Nota beantwoording zienswijzen Berkenweg met bijlagen def 02-02-2022(1).pdf
Tekst van het document
Omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit “Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk” Nota Samenvatting en beantwoording zienswijzen
Geanonimiseerde versie: t.b.v. publicatie
Gemeente Elburg Afdeling Dienstverlening
2
NOTA SAMENVATTING EN BEANTWOORDING ZIENSWIJZEN Plannaam: Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk Dossiernummer: Z-HZ_WABO-2020--060 NL.IMRO.0230.OVBERKENWEG-ONT1 De ontwerp omgevingsvergunning met projectafwijkingsbesluit voorziet in het realiseren van vier vrijstaande woningen met bijgebouwen op het adres Berkenweg 9 en 9a en het huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel Berkenweg 13 te Doornspijk. De ontwerp-omgevingsvergunning heeft van 2 december 2021 tot en met 13 januari 2022 voor een ieder ter inzage gelegen. De ter visie legging van deze ontwerp-omgevingsvergunning is van te voren aangekondigd in het Gemeenteblad van 2 december 2021. Gedurende de inzagetermijn is 1 zienswijze door 8 personen ingediend. De inhoud van de zienswijze is in alle 8 gevallen identiek. Het wordt in deze nota samengevat en beantwoord. Op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens is het niet toegestaan om (zonder toestemming) gegevens van natuurlijke personen digitaal beschikbaar te stellen. In versies van deze zienswijzennota die digitaal openbaar beschikbaar gesteld worden zijn daarom de persoonsgegevens geanonimiseerd. Overzicht indieners zienswijzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.
mevrouw H. Lokhorst-Hop, Berkenweg 3, 8085 RT Doornspijk de heer R. Polinder, Berkenweg 2, 8085 RT Doornspijk mevrouw G. Reiling-van de Kemp, Bovenweg 61, 8085 SG Doornspijk mevrouw M.W. Kuiper en de heer H.J. Starink, Schootbruggeweg 30, 8085 RW Doornspijk de heer M. van de Kolk, Berkenweg 11, 8085 RT Doornspijk de heer A. van Olst en mevrouw A. van Olst Hop, Berkenweg 3, 8085 RT Doornspijk de heer L. Vlijm, Schootbruggeweg 7, 8085 RV Doornspijk de heer G.G.J. Vlijm, Schootbruggeweg 9, 8085 RV Doornspijk
3
Samenvatting en beantwoording zienswijzen Nr.
1.
Inhoud zienswijze De indieners van de zienswijze zijn van mening dat tijdens de commissievergadering waarin de ontwerpverklaring van geen bedenkingen (vvgb) werd behandeld verkeerde informatie is verstrekt, omdat: - Er ten onrechte is aangegeven dat er al een principebesluit lag van het college en dat er medewerking is toegezegd. Dit zou de juridische procedures en de raad aan de kant zetten. Het college heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen, maar dit kan geen garantie bieden dat de vergunning ook daadwerkelijk wordt verleend en in rechte in stand blijft; - Het principebesluit is een besluit van het college. De raad moet instemming verlenen en de gemeente kan onderbouwd besluiten om de vergunning niet te verlenen; - De aanvraag is aangepast ten opzichte van het principebesluit; - Er wordt niet aan alle overwegingen (voorwaarden) uit het principebesluit voldaan, zoals blijkt uit de zienswijze; - Het project past niet binnen de Toekomstvisie, het Beleidsplan Vitale Vakantieparken, de Woonvisie en deels niet binnen de Notitie Doelgroepenbeleid; - Er is geen sprake van 2 nieuwe woningen op Berkenweg 9. Bij de bestaande woning is sprake van inwoning, zodat het geen reguliere woning is die zomaar mag worden gesplitst. Er
Gemeentelijke reactie Op 7 mei 2019 heeft het college zich bereid verklaard om medewerking te verlenen aan de door de aanvrager in februari 2018 geuite ideeën om arbeidsmigranten en mensen met onbegrepen gedrag op het perceel Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk te huisvesten (Proeftuin Berkenweg – Een eigen plek voor mensen met onbegrepen gedrag). Dit besluit is bij schrijven van 9 mei 2019 bevestigd. Op 25 mei 2020 heeft de gemeenteraad de Notitie Doelgroepenbeleid vastgesteld en het amendement aangenomen, waarin o.a. is bepaald dat doelgroepen niet gemengd gehuisvest mogen worden op een locatie. Als gevolg hiervan is dat de realisatie van huisvesting voor arbeidsmigranten samen met huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag op één locatie aan de Berkenweg niet meer mogelijk is. Gelet op deze ontwikkeling is het besluit van 7 mei 2019 bij schrijven van 11 augustus 2020 ingetrokken. Het klopt inderdaad dat de aanvraag is aangepast ten opzichte van het verzoek, waarvoor het college in eerste instantie een principebesluit heeft genomen (welk principebesluit inmiddels ook weer is ingetrokken). Deze aanvraag (gewijzigde aanvraag) is uiteraard op zichzelf getoetst aan de relevante wet- en regelgeving en, dus, ook aan de eisen van een goede ruimtelijke ordening.
Anders gezegd: het toetsingskader van de aanvraag is de vigerende wet- en regelgeving, inclusief de eisen van een goede ruimtelijke ordening. Het toetsingskader is dus niet het indertijd in 2019 genomen principebesluit (dat inmiddels weer is ingetrokken). Het is
4
Aanpassing Nee
-
is dus sprake van 3 nieuwe woningen. In de ruimtelijke onderbouwing is niet aangegeven waarom deze nieuwe woningen in het buitengebied moeten worden gerealiseerd, zodat het in strijd is met het beleid en kan leiden tot ongewenste precedentwerking; Bij de ontwerp-vvgb is een ruimtelijke onderbouwing van 23-9-2021 voorgelegd en ter visie is een ruimtelijke onderbouwing van 27-9-2021 gelegd. Wat zijn de verschillen en waarom zijn er ineens verschillen aangebracht?
Als de raadsleden de verkeerde informatie hebben meegewogen om wel in te stemmen met de ontwerpvvgb, dan is de ontwerp-vvgb onterecht afgegeven en moet de ontwerp-vvgb opnieuw aan de raad worden voorgelegd.
derhalve ook zo dat het college op basis van de gewijzigde aanvraag zelfstandig beoordeelt of de ontwikkeling kan worden vergund; ook de raad maakt een zelfstandige afweging in het kader van zijn besluit omtrent de verklaring van geen bedenkingen. Op de Toekomstvisie, het Beleidsplan Vitale Vakantieparken, de Woonvisie en de Notitie Doelgroepenbeleid komen wij zo terug. Het huidige gebouw aan de Berkenweg 9 betreft twee woningen, met elk hun eigen perceel, namelijk DSK 00 D 4425 (nr. 9) en DSK 00 D 4426 (nr. 9a). Verder is ook feitelijk sprake van gescheiden huishouding. Al sinds jaar en dag (omstreeks 1965) wonen twee gezinnen in deze woningen. De woningen hebben onder meer twee keukens en twee badkamers waarmee de gescheiden huishouding wordt geborgd. Het realiseren van de 2 nieuwe woningen is bovendien ruimtelijk aanvaardbaar, onder meer omdat het gaat om het bouwen van woningen in reeds bebouwde omgeving. Ten aanzien van de opmerking dat de ruimtelijke onderbouwing is aangepast merken wij op dat dit document gedurende de procedure verschillende keren wordt aangepast, namelijk n.a.v. de ingediende zienswijzen en ook ambtelijk. De definitieve versie wordt samen met de uiteindelijke versie van de definitieve vergunning ter visie gelegd.
In dit geval ging het om aanpassingen van de tekeningen, die pas na de raadsvergadering doorgevoerd konden worden en aanpassingen van de stikstofberekeningen als gevolg van voortschrijdend inzicht (zie ook hierna onder punt 23). De raadsleden zijn niet verkeerd geïnformeerd en zij hebben op basis van de juiste informatie besluit genomen om een ontwerp-vvgb af te geven.
2.
Principebesluit is tijdens het WOB-verzoek dat gedaan is niet met omwonenden gedeeld, terwijl het een openbaar document is. Alsnog toezenden.
Op 22 mei 2019 hebben wij van één omwonende (thans één van de indieners van deze zienswijze) een WOB-verzoek ontvangen. Dit verzoek is door ons afgehandeld, waarbij het principebesluit van
5
Nee
7 mei 2019 als bijlage is meegestuurd. Dit besluit is verder samen met de belangrijkste documenten inzake het dossier Berkenweg gepubliceerd op de website van de gemeente. Het principebesluit is hiermee openbaar gemaakt en was voor iedereen raadpleegbaar. 3.
