Bijlagen bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a.pdf
Tekst van het document
Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Inhoudsopgave
Bijlage regels
3
Bijlage 1
4
2
Inrichtingsplan
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage regels
Bijlage regels (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage 1 Inrichtingsplan
4
Bijlage regels (vastgesteld)
Gemeente Elburg Inrichtingsplan Huisdijk 18 en 18a te Doornspijk
Inrichtingsplan 1: 1.000
Legenda Woning Oriëntatie Voor- en zijtuin Achtererf met bijgebouwen Bestaande bomen Nieuwe bomen (knotwilgen langs de zuidzijde, elzen ter markering van het gemeenschappelijke erf en fruitbomen in de voortuin van woning op het westelijke perceel)
Hagen (haagbeuk, liguster, meidoorn of veldesdoorn) Parkeerplaatsen (2,5 bij 5 meter) Toegang tot parkeerplaatsen
Uitsnede inrichtingsplan schaal 1:500
Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Inrichtingsplan
4
Bijlage 2
Digitale watertoets
7
Bijlage 3
Natuurtoets inclusief aangetroffen natuurwaarden
13
Bijlage 4
Stikstofonderzoek inclusief bijlage
35
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
49
Bijlage 6
Advies VNOG externe veiligheid
116
2
Inhoudsopgave (vastgesteld)
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlagen toelichting
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
3
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage 1 Inrichtingsplan
4
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
Gemeente Elburg Inrichtingsplan Huisdijk 18 en 18a te Doornspijk
Inrichtingsplan 1: 1.000
Legenda Woning Oriëntatie Voor- en zijtuin Achtererf met bijgebouwen Bestaande bomen Nieuwe bomen (knotwilgen langs de zuidzijde, elzen ter markering van het gemeenschappelijke erf en fruitbomen in de voortuin van woning op het westelijke perceel)
Hagen (haagbeuk, liguster, meidoorn of veldesdoorn) Parkeerplaatsen (2,5 bij 5 meter) Toegang tot parkeerplaatsen
Uitsnede inrichtingsplan schaal 1:500
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage 2 Digitale watertoets
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
7
datum 15-6-2021 dossiercode 20210615-10-26835 Afsprakennotitie voor ruimtelijke plannen met mogelijk een groot waterbelang (normale procedure)
Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.
Beoordeling Binnen het plangebied liggen een of meerdere belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat mogelijk daarmee primaire waterbelangen worden geraakt.
In het specifieke geval van het plan "Huisdijk 18 en 18a" gaat het om de belangen:
● Leggerwatergangen met beschermingszones
Over de hierboven genoemde primaire belangen wil het waterschap graag in gesprek met de initiatiefnemer van het plan. Binnen 2 weken wordt u benaderd voor het plannen van een overleg.
Aandachtspunten Naast de primaire waterbelangen, zullen in het overleg ook een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water aan de orde komen.
Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.
Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.
Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hiermee verder helpen.
Tot slot Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055 - 52 72 911.
Team Watertoets, Waterschap Vallei en Veluwe
Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld. www.dewatertoets.nl
datum 15-6-2021 dossiercode 20210615-10-26835
Samenvatting: normale procedure
Uw gegevens
Aanvrager: Jos van der Mark Organisatie: VANDERMARKADVIES Naam van het project: Huisdijk 18 en 18a e-mail: vandermarkadvies@gmail.com telefoon: 0622977717 straatnaam/postbus en huisnummer: Wieringenmeen 5 postcode: 3844NB plaats: Harderwijk
Gegevens gemeente
Gemeente Elburg Contactpersoon: De heer P. de Haas Telefoon: 0525-688688 E-mail: Pieter.de.haas@elburg.nl
---------------------------------------------------------------------------------------
Tekenen:
Raakt het plangebied een waterbelang? ja
Welke gemeente omvat het grootste deel van het door u getekende plangebied? Elburg
Samenvatting van de vragen
Wordt er meer dan 1500 m2 nieuw verhard oppervlak gerealiseerd? nee
Wateropgave bij toename van het verharde oppervlak n.1 Wat is de geschatte toename van de verharding of het totaal af te koppelen verhard oppervlak als gevolg van deze ruimtelijke ontwikkeling? Er zal sprake zijn van een grote afname van het verhard oppervlakte m2
www.dewatertoets.nl
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage 3 Natuurtoets inclusief aangetroffen natuurwaarden
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
13
Natuurtoets Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid
Fam. Van Wijhe Concept
Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid
18-489
8 november 2019
Concept
A. (Astrid) Van Teeffelen & K. (Kelly) Meinesz I. (Iwan) Veeman
Fam. Van Wijhe
© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Teeffelen, A. van, Meinesz, K. (2019). Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 18-489. Ecogroen bv Zwolle.
Inhoud Samenvatting
1
1.
Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen 1.3 Leeswijzer
3 3 3 4
2.
Kader en methode 2.1 Wettelijk kader 2.2 Onderzoeksmethode
5 5 6
3.
Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000-gebieden 3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN)
8 8 8
4.
Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.3 Broedvogels 4.4 Amfibieën 4.5 Overige soortgroepen
10 10 10 12 14 14
5.
Geraadpleegde bronnen
15
Bijlagen Bijlage 1 – Aangetroffen natuurwaarden
Samenvatting Aanleiding en doelstelling De familie Van Wijhe heeft het plan om hun voormalige boerderij aan de Huisdijk 18 te Doornspijk om te vormen naar woningen (rood-voor-rood regeling). De plannen gaan mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. Daarom heeft Ecogroen in opdracht van de familie Van Wijhe ecologisch onderzoek uitgevoerd om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige beschermde natuurwaarden die op kunnen treden als gevolg van de plannen.
