CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1b Regels, Toelichting en Bijlagen Elburg - Vossenakker Zuid 2 aangepast

Raadsvergadering 18 december 2023, gemeente elburgBij agendapunt: Zienswijzennota, Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitsplan Elburg - Vossenakker Zuid 224.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Elburg - Vossenakker Zuid 2 Elburg

DATUM IMRO IDN

18-12-2023 NL.IMRO.0230.BPVOSSENAKKERZUID2-VST1

PROJECT PROJECTLEIDER

Bestemmingsplan Elburg - Vossenakker Zuid 2 ing. C. Leenstra

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Gemeente Elburg 20211709

AUTEUR STATUS

T. Gerritsma & S. Drost vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting

6

Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

7

1.3

Het geldende planologische regime

8

1.4

De bij het plan behorende stukken

11

1.5

Opzet van de toelichting

11

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

12

2.1

Historische context

12

2.2

Huidige situatie

13

2.3

Nieuwe situatie

15

Hoofdstuk 3

Beleidskader

20

3.1

Rijksbeleid

20

3.2

Provinciaal beleid

22

3.3

Regionaal beleid

24

3.4

Gemeentelijk beleid

25

Milieu- en omgevingsaspecten

32

4.1

Bedrijven en milieuzonering

32

4.2

Geurhinder (agrarische) bedrijvigheid

39

4.3

Geluid

41

4.4

Bodem

44

4.5

Water

45

4.6

Ecologie

45

4.7

Externe veiligheid

50

4.8

Luchtkwaliteit

54

4.9

Archeologie en cultuurhistorie

55

4.10

Trillingen

58

4.11

Kabels en leidingen

59

4.12

Duurzaamheid en energie

59

4.13

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

60

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

62

Hoofdstuk 4

3/554

5.1

Wro en Wabo

62

5.2

De bestemmingen

62

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

6.1

Inspraak

64

6.2

Vooroverleg / omgevingstafel

64

6.3

Zienswijzen

64

6.4

Vervolg

65

Economische uitvoerbaarheid

66

7.1

Financiële haalbaarheid

66

7.2

Grondexploitatie

66

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

Bijlagen toelichting

67

Bijlage 1

Stedenbouwkundige uitgangspunten en Beeldkwaliteitplan

69

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek

83

Bijlage 3

Verkennend bodemonderzoek (2005)

129

Bijlage 4

Bodemonderzoek (2015)

181

Bijlage 5

Hydrologisch onderzoek en waterstructuurplan (2005)

229

Bijlage 6

Digitale watertoets

297

Bijlage 7

Ecologische quickscan Wnb

303

Bijlage 8

Nader onderzoek Wnb

327

Bijlage 9

Stikstofdepositieberekening

341

Bijlage 10

Advies Externe Veiligheid VNOG

355

Bijlage 11

Inventariserend veldonderzoek archeologie (2005)

359

Bijlage 12

Inventariserend archeologisch veldonderzoek middels proefsleuven (2006)

433

Bijlage 13

Verslag inloopmiddag

477

Bijlage 14

Vooroverlegnota

483

Bijlage 15

Zienswijzennota

487

Regels Hoofdstuk 1

4/554

493 Inleidende regels

494

Artikel 1

Begrippen

494

Artikel 2

Wijze van meten

498

Bestemmingsregels

499

Artikel 3

Groen

499

Artikel 4

Recreatie - Speelvoorziening

500

Artikel 5

Tuin

501

Artikel 6

Verkeer - Verblijfsgebied

502

Artikel 7

Wonen

503

Hoofdstuk 3

Algemene regels

506

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

506

Artikel 9

Algemene gebruiksregels

507

Artikel 10

Algemene afwijkingsregels

508

Artikel 11

Overige regels

509

Overgangs- en slotregels

512

Artikel 12

Overgangsrecht

512

Artikel 13

Slotregel

513

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Bijlagen regels Bijlage 1 Verbeelding

