CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Risicoprofiel

Beeldvorming 2 september 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Regionaal Beleidsplan veiligheidsregio NOG13.806 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................2 Overstromingen (VNOG 01) ..................................................................................................................3 Natuurbranden (VNOG 02) .................................................................................................................12 Langdurige hitte en droogte (VNOG 03) ...............................................................................................32 Extreem weer (VNOG 04) ....................................................................................................................39 Dierziekten (VNOG 05) .......................................................................................................................45 Brand in gebouw met kwetsbare doelgroepen (VNOG 06) .....................................................................51 Brand in een energieneutrale woning (VNOG 06-A)...............................................................................70 Brand in dichte binnenstad (VNOG 07) .............................................................................................. 105 Treinongeval met brandbare en giftige stoffen (VNOG 08)...................................................................

120 Bedrijfsongeval met brandbare vloeistof (VNOG 09)........................................................................... 131 Brand in bedrijfspand met opslag Li-

-B).............................................................. 138

Verstoring elektriciteitsvoorziening (VNOG 10)................................................................................... 161 Verstoring drinkwatervoorziening (VNOG 11) ..................................................................................... 169 Verstoring telecommunicatie en ICT (VNOG 12)................................................................................. 176 Cyberaanval (VNOG 12-A) ................................................................................................................ 183 Ziektegolf - Epidemie (VNOG 14-A).................................................................................................... 188 Ziektegolf - Pandemie (VNOG 14-B)................................................................................................... 194 Paniek in menigten (VNOG 15) .......................................................................................................... 201 Verstoring openbare orde (VNOG 16) ................................................................................................ 206

Pagina 2 van 211

Overstromingen (VNOG 01) Maatschappelijk thema

1. Natuurlijke omgeving

Crisistype

1.1 Overstromingen

Incidenttype(n)

1.1.20 Overstroming door hoge rivierstanden 1.1.30 Vollopen van een polder / dijkdoorbraak

Beschrijving incidenttype(n)

Vollopen dijkring 50 (opgenomen in het diagram regionaal risicoprofiel), na doorbraak bij stroomkanaal van Hackfort (gemeente Bronckhorst). Noot:

het risicodiagram van het regionaal risicoprofiel. Wanneer dit wel gebeurt ontstaat er een bandbreedte op de assen impact en waarschijnlijkheid. Een doorbraak van dijkring 48 (Bisslich) in Duitsland is een worstcasescenario (omvat meerdere gemeenten in de Achterhoek) met een verhoudingswijze grote waarschijnlijkheid van 1 keer per ca. 100 jaar (2015). Een en ander houdt verband met de dijkverbeteringen welke nog in uitvoering zijn binnen het Duitse deel van dijkring 48. Scenariobeschrijving De incidenttypen 1.1.20 en 1.1.30 worden in gezamenlijkheid beschouwd. Naast de waterhistorie van Nederland en de politieke discussie over de klimaatgevolgen (warmer, natter, droger en stijgende zeespiegel) maakt dat blijft staan. Het Nationale Deltaprogramma (waterveiligheid, zoetwater en ruimtelijke adaptatie) valt onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Dit crisistype is tevens aangemerkt als bovenregionaal risico. Dit betekent dat maken hebben met dit scenario (doorbraak dijkring 48). Bij een overstroming van de IJssel en Rijn zijn VNOG en Veiligheidsregio IJsselland, Veiligheid en Gezondheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Gelderland-Zuid betrokken. RWS en politie bestuurlijk samen binnen de Gelderse commissie. De Gelderse isico hoogwater valt.

risicoprofiel is gebaseerd op de Veiligheid Nederland in Kaart (VNK) modellen, overstromingskansen 2015-2020. De komende jaren worden de rekenmodellen aangepast.

Pagina 3 van 211

1. Dijkring 50 (Zutphen), doorbraaklocatie stroomkanaal van Hackfort (maatgevend voor scenario dijkring 50) 2. Dijkring 52 (Oost Veluwe), doorbraaklocatie Cortenoever (maatgevend voor scenario dijkring 52) opvraagbaar. Deze twee dijkringen liggen aan weerszijden van de IJssel en kunnen beide, bij hoogwater, op het zelfde moment een potentieel gevaar vormen.

voor VNOG opgenomen in het diagram van het regionale risicoprofiel VNOG en onderstaand verder uitgewerkt. De keuze van doorbraak dijkring 50 als maatgevende incidenttype, mede gezien impacteffect, is afgestemd met de beide waterschappen in het VNOG gebied (WSRIJ en WSVV). Scenario Dijkring 50 (Zutphen) Dijkring 50 beschermt Zutphen en Warnsveld tegen overstromingen vanuit de IJssel. De laatste overstroming van Dijkring 50 dateert uit 1926. In 1933 en 1955 waren er hoge waterstanden. In Zutphen stond het water tot aan de kade, maar tot overstromingen heeft het niet geleid. Ook in 2022 waren er hoge waterstanden en moesten coupures binnen dijkring 50 worden gesloten. Dijkring 50 heeft een normfrequentie van 1/1250 jaar. Binnen het maatgevende overstromingsscenario is de dijkdoorbraak op de overstromingsgebied. (1/1250) Het schadebeschikbaar in het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) en is gedeeltelijk in de bijlage opgenomen. Het totale overstroomde gebied is ca 33,5 km 2. Totale populatie bedraagt ca. 55.000. Conform het evacuatieplan is 72 uur voor de dijkdoorbraak al gestart met de evacuatie van het getroffen gebied. Waterdiepte 0,5 tot 1 meter. Tijdsduur 1 tot 6 maanden. Cascade effecten Er is van uitgegaan dat alle vitale infrastructuur binnen het ondergelopen gebied niet meer functioneert, voor een langere periode.

Het is in dit scenario niet waarschijnlijk dat de vitale infrastructuur (stroom, gas en telecom) ook buiten het overstroomde gebied uitvalt. In de randgebieden kan telecom last hebben van verminderd bereik. De spoorlijn Arnhem-Zwolle kan mogelijk uitvallen als ook dijkring 52 (Oost Veluwe) gaat overstromen.

Pagina 4 van 211

Trends en ontwikkelingen

Extreme weersomstandigheden zullen de komende jaren gaan toenemen. Er komen nattere winters en drogere zomers. infrastructuur. gevoelig zijn voor overstromingen, wordt de impact van de overstromingen groter. Het aantal slachtoffers kan in die gebieden toenemen. Klimaatverandering. Door de klimaatverandering stijgt de zeespiegel. Hierdoor wordt de kans op overstromingen vanuit de rivieren groter. Dit, omdat de rivieren door hogere zeewaterspiegel het water niet eenvoudig kunnen afvoeren richting de zee. In Nederland is ook sprake van een bodemdaling, die versneld wordt door de klimaatverandering (langdurige droogteperiodes). De bodemdaling versnelt de zeespiegelstijging en zorgt er dan ook voor dat de gevolgen van overstroming groter zijn omdat de potentiële overstromingsdieptes groter worden. Een ander effect van de klimaatverandering is de toename van extreme neerslag. Door de stijging van temperatuur in de lucht neemt de hoeveelheid vocht in de lucht ook toe. Dit kan leiden tot extreme neerslag. Door extreme neerslag kunnen rivieroverstromingen en wateroverlast ontstaan. Data en technologie. De inzet van technologische ontwikkelingen om klimaat te beïnvloeden kunnen zowel voordelen als nadelen hebben. Geo-engineering is een voorbeeld van technologische ontwikkeling.

Verschillende landen zetten de technieken van geo-engineering in om klimaat te beïnvloeden, maar de effecten van de geo-engineering van ozonlaag. Preventief Steeds meer gemeenten passen hun beleid ruimtelijke ordening aan (meer onverhard oppervlak en meer ruimte voor water). Waterschappen werken aan het creëren van waterbergingsgebieden. Gemeenten en waterschappen passen rioolsystemen aan. Reactief Het waterschap plaatst noodpompen en nooddijkjes. Het waterschap zet waterbergingsgebieden in. De gemeente laat gebieden ontruimen (mensen en dieren) en wegen afsluiten. Gebruikte bronnen trends en ontwikkelingen: Rijksbrede Risicoanalyse 2022 https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extremeneerslag

Scenarioreferentie

Het incidentscenario is gebaseerd op VNK-modellen.

