Bijlage 1b Regels, Toelichting en Bijlagen Elburg - Vossenakker Zuid 2 aangepast
Tekst van het document
6.2
Vooroverleg / omgevingstafel
Het bestemmingsplan is toegezonden aan de betrokken instanties, zoals de provincie, het waterschap en overige relevante diensten en instanties. De binnengekomen reacties zijn weergegeven in de vooroverlegnota (zie bijlage 14 bij het bestemmingsplan). Het bestemmingsplan is naar aanleiding van de reacties van het Waterschap en de VNOG aangepast en aangevuld.
6.3
Zienswijzen
Het ontwerpbestemmingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode werd eenieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen. Hierop is één zienswijze ingediend. In bijlage 15 is de zienswijzennota opgenomen. Hierin is de zienswijze samengevat en voorzien van een gemeentelijke reactie. De zienswijze leidt niet tot wijzigingen in het bestemmingsplan.
64/554
6.4
Vervolg
Vervolgens is het bestemmingsplan op 18 december 2023 vastgesteld door de gemeenteraad. De publicatie van het vaststellingsbesluit vindt (over het algemeen) plaats binnen twee weken na de vaststelling. Tijdens de daaropvolgende inzagetermijn (6 weken) is het voor alle belanghebbenden mogelijk beroep in te stellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Het vaststellingsbesluit treedt in werking op de eerste dag ná de dag waarop de beroepstermijn afloopt, tenzij er een voorlopige voorziening is aangevraagd.
65/554
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
De economische uitvoerbaarheid van een project wordt enerzijds bepaald door de financiële haalbaarheid en anderzijds door de grondexploitatie, waaronder het kostenverhaal van de gemeente.
7.1
Financiële haalbaarheid
Doordat de gemeente Elburg het volledige eigendom heeft van het plangebied kunnen de te maken kosten worden gedekt door de grondverkopen waarmee het plan financieel haalbaar is.
7.2
Grondexploitatie
Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) beschikken gemeenten over mogelijkheden voor het verhalen van kosten. Hierbij valt te denken aan kosten voor het bouw- en woonrijp maken en kosten voor het bestemmingsplan. Daarnaast hebben gemeenten sturingsmogelijkheden, omdat in het geval van grondexploitatie door derden diverse eisen en regels gesteld kunnen worden. In de Wro is opgenomen dat voor bouwplannen, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, in verband met het kostenverhaal van de gemeente, in beginsel een exploitatieplan vastgesteld moet worden. Omdat de gemeente Elburg zelf initiatiefnemer is, het volledige eigendom heeft van het plangebied en de kosten worden gedekt door de grondverkopen, hoeven de plankosten niet via deze kostenverhaalsregeling verhaald te worden.
66/554
Bijlagen toelichting
67/554
68/554
Bijlage 1
69/554
Stedenbouwkundige uitgangspunten en Beeldkwaliteitplan
VOSSENAKKER ZUID 2, ELBURG STEDENBOUWKUNDIGE UITGANGSPUNTEN BEELDKWALITEITSPLAN
MAART-2023 OPDRACHTGEVER: GEMEENTE ELBURG PROJECTNR 20211709
INLEIDING Aanleiding Ten oosten van de bebouwde kom van Elburg, gelegen aan de Oostelijke Rondweg, is het woongebied Vossenakker tot ontwikkeling gebracht. Het betreft een woonwijk met voornamelijk grondgebonden woningen en enkele appartemen. Inmiddels nadert de woonwijk in Vossenakker Zuid zijn voltooiing. Een nog braakliggend terrein wordt ingezet om nog drie vrijstaande woningen te realiseren. Daarnaast wordt de bestaande speeltuin opnieuw ingericht. In dit document wordt het stedenbouwkundig kader geschetst, en de beeldkwaliteitseisen voor de te realiseren woningen vastgelegd.
Juridisch kader
Om de beoogde ruimtelijke kwaliteit te kunnen waarborgen is behoefte aan een kader waarin eisen zijn opgenomen ten aanzien van de beeldkwaliteit, dit krijgt vorm in dit beeldkwaliteitplan. Dit beeldkwaliteitplan is een aanvulling op de bestaande welstandnota en wordt ook als zodanig vastgesteld. Op basis van dit beeldkwaliteitplan kan de toekomstige welstandsbeoordeling van de bouwplannen in het plangebied plaatsvinden.
Criteria
Dit beeldkwaliteitplan geeft een meer concrete invulling aan de ruimtelijke aspecten voor het plangebied. Het sluit daarbij aan op de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Er worden duidelijke criteria gegeven voor de bebouwing en welke ambitie voor de inrichting van de openbare ruimte wordt voorgestaan. Het kwaliteitsdocument is opgesteld met als doel om: • een aantrekkelijk woonmilieu tot stand te brengen; • de ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de welstandscriteria; • de welstandscommissie een passend kader te bieden waarbinnen de toetsing van bouwplannen dient plaats te vinden. De beschreven criteria hebben niet het karakter van bestemmingsplanregels. Dat wil zeggen: ze zijn bedoeld als inspirerend kader. Incidenteel kan gemotiveerd van de criteria worden afgeweken, mits er sprake is van een overtuigende kwaliteit en van gevoel voor de omgeving. In dergelijke incidentele gevallen wordt expliciet aan de welstandscommissie voorgelegd of een uitzonderingssituatie vanwege de kwaliteit van het bouwplan gerechtvaardigd is.
