CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Risicoprofiel

Beeldvorming 2 september 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionaal Beleidsplan veiligheidsregio NOG13.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Schade als gevolg van scenario langer dan één jaar

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

5.2 Aantasting van positie van het lokale en regionale bestuur

De vitale infrastructuur (water, gas, elektra en ICT) kan onbruikbaar worden.

Motivatie: < 4.000 getroffenen gedurende 1 2 dagen

Er kan sprake zijn van klachten of schademeldingen van burgers en imagoschade door onjuiste besluitvorming bij bestrijding en evacuatie. Motivatie: < 100 getroffenen gedurende 1 2 maanden

5.3 Sociaalpsychologische impact

Omdat de geschetste situatie uitstijgt boven hetgeen waarop de watersystemen van de waterschappen en de rioleringsstelsels van de gemeenten zijn berekend, treden overal onvoorziene en onverwachte situaties op. Dit geeft maatschappelijk zeer waarschijnlijk een grote mate van onrust en leidt mogelijk tot paniek.

Motivatie: Mogelijk ontstaat er angst door onzekerheid over de mate van dreiging en onbekendheid en/of onervarenheid met mogelijke vormen van zelfredzaamheid.

Storm en hevige regenval kunnen schade toebrengen aan cultureel erfgoed. Bijvoorbeeld schade aan monumenten, stads- en dorpsgezichten en landschappen.

6.1 Aantasting cultureel erfgoed

Of de intensiteit van extreme regenbuien ook tot meer wateroverlast leidt hangt af van de lokale situatie, zoals de staat van de riolering, wateropvangmogelijkheden zoals

wateroverlast geeft onstuimig weer ook een grotere kans op schade door blikseminslag en stormwinden. Ook dat vormt een risico voor het erfgoed.

Motivatie: Er kan sprake zijn van uniciteit (een uniek object).

Pagina 41 van 211

Er kan sprake zijn van aantasting identiteitskenmerk (bijv. een gebouw dat gezichtsbepalend is).

In de toekomst neemt het aantal lichte zomerse buien af. Het aantal zware buien met veel neerslag neemt toe. Er vindt dus een verschuiving plaats van lichte naar zwaardere (er valt meer regen uit de bui) en intensere (er valt meer regen in een bepaalde tij

Waarschijnlijkheid

Gezien het verleden en de verwachtte klimatologische ontwikkelingen komt het scenario uit op D hoog. Dit betekent dat het scenario zeer voorstelbaar wordt geacht, er zijn enige aanwijzingen dat het scenario zich daadwerkelijk zal voordoen. De waarschijnlijkheid van het scenario komt uit op D HOOG, oftewel:

Beeldmateriaal

Gemeten windsnelheden (km/uur) op 18 februari 2022 Bron: weeronline

Hotel in Vierhouten tijdens storm Eunice. Bron: RTV Nunspeet, febr. 2022.

Achtergrondinformatie

Geraadpleegd is onder andere ANV (2022), Themarapportage klimaat- en -Publicatie 23-03 en de Handreiking Regionaal Risicoprofiel, nov 2009.

Pagina 42 van 211

Risicomatrix verwachte waarde

Pagina 43 van 211

Risicobeeld met aandachtsgebied

Pagina 44 van 211

Dierziekten (VNOG 05) Maatschappelijk thema

1. Natuurlijke omgeving

Crisistype

1.6 Dierziekten

Incidenttype(n)

1.6.10 Dierziekte niet overdraagbaar op mens

Beschrijving incidenttype(n)

VNOG is voor een groot deel agrarisch van karakter en kenmerkt zich door het veelvuldig aanwezig zijn van pluimvee en veeteelt. Een dierziekte kan daarom tot grote problemen leiden in (een deel van) de regio. Indien zich een besmettingshaard voordoet wordt deze verspreid door de lucht, door mensen of door dieren in het wild die de virussen en/of bacteriën overdragen. De kans op een uitbraak van dier-op-dier-besmetting is reëel, gezien de ervaringen van de afgelopen jaren met bijvoorbeeld vogelgriep, mond-en-klauwzeer (MKZ) en varkenspest. Deze dierziekten zijn niet gevaarlijk voor de gezondheid van de mens, maar een uitbraak heeft wel impact op het maatschappelijk leven van de mens, zowel financieel als emotioneel. Bij een uitbraak van een dierziekte worden maatregelen getroffen om de verspreiding zoveel mogelijk te beperken, zoals het toedienen van een noodvaccinatie of het (preventief) ruimen van het besmette bedrijf. Deze maatregelen zijn voorgeschreven in de betreffende Europese Diergezondheidsverordening (DGV). Daarnaast worden ook aanvullende maatregelen genomen in Nederland vanwege de specifieke situatie, de hoge bedrijfsdichtheid en het belang van de export. Vanaf oktober 2022 heeft Nederland te maken met een ernstige variant van vogelgriep (aviaire influenza HPAI H5).

