Jaarstukken 2022 gemeente Elburg (1).pdf
Tekst van het document
Werkelijk lasten 2022 987 249 1.815 3.051 1 3.052
Werkelijk baten 2022 34 0 639 673 358 1.031
Werkelijk totaal 2022 953 249 1.176 2.379 357 2.022
N N N N V N
Verschil Begroot Werkelijk 388 249 658 519 226 745
V N N N N N
54
Jaarverslag 2022
Programmaverantwoording Taakveld Bedrag x € 1.000 Ruimtelijke ordening Grondexploitatie (niet-bedrijven) Wonen en bouwen Saldo van baten en lasten Reserves Gerealiseerd resultaat
Lasten 719 404 1.031 2.054 1 2.055
Primitief Baten 404 581 984 95 1.079
Saldo 719 0 450 1.069 -64 1.005
Na wijziging Lasten Baten Saldo 1.341 0 1.341 404 404 0 1.099 581 518 4.279 5.827 -1.860 326 908 -584 4.605 6.735 1.276
Lasten 987 249 1.815 3.051 1 3.052
Werkelijk Baten 34 0 639 673 358 1.031
Salari s
Reserv e
Saldo 953 29 1.176 2.379 -357 2.022
V/N 388 249 658 519 226 745
V N N N N N
Verschillenverklaring Taakveld Bedragen x € 1.000
Goederen en diensten 400
V/N
V/N
lasten
8.1
Ruimtelijke ordening
8.2
Grondexploitatie (nietbedrijventerreinen)
8.3
Wonen en bouwen
435
N
Totaal
-437
N
401
Kapitaal -
V/N
Saldo
V/N
V/N
Verschi l
V/N
V
0
V
12
N
388
V
488
N
100
N
N
1
N
153
V
249
N
194
V
55
N
3
V
225
N
658
N
69
V
589
N
2
V
-83
N
-519
N
-226
N
-745
N
Toelichting Hieronder wordt een toelichting gegeven op de taakvelden waar eind 2022 (na mutaties reserves) een verschil groter dan € 25.000 resteerde. Taakveld 8.1 Ruimtelijke ordening (€ 100.000 nadelig) Het nadeel op taakveld Ruimtelijke ordening bedraagt, exclusief reservemutaties, € 100.000. Het nadeel wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door € 184.000 hogere salaris- en inhuurkosten, waarvan € 63.000 meerkosten gerelateerd zijn aan het bestemmingsplan Randmeerkust. Hiertegenover staan voordelen op externe advieskosten (€ 40.000), kosten voor planologische procedures en gegevensregistratie (€ 22.000) en diverse goederen en diensten (€ 21.000). Het nadeel op de reservemutaties van € 488.000 is voor € 441.000 gerelateerd aan de Omgevingswet. Het project is nog niet afgerond en de kosten die in 2022 zijn gemaakt hebben we laten dekken door de decentralisatie-uitkering uit het gemeentefonds. De onttrekking aan de reserve is daardoor niet gedaan, waarmee het bedrag van € 441.000 nog steeds in de algemene bestemmingsreserve aanwezig is. De ontvangen uitkering van het Rijk bedroeg € 260.000 (zie najaarsrapportage 2022), waarvan in 2022 uiteindelijk € 201.000 is ingezet. Verzocht wordt in deze jaarrekening om het restant van € 59.000 over te hevelen naar 2023, zodat dit geld alsnog besteed kan worden aan de Omgevingswet.
Taakveld 8.2 Grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) (€ 55.000 nadelig) Het taakveld grondexploitatie (niet-bedrijventerreinen) eindigt 2022 met een nadeel van € 249.000. Hiervan wordt € 194.000 verrekend met de reserve bouwgrondexploitatie: € 111.000 als verliesvoorziening op Vossenakker Zuid, € 55.000 als verliesvoorziening voor het project Petraschool en het restant ter dekking voor nagekomen kosten van afgesloten grondexploitaties en De Dijkjes. Het resterende nadeel bedraagt € 55.000. Dit betreft loonkosten die naar verwachting toegerekend konden worden aan de diverse grondexploitaties, maar in de werkelijkheid niet zijn toe te rekenen. De uitgaven en inkomsten, de genomen winsten en getroffen voorzieningen worden toegelicht in hoofdstuk 5.2 toelichting op de balans. Daar wordt per complex de mutatie in de boekwaarde uiteengezet. Taakveld 8.3 Wonen en bouwen (€ 589.000 nadelig) Het nadeel van € 589.000 wordt met name veroorzaakt door hogere salaris- en inhuurkosten. Voor de omgevingsvergunningen gaat dit om een overschrijding van € 695.000. Het nadeel op de personeelskosten wordt gedeeltelijk gecompenseerd door hogere ontvangsten uit leges, wat een voordeel geeft van € 66.000. Ook op de uitvoeringskosten Wet Kwaliteitsborging Bouw (WKB) resteert een voordeel, ter hoogte van € 43.000.
In deze jaarrekening wordt voorgesteld dit budget over te hevelen naar 2023, zodat de gelden alsnog ingezet kunnen worden ten behoeve van de WKB.
55
Jaarverslag 2022
Programma
Algemene (dekkings)middelen Conform artikel 8 van het BBV bevat het programmaplan onder meer een: een overzicht van de algemene dekkingsmiddelen; een overzicht van de kosten van overhead; het bedrag voor de heffing voor de vennootschapsbelasting, en het bedrag voor onvoorzien.
Algemene dekkingsmiddelen De gemeente kent in principe twee inkomstenstromen namelijk: Inkomsten die direct zijn onder te brengen onder een programma vanwege de directe relatie, gedacht kan hierbij worden aan de rioolrechten en afvalstoffenheffing. Inkomsten met een algemeen karakter die niet direct zijn toe te wijzen aan een programma maar die wel van substantieel belang zijn voor het in stand kunnen houden van ons voorzieningenniveau. Er is geen sprake van een direct bestedingsdoel. Deze laatste categorie wordt opgenomen als voorgeschreven programmaonderdeel onder de naam ‘Algemene dekkingsmiddelen’.
Overhead Onder overhead worden de volgende kosten verstaan: “Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces”
Vennootschapsbelasting Per 1 januari 2016 is de belastingplicht in de Vennootschapsbelasting (VPB) uitgebreid voor ondernemingen van publiekrechtelijke lichamen en daarmee ook voor gemeenten. De wijziging in de VPB beoogt niet alle activiteiten van een gemeente in de belastingheffing te betrekken maar slechts die activiteiten waarmee de gemeente via een (materiële) onderneming deelneemt aan het economische verkeer en in concurrentie treedt met de private sector. Voor een zeer groot aantal activiteiten van de gemeente geldt dat niet voldaan wordt aan de ondernemingscriteria en deze daardoor niet worden geraakt door de VPB. Voor de activiteiten waar geen aangifteplicht voor geldt hoeft geen fiscale administratie ingericht en gevoerd te worden. Voor de activiteiten waar wel een aangifteplicht voor geldt zal een fiscale administratie ingericht en gevoerd moeten worden. De gemeente Elburg is in ieder geval belastingplichtig voor de volgende activiteiten: grondexploitaties, haven en vrachtwagenparkeerplaats Doornspijk.
Onvoorzien Het bedrag voor onvoorzien wordt in onze gemeente in zijn geheel op één programma geraamd.
