CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Businesscase Nuborgh Lambert Franckens.pdf

Oordeelsvorming 28 juni 2021, gemeente elburgBij agendapunt: Integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting 2021-204111.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Lambert Franckens Businesscase

Opdrachtgever Nuborgh College

Datum 12 mei 2021

Referentienummer 916244/20200629

Auteur Rop Krist;Arjan Grootkarzijn

Versie 4.0

│ Onderdeel van ICS Ruimteregiegroep BV

Inhoudsopgave 1.

Historisch overzicht

3

2.

Achtergrondinformatie

5

3.

Aanpak

6

4.

Huidige situatie

8

5.

6.

4.1

Locatie

8

4.2

Ontwikkeling leerlingaantallen

10

4.2.1 Inventarisatie van huidige prestaties gebouw op gebied van energie en onderhoud. 4.3 Technische staat van het gebouw

10 11

4.4

Functionele (on)geschiktheid

11

4.5

Aspecten PvE Frisse scholen

12

4.6

Stedenbouwkundige randvoorwaarden

12

4.7

Asbest

12

Gewenste situatie

13

5.1

Visie op onderwijs van het Nuborgh College

13

5.2

Afwegingskader vooruitlopend op het IHP

13

5.3

Visie op huisvesting van alle belanghebbenden in de gemeente Elburg.

14

5.4

De Vier Afwegingskaders voor de onderwijshuisvesting van de gemeente Elburg .

15

Uitgangspunten / ambities

16

6.1

Ruimtelijk/functioneel

16

6.2

Technisch

17

7.

Scenario’s, kosten en financiering.

19

8.

Conclusies

21

9.

Bijlage(n)

22

Bijlage 1. Conclusie en aanbevelingen uit het rapport Toekomstige huisvesting Nuborgh College Lambert Franckens te Elburg (Referentienummer 990281/20150713) 22 Bijlage 2 Bestemmingsplankaart

24

Bijlage 3 Beoordeling gebouw a.d.h.v. Frisse Scholen

25

Bijlage 4. Het Programma van Eisen (kenmerk 916244/20170914MG d.d. 14-9-2017)

26

2

1. Historisch overzicht De locatie Lambert Franckens van het Nuborgh College te Elburg kent een lange historie, niet alleen als gebouw maar ook van onderzoek en overleg over ruimtebehoefte en de noodzakelijke ruimtelijke en technische aanpassingen. Dit hoofdstuk schetst deze historie ter introductie. Naar aanleiding van het Integraal Huisvestingsplan van 2011 bestond tussen de gemeente Elburg en het Nuborgh College discussie over het vastgestelde aanwezige oppervlak van de voorziening en de ruimtebehoefte. In oktober 2013 heeft ICSadviseurs in opdracht van de gemeente Elburg onderzocht wat de ruimtebehoefte op dat moment was en hoe het ervaren ruimtetekort eventueel zou kunnen worden opgelost (zie rapport ‘Onderzoek Nuborgh College –Ruimtebehoefte’ met kenmerk 980182/20140124Lke01 d.d. 24-01-2014). In dit rapport wordt geadviseerd om ‘…het ruimtetekort op te lossen door uitbreiding te realiseren en daarnaast de afweging voor renovatie en/of investeringen voor verlaging van de exploitatielasten en nieuwbouw te maken’. In opdracht van het Nuborgh College is eind 2014 dit vervolgonderzoek naar de toekomstige huisvesting uitgevoerd. Dit rapport (kenmerk 990281/20150618Kr01(concept) d.d. 18-06-2015) beschrijft de functionele en technische verouderde staat en adviseert -op basis van de toenmalige normbedragen- een renovatie op basis van economische overwegingen.

De geraamde kosten voor renovatie bedragen dan ca. 60% van nieuwbouw, gerelateerd aan de normvergoeding. Zie voor de conclusies bijlage 1. In de voorgaande periode is vanuit de wederzijdse verantwoordelijkheid voortdurend overleg gevoerd tussen de gemeente Elburg en het Nuborgh College. Dit overleg heeft (nog) niet geleid tot overeenstemming over de bekostiging van de renovatieplannen. Ook doordecentralisatie is als optie met de gemeente besproken op 23-10-2017. Dit is verder om een aantal redenen niet uitgewerkt. Zo was er de vraag in hoeverre het Nuborgh College en gemeente het principe van doordecentralisatie moeten toepassen om de achterliggende uitdaging van de renovatie te regelen. Aanvullende gemeentelijke voorwaarden maakten dat in principe doordecentralisatie is afgewezen. Zo zou dit voor de hele sector VO (dus zowel voor het Nuborgh College als voor het Van Kinsbergen College) moeten gelden. Daarnaast wilde de gemeente Elburg ook Nunspeet erbij betrekken om te voorkomen dat een eventueel door-gedecentraliseerd huisvestingsbudget voor de Nuborgh locaties in Elburg wordt ingezet voor Nuborgh College Veluvine. Het nu voorliggende rapport is een uitwerking van de visie op huisvesting zoals opgesteld door de werkgroep onderwijshuisvesting.

In deze visie (kenmerk2190074/20190613) beschrijft de werkgroep de context van onderwijskundige, technische en beleidsmatige uitgangspunten. Deze visie en dit voorliggende rapport zijn opgesteld in het kader van het traject om te komen tot een breed gedragen IHP voor onderwijshuisvesting in de gemeente Elburg. Voor de volledigheid zij vermeld dat in de tussenliggende periode er een asbestinventarisatie is gedaan (RPS/1302132.9 (versie 2) d.d. 4-2-2014) en onderzoek is uitgevoerd naar de brandveiligheid (juni 2016 Brafon). Deze rapportages hebben geleid tot maatregelen van asbestsanering (containment) en aanvullende bouwkundige maatregen in de brandcompartimentering en vluchtwegen. Deze zijn uitgevoerd in de zomerperiode van 2016. Vanaf de zomerperiode van 2018 is de interne herindeling van ruimten als gefaseerd project in uitvoering. De school heeft per brief aan het College van B&W gemeld dat het Nuborgh College deze kosten zal voorfinancieren, in afwachting van definitieve besluitvorming. Tevens is gevraagd om een bevestiging dat hierdoor de aanvraag voor een gemeentelijke bijdrage niet in gevaar komt en dat de op het moment van

3/42

toekenning van een gemeentelijke bijdrage al gerealiseerde voorzieningen onderdeel (blijven) uitmaken van de aanvraag van het Nuborgh College in het kader van onderwijshuisvesting. Per brief van 26 juni 2019 is door het College bevestigd dat alle gerealiseerde en voorgefinancierde voorzieningen meegewogen zullen worden en dat de gemeentelijke bijdrage afhankelijk zal zijn van de gemeentelijke visie op onderwijs en de gevolgen daarvan op de visie en planning van de onderwijshuisvesting. Naar verwachting heeft het schoolbestuur in december 2020 aan renovatie ca. € 4,4 miljoen uitgegeven. Het gaat dan om de noodzakelijke renovatie van de binnenkant van het gebouw, waarbij de ruimten opnieuw zijn ingedeeld om het gebouw geschikt te maken voor de uitvoering van de onderwijsvisie. Om efficiency redenen zijn dan de elektrische installatie, de verlichting, de infrastructuur ICT en de brandmeldinstallatie vernieuwd. Met de renovatie van de buitenkant van het gebouw, de isolatie, de verwarming en ventilatie zal worden gewacht tot er toestemming middels een aangenomen IHP verkregen is. In hoofdstuk 7 staat een specificatie van wat er door het schoolbestuur reeds aan renovatie is uitgegeven.

4/42

2. Achtergrondinformatie Het van toepassing zijnde recht met betrekking tot onderwijshuisvesting is de Wet op het Voortgezet Onderwijs. Hierin staat kortheidshalve dat de gemeente verantwoordelijk is voor adequate onderwijshuisvesting. In de wet is geregeld dat elke gemeente een verordening onderwijshuisvesting instelt. Hierin heeft de gemeente enige beleidsvrijheid over de wijze en hoogte van bekostiging, aanvraag- en besluitprocedure etc. Het bestuur van een instelling vraagt een voorziening (nieuwbouw, uitbreiding of verandering) aan en bespreekt deze met de gemeente in het op overeenstemming gericht overleg (OOGO) met overige schoolbesturen. De gemeenteraad besluit vervolgens al dan niet tot het beschikbaar stellen van middelen voor deze voorziening. Het schoolbestuur heeft deze voorziening in gebruik en verkrijgt het eigendom zonder betaling (om niet) met de beperking dat zij deze niet mag vervreemden. Dit economisch claimrecht maakt dat het ‘juridisch eigendom’ bij het schoolbestuur ligt, maar dat het eigendom terugvalt aan de gemeente bij beëindiging van het gebruik. De instandhouding van de voorziening is voor rekening van het schoolbestuur. Zij krijgt daarvoor geen geld van de gemeente, maar van het rijk middels lumpsum bekostiging op basis van het leerlingaantal. Na een periode van instandhouding is een gebouw aan renovatie toe.