Gebiedsbescherming • Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Veluwerandmeren en Veluwe, beide gelegen op een afstand van ca. 2 kilometer van het plangebied. Directe negatieve effecten op Natura 2000-gebieden treden niet op. Indirecte (uitstralende) effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied – met uitzondering van stikstof – worden eveneens uitgesloten. • Het plangebied ligt buiten het Gelders natuurnetwerk (afstand ruim 1 km) alsook buiten de Groene Ontwikkelzone (afstand minimaal 500 meter). Gezien de ruime afstand en tussenliggende bebouwing, infrastructuur en groenstructuren brengt het plan geen aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Gelders Natuurwerk en de Groene Ontwikkelzone met zich mee.
Soortbescherming • Binnen het plangebied is één paarverblijfplaats van een gewone dwergvleermuis aangetroffen. Door de plannen gaat deze verblijfplaats verloren. Er is geen sprake van aantasting van onmisbare vliegroutes en/of foerageergebieden van vleermuizen. • In het plangebied zijn negen nestlocaties van huismus aangetroffen. Door de plannen gaan deze verblijfplaatsen verloren. Op basis van aanvullend onderzoek wordt het voorkomen van beschermde nestplaatsen van kerkuil uitgesloten. Wel zijn enkele algemeen voorkomende broedvogels van bebouwing en groenelementen aangetroffen of te verwachten. • In het plangebied zijn geen beschermde grondgebonden zoogdieren, amfibieën, flora, reptielen, vissen of ongewervelden aangetroffen of te verwachten, uitgezonderd soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Gelderland.
Advies en vervolgstappen • Een AERIUS berekening is noodzakelijk om te bepalen of negatieve effecten ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000 kunnen worden uitgesloten of dat nadere vervolgstappen aan de orde zijn. • Er dient een ontheffing Wet natuurbescherming onderdeel soortbescherming te worden aangevraagd bij bevoegd gezag (Provincie Gelderland) voor het schaden van:
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
01
– negen nestlocaties van huismus; – één paarverblijfplaats van gewone dwergvleermuis. Er is zicht op ontheffing als tijdig voorafgaand aan de sloop vervangende verblijfplaatsen worden aangebracht en de sloop van bebouwing en de verwijdering van beplanting plaatsvindt buiten de kwetsbare perioden van deze soorten. • Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels verstoren of beschadigen dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de verwachte soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten in de periode december – half februari en middels een veldbezoek een controle uit te voeren op broedende vogels en nesten binnen de invloedsfeer van de plannen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
02
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling In opdracht van de familie Van Wijhe heeft Ecogroen een natuurtoets uitgevoerd ten behoeve van een voorgenomen herbestemming om de omvorming van een boerderij naar woningen (rood-voor-rood regeling) mogelijk te maken. De Wet natuurbescherming en het beleid ten aanzien van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) verplichten vooraf te toetsen of plannen conflicteren met aanwezige beschermde planten diersoorten en habitats. De natuurtoets is bedoeld om inzicht te verkrijgen in aanwezige natuurwaarden en mogelijke effecten van het plan of voorgenomen activiteiten. Tijdens het onderzoek zijn te verwachten effecten van het plan getoetst aan de wettelijke bescherming van soorten en natuurgebieden. Het uitgevoerde onderzoek en de resultaten er van zijn in voorliggende rapportage beschreven.
1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkelingen Het plangebied maakt onderdeel uit van het Bestemmingsplan Buitengebied Elburg 2012, en betreft de bebouwing gelegen op het adres Huisdijk 18/18a te Doornspijk (zie figuur 1.1). In het plangebied zijn een boerderij en diverse bijgebouwen en aanbouwen aanwezig. Het terrein is grotendeels verhard, met uitzondering van de voortuin, een kippenren cq. volière, enkele fruitbomen en twee (voormalige) weides direct achter de schuren (deels binnen deels buiten het plangebied). Het plangebied ligt in een landelijke omgeving met akkers, weides en sloten. In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich houtopstanden met voornamelijk knotwilgen, en de woning aan Huisdijk 16. Het verzoek tot bestemmingsplanwijziging is bedoeld om het mogelijk te maken dat de aanwezige bebouwing wordt vervangen door twee á drie nieuwe woningen. Daarvoor zal de aanwezige bebouwing moeten worden gesloopt. Bomen zullen hiervoor niet gekapt worden.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
03
Figuur 1.1 Het plangebied (rood omlijnd)
1.3 Leeswijzer Hoofdstuk 2 beschrijft het wettelijk kader en de onderzoeksmethodiek. Vervolgens wordt een effectanalyse en -beoordeling gegeven ten aanzien van beschermde gebieden (hoofdstuk 3) en soorten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
04
2. Kader en methode 2.1 Wettelijk kader Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Staatsblad, 2016) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In dit rapport gaan wij in op soortbescherming en gebiedsbescherming. Er worden geen bomen verwijderd waardoor het onderdeel houtopstanden niet van toepassing is. Voor de volledige wettekst van de Wet natuurbescherming zie: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-10-01. In kader 2.1 geven we een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijngebieden).