Pagina 5 van 211

De gebruikte overstromingsmodellen worden gegenereerd in het landelijk informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO). https://basisinformatie-overstromingen.nl/liwo/ Rijnatlas 2020 (bafg.de) Onzekerheid bij impactcriterium

Impactcriterium

Toelichting

Oppervlakte ca. 33,5 km2 met 1.162 inw/km2. Aantal inwoners gemeente Zutphen 48.545. Aantal inwoners buitengebied ca. 6.500 1.1 Aantasting integriteit van het grondgebied

Overstromingsdiepte tussen 0,5 - 1 m1.

Motivatie:

C

B

D

B

A

C

C

B

D

D

C

E

B

A

C

E

D

E

Bevolkingsdichtheid >750 pers/km2 Oppervlak: 33,5 km2 Duur: 1 tot 6 maanden Zeer kleine kans

2.1 Doden

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

2.3 Lichamelijk lijden

Motivatie:

Geringe overstromingsdiepte Evacuatie van burgers Maximaal 2-4 personen

Motivatie:

Merendeel minder zelfredzamen is geëvacueerd Wel sociale impact; ook in de nafase Maximaal 11.000 (20% van 55.000) valt in de categorie <40.000 pers. (2-6 dagen)

Motivatie:

n.v.t

Merendeel is geëvacueerd

Kosten 1,4-1,8 miljard 3.1 Kosten

Motivatie:

Historische binnenstad Ziekenhuis en justitiële inrichtingen Binnen- en buitendijks verlies van natuurwaarde en aantasting milieu (>10% oppervlak). Lokaal 4-40km2 oppervlakte.

Motivatie: 4.1 Ernstige aantasting van het milieu en de natuur

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

Zowel binnendijks al buitendijks ontstaat aanzienlijk verlies van natuurwaarden door stoffen die bij een dijkdoorbraak in het water komen. Met name gaat het om kleinschalige natuur ten noorden van Wichmond, ten westen van Almen en de uiterwaarden ten westen van Zutphen.

Centrum Zutphen relatief zwaar getroffen max. 37.000 personen. Indicatoren (5): 1e Geen onderwijs

2e Uitval ziekenhuis en overige gezondheid instellingen

Pagina 6 van 211

3e Uitval openbaar vervoer 4e Relatief weinig winkels etc.

5e Niet naar werk

6e Justitiële inrichtingen

D <40K pers. 1 week tot 1 maand. Mede ingegeven door groot deel overstromingsdiepte maximaal 1 meter. Motivatie:

5.2 Aantasting lokaal/regionaal openbaar bestuur

5.3 Sociaalpsychologische impact

Overstromingsdiepte is beperkt Geëvacueerde burgers ondervinden deze verstoring ook deels Openbaar bestuur en openbare orde en veiligheid (2 indicatoren) voor maanden (lokaal niveau).

Motivatie:

B

A

C

A

A

B

C

B

D

1 indicator Periode weken i.p.v. maanden Een klein deel van de bevolking < 400 pers.)

Motivatie:

Duur: 1 - 2 dagen Woede tegen overheid en uitingen in media Rijksmonumenten: 430 stuks

Gemeentelijke monumenten: 480 stuks Rijksmonumenten zijn voornamelijk in de binnenstad van Zutphen gelegen. Max. 3 indicatoren. Het object is de enige of één van de weinige overgebleven representant(en) van een soort of type: 6.1 Aantasting cultureel erfgoed

Er is sprake van uniciteit. Er kan sprake zijn van aantasting van het gevoel van eigenwaarde die de samenleving of een gemeenschap ontleent aan het object. Er kan sprake zijn van aantasting van de harmonie en/of waarde en/of samenhang van een groter geheel door de aantasting van het object als deel van dat geheel. Motivatie:

Niet alle monumenten zijn uniek

Normfrequentie is 1/1250 jaar (dijk moet hieraan voldoen). Waarschijnlijkheid

Delen van de dijkring hebben een grote kans 1/260-1/500 per jaar (<0.0038 per jaar) Zeer onwaarschijnlijk maar mogelijk. A midden. (2) Volgens LIWO overstromingskansen 2015-2020 is de kans 1/500-1/1000

Betrokken actoren

Rijkswaterstaat is verantwoordelijk voor de grote rivieren, de waterschappen voor de regionale watersystemen. KNMI is verantwoordelijk voor de actuele en verwachte weersomstandigheden die invloed hebben op de (dreigende) crisis.

Kaartmateriaal

Geoviewer heeft een bestand VICC

Pagina 7 van 211

Overstromingen opgenomen

Risicomatrix verwachte waarde

Pagina 8 van 211

Risicobeeld aandachtsgebied

Bijlage: Maatgevend scenario dijkdoorbraak Stroomkanaal Hackfort Noord Het Landelijk Informatiesysteem Water en Overstromingen (LIWO) is een website van RWS waarin dijkdoorbraken op verschillende plekken langs de rivieren. In onderstaande afbeelding is een afdruk te zien waarin de maximale waterdiepte gecombineerd is met het aantal getroffenen. Naast deze twee parameters kan ook de schade en het aantal slachtoffers in beeld gebracht worden. Hiermee kunnen verschillende scenario

Pagina 9 van 211

Rijn. Hieronder valt ook het stroomgebied van de IJssel. verschillende waterdiepten en de aanwezigheid van (vitale) infrastructuur en cultureel erfgoed. buitengewone gebeurtenissen. De Lijst met lagen is groter dan in dit beeld is aangegeven. Dit geldt ook voor de Legenda.

Hetzelfde plaatje maar nu met een middelgrote kans op overstromingen (Herhalingsperiode

Pagina 10 van 211

De Rijnatlas is te vinden via: Rijnatlas 2020 (bafg.de)

Pagina 11 van 211

Natuurbranden (VNOG 02) Maatschappelijk thema

1. Natuurlijke omgeving

Crisistype

1.2 Natuurbranden

Incidenttypen

1.2.10 Bosbrand 1.2.20 Heidebrand

Beschrijving incidenttype

Een natuurbrand is een natuurgebied, zoals bosgebied, heidegebied, duingebied of veengebied dat in brand staat. Bosbrand is de bekendste vorm van natuurbrand, omdat het de heftigste en meest zichtbare vorm is. Omstandigheden Voor een natuurbrand ontstaat moet zoals bij elke brand zijn voldaan aan vier voorwaarden, te weten: 1. 2. 3. 4.

Brandstof Zuurstof Voldoende hoge temperatuur Een ontstekingsbron

De aanwezigheid van water remt de temperatuurstijging door verdamping van het aanwezige water en bemoeilijkt het verbrandingsproces. Brandstof Er is brandstof, in de vorm van veel brandbaar materiaal (bomen en/of struiken of heide). Deze brandstof kan erg gemakkelijk vlam vatten als het lang niet heeft geregend. Op de grond liggen vaak rottende takken en laag struikgewas en heide, wat zeer brandbaar is. De beschikbaarheid van brandstof is afhankelijk van de meteorologische omstandigheden en het jaargetijde. Zelfs in de grond is vaak voldoende zuurstof aanwezig om een bosbrand zich ondergronds te laten verplaatsen, al zal dit minder heftig zijn dan een bovengrondse brand. Zuurstof Er is zuurstof, omdat de brandstof niet allemaal opeengepakt zit, maar voldoende ruimte laat voor de toevoer van zuurstof. Nog meer zuurstof is er wanneer de brand wordt aangewakkerd door een sterke wind. Als een natuurbrand voldoende heftig is kan de zuurstoftoevoer worden versterkt doordat de hete verbrandingsgassen opstijgen en koudere, zuurstofrijke lucht uit de omgeving kan worden aangezogen. Bij een grote natuurbrand kan de wind die door dit effect wordt gegenereerd uitgroeien tot een stormachtige wind.

Een voldoende hoge temperatuur Een voldoende hoge temperatuur kan door de schaal van een natuurbrand en de energie die bij de brand zelf vrijkomt eenvoudig worden gegarandeerd.In een heftige bosbrand is de stralingswarmte van de brand op tientallen meters afstand al voldoende om nieuwe bomen te ontsteken. Zo kan een brand grote afstanden, bijvoorbeeld de breedte van een (snel)weg, overbruggen.