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
2
LIGGING PLANGEBIED
Kruidenlaan
Oostelijke Rondweg
Speeltuin
Woningbouw
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
Oostendorperstraatweg
3
ANALYSE PLANGEBIED
De globale ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Het plangebied ligt ten zuidoosten van de buurtschap Oostendorp, tussen de Kruidenlaan en de Oostendorpserstraatweg. Het plangebied betreft twee graslandpercelen en wordt doorsneden door een fietspad, de Enkweg. Naast grasland wordt het plangebied gekenmerkt door een speeltuin, een zandkuil en begroeiing binnen en grenzend aan het plangebied. Ten oosten en westen grenst het plangebied aan hagen en bomen behorende tot tuinen van omliggende woningen. Ten noorden en zuiden grenst het plangebied aan wegen. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Elburg en agrarisch gebied.
Afbeelding 1: Impressie plangebied
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
4
ANALYSE HISTORISCHE ANALYSE
Medio 1900 is langs de Oostendorperstraatweg een agrarisch lint ontstaan. Deze slingerende weg vormt samen met de bebouwing en het opgaande groen een ruimtelijke scheiding tussen de hoge en lage gronden. Op de kaart is dit af te lezen aan de verschillende kavelrichtingen aan de oostzijde (lage gronden) en de westzijde (hoge gronden) van de Oostendorperstraatweg. De karakteristieken zijn van cultuurhistorische betekenis en maken dat de ontstaansgeschiedenis heden ten dage afleesbaar is in de landschappelijke en bebouwingsstructuur.
1900
1930
1960
1996
2009
2021
Bij de planvorming van het gebied Vossenakker is niet alleen uitgangspunt geweest dat de karakteristiek van de Oostendorperstraatweg zo veel mogelijk gehandhaafd blijft, maar dat tevens een drietal monumentale boerderijen, gelegen aan de oostzijde van de Oostendorperstraatweg in het verlengde van de Kruidenlaan met het bijbehorende groen (verderop ten noordoosten van het plangebied), beeldbepalend blijven.
Afbeelding 2: Topotijdreis kaarten.
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
5
ANALYSE STEDENBOUWKUNDIGE HOOFDSTRUCTUUR
De hoofdstructuur van de Vossenakker is herkenbaar, met de Oostelijke Rondweg als doorgaande verkeersstructuur. De Oostendorperstraatweg sluit aan op deze hoofdstructuur en is vanuit cultuurhistorisch oogpunt erg waardevol. Samen vormen deze ontsluitingswegen een sterke begrenzing van de wijk. Het gebied zelf wordt in tweeën gedeeld door de Kruidenlaan.
Oo
ste
lijk
eR
on
dw eg
Vossenakker-Zuid ligt tussen de uitbreidingen van eind 20ste eeuw en het agrarische landschap. De oudste gebouwen zijn verspreid over het historische lint en zijn van origine agrarisch. Dit heeft veel invloed op de bebouwingsstructuur en is ook nog herkenbaar aan de woningen ten zuid-westzijde van de Kruidenlaan. Noordelijk van de Kruidenlaan is de bebouwing modern van uitstraling en heeft een samenhangende uitstraling.
an
nla
K
De bouwstructuur van Vossenakker-Zuid is helder van opzet, met bebouwingsranden die op de ontsluitingsroutes georiënteerd zijn. Het middengebied kenmerkt zich door kleinschalige woonstraten die haaks op de Kruidenlaan staan. Met de realisatie van het studiegebied wordt deze bebouwingsrand aan de Kruidenlaan afgemaakt.
de rui
g
ndo
ste
Oo
twe traa
rs rpe
Afbeelding 3: Stedenbouwkundige hoofdstructuur
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
6
ANALYSE IMPRESSIE GEBIED
Kruidenlaan
Een vrij typische woonstraat met een formeel profiel. Je kan hier hoofdzakelijke twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen vinden. De straat zelf heeft weinig verblijfskwaliteit, het open groen wordt gebruikt als speeltuin en verzacht bovendien het straatbeeld.
Oostendorperstraatweg
Doorgaand historisch lint waar oorspronkelijk boeren erfjes aan gevestigd waren. De boeren woningen zijn nog steeds terug te vinden. Het lint is verder uitgebreid met grote vrijstaande woningen.
