CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Omgevingsvisie Elburg - Bijlagenboek

Raadsvergadering 15 december 2025, gemeente elburgBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Omgevingsvisie gemeente Elburg14.450 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

n.v.t.

Aantonen aan de hand van een integraal Input Sjako Ruster, mobiliteit. Invulling 1e trede mobiliteitsplan voor de projectontwikkeling. ladder van Verdaas (mobiliteitsladder). Dit hoeft alleen bij ontwikkelingen van meer dan 10 woningen. Daaronder mag het ook als een los-onderdeel binnen de

5

Goede loop- en fietsroutes tussen woningen en openbaar vervoer resp. voorzieningen

6

Aanbieden van deelauto's

7

Realiseer toegankelijke, Basis + n.v.t. aantrekkelijke, logische, veilige en extra en kwalitatief goede comfortabele loop- en fietsroutes looproutes naar omliggende van en naar voorzieningen gebieden (school, OV-halte, winkelcentra). + Wanneer de ontwikkeling in de buurt van een snelle fietsroute ligt wordt het mobiliteitsplan voor het project hier goed op aangesloten. Bij ontwikkelingen met minimaal Per 100 te plaatsen woningen Per 100 te plaatsen woningen 100 woningen wordt er gekeken worden 3 deelauto's minimaal 10 worden 5 deelauto's minimaal jaar commerciaal aangeboden naar de mogelijkheid voor 10 jaar commerciaal binnen de ontwikkeling. deelauto's. aangeboden binnen de Berekening is maatwerk per ontwikkeling. Berekening is gebiedsontwikkeling. maatwerk per gebiedsontwikkeling.

Samenvattend doel van 4,5 en 6.

Tenminste 5% minder autoverkeer Tenminste 10% minder Tenminste 15% minder in de wijk ten opzichte van de autoverkeer in de wijk ten autoverkeer in de wijk ten reguliere parkeernormen. Verschilt opzichte van de reguliere opzichte van de reguliere parkeernormen. Verschilt per per situatie hoe zich dit uit. parkeernormen. Verschilt per situatie hoe zich dit uit. Aantonen behalen doel door situatie hoe zich dit uit. Aantonen behalen doel door middel van combinatie Aantonen behalen doel door ambitieniveaus uit sub-doelen 4, middel van combinatie middel van combinatie ambitieniveaus uit sub-doelen 4, ambitieniveaus uit sub-doelen 5 en 6. 5 en 6. 4, 5 en 6.

Hoogteverschil

Zoeken naar bufferruimte voor water in de openbare ruimte geschiedt bij voorkeur buiten de woning. Hierdoor kan het totale profiel meedoen in het opvangen van het water én het opvangen van het hoogteverschil. Hoogteverschil vloerpeil en maaiveld (wegpeil): 20 cm

2

Waterneutraal ontwikkelen

3

Hergebruik van hemelwater

stedenbouwkundige tekeningen

Vanuit de interviews kwam de wens naar voren Klimaatadaptatie - 7 voor een breed mobiliteitstransitieplan. Dit geldt ook voor de snelle fietsroutes.

Parkeerreductiemethode Deelauto's Goudappel; https://www.goudappel.nl/nl/actueel/nee-eendeelauto-vervangt-geen-vier-parkeerplaatsen Verder toelichting in bijlage 1 van de Leidraad. Vanuit beide ontwikkelaars kwam de suggestie om deelmobiliteit wel op te nemen zodat Elburg mee gaat in de ontwikkelingen rondom mobiliteit. De voorgestelde drempelwaarde maakt het voor de komende jaren realistisch en zet het binnen de gemeente op de kaart.

Input Sjako Ruster, mobiliteit

Klimaatadaptatie 1

Voorkomen wateroverlast door extreme neerslag (gebouwniveau)

Hoogteverschil vloerpeil en maaiveld (wegpeil): 20-30 cm

Hoogteverschil vloerpeil en maaiveld (wegpeil): > 30 cm

Aantonen in hoogteontwerp ontwikkeling.

Beleids- en beheerplan Water en Riolering Gemeente Hattem, Oldebroek, Elburg en Nunspeet in samenwerking met het waterschap.

Beoogt het reduceren van de n.v.t. menselijke invloed op het natuurlijk watersysteem. De hoeveelheid water die infiltreert is gelijk aan de situatie voor bebouwing, de afvoer gelijk aan de landelijke afvoer, en waar mogelijk wordt het gebruik van drinkwater gereduceerd door regenwater te gebruiken. De voorkeursvolgorde; •Benutten en besparen, •Vasthouden en infiltreren, •Bergen,

n.v.t.

Aantonen in waterhuishoudkundig plan.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

75% van het hemelwater wordt vastgehouden en/of hergebruikt in het plangebied

100% van het hemelwater wordt Aantonen in waterhuishoudkundig plan. vastgehouden en/of hergebruikt in het plangebied

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

90% van het hemelwater wordt vastgehouden en/of hergebruikt in het plangebied

4

Voorkomen schade bij hevige neerslag

In het plangebied treedt bij In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag (bij extreem hevige neerslag (bij 90 70mm neerslag in een uur) geen mm neerslag in een uur) geen schade op aan bebouwing, schade op aan bebouwing, infrastructuur. Vitale infrastructuur. Vitale voorzieningen blijven functioneren voorzieningen blijven bij 90mm in een uur. Dit zijn functioneren bij 90mm in een hoofdwegen, drinkwater en uur. Dit zijn hoofdwegen, energie drinkwater en energie

5

Infiltratie en vasthouden van neerslag

Op perceelsniveau wordt een groot deel van de neerslag (60mm) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen op privaat terrein waar infiltratie geschikt is.