Voor Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld voor habitats, soorten, broedvogels en / of niet-broedvogels. In artikel 2.7 verplicht de Wet natuurbescherming om vooraf te beoordelen of plannen in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden aangewezen instandhoudingsdoelen. Mocht sprake zijn van (significant) negatieve effecten dan is vaststelling van het plan niet zondermeer mogelijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt.
Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijk belang wordt voldaan.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
05
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro: Stb 2016 nr. 351) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen en nabij het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.
2.2 Onderzoeksmethode Quickscan Gestart is met literatuuronderzoek om na te gaan of beschermde soorten bekend zijn in en rondom het plangebied (zie voor een volledig overzicht de geraadpleegde bronnen in hoofdstuk 5). De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 20 juli 2018 (droog, helder, 25°C, weinig wind) is uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek is het terrein geïnspecteerd, waarbij aandacht is besteed aan beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming. Alle soortgroepen zijn geinventariseerd, waarbij de nadruk heeft gelegen op zoogdieren en broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen. Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld welke soorten (mogelijk) aanwezig zijn en is aanvullend onderzoek geadviseerd en uitgevoerd ten aanzien van vleermuizen, huismus en kerkuil.
Aanvullend onderzoek Vleermuizen Vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform het landelijk vleermuisprotocol 2017 en de kennisdocumenten voor vleermuizen (Vleermuisvakberaad, 2017; BIJ12 2017a, 2017b). Op basis van onze ervaringen en de bouwkundige constructie van de bebouwing, verwachten we de mogelijke aanwezigheid van vleermuissoorten als gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. We hebben onze onderzoeksinspanning dan ook afgestemd op deze soorten. Dit houdt in dat er tweemaal een onderzoek uitgevoerd is naar zomer- en kraamverblijfplaatsen in de periode half mei - half juli met minimaal 10 dagen tussen beide onderzoeken en tweemaal in de periode half augustus – eind september naar paarverblijfplaatsen en baltslocaties met minimaal 20 dagen tussen beide onderzoeken. Tevens is tijdens de bezoeken gelet op eventuele vliegroutes en (belangrijkste) foerageergebieden. Alle onderzoeken zijn door één persoon in de ochtend- of avondschemering uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden (droog, warmer dan 10 graden en met weinig wind; zie tabel 2.1). Hierbij is gebruik gemaakt van batdetectors die de mogelijkheid hebben om geluidsopnames te maken.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
06
Huismus Conform het kennisdocument van huismus (BIJ12 2017c) zijn twee inventarisatieronden uitgevoerd in de periode 1 april - 15 mei, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken (zie tabel 2.1). Het onderzoek heeft zich gericht op nest-, broed- en territorium-indicerend gedrag van huismus om broedgevallen/ territoria van huismus vast te stellen. Beide veldbezoeken zijn in de ochtenduren uitgevoerd, wanneer huismus het meest actief is. Verder zijn de veldbezoeken met gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog, zonnig weer en weinig wind). Kerkuil Het aanvullend onderzoek naar kerkuil is uitgevoerd op basis van het kennisdocument kerkuil (BIJ12 2017d). Tijdens de bezoeken op 20 juli 2018 en 18 april 2019 zijn de stallen in het plangebied gecontroleerd op de aanwezigheid van sporen, nesten en exemplaren van kerkuil. Daarnaast is tijdens de nachtelijke onderzoeken naar vleermuizen (zie tabel 2.1) specifiek gelet op aanwezigheid van kerkuil in of nabij het plangebied. Tijdens de nachtelijke uren is de kerkuil het meest actief en kunnen bedelende jongen en/of roepende exemplaren worden waargenomen. Tabel 2.1 Overzicht uitgevoerde veldbezoeken en omstandigheden.
Datum
Type onderzoek
Omstandigheden
20-07-2018
Quickscan natuurtoets
Droog, helder, weinig wind, 25°C
18-04-2019
1ste onderzoek huismus + kerkuil (8:30-10:30)
Helder, droog, weinig wind, 12 °C
14-05-2019
2de onderzoek huismus (9:00-10:30)
Licht bewolkt, droog, weinig wind, 10 °C
27-05-2019
1ste onderzoek vleermuizen + kerkuil (21:30-23:30)
Bewolkt, droog, weinig wind, 14 °C
26-06-2019
2de onderzoek vleermuizen + kerkuil (03:15-05:15)
Licht bewolkt, droog, weinig wind, 20 °C
19-08-2019
3de onderzoek vleermuizen + kerkuil (20:45-22:45)
Licht bewolkt, droog, weinig wind, 16 °C
27-09-2019
4de onderzoek vleermuizen + kerkuil (05:30-07:30)
Bewolkt, droog, matige wind, 14 °C
Analyse Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldonderzoek is beoordeeld welke soorten (mogelijk) aanwezig zijn en is bepaald of het plangebied gelegen is in of nabij beschermde gebieden. Vervolgens is op basis van het voornemen, zoals dat er nu ligt, bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of vervolgstappen (zoals ontheffing- dan wel vergunningsaanvraag) vereist zijn.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
07
3. Gebiedsbescherming 3.1 Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn Veluwerandmeren en Veluwe, gelegen op een afstand van respectievelijk 2,0 en 2,1 km van het plangebied (zie figuur 3.1). Directe negatieve effecten waaronder oppervlakteverlies van habitattypen en leefgebied worden op voorhand uitgesloten. Indirecte (uitstralende) effecten door bijv. licht of geluid worden gezien de aard en omvang van het plan en de ruime afstand tot habitattypen en leefgebieden eveneens uitgesloten. Gezien de aard en omvang van het plan en afstand tot habitattypen en leefgebieden kunnen in voorliggende situatie indirecte effecten als gevolg van stikstofdepositie optreden. Of hier sprake van is kan alleen worden getoetst door een stikstofberekening uit te (laten) voeren met behulp van het rekenmodel AERIUS. Een dergelijke toetsing, waarbij wordt gerekend met machine-uren en emissiefactoren, kan worden gevraagd door bevoegd gezag. Ter onderbouwing van de plannen wordt geadviseerd een dergelijke toetsing uit te (laten) voeren.