Renovatie is een grootschalige en integrale aanpak van een bestaand schoolgebouw waarmee de levensduur verlengd wordt met ten minste 25 jaar en het gebouw weer voldoet aan de actuele functionele en kwaliteitseisen. Het gebouw is na renovatie qua functionaliteit, duurzaamheid, uitstraling en flexibiliteit weer geschikt voor het onderwijs en krijgt daarmee een startconditie die in technische zin gelijkwaardig is aan nieuwbouw. Renovatie is tot op heden noch een gemeentelijke verantwoordelijkheid, noch als onderdeel van de bekostiging van het schoolbestuur. Voor het in stand houden (onderhouden in de bestaande toestand) wordt wel bekostigd. In het in 2017 door PO-raad, VO-raad en VNG opgestelde wetsvoorstel is voorgesteld om renovatie die de levensduur van het gebouw verlengt, ook als voorziening huisvesting onderwijs te beschouwen. Renovatie is geen ‘zelfstandige voorziening’, maar alleen als alternatief aan de orde als een schoolgebouw aan het einde van de technische en functionele levensduur en na afloop van afschrijvingstermijn van initiële nieuwbouw en/of eerder uitgevoerde renovatie(s) in aanmerking komt voor vervangende nieuwbouw. Voor de afweging tussen renovatie en nieuwbouw worden in het land momenteel verschillende varianten ontwikkeld.

Op 9 juli 2020 heeft minister Slob van Onderwijs aan de Tweede Kamer meegedeeld dat hij de voorstellen tot wetswijziging van de PO-raad, VO-raad en VNG overneemt. Naar verwachting zal het wetsvoorstel in het najaar van 2021 aan de Kamer worden aangeboden. Daarbij worden mogelijk ook resultaten en aanbevelingen verwerkt uit het rapport ‘Verkenning Onderwijsvastgoed’ naar aanleiding van een onderzoek van het Economisch Instituut voor de Bouw dat recentelijk in opdracht van het ministerie is uitgevoerd.

5/42

3. Aanpak

De aanpak is afwijkend van wat tot dusverre in de gemeente Elburg gebruikelijk was. Tot voor kort stelde de gemeente Elburg in samenwerking met de schoolbesturen en vaak met hulp van een extern bureau een Integraal Huisvestingsplan (IHP) op. Dit keer lag het initiatief bij de besturen voorschools, PO en VO. Een werkgroep van belanghebbenden (incl. de gemeente) heeft een visie opgesteld en de renovatie na 40 jaar van alle onderwijsvoorzieningen tot 2051op een rij gezet. Daarbij zijn steeds normbedragen gehanteerd. Om te onderzoeken of een renovatie wenselijk en haalbaar is, zal ruim van te voren per specifiek geval een businesscase worden opgesteld. Deze businesscase is dus een eerste in de reeks en kan als voorbeeld dienen voor de volgende renovaties. De kanttekening is wel dat hij specifiek voor het Nuborgh College Lambert Franckens is, omdat er al sinds enkele jaren gesprekken met de gemeente aan de gang zijn. Daardoor zijn er in de voorfase al een aantal besluiten genomen en is als gevolg daarvan het aantal scenario’s beperkt. Verder is er geen rekening gehouden met een verbouwing van de drie gymzalen omdat het schoolbestuur zich in eerste instantie wil concentreren op de renovatie van de onderwijsruimten.

Het uitwerken van plannen voor een renovatie van de gymzalen is gecompliceerd, omdat een plaatselijke sportvereniging, EVV, heeft aangegeven ervan mede gebruik te willen maken. Dat betekent dat er naast een renovatie ook een aantal voorzieningen getroffen zouden moeten worden. Het schoolbestuur wil niet riskeren dat daardoor de renovatie van de onderwijsruimten vertraging oploopt. Vooralsnog is onduidelijk of gezamenlijk gebruik van de gymzalen een reële oplossing is en onderzoek vanuit de gemeente Elburg moet nog aantonen wat de meest passende oplossing is van de huisvestingsproblemen voor deze en andere sportverenigingen. De aanpak is voor deze businesscase als volgt geweest. Op drie gebieden te weten Gebied, Gebouw en Gebruiker is een aantal fasen doorlopen: Fase 1. Inventariseren van de situatie Voor de leesbaarheid is dit uitgewerkt in hoofdstuk 4. Fase 2. Uitwerken van de scenario’s In een voorfase is al besloten alleen de renovatiescenario’s uit te werken. In 2014 was de conclusie van het reeds genoemde onderzoek dat de kosten van de renovatie ca. 60% van de kosten van nieuwbouw zijn (zie bijlage 1). Opgemerkt wordt dat het om bouwprijzen en normvergoedingen gaat uit 2013.

6/42

Investeringskosten nieuwbouw versus renovatie Stichtingskosten

% van

% van

excl. sport

nieuwbouw

nieuwbouw

(incl. BTW)

o.b.v.

o.b.v.

normvergoeding inschatting Nieuwbouw (normvergoeding)

€

6.646.127

Nieuwbouw (inschatting investeringskosten)

€

8.967.730

Stichtingskosten renovatie o.b.v. piek

€

3.887.135

100% 100% 58%

43%

Bouwadviseurs als ICS hanteren op grond van hun ervaringen voor het bepalen of renovatie realistisch is, de vuistregel dat de kosten voor renovatie niet meer dan 70% van de kosten voor nieuwbouw mogen zijn. In het geval van het Nuborgh College Lambert Franckens betekent dit dat renovatie op economische gronden aan te bevelen is. Naast financiële overwegingen hebben overwegingen op het gebied van duurzaamheid een rol gespeeld. Het Nuborgh College heeft in zijn onderwijsplan staan dat de leerlingen zullen bijdragen aan een circulaire economie. Daarbij hoort het hergebruik van zoveel mogelijk materialen. Ook is dit bij de gemeente Elburg een van de vier afwegingskaders onderwijshuisvesting (zie par. 5.4). In een brede verkenning van alternatieve opties in 2016 is overwogen om de locatie te verplaatsen naar de naburige gemeente Nunspeet. Op basis van een meer centrale ligging in het voedingsgebied en de voortgaande besprekingen over renovatie met de gemeente Elburg is hier geen nader onderzoek naar verricht. Rond 2010 zijn er gesprekken geweest over samenwerking met de bibliotheek. Deze zijn gestopt nadat gebleken is dat dit nadelige gevolgen door de exploitatie van het Huiken zou hebben. Omdat in de ogen van het schoolbestuur een renovatie dringend gewenst is en om vertraging zoveel mogelijk te voorkomen, is verder niet gezocht naar andere partners. Fase 3.

Het doorrekenen van de businesscase In een businesscase wordt beschreven of een renovatie bekeken vanuit verschillende invalshoeken financieel, technisch en functioneel haalbaar is, of deze bijvoorbeeld in termen van planning en procedures haalbaar is, of er juridische beperkingen zijn en of er draagvlak is onder medewerkers, de politiek, publieke opinie, ouders en andere stakeholders. Voor de leesbaarheid is dit verder uitgewerkt in hoofdstuk 6. Belangrijk is dat daarvoor de gewenste situatie in kaart wordt gebracht. Dat gebeurt vooraf in hoofdstuk 5. Fase 4. Integraal businesscase Concept Dit is uitgewerkt in het conclusie hoofdstuk. Fase 5 Integraal businesscase Definitief De businesscase wordt definitief als alle belanghebbenden hebben ingestemd.

7/42

4. Huidige situatie 4.1 Locatie Het gebouw van het Nuborgh College Lambert Franckens ligt aan de Lange Wijden 50 in Elburg. In nevenstaande afbeelding is deze locatie weergegeven waarbij de nummers staan voor: 1. 2. 3. 4.

Hoofdgebouw Gymvoorziening Fietsenstalling Noodlokalen

De gymvoorziening wordt hierna niet meer genoemd, omdat deze buiten de businesscase wordt gehouden. Het schoolbestuur heeft ervoor gekozen om eerst het gebouw te renoveren en zich daarna pas te richten op de renovatie van de gymzalen. Zo wordt voorkomen dat de renovatie van het onderwijsgebouw wordt vertraagd door overleg met de toekomstige gebruikers van de gymzalen. Het huidige gebouw heeft een omvang van 6.538,79 bruto vierkante meter exclusief gymvoorziening en noodlokalen. De noodlokalen hebben een omvang van 277,20 bruto vierkante meter. Voor de verdere analyses wordt een omvang van 6.538 bruto vierkante meter aangehouden. Nota Bene De tekeningen representeren de toestand ultimo schooljaar 2016/2017. Zoals in hoofdstuk 1 is aangegeven is het schoolbestuur begonnen met interne herindeling en renovatie van de binnenkant van het gebouw omdat anders het niet mogelijk is om de onderwijsvisie van het Nuborgh College in de praktijk uit te voeren.