Afwegen impact risico's

Overstromingsrisico’s van Basis+ n.v.t. overstromingskans, waterdiepte Er is een globale en evacuatietijd en bijbehorende overstromingsrisicobeoordeling impact meewegen in het ontwerp. uitgevoerd en de uitkomst wordt gecommuniceerd met de Bijv: op locaties met grotere bewoners overstromingskans kan het hebben van dakramen als verplichting gelden zodat bij een calamiteit altijd een escape aanwezig is Tenminste 40% schaduw in het n.v.t. Tenminste 40% schaduw in het plangebied op de plangebied op de hoogste zonnestand (21 juni) voor hoogste zonnestand (21 juni) verblijfsplekken en voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer gebieden waar langzaam zich verplaatst. verkeer zich verplaatst. minimaal 30 % schaduw op minimaal 40 % schaduw op projectniveau in openbaar terrein projectniveau in openbaar terrein

Via het huidige PvE inriching OR wordt een rioolontwerp gevraagd die dient als een waterhuishoudings- en rioleringsplan

Aantonen in stedenbouwkundig plan.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Vitale en kwetsbare functies en n.v.t. groenvoorzieningen in de openbare ruimte moeten bestand zijn tegen hitte. Koele, schaduwrijke n.v.t. verblijfsplekken zijn op loopafstand (300meter) aanwezigen openbaar toegankelijk.

n.v.t.

Aantonen in inrichtingsplan.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Koele, schaduwrijke verblijfsplekken zijn op loopafstand (200meter) aanwezigen openbaar toegankelijk.

Aantonen in stedenbouwkundig plan.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

6

7

Gevolgbeperking overstromingen

Voorkomen hittestress kavels, Creëren schaduw op sponswerking kavels. verblijfsplekken

In het plangebied treedt bij extreem hevige neerslag (bij 120mm neerslag in een uur) geen schade op aan bebouwing, infrastructuur. Vitale voorzieningen blijven functioneren bij 120mm in een uur. Dit zijn hoofdwegen, drinkwater en energie

Op perceelsniveau wordt een Op perceelsniveau wordt een groot deel van de neerslag groot deel van de neerslag (70mm) verwerkt (geïnfiltreerd, (90mm) verwerkt (geïnfiltreerd, vastgehouden vastgehouden en/of geborgen) in voorzieningen en/of geborgen) in op privaat terrein waar infiltratie voorzieningen geschikt is. op privaat terrein waar infiltratie geschikt is.

Aantonen in waterhuishoudkundig plan via maatwerkberekening.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Aantonen in waterhuishoudkundig plan. Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe Het verdient aanbeveling dit op een infiltratiekansenkaart te verwerken en in PvE inrichting OR: het DSO aan te geven. De onderbouwing Infiltratievoorziening hierin kan in globale doorlatendheid worden aangegeven, bodemsoort etc.

Mobiliteit - 3

Dit wordt ook benoemd in het Klimaatadaptief Bouwen Noord-Veluwe https://www.metropoolregioamsterdam.nl/wpcontent/uploads/2021/03/ConceptBasisveiligheidsniveau-klimaatbestendigenieuwbouw-2.0.pdf

Mobiliteit - 3, 5

8

Hittebestendige openbare ruimte

9

Toegankelijkheid koele verblijfsplekken

10

Koele oppervlakken

40% van alle horizontale en verticale oppervlakten wordt warmtewerend of verkoelend ingericht

n.v.t.

n.v.t.

Aantonen in stedenbouwkundig plan.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Mobiliteit - 3

11

Geen negatieve impact koelsysteem

De koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs)ruimte in de directe omgeving

n.v.t.

n.v.t.

Aantonen via technische informatie over koelsysteem

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Energietransitie - 5

12

Standaardiseren percentage groen in tuinen

Basistuin aangelegd bij oplevering Basis + aandeel tuinoppervlak Plus + Aandeel tuinoppervlak die verleidt naar onverhard en van iedere kavel onverhard: 25%. onverhard: >50%. groene erfscheidingen

Aantonen in inrichtingsplan.

Vanuit het interview met Prinsbouw kwam dit als basis-niveau naar voren. Er is geen bestaand beleid of borging om een eis te stellen op dit punt. Vraag is dus stimulering naar een begroeide tuin. Dit kan bijvoorbeeld door het aanbrengen van goede teelaarde in tuinen.

n.v.t.

Aantonen via een overzicht van gemaakte keuzes

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Aantonen via documentie in de vorm van ontwerptechnieken, berkeningen en specificaties van de waterbeging.

Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

13

bodemdaling

Voorkomen bodemdaling

Gebiedsspecifieke keuze ontwerppeil, restzettingseis, maatregelenset en materiaal op basis van de meest kosteneffectieve investering gegeven de levensduur.

14

droogte

Besparen op drinkwatergebruik

Bij het ontwerp en de inrichting Waterbesparende apparatuur wordt ingezet op toepassen zodat drinkwaterbesparing, referentieverbruik op 100 l/dag komt in plaats van regenwaterbenutting en verbetering van de waterkwaliteit 120l/d.inwoner

Waterbesparende apparatuur toepassen zodat referentieverbruik op 80 l/dag komt in plaats van 120l/d.inwoner

Hoeveelheid hemelwaterberging t.b.v. besparing drinkwater per woning (m3)

0,5

1,5

3

We houden het leefgebied voor flora en fauna in de ontwikkeling stand door bescherming of mitigatie.