56
Jaarverslag 2022
Jaarverslag Paragrafen
57
Jaarverslag 2022
Paragraaf 1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (in hoeverre beschikt de gemeente over middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten te dekken) en de benodigde weerstandscapaciteit (risicoprofiel). De mate waarin de beschikbare weerstandscapaciteit schade en verliezen als gevolg van risico’s kan opvangen geeft een indruk van de financiële positie van de gemeente. Het weerstandsvermogen wordt vertaald in een (incidentele en structurele) ratio waarbij de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald. Bij de beoordeling van de ratio wordt het voorbeeld van de provincie Gelderland gebruikt: Ratio
Betekenis
>= 2,0 1,4 < 2,0
Uitstekend Ruim voldoende
1,0 < 1,4 0,8 < 1,0
Voldoende Matig
0,6 < 0,8 < 0,6
Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bepaling weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt bepaald uit de relatie tussen de weerstandscapaciteit en de risico’s. Omschrijving
Beschikbare weerstands capaciteit
Benodigde weerstands capaciteit
Ratio
1,74
Incidenteel weerstandsvermogen algemene dienst
Incidenteel
14.018.000
8.038.401
weerstandsvermogen bouwgrondexploitatie
incidenteel
4.320.000
3.261.000
1,32
18.338.000
11.299.401
1,62
252.000
480.000
0,53
Totaal Structureel weerstandsvermogen algemene dienst
structureel
Het incidentele weerstandsvermogen algemene dienst en het incidentele weerstandsvermogen bouwgrondexploitatie vormen voor de gemeente in de praktijk uiteindelijk één geheel. Wanneer beide ratio’s worden samengevoegd komt de ratio uit op 1,62 wat ruim voldoende is om de niet gekwantificeerde risico’s op te vangen. Het structurele weerstandsvermogen is met een ratio van 0,53 als onvoldoende te classificeren. De financiële risico’s op het onderdeel Wmo en jeugdzorg zorgen voor deze kwalificatie. De toekomst zal moeten uitwijzen in welke mate de structurele tekorten binnen de gemeentebegroting opgevangen kunnen worden. Bij de berekening is geen rekening gehouden met de aanwezige risicoreserve. Het daadwerkelijke financiële risico zal in de eerste jaren naar verwachting nog volledig gedekt kunnen worden door de reserve sociaal domein De beschikbare weerstandscapaciteit is in deze een noodzakelijke buffer om mogelijke financiële nadelen op te kunnen vangen. Bij de Nota reserves en voorzieningen 2019 is besloten om in de algemene reserve een minimumbedrag aan te houden van € 7.500.000 ter dekking van risico’s. Voor wat betreft de reserve bouwgrondexploitatie is een minimumbedrag van € 2.500.000 aangehouden ter dekking van de risico’s. Tevens kent deze reserve een maximum van € 5.000.000.
De beschikbare weerstandscapaciteit is in deze een noodzakelijke buffer om mogelijke financiële nadelen op te kunnen vangen. Bovenstaande berekening betreft een momentopname. Bij een goedwerkende beheersorganisatie hoeven er geen problemen te ontstaan. Uiteindelijk kan de gemeente maatregelen treffen als risico’s zich daadwerkelijk voordoen.
Risicobeheersing Toepassen risicobeheersing Risicobeheersing wordt toegepast om de nadelige gevolgen van risico’s te beheersen. Het geeft ons inzicht in wat er kan gebeuren. Als tweede stelt het ons in staat prioriteiten toe te kennen zodat risico’s beter vergelijkbaar zijn, er geen ad hoc acties volgen, maar bewuste en vooraf bepaalde maatregelen genomen worden. Ten derde maakt risicobeheersing een betere (financiële) afweging mogelijk bij de besluitvorming om maatregelen te treffen en de gevolgen van voorvallen op te vangen.
58
Jaarverslag 2022
Ten slotte is er nog het argument dat risicobeheersing ons in staat stelt de genomen beslissingen over het al dan niet accepteren van risico’s te verantwoorden. Beheersmaatregelen Beheersmaatregelen op het gebied van de administratieve organisatie en interne controle (onder andere rechtmatigheid) aangevuld met deugdelijke managementrapportages ten behoeve van beheersing van risico’s zijn onderdeel van de vastgelegde werkprocessen en behoren tot de dagelijkse werkzaamheden. Deze maatregelen zijn ter opvang van organisatierisico’s die de gemeente loopt, zowel intern als extern.
Risico-inventarisatie Een risico is de onzekerheid (kans) dat een gebeurtenis met (negatieve) gevolgen (effect) zich voordoet. Risico = kans x effect De hoogte van het risico wordt bepaald door de kans of waarschijnlijkheid dat iets gebeurt en de gevolgen of impact van die gebeurtenis. Het beoordelen van risico’s kan zowel kwalitatief ook kwantitatief gedaan worden. Bij de kwalitatieve beoordeling worden de geïnventariseerde risico’s onderverdeeld in algemene, concrete of specifieke risico’s en wordt de kans dat een risico zich daadwerkelijk voordoet ingeschat. De kwantitatieve beoordeling wordt mede gestimuleerd door het BBV-voorschrift om het weerstandsvermogen te bepalen. Kwantificeren betekent het in geld uitdrukken van de mogelijke gevolgen van geïnventariseerde risico’s. Naast de bepaling van het weerstandsvermogen heeft het kwantificeren ook tot doel om ordening aan te brengen ten bate van sturing en beheersing. De impact van risico’s is vaak afhankelijk van de omvang van het risico en de mate van waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voor zal doen. Het kwantificeren van risico’s vindt periodiek plaats. Tweemaal per jaar, bij de begroting en de jaarrekening, wordt in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing de incidentele en structurele risico’s berekend. Bedragen beneden de € 25.000 worden daarbij niet meegenomen.
Op deze wijze wordt het risico dan gemonitord en niet “uit het oog verloren”. Risico-inventarisatie De risico’s van de gemeente worden ingedeeld in drie categorieën: algemeen, concreet en specifiek. Uitgangspunt bij het bepalen van de risico’s is het gegeven dat de gebeurtenissen nooit allemaal tegelijk en volledig zullen optreden. In een risicoprofiel van meerdere risico’s is het niet waarschijnlijk dat ze tegelijk in één jaar zullen optreden. Sommige risico’s zullen zich nooit voordoen, terwijl andere daarentegen zich in hun maximale omvang manifesteren. Voor het kwantificeren van de risico’s worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Algemene risico’s Algemene risico’s zijn voor de gemeente aan te merken als normale risico’s. De algemene risico’s worden onderstaand benoemd omdat deze risico’s in de toekomst voor de gemeente Elburg specifieke risico’s kunnen worden. Voorbeelden van algemene risico’s zijn: Economische conjunctuur Renteontwikkelingen Algemene uitkering Gemeentefonds Open einde regelingen Organisatierisico’s Samenwerkingstrajecten Deelnemingen Verbonden partijen Algemene risico’s zijn niet direct te kwantificeren. Het geheel van algemene risico’s geeft wel aanleiding voor het vormen of in standhouden van een minimaal algemeen weerstandsvermogen.
Als richtlijn wordt 5% van de totale uitgaven (exclusief stortingen in de reserves) van het begrotingsjaar als risicobedrag opgevoerd. Afgerond komt dit neer op een gekwantificeerd risico van ruim € 3 miljoen. Concrete risico’s Voor concrete risico’s, bij een kans van optreden > 60%, worden bestemmingsreserves en/of voorzieningen ingesteld. De hoogte van de voorzieningen en bestemmingsreserves dekken de gesignaleerde concrete risico’s in financiële zin voldoende af. Het te kwantificeren restrisico bedraagt hiermee dan ook nihil.
59
Jaarverslag 2022
Specifieke risico’s Ter bepaling van de benodigde weerstandscapaciteit kwantificeert het college de risico’s door het gevolg (impact/omvang bedrag) en de daarbij behorende kans (verwachting dat het risico zich voordoet/risicoprofiel) te vermenigvuldigen. Het risicoprofiel vertaalt zich in een bandbreedte van 0% tot en met 60%. Geïnventariseerde risico’s worden op basis van kennis en ervaring ingeschaald binnen deze bandbreedte. Voor enkele risico’s is de inschaling reeds bepaald: 1.] Voor garanties geldleningen zijn de volgende risicoprofielen in overleg met de auditcommissie bepaald: 1. Eigen woningen particulieren 5,0% 2. WEW - Nationale Hypotheek Garantie 2,5% 3. WSW – woningcorporaties 0,0% 4. Overige stichtingen en bedrijven 5,0% Omdat de vier categorieën garantstellingen verschillen qua (financieel) risico is het verantwoord om ook het risicoprofiel per categorie te bepalen. Voor de garantstellingen waarbij de gemeente alleen garant staat wordt het huidige profiel van 5% gehanteerd. De zekerheidsstructuur van het WEW verlaagt het risico nadrukkelijk en is slechts zeer gering. Toch wordt bij NHG voorgesteld voorzichtigheidshalve te kiezen voor een risicoprofiel van 2,5%. Tenslotte is de zekerheidsstructuur van het WSW dusdanig goed vormgegeven dat hiervoor het risicoprofiel op nihil gezet kan worden. 2.] Voor verstrekte geldleningen met een publiek belang (o.a.
sportaccommodaties, dorps- en gemeenschapshuizen) geldt een risicoprofiel van 5,0%. 3.] Voor de grondcomplexen in exploitatie wordt jaarlijks een risicoanalyse gemaakt. Het totale berekende risico wordt als vast gegeven meegenomen. Voor nog niet in exploitatie genomen complexen bouwgrondexploitatie werd doorgaans een risicoprofiel gehanteerd van 10%, voor in exploitatie genomen complexen hanteren we een profiel van 50%. Door gewijzigde regelgeving worden niet in exploitatie genomen gronden omgezet naar strategische gronden. De strategische gronden worden gewaardeerd op basis van verkrijgingsprijs of de lagere marktwaarde. De stelselwijziging zorgt ervoor dat afwaarderingen en verliesvoorzieningen voor deze gronden niet langer als risicopost wordt opgenomen.