Begane grond In nevenstaande afbeelding is de begane grond weergegeven. Hier ligt de kantine en de gymvoorziening. Op de begane grond zijn de volgende onderwijsruimten aanwezig:     

5 theorielokalen 1 muzieklokaal 2 handvaardigheidslokalen 1 tekenlokaal 3 gymzalen

8/42

Eerste verdieping Hiernaast is de eerste verdieping weergegeven. Hier liggen de volgende onderwijsruimten:  

14 theorielokalen 1 informatica/computerlokaal

Tweede verdieping In nevenstaande figuur is de tweede verdieping weergegeven. Hier zijn de volgende onderwijsruimten aanwezig:  

4 theorielokalen 6 science lokalen

Beschikbare capaciteit De beschikbare capaciteit in onderwijsruimten is:  23 theorielokalen  3 creatieve lokalen (handvaardigheid, tekenen, ckv)  1 informatie/computerlokaal  6 science lokalen (biologie, natuur- en scheikunde)  1 muzieklokaal  3 gymzalen De totale permanente capaciteit is 34 onderwijsruimten exclusief 3 gymzalen.

9/42

4.2 Ontwikkeling leerlingaantallen Het leerlingaantal is de afgelopen vijf jaar stabiel tussen ca. 1000 en 950 leerlingen. Uitgangspunt is de laatste leerling-prognose voortgezet onderwijs van de gemeente Elburg, zie onder.

De normatieve omvang bij het geprognotiseerde leerlingaantal over 15 jaar bedraagt 6.209 m2 bvo exclusief LO. In de prognoses van het schoolbestuur zijn er dan 951 leerlingen verdeeld over 292 leerlingen onderbouw en 659 leerlingen bovenbouw. Ruimtebehoefte in m2 excl. gym: Onderbouw Bovenbouw Vaste voet nevenvestiging Totaal

1804 3855 550 6209

Er is op dit moment een (landelijke) discussie gaande over het al of niet opnemen van een vaste voet voor een nevenvestiging zonder spreidingsnoodzaak. In overleg met de gemeente is besloten deze discussie niet af te wachten en het verschil te delen. Dit betekent concreet dat het schoolbestuur 275 m2 tegen de normvergoeding zelf bijdraagt en daarmee de eigen bijdrage met 3,5% van de bouwprijs verhoogt.

4.2.1 Inventarisatie van huidige prestaties gebouw op gebied van energie en onderhoud. Energieverbruik Lambert Franckens Jaar gas m3 elektriciteit kWh 2014 2015 2016 2017 2018 2019

94.743 119.752 114.682 97.760 123.663 130.428

225.717 231.824 231.110 230.357 234.231 237.216

Vertaald naar kosten geeft dit de volgende kosten op jaarbasis voor energie: Energie

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Gemiddeld

Gasv erbruik

€

61.280 €

72.675 €

75.158 €

76.197 €

64.730 €

84.379 €

72.403

Elektra

€

33.569 €

32.817 €

32.087 €

32.012 €

33.075 €

34.997 €

33.093

W aterv erbruik

€

1.745 €

Totaal Energie

€

96.594

€

1.499 € 106.991

€

1.203 € 108.448

€

1.471 € 109.680

€

1.311 € 99.116

€

1.350 € 120.726

€

1.430 106.926

Dit betreft het verbruik en de kosten incl. de gymzalen. Deze zijn niet voorzien van aparte bemetering.

10/42

Daarnaast is gekeken naar de kosten van het onderhoud op jaarbasis. Ook dit betreft de kosten incl. onderhoud van de gymzalen. Onderhoud

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Totaal Onderhoud

162.736

165.701

173.016

127.042

108.497

102.954

Gemiddeld 139.991

4.3 Technische staat van het gebouw Het gebouw is sinds de nieuwbouw in 1979 uitgebreid door opbouw op de verdieping met drie lokalen, uitbreiding van de aula en uitbreiding met een mediatheek. Deze gebouwonderdelen zijn mede bekostigd door het schoolbestuur. Het instandhoudingsonderhoud is uitgevoerd waarbij het enkel glas grotendeels is vervangen door dubbel glas. De staat van het bouwkundig onderhoud is over het algemeen redelijk tot matig te noemen (niveau 3 à 4). De buitenschil (dak en gevels) zijn matig tot slecht. Installatietechnisch onderhoud is voor sommige installatieonderdelen, waaronder de centrale verwarming, mechanische afzuiging, brandmeld- en ontruimingsinstallatie en deels verlichting niet meer mogelijk vanwege het overschrijden van het einde van de technische levensduur.

4.4 Functionele (on)geschiktheid De wereld verandert in een snel tempo. Technologische, economische en sociale veranderingen gaan sneller dan vroeger. Leerlingen gaan in een wereld terechtkomen waar ze het logisch vinden om van baan te veranderen, omdat banen ophouden te bestaan en daarvoor nieuwe banen in de plaats komen. In de toekomstige maatschappij blijft het nodig dat mensen in de snel veranderende wereld oog blijven houden voor de wereld om hun heen. De zorg voor ouderen en begrip voor andere culturen is hier een deel van. Naast de aandacht voor duurzaamheid en de circulaire economie zullen onze toekomstige burgers verantwoordelijk zijn voor de instandhouding van de democratie. Waarbij het onze overtuiging is dat de overheid zich steeds verder terugtrekt. Burgers zullen meer zelf initiatief nemen. Deze thema’s en deze maatschappijvisie zorgen ervoor dat onze leerlingen naast een stevige dosis kennis en vaardigheden ook de vaardigheid hebben geleerd om zelf nieuwe kennis en vaardigheden aan te leren (eigenaarschap). School speelt een belangrijke rol bij de socialisering en persoonlijkheidsontwikkeling. Naast de visie op de maatschappij is de visie dat hoe een mens leert vooral sociaal is. Sociaal, een mens leert vooral van en met elkaar. Kennis krijgt pas betekenis in de ontmoeting met de ander.

Leren, er wordt steeds verder gebouwd op eerdere, persoonlijk verschillend, opgebouwde kennis en vaardigheden, waarbij we weten dat doorzettingsvermogen de meest succesbepalende factor in het onderwijs is. Daarmee is leren per definitie maatwerk. Wil er überhaupt sprake zijn van leren, is autonomie, relatie en competentie voorwaardelijk. Om de gedeelde verantwoordelijkheid voor het leren vorm te geven, zullen leerlingen van het Nuborgh College Zelf Gereguleerd Leren (ZGL). Het werken vanuit leerdoelen is hierbij een noodzakelijke voorwaarde. Daarbij is nodig dat een leerling benaderd wordt door een coachende docent die een hoge mate van vertrouwen heeft in de zelfstandige ontwikkeling van jongeren, inzicht heeft in en feedback geeft op het leerproces. Het is de visie van het Nuborgh College Lambert Franckens dat, om nadrukkelijker de pedagogische rol te pakken, het gebouw vraagt om fysieke nabijheid van volwassenen. Het is hiervoor noodzakelijk dat in het gebouw - behalve een beter binnenklimaat - vooral meer eigen werkplekken voor leerlingen gecreëerd worden, zodat leerlingen zelfstandig op school buiten de reguliere leslokalen aan het werk kunnen. Liefst op een plek waar hun eigen docenten ook zoveel mogelijk aanwezig zijn en hier ook hun (flexibele) werkplek hebben.

De hierbij horende visie op onderwijs en de consequenties voor de renovatie van het gebouw is uitgebreid beschreven.

11/42

4.5 Aspecten PvE Frisse scholen In de bijlage is een beoordeling van het huidige gebouw t.o.v. PvE Frisse Scholen in drie klassen weergegeven, A, B en C. Het gebouw is ontworpen en gebouwd op de uitgangspunten van het bouwbesluit en de stand der techniek in het jaar van bouw. De bouwwijze bestaat ruwweg uit een stalen draagconstructie met vrije overspanning door vloeren met voorgespannen staal, metselwerk met beperkte luchtspouw, puien met aluminium kozijnen en enkel glas, stalen dakplaten met beperkte dakisolatie. Het geheel resulteert in een energetisch matig gebouw (label G). Het gebouw wordt verwarmd middels centrale verwarming, gevoed door een gasgestookte ketel. Ventilatie is beperkt aanwezig, door meervoudig mechanisch afzuiging in de verkeersgebieden en natuurlijke toevoer door roosters in de gevel en overstroomroosters in de gangscheidende wanden. Er is in het gebouw geen actieve koeling aanwezig met uitzondering van enkele ruimten (waaronder de serverruimte). De gevels zijn voorzien van zonwering middels uitvalschermen. Op de aspecten van frisse scholen scoort het gebouw achtereenvolgens zie voor details bijlage 3. : Energetisch

voldoet niet vanwege label G. Voldoet niet aan de BENG-norm.