5/554

515 Parkeernota

517 553

Toelichting

6/554

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ten oosten van de bebouwde kom van Elburg, gelegen aan de Oostelijke Rondweg, wordt het woongebied Vossenakker tot ontwikkeling gebracht. Het betreft een woonwijk met voornamelijk grondgebonden woningen (vrijstaand, rijen en tweekappers) en enkele appartementen. Ten behoeve van de eerste plannen is in 2007 het globale (moeder-)bestemmingsplan Vossenakker vastgesteld. In het plan werd door middel van uit te werken bestemming de bouw van 140 tot 160 woningen mogelijk gemaakt evenals de bouw van een school. Sindsdien zijn ten behoeve van de bouw van de woningen de afgelopen jaren diverse uitwerkingsplannen en bestemmingsplannen in procedure gebracht en vastgesteld. Inmiddels nadert de woonwijk in Vossenakker Zuid zijn voltooiing. Op grond van de uitwerkingsregels uit het moederbestemmingsplan mogen in dit deel van de woonwijk maximaal 65 woningen worden gerealiseerd. Inmiddels zijn 63 woningen gebouwd. Op grond van de uitwerkingsregels van het bestemmingsplan Vossenakker mogen dus nog maar twee woningen worden gerealiseerd op de locatie waarvoor dit bestemmingsplan is opgesteld. De gemeente heeft de zes laatste nog onbenutte bouwkavels van de VOF Vossenakker teruggekocht. Daarnaast dient de speeltuin aan Kruidenlaan nog definitief te worden ingericht en van een passende bestemming te worden voorzien.

Voor de laatste bouwkavels en de speeltuin is in samenspraak met de omwonenden een definitieve invulling opgesteld. Daarbij wordt uitgegaan van drie grondgebonden vrijstaande woningen. Om de extra woningen mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan in procedure te worden gebracht. Het doel van het voorliggende bestemmingsplan 'Elburg - Vossenakker Zuid 2' is dan ook om de beoogde ontwikkeling planologisch-juridisch te borgen.

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

De globale ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. Het plangebied ligt ten zuidoosten van de buurtschap Oostendorp, tussen de Kruidenlaan en de Oostendorperstraatweg.

7/554

Figuur 1.1 - Globale ligging en begrenzing van het plangebied

1.3

Het geldende planologische regime

De planologische situatie van het plangebied is niet eenvoudig. Ter plaatse van het plangebied geldt het (moeder)bestemmingsplan Vossenakker uit 2007 met een uitwerkingsplicht. Dit betekent dat voor delen van het plangebied een globale bestemming is opgenomen die door burgemeester en wethouders nog verder uitgewerkt moet worden in een meer gedetailleerde bestemming. In het bestemmingsplan zijn daarvoor regels opgenomen waar bij verdere uitwerking rekening mee gehouden moet worden.

8/554

Figuur 1.2 - Uitsnede bestemmingsplan Vossenakker met globale aanduiding plangebied (bron: ruimtelijkeplannen.nl) In het bestemmingsplan Vossenakker hebben de zuidelijk gelegen gronden binnen het plangebied de bestemming 'Wonen - uit te werken'. Deze bestemming is opgedeeld in deelgebieden waarvoor maximale woningaantallen zijn vastgelegd. Het voorliggende plangebied maakt deel uit van de gronden waar na uitwerking minimaal 54 en maximaal 65 woningen gerealiseerd dienen te worden. Op grond van opeenvolgende uitwerkingsplannen is de realisatie van het zuidelijk deel van Vossenakker tot stand gekomen. Op basis van het uitwerkingsplan 'Vossenakker, 1e uitwerking' hebben de gronden ten noordoosten van de Enkweg de bestemming 'Groen' gekregen. Hier is uiteindelijk de speeltuin ontstaan.

9/554

Figuur 1.3 - Uitsnede bestemmingsplan Vossenakker, 1e uitwerking (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Voor een deel van het voorliggende plangebied is op 18 september 2018 het bestemmingsplan 'Vossenakker, 2e uitwerking, tevens 1e wijziging' vastgesteld. De gronden ten oosten van het perceel Oostendorperstraatweg 13 hebben de bestemming 'Wonen' en 'Tuinen' gekregen. Ter plaatse van deze woonbestemming is ruimte voor een tweekapper. Van deze bouwmogelijkheid is tot op heden nog geen gebruik gemaakt.

Figuur 1.4 - Uitsnede bestemmingsplan Vossenakker, 2e uitwerking, tevens 1e wijziging (bron: ruimtelijkeplannen.nl) Zoals al eerder is aangegeven zijn ter plaatse inmiddels 63 woningen gerealiseerd zodat op basis van het geldende bestemmingsplan nog maximaal 2 woningen gebouwd mogen worden door middel van een nieuw uitwerkingsplan. Om de bouw van meer woningen mogelijk te maken dient het geldende bestemmingsplan te worden herzien.

10/554

Conclusie De gewenste ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Ook kan de ontwikkeling niet via een afwijking of wijziging binnen de verordening mogelijk worden gemaakt.

