CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 BSP 't Harde - Hokseberg Toelichting.pdf

Raadsvergadering 31 januari 2022, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan 't Harde - Hokseberg31.663 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Verkeer en parkeren

Verkeersgeneratie De totale verkeersgeneratie van het woongebied Hokseberg, fase 1 komt op basis van de voorbeeldverkaveling zoals opgenomen in figuur 4.6 neer op bijna 642 verkeersbewegingen per etmaal. De ontsluitende wegen zijn van voldoende capaciteit om het verkeer op een veilige manier af te wikkelen. Tabel 4.1: overzicht verkeersgeneratie Woningtype Aantal eenheden Twee-onder-een-kapwoning 73 zorg-eenheden 48 VPT-appartementen 12 Totaal 133

Kencijfer CROW per eenheid Verkeersgeneratie per etmaal 7,8 per woning 569,4 mvt/etm 0,86 per zorgeenheid 41,3 mvt/etm 2,6 per appartement 31,2 mvt/etm 641,9 mvt/etm

Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de reguliere woningen is de invulling in het kader van het voorliggend bestemmingsplan nog onbekend. Op basis van omliggende woningtypen is voor de berekening van de verkeersgeneratie uitgegaan van een invulling met 73 twee-onder-een-kapwoningen, als worstcase-scenario. In de kencijfers van het CROW 272 wordt in het geval van Elburg voor een twee-onder-een-kapwoning in de 'rest van de bebouwde kom' uitgegaan van 7,8 verkeersbewegingen per etmaal per woning. Dit komt neer op ruim 569 verkeersbewegingen.

41/103

Voor een woon- / zorggebouw kan niet worden teruggevallen op een kencijfer. Het CROW geeft geen algemene kencijfers met betrekking tot de verkeersgeneratie vanwege een verpleeg- en verzorgingstehuis. Dit betekent dat gezocht moet worden naar vergelijkbare functies. In het geval van het voorliggend bestemmingsplan betreft het een gebouw met 60 zorgeenheden, waarvan 48 zorgeenheden bestemd zijn voor bewoners met een psychogeriatrische zorgindicatie en 12 compacte VPT-appartementen (volledig Pakket Thuis): De 48 bewoners met een psychogeriatrische zorgindicatie zijn niet meer in staat auto te rijden. De ritten naar het woonzorggebouw worden voornamelijk veroorzaakt door bezoek, personeel en ondersteuning. Een vergelijkbare functie voor wat betreft de verkeersgeneratie is een 'penitentiaire inrichting', ook daar wordt het verkeer veroorzaakt door bezoek en personeel. In het CROW 272 wordt uitgegaan van 0,86 verkeersbewegingen per cel per etmaal. Het gaat daarbij om 1 persoon per celeenheid, vergelijkbaar met 1 persoon per zorgeenheid. In geval van het voorliggend woon-/zorggebouw met 48 zorgeenheden betreft het 48 * 0,86 verkeersbewegingen per etmaal, zijnde ruim 41 verkeersbewegingen. Voor de 12 compacte VPT-appartementen wordt aangesloten op de kencijfer voor de verkeersproductie van aanleunwoningen c.q. serviceflat.

Het CROW 272 gaat in het geval van Elburg uit van 2,6 verkeersbewegingen per wooneenheid per etmaal. Dit komt met 12 appartementen neer op ruim 31 verkeersbewegingen per etmaal. Ontsluiting Zoals in de stedenbouwkundige visie is aangegeven wordt de nieuwe woonwijk zoveel mogelijk verkeersluw ingericht. De ontsluiting van het gebied vindt plaats via een centrale ontsluitingsweg door de woonwijk. Dit betekent dat nagenoeg alle verkeersbeweging die het plan genereert over de centrale ontsluitingsweg plaatsvindt. Het plangebied wordt voor de auto ontsloten via een hoofdontsluiting ter hoogte van de kruising met de Bovenweg. Ter plaatse wordt een nieuw verkeersveilig kruispunt ontworpen en gerealiseerd. Daarbij wordt gekeken naar de mogelijkheid van een fietsenoversteekplaats (met middengeleider). Via de Stadsweg en Bovenweg wordt het plangebied ontsloten op het dorpscentrum en via de N309 naar Elburg en de A28. Voor de interne ontsluiting wordt een logische rechte structuur gehanteerd, die de verdeling in de kamers verder versterkt en tegelijkertijd zorgt voor een goede ontsluiting van alle kamers. Dit is ook van belang voor de hulpdiensten. Er is sprake van een tweede aansluiting op de Stadsweg, echter dit betreft een 'calamiteitenontluiting.

Deze wordt door middel van uitneembare palen voor het reguliere autoverkeer afgesloten en kan enkel in geval van een calamiteit door hulpdiensten worden gebruikt. Aan de zuidwestzijde sluit de woonwijk uitsluitend ten behoeve van het langzaamverkeer aan op de Hokseberg. De Hokseberg blijft in gehandhaafd in het gebied en draagt hiermee bij aan de interne structuur van de toekomstige inrichting van het gebied. Het woon- / zorggebouw krijgt een eigen aansluiting op de Stadsweg ten behoeve van hulpdiensten en het halen en brengen met onder andere ViaVé/Regiotaxi, 'gewone' taxi, of wellicht de over de Stadsweg rijdende buurtbus.

42/103

Parkeren Zoals in de stedenbouwkundige visie is aangeven wordt gestreefd naar een autoluwe woonwijk. Dit wordt bewerkstelligd door de meeste parkeerplaatsen in parkeerhofjes te concentreren zoveel mogelijk verstopt in groenvoorzieningen. De centrale hof bij de 16 levensloopbestendige bungalows is verkeersvrij. De gemeentelijke parkeernormen zijn opgenomen in de Parkeernota 2014, zoals weergegeven in bijlage 1 van de regels. Aan de hand van deze parkeernormen wordt bij de verdere uitwerking van de plannen de parkeerbehoefte bepaald. Op basis van voorbeeldverkaveling, zoals opgenomen in figuur 4.6, is aan de hand van navolgend rekenvoorbeeld een inschatting gemaakt in hoeverre aan de parkeernormen kan worden voldaan. Zoals uit tabel 4.2 blijkt zouden er in de eerste fase van de Hokseberg op basis van de verkaveling 182 parkeerplaatsen nodig. Daarbij is voor de grondgebonden woningen uitgegaan van de (hogere) parkeernorm van koopwoningen. Voor de 16 levensloop bestendige woningen geldt een specifieke parkeernorm (i.c. aanleunwoning). Op basis van de Woonvisie 2020-2025 en de motie Betaalbaar Wonen zal echter 20% van de woningen tot het sociale huursegment moeten behoren. Dit voornemen is vertaald in 15 huurappartementen in het segment midden/goedkoop, waarvoor in de praktijk lagere parkeernormen gelden. Voor de 7 koop-appartementen wordt uitgegaan van het middensegment.