Pagina 12 van 211

Ontstaan van een natuurbrand Een natuurbrand kan ontstaan als er lokaal een hoge temperatuur ontstaat die voldoende is om een brandhaard te krijgen. Dit kan wanneer er: moedwillig een vuur wordt gemaakt (brandstichting, verbranden van afval). onvoorzichtig met vuur wordt omgegaan (BBQ, kampvuur, sigaret). blikseminslag plaatsvindt. door lenswerking (bijvoorbeeld een weggegooide glazen fles) een concentratie van zonlicht ontstaat. vonkenregens van wrijvingscontact tussen treinwielen en spoorrails ontstaat tijdens het blokkeren van de draaibeweging. Deze kunnen bermbegroeiing ontsteken. Dergelijke vonkenregens kunnen ook voorkomen bij werkzaamheden aan het spoor of aan de weg, zoals laswerkzaamheden of als een slijptol of snijbrander wordt gebruikt. hete delen uit of van een uitlaat in aanraking komen met droog hoog gras dat aansluit op een natuurgebied. lithium-ion-batterijen worden gebruikt voor elektrische voertuigen, fietsen en mobiele EOS-systemen. Dit zijn steeds vaker de oorzaken van natuurbranden. Een aantal van deze oorzaken is natuurlijk: bos- en heidebranden bestaan dan ook zolang er heidevelden en bossen zijn. Definitie Brandweer Nederland1 Natuurbranden zijn branden die in natuurgebieden en/of landbouwgebieden woeden in natuurlijke vegetatie. De kans op natuurbranden is in Zuid-Europa groter dan in Nederland, door het warmere en drogere klimaat.

Maar ook in Nederland komen tijdens het voorjaar en de zomer meerdere natuurbranden voor. In Nederland2 waren er: 2018: 949 natuurbranden 2019: 550 natuurbranden 2020: 724 natuurbranden 2021: 164 natuurbranden In ruim 90% van de gevallen gaat het om kleine branden die snel, binnen een uur, kunnen worden geblust. Het komt echter steeds vaker voor dat een natuurbrand ontwikkelt tot een onbeheersbare brand met potentieel grote gevolgen3. Onbeheersbare natuurbrand Bij een onbeheersbare brand is er sprake van een situatie die niet meer door hulpdiensten onder controle te krijgen is.

1 Brandweer Nederland, 2021 2 Joint Research Centre European Commission, 2021 3 Kok et al, 2021

Pagina 13 van 211

De grootste natuurbranden in Nederland4 van de afgelopen 10 jaar zijn weergegeven in de tabel hieronder, incl. het oppervlak aan natuurgebied dat verloren is gegaan.

Figuur 1- Grootste natuurbranden in NL in de afgelopen 10 jaar

Figuur 2 - Grootste natuurbranden in NL vanaf 2017 (waarschijnlijkheid per jaar weergegeven)

Menselijke oorzaken, zowel bewust (circa 25%) als onbewust (circa 30%) zijn de belangrijkste oorzaken van natuurbrand. Relevante ontwikkelingen

Er is een aantal ontwikkelingen met een mogelijke invloed op impact en waarschijnlijkheid van een natuurbrand. Klimaatverandering Door klimaatverandering wordt het weer in Nederland extremer. De kans op extreme droogte en hoge temperaturen neemt toe en de verwachting is dat droge perioden langer zullen aanhouden. Vooral in april en mei is sinds 1965 een significante trend te zien naar hogere waardes van het maximale neerslagtekort. De toename in de kans op droogte komt door hogere temperaturen en meer zonnestraling, waardoor de verdamping toeneemt 5. Droogte en hoge temperaturen zijn belangrijke factoren voor het ontstaan van natuurbranden.

4 Bron: Instituut Fysieke Veiligheid, 2021a 5 Bron: KNMI, 2021

Pagina 14 van 211

Daarnaast is de verwachting dat perioden van extreme droogte worden afgewisseld met extreme regenval. Vegetatie groeit in de natte perioden goed, waardoor er meer brandstof is in droge perioden6. Door klimaatverandering kan het aantal brandrisicovolle dagen toenemen als mede ook de hoeveelheid brandstof. De kans op een onbeheersbare natuurbrand kan toenemen. Men verwacht in Nederland meer branden die heviger zijn met bijbehorende maatschappelijke impact 7. Deze trend is terug te zien in de vier uitzonderlijk droge natuurbrandseizoenen van 2018, 2019, 2020 en 2022. Het aantal dagen met een hoog natuurbrandrisico en de waarden van de Fire Weather Index (een natuurbrandgevaarindex) waren in deze jaren recordhoog8. Ook landschapsinrichting en natuurbeheer kunnen van invloed zijn op het natuurbrandrisico. Enerzijds zorgt bijvoorbeeld vervanging van grootschalige en brandbare naaldhoutpercelen door minder brandbaar gemengd bos en loofhoutpercelen voor een verminderd risico op natuurbranden. Anderzijds is de laatste decennia ruimte gekomen voor een meer natuurlijke ontwikkeling in natuurgebieden om biodiversiteit te bevorderen. Hierbij blijft dood hout liggen en worden natuurgebieden met elkaar verbonden. Dit zorgt voor een toename in brandstof, een afname van de bereikbaarheid voor hulpdiensten en grotere uitbreidingsmogelijkheden voor natuurbranden.

Deze factoren, in combinatie met de klimaatverandering, zorgen ervoor dat het aannemelijk is dat het risico op grote natuurbranden toe zal nemen. Deze ontwikkeling en inrichting loopt maar duurt nog jaren. Meer bos in Nederland Een andere ontwikkeling is dat in Nederland ingezet gaat worden op de ontwikkeling van meer bos. In de Visie op de toekomst van het Nederlandse bos van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) is de ambitie opgenomen om in 2030 10% meer bos (37.000 ha = 370 km2) te hebben dan in 2020. Meer bos in combinatie met de woningbouwopgave in Nederland, zorgt er voor dat natuurgebieden en woongebieden nog meer met elkaar verweven raken. Dit is van invloed op de impact die een natuurbrand heeft op haar omgeving. Let op: Het risico op natuurbranden is niet gereguleerd! Er is: geen wet- of regelgeving voor de preventie van bosbranden. bij het realiseren van nieuwe natuur geen rekening gehouden met de geen aanvulling op de bouwvoorschriften voor woningbouw langs of in bossen om de gevolgen van natuurbranden te kunnen beperken. De strategie bij natuurbranden in Nederland is reactief van karakter: gevolgbeperking (blussen, evacueren);

6 Brandweer Nederland, 2021c 7 Brandweer Nederland, 2021; WUR, 2020 8 Kok et al, 2021

Pagina 15 van 211

herstel (PBL, 2015). Er wordt nauwelijks ingezet op preventie van natuurbranden. Het restrisico (het risico dat niet wordt afgedekt) is hierdoor groot. De minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft toegezegd aan de slag te gaan met de preventie, het voorkomen van natuurbranden en het verkleinen van de kans dat een uitslaande brand snel escaleert. Hiertoe is de Werkgroep Preventie Natuurbranden opgericht. In deze werkgroep gaan provincies, brandweer, LNV en de Vereniging van bos- en natuurterreineigenaren (VBNE) gezamenlijk aan de slag om natuurgebieden zo in te richten en te beheren dat het ontstaan van natuurbranden zoveel mogelijk voorkomen wordt. Deze ontwikkeling is nog niet in uitvoering. Binnen de dreigingscategorie natuurbranden zijn er verschillende factoren die een natuurbrand kunnen beïnvloeden en die bepalen wat de ernst van het incident is. Deze bouwstenen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Om uiteindelijk tot een scenario te komen, worden verschillende van de bouwstenen geselecteerd.