Afbeelding 4: Impressie van de Kuidenlaan en achterliggende Oostendorperstraatweg. Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
7
ANALYSE Tij m
str
HUIDIGE SITUATIE
aa
Zoals uit de luchtfoto blijkt is het plangebied grotendeels onbebouwd. De beoogde woonpercelen zijn al geruime tijd geleden bouwrijp gemaakt. De locatie waar de nieuwe speeltuin wordt voorzien is in de huidige situatie al deels ingericht als speeltuin. Het plangebied wordt doorsneden door een fietspad; de Enkweg. De gronden ten westen van de Enkweg zijn in gebruik als grasland. Het perceel ten oosten van de Enkweg is op dit moment in gebruik als speelvoorziening met zandkuil.
t
En
aan
nl ide
Kru
NI WO
Ten oosten en westen grenst het plangebied aan hagen en bomen behorende tot tuinen van omliggende woningen. Ten noorden en zuiden grenst het plangebied aan wegen. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Elburg en agrarisch gebied. De bestaande woningbouw is in eenzelfde typologie gebouwd en zorgt voor een eenduidig bebouwingsbeeld in de wijk.
EL SPE
N
UW GBO
L
TIE A C O
TUI
ATIE C O NL
kw
eg
en
st Oo
ers
p dor
g
we
at tra
Op onderstaand figuur is de Kruidenlaan weergegeven, met links de bebouwing aan de noordzijde van het plangebied weergegeven en rechts het plangebied.
Bebouwing aan de noordzijde van den Kruidenlaan (bron: Cyclomedia, juni 2022)
Weergave beoogde locatie nieuwbouwwoningen (bron: Google Streetview, mei 2021)
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
Weergave beoogde locatie nieuwe speeltuin (bron: Google Streetview, mei 2021) 8
ONTWERPUITGANGSPUNTEN AFRONDEN VOSSENAKKER
Met de realisatie van het studiegebied wordt de bebouwingsrand aan de Kruidenlaan afgemaakt. Het betreft een belangrijke schakel in de hoofdstructuur waarin de overgang van de Oostendorperstraatweg en de Kruidenlaan vormgegeven wordt.
KANS
• Inpassing van de Enkweg, om de overgang van het landschap naar Vossenakker-Zuid vorm te geven; en de • Afmaken van Vossenakker-Zuid bouwstructuren aan de Kruidenlaan; • Met de realisatie van een kinderspeeltuin kan de ruimtelijkheid aan de Kruidenlaan gehandhaafd worden.
4
DREIGING
• Openheid aan Vossenakker-Zuid verliezen; • Onzorgvuldige invulling van de woningbouw percelen kan zorgen voor een contrast met de woningen aan de Kruidenlaan.
5
1
eg
kw
En
2
4 3
UITGANGSPUNTEN
1. Groen profiel Enkweg; 2. De nieuwe woningen zijn georienteerd op de Kruidenlaan. De hoekwoning heeft een dubbele oriëntatie naar de Kruidenlaan én Enkweg; 3. Groene inpassing achterzijde percelen 4. Bouwlijnen volgen de huidige bebouwing aan de Kruidenlaan. 5. Groene inpassing van de speeltuin;
Afbeelding 5: Stedenbouwkundige uitgangspunten planlocatie.
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
9
BEELDKWALITEIT Op basis van de ruimtelijke uitgangspunten is een vertaling gemaakt naar ruimtelijke invulling van het gebied. Door middel van het schetsontwerp worden de uitgangspunten ten aanzien van de gewenste beeldkwaliteit op stedenbouwkundig niveau weergegeven. Het ontwerp geeft inzicht in de mogelijke stedenbouwkundige invulling van het gebied.
12
10
8
16
6
10
9
4
8 De planontwikkeling gaat uit van drie vrijstaande woningen, georienteerd op de Kruidenlaan. De meest oostelijke woning op de kop heeft een dubbele orientatie waardoor de ontwikkeling ook betekenis krijgt aan de Enkweg.6De relatie tussen openbaar en privé is hier van belang, op zo’n manier dat er een prettige groene overgang ontstaat. De woningen worden met een eigen oprit ontsloten vanaf de Kruidenlaan, het parkeren gebeurt grotendeels4 op eigen terrein. Aan de achterzijde van de percelen wordt een geluidwerend scherm als erfafscheiding. 14 gerealiseerd 18 16 12 2 Daarbij is nadrukkelijk aandacht 2 voor een groene vormgeving, als groene overgang naar het perceel aan de zuidzijde waardoor er ook vanaf de Oostendorperstraatweg een rustig beeld ontstaat. Qua beeldkwaliteit van de woningen wordt aansluiting gezocht bij het bestaande karakter van de wijk.
