CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2d Bijlagen Toelichting Gerichtenweg - Hoge Enk

Raadsvergadering 22 april 2024, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststellen Bestemmingsplan en beeldkwaliteitsplan Gerichtenweg Hoge Enk17.670 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting

Gerichtenweg - Hoge Enk vastgesteld

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan en participatieverslag

7

Bijlage 2

Archeologisch verkennend onderzoek

37

Bijlage 3

Archeologisch proefsleuvenonderzoek 2012

73

Bijlage 4

Archeologisch proefsleuvenonderzoek 2023

125

Bijlage 5

Bodemonderzoek

175

Bijlage 6

Watertoets

259

Bijlage 7

Waterhuishoudkundig plan

271

Bijlage 8

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

313

Bijlage 9

Onderzoek externe veiligheid

395

Bijlage 10

Advies externe veiligheid

427

Bijlage 11

Quickscan ecologie

433

Bijlage 12

Stikstofonderzoek

443

Bijlage 13

Nota Vooroverleg

473

Bijlage 14

Nota zienswijzen

479

3

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk

4

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk

Bijlagen bij toelichting

5

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk

6

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk

Bijlage 1 Stedenbouwkundig plan en participatieverslag

7

HOGE ENK ELBURG stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg Juli 2022

Inhoudsopgave

Colofon Titel: Hoge Enk Elburg - Ontwerp In opdracht van: Gemeente Elburg Opgesteld door: buro MA.AN Terborchstraat 22 8011 GG Zwolle info@buromaan.nl Datum: Juli 2022

01

analyse 3

02

participatie & visievorming 12

03

ontwerp 16

01

03

Analyse

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

04

Om gevi n g va n d e Hoge Enk

De gemeente Elburg is initiatiefnemer voor de ontwikkeling van de locatie 'Gerichtenweg' op de Hoge Enk. Deze locatie wordt gekenmerkt door unieke landschappelijke kwaliteiten. De Hoge Enk is gesitueerd aan de Zuiderzeestraatweg (Oost en West). Dit is één van de belangrijkste hoofdroutes voor de

Stad Elb u rg

gemeente en verbindt de kernen Nunspeet, Doornspijk, stad

Oo stend o rp

Elburg, Oostendorp, Oldebroek en Wezep. Op 7 minuten

Zu

fiets afstand vanaf de Hoge Enk ben je in het historische dorp ’t Harde met daar aangrenzend de Veluwe. De A28 is met de auto binnen 10 minuten te bereiken. Parallel aan

Ve

l

uw

em

ee

r

Hoge Enk

Do o r n s p i j k

ide

rze

est

r. w

eg

We

st

' t Hard e

Zu

sprinter nemen richting Zwolle of Amersfoort.

er

st

r. w

Old en b ro ek

vestingstad van Elburg. Ten zuiden van de Hoge Enk ligt het

de snelweg ligt het spoor; vanaf station ’t Harde kan je een

id

e ze

Nu n s p e et

o Sp

or

&

l Ve

A

28

uw

e

eg

O

os

t

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

05

Hoge Enk a l s sc ha ke l t u ssen twe e la nd sc ha p p e n De omgevingsvisie Gaaf Gelderland streeft naar vier ambities richting: duurzame energie, klimaatadaptief, biodiversiteit en bereikbaarheid. Verder wordt in de Omgevingsverordening (Artikel 2.56 - ontwikkeling in Nationaal Landschap) vermeld dat het landschap aangeduid is als de Randmeerkust. De kernkwaliteiten in dit gebied is het landschappelijk gradiënt die parallel is opgebouwd. Ieder met hun eigen kenmerken: oeverzone

randmerengebieden,

half-open

kampenlandschap,

open

polderlandschap,

veenontginningslandschap,

Oeve r zo n e ra n d m e re n ge b i e d

kleinschalige/ lineaire kampenlandschap, landgoederen en besloten natuurgebied de Veluwe. Uniek aan het landschap in deze regio is de afwisseling in maat en schaal dat geleidelijk wordt opgebouwd van besloten bossen, tot kleinschalige kampenlandschap. Tussen het dorp Doornspijk en Hoge

Op e n p o l d e r l a n d s c h a p

Enk loopt een belangrijke ecologische hoofdstructuur die de overgangszones aan elkaar verbindt. In de afgelopen jaren zijn er veel houtwallen en lanen verloren gegaan, waardoor het

Ha l fo p e n k a m p e n l a n d s ch a p

contrast tussen de landschapstypen sterk zijn afgenomen. De ambities kunnen bijdragen om de overgangen te versterken en te bewaken. (Bron: Landschapsontwikkelingsplan (LOP) – 2011 & Omgevingsverordening Gelderland 2018).

Nu met de huidige woonvraag in het landelijk gebied is het belangrijk dat het waardevolle landschap niet “dichtslibt”. In dit geval de openheid van de Hoge Enk bewaken. Het ontwerp zet zich in op het versterken van het landschap door biodiversiteit. Het plaatsen van diverse inheemse beplantingssoorten en versterken van het half-open kampenlandschap. Verder wordt aandacht besteed aan de wateropgave in de vorm van wadi’s en verharding toepassen daar waar het alleen echt nodig is.

Ve e n o nt g i n n i n g s l a n d s ch a p

K l e i n s ch a l i g / l i n e a i re k a m p e n l a n d s ch a p

Be s l ote n n at u u rge b i e d d e Ve l u we

IDee-kaart

28

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

Doornspijk en Hoge Enk

Algemene ambities

21

Hoge Enk in d e o m gev ing sv isie

• • •

19

10

32

Oosthoek

27 7

Doornspijk en Hoge Enk sterk verweven met het buitengebied, waardoor de kernen nog meer de oorspronkelijke identiteit terugkrijgen. Cultuurhistorische elementen worden gerespecteerd. Naast het accent op kwaliteit en identiteit, ligt een accent op het behoud van de leefbaarheid in De omgevingsvisie gemeente voor 2030 de dorpen door waar mogelijkdie het inde stand houden vanElburg de voorzieningen. Hiervoor is het onder andere van belang dat de voorzieningen heeft opgesteld heeft als doel om leefbare, vitale kernen zo geconcentreerd mogelijk, nabij elkaar gelegen zijn. De sociale betrokkenheid is hoog, evenals de participatiegraad aan verenigingsleven met een actieve, gezonde samenleving te ontwikkelen. De en mantelzorg. Het is belangrijk voor de leefbaarheid dat woningen gerealiseerd worden voorricht de jongeren, jonge gezinnen en ouderen die gemeente Elburg zich specifiek op twee doelgroepen: graag in de lintdorpen willen (blijven) wonen. De kenmerkende uitstraling vande de lintbebouwing gekoesterd worden. jongeren moet en ouderen. Aan de ene kant ouderen r In Doornspijk is de verkeersveiligheid een aandachtspunt, er is sprake ee em om te verhuizen meer op het bouwen vanstimuleren veel verkeersbewegingen door heten dorp overrichten de provinciale weg. Een w belangrijk pluspunt is de busverbinding Zwolle – Nunspeet door het dorp. Velu van levensloopbestendige woningen.

Aan de andere kant De buurtbus is ondersteunend voor de gemeenschapszin en leefbaarheid van het dorp. Bestaande bedrijvigheid die op een goede plaats gevestigd jongeren binden/terug laten komen in de bedrijvigheid gemeente door is, kan gehandhaafd blijven. Zo mogelijk wordt hinderlijke uitgeplaatst.