Kwetsbare objecten, zie AMvB Besluit kwaliteit leefomgeving; Indeling Zeer Kwetsbaar Kwetsbaar Beperkt kwetsbaar - Overige

Overzicht mogelijke factoren

Vegetatie Een natuurbrand kan voorkomen in verschillende typen vegetatie. Bepaalde typen zijn echter gevoeliger voor ontsteking dan andere en ieder vegetatietype heeft ander brandgedrag. Laag gras of jonge heide brandt bijvoorbeeld minder snel dan hoog gras of oude heide. Een loofbos is daarnaast koeler en vochtiger dan naaldbos, waardoor loofbos brandbestendiger 9 is. Daarnaast zijn planten in het voorjaar vaak vatbaarder voor brand dan in de zomer, omdat de sapstromen dan nog niet op gang zijn gekomen en bladmateriaal en takjes daardoor droog10 zijn. Door klimaatverandering ontstaat er een groter risico op akkerbranden die overslaan op een natuurgebied. Weersomstandigheden De weersomstandigheden spelen tevens een rol in het ontstaan en de verdere ontwikkeling van een natuurbrand. Het gaat hierbij om de temperatuur,

9 Brandweer Nederland, 2021 10 WUR, 2020; VBNE, 2018

Pagina 16 van 211

hoeveelheid neerslag, luchtvochtigheid en windsnelheid. De kans op het ontstaan van een natuurbrand neemt toe bij droogte en een lage luchtvochtigheid, omdat fijn brandbaar materiaal dan sneller kan ontsteken. Daarnaast breidt een natuurbrand sneller uit bij een hogere windsnelheid, met name in open gebieden11. Vaak komen dergelijke weersomstandigheden in grote delen van Nederland op hetzelfde moment voor, waardoor ook vrijwel gelijktijdig op meerdere locaties natuurbranden kunnen ontstaan. Terreinkenmerken Terreinkenmerken zijn ook van invloed op de verspreiding van een natuurbrand. In een open gebied, zoals op heidevelden of grasland, kan een brand zich snel uitbreiden. Ook op een helling breidt een brand zich sneller uit. Terreinkenmerken zijn tevens van invloed op de bestrijdbaarheid van een brand, omdat het van invloed is op de toegankelijkheid van een gebied en de beschikbaarheid van bluswater. In natuurgebieden kan de bereikbaarheid van een brandhaard moeilijk zijn, omdat: er geen wegen en paden naar de locatie van de brand leiden; of de terreinomstandigheden gevaarlijk zijn; en de beschikbaarheid van bluswater 12 vaak schaars is. Bij grote natuurbranden zijn de bestrijdbaarheid en bereikbaarheid vaak lastig. Daarom worden specialistische bestrijdingsdiensten betrokken. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de Handcrew en Fire Bucket Operations.

De Handcrew13 gaat te voet een natuurgebied in om de brand te bestrijden. Het Fire Bucket Operations14 team bestaat uit militaire helikopters voor bluswerkzaamheden en grondeenheden voor de aansturing van de inzet. Wanneer meerdere branden tegelijk ontstaan levert dit uitdagingen op voor de verdeling van capaciteit. Dit blijkt ook uit een onderzoek van de Algemene Rekenkamer15, waarin wordt gesignaleerd dat in de toekomst gelijktijdig optredende natuurbranden wellicht niet snel onder controle kunnen worden gebracht. omdat er een risico bestaat op onvoldoende beschikbaarheid van specialistische brandbestrijdingscapaciteit. Locatie natuurbrand De impact van een natuurbrand is voornamelijk afhankelijk van de locatie van de brand. In Nederland is de bevolkingsdichtheid rondom natuurgebieden relatief hoog. Daarnaast wordt intensief gebruik gemaakt van de natuurgebieden zelf voor recreatie, oefenterreinen van defensie en

11 Brandweer Nederland, 2021b 12 Brandweer Nederland, 2021 13 Brandweer Nederland, 2021d 14 Brandweer Nederland, 2021e 15 Algemene Rekenkamer, 2021

Pagina 17 van 211

bewoning16. Een natuurbrand kan daardoor verschillende kwetsbare objecten17 treffen. Hierdoor kunnen ook vitale processen verstoord raken. De vitale infrastructuur bestaat uit diverse processen met verschillend belang en met elk een andere kwetsbaarheid. In de themarapportage bedreiging vitale infrastructuur wordt ingegaan op deze processen en specifieke dreigingen, waaronder natuurlijke oorzaken zoals een natuurbrand. Ook een kleine natuurbrand kan al grote maatschappelijke gevolgen hebben. Echter, hoe groter de natuurbrand, hoe groter de kans dat meerdere mensen en meerdere kwetsbare objecten getroffen worden, met mogelijke keteneffecten. Maatgevend scenario onbeheersbare natuurbrand

Themarapportage klimaat- en natuurrampen In de landelijke risicoanalyse is één scenario natuurbrand uitgewerkt. Het gaat hierbij om een scenario18 van onbeheersbare natuurbranden met grootschalige evacuatie. In 2020 kreeg Nederland te maken met het vrijwel gelijktijdig uitbreken van 114 worden bestreden. Drie branden ontwikkelden zich echter tot grote natuurbranden, waarvan er twee opmerkelijk grote gevolgen hadden te weten: De brand in de Deurnese Peel bereikte een omvang van 710 ha. Hiermee is dit de grootste (bekende) natuurbrand ooit in Nederland. Het leidde tot maandenlange (rook)overlast (veenbrand). De brand in natuurgebied De Meinweg leidde tot de evacuatie van circa 4.200 inwoners van het dorp Herkenbosch. Daarmee was dit de grootste evacuatie in Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog veroorzaakt door een niet-watergerelateerde calamiteit19. Preventie en natuurbeheer omvang van een eventuele natuurbrand met maatregelen op het gebied van natuurbeheer20 te beperken: Toenemende verloving (vervanging naaldbomen door loofbomen). Meer natte gebieden in het bos. Corridors in het bos die zorgen dat een brand niet kan overslaan. Gebiedsgerichte aanpak VNOG, VGGM, VRGZ en provincie.

Daar staan echter ook natuurbeheermaatregelen tegenover met een tegengesteld effect: door natuurgebieden via heidegebieden (met een relatief hoog brandgevaar) te verbinden in het kader van de Ecologische hoofdstructuur21, neemt de kans op grote branden toe.

16 Brandweer Nederland, 2021 17 Kwetsbare objecten, zie AMvB Besluit kwaliteit leefomgeving; Indeling Zeer Kwetsbaar Kwetsbaar Beperkt kwetsbaar - Overige 18 Referentiejaar 2020 19 IFV, 2020 20 Bron: www.brandweer.nl , specialisme-natuurbrandbeheersing / deelproject Gebiedsgerichte aanpak natuurgebieden 21 Bron: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit - Natuurnetwerk Nederland (NNN) is sinds 2013 de naam van de ecologische hoofdstructuur van Nederland

Pagina 18 van 211

Gebiedsgerichte aanpak Binnen VNOG wordt gewerkt met de Gebiedsgerichte aanpak. De vijf risicohoudende functies (natuurbeheer, vitale infrabeheer, recreatie, zorg en welzijn) in de natuurgebieden worden gestimuleerd om hun verantwoordelijkheid nemen om gebiedsgerichte natuurbrandbeheersmaatregelen te realiseren. Dit om het risico op een onbeheersbare natuurbrand dan wel de effecten ervan op de samenleving, te verkleinen. Om dit te realiseren zal de maatschappelijke aanvaardbaarheid van het risico gewogen moeten worden volgens een vastgestelde structuur en op het juiste bestuurlijke niveau. Situatie VNOG

Natuurbrandbeheersmaatregelen Het realiseren van natuurbrandbeheersmaatregelen kost veel tijd. Aanbrengen van een loofhoutsingel duurt ca. 12-20 jaar. Voorbeelden: Aanleggen loofhoutsingel in gemeente Epe ter compartimentering van aaneengesloten natuurgebieden en bescherming van wonen/werken. Het inrichten van vitale infra tracés als natuurlijke hoofdbrandcompartimenten. In aanleg is A1, Flevoweg N310 (Garderen-Apeldoorn), Hoogspanningstraject Harderwijk. Voor de gebruiksfuncties het verder uitwerken van fire-wise NL programma ter bescherming van objecten, terreinen en goederen en het bieden van handelingsperspectief van ontruimingen/evacuaties en schuilen. Voorbranden Omdat een natuurbrand onbeheersbaar kan worden wordt op dit moment ervaring opgedaan met het fenomeen voorbranden22 in de natuur. In Nederland is dit tot op heden nog nooit gedaan tijdens een echte natuurbrand. Defensiebrandweer ASK en ISK hebben hier enige ervaring mee tijdens gecontroleerde beheerbranden. Opgemerkt moet worden dat dit een laatste redmiddel is om een onbeheersbare natuurbrand te bestrijden. Risico analyse Natuurbranden Risico Indexkaarten Natuurbranden23 zijn gericht op de beheersing van natuurbranden en de effecten ervan. Met het instrument RIN worden natuurgebieden verdeeld in vierkantekilometervakken. Per kilometervak wordt de brandbaarheid van de vegetatie.

de kans dat een brand zich snel uitbreidt. hoe snel de brandweer ter plekke kan zijn om de brand te bestrijden. de beschikbaarheid van (voldoende) bluswater. de toegankelijkheid van het terrein. Voor de Veluwe is dit in 2005 al gedaan. Op dit moment vindt een actualisatie plaats in samenwerking met de natuurbeheerders.

