Regels bij de Toelichting (samengevoegd)
Tekst van het document
Amsterdam, 4 juli 2022 Hierbij zend ik u de resultaten van het laboratoriumonderzoek dat op uw verzoek is uitgevoerd in de door u aangeboden monsters. De resultaten hebben uitsluitend betrekking op de monsters, zoals die door u voor analyse ter beschikking werden gesteld. Het onderzoek is, met uitzondering van eventueel uitbesteed onderzoek, uitgevoerd door Eurofins Omegam volgens de methoden zoals ze zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat L086 en/of in de bundel "Analysevoorschriften Eurofins Omegam". De in dit onderzoek uitgevoerde onderzoeksmethoden van de geaccrediteerde analyses zijn in een aparte bijlage als onderdeel van dit analyse-certificaat opgenomen. De methoden zijn, voor zover mogelijk, ontleend aan de accreditatieprogramma's/schema's en NEN- EN- en/of ISO-voorschriften. Ik wijs u erop dat het analyse-certificaat alleen in zijn geheel mag worden gereproduceerd. Ik vertrouw erop uw opdracht volledig en naar tevredenheid te hebben uitgevoerd. Heeft u naar aanleiding van deze rapportage nog vragen, dan verzoek ik u contact op te nemen met onze klantenservice. Hoogachtend, namens Eurofins Omegam,
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckebachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7231275 : 1, RE-01: 0-20 : 23/06/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: M.O. : 04-07-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving : zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 14125,8 159,8 82,6 34,3 38,2 17,5 0,0 14458,2
15850 14709 92,8 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 97,7 12,5 0,09 1,1 34,6 21,65 0,6 29,8 36,08 0,2 34,3 100,00 0,3 38,2 100,00 0,1 17,5 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 166,9
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,5 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4 0,0 0,6
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,4
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,3
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,4 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Tabel 2 van 6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7231276 : 2, RE-02: 0-50 : 23/06/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: M.G. : 30-06-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving : zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 14388,9 40,7 67,3 195,3 109,5 146,6 0,0 14948,3
15920 15235 95,7 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 96,3 12,7 0,09 0,3 10,5 25,80 0,5 29,2 43,39 1,3 195,3 100,00 0,7 109,5 100,00 1,0 146,6 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 503,8
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3 0,0 0,5
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,3
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,3 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Tabel 3 van 6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7231277 : 3, RE-03: 0-50 : 23/06/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: D.G. : 01-07-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving : zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 13297,7 171,3 96,2 127,4 121,9 140,5 0,0 13955,0
15110 14219 94,1 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 95,3 12,5 0,09 1,2 34,7 20,26 0,7 42,2 43,87 0,9 127,4 100,00 0,9 121,9 100,00 1,0 140,5 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 479,2
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2 0,2 0,2 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,2 0,2 0,2
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 1 0 0 0 1
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 21,5 0,0 0,0 0,0 21,5
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,2
0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,2
0,0 0,0 0,2 0,0 0,0 0,0 0,2
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
: serpentijn : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,2 0,0 0,2
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,2 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: 0,2 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Tabel 4 van 6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7231277 : 3, RE-03: 0-50 : 23/06/2022
Asbestonderzoek - productidentificatie zeeffractie (mm) 2-4 mm
materiaal
gebondenheid
asbestsoort
cement, vlakke plaat
hecht
chrysotiel
percentage (m/m %) 10-15
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Tabel 5 van 6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Monstercode Uw referentie Opgegeven bemonsteringsdatum
: 7231278 : 4, RE-04: 0-50 : 23/06/2022
Asbestonderzoek Initialen analist Analysedatum
: K.A. : 01-07-2022
Analyse is uitgevoerd conform NEN 5898 (S). Massa aangeleverde monster : Droge massa aangeleverde monster : Percentage droogrest : Type zeving : zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
zeeffractie (mm) <0,5 mm 0,5-1 mm 1-2 mm 2-4 mm 4-8 mm 8-20 mm >20 mm Totaal
massa zeeffractie (gram) 13803,2 94,3 44,7 138,0 188,6 108,0 0,0 14376,8
15360 14653 95,4 nat
g g m/m %
percentage massa percentage zeeffractie onderzocht onderzocht (m/m %) (gram) (m/m %) 96,0 12,7 0,09 0,7 26,3 27,89 0,3 12,3 27,52 1,0 138,0 100,00 1,3 188,6 100,00 0,8 108,0 100,00 0,0 0,0 100,00 100,0 485,9
asbest totaal gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,1 0,0 0,0 0,7 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5 0,0 0,8
Aangetroffen type asbest Bijzonderheden waargenomen
aantal asbest (deeltjes) n.v.t. 0 0 0 0 0 0 0
massa asbest-houdend materiaal (mg) n.v.t. 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
serpentijn asbest gehalte ondergrens bovengrens asbest (mg/kg ds) (mg/kg ds) (mg/kg ds) 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 <0,5
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
gehalte asbest (mg/kg ds)
amfibool asbest ondergrens bovengrens (mg/kg ds) (mg/kg ds)
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
0,1 0,3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,4
: Geen : Geen
Serpentijn asbest is chrysotiel. Amfibool asbest is amosiet, crocidoliet, actinoliet, anthophylliet en tremoliet. De bepalingsgrens is bepaald voor de zeeffracties kleiner dan 4 mm. De totale bepalingsgrens is verkregen door de bepalingsgrenzen van de afzonderlijke zeeffracties te sommeren. Het materiaal is middels polarisatiemicroscopie onderzocht, de analyse is uitgevoerd conform NEN 5896. Gebondenheid hecht niet hecht totaal afgerond
Serpentijn asbest 0,0 0,0 0,0
Amfibool asbest 0,0 0,0 0,0
totaal afgerond 0,0 0,0
Gewogen concentratie (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie) is: <0,5 mg/kg ds De gewogen asbestconcentratie wordt berekend uit de niet-afgeronde gehalten aan serpentijn en amfibool asbest. De weergegeven resultaten zijn afgerond. Verklaring kwalitatief onderzoek zeeffractie <0,5 mm: - : geen asbest waargenomen
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Tabel 6 van 6 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen De volgende informatie is indien van toepassing verstrekt door de opdrachtgever: Project omschrijving, Monsterreferentie(s), Opgegeven bemonsteringsdatum, Matrix, Monsterdiepte, Potnr (Barcode), Veldgegevens, Veldwaarnemingen en Bemonsteringsdata. De opgegeven bemonsteringsdatum kan van invloed zijn op de geldigheid van de resultaten. Asbest Individuele monsters van dit project zijn als asbest verdacht gekwalificeerd. De analysedeelmonsters zijn met beschermende maatregelen in het laboratorium in behandeling genomen. Opmerking bij project:
- Eurofins Omegam heeft het asbestonderzoek in dit/deze monster(s) uitgevoerd volgens de NEN 5898, en zoals beschreven in een aparte bijlage als onderdeel van dit analysecertificaat. Voor de analyseresultaten van het asbestonderzoek geldt dat Eurofins Omegam de analyse heeft uitgevoerd in de monsters die de opdrachtgever, zoals deze staan vermeld in de koptekst van dit analysecertificaat, zelf heeft genomen of laten nemen en aan Eurofins Omegam heeft aangeboden. Eurofins Omegam draagt geen verantwoordelijkheid inzake de herkomst en representativiteit alsmede de veiligheid tijdens de monsterneming.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
uw monsterref.