Vogelgriep is een ernstig virusziekte waardoor verschillende soorten vogels erg ziek kunnen worden en overlijden. Sinds 14 november jl. geldt weer een landelijke ophok- en afschermplicht. De ophokplicht is van toepassing op alle commercieel gehouden vogels en de afschermplicht geldt voor niet-commercieel gehouden risicovogels (bijvoorbeeld hobbymatig gehouden kippen). De afscherm- en ophokplicht is een effectieve preventieve maatregel om nieuwe besmettingen te voorkomen om de kans op contact tussen wilde besmette vogels en gehouden vogels verkleind wordt. Ook gelden er landelijke maatregelen, zoals een verbod op het bezoeken van vogelverblijfplaatsen van risicovogels, tenzij dit noodzakelijk is. Onder risicovogels vallen gehouden hoenderachtigen (zoals kippen), watervogels en loopvogels. Sommige vogelgriepvarianten zijn overdraagbaar op mensen. Hoewel de kans erg klein is, worden bij een pluimveebedrijf dat besmet is met een HPAI-virus de pluimveehouders, familieleden en werknemers voorzien van antivirale middelen.

Pagina 45 van 211

Scenariobeschrijving

Uitbraak vogelgriep bij een pluimveehouder en langdurige ophokplicht van vogels Binnen VNOG is in mei 2024 sprake van een hoog pathogene aviaire influenza (HPAI) uitbraak bij een pluimveebedrijf. Het aanwezige pluimvee op het besmette bedrijf wordt geruimd om verdere verspreiding naar omgeving en andere pluimveebedrijven te voorkomen. De pluimveehouder verliest zijn dieren en leidt daardoor emotionele en financiële schade. Ook kunnen er een tijd lang geen nieuwe dieren worden ingezet. Dit leidt tot vervolgschade vanwege een periode van leegstand (geen inkomsten) terwijl de vaste kosten doorlopen. De omgeving/buurt kijkt de pluimveehouder aan op het feit dat zijn bedrijf besmet is geraakt, want dit heeft ook gevolgen voor de buren (zoals een vervoersverbod in omgeving). In een groot deel van VNOG lijkt sprake van een permanente ophokplicht. Nog nooit duurde de ophokplicht zo lang en ging de vogelgriep in deze mate door wilde vogelpopulaties.

Financiële gevolgen pluimveehouders De getroffen pluimveehouder krijgt een vergoeding voor de geruimde dieren vanuit het Diergezondheidsfonds (DGF), maar de daaropvolgende leegstand gedurende verschillende weken wordt niet vergoed. De (financiële) gevolgen voor buurtbedrijven worden ook niet vergoed. Dit geldt ook voor de situatie als de ophokplicht langer dan 16 weken duurt omdat de waarde van uitloopeieren daalt. Ongeveer 21% van de pluimveehouders heeft een vrije-uitloopstal, maar helaas konden deze stallen de afgelopen jaren niet optimaal worden gebruikt. Kippen die langer dan 16 weken niet naar buiten mogen, worden geen vrijeuitloopkippen meer genoemd. Het zijn dan scharrelkippen. Vrije-uitloopeieren brengen meer op dan scharreleieren. Tegen een vogelgriepuitbraak zijn pluimveehouders niet verzekerd door een traditionele verzekeraar. Er is namelijk geen enkele verzekeraar die dit risico durft te nemen. Als de epidemie groot genoeg is dan is de schade simpelweg te groot. Daarom is er het DGF gezamenlijk ingesteld, waarbij de pluimveehouderij, Nederlandse overheid en de Europese Unie zelf bijdragen aan o.a. bestrijdingskosten en vergoedingen bij een uitbraak.

Pagina 46 van 211

De grote vogelgriepepidemie in 2003 in Nederland (255 besmette pluimveebedrijven; 30 miljoen stuks pluimvee vernietigd) is begroot aan kosten per getroffen bedrijf. Maar daarnaa miljoen aan indirecte kosten, ruim twee zo veel als de directe kosten. Onzekerheid bij impactcriterium

Impactcriterium

Toelichting

1.1 Aantasting integriteit van het grondgebied

n.v.t.

-

-

-

2.1 Doden

n.v.t.

-

-

-

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

n.v.t.

-

-

-

2.3 Lichamelijk lijden

n.v.t.

-

-

-

D

B

D

D

C

E

D

C

E

E

A

D

3.1 Kosten

Het verloop van de crisis heeft een belangrijke impact op de getroffen bedrijven en hun eigenaren, met grote economische gevolgen. Een geconstateerde besmetting leidt tot ruiming van het (pluim)vee, grote economische schade en mogelijk verlies van het eigen bedrijf. Verdenking heeft tevens aanzienlijke consequenties, omdat een bedrijf wordt geïsoleerd en transporten worden verboden. Motivatie:

4.1 Ernstige aantasting van milieu en natuur

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

5.2 Aantasting lokaal/regionaal openbaar bestuur

n.v.t.

Transportroutes en sociale structuren worden mogelijk verstoord door afzettingen en andere maatregelen. Motivatie: < 40.000 getroffenen gedurende een week tot een maand of langer. De rechtstaat wordt niet aangetast. In dit scenario is voor lokale en regionale bestuurders wel een grote rol weggelegd. Zij tonen hun betrokkenheid, waarbij ook grote ambtelijke inspanningen nodig zijn. Het optreden kan tot spanning leiden waardoor de openbare orde en veiligheid mogelijk in gevaar komt. Motivatie:

Gedurende de looptijd is er mogelijk aantasting van het functioneren van het openbaar bestuur en aantasting van de openbare orde en veiligheid. Maanden

twee indicatoren, elk 40% 5.3 Sociaalpsychologische impact

De emotionele impact is groot, omdat (schijnbaar) gezonde dieren worden geruimd en door transportverboden ook sociale structuren onder druk komen te staan.