22 Voorbranden is het gecontroleerd afbranden van een terreindeel met als doel een (ongecontroleerde) natuurbrand hierop te laten stoppen of om deze te sturen in een andere richting. 23 Bron: www.ifv.nl - Brandweer Nederland, Handreiking Risico index natuurbranden / d.d. 15 mei 2018

Pagina 19 van 211

Natuurbrandboodschap In periodes waarin het bosbrandgevaar groot is, worden burgers gewaarschuwd voorzichtig met open vuur in natuurgebieden om te gaan. Er is een landelijke communicatiestrategie Landelijke Natuurbrand Boodschap24 (2013) als uniform kader voor preventieve risico- en crisiscommunicatie gehanteerd in Nederland. De boodschap is eenvoudig: Fase regulier risico (1) Wees voorzichtig met vuur in de natuur. Fase extra alert (2) Hulpdiensten en natuurbeheerders voeren extra controles uit, zoals luchtsurveillance in sommige provincies. Alle ontheffingen op stookverboden, op of in de nabijheid van een natuurgebied, komen te vervallen. Preparatie Binnen Oost-5 zijn afspraken gemaakt voor het optreden bij natuurbrand in het Operationeel Plan Natuurbrand 25. Binnen VNOG zijn specifieke afspraken met een convenant. Ook zijn op basis van het risico, wat voor een groot gedeelte bepaald wordt door de weersomstandigheden, opschalingscriteria vastgelegd binnen de meldingsclassificaties. Relevante aspecten daarbij zijn: Samenwerking en geborgde advisering Risicobeheersing van branden Risicocommunicatie en stimuleren zelfredzaamheid Alarmering/voorlichting van natuurbeheerders Kaartmateriaal natuurbrand preparatieniveau kan worden gekoppeld aan een droogte-index.

Er zijn goede praktijkvoorbeelden van publiek-private samenwerking bij natuurbranden, zoals tussen brandweer, provincie, recreatieondernemers en terreinbeheerders in de Commissie Risicobeheersing Natuurbranden Veluwe. Er zijn nu nog geen specifieke evacuatieplannen voor natuurbranden. Generieke plannen voor (grootschalig) schuilen, evacueren of ontruimen, of specifieke plannen voor een andere dreiging (zoals overstroming) zijn niet bruikbaar voor natuurbranden, onder meer doordat bij een natuurbrand de reactietijd zeer kort is en de mensen die moeten worden geëvacueerd veelal onbekend zijn met het gebied waarin ze verblijven.

24 Bron: www.ifv.nl - Deze Landelijke Natuurbrand Boodschap (LNB) 2013 is bedoeld als landelijke handreiking voor risicocommunicatie over natuurbranden / d.d. 3 oktober 2012 25 Operationeel Plan Natuurbrand vastgesteld bestuurlijk 2023.

Pagina 20 van 211

Respons Voor de signalering van een uitgebroken brand zijn nieuwe mogelijkheden beschikbaar, zoals waarschuwen via mobiele telefoon, sociale media, detectie van veranderingen in luchtkwaliteit en videodetectie. Drones, lucht surveillance Systematische toepassing van deze middelen bevindt zich nog in het ontwikkelstadium. Kennis Er zijn mogelijkheden voor Europese samenwerking. De internationale interessante basis. Ook kunnen resultaten van internationaal onderzoek naar worden benut. Deze kennis is echter nog onvoldoende ontsloten onder planvormers, beleidsmakers, hulpdiensten, terreineigenaren en recreatieondernemers. Volgens deskundigen die deelnamen aan de sessies waarop de NRBpen in het kader van deze pilot zijn doorgesproken, is kennis over (het voorkomen van) natuurbranden vaak persoonsgebonden. Verzorgingsgebied VNOG Het verzorgingsgebied van VNOG bestaat voor een aanmerkelijk deel uit natuur in de vorm van bos- en heidegebieden26.

26 Zie bijlage 1

Pagina 21 van 211

De oppervlakten van de natuurgebieden binnen Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland zijn te verdelen in Achterhoek (circa 14.856 ha) en Veluwe (circa 56.423 ha). Praktijkvoorbeelden binnen VNOG Bos- en heidebrand Elburg A-28 2003 Heidebranden ASK 2003 en 2018 Heidebranden Pomphulweg Hoog Soeren 2011-2014 Bosbrand Aardhuisweg Uddel 2008 Bosbrand Oude Borculoseweg Vorden 6 april 2013 Heidebrand / Grasbrand in Nationaal park De Hoge Veluwe 20 april 2014 Heidebrand Hoog Soeren (tijdens de proloog GIRO) 6 mei 2016 Heide- c.q. Bosbrand Nationaal park De Hoge Veluwe juli 2018 Heidebrand Hooiweg Elspeet juli 2018 Heide- Bosbrand Chevallierlaan Epe 2020 Heide en Bosbranden A-28 Hulshorst en Beekhuizerzand 2022 Bosbrand Oldebroek juni 2023 Scenariobeschrijving

Bosbrand met loopvuur in naaldhout; Heideveld in brand in natuurgebied Voor de update van het scenario Natuurbranden hebben we kennis genomen van de themarapportage Klimaat en Natuurrampen 2022 en ingezoomd op het scenario Natuurbranden. We hebben de impactcriteria bekeken en

Pagina 22 van 211

geprojecteerd op het verzorgingsgebied van VNOG. Ten opzicht van het landelijke maatgevende scenario ontstaan daardoor verschillen. Brand in Natuurgebied Bosbrand met loopvuur in naaldhout. Een naaldhoutbos ontoegankelijk en onoverzichtelijk. Heidebrand in een ontoegankelijk terrein. Rookverspreiding in natuurgebied, camping(s), snelweg en binnen bebouwde kom (dorp(en)). Bezoekers campings onvoldoende zelfredzaam Mens

Bezoekers natuurgebied onvoldoende zelfredzaam Bezoekers hotels zelfredzaam Bewoners verslavingszorg

Gebouw Brand

N.v.t. Omvang brand

1,5 2,5 km2

Omvang rook

5,5 - 6,5 km2

Ventilatie

n.v.t.

Omgeving

Natuurgebied naast snelweg met diverse campings, hotel en kwetsbare objecten;

Interventie

Eerste aanzet tot gebiedsgerichte aanpak

Pagina 23 van 211

Pagina 24 van 211

In dit scenario staat een brand in het heidegebied en naaldhoutbos in omgeving A50, nabij afrit 23 LOENEN centraal. Een aantal zwaartepunten is: 150 kV hoogspanningslijnen

Antennes en C2000-masten Vitens Pompstation Schalterberg

Fletcher Hotel-Restaurant Beekbergen-Apeldoorn Fletcher Hotel-Restaurant De Wispelberg Recreatiepark De Eikenborg (huisvesting arbeidsmigranten) Vakantiepark LeukhuisjeopdeVeluwe Minicamping Berkenrode Vakantiepark Camping De Hertenhorst Atlant-Wonen Zorg & Welzijn Horeb verslavingszorg

Pagina 25 van 211

Context Een natuurbrand is een dynamische brand die moeilijk te bestrijden is, snelle uitbreidingsmogelijkheden heeft en een reëel veiligheidsrisico vormt voor de omwonenden, recreanten en het brandweerpersoneel. Natuurbranden vragen een (inter)regionale regie om eenduidig en effectief de bestrijding van een onbeheersbare bosbrand te kunnen coördineren. Dit geldt voor de drie primaire processen met betrekking tot brandweerzorg, namelijk: 1. Risicoanalyse en advies a. Risicoprofiel Natuurbrand VNOG b. Gebiedsgerichte risicoanalyse en advisering c. Monitoring natuurbrandgevaar 2. Preparatie en respons a. Adequate operationele informatie b. Bestrijdingstechniek en tactiek natuurbrand c. Specifiek materieel en materiaal voor natuurbrandbestrijding d. Protocollen natuurbrandbestrijding e. Training en bijscholing op natuurbranden 3. Herstel a. Brandonderzoek in de natuurlijke omgeving b. Evaluatie natuurbrandbestrijding Aanloop naar het incident Periode van langdurige droogte en hitte met een buitentemperatuur van 31°C. De wind komt uit noordoostelijke richting met een windsnelheid van 5 m/s - 7

Pagina 26 van 211

m/s. De natuur en haar omgeving zijn gortdroog. Hierdoor is een aantal waterinnamepunten drooggevallen. De grondwaterstanden zijn teruggelopen. Wegens vakantie is de recreatiedruk hoog. Scenario natuurbrand nabij een camping Na een periode van droogte breekt begin april, tijdens het paasweekend, een bosbrand uit in de directe omgeving van Loenen. Een vrachtwagen krijgt een klapband en parkeert zijn vrachtwagen op de vluchtstrook. Door de klapband begint de oplegger van de vrachtwagen te branden en door hittestraling ontstaat een bermbrand. De bermbrand slaat over naar het naastgelegen naaldhoutbos. Incidentverloop eerste 15 minuten Gezien de windrichting breidt de brand zich snel uit richting diverse kwetsbare objecten in het gebied. Er is onvoldoende bluswater aanwezig om de brand snel en effectief te bestrijden. Het natuurgebied waarin de brand woedt is moeilijk bereikbaar. Blusvoertuigen kunnen zich er slecht in verplaatsen. De rook zorgt voor veel hinder. Een zwarte rookpluim stijgt omhoog. Vanuit het hotel en de verslavingszorgkliniek komen vragen over wat zij moeten doen. Op de nabijgelegen camping ontstaat paniek en mensen vluchten weg richting de uitgang. De eerste brandweerauto arriveert en kan niet verder door alle mensen die de inrit blokkeren. Het natuurgebied is via de A50 bereikbaar en via de N786.