Tabel 4.2: overzicht normatieve parkeerbehoefte op basis van het mogelijke verkavelingsvoorstel woningtype/voorziening parkeernorm aantal benodigd aantal parkeerplaatsen Koop, vrijstaand 2,5 pp/won 5 12,5 Koop, 2^1-kap 2,4 pp/won 10 24,0 Koop, tussen/hoek 2,2 pp/won 20 44,0 Koop, etage, midden 2,1 pp/won 7 14,7 Huur, etage, midden/goedkoop 1,6 pp/won 15 24 Aanleunwoning/serviceflat 1,3 pp/won 16 20,8 Verpleeg- en verzorgingshuis 0,7 pp/won.eenh 60 42,0 Totaal 133 182 In de voorbeeldverkaveling, zoals opgenomen in paragraaf 4.4.1, worden 154 openbare parkeervoorzieningen ingetekend en 48 parkeerplaatsen op eigen terrein. Omdat parkeerplaatsen op eigen terrein niet altijd efficiënt gebruikt worden, mogen deze op grond van de gemeentelijke parkeernota maar voor een deel worden meegenomen in de beoordeling. Dit betekent dat er met 25 parkeerplaatsen op eigen terrein rekening mag worden gehouden. In het mogelijke verkavelingsvoorstel wordt dus ruimte geboden voor 179 parkeerplaatsen, waarvan het meeste openbaar. In het verkavelingsvoorstel is sprake van een tekort van 3 parkeerplaatsen. Met het voorliggend rekenvoorbeeld is ten behoeve van het bestemmingsplan aangetoond dat binnen het plangebied voldoende ruimte aanwezig is om bij de verdere uitwerking van de plannen te kunnen voldoen aan de gemeentelijke parkeernormen.

Zoals al eerder is aangegeven dient in de verdere uitwerking van de plannen rekening te worden gehouden met de gemeentelijke parkeernormen uit de Parkeernota 2014. Deze normen zijn dan ook als eis opgenomen in de

43/103

planregels van dit bestemmingsplan. 4.4.3 Woningbouwprogramma Met het voorliggende plan wordt voorzien in de realisatie van een woon- / zorggebouw en 73 reguliere woningen. Het woon- /zorggebouw voorziet in 48 onzelfstandige (intramurale) zorgstudios voor bewoners met een psychogeriatrische zorgindicatie (dementie) en 12 compacte VPT-appartementen (Volledig Pakket Thuis) voor bewoners met een geïndiceerde zorgvraag die zelfstandig kunnen wonen. In de voorbeeldverkaveling, zoals opgenomen in figuur 4.6, is het programma voor de 73 woningen als volgt ingevuld: 22 levensloopbestendige gestapelde appartementen; 16 levensloopbestendige grondgebonden woningen; 35 grondgebonden vrijstaande, twee-onder-een-kap en aaneengesloten eengezinswoningen. De concrete invulling van het plangebied ligt nog niet vast, deze wordt bepaald vanuit vraag en woonwensen van potentiële nieuwe bewoners. Daarbij geldt echter wel dat het definitieve woningbouwprogramma te allen tijde moet voldoen aan de uitgangspunten van de woonvisie 2020-2025 en de motie betaalbaar wonen (zie paragraaf 3.4.2). Dat betekent dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector, in de goedkope koopsector (tot € 200.000,-- v.o.n.) en in de betaalbare koopsector (tot € 265.000,-v.o.n.).

Daarvan behoort circa de helft tot de sociale huursector en de andere helft tot de goedkope en betaalbare koopsector. De motie betaalbaar wonen is als voorwaarde meegenomen in de anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer (zie paragraaf 8.2). In de planregels is vastgelegd dat ten minste 20% van de woningen een sociale huurwoning dient te zijn. 4.4.4 Mariposa-locatie De woon- /zorglocatie bestaat uit een verplaatsing van de 48 bestaande intramurale zorgplekken van de huidige locatie Mariposa aan de Sportlaan, nabij het dorpscentrum van 't Harde. De eigenaar van Mariposa is voornemens om na het vrijkomen van het pand om deze geschikt te maken ten behoeve van een beschermde woonvorm voor ouderen met een lichtere zorgvraag, op basis van een VPT/MPT-constructie (Volledig Pakket Thuis/ Modulair Pakket Thuis = ZZP 4). Uitgegaan wordt van 24 tot 27 appartementen met woonkamer en een aparte slaapkamer, waarin de bewoners in staat worden gesteld, met aanvullende ondersteuning, zelfstandig te wonen. Tezamen met de aanwezige aanleunwoningen is Mariposa met de ligging nabij de voorzieningen in het centrum van 't Harde een geschikte locatie voor ouderenhuisvesting in combinatie met extramurale zorg (inclusief nachtzorg). De plannen met betrekking tot de Mariposa-locatie maken geen deel uit van het voorliggende bestemmingsplan.

4.4.5 Veiligheid De veiligheid in en direct rond het plangebied wordt bepaald door sociale veiligheid, verkeersveiligheid en brandveiligheid.

44/103

Sociale veiligheid Een belangrijk aspect voor de sociale veiligheid is zicht en verlichting. Daarbij gaat het om het plangebied zelf en om de routes van en naar het plangebied. In het plangebied zelf worden voldoende voorzieningen (bijvoorbeeld verlichting) aangebracht die zorg dragen voor een goede sociale veiligheid. De belangrijkste ontsluitingsroute voor het plangebied is de Stadsweg. Een goede verlichting is hierop van belang. De Stadsweg maakt ook deel uit van het buitengebied en blijft verlicht in overeenstemming met de andere wegen in het buitengebied. Bij ontwikkeling van het plangebied, wordt de verlichting voor langzaam verkeer tussen de hoofdontsluiting van het plangebied en de bebouwde kom waar nodig geïntensiveerd. Belangrijk is dat de nieuwe verlichting in en rond het plangebied de (dier)soorten niet verstoord. Daarbij kan gedacht worden aan een meer ingetogen vorm van verlichting en armaturen. LED-verlichting is ook een goed alternatief om, ten opzichte van conventionele verlichting, minder 'strooilicht' te veroorzaken. Verkeersveiligheid Het aantal verkeersbewegingen over de Stadsweg neemt door de ontwikkeling van het plangebied toe. Dit kan invloed hebben op de verkeersveiligheid op de ontsluitingswegen van en naar het plangebied.

De verwachting is echter dat de toename marginaal is en dat de verkeersveiligheid door de ontwikkeling in het plangebied niet in het geding komt. Bovendien wordt bij de realisatie van het plan aandacht besteed aan de bereikbaarheid en de oversteekmogelijkheden van fietsers, voetgangers en dergelijke. Ten behoeve van een goede verkeersaansluiting van het woongebied op de Stadsweg / Bovenweg wordt voorzien in een veilig kruispunt. Brandveiligheid De brandveiligheid in het plangebied is van belang. Daarbij gaat het om vluchtwegen (noodontsluitingsroutes) en bluswatervoorzieningen. Mede daarom is in het voorliggende plan gekozen voor de reguliere verkeersaansluiting en een extra calamiteitenontsluiting op de Stadsweg . Ook worden in het plangebied bluswatervoorzieningen (bijvoorbeeld brandkranen) aangebracht. De bluswatervoorzieningen moeten voldoen aan de eisen van de brandweer Elburg. Bij het definitieve verkavelingsplan en inrichtingsplan van de openbare ruimte voldaan wordt aan alle eisen uit het Bouwbesluit ten aanzien van brandveiligheid (bluswatervoorziening, opstelplekken, wegbreedtes, vluchtroutes en dergelijke), zie verder paragraaf 5.8.4. 4.4.6 De scoringscriteria van de prioritering Op basis van het stroomschema afwegingskader (zie paragraaf 3.4.2) wordt ervoor gezorgd dat de juiste woningen, op het juiste tijdstip op de juiste locatie worden gerealiseerd.