Pagina 47 van 211

Motivatie: Er is aanzienlijke onzekerheid over de mate van dreiging of gevaar en over de mogelijkheid dat je er persoonlijk door geraakt kan worden. Er zal een aanzienlijke mate van verlies van vertrouwen zijn in het optreden van de overheid en betrokken bedrijven en andere instanties (NB niet de hulpdiensten) inzake enerzijds de beheersing van het incident en anderzijds de informatieverschaffing over het incident en zijn oorzaken (relatie met preparatie en initiële respons) 1 maand OF langer Meer dan 4.000 inwoners

Mogelijk sterven bijzondere diersoorten. Motivatie:

A

A

6.1 Aantasting cultureel erfgoed

Er kan sprake zijn van er is sprake van uniciteit, d.w.z. het dier is de enige of één van de weinige overgebleven representant(en) van een soort of type.

Waarschijnlijkheid

Score DLAAG; Bron: RIVM, Vogels, trekvogels en varianten (14-11-2023) Vogelgriep | RIVM

Pagina 48 van 211

A

Risicomatrix verwachte waarde

Pagina 49 van 211

Risicobeeld met aandachtsgebied

Pagina 50 van 211

Brand in gebouw met kwetsbare doelgroepen (VNOG 06)27 Maatschappelijk thema

2. Gebouwde omgeving

Crisistype

2.1 Branden in kwetsbare objecten

Incidenttypen

2.1.10 Grote branden in gebouwen met niet- of verminderd zelfredzame personen 2.1.11 VNOG - Zorg en welzijn 2.1.12 VNOG - Wakend en slapend aanwezig 2.1.20 Grote brand in gebouwen met een grootschalige publieksfunctie 2.1.21 VNOG - Wakend aanwezig en groot aantal personen

Beschrijving incidenttype(n)

Brand in buurthuis met minder zelfredzame bewoners. Buurthuis is onderdeel van een gebouw met meerdere gebruiksdoelen.

Scenariobeschrijving

Branden in kwetsbare objecten - Omgeving en kwetsbaarheid 28 Bij het bepalen van de kwetsbaarheid van een gebouw of locatie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Aantal personen dat gelijktijdig aanwezig is Aanwezigheidsduur van personen In hoeverre personen zichzelf in veiligheid kunnen brengen bij een incident Gebouwen en locaties zijn qua kwetsbaarheid, ingedeeld in drie categorieën: 1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen) 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties) 3. Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties) Veel mensen in een klein gebied betekent ook veel kwetsbare objecten, zoals verzorgingstehuizen, ziekenhuizen en scholen. Mensen die hier wonen of verblijven zijn niet altijd even zelfredzaam. Bij grootschalige incidenten en crises zijn deze objecten met gebruikers kwetsbaarder, waardoor zij eerder hulp nodig hebben van de overheid. Vergrijzing en langer zelfstandig blijven wonen Diverse onderzoeken laten zien dat senioren een drie keer zo hoge kans op overlijden hebben bij brand. Tegelijkertijd bestaat er al een langere tijd een maatschappelijke trend dat gestreefd wordt naar beperking van de kosten voor de zorg. Ouderen blijven daardoor langer thuis wonen. Het grote aantal senioren wordt veroorzaakt door de leeftijd van de babyboomgeneratie. Hulp aan huis en in verzorgingstehuizen is daarentegen steeds minder beschikbaar.

Bij incidenten wordt daarmee het vangnet dat de hulpverlening moet bieden in toenemende mate belangrijk. Verzorgingstehuizen worden immers omgebouwd naar particuliere wooncomplexen waarbij wettelijk gezien minder brandveiligheidsvoorzieningen geëist worden.

27 In Risicoprofiel VNOG 2021-2024 de naam: VNOG-6 Brand in gebouw met kwetsbare personen 28 Bron: AMvB: Besluit kwaliteit leefomgeving Externe veiligheid: kwetsbare gebouwen en locaties

Pagina 51 van 211

Onder de titel van crisistype Branden in kwetsbare objecten is een aantal incidenttypen zijn ondergebracht. Een drietal incidenttypen daarvan zijn gebundeld en gebruikt voor het VNOGincidenttype Brand in gebouw met kwetsbare doelgroepen . Deze 3 incidenttypen zijn ieder in afzonderlijke documenten in beeld gebracht qua aantallen en beschreven en gewaardeerd volgens de landelijke handreiking. Overzicht met gebruikte incidenttypen met aantallen gebouwen Incidenttype 2.1.11 VNOG - Zorg en welzijn A. Gezondheidszorgfunctie

B. Celfunctie

Ziekenhuis Verpleeghuis Psychiatrische kliniek Gevangenis Cellencomplex politiebureau

