Koeweg 1a en 1b 't Harde_toelichting
Tekst van het document
Adviesbureau op vrije voet Feithenhofsweg 2 8096 PB Oldebroek
NL.IMRO.0230.BPKOEWEG1AEN1B-ONT1
Toelichting
Herziening bestemmingsplan Koeweg 1a en 1b ‘t Harde
Pagina 1 van 55
•
•
•
•
•
•
•
Hoofdstuk 1 Inleiding
o
1.1 Aanleiding
o
1.2 Ligging en begrenzing
o
1.3 Geldend bestemmingsplan
o
1.4 Leeswijzer
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie plangebied
o
2.1 Bestaande situatie
o
2.2 Toekomstige situatie
Hoofdstuk 3 Beleidskader
o
3.1 Rijksbeleid
o
3.2 Provinciaal beleid
o
3.3 Regionaal beleid
o
3.4 Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4 Onderzoek
o
4.1 Milieuaspecten
o
4.2 Waterhuishouding
o
4.3 Ecologie
o
4.4 Archeologie en cultuurhistorie
o
4.5 Verkeer en parkeren
o
4.6 Milieueffectrapportage (MER)
Hoofdstuk 5 Wijze van bestemmen
o
5.1 Algemeen
o
5.2 Opbouw regels
o
5.3 Toelichting op de regels
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid van het plan
o
6.1 Financieel-economische uitvoerbaarheid
o
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7 Inspraak, overleg en zienswijzen
o
7.1 Inspraak
o
7.2 Overleg
o
7.3 Zienswijzen
Pagina 2 van 55
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Aan de Koeweg 1a en 1b in ’t Harde is een autobedrijf met bedrijfswoning en een kleine woning met bijgebouwen gevestigd. Initiatiefnemer wil ter plaatse van het huidige autobedrijf woningbouw realiseren. Het bestaande bedrijfspand wordt omgezet naar 4 appartementen. De bedrijfswoning wordt omgezet naar een reguliere woning. De bedrijfsactiviteiten worden door deze bestemmingsplanherziening beëindigd. Verder wil initiatiefnemer, op het achterliggende gebied dat de bestemming agrarisch met waarden heeft, 21 camperplaatsen realiseren. Op basis van het vigerende bestemmingsplan “Buitengebied Elburg 2012 actualisatie 2018" van de gemeente Elburg is wonen in het bedrijfsgebouw binnen de bestemming Bedrijf niet toegestaan. Daarnaast is de realisatie van 21 camperplaatsen en een bijgebouw op de bestemming agrarisch met waarden niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Het geldend bestemmingsplan moet hiervoor herzien worden. Het voorliggende bestemmingsplan is de juridisch-planologische regeling die de voorgenomen ontwikkeling mogelijk maakt.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied aan de Koeweg 1a en 1b is gelegen in het buitengebied van ’t Harde en op de navolgende afbeelding is de globale ligging van het plangebied aangegeven.
Luchtfoto plangebied
Pagina 3 van 55
Kadastrale kaart
Kadastrale gegevens Het perceel is kadastraal bekend: Gemeente: Elburg Sectie: E Nummer: 6418, 9120, 9121 en 6417
Pagina 4 van 55
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het plangebied maakt onderdeel uit van bestemmingsplan “Buitengebied Elburg 2012, actualisatie 2018”, vastgesteld op 28 januari 2019. Op onderstaande afbeelding is een uitsnede van de verbeelding opgenomen. Voorliggend bestemmingsplan vervangt het bestemmingsplan voor het deel dat op onderstaande verbeelding is omkaderd in het rood. Voor de locatie gelden de volgende bestemmingen: •
Enkelbestemming ‘Bedrijf’’ met functieaanduiding specifieke vorm van bedrijf – overige bedrijvigheid
•
Dubbelbestemming waarde – Waardevol landschap (art. 36)
•
Dubbelbestemming waarde – archeologische hoge verwachtingswaarde (art. 33)
•
Enkelbestemming agrarisch met waarden (art. 4)
•
Enkelbestemming Wonen – Kleine woning (art. 27)
•
Enkelbestemming Groen – Landschappelijke beplanting (art. 9)
Uitsnede geldend bestemmingsplan (www.ruimtelijkeplannen.nl)
Pagina 5 van 55
1.4 Strijdigheid met vigerende bestemmingsplan Regulier wonen is op basis van het vigerende bestemmingsplan niet mogelijk door de aanwezige enkelbestemming ‘Bedrijf’. Daarnaast laat het vigerende bestemmingsplan het realiseren van 21 camperplaatsen en een bijgebouw niet toe op de enkelbestemming agrarisch met waarden. Deze beoogde ontwikkelingen zijn in strijd met de vigerende plannen. Deze herziening voorziet in de juridisch-planologische regeling voor de beoogde ontwikkelingen
1.5 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan ’t Harde, Koeweg 1a en 1b ’t Harde met identificatienummer NL.IMRO.0230.BPKOEWEG1AEN1B-ONT1 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan
1.6 Opzet van het bestemmingsplan De toelichting van dit bestemmingsplan is na dit hoofdstuk als volgt opgebouwd. •
Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van het initiatief.
•
Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid.
•
Hoofdstuk 4 beschrijft de haalbaarheid van het plan, waarbij de verschillende milieuaspecten aan de orde komen.
•
Hoofdstuk 5 behandelt de wijze van bestemmen, waarin uiteen wordt gezet hoe het in hoofdstuk 2 beschreven initiatief juridisch is vertaald naar regels en verbeelding.
•
Hoofdstuk 6 gaat in op de economische uitvoerbaarheid.
•
Hoofdstuk 7 behandelt de resultaten uit de doorlopen bestemmingsplanprocedure Pagina 6 van 55
.
Hoofdstuk 2 Het initiatief
2.1 Bestaande situatie 2.1. Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Koeweg 1a en 1b, in het buitengebied van ’t Harde. Het plangebied bestaat uit een autobedrijf met bedrijfswoning, een kleine woning en diverse bijgebouwen met daarachter grenzend een gebied agrarisch met waarden. Het gebied agrarisch met waarden bestaat uit weiland dat deels wordt omzoomd door houtwallen. Het bedrijf voorziet in in- en verkoop van auto’s en campers en het onderhoud van deze voertuigen.
. Navolgende foto geeft een overzicht van het plangebied.
