Bijlage 3 APV gewijzigde tekst integraal met kleuren.docx
Tekst van het document
Artikel 5:30 Veiligheid op het water 1.
Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich
2.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de citeertitel provinciale vaarwegenverordening.
Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 1.
Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te
2.
Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar
klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. water, los te maken.
Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden Artikel 5:32 Crossterreinen 1.
Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen
buiten wedstrijdverband, een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.
2.
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
het voorkomen of beperken van overlast;
3.
b.
de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
c.
de veiligheid van de deelnemers van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
milieuwaarden; publiek.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.
Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 1.
Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor
recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.
2.
3.
Het verbod is niet van toepassing op door het college aangewezen terreinen. Het college kan nadere regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang van: a.
het voorkomen van overlast;
b.
de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
c.
de veiligheid van het publiek.
Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a.
ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten;
4.
5.
b.
die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het
c.
die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
d.
van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de
e.
voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d bedoelde personen.
eerste lid bedoeld; uitgevoerd;
terreinen als in het eerste lid bedoeld;
Het verbod is voorts niet van toepassing: a.
op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen;
b.
binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening Gelderland aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
Afdeling 8. Vuurverbod Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1.
Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet
2.
Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing
milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. op: a.
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
b.
sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand;
c.
vuur voor koken, bakken en braden.
3.
Het college kan ontheffing verlenen van het verbod.
4.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de
5.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder
flora en fauna.
1˚ of 3˚, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.
Afdeling 9. Asverstrooiing Artikel 5:35 Definitie In deze afdeling wordt onder incidentele asverstrooiing verstaan het verstrooien van as als bedoeld in de
Wet op de lijkbezorging op een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd terrein.
Artikel 5:36 Verboden plaatsen 1.
Incidentele asverstrooiing is verboden op: a.
verharde delen van de weg;
b.
gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
2.
Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op andere plaatsen dan die genoemd in het
3.
Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt voor de asbus op grond van
4.
Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.
bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod, bedoeld in het eerste lid, onder a. fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 5:37 Hinder of overlast Incidentele asverstrooiing is verboden als daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.
Afdeling 10. Haven en havenkanaal Artikel 5.38 Toepassing van deze afdeling Het bepaalde in deze afdeling is uitsluitend van toepassing op de haven en het havenkanaal in Elburg.
Artikel 5.39 Begripsomschrijvingen In deze afdeling wordt verstaan onder: a.
havenmeester: de door of namens het college als zodanig aangewezen functionaris;
b.
schip: elk vaartuig daaronder mede verstaan drijvende werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en
c.
schipper: ieder, die aan boord van enig schip voortdurend of tijdelijk het gezag voert en bij ontbreken
ponten, hoe ook genaamd en van welke grootte, inhoud, toerusting of inrichting het ook zij; daarvan de rechthebbende op het schip;
d.
haven en havenkanaal: alle wateren vanaf het Drontermeer tot en met de havenkom, grenzend aan de
e.
ligplaats: vaste ligplaats of passantenligplaats;
f.
vaste ligplaats: een ligplaats bestemd voor de toewijzing van maximaal een jaar;
g.
passantenligplaats: een ligplaats voor vaartuigen die wordt toegewezen voor niet langer dan veertien
h.
los- en laadplaats: gedeelte van de haven, bedoeld voor laad- en losactiviteiten van schepen;
i.
woonschepen: schepen uitsluitend of hoofdzakelijk als woning gebezigd of tot woning bestemd.
vestingstad Elburg, voor zover in beheer bij de gemeente;
aaneengesloten dagen;
Artikel 5.40 Veilig vaargedrag 1.
Het is verboden met een schip op zodanige wijze te varen of een lig- of laad- en losplaats in te
nemen, dat de vrijheid van het scheepvaartverkeer, de veiligheid van de opvarenden of de veiligheid op het water zonder noodzaak in gevaar wordt gebracht of schade wordt of kan worden veroorzaakt.
2.
Het is verboden zich op of in het water zodanig te gedragen dat daardoor hinder of last wordt of kan
3.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
worden veroorzaakt.
Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is
Artikel 5.41 Verstoring orde en rust 1.
2.