Bijlage ‘Proeftuin Berkenweg’ gaat in op het vestigen van mensen met onbegrepen gedrag op deze locatie, terwijl dit niet meet de bedoeling is van het project. Bijlage verwijderen.
4.
Op de situatietekening ‘1813 Berkenweg In de bestaande situatie staan op het terrein 15 recreatiewoningen en terreintekening 22-11-2021’ staat naast de 4 één bedrijfswoning, dus 16 wooneenheden in totaal. Dat is conform genoemde nieuwe woningen nog een ‘bedrijfswoning’ art. 19.1.1 sub b van het bestemmingsplan toegestaan. Dat verandert op in de meest zuidwestelijke hoek van het door de ontwikkeling niet. Na de ontwikkeling is sprake van projectgebied. Hier wordt in de stukken niets over huisvesting van arbeidsmigranten in wederom 16 wooneenheden. vermeld. Op basis waarvan is dit vergund en wie gaat Het klopt dat het feitelijk niet gaat om de realisatie van een nieuwe daarin wonen? bedrijfswoning, maar om het vervangen van de reeds daar gelegen Op de tekening is in de huidige situatie ingetekend als bestaande bedrijfswoning. Op het terrein staat momenteel een ‘te slopen bijgebouw’, maar in bepaalde onderzoeken bedrijfswoning met een schuur. Dat blijft ook na realisatie de situatie. wordt dat weer als ‘verblijf’ genoemd. Ook in de gewijzigde aanvraag en in de publicaties staat dat niet H Hieronder volgen een drietal afbeeldingen, waarop e.e.e. in beeld is vermeld. In de aanvraag wordt gesproken over 16 gebracht. bestaande recreatiewoningen, terwijl dat niet klopt.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt daar ook niets over genoemd, zodat de ruimtelijke onderbouwing en de andere documenten niet voldoen. In de stukken wordt aangegeven dat er 96 arbeidsmigranten kunnen worden geplaatst volgens de SNF-normen (16 recreatiewoningen x 6 personen). Op de tekening zijn 15 recreatiewoningen + 1 bedrijfswoning aangegeven. Dat heeft invloed op het aantal arbeidsmigranten.
Bijlage was als illustratie bij de oorspronkelijke aanvraag waarbij de huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag werd verzocht, Het zal eruit gehaald worden.
6
Bijlage wordt bij de definitieve omgevingsvergunning weggelaten
Tekst ruimtelijke onderbouwing wordt aangepast naar ’16 wooneenheden’
Rood omrand is huidige situatie waar de bedrijfswoning en schuur staan.
7
Huidige situatie met bedrijfswoning en schuur. Nieuw te bouwen situatie.
8
13Rp1
Bestaande te slopen woning Nieuwe schuur Nieuwe woning 5.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt meerdere keren onterecht aangegeven dat sprake is van een bestemmingsplanwijziging/-herziening.
Dit klopt. De benaming op het voorblad en de koptekst van de ruimtelijke onderbouwing (en de overige stukken) zullen aangepast worden.
Tekst voorblad en koptekst ruimtelijke onderbouwing worden aangepast
6.
In de aanleiding van de ruimtelijke onderbouwing staat ten onrechte aangegeven dat het gaat over het huisvesten van arbeidsmigranten in voormalige recreatiewoningen. Er komt echter een extra woning op het recreatieterrein. Ook wordt ten onrechte gesteld dat het om 2 extra vrijstaande woningen gaat, terwijl het 1 bestaande woning met inwoning is. Er komen 3 extra woningen bij.
In de bestaande situatie staan op het terrein 15 recreatiewoningen en één bedrijfswoning, dus 16 wooneenheden in totaal. Dat is conform art. 19.1.1 sub b van het bestemmingsplan toegestaan. Dat verandert door de ontwikkeling niet. Na de ontwikkeling is sprake van huisvesting van arbeidsmigranten in wederom 16 wooneenheden. Het klopt dat het feitelijk niet gaat om de realisatie van een nieuwe bedrijfswoning, maar om het vervangen van de reeds daar gelegen bestaande bedrijfswoning. Dit zal als zodanig worden aangepast. Op het terrein staat momenteel een bedrijfswoning met een schuur. Dat blijft ook na realisatie de situatie.
Tekst ruimtelijke onderbouwing wordt aangepast naar ’16 wooneenheden’
9
Het huidige gebouw aan de Berkenweg 9 betreft twee woningen, met elk hun eigen perceel, namelijk DSK 00 D 4425 (nr. 9) en DSK 00 D 4426 (nr. 9a). Verder is ook feitelijk sprake van gescheiden huishouding. Al sinds jaar en dag (omstreeks 1965) wonen twee gezinnen in de bestaande woningen aan de Berkenweg 9 en Berkenweg 9A. De woningen hebben onder meer twee keukens en twee badkamers waarmee de gescheiden huishouding wordt geborgd. Het realiseren van de 2 nieuwe woningen is bovendien ruimtelijk aanvaardbaar, onder meer omdat het gaat om het bouwen van woningen in reeds bebouwde omgeving. 7.
Bij de bestaande situatie wordt gesteld dat er een bedrijfswoning is, maar op de tekening van de bestaande situatie staat dat niet. Welk object wordt op dit moment als bedrijfswoning gebruikt? En wanneer is de bedrijfswoning als zodanig vergund?
Conform art. 19.1.1 sub b van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018’ is op het terrein de realisatie van één bedrijfswoning toegestaan. Dit verandert niet in de toekomst. De bedrijfswoning is te vinden op het terrein 13R/p en is als zodanig vergund vanaf 2007. Het gaat momenteel om een woning met een schuur. Dat blijft ook na realisatie de situatie.
Nee
8.
Het verwijderen van de bestaande 9 caravans is niet zondermeer een reden om de nieuwe woningen te realiseren. Op basis waarvan worden de nieuwe woningen toegewezen?
De verouderde caravans worden gesloopt en in plaats daarvan worden 2 vrijstaande nieuwe woningen teruggebouwd overeenkomstig de bepalingen van het bestemmingsplan.
Sloop wordt als voorwaarde in de definitieve vergunning opgenomen
De sloop van de caravans is verder niet als voorwaarde in de vergunning opgenomen.
De caravans zijn in slechte staat en worden daarom vervangen door woningen die aan de daaraan te stellen eisen voldoen. Caravans zijn daarnaast minder geschikt voor het gebied waar deze zich nu in bevinden. Het is vanuit ruimtelijke oogpunt daarom aanvaardbaar om woningen te laten verrijzen in het gebied. Ook kent het gebied een woonbestemming en ontstaat door de realisatie een beeld van het gebied waartegen door de omgeving beter wordt aangekeken. Het klopt dat het slopen van de caravans niet als een voorwaarde in de vergunning is opgenomen. Deze eis volgt echter uit de tekeningen en bijlagen die een integraal onderdeel van de omgevingsvergunning uitmaken. Het project dient conform de vergunning en de daarbij behorende tekeningen en bijlagen uitgevoerd te worden. Mocht dit
10
niet het geval zijn, dan zal er gehandhaafd worden. De sloop zal voor volledigheid wel als een voorwaarde opgenomen worden in de definitieve omgevingsvergunning 9.