We passen onze ontwikkelplannen aan zodat het leefgebied van soorten in stand blijft.

15

16

17

Natuurinclusief bouwen: Leefareaal van diersoorten centraal stellen in toegepaste concrete en ontwikkelingen. blijvende maatregelen in wanden of daken. nestel- en foerageerplekken per woning.

Beschermen en stimuleren soortenrijkdom in ontwikkelingen.

Gebiedsspecifiek worden een restzettingseis en bijbehorende maatregelenset tegen bodemdaling gekozen die over de levensduur van zestig jaar maatschappelijk het meest kosteneffectief zijn voor openbaar en privaat terrein

Plus + Minimaal 60 procent van de vegetatie die wordt toegepast bestaat uit autochtoon inheemse en in Nederland gekweekte Minimaal 40 procent van de beplanting. Er mogen helemaal vegetatie die wordt toegepast geen invasieve planten worden bestaat uit autochtoon inheemse toegepast om overwoekeren en en in Nederland gekweekte uitroeien van inheemse beplanting. Er mogen helemaal beplanting te voorkomen. geen invasieve planten worden toegepast om overwoekeren en uitroeien van inheemse beplanting te voorkomen.

De voorzieningen die worden Basis + We treffen maatregelen getroffen voor minimaal 2 voor bestaande soorten en habitatten worden gerealiseerd benoemen nieuwe doelsoorten vanuit het gedachtegoed van waar we een geschikt habitat natuurinclusief bouwen. Hierbij voor maken. moeten de voorzieningen zich te richten op het creëren van een De voorzieningen die worden habitat voor diersoorten. Soorten toegepast voor een habitat waarvoor habitatten kunnen worden geïntegreerd in, rondom worden gerealiseerd zijn vogels, en in de buurt van de woning. vleermuizen, amfibieën, reptielen, Zoals: verblijfsruimten of ongewervelden en zoogdieren. nestelstenen in de gevels en daken voor gebouwafhankelijke soorten.

We treffen maatregelen voor bestaande soorten en benoemen nieuwe doelsoorten waar we een geschikt habitat voor maken. Maatregelen voor natuurpositief bouwen worden aanbevolen in de door de Ecoloog opgestelde natuurrapportage. De maatregelen hebben ecologische waarde door de maatregelen integraal te ontwerpen op basis van de Vijf V’s; voedsel, voortplanting, veiligheid, verbinding en variatie

Landelijke maatlat klimaatadaptief bouwen. Heeft de richtlijn voor het hergebruik van water waarbij dit als eerste in de voorkeursvolgorde voor benutten en besparen valt. De herkomst van de toegevoegde beplanting wordt weergegeven op Labels, keurmerken, kwekersinformatie, e.d.

Het basisniveau komt terug vanuit Klimaatadaptief Bouwen Noord Veluwe

Mobiliteit - 3

Voor het plus en ambitisch-niveau is inspiratie Een overzicht van de toegepaste beplanting gehaald vanuit de volgende breeam richtlijnen; dient te worden opgenomen in een inventarisatie https://richtlijn.breeam.nl/credit/natuurinclusiev e-locatie-1549

De bewijslast gebeurd aan de hand van In het interview met Uwoon werd duidelijk dat het Energietransitie - 7 ontwerptekeningen en aan de hand van een gebruik van een instrument zoals een soortenmanagement plan. soortenmanagementplan hen enorm helpt bij het leveren van concrete bewijslast. https://richtlijn.breeam.nl/credit/natuurinclusievelocatie-1549 De voorgestelde maatregelen binnen plus en ambiteus komen overeen met Excellent en outstanding en het basisniveau is een haalbare opmaat richting deze niveaus.

18

Versterken het gebruik van van verticale oppervlakken als leefgebied en hittewerend inrichten

We onderzoeken de mogelijkheid We voeren 25% van de dichte voor het toepassen van groene gevels als groene gevel uit. gevels. Dit kunnen natuurvoorzieningen rondom de woning zijn zoals: groene daken en/of groene gevels, perceelscheidingen en ecologisch groen in de tuin.

We voeren 40% van de dichte gevels als groene gevel uit.

Herkomst primair materiaal

Europese herkomst

n.v.t.

2

Certificaat gebruikt hout

minimaal 95% van het toegepaste 100% van het toegepaste hout n.v.t. hout heeft een FSC of PEFC heeft een FSC of PEFC certificaat certificaat

3

Schaduwprijs van materialen, uitgedrukt in de MPG score (EUR/m2 BVO)

Wettelijke eis (is nog 2024 = 0,8). 0,4 2025 = 0,5.

Dit ambitieniveau's zijn een invulling van maatregel 17

Tuinen worden voorzien van ecologisch groen, ofwel groen met een ecologische functie zoals bestuiving of schuilgelegenheid. Er is ecologisch groen in de tuin aanwezig

Circulair bouwen 1

Beschermen van materiaalvoorraden; verantwoorde keuze voor inputmateriaal

Noordwest Europa

Via een materialen herkomst index of materialenpaspoort

Deze ambitieniveaus zijn volgend Lagemaat goed haalbaar.

Marktpartijen dienen bewijs te leveren van certificering voor minimaal 95% van het gebruikte hout, zoals FSC- of PEFCcertificaten.

Door FSC Nederland is geadivseerd aan de Nederlandse overheid dat dit certificaat vanaf 2025 verplicht wordt gesteld.