36

Oostendorp

22

Hoge Enk

26 20

25

de Zuiderzee Straatweg realiseren voor jongeren, gezinnen en ouderen (die hier willen

35

‘t Harde18 15 14

nieuwe woningbouw en ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig inpassen in het kampenlandschap blijven wonen). Het realiseren van een divers programma voor de relatie met het buitengebied sterker maken

34

jong en oud is belangrijk voor de leefbaarheid. Hierbij is het

3

Heidezoom 2

4

11 1

30

13 12

van belang dat de uitstraling passend is binnen de bestaande station ‘t Harde

bebouwing en landschap. Verder stimuleert de gemeente Elburg een gezonde, groene en recreatieve leefomgeving die

uitsnede omgevingsvisie Doornspijk en Hoge Enk

uitnodigt tot ontmoeten en bewegen (bron: Omgevingsvisie Elburg 2018).

le

ol

Zw

33

Doornspijk

herstel en handhaving van de oorspronkelijke karakteristieken, zoals

ep

ez W

Vossenakker

IDee ka a r t bui ten gebi ed, Door n s pi j k en Hoge En k, ( bron : Omgevi n gsvi s i e Elburg 2 0 1 8 )

estraatw Zuiderz e

5

24

eg-We st

Molendorp

6

Uitgangspunten voor de Hoge kwaliteit: Enk en Doornspijk is om meer huisvesting te

HOGE ENK, ELBURG

31

29

Ambitie:

het aanbieden van meer betaalbare woningen. De ambitie

Horstkamp

9

De Vrijheid

Elburg 17

AMBITIES OP OMGEVING:

AMBITIE OP WONEN:

• Doornspijk en Hoge Enk krijgen nog meer de

• Doorstroming van huishoudens; doorschuif

oorspronkelijke identiteit terug. • Accent op kwaliteit en identiteit. Nun s Hard peet erwij k

06

De Dijkjes

8

16

Gemeente Elburg

mogelijkheden Zandverstuiving

• Koesteren van de kwaliteiten rondom de

lintbebouwingen.

• Inspelen op ouderen die zoveel mogelijk thuis willen blijven ( dmv levensloopbestendige woningen) • Grotere beschikbaarheid betaalbare woningen (starters,

o Woningen en ruimtelijke ontwikkelingen inpassen in het kampenlandschap

ouderen en Artillerie andereSchietkamp doelgroepen) o sociale en middeldure koop- en huurwoningen.

o Relatie met het buitengebied versterken.

• Jongeren binden, bijv. kleinere woningen passend bij het

rn

oo

eld

h t or /Sc sfo am r e rd Am ste t Am rech Ut

Ap

groeiende aantal 1- en 2 persoonshuishoudens. l

o iph

(bron: Woonvisie 2020-2025)

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

07

Pl a n ge b ie d Ge r ic hte nwe g

Het plangebied heeft een oppervlakte van 16.315m2 en wordt omsloten door de Gerichtenweg, Oude Harderwijkerweg en Huisdijk. Dit perceel is al een tijdje aangewezen als

Mattan jas cho o l

potentiële woningbouwlocatie. Momenteel heeft het een agrarische bestemming. Voor de ontwikkeling van het gebied de Gerichtenweg zijn verschillende bebouwingsstructuren te onderscheiden. In het oosten ligt een kleinschalige woonwijk, die ontsloten wordt vanuit de Doornenkamp. Aan O

ud

e

de

D

n oor

enk

am

p

chte

gesitueerd langs langgerekte dorpswegen met open groene

ar

ijk

eg

Geri

de overkant, in het westen, losse erfstructuren die direct zijn

H

rw

w er

30m

moet een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Langs

nwe

doorzichten naar het achterland.

g

Direct aangrenzend aan het plangebied bevindt zich, in het noorden, de Mattanja School. Aan de zuidoostzijde bevinden zich verschillende , recent gebouwde, rijwoningen, vrijstaande woningen en tweekappers. Op de hoek van

50m

Huisdijk en de Gerichtenweg staat een fraaie historische boerderij. Tussen deze boerderij en het plangebied worden in de toekomst twee woningen worden gerealiseerd. Randvoorwaarde voor de ontwikkeling van het plangebied is een geluidzone van 30 meter vanaf de perceelgrens van de school en een zone van 50 meter tot het naastgelegen weiland

(Bron:

informatiedocument

Gerichtenweg Hoge Enk, 2021).

ontwikkellocatie i Hu

sd

ijk

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

08

De s fe e r ro nd o m d e Ge r i chtenweg Pl a n ge b i e d

Ba s i s s ch ool Matta n j a

Zi cht op pla n gebi ed va n af Hui s di j k

Erfafscheid ing en -b ep l ant ing Ou d e Ha rd e r wi j ke r we g

Ge r i c hte nwe g

Hi s tor i s ch e boerder i j a a n de Ger i chtenweg

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

09

Re lati e r u i mte l i j ke st r u c t uur en ho og te

De meeste dorpen in de gemeente Elburg, zoals Doornspijk, Hoge Enk en Oosterwolde bevinden zich op de hoger gelegen dekzandruggen. De hoogte kaart hiernaast laat zien dat de Hoge Enk ongeveer 2m, hoger ligt dan de omliggende omgeving. Zoals de naam het aangeeft is de Hoge Enk gebouwd op een enk, die door de jaren heen is opgehoogd door mest en stro (Bron: Landschapsontwikkelingsplan (LOP) – 2011).

Op deze locatie is het behouden en versterken van doorzichten zowel op de enk als naar het veenontginningslandschap van belang.

Ontw ikkelin g to p ograf ie va n d e Hoge Enk

1850

1900

1950

2020

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

010

Ru i mte lijke st r u c t u u r Het landschap rondom de Hoge Enk wordt afgebakend door verschillende wegen. Boven de Goorweg en ten westen van de Zuiderzeeweg West bevindt zich het open polderlandschap. Dit

wordt

gekenmerkt

door

weidse

zichtlijnen

en

mozaikstructuren van akkers met hier en daar een erf. Op de dekzandrug bevindt zich het half-open kampenlandschap, kleinschalige

landschap.

De

agrarische erven liggen verspreidt in het gebied langs dorpswegen met daarachter het achterland. Karakteristieke landschapselementen zoals houtwallen en singels op de perceelsgrenzen bieden beslotenheid. Aan de zuidzijde van de Huisdijk ligt het veenontginningslandschap. Bomenrijen volgen de strakke ontginningspatronen. De bebouwing is gesitueerd op terpen (Bron: Landschapsontwikkelingsplan (LOP) – 2011).

e g We s t

een

Go

orw

eg

is Hu

dij

k

e s tr a a tw

door

Z u id e rz e

gekenmerkend

De landschappelijke kenmerken zijn nog redelijk goed herkenbaar rondom de Hoge Enk, maar er liggen kansen om deze kwaliteiten nog beter beleefbaar te maken. Voor de Gerichtenweg geldt dat de kenmerken van het half-open kampenlandschap versterkt moeten worden.

o p e n p o l d e r l a n d s ch a p

veen ontgi n n i n gs s tr uctuur

h oger gelegen en k gron den

h a l fo p e n k a m p e n l a n d s c h a p

er ven clus ters

kn ooppunt Hoge En k

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

011

Ra n dvo o r wa a rd e n Het plangebied aan de Gerichtenweg bevindt zich op de overgang van de dorpse structuur (rondom de Doornenkamp) naar het half-open kampenlandschap: een overgang van een rationale dorpse verkavelingstructuur naar gevarieerde agrarische erfstructuren. Die diversiteit aan erfstructuren is interessant. Er zijn drie principes te onderscheiden: een enkel erf, een dubbel erf en een cluster van drie of meer

c l u s te r va n 3 / m e e rd e re e r ve n

erven. De omgeving van het plangebied kent een divers aanbod aan woningtypes: rij woningen, twee-kappers en

overga n g va n dor ps e ver kaveli n g n a a r a gra r i s ch e ve r kaveli n g

vrijstaande woningen. Ten slotte vormt de Matanjaschool aan het kruispunt van de Oude Harderwijker weg, Goorweg en Gerichtenweg een orientatiepunt. en kel er f

Randvoorwaarden voor de ontwikkeling De ontwikkeling van de Gerichtenweg moet inspelen op de woonbehoefte van jongeren en ouderen. Ongeveer 40 % van de woningen is betaalbaar. De ontwikkeling moet passen in de ruimtelijke structuur van het overgangsgebied tuusen de kern van de Hoge Enk en het landschap. Er moet rekening gehouden worden met doorzichten naar het open achterland en de bebouwing moet een voldoende onderlinge afstand hebben om te voorkomen dat het gebied dichtslibt.

dubbel erf

RANDVOORWAARDEN

De woningen bieden nieuwe woonkansen, maar ook kansen om de diversiteit en de toegankelijkheid van het landschap te versterken. Voor de ontwikkeling gelden verder de volgende randvoorwaarden: o nt s l u i t i n g o p 1 p u nt v i a l u s

s a m e n h a n ge n d e buurt

r ui mteli j ke door z i chten en open h ei d op de En k beh ouden

open ba re wa n delroute voor de w i j k

02

012

Participatie en visievorming 1 e b ijeen ko ms t 1 3 ap ril

2 e b ijeen ko m st 2 ju n i

3e b i j eenkom st 14 j ul i

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

013

Pa rt i c i p at i e e n v isievo r ming , 1e b ijeenko m st E E N GRE E P UIT DE RE ACTIE S - 4 5 RE ACT I EFO R M UL I ER EN “Het idee van de school om te kiezen voor een gezamenlijke / openbare speelplaats vinden wij ook een heel erg goed idee.”

