Nota Omgevingskwaliteit
Tekst van het document
NOTA OMGEVINGSKWALITEIT gemeente Elburg
1
INHOUDSOPGAVE 1. Leeswijzer 3 2. Drie welstandsniveau’s in Elburg | Toelichting 4 3. Cultuurhistorie Elburg 5 4. Gebiedscriteria 6 Welstandniveau 1 6 1.1 Beschermd stadsgezicht 6 1.1a Breede gang 12 1.2 Buitenplaatsen, landgoederen en overige monumenten in het buitengebied 16 1.3 Militaire gebieden 19 Welstandniveau 2 2. Buitengebied 22 a. Open polders 26 b. Overgangsgebied 28 c. Bosgebied 31 3 Historische bebouwingslinten 33 Zuiderzeestraatweg 36 Eperweg 38 Bovenweg 39 Overige linten 39 4. De Longstrook (‘t Groene Hart) 41 5. Kernen 43 Doornspijk 44 Hoge Enk 44 Oostendorp 45 ’t Harde 45 6. Bedrijventerreinen 47 BIJLAGEN 4. Excessenregeling 50 5 Algemene criteria 51 6. Duurzaamheidsparagraaf 53 7. Sneltoetscriteria 58 8. Kaarten 75 2
LEESWIJZER Leeswijzer nota omgevingskwaliteit Elburg De gemeente Elburg is een fraaie groene gemeente met een historische binnenstad en veel karakteristieke bebouwing. Dit komt tot uiting in een fors aantal monumenten en het beschermde dorpsgezicht, de vesting, als kenmerkende eyecatcher van de gemeente. Een belangrijk kenmerk van de gemeente is dat bebouwing en groen op veel plekken in elkaar grijpen. Een goed begrip van de landschappelijke kenmerken en bijbehorende bebouwing helpt bij het maken van plannen. Omgevingskwaliteit draagt bij aan belangrijke waarden zoals cultuur, welzijn en economie. Kortom, het draagt bij aan een prettige leefomgeving. Deze nota bouwt voort op de oude welstandsnota. De nota is compacter, toegankelijker en aangevuld met extra gebiedsbeschrijvingen voor bebouwingslinten zoals de Zuiderzeestraatweg en de Eperweg, en een duurzaamheidsparagraaf. Gebiedsgericht beleid Elke gebied is kort beschreven, gevolgd door de relevante criteria. Boven elk hoofdstuk staat een welstandsniveau, variërend van welstandsniveau I, II en III. Hiermee geeft de gemeente aan in welke mate de omgevingskwaliteit een rol speelt. In de bijzondere gebieden (niveau I) zullen ontwerpen van situering tot detail kritisch beoordeeld worden in basis gebieden (niveau II) zijn details minder belangrijk. Er zijn ook welstandsvrije gebieden (niveau III). Hier zijn geen eisen ten
aanzien van welstand. Dit betekent niet dat het altijd vergunningvrij is. Aanvullend op deze criteria zijn de algemene criteria toepasbaar in uitzonderlijke situaties en de excessenregeling voor buitensporige situaties. Inspiratiebladen wonen en duurzaamheid Deze nota wil de initiatiefnemer stimuleren om locatiespecifiek te bouwen met aandacht voor een duurzame leefomgeving. Daartoe is er een aparte duurzamheidsparagraaf ontwikkeld met informatie en inspiratie voor initiatiefnemers, alsmede een paragraaf voor natuurinclusief bouwen. Wij wensen iedereen die gaat bouwen in deze mooie gemeente succes maar bovenal plezier toe. Immers met een mooi bouwwerk kan je heel veel kwaliteit toevoegen aan de gemeente. Dat is bouwen aan omgevingskwaliteit!
Tips voor omgevingskwaliteit Tot slot een aantal tips voor het aspect omgevingskwaliteit en specifiek het onderdeel het ‘uiterlijk van bouwwerken’. Een bouwproject kan complexer zijn dan van te voren gedacht. Het is raadzaam om het ontwikkelen van een plan goed voor te bereiden.
Bekijk de omgeving, maak foto’s en lees er over en vraag mensen uit de omgeving wat ze van een plan vinden; Raadpleeg de nota, gemeen telijke achtergrondinformatie en het internet voor inspiratie en informatie over de omgeving; Nieuwe ideeën over de omgeving worden gewaardeerd, maak het wel bespreekbaar. Een goede 1e stap is het vooroverleg bij de gemeente. Probeer aan de voorkant van het ontwerp specialisten en ruimtelijke adviseurs te betrekken; Hou rekening met specifieke groenen bebouwingskarakteristieken die in de omgeving staan; Een goed stappenplan voor het proces is het halve werk: Kijk naar de waarden van de omgeving. Stel een ambitie vast om na te streven in het ontwerp en wees creatief hoe persoonlijke en gemeentelijke uitgangspunten te combineren.
3
Drie welstandsniveau’s in Elburg | Toelichting Uitleg per welstandseniveau Welstandsniveau I is bedoeld voor gebieden die van bijzondere waarde zijn voor de gemeente Elburg. Hierop zijn de strengste toetsingscriteria van toepassing. Het gemeentelijk welstandsbeleid is er op gericht om cultuurhistorische, natuurlijke en landschappelijke waarden te beschermen. Dit welstandsniveau valt onder zware toetsing. Dit houdt in dat vergunningplichtige bouwplannen, die niet onder de sneltoetscriteria vallen, altijd voor advies aan de welstandscommissie/stadsbouwmeester worden voorgelegd. Gebieden met welstandsniveau 1 • Beschermd stadsgezicht • Buitenplaatsen, Landgoederen en overige monumenten in het buitengebied • Militaire gebieden
Welstandsniveau I Welstandsniveau II Welstandsniveau III (welstandsvrij) Beeldkwaliteitplannen
Welstandsniveau II Het buitengebied in Elburg is van grote waarde. De grote landschappelijke en functionele diversiteit maakt het tot een attractief gebied voor zowel permanente vestiging als voor recreatie. Het gemeentelijkwelstandsbeleid is er op gericht om deze kwaliteiten te behouden. In de openheid van het landschap kan een kleine verstoring al grote afbreuk doen aan de beleving van het geheel. Dit welstandsniveau valt onder reguliere toetsing.
Welstandsniveau III (welstandsvrij) Er zijn locaties binnen de gemeente Elburg waar bouwactiviteiten de kwaliteit van de openbar ruimte niet wezenlijk aantasten. Deze gebieden zijn welstandsvrij verklaard. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning vindt geen toets plaats aan redelijke eisen van welstand. Let op: bouwplannen voor monumenten, beschermd stadsgezicht en landgoederen zijn nooit welstandsvrij. Beeldkwaliteitplannen Voor een aantal nieuwe ontwikkelgebieden zijn beeldkwaliteitplannen gemaakt met specifieke welstandseisen. Op de kaart zijn deze gebieden aangegeven. De criteria voor deze gebieden uit het beeldkwaliteitplan vormen hier het formele toetsingskader. Detailkaarten in bijlage De kaart op deze pagina is globaal om zo over de gehele gemeente te kunnen zien welk niveau van toepassing is. In de bijlage zitten specifieke kaarten waar op detailniveau zichtbaar is welk welstandsniveau van toepassing is.