1 = bedrijfswoning 2 = garagebedrijf 3 = kleine woning 4 = bijgebouw 5 = agrarisch met waarden
Pagina 7 van 55
2.2 Nieuwe situatie Het plan betreft een functieverandering waarbij de functie bedrijf wordt omgezet naar wonen. In het bestaande bedrijfsgebouw worden 4 appartementen gerealiseerd ten behoeve van huurders die in aanmerking komen voor een huurtoeslag. De bedrijfswoning wordt een reguliere woning in verband met de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten. Op het perceel agrarisch met waarden worden 21 camperplaatsen gerealiseerd. Op het terrein worden voorzieningen voor het lozen van grijswater, het legen van een chemisch toilet, een watertappunt, elektrapunten en een oplaadpunt voor de E-bike aangebracht. Initiatiefnemer promoot deze standplaatsen middels een eigen website, aanmelding op de website nkc.nl en door informatie via de plaatselijke vvv te verstrekken. De camperplaatsen zijn niet het gehele jaar beschikbaar. In de maanden januari en februari is de camperplaats gesloten. In deze periode kan er onderhoud gepleegd worden voor de opening van het nieuwe seizoen. Op de situatietekening op de volgende pagina zijn de voorzieningen aangegeven. De bestemming kleine woning blijft ongewijzigd. Een klein deel van dit perceel heeft nog de bestemming bedrijf. Dit wordt ook omgezet naar wonen. Bestaande bedrijfsgebouw met nieuwe interne indeling
Pagina 8 van 55
Hierna wordt de nieuwe situatietekening weergegeven.
Pagina 9 van 55
Landschap Het landschap is een overgangsgebied van de hoge beboste Veluwe aan de zuidoostzijde naar de lage polders langs het Drontermeer en het Veluwemeer aan de noordzijde. Het landschap van en rond het plangebied is gelegen op de flanken van de Veluwe en heeft een relatief kleinschalig karakter. Het bestaat uit weilanden die omzoomd worden door boomsingels en houtwallen. Een dergelijk landschap staat bekend als een coulisselandschap. Het plangebied wordt omzoomd door weilanden. Bij dit initiatief wordt een bestaand pand van garagebedrijf intern getransformeerd tot 4 appartementen. Het auto bedrijf wordt gesaneerd waardoor het perceel geen bedrijfsmatige uitstraling heeft en de daarbij behorende milieubelastende bedrijfsaspecten en verkeersbewegingen, worden vervangen door wonen. De aanwezigheid van vervoersmiddelen over het gehele erf en aan de voorzijde van het erf wordt hiermee beëindigd. Het erf zal na de herziening als wonen ingericht worden wat meer passend is voor het gebied en aansluiten bij de bestemmingen en inrichtingen rondom dit perceel. De parkeerplaatsen bij de woonkavel worden afgeschermd door groen zodat de vervoersmiddelen vanaf de wegzijde nagenoeg niet zichtbaar zijn. Hierdoor gaan de landschappelijke zichtlijnen niet verloren, maar ontstaat er wel een rustiger beeld van het erf vanaf de wegzijde waardoor het erf meer aansluit bij de directe omgeving.
Het wordt mogelijk gemaakt om op het terrein agrarisch met waarden 21 camperplaatsen te realiseren waarbij gebruik wordt gemaakt van half verharding. Binnen de bestemming agrarisch met waarden wordt het mogelijk om een gebouw van maximaal 16 m2 te realiseren ten behoeve van voorzieningen voor de camperplaatsen. In het kader van de landschappelijke inpassing worden op deze kavel ook landschappelijke elementen toegevoegd. Het perceel wordt grotendeels al afgeschermd door aanwezige houtwallen. De open zijde waar geen houtwal aanwezig is wordt ook voorzien van gebiedseigen beplanting. Hierdoor ontstaat toch een afscheiding tussen de weide en het naastgelegen land, maar blijft de landschappelijke zichtlijn behouden. Door de sanering van het bedrijf en de nieuw aan te leggen groenwal met gebiedseigen beplanting rondom de camperplaats draagt de ontwikkeling bij aan het versterken van het kampenlandschap. Het rommelige perceel met bestemming bedrijf wordt meer passend binnen het gebied gemaakt door de wijziging naar de bestemming wonen en de inrichting als woonerf. De nieuwe houtwal als omsluiting van de camperplaatsen sluiten aan op de bestaande houtwallen. De indeling van het perceel draagt op deze manier bij aan de kleinschaligheid en de structuur van het kampenlandschap. De aanwezige houtwallen aan de voorzijde en op het perceel zelf zijn waardevol.
Deze beplanting blijft behouden. Er wordt aangesloten bij de groene landelijke uitstraling van het gebied. Pagina 10 van 55
Pagina 11 van 55
Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk komt het van belang zijnde rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid aan de orde.
3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting aan en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: •
ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie;
•
de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden;
•
steden en regio's sterker en leefbaarder maken;
•
een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: •
de Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en de regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van het Rijk en de regio.
•
de NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij het Rijk en de regio meerdere jaren
Pagina 12 van 55
verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten.
Regio Zwolle betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van de klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan. In de regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de Novi is onder andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bv bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bv biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bv waardevolle landschappen, erfgoed). Conclusie: Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijks belangen raakt als opgenomen in de NOVI.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn dertien nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is gericht op directe of indirecte (via de provincie) doorwerking van de nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en is deels opgebouwd uit hoofdstukken afkomstig van de ‘oude’ ontwerp AMvB Ruimte die in 2009 al aan inspraak is onderworpen, en deels uit nieuwe onderwerpen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met enkele onderwerpen aangevuld per 1 oktober 2012. Conclusie: Geen van de doelen van het Barro worden door de voorgestane ontwikkelingen belemmerd..
3.1.3 Ladder Duurzame Verstedelijking Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Pagina 13 van 55
Overheden die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk willen maken, moeten standaard een aantal stappen zetten die borgen dat tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling wordt gekomen. Ruimtelijke besluiten moeten aandacht besteden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking (SER ladder). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. er wordt beschreven dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte; b. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel a, blijkt dat sprake is van een actuele regionale behoefte, wordt beschreven in hoeverre in die behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan worden voorzien door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anderszins, en; c. indien uit de beschrijving, bedoeld in onderdeel b, blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van de betreffende regio kan plaatsvinden, wordt beschreven in hoeverre wordt voorzien in die behoefte op locaties die, gebruikmakend van verschillende middelen van vervoer, passend ontsloten zijn of als zodanig worden ontwikkeld. De voorgenomen ontwikkeling maakt maximaal vier extra appartementen mogelijk.
Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. De functie van de gronden wijzigt van 'Bedrijf' naar 'Wonen'. Daarnaast worden er enkele kleinschalige voorzieningen ten behoeve van 21 camperstandplaatsen aangebracht. De ondergrond wordt, ter plaatse van de rijbanen, voorzien van een half verharding. Ter plaatse van de standplaatsen wordt de ondergrond voorzien van gras (conform de bestaande situatie). Het bestaande groen wordt behouden, ten behoeve van de landschappelijke inpassing. De functiewijziging is als 'zodanig' (gelet op aard en omvang) te beoordelen dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierdoor is het beoogde initiatief niet ladder plichtig. Uit een recente uitspraak omtrent de ladder (ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat een kampeerterrein met een omvang van 3 hectare en waar ruimte wordt geboden aan uitsluitend tenten, kampeerauto’s, (sta)caravans, dan wel andere daarmee vergelijkbare voertuigen of onderkomens, niet als een stedelijke ontwikkeling wordt aangemerkt. De ruimte die de beoogde camperplaatsen, inclusief bijbehorende voorzieningen, innemen bedraagt minder dan 3 hectare. Dit betekent dat geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en dat daardoor de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is op de voorgenomen ontwikkeling.
Conclusie: De gewenste ontwikkeling is niet strijdig met het rijksbeleid. Pagina 14 van 55
3.2 Provinciaal beleid Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet.
3.2.1 Actieplan wonen Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. De urgentie is zo hoog, dat provincie Gelderland met een Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: •
Doelstelling 1: versnelling van de woningbouw (sneller)
•
Doelstelling 2: meer betaalbare woningen (betaalbaar)
•
Doelstelling 3: meer flexibele woonvormen (flexibel)
Het Actieplan Wonen versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 43.000 woningen met vijftig doorbraakprojecten. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland in bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden.
3.2.2 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland/Omgevingsverordening Gelderland Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De visie is per 1 maart 2019 in werking getreden. De visie geeft het provinciale ruimtelijke beleid voor de komende jaren op hoofdlijnen aan. Met behulp van zeven ambities geeft de provincie hier uitvoering aan: 1. energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. klimaatadaptie: omgaan met veranderend weer; 3. circulaire economie: het sluiten van kringlopen; 4. biodiversiteit: werken met de natuur; 5. bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio, en; 7. woon- en leefomgeving: dynamisch, divers en duurzaam.
Pagina 15 van 55
De omgevingsvisie Gelderland is verder uitgewerkt in vier zogenaamde 'doe-principes'. De provincie wil ontwikkelingen stimuleren, ruimte maken voor nieuwe technologieën en werkgelegenheid, kansen pakken op het terrein van duurzaamheid, economische kracht en verbondenheid. In het kort betreffen deze principes: 1. doen: Gelderland kijkt breed met een focus en zoekt actief ruimte; 2. laten: Gelderland stimuleert niets buiten onze visie; 3. zelf: Gelderland neemt zelf verantwoordelijkheid en geeft het goede voorbeeld, en 4. samen: Gelderland werkt samen met oog voor innovatie. Met de Omgevingsverordening Gelderland stelt de provincie regels aan ruimtelijke plannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen, water en glastuinbouw. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. De regels in de Omgevingsverordening kunnen betrekking hebben op het hele provinciale grondgebied, delen of gebiedsgerichte thema's. Gemeenten moeten binnen een bepaalde termijn hun bestemmingsplan(nen) op deze regels afstemmen. Wonen De kwaliteit van de leefomgeving wordt in de visie van groot belang geacht. Een goede kwaliteit van de leefomgeving draagt bij aan de gezondheid.
Hier hoort goed wonen bij, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De visie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. 3.2.3 Nationale Landschappen
Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Veluwe. Het ruimtelijk beleid is erop gericht om de kernkwaliteiten van dit landschap te behouden en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt middels een regel in de Omgevingsverordening die bepaalt dat alleen activiteiten zijn toegestaan die de kernkwaliteiten behouden of versterken De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap.
Pagina 16 van 55
uitsnede natuur en landschapsbeleid (bron: omgevingsvisie)
In bovenstaande afbeelding wordt het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO) aangegeven. Beiden worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten: dat zijn de natuurwaarden, de potentiële waarden en de omgevingscondities. Het GNN is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuur van internationaal, nationaal en provinciaal belang. Het uitgangspunt is dat in het GNN geen nieuwe initiatieven plaatsvinden, behalve ontwikkelingen van een groot algemeen of provinciaal belang of waarvoor geen alternatieven bestaan. In de Groene Ontwikkelingszone (GO) is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met een (substantiële) versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. De ecologische verbindingszones maken deel uit van de GO, evenals de weidevogelgebieden en de rustgebieden voor winterganzen. De provincie treft maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland. De provincie beschermt de achttien Natura2000 gebieden die in het GNN liggen. Verder richt het beleid zich op het behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. De 2 hoofddoelen benadrukken de rol en de kerntaken van de provincie als midden bestuur. Zij beïnvloeden elkaar.
Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat, bijvoorbeeld door een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland. Op de projectlocatie zijn enkele aspecten specifiek van toepassing uit het provinciaal beleid. Deelgebied: Het plangebied valt onder het deelgebied Noord-Veluwe. Kenmerkend voor deze regio zijn onder andere de rust en de ruimte en het afwisselende landschap. De
Pagina 17 van 55
provincie en haar partners streven naar een gastvrije, zorgzame, duurzame en bereikbare regio. Ontwikkeling in Nationaal landschap: De projectlocatie is gelegen binnen een Nationaal Landschap maar buiten het Gelders natuurnetwerk, de Groene ontwikkelingszone en de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Binnen deze gronden zijn alleen ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten van een Nationaal Landschap niet aantasten of versterken. De planlocatie valt onder het Nationale Landschap de Veluwe. Ze geven op (inter)nationale schaal een afspiegeling van de landschappelijke diversiteit en krijgen daarom speciale aandacht. De Veluwe is onderverdeeld in deelgebieden, waarbij het plangebied valt onder de Randmeerkust agrarisch.