7
Tijmstraat
5
Kruidenlaan
3 1
12
MuntstraatMuntstraat
Tijmstraat
SCHETSONTWERP BEELDKWALITEIT: VISIE OP HOOFDLIJNEN
14
11
10 8 6
4 2
Kruidenlaan Kruidenlaan
39 25
23
21
Speelterrein ntb
19
Enkweg
13 Weide
11
17
15 Oostendo
rperstraa
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
1
tweg 0
5
10
schaal 1:500 / A0
20m
11
BEELDKWALITEIT: WELSTANDSCRITERIA Architectuur • Qua architectonische uitstraling wordt aangesloten bij de uitstraling van de woningen aan de Kruidenlaan op zo'n manier dat de nieuwe woningen qua beeld opgaan in het huidige straatbeeld. • Met het architectuurbeeld wordt aangesloten bij de bestaande bouwmassa's en de bestaande architectuur van de woningen aan de Kruidenlaan. Plaatsing • De woningen staan een verplichte rooilijn. • De woningen zijn georiënteerd op de Kruidenlaan. • De woning op de hoek Kruidenlaan/Enkweg heeft een dubbele oriëntatie, georiënteerd op Kruidenlaan en Enkweg. • De woningen staan vrijstaand. Hoofdvorm • De kapvorm is een zadeldak of een schildkap met de nokrichting haaks op de Kruidenlaan. • De gebouwen zijn kantig opgezet. • Aan- en uitbouwen/bijgebouwen liggen achter de hoofdvorm en/of zijn ondergeschikt en hebben een hoogte tot één bouwlaag of één bouwlaag met een kap. Gevelbeeld • Er is sprake van gerichtheid op de publieke/openbare ruimte. • De straatgerichte gevel is uitnodigend en draagt bij aan de relatie met de straat. • Er is specifiek aandacht voor kop- en zijgevels. Deze zijn voorzien van openingen in de gevels. • De gevelarchitectuur sluit aan bij de bestaande bebouwing langs de Kruidenlaan en speelt in op een landelijk karakter. Materiaalgebruik • Qua materiaalgebruik wordt aangesloten bij het huidige straatbeeld aan de Kruidenlaan.
• Gevels zijn overwegend opgetrokken in metselwerk, waarbij de rode tint overheersend is. • Metselverbanden en het formaat baksteen staat vrij. • Dakbedekking in donkere pannen. • De detaillering is eenvoudig tot sterk. • Materiaalgebruik van de aan- en uitbouwen is afgestemd op het hoofdmateriaal. Relatie met de openbare ruimte • Op aan de openbare ruimte grenzende perceelsgrenzen zijn uitsluitend begroeide erfafscheidingen, bijvoorbeeld hagen, toegestaan, dit geldt zowel aan de voorzijde als de achterzijde van het perceel. Een geluidsscherm wordt met opgaand groen ingepast. Duurzaamheid • Maatregelen die bijdragen aan de duurzaamheid zijn onderdeel van de architectuur; pvpanelen en eventuele installaties worden geïntegreerd in het ontwerp • Er worden voorzieningen opgenomen in de gebouwen ten behoeve van het versterken van de lokale fauna. Bijvoorbeeld door het integreren van nestkasten voor vleermuizen en huismussen in gevels. • Duurzaamheidsapparaten zoals bijvoorbeeld buitenunits van warmtepompen, zijn niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte.
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
12
Vossenakker Zuid 2 | Stedenbouwkundige Studie | Rho Adviseurs | maart 2023
13
Bijlage 2
83/554
Akoestisch onderzoek
ELBURG-VOSSENAKKER ZUID 2 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai en milieuzonering 29 september 2022
1/19
DATUM KENMERK
29 september 2022 20211709
PROJECT PROJECTLEIDER
ing. C.N. Leenstra
OPDRACHTGEVER gemeente Elburg PROJECTNUMMER 20211709 AUTEUR STATUS
2/19
Rients Koster Concept
INHOUD 1.
INLEIDING
4
2.
SITUATIE EN PLANBESCHRIJVING
4
3.
WET GELUIDHINDER
6
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Algemeen Nieuwe situaties 30 km-wegen Cumulatie Gemeentelijk ontheffingsbeleid
6 6 7 7 7
WEGVERKEERSLAWAAIBEREKENINGEN
8
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
8 8 8 8 11
4.
5.
6.
Rekenmethode Verkeersintensiteiten 30 km-wegen Rekenmodel Rekenresultaten
MILIEUZONERING (Oostendorperstraatweg 10a)
12
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Algemeen Bedrijven en milieuzonering Activiteitenbesluit (agrarisch) Indirecte hinder Geluidberekeningen
12 12 14 16 16
BEOORDELINGEN EN CONCLUSIES
18
6.1 6.2 6.3
18 18 18
Wegverkeerslawaai Bedrijven en milieuzonering (geluid) Samenvattend
BIJLAGEN 1 2 3 4
3/19
Begrippen Invoergegevens wegen Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Oostendorperstraatweg 10a Maximale geluidniveaus Oostendorperstraatweg 10a
1. INLEIDING De gemeente Elburg is recentelijk in bezit gekomen van de 6 bouwkavels binnen de nieuwbouwontwikkeling Vossenakker. Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is op 25 juni 2007 het bestemmingsplan Vossenakker met uitwerkingsplicht vastgesteld. Op grond van het bestemmingsplan mogen maximaal 65 woningen worden gerealiseerd. Op basis van de diverse uitwerkingsplannen zijn inmiddels 63 woningen gerealiseerd. Dit betekent dat er op basis van het bestemmingsplan Vossenakker nog ruimte is voor de realisatie van 2 nieuwe woningen. Ten behoeve van de nieuwe invulling van de betreffende kavels wordt een nieuw stedenbouwkundig plan voorbereid. Dit stedenbouwkundig plan gaat als basis dienen voor een nieuw bestemmingsplan, dat nodig is omdat er niet voldaan wordt aan het maximaal aantal toegestane woningen en de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen. Het plangebied ligt binnen de wettelijke geluidzones (Wet geluidhinder) van de Oostelijke Rondweg en de Oostendorperstraatweg. Om die reden is een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het doel van het onderzoek is om na te gaan in hoeverre de nieuwe woningen kunnen worden gerealiseerd binnen de randvoorwaarden van de Wet geluidhinder.