4
CULTUURHISTORIE ELBURG Cultuurhistorie Elburg Elburg stad Centraal in Nederland, tussen Zwolle en Harderwijk, ligt Elburg, een bijzondere en goed bewaarde middeleeuwse stad. Elburg staat ook wel bekend als de Vesting van de Veluwe en trekt met zijn bijna vierhonderd monumenten en acht musea jaarlijks vele bezoekers. Wie in de stad loopt, waant zich in de middeleeuwen. De oude wallen met hun schitterende bomen, de smalle steegjes, de keitjes-stoepen en prachtige doorkijkjes maken van de vesting een sfeervolle omgeving waar men heerlijk kan wandelen. De geschiedenis van Elburg gaat terug tot het jaar 796. Tussen 1392 en 1396 is de stad volledig herbouwd en sindsdien heeft Elburg zijn huidige vorm. Het ontwerp van de vesting is gebaseerd op het principe van de gulden snede, een zeldzaamheid in de stedenbouw. Aan dit bijzondere uitgangspunt dankt de stad zijn kenmerkende vorm met het rechthoekige stratenpatroon. Water Vroeger verliep de handel voornamelijk over het water. De ligging van Elburg was dan ook het gevolg van een strategische keuze. Al in 1367 maakte de vesting deel uit van de Hanze. Dit handelsverbond bestaat nog steeds en omvat een kleine tweehonderd Noord-Europese Hanzesteden. Tot 1932 lag de vissersplaats Elburg aan de Zuiderzee. De bouw van de Afsluitdijk, het ontstaan van het IJsselmeer en de inpoldering hebben de
afstand tot het open water flink vergroot. De visserij maakte plaats voor andere beroepen. De oude houten schepen die nog in de haven liggen, de botters, houden de herinnering aan Elburgs visserijverleden levend. Via het Veluwemeer en het Drontermeer kunnen watersporters de haven bereiken, die net buiten de oude vesting ligt. Buitengebied De gemeente Elburg grenst aan de Veluwe en kent veel groene en natuurrijke plekken. Vanuit het hogere bos krijgt het landschap gaandeweg een kleinschaliger structuur, gekenmerkt door houtwallen, om vervolgens over te gaan naar een open structuur, met weides en uiteindelijk het water. Het stuifzandgebied ten westen van ’t Harde, de door het kleinschalige boerenlandschap slingerende kreken en de kleine landwegen zijn het domein van fietsers en landbouwers. Oude kerkpaden bieden de wandelaar de kans om het landschap te ervaren zoals eerdere generaties dat hebben gedaan. Aangekomen bij het meer bestaat het landschap voornamelijk uit riet en water. Dit is het domein van talloze vogels, waaronder verschillende zeldzame soorten. In het buitengebied bevinden zich meer dan 100 monumenten, met name boerderijen maar ook vier historische buitenplaatsen. Verder is er in ‘t Harde het artillerieschietkamp gevestigd met in het oude kamp op “De knobbel” een beschermd gebied en een aantal bijzondere monumenten.
Vijf kernen Behalve uit de vesting Elburg en zijn nieuwbouwwijken bestaat de gemeente Elburg uit de kernen ’t Harde, Doornspijk, Hoge Enk en Oostendorp. Tussen ’t Harde en Elburg liggen drie prachtige buitenplaatsen: Schouwenburg, Zwaluwenburg en Old Putten. Ook Doornspijk kent een dergelijke parel in de vorm van landgoed Klarenbeek. In Oostendorp staat de enige molen die de gemeente Elburg kent, korenmolen De Tijd, gebouwd in 1854. Visie De gemeente Elburg wil zo veel mogelijk inzetten op behoud van historische gebouwen en structuren. De bestemming van deze gebouwen en structuren vraagt een zorgvuldige afweging tussen het behoud en het gebruik hiervan. Naast het behoud van de cultuurhistorische waarden is het dan ook belangrijk dat het gebruik van deze gebouwen en structuren mogelijk gemaakt wordt.
5
GEBIED | 1.1
Beschermd Stadsgezicht
6
GEBIED | 1.1
Beschermd Stadsgezicht WELSTANDSNIVEAU I
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I . De gehele vesting is aangewezen als beschermd stadsgezicht en beschermd als Rijksmonument. Het beleid van de gemeente is niet alleen gericht op bescherming van Elburg-stad zelf, maar ook, het direct omringende gebied.
Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven. Kwaliteiten en Kenmerken De ruimtelijke structuur van de Stad-Elburg is, net als in andere plaatsen in Nederland, sterk bepaald door de historische groei van de stad. Het oudste deel van de stad wordt gevormd door de vesting met de daarbij horende voormalige schootsvelden. Een groot deel van de schootsvelden is behouden gebleven, een deel is verder ontwikkeld. Het gebied van de (voormalige) schootsvelden wordt “Buiten de veste” genoemd. De ruimtelijke structuur is dusdanig waardevol dat het plangebied aangewezen is als beschermd stadsgezicht. De belangrijkste reden is de waardering van de ruimtelijke structuur van zowel de vesting, als de omliggende schootsvelden. Niet alleen gaat het daarbij om de inrichting van het gebied, maar ook om de samenhang tussen de vesting en het omliggende gebied. De eerste bewoningssporen in Elburg dateren al van 750 na Chr. Wanneer de Zuiderzee echt ontstaat, rond 1170 na Chr. krijgt ook Elburg meer vaste vorm. In 1233 worden stadsrechten aan de stad toegekend. De stad wordt tussen 1392 en 1396 in zijn geheel verplaatst naar de huidige locatie en wordt ommuurd. De stad binnen de vesting is volgens een vooraf
vastgesteld stramien gebouwd en neemt daarmee een unieke plaats in de Nederlandse stedenbouw in. Het bestaande stratenplan binnen de vesting dateert van de 14de eeuw. De hoofdstructuur binnen de vesting bestaat uit een symmetrisch grid. Dit wordt in sterke mate bepaald door de aanwezige bebouwing. Zowel de meer kleinschalige, als de grootschalige bebouwing (zoals de Nederlands Hervormde Kerk) zijn nauwkeurig in het grid gepast. Alle bebouwing verschilt in maatvoering van elkaar. Niet alleen in bouwhoogtes, maar ook in oppervlakte, kapvorm, kaprichting en architectuur. Ondanks deze specifieke verschillen heeft de bebouwing de nodige samenhang. De typerende rechthoekige vestingwerken, zoals deze- nu nog rond de “Stad Elburg” aanwezig zijn, komen in de 16de eeuw tot stand. Omdat de vestingwerken aan het begin van de 19de eeuw geen functie meer hebben, worden ze vergraven, beplant en tot parkgebied ingericht. Het park rond de vesting bestaat uit grasland, struweel en boombeplanting. Voor specifieke bebouwingskarakteristieken zie Specifieke gebiedsuitwerking Beschermd stadsgezicht van Elburg-stad. Meer over de ontstaansgeschiedenis van dit gebied kunt u vinden op de volgende pagina.