Het is verboden: a.
te varen in de nabijheid van wedstrijden, waterfeesten, demonstraties of soortgelijke
b.
ligplaats in te nemen in de nabijheid van als zodanig aangeduide broed- en rustplaatsen van
gebeurtenissen; waterwild.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is
Artikel 5.42 Vastleggen schepen 1.
De rechthebbende op een schip is verplicht zodanige maatregelen te treffen dat dit vaartuig niet
2.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
onbestuurd in openbaar vaarwater terecht kan komen.
Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.
Artikel 5.43 Aanwijzingen havenmeester 1.
De schipper is verplicht de aanwijzingen van de havenmeester, te geven in het belang van de vrijheid van het scheepvaartverkeer, de veiligheid van de opvarenden, de veiligheid te water en alle overige aanwijzingen in het belang van een ordelijk havenverkeer, stipt en onverwijld op te volgen.
2.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, d
Telecommunicatiewet op de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.
Artikel 5.44 Voorwerpen op of in het water 1.
In afwijking van het bepaalde in artikel 5.24, eerste lid, is het toegestaan om in, onder of over het
water en de aanlegsteigers kabels, kettingen, touwen of draden, voor zover dienende tot het meren of slepen van voertuigen, te leggen of te hebben.
2.
De havenmeester kan in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, milieuhygiëne, het aanzien van de gemeente en de waarborging van de naleving van de overige bepalingen in deze afdeling, aan het in het eerste lid gestelde beperkingen stellen.
3.
Aanwijzingen van de havenmeester, ter effectuering van de in de tweede lid genoemde beperkingen, dienen strikt en direct te worden opgevolgd.
Artikel 5.45 Dreggen en schepen opleggen 1.
2.
Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester: a.
in het water te dreggen, daarin naar voorwerpen te zoeken of daaruit voorwerpen te halen;
b.
een schip op te leggen.
Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.
Artikel 5.46 Slopen en baggerwerkzaamheden Het is verboden zonder vergunning van het college in het havenkanaal of in de haven een schip of wrak te slopen of baggerwerkzaamheden te verrichten.
Artikel 5.47 Verwijdering onbeheerde voorwerpen De havenmeester kan niet of niet voldoende bemand zijnde schepen, onbeheerd drijvende balken, palen of andere voorwerpen weren, verhalen of in bewaring nemen voor rekening en risico van de rechthebbende op deze voorwerpen.
Artikel 5.48 Handelingen aan schepen door onbevoegden 1.
Het is verboden zonder toestemming van de rechthebbende op een schip dat schip te betreden,
daarop voorwerpen te plaatsen, het schip te verhalen, los te maken of anderszins daarop of daaraan handelingen te verrichten.
2.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien deze handelingen worden verricht door of op aanwijzing van de havenmeester.
Artikel 5.49 Vaarbeperkingen 1.
Het is verboden in de haven en het havenkanaal te varen: a.
met een schip dat een grotere diepgang en/of een grotere lengte en/of een grotere breedte heeft
b.
anders dan met gestreken zeilen;
c.
met een grotere snelheid dan 5 km. per uur;
d.
met een schip waarvan de lading nadelig is voor de volksgezondheid, gevaar oplevert voor de
dan 2.50 meter respectievelijk 55 meter respectievelijk 7 meter;
openbare orde en veiligheid, overlast van ernstige aard veroorzaakt, of het aanzien van de gemeente schaadt;
e.
met naast elkaar gekoppelde of vastgemaakte schepen.
2.
Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, onder e, bepaalde.
3.
Het in het eerste en het tweede lid bepaalde geldt niet voor zover de Wet beheer
rijkswaterstaatswerken, de Scheepvaartwet, de provinciale vaarwegenverordening of het provinciale
vaarwegenreglement, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde telecommunicatieverordening van toepassing is.
Artikel 5.50 Laden en lossen 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college voorwerpen en goederen van welke aard ook, te
2.
Het is verboden goederen op zodanige wijze te laden, te lossen, over te slaan of op te slaan dat
3.
De schipper is verplicht in het water terechtgekomen goederen daaruit te verwijderen, zulks ten
laden, te lossen, over te slaan of op te slaan anders dan het gebruiksdoel van de ligplaats behorend. daardoor goederen in het water terechtkomen. genoegen van de havenmeester.
Artikel 5.51 Innemen ligplaats 1.