11 114 231 1 1

Incidenttype 2.1.12 VNOG - Wakend en slapend aanwezig Woningen

A. Woonfunctie

Vrijstaand

85.170

2-onder-1-kap

49.887

Hoekwoning

54.046

Tussenwoning

98.991

Woongebouwen

13.439

tot 13m1 hoogte

12.297

van 13m1 tot 70m1 hoogte

1.142

van 70m1 en hoger

B. Bijzondere woonvormen C. Logiesfunctie

D. Bijeenkomstfunctie

288.094

Voor kwetsbare jongeren en senioren

0

1.219

Hotel en pension

549

Jeugdherberg - vakantieappartement

19

Overige logiesverstrekking

47

Kinderdagverblijf

439

Incidenttype 2.1.21 VNOG - Wakend aanwezig en groot aantal personen Horeca

Restaurant

829

Café

527

Cafetaria

873

Vermaak A. Bijeenkomstfunctie

Theater en schouwburg

186 22

Evenementenhal

5

Openbare bibliotheek

39

Museum

85

Kunstgalerie

Ontmoeting

Pagina 52 van 211

2.229

74

563

Wijk- en buurtcentrum

197

Aula

41

Ontmoetingscentrum

4

Clubhuis

321

Gebedshuis

282

Kerk

261

Kapel

1

Moskee

6 14

Overige religieuze gebouwen

B. Onderwijsfunctie

Basisonderwijs

446

Voortgezet onderwijs

255

Hoger beroepsonderwijs en universitair onderwijs

62

Overig onderwijs

2.589

C. Kantoorfunctie

Kantoren

2.590

D. Sportfunctie

Sportgebouw

437

Doctrine brandbestrijding Brandweer Nederland 29 Bij de uitwerking van branden in kwetsbare objecten staan we stil bij een aantal vernieuwde inzichten rondom brandbestrijding: Cascade 3.0 en ruimtelijke omvang Begrip scenario en gebeurtenis Het kenmerkenschema: A. Gebouwkenmerken B. Menskenmerken C. Brandkenmerken D. Omgevingskenmerken E. Interventiekenmerken Operationeel scenario Brand in verpleeghuis Cascade 3.0 en ruimtelijke omvang Voor het definiëren van brand maken we gebruik van het cascademodel 3.0. waarop verschillende vormen van brandweerzorg samenhangen. Brandweerzorg is gericht op: 1e Voorkomen dat brand ontstaat. 2e Het beperken van de gevolgen van brand. 3e Het bestrijden van brand.

Daarnaast is de brandweer: 4e Eén van de partners bij crisis- en rampenbestrijding.

29 Op 22 november 2022 heeft RCDV een nieuwe versie van de Doctrine Brandbestrijding vastgesteld. RCDV: Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio

Pagina 53 van 211

Basiscascades Aantasting - Voorwerp in brand - Ruimte in brand - Verdieping in brand Compartiment in brand - Gebouw in brand - Omgeving in brand. Scenario Een scenario is een chronologische beschrijving ( verhaallijn ) van een bepaalde gebeurtenis (of reeks gebeurtenissen) die heeft plaatsgevonden of nog moet plaatsvinden. Gebeurtenis Een gebeurtenis is een opmerkelijk voorval, zoals brand in voorwerp en rook in ruimte. In het eenvoudigste geval, en bij benadering, vindt een gebeurtenis plaats op één plaats en één tijd. Dit is een ideaalplaatje. Een echte gebeurtenis heeft altijd zowel in ruimte als in tijd enige uitgestrektheid. Het scenario dat we bij de uitwerking van dit incidenttype voor ogen hebben is: Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen. Brandweerdoctrine Bij de verkennende uitwerking Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen gaan we gebruik maken van de nieuwe inzichten rondom brand waaronder het gebruik van het kenmerkenschema. Het kenmerkenschema kent de volgende kenmerken: A. B. C. D. E.

Gebouwkenmerken (Bouwkunde) Menskenmerken (Psychonomie) Brandkenmerken (Fysica) Omgevingskenmerken (Planologie) Interventiekenmerken (Brandweerkunde)

Elke incident met betrekking tot brand wordt bepaald door een combinatie van deze kenmerken. De vijf kenmerken zijn van groot belang voor de beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming en daarmee voor de keuze voor de juiste operationele inzet. A. Gebouwkenmerken (Bouwkunde) Binnen dit kenmerk hebben we te maken met: Lay-out van het gebouw Brandpreventieve voorzieningen Brandcompartimentering - Rookcompartimentering - Zelfsluitendheid van deuren - Vluchtroutes

Pagina 54 van 211

De installaties in het gebouw Brandbeveiligingsinstallaties - Mechanische ventilatie Wederzijdse beïnvloeding vanuit gebouwkenmerken: Gebouw Gebouw Gebouw

Brand Mens Interventie

B. Menskenmerken (Psychonomie) Hieronder vallen allerlei fysieke en mentale kenmerken van de aanwezige personen, voor zover deze invloed kunnen hebben op hun gedrag bij brand. Het kan dan gaan over de mate van mobiliteit, waarnemingsvermogen (zicht, gehoor), cognitieve vermogens en psychische gesteldheid. Ook het feitelijke (vlucht)gedrag tijdens een incident is onderwerp van gesprek.

Zelfredzaamheid bij brand: waar of niet? Uit wetenschappelijk onderzoek30 blijkt dat mensen bij hun zelfredzame gedrag in de praktijk niet altijd goed ondersteund worden door de huidige voorgeschreven veiligheidsmaatregelen. Aspecten uit onderzoek zijn o.a.: Brandalarm is niet alarmerend genoeg. Niet beperkt door een beperking.

Wederzijdse beïnvloeding vanuit menskenmerken: Mens Mens

Brand Gebouw

C. Brandkenmerken (Fysica) Brandkenmerken hebben te maken met het ontstaan en het verloop van de brand en gaan over hitte, rook en rookverspreiding. Verbranding Verbranding31 als fenomeen is altijd afhankelijk van drie aspecten: brandstof, zuurstof en temperatuur (energie).