Figuur 3.1 Het plangebied (aangegeven in rood), ten opzichte van de Natura 2000 gebieden Veluwerandmeren en Veluwe.
3.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Gelders natuurbeleid is uitgewerkt in de Omgevingsvisie (provincie Gelderland 2018a). De regels ten aanzien van het NNN zijn vastgelegd in de Omgevingsverordening (provincie Gelderland 2018b). In Gelderland wordt het NNN het Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. Rondom het GNN wordt de Groene
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
08
Ontwikkelingszone (GO) onderscheiden met een dubbeldoelstelling. Hier is ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische samenhang. Daarnaast vormen weidevogelgebieden en rustgebieden onderdeel van het GNN en GO. Uit de interactieve kaarten van Gelderland blijkt dat de locatie niet binnen het GNN of binnen de GO ligt en hier ook niet aan grenst (zie figuur 3.2). Met de beoogde ontwikkeling wordt wel afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. De provinciale regels van Gelderland over het NNN gelden echter alleen voor gronden binnen het GNN en de GO, waardoor de “nee, tenzij” afweging niet aan de orde is. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het wel noodzakelijk te waarborgen dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het GNN en de GO niet aantast. Goede ruimtelijke ordening houdt in dat naastgelegen functies elkaar niet te veel hinderen. Het plangebied ligt in een agrarische omgeving met de dorpskernen van Hooge Enk en Doornspijk op korte afstand. Er liggen agrarisch gebied, wegen, bebouwing en groenstructuren tussen het plangebied en het GNN/GO, welke een afschermende werking hebben. Vanwege deze ligging en de afstand van ruim 500 meter tot de GO en circa 1 kilometer tot het GNN heeft het plan geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden.
Dat wil zeggen dat rust, donkerte, openheid landschap, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, waterhuishouding, oppervlakte, robuustheid, aaneengeslotenheid en de samenhang niet worden aangetast door het plan. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde.
Figuur 3.2 Het plangebied (aangegeven met de grijze pointer), ten opzichte van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, in donkergroen) en de Groene Ontwikkelzone (GO, in lichtgroen). (Bron: Provincie Gelderland, 2018c)
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
09
4. Soortbescherming 4.1 Flora Binnen het plangebied zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2019) worden beschermde plantensoorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.
4.2 Zoogdieren Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermd in de Wet natuurbescherming. Het leefgebied van de in artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV) beschermde vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen.
Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.
Verblijfplaatsen De woning en een aantal schuren zijn voorzien van spouwmuren welke lokaal toegankelijk zijn voor vleermuizen (zie figuur 4.1). Het slopen van de bebouwing zorgt ervoor dat potentiële verblijfplaatsen verloren gaan. Daarom is aanvullend onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van vleermuizen in deze potentiele verblijfplaatsen te onderzoeken.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
10
Figuur 4.1 Mogelijk geschikte invliegopeningen voor vleermuizen. Links: opening in de oostgevel van de schuur grenzend aan het woonhuis. Rechts: openingen nabij het dakbeschot van de voorgevel van de woning. (Foto’s: Ecogroen).
Aanvullend onderzoek Tijdens het aanvullend vleermuisonderzoek is één baltsterritorium aangetroffen van een gewone dwergvleermuis, waarbij de vermoedelijke paarverblijfplaats zich in de oostzijde van de woning bevindt (zie bijlage 1). Tijdens de bezoeken zijn in bomen en andere gebouwdelen geen verblijfplaatsen (of aanwijzingen daarvoor) aangetroffen. Bij het slopen van de boerderijwoning gaat de paarverblijfplaats verloren. Het is volgens Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming verboden om de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van vleermuizen opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Door de sloop van de bebouwing wordt een vaste voortplantingsplaats van gewone dwergvleermuis vernield. Voor de sloop dient daarom een ontheffing Wet natuurbescherming te worden verkregen bij bevoegd gezag (provincie Gelderland). Bij de ontheffingsaanvraag dient een onderbouwing te worden meegestuurd waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor vleermuizen, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De beoordelingstermijn van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is 13-20 weken. Er is zicht op ontheffing als tijdig voorafgaand aan de sloop vervangende verblijfplaatsen worden aangebracht en de sloop van bebouwing plaatsvindt buiten de kwetsbare perioden van gewone dwergvleermuis.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
11
Foerageergebieden Het plangebied en directe omgeving bestaat uit bebouwing en diverse groenstructuren van met name knotwilgen, omgeven door agrarische percelen, en vormt daarmee geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Tijdens het vleermuisonderzoek zijn incidenteel foeragerende individuen van gewone dwergvleermuis en laatvlieger waargenomen. Gezien de ligging in een groene omgeving is alternatief foerageergebied ruim voorhanden. Er is geen sprake van verlies van onmisbaar foerageergebied. Vervolgstappen voor foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde. Vliegroutes Het plangebied en directe omgeving bestaat uit bebouwing en diverse groenstructuren van met name knotwilgen welke aansluiten op de bomen langs de Vaarbekerweg en de Huisdijk. Mogelijk wordt het plangebied gebruikt als onderdeel van een vliegroute van vliermuizen. Tijdens het aanvullend vleermuisonderzoek is geen vliegroute vastgesteld: slechts incidenteel zijn foeragerende en langsvliegende vleermuizen waargenomen. Daarnaast blijven in de omgeving blijven na uitvoer van de plannen voldoende alternatieve, geleidende elementen aanwezig in de vorm van beplanting en bebouwing. De voorgenomen plannen schaden dan ook geen onmisbare vliegroutes van vleermuizen. Vervolgstappen voor vliegroutes van vleermuizen zijn niet aan de orde.