Sc h ets 1 - Tot a al 1 5 wo ningen

“pluspunt seniorenwoningen aan de straatkant” “Kinderen en ouders die samen willen bouwen.”

“Om vergrijzing op de Hoge Enk te voorkomen en om de Mattanjeschool ook in de toekomst perspectief te kunnen bieden, vind ik het belangrijk dat er voorrang wordt gegeven aan woningen voor starters en jonge gezinnen.”

“...wij (twee zussen) zijn er ook opgegroeid en zouden daarom graag op de Hoge Enk wonen.”

Sc h ets 2 - Tot a al 1 7 wo ningen

s c h ets 3 - tot aa l 1 8 wo ningen

“Onze voorkeur is een plan waarin ruimte is voor vrije bouwkavels, met bijvoorbeeld plek voor twee onder een kap-woningen.”

“Rekening houden met kinderen: verkeersveiligheid en speelvoorzieningen (wellicht bij/met de school te realiseren)”

“Een goede mix van Senioren woningen, woningen voor starters en een enkele vrijstaande woning.”

“het plan beter bezetten om meer woningen te krijgen”

“Veel jongeren, waaronder ikzelf, die graag op de Hoge Enk willen blijven, omdat ze hier opgegroeid zijn.”

naar rijtjeswoningen omdat er veel jonge mensen zijn die opzoek zijn naar nieuwbouw woningen”.

“Wij zijn geen voorstander van het plan om “rugaan-rug” woningen te bouwen i.v.m. beperkte ruimte”

“Vanuit mij zelf gesproken: (jonge) starters.”

“...zou het mooi zijn dat er een meerderheid voor de jonge gezinnen komt, zodat de school kan blijven groeien/bestaan.”

“...in deze situatie de starters een leuk plekje krijgen. Meestal is dat namelijk niet het geval.”

“...ontsluiting vanaf Oud Harderwijkerweg”

“als er senioren daargaan wonen komen weer huizen vrij voor doorstroming”

“De bewoning moet wel passen in het buurtschap karakter wat de Hoge Enk is.”

“Onze voorkeur gaat uit

“alleen laagbouw”

“Bouw zoveel mogelijk woningen maar wel met een redelijk perceel wat goed past op de Hoge Enk.”

“Graag aandacht voor voldoende parkeerplaatsen...

Daarnaast graag de verkeersveiligheid, dus ook de school- en vrachtwagenroute niet vergeten.”

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

014

Pa rt i c i p at i e e n v isievo r ming , 2e b ijeenko m st E E N GRE E P UIT DE RE ACTIE S - 28 R EAC T I EFO R M UL I ER EN

var iant 1

De reacties o p h et in ric hti ngsvoorstel

tot a a l 1 4 wo n i n ge n

var iant 2

tot a a l 1 5 wo n i n ge n

var iant 3

tot a a l 1 4 wo n i n ge n

var iant 4

tot a a l 1 5 wo n i n ge n

1. Over de sproeizone/het aantal te bebouwen m2 blijven de meningen verdeeld. Een deel vindt het prima zoals het plan nu is, maar er zijn diverse mensen die oproepen tot het benutten van het hele perceel. 2. Ook op het inrichtingsvoorstel zelf wisselen de reacties. Die zijn wel overwegend positief. 3. De ruimte zou beter benut kunnen worden (o.a. betere spreiding van de kavels/ verdeling m2). 4. Omdat er al veel vrijstaande woningen te vinden zijn op de Hoge Enk, zou hier meer plek gereserveerd moeten worden voor betaalbare starterswoningen. 5. We zouden tot dichter bij de gasleiding kunnen bouwen. 6. Er zijn diverse wensen v.w.b. het aanbod: meer seniorenwoningen,, meer starterswoningen en meer vrijstaande woningen moeten er komen. 7. Wens van een bewoner aan de Gerichtenweg is de nieuwe wijk verder van de Gerichtenweg af te realiseren. 8. Er zou een seniorenappartementencomplex moeten komen. 9. Er zouden ruimere eengezinswoningen moeten komen.

Verd ere reacties /wat w i l t u d e gem eente nog m eegeven? : 1. Sluipverkeer tegengaan/aandacht voor de verkeersveiligheid, zeker ook v.w.b. de ontsluiting van de nieuwewijk. 2. Tref voorzieningen als bankjes, groen, wandelpaden e.d. 3. Wijs ‘doelgroepen’-woningen (bijv. starters of seniorenwoningen) daadwerkelijk toe aan de doelgroep. 4. Geef het plan niet in handen van een projectontwikkelaar. 5. Zorg voor heldere communicatie gedurende het hele traject. 6. Hoe eerder er duidelijkheid is over de prijzen, hoe liever ! 7. Pas het aanbod aan op de vraag. 8. Geef meedenkers voorrang bij de kaveluitgifte.

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

015

Pa rt i c i p at i e e n v isievo r ming , 3e b ijeenko m st Op m erkin gen , variant 3 1. 2. 3. 4. 5.

zelbewoningsplicht ivm opkoop en doorverhuur van buiten naar binnen bouwen seniorenwoningen kwartslag draaien? 2x hoogte van de woningen wandelpad doen inbraak op privancy, vs. veel paden op Hoge Enk juist dicht 6. kaveluitgifte hoe? 7. woaningen Gerichtenweg omdraaien op kavel? 8. eenrichtingsverkeer nieuwe weg en doornenhaag

var i ant 3 - tot aa l 1 4 wo ninge n

Op m erkin gen , variant 4 1. ruimte aan Gerichtenweg geeft lucht 2. hoogte verschil 3. meer starterswoningen? 4. eenrichtingsweg ? -> Nee 5. snelheid Gerichtenweg verlagen 6. vrachtverkeer vermijden 7. luchtwarmtepompen uitstraling 8. honden uitlaat plek 9. extra wandelpad in verlengde nr. 51 10. collectieve tuin? 11. toewijziging woningen, hoe werkt dat? 12. achterzijde rijwoningen 'omslaan'

var i ant 4 - tot aa l 1 5 wo ninge n

03

016

ontwerp

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

017

defi n i t i ef s te de n b o u w k u nd i g o nt we rp

inrichting Gerichtenweg nader uit te werken

situering en aanleg haag in overleg met aanwonenden

situering en aanleg haag in overleg met aanwonenden

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

018

Be levi n g sk a a r t

inrichting Gerichtenweg nader uit te werken

LEGENDA Fruitbomen Solitaire bomen Sierbomen Straatbomen langs Gerichtenweg

situering en aanleg haag in overleg met aanwonenden

Groene inpassing parkeerstrook Diverse hagensoorten bij woningen Vaste beplanting rondom binnenhof Bloemrijk grasland Wandelpaden Gazon Omheinde weide/ hondenlosloop Schoolplein Natuurlijke speelplek Wateropvang bijv. wadi/greppel Aardgasleiding

situering en aanleg haag in overleg met aanwonenden

7

0

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

019 0. 5m_ruw [ahn2: ahn2_05m_detail]

Ho og te k a a r t ( AH N ) LEGENDA 2,5 2,8 3,1 3,4 3,7 4,0 Hoogte ten opzichte van N.A.P.

HOGE ENK, ELBURG

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

020

Profi e l e n A 1 & A 2 Profiel A 1 - A 1 ’

Ger i c htenweg

5,5

1,5

berm

voetpad

Profiel A 2 - A 2 ’

c a r p or t

6,15

5,15

rijbaan

p a r ke e r p la ats

1,0 1,5 ha a g

voetp a d

g roe n e r f

Peilen bij benadering, o.b.v. AHN

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

021

Profi e l e n B & C Profiel B- B'

trottoi r gro en e s peelruimte

uitgemaaid pad

5,30

2,00

rijbaan

la ng sp a r ke re n

1,5

1,5 vo et pa d

g ro e n e rf

Profiel C- C'

5,30

2,00

rijbaan

la ng sp a r ke re n

vo et pa d ca.