7
GEBIED | 1.1
Beschermd Stadsgezicht WELSTANDSNIVEAU I
Kwaliteiten en Kenmerken “Buiten de Veste” Het gebied buiten de vesting was oorspronkelijk bedoeld als schootsveld. Door ook dit gebied aan te wijzen als “Beschermd Stadsgezicht Elburg” is een groot deel van de schootsvelden vrij gebleven van bebouwing. Dit deel van het plangebied heeft hoofdzakelijk een groene hoofdstructuur. Noordoostelijk deel Aan de noord(oost)zijde van de vesting ligt een agrarisch gebied met graslanden. De verkavelingsstructuur wordt daar gekenmerkt door een blokverkaveling. De kavels worden van elkaar gescheiden door sloten, die van belang zijn voor de structuur. Het gebied kenmerkt zich door een grote openheid. Opvallend in dit deel van Buiten de Veste is de structuur in het gebied tussen de Oude Bleeksweg, Kamperweg en Kamperdijk. Langs de Oude Bleeksweg en Kamperweg staat bebouwing die ontstaan is als eerste uitbreiding van de vesting. De bebouwing is deels origineel en deels vervangen door nieuwere bebouwing. De verschijningsvorm en afmeting van de bebouwing varieert. Het overige gebied wordt hier gebruikt als (achter)tuinen. Westelijk deel Een andere opvallende structuur, in het westelijk deel van het plangebied, is het gebied langs het Bagijnendijkje en Oude Kerkhofsweg. Aan het Bagijnendijkje staan
woningen en (voormalige) boerderijen. Deze bebouwing heeft een historisch karakter (eind 19de, begin 20ste eeuw) en is relatief kleinschalig qua afmetingen (oppervlakte, goot- en bouwhoogte). Het gebied ten noorden van deze bebouwing kenmerkt zich door een kleinschalige rationele blokverkaveling. Dit gebied wordt gebruikt voor (volks)tuinen en heeft geen eenduidige structuur. Langs de Oude Kerkhofsweg zijn enkele nieuwere woningen gebouwd; deze dateren van eind 20ste / begin 21ste eeuw. De woningen hebben ruimere afmetingen (qua oppervlakte, goot- en bouwhoogte) dan de bebouwing langs het Bagijnendijkje. Wel is met de architectuur aangesloten bij de bestaande bebouwing. Dit is bijvoorbeeld terug te vinden in de kapvormen met wolfseinden. Direct ten noorden van de vesting ligt in het plangebied de (oude) haven. De bebouwing langs de Havenkade hoort bij de eerste stadsuitbreidingen buiten de vesting. Ook hier is geen eenduidige bebouwingsstructuur aanwezig, de bebouwing verschilt in afmetingen en verschijningsvorm van elkaar. Wel zijn de panden nadrukkelijk op de haven gericht. Achter de panden langs de Haven-
kade loopt het Havendijkje. Hieraan liggen de tuinen, met tuinhuisjes, die horen bij de panden aan de Havenkade. Zuidelijk deel Zuidelijk van de vesting kent het gebied Buiten de Veste een grote verscheidenheid aan structuren. Deze structuren zijn veelal bepaald door de functies in dit deel van het plangebied. In de meest zuidoostelijke hoek bestaat dit deel uit agrarische gronden die onder meer gebruikt worden voor de verbouw van maïs. Langs de Zuiderzeestraatweg-Oost en Zwolseweg is laanbeplanting (hoge stammen) en struweel (Zuiderzeestraatweg-Oost) aanwezig. Daarnaast zijn in het plangebied, noordelijk van de agrarische gronden, sportvelden aanwezig. Deze maken deel uit van het Burgemeester Bode Sportpark. De functie van het sportpark heeft de ruimtelijke structuur ervan bepaald. De bij de sportvelden horende bebouwing varieert in afmeting en verschijningsvorm van elkaar. De hoogte is beperkt tot maximaal één bouwlaag met of zonder (flauwe) kap. De sportvelden worden deels omgeven door groensingels met struweel en boombeplan
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I .
8
GEBIED | 1.1
Beschermd Stadsgezicht WELSTANDSNIVEAU I
ting (lage stammen). In het gebied tussen de Nunspeterweg en het sportcomplex staat (woon)bebouwing. De Nunspeterweg is een oude uitvalsweg van de vesting. De (meer historische) bebouwing staat langs deze weg en is hierop gericht. Westelijk van die bebouwing staat een bijzondere woonvorm, bestaande uit meerdere grootschalige gebouwen. De bebouwing varieert in afmetingen en verschijningsvorm. Het groen in dit deel wordt enerzijds gevormd door tuinen bij de woningen en anderzijds door het groen rond de bebouwing. Tussen het sportcomplex en de Zwolscheweg ligt een gebied waarvan een deel is ingericht als parkeerterrein. Een ander deel is in gebruik voor een supermarkt met parkeerterrein. De supermarkt is gevestigd in een oude tramremise. Het gebied kent een groene structuur met kleinere en grotere boombeplanting en heggen (parkeerterrein) Specifieke gebiedsuitwerking De panden zijn over het algemeen drie vensters breed, incidenteel komen ook bredere panden voor. De gevelindeling is traditioneel, met verticale, op regelmatige afstanden boven en naast elkaar geplaatste raamopeningen. Lijstgevels en topgevels komen afwisselend voor. Het is opmerkelijk dat zich daarbij geen grote verschillen in bebouwingshoogte voordoen, omdat de panden met topgevels meestal een bouwlaag minder hebben dan de belendende panden met lijstgevels. De daken zijn gedekt met vooral rode pannen.
Ondanks de min of meer homogene bebouwingsstructuur
is het bebouwingsbeeld afwisselend, door kleine onderlinge verschillen in goothoogte, breedte, detaillering en kleur. Gepleisterde panden en panden in schoon metselwerk komen bijna in gelijke aantallen voor. Het hout is dekkend geschilderd. Het kozijn hout is wit of in een lichte tint, de deur en het raamhout eveneens wit of in donkere kleuren. De grote concentratie van monumenten is in belangrijke mate bepalend voor het ruimtelijk karakter van de stad. De jongere panden zijn door hun traditionele vormgeving beeldondersteunend of zijn gebouwd in historische trant. Het bebouwingsbeeld heeft hoofdzakelijk een 19e eeuws karakter. De stad bestaat in zijn huidige vorm al honderden jaren. Ondanks de ontwikkelingen heeft de stad nog steeds het karakter van een karakteristieke vestingstad. Ontwikkelingen als functieverschuivingen kunnen de uitstraling van het gebied snel veranderen. Van belang voor de belevingswaarde van Elburg-stad is het contrast tussen het steenachtige stedelijke karakter binnen de vesting en het nog voor een belangrijk deel open landelijk gebied daarbuiten. Omgekeerd geldt dat ook voor het vrije zicht op de vesting vanuit het open schootsveld.
Elburg-stad kenmerken van de bebouwing Het gebied Elburg-stad beslaat de hele karakteristieke oude vestingstad tot en met de buitenzijde van de oude stadsgracht. De stadsmuur en volkswoningbouw aan de rand van de stad vormt veelal een visuele afsluiting van de daarop toelopende straten, waardoor ondanks de lange rechte straten toch een besloten beeld is ontstaan. De bebouwing past goed in de regelmatigheid van de stadsplattegrond. Zelfs gebouwen met een openbare of bijzondere bestemming zijn precies in het rechthoekige stramien geplaatst. Behalve de beoordelingscriteria worden nog diverse richtlijnen voor monumenten opgesteld zoals: Nota stoepen en nota aanlichten van de gevels.
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I .
9
CRITERIA | 1.1
Beschermd Stadsgezicht WELSTANDSNIVEAU I
Situering Het ruimtelijk karakter is gebaseerd op de gegroeide kleinschaligheid, openheid en diversiteit; Vervangende nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving; De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn richtinggevend bij nieuwbouw; Panden zijn alzijdig (gericht naar de openbare ruimte); De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijft gehandhaafd. Aanvullende criteria voor het Havengebied: Bebouwing staat in de rooilijn, geringe verspringingen zijn mogelijk binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing; De inpassing van massa en vorm tussen bestaande bebouwing is zorgvuldig. Massa en hoofdvorm De inpassing van massa en vorm tussen bestaande bebouwing is zorgvuldig; De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand; Bij panden die een stedenbouwkundig geheel vormen, blijven toevoegingen per pand ondergeschikt aan de hoofdstructuur en de ritmiek van het geheel.
Gevels Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal-kleurgebruik essentieel; Bij (vervangende) nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving met betrekking tot stijlkenmerken, materialen en kleuren het uitgangspunt; De maat en schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd; Om de horizontale gevelopbouw zijn de begrenzingen van de onderzijde (plint) en de bovenzijde (goot of kroonlijst) als belangrijke elementen behandeld; De vormgeving van de begane grond hangt samen met die van de verdieping; De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing, de individualiteit van de panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd;
De begane grond van panden op straatniveau hebben een open en aantrekkelijke uitstraling die past bij de architectuur van het gehele pand; De vormgeving van entree en andere kenmerkende gevelelementen (zoals bijvoorbeeld de symmetrie van de gevelopbouw) worden zorgvuldig behandeld.