1.4

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Elburg - Vossenakker Zuid 2' met identificatienummer NL.IMRO.0230.BPVOSSENAKKERZUID2-VST1 bestaat, naast deze toelichting, uit de volgende stukken: verbeelding; planregels. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende plan en kunnen enkel in samenhang met elkaar 'gelezen' worden. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plangebied begrepen gronden aangegeven. Aan deze bestemmingen zijn regels verbonden om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. De toelichting is niet juridisch bindend, maar is niettemin een belangrijk document bij het bestemmingsplan. De toelichting geeft aan wat de beweegredenen en achtergronden zijn die aan het plan ten grondslag liggen en doet verslag van het onderzoek dat aan het bestemmingsplan vooraf is gegaan. Tot slot is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.

1.5

Opzet van de toelichting

Dit bestemmingsplan is na dit hoofdstuk als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige en beoogde situatie in het plangebied. Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van het relevante Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid. Eventueel sectoraal beleid komt binnen de overige beleidskaders aan de orde. Hoofdstuk 4 behandelt de milieu- en omgevingsaspecten, waaronder geluid, water, ecologie en archeologie en de vormvrije m.e.r beoordeling. In hoofdstuk 5 is vervolgens de planbeschrijving van dit bestemmingsplan opgenomen. Daarbij wordt ingegaan op het juridisch systeem, de consequenties van de Standaard voor Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012 en Wet ruimtelijke ordening (Wro) voor het bestemmingsplan en wordt nader ingegaan op de bestemmingen. Hoofdstuk 6 gaat in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarin onder andere uitleg wordt gegeven over de participatie voor dit plan en de te volgen planologische procedure. Tot slot wordt in hoofdstuk 7 ingegaan op de economische uitvoerbaarheid, daarbij wordt ingegaan op het exploitatieplan en op de financiële haalbaarheid.

11/554

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Historische context

Het plangebied ligt aan de huidige rand van Elburg. Deze wordt begrensd door de Oostendorperstraatweg. Medio 1900 is langs de Oostendorperstraatweg een lint met agrarische bebouwing ontstaan. Deze slingerende weg vormt samen met de bebouwing en het opgaande groen een ruimtelijke scheiding tussen de hoge en lage gronden. Op de kaart is dit af te lezen aan de verschillende kavelrichtingen aan de oostzijde (lage gronden) en de westzijde (hoge gronden) van de Oostendorperstraatweg. De karakteristieken zijn van cultuurhistorische betekenis en maken dat de ontstaansgeschiedenis heden ten dage afleesbaar is in de landschappelijke en bebouwingsstructuur. De karakteristiek van de Oostendorperstraatweg als agrarisch lint en de aanwezigheid van een drietal monumentale boerderijen zijn vanuit historisch oogpunt beeldbepalende elementen en landschappelijke structuren rondom het plangebied. Op onderstaande kaartenreeks (zie figuur 2.1) is de ontwikkeling van de omgeving rondom het plangebied weergegeven.

Figuur 2.1 - Historische ontwikkeling (bron: topotijdreis.nl)

12/554

2.2

Huidige situatie

Zoals uit navolgende luchtfoto (figuur 2.2) blijkt is het plangebied grotendeels onbebouwd. De beoogde woonpercelen zijn al geruime tijd geleden bouwrijp gemaakt. De locatie waar de nieuwe speeltuin wordt voorzien is in de huidige situatie al deels ingericht als speeltuin. Het plangebied wordt doorsneden door een fietspad; de Enkweg.

Figuur 2.2 - Weergave ligging plangebied (bron: cyclomedia.nl) De gronden ten westen van de Enkweg zijn in gebruik als grasland.

13/554

Figuur 2.3 - Weergave beoogde locatie nieuwbouwwoningen (bron: Google Streetview, mei 2021) Het perceel ten oosten van de Enkweg is op dit moment in gebruik als speelvoorziening met zandkuil.

Figuur 2.4 - Weergave beoogde locatie nieuwe speeltuin (bron: Google Streetview, mei 2021) Ten oosten en westen grenst het plangebied aan hagen en bomen behorende tot tuinen van omliggende woningen. Ten noorden en zuiden grenst het plangebied aan wegen. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door de bebouwde kom van Elburg en agrarisch gebied. De bestaande woningbouw is in eenzelfde typologie gebouwd en zorgt voor een eenduidig bebouwingsbeeld in de wijk. Op onderstaand figuur 2.5 is de Kruidenlaan weergegeven, met links de bebouwing aan de noordzijde van het plangebied weergegeven en rechts het plangebied.