Risicokwalificatie en -kwantificatie Omschrijving
Grondslag
Risico profiel
Benodigde capaciteit
635.000
5%
32.000
178.500.000
2,5%
4.462.500
40.566.000
0%
0
427.837
5%
21.392
1.115.000
5%
55.750
Eventuele opmerkingen
risico
Garantie geldleningen woningen particulieren Garanties WEW (Waarborgfonds Eigen Woningen) Garanties WSW (Waarborgfonds Sociale Woningbouw) Garantie geldleningen met publiek belang Verstrekte geldleningen met publiek belang
Bodemverontreinigingen Onbekend Algemene risico’s
69.335.177
Totaal incidenteel algemene dienst
0
5%
290.579.014
3.466.759
Totaal incidenteel bouwgrond
2.718.000
Dit is het risicobedrag o.b.v. risicokaarten per complex en de mogelijke gevolgen van de marktwaardetoets
2.718.000
20-25%
544.000
O.b.v. winstverwachting in de toekomst
10.488.000
3.261.000
Risicoprofiel
Benodigde capaciteit
Eventuele opmerkingen
Uitvoering Wmo
500.000
50%
250.000
Uitvoering jeugdwet
460.000
50%
230.000
Totaal structureel algemene dienst
960.0000
5% van de uitgaven in het begrotingsjaar
div.
Grondslag risico
Onbekend
Aan verenigingen en stichtingen zijn geldleningen verstrekt voor het realiseren van nieuw- en verbouw van (sport-) accommodaties. Er is een redelijk beeld van de (potentieel) verontreinigde locaties in de gemeente. Financiële risico’s zijn niet te kwantificeren.
7.770.000
Omschrijving
Invoering Omgevingswet
Het risicoprofiel van de WEW is voorzichtigheidshalve ingeschat op 2,5%. Het risicoprofiel van de WSW is ingeschat op nihil, omdat bij ingebrekestelling leningen worden gevraagd. Dit betreft garanties aan overige stichtingen/ bedrijven.
8.038.401
Grondexploitatie complexen
Vennootschapsbelasting
Er komen geen nieuwe garanties bij zodat het risico jaarlijks afneemt.
Het beroep op Wmo begeleiding neemt door verschillende oorzaken toe. In 2022 wordt rekening gehouden met een extra uitname uit de reserve sociaal domein van ruim € 500.000. Onduidelijk is nog in welke mate dit een structureel karakter kent. Mede door kortingen op de rijksbijdrage jeugdhulo ontstaat er een structureel tekort van ruim € 460.000,Het is onduidelijk in welke mate voor deze taak in de toekomst structurele middelen beschikbaar gesteld moeten worden.
480.000
60
Jaarverslag 2022
Algemene dienst De grondslag voor de berekening van de totaal gekwantificeerde incidentele risico’s vormt een bedrag van bijna € 291 miljoen. De gekwantificeerde risico’s zijn gebaseerd op het maximum te betalen bedrag. Het risicoprofiel geeft aan in welke mate het risico wordt meegenomen voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 8.038.401 (incidenteel). Bouwgrondexploitatie De grondslag voor de berekening van het totaal aan gekwantificeerde risico’s voor de bouwgrondexploitatie bedraagt € 10,4 miljoen. Ten aanzien van het risico van de gronden is het risicoprofiel divers. In totaal komt het risico op € 3.261.000. Structurele weerstandscapaciteit Bovenstaande structurele risico’s zijn beperkt gekwantificeerd vanwege de langere termijn van het mogelijk optreden van het risico. De grondslag voor de berekening van de totaal gekwantificeerde structurele risico’s vormt een bedrag van € 960.000. Het risicoprofiel geeft aan in welke mate het risico wordt meegenomen voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Het totale kwantificeerbare risico bedraagt € 480.000 (structureel).
Weerstandscapaciteit De omvang van de weerstandscapaciteit is van belang voor de beoordeling van de financiële positie van de gemeente. De weerstandscapaciteit omvat de mogelijkheden voor een gemeente om financiële tegenvallers (risico’s) op te kunnen vangen. Beschikbare weerstandscapaciteit Wat niet wordt meegenomen zijn de stille reserves en de bestemmingsreserves. Stille reserves worden gevormd door bezittingen die wel aanwezig zijn maar waarvan de waarde niet uit de balans blijkt. Een algemeen kenmerk is dat men er niet direct over kan beschikken. Om deze reden worden de stille reserves niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Theoretisch is het mogelijk om bestemmingsreserves in te zetten voor berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. In de vastgestelde nota reserves en voorzieningen 2019 zijn de bestemmingsreserves (op bestaansrecht) doorgelicht. Vandaar dat deze categorie niet meegenomen wordt ter bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit. Inventarisatie De weerstandscapaciteit bestaat uit drie onderdelen. 1. Algemene (weerstands-) reserves 2. Ruimte in de begroting 3. Onbenutte belastingcapaciteit 1. Algemene (weerstands-)reserves Voor de bepaling van de weerstandscapaciteit is de hoogte van het vrije deel van de volgende reserves van belang. Omschrijving
Vrij besteedbaar saldo
Algemene reserve
13.750.000
Algemene reserve bouwgrondexploitatie
4.320.000
Zoals aangegeven hebben beide reserves ter dekking van de risico’s een minimumsaldo van respectievelijk € 7,5 miljoen en € 2,5 miljoen. 2. Ruimte in de begroting Bij de bepaling van de ruimte in de begroting wordt uitgegaan van de opgestelde MPB 2022-2025. Op een viertal onderdelen in deze MPB kan de eventuele incidentele en structurele financiële ruimte worden gevonden. Incidenteel: Omschrijving Onvoorzien: Primitief begroting 2022 Saldo stelpost Begrotingsoverschot: Primitief begroting 2022 Totaal incidentele ruimte in de begroting
Raming 50.000 50.000 218.000 268.000
Structureel: Omschrijving Onvoorzien structureel: Primitief begroting 2022 Structureel onvoorzien 2023-2025 Saldo MPB 2022-2025 Totaal structurele ruimte
Raming 10.000 30.000 32.000 72.000
61
Jaarverslag 2022
3. De onbenutte belastingcapaciteit Onze gemeente kan extra middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (in zoverre daarvoor nog mogelijkheden bestaan). Belastingen verhogen De onbenutte belastingcapaciteit OZB wordt berekend door de gemeentelijke tarieven te vergelijken met de inkomstenmaatstaf OZB zoals deze geldt voor de berekening van de algemene uitkering. De OZB-tarieven van de gemeente Elburg voor zowel gebruiker en eigenaar niet-woningen als eigenaar woningen bevinden zich boven de inkomstenmaatstaf OZB zodat geen sprake is van onbenutte belastingcapaciteit. Bedragen
WOZ-waarde
Heffingsmaatstaf Elburg
Inkomstenmaatstaf OZB
Eigenaar woningen Eigenaar niet-woningen
€ 2.728.000 € 484.500
0,1000% 0,1900%
0,0939% 0,1576%
Gebruiker niet-woningen Onbenutte capaciteit
€ 439.000
0,1510%
0,1270%
Onbenutte belastingcapaciteit
Heffingen meer kostendekkend maken In de gemeente Elburg geldt het beleid dat in principe de kosten van dienstverlening voor 100% verhaald worden op de aanvrager. Alleen ten aanzien van de begraafrechten worden de kosten voor 85% in rekening gebracht. Hier is theoretisch dus sprake van een structurele onbenutte ruimte in de begroting. Bedragen Kosten begraven
Raming 751.000
Opbrengsten begraafrechten Onbenutte capaciteit (15%)
-571.000 180.000
Totale capaciteit Bij bepaling van de weerstandscapaciteit wordt onderscheid gemaakt tussen de “algemene dienst” en de bouwgrondexploitatie. Daarbij zij niet gezegd dat tegenvallers onderling niet gecompenseerd zouden kunnen worden. Formeel is er immers sprake van één gemeente. Weerstandscapaciteit algemene dienst: algemene reserve
Bedrag 13.750.000
incidentele ruimte in de begroting
268.000 14.018.000
structurele ruimte in de begroting onbenutte belastingcapaciteit (OZB) onbenutte belastingcapaciteit (begraafrechten)
Incidenteel
72.000 0 180.000 252.000
Structureel
Het bedrag van € 14 miljoen geeft dus het vermogen van de gemeente weer om binnen de “algemene dienst” maatregelen te treffen om incidentele financiële tegenvallers binnen de begroting op te kunnen vangen. Weerstandscapaciteit bouwgrondexploitatie: Algemene reserve bouwgrondexploitatie
Bedrag 4.320.000 4.320.000
Incidenteel
Dit bedrag geeft het vermogen van de gemeente weer om de tegenvallers van bouwgrondexploitaties op te kunnen vangen.