Naast de zoneringsplichtige wegen is gekeken naar de geluidbelasting vanwege de aanwezige of nieuwe 30 km-wegen in het kader van de beoordeling van goede ruimtelijke ordening/aanvaardbaar woon-/leefklimaat. De gehanteerde akoestische begrippen worden in bijlage 1 toegelicht.
2. SITUATIE EN PLANBESCHRIJVING In Vossenakker-Zuid moet het deel rond het speeltuintje nog worden ingevuld. De gemeente heeft recent 6 bouwkavels teruggekocht van V.O.F. Vossenakker. Het betreft 4 kavels tegenover de woningen aan de Kruidenlaan 12 t/m 18 en 2 kavels tussen het speelterrein en de woning aan de Kruidenlaan 25. Een overzicht van de situatie is gegeven in figuur 1. Figuur 1:
overzicht en aanduiding situatie
Het (nieuwe) inrichtingsplan (zie figuur 2.2) gaat uit van de realisatie van drie vrijstaande woningen aan de westzijde van de Enkweg.
4/19
Figuur 2.2:
inrichtingsplan (niet noord-gericht)
De woningen worden georiënteerd op de Kruidenlaan en voegen zich in het straatbeeld. De woningen worden in eenzelfde afstand tot de weg gerealiseerd als de woningen verderop in de Kruidenlaan, waardoor een vergelijkbaar profiel ontstaat. De doorvertaling van het inrichtingsplan in de verbeelding van het nieuwe bestemmingsplan is gegeven in figuur 2.3. Figuur 2.3:
5/19
verbeelding nieuwe bestemmingsplan Elburg-Vossenakker Zuid 2
3. WET GELUIDHINDER 3.1
Algemeen
Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1:
schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken 5 of meer 3 of 4 1 of 2
breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 600 350 400 350 250 200
De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied. Deze definities luiden: ●
stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
●
buitenstedelijk gebied: gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;
Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat Lden (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in Lden vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • • •
4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting.
De toegestane aftrek conform artikel 3.4 uit het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is op alle genoemde geluidbelastingen toegepast, tenzij anders vermeld.
3.2
Nieuwe situaties
Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat
6/19
maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidzones van de Oostelijke Rondweg en de Oostendorperstraatweg. Deze wegen liggen binnen de bebouwde kom van Elburg, met uitzondering van de Oostendorperstraatweg (60 km-gedeelte begint bij de Enkweg). Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en bij de beoordeling van de geluidbelasting vanwege de omliggende wegen, wordt het toetsingskader voor stedelijk gebied gehanteerd. De maximale grenswaarde in het kader van de Wet geluidhinder bedraagt daarmee Lden = 63 dB.
3.3
30 km-wegen
Wegen met een maximumsnelheid van 30 km/u of lager zijn op basis van de Wgh niet gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Echter dient op basis van jurisprudentie in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt worden de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de maximale ontheffingswaarde als maximaal aanvaardbare waarde.
3.4
Cumulatie
Alvorens het bevoegd gezag overgaat tot het vaststellen van een hogere waarde, moet zij de effecten van de samenloop van verschillende geluidbronnen onderzoeken. Hiervoor wordt de gecumuleerde geluidbelasting berekend conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Er is geen beoordelingsmethode voorgeschreven. In tabel 3.2 is een algemeen geaccepteerde kwaliteitsindicatie van een bepaalde geluidbelasting opgenomen, die in dit rapport wordt toegepast. Tabel 3.2:
3.5
kwaliteitsindicatie geluidbelasting (bron: RIVM) geluidbelasting Lcum [dB]
geluidkwaliteit
<45
zeer goed
46-50
goed
51-55
redelijk
56-60
matig
61-65
slecht
>65
zeer slecht
Gemeentelijk ontheffingsbeleid
De gemeente Elburg heeft voor de hogere grenswaarde procedure een gemeentelijk beleid opgesteld. Het beleid van de gemeente is opgenomen in de “Wet geluidhinder Beleidskader Geluid Vaststelling Hogere Grenswaarde”. Hierin zijn uitgangspunten en voorwaarden voor het verlenen van een hogere grenswaarde opgenomen. Dit beleid dateert van 2007. In 2015 is een concept-versie “Geluidbeleid bij ruimtelijke ontwikkelingen Gemeente Elburg” van 28 november 2015 opgesteld. Het concept-beleid uit 2015 is nooit formeel vastgesteld, zodat het beleid uit 2007 nog van toepassing is. Onderstaand zijn de belangrijkste voorwaarden aangegeven uit het beleid van 2007.