De eerste brandweerauto dirigeert de overige drie eenheden daar naartoe. De brandweer zet in om brandoverslag naar hotel en campings te voorkomen. De overige drie eenheden zijn inmiddels aan de N786 gestart met blussen van de natuurbrand met de frontmonitor voorop het voertuig om brandoverslag te voorkomen. De gealarmeerde waterwagens zijn ook ter plaatse en verzorgen het inrichten van het waterinnamepunt. Incidentverloop eerste uur Het lukt de brandweer niet om brandoverslag te voorkomen. De brand breidt zich verder uit en bedreigt het heideveld, diverse woningen, antennes telecombedrijven, C2000-masten en hoogspanningskabels (150 kV). De brandweer alarmeert een tweede peloton en mobiliseert tevens extra voertuigen voor het watertransport en operationele leiding. De brand ontwikkelt zich snel en dreiging van de hotels, verslavingszorgkliniek en de campings is een feit. Deze objecten moeten worden ontruimd. Gezien het grote aantal mensen verloopt dit zeer moeizaam. Naar schatting moeten in totaal 1.500 mensen binnen een uur het gebied uit. Door het overhaaste vertrek is een aantal gasten in de omgeving van de camping en in de auto's (verkeersopstopping) slechts schaars gekleed. Mensen proberen met hun auto via de toegangswegen het gebied te verlaten. Dit geeft verkeersopstoppingen op de uitvalswegen.

Hierdoor kan de hulpverlening onvoldoende capaciteit ter plaatse van de camping krijgen. Ondanks de brandweerinzet breidt de brand uit door de stevige wind. De activiteiten van brandweer, politie (mobiliteit en afzetten), natuurbeheerders worden gecoördineerd door het CoPI. Bij het bepalen van de bestrijdingstactiek is er aandacht voor de zwaartepunten en kwetsbare objecten in het gebied. In dit stadium is de bestrijdingstactiek vooral defensief gericht op het voorkomen

Pagina 27 van 211

van uitbreiding van de brand. De politiehelikopter ondersteunt de brandbestrijding door (infrarood) camerabeelden naar het CoPI te sturen. De gebiedsbeheerders (boswachters) spelen een belangrijke rol bij het bepalen van de bestrijdingstactiek vanwege hun kennis van het gebied. Zij geven aan dat de aanwezige grafheuvels in het gebied belangrijk zijn in het kader van het cultureel erfgoed. Meer dan 150 ha (1,5 km2) staat in brand. Opschaling naar GRIP 2 is een feit. Incidentverloop eerste 4 uur Een aantal van de achterblijvers op de camping raakt gedesoriënteerd en bevangen door de dichte rook die over de camping trekt. Door de stress van het incident krijgt een oudere campingbezoeker een hartstilstand en overlijdt ter plaatse. Ongeveer 50 van de op de camping achtergebleven 150 mensen heeft last van de rook en klaagt over hoofdpijn en duizeligheid. Een persoon overlijdt vroegtijdig door inademing van hete giftige rook tijdens het uit eigen beweging helpen met de bestrijding van de brand. De natuurbrand breid zich verder uit en verspreidt zich nu ook richting de snelweg. De bosbrand bedreigt de hoogspanningskabels (150 kV) en deze dreigen te bezwijken door de hittestraling. Een C2000-mast en een aantal telecomantennes bezwijken als gevolg van de hittestraling.

Het vuur slaat door een matige wind via de middenberm over naar de andere zijde van de snelweg en verspreidt zich richting het aangrenzende natuurgebied. Een onbeheersbare natuurbrand is het gevolg. Er wordt bijstand aangevraagd voor ondersteuning van het Fire Bucket Operations Team en de Ondersteuningsmodule van Defensie. Incidentverloop eerste 24 uur Interregionale brandweeropschaling is een feit. Echter door schaarste is de natuurbrand tot stand te brengen. Bijstand en aflossing moeten goed georganiseerd gebeuren. De voertuigen worden in het gebied gelaten en enkel het personeel wordt afgelost. Dit geeft complexe situaties voor de interregionale bijstand. Er is noodwetgeving nodig voor het getroffen en bedreigde gebied. Er wordt verder opgeschaald naar GRIP 3. S benedenwinds gebied worden voorbereid. In de voorwaardelijke sfeer wordt de natuurbrand zoveel gestuurd om deze binnen de perken te houden. Ook de restdekking van de basisbrandweerzorg is enkele dagen ondermaats. Herstelfase De gevolgen in dit scenario zijn aanzienlijk. De kans op doden en gewonden is waarschijnlijk, mede doordat de evacuatie niet tijdig heeft kunnen plaatsvinden. Het hotel, de recreatiebedrijven, hoogspanningskabels (150 kV), de antennes van aantal telecombedrijven, C2000-mast en het omliggende natuurgebied zijn zwaar aangetast.

Bouwwerken op de campings blijven niet behouden en hebben de nodige brand-, rook- en waterschade. Scenarioreferentie

Maatgevend scenario Natuurbrand; 20 april 2014, natuurband Hoge Veluwe.

Pagina 28 van 211

Onzekerheid bij impactcriterium

Impactcriterium

1.1 Aantasting van de integriteit van het grondgebied

2.1 Doden

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

Opmerkingen

Ruim 4 km2 is zwart geblakerd en gedurende een aantal weken niet bereikbaar voor publiek. Motivatie: Oppervlakte max. 4-40 km2 Tijdsduur 1-4 weken Door rookvergiftiging en een hartstilstand zijn twee personen overleden. Motivatie: Twee dodelijk slachtoffer Door de rookinhalatie zijn tien campinggasten opgenomen in het ziekenhuis.

Motivatie:

B

A

C

B

A

C

C

B

D

B

A

C

C

B

D

C

B

D

C+1 =D

B

E

-

-

-

A

A

B

A

A

B

4-16 personen hebben rook ingeademd

2.3 Lichamelijk lijden

Er is geen sprake van lichamelijk lijden in de zin dat er gebrek is aan voedsel, energie of fysieke veiligheid. Er zijn 1.500 bezoekers geëvacueerd. Er zijn circa 50 personen getroffen door rookinhalatie. Motivatie:

< 4.000 personen 2-6 dagen

3.1 Kosten

De miljoen. Kosten m.b.t. het herstel van schade aan natuur (herplanting), campings, installatie Vitens, Tennet, telecom en C2000. Motivatie: Kosten < 200 miljoen

4.1 Ernstige aantasting van milieu en natuur

5.1 Verstoring van het dagelijks leven

Door de brand is ruim 4 km2 natuurgebied verbrand (circa 0,6% van het natuurgebied binnen VNOG). Herstel duurt jaren.

Motivatie:

Relatieve oppervlakte < 3% Natura2000-gebied Herstel van de vitale infrastructuur met name de hoogspanningskabels duurt langer dan een week. De wegen rondom incidentlocatie zijn enige dagen minder bereikbaar voor publiek.

Motivatie:

< 4.000 getroffenen 1 week tot 1 maand

5.2 Aantasting democratische rechtsstaat

n.v.t.

Een significante categorie. 5.3 Sociaalpsychologische impact

6.1 Aantasting cultureel erfgoed

Motivatie:

< 1 week < 40 getroffenen Grafheuvels in het gebied.

Pagina 29 van 211

Waarschijnlijkheid

DMidden, 5 - 10% per 5 jaar.