0,3

Marktpartijen moeten bewijs leveren van de Vanaf 2021 is de wettelijke MPG eis 0,8. schaduwprijs van materialen, uitgedrukt in Per 1 januari 2025 wordt de wettelijke MPG eis 0,5. de MPG-score (EUR/m2 BVO).

>75%

Documentatie: Massapercentage nonvirgin/biobased via de CPG meetmethode.

*Indien gebruik wordt gemaakt van houtbouw/kanaalplaten uit bestaande bouw of inzet betongranulaat wordt dit nog niet goed in de MPG score weergegeven maar kan er wel worden afgeweken bij een goede weergave van bewijslasten. 4

Massapercentage (%) van grondstoffen is non-virgin en/of biobased

zit indirect in de MPG score >30%

>50%

CPG als meetmethode Nationaal Programma Circulaire Economie 20232030 Prestatieafspraak vanuit Het Nieuwe Normaal

6

Beperk negatieve impact materiaa+C47+C46

Geen gebruik maken van uitgesloten bouwmaterialen (ongecoat zink, lood en koperen waterleidingen en dakbedekking, teer-houdende dakbedekking).

Aantonen met een n.v.t. materialenstaat dat: - er geen materialen uit "C2C Banned list of Chemicals" zijn toegepast. - De hoeveelheid producten met een certificaat van LVBC of C2C + Voor de infiltratievoorziening zijn alleen materialen toegestaan of REACH. die niet uitloogbaar en/of afbreekbaar zijn en bij normaal gebruik een levensduur hebben van tenminste 40 jaar. (Vanuit PvE)

Marktpartijen moeten bewijs leveren voor PVE in OR het beperken van de negatieve impact van materialen, zoals het vermijden van C2C lijst. uitgesloten bouwmaterialen en het gebruik van duurzame infiltratievoorzieningen. Dit wordt aangetoond met een materialenstaat die conformiteit met C2C-regels en certificaten van LVBC, C2C of REACH aantoont.

7

8

Beschermen van materiaalvoorraden; behouden outputmateriaal voor volgende cyclus (Urban Mining)

9

10

11

criteria beton en asfalt tbv GWW

De MKI-waarde voor het te leveren betonmortel voor de verhardingslaag van een infrastructureel project is maximaal 20 €/m3.

n.v.t.

n.v.t.

Marktpartijen moeten voldoen aan de MKI- Interview Van Gelder: goed om ook ciretria voor waarde van maximaal €20/m3 voor beton en asfalt op te stellen. betonmortel in infrastructurele projecten. Berekening gebeurt via erkende MKIIn het kader van het bevorderen van berekeningsmethoden zoals DuboCalc of duurzaamheid in de Grond-, Weg- en MRPI. Hier staat de marktpartij wel vrij in. Waterbouw (GWW) is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) momenteel bezig met het ontwikkelen van een beleidsvoornemen om een krachtigere sturing te realiseren met behulp van de Milieukostenindicator (MKI). De MKI-waarde is dus nog niet verplicht maar al wel gangbaar. https://www.mvicriteria.nl/nl/webtool#//45/3// nl

Losmaakbaar bouwen t.b.v. herbruikbaarheid (elementniveau)

n.v.t.

Minimaal 20% van gebruikte materialen of elementen is na levensduur eenvoudig her te gebruiken of te recyclen.

Minimaal 40% van gebruikte materialen of elementen is na levensduur eenvoudig her te gebruiken of te recyclen.

Dit gebeurd via een losmaakbaarheidsindex https://richtlijn.breeam.nl/credit/losmaakbaarheid- Energietransitie - 7 als onderdeel van het materialenpaspoort. en-gebouwpaspoort-1541

Een materialenpaspoort wordt gebruikt om de grondstoffen terug te kunnen herleiden

Een materialenpaspoort wordt gebruikt om de grondstoffen terug te kunnen herleiden

Hergebruik van vrijkomende materialen

Circulaire gebruiksfase

Flexibel bouwen (bouwmethode)

Uitbreidbaar bouwen

Een materialenpaspoort kost ongeveer 1000 euro meer per woning maar zorgt ook voor een grotere restwaarde.

20% percentage hergebruik van 30% percentage hergebruik van 40% percentage hergebruik van vrijkomende materialen uit sloop- vrijkomende materialen uit sloop- vrijkomende materialen uit en sloop-nieuwbouw projecten en sloop-nieuwbouw projecten sloop- en sloop-nieuwbouw projecten

Er wordt zoveel mogelijk Er wordt voor minimaal 50% IFD remontabel gebouwd zodat nadat modulair gebouwd. Doormiddel er gebouwd is, weer te van plug-and-play technieken demonteren is en elders weer wordt rekening gehouden met opnieuw opgebouwd kan worden. mogelijke veranderingen in gebouwen.

n.v.t.

Het gebruiksoppervlak van het gebouw moet in de toekomst op minimaal 1 plek eenvoudig kunnen toenemen (horizontaal en/of verticaal).

plus+

Voor het bewijzen van flexibel bouwen kunnen marktpartijen technische 30% de compontenten in het het documentatie over remontabele bouwsysteem zijn eenvoudig te bouwmethoden en modulaire demonteren en bouwtechnieken aanleveren, evenals daarmee herbruikbaar. bouwplannen en ontwerpen die de toepassing van plug-and-play technieken aantonen.

Het gebruiksoppervlak van het Om uitbreidbaar bouwen te verifiëren, gebouw moet in de toekomst op kunnen ontwikkelaars bouwplannen minimaal 2 plekken eenvoudig indienen met ontwerpkenmerken die kunnen toenemen (horizontaal uitbreidbaarheid aantonen, en verslagen en/of verticaal). van overleg waarin uitbreidbaarheid als belangrijk aandachtspunt wordt benoemd. Het gebruiksoppervlak van het gebouw moet in de toekomst op minimaal 1 plek eenvoudig kunnen afnemen (horizontaal en/of verticaal).