Overige grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen van overige beschermde grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren worden op basis van terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2019) niet verwacht. Wel zijn in of in de directe omgeving vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdiersoorten aangetroffen en/of te verwachten. Dit zijn onder andere de huisspitsmuis, rosse woelmuis en konijn. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de provincie Gelderland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor grondgebonden zoogdieren niet aan de orde is.
4.3 Broedvogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1).
Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Van veel broedvogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Nestlocaties kunnen dan buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wet natuurbescherming verwijderd worden. Voor een aantal broedvogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2). Op basis van de uitgevoerde quickscan en de terreinkenmerken zijn in het plangebied potentiële nestlocaties aangetroffen van huismus en kerkuil waarvan de nestlocaties jaarrond beschermd zijn.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
12
Kader 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in Gelderland verstaan: in functie zijnde nesten van de ooievaar, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, wespendief, zwarte wouw, slechtvalk, sperwer, steenuil, kerkuil, oehoe, gierzwaluw, grote gele kwikstaart en huismus. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.
Huismus In het plangebied zijn tijdens de quickscan potentiële nestlocaties aangetroffen van huismus. Potentiële huismusnesten bevinden zich mogelijk op de dragende balken van de twee westelijke schuren en onder de eerste rijen dakpannen van de woning. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn binnen het plangebied in totaal negen nestplaatsen van huismus aangetroffen in de twee westelijke schuren en de woning (zie bijlage 1). Het is volgens Artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming verboden om de vaste verblijfplaatsen van huismus opzettelijk te beschadigen of te vernielen. Door de sloop van de bebouwing worden negen vaste verblijfplaatsen van huis vernield. Voor de sloop dient daarom een ontheffing Wet natuurbescherming te worden verkregen bij bevoegd gezag (provincie Gelderland). Bij de ontheffingsaanvraag dient een onderbouwing te worden meegestuurd waarin duidelijk wordt welke functie het plangebied heeft voor huismus, welke effecten optreden en op welke wijze effecten voorkomen worden. De beoordelingstermijn van een ontheffingsaanvraag Wet natuurbescherming is 13-20 weken. Er is zicht op ontheffing als tijdig voorafgaand aan de sloop vervangende verblijfplaatsen worden aangebracht en de sloop van bebouwing en de verwijdering van beplanting plaatsvindt buiten de kwetsbare perioden van huismus.
Kerkuil In het plangebied zijn tijdens de quickscan sporen van kerkuil aangetroffen in de twee westelijk gelegen schuren in de vorm van braakballen en krijtsporen. Deze sporen duiden op een mogelijke vaste rustplaats van kerkuil in het plangebied. Tijdens het aanvullend onderzoek zijn er geen waarnemingen van (sporen van) kerkuil gedaan. Er is geen nest aangetroffen en er zijn geen bedelende jongen gehoord of gezien. Er zijn geen nieuwe braakballen aangetroffen en evenmin zijn er rustende of foeragerende individuen aangetroffen. Geconcludeerd wordt dat de schuren in het plangebied slechts als incidentele rustplaats gebruikt worden door kerkuil. De kerkuil heeft een functionele leefomgeving van 60 tot 1200 hectare waarbinnen hij meerdere rustplekken op enkele honderden meters van elkaar heeft (BIJ12 2017d). Daarnaast zijn er voldoende alternatieve rustplaatsen aanwezig in de omgeving in de vorm van schuren in aanliggende percelen binnen 1200 hectare. Hierdoor is er geen sprake van verlies van een onmisbare rustplaats. Vervolgstappen voor kerkuil zijn dan ook niet aan de orde.
Overige broedvogels Door de aanwezigheid van bebouwing en groenelementen in de directe omgeving van het plangebied is broedbiotoop aanwezig voor algemene vogelsoorten als houtduif, winterkoning, heggenmus en merel. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
13
het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Werkzaamheden dienen zo veel mogelijk buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd. Voor meeste soorten kan de periode tussen half maart en eind juli worden aangehouden als broedseizoen. Houtduif en merel kunnen overigens al vroeg en tot laat in het jaar (december) broedend worden waargenomen. Wanneer werkzaamheden tussen half februari en half december worden uitgevoerd, adviseren we om een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt gekeken of zich broedende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Mochten broedende vogels aanwezig zijn dan dienen de werkzaamheden ter plekke te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen.
4.4 Amfibieën Door de afwezigheid van oppervlaktewater wordt voortplanting van amfibieën binnen het plangebied uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens wordt ook overwintering van de in de Habitatrichtlijn (zoals poelkikker en knoflookpad) en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën uitgesloten. Wel is in of in de directe omgeving van het plangebied overwintering van algemene soorten amfibieën zoals gewone pad en bruine kikker te verwachten, bijvoorbeeld in de aanwezige strooisellaag. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van vrijgestelde beschermde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.