uw diepte
uw barcode
7231275
1, RE-01: 0-20
RE-01
0.00-0.20
1761562MG
7231276
2, RE-02: 0-50
RE-02
0.00-0.50
1761457MG
7231277
3, RE-03: 0-50
RE-03
0.00-0.50
1761453MG
7231278
4, RE-04: 0-50
RE-04
0.00-0.50
1761563MG
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Projectcode Uw project omschrijving Opdrachtgever
: 1374048 : 220279-NEN/VOA Oostendorperstraatweg 31a Elburg. : Hunneman Milieu-Advies
Analysemethoden Grond (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Asbestonderzoek
: Conform AS3070 prestatieblad 1 en NEN 5898
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: IFFU-PXDS-OTCP-CGUL
Ref.: 1374048_certificaat_v1
BIJLAGE 4 Monsternemingsplan en -formulier asbest
BIJLAGE 5 Historische informatie
220279 Oostendorperstraatweg Elburg Omgevingsrapportage
Pagina 1 van 7
-
05-07-2022
Inhoudsopgave Voorblad Inhoudsopgave Inleiding Kaarten Disclaimer Toelichting
Pagina 2 van 7
-
05-07-2022
De provincie Gelderland en de twee grote Gelderse gemeenten Arnhem en Nijmegen zijn in het kader van de Wet bodembescherming (Wbb) aangewezen als de instanties die toezien op het saneren van verontreinigde bodem en het voorkomen van nieuwe bodemverontreiniging (. Zij sturen de bodemsaneringsoperatie en voeren zelf bodemsaneringen uit en beoordelen plannen en saneringen die door anderen (bedrijven, particulieren en gemeenten) worden uitgevoerd. Hierbij kan de provincie juridische en financiële instrumenten inzetten. In dit kader worden bodemgegevens verzameld in het bodeminformatiesysteem (BIS) van de provincie.
In deze rapportage treft u gegevens aan die afkomstig zijn uit het BIS van de provincie Gelderland. Hiermee krijgt u een indruk van de aan- of afwezigheid van gegevens over mogelijke bodemverontreiniging in het geselecteerde gebied. De twee grote gemeenten hebben hun eigen BIS. Gegevens van die gemeenten worden niet in deze rapportage weergegeven. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is.
De provincie zal aansturen op sanering van alle historische verontreinigingen (ontstaan voor 1987) die risico’s veroorzaken (dit zijn de spoedlocaties die tot de werkvoorraad van de provincie behoren). In het rapport wordt per locatie aangegeven (Vervolg Wbb-traject) of een locatie nog tot de werkvoorraad behoort en welke vervolg in dat kader wordt verwacht.
Dit rapport bestaat uit vier delen: 1. Deze pagina bevat een tekening van het geselecteerde gebied. 2. Informatie over het geselecteerde gebied, per locatie gegroepeerd De in het bodeminformatiesysteem van de provincie Gelderland aangetroffen informatie over locaties die zich binnen het geselecteerde gebied bevinden. 3. Disclaimer 4. Toelichting op de rapportage. Hier vindt u de uitleg van de gegevens die in dit rapport zijn vermeld.
Als u vragen heeft over de in dit rapport vermelde gegevens dan kunt u contact opnemen met de provincie Gelderland via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.
Pagina 3 van 7
-
05-07-2022
Binnen het aangegeven zoekgebied is geen informatie aangetroffen.
Pagina 4 van 7
-
05-07-2022
Pagina 5 van 7
-
05-07-2022
De bodeminformatie die u in deze rapportage aantreft is met zorg door gemeenten of provincie in het bodeminformatiesysteem ingevoerd. Toch kan het voorkomen dat informatie is verouderd, onvolledig is of onjuistheden bevat. De provincie Gelderland is niet aansprakelijk voor enigerlei schade die het directe of indirecte gevolg is van of in verband staat met het gebruik van deze informatie. Het ontbreken van gegevens in het BIS of deze rapportage wil niet zeggen dat er geen bodemverontreiniging op een perceel of in een gebied aanwezig is. Deze rapportage bevat geen gegevens van de twee grote gemeenten in de provincie Gelderland die zelf bevoegd gezag Wet bodembescherming zijn (Arnhem en Nijmegen). Als u fouten of onvolkomenheden in de rapportage aantreft kunt u ons helpen door dit te melden via https://www.gelderland.nl/Contact door het invullen van een vragenformulier. Dit wordt automatisch toegezonden aan het PROVINCIELOKET of te bellen naar 026 – 359 99 99.