Luchtkwaliteit

voldoet niet aan klasse C (voldoende/huidige bouwbesluit). Ambitie van de werkgroep onderwijshuisvesting is vooralsnog klasse B

Thermisch comfort

voldoet deels . Niet in de zomer, dan wordt het veel te warm.

Visueel comfort

voldoet grotendeels

Akoestisch comfort

voldoet deels. De geluidswering van de gevel is te laag en de plafonds zijn niet voorzien van akoestisch materiaal.

4.6 Stedenbouwkundige randvoorwaarden Geen bijzonderheden.

4.7 Asbest Er is in 2013 is een asbestinventarisatie uitgevoerd (Rapport RPS met kenmerk RPS/1302132.9). Deze inventarisatie is in het kader van voorgenomen werkzaamheden geactualiseerd in 2019 (rapport RPS met kenmerk RPS/1804230A00 datum 7 november 2018). Tijdens het onderzoek zijn er geen bronnen aangetroffen met een verhoogde blootstellingsrisico aan asbest. De overige bronnen zijn van de risicoklasse 1 en 2. Alle bronnen zijn te verwijderen of te verpakken (containment). Bij renovatie of vervanging zullen de bronnen verwijderd worden.

12/42

5. Gewenste situatie 5.1

Visie op onderwijs van het Nuborgh College

TotaalOnderwijs: leren van en met elkaar Het uitgangspunt van het Nuborgh College Lambert Franckens is het concept van het TotaalOnderwijs, zoals geformuleerd voor het Nuborgh College. Zo leiden we leerlingen op tot verantwoordelijke burgers in een democratische maatschappij. TotaalOnderwijs staat voor kwalitatief goed, christelijk onderwijs waarbij ruime aandacht is voor de ontwikkeling van de leerling en de verantwoordelijkheid voor het leren door docent en leerling gedeeld wordt. Dit geeft leerlingen de ruimte om samen met de docent te bepalen welke leerinhoud het beste past om de leerdoelen te halen. Deze leerdoelen worden door de docent bepaald, maar ook door de leerling. We leren dus met elkaar! Verder vinden we maatschappelijke thema’s als duurzaamheid, circulaire economie en verantwoordelijk burgerschap belangrijk. We willen dit bereiken door:

-

-

-

-

-

Maatwerk te realiseren door middel van gedeelde verantwoordelijkheid (eigenaarschap) van docent en leerling voor het leerproces, waarbij de vakdoelen door de docent gesteld worden en ruimte geboden wordt aan de leerling om keuzes te maken op het gebied van de leerinhoud, leertempo, leervaardigheden en leervoorkeur. Leerdoelen te formuleren op basis van de SLO-leerdoelen. We borgen zo de kwaliteit van ons onderwijs en garanderen een goede aansluiting tussen de locaties. Hoe die doelen gehaald worden is aan het team of de docent, uitgaande van het principe van Zelf Gereguleerd Leren (ZGL). Gedeelde verantwoordelijkheid tot uiting te laten komen in het samen leren. Leerlingen gaan samen met hun docenten bepalen welke leeractiviteiten het beste bij hen past. Zowel zij als de leraren formuleren leerdoelen om tot de beste resultaten te komen. Het cultureel bewustzijn bij onze leerlingen te ontwikkelen, zodat ze van daaruit kunnen omgaan met anders denkenden. Onze leerlingen toe te rusten om hun eigen overtuigingen te onderbouwen, te spiegelen en aan te passen. Naast vaardigheden ook het leergedrag van de leerling te analyseren, omdat gedrag en leren bij elkaar horen. Een leerling leert in toenemende mate reflecteren. Het bieden van kwaliteit door het ontwikkelen van cognitieve en metacognitieve vaardigheden.

De docent gebruikt zijn didactisch coachende vaardigheden niet alleen om het leren van de leerling te faciliteren, maar ook voor het ontwikkelen van vaardigheden, competenties, sociale- en persoonsvorming. Persoonsvorming en socialisatie een grote rol bij het onderwijsleerproces in te laten nemen. Er wordt gekeken naar thema’s die belangrijk zijn, zoals normen en waarden en duurzaamheid. Meer aandacht voor burgerschap met als belangrijk thema democratisch kunnen handelen, d.w.z. met meer- en minderheidsbesluiten kunnen omgaan. De leerlingen toe te rusten tot verantwoord democratisch burgerschap. Burgerschap komt ook ter sprake tijdens de persoonlijke gesprekken met de leerling. Hierbij is aandacht voor gewoontes in de eigen en andere culturen, internationalisering en andere cultuur overstijgende activiteiten.

5.2 Afwegingskader vooruitlopend op het IHP Omdat er nog geen breed gedragen IHP is wordt gebruik gemaakt van de specifieke afspraken die zijn vastgelegd in de rapportage “Visie op (onderwijs)huisvesting gemeente Elburg” met kenmerk 2190074/20190327 d.d. 3-4-2019. Dit rapport is gemaakt door de werkgroep huisvesting in opdracht van alle belanghebbenden (voorschools, PO, VO en de gemeente) en besproken met de commissie WMO op 5 november 2019. In paragraaf 5.3 volgt een verkorte weergave van de visie. Deze specifieke afspraken zijn te

13/42

beschouwen als een voorstel voor een afwegingskader in het nieuwe IHP. Op grond van dit afwegingskader (vanwege leeftijd binnenklimaat en functionele staat) komt het gebouw in aanmerking voor renovatie. Om een goede beoordeling te kunnen maken heeft de werkgroep huisvesting aan HEVO de opdracht gegeven om middels een Quick Scan een beoordeling te geven van de huidige staat van de onderwijsgebouwen najaar 2020 op de volgende punten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Uitstraling Bouwkundige staat Veiligheid Binnenmilieu Exploitatie Onderwijskundige staat

5.3 Visie op huisvesting van alle belanghebbenden in de gemeente Elburg. De gemeente Elburg heeft de ambitie om Elburg een onderwijsstad te laten zijn. Samen met de andere belanghebbenden wil de gemeente zich inzetten, zodat de jeugd in Elburg passende mogelijkheden krijgt om zich zo optimaal mogelijk te ontwikkelen en te leren. Bij de doelen uit de algemene visie hoort passende, toekomstbestendige en duurzame onderwijshuisvesting. Om in te kunnen spelen op ontwikkelingen, zijn ook flexibiliteit en multifunctioneel ruimtegebruik van belang. Beleid op onderwijshuisvesting sluit aan op de algemene visie. In deze paragraaf gaan we in op onze gezamenlijke huisvestingsvisie. De volgende bouwstenen zijn de kern van de gezamenlijke huisvestingsvisie: •

Vorming van kindcentra;

•

De menselijke maat;

•

Realisatie keuzevrijheid;

•

Doorgaande ontwikkellijn;

•

Duurzame en gezonde schoolgebouwen.

Kindcentra: Bestuurders zien de meerwaarde in de vorming van kindcentra met als kenmerken: –

Professionals werken samen voor de jeugd;

–

Toekomstbestendige afspraken;

–

Capaciteitsproblemen onderling oplosbaar.

Menselijke maat De bestuurders hechten aan de ‘menselijke maat’ van gebouwen zowel in omvang als in ruimtelijke vormgeving. Realisatie keuzevrijheid Bestuurders wensen de denominaties in de gemeente in stand te houden om daarmee keuzevrijheid aan ouders te bieden. Dit betekent ook dat bestuurders het ongewenst vinden om op grond van de huisvestingssituatie een leerlingenstop te moeten invoeren.

14/42

Doorgaande ontwikkellijn De huisvesting sluit aan bij de diverse varianten van de doorgaande ontwikkeling van minimaal negen maanden (vanaf de zwangerschap) tot 23 jaar. Voor het VO betekent dit o.a. de samenwerking met het PO in de vorm van een Techlab en de ingroei van het MBO. Duurzame en gezonde gebouwen De onderwijshuisvesting en haar omgeving stimuleert een gezonde levensstijl en maakt gezond eten en bewegen op de scholen voor leerlingen gemakkelijk en aantrekkelijk. Sporten en bewegen wordt ook ingezet om de onderwijsdoelen kwalificatie, socialisatie en de persoonsvorming na te streven. Daarnaast stimuleert lichamelijke beweging de cognitieve functies en heeft het een positieve invloed op de onderwijsprestaties. Voor duurzame en gezonde gebouwen geldt in ieder geval het volgende: –

Zij voldoen minimaal aan wet- en regelgeving.