62
Jaarverslag 2022
Financiële kengetallen Signaleringsoverzicht De onderstaande 11 kengetallen worden in één overzicht gepresenteerd. Bij de presentatie is eveneens de normering per categorie weergegeven (conform provinciale toezichthouder). Op basis van de signaleringswaarden van de provincie en eigen signaleringswaarden kunnen de kengetallen van de gemeente Elburg op drie na allemaal ingeschaald worden in categorie A. Over het algemeen kan worden gesteld, dat de categorie A het minst risicovol is en categorie C het meest. Kengetal
Rekening
Begroting
Rekening
2021
2022
2022
A
B
C
1a. Netto schuldquote
42%
38%
11%
<90%
90-130%
>130%
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd
36%
32%
3%
<90%
90-130%
>130%
2. Solvabiliteitsratio
50%
3. Grondexploitatie
0%
56%
51%
>50%
20-50%
<20%
4,4%
9,66%
<20%
20-35%
>35%
4. Structurele exploitatieruimte
2,8%
1,6%
2,2%
> 0%
= 0%
< 0%
5a. Belastingcapaciteit 5b. Woonlasten, Coelo rangnummer
97%
95%
61%
<95%
95-105%
>105%
74
74
76
<100
100-300
>300
6a. Weerstandsratio - incidenteel
1,61
1,58
1,62
> 1,5
1,0-1,5
< 1,0
6b. Weerstandsratio - structureel
0,62
0,37
0,53
> 1,5
1,0-1,5
< 1,0
7. Liquiditeit
1,04
1,03
1,26
> 1,5
1,0-1,5
< 1,0
< €1.500
€1.500€2.500
> €2.500
8. Netto schuld per inwoner
1.041
964
475
Beoordeling Zie financiële beschouwing. Toelichting kengetallen: Kengetallen
Omschrijving
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd
De totale schulden afgezet tegen de totale baten De totale schulden exclusief doorgeleende gelden afgezet tegen de totale baten
Solvabiliteitsratio Grondexploitatie
Het eigen vermogen (reserves) afgezet tegen het totale vermogen De waarde van de grond ten opzichte van de totale baten
Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Het structurele exploitatiesaldo vergeleken met de totale baten De hoogte van de belastingopbrengst ten opzichte van het landelijke gemiddelde
Woonlasten, Coelo rangnummer Weerstandsratio - incidenteel
Rangnummer woonlasten voor huishoudens (OZB, riool, afval) Het vermogen om incidentele financiële tegenvallers op te kunnen vangen
Weerstandsratio - structureel Liquiditeit
Het vermogen om structurele financiële tegenvallers op te kunnen vangen Verhouding korte schulden ten opzichte van de aanwezige liquide middelen
Netto schuld per inwoner
De totale netto schuld gedeeld door het aantal inwoners
63
Jaarverslag 2022
Paragraaf 2
Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De paragraaf onderhoud kapitaalgoederen geeft een dwarsdoorsnede van de rekening. Uitgaven voor onderhoud kunnen op diverse programma’s voorkomen. Voor onderhoud van kapitaalgoederen gaat een substantieel deel van de middelen van de begroting om. In deze paragraaf wordt het beleidskader omtrent het onderhoud van de kapitaalgoederen weergegeven. Het gewenste onderhoudsniveau komt hierin tot uitdrukking. Het beleid van de gemeente Elburg voor het onderhoud van kapitaalgoederen is vastgelegd in de volgende nota’s en verordeningen: Beheerplan
Geldend voor de periode van
Vastgesteld op:
Beleidsplan Openbare Ruimte
2013-2017 2022 geactualiseerd voor periode 2023-2027 2021-2030
25-03-2013
April 2004 – onbepaalde tijd Planning: 2023 actualiseren 2015-2024
13-4-2004
2015-2019 Planning: 2023 actualiseren
16-3-2015
Afvalwaterketenplan Bermbeheerplan Beheerplan onderhoud gebouwen Beheerplan Haven
Geactualiseerd: 2021
Voor de goede orde wordt opgemerkt dat het beheerplan openbare ruimte is geactualiseerd in 2022 met betrekking tot de periode 2023-2027. Hiervan maken de beheerplannen wegen, openbaar groen, openbare verlichting en speelvoorzieningen onderdeel uit.
Wegen Algemeen Regulier onderhoud en reconstructies van wegen worden geraamd in de exploitatie en verevend met de bestemmingsreserve openbare ruimte. Hierdoor is de dekking van het toekomstig wegenonderhoud zeker gesteld. De uitvoering zal plaatsvinden aan de hand van de jaarlijkse inspectie op basis van de in het beleidsplan Openbare Ruimte opgenomen uitgangspunten. Er is sprake van verschillende categorieën wegen die ieder een eigen normering qua kwaliteitsniveau kennen. De investeringskredieten voor wegen verlopen via het MIP. De bermen langs het eerste deel van de Rondweg worden op ecologische wijze gemaaid. V.w.b. de overige bermen is een eerste stap gemaakt om ook die meer ecologisch te beheren. Werkzaamheden: Naast het reguliere jaarlijks terugkerend klein onderhoud aan wegen, bermen en wegmeubilair zijn de werkzaamheden in het kader van groot onderhoud bepaald en uitgevoerd aan de hand van de visuele inspecties. Exploitatie Product Wegen Investeringen Herinrichten Oostendorp (2019010) Herinrichten binnenstad (2021010)
Begroting 2022 2.654.230
2022 2021
BegrotingsBegroting Werkelijk wijziging na wijziging 2022 -76.845 2.577.385 2.486.989 Uitgaven Uitgaven t/m Raming 2022 2022 425.954 460.162 460.162 1.237.103 213.613 1.034.558
Openbare verlichting Algemeen: Openbare verlichting dient het veiligheidsaspect op zowel verkeerstechnisch terrein als op het terrein van de sociale veiligheid. Gewerkt wordt met een voortschrijdend beheerplan openbare verlichting. Gebaseerd op het beheerplan vindt jaarlijks ten laste van de exploitatie een storting in de reserve openbare verlichting plaats. De geplande vervangingsinvesteringen in armaturen en lichtmasten worden uit de bestemmingsreserve openbare verlichting gedekt. De investeringen verlopen via de meerjarige investeringsplanning (MIP). Voor elektra, regulier onderhoud en reparaties worden jaarlijks budgetten in de begroting opgenomen. Voor het verkeerstechnisch veiligheidsaspect wordt met name het kwaliteitsniveau zoals bepaald door de landelijke normen van het NSVV (Nederlandse Stichting Voor Verlichtingskunde) aangehouden. Deze normen zijn verschillend per categorie weg, gebied en functie. Inzake het aspect omtrent de sociale veiligheid geldt lokaal beleid. Werkzaamheden: Hoewel planmatig wordt gewerkt, vindt als toetsing vooraf visuele inspectie plaats. Indien mogelijk worden investeringen uitgesteld. In het geactualiseerde beheerplan is opgenomen dat alle armaturen met traditionele verlichting in een periode van 64
Jaarverslag 2022
drie jaar zullen worden omgebouwd naar LED verlichting. In 2020 is een eerste concept van het geactualiseerde beleidsplan openbare ruimte opgesteld.