Figuur 2.5 - Bebouwing aan de noordzijde van den Kruidenlaan (bron: Cyclomedia, juni 2022)

14/554

2.3

Nieuwe situatie

Ten behoeve van de invulling van het plangebied is een stedenbouwkundig kader opgesteld. Dit is vastgelegd in 'Stedenbouwkundige uitgangspunten en Beeldkwaliteitsplan'. Dit document is als bijlage 1opgenomen in de toelichting van dit bestemmingsplan. 2.3.1 Stedenbouwkundige uitgangspunten De hoofdstructuur van de Vossenakker is herkenbaar, met de Oostelijke Rondweg als doorgaande verkeersstructuur. De Oostendorperstraatweg sluit aan op deze hoofdstructuur en is vanuit cultuurhistorisch oogpunt erg waardevol. Samen vormen deze ontsluitingswegen een sterke begrenzing van de wijk. Het gebied zelf wordt in tweeën gedeeld door de Kruidenlaan. Vossenakker-Zuid ligt tussen de uitbreidingen van eind 20ste eeuw en het agrarische landschap. De oudste gebouwen zijn verspreid over het historische lint en zijn van origine agrarisch. Dit heeft veel invloed op de bebouwingsstructuur en is ook nog herkenbaar aan de woningen ten zuidwestzijde van de Kruidenlaan. Noordelijk van de Kruidenlaan is de bebouwing modern van uitstraling en heeft een samenhangende uitstraling. De bouwstructuur van Vossenakker-Zuid is simpel van opzet, met bebouwingsranden die op de ontsluitingsroutes georiënteerd zijn. Het middengebied kenmerkt zich door kleinschalige woonstraten die haaks op de Kruidenlaan staan.

Figuur 2.6 - Stedenbouwkundige structuur (bron: Rho Adviseurs)

15/554

Met de realisatie van het studiegebied wordt de bebouwingsrand aan de Kruidenlaan afgemaakt. Het betreft een belangrijke schakel in de hoofdstructuur waarin de overgang van de Oostendorperstraatweg en de Kruidenlaan vormgegeven wordt. Voor de ontwikkeling zijn in bijlage 1de volgende ontwerpuitgangspunten opgenomen: Ontwerpuitgangspunten (zie ook de nummering in figuur 2.7) 1. Groen profiel Enkweg als groene langzaamverkeersverbinding van de wijk naar het buitengebied. 2. De nieuwe woningen zijn georiënteerd op de Kruidenlaan en doen mee in het straatbeeld. De hoekwoning heeft een dubbele oriëntatie naar de Kruidenlaan én Enkweg; 3. Groene inpassing achterzijde percelen waardoor het zicht vanaf de Oostendorperstraatweg op een zorgvuldige, groene manier wordt ingericht. 4. Bouwlijnen volgen de huidige bebouwing aan de Kruidenlaan, de woningen staan in eenzelfde afstand tot de weg als de bestaande woningen. 5. Groene inpassing van de speeltuin.

Figuur 2.7 - Ruimtelijke uitgangspunten(bron: Rho Adviseurs)

16/554

2.3.2 Stedenbouwkundig plan Het inrichtingsplan gaat uit van de realisatie van drie vrijstaande woningen aan de westzijde van de Enkweg. De woningen zijn georiënteerd op de Kruidenlaan en voegen zich in het straatbeeld. De woningen worden in eenzelfde afstand tot de weg gerealiseerd als de woningen verderop in de Kruidenlaan, waardoor een vergelijkbaar profiel ontstaat met een trottoir en langsparkeren voor de deur. De woningen worden met een eigen oprit ontsloten vanaf de Kruidenlaan, het parkeren gebeurt op eigen terrein en in de openbare ruimte. De meest oostelijke woning op de kop heeft een dubbele oriëntatie waardoor de ontwikkeling ook betekenis krijgt aan de Enkweg. Opritten en garages zijn tussen de woningen gepositioneerd, waardoor er een nette overgang van privé naar openbaar mogelijk is. In het inrichtingsplan wordt een lage haag voorgesteld aan de voorzijde van de percelen. Aan de achterzijde van de percelen is nadrukkelijk aandacht voor een groene overgang naar het perceel aan de zuidzijde waardoor er ook vanaf de Oostendorperstraatweg een rustig beeld ontstaat. Daarbij wordt rekening gehouden met de realisatie van een geluidsscherm langs de perceelgrens van de vrijstaande woningen (zie paragraaf 4.1.2.2). In samenspraak met de bewoners wordt verder invulling gegeven aan de inrichting van de speeltuinlocatie.

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is nog geen sprake van een definitief inrichtingsplan. Er wordt gestreefd naar een groene inrichting, met voldoende mogelijkheden voor verschillende leeftijdscategorieën. De locatie wordt ingericht met aandacht voor verkeersveiligheid, fietsparkeren en veilig spelen. Op onderstaande figuur 2.8 is de inrichting van de planlocatie weergegeven.