Materiaalgebruik Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal tot uitgangspunt nemen; Het materiaalgebruik sluit aan op het kenmerende materiaalgebruik van de historische binnenstad. Dit zijn in hoofdzaak baksteen, al dan niet voorzien van een stuc- of schilderlaag, voor gevels en keramische dakpannen op de daken toepassen. Materialen met een vergelijkbare uitstraling zijn mogelijk als zij bijdragen aan het historische karakter van de binnenstad naar het oordeel van de beoordelende instantie; Het gebruik van glas, spiegelende oppervlakken, kunststof of kunsthars gevelbeplating is in princnipe niet toegestaan. In specifeke situaties kan specifiek materiaal passend zijn in de context. Dit alternatieve materiaal wordt dan op basis van de algemene criteria beoordeeld.
Kleurgebruik Voor hoofdmaterialen worden aardkleuren toegepast, in combinatie met rode of donkere pannen; In principe wordt geen toestemming verleend voor het schilderen van een goede baksteengevel; in bepaalde gevallen is het mogelijk om een baksteengevel met minder fraai metselwerk (door aanpassingen van gevelonderdelen) te schilderen (dodekoprood) of vegen (met cement); Gevels voorzien van een pleisterlaag mogen geschilderd worden in een natuurkleur (crème, wit/geel, beige of licht oker) passend bij de bouwstijl van het pand ( waarbij historisch onderzoek het uitgangspunt is); Kozijnen worden in lichte kleuren geschilderd (crème, oker/wit), de draaiende delen in donkeren tinten groen of blauw passend bij de bouwstijl van het pand ( waarbij historisch onderzoek het uitgangspunt is). Detaillering Kozijnen zijn van hout of hoogwaardige materialen met een vergelijkbare profilering en kleuring, afwijkingen moeten passend zijn in een architectonisch concept.
10
CRITERIA | 1.1
Beschermd Stadsgezicht WELSTANDSNIVEAU I
Lijstwerk wordt geschilderd in de kleur van de kozijnen; Door lichte kleuren te gebruiken komen eigen- en slagschaduwen op en van de profielen beter uit; De gestucte plinten worden donkergrijs of blauwgrijs gekleurd; Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke kleurgebruik tot uitgangspunt nemen; Het gebruik van sterk contrasterende kleuren wordt vermeden; Kleuren van dakpannen en metselwerk zijn op elkaar afgestemd.
Detaillering Bij renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met de kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak- en gevellijsten, siermetselwerk en speklagen (herstel, interpretatie of reactie); Specifieke detaillering van gevelopeningen, balkonhekken, deurluifels en dergelijke wordt met aandacht ontworpen, passend bij de bestaande bebouwing.
Erkers en vitrines passen in afmeting en detaillering in het ontwerp van de ondergevel en zijn ondiep; Toevoegingen aan het dak uitsluitend aan de achterzijde aanbrengen. In het geval dat de kap haaks op de as van de straat staat: ten minste 3 meter achter de voorgevelrooilijn.
Dakramen Aan de voorzijde zijn alleen verticaal gerichte dakramen met een maximaal oppervlakte van 0,75 m2 toegestaan. Muurreclame Geschilderde muurreclame is toegestaan, mits deze historisch verantwoord is en geen merknamen bevat.
Kozijn-, gevelwijzigingen en winkelpuien Passend bij de bestaande kozijnen in de gevel; Een transparante vormgeving (relatie binnen-buiten); Geen geblindeerde etalages of dichte gevelvlakken; Duurzame materialen toepassen, afgestemd op aanwezige materialen van de oorspronkelijke gevel; Detaillering afstemmen op oorspronkelijke detaillering van de gevel; Reclame en naamsaanduiding integreren in het ontwerp van de pui. Rolluiken zo veel mogelijk voorkomen met bouwkundige maatregelen in het ontwerp; Geen opvallende en / of contrasterende kleuren toepassen. Pui ontwerpen in goede samenhang met de verdieping en de architectuur van het oorspronkelijke pand. Dakkapellen Zie sneltoetscriteria. Aan- en uitbouwen Bijbehorende bouwwerken worden in massa, maatvoering en stijl afgestemd op de hoofdmassa; Materialen, kleuren en detaillering van de aan- en bijbouwen zorgvuldig afstemmen op die van het hoofdgebouw;
11
GEBIED | 1.1a Beschermd Stadsgezicht - Breede Gang
12
GEBIED | 1.1a Beschermd Stadsgezicht - De Breede Gang De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU II . De Breede Gang is onderdeel van het beschermd stadsgezicht en beschermd als Rijksmonument. Het beleid van de gemeente is niet alleen gericht op bescherming van Elburg-stad zelf, maar ook het direct omringende gebied.
Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven. Kwaliteiten en Kenmerken Het plangebied ‘De Breede Gang’ ligt buiten de veste. Dit gebied buiten de vesting was oorspronkelijk onderdeel van het schootsveld. Door ook dit gebied aan te wijzen als “Beschermd Stadsgezicht Elburg” is een groot deel van de schootsvelden vrij gebleven van bebouwing. Dit deel van het plangebied heeft hoofdzakelijk een groene hoofdstructuur. De binnenstad is nog geheel omgeven door de aarden fortificaties die in de jaren 1380 zijn aangelegd.
Van bijzonder belang zijn in dit opzicht de weilanden rondom de stad. Aan de westzijde van het historische Elburg omvat het te beschermen gebied de gronden tussen de Oude Zuiderzeestraatweg en de Flevoweg. Meer over de ontstaansgeschiedenis van dit gebied kunt u vinden op de volgende pagina.
Deze omwalling met op elk van de vier hoeken een bastion draagt met haar fraaie beplanting zeer bij tot de schoonheid van de stad. De Breede Gang grenst aan de noordzijde aan de watergang en aan de zuidzijde van de veste en aanpalende bastions. Deze gave eenheid van stadskern en omringende omwalling, zoals in Elburg wordt aangetroffen, mag in zijn totaliteit als een architectonisch stedebouwkundig monument van de eerste orde worden aangemerkt.
13
GEBIED | 1.1a Beschermd Stadsgezicht - De Breede Gang Kwaliteiten en Kenmerken Een bijzonder gebied aan deze westzijde vormt het gebied Breede Gang. Midden in dit, agrarisch gebied met graslanden ligt centraal in dit deelgebied, een gebied met volks- en recreatieve tuinen. De bebouwing is beperkt in hoogte, maximaal 1 bouwlaag met een (flauwe) kap. Hierdoor blijft vanuit het omliggende gebied het zicht op de vesting gehandhaafd. Door de aanwezige boombeplanting (solitairen en singels) en het struweel, bijvoorbeeld langs de Flevoweg is het karakter minder open dan het noordoostelijk deel van dit gebied. Het gebied grenst aan de bebouwingstructuren langs het Bagijnendijkje en Oude Kerkhofsweg. Aan het Bagijnendijkje staan woningen en (voormalige) boerderijen. Langs de Oude Kerkhofsweg zijn enkele nieuwere woningen gebouwd; deze dateren van eind 20ste / begin 21ste eeuw. Achter de panden langs de Havenkade loopt het Havendijkje. Hieraan liggen de tuinen, met tuinhuisjes, die horen bij de panden aan de Havenkade. De randen van het gebied de Breede Gang kenmerken zich door veel begroeiing in combinatie met schuttingen( circa 2 meter hoog) overwegend in natuurlijke materialen.