4.5 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens wordt binnen het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde vissen, reptielen en ongewervelden. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
14
5. Geraadpleegde bronnen Literatuur Bij12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. BIJ12 (2017d). Kennisdocument Kerkuil Tyto alba. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12, Utrecht. Broekhuizen, S. et al. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (2009). De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlands Fauna 9. Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van EZ (2015). Besluit van de Minister van Economische zaken van 15 oktober 2015, DGAN-PDJNG / 15129301, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Provincie Gelderland (2018a). Omgevingsvisie (vastgesteld op 19 december 2018) https://www.gelderland.nl/bestanden/Documenten/Gelderland/04Ruimte/190228_Omgevingsvisie_Gaaf_Gelderland.pdf Provincie Gelderland (2018b). Omgevingsverordening.
(vastgesteld op 19 december 2018) https://www.gelderland.nl/omgevingsverordening Staatsblad van het koninkrijk der Nederlanden (2016). Jaargang 2016, Nr. 34. Wet van 16 december 2015, houdende regels ter bescherming van de natuur (Wet natuurbescherming). Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl.
Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). NDFF (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 8 oktober 2019. RAVON.nl (website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen). SOVON.nl (website met soortinformatie over vogels). Vlinderstichting.nl (website met soortinformatie over vlinders en libellen). Zoogdierenvereniging.nl (Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren).
Natuurtoets Huisdijk 18, Doornspijk
15
Bijlagen
Bijlage 1 – Aangetroffen natuurwaarden
Project
Aanvullend onderzoek Huisdijk 18, Doornspijk Onderwerp
Aangetroffen natuurwaarden Huismus Baltsloca e gewone dwergvleermuis
Datum 08-10-2019
Schaal
Opdrachtgever Van Wijhe
Versie Definitef
Kaartondergrond Esri World Imagery
Getekend door K. Meinesz
Kaartnummer */*
Formaat A3, liggend
Projectnummer 18-489
Emmastraat 16 8011 AG ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage 4 Stikstofonderzoek inclusief bijlage
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
35
Fam. Van Wijhe Huisdijk 18 8085 PL Doornspijk
Betreft: Datum: Nummer: bijlage(n)
Memo onderzoek stikstofdepositie Bestemmingsplanwijziging Huisdijk 18 en 18a Doornspijk 20 maart 2021 21077/02 AERIUS_bijlage_20220316212137_gebruiksfaseRQ9CKpf3hMPh.pdf
1.1. Aanleiding In opdracht van de Familie van Wijhe heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om op het perceel Huisdijk 18 / 18a te Doornspijk (gemeente Elburg) de huidige bebouwing te slopen en er 3 nieuwe woningen te realiseren. Het voornemen past echter niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanwijziging is in voorbereiding. In het plangebied is momenteel ook een voliere met onder andere kippen aanwezig en er lopen nog een handvol geiten rond. Deze hobbydieren zijn buiten dit onderzoek gebleven omdat ze geen deel uit maken van de planologische mogelijkheden van het plan. Op de onderstaande afbeelding is het plan weergegeven.
Figuur 1 Voorstel situering 3 woningen, 18 mei 2021 (plangebied = rood omlijnd )
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 1
Het plangebied ligt op circa 2,1 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Veluwe”. In figuur 2 zijn het plangebied en het Natura 2000-gebied zwart omlijnd weergegeven. De stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zijn roze en paars gekleurd. De niet stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied zijn groen gekleurd.
Figuur 2 ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator)
In dit rapport wordt ingegaan op de stikstofeffecten. 1.2. Doel van het onderzoek In het kader van de Wet Natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die reeds overbelast zijn. Het voorliggende onderzoek stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Dit onderzoek ziet toe op de depositie tijdens de gebruiksfase. Het onderzoek wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader (ecologisch) onderzoek nodig is.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 2
1.3. Wet en regelgeving Natura 2000 & stikstof In Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor plannen geldt op grond van artikel 2.7 lid 1 van de Wet natuurbescherming dat bepalend is of het significante gevolgen kan hebben voor een (of meer) Natura 2000gebied(en). Is dat het geval, dan geldt dat het bestuursorgaan bij de vaststelling van een plan met toepassing van artikel 2.8 Wnb een passende beoordeling dient te maken. Voor het onderhavige plan is onderzocht of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante delen van Natura 2000-gebieden. Op basis van de berekende NOx en ammoniak emissies die het gevolg zijn van de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Depositieberekeningen worden uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator versie 2021. Elke depositiebijdrage op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied – eventueel na saldering- is in potentie een significant effect.
Een kwalitatieve ecologische beoordeling kan uitwijzen of de depositiebijdrage leidt tot significant negatieve effecten. AERIUS Calculator geeft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (kdw) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Ook geeft het inzicht of een depositiebijdrage optreedt op reeds (bijna) overbelast delen van een stikstofgevoelig habitattypen of leefgebieden1. Op 1 juli 2021 treedt de wet De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Wsn) samen met het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (hierna: Bsn) in werking. Deze regelgeving moet voorzien in een nieuwe, structurele aanpak van de stikstofproblematiek. De Wsn introduceert in de Wnb een partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door bij AMvB aan te wijzen activiteiten van de bouwsector. Het Bsn regelt daarnaast voor welke activiteiten de vrijstelling geldt, namelijk voor het bouwen en slopen van een bouwwerk en voor het aanleggen, wijzigen en opruimen van een werk. De reikwijdte van de partiële vrijstelling is dus niet beperkt tot het bouwen en slopen van woningen en andere bouwwerken, maar geldt ook voor aanlegactiviteiten, bijvoorbeeld voor duurzame energieopwekking en grond-, weg- en waterbouw zoals pleinen, straten, spoorwegen en buisleidingen.