1,5

1,4

g ro e n s t ro o k

Peilen bij benadering, o.b.v. AHN

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

022

Sfe e r van d e o p e nb a re r u imte

'Omheinde weide' ‘Natuurlijke speelplek voor kinderen'

‘Verharding daar waar nodig’

‘Bloemrijk grasland met gemaaid pad'

'Collectief groen hofje'

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

023

Sfe e r van d e a rc hite c t u u r

‘landschappelijke architectuur’

v r i j s t a a n d e wo n i n g

‘wonen in het groen’

zorgvu ldig vormgegeven carport

i n s p i rat i e d o o r - e n a a n s l u i t i n g o p b e s t a a n d e b e b o u wi ng

‘divers woonprogramma’

‘erfclusters passend binnen de identiteit van de Hoge Enk’ agrarische referent ie

l a n d eli j ke twee on der één ka p

s ta r ters won i n g

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

024

Prog ra m ma LEGENDA Vrijstaand Twee-onder-een-kap Levensloopbestendig Rijwoningen

aantal: aantal: aantal: aantal:

2 4 4 5

TOTAAL: 15

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

HOGE ENK, ELBURG

025

Pa rke e rk a a r t LEGENDA aantal: 12 aantal: 7 TOTAAL: 19

Haaksparkeren, openbaar Langsparkeren, openbaar

Prive parkeren, eigen terrein Parkeervoorzieningen bij woningen: • Garage met lange oprit: 1x1,3 • Dubbele oprit zonder garage: 5x1,7

1,3 8,5

TOTAAL: 9,8 Parkeerberekening: Norm: • 2x vrijstaand: 2x2,5 • 4x 2^1 kap: 4x2,4 • 5x rij sociaal: 5x1,8 • 4x levensloop: 4x1,3

5,0 9,6 9,0 5,2 TOTAAL: 28,8

Benodigde parkeervoorzieningen in het openbaar gebied (norm - parkeerplaatsen op eigen terrein): 19,0 • 28,8-9,8 = TOTAAL: 19,0

Haaksparkeren - leerkrachten, openbaar

aantal: 7 TOTAAL: 7

Bron: intergemeentelijke parkeernota 2014

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

026

Gro e n k aa r t LEGENDA Hagen Haagbeuk Ligusterhaag Beukenhaag Veldesdoorn haag Grazen en beplantingen Vaste beplanting met kleur Bloemrijk grasland - extensief gras Speelveld - natuurlijke speelplek (zwerfkeien, klimboom mogelijk icm zitobject) Gazon - intensief Gazon - bestaand op de Hoge Enk Houten hekwerk met gaaspanelen Gemaaid pad Verhard pad Wateropvang bijv. wadi/greppel Bomen Zoete kers - Prunus avium 'Plena' Veldesdoorn - Acer campestre 'Elsrijk' Haagbeuk - Carpinus betulus 'Frans Fontaine' Meerstammige esdoorn - Acer Griseum Meerstammige krentenboompjes Amerlanchier lamarckii Hartbladige linde - Tilia cordata 'Rancho' Amberboom - Liquidambar styraciflua 'Slender Silhouette' Sierappel - Malus toringo Moeraseik - Quercus palustris Lijsterbes - Sorbus intermedia “Brouwer” Els - Alnus Glutinosa Eik - Quercus robur

HOGE ENK, ELBURG

STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP

027

Gro n dge b r u i k p l a nge b ie d LEGENDA Totaal Perceel 16.432,5 m2

Te bebouwen: 7955,3 m2 Openbare ruimte: 8477,2 m2

HOGE ENK, ELBURG

Colofon

Titel

Hoge Enk Elburg Stedenbouwkundig ontwerp Gerichtenweg

In opdracht van

Gemeente Elburg

Opgesteld door

buro MA.AN Terborchstraat 22 8011 GG Zwolle Vasteland 12 3011 BL Rotterdam info@buromaan.nl

Datum

Juli 2022

bestemmingsplan Gerichtenweg - Hoge Enk

Bijlage 2 Archeologisch verkennend onderzoek

37

ARCHEOLOGISCH VERKENNEND BOORONDERZOEK GERICHTENWEG (ONG.) TE HOGE ENK GEMEENTE ELBURG

Archeologisch verkennend booronderzoek Gerichtenweg (ong.) te Hoge Enk in de gemeente Elburg

Opdrachtgever

Gemeente Elburg Postbus 70 8080 AB Elburg

Project

ELB.GEM.ARC

Rapportnummer

12045503

Status

Eindrapportage

Datum

12 september 2014

Vestiging

Doetinchem

Auteur(s) Paraaf

Autorisatie

(Senior KNA-Archeoloog)

Paraaf

© Econsultancy bv, Doetinchem Foto’s en tekeningen: Econsultancy bv, tenzij anders vermeld Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Econsultancy bv aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek. ISSN: 2210-8777 (Analoog rapport) ISSN: 2210-8785 (Digitaal rapport E-depot)

Econsultancy Archeologisch Rapport

Administratieve gegevens plangebied Projectcode en nummer

12045503 ELB.GEM.ARC

Toponiem

Gerichtenweg (ong.)

Opdrachtgever

Gemeente Elburg

Gemeente

Elburg

Plaats

Hoge Enk

Provincie

Gelderland

Kadastrale gegevens

Het perceel, waar de onderzoekslocatie deel van uitmaakt, is kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie E, nummer 7256.

Omvang plangebied

circa 18.500 m2

Kaartblad

27 A (1:25.000)

Coördinaten centrum plangebied

X: 185.740, Y: 493.535

Bevoegde overheid

Gemeente Elburg De heer Postbus 70 8080 AB Elburg Tel. 0525 Email:

Deskundige namens de bevoegde overheid

ARCHIS2

Onderzoeksmeldingsnummer (OM-nr.) Vondstmeldingsnummer Onderzoeksnummer

@elburg.nl

Regioarcheoloog Regio Noord Veluwe Postbus 271 3840 AG Harderwijk Telefoon (0341) of (0341) (Algemeen) Mobiel: (06) E-mailadres: @regionoordveluwe.nl Booronderzoek 51.822 419.755 50.865

Archeoregio NOaA

Utrechts-Gelders zandgebied

Beheer en plaats documentatie

Econsultancy, Doetinchem/ Provinciaal Archeologisch Depot Gelderland

Uitvoerders

Econsultancy,

Kwaliteitszorg Econsultancy beschikt over een eigen opgravingsvergunning, afgegeven door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De opgravingsvergunning geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt conform de eisen die de RCE stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het toepassen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd, conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving. Een booronderzoek wordt in het algemeen uitgevoerd door het steekproefsgewijs onderzoeken van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een booronderzoek, onmogel jk is garanties af te geven ten aanzien van de aan- of afwezigheid van archeologische waarden. In dit kader dient ook opgemerkt te worden dat geraadpleegde bronnen niet altijd zonder fouten en volledig z jn. Daar Econsultancy voor het verkrijgen van historische informatie afhankelijk is van deze bronnen, kan Econsultancy niet instaan voor de juistheid en volledigheid van deze informatie.

Econsultancy Archeologisch Rapport

SAMENVATTING Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Elburg op 15 mei 2012 een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO, verkennende fase) door middel van boringen uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in verband met de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het plangebied is gelegen aan de Gerichtenweg (ong.) te Hoge Enk in de gemeente Elburg. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Daarom is het binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Het inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) heeft tot doel de archeologische verwachting voor het plangebied aan te vullen en te toetsen, en is erop gericht om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens is het bedoeld om kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones ervan uit te sluiten. Ook wordt gelet op het voorkomen van (diepe) verstoringen van het bodemprofiel.

Indien de ondergrond tot grote diepte verstoord is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk verdwenen zijn. Met de resultaten van het archeologisch onderzoek kan worden vastgesteld of binnen het plangebied archeologische waarden aanwezig (kunnen) zijn en of vervolgonderzoek en/of planaanpassing noodzakelijk is. Gespecificeerde archeologische verwachting Het plangebied heeft een hoge archeologische verwachting voor alle archeologische perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Resultaten inventariserend veldonderzoek Het plangebied is gelegen op een dekzandrug. In de top van het dekzand is een podzolgrond tot ontwikkeling gekomen, waarbij de podzol dikker en beter ontwikkeld is op de hoger gelegen delen. Langs de lager gelegen oostelijke rand van het plangebied is het gehele podzolprofiel verwerkt in de (circa 40 cm dikke) bouwvoor. Ter plaatse van de hogere delen van het plangebied is een 30 – 60 cm dikke eerdlaag aanwezig op het podzolprofiel, waardoor de bodems hier als laarpodzolen en enkeerdgronden kunnen worden geclassificeerd. Het bodemprofiel is, op de bouwvoor na, grotendeels intact. Ter plaatse van de boringen 1 en 10 bleek het bodemprofiel diep verstoord te zijn. Conclusie De hoge archeologische verwachting blijft op basis van de resultaten van het booronderzoek gehandhaafd.

