De Nieuwe Haven VASTGESTELD
Tekst van het document
Daarnaast is middels een kwalitatieve verplichting in de bestemmingsplanregels geborgd dat er voorafgaand aan de bouw middels onderzoek aangetoond moet worden dat de gevels die zijn gericht naar de omliggende bedrijfsfuncties minimaal 20 dB(A) geluid reduceren, zodat in ieder geval het volgens het Bouwbesluit minimaal vereiste binnenniveau wordt voldaan van maximaal 33 dB(A) bij weglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai. In het geval er een maatwerkvoorschrift wordt afgegeven met een 5 dB(A) hogere geluidnorm op de naar de bedrijven gerichte gevels van de nieuw te bouwen complexen is de totale belasting op de betreffende gevels maximaal 55 dB(A), door de kwalitatieve verplichting (geluidsreductie van 20 dB(A)) is dit vanuit ontwikkeling De Nieuwe Haven ten alle tijden mogelijk aangezien er dan wordt voldaan aan het minimaal vereiste binnenniveau van 35 dB(A) bij industrielawaai. Hierdoor leidt de planvorming derhalve niet tot een aanvullende milieu-gerelateerde klachten bekend zijn die van invloed zijn op het toekomstige woon- en leefklimaat of kunnen leiden tot beperkingen voor de betreffende bedrijven. Uit een nadere beschouwing van de huidige situatie blijkt dat de omliggende bedrijven hun huidige activiteiten kunnen voorzetten zonder hierin belemmerd te worden.
48
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven Op enkele bedrijven na is bedrijventerrein Kruismaten geen bedrijventerrein in ontwikkeling en is dit deel van het terrein beoogd om te herontwikkelen naar een combinatievorm van andersoortige bedrijvigheid en woningbouw. Deze plannen zijn vastgesteld in de Havenvisie 2011 en in de wijzigingsregels binnen bestemmingsplan Kruismaten 2012 geborgd, waarin een wijzigingsbevoegdheid voor het college is opgenomen om dit deel van bedrijventerrein Kruismaten te transformeren naar gebied waarin gewoond en gewerkt wordt. De Havenvisie heeft als doelstelling voor dit zuidwestelijke deel van Kruismaten de nieuwe bestemming 'gemengde doeleinden' vast te stellen, waarbij in de strook langs de Havenkade diverse functies toegelaten worden, waaronder wonen en commerciële voorzieningen. Het te transformeren gebied naar wonen en werken is groter dan plangebied De Nieuwe Haven. 4.8.3
Conclusie
De appartementen in De Nieuwe Haven moeten voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012 ten aanzien van de minimale gevelgeluidwering , waarbij de gemeente voor toetsing van de geluidwering uitgaat van de gecumuleerde geluidbelasting. Hiermee is een goed woon- en leefklimaat in de appartementen gewaarborgd. Direct omliggende bedrijven worden niet beperkt in het huidige gebruik, mogelijk wel in de maximaal planologische mogelijkheden. Indien betreffende bedrijven gebruik maken van de huidige (voor bestemmingsplan De Nieuwe Haven) maximaal milieutechnische mogelijkheden op het gebied van geluid kan er een goed woon- en leefklimaat worden gewaarborgd door de kwalitatieve verplichting in de regels en de mogelijkheid tot het afgeven een maatwerkvoorschrift met een 5 dB(A) hogere geluidnorm. Hierdoor kunnen de direct omliggende bedrijven die met een richtafstand over het plangebied reiken hetzelfde geluid blijven produceren als momenteel maximaal planologisch mogelijk in de huidige situatie (bestemmingsplan Kruismaten 2012), waarmee bedrijven in de toekomstige situatie geen aanvullende beperkingen ondervinden. De gemeente Elburg en initiatiefnemer zijn zich ervan bewust dat ontwikkeling De Nieuwe Haven, grenzend aan het beschermde stadsgezicht en bedrijventerrein Kruismaten, een ontwikkeling in een zeer dynamisch gebied is met de nodige functiemening.