Er wordt gesteld dar er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling, terwijl dat wel dergelijk het geval is. Er is sprake van een functiewijziging waarmee een ander planologisch beslag op de ruimte wordt gedaan. De huidige verblijfsrecreatie wordt in de toekomstige situatie omgezet naar permanente bewoning. Dit heeft een ander karakter dan verblijfsrecreatie in de rurale omgeving. Er komen relatief veel woningen bij. Er wordt vermeld dat er sprake is van een bestaand stedelijk gebied. Het is echter een perifeer gebied, dunbevolkt met weinig verschillende functies. Er is geen sprake van een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen of soortgelijke functies, de bebouwing hoort niet bij een groter aaneengesloten bebouwd gebied. De ligging is ‘achteraf’. De aard van de omgeving is een zeer rustig bosgebied. De verblijfsrecreatie maakt niet dat het een stedelijk gebied zou zijn. In de stikstofberekeningen wordt ook uitgegaan van een ‘niet stedelijk gebied in het buitengebied’. Voor ontwikkelingen buiten het bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motivering waarom zou worden voldaan aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’, maar deze motivering ontbreekt bij dit project. Ook ontbreekt een nadere onderbouwing waarom er niet binnen het bestaand stedelijk gebied in behoefte
In de ruimtelijke onderbouwing is gemotiveerd waarom er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid Bro. Het ruimtebeslag, dat ingevolge het huidige vigerende planologische regime mogelijk is, is als volgt: - Binnen de bestemming ‘wonen’: op basis van de bestaande situatie een gebouw bestaande uit twee zelfstandige woningen op eigen kadastrale percelen, 15 kampeermiddelen ten behoeve van recreatief nachtverblijf en 4 bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf; - Binnen de bestemming ‘Recreatie-Verblijf’: 16 recreatiewoningen en een bedrijfswoning. Als men dit (mogelijke) planologische beslag ingevolge het vigerende bestemmingsplan afzet tegen het planologische beslag ingevolge de te verlenen omgevingsvergunning, dan is de conclusie dat er geen sprake is van nieuw (extra) planologisch beslag. Binnen de bestemming ‘Wonen’ worden wel 2 extra zelfstandige woningen toegestaan, maar daar tegenover staat dat kampeermiddelen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf niet meer mogelijk zijn (en dat de bestaande kampeermiddelen, de stacaravans, zullen worden gesloopt). Om dat laatste te verzekeren, wordt aan de omgevingsvergunning de voorwaarde verbonden dat op de gronden met de bestemming “Wonen” geen kampeermiddelen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf mogen worden opgericht.
De toevoeging van 2 woningen is op zichzelf al niet aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Op het perceel met de huidige bestemming ‘Recreatie-Verblijf’ is evenmin sprake van extra ruimtebeslag. De 15 bestaande recreatiewoningen worden thans
11
Er wordt een extra voorwaarde aan de definitieve omgevingsvergunning verbonden dat op de gronden met de bestemming “Wonen” geen kampeermiddelen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf mogen worden opgericht.
kan worden voorzien. Alternatieve locaties zijn niet onderzocht. Het is niet aangegeven waarom deze locatie wel geschikt is voor deze functie en de locatiekeuze is niet onderbouwd. Met de plaatsing van arbeidsmigranten achteraf in het bos is geen sprake van een inclusieve samenleving. De locatie is onzorgvuldig uitgekozen, in een zeer donkere bos met weinig sociale controle. Het kan leiden tot onveilige situaties in de omgeving.
voor langere termijn gebruikt voor de huisvesting van maximaal 16 arbeidsmigranten per woning. De bestaande bedrijfswoning wordt nu ook gebruikt voor de huisvesting van arbeidsmigranten en dat blijft na verbouwing ook zo. In totaal dus 16 wooneenheden voor de huisvesting van maximaal 96 arbeidsmigranten. Er komt dus geen bebouwing bij. De functiewijziging, van huisvesting voor recreanten naar huisvesting voor arbeidsmigranten, heeft niet een zodanig grote en andere ruimtelijke uitstraling, dat sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Van belang hierbij is ook dat het uiteindelijk gaat om een overzichtelijk aantal eenheden (16), dat volgens de omgevingsvergunning mag worden bewoond door arbeidsmigranten. Overigens is het zo dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening uiteraard ook de behoefte aan deze ontwikkeling is gemotiveerd. Voor wat betreft de huisvesting van de arbeidsmigranten is duidelijk dat de gemeente moet voldoen aan de door haar uitdrukkelijk gestelde opgave in de Notitie Doelgroepenbeleid om te voorzien in legale huisvestiging voor arbeidsmigranten. Met de onderhavige ontwikkeling (de huisvesting van arbeidsmigranten in de recreatiewoningen) vult de gemeente deze opgave voor de korte termijn in.
De behoefte aan de extra te realiseren woningen op het perceel met de bestemming ‘Wonen’ is aangetoond, nu de ruimtelijke kwaliteit er onmiskenbaar op vooruit gaat, daar waar de huidige stacaravans (kampeermiddelen) zullen worden gesloopt en de woningen ruimtelijk en landschappelijk goed worden ingepast in de omgeving. Verder wordt met het realiseren van de extra woningen invulling gegeven aan het vergroten van de woningvoorraad, waarvan in de Woonvisie 2020-2025 is aangegeven dat de woningvoorraad in de komende 10 jaar (vanaf 2020) met 810 woningen moet worden uitgebreid.
12
10.
Er zijn twee verschillende teksten over de Omgevingsvisie opgenomen. Bij de eerste tekst over de Omgevingsvisie wordt uitgebreid ingegaan op de visie, maar vindt geen enkele toetsing plaats hoe het voorliggende project past binnen de visie. Verder wordt niet aangegeven wat er in het provinciaal beleid staat over nieuwe functies in het buitengebied. Er wordt geen aandacht besteed aan de ligging van het projectgebied in en nabij het Gelders Natuur Netwerk (GNN), waarin geen nieuwe initiatieven plaats mogen vinden. Delen van het projectgebied vallen binnen het GNN. De rest van het project valt binnen de Groene ontwikkelingszone (GO) en ook hier is in het besluit niet aan getoetst.
De tekst van de ruimtelijke onderbouwing onder paragraaf 3.2 wordt aangepast. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan de verhouding van het project tot het Gelders natuurnetwerk, de ecologische verbindingszone de Groene ontwikkelingszone.
Tekst ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 3.2 wordt aangepast
11.
In de tekst over Omgevingsverordening wordt ook niet ingegaan op hoe het project zich verhoudt tot de in de verordening opgenomen regels inzake het GNN en GO.
De tekst van de ruimtelijke onderbouwing onder paragraaf 3.2 wordt aangepast. Daarbij wordt onder meer aandacht besteed aan de verhouding van het project tot het Gelders natuurnetwerk, de ecologische verbindingszone de Groene ontwikkelingszone.
Tekst ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 3.2 wordt aangepast
12.
In de Toekomstvisie staat dat nieuwe woningen in het buitengebied (m.u.v. het VAB-beleid) niet mogelijk zijn. Het project past dus niet in de Toekomstvisie, op basis waarvan wordt hiervan afgeweken? De conclusie van de tekst in onduidelijk.
Als we kijken naar de belangrijkste uitgangspunten voor de Toekomstvisie 2020, die nader zijn geconcretiseerd in de Structuurvisie 2030 op de bladzijden 28 en 29, dan valt niet in te zien waarom de bouw van 2 extra woningen op de locatie met de reeds aanwezige bestemming ‘wonen’, in strijd zou zijn deze Toekomstvisie.
Nee
13.
Er is niet ingegaan op de Omgevingsvisie Elburg en dus is er geen toetsing opgenomen of de voorgenomen ontwikkeling (nieuwe woningen en woonvormen in het buitengebied) daarbinnen past.
Indieners van de zienswijze stellen dat in de ruimtelijke onderbouwing niet is ingegaan op de Omgevingsvisie Elburg en of de voorgenomen ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie spreekt zich niet uit tegen huisvesting van arbeidsmigranten op de locatie aan de Berkenweg in Doornspijk. Datzelfde geldt voor het toevoegen van 2extra woningen binnen de al vigerende bestemming ‘wonen’.
Nee
13
Daarbij komt dat de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied past binnen de kaders van het Landschapsontwikkelingsplan Elburg, zodat ook de landschappelijke inpassing is geborgd. 14.
In de Woonvisie staat dat de opgave is om woningbouw te laten plaatsvinden in de kernen. Er is geen onderbouwing gegeven waarom de toename van het aantal woningen in het buitengebied passend is.
Waarom de bouw van 2 extra woningen binnen de reeds vigerende bestemming ‘Wonen’ niet in de Woonvisie zou passen, zoals de indieners van de zienswijze stellen, wordt niet duidelijk. De Woonvisie geeft een opgave voor de bouw van 810 woningen tot 2030. Deze woningen worden gerealiseerd in alle kernen, op inbreidingslocaties en op uitbreidingslocaties.
Nee
Het gebruik van de bestaande recreatiewoningen voor de huisvesting van arbeidsmigranten past uiteraard ook in de Woonvisie, daar waar de Woonvisie – onder verwijzing naar de Notitie Doelgroepenbeleid – aangeeft dat er op korte termijn een opgave is om te voorzien in legale uitvesting voor 75 tot 100 arbeidsmigranten. 15.