–

Vanaf 2020 dienen alle nieuwbouw van overheidsgebouwen (inclusief scholen) in Nederland een Bijna Energie Neutraal Gebouw oftewel BENG te zijn. BENG specificeert eisen voor de maximale energiebehoefte, het maximale fossiele gebouw-gebonden energiegebruik en een minimaal aandeel hernieuwbaar op te wekken energie.

–

Nieuwbouw en renovatie streven naar kwaliteitsniveau Frisse Scholen Klasse B (goed). Een ‘moderne, frisse school’ is een schoolgebouw met een laag energieverbruik en een gezond binnenmilieu als het gaat om luchtkwaliteit, temperatuur, comfort, licht en geluid.

–

Voor schoolgebouwen waar op (middel)lange termijn geen renovatie of nieuwbouw aan de orde is, stelt het schoolbestuur, indien daarvoor aanleiding is, een ‘duurzaam en gezond’ plan op. Hierin staan maatregelen die bijdragen aan een verbetering van de duurzaamheid, exploitatie en binnenklimaat van de school.

5.4 De vier afwegingskaders voor de onderwijshuisvesting van de gemeente Elburg . Deze zijn in volgorde van prioriteit: 1.

Veiligheid Brandmelding, vluchtwegen, asbest

2.

Gezondheid/binnenklimaat Verwarming (koeling), ventilatie (CO2), verlichting, akoestiek

3.

Duurzaamheid Energiezuinig gebouw, materialen

4.

Functionaliteit onderwijs Indelingsvrijheid, aanpasbaarheid

15/42

6. Uitgangspunten en ambities In dit hoofdstuk worden de belangrijkste uitgangspunten, ambities en speerpunten, zoals zijn beschreven in hoofdstuk 5 uitgewerkt in de vorm van eisen aan het gebouw.

6.1 Ruimtelijk/functioneel Consequenties van de onderwijsvisie voor het schoolgebouw De consequentie van de onderwijskundige visie is dat de leerling gekend en erkend moet worden door het team docenten dat hem of haar begeleid. Hiervoor is de school verdeeld in een zestal thuisbases, waardoor een groep van ca. 100 tot 150 leerlingen een eigen plek in de school heeft, met een vast team van docenten die verantwoordelijk zijn voor het onderwijs en de begeleiding, samen met een vaste onderwijsassistent per thuisbasis. Ook In de toekomst zal de school een belangrijke fysieke ontmoetingsplaats blijven voor de leerlingen. Vaste begeleiding en coaching zijn noodzakelijk om onze leerlingen structuur te bieden tijdens hun leerproces. Hiervoor is een renovatie van het schoolgebouw noodzakelijk. Door de grote ruimten en een aantal kleinere ruimten wordt het gebouw multifunctioneel inzetbaar. Ruimten kunnen met kleine ingrepen, indien nodig, een andere bestemming krijgen. Nuborgh College Lambert Franckens wil haar leerlingen eigenaar maken van zijn/haar eigen leerproces. Leerlingen moeten zowel zelfstandig als in groepen kunnen (samen)werken. Het schoolgebouw heeft daarom ruimten nodig waar instructie gegeven kan worden door docenten, maar ook werkruimte voor leerlingen om samen of alleen te kunnen werken, zodat op school geleerd kan worden.

Een onderdeel van het leren is feedback krijgen en reflecteren op het eigen leerproces. De nabijheid van hun docenten is hierbij een noodzakelijke voorwaarde. Vandaar dat de school in de verschillende thuisbases heringedeeld wordt:

-

Leerjaar 1

-

Leerjaar 2

-

Leerjaar 3

-

Havo 4+5 Profielen EM/CM

-

Havo 4+5 Profielen NG/NT

-

Vwo 4+5+6 Profielen EM/CM

-

Vwo 4+5+6 Profielen NG/NT

Naast de begeleiding, zowel vakinhoudelijk als op het leerproces, biedt het extra mogelijkheden om invulling te geven aan vakoverstijgende projecten, meer samenwerking tussen de vakken en meer mogelijkheden voor de leerlingen om op verschillende werkplekken te leren. Naast de genoemde thuisbases hoort de manier van werken uiteraard ook doorgetrokken te worden in de zgn. specials: Sport, Kunst & Cultuur, Bi(ologie), Na(tuurkunde), Sk(Scheikunde) en ruimten voor staf- en personeel. Zowel de BiNaSk-ruimte als de Kunst&Cultuur-ruimte hebben een open karakter, waarbij leerlingen zoveel mogelijk de ruimte krijgen om zelfstandig te werken in een transparante omgeving. Tot slot speelt zowel in de visie als de fysieke realisatie de wil van het Lambert Franckens op in het kader van passend onderwijs zoveel mogelijk leerlingen de juiste pedagogische begeleiding te geven, zodat zowel zij als ook de andere

16/42

leerlingen leren om met elkaar samen te werken en te leven. Het schoolgebouw verdelen in kleinere eigen thuisbases is hier zeer helpend bij. De totale ruimtebehoefte bedraagt 6.209 m2 bvo o.b.v. het aantal geprognotiseerde leerlingen (zie voor onderbouwing paragraaf 4.2) . De beschikbare m2’s van het hoofdgebouw (exclusief noodlokalen) voldoen hieraan. Het Programma van Eisen (kenmerk 916244/20170914MG d.d. 14-9-2017) is bijgevoegd als bijlage. Dit PvE heeft als uitgangspunt gediend voor het uitgewerkte ontwerp van BDG architecten.

6.2 Technisch Het ambitieniveau vanuit het kader is minimaal Frisse Scholen klasse B (o.b.v. meest recente PvE 2015). Daarnaast is de ambitie (B)ENG uitgesproken. In het ambitiedocument Frisse Scholen (bijgevoegd) is per onderwerp een ambitieniveau aangeven (A, B, C) en met welke maatregelen hier aan zal worden voldaan. Globaal is de ambitie in toenemende mate duurzaam en comfortabel. Duurzaam vanwege het steeds verder terugdringen van het energieverbruik en toenemend in comfort vanwege een beter omgevingsklimaat, qua temperatuur, licht en geluid. Om het energieverbruik te verminderen is de benadering van de Trias Energetica aanpak richtinggevend. Verminder de energievraag, gebruik duurzame energie en (indien nodig) gebruik dan fossiele brandstoffen efficiënt. Toegepast op de renovatie van het Nuborgh College Lambert Franckens betekent dit in volgorde van effect: 1. 2. 3. 4.

Isoleer de schil (dak, gevel en vloer). Vervang de installaties door duurzame alternatieven (LED, Warmtepomp). Wek de benodigde energie zoveel mogelijk duurzaam op (pas zonnepanelen toe). Indien de warmtebron (deels) fossiel gestookt moet worden, zorg dan voor de mogelijkheid deze op andere dan aardgas te kunnen stoken.

6.3 Kosten en opbrengsten In 2017 heeft Alpha Consultancy een energetisch advies opgesteld ten behoeve van het schoolgebouw, zodat er een labelverbetering van energielabel F naar energielabel A en een CO2 reductie plaatsvindt. Op basis van het prijspeil 2017 zijn er een aantal berekeningen gemaakt. Zo zijn er een aantal opbrengst indicatoren uitgerekend. Ten eerste de netto contante waarde (NCW) van de investering (Kolom 3). Daarbij worden de toekomstig opbrengsten vergeleken met de huidige investering. De tweede indicator is de terugverdientijd (Kolom 4 TVT). Dat is het aantal jaren dat nodig is om de investering terug te verdienen. Alle investeringen met een TVT korter dan vijf jaar staan niet in de tabel, omdat deze reeds door het schoolbestuur zijn uitgevoerd.