Exploitatie Product Openbare verlichting
Begroting 2022 198.192
BegrotingsBegroting wijziging na wijziging 12.693 210.885
Werkelijk 2022 160.703
Riolering Algemeen: Voor het afvoeren van afvalwater uit de woonomgeving is riolering een onmisbare voorziening. De inzameling en transport van afvalwater zijn gemeentelijke taken die zorgen voor de bescherming van de volksgezondheid en het milieu. Het onderhoud aan bestaande riolering, vervanging van riolering en aanleg van nieuwe riolering is gebaseerd op het beleidsplan water en riolering. Dit beleidsplan is opgesteld in samenwerking met de gemeenten Hattem, Oldebroek, Nunspeet en het waterschap. De nadruk komt steeds meer te liggen op klimaatadaptatie. Het voorkomen van wateroverlast, droogte en hitte. Een voorbeeld is het afkoppelen van regenwater in bestaande omgeving en niet aankoppelen in nieuwe situaties volgens het principe: ‘vasthouden, bergen en afvoeren ‘. Voor wat betreft onderhoudswerken is het plan gebaseerd op periodieke inspecties van de riolering. Hoewel planmatig gewerkt wordt, vindt voor uitvoering een visuele inspectie/toetsing op noodzaak plaats. De investeringskredieten voor vervanging en aanleg verlopen via het MIP. Werkzaamheden: Op basis van het, vastgestelde, beleidsplan water en riolering in relatie tot overige geplande werken vindt onderhoud en vervanging plaats. Naast regulier onderhoud zijn in het plan bedragen opgenomen voor vervangingsinvesteringen (op basis van inspecties).
Daarnaast zijn in de MIP een aantal kredieten opgenomen voor reconstructie en ombouw van rioolstelsels waarbij afkoppeling van hemelwater plaats vindt. Exploitatie Product Riolering Investeringen Herinrichten Oostendorp (2019010) Reinigen en inspecteren riolering (2020010)
Begroting 2022 1.416.986
2019 2020
BegrotingsBegroting Werkelijk wijziging na wijziging 2022 1.798 1.418.784 1.594.292 Uitgaven Uitgaven t/m Raming 2022 2022 139.936 128.533 845.280 318.000 632 285.759
Water Algemeen: De gemeenten hebben een deel van de kleinere watergangen (B- en C-watergangen) in beheer. Dit zijn watergangen met een afvoerende functie. Om de functie te garanderen is jaarlijks onderhoud nodig. De kosten zijn opgenomen in het kostendekkingsplan water en riolering. Exploitatie Product water
Begroting 2022 61.644
BegrotingsBegroting wijziging na wijziging 0 61.644
Werkelijk 2022 76.213
Haven Algemeen: De gemeente is eigenaar van de haven. De gemeente is verantwoordelijk voor de kades en beschoeiingen en andere voorzieningen. Het reguliere onderhoud wordt uitgevoerd op basis van visuele inspecties. Exploitatie Product Haven
Begroting 2022 314.208
BegrotingsBegroting wijziging na wijziging 0 314.208
Werkelijk 2022 246.534
Groen Algemeen: In het beleidsplan Openbare Ruimte is de gewenste beeldkwaliteit voor het groen vastgelegd. Op basis van dit kwaliteitsniveau worden de onderhoudsmaatregelen uitgevoerd. Voor het reguliere onderhoud staan jaarlijks budgetten in de begroting. Grotere investeringen verlopen via het MIP. De kosten daarvan worden gedekt uit de bestemmingsreserve openbare ruimte. Het meer grootschalig en structureel “massawerk” is uitbesteed. Via een Europese aanbesteding is dit voor meerdere jaren weggezet en een deel van het werk wordt door de Inclusief Groep uitgevoerd. Het specialistischer werk wordt meestal door de eigen dienst uitgevoerd.
65
Jaarverslag 2022
Werkzaamheden: Naast het reguliere onderhoud vindt ook (beperkt) omvorming en renovatie van groenvakken plaats. Waar mogelijk wordt vervanging meegenomen met andere (herinrichtings)projecten. De reserve openbare ruimte wordt ingezet om reconstructies en achterstanden op groen te bekostigen. In 2020 is een eerste concept van het geactualiseerde beleidsplan openbare ruimte opgesteld. Dit beheerplan is in 2022 vastgesteld.
Exploitatie Product Groen Product Sportvelden
Begroting 2022 1.517.760 113.005
Begrotingswijziging 81.231 96
2019
Raming 580.000
Investeringen Kunstgras DSV en t Harde (2019009)
Begroting na wijziging 1.598.991 113.101 Uitgaven 2022 14.840
Werkelijk 2022 1.589.637 104.843 Uitgaven t/m 2022 591.062
Speelvoorzieningen Algemeen: De gemeente Elburg heeft een speelruimteplan waarin opgenomen de noodzakelijke vervangingen in verband met ouderdom en veiligheidseisen. Voor zowel vervangingen als regulier onderhoud staan jaarlijks budgetten in de begroting. Werkzaamheden: Naast het regulier onderhoud aan speelvoorzieningen wordt op basis van het speelruimteplan en de periodieke visuele inspecties speelplekken gerenoveerd dan wel speelwerktuigen vervangen. Bij de uit te voeren werkzaamheden wordt voldaan aan de eisen die gesteld worden in het kader van veiligheid. In het kader van het beheerplan openbare ruimte zijn ook voor het speelruimteplan de uitgangspunten vastgesteld. Een van de uitgangspunten is om de speelondergronden te vervangen. Het speelruimteplan gaat onderdeel uitmaken van het beheerplan openbare ruimte. In 2020 is een eerste concept van het geactualiseerde beheerplan openbare ruimte opgesteld. De vaststelling heeft in 2022 plaatsgevonden.
Exploitatie Product Speelvoorzieningen
Begroting 2022 149.345
Begrotingswijziging 0
Begroting na wijziging 149.035
Werkelijk 2022 47.683
Begraafplaatsen Algemeen: Onderhoud aan de begraafplaatsen vindt plaats op sobere, doch nette en respectvolle wijze. Kwaliteitsniveau is vastgelegd in bestekken. Het beheer vindt deels plaats door de eigen dienst en deels door derden. De te besteden uren voor grafdelven en onderhoud werken daarbij als communicerende vaten. Het onderhoud vindt met name plaats op basis van visuele inspectie. De jaarlijkse budgetten voor onderhoud zijn voldoende om een adequaat onderhoudsniveau te handhaven. Werkzaamheden: De bestemmingsreserve begraafrechten wordt ingezet ter egalisering van de tarieven voor begraafrechten. Hierbij wordt rekening gehouden met een kostendekkingspercentage van 85%.
Exploitatie Product Beheer begraafplaatsen
Begroting 2022 464.393
Begrotingswijziging 16.000
Begroting na wijziging 480.393
Werkelijk 2022 490.468
Onderhoud gemeentelijke gebouwen Er is een beheerplan onderhoud gemeentelijke gebouwen opgesteld. In dit beheerplan wordt beschreven waarom een beheerplan nodig is, welke soorten onderhoud te onderscheiden zijn, welke gebouwen onderhouden worden en welk onderhoud de komende periode verwacht wordt en wat de geraamde kosten hiervan zijn. In dit beheerplan is een raming gemaakt wat de kosten voor het onderhoud voor de periode 2015 tot en met 2024. Overigens is wel elke vier a vijf jaar een actualisatie gewenst en noodzakelijk. Er heeft in 2021 een actualisatie plaatsgevonden. De onderhoudsplanningen zijn opgesteld voor vier categorieën gebouwen: 1. Gemeentelijke gebouwen 2. Gemeentelijke monumenten 3. Dorps- en gemeenschapshuizen en zwembad 4. ‘Kunstwerken’ (civiel-bouwkundig) en bouwwerken geen gebouw zijnde
66
Jaarverslag 2022
Op basis van de financiële verslaggevingsregels worden bij onderhoud van gebouwen drie categorieën onderscheiden: 1. Preventief onderhoud: Dit is al het onderhoud dat gedurende het lopende jaar uitgevoerd moet worden om het gebouw in stand te houden en te laten functioneren op een bepaald kwaliteitsniveau (functioneel en representatief). Denk hierbij bijvoorbeeld aan het schilderwerk, het onderhoud van de installaties, klachtenonderhoud, e.d. Daarnaast worden ook kleine investeringen en kleine wensen bij het preventieve onderhoud meegenomen. 2. Technisch en groot onderhoud: Dit soort onderhoud is meestal ingrijpend van aard, wordt op een groot deel van het gebouw uitgevoerd, na een langere gebruiksperiode. Het is gericht op het behouden van een technisch goede en veilige staat van het gebouw. Het betreft bijvoorbeeld het vernieuwen van installaties zoals Cv-ketels of het vervangen van de dakbedekking. Voor het technisch en groot onderhoud zijn voor alle vier categorieën voorzieningen ingesteld. 3. Investeringen: Investeringen zijn weer onder te verdelen in 3 typen: a. Levensduur verlengend onderhoud: dit zijn onderhoudsinvesteringen die worden gedaan ten behoeve van een bestaand gebouw die expliciet leiden tot een substantiële levensduurverlenging. b.