Het schema behelst de volgende onderdelen: 1. de kwalitatieve behoefte; 2. de ligging t.o.v. de gehele gemeente, het stedelijk gebied en de voorzieningen; 3. de ruimtelijke kwaliteit; 4. het innovatief karakter van de plannen; 5. de mogelijkheden van organische groei / flexibiliteit. Ad 1: de kwalitatieve behoefte

45/103

De kwalitatieve behoefte aan de geplande woningen en het woon- / zorg gebouw wordt in de laddertoets in paragraaf 4.6.1. Aangetoond wordt dat met de realisatie van de woningen wordt voldaan aan een bestaande behoefte binnen Elburg en 't Harde. De huidige bestemmingsplancapaciteit voor nieuwe woningen in 't Harde is bijna volledig benut terwijl de vraag naar woningen en zorglocaties structureel groot blijft. Ad 2: de ligging t.o.v. de gehele gemeente, het stedelijk gebied en de voorzieningen De plannen betreffen een ontwikkeling in 't Harde. Zoals in de laddertoets in paragraaf 4.6.2 wordt aangegeven kan de gewenste ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied van 't Harde worden gerealiseerd. Er zijn geen inbreidingslocaties in 't Harde van voldoende omvang aanwezig. Zoals in paragraaf 2.2 is aangegeven bevindt zich direct aan de overzijde van de Stadsweg het Multifunctionele Centrum Aperloo en de voetbalvelden van SV 't Harde. Andere voorzieningen in de directe nabijheid zijn het zwembad 'De Hokseberg' (binnen- en buitenbad) en een sportschool. Op circa 500 m is een huisartsenpraktijk met apotheek en op circa 750 m een school. Het winkelcentrum is op iets meer dan een kilometer afstand van het woongebied gelegen. De voorzieningen zijn te voet en lopend goed bereikbaar.

Voor de bewoners van de levensloopbestendige woningen is door de realisatie van een woon- /zorggebouw op zeer korte afstand een zorgaanbieder met de bijbehorende voorzieningen aanwezig. Ook de nabijheid van het Multifunctionele Centrum Aperloo en huisartsenpraktijk met apotheek zijn goed bereikbaar. Voor de 48 bewoners van de bestaande intramurale zorgplekken neemt de afstand tot het winkelcentrum toe. Door de afnemende zelfstandigheid van de bewoners wordt de leefwereld steeds kleiner en het belang van een sfeervolle omgeving belangrijker. Hieraan wordt met de kwalitatief hoogwaardige groene inrichting invulling gegeven. Het woon- /zorgcentrum wordt voorzien van de benodigde voorzieningen, waaronder een zonnige sfeervolle belevingstuin aan de zuidzijde van het gebouw. Ook kan aangesloten worden op de activiteiten die vanuit het Multifunctionele Centrum Aperloo worden aangeboden. Voor de mantelzorgers en bezoekers is de nieuwe locatie goed bereikbaar met de auto of het langzaam verkeer. Met de nieuwe invulling van de oorspronkelijke Mariposalocatie voor bewoners met een lichtere zorgindicatie (zie paragraaf 4.4.4) blijft de behoefte aan voorzieningen gewaarborgd. Door hun grotere zelfstandigheid zullen zij regelmatig gebruik maken van de nabijgelegen winkelvoorzieningen.

Ad 3: de ruimtelijke kwaliteit Met de voorliggende plannen wordt de voormalige bedrijfslocatie Hokseberg met aanliggende gronden aan de Hokseberg omgevormd tot een kwalitatief hoogwaardig woongebied. Het transformeren van het gebied wordt wenselijk geacht, met name omdat het past binnen de ruimtelijke context van het gebied en de omliggende functies. Ook wordt hiermee een minder goed in de omgeving passende bedrijfsfunctie gesaneerd. Ad 4: het innovatief karakter van de plannen Zoals in paragraaf 4.4 is aangegeven wordt de nieuwe wijk Hokseberg gerealiseerd als een inclusieve wijk. Het wordt een wijk voor iedereen. Voor alle leeftijden, in verschillende prijsklassen, voor mensen zonder en met beperking, voor zelfstandigen en hulpvragers, alleenstaanden en gezinnen. Oudere en zorgbehoevende bewoners kunnen er blijven wonen. Met geschikte voorzieningen voor zowel

46/103

wonen, de woonomgeving, als zorg en welzijn in de wijk of in de buurt. Er worden niet alleen levensloopbestendige woningen gerealiseerd. De wijk zelf wordt levensloopbestendig door het aanbrengen van een drietal accenten in de wijk: een accent op 'regulier' wonen (woongebied); een accent op intramuraal wonen (zorggebied); een accent op verzorgd wonen (woonservicegebied). Ad 5: de mogelijkheden van organische groei / flexibiliteit In paragraaf 4.4.3 is het woningbouwprogramma weergegeven. Naar verwachting zullen eerst de betaalbare woningen en het zorggebouw worden gerealiseerd. De andere woningcategorieën zullen gefaseerd op de woningmarkt worden aangeboden, afhankelijk van de marktvraag. In het voorliggende bestemmingsplan (zie paragraaf 6.2) wordt voor het nieuwe woongebied uitgegaan van een globale bestemming met een directe bouwtitel. De bestemming 'Woongebied' is gegeven aan de het gebied dat is bestemd voor wonen en een zorggebouw. In de planregels en op de verbeelding zijn de belangrijkste (maatvoerings)eisen vastgelegd Er is gekozen voor een globale bestemming zodat de plannen, als de markt of de omstandigheden daarom vragen, eenvoudig kan worden aangepast aan de actuele behoefte. Conclusie Op grond van het afwegingskader is de locatie als 'voldoende' beoordeeld en kan doorgang vinden.

4.5

Kernkwaliteiten uit het Nationaal Landschap

Het Rijk heeft twintig karakteristieke gebieden in Nederland aangewezen als Nationaal Landschap, waarvan er zeven in Gelderland liggen. De grootste hiervan is de Veluwe. Zoals in paragraaf 3.2.3 is aangegeven ligt het voorliggend plangebied binnen het nationaal landschap De Veluwe. In de beleidsnotitie 'kernkwaliteiten Gelderse Nationale Landschappen' (2014) worden de kernkwaliteiten benoemd van deze zeven deelgebieden. Het deelgebied Veluwe is onderverdeeld deelgebieden. Het plangebied valt binnen het deelgebied Randmeergebied onder de Randmeerkust Harderwijk-Elburg (zie figuur 3.2 in paragraaf 3.2.3). Ten behoeve van de ligging van het plangebied in het nationaal landschap Veluwe is een landschappelijke beoordeling gemaakt van de voorliggende plannen en de verwerking daarvan in het bestemmingsplan. Deze beoordeling is als bijlage 3 opgenomen in de toelichting. Deze beoordeling heeft tot aanpassing van het bestemmingsplan geleid. Kernkwaliteiten Beeldbepalend voor het Randmeergebied is de zichtbare overgang van de besloten stuwwalflanken naar de kust. Er liggen landschappelijke zones parallel aan de Randmeren, die een gradiënt vormen. Van zuid naar noord zijn dit: het besloten, grootschalige boslandschap van het Veluwemassief; een kleinschalig coulisselandschap met een rij van nederzettingen, houtwallen, parkbossen, essen en

47/103

strokenverkaveling; een strookvormig verkaveld open weidegebied naar de kuststrook met aan de kust plaatselijk strandwallen met blokverkaveling. De beekdalen die vanaf het stuwwalmassief naar de Randmeren lopen, zijn structuurbepalend. De dorpen en vrijstaande woningen in het karakteristieke lint langs het Veluwemassief. De kleinschalige en grondgebonden landbouw is een drager van het landschap. Het plangebied Verder inzoomend ligt het plangebied in het deelgebied 'Randmeerkust Harderwijk-Elburg'; een groen woonlint met als kenmerken: deel van gradiënt van stuwwal naar Randmeer: bos - essen - strokenverkaveling – blokverkaveling op strandwallen; van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open; de overgang is eerst steil, daarna geleidelijk; zuid-noord stromende sloten, dekzandruggen oost-west, microreliëf; drie landgoederen in de strokenverkaveling vormen mooie ensembles; kleine kernen en lintbebouwing langs de N308 (Zuiderzeestraatweg), stedelijke gebieden van Harderwijk Nunspeet – Elburg; vroegmiddeleeuws ontginningslandschap bij Aperloo; relicten van bos en mozaïekverkaveling in het cultuurland. Ten aanzien van het plangebied wordt geconcludeerd dat het plangebied in het tussengebied met een kleinschalig coulisselandschap ligt, op de overgang van hoog naar laag. Er zijn houtwallen aanwezig.