Initiatiefnemer benadrukt dit tijdens de verkoop van de appartementen aan potentiële kopers. Bovendien betreft dit de eerste ontwikkeling binnen het wijzigingsgebied in bestemmingsplan Kruismaten 2012 die invulling geeft aan de Havenvisie, de kans is zeer aannemelijk dat er door de jaren heen een groter gebied wordt getransformeerd naar een combinatie van wonen en werken langs de Havenkade. Toekomstige bewoners moeten zich realiseren dat ze in een dynamisch gebied gaan wonen met een combinatie van bedrijvigheid, de jachthaven, een museum, de toeristische binnenstad met haar periodieke evenementen en de provinciale weg waarvoor een hogere grenswaarde wegverkeer wordt afgegeven. Wonen in De Nieuwe Haven kan incidenteel tot overlast leiden, deze mogelijke theoretische incidentele beperkingen ten aanzien van het woon- en leefklimaat worden ruimschoots gecompenseerd door het wonen op één van de mooiste locaties van Elburg. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 18 toegevoegd aan dit plan.
4.9
Verkeer en parkeren
4.9.1
Algemeen
Om te bepalen of het plan geen negatieve effecten heeft op omliggende wegen en de parkeersituatie, worden in deze paragraaf de effecten beschreven van het plan op het verkeer en parkeersituatie. Voor parkeren wordt getoetst aan de voor het plangebied geldende parkeernormen.
(vastgesteld)
49
bestemmingsplan De Nieuwe Haven 4.9.2
Onderzoek
In september 2023 is de memo verkeer en parkeren door onderzoeksbureau Kragten geschreven (zie Bijlage 19). De projectlocatie en het omliggende wegennet is beoordeeld op bereikbaarheid en verkeersgeneratie en -afwikkeling. De verkeerstoename als gevolg van de planontwikkeling is dermate laag dat deze naar verwachting niet zorgt voor afwikkelingsproblemen op het omliggend wegennet. De parkeerbehoefte als gevolg van het plan kan worden opgevangen op de parkeervoorziening op eigen terrein en in de openbare ruimte. De exacte invulling van de commerciële ruimten is nog niet bekend. Daarmee kan de daadwerkelijke parkeerbehoefte anders uitvallen dan waarmee in bijgevoegde memo rekening is gehouden. De werkelijke parkeerbehoefte wordt berekend als de exacte invulling van de plint bekend is. Bij een tekort aan parkeerplaatsen is ontwikkelaar verplicht om een storting in het parkeerfonds te doen. Hierover zijn nadere afspraken met de gemeente Elburg gemaakt. Parkeerterrein de Oude Vos is voorzien van een overcapaciteit ten aanzien van de bestaande functies in de Vesting en de haven, om toekomstige ontwikkelingen te kunnen faciliteren, onder andere de ontwikkelingen uit de Havenvisie. Parkeerterrein de Oude Vos is dusdanig strategisch gepositioneerd dat het fungeert als overloopgebied en is op minder dan 500 meter van De Nieuwe Haven gelegen, wat een acceptabele loopafstand is.
Parkeerterrein de Oude Vos is voorzien van een overcapaciteit ten aanzien van de bestaande functies in de Vesting en de haven, om toekomstige ontwikkelingen te kunnen faciliteren, onder andere de ontwikkelingen uit de Havenvisie. Parkeerterrein de Oude Vos is dusdanig strategisch gepositioneerd dat het fungeert als overloopgebied en is op minder dan 500 meter van De Nieuwe Haven gelegen, wat een acceptabele loopafstand is. 4.9.3
Conclusie
De parkeerbehoefte van de beoogde functies wordt opgevangen met de parkeervoorziening op eigen terrein, in de openbare ruimte (saldering huidige situatie) en door een storting in het gemeentelijk parkeerfonds. Deze storting wordt op voorhand op basis van een huidig berekend tekort van 5 parkeerplaatsen gedaan, in goed overleg met de gemeente. Het werkelijke tekort wordt berekend aan de hand van de exacte invulling van de commerciële plint. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden daarmee geen parkeerproblemen verwacht. Het aspect verkeer en parkeren is geen belemmering voor dit plan. de memo is als Bijlage 19 Memo verkeer en parkeren toegevoegd aan dit plan. Mocht er in de praktijk te weinig aanbod zijn voor kortparkeerders, dan zal de gemeente aan de Havenkade een blauwe zone invoeren. Langparkeerders kunnen dan naar de Oude Vos op 500 meter afstand, een acceptabele loopafstand.
4.10
Kabels en leidingen
4.10.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. 4.10.2 Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen.
50
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen . Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.10.3 Conclusie In en nabij het plangebied van dit bestemmingsplan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting. Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
4.11
MER-toets
4.11.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig.