17/42

NCW [€]

TVT [jaar]

Label [A++ t/m G]

Energiebesparing [€/jaar]

Maatregelpakket

Investering [€]

CO2reductie [%/jaar]

Isoleren van dak, gevel en vloer

238.137

-51.125

26,9

D

7.230

7,8

Balans ventilatie met WTW

471.500

-119.846

28,5

A

13.547

13,5

Verlichting uitvoeren in LED

45.000

-18.061

21,6

E

1.757

7,9

Zonnepanelen 275 stuks 250 Wp

87.300

-13.889

24,6

E

3.035

9,5

Combinatie van maatregelen het meest rendabel en comfort verbeterend

496.191

-81.228

24,7

A

17.077

17,4

Op grond van het bovenstaande kan geconstateerd worden dat een combinatie van energiebesparende maatregelen kan leiden tot een klein voordeel in jaarlijkse kosten van ca. € 17.000,- per jaar en dat in alle gevallen de investering pas na ruim 20 jaar wordt terugverdiend. De netto contante waarde is in alle gevallen negatief. De reden van deze nauwelijks financiële voordelen van verduurzaming is dat met name de installaties voor ventilatie (frisse scholen klasse B) bij oude gebouwen juist vaak een forse stijging geven van het elektriciteitsverbruik. In de oude situatie was er geen mechanische ventilatie middels luchtbehandelingskasten en enkel natuurlijk ventilatie. De gaskosten nemen wel wat af, maar de elektrakosten stijgen sterk, zeker als er ook nog koeling aan de ventilatie wordt toegevoegd. Daarnaast wordt er vaak geen rekening mee gehouden dat het onderhoud en de afschrijvingskosten van de technische installaties fors gaan stijgen. Per saldo resteert er vaak geen kostenbesparing, enkel een comfortverbetering qua binnenklimaat en het duurzamer omgaan met energie. Daarom is het belangrijk een slimme combinatie van maatregelen en technieken toe te passen die het meest rendabel zijn en het comfort op het niveau van de richtlijn brengen. Die combinatie staat in de onderste rij.

18/42

7. Scenario’s, kosten en financiering. Voor het bereiken van de onderwijskundige ambities en de duurzaamheidsdoelstellingen als geformuleerd, zijn voor het Nuborgh College Lambert Franckens verschillende -in kwaliteitsniveau oplopende- scenario’s. Als hoogst bereikbare niveau dient nieuwbouw mogelijk nog als variant c.q. maatlat genoemd te worden. Immers dan is het bouwkundig en installatietechnisch kwaliteitsniveau maximaal naar de huidige stand der techniek. Tevens is er de volledige vrijheid van ontwerp en vermijdbare kosten voor tijdelijke huisvesting. De kosten voor nieuwbouw, op basis van de normatieve omvang en het prijsniveau uit de huisvestingsvisie bedraagt € 16.143.400,- incl. BTW exclusief grondkosten, prijspeil jan. 2020. Voor de uitwerking van de verschillende scenario’s is echter gekozen om deze qua kwalitatieve uitgangspunten te laten aansluiten bij de oplopende duurzaamheidsambitie (BENG, ENG en gasloos, NOM) en verschillende niveaus van Frisse Scholen klasse C, B, A. Een gedetailleerd overzicht van kwaliteitskenmerken en daarvoor benodigde bouwkundige en installatietechnische maatregelen wordt uitgewerkt nadat een keuze op hoofdlijnen is gemaakt. Klasse C is de minimale variant oftewel sober en doelmatig. De thema’s sluiten aan bij de vier thema’s die geformuleerd zijn door de gemeente Elburg (zie paragraaf 5.4).

Alle bedragen zijn inclusief BTW Kosten die niet in deze vergelijking zijn meegenomen zijn:

-

Personele inzet; Historische plankosten.

19/42

Financiering De financiering van de renovatie van VO-schoolgebouwen ligt (nog) niet vast in wetten of amvb’s. Dit betekent dat op lokaal niveau het schoolbestuur en de gemeente er samen uit moeten komen. Deze businesscase is gelijktijdig ontwikkeld met het IHP. Dit betekent dat de richtlijnen van het IHP zijn aangehouden, terwijl er nog geen formele goedkeuring is. In de businesscase kunnen gemeente en schoolbestuur vanwege bijzondere omstandigheden ook afspraken maken over de verdeling van de kosten bovenop de verdeling vanuit het IHP. Tussen de gemeente en het schoolbestuur zijn de volgende afspraken gemaakt: Totale bouwkosten (blz 19) Af : Subsidie in het kader van de SUVIS regeling Kosten voor gemeente en schoolbestuur Bijdrage schoolbestuur vanuit IHP (15%) Bijdrage schoolbestuur voor vaste voet (zie blz 10) Bijdrage schoolbestuur voor verschuiving van 2026 naar 2022/2023 Bijdrage schoolbestuur Bijdrage gemeente

€ 10.818.000,€ - 420.000,€ 10.398.000,-

€ 10.398.000

 € 1.623.000,€ 380.000,€

150.000,-

€ 2.153.000,-

€ - 2.153.000,€ 8.245.000,-

In het totaal is de bijdragen van de gemeente Elburg € 8.245.000,- waarvan € 4.125.000,- in 2022 en € 4.120.000,- in 2023. Dat is in dit geval in het totaal 76% van de bouwkosten. Zoals gezegd heeft het schoolbestuur in 2019-2020 al ruim € 4,4 miljoen voorgefinancierd ten behoeve van de renovatie van de binnenkant van het gebouw. Hieronder een specificatie. Bouwkosten Waarvan aan: Interne verbouwingen Renovatie elektriciteit, verlichting, Infrastructuur ICT, Brandmelding Herinrichting Tijdelijke huisvesting Directiekosten (architect, constructeur, projectmanagement Diversen Totaal exclusief BTW Totaal inclusief BTW

€ 3.257.000 1.400.000 1.387.000 350.000 120.000 366.000 53000 3.676.000 4.448.000

20/42

8. Conclusies Bij de levensduur verlengende renovatie van het Nuborgh College Lambert Franckens kan gekozen worden uit drie varianten, die oplopen wat betreft oplopende duurzaamheidsambitie (BENG, ENG en gasloos, NOM) en verschillende niveaus van Frisse Scholen klasse C, B, A. Hieronder volgt een overzicht van de drie varianten in euro’s en als percentage van de nieuwbouw. De kosten van de nieuwbouw zijn gebaseerd op de normvergoeding van € 2.600,- per m2. Dit is het rekenbedrag dat door de VNG per 1 januari 2020 wordt geadviseerd. Uitgaande van dit rekenbedrag en 6209 m²bvo bedraagt dit een investering van € 16.143.400,- incl. btw.

Renovatie kosten van de drie varianten Varianten Renovatiekosten % van nieuwbouw Minimaal, BENG, Klasse C 9.687.019 60% Optimaal ENG+gasloos klasse B 10.817.852 67% Maximaal NOM, klasse A 11.941.812 74% In de minimale en optimale variant blijven de renovatiekosten onder de 70% van de genormeerde nieuwbouwwaarde. Als vuistregel die bouwadviseurs als ICS hanteren op grond van hun ervaringen voor het bepalen of renovatie realistisch is wordt doorgaans gesteld dat de kosten voor renovatie niet meer dan 70% van de kosten voor nieuwbouw mogen zijn. In het geval van de maximale variant liggen de renovatiekosten boven de 70%. Bij de ambitie ENG+gasloos (optimale variant) is nieuwbouw op grond van bovenstaande vuistregel geen optie. Ook als gekozen zou worden voor de maximale variant is nieuwbouw geen optie meer omdat er inmiddels € 4,4 miljoen aan renovatie recent heeft plaatsgevonden. In het geval van het Nuborgh College Lambert Franckens betekent dit dat renovatie op economische gronden aan te bevelen is. In welke variant, minimaal of optimaal is nog niet bekend omdat er nog geen vastgesteld IHP is. Als daarin gekozen wordt voor de minimale variant, sober en doelmatig, zullen de exploitatiekosten van het gebouw na de renovatie dalen met ca. € 17.000,- (zie tabel op blz. 18). Als percentage van de gemiddelde energie- en onderhoudskosten (volgens de tabellen op blz.

10 € 107.000+ € 140.000) is dit 6,7%. Dit is geen hoog percentage. Dat komt omdat de nieuwe installaties wel minder gasverbruik kennen, maar meer elektriciteit vragen en genereren. Daarentegen verbetert het comfort wat klimaat en akoestiek betreft aanzienlijk, daalt per saldo het energieverbruik en realiseert het Nuborgh College Lambert Franckens een CO2 reductie van 17,4%. Het IHP gaat uit van basiskwaliteit op basis van het bouwbesluit 2021 en ENG. Door een bijdrage van het Nuborghcollege en door gebruik te maken van de SUVIS regeling kunnen we kiezen voor een optimaal scenario bij de renovatie. Dit betekent een totale bouwsom van € 10.817.852,- . Daarvan is In het totaal de bijdragen van de gemeente Elburg € 8.245.000,- waarvan € 4.125.000,- in 2022 en € 4.120.000,- in 2023. Dat is in dit geval 76% van de totale bouwkosten.