In het cultuurlandschap zijn relicten van bos en mozaïekverkaveling in het cultuurland aanwezig. Er lopen hier geen beken. Er is geen sprake van een slagenverkaveling. De drie landgoederen en Aperloo ten noorden van het plangebied. Het plangebied ligt weliswaar in het nationale Landschap Veluwe, maar zoals blijkt uit de omgevingsverordening (zie paragraaf 3.2.2 en 3.2.3) valt het niet samen met Gelders Natuurnetwerk (GNN). Dat geldt ook voor de andere beleidscategorieën Groene Ontwikkelzone, Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW), Romeinse Limes, Waardevol open gebied. In voorliggend geval is Nationaal Landschap leidend en geldt op grond van de provinciale verordening ten aanzien van nieuwe ontwikkelingen het principe: Ja, mits de kernkwaliteiten behouden blijven of versterkt worden. Landschappelijke beoordeling Geconcludeerd wordt dat in het voorliggend geval de volgende kernkwaliteiten van belang zijn: de aanwezigheid van houtwallen de mozaïekverkaveling Aangegeven wordt dat met de ontwikkeling van het gebied tot woningbouwlocatie de kernkwaliteiten van het gebied blijven behouden. Zoals uit de voorbeeldverkaveling (zie figuur 4.6) blijkt, worden de bestaande houtwallen gehandhaafd. De kamerstructuur die hiermee ontstaat, maakt onderdeel uit van de mozaïekverkaveling. De mozaïekverkaveling blijft met het behoud van de houtwallen automatisch ook intact.

48/103

Figuur 4.8: de in stand te houden houtwallen in en rond het plangebied Vanwege het grote belang dienen de houtwallen, zoals weergegeven in figuur 4.8, in het stedenbouwkundig plan voldoende ruimte te krijgen en te worden behouden en waar nodig aangevuld. De bestaande houtwallen dienen zo min mogelijk doorsneden te worden. Voor de bestaande houtwallen wordt uitgegaan van de bestaande breedte. De zuidelijk gelegen houtwal dient te worden aangevuld, daarbij wordt uitgegaan van een breedte variërend tussen de 8 en 10 m. Hierdoor ontstaat hier op termijn weer een robuuste groenstructuur. Ook zouden in de nieuwe woonwijk Hokseberg, aansluitend aan de huidige groenstructuur, nieuwe bomenrijen en groen-plekken kunnen worden toegevoegd. Dit, in verband met klimaatadaptatie en biodiversiteit. Verder maakt de beplanting langs de Schietweg en de Stadsweg onderdeel uit van de mozaïekstructuur en dienen zoveel mogelijk behouden te blijven. Bovendien dient de bebouwing op voldoende afstand van de eiken te worden gesitueerd (minimaal boomkronen vrijhouden). Belangrijk hierbij is dat bij de bouw van de woningen de wortels van de bestaande

49/103

bomen niet worden aangetast. Voor de bouw wordt een bouwput rondom de woningen gemaakt. Uitgaande van de stelregel dat wortels even ver reiken als de kroon van de boom, zal de bouwput dus niet onder de kroon mogen liggen. Het lijkt voldoende om voor het uitgraven van een bouwpunt een richtafstand van 3 m ten opzichte van de houtwal aan te houden. De woningen komen dan op minimaal 3 m uit de kroon van de bomen te staan. Tot slot wordt geadviseerd om bij de verdere uitwerking van het plan extra aandacht te besteden aan de aanwezige hoogteverschillen. Dit zal worden meegenomen in de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan, van de inrichting van de openbare ruimte en bij de afwatering van het gebied. Vertaling naar het bestemmingsplan In het voorliggende bestemmingsplan krijgen de bestaande houtwallen de specifieke bestemming 'Groen Landschappelijke beplanting'. Voor de meest zuidelijke houtwal, die nog moet worden aangevuld, wordt daarbij uitgegaan van een breedte van ten minste 8 m. Het doel van de bestemming is om deze boomsingels en houtwallen zo veel mogelijk te behouden. Kappen en rooien van de boomsingel en houtwallen, anders dan voor onderhoud ervan, is niet toegestaan. Dit is door middel van specifieke gebruiksregels geregeld.

Binnen de bestemming Woongebied wordt door middel van een bouwvlak een afstand van 3 m aangehouden ten opzichte van de houtwallen met de bestemming 'Groen Landschappelijke beplanting'. De bestaande groenstrook langs de Stadsweg en Schietsweg worden als 'Groen' bestemd. Omdat er in het bestemmingsplan voldoende ruimte is opnemen voor de houtwallen blijven de genoemde kernkwaliteiten (aanwezigheid houtwallen en mozaïek verkaveling) intact. Er is in dit geval geen compensatie nodig.

4.6

Laddertoets

In het Besluit ruimtelijke ordening is de verplichting opgenomen om in het geval van nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. De treden van de ladder worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling; indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

50/103

Nieuwe stedelijke ontwikkeling Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan 11 woningen wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In het plan worden 73 woningen en 60 zorgwoningen mogelijk gemaakt. In dit geval is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling die buiten bestaand stedelijk gebied ligt. 4.6.1 Beschrijving behoefte Zoals in paragraaf 4.4.3 is aangegeven worden in het voorliggende plan 60 zorgeenheden en 73 reguliere woningen gemaakt. Hiervan moet minimaal 20% sociale huur zijn. In dit geval minimaal 15 woningen. Er worden 60 intramurale zorgwoningen gerealiseerd. De 48 bewoners op de Mariposa-locatie zullen gaan verhuizen naar de nieuwe locatie op Hokseberg. de 22 levensloopbestendige gestapelde appartementen vallen in het segment betaalbare/sociale huur- en koopwoningen. Ten minste 15 van de appartementen betreffen sociale huurappartementen; de 16 levensloopbestendige grondgebonden woningen betreffen middeldure koopwoningen; de 35 grondgebonden vrijstaande, twee-onder-een-kap en aaneengesloten eengezinswoningen vallen binnen de middelduur / duur koopsegment. De woningbehoefte in de regio Noord-Veluwe en specifiek in de gemeente Elburg blijkt uit diverse onderzoeken, die hierna worden behandeld.

Bevolkings- en huishoudensprognose 2019 Uit de Bevolkings- en huishoudensprognose 2019 Provincie Gelderland blijkt, dat het aantal huishoudens in de regio Noord-Veluwe in het hoge scenario toeneemt van 75.370 in 2019 naar 82.160 in 2030.