Bemog benadrukte in het interview dat het gebruik van een materialenpaspoort echt de norm begint te worden, en daarom steeds meer verplicht zou moeten worden gesteld. De percentages werden vanuit de interviews ë l d https://www.dgbc.nl/publicaties/methodeadaptief-vermogen-gebouwen-59 https://richtlijn.breeam.nl/credit/adaptiefvermogen-1546 In het interview met Lagemaat kwam het belang van remontabel bouwen sterk naar voren. Deze techniek wordt steeds crucialer als basis voor een meer circulaire bouwsector. In het interview met Lagemaat werd het onderscheid tussen uitbreidbaar bouwen en andere technieken als logisch beschouwd.

Energietransitie - 7

12

Circulair verwerken van huishoudelijk afval en grofvuil

13

Gesloten (grijs)waterkringlopen; filteren grijswater voor hergebruik in de woning

Groen, grijs, blauw containers worden aangeboden per woning.

Het voorgestelde afvalproces Het voorgestelde afvalproces Voor het circulair verwerken van afval Afspraken voor afvalscheiding staan in het kan aangetoond 20% minder CO2 kan aangetoond 40% minder kunnen marktpartijen verslagen van overleg programma van eisen voor de inrichting van uitstoot veroorzaken tijdens het CO2 uitstoot veroorzaken dan aanleveren waarin circulaire verwerking van Openbare ruimte. Voorzie duidelijke instructies en ophaalproces dan het huidige het huidige (bij Basis gestelde) afvalstromen wordt besproken, evenals Het onderscheid tussen individuele of gemakkelijke toegang tot (bij Basis gestelde) systeem van systeem van afvalstromen. documentatie van gemeenschappelijke gescheiden inzamelpunten. afvalstromen. afvalmanagementplannen die circulaire afvalscheidingsvoorzieningen werd logischer Er wordt gewerkt aan het verder principes toepassen. gevonden in de interviews. De individuele Er wordt gewerkt aan het verder sluiten van de grondbalans. afvalscheidingsvoorzieningen zijn sluiten van de grondbalans. Verschillende interviews benadrukten het belang per woning of Apparte verzamelplaatsen voor van goede communicatie zie hiervoor de Zorg voor gescheiden inzameling keukenafval, tuinafval en ander gemeenschappelijke keuken maatregel van B1-niveau communicatie.

Een aanwezig-> Heeft de woning een van groente- en tuinafval, en organisch materiaal-> in het voer efficiënte huisbezoek, zoals bij Uwoon, is bijzonder oppervlakte van minder van 30 woongebouw of binnen 200 composteerprocessen uit om effectief gebleken. m2, dan volstaat een meter van de woning is een waardevolle compost te gemeenschappelijke gemeenschappelijke voorziening produceren. Andere toevoegingen die in het plus en afvalscheidingsvoorziening op voor lokale compostering. ambitieus niveau's staan komen vanuit de dezelfde woonverdieping ook. Toekomstige bewoners wordt Breeam-eisen; Toekomstige bewoners wordt een stappenplan herkenbare https://richtlijn.breeam.nl/credit/opslagruimteOverige afvalstromen (tak en een stappenplan herkenbare afvalscheiding gepresenteerd op afvalscheiding gepresenteerd voor-recyclbaar-afval-1543 snoeihout, klein chemisch afval, B1-niveau. Er vindt tussen een elektronische apparaten, glas, op B1-niveau. Dit is ook van maand en een jaar na oplevering toepassing voor het hergebruik metaal, textiel, grof hh afval) kunnen ook worden aagevraagd van de woning nog een en upcycling van producten en huisbezoek plaats voor extra op te halen. grondstoffen. Er vindt tussen voortlichting.

(Huidige PvE inrichting OR) een maand en een jaar na oplevering van de woning nog Toekomstige bewoners wordt een Als er geen gemeentelijke een huisbezoek plaats voor afvalinzamelings voorzieningen extra voortlichting stappenplan herkenbare n.v.t. >20% hergebruik van grijswater >30% hergebruik van grijswater Om gesloten (grijs)waterkringlopen te Water en bodem sturend. Structurerende keuze binnen de woning (of d.m.v. binnen de woning (of d.m.v. bewijzen, kunnen ontwikkelaars technische nummer 4 openbare voorziening) specificaties van grijswatersystemen openbare voorziening) indienen die hergebruik binnen de woning mogelijk maken, samen met monitoringrapporten die het percentage hergebruik van grijswater aantonen volgens de gestelde referentienormen.

Bijlage 4. Maatlat Groene Klimaatadaptieve Gebouwde Omgeving We krijgen steeds vaker te maken met zware buien, langdurige droogte en extreme hitte. Om ons tegen de gevolgen daarvan te beschermen, is het nodig dat we onze omgeving aanpassen. Dat betekent ook dat we anders moeten gaan bouwen. De maatlat maakt duidelijk hoe klimaatadaptief bouwen eruitziet. Het instrument beschrijft

doelen

en

prestatie-eisen,

en

geeft

richtlijnen

voor

de

thema’s

wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en gevolgbeperking overstromingen. De maatlat schrijft geen specifieke maatregelen voor, maar biedt handvatten om met klimaatadapatief bouwen aan de slag te gaan.