Risicomatrix verwachte waarde

Pagina 30 van 211

Risicobeeld met aandachtsgebied

Pagina 31 van 211

Langdurige hitte en droogte (VNOG 03) Maatschappelijk thema

1. Natuurlijke omgeving

Crisistype

1.3 Extreme weersomstandigheden

Incidenttype(n)

1.3.20 Hittegolf 1.3.32 Geen of te weinig regenval (droogte) 1.3.60 Extreem lage waterstanden

Beschrijving incidenttype(n) minimaal 25°C en tropische dagen van minimaal 30°C (hittegolf), langdurig geen tot weinig regenval (meer dan 4 maanden), lage grondwaterstanden, onttrekkingsverboden, verslechterde conditie van dijken, verhoogd risico op hittestress, bv. gezondheidsklachten, verhoogd risico op bosbranden, verhoogd risico op stroomstoring en droogte gevolgd door clusterbuien: wateroverlast door beperkte afvoercapaciteit. Scenariobeschrijving

Extreem droge en warme zomerperiode Het is augustus 2024 en het is in Nederland al een aantal weken tropisch warm, zo ook in Noord- en Oost-Gelderland. Het is elke dag boven de 25°C, met meerdere dagen van 30°C of hoger. Het KNMI spreekt van een hittegolf. Hittegolven komen landinwaarts vaker voor dan in de kustgebieden. Regionaal komen er ook extreem warme dagen voor met temperaturen van boven de 35°C. De weersvoorspellingen geven aan dat het weer de komende weken niet verandert. Het is ook al langere tijd droog, sinds begin juni. Naarmate de tijd vordert valt er bijna geen neerslag bij hoge temperaturen en is er veel verdamping. Het is een extreem droge zomer waarvan de effecten in het volgende jaar nog te merken zullen zijn in de grondwaterstand. De effecten zijn: De warmte leidt tot hittestress bij mensen. Hittestress uit zich op verschillende manieren ( Gezondheidsklachten door hitte (ggdleefomgeving.nl), waaronder slaapverstoring (door warme nachten), gedragsverandering (agressie), verminderde arbeidsproductiviteit en gezondheidsklachten zoals huidaandoeningen, zonnesteken en uitdroging. Tijdens een hittegolf lopen bezoekers van evenementen ook extra risico op hittestress. Droogvallende beken en wateren. Hierdoor is minder oppervlaktewater beschikbaar als bluswater . Verlaagde grondwaterstand en onttrekkingsverboden .

Verslechtering water- en luchtkwaliteit (toename vissterfte, blauwalg, botulisme, langer pollen seizoen, hogere concentraties fijnstof en ozonsmog) met als gevolg een verhoogd risico op gezondheidsklachten aan bijvoorbeeld huid en luchtwegen. Verhoogd risico op schade aan waterkeringen, zoals scheuren en slechtere grasmatten. Verhoogd risico op natuurbranden .

Minder laadcapaciteit vrachtschepen, verminderde aanvoer grond- en brandstoffen, verminderde oogst agrariërs .

Pagina 32 van 211

Wateroverlast doordat de grond het water van clusterbuien niet kan opnemen. Een verhoogde UV-index met als gevolg een verhoogd risico op huidkanker. Meer insecten(beten) die kunnen leiden tot overdracht van infectieziekten (zoönose). Verhoogd risico op stroomstoring. Voor ouderen, (heel) jonge kinderen, mensen die medicatie gebruiken en mensen met chronische aandoeningen zijn de gevolgen van de hittegolf nog problematischer. Ook mensen die in stedelijk gebied wonen/werken kunnen meer last hebben van de hitte, omdat steden meer opwarmen dan het buitengebied. Deze kwetsbare groepen hebben meer kans om te overlijden. Ook komen zij met extreme hitte eerder in het ziekenhuis terecht, waardoor er meer druk komt te staan op de witte keten (o.a. ziekenhuizen, ambulancedienst, verpleeg- en verzorginstellingen). Een bijkomend probleem binnen de witte keten is het gebrek aan personeel in de vakantieperiode. De hittegolf zorgt voor nog meer druk op het personeel. Trends en ontwikkelingen het KNMI zullen langdurige droogte en hittegolven vaker voorkomen. Ook vindt er een temperatuurstijging plaats, waardoor er meer tropische dagen (> 30°C) en extreem warme dagen (> 35°C) zijn. Het aantal warme nachten (>18°C) zal in Gelderland verdrievoudigen. Extremer weer zal ook vaker en meer schade veroorzaken.

Voorbeelden van sectoren waarbij extreem weer snel tot nadelige gevolgen zal leiden zijn landbouw, natuurgebieden, recreatie en evenementen. Daarnaast speelt er een aantal relevante trends en ontwikkelingen vanuit het zorgrisicoprofiel, zoals toenemende zorgvraag, veroudering van gebouwen van o.a. zorglocaties (met als gevolg een hoge binnentemperatuur) en gebrek aan personeel. Hierdoor hebben de gevolgen van langdurige hitte en droogte een steeds groter effect op de zorg.

Scenarioreferentie

De klimaatverandering in Nederland zorgt voor een warmer klimaat, waardoor veel dieren (met name vectoren zoals teken en muggen) de winter overleven. Hieronder vallen ook uitheemse soorten, zoals de tijgermug die virussen als Zika en Dengue kan overbrengen. De stijging van temperatuur zal de ontwikkeling van een virus zoals bij knaagdieren bevorderen. Daarnaast kan als gevolg van overmatige neerslag overstroming van rioleringen plaatsvinden waarbij ziekteverwekkers zich kunnen verspreiden. Andersom kan verontreinigd straatvuil in oppervlaktewater terechtkomen bij afstroming. Het scenario is gebaseerd op de situatie van zomer 2020 en 2022, waarbij er langdurige droogte en hitte was, met daarbij lage waterstanden. Daarbij heeft het één effect op het ander. Hitte kan leiden tot droogte, en droogte leidt tot lage waterstanden. Het scenario is opgesteld met data, ervaringen en de evaluatie van Waterschap Rijn en IJssel, Waterschap Vallei en Veluwe en het KNMI.

Pagina 33 van 211

De 3 incidenttypen op zich leiden doorgaans niet tot inzet van de multidisciplinaire organisatie. Maar gecombineerd kan het reden zijn tot opschaling. Ook de tijdsduur is hierbij een belangrijke factor. Onzekerheid bij impactcriterium

Impactcriterium

Toelichting

1.1 Aantasting integriteit van het grondgebied

Niet van toepassing.

2.1 Doden

Door effecten van hitte op ouderen en mensen met chronische aandoeningen zijn er meer doden te betreuren dan normaal. Door de vergrijzing en de ontwikkeling van langer zelfstandig thuis wonen neemt de kans op sterfte onder zwakkeren tijdens hitte toe. Motivatie:

D

C

D

D

C

D

C

B

E

C

A

C

E

C

E

D

B

D

40 - 160 doden binnen NOG

Omgerekend van landelijk naar regionaal gemiddelde

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

Door de effecten van hitte op ouderen en mensen met chronische aandoeningen is er een toename in het aantal ziekenhuisopnames. Motivatie:

40 - 160 ernstig zieken binnen NOG.

Schatting, geen exacte aantallen bekend.

2.3 Lichamelijk lijden

Blootstelling aan extreme weersomstandigheden (zoals hitte) heeft met name effect op kwetsbare groepen. Motivatie:

< 4.000 getroffenen, 1 - 4 weken

Met name ouderen 80+

3.1 Kosten

4.1 Ernstige aantasting van milieu en natuur

schade door onder meer extra inzet medewerkers en inhuur materieel. Zorgketen heeft extra zorgkosten door extra ziekenhuisopnames. Indirecte kosten: slechtere oogst, verminderde aanvoer brand- en grondstoffen via scheepvaart. Schade aan woningen en overige gebouwen door verzakking. Schade aan infrastructuur zoals wegen en bruggen. Motivatie:

Onomkeerbare schade aan beschermde/bedreigde flora en fauna. Sterfte van wild en aantasting bosgebied Natura 2000 gebieden op de Veluwe. Motivatie:

> 10% langdurig aangetast (meer dan een jaar)

De Achterhoek en Veluwe hebben veel natuurgebied (natura 2000)

Voorbeelden zijn: 5.1 Verstoring van het dagelijks leven

Problematische aanvoer van brandstof/bulkvervoer.

Drukverlies op waterleidingnet (hogere watervraag door inwoners) en de verdeling van drinkwatervraag en -aanbod.