51/103

figuur 4.9: huishoudensontwikkeling regio Noord-Veluwe, 2018 - 2040 (Provincie Gelderland) De regio’s Foodvalley en Rivierenland vergrijzen naar verhouding minder sterk dan de andere regio’s. In Noord-Veluwe en Stedendriehoek neemt het aandeel ouderen sterker toe dan in deze regio’s. De sterkste vergrijzing is er in de regio’s Achterhoek en De Liemers. Er is op dit moment in de meeste Gelderse regio’s sprake van een woningtekort. Op dit moment bedraagt het woningtekort in Gelderland zo’n 35.000 woningen. In Noord-Veluwe blijft er ook na 2030 een tekort. In de regio Noord-Veluwe is de vraag sterker gericht op de koopsector. Er ontstaat een aanzienlijke extra vraag naar duurdere grondgebonden koopwoningen en ook een naar verhouding grote vraag naar duurdere appartementen. Deze vraag is afkomstig van ouderen die hun grote grondgebonden woning willen verlaten en een appartement met een vergelijkbare kwaliteit willen betrekken.

figuur 4.10: fricties vraag en aanbod Noord-Veluwe, 2019 - 2025 en 2025 - 2030 Uit bovenstaande figuur blijkt dat 'grondgebonden sociale huur' het enige segment is waar geen behoefte aan is.

52/103

In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. Woningbehoefte gemeente Elburg De behoefte blijkt uit de Woonvisie 2020-2025, inclusief het door Atrivé uitgevoerde woningbehoefteonderzoek (Woningmarktanalyse, 2019). Deze biedt zicht op de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan woningen op korte en langere termijn. Kwantitatieve behoefte Prognoses laten zien, dat het aantal huishoudens in Elburg in de toekomst blijft toenemen. Voor de periode tot 2030 is sprake van een bandbreedte tussen +610 en +950 extra huishoudens. Gemiddeld is dat zo'n 800 extra huishoudens/woningen tot 2030. Om deze groei te kunnen realiseren is een bouwtempo nodig van circa 68 woningen netto per jaar. Dat betekent een versnelling van zo'n 40% ten opzichte van de periode 2013-2018. Uit de referentieraming van Primos2019 blijkt, dat indien de gemeente het bouwtempo nog verder kan opschroeven een hogere huishoudensgroei mogelijk is. Wel moet worden gewaakt voor overproductie. Alle prognoses laten dezelfde trend zien: op korte termijn groei, daarna vlakt de groei af en op lange termijn zal sprake zijn van stabilisatie. De grote naoorlogse babyboomgeneratie zal vanaf nu in steeds grotere getalen de woningmarkt verlaten, ook in Elburg.

Het vrijkomende aanbod van deze groep neemt in rap tempo toe en bestaat vooral uit koopeengezinswoningen. Na 2030 wordt daarom voor Elburg voorspeld dat er steeds minder behoefte is aan uitbreiding van de woningvoorraad. Kwalitatieve behoefte Zowel op korte als op lange termijn is er in Elburg de grootste behoefte aan meer koopeengezinswoningen. Dit heeft te maken met de verwachting dat de huishoudenssamenstelling in de gemeente Elburg ook in de toekomst gedomineerd blijft door gezinnen met kinderen. Die doelgroep zoekt juist dit woningtype. Daarnaast ontstaat er als gevolg van de vergrijzing op lange termijn ook een kleine behoefte aan extra huurwoningen en appartementen. Op korte termijn is er met name behoefte aan meer koopwoningen tussen de €200.000 en €265.000. Ook op lange termijn is er een oplopende behoefte aan extra koopwoningen in alle segmenten. Ook slaat, op lange termijn, als gevolg van de vergrijzing het theoretisch overschot aan sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen om in een extra behoefte. Specifieke behoefte sociale huur Voor de benodigde voorraad sociale huurwoningen geeft de behoefte op basis van woonwensen onvoldoende houvast. Immers, een groot deel van de doelgroep sociale huur is gezien hun inkomen aangewezen op de sociale huursector, ondanks eventueel afwijkende wensen.

Daarom is ook op basis van twee koopkrachtscenario's een raming gemaakt van de benodigde toekomstige voorraad sociale huurwoningen in Elburg. Indien het aandeel scheefwoners kan worden teruggebracht naar 23% dan is tot 2028 een behoefte aan 40 (middenscenario) tot 110

53/103

(groeiscenario) extra sociale huurwoningen in Elburg. Specifieke behoefte wonen en zorg Als gevolg van de vergrijzing neemt het aantal huishoudens met mobiliteitsbeperkingen toe. Het betreft voor het grootste deel een categorie huishoudens die nog wel zelfredzaam is, maar wel behoefte heeft aan een levensloopbestendige woning. Elburg kent in 2018 ongeveer 1.380 huishoudens met mobiliteitsbeperkingen, waarvan 440 een matige of ernstige beperking hebben. Naar verwachting zal in 2030 het aantal huishoudens met beperkingen met ruim 300 zijn toegenomen, waarvan 130 met matige of ernstige beperkingen Volgens het WoON2018 kent Elburg momenteel bijna 1.500 nultredenwoningen. Dit zijn gelijkvloerse woningen waarbij men geen trappen hoeft te lopen. Kwantitatief dus iets meer dan het aantal huishoudens met beperkingen in de gemeente. In de regio Noord-Veluwe blijkt echter dat slechts 16% van de voorraad nultredenwoningen bewoond wordt door huishoudens met beperkingen. Omgekeerd woont slechts 21% van de huishoudens met een beperking in een nultredenwoning. Naast de behoefte aan levensloopbestendige woningen neemt ook de behoefte aan specifieke vormen van wonen en zorg toe. Met name in de ouderenzorg verwacht het zorgkantoor dat het aantal geïndiceerden de komende 20 jaar meer dan verdubbeld.

Wel zal naar alle waarschijnlijkheid een steeds grotere groep deze zorg thuis ontvangen met behulp van PGP, VPT of MPT. Voor de andere sectoren wordt een vrij stabiele ontwikkeling verwacht. Specifieke behoefte beschermd wonen In 2018 kende Elburg 235 personen met een Wlzindicatie voor Verzorging & verpleging. Ongeveer 110 personen zijn personen met een Psycho-geriatrische aandoening (dementie) en 125 personen hebben een somatische aandoening (chronische lichamelijke aandoening). Per 1.000 65-plussers zijn dat 55 indicaties. Dat is relatief veel. Ter vergelijking: in de regio Zwolle ligt dit gemiddeld op 44 indicaties per 1.000 65-plussers. Naar de toekomst toe wordt door het zorgkantoor verwacht dat de ouderenzorgvraag in Elburg sterker toeneemt dan elders in de regio. Tot 2036 wordt een toename van +132% verwacht. Meer dan een verdubbeling. Dit betreft met name PG (+148%) en in iets mindere mate Somatiek (+97%). In de hele regio Zwolle wordt een toename van +75% verwacht tot 2036. Beschermd wonen is een veilige woonplek met begeleiding voor mensen met een psychiatrische diagnose. Volgens de GGD Noord- en Oost-Gelderland waren er inde regio Noord-Veluwe in 2018 233 aanmeldingen voor Beschermd Wonen. Het betrof 219 unieke personen, waarvan er 31 afkomstig waren uit de gemeente Elburg.