7/19
4. WEGVERKEERSLAWAAIBEREKENINGEN 4.1
Rekenmethode
Het akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is uitgevoerd conform de Standaard Rekenmethode II uit het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (RMG 2012). De overdrachtsmodellen zijn opgesteld in het softwareprogramma Geomilieu, versie V2022.3 rev 1 van dgmr-software. De relevante invoergegevens (brongegevens) zijn gegeven in bijlage 2. De objectgegevens (gebouwen) zijn niet weergegeven in een bijlage. Voor de hele omgeving worden deze ingevoerd vanuit PDOK-bestanden en zijn dermate omvangrijk, dat het niet meer informatief is.
4.2
Verkeersintensiteiten
De verkeersintensiteiten voor de Oostelijke Rondweg en de Oostendorperstraatweg zijn gebaseerd op door de gemeente Elburg aangeleverde gegevens uit 2015, waarbij rekening is gehouden met een autonome groei van 2,2% per jaar naar de planhorizon (2032). De verkeersgeneratie vanwege het plan wordt geacht opgenomen te zijn in het (relatief hoge) autonome groeipercentage. Een samenvatting van de in de berekeningen gehanteerde intensiteiten is gegeven in tabel 4.1. Tabel 4.1: gehanteerde verkeersintensiteiten bestemmingsplan Hokseberg omschrijving wegvak
intensiteiten 2015
intensiteit 2022
[mvt/etmaal]
[mvt/etmaal]
2egdek
rijsnelheid
Oostelijke Rondweg
2.500
3.619
standaard asfalt
50 km/uur
Oostendorperstraatweg
11.000
15.924
standaard asfalt
50-60 km/uur
4.3
30 km-wegen
De interne wegen binnen het plangebied zijn 30 km-wegen en uitsluitend bedoeld t.b.v. de direct aanliggende woningen. De intensiteiten zijn daarom gering. De interne 30 km-wegen zijn akoestisch niet relevant.
4.4
Rekenmodel
Ten behoeve van het onderzoek is een akoestisch rekenmodel opgesteld, waarbij rekening is gehouden met alle relevante gebouwde ruimtelijke objecten in de omgeving (voor zover aanwezig of geprojecteerd). De invoergegevens zijn gegeven in bijlage 2 (wegen). Een overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 4.1.
8/19
Voor het bodem-model zijn harde (wegen, water, etc.) en zachte (onverhard terrein) bodemgebieden van belang. Verharde gebieden zijn zoveel als mogelijk ingevoerd. Voor de niet gedefinieerde harde bodemgebieden is uitgegaan van een 60% absorberende bodem (Bf = 0,6). De ingevoerde wegen zijn geschematiseerd in rijlijnen die standaard 0,75 m boven het wegdek liggen. Ter plaatse van de bouwvlakken zijn toetspunten zijn ingevoerd met een hoogte ho = +1,5m/+4,5m/+7,5m. Het maximum aantal reflecties waarmee de berekeningen zijn uitgevoerd bedraagt 1 reflectie en een sectorhoek van 2˚, conform de aanbeveling van de projectgroep Vergelijkend Onderzoek Akoestische Bureaus (VOAB). In deze projectgroep VOAB zijn afspraken gemaakt om de onderlinge verschillen in rekenprogrammatuur te minimaliseren.
9/19
Figuur 4.1:
10/19
overzicht van het akoestisch rekenmodel met de ligging van objecten, de harde bodemvlakken (Bf = 0,0) en de toets-/rekenpunten
4.5
Rekenresultaten
In de figuren 4.2/4.3 is een overzicht gegeven van de berekende geluidbelasting vanwege de Oostelijke Rondweg/Oostendorperstraatweg , waarbij rekening is gehouden met de aftrek van 5 dB op basis van artikel 110g van de Wgh. Figuur 4.2:
11/19
berekende geluidbelasting Lden in dB (inclusief 5 dB aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh) vanwege de Oostelijke Rondweg
Figuur 4.3:
berekende geluidbelasting Lden in dB (inclusief 5 dB aftrek o.b.v. artikel 110g Wgh) vanwege de Oostendorperstraatweg
5. MILIEUZONERING (OOSTENDORPERSTRAATWEG 10A) 5.1
Algemeen
Ten zuiden van het plangebied is een melkveehouderij gesitueerd aan de Oostendorperstraatweg 10a. Deze melkveehouderij veroorzaakt enige mate van geluidemissie (installaties, tractoren etc.). In het kader van milieuzonering wordt in voorliggende rapportage het aspect geluid beoordeeld.