Het voorstel voldoet niet aan de randvoorwaarden van de Notitie Doelgroepenbeleid voor wat betreft de volgende onderdelen: - Veiligheid (aantal incidenten, twee steekpartijen en een recente brandstichting); - Passende schaal en omvang (aantal arbeidsmigranten staat niet in verhouding tot aantal buurbewoners); - Voorkom te grote concentratie, streef naar een goede verspreiding van het aantal arbeidsmigranten (96 arbeidsmigranten met verschillende nationaliteiten/culturen is vragen om ellende); De indieners van de zienswijze willen een beheerplan zien voor de volgende periode en willen weten wie beheerde is. Tevens willen zij als voorwaarde stellen dat de beheerder geen brandstichting zal plegen.
Wat betreft de opmerking dat het project niet voldoet aan de randvoorwaarden van de Notitie Doelgroepenbeleid wordt allereerst opgemerkt dat de indieners van de zienswijze niet nader onderbouwd hebben op welke wijze niet voldaan is aan deze randvoorwaarden, zodat dit punt in principe buiten beschouwing gelaten kan worden. Niettemin merken wij op dat er in de omgevingsvergunning gemotiveerd is aangegeven dat het aantal van 96 arbeidsmigranten qua schaal en omvang en wat betreft de locatie aan Berkenweg 13 in overeenstemming is met de randvoorwaarden van de Notitie Doelgroepenbeleid. Ten aanzien van de opmerking over de veiligheid, het beheerplan en de beheerder merken wij op dat wij naar aanleiding van de door de raad op 15 november 2021 de ontwerpverklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven en de Motie behorend bij het onderwerp Verklaring van geen bedenkingen (Vvgb) ontwerpvergunning Berkenweg 9, 9a en 13 te Doornspijk heeft aangenomen, is samen met de initiatiefnemer gekeken hoe de in
14
Presentatie van 11 januari 2022 wordt opgenomen als bijlage van deze nota
deze vergunning en in de Notitie Doelgroepenbeleid opgenomen randvoorwaarden nageleefd worden. De voorwaarden zijn verdeeld in vijf thema’s: registratie, documentatie, huisvesting, communicatie en controle. Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat alle voorwaarden nageleefd worden. Er is een beheerplan opgesteld en een beheerder is aangesteld. Op 11 januari 2022 is een bewonersavond georganiseerd waarin de thema’s door middel van een presentatie en een hand out/infographic zijn besproken. Tijdens deze avond zijn ca. 16 omwonenden aanwezig geweest. Er heeft een openhartig gesprek tussen de omwonenden en de initiatiefnemer plaatsgevonden en er zijn werkafspraken gemaakt. Ook is een klankbordgroep opgericht waarin vijf omwonenden, de initiatiefnemer en de vertegenwoordigers van de gemeente zitting zullen nemen. De presentatie van deze avond is samen met een begeleidende brief op 18 januari 2022 ter informatie naar de raad gestuurd. De presentatie zal als een bijlage aan de omgevingsvergunning toegevoegd worden. Tenslotte is tijdens deze avond gesproken over het incident van 27 december 2021 en heeft de burgemeester aangegeven dat er op basis van het onderzoek van de brandweer geen bewijs van brandstichting is gevonden. Het incident heeft te maken gehad met twee huurders, waarvan geen de formele beheerder van het park is en/of zal zijn. 16.
In het VAB-beleid zijn regels opgenomen om ervoor te zorgen dat er minder stenen komen in het buitengebied. Bij sloop binnen het woonblok moet 25% van de aanwezige m2 in mindering worden gebracht in het nieuwe plan. Deze regel is niet toegepast bij de sanering van 9 en 9a. De caravans op wielen mogen niet meegerekend worden in het aantal m2 van de huidige bouwwerken
‘VAB-beleid gemeente Elburg 2016. Functieverandering naar wonen en recreëren’ heeft betrekking op functieverandering van voormalig agrarische bedrijfsbebouwing waar geen toekomst meer in zit naar recreëren en of wonen. Voorliggend project heeft geen betrekking op voormalig agrarische bedrijfsbebouwing en is dus in deze situatie niet van toepassing.
15
Nee
en mogen dus ook niet meegenomen worden in de toekomstige situatie. 17.
In het Beleidsplan Vitale Vakantieparken staat in D De kern van en gedachte achter paragraaf 4.1.3 van het Beleidsplan paragraaf 4.1.3 dat het streven is om terreinen die is dat bij transformatie van een vakantiepark maatwerk geboden is. bestemd zijn voor verblijfsrecreatie weer als zodanig te Een vakantiepark mag niet zomaar worden getransformeerd. Van dat gebruiken en dat alle inspanningen daarop gericht maatwerk is in dit geval sprake. Het beleidsplan is een uitwerking van dienen te zijn. In voorliggende geval is in de de doelstelling van de RNV om te komen tot een toeristische visie op documenten niet aangetoond dat alle inspanningen de regio met inachtneming van de door de deelnemende gemeenten daarvoor zijn gedaan. uitgewerkte actieplannen. Bij transformatie van vakantieparken zijn Verder is niet duidelijk wat de uiteindelijke bestemming als uitgangspunten geformuleerd dat een toekomstbestendige van het perceel zal zijn na afloop van de termijn van 15 situatie dient te ontstaan, de initiatiefnemer de kosten draagt en dat jaar, waarvoor de vergunning verleend wordt. de transformatie betrekking heeft op een volledig park of een Zolang de recreatieve bestemming op het perceel blijft aaneengesloten gedeelte daarvan. Aan alle voorwaarden is in dit rusten kan het park weer hersteld worden naar een geval voldaan. recreatiepark.
De definitieve bestemming van het perceel zal bij de actualisatie van het bestemmingsplan c.q. het opstellen van een omgevingsplan bepaald worden.
Nee
18.
De aanbevelingen uit het bodemonderzoek zijn niet vermeld in de ruimtelijke onderbouwing. Hoe wordt met deze aanbevelingen omgegaan?
In de aanbevelingen van het uitgevoerde bodemonderzoek wordt aangegeven, dat als binnen de onderzochte locatie de daar genoemde werkzaamheden worden uitgevoerd, bepaalde regels omtrent de inventarisatie en verwijdering van asbest alsmede bepaalde regels van het Besluit bodemkwaliteit in acht zullen moeten worden genomen. Dat deze regels in acht moeten worden genomen vloeit rechtstreeks voort uit deze wet- en regelgeving. Deze regels staan verder niet aan de uitvoering van de ontwikkeling in de weg en behoeven dus ook niet 1 op 1 te worden benoemd in de ruimtelijke onderbouwing.
Nee
19.
In de ruimtelijke onderbouwing is aangegeven dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect asbest, maar er zijn wel asbesthoudende materialen aanwezig in de te slopen objecten op Berkenweg 13. In de
Het voorgaande geldt ook voor het asbestinventarisatierapport. Bij het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden moeten de regels omtrent asbest in acht worden genomen. Dat is een wettelijke verplichting, die (dus) niet als voorwaarde aan de
Nee
16
20.
voorwaarden van de vergunning dienen vervolgstappen daarvoor opgenomen worden.
omgevingsvergunning behoeft te worden verbonden. Deze regels staan verder ook niet aan de uitvoering van de omgevingsvergunning in de weg.
In de ruimtelijke onderbouwing is niet ingegaan op de ligging van het project binnen het legaliteitsgebied van de gasleiding. Ook is de tekst over het groepsrisico niet helder en ontbreekt er een motivering van de noodzaak van de ontwikkeling en een afweging van maatregelen. Verder is niet aangegeven of de gemeente instemt met de verantwoording van het groepsrisico.
In paragraaf 4.8 van de ruimtelijke onderbouwing zijn de resultaten uit het onderzoek naar externe veiligheid, zoals uitgevoerd door bureau De Haan, verwerkt. Uit dit onderzoek blijkt dat er in het gebied de volgende relevante risicobronnen aanwezig zijn, namelijk de snelweg, de spoorlijn en de hoge druk gasleiding, N-570-20 op 70 m afstand van de planlocatie. Het plan voldoet aan de grenswaarde voor het plaatsgebonden risico: er is geen 10-6 PR-contour. Het groepsrisico blijft onveranderd op 0,0002 keer de oriëntatiewaarde. Daarom volstaat in dit geval de beperkte verantwoording van het groepsrisico conform het Bevb.