Figuur 2.8 - Inrichtingsplan (niet noordgericht) (bron: Rho Adviseurs)

17/554

2.3.3 Beeldkwaliteit Met de realisatie van de woningen wordt ook qua beeldkwaliteit van de woningen aansluiting gezocht bij het bestaande karakter van de wijk. Dit komt tot uitdrukking in onder andere de architectuur, plaatsing en oriëntatie van de woning, hoofdvorm, gevelbeeld, materiaalgebruik, relatie met de openbare ruimte en duurzaamheid. Om de beoogde ruimtelijke kwaliteit te kunnen waarborgen is behoefte aan een kader waarin eisen zijn opgenomen ten aanzien van de beeldkwaliteit, dit krijgt vorm in een beeldkwaliteitplan. Het beeldkwaliteitplan is een aanvulling op de bestaande welstandnota en wordt ook als zodanig vastgesteld. Op basis van dit beeldkwaliteitplan kan de toekomstige welstandsbeoordeling van de bouwplannen in het plangebied plaatsvinden. Het beeldkwaliteitplan geeft een meer concrete invulling aan de ruimtelijke aspecten voor het plangebied. Het sluit daarbij aan op de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. Er worden duidelijke criteria gegeven voor de bebouwing en welke ambitie voor de inrichting van de openbare ruimte wordt voorgestaan. Het kwaliteitsdocument is opgesteld met als doel om: een aantrekkelijk woonmilieu tot stand te brengen; de ontwikkelende partijen te inspireren en vooraf informatie te geven over de welstandscriteria; de welstandscommissie een passend kader te bieden waarbinnen de toetsing van bouwplannen dient plaats te vinden.

Het beeldkwaliteitsplan is opgenomen als bijlage 1bij de toelichting van dit bestemmingsplan. 2.3.4

Verkeer en parkeren

Verkeer Het plangebied wordt ontsloten via de Kruidenlaan. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie van de drie woningen wordt aansluiting gezocht op de normen van het CROW (publicatie 381). Er is gekeken naar de functie 'vrijstaande koopwoning'. De gemiddelde verkeersgeneratie bedraagt 8,2 mvt/etmaal per woning. In totaal is de extra verkeersaantrekkende werking als gevolg van de drie woningen 24,6 mvt/etmaal. Hierbij is uitgegaan van drie vrijstaande koopwoningen in de rest bebouwde kom in een weinig stedelijk gebied. Voor de speeltuin is geen sprake van verkeersaantrekkende werking, nu de speeltuin is bedoeld voor de kinderen uit de wijk. De totale verkeersgeneratie bedraagt dus 24,6 mvt/etmaal. Gezien de beperkte toename in verkeersbewegingen worden geen belemmeringen met de verkeersafwikkeling of verkeersveiligheid verwacht. Parkeren Conform de parkeernota van de gemeente Elburg geldt voor een vrijstaande woning een parkeernorm van 2,5 parkeerplaats per woning. Het plan voorziet in de realisatie van 3 vrijstaande woningen, waardoor er een totale parkeerbehoefte van 7,5 parkeerplaatsen is voor deze ontwikkeling.

18/554

Bij de eerdere inrichting van de openbare ruimte is met de aanleg van een aantal parkeerplaatsen in het openbaar gebied langs de Kruidenlaan ter hoogte van de planlocatie reeds voorgesorteerd op de realisatie van woningen op de planlocatie, met als uitgangspunt dat de te realiseren woningen ook allemaal 1 parkeerplaats op eigen erf realiseren. Er zijn al 6 haaksparkeerplaatsen ten westen van het plangebied en 4 langsparkeerplaatsen aan de voorzijde van de beoogde woningen gerealiseerd. Daarvan zijn 5 parkeerplaatsen toe te rekenen aan de nieuwe ontwikkeling. De overige 5 parkeerplaatsen komen ten goede aan de (positieve) parkeerbalans voor de totale wijk. Met de realisatie van drie woningen, wordt ten behoeve van de nieuwe inritten wel geschoven met de bestaande parkeerplaatsen in het openbaar gebied, waardoor één langsparkeerplaats voor de beoogde woningen komt te vervallen. Deze wordt gecompenseerd door 1 extra haaksparkeerplaats aan de bestaande 6 haaksparkeerplaatsen ten westen van het plangebied toe te voegen. Daarnaast voorzien de vrijstaande woningen met een oprit en garage alle drie in ten minste 1 parkeerplaats op eigen erf, conform bijlage 1c van de parkeernota.

Samenvattend Parkeercapaciteit op eigen terrein (oprit met garage 3 x 1,0) = Openbare parkeercapaciteit toe te rekenen aan dit plangebied = Totale parkeercapaciteit = Parkeerbehoefte (3 x 2,5) = Totaal overschot = Er wordt voldaan aan de parkeerbehoefte.