Pagina 6 van 7
-
05-07-2022
Toelichting Locatie Algemene gegevens waaronder de locatie in het BIS bekend is. Daarnaast wordt aangegeven of de locatie betrekking heeft op een verontreiniging die na 1 januari 1987 is ontstaan (een zorgplicht geval dat onmiddellijk ongedaan gemaakt moet worden/zijn).
Status In de wet bodembescherming wordt onderscheid gemaakt tussen ernstige en niet ernstige verontreinigingen. Bij ernstige verontreinigingen wordt vervolgens beoordeeld of bij het huidige gebruik er mogelijke risico’s aanwezig zijn. Op basis van de beschikbare gegevens wordt de verontreinigingssituatie zo goed mogelijk ingeschat en vermeld onder het veld ‘beoordeling’. Pas als de verontreiniging voldoende is onderzocht wordt de conclusie vastgelegd in een formeel besluit. Dit is onder het veld ‘Beschikking’ aangegeven.
Sanering In een saneringsplan wordt aangegeven hoe de sanering wordt uitgevoerd. Dit kan voor een beperkt deel van het terrein gelden (deelsanering) of in verschillende fasen worden uitgevoerd. Als het bevoegd gezag een termijn heeft afgegeven voor het starten van de sanering dan wordt dat hier vermeld. Indien wordt ingestemd met het eindresultaat van de sanering (vastgelegd in een evaluatierapport) wordt ook de einddatum van de sanering ingevuld.
Uitgevoerde onderzoeken Een lijst van rapporten die betrekking hebben op de locatie. Deze rapporten worden in het geval van ernstige verontreiniging beoordeeld door het bevoegd gezag Wbb.
(Mogelijk) Verontreinigende activiteiten Dit is een overzicht van bekende historische (bedrijfs)activiteiten die op de locatie aanwezig zijn geweest en mogelijk bodemverontreiniging veroorzaakt hebben. Deze potentiële verontreinigingsbronnen vormen het zogenaamde. Historisch Bodem Bestand (HBB).
Besluiten Op basis van de aangeleverde rapporten doet het bevoegd gezag uitspraak over de mate van verontreiniging (ernst), de spoedeisendheid van saneren (spoed), te nemen maatregelen voor, na en tijdens sanering, saneringsplannen en de uitvoering van de sanering (evaluatie). In dit overzicht worden de door de provincie Gelderland genomen besluiten vermeld.
Saneringscontouren Indien sprake is van een deelsanering of verschillende fasen dan worden meerdere contouren vermeld. Per fase of deel wordt aangegeven welke saneringsvariant voor de boven- of ondergrond uiteindelijk is uitgevoerd.
Zorgmaatregelen/gebruiksbeperkingen Als na sanering nog verontreiniging is achtergebleven zijn maatregelen genomen om blootstelling aan of verspreiding van deze (rest)verontreiniging te voorkomen. Deze maatregelen worden in het BIS geregistreerd. Het bevoegd gezag houdt toezicht op het in standhouden van deze maatregelen.
Pagina 7 van 7
-
05-07-2022
TEKENING 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuis
Oostendorperstraatweg 31a te Elburg - Quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming –
Opdrachtgever
VanWestreenen BV
Datum veldbezoek
27 mei 2022
Kenmerk rapport
Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg
Datum rapport
16 juni 2022
Versie
V1.0
Auteur
ing. J.M. de Wever
Controle
ing. W. Egging
EcoTierra-ecologisch adviesbureau Postadres: Abraham Teerlinkstraat 10, 7424 DM Deventer Bezoekadres: Keulenstraat 10, 7418 ET Deventer www.ecotierra.nl info@ecotierra.nl 0570-597418
Draagvlak voor natuur is de basis voor natuurbescherming
Dit rapport is vervaardigd op verzoek van de opdrachtgever en is zijn eigendom. Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden d.m.v. druk, fotokopie, digitale kopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever hierboven aangegeven. EcoTierra- ecologisch adviesbureau is niet aansprakelijk voor gevolgschade, alsmede voor schade welke voortvloeit uit toepassingen van de resultaten van werkzaamheden of andere gegevens verkregen van EcoTierra- ecologisch adviesbureau; opdrachtgever vrijwaart EcoTierra- ecologisch adviesbureau voor aanspraken van derden in verband met deze toepassing.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 1.1 AANLEIDING 1.2 DOELSTELLING 1.3 VOLLEDIGHEID ONDERZOEK 1.4 GELDIGHEIDSDUUR RAPPORT
4 4 4 4 4
2 ONDERZOEKSOPZET
5
2.1 BRONNENONDERZOEK 2.2 VELDBEZOEK
5 5
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN 3.1 PLANGEBIED 3.2 GEWENSTE TOEKOMSTIGE SITUATIE EN VOORGENOMEN INGREPEN 4 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK EN TOETSING 4.1 BEVINDINGEN EN TOETSING BESCHERMDE GEBIEDEN/ HOUTOPSTANDEN 4.2 BEVINDINGEN BRONNENONDERZOEK, VELDONDERZOEK EN TOETSING SOORTEN
6 6 9 10 10 11
5 CONCLUSIE
15
6 VRIJBLIJVEND ADVIES
16
BIJLAGEN 1. 2. 3. 4. 5.