Het deelgebied Randmeerkust agrarisch heeft veel verschillende kernkwaliteiten. Het gaat hier met name om de verkavelingen, hoogtes, openheid, linten, structuur en de strookvormige percelen. De rust, ruimte en donkerte van het veengebied zijn kenmerkend. Het uitgangspunt is dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in Nationale landschappen de kernkwaliteiten van dat specifieke deel van het landschap niet aantasten, dat wil zeggen daar geen afbreuk aan doen. Als de kernkwaliteiten wel aangetast worden, zijn de ontwikkelingen alleen toegestaan onder bepaalde voorwaarden. Het voornemen betreft het wijzigen van de bestemming bedrijf naar wonen. Hierbij worden 4 appartementen in een bestaand pand gerealiseerd. Verder wordt met het plan het mogelijk gemaakt om 21 standplaatsen voor campers te realiseren en een gebouw van maximaal 16 m2. Pagina 18 van 55
De kavelstructuren en linten worden niet gewijzigd maar worden door de aanleg van een nieuwe groenwal ter plaatse van de camperplaatsen juist versterkt. De waardevolle beplanting rondom de opstelplaatsen van de camperplaatsen blijft behouden en wordt deels uitgebreid aan de oostelijke zijde met een groenwal zodat de 21 camperplaatsen geheel met gebiedseigen beplanting wordt ingepast. Door de herziening van het bestemmingsplan dalen de milieubelastende activiteiten en de verrommeling op het perceel aanzienlijk en neemt de hoeveelheid inheemse landschappelijke beplanting toe. Dit maakt dat de conclusie getrokken kan worden dat de kernkwaliteiten van het Veluws landschap en specifiek van onderhavig deelgebied niet worden aangetast. Conclusie: met voorliggend initiatief worden geen wijzigingen aangebracht aan kenmerkende en bepalende structuren en/of landschappen maar wordt de inheemse landschappelijke beplanting versterkt en uitgebreid. De omzetting van bedrijf naar wonen betreft een kwaliteitsverbetering in het gebied doordat de milieubelastende bedrijfsactiviteiten afnemen en de realisatie van camperstandplaatsen vindt plaats zonder aantasting van de kernkwaliteiten van het landschap en het gebied doordat de aanwezige waardevolle beplanting wordt behouden en wordt versterkt door de aanleg van een extra houtwal met gebiedseigen beplanting.
Hierdoor worden de kavelstructuren en linten niet gewijzigd maar versterkt in het kampenlandschap. Er is vanuit het provinciaal beleid geen belemmering voor het initiatief.
Pagina 19 van 55
3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe De gemeente Elburg maakt deel uit van de regio Noord-Veluwe. In de Omgevingsagenda geven de acht gemeenten van de Noord-Veluwe aan waarop zij regionaal willen samenwerken in de periode 2015-2020. In de omgevingsagenda zet de regio in op vier opgaven, namelijk: 1. Versterken toeristisch product; 2. Vitaliseren buitengebied; 3. Verbeteren economische infrastructuur; 4. Stimuleren klimaat neutrale regio. Per opgave worden deelopgaven genoemd. In het geval van het plangebied is vooral het vitaliseren van het buitengebied van belang. Daarbij zet de regio in op het stimuleren van nieuwe (economische) impulsen en het behouden en versterken van de leefbaarheid in kleine dorpen en gemeenschappen. De ontwikkeling levert hieraan een bijdrage door de realisatie van nieuwe functies te weten uitbreiding inwoners en bezoekers vanuit recreatie die een goede impuls kunnen leveren aan de ondernemers. Het betreft een doelgroep die over het algemeen een goed bestedingspatroon heeft. Dit geeft voor de in de kern aanwezige voorzieningen een groter aantal bezoekers. De leefbaarheid kan daarmee behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden.
3.3.2 Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe (februari 2019) Binnen de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) werken de deelnemende gemeenten samen op de thema's Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Op basis van deze samenwerking maken de deelnemende gemeenten en de provincie afspraken ten aanzien van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van het woningbouwprogramma. Dit maakt onderdeel uit van de Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe. De regio signaleert dat er sinds het einde van de crisis een oplopend tekort is aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen, mensen met een zorgvraag zijn naarstig op zoek naar een beschutte omgeving en er is vraag naar nieuwe woonvormen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. De woonbehoefte komt voort uit woningbehoefteonderzoek. De monitoring van de kwantitatieve behoefte gebeurt nu achteraf om zo flexibeler te kunnen inspelen op veranderingen in de woningmarkt. Pagina 20 van 55
Specifieke behoefte sociale huur Uit de verrichte onderzoeken blijkt dat een groot deel van de doelgroep sociale huur is, gezien hun inkomen, aangewezen op de sociale huursector, ondanks eventueel afwijkende wensen. Daarom is een raming gemaakt van de benodigde toekomstige voorraad sociale huurwoningen in Elburg. Daaruit komt een behoefte van 110 extra sociale huurwoningen in Elburg. Conclusie: Er is behoefte aan uitbreiding van sociale huurwoningen. Dit plan voorziet in 4 appartementen voor de doelgroep sociale huur waardoor het een bedrage levert aan de wensen van de regionale woonagenda. In het kader van de verstedelijkingsstrategie is de ligging van de planlocatie nabij voorzieningen zoals de A28 en het station zeer gunstig.
Pagina 21 van 55
3.4 Gemeentelijk beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Elburg 2018 De Omgevingsvisie is vastgesteld op 30 januari 2019. Het document geeft een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente tot 2030. De visie van de gemeente is ‘samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik’. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de kernwaarden van de gemeente voorop. De kernwaarden zijn onderverdeeld in vijf thema’s: 1. leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; 2. aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit; 3. vitaal economisch klimaat; 4. duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; 5. bereikbaar, nabij en toegankelijk. Vanuit het thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving' wordt onder meer ingestoken op wonen voor iedereen. Alle leeftijdsgroepen moeten aangenaam kunnen wonen in Elburg. Uitgegaan dient te worden van duurzame, energie neutrale en levensloopbestendige ontwikkelingen, waarbij indien mogelijk direct de zorgcomponent wordt meegenomen. Nieuwbouwprogramma's worden ingezet voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Een ander thema is het streven naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. De groene parels van de gemeente moeten worden versterkt. Er moet respectvol met de waarden in de gemeente worden omgegaan.