21/42

9. Bijlage(n) Bijlage 1. Conclusie en aanbevelingen uit het rapport Toekomstige huisvesting Nuborgh College Lambert Franckens te Elburg (Referentienummer 990281/20150713) 1. Conclusies functionele en technische analyse Het huidige gebouw is functioneel enigszins verouderd maar erg flexibel vanwege de vele systeemwanden. Dit biedt voldoende kansen om een nieuw onderwijsconcept in te passen. Door de onvoordelige bruto/nuttig-verhouding van het gebouw wordt een ruimtetekort ervaren. Door een andere indeling ten behoeve van een nieuw onderwijsconcept, kan een gunstigere bruto/nuttig-verhouding gerealiseerd worden. Over de klimaatinstallatie (verwarming en ventilatie) zijn geen klachten, hoewel de ventilatie naar de huidige stand der techniek fors zou kunnen worden verbeterd. Andere centrale voorzieningen zijn zoals inbraak, brandmelding en Wi-Fi dienen bij herinrichting verplaatst c.q. herplaatst te worden.

2. Conclusies financiën Stichtingskosten renovatie versus nieuwbouw De stichtingskosten voor renovatie van het bestaande gebouw betreft ca. 3,9 miljoen euro inclusief BTW. De kosten voor vervangende nieuwbouw zonder tijdelijke huisvesting en dergelijke schatten wij op ca. 9 miljoen euro inclusief BTW (de normkostenvergoeding bedraagt ca. 6,6 miljoen euro inclusief BTW). Als vuistregel voor het bepalen of renovatie realistisch is, wordt doorgaans gesteld dat de kosten voor renovatie niet meer dan 70% van de kosten voor nieuwbouw mogen zijn. In het geval van het Nuborgh College Lambert Franckens betekent dit dat renovatie op economische gronden aan te bevelen is. Investeringskosten nieuwbouw versus renovatie Stichtingskosten

% van

% van

excl. sport

nieuwbouw

nieuwbouw

(incl. BTW)

o.b.v.

Nieuwbouw (normvergoeding)

€

6.646.127

Nieuwbouw (inschatting investeringskosten)

€

8.967.730

Stichtingskosten renovatie o.b.v. piek

€

3.887.135

o.b.v. normvergoeding inschatting 100% 100% 58%

43%

Voor beide scenario’s is een vergelijk gemaakt op basis van kapitaallasten. Hierbij blijkt dat renovatie vanuit bedrijfseconomisch oogpunt het te verkiezen scenario is.

22/42

Verantwoorde inzet van maatschappelijke middelen Een belangrijk verschil tussen de stichtingskosten voor renovatie versus nieuwbouw is investeringsverantwoordelijke. Sec gezien is het schoolbestuur verantwoordelijk voor het uitvoeren van renovatie en de bekostiging hiervan. De gemeente bekostigt nieuwbouw en tijdelijke huisvesting. Wij adviseren daarom gezamenlijk (gemeente en schoolbestuur) het gesprek te starten om te komen tot een door beide partijen gedragen oplossing. Dit gesprek is in ieder geval wenselijk omdat het enige argument om formeel voor vervangende nieuwbouw in aanmerking te komen is dat het gebouw constructief niet meer voldoet of niet ‘passend’ meer is voor het onderwijsconcept. Dit zal voor het Nuborgh College niet snel opgaan, waardoor ze tot in lengte van jaren geacht wordt het gebouw te blijven exploiteren en onderhouden. Als bespreekpunt geldt onder andere de voorziening in tijdelijke huisvesting; de renovatie zal immers niet geheel ‘in bedrijf’ of in de vakantieperiode(n) kunnen worden uitgevoerd. Dit zal leiden tot een tijdelijke onttrekking van de capaciteit aan onderwijshuisvesting welke door middel van tijdelijke voorzieningen kunnen worden opgelost.

3. Aandachtspunten en risico’s Status inpassing De inpassing is gedaan op basis van een informatieronde met de gebruikers en financiële benchmark gegevens van ICSadviseurs. Indien voor renovatie wordt gekozen dient eerst een meer gedetailleerd Programma van Eisen opgesteld te worden op basis waarvan een ontwerp gemaakt kan worden. Tijdelijke huisvesting Voor zowel renovatie als nieuwbouw op de bestaande locatie geldt dat voor de (ver)bouwperiode moet worden voorzien in tijdelijke huisvesting of –voorzieningen. Deze voorzieningen zijn tijd- en plaatsgebonden en dienen bij de kostenraming worden meegenomen. De kosten voor tijdelijke huisvesting kunnen bestaan uit verhuiskosten (indien een passende vervangende locatie beschikbaar is) of de kosten voor huur of koop. Meestal wordt in de tijdelijke huisvesting voorzien door zogeheten units. Tot de kosten behoren ook de voorbereiding van de locatie, plaatsing, aansluiting op Nutsvoorzieningen, in- en uithuizing en tot slot verwijdering en herstel van de locatie. Gebruikelijk worden kosten van tijdelijke huisvesting vergoed op basis van feitelijke kosten. De normatieve vergoeding voor tijdelijke voorzieningen die dienst doen als hoofdlocatie zijn volgens de modelverordening ca. € 3.800.000,- voor de volle omvang. Voor huur van noodlokalen worden de kosten geschat op ca. € 350.000,-per jaar, uitgaande van 1.000 m2 bvo noodbouw.

23/42

Bijlage 2 Bestemmingsplankaart

24/42

Bijlage 3 Beoordeling gebouw a.d.h.v. Frisse Scholen Beoordelingsaspecten frisse scholen: Thema Energie Energieprestatie (verplicht) Isolatie van de gebouwschil (verplicht) Energiezuinige ventilatie Regeling ventilatie Energiezuinige verwarming - afgifte Energiezuinige verwarming - opwekking en distributie Regeling verwarming Energiezuinige koeling Energiezuinige verlichting

KLASSE C

KLASSE B

KLASSE A

- De energieprestatiecoëfficiënt (het berekende energiegebruik) is minimaal volgens Bouwbesluit. - De gevel, de begane grondvloer en het dak hebben een

- De energieprestatiecoëfficiënt is minimaal 25% lager dan - De energieprestatiecoëfficiënt is minimaal 50% lager dan vereist volgens Bouwbesluit. vereist volgens Bouwbesluit. - De gevel, de begane grondvloer en het dak hebben een - Het dak heeft een Rc-waarde van minimaal 5,0 m 2K/W

Rc-waarde van minimaal 3,5 m2K/W. - De gevel en de begane grondvloer hebben een RcRc-waarde van minimaal 5,0 m2K/W. - Bij gebalanceerde ventilatie dient warmteterugwinning - Bij gebalanceerde ventilatie dient warmteterugwinning - Bij gebalanceerde ventilatie dient warmteterugwinning (wtw) met een rendement van minimaal 60% toegepast te (wtw) met een rendement van minimaal 75% toegepast te (wtw) met een rendement van minimaal 90% toegepast te - De ventilatie is voorzien van een regeling afhankelijk van - De ventilatie is vraaggestuurd (tijdafhankelijk met - Er wordt volledige variabel volumeventilatie toegepast het gebruik (bijv. tijdafhankelijk aan en uitschakelen). met traploos regelbare gelijkstroomventilatoren. De verschillende standen of CO 2-gestuurd). - Het verwarmingssysteem heeft een - Het verwarmingssysteem heeft een - Het verwarmingssysteem heeft een aanvoerwatertemperatuur van maximaal 50°C. aanvoerwatertemperatuur van maximaal 35°C. aanvoerwatertemperatuur van maximaal 35°C. - Wanneer een gasgestookte ketel wordt toegepast dient - Wanneer een gasgestookte ketel wordt toegepast dient - Wanneer een gasgestookte ketel wordt toegepast dient deze te zijn voorzien van Gaskeur HR107. deze te zijn voorzien van Gaskeur HR107. deze te zijn voorzien van Gaskeur HR107.

- De verwarming is voorzien van een weersafhankelijke - De verwarming is voorzien van een weersafhankelijke - De verwarming is voorzien van een weersafhankelijke voorregeling van de aanvoerwatertemperatuur. voorregeling van de aanvoerwatertemperatuur. voorregeling van de aanvoerwatertemperatuur. - Op alle gevels behoudens de noordgevel dient - Op alle gevels behoudens de noordgevel dient - Op alle gevels behoudens de noordgevel dient buitenzonwering (screens of uitvalschermen) aanwezig te buitenzonwering (screens of uitvalschermen) aanwezig te buitenzonwering (screens of uitvalschermen) aanwezig te - In ruimten waar leestaken worden verricht is daglicht - De daglichttoetreding is optimaal. Zie hiervoor de eisen - De daglichttoetreding is optimaal. Zie hiervoor de eisen aanwezig (groepsruimten, werkplekken etc.). bij visueel comfort. bij visueel comfort.