Waarnemingen NDFF Wettelijk kader Lijst beschermde soorten Jaarrond beschermde nesten Bronnen
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 3
1 INLEIDING In opdracht van VanWestreenen BV heeft EcoTierra- ecologisch adviesbureau aan de Oostendorperstraatweg 31a te Elburg een quickscan flora en fauna uitgevoerd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de bebouwde kom van Elburg en betreft twee opstallen en een weide. 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer is voornemens de opstallen te amoveren ten behoeve van de realisatie van twee vrijstaande woningen met bijbehorende tuinen. Er worden in dit kader geen grote bomen gekapt, maar mogelijk wel wat lagere groenstructuren gerooid. Oppervlaktewateren worden niet gedempt. In verband met de Wet natuurbescherming (Wnb) is het noodzakelijk om voorafgaande aan ruimtelijke ingrepen en inrichting te toetsen of de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op beschermde plant- en/of diersoorten en leefgebieden. 1.2 Doelstelling Het doel van onderhavige quickscan is inzicht geven of de voorgenomen activiteiten een overtreding van de vigerende natuurwetgeving tot gevolg hebben.
Om dit inzicht te verkrijgen worden de volgende vragen beantwoord; • zijn er binnen het plangebied beschermde dier- en plantsoorten aangetroffen en/of worden deze verwacht? • wat is de juridische status van deze soorten? • hebben de voorgenomen activiteiten een (significant) negatief effect op deze soorten? • ligt het plangebied in of nabij beschermde natuurgebieden, zoals het GNN of Natura2000-gebieden? • wat zijn de gevolgen en dienen er (mitigerende) maatregelen genomen te worden? • dient er een nader onderzoek uitgevoerd te worden? • dient er een ontheffing aangevraagd te worden? 1.3 Volledigheid onderzoek Een quickscan is een momentopname en kan slechts in beperkte mate uitsluitsel geven over de aan- of afwezigheid van soorten. Het kan voorkomen dat soorten niet worden waargenomen tijdens het veldbezoek. Aan de hand van expert-judgement en bekende ecologische principes zal een inschatting worden gemaakt over het wel of niet voor kunnen komen van beschermde plant- en diersoorten. Verder is de quickscan geen veldinventarisatie. Veldinventarisaties omvatten meerdere opnamerondes die volgens standaardmethoden worden uitgevoerd. 1.4 Geldigheidsduur rapport Afhankelijk van de aangetroffen soorten is de rapportage drie of vijf jaar geldig.
Voor Habitatrichtlijnsoorten en vogels met een jaarrond beschermd nest dient maximaal drie jaar als geldigheidsduur te worden gehanteerd met als voorwaarde dat er weinig (fysieke) veranderingen hebben plaatsgevonden in het plangebied.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 4
2 ONDERZOEKSOPZET In onderhavige quickscan is de locatie gescreend op de aanwezigheid van beschermde planten diersoorten. Er is gestart met een bronnenonderzoek en vervolgens is de locatie bezocht. 2.1 Bronnenonderzoek Voor het bronnenonderzoek zijn diverse (digitale) verspreidingsatlassen (waaronder de NDFF) geraadpleegd. Hierdoor is indicatief een beeld verkregen of er relevante soorten voorkomen binnen of in de omgeving van het plangebied. De NDFF is op 16 mei 2022 geraadpleegd. Diverse kaarten (waaronder GNN, GO, Natura2000 en natuurbeheerplan) van de provinciale site gelderland.nl zijn geraadpleegd in mei en juni 2022. Op internet is gezocht naar openbare rapportages van ecologische onderzoeken die in de directe omgeving van onderhavig plangebied zijn uitgevoerd. 2.2 Veldbezoek Het plangebied is op 27 mei 2022 overdag bezocht. Ten tijde van het veldbezoek was het half bewolkt bij een temperatuur van rond de 20°C. Het plangebied was ten tijde van het veldbezoek volledig toegankelijk. De directe omgeving van het plangebied is eveneens bekeken. Gedurende het onderzoek is niemand geïnterviewd. Er is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten (zicht- en geluidswaarnemingen, sporenonderzoek naar de aanwezigheid van pootafdrukken, graafsporen, nesten, holen, uitwerpselen, haren en dergelijke).
Het onderzoek is uitgevoerd door ecoloog ing. J.M. de Wever De ecologen van EcoTierraecologisch adviesbureau hebben een relevante HBO-studie gevolgd. Tevens worden diverse relevante cursussen gevolgd, symposia en congressen bezocht en diverse vakbladen en nieuwsbrieven gelezen om de laatste ontwikkelingen te volgen. De onderzoekers zijn in het bezit van diverse certificaten, waaronder ‘Zorgvuldig handelen Wet natuurbescherming, ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, niveau 4, IPC Groene Ruimte (door Stadswerk erkend certificaat)’.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 5
3 PLANGEBIED EN BEOOGDE INGREPEN In dit hoofdstuk zijn de onderzoekslocatie en de voorgenomen activiteiten beschreven. 3.1 Plangebied Het plangebied is gelegen ten noordoosten van de bebouwde kom van Elburg en betreft twee opstallen en een weide. De opstallen bestaan uit een met name houten kippenschuur (leeg) met een golfplaten dak en een open schuur opgebouwd uit metalen platen. De laatste opstal dient als opslagplaats. Voor de opstallen liggen een berg grond en strobalen in plastic. Het perceel is omheind met een hek, met uitzondering van de straatkant. De directe omgeving bestaat uit de Oostendorperstraatweg, een bomensingel met weinig ondergroei en daarnaast een droge greppel, woningen en weilanden.
Afbeelding 1: Situering plangebied (bron: PDOK).
Foto’s: Indrukken plangebied.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 6
Foto’s: Indrukken plangebied. De te amoveren kippenschuur.
Foto’s: Indrukken plangebied. De te amoveren open schuur.
.
Foto’s: Indrukken plangebied. Strobalen en berg zand.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 7
Foto’s: Indrukken plangebied. Het te bebouwen weiland en hekwerk bij perceelsgrens.
Foto’s: Indrukken directe omgeving. De te behouden bomensingel met weinig ondergroei.
Foto’s: Indrukken directe omgeving. Oostendorperstraatweg met droge greppel en nabijgelegen bebouwing.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 8
3.2 Gewenste toekomstige situatie en voorgenomen ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de opstallen te amoveren ten behoeve van de realisatie van twee vrijstaande woningen met bijbehorende tuinen. Er worden in dit kader geen grote bomen gekapt, maar mogelijk wel wat lagere groenstructuren gerooid. Oppervlaktewateren worden niet gedempt.