(vastgesteld)
51
bestemmingsplan De Nieuwe Haven 4.11.2 Onderzoek 4.11.2.1
Artikel 2.8 van de Wet natuurbescherming
Bij elke activiteit die een extra stikstofdepositie met zich meebrengt, dient te worden getoetst of er sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. In dit geval gaat het om de ontwikkeling van 56 woningen, welke circa 400 extra verkeersbewegingen met zich meebrengt (commerciele functie is vergelijkbaar met bestaande situatie). Wanneer er verwacht wordt dat er sprake is van significante negatieve effecten op Natura 2000-gebieden, dient een passende beoordeling te worden opgesteld. Tevens zal er dan een berekening naar de stikstofdepositie benodigd zijn. In dit geval ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied 'De Veluwe' op een afstand van circa 4,2 kilometer. Uit 4.4.2 blijkt dat er geen sprake is van significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden. 4.11.2.2
Drempelwaarden Besluit m.e.r.
In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben. Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage.
Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 4.11.3 Conclusie Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Tevens zijn geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan.
52
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Hoofdstuk 5 5.1
Wijze van bestemmen
Algemeen
Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, regels en een toelichting. De verbeelding en de regels vormen tezamen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan. De wijze van bestemmen is gebaseerd op de uitgave 'Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012', die wordt beheerd door GeoNovum. De verbeelding is IMRO-gecodeerd volgens IMRO2102.
5.2
Methodiek
5.2.1
Verbeelding
Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn opgenomen. Deze aanduidingen hebben alleen een juridische betekenis als in de regels aan de betreffende aanduiding een gevolg wordt verbonden. Een aantal aanduidingen heeft juridisch gezien geen betekenis en is uitsluitend opgenomen ten behoeve van de leesbaarheid van de verbeelding (bijvoorbeeld topografische gegevens). Deze zijn daarom opgenomen bij de ‘verklaringen’. 5.2.2
Regels
De regels van het bestemmingsplan zijn ondergebracht in vier hoofdstukken: Hoofdstuk 1 (artikelen 1 en 2) bevat de inleidende regels. Deze regels beogen een eenduidige interpretatie en toepassing van de overige, meer inhoudelijke regels en van de verbeelding te waarborgen. Hoofdstuk 2 (artikelen 3, 4 en 5) bevat de bestemmingsregels. Per op de verbeelding aangegeven bestemming bevat dit hoofdstuk regels die specifiek voor die bestemming gelden. Hoofdstuk 3 (artikelen 6 tot en met 9) bevat de algemene regels, waaronder een anti-dubbeltelregel en de algemene afwijkingsregels. Hoofdstuk 4 (artikelen 10 en 11) bevatten het overgangsrecht en de slotregel. De bestemmingsomschrijving is de centrale bepaling van elke bestemming. In de bestemmingsomschrijving worden de binnen een bestemming toegestane functies genoemd. De bouwregels zijn gerelateerd aan deze omschrijving. Ook het gebruik van grond en bebouwing is gekoppeld aan de bestemmingsomschrijving, inleidende, algemene en overgangs- en slotregels De inleidende (hoofdstuk 1), algemene (hoofdstuk 3) en overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) zijn de gebruikelijke bestemmingsregels en worden hier verder niet toegelicht.
5.3
Bestemmingen
Dit bestemmingsplan kent de bestemmingen: 'Gemengd', 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Wonen'. 5.3.1
Gemengd
De gronden met de bestemming 'Gemengd', zijn bestemd voor wonen met de bijbehorende gebouwen, andere bouwwerken, andere werken, tuinen en erven. Op de begane grond mogen commerciële functies zoals beschreven in de planregels van dit bestemmingsplan worden gerealiseerd. Binnen het plangebied zijn appartementen toegestaan.