30 Bron: 2007-NIFV, Zelfredzaamheid bij brand - Tien mythen ontkracht M. Kobes 31 Bron: NIPV - Handboek Gebouwbrandbestrijding d.d. 23 januari 2023

Pagina 55 van 211

In deze zogenaamde RSTV-branddriehoek staat de R voor rook (= brandstof), de T voor temperatuur, de S voor stroming (= zuurstof) en de V voor vlam (brand als resultaat van een complete branddriehoek). Ontstekingsenergie Een stof gaat niet zomaar uit zichzelf branden. Er is een hoeveelheid energie (warmte) nodig om de reactie op gang te brengen. Deze energie noemen we de ontstekingsenergie. Een ontstekingsbron moet deze energie leveren en kan zelf ook een exotherme reactie zijn. Gebeurtenissenboom De branddriehoek kan nader uitgewerkt worden in de gebeurtenissenboom. Aan de linkerkant van die boom staan de noodzakelijke voorwaarden om tot een voorwerp in brand te komen: temperatuur, zuurstof en brandstof. Gevolgen van een brand zijn verbrandingswarmte en verbrandingsproducten.

verbrandingsreactie plaatsvindt.

Impact door warmte en rook Warmte en rook van brand hebben een nadelig effect op de overlevingskansen en vluchtmogelijkheden van mensen. Typen brandeffecten en -gevolgen Snelheid van brandontwikkeling en vrijkomend vermogen. Er zijn 3 belangrijke brandeffecten met een directe impact op de mens: warmtestraling, vlamcontact en rook. Bescherming tegen brand Je biedt bescherming32 tegen een brand door te zorgen dat de vlammen, warmtestraling en rook niet (in gevaarlijke hoeveelheden) bij mensen komen. Aanwezigheid van rook De snelheid van rookontwikkeling, de hoeveelheid, rookverspreiding en ventilatiestromingen.

32 Brandaandachtsgebied grenswaarde 10 kW/m2 Omgevingswet RIVM Besluit Kwaliteit Leefomgeving

Pagina 56 van 211

Schade en onderbreking van de normale gang van zaken 33 De warmte van de brand kan materialen aantasten en verteren. De rook van brand kan materialen vervuilen tot het punt waarop ze niet meer bruikbaar zijn. Kortom: brand en rook kunnen schade aanrichten en leiden tot een onderbreking van de normale gang van zaken. Schade Schade is ernstiger als deze onomkeerbaar is, zoals bij schade aan een monument, of bij verspreiding van gevaarlijke stoffen die zeer moeilijk biologisch afbreekbaar zijn. Onderbreking Bij onderbreking speelt de duur van de onderbreking een rol. Materiële schade Onder materiële schade wordt vernietiging of aantasting van middelen, productiefaciliteiten, vee, gebouwen, terreinen en infrastructuur door de warmte en rook verstaan, waarbij sprake is van vroegtijdige afschrijving of waarbij een investering noodzakelijk is om deze middelen weer te kunnen gebruiken. Milieuschade Bij brand komen stoffen vrij die schadelijk zijn voor biodiversiteit, klimaat en leefbaarheid. De schade kan uitgedrukt worden in bijvoorbeeld de hoeveelheid geld die nodig is om de vervuiling tot een acceptabel niveau terug te brengen, of de ontwaarding van de grond door de vervuiling. Bij een brand komt veel CO2 vrij. Schade aan omzet, marktaandeel en reputatie Onderbreking van de productie kan leiden tot verlies van omzet, marktaandeel en reputatie.

Overlast Door verschillende oorzaken kunnen middelen, productiefaciliteiten, gebouwen, terreinen of infrastructuur tijdelijk niet beschikbaar zijn: Verspreiding van stoffen met schadelijke effecten op de gezondheid. Geuroverlast door rook, die een verblijf onhoudbaar maakt. Maatregelen getroffen door hulpverleners voor het bestrijden van het incident, zoals afzetten van werkgebied of het oproepen tot schuilen als de sirenes gaan. De impact van het niet-beschikbaar zijn is dat de bewegingsvrijheid van mensen wordt aangetast en de dagelijkse routines worden onderbroken.

33 Bron: NIPV, Cascade model 3.0 - d.d. 16 mei 2022

Pagina 57 van 211

Mensen staan vast in de file, kunnen bijvoorbeeld niet meer beschikken over hun eigen woning en voertuig of niet meer naar werk of opleiding. Overlast zou uitgedrukt kunnen worden als een functie van het aantal mensen dat betrokken is, de mate waarin bewegingsvrijheid is aangetast en de tijdsduur. Wederzijdse beïnvloeding vanuit brandkenmerken: Brand Brand

Mens Gebouw

Brandkenmerken beïnvloeden samen met de gebouwkenmerken de veiligheid van de aanwezige personen.

D. Omgevingskenmerken (Planologie) Omgevingskenmerken hebben te maken met de invloed vanuit de omgeving op de brandveiligheid. De ligging van het gebouw wordt in samenhang met de brandveiligheid in het gebouw bezien. De geografische ligging Bij geografische ligging denken we aan provincie, veiligheidsregio, plaats, gemeente, wijk, buurt of clustering van gebouwen. Ook is er onderscheid tussen binnen bebouwde kom, buiten bebouwde kom, buitengebied, industriegebied, woongebied, dorp, stad, stadskern, historische binnenstad, natuurgebied, indeling natuurgebied naar vegetatie. Infrastructuur Infrastructuur ingedeeld naar: Object - Inrichting - Eigen terrein - aansluiting op openbaar gebied; Rijkswegen - provinciale wegen - gemeentewegen - eigen wegen. Toegangen tot het gebouw, aangewezen brandweertoegangen inclusief rijroute en opstelplaats. Vluchtroutes op eigen terrein naar openbare weg. Indelingsoverzicht inrichting Indelingsoverzicht inrichting: waar ligt welk gebouw, hoe loopt infrastructuur, opstelplaatsen, bluswaterwinplaatsen, opvangplaatsen mensen bij ontruiming en/of evacuatie. Omgeving en kwetsbaarheid 34 Kwetsbaarheid van gebouwen en locaties in beeld brengen per categorie. Gebouwen en locaties zijn ingedeeld in 3 categorieën: 1. Zeer kwetsbaar (alleen gebouwen) 2. Kwetsbaar (gebouwen en locaties) 3.

