van de hoge druk aardgas leiding N-570-20. Op grotere afstand liggen 00k de snelweg A28 en de spoorlijn AmersfoortZwolle waarover geklasseerde stoffen worden vervoerd. In het onderzoek is antwoord gegeven op de vragen: 1. Wat zijn externe risico's als gevolg van de buisleiding N-570-20 en andere risicobronnen in de omgeving van het plangebied? 2. Hoe kan de gemeente Elburg de voorgenomen ontwikkeling verantwoorden in relatie tot deze risicobronnen?
^5"' ■ '
Legenda
\___
750
I
I I plangebied ------ Buisledmgen S new eg ---------- Spoonijfi
3
1 500 Meier!
*
Rfscobpcjniven
Ligging planlocatie ten opzichte van risicobronnen (bron: adviesbureau de Haan bv)
Conclusie: Buisleiding N-570-20 ligt op 70m ten noordwesten van het plangebied. In geval van een fakkel ontstaat een warmtestraling die tot een externe brand kan leiden. Het plan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico: er is geen 10-6 PR-contour. Het plangebied ligt net binnen het 100% letaliteitsgebied.
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 23 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
Het groepsrisico blijft onveranderd op 0,0002 keer de orientatie waarde. Daarom volstaat in dit geval een beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Bevb. Vanuit de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe moet men aanvullend ingaan op de noodzaak van de ontwikkeling en een afweging van maatregelen. Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt in de Omgevingswet een brand aandachtsgebied binnen 70m van deze buisleiding. Omdat het plan niet voorziet in bebouwing binnen 70m van deze leiding, hoeft de gemeente geen afweging te maken om een voorschriftengebied vast te stellen. In hoofdstuk 5 van het rapport heeft adviesbureau de Haan een aanzet gegeven voor deze verantwoording. De veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland heeft adviesrecht ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De gemeente kan als zij instemt met deze aanzet deze gebruiken voor verantwoording van het groepsrisico.
4.9.
Water Watertoets Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.
Beoordeling In februari 2020 is de digitale watertoets ingevuld voor het plan aan de Berkenweg in Doornspijk. Het plan is beoordeeld als zijnde, vanuit de waterhuishouding bezien, voor het waterschap beperkt van belang. De motivatie daarvoor is dat plannen zonder (nieuwe) ontwikkelingsmogelijkheden, zoals functiewijzigingen en actualisaties, nauwelijks tot geen effect hebben op de waterhuishouding. Dit betekent dat geen essentieel waterbelangen wordt geraakt en het waterschap op basis daarvan een positief wateradvies geeft. Conclusie Dit betekent dat dit plan geen essentiele waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.
4.10.
Ecologie QUICK SCAN FLORA EN FAUNA De wet natuurbescherming heeft tot doel in het wild levende planten en dieren te beschermen met het oog op de instandhouding van de soorten. Welke soorten beschermd zijn staat in de wet en in diverse besluiten en regelingen ter uitwerking daarvan. In sommige situaties is het optreden van schade aan beschermde dieren en planten echter onvermijdelijk. In dergelijke
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 24 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
situaties is het van belang om vooraf te bekijken of hiervoor een vrijstelling geldt, of dat een ontheffing moet worden aangevraagd. In de wet natuurbescherming geldt een verbod op activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten. Op grond van de onderzoek plicht (Wro) en de plicht tot het vaststellen van een uitvoerbaar plan, dient bij het maken van bestemmingsplannen beoordeeld te worden of er belemmeringen aanwezig zijn voor verlening van een eventuele ontheffing voor de geplande activiteiten. Onderzoek. Door Alcedo natuurprojecten is een Ecologische QuickScan uitgevoerd op de locatie. In het kader van deze QuickScan is op 4 december 2019 een veldbezoek gebracht aan de locatie en heeft een inventarisatie van de nodige bekende verspreidingsgegevens plaatsgevonden. De gehele rapportage van deze Quikscan is als bijiage bij deze onderbouwing gevoegd.