(vastgesteld)
53
bestemmingsplan De Nieuwe Haven Gebouwen moeten worden gebouwd binnen het bouwvlak met maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximale goot- en bouwhoogte' aangegeven goot- en bouwhoogte. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels ten behoeve van de bouw van een erker of luifel, de bouw van een aan de woning aangebouwde praktijkruimte, niet voor bewoning bestemde gebouwen ten dienste van een openbaar nutsvoorziening, een ander bouwwerk met een grondoppervlakte van maximaal 25 m 2 , het in geringe mate afwijken van het plan waarbij de grenzen met maximaal 2 meter mogen worden verschoven en wonen op de begane grond wordt toegestaan. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de gebruiksregels voor het medegebruik van woningen en/of aangebouwde bijbehorende bouwwerken ten behoeve van bedrijfsmatige activiteiten. 5.3.2
Verkeer - Verblijfsgebied
De bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' is bedoeld voor wegen van niet doorgaande aard, zoals woonstraten, parkeervoorzieningen, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, speelvoorzieningen, groenvoorzieningen en water en andere verkeersvoorzieningen. Ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van verkeer - overdekte parkeerplaatsen' mag een gebouw t.b.v. parkeren worden gerealiseerd meet een maximum goot van 3 meter en een bouwhoogte van 4,5 meter. Verder zijn de bijbehorende gebouwen, bouwwerken en andere werken, zoals lichtmasten en ander straatmeubilair, bruggen en duikers toegestaan. De bestemming heeft dus niet enkel het karakter van verharding, ook groen en water zijn hier toegestaan. Binnen deze bestemming zijn alleen gebouwen ten behoeve van het beheer en onderhoud en nutsvoorzieningen toegestaan, met een inhoud van maximaal 25 m 3 en een bouwhoogte van maximaal 3 meter. Overige andere bouwwerken mogen een maximale bouwhoogte van 3 meter hebben, met uitzondering van lichtmasten en verwijsborden, waarvoor een maximum bouwhoogte van 10 meter geldt.
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels, voor de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen, een ander bouwwerk met een grondoppervlakte van maximaal 25 m2 dat niet hoger is dan 3 meter en het veranderen van de voorgeschreven maatvoering voor gebouwen en andere bouwwerken met maximaal 10%. 5.3.3
Wonen
Het doel van de bestemming 'Wonen' is vastlegging van de woonfunctie en daarbij aan het wonen verbonden functies mogelijk te maken. Functionele mogelijkheden De hoofdfunctie van de bestemming is wonen. Daarnaast worden aan-huis-verbonden beroeps- en bedrijfsactiviteiten mogelijk gemaakt. Deze moeten echter voldoen aan de in de specifieke gebruiksregels opgenomen voorwaarden. 5.3.4
Waarde - Archeologie
Over het plangebied is de dubbelbestemming Waarde – Archeologie opgenomen. Binnen deze bestemming zijn extra regels opgenomen ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische waarden. 5.3.5
Waterstaat - Waterkering
Ter bescherming van de primaire waterkering is een zone opgenomen, waar in principe geen bouwwerken toegestaan zijn. Bij een positief advies van het waterschap kan door middel van een omgevingsvergunning wel toestemming worden gegeven voor het oprichten van bouwwerken.
54
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
5.4
Algemene regels
In dit hoofdstuk zijn de regels opgenomen die betrekking hebben op het gehele plangebied en alle andere regels in het bestemmingsplan. Binnen het hoofdstuk algemene regels is binnen het artikel algemene bouwregels een parkeerregeling opgenomen. Hierin wordt bepaald dat indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het parkeren of stallen van auto's of het laden en lossen van goederen, dat op het eigen terrein moet worden voorzien in die behoefte. Daarnaast is een regeling opgenomen voor ondergronds bouwen.
(vastgesteld)
55
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
56
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen). Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van woningen en op de begane grond commerciële functies. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro.
De gemeente heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten over grondexploitatie (een anterieure overeenkomst). Hierin zijn afspraken gemaakt over de betaling van de gemeentelijke kosten. De kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden zijn hiermee anderszins verzekerd. Het maken van een exploitatieplan is niet nodig.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. Wettelijk (voor)overleg In het Bro is in artikel 3.1.1 opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Het plan wordt door de gemeente toegezonden naar voorgenoemde instanties. Participatie De initiatiefnemer heeft belangstellenden en direct betrokkenen vroegtijdig meegenomen in de planontwikkeling. Door middel van de projectwebsite is een ieder in de gelegenheid gesteld om te reageren op de voorliggende plannen, tevens zijn er diverse fysieke sessies georganiseerd. De direct omwonenden zijn per brief persoonlijk geïnformeerd, waarna er mogelijkheid was om via de projectwebsite op de plannen te reageren.
Naast de direct omwonenden is de Klankbordgroep Haven Elburg gedurende de planvorming betrokken bij het proces.