Bron: Klimaatadaptatienederland.nl

Bijlage 5. Zonneladder Zonne-energie kan op verschillende manieren worden opgewekt. Dit moet met een zorgvuldige inpassing en met aandacht voor natuur en omgeving gebeuren. Binnen de regio Noord-Veluwe is een afwegingskader voor nieuwe zonne-energieprojecten ontwikkeld zodat we zorgvuldig omgaan met de beschikbare ruimte.

Bron: Regionale Energie Strategie (RES)

Bijlage 6. Mobiliteitsladder De Mobiliteitsladder is een systematiek om zorgvuldig afwegingen te maken ten aanzien van keuzes rondom bereikbaarheid. De ladder is erop gericht om het aanleggen of uitbreiden van infrastructuur zoveel mogelijk te beperken door het toepassen van andere oplossingen. Uitbreiding van de infrastructuur is de laatste stap op de ladder. Mogelijke oplossingen kunnen eerst gevonden worden in de ruimtelijke ordening, prijsbeleid, mobiliteitsmanagement of optimalisatie van het openbaar vervoer.

Bron: Verkeersonderzoek N34 (Provincie Drenthe en Sweco)

Bijlage 7. STOMP-principe Stomp staat voor: −

stappen

−

trappen

−

openbaar vervoer

−

mobility as a service (MaaS)

−

privé-auto

Door functiemenging, compactheid en autoluwe gebieden bevorder je het stappen of lopen (S). Samen met fietsen (T) heeft dit op de kortere afstanden de voorkeur omdat het een gezonde, duurzame en schone wijze van verplaatsen is. Voor de langere afstanden biedt het OV (O) uitkomst als schone en ruimte-efficiënte vervoerswijze. Mobility as a service (M) kan dit gebruik vergemakkelijken door via één platform al de vervoersbehoeften te kunnen plannen, boeken en betalen. De privé-auto (P) heeft een lagere prioriteit.

Bron: Mobiliteitsplatform.nl

Bijlage 8. Visiekaart omgevingsplan Doornspijk

Bijlage 9. Specificatie bouwactiviteiten kostenverhaal A. Het Omgevingsplan van de gemeente kan meerdere kostenverhaalsgebieden bevatten. Namelijk telkens wanneer het Omgevingsplan voor een bepaalde (her)ontwikkellocatie

wordt

gewijzigd

moet

worden

bezien

of

het

kostenverhaal op een andere manier (dat wil zeggen privaatrechtelijk) verzekerd is. Als dat niet het geval is moet, bij het besluit tot wijziging van het Omgevingsplan, een kostenverhaalsgebied in het Omgevingsplan worden opgenomen met daaraan verbonden een kostenverhaalsregel. Het verhalen van de kosten zelf vindt dan plaats via een kostenverhaalsbeschikking die verleend wordt aan degene die (ver)bouwt. Zonder zo’n beschikking is het verboden te starten met de (ver)bouwactiviteit. Degene die wil bouwen dient zelf zo’n beschikking aan te vragen. B. Bouwactiviteiten waarvan kosten worden verhaald als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, aanhef, van de Omgevingswet, zijn: a.

De bouw van één of meer gebouwen met een woonfunctie.

b.

De bouw van één of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie.

c.

De uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m 2 brutovloeroppervlakte of met één of meer gebouwen met een woonfunctie.

d.

De bouw van één gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b. is, met ten minste 1.000 m2 brutovloeroppervlakte.

e.

De verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft.

f.

De verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik

ter plaatse

tot

gebouwen

met

één

of

meer

van

deze

gebruiksfuncties, mits de cumulatieve brutovloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m 2 bedraagt. C. De activiteiten waarover in een overeenkomst bepalingen over financiële bijdragen kunnen worden opgenomen, bedoeld in artikel 13.22, eerste lid, van de Omgevingswet, zijn: a.

De activiteiten bedoeld in artikel 8.13 van de Omgevingswet.

b.

De bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor: 1. Land- of tuinbouw voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt. 2. Opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager. 3. Infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie-infrastructuur.

4. Handelsreclame. 5. Recreatie. c. Andere activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie, voor zover het gaat om het gebruik van: 1. Eén of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto-vloeroppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.500 m2 bedraagt. 2. Gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt. 3. Eén of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.

Bijlage 10. Specificatie samenhang kostenvragers en kostendragers Er is een samenhang tussen kostenvragers en kostendragers waarbij op de verschillende onderdelen profijt wordt voorzien voor locaties met (her)ontwikkelingen dan wel functiewijzigingen. Het gaat dan om: Mobiliteit De locaties met (her)ontwikkelingen dan wel functiewijzigingen worden mede ontsloten door en hebben daarmee profijt van: a. Autowegen, viaducten, tunnels en bruggen als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het tracé van de betreffende voorziening. b. Fietspaden, als zij binnen 2 km liggen van (een deel van) het tracé van het betreffende pad. c. Voetpaden, als zij binnen 0,5 km liggen van (een deel van) het tracé van het betreffende pad. d. Mobiliteitsvoorzieningen zoals gezamenlijke parkeerplaatsen (niet zijnde parkeerplaatsen bij woningen, maar afzonderlijke verzamelplekken waar buurtoverstijgend geparkeerd kan worden) en vervoershubs, als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het tracé van de betreffende voorziening. Het betreft steeds ontwikkelingen die door de gemeente zelf worden gerealiseerd of door medeoverheden. Deze categorieën van ontwikkelingen worden haalbaar gemaakt door: a. Bijdragen van ontwikkelende partijen. b. Subsidies en bijdragen van anderen dan de ontwikkelende partijen. c. Dekking door de gemeente van het bedrag dat niet uit de onderdelen a. en b. kan worden gedekt.