Nee
Het onderzoek van bureau De Haan is beoordeeld en akkoord door de door de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV) en de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland (VNOG). De VNOG heeft hierbij aangegeven dat vanuit de visie externe veiligheid van de gemeenten in de regio Noord-Veluwe aanvullend ingegaan moet worden op de noodzaak van de ontwikkeling en een afweging van maatregelen. Vanuit het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt in de Omgevingswet een breed aandachtgebied binnen 70 m van deze buisleiding. Omdat het plan niet voorzien in bebouwing binnen 70 m van deze buisleiding, hoeft de gemeente geen afweging te maken om een voorschriftengebied vast te stellen. 21.
In de ruimtelijke onderbouwing wordt onterecht gesteld dat het voorliggende project geen effect heeft op de waterhuishouding omdat er geen nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden zoals functiewijzigingen plaatsvinden. Dit vindt wel plaats, zodat de watertoets niet zorgvuldig is uitgevoerd. De watertoets is niet als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
Er is een nieuwe toets gedaan op ‘De Digitale Watertoets’. De uitkomst daarvan wordt als bijlage 11 bij de ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Dit wordt als zodanig ook in de ruimtelijke onderbouwing aangepast. Bij het Waterschap Vallei en Veluwe is bovendien per e-mail navraag gedaan over de watertoets. Daaruit blijkt dat er geen waterschapsbelangen spelen. Die reactie zal eveneens worden bijgevoegd.
17
Digitale toets wordt als bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd
22.
Het ecologisch onderzoek gaat uit van verouderde plannen.
Het rapport ‘Ecologische Quickscan Berkenweg 9-13 Doornspijk’ van Alcedo natuurprojecten, met rapportcode 2019-055, dat als bijlage bij de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen, dateert van 20 februari 2020. Op grond van het bepaalde in artikel 3.1a van de Wabo dienen de gegevens en onderzoeken bij het verlenen van de omgevingsvergunning niet ouder zijn dan 2 jaar. Het onderzoek is niet ouder dan 2 jaar en voldoet hiermee aan de wettelijke vereisten.
Quickscan wordt aangepast
De teksten ‘Overijssel’ en ‘18 woningen en 9 kleine woningen’ zijn gewijzigd in de Quick Scan naar ‘Gelderland’ en ’20 wooneenheden’. In figuur 4 in de Quick Scan staat het gehele gebied aangegeven als onderdeel van de Quick Scan. Voor de volledigheid dient opgemerkt te worden dat voor het onderdeel Ecologie op 13-4-2021 een aanvraag ontheffing/vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming bij de provincie is ingediend. Hiermee is dit onderdeel losgekoppeld van de voorliggende aanvraag omgevingsvergunning en is het college niet langer bevoegd om hierover te beslissen dan wel aanvullingen te vragen.
23.
In paragraaf 3.7 van het rapport ‘Ecologische Quickscan Berkenweg 9-13 Doornspijk’ aangegeven dat het plan op minder dan 3 km van de grens van het Natuurwerk Overijssel ligt. Het is Natuurnetwerk Gelderland. Delen van het projectgebied vallen binnen het GNN. De rest van het project valt binnen de Groene ontwikkelingszone (GO) en ook hier is in het besluit niet aan getoetst.
De tekst van de ruimtelijke onderbouwing onder paragraaf 3.2 wordt aangepast. Daarbij wordt onder meer aandacht aan de verhouding van het project tot het Gelders natuurnetwerk, de ecologische verbindingszone de Groene ontwikkelingszone.
Tekst ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 3.2 wordt aangepast
De stikstofberekening is discutabel. In de toekomstige situatie zal een verdubbeling zijn van het aantal
Onder paragraaf 4.1 Verkeersgegevens staat een onderbouwing van de gebruikte voertuigbewegingen. Voor de huidige situatie
AERIUS berekening versie januari 2022 is toegevoegd
18
verkeersbewegingen, zodat dit tot een toename en niet tot afname van stikstof op Natura 2000-gebied ‘Veluwe’ moeten leiden. Er wordt met andere voertuigen en minder voertuigen gerekend, maar een motivering van deze verandering ontbreekt. Ook is niet aangegeven wat de referentiesituatie is. Het is niet duidelijk waarom gasverbruik wordt berekend en waar de gebruikte cijfers op zijn gebaseerd. In de ruimtelijke onderbouwing versie van 27-9-2021 was toename van de stikstofberekening en van saldering, maar in de versie van 23-11-2021 niet meer. Hoe is dat te verklaren?
(referentiesituatie) is aangesloten bij kentallen uit de CROWpublicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren”. Voor de toekomstige situatie is aangesloten bij de verkeersaantallen zoals beschreven in de ruimtelijke onderbouwing. Er is een verschil in gebruik in de huidige en toekomstige situatie, waarmee dus ook de voertuigaantallen en de verhouding licht, middelzwaar en zwaar verkeer wijzigt. Onder paragraaf 2.2 Plangebied staat bovendien de bestaande situatie (referentiesituatie) beschreven als bestaande uit twee geschakelde woningen (twee-onder-één kap woning), zestien wooneenheden en negen vakantiechalets. In de tweede alinea van hoofdstuk 4 Uitgangspunten staat dat een vergelijking gemaakt is tussen het bestaande gebruik als vakantiepark (referentiesituatie) en het toekomstig gebruik. Een beschrijving van de uitgangspunten voor de referentiesituatie staat in hetzelfde hoofdstuk beschreven. Gasverbruik veroorzaakt emissie van NOx en kan dan ook tot stikstofdepositie leiden. In paragraaf 4.2 Gasverbruik staat een toelichting van de gebruikte uitgangspunten voor het berekenen van de emissie van NOx resulterend van het gasverbruik. Het verschil in de ruimtelijke onderbouwingen van 27-9-2021 en 2311-2021 is te verklaren door voortschrijdend inzicht.
In de versie van 23-11-2021 is de emissie vanwege onderhoudswerkzaamheden op het vakantiepark meegenomen, terwijl deze in de versie van 27-92021 nog niet was meegenomen in het onderzoek. Dit staat in paragraaf 4.3 Onderhoudsmaterieel beschreven. Naar aanleiding van de gewijzigde versie van de AERIUS calculator is een aangepaste berekening uitgevoerd in de actuele versie, AERIUS 2021. Hierbij is nu gebruik gemaakt van de nieuwe actuele kentallen en manier van berekenen. Het resultaat van de berekening blijft dat er geen sprake is van een toename groter dan 0,00
19
mol/ha/jaar. 24.
Het aspect Verkeer is onvoldoende onderbouwd. Er is aangegeven dat 177 verkeersbewegingen weinig effect hebben op de belasting van het wegennet, terwijl Berkenweg een smal weggetje is. Het is niet aangegeven welk effect de verkeersbewegingen hebben op deze weg en wat de huidige aantallen zijn. Hoeveel verkeersbewegingen kan de weg aan en hoe wordt omgegaan met tegenliggend verkeer op dit smalle weggetje? Ook moeten de nieuwe woningen erbij gerekend worden.
Het aspect Verkeer is door de verkeersdeskundige van de gemeente op 16-6-2020 en op 30-09-2020 beoordeeld en akkoord bevonden. De verkeersadviezen worden als bijlagen aan deze nota toegevoegd. In aanvulling op deze adviezen wordt nog het volgende opgemerkt. In de huidige situatie is sprake van een 2-onder-1-kap woning, 9 chalets en 15 (vakantie)huisjes. Deze zorgen volgens landelijke kencijfers tezamen voor ca. 95 verkeersbewegingen/etmaal.. Het aantal verkeersbewegingen wordt 177/etmaal. De meeste verkeersbewegingen vinden plaats tussen 7 en 19 uur; een periode van 12 uur. 117/12 = 15. Dat is dus het gemiddelde aantal verkeersbewegingen per uur. Een verkeerskundige vuistregel is dat er in het drukste uur ca. 10% van het dagtotaal rijdt. Dat zijn er dus 18. Maar in de spits rijdt men doorgaans in 1 richting: 's morgens van 'huis', aan het einde van de middag terug. Maatgevend voor een smalle weg als de Berkenweg is dus de situatie buiten de spits, als sommige auto's de ene kant op rijden, en andere de andere kant. Het traject tussen het terrein en de Bovenweg is ca. 400 m lang. Dat is in 1 minuut afgelegd. De in totaal gemiddeld 15 auto's/uur gebruiken dus gedurende ca. 15 minuten deze weg. Dat betekent dat slechts 25% van de wegcapaciteit wordt gebruikt. Natuurlijk is het denkbaar dat men elkaar soms op de Berkenweg tegenkomt.