(vastgesteld)
57
bestemmingsplan De Nieuwe Haven Samen met de Klankbordgroep Haven Elburg is kritisch naar de opbouw van bouwmassa gekeken, met als doel de botterwerf te respecteren en prominent aanwezig te laten zijn in de gehele ontwikkeling. Aan de hand hiervan is een ontwerpvariant uitgewerkt, in nader overleg met de afdeling welstand is de huidige massa tot stand gekomen. Daarnaast heeft een ondernemer uit de directe omgeving zich gemeld bij initiatiefnemer met vragen ten aanzien van milieuzonering en mogelijke beperkingen ten aanzien van eigen bedrijfsvoering. Middels aanvullingen op de oorspronkelijke rapportage is aangetoond dat de betreffende ondernemer niet wordt beperkt in zijn bedrijfsvoering door plan De Nieuwe Haven Elburg, hierover zijn ondernemer en initiatiefnemer in gesprek gegaan. Omwonenden hebben initiatiefnemer voorzien van input op het voorlopig ontwerp, deze input is verzameld en is meegenomen in het vervolg van het ontwerptraject. Van de participatieprocedure is een verslag gemaakt welke als Bijlage 20 Participatieverslag is toegevoegd aan dit plan. Vooroverleg Het voorontwerp is voor een reactie en advies toegestuurd aan: 1. Provincie Gelderland. 2. Omgevingsdienst Noord-Veluwe (ODNV). 3. Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland. 4. Welstandscommissie, Het Oversticht. 5. Waterschap Vallei en Veluwe.
Naar aanleiding hiervan is het plan op een aantal onderdelen aangepast. De reacties en adviezen zijn verwerkt in een Nota van vooroverleg. Deze is als Bijlage 21 Nota van vooroverleg toegevoegd aan dit plan. Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan, met bijlagen, heeft vanaf 24 augustus 2022 tot en met 4 oktober voor een periode van zes weken ter inzage gelegen, waarbij iedereen in de gelegenheid is gesteld om een zienswijze in te dienen. Er zijn binnen deze periode 2 mondelinge zienswijzen en 6 schriftelijke zienswijzen binnengekomen, buiten de ter inzage periode zijn nog twee zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen zijn door de gemeente, al dan niet samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie en tot slot is elke zienswijze voorzien van een conclusie. Dit is tezamen met de ambtshalve wijzigingen als Bijlage 22 Zienswijzennota toegevoegd aan dit plan. Het bestemmingsplan kan gewijzigd worden vastgesteld. Het overzicht van de wijzigingen worden weergegeven in hoofdstuk 4 van de zienswijzennota, onderverdeeld in wijzigingen in de toelichting en wijzigingen in de regels. Het bestemmingsplan kan gewijzigd worden vastgesteld.
58
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlagen
(vastgesteld)
59
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
60
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 1
(vastgesteld)
Ladderonderbouwing
61
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
62
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 2
(vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek Havenkade 42
63
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
64
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 3
(vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek J.P. Broekhovenstraat 1
65
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
66
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 4
(vastgesteld)
Afperkend onderzoek J.P. Broekhovenstraat 1
67
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
68
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 5 42c
(vastgesteld)
Verkennend bodemonderzoek Havenkade 42a, 42b en
69
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
70
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 6
(vastgesteld)
Analyseresultaten uitsplitsing grondmengmonster
71
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
72
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 7 Aanvullend verkennend bodemonderzoek en asbestonderzoek, Havenkade 42
(vastgesteld)
73
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
74
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 8 Aanvullend verkennend bodemonderzoek en nader bodemonderzoek J.P. Broekhovenstraat 1
(vastgesteld)
75
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
76
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 9 Aanvullend verkennend bodemonderzoek en bodemonderzoek asbest, Havenkade 42a, 42b en 42c
(vastgesteld)
77
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
78
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 10
(vastgesteld)
Watertoets
79
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
80
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 11
(vastgesteld)
Archeologisch onderzoek
81
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
82
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 12
(vastgesteld)
Quickscan natuurtoets
83
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
84
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 13
(vastgesteld)
Stikstof onderzoek
85
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
86
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 14
(vastgesteld)
Huismusonderzoek
87
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
88
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 15
(vastgesteld)
Gierzwaluw onderzoek
89
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
90
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 16
(vastgesteld)
Vleermuisonderzoek
91
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
92
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 17
(vastgesteld)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
93
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
94
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 18
(vastgesteld)
Bedrijven- en Milieuzonering
95
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
96
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 19
(vastgesteld)
Memo verkeer en parkeren
97
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
98
(vastgesteld)
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
Bijlage 20
(vastgesteld)
Participatieverslag
99
bestemmingsplan De Nieuwe Haven
100
(vastgesteld)