Voorzieningen voor natuur, recreatie, ontmoeting en sport De leefbaarheid en belevingswaarde van locaties met (her)ontwikkelingen dan wel functiewijzigingen worden mede verbeterd door en hebben daarmee profijt van: a. Investeringen in verbeteringen van de waarden van natuur, landschap en ecologie, als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt in dergelijke waarden. b. Recreatieve voorzieningen zoals parken en ontmoetingsplekken als zij binnen 2 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt in dergelijke voorzieningen. c. Stadslandbouw en openbare sportvoorzieningen, als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt in dergelijke voorzieningen. Het betreft steeds ontwikkelingen die door de gemeente zelf worden gerealiseerd of door medeoverheden. Deze categorieën van ontwikkelingen worden haalbaar gemaakt door:

a. Bijdragen van ontwikkelende partijen. b. Subsidies en bijdragen van anderen dan de ontwikkelende partijen. c. Dekking door de gemeente van het bedrag dat niet uit de onderdelen a. en b. kan worden gedekt. Sportaccommodaties en andere maatschappelijke voorzieningen De kwaliteit van de samenleving wordt bevorderd door sportaccommodaties, ontmoetingsplekken en andere (multifunctionele) maatschappelijke voorzieningen: a. Investeringen in dergelijke voorzieningen als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt. Het betreft steeds ontwikkelingen die door de gemeente zelf worden gerealiseerd of door medeoverheden. Deze categorieën van ontwikkelingen worden haalbaar gemaakt door: a. Bijdragen van ontwikkelende partijen. b. Subsidies en bijdragen van anderen dan de ontwikkelende partijen. c. Dekking door de gemeente van het bedrag dat niet uit de onderdelen a. en b. kan worden gedekt. Sociale woningbouw In principe geldt voor sociale woningbouw de norm van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid zoals vastgelegd in een gemeentelijke Woonvisie of andere visie. Met deze norm wordt gedoeld op de percentages voor sociale huurwoningen en sociale koopwoningen. De categorie sociale koopwoningen is een wettelijke term welke in de gemeente Elburg samenvalt met het begrip ‘betaalbare woningen’.

Binnen deze categorie betaalbare woningen worden meerdere prijssegmenten onderscheiden. De wettelijke grens ligt op de prijs waarvoor de koper een garantie kan verkrijgen in het kader van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). De percentages sociale woningbouw zoals opgenomen in de gemeentelijke visie zijn leidend bij de (her)ontwikkeling van woningbouwlocaties. Evenwel kunnen er zich situaties voordoen waarin het voldoen aan die percentages niet wenselijk of niet mogelijk is. Daarbij valt (niet limitatief) te denken aan de volgende situaties: a. In de betreffende wijk is het aantal woningen in de sociale huur respectievelijk betaalbare koop al substantieel hoger dan de bedoelde norm. Dan kan het wenselijk zijn om via een (her)ontwikkelingslocatie te sturen op een lager gemiddelde, of anders gezegd te sturen op een verhoudingsgewijs hoger aantal woningen in de middendure huur-, de middendure koop-, de dure huuren/of dure koopsfeer. b. Op de betreffende herontwikkelingslocatie is sprake van hoge kosten van verwerving van bestaand vastgoed (hoge inbrengwaarden) en/of van hoge kosten van sanering of bescherming van archeologische waarden, etc. Het vasthouden aan het percentage van de gemeentelijke norm leidt in zulke situaties (voorcalculatorisch) veelal tot onrendabele uitkomsten. Vanwege zulke onrendabele uitkomsten kan de gemeente toestaan dat volstaan mag

worden met lagere percentages voor sociale huur- en/of betaalbare koopwoningen. c. De (her)ontwikkelingslocatie is dusdanig gelegen dat deze bij uitstek geschikt is voor het (grotendeels) bebouwen met woningen in de dure sector. Te denken valt aan een ligging met uitzicht op fraaie waterpartijen/vaarwater. Wanneer op een dergelijke plek eenmaal betaalbare koopwoningen zijn gerealiseerd is er voor de eigenaren een sterke prikkel om hun woning relatief snel door te verkopen. Die landen, gezien de praktijk, dan relatief snel buiten de invloedssfeer van de doelgroep voor betaalbare koopwoningen. De gemeente

kan

zulke

woningen

niet

eindeloos

belasten

met

anti-

speculatiebedingen, zodat het realistischer is zulke plekken te (laten) benutten voor bebouwing met andere type koopwoningen. d. Sommige (her)ontwikkelingslocaties zijn dusdanig klein dat er maar een beperkt aantal woningen op kan worden gerealiseerd. Wanneer de gemeente bijvoorbeeld de norm hanteert van 30% sociale huur en op de locatie kunnen ongeveer 12 woningen worden gebouwd dan leidt dit (afgerond) tot 4 sociale huurwoningen. Voor een dergelijk klein aantal valt in de praktijk vaak geen verhuurder

te

vinden.