Afbeelding 1: Gewenste toekomstige situatie (bron: VanWestreenen BV).
De ingrepen vinden plaats in het kader van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 9
4 BEVINDINGEN BRONNONDERZOEK EN TOETSING Hieronder worden de bevindingen van het onderzoek weergegeven. Tevens vindt er een toetsing aan de Wet natuurbescherming plaats en zal er gekeken worden of er gevolgen kunnen zijn voor het Gelders Natuurnetwerk of overige beschermde natuurgebieden. 4.1 Bevindingen en toetsing beschermde gebieden/ houtopstanden In de database van de provincie Gelderland is af te lezen dat het plangebied niet is gelegen in het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en/ of de Groene Ontwikkelingszone (GO).
Afbeelding 2: Ligging plangebied t.o.v. het Gelders Natuurnetwerk en Groene Ontwikkelingszone (bron: PDOK).
- In Gelderland is aangaande het GNN/ de GO geen externe werking van toepassing. Vervolgstappen, zoals een Nee, tenzij-toets, zijn niet aan de orde. Op ruim twee kilometer afstand ten westen van het plangebied is het Natura2000-gebied “Veluwerandmeren” gelegen, op bijna 3 kilometer afstand het Natura2000-gebied ‘Veluwe’.
Afbeelding 3: Ligging plangebied t.o.v. het Natura2000-gebied (bron: PDOK).
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 10
Door de onderlinge afstand is er geen rechtstreekse aantasting (door bijvoorbeeld licht, trillingen, geluid of menselijke aanwezigheid) of indirecte aantasting (door bijvoorbeeld verdroging) te verwachten op soorten die voor de genoemde Natura2000-gebieden zijn aangewezen. - Verdere toetsing aan Natura2000 (soorten) is niet noodzakelijk. Thema’s als vermesting/ verzuring (stikstof) vallen niet onder de reikwijdte van onderhavige quickscan flora en fauna. Sinds 1 juli 2021 is de wet Stikstofreductie en Natuurverbetering in werking. Onderdeel van deze wet is de vrijstelling voor bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten, in het kort de bouwvrijstelling. Dit betekent in het vergunningstraject dat voor het aspect stikstof alleen nog de neerslag (depositie) in de gebruiksfase een rol speelt. - Mogelijk dient er een AERIUS-berekening opgesteld te worden. Er wordt in het kader van de voorgenomen ingrepen geen bomen gekapt die vallen onder de definitie houtopstand in de Wnb. Het onderdeel ‘houtopstanden’ van de Wet natuurbescherming is van toepassing bij houtopstanden van minimaal 1.000 m² en rijbeplantingen van meer dan twintig bomen die buiten de grenzen van de bebouwde kom houtopstanden vallen. - Het onderdeel houtopstanden is in onderhavige situatie niet van toepassing.
4.2 Bevindingen bronnenonderzoek, veldonderzoek en toetsing soorten NDFF Voor het bronnenonderzoek is gebruik gemaakt van de gegevens van NDFF (tot 5 jaar terug, geraadpleegd op 16 mei 2022). Er is met name gekeken naar jaarrond beschermde nesten, Habitatrichtlijnsoorten en nationaal beschermde soorten (niet vrijgestelde soorten Gelderland). Bijlage 1 geeft de resultaten weer van het NDFF-onderzoek. Het betreft hier ook waarnemingen van bijvoorbeeld foeragerende en overvliegende exemplaren. - Binnen het plangebied zijn geen relevante waarnemingen aangetroffen. In de directe omgeving zijn onder andere relevante waarnemingen van ransuil, steenuil en gewone dwergvleermuis aangetroffen. Openbare rapportages Er zijn geen relevante openbare rapportages gevonden van het plangebied of van planlocaties in de directe omgeving. Interview in het veld Er is in het veld niemand gesproken. Flora Tijdens het veldbezoek zijn er binnen het plangebied geen beschermde wilde vaatplanten aangetroffen. Ook uit het bronnenonderzoek zijn geen waarnemingen naar voren gekomen. Beschermde soorten zijn derhalve niet te verwachten. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroep. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de omgeving slechts een houtduif en een ekster waargenomen.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 11
De opstallen zijn onderzocht op sporen en geschiktheid voor soorten met een jaarrond beschermd nest. Er zijn geen geschikte broedplekken voor holtebroeders als huismus en gierzwaluw en ook niet voor uilensoorten (steenuil/ kerkuil) aanwezig. Het ontbreekt het plangebied dan ook aan sporen (nestmateriaal, veren, braakballen en fecaliën). De opstallen worden ook niet door uilen gebruikt om te roesten. De in de buurt aanwezige steenuil kan het plangebied wel eens gebruiken om te foerageren. Gezien de geschiktheid als leefgebied van de omgeving zal het plangebied geen significant deel uitmaken van het territorium van dat exemplaar. Er zijn geen jaarrond beschermde nesten/ horsten van uilen of roofvogels waargenomen in de bomen naast het plangebied. In deze bomen zijn ook geen holtes waar uilen en overige holtebroeders gebruik van kunnen maken om er te verblijven of voort te planten. Onder de bomen zijn dan ook geen sporen (braakballen, veren, plukplekken, fecaliën) van deze soortgroepen waargenomen. Er is geen indicatie dat de bomen als roestplek worden gebruikt door de in de omgeving waargenomen ransuil. Zeer waarschijnlijk broeden vogelsoorten zonder een jaarrond beschermd nest in de opstallen en de groenstructuren rondom. Er zijn tijdens het veldbezoek geen bezette nesten waargenomen.
Wel is er een merelnest met daarnaast eischalen waargenomen in één van de opstallen aangetroffen, evenals andere niet jaarrond beschermde nesten.
Foto’s: merelnest met daaronder eierschalen.