Voor de verschillende deelgebieden in de gemeente zijn zogenoemde Idee-kaarten ontwikkeld. Deze kaarten benoemen de ambitie voor het gebied en de uitgangspunten voor behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied. Op de Idee kaart voor 't Harde is de locatie van de Koeweg aangeduid als verblijfsrecreatie zie onderstaande figuur
Pagina 22 van 55
uitsnede omgevingsvisie 't Harde (bron: Omgevingsvisie, gemeente Elburg)
Voor 't Harde wordt als ambitie genoemd dat het belangrijk is dat er voldoende woningen gerealiseerd worden voor alle doelgroepen. Ter behoud van het centrum van 't Harde is woningbouw van belang. De woningbouw moet duurzaam zijn met een dorpse uitstraling. Als uitgangspunten voor kwaliteit worden geformuleerd: •
relatie met het buitengebied versterken;
•
dorpshart versterken;
•
dorpse karakteristiek behouden;
•
versterken recreatieve poort naar Elburg en de Veluwe;
•
respect voor Natura2000-gebied Veluwe
In deze visie wordt verder gesteld dat de gemeente zich als gastvrij en ondernemend wil kenmerken. Van oudsher was de agrarische sector sterk, in het buitengebied is deze nog steeds beeldbepalend. Om langdurige leegstand van vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing en braakliggende gronden te voorkomen, en de daarbij behorende negatieve gevolgen, heeft de gemeente eigenaren en initiatiefnemers uitgenodigd om met passende, vernieuwende ideeën te komen, zoals herinvulling met kleinschalige bedrijvigheid, zorg, recreatie en zakelijke dienstverlening. De gemeente wil zich als een gevarieerde en aantrekkelijke recreatiegemeente ontwikkelen. Hierbij wil de gemeente inspelen op de veranderende wensen van de toeristen en recreanten. Het is de ambitie van de gemeente om mensen langer te laten verblijven en de bestedingen te verhogen. De gemeente wil inspelen op de toenemende behoefte aan luxe en hoogwaardig recreëren, kleinschaligheid, wellness, het streven naar eigen identiteitsversterking, gezondheid en bezinning. Vernieuwing en kwaliteitsversterking van vakantieparken is de ambitie, ontwikkeling van nieuwe parken is onder voorwaarden afweegbaar. Daarnaast is uitbreiding van verblijfsrecreatie via een hotel, B&B en niche ontwikkelingen mogelijk.
Pagina 23 van 55
Conclusie: Door de realisatie van 4 appartementen in het buitengebied t.b.v huurders met inkomens die in aanmerking komen voor huurtoeslag wordt met dit initiatief een extra impuls gegeven aan het voornemen om nieuwbouwprogramma’s in te zetten voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Ook het voornemen van een camperstandplaats is in lijn met de omgevingsvisie Elburg 2018 die ondernemers uitnodigt met nieuwe initiatieven te komen voor een groene recreatieve invulling. De locatie Koeweg ligt in het gebied van de Top’s waardoor deze ontwikkeling een versterking vormt voor de visie die de gemeente Elburg voor de komende jaren heeft uitgewerkt.
3.4.2 Woonvisie 2020-2025 De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De komende tien jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de herstructurering van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden. Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid. Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen.
Pagina 24 van 55
De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen). Uit deze woonvisie blijkt dat er behoeft is aan sociale huur, gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens). De gemeente heeft oog voor de toename van kleine huishoudens, waaronder met name alleenstaanden. De gemeente houdt daar in het woningbouwprogramma rekening mee waarbij inbreiding voor uitbreiding gaat tenzij dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit in wijken en kernen. Belangrijke randvoorwaarde met het oog op klimaatadaptatie is, dat er voldoende groen en water aanwezig is. Daarnaast wordt waar mogelijk ingezet op transformatie van leegstaand/-komend vastgoed. Met de woonvisie wordt aangesloten op de Motie betaalbaar wonen. Hierin wordt het college verzocht om ernaar te streven dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector. Conclusie: De huren voor de 4 appartementen in het voormalige bedrijfspand zijn bedoeld voor de lagere inkomens die in aanmerking komen voor Huurtoeslag. Hiermee wordt bij het initiatief voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de woonvisie 2020-2025.
3.4.3 Landschapsontwikkelingsplan Elburg 2011 – 2020 Vanwege ontwikkelingen in het buitengebied en de wens deze goed in te passen in het landschap is een landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld. Het LOP legt verbanden en relaties met de verschillende functies die het buitengebied heeft. Daarbij speelt ook de relatie tussen stad en platteland een belangrijke rol. Het LOP heeft als doelstelling een uitvoeringsgericht document te zijn, gericht op een visie op de gewenste landschappelijke kwaliteit en met name hoe dit uiteindelijk te realiseren is. Aan de hand van een uitvoeringsplan worden concrete projecten en maatregelen benoemd. Voor het plangebied en de omgeving geeft het LOP de uitgangspunten die ook overgenomen zijn in de Structuurvisie van de gemeente Elburg. Daarbij gaat het om de realisatie van een goede overgang van het landschap naar de kern en de versterking van de bomen- en groenstructuur langs de Stadsweg. Deze Stadsweg is ook aangegeven als gradiëntlijn, waarlangs de gemeente inzet op de ontwikkeling hiervan in combinatie met recreatieve routes. In het LOP wordt op genoemde locatie al rekening gehouden met woningbouw. Het plangebied ligt in het zogenaamde 'kleinschalig kampenlandschap' met landschapselementen als houtwallen en bomenrijen en mozaiekverkaveling.
De wens hier is het herstel van de samenhang en balans tussen de verschillende elementen: houtwallen, singels, wegbeplanting, erfbeplanting, open ruimtes en bebouwing. In het lineaire landschap kan gekozen worden voor tweezijdige erfgrensbeplanting en voor het kleinschalige landschap wordt ingezet op alzijdige aanplant van de erfgrenzen. Pagina 25 van 55
Hoogstamfruitboomgaarden met een meer onregelmatige aanplant, leilinden aan de zonzijde en enkele solitaire zoals een noot, kastanje of linde maken onderdeel uit van het erf. Eikenbosschages zijn meer achter op het erf gelegen of aan de zijkant. Bij uitbreiding van de stallen, schuren of andere gebouwen kunnen ook houtwallen en -singels worden aangeplant. Kenmerkende soorten bestaan uit: Houtwallen en -singels: Hoofdsoort zomereik, aangevuld met ruwe berk en lijsterbes en diverse inheemse struikvormers zoals vuilboom, Gelderse roos, veldesdoorn, hondsroos, meidoorn, sleedoorn, inlandse vogelkers, hazelaar en wilde hulst. Conclusie: Door de sanering van het garagebedrijf en de bestemming te wijzigen in wonen wordt de omgevingskwaliteit van het gebied verbeterd. De camperplaatsen worden landschappelijk ingepast door de aanleg van een extra houtwal met gebiedseigen beplanting waardoor het aanwezige kampenlandschap wordt versterkt. Door de bestemming wonen, de toevoeging van de houtwal en het behouden van het waardevolle groen op het perceel wordt de balans van het kampenlandschap versterkt. De uitbreiding van de bestaande houtwallen en gebiedseigen beplanting geeft de camperplaatsen een kader waardoor het opgenomen wordt in het bestaande landschap.