5.2
Bedrijven en milieuzonering
Algemeen Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruik gemaakt van de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten, bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
12/19
De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: “Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.“
De definitie van een gemengd gebied is: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.“
In tabel 1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën (t/m 4.2). Tabel 1: richtafstanden per milieucategorie Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2
Richtafstand Rustige woonwijk en rustig buitengebied 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m
Gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m
De achterliggende geluidnormen die in de VNG-publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: geluidnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/rustige buitengebied en gemengd gebied Periode dagperiode (07:00 - 19:00 uur) avondperiode (19:00 - 23:00 uur) nachtperiode (23:00 - 07:00 uur)
Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemengd gebied rustig buitengebied 45 dB(A) 50 dB(A)
Maximale geluidniveaus (LAmax) rustige woonwijk/ gemengd gebied rustig buitengebied 65 dB(A) 70 dB(A)
40 dB(A)
45 dB(A)
60 dB(A)
65 dB(A)
35 dB(A)
40 dB(A)
55 dB(A)
60 dB(A)
Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG-brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgenomen in bijlage B5.3 van de VNG-publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek: stap 1:
indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk;
stap 2:
indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld
13/19
beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/65 dB(A) voor maximale geluidniveaus in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 70/65/60 dB(A) in gemengd gebied en 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); stap 3:
indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidniveaus en 50/65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Met betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidniveaus vanwege aan- en afrijdend verkeer (gemengd gebied).
In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Bij een hogere geluidbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient dit grondig onderzocht, onderbouwd, en gemotiveerd te worden, waarbij cumulatie met andere geluidbronnen/geluidbelastingen moet worden meegenomen. Deze laatste stap wordt aangeduid als stap 4. Beoordeling van de situatie Het plangebied kan worden gezien als een “rustige woonwijk/rustig buitengebied”. Het agrarisch bedrijf aan de Oostendorperstraatweg 10a kan op basis van de VNG-publicatie “Fokken en houden van rundvee” worden gekarakteriseerd als een bedrijf in milieucategorie 3.2 met een richtafstand van 100 meter. Deze richtafstand wordt bepaald door het milieuaspect “geur”. De richtafstand voor geluid bedraagt 30 meter. De afstand van het bestemmingsvlak woningen in het nieuwe bestemmingsplan Elburg-Vossenakker Zuid 2 tot de in-/uitrit van het agrarisch bedrijf bedraagt circa 40 meter (de afstand tot het bouwvlak circa 55 meter). Voor het aspect geluid wordt daarmee in principe aan de richtafstand voldaan.
Omdat het plangebied kan worden gezien als een “rustige woonwijk/rustig buitengebied”, geldt 45 dB(A) etmaalwaarde als richtwaarde voor geluid. Hoewel aan de richtafstand voor geluid wordt voldaan, is gekeken of er tevens aan de richtwaarde van 45 dB(A) kan worden voldaan.
5.3
Activiteitenbesluit (agrarisch)
Het agrarisch bedrijf aan de Oostendorperstraatweg 10a valt onder de werking van het Activiteitenbesluit en de daarin opgenomen algemene regels: Afdeling 2.8. Geluidhinder Artikel 2.17 1.
Voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en het maximaal geluidsniveau LAmax, veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, geldt dat:
a.
de niveaus op de in tabel 2.17a genoemde plaatsen en tijdstippen niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
Tabel 2.17a 07:00–19:00 uur
19:00–23:00 uur
23:00–07:00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
14/19
b.
de in de periode tussen 07.00 en 19.00 uur in tabel 2.17a opgenomen maximale geluidsniveaus LAmax niet van toepassing zijn op laaden losactiviteiten;
c.
de in tabel 2.17a aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
d.
de in tabel 2.17a aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein, met dien verstande dat de waarden in geval van ligplaatsen, bestemd om te worden ingenomen door een woonschip als bedoeld in artikel 1.2, derde lid, onderdeel b, van het Besluit geluidhinder, slechts gelden voor zover deze ligplaatsen als zodanig zijn bestemd op of na 1 juli 2012 en niet daarvoor in een gemeentelijke verordening waren aangewezen om door een woonschip te worden ingenomen;
5.
In afwijking van het eerste, tweede en derde lid geldt voor een inrichting waar uitsluitend of in hoofdzaak agrarische activiteiten dan wel activiteiten die daarmee verband houden worden verricht, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf dat is gelegen in een glastuinbouwgebied, dat:
a.
voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT), veroorzaakt door de vast opgestelde installaties en toestellen, de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel 2.17e, niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden; Tabel 2.17e
06.00–19.00 uur
19.00–22.00 uur
22.00–06.00 uur
LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen
45 dB(A)
40 dB(A)
35 dB(A)
LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
b.
voor het maximaal geluidsniveau (Lamax), veroorzaakt door de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting, de niveaus op de plaatsen en tijdstippen, genoemd in tabel 2.17f, niet meer bedragen dan de in die tabel aangegeven waarden;
Tabel 2.17f
06:00–19:00 uur
19:00–22:00 uur
22:00–06:00 uur
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
c.
de in de periode tussen 06.00 uur en 19.00 uur in tabel 2.17f opgenomen waarden niet van toepassing zijn op laad- en losactiviteiten, alsmede op het in en uit de inrichting rijden van landbouw- of bosbouwtrekkers, motorrijtuigen met beperkte snelheid of mobiele machines;
d.
de in tabel 2.17e en 2.17f aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidmetingen;
De algemene geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit voor agrarische bedrijven komen overeen met de VNG-richtwaarden voor “rustige woonwijk/rustig buitengebied”, waarbij uitsluitend het geluid van vast opgestelde installaties en toestellen hoeft te worden meegenomen. Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften voor geluid vast te stellen. Dit kunnen middelvoorschriften zijn, dan wel van het Activiteitenbesluit afwijkende geluidsvoorschriften (hoger of lager dan de standaard voorschriften).