Beperkt kwetsbaar (gebouwen en locaties) Waterwinning 34 Bron: AMvB: Besluit kwaliteit leefomgeving Externe veiligheid: kwetsbare gebouwen en locaties

Pagina 58 van 211

Bluswaterwinplaatsen met bijbehorend debiet in m3/uur zijn in beeld: brandkranen, geboorde putten, opstelplaatsen openwater- en bluswaterriolen. Gelet op onderhoud dan wel andere omstandigheden, zoals langdurige droogte, bijhouden of de bluswatervoorziening operationeel te gebruiken is. Opstelling hulpverleningsvoertuigen Voor bestrijden van een incident komen één of meerdere eenheden naar de incidentlocatie toe. Denk aan voldoende opstelruimte. Wederzijdse beïnvloeding vanuit omgevingskenmerken: Omgeving Omgeving Omgeving

Brand Gebouw Mens

De relaties tussen omgevingskenmerken en de incidentbestrijding zijn van belang voor de samenhang tussen de brand in het gebouw en de bedreigingen daarvan naar de omgeving of externe gevaarzetting vanuit de omgeving. Deze bedreigingen beïnvloeden de keuze voor een bepaalde inzettactiek.

E. Interventiekenmerken (Brandweerkunde) Interventie beschrijft wat een eventuele interne-organisatie en de brandweer kunnen gaan doen om de brand te bestrijden en de gevolgen van de brand te beperken. Dit worden de interventiekenmerken genoemd. Hieronder valt ook het redden en evacueren van mensen (bewoners, gasten, cliënten, patiënten, etc.). Interne organisatie - Bedrijfshulpverleningsorganisatie De voorbereiding en wijze van optreden van een eventuele aanwezige interne organisatie betreft de volgende onderdelen: Opstellen bedrijfshulpverleningsplan Opstellen ontruimingsplan Wijze van ontruimen en evacueren Bezetting interne organisatie ( Ontruimingsoefeningen Wijze van alarmeren interne organisatie

)

Het optreden van een interne organisatie Alarmering interne organisatie - ontruiming Overdracht naar brandweer - opvang van personen Voorbereiding en wijze van optreden van de brandweer Deze voorbereiding heeft betrekking op opleidingen, trainingen, oefeningen en procedures. Is er bijvoorbeeld sprake van een eenduidig handelingsperspectief voor het optreden bij grootschalige rookverspreiding in

Pagina 59 van 211

woongebouwen en zorggebouwen? kunnen komen in het betreffende verzorgingsgebied.

Brandbestrijding in complexe en niet-complexe gebouwen Redding van personen: Van belang daarbij is de mate van zelfredzaamheid aanwezige personen Uit een complex gebouw of een niet-complex gebouw Operationele leiding Oefenen overlegstructuur - grootschalig brandweeroptreden Het optreden van de brandweer - commandovoering FABCM35 Met FABCM wordt gedoeld op het continue besluitvormingsproces rondom de aanpak van een incident gedurende de inzet. Het is dus geen eenmalig, maar een iteratief proces waarbij meerdere mensen betrokken zijn en dat voortdurend herhaald wordt. Tactiek en techniek van het brandweeroptreden en gebruik van preventieve voorzieningen. Wederzijdse beïnvloeding vanuit interventiekenmerken: Interventie Interventie Interventie

Gebouw Mens Brand

De interactie tussen interventiekenmerken enerzijds en brand-, gebouw- en menskenmerken anderzijds is vanuit het oogpunt van hulpverlening beperkt. Houd rekening met de wisselwerking tussen de gebouwkenmerken en de veiligheid voor hulpverleners bij een repressieve inzet. Zoals: Het risico van instortingsgevaar en het bezwijken van brandwerende constructies. Bij de wisselwerking tussen interventiekenmerken en menskenmerken speelt de mate van zelfredzaamheid van mensen een rol. Mensen kunnen nietzelfredzaam zijn door lichamelijke, psychische of geestelijke beperkingen. De wisselwerking tussen interventiekenmerken en brandkenmerken spitst rookgasexplosies. Deze laatste interactie bepaalt de keuze voor de wijze van repressief optreden door de brandweer (offensief, defensief, binnen, buiten).

35 Bron: NIPV Handboek gebouwbrandbestrijding / januari 2023 Feiten verzamelen Analyseren feiten Besluit(en) nemen Communiceren besluit(en) Monitoren uitgezette acties

Pagina 60 van 211

Voorbereiding en wijze van multidisciplinaire samenwerking Het scenario dat we bij de uitwerking van dit incidenttype gebruiken is: Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen. Er is hier duidelijk sprake van een incident met veel multidisciplinaire aspecten en dat daardoor een multidisciplinaire aanpak vereist. Er zal sprake zijn van een GRIP-situatie. Scenariobeschrijving

Brand in een gebouw met kwetsbare doelgroepen Gebouw met meerdere doelgroepen en gebruiksdoelen, bestaat uit een: Zwembad en sportzalen Basisschool met kinderdagverblijf Buurthuis / Ontmoetingsplek met brasserie Bijzondere woonvorm 6 groepszorgwoningen, per appartement 6 dementerende bewoners 100 appartementen, bewoond door doelgroep zorg op afspraak Brand in ruimte en rookverspreiding in het gebouw: Brand in keramiekoven die in een bergruimte van het buurthuis staat opgesteld. Rookverspreiding op meerdere verdiepingen in het gebouw.