Pagina 26 van 55
Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Om de voorgenomen bestemmingsplanherziening mogelijk te maken moet bezien worden wat de consequenties zijn voor de omgeving en het milieu.
4.1 Archeologie en cultuurhistorie Wettelijk kader Per 1 januari 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening aangepast. Het is verplicht om in bestemmingsplannen aandacht te geven aan cultuurhistorie en de effecten van het initiatief op cultuurhistorische waarden die in het plangebied voorkomen. Daar waar nodig dient de bescherming van deze waarden ook te worden vastgelegd in de regels en verbeelding bij het bestemmingsplan. In 1992 is het Europese Verdrag van Valletta/Verdrag van Malta gesloten. Bedoeling van het verdrag is om de archeologische waarden in de bodem zoveel mogelijk te beschermen door ze in de bodem te behouden. Het verdrag heeft in Nederland geleid tot de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) die in 2007 van kracht is geworden. De wet verplicht gemeenten om bij het vaststellen van bestemmingsplannen rekening te houden met belangrijke archeologische waarden die zich in de bodem kunnen bevinden. De belangrijkste uitgangspunten van de wet zijn: •
archeologische waarden moeten zo veel mogelijk in de bodem (in situ) worden bewaard;
•
archeologie moet tijdig worden meegenomen in de ruimtelijke planvorming;
•
de veroorzaker betaalt de kosten van archeologisch onderzoek en noodzakelijke volwaardige opgravingen, voor zover die kosten redelijkerwijs kunnen worden toegerekend aan de verstoorder.
Pagina 27 van 55
Onderzoek
Uitsnede archeologische verwachtingskaart Elburg
De archeologische verwachtingskaart voor het plangebied laat een middelmatige verwachting zien. Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen dieper dan 30cm en groter dan respectievelijk 30 m2 en 120 m2, archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Conclusie: Het aspect archeologie is geen belemmering voor de plannen, omdat er alleen sprake is van een interne verbouwing en er geen grondwerkzaamheden worden uitgevoerd.
Pagina 28 van 55
4.2 Bodem en Asbest 4.2.1 Bodem Toetsingskader De milieuhygiënische bodemkwaliteit mag geen belemmering zijn voor de economische uitvoerbaarheid van het planvoornemen. Verder behoort de bodemkwaliteit te passen bij het toekomstig gebruik van de bodem. De bodemkwaliteit mag immers geen onaanvaardbare risico’s opleveren voor de gebruikers van de bodem. Bovendien mag door menselijk handelen de bodemkwaliteit niet verslechterd zijn (zorgplicht). De Wet bodembescherming (Wbb) vormt het wettelijk kader bij de bepaling van de mate en de ernst van een bodemverontreiniging. Conform de Wbb wordt op grond van de mate en omvang van een verontreiniging in grond en/of grondwater bepaald of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Hierop is de principiële noodzaak tot sanering gebaseerd. In de Wbb wordt op basis van risico’s voor mens en ecosysteem onderscheid gemaakt tussen spoedeisende en niet spoedeisende sanering. Bij eerst genoemde dient binnen vier jaar aangevangen te worden met de sanering; bij laatstgenoemde kan gewacht worden totdat op de locatie een herinrichting en/of bestemmingswijziging aan de orde is. Onderzoek Voor het plangebied is in september 2022 een bodemonderzoek verricht. Het betreffende onderzoeksrapport is als bijlage opgenomen. Uit dit onderzoek blijkt dat ter plaatse de zandige bovengrond van deellocatie A licht verontreinigd is met PCB.
De zandige ondergrond van deellocatie A is licht verontreinigd met cadmium. Op het maaiveld en in de bodemlagen is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Nader onderzoek wordt in het kader van de doelstelling van het onderzoek niet noodzakelijk geacht. Op basis van de verkregen resultaten wordt de bodemkwaliteit op de locatie geschikt geacht voor het voorgenomen gebruik, namelijk herinrichting van de locatie. Conclusie: Op basis van het hierboven beschreven verkennende onderzoek is de conclusie dat het aspect bodem geen belemmering vormt, voor de realisatie van de plannen. De onderzoeken zijn als bijlage toegevoegd aan dit plan.
Pagina 29 van 55
4.3. Externe Veiligheid Kwetsbare objecten worden in het Bevi in artikel 1 als volgt gedefinieerd: woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens die aangemerkt worden als beperkt kwetsbare objecten. Dit zijn: verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden, kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; Met dit plan wordt de ontwikkeling van 4 appartementen mogelijk gemaakt. De bedrijfswoning wordt omgezet naar reguliere woning en de aanwezige kleine woning blijft ongewijzigd. Ook worden 21 camperplaatsen gerealiseerd waardoor er een verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen mogelijk wordt gemaakt. Er is bij deze planontwikkeling dan ook sprake van toevoeging van kwetsbare objecten. Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen.
Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Pagina 30 van 55
beleidsvisie externe veiligheid Veluwe Noord In de gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid voor de gemeenten in de regio Veluwe-Noord is beschreven hoe de gemeenten in de regio Noord-Veluwe omgaan met externe veiligheid. Grote delen van het grondgebied van de Noord-Veluwse gemeenten ligt binnen het invloedsgebied van risicobronnen, waardoor bij veel ruimtelijk besluiten een verantwoording van het groepsrisico vereist is. Ten behoeve van de camperplaatsen worden geen bouwwerken opgericht, waarin mensen langere tijd kunnen verblijven. Daarnaast zijn de bezoekers van de camperplaatsen slechts een beperkte tijd er plaatse. Omdat deze bezoekers met eigen vervoer aanwezig zijn, zijn zij ook zeer zelfredzaam. Tevens zijn voldoende vluchtwegen aanwezig. Gezien de huidige persoonsdichtheid hebben de aanwezige camperaars ook geen significant effect op het groepsrisico. Vandaar dat het uitvoeren van een groepsrisicoberekening en nadere verantwoording niet noodzakelijk wordt geacht.