De vervoersbewegingen die samenhangen met de werkzaamheden (o.a. het aan- en afvoeren van bouwmaterialen en emissies van werktuigen op de bouwplaats) vallen onder de partiële vrijstelling. 1.4. Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is als volgt: - onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de gebruiksfase - beperkt onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de referentiesituatie - een berekening van de depositie met AERIUS Calculator 1
Aerius Calculator is het wettelijk voorgeschreven rekenmodel en rekent de gevolgen van emissies door wegverkeer tot vijf kilometer rondom de wegvakken. Op 20 januari 2021 heeft de Raad van State geoordeeld (ECLI:NL:RVS:2021:105) dat de afkapgrens van vijf km voor stikstofdepositie van verkeersbewegingen in AERIUS2020 onvoldoende is onderbouwd. De huidige AERIUS2021 is hierop aangepast en kent een afkapgrens voor alle type bronnen van 25 kilometer. A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 3
2.
Emissies gebruiksfase
2.1. Wegverkeer De verkeersgeneratie bepaald met behulp van de publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” van het CROW, december 2018, Ede” en “Statline – Gebieden in Nederland 2020” van het CBS. De verkeersaantrekkelijke werking is afhankelijk van de stedelijkheid van de gemeente, de ligging t.o.v. het centrum en het Elburg. De voorgenomen ontwikkeling ligt in de gemeente Elburg. Het CBS typeert deze gemeente als een ‘weinig stedelijke gemeente’ .
Volgens de CROW onderverdeling qua locatie, kan de ligging van de ontwikkelingslocatie worden getypeerd als ‘buitengebied’. • De verkeersaantrekkende werking voor een vrijstaande woning op een dergelijke locatie is gemiddeld 8,2 voertuigbewegingen per etmaal. 1 vrijstaande woning genereert 8,2 motorvoertuigbewegingen per etmaal. • In de CROW publicatie is het volgende over vrachtverkeer opgenomen: “het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd: 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdagetmaal”. Een werkdag kan naar een weekdag worden omgerekend door te delen met 1,11. Per weekdagetmaal zijn er dus 0,018 vrachtverkeerbewegingen per woning. voornamelijk middelzwaar vrachtverkeer. 3 woningen leiden per etmaal tot 0,054 voertuigbewegingen met een middelzwaar voertuig. De totale verkeersgeneratie door het plan is 24,6 motorvoertuigbewegingen per etmaal, waaronder 24,5 door lichte motorvoertuigen en 0,1 door middelzware motorvoertuigen. 2.2. Huishoudens Conform de Instructie staan de beschikbare emissiefactoren voor woningbouw in de factsheet “ruimtelijke-plannen-emissiefactoren”. NOx: Cijfers voor NOx van verschillende typen woningen zijn afgeleid uit het gasgebruik voor verwarming, warm water en koken.
De Instructie geeft aan dat bij gasloze woningen van een emissiefactor voor NOx van 0,0 kg/jaar kan worden uitgegaan. De woningen worden gasloos opgeleverd. Er is gerekend met een NOx-emissie door huishoudens van 0,0 kg/jaar. NH3: Conform de instructie hoeft voor woningen binnen de sector wonen en werken geen NH3 emissie berekend te worden.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 4
3.
Aerius berekeningen
3.1. Uitgangspunten Met Aerius Calculator zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd. • Het plangebied is gemodelleerd als oppervlaktebron. • Het wegverkeer is gemodelleerd als lijnbron. • De doorrekening van het verkeer en de verkeersstromen zijn bepaald conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021”, (versie 1.0 januari 2022) Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden, projecten met of zonder netwerkeffect. Infrastructurele projecten of projecten die ook aanpassingen aan de infrastructuur vereisen, leiden veelal tot netwerkeffecten, zoals het aanleggen of aanpassen van een weg (waarmee beoogt wordt de routering van het verkeer of de scheepvaart te bevorderen of te wijzigen) en projecten van zeer grote omvang, zoals woonwijken, grote industriecomplexen of nieuwe (lucht)havens. • Voor (kleinere) projecten zonder netwerkeffecten, geldt dat het aan- en afvoerende verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als wordt voldaan aan de onderstaande twee criteria genoemd 1. Het verkeer door het voornemen onderscheidt zich hier door zijn snelheid en rijen stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. 2.
De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer (per etmaal) dat door het voornemen wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State accepteert deze afbakening van ‘heersende verkeersbeeld” bij stikstofonderzoek voor dergelijke projecten 2. • Het plangebied wordt ontsloten op de Huisdijk en verkeer zal voornamelijk in westelijke richting via de Oude Harderwijkerweg naar de Zuiderzeestraatweg-west (N310) rijden. Als het aan- en afvoerende verkeer op de Oude Harderwijkerweg rijdt, onderscheidt het zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hier wordt voldaan aan het 1e criterium. o De verkeersintensiteit op de Huisdijk en de Oude Harderwijkerweg zijn gering. Op de Zuiderzeestraatweg-west (N310) daarentegen rijden ter hoogte van de aansluiting met de Gravin Juliana van Stolberglaan gemiddeld 8030 auto’s (incl. busjes) en 790 (vrachtwagens (incl. bussen)3. De verkeersgeneratie op de Zuiderzeestraatweg-west (N310) verdund in ieder geval verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Op de Zuiderzeestraatweg-west (N310) wordt voldaan aan het 2e criterium.
