Doornspijk - Uitbreiding Waterlanden II_Toelichting = vervangen
Tekst van het document
89/92
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In de bestemmingsplanprocedure, zoals die is opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is inspraak niet verplicht, tenzij het door middel van een Inspraakverordening verplicht is gesteld. Vooroverleg vindt verplicht plaats, volgens artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
7.1
Inspraak
7.1.1 Verkavelingsplan Ten behoeve van de voorbereiding van de voorliggende plannen is al in het voortraject tweemaal een digitale informatiebijeenkomst gehouden. De eerste avond was vooral gericht op de direct omwonenden van het plangebied, de tweede avond was voor alle bewoners van Doornspijk. Tijdens de avonden zijn de aanwezigen op de hoogte gesteld van de stand van zaken van de plannen. Naderhand konden mensen vragen stellen. Na de beide avonden is eenieder in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op- of aanmerkingen te maken ten aanzien van het plan of vragen te stellen. De reacties die na de 2e avond schriftelijk zijn ingediend, zijn door de gemeente samengevat en van antwoord voorzien. De inspraaknota is als bijlage 12 opgenomen in de toelichting. Naar aanleiding van de inspraakreacties op beide presentaties is het verkavelingsplan aangepast. Het verkavelingsplan heeft als onderlegger gediend voor het voorliggende bestemmingsplan.
7.2
Vooroverleg
Het voorontwerp-bestemmingsplan is voor een reactie en advies toegestuurd aan: Provincie Gelderland; Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV); Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland (VNOG); Welstandscommissie, Het Oversticht; Waterschap Vallei en Veluwe; UWOON. De binnengekomen reacties zijn in de Nota vooroverleg samengevat en van een reactie voorzien. De nota vooroverleg is als bijlage 13 opgenomen in de toelichting. Naar aanleiding van het vooroverleg is het bestemmingsplan op een aantal punten aangepast en aangevuld.
7.3
Zienswijzen
Het ontwerp van het bestemmingsplan “Doornspijk-Uitbreiding Waterlanden II” te Elburg (met identificatienummer NL.IMRO. 0230.BPWATERLANDENII-ONT1) heeft met ingang van woensdag 1 juni 2022 voor een periode van zes weken (tot en met dinsdag 12 juli 2022) voor eenieder ter inzage gelegen. Er zijn vier zienswijzen schriftelijk ingediend. Deze zienswijzen zijn allemaal, op één na, op tijd ingediend en daarom ontvankelijk. De zienswijze die buiten de ter inzagetermijn is ingediend is ambtshalve meegenomen. De
90/92
zienswijzen zijn in de 'Nota van Beantwoording zienswijzen' samengevat en beoordeeld. De 'Nota van Beantwoording zienswijzen' is als bijlage 14 opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan. Een aantal zienswijzen geeft aanleiding tot wijziging en aanvulling van het voorliggende bestemmingsplan. Daarnaast zijn er ambtshalve wijzigingen in het plan aangebracht. Deze wijzigingen worden in de 'Nota van Beantwoording zienswijzen' opgesomd (zie bijlage 14).
7.4
Vervolg
Vervolgens wordt het bestemmingsplan (al dan niet gewijzigd) vastgesteld door de gemeenteraad. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daaropvolgende inzagetermijn (6 weken) is het voor alle belanghebbenden mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.
91/92
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid van een project wordt enerzijds bepaald door de financiële haalbaarheid en anderzijds door de grondexploitatie, waaronder het kostenverhaal van de gemeente.
8.1
Financiële haalbaarheid
De gemeente en initiatiefnemer/exploitant van de planontwikkeling hebben over de economische uitvoerbaarheid van het plan overleg gehad. De planontwikkeling zal in overeenstemming zijn met provinciale, regionale en gemeentelijke uitgangspunten. De afspraken zijn vastgelegd in een tussen de gemeente en initiatiefnemer/exploitant gesloten bouwclaimovereenkomst. Hierbij verkoopt de initiatiefnemer zijn gronden en draagt het eigendom over aan de gemeente en verwerft als tegenprestatie hiervoor bouwrijpe grond van de gemeente met het recht om deze gronden te bebouwen (de claim). Hiermee is het kostenverhaal voor de ontwikkeling verzekerd en is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. Er zijn ook geen overige redenen als bedoeld in artikel 6.12 Wro, om een exploitatieplan vast te stellen. Alle eisen en voorwaarden waaraan moet worden voldaan zijn opgenomen in de exploitatieovereenkomst.
8.2
Grondexploitatie
Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. In de Wro is opgenomen dat voor bouwplannen, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, in verband met het kostenverhaal van de gemeente, in beginsel een exploitatieplan vastgesteld moet worden. In het geval van voorliggend bestemmingsplan is sprake van een bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. Vaststelling van een exploitatieplan is verplicht, tenzij het kostenverhaal op een andere manier is verzekerd.
92/92