Selectieadvies Op grond van de aangetroffen bodemopbouw en het behoud van de hoge archeologische verwachting, adviseert Econsultancy om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een karterend booronderzoek (IVO-overig, karterende fase). Het karterend booronderzoek dient te bestaan uit het verrichten van 37 boringen (20 boringen per hectare) in een verspringend boorgrid van 20 x 25 m. Het opgeboorde materiaal uit archeologisch relevante niveaus dient gezeefd te worden (maaswijdte 4 mm) om het te doorzoeken op het voorkomen van archeologische indicatoren.

12045503 ELB.GEM.ARC

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................. 1

2

DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN ......................................................................... 1

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK ................................................................................ 2 3.1 3.2 3.3

4

Beschikbare geologische en bodemkundige gegegens ................................................... 2 Methoden .......................................................................................................................... 2 Resultaten ......................................................................................................................... 3

CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES ......................................................................................... 4 4.1 4.2

Conclusie .......................................................................................................................... 4 Selectieadvies................................................................................................................... 4

LITERATUUR ........................................................................................................................................ 5 BRONNEN ............................................................................................................................................ 5 LIJST VAN TABELLEN Tabel I.

Beschikbare geologische en bodemkundige gegevens

LIJST VAN AFBEELDINGEN Figuur 1. Figuur 2. Figuur 3. Figuur 4. Figuur 5. Figuur 6. Figuur 7.

Situering van het plangebied binnen Nederland Boorpuntenkaart Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart Resultaten van het booronderzoek Maaiveldvondsten

BIJLAGEN Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Bewoningsgeschiedenis van Nederland AMZ-cyclus Boorprofielen

12045503 ELB.GEM.ARC

1

INLEIDING

Econsultancy heeft in opdracht van Gemeente Elburg een archeologisch onderzoek uitgevoerd voor het plangebied gelegen aan de Gerichtenweg (ong.) te Hoge Enk in de gemeente Elburg (zie figuur 1 en figuur 2). Het plangebied zal mogelijk door de gemeente worden aangekocht, waarna de nieuwbouw van woningen zal worden gerealiseerd. Het archeologisch onderzoek is noodzakelijk om te bepalen wat de verwachtingswaarde is voor de aanwezigheid van archeologische waarden binnen het plangebied en of deze door de voorgenomen bodemingrepen kunnen worden aangetast. Het is binnen het kader van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg uit 2007 (WAMZ), voortvloeiend uit het Verdrag van Malta uit 1992, verplicht voorafgaand archeologisch onderzoek uit te voeren (zie bijlage 3). Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen aankoop van de onderzoekslocatie, alsmede een bestemmingsplanwijziging. Het archeologisch onderzoek bestaat uit een inventariserend veldonderzoek (IVO-overig, verkennende fase) door middel van boringen (hoofdstuk 0). Op basis van de resultaten van het onderzoek wordt een advies gegeven of vervolgstappen nodig zijn en zo ja, in welke vorm (hoofdstuk 4). Dit advies dient te worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Elburg, waarna een besluit zal worden genomen of het plangebied kan worden vrijgegeven of dat vervolgstappen nodig zijn. 2

DOELSTELLING EN ONDERZOEKSVRAGEN

Het inventariserend veldonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek heeft tot doel om inzicht te krijgen in de geologische en bodemkundige opbouw binnen het plangebied. Tevens is het bedoeld om kansrijke zones te selecteren voor vervolgonderzoek en kansarme zones ervan uit te sluiten. Ook wordt gelet op het voorkomen van (diepe) verstoringen van het bodemprofiel. Indien de ondergrond tot grote diepte verstoord is, zullen eventueel aanwezige archeologische resten mogelijk verdwenen zijn. Het veldonderzoek dient antwoord te geven op de volgende vragen:   

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? Is het bodemprofiel binnen het plangebied intact of (geheel of gedeeltelijk) verstoord en indien verstoord, tot welke diepte gaat deze verstoring? Wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied.

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd op 15 mei 2012 door drs. (fysisch geograaf). Het rapport is gecontroleerd door drs. (senior KNA-archeoloog/kwaliteitscontroleur).

12045503 ELB.GEM.ARC

Pagina 1 van 5

3

INVENTARISEREND VELDONDERZOEK

3.1

Beschikbare geologische en bodemkundige gegegens

Voor het plangebied is, op verzoek van gemeente Elburg en diens archeologisch adviseur, direct een inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd, zonder voorafgaand bureauonderzoek. Ten behoeve van de uitvoering van het booronderzoek is vooraf wel een inventarisatie gemaakt van de beschikbare geologische en bodemkundige gegevens, welke zijn verwerkt in het Plan van Aanpak voor het booronderzoek. Hieronder is de belangrijkste informatie weergegeven. Tabel I.

Beschikbare geologische en bodemkundige gegevens

Geologie

1

Formatie van Boxtel

Geomorfologie Bodemkunde

2

3

Dekzandrug of -welving Podzolgronden met een dunne Eerdlaag (Laarpodzolen)

Uit het raadplegen van de geologische en de geomorfologische kaart blijkt dat het plangebied gelegen is op een zuidwest-noordoost gerichte dekzandrug (zie figuur 3). Deze dekzandrug en de aangrenzende laagte zijn duidelijk herkenbaar in het hoogtebeeld van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, zie figuur 4). Uit het AHN blijkt verder dat de oostelijke rand en de zuidoosthoek van het plangebied binnen een relatief laag gelegen deel van de dekzandrug liggen. Mogelijk heeft dit te maken met de ligging van de Gerichtenweg. Uit de bodemkaart blijkt verder dat ter plaatse van het plangebied laarpodzolgronden zijn gekarteerd (zie figuur 5). Laarpodzolgronden zijn podzolgronden waarop een dun (30 - 50 cm) eerddek is aangebracht. Het plangebied ligt op een dekzandrug, nabij een laagte die in het verleden vermoedelijk watervoerend is geweest. Dergelijke locaties hebben over het algemeen een hoge archeologische verwachting voor alle perioden vanaf het Laat-Paleolithicum. Verder zijn op de dekzandrug van Hoge Enk 2 vondsten van bewerkt vuursteen bekend, waaruit blijkt dat er in dit gebied menselijke activiteit is geweest in de steentijd. De aanwezigheid van een eerddek wijst op landbouwactiviteiten uit de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd. 3.2

Methoden

Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een verkennend booronderzoek, conform de eisen van de KNA, versie 3.2, specificatie VS03. Voor het inventariserend veldonderzoek is op 10 mei 2012 door drs. (senior KNA-archeoloog) een Plan van aanpak (PvA) opgesteld. In totaal zijn er 19 boringen gezet (zie figuur 2). Van deze 19 boringen waren er aanvankelijk 15 gepland, verspreid over het plangebied (boringen 1 - 15). Op basis van de resultaten van deze boringen zijn 4 aanvullende boringen gezet (boringen 16 - 19). Er is geboord tot een diepte van maximaal 2,5 m -mv met een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn met meetlinten ingemeten (x- en y-waarden). Van alle boringen is de maaiveldhoogte afgeleid van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).

1 2 3

De Mulder et al., 2003. Alterra, 2003. Stichting voor Bodemkartering, 1982.