Van de 84 aanmeldingen in Noord-Veluwe zijn er uiteindelijk voor Elburg in 2018 22 beschikkingen afgegeven. Dit is de instroom, maar geeft nog niet de complete behoefte weer. Volgens de Monitor Wonen-Zorg van de provincie Gelderland ligt de behoefte aan Beschermd Wonen in Elburg op circa 53 plaatsen. Daarnaast is er ook nog een klein groepje Wlz-geïndiceerde personen met een Psychische stoornis. De behoefte aan Beschermd Wonen wordt door de provincie naar de toekomst toe vrij stabiel verondersteld. Volgens de monitor was er in 2016 in Elburg sprake van een overschot van 21 eenheden aan Beschermd Wonen. Met name in ’t Harde is er veel aanbod. Dit is waarschijnlijk ook voor cliënten uit de gemeente Nunspeet. Er was in 2016 geen aanbod voor Wlz-geïndiceerde personen met een psychische stoornis.

54/103

Specifieke behoefte WCZ Mariposa WZC Mariposa is gevestigd in het centrum van het centrum van 't Harde. Het woonzorgcentrum telt 48 appartementen en een aantal ondersteunende en faciliterende ruimten. De VVT-sector Zorgorganisaties in de verpleging, verzorging en thuiszorg) maakt een grote ontwikkeling door en ook WZU Veluwe richt zich in toenemende mate op verpleeghuiszorg. Naast de zorgfunctie is huisvesting een van de belangrijkste voorwaarden om goede verpleeghuiszorg te kunnen leveren. De kleine appartementen in Mariposa bieden hiervoor onvoldoende mogelijkheden. Soms is het mogelijk door een herverdeling van ruimten tot een oplossing te komen door bijvoorbeeld van twee 1-kamer appartementen, 1 2-kamer appartement te maken. Dit zou leiden tot een forse reductie van het aantal appartementen/zorgplaatsen. Dit is zowel vanuit zorg gerelateerde capaciteitsoverwegingen als vanuit bedrijfseconomisch perspectief een ongewenste situatie. Omdat WZU Veluwe haar activiteiten in 't Harde graag wil voortzetten, zijn de mogelijkheden onderzocht een passende huisvesting te realiseren. WZU Veluwe gaat uit van een toekomstgericht woon-/zorggebouw met in totaal circa 60 appartementen/zorgplaatsen. Het woonzorggebouw gaat plaats bieden aan 48 bewoners met een psychogeriatrische zorgindicatie (dementie) verdeeld in vier woongroepen en collectieve huiskamers en voorzieningen.

Naast deze intramurale woongroepen worden 12 compacte VPT-appartementen (Volledig Pakket Thuis) gerealiseerd waar bewoners met een geïndiceerde zorgvraag zelfstandig kunnen wonen. Op basis van de ontwikkeling van de zorgvraag en de prognoses acht WZU Veluwe een uitbreiding van de capaciteit in 't Harde van 48 naar 60 appartementen / zorgplaatsen verantwoord (zie ook bijgevoegde verklaring van WZU Veluwe in bijlage 4 van deze toelichting). De wachtrijen van verpleeghuizen schetsen een beeld van de verhouding tussen zorgvraag en -aanbod in een regio. De twee belangrijkste aanbieders in deze regio, WZU Veluwe en Het Baken Zorgverlening, laten ten tijde van schrijven een gezamenlijke wachtrij zien van 120+ somatische en psychogeriatrische zorgbehoevenden. De wachttijden lopen hierbij op een enkel verpleeghuis na op tot (ver) boven de maximaal aanvaardbare wachttijd van 6 weken (Treeknorm). Daarnaast bereikt de babyboomgeneratie binnenkort een leeftijd die vaak een behoefte aan zorg met zich mee neemt. Mensen worden ook steeds ouder, en vragen daarmee gemiddeld meer zorg. Dit in combinatie met een verwachte 240 extra alzheimercliënten in de nabije toekomst in de gemeente Elburg (2015-2030, naar een rapport van Alzheimer Nederland) laat een grote behoefte aan (voornamelijk psycho-) geriatrische zorgplekken zien.

Er is een verklaring van het zorgkantoor beschikbaar (juli 2020), waaruit blijkt dat het Zorgkantoor de uitbreiding van het aantal zorgplaatsen ondersteunt. Plancapaciteit en regionale afstemming In de regio Noord-Veluwe zijn in 2013 op basis van een bandbreedte woningbouwafspraken gemaakt voor de periode 2013-2025. De afgelopen jaren is er echter in Elburg, net zoals in de rest van de regio, structureel minder gebouwd dan afgesproken (-15%). Om alsnog te voldoen aan de woningbouwafspraken is er dus een versnelling van het bouwtempo nodig. Ten eerste omdat het huidige tempo nog steeds lager ligt dan de 'gemiddelde waarde', maar ook om de opgelopen achterstand van de afgelopen jaren in te kunnen halen. Hiervoor is voor de gemeente Elburg een versnelling nodig van 36%.

55/103

De nieuwbouwprogrammering wordt door de gemeenten gemonitord en regionaal afgestemd.

Figuur 4.11: Schema monitoring nieuwbouwprogrammering afzonderlijke gemeenten (bron: gemeente Elburg) Met het bouwen van 810 woningen blijft Elburg binnen de door Atrivé gestelde prognoses. Bovendien is de afgelopen jaren structureel minder gebouwd dan de destijds geformuleerde ambitie en afgesproken aantallen, bezien over de gehele regio. Met 348 woningen (zie voorgaand figuur 4.11) is er onvoldoende harde plancapaciteit om in de bovengrens van de behoefte te voorzien. De subregio Kop van de Veluwe heeft zich ook gecommitteerd aan de Regio Zwolle. Dit betekent (onder andere) dat deze subregio een deel van de nieuwbouwopgave voor haar rekening wil nemen. Er zijn drie scenario's die nu in regio Zwolle nader worden uitgewerkt: een scenario dat uitgaat van enkel de autonome groei, een midden scenario en een derde scenario waarbij uitgegaan wordt van een verdubbeling van de autonome groei. Wat dit betekent voor de subregio Kop van de Veluwe is dus nog niet in kaart gebracht, maar dat dit een hogere woningbouwopgave meebrengt dan de voorspelde 810 woningen, is wel een feit. Conclusie behoefte Er is op dit moment een harde plancapaciteit voor 348 woningen en behoefte aan 610 tot 990 woningen. Er is daarom behoefte aan extra harde plancapaciteit. Er is behoefte aan koopwoningen in alle segmenten. Er is ook behoefte aan sociale huurwoningen.

In de gemeente is een tekort geconstateerd aan woningen voor dementie patiënten. In 't Harde is bovendien nog geen aanbod voor deze specifieke doelgroep. In het kader van de verstedelijkingsstrategie is de ligging van Hokseberg nabij voorzieningen zoals de A28 en het station zeer gunstig. 4.6.2 Motivering locatiekeuze De gewenste ontwikkeling kan niet binnen het bestaand stedelijk gebied van 't Harde worden gerealiseerd. Er zijn geen inbreidingslocaties in 't Harde van voldoende omvang om 73 woningen (waarvan 51 grondgebonden) en 60 zorgeenheden te realiseren. Nog afgezien van het feit dat op inbreidingslocaties de koppeling tussen de zorgen reguliere woningen niet kan worden waargemaakt. Deze koppeling is één van de pijlers waarop de visie op het woon-zorggebied aan de Hokseberg is gebaseerd.