19/554

3,0 parkeerplaatsen 5,0 parkeerplaatsen 8,0 parkeerplaatsen 7,5 parkeerplaatsen 0,5 parkeerplaatsen

+ -

Hoofdstuk 3

Beleidskader

In dit hoofdstuk komt het van belang zijnde Rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid aan de orde. Eventueel sectoraal beleid is meegenomen in genoemde beleidsvelden of wordt in hoofdstuk 4, bij de milieu- en omgevingsaspecten, beschreven.

3.1

Rijksbeleid

Het Europese beleid is in grote mate vertaald naar het Rijksbeleid, onder meer in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het Rijksbeleid wordt in deze paragraaf beschreven. 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, en er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn acht voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. De Regio Zwolle is aangewezen als een van de NOVI-gebieden. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren.

Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: 1. De Omgevingsagenda Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar de Regio Zwolle onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. 2. De NOVI-gebieden

20/554

Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Regio Zwolle betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan. In de Regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de NOVI is onder andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bijv. bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bijvoorbeeld biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bijvoorbeeld waardevolle landschappen, erfgoed). Conclusie De NOVI laats zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen. Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen Rijksbelangen raakt. In hoofdstuk 4 wordt aangegeven hoe wordt omgegaan met de kwetsbaarheden.

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Conclusie Het Barro laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen, zoals voorliggende. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

3.1.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is sinds 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening. Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in artikel 3.1.6. lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.'

21/554

Op grond van de ladder moeten de volgende punten worden geadresseerd: 1. Er moet worden nagegaan of het bij de nieuwe ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt door het bestemmingsplan, gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling. 2. Als het gaat om een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet worden beschreven dat er daadwerkelijk voldoende vraag bestaat naar deze ontwikkeling. 3. Als er voldoende vraag naar de nieuwe stedelijke ontwikkeling bestaat, moet de vraag worden beantwoord of bestaand stedelijk gebied (of bestaande bebouwing) de ruimte voor deze ontwikkeling niet kan bieden. Het nieuwe bestemmingsplan heeft tot doel om de realisatie van drie woningen mogelijk te maken. Uit jurisprudentie blijkt dat het toevoegen van meer dan elf woningen wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. In dit geval is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Gezien de ligging van het plangebied binnen Vossenakker wordt de locatie als bestaand stedelijk gebied beschouwd. Tot slot blijkt uit de gemeentelijke Woonvisie 2020 - 2025 (zie paragraaf 3.4.2) dat het aantal huishoudens in Elburg in de toekomst blijft toenemen. Er is dus maar dan voldoende vraag naar de beoogde woningen. Conclusie Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat in dit geval geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Het nader toetsen van het initiatief aan de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' is in het kader van dit bestemmingsplan niet noodzakelijk.

3.2

Provinciaal beleid

Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet. 3.2.1 Actieplan wonen Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. De urgentie is zo hoog, dat de provincie Gelderland met een Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: doelstelling 1: versnelling van de woningbouw (sneller); doelstelling 2: meer betaalbare woningen (betaalbaar); doelstelling 3: meer flexibele woonvormen (flexibel). Het Actieplan Wonen versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 43.000 woningen met 50 doorbraakprojecten. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland in bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden. 3.2.2 Omgevingsvisie Gelderland Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De visie is per 1 maart 2019 in werking getreden. De visie geeft het provinciale ruimtelijke beleid voor de komende jaren op hoofdlijnen aan.

22/554

Ten aanzien van wonen wordt in de Omgevingsvisie aangegeven dat de kwaliteit van de leefomgeving in de visie van groot belang wordt geacht. Een goede kwaliteit van de leefomgeving draagt bij aan gezondheid. Hier hoort goed wonen bij, zowel in stedelijk als in landelijk gebied. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De visie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Er wordt uitgegaan van concentratie van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Het streven is naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen. Gelderland moet een aanbod van woningtypen en woonmilieus hebben dat past bij de diversiteit van de woningvraag. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Er worden regionale afspraken gemaakt over een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen. 3.2.3 Omgevingsverordening Gelderland Medio januari 2023 heeft Provinciale Staten een geconsolideerde versie van de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Dit betreft een versie waarin alle actualisaties van de jaren ervoor zijn opgenomen bij de oorspronkelijke omgevingsverordening.