Het is verboden: a.
een ligplaats in te nemen buiten de op grond van artikel 5.52 bestemde plaatsen;
b.
een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden in strijd met het bepaalde krachtens artikel (vergunningplicht vaste ligplaatsen) of 5.57 (toewijzing passantenligplaatsen);
c.
een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden indien daarvoor het verschuldigde havengeld
d.
een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een schip dat bestemd is en gebezigd
niet is betaald;
wordt voor het uitoefenen van een bedrijf of het al dan niet bedrijfsmatig aanbieden van goederen of diensten;
e.
een ligplaats in te nemen of ingenomen te houden met een schip met het voornemen daarop of daaraan werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten welke ten doel hebben het schip daarna te gebruiken als, dan wel te bestemmen tot een schip als bedoeld onder d;
f.
een ligplaats in te nemen met een schip met het voornemen daarop of daaraan werkzaamheden te verrichten of te doen verrichten welke ten doel hebben het schip daarna te gebruiken of te doen gebruiken als, dan wel te bestemmen tot een schip bestemd als woonschip.
2.
Het college kan in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente, van het bepaalde in het eerste lid, sub a, c, d, e en f ontheffing verlenen.
Artikel 5.52 Indeling haven 1.
Het college bepaalt welke delen van de haven en het havenkanaal worden bestemd als: a.
los- en laadplaatsen;
b.
vaste ligplaatsen voor woonschepen;
c.
vaste ligplaatsen voor pleziervaartuigen en vissersschepen;
d.
passantenligplaatsen voor pleziervaartuigen en vissersschepen;
e.
ligplaatsen voor voormalige vissersschepen die door het gemeentebestuur van Elburg zijn
f.
ligplaatsen voor een categorie schepen welke nader door het college kan worden bepaald.
aangewezen als varende monumenten;
2.
Het college wijst twee vaste ligplaatsen voor woonschepen aan. Elke ligplaats is bestemd voor één
3.
De op grond van het eerste lid vastgestelde indeling wordt vastgelegd en bijgehouden op een bij deze
woonschip.
afdeling behorende kaart.
Artikel 5.53 Vaste ligplaats 1.
Het is verboden zonder vergunning van het college een vaste ligplaats in te nemen of ingenomen te
2.
In de aanvraag om een vergunning wordt in ieder geval vermeld:
houden.
a.
naam, adres en woonplaats van de aanvrager;
b.
naam, adres en woonplaats van de eigenaar van het schip;
c.
verklaring dat aanvrager het gebruiksrecht van het schip heeft en het schip ook zelf gebruikt;
d.
lengte, breedte en diepgang van het schip;
e.
een zodanige omschrijving van het schip dat kan worden vastgesteld welke ligplaats volgens de in
f.
de periode waarvoor de vergunning wordt aangevraagd indien de door aanvrager gewenste
g.
Het college kan nadere regels stellen die voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijk zijn.
h.
In de vergunning wordt in ieder geval vermeld:
i.
naam, adres en woonplaats van de vergunninghouder;
j.
lengte, breedte en diepgang van het schip;
k.
de periode waarvoor de vergunning wordt verleend.
artikel 5.52 vastgestelde indeling, passend is voor het betreffende schip;
periode afwijkt van de periode en/of verlenging als bepaald in artikel 5.55A.
Artikel 5.54 Wachtlijsten vaste ligplaatsen 1.
Het college stelt per categorie vaste ligplaatsen als bedoeld in artikel 5.52, lid 1, sub b,c,e en f een
2.
Voor plaatsing op een wachtlijst is vereist dat de aanvrager verklaart het gebruiksrecht van het schip te
3.
In de aanvraag voor plaatsing op de wachtlijst wordt in ieder geval vermeld:
4.
wachtlijst op, waarop aanvragen voor een vaste ligplaats op volgorde van binnenkomst staan vermeld. hebben en het schip ook zelf gaat gebruiken indien een ligplaats wordt toegewezen.
a.
de gegevens als bedoeld in artikel 5:53, lid 2;
b.
de verklaring als bedoeld in het tweede lid van dit artikel.
Plaatsing op de wachtlijst geschiedt op de dag dat door het college wordt vastgesteld dat aan het
gestelde in het derde lid is voldaan en de gegevens en verklaring als zijnde waarheidsgetrouw worden bevonden.
5.
6.
7.