Nieuwe of uitbreidingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe of uitbreiding van het huidige aantal gebouwen. c. Vervangingsinvesteringen: dit zijn investeringen ten behoeve van de vervanging van (een deel van) een gebouw als gevolg van economische veroudering.
Exploitatie Product onderhoud gebouwen
Begroting 2022 191.000
Begrotingswijziging 9.594
Investeringen Vervangen houten brug Zwolseweg
2020
Raming 45.000
Begroting na wijziging 200.594 Uitgaven 2022 0
Werkelijk 2022 406.713 Uitgaven t/m 2022 40.007
Onderwijsgebouwen Vanaf 1 januari 2015 zijn de schoolbesturen van PO, SO en VO verantwoordelijk voor al het onderhoud, zowel buiten als binnen onderhoud. Om deze taak naar behoren te kunnen uitvoeren, ontvangen zij van het rijk daartoe de middelen binnen de lumpsumbekostiging. Dit betekent dat gemeenten geen zorgplicht hebben voor onderhoud en functionele aanpassingen van schoolgebouwen in het primair, speciaal en voortgezet (speciaal) onderwijs. De gemeente heeft na deze wetswijziging nog de volgende verantwoordelijkheden op het gebied van onderwijshuisvesting: nieuwbouw en vervangende nieuwbouw, uitbreiding, medegebruik/verhuur (schoolbestuur moet hiervoor toestemming vragen), constructiefouten (bijvoorbeeld bij een asbestbesmetting), herstel in geval van bijzondere omstandigheden (schade als gevolg van bijvoorbeeld brand, diefstal, storm), bekostiging van en buitenonderhoud aan gymnastiek voorzieningen, verzekeringen en OZB. Om passende onderwijshuisvesting in Elburg te realiseren zijn gemeente en schoolbesturen in 2020 gezamenlijk gaan werken aan het opstellen van een visie op huisvesting en hebben dit vertaald in een Integraal Huisvestingsplan 2021-2041 (IHP). In tegenstelling tot de werkwijze op basis van de verordening, wordt in het IHP uitgegaan van een proactief onderwijshuisvestingsbeleid.
In formele zin laat de gemeente hiermee zien op welke wijze zij haar zorgplicht op grond van de taak die zij heeft in het voorzien van huisvesting voor het funderend onderwijs, wenst in te vullen. Het IHP: Stelt de gemeente, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties in staat om op korte en lange termijn strategische keuzes te maken en proactief beleid te voeren. Biedt een meerjarenperspectief waarop het eigen (investerings-)beleid kan worden afgestemd. Vormt het beleidskader voor onderwijshuisvestingsbeleid voor de periode van 2021-2041. Het IHP wordt elke 5 jaar herijkt, zodat het beleidskader blijft aansluiten bij de vragen en behoefte van dat moment.
67
Jaarverslag 2022
Paragraaf 3
Financiering Met behulp van deze paragraaf kan de financieringsfunctie transparant worden gemaakt ten behoeve van het sturen, beheersen en controleren ervan. De begroting bevat de beleidsvoornemens ten aanzien van financiering. In deze jaarrekening wordt gerapporteerd over de uitvoering. Algemene ontwikkelingen EMU-norm De Wet HOF heeft ten aanzien van de EMU-norm een macro budgettaire doelstelling. Dit betreft het zogenoemde EMU-tekort van 3% van het Bruto Binnenlands Product. Het ministerie van Financiën beheert deze norm en heeft op grond van de wet Fido (artikel 7) de bevoegdheid om een eventuele Europese EMU-boete naar rato van het aandeel in dit EMU tekort door te berekenen naar de decentrale overheden. Een middel om deze norm te kunnen bewaken is de EMU-enquête. De EMU-enquête geeft een goed beeld van het ontstane EMU-tekort. De EMU-enquête wordt ingevuld op basis van beschikbare informatie bij het opmaken van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening. De cijfers voor 2022 zijn onderstaand gepresenteerd. Omschrijving Bedrag x € 1.000 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves Afschrijvingen ten laste van de exploitatie Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie Investeringen in (im)materiële vaste activa die worden geactiveerd
+ + + -
Baten uit bijdragen van andere overheden, die niet op de exploitatie zijn verantwoord
+
Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa, voor zover niet op exploitatie
+
Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. Baten bouwgrondexploitatie
+
Lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
-
Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de exploitatie lopen
-
Verkoop van effecten
-
Berekend EMU-saldo
=
2021 Rekening -1.773 2.871 2.206 8.646
2022 Begroting -1.614 2.351 195 16.335
2022 Rekening 6.933 2.155 579 4.070
829 2.517 617
3.901 4.424
1.821 1.520
-6.413
-14.880
5.296
Schatkistbankieren Bij schatkistbankieren wordt de gemeente verplicht om overtollige middelen bij het rijk uit te zetten. Met deze maatregel beoogt het rijk om het EMU-tekort terug te dringen. Er is een doelmatigheidsdrempel afgesproken waarbij 2 % van het begrotingstotaal als ondergrens telt. Uitgaande van een begroting van ca. € 57.701.630 is de drempel voor de gemeente Elburg in 2022 € 1.154.032. Bij een banksaldo beneden deze drempel hoeven geen overtollige middelen overgeheveld worden. Deze ondergrens wordt over het gemiddelde van de banksaldi over een periode van een kwartaal berekend. Toevallige fluctuaties van omvang in banksaldi worden daarmee uitgemiddeld. Onderstaande tabel geeft per kwartaal de mate aan waarin in 2022 van het drempelbedrag van € 1.154.032 gebruik is gemaakt. Hieruit blijkt dat de gemeente in 2022 onder de bandbreedte heeft geopereerd. Op 1 januari 2022 stond er een bedrag van € 3,8 miljoen gestald bij de schatkist. Per 31 december 2022 staat er een bedrag van € 5.528.090 bij de schatkist. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Bedrag x € 1.000 Drempelbedrag Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
1.154.032 Kwartaal 1 314.764 839.269 n.v.t.
Kwartaal 2 337.181 816.851 n.v.t.
Kwartaal 3 320.278 833.755 n.v.t.
Kwartaal 4 339.468 814.565 n.v.t.
Risicobeheer Het risicobeheer wordt onderscheiden in renterisicobeheer, koersrisicobeheer, kredietrisicobeheer, intern liquiditeitenbeheer en valutarisicobeheer. Praktisch gezien zijn alleen het renterisicobeheer en het intern liquiditeitenbeheer voor Elburg aan de orde. Renterisicobeheer 68
Jaarverslag 2022
De rekenrente die de gemeente gehanteerd heeft voor het begrotingsjaar 2022 is 1,00%. De rentekosten hebben in 2022 een voordeel laten zien. Dit was niet alleen het gevolg van uitstel van investeringen maar ook door negatieve rentetarieven voor het aantrekken van kort geld.