56/103

figuur 4.12: bestaand stedelijk gebied op basis van geldende bestemmingen (Bron: planviewer.nl) Zoals uit figuur 4.12 blijkt grenst het plangebied evenwel direct aan het bestaand bebouwd gebied van het dorp 't Harde en is daarom goed geschikt voor de gewenste ontwikkeling. Bovendien is een deel van het plangebied al bebouwd en verhard. Het verwijderen van de huidige bebouwing en de herbestemming tot woon-zorg gebied betekent een kwalitatieve verbetering van de ruimtelijke structuur ter plaatse. De ontwikkeling wordt gedaan met respect voor de groen- en omgevingsstructuren in het gebied en de directe omgeving daarvan. Het verplaatsen van intramurale zorg zal niet leiden tot onaanvaardbare leegstand op de vrijkomende locatie in het centrum. De eigenaar van de huidige locatie Mariposa is voornemens het pand her in te richten naar appartementen als beschermde woonvorm voor ouderen met een lichtere zorgvraag (VPT/MPT-constructie tot ZZP 4). Tezamen met de aanwezige aanleunwoningen is Mariposa met de ligging nabij de voorzieningen in het centrum van 't Harde een geschikte locatie voor ouderenhuisvesting in combinatie met extramurale zorg (inclusief nachtzorg). 4.6.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking.

57/103

Hoofdstuk 5

Milieu- en omgevingsaspecten

Diverse aspecten in of nabij het plangebied, zoals hinder door bedrijvigheid, water, ecologie, archeologie en de aanwezigheid van kabels en leidingen, kunnen beperkingen opleggen aan de nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Voor het bestemmingsplan zijn de milieu- en omgevingsaspecten geïnventariseerd en daar waar nodig verwerkt in de ruimtelijke verbeelding en regels van het bestemmingsplan.

5.1

Bedrijven en milieuhinder

5.1.1

Bedrijven en milieuzonering

Toetsingskader Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie. De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor.

Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“ De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“ In tabel 5.1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën.

58/103

Tabel 5.1: richtafstanden per milieucategorie t/m milieucategorie 4.1 Milieucategorie Richtafstand Rustige woonwijk en Gemengd gebied rustig buitengebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m Het aspect geluid is in veel gevallen de bepalende factor voor de richtafstand. De achterliggende geluidnormen die in de VNG-publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in tabel 5.2. Tabel 5.2: geluidnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/buitengebied en gemengd gebied Periode Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Maximale geluidniveaus (LAmax ) (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemengd gebied rustige woonwijk/ gemengd gebied rustig buitengebied rustig buitengebied dagperiode 45 dB(A) 50 dB(A) 65 dB(A) 70 dB(A) (07:00 - 19:00 uur) avondperiode 40 dB(A) 45 dB(A) 60 dB(A) 65 dB(A) (19:00 - 23:00 uur) nachtperiode 35 dB(A) 40 dB(A) 55 dB(A) 60 dB(A) (23:00 - 07:00 uur) Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG-brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgenomen in bijlage B 5.3 van de VNG-publicatie.

Het stappenplan omvat de volgende methodiek: stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk; stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/65 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); stap 3: indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Met

59/103

betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidniveaus vanwege aan- en afrijdend verkeer. In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient dit grondig onderzocht, onderbouwd, en gemotiveerd te worden, waarbij cumulatie met andere geluidbronnen/ geluidbelastingen moet worden meegenomen. Deze laatste stap wordt aangeduid als stap 4. Het plangebied De beoogde ontwikkeling betreft een milieugevoelige (geluidgevoelige) functies/gebouwen. Gezien de ligging aan een doorgaande weg (60 km) en de aanwezigheid van andere bedrijvigheid en maatschappelijke functies kan het gebied getypeerd worden als gemengd gebied met de bijbehorende richtafstanden (zie tabel 5.1). Ten aanzien van de aanwezige activiteiten wordt het volgende geconstateerd: Ten noorden van het plangebied is het Multifunctionele Centrum Aperloo (MFC) aanwezig op een afstand van 24 m tot het plangebied.

Het MFC huisvest naast het dorpshuis onder andere een sporthal, kerk, gymzaal, kinderdagverblijf, dansschool en dergelijke. Conform de VNG-publicatie worden deze functies geschaald onder milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 30 m (gemengd gebied) Het bouwvlak van de geplande zorgwoningen ligt op 30 m van het MFC. Aan de genoemde richtafstand wordt voldaan. Zwembad De Hokseberg betreft een openlucht zwembad. Het zwembad is gelegen op een afstand van 110 m. Conform de VNG-publicatie wordt een niet overdekt zwembad geschaald onder milieucategorie 4.1 vanwege geluid. De bijbehorende richtafstand in een bedraagt 100 m (gemengd gebied). Aan de richtafstand wordt voldaan. Op circa 40 m afstand van het plangebied is het sportveldcomplex met verlichting van SV 't Harde gelegen. Conform de VNG-publicatie wordt deze functie geschaald onder milieucategorie 3.1 met een bijbehorende richtafstand van 30 m (gemengd gebied). Aan de genoemde richtafstand wordt voldaan. Conclusie Omdat aan de richtafstanden wordt voldaan, is er sprake van het voldoen aan stap 1 van de VNG-systematiek (inpassing is mogelijk). Het nader inventariseren van cumulatieve aspecten is dan ook niet aan de orde (pas bij stap 4). 5.1.2 Rioolrandvoorziening De rioolrandvoorziening binnen het plangebied betreft een riooloverstort met een ondergronds bergbezinkbassin.

Een bergbezinkbassin behoort niet tot de inrichtingen waaraan in de VNG-publicatie een milieucategorie is toegedeeld. Een bergbezinkbassin heeft ook geen milieubelastende uitstraling op de omgeving. Milieuzonering is geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

60/103

Een mogelijk milieu-aspect zou geur kunnen zijn. Uit de detailrapporten blijkt dat de afgelopen 5 jaar 2-5 maal per jaar een overstort heeft plaatsgevonden. Een overstort vindt alleen plaats bij hevige regenval, waarbij eerst het (ondergrondse) bergbezinkbassin wordt gevuld (en er bezinking plaatsvindt). Bij een overstort is er vooral sprake van overstort van (regen)water, zodat er niet sprake zal zijn van geuremissie. Eventuele geurnormen zijn niet van toepassing omdat het geen reguliere bedrijfsvoering betreft. Verder geldt dat (eventuele) geurnormen worden uitgedrukt als 98-percentielwaarde, dat wil zeggen een waarde die 2% van de tijd op jaarbasis mag worden overschreden, wat neerkomt op circa 7 dagen per jaar. Voor zover er al geuremissie zou kunnen plaatsvinden, zal dit voldoen aan de (iedere) geurnorm vanwege de percentiel-beoordeling. 5.1.3

Toetsing aan Activiteitenbesluit

Toetsingskader Nabij het plan plangebied gelegen is een aantal inrichtingen gesitueerd die vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit en de daarin opgenomen algemene regels. De relevante geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit zijn: Afdeling 2.8. Geluidhinder Artikel 2.17 1. Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat: a. de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur 19:00–23:00 uur 23:00–07:00 uur LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen 50 dB(A) 45 dB(A) 40 dB(A) LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 35 dB(A) 30 dB(A) 25 dB(A) LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen 70 dB(A) 65 dB(A) 60 dB(A) LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen 55 dB(A) 50 dB(A) 45 dB(A) b. de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten; Artikel 2.18 1.

Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing: a. het stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein, dat onderdeel is van de inrichting, tenzij dit terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein; b. het stemgeluid van bezoekers op het open terrein van een inrichting voor sport- of recreatieactiviteiten; 2. Bij het bepalen van de geluidsniveaus, bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, wordt voor muziekgeluid geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.

61/103

3. Bij het bepalen van het maximaal geluidsniveau (LAmax), bedoeld in artikel 2.17, 2.17a dan wel 2.20, blijft buiten beschouwing het geluid als gevolg van: a. het komen en gaan van bezoekers bij inrichtingen waar uitsluitend of in hoofdzaak horeca-, sport- en recreatieactiviteiten plaatsvinden; b. het verrichten in de open lucht van sportactiviteiten of activiteiten die hiermee in nauw verband staan; c. laad- en losactiviteiten in de periode tussen 19.00 uur en 06.00 uur ten behoeve van de aan- en afvoer van producten bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid, voor zover dat ten hoogste een keer in de genoemde periode plaatsvindt; d. het verrichten van activiteiten in de periode tussen 19.00 uur en 6.00 uur ten behoeve van het wassen van kasdekken bij inrichtingen als bedoeld in artikel 2.17, vijfde en zesde lid. De algemene geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit komen overeen met de VNG-richtwaarden voor gemengd gebied. Het plangebied Het Multifunctionele Centrum Aperloo (MFC), zwembad De Hokseberg en het sportveldcomplex vallen onder de werking van het Activiteitenbesluit. De algemene grenswaarde voor geluid vanuit het Activiteitenbesluit bedraagt 50/45/40 dB(A) in de dag-, avond- en nachtperiode. Dit komt overeen met de richtwaarden voor gemengd gebied als gegeven in tabel 5.2.

Voor zowel het zwembad De Hokseberg, het veldsportcomplex en het MFC geldt dat bestaande woningen op korte afstand zijn gelegen. Dit betekent dan ook dat indien bij de bestaande woningen wordt voldaan aan het Activiteitenbesluit, er tevens wordt voldaan aan de VNG-richtwaarden betrokken op het plangebied. Vanuit jurisprudentie is het toegestaan om in de ruimtelijke beoordeling aan te sluiten op het toetsingskader van het Activiteitenbesluit. Van de andere kant betekent dit eveneens dat de woningen binnen het plangebied akoestisch niet belemmerend zullen zijn voor de bedrijfsvoering van MFC/zwembad/veldsportcomplex. De bestaande woningen zijn immers maatgevend. In het Activiteitenbesluit wordt een aantal geluidbronnen uitgesloten van toetsing: maximale geluidniveaus vanwege laad-/losactiviteiten, het stemgeluid van buitensporters, maximale geluidniveaus vanwege sporten in de openlucht etc. In de ruimtelijke beoordeling dienen dergelijke geluidbronnen wel te worden beschouwd. De sportvelden en het zwembad liggen op een dermate grote afstand, dat dit akoestisch gezien inpasbaar wordt geacht (ook gezien de al bestaande woningen). Voor het parkeerterrein van het MFC geldt dat de maximale geluidniveaus vanwege het parkeerterrein (dichtslaan portieren) al belemmerd worden door de naast het parkeerterrein gelegen woning Stadsweg 25.

Vergunningen MFC en akoestisch onderzoek 2008 Met betrekking tot het Multifunctionele Centrum Aperloo (MFC) geldt verder dat er in 2008 een akoestisch onderzoek is uitgevoerd voor het destijds nieuwe MFC in het kader van de ruimtelijke procedure en tevens ten behoeve de vergunningprocedure in het kader van de Wet milieubeheer. Het akoestisch onderzoek is vastgelegd in rapport "Rapport Akoestisch onderzoek Multifunctioneel Centrum 't Harde, Stadsweg te Elburg", d.d. 18 februari 2008.

62/103

De geluidemissie vanwege het MFC is op basis van een prognose-onderzoek in kaart gebracht, waarbij is getoetst is aan de “Handreiking industrielawaai en vergunningverlening” (HIL) en de waarden voor een “Rustige woonwijk”, zijnde 45/40/35 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau in de dag-/avond-/nachtperiode. De Wm-vergunning van 26 januari 2009 en de daarin opgenomen geluidvoorschriften zijn hierop afgestemd. In het onderzoek en voorschrift 3.5 van de Wm-vergunning is een geluidscherm opgenomen t.b.v. Stadsweg 25 en dan om specifiek op zondag te voldoen aan 40 dB(A) in de dagperiode. Zonder scherm werd al voldaan aan 45/40 dB(A) voor de dag-/avondperiode (niet op zondag). In de ruimtelijke afweging (zie ook voorgaand) wordt uitgegaan van “Gemengd gebied” met een richtwaarde voor geluid van 50 dB(A). Dit is 5 dB hoger dan vergund in 2009 en omdat bij de Stadsweg 25 ook zonder scherm werd voldaan (vlakbij het parkeerterrein als maatgevende geluidbron) kan worden gesteld dat ter plaatse van het bouwvlak van voorliggend BP De Hokseberg kan worden voldaan aan de richtwaarde van 50 dB(A) vanwege het MFC. Een mogelijk knelpunt vormen de maximale geluidniveaus als gevolg van het parkeerterrein van het MFC. Er is een beknopt rekenmodel opgesteld (zie figuur 5.1.

hieronder) met maximale geluidbronnen van LW = 100 dB(A) voor het dichtslaan van portieren en LW = 95 dB(A) voor het volgas wegrijden van personenauto's ter plaatse van de in-/uitrit. Op basis van dit model bedraagt het berekende maximale geluidniveau ten hoogste LAmax = 62 dB(A) en voldoet daarmee aan de grenswaarde van 65 dB(A) in de avondperiode. Volgens het onderzoek uit 2008 en de Wm-vergunning is het MFC in de nachtperiode gesloten en vinden er dan geen verkeersbewegingen plaats.

63/103

Figuur 5.1: Beknopt akoestisch rekenmodel voor het berekenen van de maximale geluidniveaus vanwege het parkeerterrein van het MFC (bron RHO) Tot slot geldt met betrekking tot het MFC dat er sprake kan zijn van zogenaamde indirecte hinder ter plaatse van het plangebied (het geluid van en naar de inrichting op de openbare weg). In 2008 is dit onderzocht ter plaatse van de bestaande woningen op basis van 225 personenauto's in de dagperiode en 70 in de avondperiode. Het afwegingskader ten aanzien van indirecte hinder is gebaseerd op wegverkeerslawaai. In het wegverkeerslawaai-onderzoek (zie bijlage 6) is uitgegaan van toekomstige intensiteiten, rekening houdend met de bestaande verkeersintensiteiten op de Stadweg. Voor de Stadsweg is uitgegaan van 5.000 mvt/etmaal. Het aspect indirecte hinder is daarmee feitelijk al meegenomen en beoordeeld. 5.1.4 Conclusie Geconcludeerd wordt dat ter plaatse van de omliggende woningen in de toekomstige situatie sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat, beoordeeld vanuit de mogelijke geluidemissie van omliggende inrichtingen. De conclusie is gebaseerd op het feit dat met name al bestaande woningen de milieugrenzen bepalen en de grenswaarden van het Activiteitenbesluit overeenkomen met de VNG-richtwaarden geluid in gemengd gebied.

5.2

Milieuhinder (agrarische) bedrijven

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) bevat het beoordelingskader voor geurhinder van veehouderijen die vergunningplichtig zijn op basis van de Wet milieubeheer (Wm).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=f3256638-ed1c-4c3c-b615-403455684105