De (sloop)werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen plaats te vinden of te starten (broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus, afhankelijk van soort en weersomstandigheden). Het gaat erom of een broedgeval wordt verstoord/ vernietigd of niet. Indien dit niet mogelijk is, dient er voorafgaande aan de werkzaamheden vastgesteld te zijn dat er geen broedgevallen aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Wanneer er broedgevallen aanwezig zijn dient gewacht te worden met de verstorende werkzaamheden totdat de jongen zijn uitgevlogen. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande vogels, mits aan de genoemde voorwaarde wordt voldaan. Grondgebonden zoogdieren Er zijn binnen het plangebied geen sporen (uitwerpselen, holen, prooiresten) aangetroffen die duiden op de aanwezigheid (van een verblijfplaats) van een steenmarter. Ook verblijfplaatsen van andere marterachtigen zoals de das, wezel, hermelijn, bunzing en boommarter zijn niet aangetroffen of te verwachten. In de naastgelegen bomen zijn geen nesten/ verblijfplaatsen van eekhoorn aanwezig. Van deze soort zijn dan ook geen eetsporen aangetroffen.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 12
Door de provincie vrijgestelde soorten zoals veldmuis, egel, haas en dergelijke kunnen worden verwacht binnen en nabij het plangebied. Grotere soorten hebben maar beperkt toegang tot het perceel door de hekken rondom. Dergelijke soorten zijn vrijgesteld van de verbodsbepalingen als het een ruimtelijke ingreep of inrichting betreft. Wel is de zorgplicht van toepassing. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande grondgebonden zoogdieren. Vleermuizen De opstallen zijn niet geschikt bevonden voor gebouwbewonende vleermuizen. Er zijn geen elementen als gevelbetimmering, spouw of dakpannen met beschot aanwezig. Omliggende woningen, met name de woningen met pannendaken, zijn in potentie geschikt voor vleermuizen. De naastgelegen bebouwing staat ver genoeg van het plangebied vandaan om niet door werkzaamheden binnen het plangebied verstoord te worden. - Verblijfplaatsen en verstoring van gebouwbewonende vleermuizen zijn derhalve uitgesloten. Er zijn binnen het daadwerkelijke plangebied geen geschikte bomen (bomen met naar boven ingerotte holtes, loszittende schors en/ of scheuren) aanwezig waarvan boombewonende soorten gebruik kunnen maken. In de bomen naast het plangebied zijn eveneens geen geschikte bomen aanwezig, er zijn geen scheuren, holtes en dergelijke waargenomen.
- Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen binnen en nabij het plangebied zijn derhalve uitgesloten. Er zal door vleermuizen gefoerageerd worden in en nabij het plangebied. Foerageergebied is alleen beschermd wanneer dit gebied noodzakelijk is om de functionaliteit van een vaste verblijfplaats te behouden. In onderhavige situatie zal dit niet aan de orde zijn. - Er gaat geen significant foerageergebied verloren door de ingreep. Het daadwerkelijke plangebied maakt geen onderdeel uit van een vliegroute. De bomen naast het plangebied mogelijk wel. Er zijn tijdens een trajectmeting rosse vleermuizen en gewone dwergvleermuizen vastgesteld langs deze groene structuur. De bomen blijven in het kader van het project gehandhaafd. De aanwezige soorten kunnen derhalve van deze lijnstructuur gebruik blijven maken. - Er gaan geen significante vliegroutes verloren in het kader van onderhavig project. Wel dient verstoring door licht op deze bomen tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden. Amfibieën, reptielen en vissen Er is geen oppervlaktewater aanwezig binnen het plangebied. De aanwezigheid van vissen en voortplantingswater van amfibieën kan derhalve worden uitgesloten. Er is eveneens geen significant landhabitat te verwachten voor amfibieën. Mogelijk dat er enkele exemplaren zitten weggekropen ergens op het perceel zelf.
Nietvrijgestelde soorten worden niet verwacht door het ontbreken van oppervlaktewater en geschikt leefgebied. Tevens zijn er in het bronnenonderzoek geen waarnemingen van deze soortgroepen aangetroffen. Het plangebied is vanwege het ontbreken van broeihopen, takkenrillen, heide, bosschages en dergelijke niet geschikt bevonden voor reptielen. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande deze soortgroepen.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 13
Ongewervelden/ overige soorten Het ontbreken van specifieke habitats zoals heide en (laag)veen, grote rivieren en oude, rottende eiken maakt dat de veelal veeleisende Habitatrichtlijnsoorten en exemplaren van de nationaal beschermde soorten van ongewervelden en overige soorten niet te verwachten zijn. In het bronnenonderzoek zijn deze soorten dan ook niet aangetroffen. - Er zijn geen negatieve effecten te verwachten aangaande ongewervelden of overige soorten. De zorgplicht (art 1.11 Wnb) Voor alle soorten geldt een zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan deze soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de jongen. De kwetsbare perioden zijn niet voor alle verschillende soortgroepen gelijk. Indien vooraf bekend is dat werkzaamheden moeten worden uitgevoerd binnen de kwetsbare perioden van de betreffende soorten, is het zaak ervoor te zorgen dat het gebied tegen die tijd ongeschikt is als leefgebied voor die soorten.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 14
5 CONCLUSIE Onderdeel
Overtreding Wnb/ overige wetgeving Nee
Nader onderzoek naar/ vervolg actie
Periode
Mitigatie
Nee
N.v.t.
N.v.t.
GO Natura2000
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Soorten
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Stikstof
Mogelijk AERIUS berekening N.v.t.
N.v.t.
Niet aan getoetst
Houtopstanden
Niet aan getoetst N.v.t.
N.v.t.
N.v.t.