69
Jaarverslag 2022
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is voor het jaar 2022 bepaald op € 4.905.000 (8,5% van het begrotingstotaal ad € 57.702.000). Het toezicht op de kasgeldlimiet door de provincie vindt plaats in het kader van het reguliere begrotingstoezicht. Gemeenten moeten overschrijdingen van de kasgeldlimiet melden als deze zich drie achtereenvolgende kwartalen voordoen. Daarom wordt intern nog elk kwartaal de kasgeldlimiet berekend. De kwartaalrapportages omtrent de liquiditeitspositie zagen er als volgt uit: Kwartaal Bedrag x € 1.000 1e kwartaal 2e kwartaal 3e kwartaal 4e kwartaal
Krediet 242 negatief 1.880 negatief 1.549 positief 1.890 positief
Limiet 4.905 negatief 4.905 negatief 4.905 negatief 4.905 negatief
Oordeel Geen overschrijding Geen overschrijding Geen overschrijding Geen overschrijding
Renterisiconorm Voor de renterisiconorm mag een bedrag worden afgelost welke maximaal 20% van het begrotingstotaal bedraagt. Onder begrotingstotaal wordt verstaan het totaal van de lasten op de begroting. Voor 2022 bedraagt het begrotingstotaal € 57.702.000 en de norm € 11.540.400. De stand van de langlopende geldleningen per 31 december 2022 bedraagt € 11.317.000. De betaalde aflossingen in 2022 bedragen € 1.348.000. De norm wordt daardoor niet overschreden. Vervroegde aflossing Er zijn geen leningen waarvoor vervroegde aflossing, wegens bijvoorbeeld een hoog rentepercentage, mogelijk is. Intern liquiditeitenbeheer In Elburg wordt grofmazig een liquiditeitsplanning opgesteld/bijgehouden. Het is een goed functionerend systeem welke voor een gemeente met de grootte van Elburg meer dan voldoet. Gemeentefinanciering Financiering Op grond van de nieuwe BBV-voorschriften wordt onderstaand overzicht opgenomen. Begroting
Werkelijk
453.025
453.025
* Rente restant financieringstekort à 1% Totale rentekosten
24.972 477.997
453.025
Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente
43.305 434.692
55.097 397.928
Rente grondexploitatie Rente projectfinanciering taakveld
24.474 43.305
30.593 55.097
Saldo door te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen
366.913 0
312.238 0
Externe rentelasten over korte en lange financiering: Rente langlopende geldleningen, rijksvoorschotten en waarborgsommen Aan overige rentekosten te berekenen: * Rente financieringstekort tot rekening-courantlimiet à 0%
Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
0
0
De aan taakvelden toe te rekenen rente De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
366.913 658.410
312.238 404.419
Renteresultaat op het taakveld treasury
-291.497
-92.181
Langlopende geldleningen De gemeente maakt hoofdzakelijk gebruik van langlopende geldleningen waardoor het renterisico zeer laag is. Door de reguliere aflossingen van € 1.348.000 miljoen bedraagt het totaal aan vaste geldleningen per 31 december 2022 € 11.317.000. De totale rentelast voor het jaar 2022 met betrekking tot de vaste schulden bedroeg € 474.490. Het gemiddelde rentepercentage van de geldleningen bedraagt 3,58%. Omschrijving
Rente
Aflossing
Saldo 31/12/22
Nederlandse Waterschapsbank
3.400.000
93.840
200.000
3.200.000
ASN Bank B.N.G.
2.000.000 7.249.000
78.800 301.106
200.000 946.000
1.800.000 6.303.000
16.000 12.665.000
744 474.490
2.000 1.348.000
14.000 11.317.000
Prokino Totaal leningen
Saldo 1/1/22
Opgenomen
70
Jaarverslag 2022
Kasbeheer Geldstromenbeheer In 2022 zijn alle mogelijke maatregelen genomen om de rentekosten zoveel mogelijk te beperken. De betalingen worden zoveel mogelijk afgestemd op de te verwachten ontvangsten. Het betalingsverkeer vindt elektronisch plaats, waardoor de kosten tot een minimum worden beperkt. Saldo- en liquiditeitenbeheer In 2022 zijn de saldi van de Rabobank automatisch dan wel regelmatig overgeboekt naar de rekening van de huisbankier (NV Bank Nederlandse Gemeenten). De saldi van hoofd- en nevenrekeningen bij deze bank zijn opgenomen in een zogenaamd rentecompensatiecircuit. Dit betekent dat debet- en creditsaldi van alle rekeningen worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Schuldpositie In 2022 zijn geen vaste geldleningen aangetrokken, terwijl er wel € 1.348.000 afgelost is. Het saldo in de schatkist is in 2022 iets toegenomen. Tijdelijk heeft de gemeente een kasgeldlening aangetrokken. Omschrijving Vaste schulden looptijd van één jaar of langer
2019 15.362.418
2020 14.014.418
2021 12.666.418
2022 11.318.418
Netto vlottende schuldenlooptijd korter dan één jaar Overlopende passiva
2.062.114 3.154.830
4.740.096 5.411.220
7.148.275 5.561.749
7.278.333 3.150.576
Uitzettingen looptijd korter dan één jaar Liquide middelen
-8.680.307 -116.503
-11.384.604 -107.357
-7.509.177 -404.149
-13.344.948 -401.334
-285.435 11.497.177
-3.441.627 9.232.146
-4.715.093 12.748.023
-1.369.597 6.631.448
23.163 496.36
23.429 395.48
23.743 536,92
24.041 275,84
54.453.776 21%
65.414.987 14%
63.748.000 20%
68.890.000 10%
Overlopende activa Netto schuld Aantal inwoners Netto schuld per inwoner [euro] Omzet Netto schuldquote
Voor de netto schuldquote geldt dat een normale quote tussen de 0% en 100% ligt. Tussen de 100% en 130% is het zorgelijk en een quote boven de 130% is slecht. Administratieve organisatie In het treasurystatuut zijn de uitgangspunten van de administratieve organisatie vastgelegd. In 2014 is het treasurystatuut aangepast als gevolg van de invoering van schatkistbankieren en de inwerkingtreding van de Wet Hof.
71
Jaarverslag 2022
Paragraaf 4
Bedrijfsvoering In deze paragraaf schrijven we over de gemeentelijke bedrijfsvoering in het afgelopen jaar. Bestuurlijke organisatie Het jaar 2022 stond o.a. in het teken van de gemeenteraadsverkiezingen en het vormen van een nieuwe coalitie. Deze bestuursperiode wordt gewerkt met een bestuursakkoord 2022-2026. Dit akkoord is vertaald naar een collegeprogramma, waarin is uitgewerkt hoe het college haar ambities denkt te verwezenlijken. Als gemeente streven we naar een actieve wederkerige samenwerking met onze inwoners en hun onderlinge verbanden. We waren hierbij toegankelijk en hadden oog en oor voor wat er in de lokale samenleving speelde. Participatie en consultatie in een vroeg stadium was hierbij het uitgangspunt en binnen de mogelijkheden hebben we maximale ruimte gegeven aan onze inwoners, organisaties en bedrijven. Inwonerparticipatie is onder andere toegepast bij projecten als de visie beschermd stadsgezicht, herijking subsidiebeleid en Waterlanden II. Ook is het inwonerpanel enkele keren ingezet bij de beleidsontwikkeling. Tot slot is het afgelopen jaar gebruikt om het beleid Participatie in de omgevingswet verder te implementeren.
Een goede constructieve samenwerking tussen college, raad en organisatie is van groot belang voor een voortvarende uitvoering van het collegeprogramma, het oppakken van de diverse landelijke crises zoals de opvangcrisis en het oppakken van de reguliere werkzaamheden. Om dit kracht bij te zetten is in 2022 een eerste heisessie georganiseerd om de verbinding tussen raad-college-MT te versterken en de onderlinge samenwerking een impuls te geven. Het is de bedoeling om een dergelijke heisessie periodiek te organiseren. We hebben ook in 2022 gewerkt aan een optimale kwaliteit van raadsvoorstellen en gezorgd voor een efficiënte digitale doorgeleiding van alle documenten. Personeel en organisatie Wij koesteren onze medewerkers. Zij zorgen voor de continuïteit en kwaliteit van onze dienstverlening en bedrijfsvoering, de uitvoering van alle gemeentelijke taken en het uitvoeren van ons collegeprogramma. Bovendien speelden zij een belangrijke rol bij de taken die op onze gemeente afkwamen als gevolg van de diverse crises in 2022. We zijn blijven investeren in onze medewerkers en hebben de nodige inspanningen geleverd om ons personeel te binden en te boeien. Dat was geen eenvoudige opgave, omdat de arbeidsmarkt volop in beweging was en sprake was van krapte op de arbeidsmarkt. Het aantal vacatures lag het aflopen jaar hoger dan in de periode daarvoor.
Het bleek lastig om deze vacatures in te vullen. In de meeste gevallen is dit uiteindelijk toch gelukt, hoewel het veel meer tijd in beslag nam dan voorheen. Daarnaast hebben we onze medewerkers uitgerust met mobiele telefoon en laptop, zodat iedereen plaats en tijd onafhankelijk kon werken. Als goed werkgever willen we onze mensen ook eigentijdse huisvesting bieden. Daarom hebben we in 2022 het huisvestingsproject opgestart. Er is een projectgroep samengesteld en er zijn verkenningen gedaan naar welke partijen in ons gemeentehuis gehuisvest zouden kunnen worden. Project loopt volgens planning en zal in 2023 worden voortgezet. We blijven investeren in de organisatie. Dat is zeer noodzakelijk om de juiste mensen aan te kunnen trekken en te behouden en de ambtelijke organisatie strategisch te versterken. Daarom heeft een eigen ontwikkelteam onder begeleiding van een extern bureau een organisatie-ontwikkelingsplan opgesteld met vijf ontwikkelonderdelen: visieontwikkeling, organisatie inrichting, teamontwikkeling planmatig werken en bestuurlijk ambtelijk samenspel. Vanaf oktober 2022 was het MT weer voltallig na de komst van een nieuwe gemeentesecretaris en domeinmanager bedrijfsvoering en is een start gemaakt met het uitwerken van de visie op de interne organisatie. In 2023 krijgt dit een vervolg.