In combinatie met de bomen op de diverse percelen vormt dit een natuurlijke begrenzing van de ‘open’ ijsbaan en aanpalende weilanden. De overige grenzen van dit gebied vormen de bebouwingslinten aan het Bagijnendijkje en de Oude Kerkhofsweg. Vanaf deze straten is er minder zicht op de volkstuinen.
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU II .
14
CRITERIA | 1.1a
Beschermd Stadsgezicht - De Breede Gang (specifieke criteria)
Bebouwing (bijgebouwen, overkappingen en kassen) Plattegrond: rechthoekige (eenvoudige) plattegrond is het uitgangspunt; Kapvorm: Plat afgedekt of eenvoudige kap met flauwe dakhelling; Nieuwe bebouwingen of uitbreidingen dienen in samenhang met bestaande bebouwing op het perceel te worden vormgegeven; Bescheiden raam- en deuropeningen (passend bij het bijgebouwkarakter), m.u.v. kassen die geheel kunnen worden uitgevoerd; Overkapping: Lichte constructie met max. drie wanden, waarvan er max. twee tot de constructie behoren. De maximale maatvoering van kolommen is 30x30 centimeter breed. Materiaal, kleur en detaillering. Materiaal en kleur afgestemd op het tuinkarakter, overwegend hout voor de gevels, eventueel een gemetselde plint; geen toepassing van betonplaten of damwandprofielen; Dakmateriaal: pannen, golfplaten(antraciet), sedum- gedekte, natuurlijke kleuren; Eenvoudige detaillering (passend bij het bijgebouwkarakter); Het boeiboord heeft geen grotere hoogte dan 0,3 m tenzij er aangesloten wordt op een bestaande grotere maat. Erfscheidingen Erfafscheidingen in haagplanten of begroeide gaashekwerken; Erfscheidingen met gesloten afwerend karakter zijn niet toegestaan. (zoals houten schuttingen, gemetselde muren, betonnen keerwanden, kunststof golfplaten, stalen damwand e.d.); Kleur: Toepassing van gedekte kleuren of onbehandeld hout.
Erfinrichting (voorkeur) Uitgangspunt is een overwegend groene en natuurlijke terreininrichting waarbij verharding tot het strikt noodzakelijke wordt beperkt.
15
GEBIED | 1.2 Buitenplaatsen en landgoederen WELSTANDSNIVEAU I De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I .
Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven. Kwaliteiten en Kenmerken Buitenplaatsen en landgoederen zijn karakteristieke en waardevolle elementen, die van grote landschappelijke en cultuurhistorische waarde zijn. De gemeente Elburg telt officieel vier historische landgoederen namelijk Klarenbeek, Old Putten, Schouwenburg en Zwaluwenburg. Op de buitenplaatsen en landgoederen is de Monumentenwet 1988 van toepassing. Deze wet stelt hoge eisen aan verbouw en uitbreiding van de bebouwing. Bij de welstandsbeoordeling van beschermde buitenplaatsen en landgoederen wordt in principe uitgegaan van een zorgvuldige omgang met de historische waarde van de bebouwing. Voor alle bebouwing op buitenplaatsen en landgoederen is een zware toetsing, welstandsniveau 1, van toepassing. Meer over de ontstaansgeschiedenis van dit gebied kunt u vinden op de volgende pagina
16
GEBIED | 1.2 Buitenplaatsen en landgoederen WELSTANDSNIVEAU I Kwaliteiten en Kenmerken Landgoed Klarenbeek Het landgoed Klarenbeek is een historische buitenplaats en ligt ten zuiden van Doornspijk. Het park behorende bij het landgoed is noord-zuid georiënteerd en heeft een smalle en rechthoekige vorm. Het hoofdgebouw ligt aan de Zuiderzeestraatweg en stamt uit 1842. De parkaanleg dateert uit het begin van de 19e eeuw en wordt gekenmerkt door de Engelse landschapsstijl. Buitenplaats Old Putten De historische buitenplaats Old Putten grenzend aan de zuidzijde van de kern Elburg, is gebouwd op een zandrug waar vermoedelijk al vanaf de 12e eeuw een kasteel gevestigd is geweest. In de 17e eeuw werd de huidige buitenplaats aangelegd. Het hoofdgebouw heeft een duidelijke relatie met de Puttenerallee. Het complex bestaat naast het hoofdgebouw met koetsierswoning annex paardenstal, uit een park, oprijlaan en landerijen richting de molen en Schouwenburg.
Landgoed Schouwenburg Landgoed Schouwenburg is gelegen tussen ’t Harde en de kern Elburg. Over de ontstaansgeschiedenis van de Schouwenburg is niets bekend, waarschijnlijk was het oorspronkelijk een boerderij. Sinds de 16e eeuw komt de naam Schouwenburg voor en de kelders onder het hoofdgebouw dateren ook uit deze tijd. De huidige structuur van de buitenplaats dateert uit de 19e eeuw. Centraal in het parkaanleg ligt het hoofdgebouw met een koetshuis, een tuin met kenmerken van de Engelse landschapsstijl en een moestuin. Dit geheel wordt omringd door een gracht welke zich verbreed tot grote vijvers. Buiten de gracht liggen grote open weides omringd door forse bomenrijen. Verder maken een boerderij en een bos met slingerpaden onderdeel uit van het landgoed. De Eperweg scheidt het landgoed Schouwenburg van het landgoed Zwaluwenburg.
Landgoed Zwaluwenburg Landgoed Zwaluwenburg is gelegen tussen ’t Harde en Oostendorp. In 1728 werd het hoofdgebouw gebouwd ter plaatse van een ouder, wellicht versterkt huis (kasteel Wijnbergen) van de historische buitenplaats Zwaluwenburg. Het is aannemelijk dat het vroeger parkaanleg door een classicistische stijl gekenmerkt werd. Een lange centrale as liep dwars door het huis in oost-westrichting. Het hoofdgebouw staat op een rechthoekig terrein welke door een gracht omgeven wordt binnen de aanwezige structuur van lange en rechte lanen. Vanaf circa 1840 tot 1870 is het park getransformeerd tot een park met een meer landschappelijke stijl. Verder omvat het landgoed onder meer de boerderij De Zwaluwenburg, een rentmeesterwoning, een geometrische tuin en een parkweide.
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I.
17
CRITERIA | 1.2 Buitenplaatsen en landgoederen WELSTANDSNIVEAU I Situering In beginsel zijn de landgoederen en buitenplaatsen naar binnen gekeerd vormgegeven. Enkele bebouwingsaccenten kunnen gericht zijn naar de straat. Ook via een speciaal vormgegeven entree of poort kunnen de landgoederen zich manifesteren. Het omringende groen moet voldoende massa behouden; Bebouwing mag het beeld niet overheersen; Natuurlijke inpassing in de groene omgeving; Passende terreininrichting en verharding beperken; Afscheidingen van percelen als geheel zodanig uitvoeren dat de ruimtelijke continuïteit van de natuurlijke omgeving intact wordt gelaten. Massa en hoofdvorm In geval van nieuwbouw of ingrijpende wijzigingen is een hoogwaardige architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijke vormgeving vereist. Daarbij dient voor het complex een masterplan ontwikkeld en vastgesteld te worden, waarin het welstandsbeleid is uitgewerkt; Aanwezige stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten vormen het uitgangspunt, terughoudend omgaan met stijlvreemde toevoegingen.
Kleurgebruik Kleuren per gebouw dienen te harmoniëren met elkaar; Het kleurgebruik van aan- en bijgebouwen is afgestemd op dat van het hoofdgebouw; De kleuren van dakbedekking en gevels zijn op elkaar afgestemd. Detaillering Authentieke detaillering zoals overstekken, geaccentueerde lijsten en siermetselwerk wordt bij verbouw behouden; Bij renovatie en/of herstel wordt zorgvuldig omgegaan met de detaillering van de kap, de gevelopeningen en het metselwerk; De detaillering van aan- en bijgebouwen is zorgvuldig afgestemd op die van het hoofdgebouw; Serres en erkers worden met een zelfde aandacht voor detaillering als het hoofdgebouw uitgevoerd. Bijgebouwen/kleine bouwwerken Bijgebouwen in de vorm van schuren, garages, tuinhuisjes en dergelijke moeten bij voorkeur in het complex worden opgenomen, zodat het één geheel blijft.