12045503 ELB.GEM.ARC

Pagina 2 van 5

Aan de hand van het opgeboorde materiaal is beoordeeld of er wel, niet of deels sprake is van een gaaf bodemprofiel. Tevens is gekeken naar de aanwezigheid van mogelijke vegetatie- en/of cultuurlagen, die zichtbaar zijn als bodemverkleuringen. Het opgeboorde materiaal is in het veld door middel van versnijden/verkruimelen geïnspecteerd op het voorkomen van archeologische indicatoren, zoals fragmenten vuursteen, aardewerk, houtskool, verbrande leem en bot. Naast het boren is een maaiveldinspectie uitgevoerd. Vanwege het gebruik als weiland en de hoogte van het aanwezige gras, was de zichtbaarheid aan het maaiveld zeer slecht. De maaiveldinspectie is daardoor beperkt tot molshopen die door het gras zichtbaar waren en enkele plekken waar het gras door vee vertrapt is. 3.3

Resultaten

Geologie en bodem De resultaten van de boringen zijn opgenomen in de vorm van boorprofielen en worden in bijlage 4 weergegeven. De hoofdlijnen van de opbouw zijn weergegeven in figuur 6 en worden hieronder beschreven. In het gehele plangebied zijn tot een diepte van 2 m -mv matig fijne, siltarme zanden aangetroffen. Deze zanden betreffen dekzand van de Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden. In de top van de dekzanden is in de (zuid-) oostelijke rand van het plangebied een bouwvoor aangetroffen die direct op de C-horizont ligt. In enkele boringen zijn in de bouwvoor resten van een Bhorizont waargenomen, waardoor wordt aangenomen dat oorspronkelijk een dun podzolprofiel aanwezig is geweest, dat grotendeels hier (grotendeels) verploegd is. Aangrenzend aan deze zone met A-C profielen zijn, op de overgang naar de hoger gelegen terreindelen, veldpodzolen aangetroffen. De veldpodzolen bestaan uit een circa 40 cm dikke bouwvoor op een B- en/of BC-horizont. In de zuidwestelijke hoek van het plangebied zijn de podzolen bedekt met een dun eerddek. Hier is sprake van laarpodzolprofielen. In de overige, en tevens de hoogst gelegen, delen van het plangebied is de dikte van het humeuze dek groter dan 0,5 m, waardoor het bodemprofiel hier geclassificeerd kan worden als hoge Enkeerdgrond. Op de hogere delen zijn de podzolpofielen dikker en beter ontwikkeld dan op de lager gelegen delen.

In enkele boringen is tussen de A- en de B-horizont een goed ontwikkelde uitspoelingshorizont (E-hoirzont) aangetroffen. Het aangetroffen bodemprofiel komt deels overeen met het bodemtype zoals weergegeven op de Bodemkaart van Nederland. Er is sprake van podzolgronden waarop (binnen delen van het plangebied) een eerddek is aangebracht. Op basis van de dikte van het eerddek kan echter niet overal van laarpodzolen worden gesproken. Ter plaatse van de boringen 1 en 10 bleek het bodemprofiel diep verstoord te zijn. Archeologie In het aangetroffen eerddek en aan het maaiveld zijn baksteenfragmenten en houtskool aangetroffen. Over het algemeen bevat het eerddek echter weinig indicatoren. Naast de baksteenfragmenten en het houtskool zijn aan het maaiveld enkele fragmenten roodbakkend geglazuurd aardewerk aangee troffen, daterend vanaf de 17 eeuw n. Chr. Deze indicatoren mogelijk afkomstig van elders, aangezien ze te relateren zijn aan het opgebrachte eerddek. De vondstlocaties van de aardewerkfragmenten zijn weergegeven in figuur 7.

12045503 ELB.GEM.ARC

Pagina 3 van 5

4 4.1

CONCLUSIE EN SELECTIEADVIES Conclusie

Voor het veldonderzoek is een aantal onderzoeksvragen opgesteld. Hieronder worden deze vragen beantwoord voor zover het veldonderzoek de daarvoor benodigde gegevens heeft opgeleverd; 

Wat is de bodemopbouw binnen het plangebied? Het plangebied is gelegen op een dekzandrug. In de top van het dekzand is een podzolgrond tot ontwikkeling gekomen, waarbij de podzol dikker en beter ontwikkeld is op de hoger gelegen delen. Langs de lager gelegen oostelijke rand van het plangebied is het gehele podzolprofiel verwerkt in de (circa 40 cm dikke) bouwvoor. Ter plaatse van de hogere delen van het plangebied is een 30 – 60 cm dikke eerdlaag aanwezig op het podzolprofiel, waardoor de bodems hier als laarpodzolen en enkeerdgronden kunnen worden geclassificeerd.

Is het bodemprofiel binnen het plangebied intact of (geheel of gedeeltelijk) verstoord en indien verstoord, tot welke diepte gaat deze verstoring? Het bodemprofiel is, op de bouwvoor na, grotendeels intact. Ter plaatse van de boringen 1 en 10 bleek het bodemprofiel diep verstoord te zijn.

Wat zijn de gevolgen van het in het plangebied aangetroffen bodemprofiel voor de gespecificeerde archeologische verwachting van het plangebied. De hoge archeologische verwachting blijft op basis van de resultaten van het booronderzoek gehandhaafd.

4.2

Selectieadvies

Op grond van de aangetroffen bodemopbouw en het behoud van de hoge archeologische verwachting, adviseert Econsultancy om het plangebied nader te onderzoeken door middel van een karterend booronderzoek (IVO-overig, karterende fase). Het karterend booronderzoek dient te bestaan uit het verrichten van 37 boringen (20 boringen per hectare) in een verspringend boorgrid van 20 x 25 m. Het opgeboorde materiaal uit archeologisch relevante niveaus dient gezeefd te worden (maaswijdte 4 mm) om het te doorzoeken op het voorkomen van archeologische indicatoren.

Econsultancy Doetinchem, 12 september 2014

12045503 ELB.GEM.ARC

Pagina 4 van 5

LITERATUUR Alterra, 2003: Digitale Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:25.000. Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNOrapport, NITG 05-043-A). Mulder, E.F.J. de, M.C. Geluk, I.L. Ritsema, W.E. Westerhoff, T.E. Wong, 2003: De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen. Stichting voor Bodemkartering, 1982: Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 27 West.

BRONNEN AHN; internetsite, september 2014. http://www.ahn.nl Archeologisch informatiesysteem Archis2, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE), Amersfoort, september 2014. http://archis2.archis.nl/archisii/html/index.html

12045503 ELB.GEM.ARC

Pagina 5 van 5

Situering van het plangebied binnen Nederland

500000

Figuur 1.

O ST OOST T ERWOLDE GLD O OO

iizen iz 495000

Elburg ur urrg Elburg Elburg bur E El Elburg ur

Oldebro d br Oldebroek lldebro b Old ldebroe ebroe bro

LOOO O OLDE D D B B 'T LOO LOO OLDEB LOO O OLDE D B

DOORNSPIJK DO

490000

Ha 'tttt Ha Harde Harde Ha dde

N

Nunsp Nunspeet e Nuns Nunspeet Nunsp uns eet et Nunspeet Nunsp Nunspeet ee HULSHORST U HO RST S H HU HORST ORST

485000

000

180000

50 5000m 0m 550 5000m 5 00m 5000m 50 0m

185000

Hoge Enk (gemeente Elburg) - Gerichtenweg (ong.) Situering van het plangebied binnen Nederland bron: Geodan

12045503 ELB.GEM.ARC

190000

195000

Boorpuntenkaart

4

Ha r

19

O

ud

e

5

3

eg htenw Geric

de

rw

ijk er w

eg

493600

Figuur 2.

10 15

18

6

11

2 9

17

493500

14

7

16 1

12 8 13

493400

N

0

50m

185700

Hoge Enk (gemeente Elburg) - Gerichtenweg (ong.) Boorpuntenkaart Legenda Plangebied Boorlocatie

12045503 ELB.GEM.ARC

185800

Figuur 3.

12045503 ELB.GEM.ARC

Situering van het plangebied binnen de Geomorfologische kaart

Figuur 4.

Situering van het plangebied binnen het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN)

N

Hoge Enk (gemeente Elburg) - Gerichtenweg (ong.) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Legenda in meter +NAP Plangebied

12045503 ELB.GEM.ARC

Figuur 5.

12045503 ELB.GEM.ARC

Situering van het plangebied binnen de Bodemkaart

Resultaten van het booronderzoek

493500

493600

Figuur 6.

N

0

25m

185700

Hoge Enk (gemeente Elburg) - Gerichtenweg (ong.) Resultaten booronderzoek Legenda Plangebied Enkeergronden Laarpodzolgronden Veldpodzolgronden A-C profielen

12045503 ELB.GEM.ARC

185800

Figuur 7.