Pagina 34 van 211

Risico oververhitting vitale infrastructuur, bijvoorbeeld doordat aansturende systemen buiten in een serverruimte staan die beperkt bestand zijn tegen extreme warmte. Cumulatieve gevolgen (niet limitatief), doordat mensen oververhit raken, bijvoorbeeld tijdens files of bij gestrande treinen. Problemen met bedrijven/infrastructuur die afhankelijk zijn van koelwater of lucht (temperatuur buitenlucht en koelwater gaan omhoog). Aanpassing fysieke buitenberoepen om hittestress te voorkomen. Evenementen worden afgelast i.v.m. hitte. Recreatieplassen en oppervlaktewater niet bruikbaar vanwege bijvoorbeeld blauwalg. Motivatie:

1 indicator, < 40.000 getroffenen, duurt 1 week tot 1 maand (score -1).

5.2 Aantasting lokaal/regionaal openbaar bestuur

N.v.t.

-

-

-

B

A

C

A

A

D

Angst m.b.t. klimaatverandering en de gevolgen hiervan, waar veel aandacht voor is in de (sociale) media. Angst m.b.t. schade aan woningen en overige gebouwen door verzakking. Angst i.v.m. het overlijden van bijvoorbeeld kinderen door hitte, waar veel aandacht voor is in de (sociale) media. 5.3 Sociaalpsychologische impact

6.1 Aantasting cultureel erfgoed

Motivatie:

Er zal een mate van verlies in vertrouwen zijn in het optreden van de overheid en betrokken bedrijven en andere instanties (NB niet de hulpdiensten) inzake enerzijds de beheersing van het incident en anderzijds de informatieverschaffing over het incident en de oorzaken ervan (relatie met preparatie en initiële respons). Dit leidt zowel tot woede als tot angst. < 400 personen. Schade aan cultureel erfgoed (panden) door verzakking.

In oude binnensteden is er sprake van uniciteit, d.w.z. het object is de enige of één van de weinige overgebleven representant(en) van een soort of type.

Score E, een kans van 50 - 100% per 5 jaar. Waarschijnlijkheid

Nazorg Betrokken actoren

Gezien de klimaatveranderingen is het reëel dat een hittegolf zich frequenter zal voordoen en zich ontwikkelt tot een jaarlijks terugkerend scenario. Reparaties infrastructuur (bruggen, spoor en wegennet). Nacontroles van dijken. Waterschap Rijn en IJssel Waterschap Vallei en Veluwe Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Rijkswaterstaat Witte keten (o.a. ziekenhuizen, huisartsenposten, ambulancedienst, verpleeg- en verzorginstellingen, thuiszorg, GGD)

Pagina 35 van 211

Crisiscommunicatie Beeldmateriaal

Provincie Gelderland LTO Vitens Natuurbeherende instanties Gemeenten RIVM De weercodes van het KNMI dienen gehanteerd te worden. Het RIVM bepaalt, mede op basis van deze weercodes, of het Nationaal Hitteplan wordt ingezet. Drooggevallen IJssel bij Gorssel:

De gevolgen van extreme hitte in bebouwd gebied:

Pagina 36 van 211

Kaartmateriaal bevinden (ziekenhuizen, huisartsenposten, gehandicaptenzorg, verpleeginstellingen, categorale woonvormen, etc.). Verder geen kaartlagen in LCMS beschikbaar. Achtergrondinformatie

Opvraagbaar

Risicomatrix verwachte waarde

Pagina 37 van 211

Risicobeeld met aandachtsgebied

Pagina 38 van 211

Extreem weer (VNOG 04) Maatschappelijk thema

1. Natuurlijke omgeving

Crisistype

1.3 Extreme weersomstandigheden

Incidenttype(n)

1.3.30 Storm en windhozen 1.3.31 Hevige regenval

Beschrijving incidenttype(n)

Informatie over toekomstig onweer, hagel en windstoten is zeer beperkt beschikbaar. Uit recent onderzoek blijkt dat toenames in deze grootheden onzekerder zijn dan eerder gedacht. Doordat er meer waterdamp in de atmosfeer zit worden stijgbewegingen versterkt. Hierdoor worden de grootste hagelstenen vermoedelijk nog groter. Doordat er meer neerslag verdampt kunnen windstoten en valwinden bij buien sterker worden. Of het in Nederland ) de kans op extreme neerslag toe. En daarmee ook de noodzaak van Er is sprake van storm (9 Beaufort) als de windsnelheid gedurende een uur gemiddeld 75-88km/uur (21m/s) bedraagt. Langs de kust doet deze situatie zich gemiddeld ieder jaar wel een keer voor. Een storm levert hinder, schade of zelfs slachtoffers op bij: Zware storm windkracht 10 Bft / 89-102km/uur. Zeer zware storm windkracht 11Bft / 103-117km/uur. Orkaan windkracht 12Bft / groter dan 117km/uur.

Scenariobeschrijving

Storm en windhozen extreme regenval (150mm neerslag binnen vijf uur). Het is geen lokale bui. Omdat grote windsnelheden doorgaans gepaard gaan met hevige regenval is ervoor gekozen deze incidenttypen gezamenlijk te beschrijven.

Pagina 39 van 211

Riolen en andere wateropvangmogelijkheden lopen over. Er ontstaat veel schade als gevolg van de wind. Flora en fauna worden aangetast. Er kunnen mensen overlijden en veel gewonden vallen. De vitale infrastructuur wordt aangetast. Door vermenging van rioolwater met Er treedt onrust op, mensen raken in paniek. De ontstane schade loopt hoog op. Op lange termijn kunnen mensen hier psychische schade aan overhouden. Scenarioreferentie

Medio februari 2022 kreeg Nederland binnen één week tijd te maken met drie stormen. Storm Eunice, die op vrijdag 18 februari over Nederland trok, was de zwaarste. De hoogste windstoot bedroeg 145km/uur en werd zowel in Cabauw als op de Houtribdijk gemeten. Eunice was een intense tropische cycloon (bron: weeronline). Door de KNMI was code oranje afgegeven. De storm leidde tot veel schade en hinder. Daken van gebouwen raakten beschadigd en dakpannen vlogen in het rond. Bomen braken af en beschadigden gebouwen of kwamen op de openbare weg terecht. treinverkeer kon deels niet rijden vanwege omgevallen bomen en leidingen die kapot waren. Er kwamen drie mensen (waarvan drie in Amsterdam) om het leven. Door de vele meldingen raakte het 112-netwerk overbelast. De hulpdiensten en meldkamer kregen te maken met een overbelast netwerk. Nadat NL-Alert was ingezet nam het aantal 112-meldingen fors af. Zie ook beschrijving incidenttype(n). Onzekerheid bij impactcriterium

Impactcriterium

1.1 Aantasting integriteit van het grondgebied

Toelichting

De watersystemen aan de oppervlakte (grachten, singels, kanalen, sloten, gemalen en duikers) en de waterketen in de grond (riolering en rioolgemalen) kan de neerslag niet verwerken en lopen over. Stormen kunnen vooral veel schade aan bomen aanrichten. Evacuatie Motivatie:

B

A

C

A

A

B

2 - 6 dagen op gemeentelijk niveau wordt grondgebied aangetast.

2.1 Doden

Door omvallende bomen kunnen doden te betreuren zijn. De verwachting in dit scenario is dat er één dode te betreuren is. Motivatie: 1 dodelijk slachtoffer, direct overlijden.

Pagina 40 van 211

2.2 Ernstig gewonden en chronisch zieken

2.3 Lichamelijk lijden (gebrek aan primaire levensbehoeften)

3.1 Kosten

Door het omwaaien van bomen kunnen ernstig gewonde personen te betreuren zijn. Motivatie: 2 - 4 ernstig gewonden.

B

A

C

A

A

B

B

A

C

C

B

D

B

A

C

A

A

B

B

A

C

B

A

C

Zodra de riolering volledig is gevuld, komt het overige hemelwater (vermengd met afvalwater) ofwel in de watergangen terecht (via overstorten) of blijft op straat

water vermengd is met huishoudelijk afvalwater. Motivatie: < 400 getroffenen gedurende 2 - 6 dagen.

Motivatie:

-, gezondheid-en

bestrijdingskosten.

4.1 Langdurige aantasting van natuur (flora en fauna)

Het milieu en de natuur worden aantast door het afvalwater dat in de bodem kan zitten. Bovendien bevindt zich tussen Nijmegen en Zutphen een Natura 2000-gebied: Rijntakken die schade oplopen door storm en water. Motivatie:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=7b0898b7-084e-430d-926f-4bb419520420