Enkel de meest recente actualisatie van 5 juli 2022 is niet opgenomen in de geconsolideerde versie van de omgevingsverordening. Het betreft een actualisatie met betrekking tot drinkwaterreserveringsgebieden en het beschermingsbeleid daarvan. Deze actualisatie gaat gelden wanneer de Omgevingswet is ingevoerd op de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2024. De Omgevingsverordening bevat algemene regels en specifieke aanwijzingen waaraan gemeenten moeten voldoen om daarmee de provinciale belangen veilig te stellen. De gemeentelijke bestemmingsplannen moeten met de Omgevingsverordening in overeenstemming worden gebracht. In de verordening is het gebied ten zuiden van de Oostendorperstraatweg aangeduid als waardevol open gebied (zie figuur 3.1). Voor waardevolle open gebieden is de grootschalige openheid de belangrijkste kernkwaliteit. Daarom geldt als uitgangspunt dat ruimtelijke ingrepen die de openheid aantasten niet zijn toegestaan. Het voorliggend plangebied ligt buiten het waardevolle open gebied.

23/554

Figuur 3.1 - Uitsnede themakaart landschap (bron: Geconsolideerde Omgevingsverordening, d.d. januari 2023) De omgevingsverordening laat zich niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen, zoals voorliggende. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen provinciale belangen.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Omgevingsagenda Regio Noord-Veluwe De gemeente Elburg maakt deel uit van de regio Noord-Veluwe. In de Omgevingsagenda geven de 8 gemeenten van de Noord-Veluwe aan waarop zij regionaal willen samenwerken in de periode 2015-2020. Niet alleen als gemeenten onderling, maar nadrukkelijk ook met ondernemers, maatschappelijke partners en de provincie Gelderland. In de omgevingsagenda zet de regio in op vier opgaven, namelijk: 1. versterken toeristisch product; 2. vitaliseren buitengebied; 3. verbeteren economische infrastructuur; 4. stimuleren klimaat neutrale regio. Per opgave worden deelopgaven genoemd. In het geval van het plangebied is vooral het vitaliseren van het buitengebied van belang. Daarbij zet de regio in op het stimuleren van nieuwe (economische) impulsen en het behouden en versterken van de leefbaarheid in kleine dorpen en gemeenschappen. De ontwikkeling in het plangebied levert hieraan een bijdrage. De ontwikkeling levert een nieuwe impuls door de realisatie van nieuwe functies. Daarbij neemt het aantal inwoners van Oostendorp toe. Dit geeft voor de in de kern aanwezige voorzieningen een groter aantal bezoekers en daarmee meer draagvlak. De leefbaarheid kan

24/554

daarmee behouden blijven en waar mogelijk versterkt worden. 3.3.2 Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe (februari 2019) Binnen de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) werken de deelnemende gemeenten samen op de thema's Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Op basis van deze samenwerking maken de deelnemende gemeenten en de provincie afspraken ten aanzien van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van het woningbouwprogramma. Dit maakt onderdeel uit van de Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe. De regio signaleert dat er sinds het einde van de crisis een oplopend tekort is aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen, mensen met een zorgvraag zijn naarstig op zoek naar een beschutte omgeving en er is vraag naar nieuwe woonvormen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. Tekort aan bouwmaterialen en personeel, met stijgende prijzen tot gevolg, spelen de productie parten. Daarnaast vraag de energietransitie de aandacht. In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. De woonbehoefte komt voort uit woningbehoefteonderzoek.

De monitoring van de kwantitatieve behoefte gebeurt nu achteraf om zo flexibeler te kunnen inspelen op veranderingen in de woningmarkt. Aangenomen wordt dat het plan vanwege het bescheiden aantal extra woningen past binnen de regionaal gemaakte afspraken (regionale woonagenda). Het gaat dan om een onderbouwing van de behoefte en een toelichting hoe dit plan zich verhoudt tot andere plannen in de gemeente en de regio. 3.3.3 Mobiliteitsvisie en -agenda In de Mobiliteitsagenda worden de plannen en projecten van de regio en de provincie weergegeven op de terreinen van onder andere openbaar vervoer, fietsvoorzieningen, het verbeteren van de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De Mobiliteitsagenda is afgeleid van de Mobiliteitsvisie. Deze agenda zet vooral in op een goede bereikbaarheid van de regio. Daarbij hoort een goede en veilige bereikbaarheid op de fiets en met het openbaar vervoer. Daarnaast is een verbetering van de regionale verkeersveiligheid van belang, om zo het aantal verkeersongevallen te verminderen. Het is daarom van belang dat het plangebied goed en veilig bereikbaar is voor alle soorten verkeer.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Omgevingsvisie Elburg 2018 De Omgevingsvisie is vastgesteld op 30 januari 2019. Het document geeft een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente tot 2030. De visie van de gemeente is 'samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik'. Een deel van de beschreven keuzen in de visie is een herbevestiging en bestendiging van het al ingezette beleid en voor een deel wordt een nieuwe richting ingeslagen. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de kernwaarden van de gemeente voorop. De kernwaarden zijn onderverdeeld in vijf thema's:

25/554

1. 2. 3. 4. 5.

leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit; vitaal economisch klimaat; duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; bereikbaar, nabij en toegankelijk.