Maar het grootste deel van de beoogde bewoners zal 's morgens het perceel verlaten, en pas 's avonds weer terugkeren. Dus de kans dat men elkaar dan op de Berkenweg tegenkomt, is nog kleiner dan de statistische kans daarop.
20
Verkeersadviezen worden als bijlagen aan deze nota toegevoegd
25.
Een toetsing van het project aan het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen activiteiten en drempelwaarden ontbreekt in de ruimtelijke onderbouwing. Er is geen vormvrije m.e.r. aanmeldnotitie opgesteld. Er wordt aangegeven dat het bevoegd gezag besloten heeft dat er geen vormvrije m.e.r. (beoordelings)procedure hoeft te worden doorlopen, maar niet duidelijk is wanneer dat is besloten. Ook in de verplichte publicatie staat hier niets over in. Ontwerpbesluit moet daarom opnieuw worden gepubliceerd.
Er vinden in het kader van de te verlenen omgevingsvergunning geen activiteiten plaats die voorkomen in onderdeel C of onderdeel D bij het Besluit milieueffectenrapportage (mer). De uit te voeren activiteit is geen stedelijke ontwikkeling als bedoeld in onderdeel D 11.2. Zie in dat kader ook uitgebreid de reactie op zienswijze nr. 9. Een vormvrije mer-beoordeling (en een daarbij behorende aanmeldnotitie en een daarop volgende beslissing van het bevoegd gezag) dient alleen plaats te vinden als er sprake is van een activiteit die voorkomt in onderdeel C of onderdeel D van het Besluit mer, waarbij de drempelwaarden worden onderschreden. Van een dergelijke activiteit is in dit geval geen sprake, zodat er derhalve ook geen verplichting is om een vormvrije mer-beoordeling uit te voeren. De voorgenomen ontwikkeling is uiteraard in de ruimtelijke ordening wel getoetst aan de diverse milieu-aspecten. Deze staan aan de uitvoering van de ontwikkeling, met inachtneming van de eisen van een goede ruimtelijke ordening, niet in de weg.
Nee
26.
In de ruimtelijke onderbouwing is niet aangegeven in hoeverre er overleg heeft plaatsgevonden met de overlegpartners conform artikel 3.1.1 Bro, dus met de provincie en het waterschap.
Er is een watertoets uitgevoerd, dat alsnog als bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing wordt aangehecht. Verder zijn op 22-3-2019 en op 9-9-2021 mondelinge gesprekken met de provincie gevoerd over het project. De verslagen van deze gesprekken worden als bijlage bij deze nota toegevoegd. De definitieve omgevingsvergunning zal – conform de richtlijnen van de provincie – ter kennisgeving doorgestuurd worden naar de provincie.
Digitale watertoets wordt als bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. De verslagen van de overleggen met provincie worden als bijlage aan deze nota toegevoegd.
27.
De indieners van de zienswijze maken de volgende opmerkingen over de ‘Brief wijziging aanvraag omgevingsvergunning’: - Er staat dat het college heeft aangegeven dat 2 woningen kunnen worden vergund, maar dat is onjuist. Er moet nog een procedure worden doorlopen en is de raad nodig (niet alleen het college); - De gemeente heeft verzocht om bestemmingsplanherziening, maar de
Een deel van door de indieners ingediende punten vormen meningen. Het college heeft ervan kennisgenomen, maar zal deze verder niet als zienswijzen aanmerken. Ten aanzien van de opmerkingen dat het onjuist is dat 2 nieuwe woningen worden vergund en dat het niet duidelijk is of het om 16 of 15 recreatiewoningen gaat waarvan 1 bedrijfswoning met bijgebouwen, verwijzen wij naar de reactie in punten 4, 6 en 7 van deze zienswijzennota.
Brief van 22 februari 2021 wordt als bijlage aan deze nota toegevoegd.
Verder kan aangegeven worden dat de vraag inzake
21
-
-
-
-
-
-
initiatiefnemer wil een projectafwijkingsbesluit. Waarom wilde de gemeente een bestemmingsplanwijziging? In par.7.1 staat ‘tevens toegestaan zijn bestaande bijgebouwen’, wat wordt hiermee bedoeld? De bestaande bijgebouwen bij de woning worden gesloopt. Er is geen reden gegeven waarom deze bestaande bijgebouwen zouden moeten worden toegestaan. Ook is door de gemeente niet aangegeven wat hiermee zal gebeuren; In par. 7.2 staat dat er 16 woningen zullen worden bewoond door arbeidsmigranten maar op de tekening is 1 daarvan aangewezen als bedrijfswoning. Dat is niet correct. Wat wordt dat nu? In hoofdstuk 7 wil men de bestaande bestemmingen van toepassing verklaren. In dat geval had er een bestemmingsplanwijziging kunnen worden aangevraagd, maar de initiatiefnemer wil dat niet. Waarom niet? In hoofdstuk 8 is aangegeven dat het project past binnen het geldende beleid, maar dat is – zoals blijkt uit deze zienswijzen – niet zo; In par. 8.3 is aangegeven dat de woningvoorraad wordt verduurzaamd. De vergunning is voor arbeidsmigranten en alleen voor 15 jaar, dus is er geen sprake van een verduurzaming van de woningvoorraad; In hoofdstuk 9 wordt gesteld dat het college toestemming heeft verleend om het huisvesten van arbeidsmigranten definitief te vergunnen en toestemming heeft verleend voor het oprichten van vier vrijstaande woningen (overleggen van 27 oktober 2020 en 16
bestemmingsplanwijziging in de brief van het college van 22 februari 2021 is gesteld omdat er op dat moment het voornemen bestond om de aanvraag – zoals ingediend op 7 mei 2020 en waarin nog sprake was van het huisvesten van mensen met onbegrepen gedrag – te weigeren. In de brief heeft het college dan ook verzocht om deze aanvraag in te trekken en een verzoek om bestemmingsplanwijziging in te dienen voor het aangepast project, waarin de huisvesting van mensen met onbegrepen gedrag is vervallen en waarin de realisatie van 2 nieuwe woningen op de plaats van de 9 caravans is opgenomen. De initiatiefnemer heeft er echter voor gekozen om de aanvraag niet in te trekken, maar deze te wijzigen. De aanvrager bepaalt de procedure en het college moet op de ingediende aanvraag beslissen. Er zijn geen verslagen gemaakt van de overleggen van 27 oktober 2020 en 16 november 2020. De brief van het college van 22 februari 2021 aan de initiatiefnemer wordt als bijlage aan deze nota toegevoegd.
22
november 2020 en in de brief van 22 februari 2021). Hiervoor moet nog een vergunningsprocedure/ bestemmingsplanwijziging doorlopen worden en moet de raad een toestemming geven. De indieners van de zienswijze verzoeken om de verslagen van deze bijeenkomsten en de brief – met een beroep op de WOB – over te leggen. 28.
De indieners van de zienswijze willen weten wat de stand van zaken is ten aanzien van de aanvraag Wnbvergunning, dat bij de provincie is ingediend.
Op basis van de vereiste vervolgonderzoeken heeft de initiatiefnemer een aanvraag ontheffing / vergunning Wet natuurbescherming ingediend bij de provincie Gelderland op 13-04-2021. Hiermee is dit onderdeel losgekoppeld van de voorliggede omgevingsvergunning en is het college niet langer bevoegd om hierover te besluiten. Nietteming wordt opgemerkt dat nader onderzoek naar de aanwezigheid van de huismus en vleermuizen is uitgevoerd door Alcedo. Rapport d.d. 19-10-2022. Uit dit onderzoek blijkt dat het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wnb is noodzakelijk voor de huismus en de gewone dwergvleermuis. Voor de ontheffingsaanvraag is een activiteitenplan nodig waarin uiteen wordt gezet hoe de soorten waarvoor een ontheffing wordt aangevraagd worden gemitigeerd en gecompenseerd. Op dit moment wordt gewekt aan de ontheffingsaanvraag en het activiteitenplan.
Nee
29.
De begrenzing van het projectgebied is niet helemaal correct. Een klein deel van de huidige woonbestemming van Berkenweg 9 valt buiten het projectgebied. Ook enkele delen van de recreatieve bestemming van Berkenweg 13 vallen buiten het projectgebied. Die delen dienen ook binnen het projectgebied vallen.