Voor

bebouwing

in

de

sfeer

van

betaalbare

koopwoningen geldt deze beperking in veel mindere mate. Op dergelijke kleine locaties kan de gemeente qua sturing zelf al uitwisselen binnen de categorieën sociale huur en betaalbare koop. Maar voor zover ook dat onvoldoende realistisch is (hoe kleine de locatie hoe minder realistisch), kan de gemeente besluiten te volstaan met een lager totaalpercentage sociale woningbouw. Locaties met (her)ontwikkelingen voor woningbouw dan wel met functiewijzigingen voor woningbouw die voor een kleiner percentage dan de beleidsnormen voor sociale huur respectievelijk sociale koopwoningen mogen worden ontwikkeld, kunnen alleen voor dat lagere percentage qua sociale woningbouw worden ontwikkeld als elders in de gemeente een dusdanige compensatie wordt gerealiseerd dat in totaliteit de beleidsnorm wordt gehaald. In die zin is er een samenhang tussen locaties met een te laag percentage sociale woningbouw en locaties waar dat tekort gecompenseerd moet worden. Aangezien de grondexploitatie van compensatielocaties negatiever wordt als gevolg van het compenserende aantal woningen in de sociale sector, stelt de gemeente als voorwaarde bij het aangaan van een overeenkomst dat de locatie die

te

weinig

sociale

woningbouw

realiseert

financieel

bijdraagt

aan

de

compenserende locaties. Locaties voor de compensatie voor sociale woningbouw kunnen eigendom van de gemeente zijn dan wel van private partijen. Locaties die (reeds) eigendom zijn van een corporatie komen niet in aanmerking voor het betalen of ontvangen van een compensatiebedrag.

Parkeren Voor locaties met (her)ontwikkelingen dan wel functiewijzigingen die, in afstemming met de gemeente, niet kunnen en hoeven te voldoen aan de gemeentelijke parkeernormen kunnen financiële compensatieafspraken worden gemaakt. Het verminderde aantal parkeerplaatsen wordt dan binnen een periode van 10 jaar alsnog door de gemeente gerealiseerd gefinancierd uit de compensatiebijdrage. Beschermd stadsgezicht De navolgende locaties dienen een financiële bijdrage te leveren aan de ontwikkeling en in standhouding van gebieden binnen het beschermd stadsgezicht zoals vastgelegd in de Visie Beschermd Stadsgezicht: a. Molenkamp: 1. Woningbouwontwikkeling langs de Molenweg. 2. Kleinschalig wonen (tiny houses of collectief wonen) en kleinschalige verblijfsrecreatie in paviljoens in het historisch tuinencomplex. 3. Bebouwing op de kassenlocatie. 4. Woningbouw op de locatie van de huidige sportvelden. b. Haven & Oude Vos: 1. Woningbouw op de Oude Vos. 2. Woningbouw tussen de Oude Vos en de Flevoweg. 3. Camperplaatsen bij de Kamperdijk. 4. Bouwontwikkeling tuincomplex Kamperdijk, Oude Bleek. De financiële bijdragen komen ten goede aan (een deel van) de hieronder gespecificeerde ontwikkelingen: a. Voor deelgebied Molenkamp: 1. Aanleggen van het landschappelijk raamwerk. 2. Herinrichten en uitbreiden van het parkeerterrein Schootsvelden en verbeteren van de omgeving tramremise. 3.

Uitbreiding en herinrichting van het sportcomplex. 4. Herinrichting van de omgeving korfbal en toevoeging van open groene ruimtes. 5. Hernieuwde historische betekenis geven aan het tuinencomplex. 6. Ontwikkeling van de kassenlocatie met een nieuwe laan. 7. Aanleg van een voedselbos. 8. Verbeteren van de ontsluiting en verminderen parkeerdruk. 9. Opwaarderen van de Puttenerbeek. 10. Versterken van de relatie met het buitengebied. b. Voor deelgebied Weerens: 1. Opheffen van de beplanting in het zuidelijk deel van Oude Vos. 2. Beplanting langs de Flevoweg verwijderen om zicht op het Veluwemeer. 3. Recreatief toegankelijk maken van de kruin van de dijk. 4. Uitbouwen van het wandelnetwerk bij de dijk. 5. Herstellen van zichtrelaties vanaf de Breede Gang. 6. Uitbouwen van doorsteekjes tussen Bagijnedijkje en de tuinderijen. 7. Aanleg van een brug over/in de vestinggracht dan wel een trekpontje. c. Voor deelgebied Mheengronden: 1. Behoud/herstel van het historisch kavelpartroon.

2. Behoud en verhelderen grenzen open landschap (gevormd door Kamperdijk, Kamperweg en Paterijstraat). 3. Vrijspelen van de locatie zorgboerderij en middelbare school. 4. Vergroten biodiversiteit en ecologische waarden door agrarisch gebruik te extensiveren. 5. Aanleg van natuurlijke slootkanten. 6. Vergroten van de natuurwaarden door vernatting. 7. Aanleg van nieuwe schakels in het klompenpadennetwerk, aansluiten op routes in de omgeving, aanleg van aantrekkelijke rustpunten en bebording. d. Voor deelgebied Haven & Oude Vos: 1. Versterken van de relatie met het water langs het gehele havenkanaal. 2. Realiseren van heldere grenzen tussen bebouwd gebied en buitengebied. 3. Versterken van de ruimtelijke kwaliteit van het Havenplein en oude dijklichaam. 4. Ontwikkelen van braakliggende gebieden in voormalig tuincomplex Kamperdijk-Oud Bleeksweg. 5. Betere inpassing rand Kruismaten langs de Kamperweg/Kamperdijk. 6. Ontwikkeling gebied Kerkhofsweg, Flevoweg, Havenkade. 7. Ontwikkeling van tuincomplex Kamperdijk.

April 2025 | Definitief

Colofon Deze omgevingsvisie is opgesteld door BügelHajema Adviseurs in opdracht van de gemeente Elburg

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=ce2996d9-dbc4-4f79-9675-bfeb724ac5ae