Gevels Bij verbouw is het oorspronkelijke materiaalgebruik het uitgangspunt; Gevels die duidelijk zichtbaar zijn vanaf de openbare ruimte worden behandeld als voorzijden; Bij splitsing van het pand blijft de architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand behouden; Bij verbouw en renovatie wordt aangesloten bij de richting en de maatverhoudingen van de bestaande gevelopeningen. Materiaalgebruik Het dak van hoofd- en bijgebouwen is afgedekt met natuurlijke materialen; Het materiaalgebruik van aan- en bijgebouwen is afgestemd op dat van het hoofdgebouw.
18
GEBIED | 1.3 Militaire gebieden WELSTANDSNIVEAU I De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I .
Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven. Kwaliteiten en Kenmerken Het terrein van het Artillerie SchietKamp (ASK) is verspreid over drie gemeenten, te weten Epe, Oldebroek en Elburg. Het betreffende gebied van de gemeente Elburg is gesitueerd aan de provinciale weg Elburg – Epe (N309). Een groot gedeelte van de bebouwing, het gebied en de gemeentelijke monumenten op dit terrein is aangewezen als Rijksmonument. Het ontstaan van de legerplaats was het gevolg van ingrijpende vernieuwingen van geschut en munitie in de jaren rond 1870. In de loop der tijd zijn er op verschillende plaatsen op het terrein gebouwen toegevoegd. Het ASK-terrein is een militair complex dat in korte tijd – tussen 1877 en 1887 - is aangelegd. Op het hoogste punt van het gebied (Woldberg) ligt een van de oudste legerplaatsen in Nederland: de legerplaats bij Oldebroek. Nabij ’t Harde ligt de naoorlogse Luitenant-Kolonel Tonnetkazerne. Tussen de Tonnetkazerne en station ’t Harde van de Nederlandse Spoorwegen bevindt zich een raccordement, een laad – en losstation voor militaire voertuigen.
Landschappelijke kenmerken De opzet van de inrichting van het oude ASK was voor die tijd zeer modern, door de losse gebouwen met ieder een afzonderlijke functie. Het kamp is in een parkachtige structuur aangelegd, opgebouwd uit diverse paviljoens. Het kale heidelandschap werd voor een deel beplant met bomen en struiken, welke nu bijdragen aan de karakteristieke sfeer van het kamp. Het oude terrein is grofweg in te delen in vier gebieden, met een eigen ruimtelijke karakteristiek. Het bovenkamp (huisvesting van manschappen), het benedenkamp (opslag van materieel), het tentenveld (tussen het boven- en benedenkamp in) en als laatste het schietterrein zelf. Verder is nog op twee gebieden binnen het militaire complex bebouwing te vinden, vlak aan het spoor staat tegenwoordig het grootste deel van de militaire bebouwing. Aan de noordzijde, aansluitend aan het benedenkamp, staan verspreid over een klein gebied diverse gebouwen, in militaire functionele stijl. Aan een rondslingerende weg staat individuele bebouwing verstrooid over het terrein, met een parkachtige uitstraling. Deze naoorlogse militaire gebouwen hebben op zich geen bijzondere beeldwaarde, maar het neutrale functionele karakter van de bebouwing zorgt wel voor een architectonische eenheid en een rustige groene uitstraling waarbij aan de buitenruimte de hoofdrol wordt gelaten.
19
GEBIED | 1.3 Militaire gebieden WELSTANDSNIVEAU I Kwaliteiten en Kenmerken Het karakter van bovenkamp wordt bepaald door vrijstaande, lage gebouwen die bijna allemaal in dezelfde richting en in één lijn staan. De gebouwen aan de noordzijde van de Hessenweg staan parallel aan de hoogtelijnen en daardoor enigszins verdraaid ten opzichte van de straat. De ontstane driehoekige ruimte is ingevuld met een parkachtige aanleg. Het hoog opgaande volgroeide geboomte en de groenplantsoenen spelen in het karakter een grote beeldondersteunende rol. De gebouwen vormen met de parkachtige sfeer één geheel, waarbij de gebouwen met betrekking tot zichtlijnen een belangrijke positie innemen. De gebouwen zijn onder te brengen in de chaletstijl. In de jaren 1870 werd die stijl vooral met het buitenleven geassocieerd. Bij de gebouwen waar het vakwerk ontbreekt zijn de dakhellingen en dakranddetails overeenkomstig met de details van de overige bebouwing, waardoor toch in beeld één geheel gevormd wordt. De structuur van het benedenkamp wordt gekenmerkt door de parallelle plaatsing van gebouwen haaks op de koningin Julianaweg. De oorspronkelijke aanleg, bestaande uit zes
paardenstallen in twee rijen van drie, is nog goed herkenbaar. Vanwege de functie hebben in dit deel van het gebied de meeste veranderingen en uitbreidingen plaatsgevonden. Door het grote bestrate oppervlak, de grote parkeerplaatsen voor het rollend materieel en de lage bouwmassa’s heeft het gebied een zeer open karakter met plaatselijk hoog opgegroeid geboomte. Op de andere twee gebieden (het tentenveld en het schietterrein) staat nagenoeg geen bebouwing. Door het oorspronkelijke open karakter van deze gebieden zou dit terrein zo veel mogelijk gespaard moeten worden voor bebouwing, zodat er geen visuele scheidingen in het gebied ontstaan. De bebouwing zorgt wel voor een architectonische eenheid en een rustige groene uitstraling, waarbij aan de buitenruimte de hoofdrol wordt gelaten. Een groot deel van de bebouwing dient geen militair doel meer en is nu voor andere doeleinden in gebruik. Het grootste gedeelte van de kazerne bevindt zich op de hoek tussen het spoor en de Elburgerweg. De bebouwing en opzet van dit gebied is grootschalig en niet vergelijkbaar
met enige andere bebouwing op het militaire complex. Het terrein heeft veel weg van een industrieel gebied; ruime straatprofielen en grote naar binnen gekeerde bebouwing. Door de grove schaal en de ruimte tussen de bebouwing heeft het gebied een rustig uitstraling, met een strak geordende opzet.
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU I .
20
CRITERIA | 1.3 Militaire gebieden WELSTANDSNIVEAU I Situering Behouden van het ruimtelijk karakter van de parkachtige aanleg als geheel; Natuurlijke inpassing in de ‘groene’ omgeving, verzorgd groenontwerp en verharding beperken; Aanwezige stedenbouwkundige kwaliteiten vormen het uitgangspunt en moeten gerespecteerd worden. Massa en hoofdvorm Aanwezige architectonische kwaliteiten vormen het uitgangspunt, terughoudend omgaan met stijlvreemde toevoegingen; Het gebouw kan zich middels een speciaal vormgegeven entree of poort manifesteren in de omgeving. Gevels De verschillende hoofdfuncties zijn te onderscheiden door architectonische accenten en geledingen; Bij verbouw is het oorspronkelijke materiaalgebruik het uitgangspunt. Materiaalgebruik Hoofdmaterialen toepassen in gedekte kleuren.
Kleurgebruik Kleuren dienen te harmoniëren met elkaar. Detaillering Zorgvuldige detaillering, overeenkomstig met bestaande detaillering. Bijbehorende bouwwerken Aan- en bijbouwen voor de voorgevelrooilijn worden niet toegestaan; Erkers en vitrines zijn niet toegestaan; Toevoegingen aan het dak zijn niet toegestaan.