Vermoedelijk richt deze zienswijze zich tegen de luchtfoto op pagina 3 van de ruimtelijke onderbouwing. Het klopt dat daarop een aantal lijnen te zien is met de aanduiding ‘perceelgrenzen’. Deze afbeelding geeft echter niet de exacte perceelgrenzen, en dus ook het exacte projectgebied aan. Duidelijkheidshalve wordt ‘perceelgrenzen’ in dit kader daarom aangepast naar ‘omlijning’.
Nee
23
30.
De publicatie van 7-12-2021 in het Huis-aan-huisblad is onjuist, omdat daarin staat dat de stukken met ingang van 2-12-2021 voor 6 weken ter inzage liggen. Hiermee worden de indieners van de zienswijzen ingekort in de wettelijke termijn voor het indienen van de zienswijzen. Het ontwerpbesluit moet daarom opnieuw worden gepubliceerd. Ook in de ontwerp-omgevingsvergunning zijn foutieve data van de termijn van tervisielegging genoemd.
De formele, wettelijke publicatie van de documenten in het Gemeenteblad heeft plaatsgevonden op 1 december 2021. De termijn van ter inzagelegging is begonnen op 2 december 2021 en heeft tot 13 januari 2022 gelopen. De bekendmaking in Huis-aan-huisblad is niet wettelijk verplicht, maar is een dienst aan de burgers. Bovendien zijn de omwonenden per mail van 2 december 2021 op de hoogte gebracht van de ter visie legging van de ontwerp-vergunning. Zij hebben voldoende tijd gehad om de zienswijzen – die sinds de Varkens-in-nood jurisprudentie niet meer verplicht zijn – in te dienen. Zij zijn niet in hun belangen geschaad, zodat er geen redenen bestaan om het ontwerpbesluit opnieuw te publiceren. De foutieve data in de omgevingsvergunning worden in de definitieve versie aangepast.
Foutieve datum ter inzagelegging ontwerp vergunning zal in de definitieve versie aangepast worden
31.
De indieners van de zienswijze hebben op 29 december 2021 een uitnodiging ontvangen voor een bewonersavond op 12 januari 2022, waarin gesproken wordt over het beheer in de komende 15 jaar. Zij zijn blij met de uitnodiging, maar vinden het voorbarig dat het college ervan uitgaat dat de vergunning verleend zal worden, terwijl de zienswijzen nog ingediend kunnen worden. Zij gaan ervan uit dat het college onpartijdig, eerlijk en objectief zal handelen en geven aan met vol vertrouwen naar de bijeenkomst te gaan.
Dit punt wordt ter kennisgeving aangenomen. Voor de inhoud van de bewonersavond, die overigens op 11 januari 2022 plaats heeft gevonden, wordt verwezen naar de presentatie in de bijlage bij deze nota.
Presentatie van 11 januari 2022 wordt als bijlage bij deze nota toegevoegd
Conclusie: De zienswijzen leidden op volgende punten tot aanpassing van de omgevingsvergunning met toepassing van projectafwijkingsbesluit: - Bijlage ‘Proeftuin Berkenweg’ wordt bij de definitieve omgevingsvergunning weggelaten; - Sloop wordt als voorwaarde in de definitieve vergunning opgenomen; - Er wordt een extra voorwaarde aan de definitieve omgevingsvergunning verbonden dat op de gronden met de bestemming “Wonen” geen kampeermiddelen en bouwwerken ten behoeve van recreatief nachtverblijf mogen worden opgericht;
24
-
Foutieve datum ter inzagelegging ontwerp vergunning zal in de definitieve versie aangepast worden.
De ruimtelijke onderbouwing zal n.a.v. de zienswijzen op volgende punten worden aangepast: - Tekst ruimtelijke onderbouwing wordt aangepast naar ’16 wooneenheden’; - Tekst voorblad en koptekst ruimtelijke onderbouwing worden aangepast; - Tekst ruimtelijke onderbouwing in paragraaf 3.2 wordt aangepast; - Digitale toets wordt als bijlage aan de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd. Ook Quickscan Ecologie wordt aangepast. Daarnaast zal de ruimtelijke onderbouwing ambtshalve nog ten aanzien van de volgende onderdelen aangepast worden: -
AERIUS berekening versie januari 2022 wordt toegevoegd
Volgende bijlagen worden aan deze nota toegevoegd: 1. Presentatie van 11 januari 2022 wordt opgenomen als bijlage van deze nota; 2. Verkeersadviezen worden als bijlagen aan deze nota toegevoegd; 3. De verslagen van de overleggen met provincie worden als bijlage aan deze nota toegevoegd; 4. Brief van 22 februari 2021 aan initiatiefnemer wordt als bijlage aan deze nota toegevoegd.
25
MEMO
Bestemd voor:
Erik Nijboer
Deze memo is van: Datum: Onderwerp:
Mariëlle Bos 16 juni 2020 Verkeers- en parkeeraspecten Berkenweg 9/13, Doornspijk
Parkeerbalans In de bestaande situatie (§2.1 van de ruimtelijke onderbouwing d.d. 6 mei 2020) zijn op de genoemde percelen 9 recreatiechalets, 15 recreatiewoningen, 1 vrijstaande woning en 1 aanleunwoning. Het terrein heeft daarmee een parkeerbehoefte (en capaciteit) van 47 parkeerplaatsen. In de memo van 25 april 2019 zijn de vrijstaande woning en de aanleunwoning buiten beschouwing gelaten. Voor de nieuwe situatie verwacht met 9 woningen te creëren voor mensen met onbegrepen gedrag. Hiervoor is geen bestaande parkeernorm, maar kunnen we vergelijken met de parkeernorm ‘aanleunwoning en serviceflat’ van 1,3 parkeerplaats per woning. Dat geeft voor deze woningen een parkeerbehoefte van 11,7 parkeerplaatsen. Voor de 16 woningen voor arbeidsmigranten gaan we uit van de parkeernorm vrijstaande wonin g (2,5 parkeerplaats per woning), tenzij anders gemotiveerd wordt. Naast deze 16 woningen worden er nog twee vrijstaande woningen gebouwd. Dat geeft een parkeerbehoefte van 45 parkeerplaatsen. Daarmee is de parkeerbehoefte voor de nieuwe situatie 56,7, d us 57 parkeerplaatsen. Dat houdt in dat er nog 10 parkeerplaatsen op het terrein gerealiseerd moeten worden. Verkeersbewegingen Voor 24 woningen zijn er ca. 177 verkeersbewegingen per etmaal te verwachten. Dit heeft weinig effect op de belasting van het wegennet. Het verkeer kan goed wegstromen via de Berkenweg/Bovenweg.
MEMO
Bestemd voor:
Erik Nijboer
Deze memo is van: Datum: Onderwerp:
Mariëlle Bos 30 september 2020 Verkeers- en parkeeraspecten Berkenweg 13, Doornspijk, versie 2
Voor de Berkenweg 13 is een omgevingsvergunning aangevraagd voor het huisvesten van arbeidsmigranten. In deze memo wordt beoordeeld op de verkeers - en parkeerkundige aspecten. Hiervoor is geraadpleegd de tekening daterende 29 juli 2020, aangepast n.a.v. memo gemeente Elburg d.d. 12 augustus 2020. Conform de bouwverordening zal op eigen terrein moeten worden voorzien in voldoende veilig bruikbare parkeerplaatsen. Daarbij worden de volgende criteria gehanteerd: 1. er wordt in principe niet toegestaan dat over een grotere lengte dan ca. 3 m verkeer van/naar het perceel de openbare weg kan af- of oprijden; 2. de ‘rijbaan’ naast een haaksparkeerplaats dient tenminste 6,0 m breed te zijn, langs langsparkeerplaatsen tenminste 3,0 m breed; bij zgn. ‘gestoken parkeren’ (d.w.z.: onder een andere hoek dan 90° [haaksparkeren] of 0° [langsparkeren] met de rijbaan) naar verhouding; zie ASVV 2004, blz. 898; 3. een parkeerplaats moet bij haaksparkeren tenminste 5x2,5 m zijn en bij langsparkeren tenminste 6x2 m. De vakindeling dient op straat te zijn aangegeven. 4. achteruitrijden is redelijkerwijs geminimaliseerd, en wordt over een grotere afstand dan ca. 5 m niet toegestaan; 5. bij uitritten en nabij kruispunten van openbare wegen dienen (conform de APV) uitzichtdriehoeken met rechthoekszijden van minimaal 10 m te worden vrijgehouden; 6.
het aantal parkeerplaatsen dat aan alle criteria 2 t/m 5 voldoet, dient tenminste gelijk te zijn aan het benodigde aantal parkeerplaatsen conform de Parkeernota of een onderbouwde afwijking daarvan. Ad.1.