15/19
5.4
Indirecte hinder
De verkeersbewegingen op de openbare weg, die worden veroorzaakt de inrichting, kunnen zorgen voor geluidhinder. Deze hinder wordt echter niet direct toegerekend aan de inrichting (indirecte hinder). In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan deze indirecte hinder echter inzichtelijk worden gemaakt als dat nodig is. Wegens het ontbreken van een toetsingskader voor de ruimtelijke ordening, wordt aangesloten bij het toetsingskader voor vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer/Wabo. Dit toetsingskader betreft de Circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wm” (VROM, 29 februari 1996), ook wel bekend als de Schrikkelcirculaire. De voorkeursgrenswaarde voor indirecte hinder bedraagt volgens de circulaire 50 dB(A) en de maximale grenswaarde bedraagt 65 dB(A) etmaalwaarde.
5.5
Geluidberekeningen
Naar aanleiding van eerdere planvorming is in 2013 door de Omgevingsdienst Noord-Veluwe een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het melkveebedrijf: “Akoestisch onderzoek melkveebedrijf Oostendorperstraatweg 10a Elburg”, d.d. 17 april 2013. In het rapport zijn de akoestische uitgangspunten beschreven voor de representatieve bedrijfssituatie (RBS, normale bedrijfsvoering) en de incidentele bedrijfssituatie (kuilwerkzaamheden). Uit het milieudossier van de gemeente is gebleken dat sinds 2013 de bedrijfssituatie niet meer is veranderd. Dit onderzoek en de uitgangspunten zijn daarmee nog actueel (de laatste aanvraag in ons systeem stamt uit 2012). Op basis van deze uitgangspunten zijn geluidniveaus in de omgeving berekend met behulp van het rekenprogramma WinHavik, gebaseerd op het “Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012” (artikel 2.3) en de “Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999” (publicatie VROM, uitgave Samsom). De modelgegevens zijn beschikbaar gesteld ten behoeve van voorliggend akoestisch onderzoek, waarbij de gebruik is gemaakt van de rekensoftware Geomilieu van dgmr, versie 2022.3 rev 1. De modelgegevens (brongegevens) zijn onverkort overgenomen in een nieuwe omgevingsmodel (gebaseerd op het wegverkeerslawaaimodel). Een globaal overzicht van het akoestisch rekenmodel is gegeven in figuur 5.1.
Naast de toetspunten op het bouwvlak binnen het nieuwe bestemmingsplan Elburg-Vossenakker Zuid 2 is een toetspunt ingevoerd ter plaatse van de bestaande woning Oostendorperstraatweg 13. In het akoestisch onderzoek 2013 wordt nog gesproken over een aarden wal/geluidscherm van 2,1 m hoog om het geluid (en eventueel licht) af te schermen vanaf Oostendorperstraatweg 10a naar de nieuwe woningen. De berekening zijn uitgevoerd voor de situatie met/zonder wal/scherm. In tabel 5.1 en bijlage 3 is een overzicht gegeven van de hoogste berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT vanwege het agrarisch bedrijf aan de Oostendorperstraatweg 10a, invallend op het nieuwe bouwvlak binnen Elburg-Vossenakker Zuid 2 en de bestaande woning Oostendorperstraatweg 13. De berekende geluidniveaus zijn gegeven voor de representatieve bedrijfssituatie (RBS), de incidentele bedrijfssituatie (IBS) en het totaal (als beide situaties gelijktijdig plaatsvinden). In tabel 5.2 en bijlage 4 is een overzicht gegeven van de hoogste berekende maximale geluidniveaus LAmax. Tabel 5.1:
overzicht van de berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus LAr,LT in dB(A)1
Waarneempunt en Omschrijving1
RBS dag
avond
IBS nacht
dag
totaal
avond
nacht
dag
avond
nacht
situatie zonder wal/geluidscherm 1
bouwvlak
39,8
39,5
33,5
48,4
55,4
52,4
48,9
55,5
52,4
2
Oostendorperstraatweg 13
42,2
39,6
34,5
46,0
52,7
49,7
47,5
53,0
49,8
situatie met wal/geluidscherm 1
bouwvlak
38,8
39,5
33,5
47,5
55,4
52,4
48,0
55,5
52,4
2
Oostendorperstraatweg 13
42,2
39,6
34,5
46,0
52,7
49,7
47,5
53,0
49,8
1
Hoogst berekende waarde over de verschillende toetspunten en waarneemhoogten. Voor de dagperiode geldt een algemene waarneemhoogte ho = +1,5 m. Voor de avond- en nachtperiode geldt een waarneemhoogte ho = +4,5 m en hoger (grondgebonden woningen).
16/19