Erfafscheidingen Geen erfafscheidingen en toegangspoorten e.d. toepassen. Uitgaan van hagen, heggen of houtwallen. Deze elementen zo situeren dat dit de samenhang van de bebouwing ondersteunt. Dakramen Aan de voorzijde zijn alleen verticaal gerichte dakramen met een maximaal oppervlakte van 0,75 m2 toegestaan.
21
Welstandsniveau 2 | - Reguliere toetsing 22
Welstandsniveau II | - Reguliere toetsing Hieronder vallen de overige gebieden, die vanuit het perspectief van de gehele gemeente niet de zwaarste (welstandsniveau 1) toetsing nodig hebben, maar die wel een eigen karakteristiek en waarde hebben. Hierbij valt te denken aan belangrijke hoofdroutes en doorgaande wegen en de bebouwing aan ontsluitingswegen in de kernen. Welstandsniveau 2 is niet van toepassing in de welstandsvrije gebieden.
Welstandsniveau II - Reguliere toetsing Inleiding Welstandsniveau II is onder te verdelen in twee hoofdcategorieën, het buitengebied en de bebouwde omgeving. Deze twee categorieën zijn nog verder onder verdeeld ten behoeve van de verfijning van de ruimtelijke kwaliteit. Buitengebied Het buitengebied van Elburg is van grote waarde, de grote landschappelijke en functionele diversiteit maakt het tot een aantrekkelijk gebied voor zowel bewoning als recreatie. Het beleid is bij ontwikkelingen in dit gebied gericht op het behoud van deze kwaliteiten. In de openheid van het landschap kan een kleine verstoring al grote afbreuk doen aan het geheel. De hoofdstructuur van het landschap in de gemeente Elburg is sterk gekoppeld aan de opbouw van het land en heeft een zonering evenwijdig aan de kustlijn. Het karakter van de zonering wordt bepaald door de overgang van het beboste Veluwemassief naar het open weidegebied langs de kust. Daartussen ligt een overgangszone.
Welstandsniveau I Welstandsniveau II Welstandsniveau III (welstandsvrij)
De volgende deelgebieden vallen onder welstandsniveau II.
Buitengebied • De open polders (kuststrook tot en met de zuiderzeestraatweg, met uitzondering van het dekzandgebied Oostendorperstraatweg) • Overgangsgebied (het gebied tussen de open polders en het veluwemassief ) • Bosgebied Veluwemassief (ASK en het gebied ten zuiden van de Bovenweg) • Historische bebouwingslinten buiten de bebouwde kom • Zuiderzeestraatweg; • Eperweg; • Bovenweg; • Stadsweg; • Overige linten. Bebouwde gebieden Elburg bestaat uit 5 verschillende kernen. Met uitzondering van het beschermd stadsgezicht vallen alle kernen onder welstandsniveau II. De kernen hebben elk een duidelijke eigen identiteit die weerspiegelt in de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. • Oostendorp; • Hoge Enk; • Doornspijk; • ’t Harde; • bedrijventerreinen. Per deelgebied (zowel voor de bebouwde gebieden als het buitengebied) is een aparte gebiedsbeschrijving waarin de karakteristieken van de bebouwing en het landschap zijn opgenomen.
23
Buitengebied 24
GEBIED | Buitengebied 2a Zone: De open polders WELSTANDSNIVEAU II De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwings structuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU II.
Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven. Kwaliteiten en Kenmerken Dit gebied kenmerkt zich sterk door de aanwezigheid van open polders en relatief weinig bebouwing en de afwezigheid van (veel) hoog opgaande bomen en beplanting, waardoor het een grootschalig karakter heeft. De structuur en het beeld wordt in hoge mate bepaald door de manier waarop het ontgonnen is. Het gebied diende een agrarisch doel, het huidige landschap is grotendeels gevormd door agrarisch gebruik. Direct ten zuiden van Elburg vormen de Elburger Zeedijk (Oude Zeeweg) en de Kerkdijk karakteristieke elementen. Ten noordoosten van Elburg vormt de Kamperdijk de visuele begrenzing van het polderlandschap. Langs het Veluwemeer is plaatselijk een brede rietkraag aanwezig, met hier en daar een elzenopstand. Meer over de ontstaansgeschiedenis van dit gebied kunt u vinden op de volgende pagina.
25
GEBIED | 2a Zone: De open polders WELSTANDSNIVEAU II Kwaliteiten en kenmerken In het open poldergebied van de gemeente Elburg is een beperkte mate van bebouwing aanwezig. Boerderijen staan verspreid langs wegen, op enkele plekken is er een kleine concentratie van de bebouwing. Deze komen voor langs de Mezenbergerweg en de Dorstenweg. De schaarse bebouwing in het open landschap bestaat uit terpboerderijen die enigszins terug liggen van de weg. De boerderijen vormen samen met bijgebouwen en erfbeplanting zelfstandige ensembles. De aanwezige moderne (herverkavelings)boerderijen staan niet altijd op een terp of aan een (historische) ontginningsas. Belangrijk is de handhaving van het weidse karakter van het open polder gebied.
De boerderijen benadrukken de uitgestrektheid van het landschap. De gebouwen in samenhang vormen markante ensembles. Op de weg door de polder zijn ze een boeiende onderbreking, door de enigszins losse compositie van de gebouwen. Schuttingen ter afscherming van het erf vertroebelen het open karakter van het landschap. Ook andere ingrepen kunnen leiden tot afbrokkeling van de karakteristieken van het buitengebied. Verdichting en schaalvergroting zijn slechts met zeer grote uitzondering mogelijk en zullen met aandacht voor de specifieke ruimtelijke kenmerken van het landelijke gebied benaderd worden. Door functieverandering kan de weidsheid van het landschap aangetast worden.
De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU II .
26
CRITERIA | 2a Zone: De open polders WELSTANDSNIVEAU II Situering Hoofd- en bijgebouwen vormen een samenhangend geheel, bedrijfsgebouwen (stallen, schuren) terug gelegen ten opzichte van het woongebouw situeren, rondom een centraal erf; Ondergeschikte gebouwen en objecten, zoals trafo-gebouwtjes, voederkuilen, mest,- en voedersilo’s, ondergeschikt situeren of in gebouwen integreren; De plaatsing van gebouwen volgens kavelkarakteristiek - Bij slagenkavels bebouing evenwijdig aan het kavel - Bij kavels aan de weg gerelateerd, bebouwing ook qua gerichtheid aan de weg relateren. Massa en hoofdvorm De hoofvorm is een eenduidige, kloeke bouwmassa op een rechthoekige basis met een eenvoudig en harmonisch samengestelde massa opbouw; Lage gootlijn, zonder of met weinig doorbrekingen zoals dakkapellen of dakopbouwen; Aan,- en bijgebouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofbebouwing. Gevels Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal-kleurgebruik het uitgangspunt; Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving met betrekking tot stijlkenmerken en materialisering het uitgangspunt; Eenvoudig en harmonisch samengestelde gevelopbouw; Geleding (hierarchie) van de gevels door een goede situering en verhouding van ramen en deuren.