Conclusie Er zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels aangetroffen, maar het kan niet worden uitgesloten dat er ter plaatse in de af te breken woningen huismussen broeden; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het daarom noodzakelijk vervolgonderzoek uit te voeren volgens kennisdocument huismus, omdat niet kan worden uitgesloten dat er in te af te breken woningen geen huismussen broeden; Ten aanzien van de voorgenomen plannen is het noodzakelijk vervolgonderzoek uit te laten voeren volgens het vieermuisprotocol 2017, omdat niet kan worden uitgesloten dat in de af te breken woningen geen vieermuizen aanwezig zijn; Aanvullend onderzoek (Aerius calculatie) is vanwege de ligging middenin N2000 noodzakelijk, mits er bij de uitvoer van de plannen aantoonbaar geen zwaar materieel met dieselmotoren wordt gebruikt.
AANVRAAG IN HET KADER VAN DE WET NATUURBESCHERMING Op basis van de vereiste vervolg onderzoeken heeft de initiatiefnemer een aanvraag ontheffing / vergunning Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Gelderland op 13-04-2021. De bevestiging van de aanvraag (d.d. 16-4-2021) is als bijiage bij deze onderbouwing gevoegd.
EFFECTBEOORDELING STIKSTOFDEPOSITIE Stikstofdepositie kan een verzurend en vermestend effect veroorzaken op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten. Toename van stikstofdepositie kan tot op ruime afstand van de bron plaatsvinden.
Door Adviesburo de Haan is een Aerius berekening gemaakt. Het onderzoek toont aan dat de voorgenomen ontwikkeling niet zorgt voor een toename in stikstofdepositie op omiiggende stikstofgevoelige Natura2000 gebieden ten opzichte van de reference situatie. Men heeft daarvoor in AERIUS de huidige situatie vergeleken met het bouwjaar en de toekomstige ontwikkeling. Begin februari 2021 hebben de provincies officieel gereageerd op de uitspraken van de Raad van State van enkele weken daarvoor over
Slaa + van Asselt architecten BNA
23-4-2021
pagina 25 van 31
bestemmingswijziging nabij Berkenweg 9/13 te Doornspijk
1813
stikstofdepositie. De Raad van State heeft o.a. de volgende conclusie getrokken: Een project waarbij met interne saldering wordt aangetoond dat geen toename van de stikstofdepositie ontstaat, is niet vergunningplichtig in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies bevestigen dat projecten niet vergunning plichtig zijn, als met interne saldering kan worden aangetoond dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie. De uitspraken zorgen volgens de provincies voor meer handelingsvrijheid maar geven 00k meer verantwoordelijkheid voor een initiatiefnemer. Conclusie Uit het onderzoek en recente ontwikkelingen blijkt dat stikstofdepositie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.
Beide rapporten zijn als bijiage bij deze onderbouwing gevoegd.
4.11.
Archeologie en cultuurhistorie ALGEMEEN Het uitgangspunt van de Wet op de archeologische monumentenzorg is het, waar nodig, beschermen van archeologische waarden. Er dient op grond van deze wet bij ruimtelijke planvorming rekening te worden gehouden met de aanwezige en/of te verwachten monumenten en/of archeologische waarden. De gemeente is op grond van deze wet de verantwoordelijke voor het streven naar behoud 'in situ', dat wil zeggen behoud van de waarden in de bodem. Ook met de gemeente vroegtijdig het behoud van archeologische waarden afwegen tegen andere maatschappelijke belangen. Gemeenten moeten dan ook hun eigen archeologiebeleid opstellen en hieraan uitvoering geven. BUREAU ONDERZOEK Op 10 december 2019 is voor het plangebied door De Steekproef bv archeologisch onderzoeks- en adviesbureau een archeologisch bureau- en inventariserend veldonderzoek, verkennende fase, uitgevoerd. In de nieuwe situatie zal het terrein worden heringericht. De oppervlakte van het nieuwe complex zal circa 0,9 hectare. De exacte diepte van de ingrepen voor de sloop en nieuwbouw zijn nog niet bekend. Verwacht wordt dat de ingrepen de vrijstellingsdiepte van 30 centimeter beneden maaiveld overschrijden en een bedreiging vormen voor eventueel aanwezige archeologische resten in de bodem. In totaal zijn er tijdens het onderzoek zeven boringen geplaatst.