Flora
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Jaarrond beschermd nest
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Functioneel leefgebied
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Niet jaarrond beschermd nest
Nee
Zorgplicht
Broedseizoen loopt globaal van maart tot en met augustus
Werken buiten broedseizoen of vaststellen dat er niet gebroed wordt binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden
Verblijfplaatsen
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Functioneel leefgebied Vleermuizen
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Vaste verblijfplaatsen - Opstallen
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
- Bomen
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t
Essentieel foerageergebied
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t.
Essentiële vliegroute
Nee
Nee
N.v.t.
Amfibieën/ reptielen/vissen (niet vrijgestelde soorten) Ongewervelden/ overige soorten (streng en strikt beschermde soorten) Vrijgestelde soorten en alle overige dieren en planten
Nee
Nee
N.v.t.
Verstoring door licht op de bomen dient tijdens de werkzaamheden en in de toekomstige situatie voorkomen te worden N.v.t.
Nee
Nee
N.v.t.
N.v.t
Nee
Zorgplicht
Altijd
Bij aantreffen exemplaren, zoveel mogelijk verplaatsen
GNN
Vogels § 3.1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn
Grondgebonden zoogdieren Habitatrichtlijn en Nationaal
§ 3.2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 15
6 VRIJBLIJVEND ADVIES Bij de nieuwbouw en de inrichting van het terrein kan rekening worden gehouden met soorten door kasten voor vogels en vleermuizen in te bouwen of aan te brengen. Over dit zogenaamde natuurinclusief bouwen is tegenwoordig veel te vinden op internet. Een goede site om informatie en inspiratie op te doen is www.bouwnatuurinclusief.nl. Het is raadzaam om een ecoloog/ ter zake kundige bij aanschaf en plaatsing te betrekken.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 16
BIJLAGE 1 NDFF
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 17
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 18
BIJLAGE 2 WETTELIJK KADER
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 19
Wet natuurbescherming (Wnb) De Flora- en faunawet is op 1 januari 2017 overgaan in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet dient ter vervanging van de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet en de Boswet en heeft als doel te komen tot één integrale en vereenvoudigde regeling van de natuurbescherming. Hierbij is de Europese regelgeving als uitgangspunt genomen. In de wet is nog steeds een deling van bescherming van soorten en gebieden (Natura2000). Soortenbescherming De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Alle vogels, in totaal ruim 700 soorten, zijn beschermd (Vogelrichtlijn). Sommige soorten genieten een extra bescherming onder het verdrag van Bern of is het nest ervan jaarrond beschermd. Daarnaast worden ongeveer 230 overige Europese en nationale soorten beschermd. - Verbodsbepalingen Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 20
De verbodsbepalingen voor vogels en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten vrijwel één op één aan bij de bepalingen uit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. De verbodsbepalingen zijn gericht op de bescherming van individuen van soorten. Verstoring van vogels is niet verboden indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort (artikel 3.1 lid 4 en lid 5). Het is aan de initiatiefnemer om zich ervan te vergewissen – en waar nodig aan te kunnen tonen - dat de op zich verstorende activiteit geen bedreiging vormt voor de vogelsoort en aldus niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van de betreffende soort. Het verbod om dieren opzettelijk te doden of te vangen en het verbod om vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen opzettelijk te beschadigen of vernielen, is níet van toepassing op de bosmuis, huisspitsmuis of veldmuis, voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3).
- Ontheffing of vrijstelling Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: → Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. → Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn. → Ten slot mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort. De drie criteria op grond waarvan van de verbodsbepalingen afgeweken kan worden, zijn eveneens uit deze twee richtlijnen overgenomen. Dat betekent dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden, tenzij men een ontheffing kan krijgen (het zogenoemde ‘nee, tenzij-principe’).
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 21
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingenmogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Vrijstellingen kunnen in principe gelden voor alle drie de beschermingsregimes. Vrijstellingen van verbodsbepalingen zoals die gelden voor Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijnsoorten, kunnen alleen verleend worden voor in de Europese Vogelrichtlijn of Europese Habitatrichtlijn genoemde belangen. Om soorten vrij te stellen, zal altijd voldaan moeten zijn aan de vereisten van de wet, met name de afweging dat de vrijstelling geen afbreuk mag doen aan het streven de populatie van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan (voor Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten) dan wel dat de vrijstelling niet leidt tot verslechtering van de staat van instandhouding van vogelsoorten.
Belangen voor ontheffingsverlening of vrijstelling onder de Wet natuurbescherming Voor vogels beschermd onder de Vogelrichtlijn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; • in het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; • ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren; • ter bescherming van flora of fauna; • voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten, of voor de daarmee samenhangende teelt, • om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.
Voor soorten beschermd onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern of het Verdrag van Bonn kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; • ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 22
Voor andere, 'nationaal' beschermde soorten kan ontheffing of vrijstelling worden verleend op grond van de volgende belangen: • de belangen die gelden voor soorten van de Habitatrichtlijn zoals hierboven genoemd; • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, • in het algemeen belang van de betreffende soort.
Provinciale staten kunnen vrijstelling van de verbodsbepalingen verlenen. Dit moet worden geregeld in een provinciale verordening. In de verordening of regeling staat aangegeven voor welke verbodsbepalingen, voor welke handelingen en voor welke soorten de vrijstelling geldt. Onder meer op basis van regionale verschillen in de staat van instandhouding van soorten kunnen de vrijgestelde soorten per provincie verschillen.
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 23
(Bron: Natuurinclusief, april 2022).