Tot slot is in 2022 de bestuursopdracht over de visie op de organisatie op middellange termijn geformuleerd. In 2023 volgt nadere uitvoering. Intergemeentelijke samenwerking Het opstellen van een Samenwerkingsagenda voor de Kop van de Veluwe is in 2022 gestart en krijgt in 2023 een vervolg. Het college heeft in 2022 zijn voornemen bevestigd om met de H2O-gemeenten samen te werken op het gebied van Inkoop en Belastingen. Uitwerking hiervan is in 2022 opgestart en krijgt in 2023 een vervolg. Daarnaast heeft het college ingestemd met de start van fase 2 van het onderzoek naar samenwerking op het gebied van Informatisering & Automatisering met de H2ONEgemeenten. Deze fase zal in 2023 uitgevoerd worden. In 2022 zijn eveneens de voorbereidingen gestart om te komen tot een meerjarenagenda 2023-2027 van de Regio Zwolle. Dit krijgt in 2023 een vervolg waarbij de raden van de regio om besluitvorming wordt verzocht. Informatievoorziening In het afgelopen jaar is een vervolg gegeven aan de projecten die gestart zijn op het gebied van integraal informatiebeheer en kwalitatief hoogwaardige dienstverlening naar de inwoner en ondernemers. Ook hebben we verder gewerkt aan meer online dienstverlening. We zien het gebruik hiervan nog steeds groeien.
72
Jaarverslag 2022
We hebben in 2022 een aantal softwarepakketten en applicaties vervangen en kozen hierbij steeds vaker voor Software As A Service (SAAS) waardoor het aantal on-premisse oplossingen verder is teruggebracht. Tot slot zijn we in 2022 gaan werken met het nieuwe zaaksysteem Djuma. Zoals gezegd hebben we een vervolg gegeven aan het onderzoek naar de informatisering en automatisering van de H2ONEgemeenten om op termijn te kunnen beoordelen hoe we als gemeenten de ICT en informatievoorziening verder kunnen versterken en toekomstbestendig kunnen organiseren. Informatiebeveiliging Ernstige beveiligingsincidenten hebben mogelijk negatieve gevolgen voor burgers, bedrijven, partners en de eigen organisatie. Informatiebeveiliging is dan ook een essentiële randvoorwaarde voor onze dienstverlening. We hebben ervoor gekozen een samenhangend niveau van veiligheid na te streven door de landelijke BIO (Baseline Informatiebeveiliging Overheid) te hanteren en hierover (landelijk) verantwoording af te leggen. Afleggen verantwoording 2022 Wij leggen (landelijk) verantwoording af over de informatiebeveiliging. Dat gaat enerzijds op basis van een zelfevaluatie door de eigen medewerkers. Ten opzichte van 2021 is er in 2022 geen sprake van een grote verandering van de zelfevaluatie. Anderzijds gaat dit door het uitvoeren van een externe audit voor DigiD en Suwinet (Structuur Uitvoering Werk en Inkomen).
Deze audit is uitgevoerd door een gecertificeerde RE auditor van BDO. Voor de DigiD audit zijn verbeteringen nodig, zowel op één onderdeel bij de leverancier als op twee onderdelen binnen de eigen gemeente. Voor zowel de DigiD als de Suwinet audit over 2022 is door ons een collegeverklaring afgegeven voor uw raad en de landelijke toezichthouder. De landelijke toezichthouder heeft van de auditor ook een Assurance rapport ontvangen. Deze rapporten zijn vertrouwelijk. Aandachtspunt beveiligingsincidenten 2022 Het valt op dat er minder beveiligingsincidenten zijn gemeld dan in 2021. Veel incidenten zijn terug te voeren op een gebrek aan digitaal bewustzijn en andersom: een verhoogd digitaal bewustzijn zorgt ervoor dat incidenten snel herkend en erkend worden. Dit draagt bij aan de informatiebeveiliging. Er is dan ook een nulmeting uitgevoerd over het gedrag op verschillende bewustzijnsonderwerpen en over de veiligheid van het gebouw. Dit geeft richting voor een hogere bewustwording. Resultaten audit en zelfevaluatie 2022 De resultaten van de audits en zelfevaluatie in 2022 zijn als volgt: Voor wat betreft de DigiD is het van belang om beveiligingsincidenten aantoonbaar op één plek te registreren en meer gestructureerd te werken. Suwinet en de basisregistraties scoren conform de geldende normenkaders.
De WOZ laat evenals de zelfevaluatie uitdagingen zien in samenwerking met andere organisaties. De zelfevaluatie kent meerdere uitdagingen waarbij continuïteit en incidenten van belang zijn gezien de risico’s. Deze risico’s gelden ook voor de samenwerking met andere organisaties. In de samenwerking met andere organisaties (bijvoorbeeld overheid of leverancier) is het van belang dat iedere partij nadenkt (en verantwoording aflegt) over informatiebeveiliging. De vermelde risico’s worden opgenomen in het Dreigingsbeeld informatiebeveiliging Nederlandse gemeenten 2023-2024. Verbeteringen Binnen de gemeente wordt gewerkt met een verbeterplan voor informatiebeveiliging. Er is hierin specifiek aandacht voor verbeteringen t.b.v. DigiD. Kengetallen bedrijfsvoering Formatie en bezetting 2021-2022 Omschrijving
Formatie 2021 Vast
Tijd.
Totaal
Bezetting 2021 Tijd.
Griffie
1,22
1,22
1,00
Directie en ondersteuning
3,30
3,30
4,69
Vast
Formatie 2022
Totaal
Vast
Tijd.
Totaal
Bezetting 2022 Vast
Tijd.
Totaal
1,00
1,67
1,67
1,67
1,67
0,22
4,91
3,13
3,13
4,58
4,58
Ruimte
57,36
57,36
55,79
0,17
55,96
58,54
58,54
58,76
0,11
58,87
Samen Leven
48,65
0,72
49,37
49,41
0,61
50,02
48,67
1,33
50,00
52,97
0,32
53,29
Dienstverlening
33,21
1,00
34,21
30,98
0,39
31,37
32,82
0,40
33,22
30,24
0,33
30,58
Bedrijfsvoering
42,19
0,50
42,69
39,07
0,94
40,01
42,78
0,60
43,38
42,17
0,61
42,79
Garantiebanen
4,83
4,83
4,49
4,49
4,39
4,39
4,16
192,98
185,43
187,76
192,00
194,33
194,55
1,37
195,94
Totaal
190,76
2,22
2,33
2,33
4,16
73
Jaarverslag 2022
Loonsom organisatie Omschrijving
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Netto Loonheffing
5.603.372 2.386.494
6.130.410 2.534.563
6.425.059 2.545.538
7.438.284 2.755.319
7.724.669 2.754.471
8.401.504 3.123.792
Overige heffingen Ziektekosten*
1.050.886 324.249
1.173.473 332.420
1.217.303 334.054
1.397.444
1.486.440
1.615.138
ABP Overige
1.421.019 97.722
1.667.957 100.800
1.780.794 72.557
2.056.893 77.250
2.202.584 73.203
2.236.771 65.561
Loonsom
10.883.742
11.939.623
12.375.304
13.731.220
14.241.367
15.442.766
*Tot en met 2019 werden premies ziektekosten door de gemeente ingehouden op het salaris en afgedragen aan het Instituut Ziektekostenvoorziening Ambtenaren (IZA). Inhuur personeel Omschrijving Inhuur i.v.m. capaciteitsproblemen
2017 1.292.000
2018 1.059.000
2019 1.791.685
2020 803.375
2021 1.619.085
Inhuur specialistische deskundigheid Onderzoeks- en adviesopdrachten
192.000 0
376.000 0
406.445 0
771.967 0
615.400 0
2022*
Inhuur wegens vacature Inhuur wegens ziekte
779.746 92.797
Inhuur wegens piekbelasting Inhuur regulier in de begroting
440.780 463.337
Inhuur (specifiek project) via krediet Inhuur overig
118.066 235.054
Totaal
1.484.000
1.435.000
2.198.130
1.575.342
2.234.485
2.129.780
* Sinds 2022 houden we onze inhuurkosten op een andere wijze bij. Kengetallen Omschrijving