Binnenluchtkwaliteit Luchtverversing (verplicht) Spuiventilatie (verplicht) Kwaliteit van de toevoerlucht Ruimtevolume Emissies en stofverspreiding uit bouw- en interieurmaterialen Emissies van apparatuur Schoonmaakbaarheid Tabaksrook Toiletten Legionella Asbest

- De CO2-concentratie in groepsruimten (in de ademzone) - De CO2-concentratie in groepsruimten (in de ademzone) - De CO2-concentratie in groepsruimten (in de ademzone) is tijdens gebruikstijd maximaal 1.200 ppm (parts per is tijdens gebruikstijd maximaal 950 ppm. is tijdens gebruikstijd maximaal 800 ppm. - Groepsruimten hebben ten minste 4 te openen ramen - Groepsruimten hebben ten minste 4 te openen ramen Groepsruimten hebben ten minste 4 te openen ramen met een totaal oppervlak van minimaal 4 m 2, zodanig dat met een totaal oppervlak van minimaal 4 m 2, zodanig dat met een totaal oppervlak van minimaal 6 m 2, zodanig dat Aanwezige mechanische ventilatiesystemen voldoen aan Aanwezige mechanische ventilatiesystemen voldoen aan Aanwezige mechanische ventilatiesystemen voldoen aan de klasse C-eisen uit cahier P1 Eisen voor gezonde de Klasse B-eisen uit cahier P1 Eisen voor gezonde de Klasse A-eisen uit cahier P1 Eisen voor gezonde - In groepsruimten is de afstand van vloer tot (verlaagd) - In groepsruimten is de afstand van vloer tot (verlaagd) - In groepsruimten is de afstand van vloer tot (verlaagd) plafond minimaal 2,8 m. plafond minimaal 3,2 m. plafond minimaal 3,5 m.

Bouw- en inrichtingsmaterialen bevatten geen schadelijke - Bouw- en inrichtingsmaterialen bevatten geen - Bouw- en inrichtingsmaterialen bevatten geen weekmakers/ftalaten (zoals DEHP, DBP en BBP) schadelijke weekmakers/ftalaten (zoals DEHP, DBP en schadelijke weekmakers/ftalaten (zoals DEHP, DBP en Verontreinigende apparatuur (bijv. printers, copiers) staat Verontreinigende apparatuur (bijv. printers, copiers) staat - Verontreinigende apparatuur (bijv. printers, copiers) in een aparte ruimte die op onderdruk staat t.o.v. in een aparte ruimte die op onderdruk staat t.o.v. staat in een aparte ruimte die op onderdruk staat t.o.v. - De constructie en detaillering bevordert geen - De constructie en detaillering bevordert geen - De constructie en detaillering bevordert geen aanhechting van stof, vuil, vocht e.d. aanhechting van stof, vuil, vocht e.d. aanhechting van stof, vuil, vocht e.d. - Leerlingen en leerkrachten worden in het schoolgebouw - In het gebouw wordt niet gerookt, ook niet in een - In het gebouw en op het schoolplein wordt niet gerookt niet blootgesteld aan tabaksrook. rookruimte. (conform de criteria van De Rookvrije School van Stivoro). Geurverspreiding vanuit toiletten naar elders in het Geurverspreiding vanuit toiletten naar elders in het Geurverspreiding vanuit toiletten naar elders in het gebouw wordt voorkomen. gebouw wordt voorkomen. gebouw wordt voorkomen.

- Installaties voor warm en koud tapwater moeten worden - Installaties voor warm en koud tapwater moeten worden - Installaties voor warm en koud tapwater moeten worden uitgevoerd conform de bepalingen in ISSO-publicatie 55.1 uitgevoerd conform de bepalingen in ISSO-publicatie 55.1 uitgevoerd conform de bepalingen in ISSO-publicatie 55.1 - In het schoolgebouw is geen asbest aanwezig dat een - In het schoolgebouw is geen asbest aanwezig dat een - In het schoolgebouw is geen asbest aanwezig dat een actueel risico oplevert (er is sprake van een risico als actueel risico oplevert (er is sprake van een risico als actueel risico oplevert (er is sprake van een risico als

Thermisch comfort Operatieve temperatuur winter (verplicht) Operatieve temperatuur zomer (verplicht) Individuele beïnvloeding Lokaal thermisch discomfort

De operatieve temperatuur ligt in het stookseizoen De operatieve temperatuur ligt in het stookseizoen De operatieve temperatuur ligt in het stookseizoen (beneden een gemiddelde buitentemperatuur van 10°C) (beneden een gemiddelde buitentemperatuur van 10°C) (beneden een gemiddelde buitentemperatuur van 10°C) De eisen t.a.v. de operatieve temperatuur in de zomer De eisen t.a.v. de operatieve temperatuur in de zomer De eisen t.a.v. de operatieve temperatuur in de zomer (boven een gemiddelde buitentemperatuur van 10°C) zijn (boven een gemiddelde buitentemperatuur van 10°C) zijn (boven een gemiddelde buitentemperatuur van 10°C) zijn - Actieve componenten voor verwarming zijn in het - Actieve componenten voor verwarming zijn in het - Actieve componenten voor verwarming en koeling zijn stookseizoen per verblijfsruimte handmatig regelbaar met stookseizoen per verblijfsruimte handmatig regelbaar met het hele jaar ('s winters en 's zomers) per verblijfsruimte - Eisen voor lokaal thermisch discomfort (tocht, - Eisen voor lokaal thermisch discomfort (tocht, - Eisen voor lokaal thermisch discomfort (tocht, vloertemperatuur, verticale temperatuurgradiënt en vloertemperatuur, verticale temperatuurgradiënt en vloertemperatuur, verticale temperatuurgradiënt en

Visueel comfort Kunstlicht (verplicht) Daglicht Helderheidswering Individuele beïnvloeding

- Het verlichtingssterkte door kunstlicht is op - Het verlichtingssterkte door kunstlicht is op werkvlakniveau minimaal 300 lux met een werkvlakniveau minimaal 500 lux met een De daglichtfactor op het werkvlak van groepsruimtes is - De daglichtfactor op het werkvlak van groepsruimtes is gemiddeld over de ruimte minimaal 3%. gemiddeld over de ruimte minimaal 5%. - Bij aanwezigheid van digitale schoolborden is in de - In de groepsruimten (ook aan de noordzijde) is groepsruimten (ook aan de noordzijde) helderheidwering helderheidwering aanwezig, waarmee hinderlijk - Het licht kan in elke ruimte afzonderlijk aan- of - Kunstverlichting in groepsruimten is beperkt regelbaar: uitgeschakeld worden. de verlichting is bijvoorbeeld in delen aan- of uit te

- De verlichtingssterkte door kunstlicht op het werkblad van leerlingen is minimaal 500 lux met een - De daglichtfactor op het werkvlak van groepsruimtes is gemiddeld over de ruimte minimaal 7%. - In de groepsruimten (ook aan de noordzijde) is helderheidwering aanwezig, waarmee hinderlijk - Kunstverlichting in groepsruimten is dimbaar én in delen aan en uit te schakelen (de zone bij het bord apart).

Akoestisch comfort Geluidwering van de gevel (verplicht) Installatiegeluid (verplicht) Ruimteakoestiek Luchtgeluidisolatie Contactgeluidisolatie

- De geluidwering van de gevel (GA) is gelijk aan het - De geluidwering van de gevel (GA) is gelijk aan het De geluidwering van de gevel (GA) is gelijk aan het verschil tussen de geluidbelasting op de gevel en 33 dB. verschil tussen de geluidbelasting op de gevel en 33 dB. verschil tussen de geluidbelasting op de gevel en 28 dB. - Het geluidniveau in de groepsruimten t.g.v. installaties - Het geluidniveau in de groepsruimten t.g.v. installaties - Het geluidniveau in de groepsruimten t.g.v. installaties (LI;A) is maximaal 35 dB. (LI;A) is maximaal 33 dB. (LI;A) is maximaal 30 dB. - De gemiddelde nagalmtijd in de ingerichte groepsruimte - De gemiddelde nagalmtijd in de ingerichte groepsruimte - De gemiddelde nagalmtijd in de ingerichte groepsruimte is maximaal 0,8 s. bedraagt tussen 0,6 en 0,8 s. bedraagt tussen 0,4 en 0,6 s.

- De luchtgeluidisolatie (DnT;A) tussen groepsruimten/ - De luchtgeluidisolatie (DnT;A) tussen groepsruimten/ - De luchtgeluidisolatie (DnT;A) tussen leslokalen, kantoren en aangrenzende verblijfsruimten is leslokalen, kantoren en aangrenzende verblijfsruimten is groepsruimten/leslokalen, kantoren en aangrenzende - De contactgeluidisolatie (LnT;A) tussen - De contactgeluidisolatie (LnT;A) tussen - De contactgeluidisolatie (LnT;A) tussen groepsruimten/leslokalen, kantoren en aangrenzende groepsruimten/leslokalen, kantoren en aangrenzende groepsruimten/leslokalen, kantoren en aangrenzende

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=fd5db7ff-4631-4651-899e-a3e0a46a98d8