4.3.1 Risicovolle inrichtingen Op ruim 600 m van het plangebied bevindt zich een zwembad met (kleinschalige) chlooropslag. De afstand is groot genoeg om gevaar te voorkomen. Chlooropslag valt onder het Besluit Risico Zware Ongevallen (BRZO). Het risico van een chlooropslag wordt vooral gevormd door het transport. De opslag zelf heeft een klein risicocontour. De risicoafstand is 50 m wanneer de opslaghoeveelheid onder de drempelwaarde van het BRZO ligt. De chlooropslag bij het zwembad is lager dan de drempelwaarde. Bovendien is de afstand van de planlocatie tot de chlooropslag ruim meer dan 50 m.
4.3.2 Mobiele risicobronnen Plaatsgebonden risico Nabij de planlocatie is de mobiele risicobron spoorlijn Zwolle Amersfoort gelegen. Het plangebied ligt buiten het plaatsgebonden risico, het plasbrandaandachtsgebied en de 200 meter zone van de spoorlijn. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Groepsrisico Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied groepsrisico van de spoorlijn Zwolle – Amersfoort, op een afstand van ongeveer 1900 meter. Gezien de ligging van de spoorlijn op meer dan 200 meter van het plangebied volstaat een ‘beperkte’ verantwoording van het groepsrisico.
Pagina 31 van 55
Verantwoording groepsrisico spoorlijn Zwolle – Amersfoort Op basis van het Bevt dient voor een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter vanaf de transportroute ingegaan te worden op: •
De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater;
•
De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet. Dit is alleen van toepassing op nog niet aanwezige (beperkt) kwetsbare objecten.
Daarnaast stelt het Bevt dat de Veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld moet worden om advies uit te kunnen brengen over de mogelijkheden van de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Uit de notitie ‘VGR voor standaard externe veiligheidssituaties' blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit buiten de 200 meter zone van een transportroute ligt en het besluit geen objecten toestaat voor verminderd zelfredzame personen, er sprake is van een standaard externe veiligheidssituatie. Voor deze situaties wordt de onderstaande verantwoording van het groepsrisico gehanteerd. Maatgevende scenario’s De maatgevende scenario´s voor de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid waarbij het plangebied binnen het invloedsgebied van brandbare gassen en toxische vloeistoffen/gassen ligt is een wolkbrandexplosie en een toxische wolk. Onderstaand is vanuit deze scenario’s ingegaan op de mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer.
De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen. De mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om te schuilen in een gebouw, waarvan ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af.
Pagina 32 van 55
Advies VNOG Op 7 maart 2023 heeft de VNOG het advies externe veiligheid Koeweg 1a en 1b ’t Harde opgesteld. Dit advies is als bijlage toegevoegd. Het plangebied is niet gelegen in de directe omgeving van overige Bevi-bedrijven en van transportassen en buisleidingen van gevaarlijke stoffen. Externe veiligheidsrisico's staan de uitvoerbaarheid van onderhavig plan niet in de weg. Bluswatervoorziening De bluswatervoorziening is voldoende. Op ongeveer 100 meter van het plangebied is een brandkraan met voldoende capaciteit aanwezig. Zelfredzaamheid Het bereik van het Waarschuwing- en Alarmeringssysteem (WAS-palen) haalt volgens de kaart niet het plangebied (roze cirkel). Personen kunnen wel bereikt worden via een alternatief waarschuwingssysteem (NL-alert). Burgers moeten echter zelf het initiatief nemen om hun mobiele telefoon hiervoor geschikt te maken(zie: http://www.crisis.nl/nl alert). Conclusie: Op basis van de hierboven genoemde overwegingen kan worden geconcludeerd dat er voldoende mogelijkheden voor de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid zijn. Dit betekent dat er geen nadere eisen aan het plan worden gesteld in het kader van het milieuaspect externe veiligheid. Het plan wordt niet belemmerd vanuit het aspect externe veiligheid, nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid is daarom ook niet nodig.
4.3.3. Route gevaarlijke stoffen Bij nieuwe ontwikkelingen moet ook rekening worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij de planlocatie is de A28 en de Eperweg van belang. Deze wegen worden gebruikt voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. •
De A28 valt onder het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Dit betekent dat bij een toename van de bevolking binnen de risicocontour van 200 m langs de weg het groepsrisico verantwoord moet worden. Het onderhavige plangebied ligt ruim buiten die risicocontour. Er is geen noodzaak voor onderzoek.
•
De Eperweg is niet opgenomen in het Bevt en er is daarom geen risicocontour bekend. Hierover vindt wel in geringe mate vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Het onderhavige plangebied ligt ruim buiten die risicocontour. Er is geen noodzaak voor onderzoek.
Conclusie: Het vervoer van gevaarlijke stoffen en het daardoor veroorzaakte plaatsgebonden risico leveren daarom voor het bestemmingsplan geen beperkingen op. Pagina 33 van 55
4.3.4. Hoofdgastransportleidingen Ten zuiden van het plangebied, langs de Bovenweg en de Stadsweg loopt een aardgastransportleiding die opgenomen is in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Deze buisleiding ligt op een afstand van minimaal 250 m van het plangebied. De druk in de buis is maximaal 40 bar, de diameter is 12 inch. Het invloedsgebied bedraagt 140 m. Het plangebied bevindt zich hier ruim buiten. Conclusie: op grond van bovenstaande beschouwing wordt geconcludeerd dat het aspect ‘externe veiligheid’ geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling.
4.4 Bedrijven en milieuzonering Wettelijk kader Bij de ontwikkeling van gebieden wordt met behulp van de systematiek uit de VNG uitgave “Bedrijven en milieuzonering” (uitgave 2009) bepaald binnen welke straal bedrijven invloed hebben op de omgeving en met welke milieuaspecten (zoals geluid, gevaar, e.d.) rekening gehouden dient te worden. In de VNG uitgave zijn voor de diverse SBI-codes deze zogenoemde milieuzones bepaald ten opzichte van gevoelige functies zoals woningen. Aan de ene kant wordt hiermee bepaald of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij omliggende gevoelige objecten. Aan de andere kant wordt bekeken of eventuele nieuwe gevoelige objecten de omliggende bedrijven niet beperken. Naast de geadviseerde milieuzonering op basis van de VNG uitgave kunnen er ook afstandscriteria uit specifieke milieuwetgeving gelden. Uitgangspunten De VNG uitgave gaat uit van twee omgevingstypen: een rustige woonwijk / buitengebied of een gemengd gebied. In een gemengd gebied is sprake van matige tot sterke functiemenging, waar bijvoorbeeld direct naast woningen andere functies aanwezig zijn. Voor een gemengd gebied zijn de milieuzones kleiner dan voor een rustige woonwijk of buitengebied. In dit advies is voor het zoekgebied uitgegaan van rustig buitengebied.