Het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als het op de Zuiderzeestraatweg-west (N310) rijdt.
2 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125393/201804031-4-r1/ 3 https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/#
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 5
3.2. Rekenjaar Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van o.a. wegverkeer met de jaren af. De verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd voor 2023. Dit is het eerste jaar waarin gebruik van de nieuwe woningen kan plaats vinden.
3.3. Rekenresultaten gebruiksfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2021 blijkt dat ten gevolge van het onderhavige plan de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr.
Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 6
4. Conclusies In opdracht van de familie van Wijhe heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om op het perceel Huisdijk 18 / 18a te Doornspijk (gemeente Elburg) de huidige bebouwing te slopen en er 3 nieuwe woningen te realiseren. Het voornemen past echter niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Een bestemmingsplanwijziging is in voorbereiding. Vanwege de partiële vrijstelling van de Natura 2000-vergunningplicht voor de gevolgen van stikstofdepositie door activiteiten van de bouwsector op grond van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) is de aanlegfase buiten het onderzoek gelaten. Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat verkeer in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten.
A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 7
Projectberekening
Dit document geeft een overzicht van de invoer en rekenresultaten van een Projectberekening met AERIUS Calculator. De berekening is uitgevoerd binnen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden, op rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant, en waar tevens sprake is van een overbelaste of bijna overbelaste situatie voor stikstof.
Overzicht Samenvatting situaties Resultaten Detailgegevens per emissiebron
Meer toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers
Projectberekening
Contactgegevens Rechtspersoon Inrichtingslocatie
Activiteit
Omschrijving Toelichting
Berekening
Fam. Van Wijhe Huisdijk 18 en 18a , 8085 PL Doornspijk Bestemmingsplanwijziging Huisdijk 18 en 18a Doornspijk sloop van bestaande opstallen, bouw en gebruik van 3 vrijstaande woningen)
AERIUS kenmerk Datum berekening Rekenconfiguratie
RQ9CKpf3hMPh 16 maart 2022, 21:22 Wnb-rekengrid
Totale emissie
Rekenjaar 2023
Resultaten
Hoogste depositie Hexagon 0,00 ha 0,00 ha 0,00 mol/ha/j 0,00 mol/ha/j
gebruiksfase - Beoogd gebruiksfase - Beoogd Gekarteerd oppervlak met toename (ha) Gekarteerd oppervlak met afname (ha) Grootste toename van depositie Grootste afname van depositie
RQ9CKpf3hMPh (16 maart 2022)
Emissie NH3 0,1 kg/j
Emissie NOx 2,1 kg/j Gebied
2/6
Projectberekening
gebruiksfase (Beoogd), rekenjaar 2023 Emissiebronnen 1 Wonen en Werken | Woningen | plangebied
Verkeersnetwerk
RQ9CKpf3hMPh (16 maart 2022)
Emissie NH3 Emissie NOx 0,1 kg/j
2,1 kg/j
3/6
Projectberekening
Hoogste af- en toename op (bijna) overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden.
500 m Habitatrichtlijn Vogelrichtlijn
Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn Niet bepaald
Grootste afname van depositie Grootste toename van depositie Hoogste totale depositie De bronnen op de kaart horen bij de Beoogde situatie. RQ9CKpf3hMPh (16 maart 2022)
4/6
Projectberekening
Resultaten stikstofgevoelige Natura 2000 gebieden situatie "gebruiksfase" (Beoogd) incl. saldering e/o referentie Totaal
RQ9CKpf3hMPh (16 maart 2022)
Berekend (ha Hoogste totale Met toename Grootste gekarteerd) depositie (ha gekarteerd) toename (mol/ha/jr) (mol/ha/jr)
0,00
0,00
0,00
0,00
Met afname (ha Grootste gekarteerd) afname (mol/ha/jr)
0,00
0,00
5/6
Projectberekening
gebruiksfase, Rekenjaar 2023 1 Wonen en Werken | Woningen Naam plangebied Uittreedhoogte Wijze van ventilatie Niet geforceerd Warmteinhoud Temporele Variatie Continue Emissie
1,0 m 0,000 MW
Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2021.0.4_20220217_5a8b67b7c6 Database versie 2021.0.4_5a8b67b7c6 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/
RQ9CKpf3hMPh (16 maart 2022)
6/6
bestemmingsplan Doornspijk, Huisdijk 18 en 18a
Bijlage 5 Akoestisch onderzoek
Bijlagen toelichting (vastgesteld)
49
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
Huisdijk 18/18a, Doornspijk
De Milieuadviseur Datum: 15 juni 2021 Projectnummer: 21056
Samenvatting De nieuwe woningen voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder afkomstig van de Huisdijk en de Vaarbekerweg. Hierdoor is de realisatie van de woningen vanuit akoestisch oogpunt zonder meer mogelijk .
Colofon
De Milieuadviseur Amsterdamseweg 86 6814 GG Arnhem 06 - 29 33 43 53 info@milieuadviseur.nl