Maaiveldvondsten

0

O

e htenw

ud

e

Geric

Ha rd

er

w

ijk er

w

eg

493600

1

g

3 4

493500

5

2

493400

N

0

50m

185700

Hoge Enk (gemeente Elburg) - Gerichtenweg (ong.) Maaiveldvondsten Legenda Plangebied Maaiveldvondst

12045503 ELB.GEM.ARC

185800

Bijlage 1 Ouderdom in jaren

Overzicht geologische en archeologische tijdvakken Chronostratigrafie

MIS

Holoceen 11.755 12.745 13.675 14.025

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

15.700

29.000

50.000

75.000

1 Late Dryas (koud) Allerød (warm) Vroege Dryas (koud) Bølling (warm)

130.000

370.000 410.000

Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)

2

LaatPleniglaciaal MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

MiddenPleniglaciaal VroegPleniglaciaal

VroegW eichselien (VroegGlaciaal) 115.000

Lithostratigrafie

3

4

Formatie van Beegden

5b 5c 5d 5e

Saalien ( jstijd)

6

Eem Formatie Formatie van Drente Formatie van Urk

Elsterien ( jstijd) 475.000

850.000

Cromerien (warme periode)

Pre-Cromerien 2.600.000

12045503 ELB.GEM.ARC

Formatie van Boxtel

5a

Eemien (warme periode)

Holsteinien (warme periode)

Formatie van Kreftenheye

Formatie van Sterksel

Formatie van Peelo

Cal. jaren v/n Chr.

14

C jaren

Chronostratigrafie

0

1950

Vb2

1500

Subatlanticum koeler vochtiger

450 0 12

Pollen zones

Vb1 Va

800

2650

815

Subboreaal koeler droger

2000

IVb IVa

5000

3755 4900

5300

8000

7020

8240

9000

11.755

10.150

12.745

10.800

13.675

11.800

14.025

12.000

15.700

13.000

8800

Atlanticum warm vochtig

III

Boreaal warmer

II

Preboreaal warmer

I

LaatWeichselien (LaatGlaciaal)

Late Dryas

LW III

Allerød

LW II

Vroege Dryas Bølling

35.000

LW I

Vegetatie Loofbos eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk>1% invloed landbouw (granen)

Archeologische perioden Nieuwe t jd Middeleeuwen Romeinse tijd IJzertijd Bronstijd

Neolithicum

Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend

Mesolithicum

parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap open vegetatie met kruiden en berkenbomen

MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)

perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra

VroegWeichselien (VroegGlaciaal)

perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap

Laat-Paleolithicum

75.000

115.000 130.000

300.000

Eemien (warme periode)

Midden-Paleolithicum

loofbos

Saalien ( jstijd) Vroeg-Paleolithicum

Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et al. (2003). Lithostratigrafie volgens De Mulder et al. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et al. (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et al. (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos & P. Kiden (2005).

12045503 ELB.GEM.ARC

Bijlage 2

Bewoningsgeschiedenis van Nederland

Als aanvullende informatie wordt hieronder een algemene ontwikkeling van de bewoningsgeschiedenis van Nederland weergegeven. Paleolithicum (tot ca. 8800 voor Chr.) De vroegste bewoningssporen in Nederland uit deze periode dateren uit de voorlaatste ijstijd, ca. 300.000-130.000 jaar geleden. Waarschijnlijk hebben in de koudste fasen van de ijstijden in Nederland geen mensen geleefd. Daarentegen was bewoning in de warmere perioden wel mogelijk. De mensen die hier toen leefden trokken als jagers/vissers/verzamelaars rond in kleine groepen en maakten gebruik van tijdelijke kampementen. Veranderingen in het klimaat zorgden voor een veranderende flora en fauna. Tijdens de koude perioden bestond het groot wild onder meer uit rendieren, mammoeten, paarden en steppewisenten. Vooral op paarden en rendieren werd in het Laat-Paleolithicum intensief jacht gemaakt. Tijdens de warmere perioden werd er onder andere op herten, wilde zwijnen en oerossen gejaagd. Mesolithicum (ca. 8800-4900 voor Chr.) Rond de overgang van het Pleistoceen naar het Holoceen (ca. 9000 voor Chr.) verbeterde het klimaat voor een langdurige periode. De gemiddelde temperatuur steeg, waardoor de variatie in flora en fauna (o.a. bosontwikkeling) toenam. De mens kreeg nu de mogelijkheid om meer gevarieerd te eten: vruchten en andere eetbare gewassen stonden nu vaker op het menu.

Doordat de temperatuur steeg, trok het groot wild (met name rendieren) naar het noorden, en maakte plaats voor meer territoriumgebonden klein wild, vogels en vissen. Door deze veranderende leefomstandigheden werd de jachttechniek aangepast. De vuursteen bewerkingstechniek hield met deze ontwikkeling gelijke tred. Er werden kleine vuursteenspitsen vervaardigd die als pijl- en harpoenpunt werden gebruikt. Met de stijging van de temperatuur begon het landijs te smelten en de zeespiegel te stijgen. Het tot dan toe droge Noordzee-Bekken kwam onder water te staan. De groepen jagers/vissers/verzamelaars wisselden nog wel van locatie maar exploiteerden kleinere gebieden. In het voorjaar viste men in de rivieren, tijdens de zomer leefde men voornamelijk langs de kust, waar naast vis en schaaldieren ook zeehonden als voedselbron dienden. In de herfst verzamelde men noten en vruchten, terwijl in de winter op onder meer pelsdieren werd gejaagd. Neolithicum (ca. 5300-2000 voor Chr.) Aan het begin van deze periode gingen het jagen, vissen en verzamelen een steeds minder belangrijke rol spelen. Men ging nu zelf cultuurgewassen telen en dieren houden bij het kamp.

Uit vondsten valt af te leiden dat het om twee groepen mensen gaat, enerzijds kolonisten met een vrijwel agrarische levenswijze, anderzijds om de autochtone mesolitische bevolking die een halfagrarische levensstijl erop na gaat houden. Deze verandering ging gepaard met enkele technologische en sociale vernieuwingen zoals: het wonen op een vaste plek in een huis, het gebruik van vaatwerk van (gebakken) klei en de introductie van geslepen stenen dissels en bijlen. De bevolking groeide nu gestaag, mede door de productie van overschotten. Uit het Neolithicum zijn verschillende nu nog zichtbare grafmonumenten bekend, te weten grafkelders, hunebedden en grafheuvels. Bronstijd (ca. 2000-800 voor Chr.) Het begin van dit tijdvak valt samen met het eerste gebruik van bronzen voorwerpen zoals bijlen. Vuurstenen werktuigen bleven, zij het minder, in gebruik. Het aardewerk uit deze periode is over het algemeen tamelijk zeldzaam. Vuursteenmateriaal uit de Bronstijd is meestal niet goed te onderscheiden van dat uit andere perioden. Lange tijd bleven bronzen voorwerpen zeer schaars binnen Nederlands grondgebied. Door het van nature ontbreken van de benodigde grondstoffen moest het brons worden geïmporteerd en ontstonden er handelscontacten over langere afstanden. Eén en ander had wel tot gevolg dat er binnen de bevolking grotere verschillen ontstonden door verschillen op basis van bezit.

De grafheuveltraditie, die tijdens het Neolithicum haar intrede deed, werd in eerste voortgezet, maar rond 1200 voor Chr. vervangen door begravingen in urnenvelden. Het gaat hier om ingegraven urnen met crematieresten waar overheen kleine heuveltjes werden

12045503 ELB.GEM.ARC

opgeworpen, omgeven door een greppel. Een Kopertijd voorafgaand aan de Bronstijd wordt in Noordwest-Europa niet onderscheiden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Middellandse Zeegebied. Wel zijn uit het Laat-Neolithicum koperen voorwerpen bekend. IJzertijd (ca. 800-12 voor Chr.) In deze periode werden voor het eerst ijzeren voorwerpen vervaardigd. Voor de productie van werktuigen en wapens werd brons vervangen door ijzer. Er ontstond een inheemse ijzerproductie. Het gebruik van vuursteen voor het vervaardigen van werktuigen duurde nog in beperkte mate voort. Ten opzichte van de Bronstijd traden er in de aardewerktraditie geen radicale veranderingen op. Evenals in het Neolithicum en de Bronstijd woonden de mensen in verspreid liggende hoeven ('Einzelhöfe') of in nederzettingen bestaande uit maar enkele huizen; deze werden in een beperkt gebied nogal eens verplaatst. Op de hogere zandgronden ontstonden uitgebreide omwalde akkercomplexen ('Celtic fields'). Opvallend zijn de verschillen in materiële welstand (bezit van metalen voorwerpen), die mogelijk op sociale ongelijkheid duiden. In de zogenaamde vorstengraven uit Zuid Nederland, met daarin luxe, geïmporteerde bijgaven, zijn vermoedelijk lokale of regionale autoriteiten begraven. De meeste begravingen vonden nog immer plaats in urnenvelden.