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 24
- Gedragscode Voor regulier voorkomende werkzaamheden en ruimtelijke ontwikkeling kan een vrijstelling van de verbodsbepalingen mogelijk zijn als u handelt conform een goedgekeurde gedragscode. Het kan gaan om handelingen in het kader van bestendig beheer of onderhoud, bestendig gebruik en ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Zo is het onder de Wet natuurbescherming mogelijk om via een gedragscode Europees beschermde vogel- en andere dier- en plantensoorten vrij te stellen bij ruimtelijke ontwikkeling en inrichting, míts er sprake is van een bij respectievelijk Vogelrichtlijn of Habitatrichtlijn genoemd belang. In een gedragscode is beschreven hoe zorgvuldig gewerkt wordt opdat schade aan beschermde dieren en planten wordt voorkomen of tot een minimum beperkt. Gedragscodes zijn bedoeld voor organisaties die in hun reguliere taken of activiteiten regelmatig met de wet te maken hebben. Elke sector kan een gedragscode opstellen en laten goedkeuren. Wanneer een gedragscode is goedgekeurd, kan eenieder die aantoonbaar in overeenstemming met de betreffende gedragscode handelt, zonder ontheffing de handelingen verrichten. Er kan gecontroleerd worden of er gehandeld wordt volgens de gedragscode. Dat dient aangetoond te worden; de bewijslast dat er correct wordt gehandeld ligt bij de initiatiefnemer.
Gedragscodes worden goedgekeurd door de Minister van EZ, in overleg met de provincies. De goedkeuring geldt voor een periode van maximaal vijf jaar. - Ecologisch onderzoek laten uitvoeren Voordat de beoogde ingreep kan plaatsvinden dient inzichtelijk gemaakt te zijn dat er door de ingreep geen overtreding zal plaatsvinden van de Wet natuurbescherming. Meestal wordt eerst een zogenaamde quickscan (natuurtoets) flora en fauna uitgevoerd. Uit dit onderzoek dient naar voren te komen of er vervolgstappen genomen dienen te worden. De vervolgstappen kunnen bestaan uit een nader onderzoek, het nemen van mitigerende maatregelen en/ of het aanvragen van een ontheffing. De bepalingen van de Wet natuurbescherming zijn alleen van toepassing als op of rondom de locatie waar de werkzaamheden gaan plaatsvinden beschermde planten en/of dieren voorkomen of als zich daar hun nesten, voortplantingsplaatsen of rustplaatsen bevinden. Het plangebied is het gebied waar de daadwerkelijke handeling wordt uitgevoerd. Afhankelijk van de kenmerken van de activiteit kunnen storende factoren ook optreden buiten het plangebied. Denk aan verstoring door geluid, waardoor bijvoorbeeld het verbod om soorten opzettelijk te verstoren wordt overtreden. Hoe groot het onderzoeksgebied is hangt dan ook af van de invloedssfeer van de werkzaamheden. Het onderzoeksgebied is vaak groter dan het plangebied.
Andere leefgebieden van een diersoort, zoals foerageergebieden of vaste vliegroutes, worden volgens de uitleg van het Guidance document niet beschermd, tenzij deze samenvallen met de voortplantings- of rustplaatsen. Jurisprudentie maakt echter duidelijk dat in het geval van Habitatrichtlijnsoorten het zodanig verstoren van vaste vliegroutes en/of beschadigen van foerageergebied dat de soort om die reden deze vaste voortplantings- of rustplaatsen (die buiten het plangebied zijn gelegen) zal verlaten, wel onder het verbod van de Habitatrichtlijn valt).
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 25
De redenering hierbij is dat bij een dergelijke verstoring de ecologische functionaliteit van de voortplantings- of rustplaatsen niet meer gegarandeerd is. In deze gevallen is dan ook artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming van toepassing. Het ministerie van Economische Zaken heeft een stappenschema opgesteld die door initiatiefnemers doorlopen dient te worden.
Bron: Brochure Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen, ministerie EZ, versie 1.3 december 2016).
- Q2022-JMW-2035 - Quickscan flora en fauna Oostendorperstraatweg 31a te Elburg-
Pagina | 26
Natura2000 (gebiedsbescherming) Gebieden die bescherming genieten zijn Natura2000-gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Handelingen binnen beschermde gebieden die de wezenlijke kenmerken van het gebied aantasten, zijn in principe verboden en worden slechts onder strikte voorwaarden toegestaan. Bij ruimtelijke ingrepen in de nabije omgeving van de beschermde gebieden moet worden bepaald in hoeverre de externe werking van de ingreep een effect heeft op het beschermde gebied. Indien er negatieve effecten te verwachten zijn, bijvoorbeeld door een toename van stikstofdepositie, dient er een vervolgonderzoek plaats te vinden. Mogelijk dient er een vergunning Wnb aangevraagd te worden. Houtopstanden De bescherming van houtopstanden is geregeld in hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden houtopstanden geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, zonder voorafgaande melding bij de provincie. Een houtopstand is hierbij gedefinieerd als een eenheid van bomen of struiken met een oppervlakte van ten minste 1.000 vierkante meter of een rijbeplanting die meer dan 20 bomen omvat. De wet schrijft verder voor dat wanneer een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, de grond binnen drie jaar moet worden herbeplant. Bovenstaande bescherming geldt niet voor alle houtopstanden.
De regels zijn niet van toepassing op houtopstanden op erven of in tuinen, op fruitbomen, op windschermen om boomgaarden, op naaldbomen bedoeld om te dienen als kerstbomen, op kweekgoed, op bepaalde beplantingen van wilgen of populieren, op bepaalde beplantingen bedoeld voor de productie van houtige biomassa en op houtopstanden binnen de, bij besluit van de gemeenteraad, vastgelegde grenzen van de bebouwde kom. Ook voor het dunnen van een houtopstand gelden de regels niet. De provincie kan regels stellen ten aanzien van de meldingsplicht en de plicht tot herbeplanting. Ook kan de provincie een ontheffing verlenen ten behoeve van herbeplanting op andere grond. Verder kan de provincie ontheffing verlenen en kan de provincie bij verordening vrijstelling verlenen van zowel de meldingsplicht als de plicht tot herbeplanting. Nationaal Natuur Netwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Nationaal Natuurnetwerk/ Natuurnetwerk Nederland (NNN, de voormalige EHS) komt voort uit de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Het netwerk kan in verschillende provincie andere benamingen hebben, zo heet de NNN in provincie Gelderland het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en in Noord-Brabant het Natuurnetwerk Brabant. Dit NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.