Bezoekers Winkelend publiek: 45. Kinderen: 200 in leeftijdscategorie 1-12 jaar (80% beperkt zelfredzaam) Recreanten: 150 in leeftijdscategorie 1-85 jaar (20% beperkt zelfredzaam) Mens

Bewoners kleinschalige zorg De 36 bewoners zijn verminderd zelfredzaam in verband met een geheugenprobleem als gevolg van ouderdom in combinatie met andere geestelijke of lichamelijke problemen. Er zijn 12 begeleiders aanwezig.

Pagina 61 van 211

Vaste bewoners 180 bewoners appartementen (beperkt zelfredzaam / zorg op afroep) Vrijstaand complex traditionele bouw, 7 tot 9 bouwlagen

Gebouw

Bouwblok A 6.742m2; 26 Appartementen [32%] Gezondheidszorg [17%] Sport [25%] Onderwijs [26%] Bouwblok B 5.510m2; 16 Appartementen [24%] Gezondheidszorg [14%] Bijeenkomst [9%] Onderwijs [53%] Bouwblok C 1.088m2; Bijeenkomst [100%] Bouwblok D 5.392m2; 20 Appartementen [30%] Gezondheidszorg [27%] Bijeenkomst [20%] Onderwijs [23%] Bouwblok E 6.924 m2 + Bouwblok E - Parkeergarage 3.632 m2; 40 Appartementen [47%] Gezondheidszorg [18%] Winkel [17%] Onderwijs [18%] Parkeer- stallingsgarage van 3.632m2 [100%] Totale gebruiksoppervlakte is 29.288m2 en circa 600 personen. Omvang

Opslagruimte op begane grond

82m2

Rookbeeld

Meerdere verdiepingen

ca. 1.750m2

Mechanische ventilatie, zowel toe- als afvoer.

Brand

Ventilatie

Omgeving

De lucht wordt vanaf het dak via kanalen naar de wooneenheden geblazen. Via aparte afvoervoorziening wordt de lucht uit de wooneenheden afgevoerd via een plenum boven het verlaagde plafond. In de ramen van de wooneenheden zijn ventilatieroosters aanwezig.

245m2

Het gebouw met meerdere gebruiksdoelen staat midden in een compacte woonwijk binnen de bebouwde kom en nabij de snelweg.

BHV-organisatie van toepassing voor: Interventie

Basisschool en kinderdagverblijf Zwembad en sportzalen Brasserie Ontmoetingscentrum/Buurthuis Bijzondere woonvorm met 24-uurszorg;

In dit scenario draait het om brand in een opslagruimte van het buurthuis. De rook heeft zich verspreid over meerdere verdiepingen. Dit alles leidt tot een

Pagina 62 van 211

zeer grote brand. Betrokken gebruikers zijn die van het zwembad, de sportzalen, de basisschool, het kinderdagverblijf, de bewoners van de appartementen (deels) en de bijzondere woonvorm met dementerende bewoners. Het gebouw moet gedeeltelijk ontruimd en geëvacueerd (bijzondere woonvorm) worden. Er is sprake van een GRIP-situatie. Context Het gebruik van het buurthuis annex brasserie, het zwembad en sportzalen, de basisschool en het kinderdagverblijf, de vier woontorens en de bijzondere woonvorm met 24-uurszorg is gebonden aan wetten en vergunningen om de gebouweigenaar en de beheerders verrichten inspanningen om incidenten te voorkomen, bijvoorbeeld door regelmatig te controleren of de bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen voldoen aan de voorschriften en door regelmatig veiligheidsoefeningen te houden. De overheid voert periodieke of steekproefsgewijze controles uit. Om de branduitbreiding te beperken en tijdig te kunnen blussen is een goed werkende brandmeldinstallatie en goed functionerende BHV-organisatie bepalend. Deze zijn in het betreffende complex niet overal vereist en daardoor maar in een bepaald deel aanwezig.

De snelheid en mate waarin de brand zich verspreidt wordt mede bepaald door bouwkundige maatregelen (brandwerende scheidingen, gesloten brandwerende deuren), de vuurlast (hoeveelheid brandbaar materiaal), de bereikbaarheid van de locatie voor de hulpdiensten, omvang en aard van de betrokken gebouwdelen, het aantal gasten (al dan niet zelfredzaam) en het aantal aanwezige medewerkers. Indien de brand hevig is geweest, kan de bouwkundige constructie zijn aangetast en kan er gevaar voor instorting ontstaan. Ook kan de technische installatie zijn aangetast, met als gevolg uitval van de energievoorziening en ICT in delen van het ziekenhuis. Oorzaken en mogelijke triggers Menselijk handelen: onvoorzichtigheid, bijvoorbeeld tijdens werkzaamheden. Bewust menselijk handelen: brandstichting. Technisch falen: kortsluiting, bijvoorbeeld door overbelasting. Incidentverloop eerste 15 minuten Op woensdagmiddag zijn 12 ouderen in het buurthuis bezig met het bakken van keramiek. Door onbekende oorzaak is brand ontstaan in de bergruimte waar de keramiekoven stond en in gebruik was. De toegangsdeur van de bergruimte die uitkomt in de centrale gang (toegang tot zwembad en de sportzalen, toegang tot de basisschool en het kinderdagverblijf, toegang tot buurthuis annex brasserie, toegang tot woontorens) staat open. De brand breidt zich snel uit door het aanwezige isolatiemateriaal rondom de diverse