Onderzoek De beoogde ontwikkeling aan de Koeweg1a en 1b betreft een milieugevoelige (geluidgevoelige) functie namelijk wonen. Op 12 oktober 2022 is door Ordigi een rapport uitgebracht. Uit de boordeling van dit onderzoek blijkt dat: •
voor alle bedrijven in de omgeving van het plangebied ruimschoots wordt voldaan aan de richtafstanden uit de handreiking Bedrijven en milieuzonering.
Pagina 34 van 55
Met betrekking tot Geurhinder een veehouderijen kan het volgende worden opgemerkt: •
Het plangebied ligt buiten de afstandscontour van 50 meter rondom de bouwvlakken van veehouderijen.
•
De hoogste berekende voorgrondbelasting binnen het plangebied bedraagt 2,2 ouE/m3, waarmee de geurnorm van 14,0 ouE/m3 voor geurgevoelige objecten in het buitengebied ruimschoots wordt voldaan.
•
Ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling kan een aanvaardbaar woonen leefklimaat gegarandeerd;
•
Omliggende bedrijven worden niet (onevenredig) in hun belangen geschaad.
Een kampeerterrein of vakantiepark wordt in de VNG uitgave aangemerkt al een categorie 3.1 inrichting (SBIcode 553). Hierdoor is sprake van een maximale hindercontour van 50 meter. Voor de camperplaatsen geldt, dat de dichtstbijzijnde, buiten het plangebied bevindende, milieugevoelige objecten (in dit geval woningen) zich op een grotere afstand bevinden buiten het plangebied. Binnen het plangebied worden 4 appartementen gerealiseerd en zijn 2 woningen aanwezig. Het plangebied is alleen gelegen binnen de invloedssfeer van verkeerswegen. Onderhavig plan voorziet in nieuwe geluidgevoelige functies namelijk 4 appartementen. Deze woningen vallen binnen de invloedssfeer van de Koeweg. Door de realisatie van 21 camperplaatsen in het plangebied met geluidgevoelige objecten moet de geluidbelasting op deze woningen onderzocht worden. Derhalve is door Envirospace Omgevingsadvies een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. In dit onderzoek is een worst case berekening voor 25 camperplaatsen uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting.
Pagina 35 van 55
Uit de resultaten blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau, ten tijde van de representatieve bedrijfssituatie, ten hoogste 44 dB(A) etmaalwaarde bedraagt ter hoogte van de nieuwe woning 01. Dit voldoet aan de normen van de publicatie bedrijven en milieuzonering en de normen van het Activiteitenbesluit. Uit de resultaten blijkt verder dat het maximale geluidniveau, ten tijde van de representatieve bedrijfssituatie ten hoogste 69 dB(A) etmaalwaarde bedraagt, ter hoogte van de nieuwe woning 01. Met een geluidbelasting van ten hoogste 69 dB(A) etmaalwaarde kan een standaard gevelwering van 20 dB(A) in ruime mate worden voldaan aan de normering van 55 dB(A) etmaalwaarde voor het binnenniveau in de woningen. Daar komt bij dat de woningen een luwe achterzijde hebben. Het is daarmee voldoen om te veronderstellen dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Uit de resultaten blijkt ook dat de indirecte hinder ten hoogste 50 dB(A) bedraagt ter hoogte van de Kleine woning. Dit voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). Conclusie: Ter plaatse van de beoogde ontwikkeling is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect milieuhinder en (agrarische) bedrijven staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg. Geluidhinder door wegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor onderhavig plan.
Het onderdeel industrielawaai behoeft instemming met dit plan niet in de weg te staan.
4.5 Geluidhinder Wettelijk kader De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast ten gevolge van weg-, spoorweg- of industrielawaai. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid". In de Wet geluidhinder is een zonering van industrieterreinen, wegen en spoorwegen geregeld. Enerzijds betekent dit dat (geluids)eisen worden gesteld aan de milieubelastende functies, anderzijds betekent dit dat beperkingen worden opgelegd aan milieugevoelige functies. De verplichting tot het uitvoeren van een akoestisch onderzoek in relatie tot het opstellen van een bestemmingsplan geldt niet indien in dat bestemmingsplan geen mogelijkheden worden geboden voor het realiseren van nieuwe woningen en andere geluidgevoelige objecten. Aangezien er woningen (geluidgevoelige objecten) in het plangebied worden gerealiseerd, dient er akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. Met betrekking tot geluid veroorzaakt door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidgevoelige objecten.
Pagina 36 van 55
De appartementen zijn gelegen binnen de invloedsfeer van de Koeweg. Dit is een lokale weg, zonder doorgaande functie en met één rijbaan. Hiervoor geldt een geluidzone van 250 meter. De appartementen vallen binnen deze geluidzone. Op 9 september 2021 is door AWG Geluidsadvies een akoestisch onderzoek uitgevoerd m.b.t. een bestemmingsplanwijziging aan de Koeweg 14B ’t Harde. Uit dit onderzoek volgt dat de maximale Lden = 43dB is op de woning. Met deze waarde wordt voldaan aan de voorkeurswaarde van Lden = 48dB. Gezien de afstand van de appartementen (30 meter) en het geluidsniveau van Lden = 43dB op de woning Koeweg 14b is de verwachting dat het aspect verkeersgeluid geen belemmering is voor het plan. Wegverkeerlawaai Het plan is gelegen aan de Koeweg. De bedrijfswoning wordt woning. Hiermee verandert de functie (wonen) niet. Verder worden er 4 appartementen in de voormalige bedrijfshal gerealiseerd. Dit zijn nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, die getoetst moeten worden aan de Wgh. De appartementen liggen tenminste 30 meter van de Koeweg vandaan. De Koeweg lijkt een matig bereden lokale weg waarover vooral bestemmingsverkeer rijdt. Volgens het geluidbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen van de gemeente Elburg zal volgens tabel B.2.1, bij minder dan 2000 motorvoertuigen per etmaal voldaan worden aan de voorkeurswaarde van 48 dB en geen akoestisch onderzoek noodzakelijk zijn.