Tijdens de IJzertijd werd het Friese kustgebied gekoloniseerd en ontstonden de eerste terpen. Romeinse Tijd (ca. 12 voor Chr. - 450 na Chr.) Met de komst van de Romeinen eindigt de prehistorie en begint de geschreven geschiedenis. Aangezien de schriftelijke bronnen slechts een zeer fragmentarisch beeld schetsen, is men toch nog in belangrijke mate aangewezen op de archeologie als informatiebron. Een tijd lang diende het Nederlandse rivierengebied als uitvalsbasis voor veldtochten in het noorden van Germanië. In 47 na Chr. werd de Rijn definitief als Romeinse rijksgrens ingesteld. Ter controle en verdediging van deze zogenaamde 'limes' werden langs de Rijn, tot diep in Duitsland, 'castella' (militaire forten) gebouwd. De inheemse manier van leven handhaafde zich nog lange tijd. Wel werd, vooral na de opstand van de Bataven tegen de Romeinse overheersers in 69-70 na Chr., de Romeinse invloed steeds duidelijker. In veel inheems-Romeinse nederzettingen was bijvoorbeeld, naast het eigen handgevormde aardewerk, Romeins importaardewerk in gebruik, dat op de draaischijf was vervaardigd. Er werden, vooral in Limburg, grootse villa's (Romeinse herenboerderijen) gebouwd, hetzij nieuw gesticht, hetzij ontwikkeld vanuit een bestaande inheemse nederzetting. De Romeinen legden een voor die tijd al uitgebreide infrastructuur aan, waardoor het gebied steeds beter werd ontsloten.

Op verschillende plaatsen ontstonden aanzienlijke nederzettingen, waarvan er enkele met een stedelijk karakter (zoals Nijmegen). De inheemse bevolking, ten noorden van de Limes, werd niet zo sterk beïnvloed door de Romeinse aanwezigheid. Er was wel sprake van handelscontacten en het uitwisselen van geschenken. In de tweede helft van de derde eeuw ontstond, onder meer door invallen van Germaanse stammen, een instabiele situatie die met korte onderbrekingen voortduurde tot in de vijfde eeuw. Uiteindelijk leidde dit in het jaar 406 tot de definitieve ineenstorting van de grensverdediging langs de Rijn. Middeleeuwen (ca. 450-1500 na Chr.) Over de Vroege Middeleeuwen, vooral over het tijdvak 450-600 na Chr., is relatief weinig bekend. Zowel historische bronnen als archeologische overblijfselen zijn schaars. De bevolkingsomvang was ten opzichte van de voorafgaande periode sterk afgenomen. De marktgerichte economie verdween en de mensen vielen terug op zelfvoorziening. De politieke macht was na het wegvallen van de Romeinse staatsorganisatie in handen gekomen van regionale en lokale hoofdlieden. Een gezaghebbende status was nu vooral gebaseerd op militair succes en materiële welstand. Deze instabiele periode wordt ook wel aangeduid als de 'tijd van de volksverhuizingen'.

e e Vanaf de 10 – 11 eeuw wordt een overheersende positie van de al dan niet adellijke grootgrondbezitters waargenomen. Dit vertaalt zich in nieuwe nederzettingsvormen als mottes, kastelen en versterkte hoeven. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei, en mede dankzij gunstige klimatologische omstandigheden, werd een begin gemaakt met het ontginnen van woeste

12045503 ELB.GEM.ARC

gronden als bos, heide en veen. Veel van de huidige dorpen en steden dateren uit deze periode. Door de aanleg van dijken en kaden werden laaggelegen gebieden beschermd tegen wateroverlast. De heersende rivaliteit tussen de vorsten leidde, in combinatie met een zwak centraal gezag, veelvuldig tot lokaal geweld, waarvan de bevolking vaak het slachtoffer werd. Door het aanleggen van burgen, schansen, landweren en wallen trachtte men zich te beveiligen. Nieuwe tijd (1500-heden) De Nieuwe tijd kenmerkt zich door een groot aantal veranderingen vooral op het gebied van mens- en wereldbeeld. Er is sprake van een Europese overzeese expansie wat leidt tot handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie. Er ontstaat een nieuwe wetenschappelijke belangstelling die resulteert in vele uitvindingen. Deze uitvindingen vormen de motor van de industriële revolutie. Er ontstaat een nationale staat die centraal bestuurd wordt. Als gevolg van deze ontwikkelingen neemt het belang en de omvang van steden toe en neemt de macht van adel af. Het grootste deel van de bevolking is niet meer werkzaam en woonachtig op het platteland maar in de e steden. In verband met de aanhoudende bevolkingsgroei worden aan het eind van de 19 tot het e begin van de 20 eeuw op grote schaal woeste gronden gecultiveerd.

Door de industriële revolutie komen steeds meer producten beschikbaar voor steeds meer mensen waardoor de welvaart stijgt. In de Nieuwe tijd vindt er eveneens een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de klassieke Oudheid e plaats, wat zich tot in het begin van de 20 eeuw uit in de kunsten.

12045503 ELB.GEM.ARC

Bijlage 3

AMZ-cyclus

Het AMZ-proces Archeologisch onderzoek in Nederland wordt in het algemeen uitgevoerd binnen het kader van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het gehele traject van de AMZ omvat een aantal stappen die elkaar kunnen opvolgen, afhankelijk van het resultaat van de voorgaande stappen. Om inhoudelijke, prijs- en planningstechnische redenen kan er soms voor gekozen worden om bepaalde stappen gelijktijdig uit te voeren. Bovendien kan, indien reeds voldoende gegevens bekend zijn, een stap worden overgeslagen. Elke stap eindigt met een rapport met daarin een advies voor de vervolgstappen. Na elke stap wordt er een selectiebesluit genomen door de bevoegde overheid, gemeente, provincie of de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, op basis van de resultaten van het archeologisch onderzoek. Indien na een bepaalde stap blijkt dat geen nader vervolgonderzoek nodig is, wordt het archeologisch onderzoek afgesloten. Ook kan het bevoegd gezag besluiten dat een vindplaats van zo groot belang is, dat deze in situ behouden moet worden. Dan dienen de archeologische resten in de grond beschermd te worden door planaanpassing of planinpassing. Het begint met het bepalen van de onderzoeksplicht. Gemeentelijke, provinciale en landelijke archeologische waardenkaarten geven aan of het plangebied in een gebied ligt met een archeologische verwachting.

Indien dit het geval is, dan zal er in het kader van de planprocedure onderzoek verricht moeten worden om te bepalen of er archeologische waarden binnen het plangebied aanwezig zijn. Hiermee start de zogenaamde AMZ-cyclus (zie schema). De eerste fase: Bureauonderzoek Elk archeologisch onderzoek begint met een bureauonderzoek. Dit heeft tot doel het verwerven van informatie, aan de hand van bestaande bronnen, over bekende of verwachte archeologische waarden, binnen het plangebied om tot een gespecificeerd verwachtingsmodel te komen, op basis waarvan een beslissing genomen kan worden ten aanzien van een eventuele vervolgstap. De tweede fase: Inventariserend VeldOnderzoek (IVO) Het doel van een IVO is het aanvullen en toetsen van het gespecificeerde verwachtingsmodel. Het IVO moet informatie geven over de aan- of afwezigheid, de aard, het karakter, de omvang, de datering, de gaafheid, de conservering en de inhoudelijke kwaliteit van de archeologische waarden. Inventariserend Veldonderzoek; Booronderzoek en Veldkartering Door een booronderzoek kan er een goede inschatting gemaakt worden van de kans op archeologische waarden (grondsporen en daarmee samenhangende voorwerpen). Bij het booronderzoek is een onderscheid aangebracht in een verkennende, karterende en waarderende fase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=6ea1ae0d-5915-42bf-a322-7a29e539c5af