Op de wachtlijst wordt in ieder geval aantekening gehouden van: a.
de datum van plaatsing op de wachtlijst;
b.
de voor de aanvraag als bedoeld in het derde lid benodigde gegevens.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5.56, lid 5, geschiedt verwijdering van de wachtlijst door het college op één van de volgende gronden: a.
op aanvraag van degene die de plaatsing op de wachtlijst heeft aangevraagd dan wel door degene
b.
door verlening van een vergunning voor een vaste ligplaats;
c.
indien, door het innemen van een ligplaats, gevaar, schade of hinder kan ontstaan voor de
d.
indien aanvrager redelijkerwijs geen belang meer heeft bij plaatsing op de wachtlijst;
e.
indien degene die de plaatsing op de wachtlijst heeft aangevraagd een aangeboden ligplaats niet
die kan aantonen gerechtigd te zijn namens en in het belang van de aanvrager te handelen;
openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne of het aanzien van de gemeente;
aanvaardt.
Het college kan nadere regels stellen over de toepassing van een wachtlijst voor vaste ligplaatsen.
Artikel 5.55 Vergunningverlening vaste ligplaatsen 1.
Verlening van een vergunning voor vaste ligplaatsen geschiedt in de volgende rangorde: a.
aanvragers aan wie reeds een vergunning, niet zijnde een vergunning als bedoeld in artikel 5.56 is
b.
aan aanvragers als bedoeld onder in het eerste lid, onder a, worden gelijkgesteld
verleend voor de voorafgaande periode;
vergunninghouders die een aanvraag indienen voor een ligplaats voor een ander schip binnen dezelfde categorie, doch ongeacht de grootte van het schip;
c.
aanvragers die overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.54 volgens de volgorde van datum van
d.
aanvragers, die niet op een wachtlijst als bedoeld in artikel 5.53 staan vermeld, op volgorde van de
plaatsing op de wachtlijst staan vermeld;
datum van ontvangst van de aanvraag, die voldoet aan de eisen als gesteld in artikel 5.53, tweede lid.
2.
Een vergunninghouder verkrijgt geen recht op een specifieke ligplaats; indien een efficiënt gebruik van de ruimte in de haven dit gewenst maakt kan door de havenmeester een andere ligplaats worden
aangewezen, zonder dat vergunninghouder enig recht op schadevergoeding heeft of compensatie voor wijziging van faciliteiten. 3.
Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een vergunning worden geweigerd indien verlening van de vergunning schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.
Artikel 55A Tijdsduur vergunning 1.
De vergunning voor een vaste ligplaats wordt verleend voor de periode, eindigende op 31 december
van het jaar van vergunningverlening, behalve als de vergunning uitdrukkelijk voor een kortere periode wordt verleend.
2.
Een vergunning voor een vaste ligplaats wordt jaarlijks, per kalenderjaar, automatisch verlengd, behalve als: a.
vergunninghouder geen gebruik meer wil maken van de vergunning; vergunninghouder dient dit
b.
het college voor het einde van het kalenderjaar aan vergunninghouder meedeelt dat de vergunning
uiterlijk 2 maanden voor afloop van een kalenderjaar te melden aan het college; niet wordt verlengd.
Artikel 55B Tijdelijk toewijzen andere vaste ligplaats 1.
Het college kan jaarlijks maximaal 10 dagen aanwijzen waarop een vergunninghouder geen gebruik
2.
Aan de vergunninghouder die op grond van lid 1 geen gebruik kan maken van een toegewezen vaste
kan maken van een toegewezen vaste ligplaats.
ligplaats wordt, tenzij de aard van het schip en de beschikbare ligplaatsen het onmogelijk maken, een andere ligplaats toegewezen.
3.
Het bepaalde in lid 1 geldt niet voor woonschepen.
Artikel 5.56 Tijdelijke toewijzing 1.
Een vaste ligplaats is tijdelijk niet toewijsbaar in geval van: a.
het ontbreken van passende gegadigden, blijkende uit het ontbreken van een passende
inschrijving op de voor de vaste ligplaats geldende wachtlijst en het ontbreken van aanvragen voor deze ligplaats, en er voorts op korte termijn ook geen passende aanvraag wordt verwacht.
b.
noodzakelijke beheers- en onderhoudswerkzaamheden in of nabij de haven of havenkanaal.
2.