Materiaalgebruik Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal als uitgangspunt nemen In hoofdzaak baksteen, al dan niet voorzien van een stuc,- of schilderlaag voor de gevels en dakpannen of riet op daken; Voor bijgebouwen zijn houten delen (rabat) voor de gevels en golfplaten als dakbedekking (naast baksteen en pannen) ook mogelijk; Ingetogen materiaalgebruik. Geen grofschalige (geprefabriceerde) gevelplaten of dakbe-
dekking toepassen. (voor bedrijfsopstallen).Hoogwaardige kunststof beplating en golfplaten als dakbedekking kunnen, na beoordeling van een monster, wel worden toegepast. Kleurgebruik Kleuren per gebouw zijn ingetogen en dienen te harmonieren met elkaar; Kleurgebruik in hoofdzaak met gedekte tinten; Bij verbouw of renovatie het oorspronkelijke kleurgebruik tot uitgangspunt nemen; in lichte kleur geschilderde, gestucte of gekeimde gevels worden toegestaan indien deze kenmerkend zijn voor de omgeving of bouwstijl van het pand. Detaillering Kozijnen van hout, of materialen met een vergelijkbare profilering en kleuring. Afwijkingen hiervan moeten passen in een architectonisch concept; Details van karakteristieke en esthetisch belangrijke bouwdelen zorgvuldig uitvoeren; Bij renovatie wordt zorgvuldig omgegaan met kenmerkende ornamentiek als overstekken, dak,- en gevellijsten, siermetselwerk en speklagen (herstel, interpretatie of reactie). Erven (voorkeur) Bebouwing en beplanting als organische eenheid beschouwen; Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse varianten; Erfverharding tot een minimum beperken; Erfafscheidingen; Uitvoering is situatieafhankelijk. Bij voorkeur de tuin,- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen.
Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse soorten, zo min mogelijk terreinverharding van het perceel. Bouwplannen die zien op gebieden met een recratieve bestemming recreatieterrein/ parken) worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau I, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten (Zuiderzeestraatweg, Bovenweg, Stadsweg en de Eperweg zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.
27
GEBIED | 2b OVERGANGSZONE WELSTANDSNIVEAU II De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU II.
Ken uw gebied Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven. Kwaliteiten en kenmerken De agrarische wegen in dit gebied bestaan uit bebouwingslinten met fraaie ensembles van boerderijen met bijgebouwen en erfbeplanting, hier en daar voorzien van houtwallen. Deze ensembles geven het gebied een menselijke schaal. De verschillende gebouwtypen die voorkomen zijn doorgaans eenvoudige, rechthoekige volumes zonder zijvleugels. De secundaire bebouwingslinten kennen naast karakteristieke boerderijen ook oude landarbeidershuisjes en zogenoemde “Veluwse huisjes”.
De bewaard gebleven karakteristieken van de bebouwingslinten langs de Bovenweg en van de Oude Harderwijkerweg in de Hoge Enk zijn van historisch belang. Ze spelen een belangrijke rol bij het verankeren van de naastgelegen woonbuurten in hun landelijke omgeving. Met de gebieden, die nog duidelijk te herkennen zijn als historische linten, dient zorgvuldig omgesprongen te worden. Meer over de ontstaansgeschiedenis van dit gebied kunt u vinden op de volgende pagina.
De oudere boerderijen in het gebied zijn historische beelddragers van de gemeente. Door een vermindering van agrarische activiteit in het gebied, neemt het aantal burgerwoningen gestaag toe. Daarbij worden vaak de kleinere huizen, zoals landarbeidershuisjes en noodwoningen, vervangen door grotere huizen.
28
GEBIED | 2b OVERGANGSZONE WELSTANDSNIVEAU II Kwaliteiten en Kenmerken 2b Zone: overgangsgebied De hoofdstructuur van het landschap in de gemeente Elburg is sterk gekoppeld aan de opbouw van het land en heeft een zonering evenwijdig aan de kustlijn. Het karakter van de zonering wordt bepaald door de overgang van het beboste Veluwemassief naar het open weidegebied langs de kust. Daartussen ligt een overgangszone waarin verschillende landschapstypen te onderscheiden zijn. De Bovenweg vormt de grens tussen het Veluwemassief en het overgangsgebied. Beboste uitlopers, droge dekzandruggen en natte venige gebieden vormen landschappelijk gezien een geheel. Op de meeste plaatsen heeft het gebied een vrij besloten karakter, mede door de vele houtwallen. Bij de Hoge Enk is het kampenlandschap nog in zijn oorspronkelijke vorm aanwezig. Op de dekzandruggen wordt het beeld bepaald door een mozaiek van boerderijen, erfbeplantingen, bosjes en houtwallen, akkers en weilanden. Waar de ruggen smaller worden wordt het hoogteverschil met de lager gelegen gronden duidelijker, zoals langs de Bovenweg. De blokvormige percelen hebben een bolle ligging ten gevolge van de eeuwenlange ophoging met potstalmest. De rand van de veluwe wordt gekarakteriseerd door de aanwezigheid van dorpen en buurtschappen met tussenliggende bebouwing.
Op de dekzandrug van Wessinge ligt de Bovenweg, de zuidelijke grens van dit gebied. Aan de aanwezige agrarische wegen zijn bebouwingslinten met fraaie ensembles van boerderijen met bijgebouwen en erfbeplanting en enkele historische houtwallen. In het veengebied is met name evenwijdig aan de weg gebouwd, aan de stuwwal. De aanwezige (voormalige) boerderijen vormen samen met de houtwallen en erfbeplanting een ensemble dat het landschap een menselijke schaal geeft. De verschillende bebouwingstypen hebben een enkelvoudig volume zonder zijvleugels. Het veenontginningslandschap vormt een visueel duidelijk contrast met het kampenlandschap. Kenmerkend voor het lager gelegen overgangsgebied zijn de rationeel verkavelde graslanden, die worden doorsneden door sloten en beken. Er komen verspreid boerderijen voor, merendeel langs insteekwegen dwars op de zuidwest-noordoost gerichte dekzandruggen.
Opvallende elementen in het landschap zijn de landgoederen, deze worden geaccentueerd door de verspreide bospercelen en een rechthoekige lanenstructuur. Het centrale bebouwingslint van de Hoge Enk, de Oude Harderwijkerweg, heeft zijn historisch karakter behouden. Andere secundaire bebouwingslinten hebben naast karakteristieke boerderijen ook oude landarbeidershuisjes en “Veluwse” huisjes. De oudere boerderijen in het gebied horen bij de historische beelddragers van de gemeente. Door vermindering van de agrarische functie groeit het aantal burgerwoningen in het gebied voortdurend. Noodwoningen en kleine huizen worden vaak vervangen voor grotere woningen. Door deze ontwikkeling wordt de historische relatie tussen bebouwing en landschap minder vanzelfsprekend. Het beleid is gericht op herstel en handhaving van de oorspronkelijke karakteristieken van het gebied. De Met de gebieden die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingslinten dient zorgvuldig omgesprongen te worden.
D e gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied WELSTANDSNIVEAU II .
29
CRITERIA | 2b OVERGANGSZONE WELSTANDSNIVEAU II Situering De plaatsing van gebouwen volgens kavelkarakteristiek: bij slagenkavels bebouwing evenwijdig aan de kavel; bij kavels aan de weg, bebouwing ook qua gerichtheid aan de weg relateren; Ondergeschikte gebouwen en objecten, zoals trafohuisjes, voederkuilen mest,- en voerdersilo’s, ondergeschikt situeren of in gebouwen integreren; Verspringingen in de rooilijn blijven binnen de uitersten van de naastgelegen bebouwing; De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijft gehandhaafd. Massa en hoofdvorm Bebouwing mag geen afbreuk doen aan het groene karakter van de omgeving, schaal en vormgeving zodanig inpassen dat natuur de boventoon blijft voeren; Inspelen op de algemene bebouwingskarakteristiek; met als hoofdvorm een eenduidige, kloeke bouwmassa op een rechthoekige basis met een eenvoudig en harmonieus samengestelde massaopbouw; Streven naar behoud van de karakteristiek van eenduidige typologie, waarin boerderijen herkenbaar zijn als boerderij, woonhuizen als woonhuis; Dakvorm met lage gootlijn, zonder of weinig doorbrekingen als dakkapellen en dakopbouwen; Bebouwingshoogte is kleinschalig (ca.