Pagina 63 van 211

leidingen. Enorme rookontwikkeling die door de openstaande deur de centrale gang vult. Er zijn op deze woensdagmiddag 45 gasten in het zwembad aanwezig, 20 kinderen in de sportzaal en 50 kinderen op het kinderdagverblijf. Ook zijn de 36 bewoners met de 24-uurszorg van woontoren D allemaal thuis. De brandmeldinstallatie in de centrale gang detecteert de rook en meldt dit door aan een Particuliere Alarm Centrale (PAC). De 12 ouderen in het buurthuis kunnen zich in veiligheid brengen en een aantal belt 112. De badmeester van het zwembad hoort het ontruimingsalarm en gaat kijken wat er aan de hand is. Hij ziet enorme zwarte rook in de centrale gang en start de ontruiming van het zwembad en de sportzalen. De begeleiding van het kinderdagverblijf heeft nog niets door. Dit geldt ook voor de begeleiding van de bijzondere woonvorm en de bewoners van de woontorens. Incidentverloop eerste uur De brandweer is in de tussentijd gearriveerd en wordt binnengelaten. De mensen uit het zwembad en sporthallen staan buiten in de kou. De kinderen in het kinderdagverblijf moeten nog gewaarschuwd worden om over te gaan tot ontruiming dan wel redding door de brandweer. Dit geldt ook voor de bijzondere woonvorm met 24-uurszorg en de beide woontorens. De brandweer concentreert zich daarbij op verkenning, redding en ontruiming, het gereedmaken van de bluswatervoorziening en brandbestrijding.

Vanwege het ontbreken van voldoende aantal BHV'ers en de enorme rookontwikkeling ontstaat er een lastig te ontruimen situatie. Rook kan zich ongehinderd verspreiden door het gebouw en de brand is moeilijk te bestrijden. Twee kinderen in het kinderdagverblijf verkeren in ernstig levensgevaar door inademing van hete giftige rook. Zij overlijden later in ziekenhuis. Daarnaast

De politie is aanwezig om eventueel ondersteuning te bieden. De brandweer heeft moeite de brand te blussen en de brand wordt uitslaand. Hierop wordt besloten om de dementerende bewoners van de woontoren uit voorzorg te evacueren. De gemeente draagt zorg voor een opvanglocatie. Incidentverloop eerste 4 uur Het is de brandweer toch gelukt om de brand te blussen en deze is beperkt gebleven tot het buurtcentrum annex brasserie. De rook heeft zich in het gebouw over een veel groter gebied verspreid. De rook heeft zich verspreid naar: het zwembad en sportzalen het kinderdagverblijf de basisschool de centrale hal vijf verdiepingen van woontoren D twee woningen van de bijzonder woonvorm met 24-uurszorg

Pagina 64 van 211

Ontruimen en evacueren vereist de nodige slagkracht van de brandweer en overige hulpverleningsorganisaties. Zodra het nablussen en ventileren van het complex is gestopt vertrekt de brandweer en kan de schade worden opgenomen. Er is brandschade, rookschade en waterschade ontstaan op diverse plekken in het gehele complex. Hierdoor kunnen het zwembad en sportzalen, de basisschool, het kinderdagverblijf, het buurthuis annex brasserie en een aantal woningen / appartementen, de komende tijd niet gebruikt worden. Hier worden maatregelen voor genomen door de gebouweigenaar en huurders. Incidentverloop eerste 24 uur De crisisorganisatie gaat over in een projectorganisatie. De nazorg en traumaverwerking voor de familie van getroffen kinderen en ouderen is een complex gebeuren. De afhandeling hiervan gaat nog maanden duren. Er vindt een eerste inspectie plaats van de schade. Acute werkzaamheden aan het gebouw en aan de technische installaties worden, indien nodig, uitgevoerd. De organisatorische consequenties van de brand voor het complex worden geïnventariseerd. Maatregelen worden genomen om het complex weer zo goed mogelijk te laten functioneren. Herstelfase Opname definitieve schade en afhandeling door verzekeringsmaatschappijen. Herstelwerkzaamheden aan het gebouw en de technische installaties worden uitgevoerd.

Er kan discussie ontstaan over: Opkomsttijd brandweer Wijze van incidentbestrijding; met name redding/ontruiming kinderdagverblijf Niet naleven van vergunningsvoorwaarden Mate van brandveiligheid over dergelijke complexen elders in de stad Scenarioreferentie

Praktijkvoorbeelden 25 april 2014: Apeldoorn leidt tot gedeeltelijke ontruiming van twee woontorens. 24 bewoners opgevangen. GRIP 1. 18 Juli 2021: Brand in appartementen complex in Eygelshoven. Een bewoner overleden. 5 juni 2023: Grote brand in appartementen complex in Amsterdam. 12 oktober 2023: Grote brand in appartementen complex in Zoetermeer. Onzekerheid bij impactcriterium

Impactcriterium

Toelichting

Pagina 65 van 211

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=7b0898b7-084e-430d-926f-4bb419520420