Het college is bevoegd in geval een vaste ligplaats tijdelijk niet toewijsbaar is, vergunning te verlenen
3.
De belangen als bedoeld in artikel 5.55, tweede lid, zijn bij de vergunningverlening voor een tijdelijke
4.
Degene aan wie tijdelijk een vergunning is verleend voor een vaste ligplaats, kan na afloop van de
voor maximaal drie maanden. De periode kan voor maximaal drie maanden worden verlengd. vaste ligplaats van overeenkomstige toepassing.
vergunningperiode, geen aanspraak maken op toewijzing van zijn aanvraag voor een andere vaste of
passantenligplaats. Hij wordt ook niet aangemerkt als houder van een passantenligplaats als bedoeld in artikel 5.57. 5.
Toewijzing van een tijdelijke ligplaats heeft geen verwijdering van een eventuele plaatsing op de wachtlijst, als bedoeld in artikel 5.54 tot gevolg.
Artikel 5.57 Passantenligplaatsen 1.
Het is verboden zonder toestemming van de havenmeester een passantenligplaats in te nemen of
2.
De toestemming kan mondeling en schriftelijk worden verleend en geschiedt op aanvraag.
3.
In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld:
ingenomen te houden.
a.
naam, adres en woonplaats van de aanvrager;
b.
lengte, breedte en diepgang van het schip;
c.
een zodanige omschrijving van het schip dat door de havenmeester kan worden vastgesteld welke
d.
de periode waarvoor de toestemming wordt aangevraagd.
ligplaats, volgens de in artikel 5.52 vastgestelde indeling, passend is voor het betreffende schip;
4.
De aanvrager is verplicht eventuele overige voor de beoordeling van de aanvraag noodzakelijke
5.
De toestemming geldt slechts voor de aanvrager en het in de aanvraag vermelde schip.
6.
Een woonschip mag als passant maximaal veertien aaneengesloten verblijven.
gegevens aan de havenmeester te verschaffen.
Artikel 5.58 Toe- en afwijzing passantenligplaatsen 1.
Ligplaatsen voor passanten worden toegewezen op volgorde van datum van ontvangst van de aanvragen.
2.
De havenmeester kan op basis van de volgende gronden afwijken van de in het eerste lid genoemde volgorde: a.
ten behoeve van werkzaamheden in het belang van de instandhouding of wijziging van het
havenkanaal, de waterkwaliteit, de kades en de overige tot de haveninfrastructuur behorende voorzieningen;
b.
vanwege een evenement als bedoeld in artikel 2.24 indien het evenement in of nabij de haven en
het havenkanaal plaatsvindt en voor de organisatie van het evenement ligplaatsen nodig zijn dan wel dat toewijzing van ligplaatsen onevenredige schade, gevaar of hinder toebrengt aan het evenement;
c. 3.
in het belang van de openbare orde, veiligheid, volksgezondheid, milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente.
In afwijking van het bepaalde in dit artikel kan het college bepalen dat een of meerdere passantenligplaatsen voor een bepaalde periode niet worden toegewezen.
Hoofdstuk 6. Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen Artikel 6:1 Sanctiebepaling 1.
Overtreding van het bij of krachtens in deze verordening bepaalde en de daarbij op grond van artikel
1:4 gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
2.
Overtreding van enige bepaling van deze verordening kan voorts worden gestraft met openbaarmaking
3.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op
van de rechterlijke uitspraak.
overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde juncto eerste lid, 2:11, tweede lid, 2:12, eerste lid, en 4:11, tweede lid.
Artikel 6:2 Toezichthouders 1.
Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze verordening bepaalde zijn belast:
2.
Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen met dit toezicht belasten.
ambtenaren van de politie.
Artikel 6:3 Binnentreden woningen Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of
krachtens deze verordening gegeven voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.
Artikel 6:4 Intrekking oude verordening De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg vastgesteld op 5 februari 2019 met eerste wijziging op 1 mei 2020 wordt ingetrokken.
Artikel 6:5 Overgangsbepaling Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die golden op het moment van de
inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
Artikel 6:6 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2021 en wordt bekendgemaakt in het Gemeenteblad.
Artikel 6:7 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg.
Aldus vastgesteld in de openbare raadvergadering van 25 januari 2020.
De voorzitter,
de griffier,
J.N Rozendaal
M. Luiting