Ad.2. Ad.3. Ad.4. Ad.5.
Ad. 6.
De bestaande uitweg meet ca. 7 meter. Omdat dit een bestaande uitweg is, is dit geen onoverkomelijk bezwaar. Wanneer het in de mogelijkheid ligt, adviseren wij om deze uitweg te versmallen naar 3 meter. De tekening voldoet aan dit criterium. De tekening voldoet aan dit criterium. De tekening voldoet aan dit criterium. De tekening voldoet niet aan dit criterium. De woning 13R/b valt binnen de uitzichtdriehoek, maar omdat dit bestaande bouw is, is dit geen onoverkomelijk bezwaar. Tevens vallen de parkeervakken binnen 10 meter van een kruispunt. Op het park komt alleen bestemmingsverkeer en daarmee is dat geen onoverkomelijk bezwaar. We gaan uit van woningen koop, vrijstaand voor dit plan. Elke woning heeft daar een parkeerbehoefte van 2,5 parkeerplaatsen. Er zijn 16 woningen maal 2,5 geeft een totale parkeerbehoefte van 40 parkeerplaatsen. In de tekening staan 40 veilig bruikbare parkeerplaatsen ingetekend, daarmee voldoet de tekening aan dit criterium
Conclusie Op grond van het bovenstaande voldoet het plan aan alle daaraan te stellen verkeerskundige criteria, maar zijn er geen onoverkomelijke bezwaren, zodat vanuit de invalshoek verkeer(sveiligheid) positief over dit ontwerp wordt geadviseerd.
MEMO
Bestemd voor:
Anne, Arno, Erwin, Gerard, Hettie, Jan, Johan, Jolanda, Matthijs, Michel en Theo
Deze memo is van: Datum: Onderwerp:
Jolanda de Graaf 15 april 2019 Verslag 27 maart 2019
1.
Pilot Omgevingsplan (Gerard). Ten behoeve van het opstellen van de Nota van Uitgangspunten is info opgehaald tijdens bewonersavonden. De Nota van Uitgangspunten is een uitwerking uit de basis van de Omgevingsvisie. De Nota van Uitgangspunten zal in de raad van 1 april vastgesteld worde n. De provincie heeft geen problemen met de pilot.
2.
Tijdelijke huisvesting kantoorpand UWOON (Arno). UWOON is twee weken geleden met plannen gekomen. Ze willen in het pand in totaal 20 studio’s en op het terrein 15 studio’s ten behoeve van niet-zelfredzame personen, arbeidsmigranten etc. een magic mix. Ze willen hier een omgevingsvergunning voor aanvragen voor 10 jaar en dan de studio’s voor 2 jaar verhuren. Volgens Dieter is het in de Tweede Kamer geweest dat de vergunning voor 15 jaar verleend kan worden. Hij weet alleen niet of dit voor nieuwe of bestaande gebouwen geldt. Hij zal dit nagaan en nog aan Arno doorgeven.
3.
Berkenweg 9/13, Doornspijk (Jan, Arno). Er zijn en worden nieuwe huisjes gebouwd voor arbeidsmigranten en voor mensen met onbegrepen gedrag (hebben een prikkelarme omgeving nodig). Op het perceel is een beheerderswoning aanwezig. De arbeidsmigranten zitten er al. Is het tijdelijk of permanent? Hoe kan dit in het bestemmingsplan verwerkt worden? Functie-aanduiding? Maatschappelijke bestemming? Het moet geen woonwijk worden en de doelgroep moet benoemd worden. Het perceel ligt tegen het Natura 2000 gebied aan en ligt in de groene ontwikkelzone. De provincie zal het nog bekijken in het kader van de Natuurbeschermingswet. Regionaal is Bert van Putten en Gerard Huisman hierbij betrokken.
4.
Particulier initiatief huisvesting/dagbesteding mensen met dementie ( Jan). Het initiatief moet voldoen aan de Omgevingsvisie van de Provincie. De indiener van het initiatief zal meer informatie moeten aanleveren.
5.
Batouwe (Jan). In eerste instantie wilden zij een tunnelkas, alleen voor de winterperiode (± 7 maanden). Later hebben ze verzocht om een permanente kas met een steviger constructie op een andere plek. Het bouwvlak zal hiervoor verschoven/verplaatst moeten worden. Dieter zal de impact voor deze plek bekijken.
6.
Scheurverbod (Jan). In het bestemmingsplan Buitengebied is voorgeschreven, dat het verboden is zonder een vergunning op de in het aangewezen weidevogelgebied gesitueerde percelen grond, graslanden te scheuren anders dan ten behoeve van graslandverbetering. Deze voorwaarde is destijd s in het bestemmingsplan op nadrukkelijk verzoek van de provincie opgenomen. De agrariërs willen van dit scheurverbod af. Als aangetoond kan worden dat er als gevolg van het scheuren geen negatieve
2
effecten optreden zou het eventueel bespreekbaar kunnen zijn. We wachten eerst het agrarisch overleg van 25 april af. Als de agrariërs het nog steeds willen, dan moeten zij het zelf onderzoeken. 7.
Plussenbeleid in relatie tot extensiveringsgebied (Jan). Binnen onze gemeente kennen we 3 bedrijven met intensieve veehouderij. Hoe kunnen wij de kwaliteit van de leefomgeving behouden en waarborgen dat deze bedrijven kunnen voortbestaan. De provincie biedt het plussenbeleid aan ten behoeve van kwaliteitsverbetering. Ze geven alleen advies, ze geven hier geen subsidie voor.
8.
Nieuwstadsweg 23, Elburg (Anne). De huidige bestemming op de locatie Nieuwstadsweg 23 is Bedrijf – Agrarisch Hulpbedrijf. De hoofdactiviteit is een loonwerkersbedrijf. Familie van het Goor heeft een plaat waar kippenmest wordt opgeslagen. Vanuit de ODNV is geconstateerd dat vanuit milieuhygiëne de mestplaat overkapt moet worden. Omdat de mest overkapt dient te worden, en omdat er een bedrijfsoverdracht gaat plaatvinden (zijn zoon neemt het over), wil de heer van het Goor het grondig aanpakken en een geheel nieuwe kippenmestopslag bouwen in Flevoland en de oude opslag verwijderen. De oude opslag gaat over naar het loonbedrijf en zal worden gebruikt voor de stalling van machines. Het perceel gaat dan opgedeeld worden en het worden twee bedrijven. Het vrachtwagensbedrijf zal beëindigd worden. Hoe los je dit planologisch op? Vergunning vrachtwagens gemeente zelf actief intrekken? Koppeling met voorwaardelijke verplichting maken en 3 jaar de tijd geven? Anne zal bij Henri Kasteel van de gemeente Dronten nagaan wat daar geldt.
9.
Zienwijzennota Hofstede de Wijck (Anne). Er is een zienswijze ingediend met betrekking tot openheid van het gebied. De Raad van State is hier streng op en de beantwoording van de zienswijze zal daarom goed gemotiveerd moeten worden. Anne zal nog aanvullende vragen aan Dieter stellen via de mail.
10. Uitwerkingsplan Broeklanden (Matthijs). Over een deel van het uitwerking ligt een weidevogelbeschermingsgebied. Dit is geregeld in de verordening die in 2013 is vastgesteld. Het gebied is in 2017 hierin opgenomen. De Provincie kijkt alleen naar moederplannen, niet naar uitwerkingsplannen. Dit is positief voor ons. Dieter zal zo spoedig mogelijk nagaan hoe het precies in elkaar zit en zal dit aan Matthijs doorgeven . 11. Aldi/Herontwikkeling winkelcentrum de Vrijheid ( Gerard, Matthijs). De raad heeft op 4 maart jl. de voorkeur uitgesproken voor een discounter aan de locatie Vrijheidsstraat te Elburg. De Aldi wil alleen blijven als aan de Vrijheidsstraat ontwikkelmogelijkheden worden geboden. De overeenkomst van Plus Vastgoed met de gemeente loopt af per 01 -01-2020. Aldi wil de garantie dat de gemeente wil meewerken aan een tijdelijke Aldi en dat Aldi nog op de huidige locatie kan blijven in afwijking van de tijdelijke overeenkomst. Dus ook voor de periode ná 1-01-2020. Alleen als de Aldi aangeeft dat zij zich permanent willen vestigen aan de Vrijheidsstraat zal een tijdelijke locatie bekeken worden.