Vanuit het thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving' wordt onder meer ingestoken op wonen voor iedereen. Alle leeftijdsgroepen moeten aangenaam kunnen wonen in Elburg. Uitgegaan dient te worden van duurzame, energieneutrale en levensloopbestendige ontwikkelingen, waarbij indien mogelijk direct de zorgcomponent wordt meegenomen. Nieuwbouwprogramma's worden ingezet voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Een ander thema is het streven naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. De groene parels van de gemeente moeten worden versterkt. Er moet respectvol met de waarden in de gemeente worden omgegaan. Voor de verschillende deelgebieden in de gemeente zijn zogenoemde Idee-kaarten ontwikkeld. Deze kaarten benoemen de ambitie voor het gebied en de uitgangspunten voor behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied. Op de Idee-kaart voor Oostendorp en Molendorp is de locatie Vossenakker aangeduid als woongebied (nr. 5), zie onderstaande figuur 3.2.

Figuur 3.2 - Uitsnede Idee-kaart Oostendorp en Molendorp (bron: Omgevingsvisie, gemeente Elburg) Voor Oostendorp wordt uitgegaan van behoud van de authentieke kracht, van de levendigheid en de vitaliteit. Molendorp en Oostendorp zijn functioneel aan elkaar gerelateerd. Samen vormen ze het kloppende hart van (de gemeenschap in) het gebied. Ook het behoud van de diverse scholen is onderdeel van de gemeentelijke ambitie. Voor de identiteit is het belangrijk dat de groene dooradering van west naar oost behouden wordt, met

26/554

een groen hart in het centrum daarvan. Voldoende woningbouwmogelijkheden naar de toekomst toe moeten gewaarborgd te blijven, voor alle leeftijdsgroepen. Inbreiding en herontwikkeling gaat voor uitbreiding en dienen gericht te zijn op het bereiken van een kwaliteitsimpuls. Als uitgangspunten voor kwaliteit worden geformuleerd: dorpse ruimtelijke karakteristiek versterken; 'Groene Hart' behouden als ruimtelijk structurerend element voor de omliggende wijken; aanbod van woningbouwmogelijkheden. 3.4.2 Woonvisie 2020-2025 De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De Woonvisie is voor de komende jaren de leidraad bij vraagstukken over de toenemende vraag naar woningen, een krappe woningmarkt en het bouwen van (passende) woningen. De komende 10 jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de 'ombouw' van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden. Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid.

Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen. De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen). Er is behoefte aan een gedifferentieerd programma, met daarbinnen een aantal belangrijke accenten: sociale huur: gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens). Orde van grootte 15-20% van het totale programma in de periode tot 2030; koop goedkoop/betaalbaar onder € 200.000,- evenals tussen € 200.000,- en € 265.000,- (15-20%); daarbij staat de gemeente open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijs-kwaliteitverhouding. De gemeente wil hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijs-kwaliteitverhouding is dan belangrijk; middeldure huur: beperkt, met name tot € 950,-. Orde van grootte is op basis van onderzoek lastig aan te geven, is maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars. Daarnaast twee-onder-een-kap- en vrijstaande woningen aan de voorraad toevoegen.

Een deel daarvan zal gerealiseerd moeten worden onder € 365.000,-. De uitbreidingsbehoefte op de langere termijn voor het duurdere segment is beperkt. Al met al is de opgave om 40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000,-. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.

27/554

Aanvullend: De gemeente heeft oog voor de toename van kleine huishoudens, waaronder met name alleenstaanden. De gemeente houdt daar in het woningbouwprogramma rekening mee: de woningen zoveel mogelijk levensloopbestendig bouwen (zeker in de nabijheid van voorzieningen); inbreiding gaat in principe voor uitbreiding, tenzij dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit in wijken en kernen. Belangrijke randvoorwaarde met het oog op klimaatadaptatie is dat er voldoende groen en water aanwezig is. Onzorgvuldige inbreiding kan dat belemmeren; daarnaast waar mogelijk inzetten op transformatie van leegstaand/-komend vastgoed. Specifiek voor wonen met zorg en ondersteuning zet de gemeente in op: focus op huisvestingsbehoefte van de snel groeiende groep mensen met dementie; toevoegen kwalitatief goede, levensloopbestendige woningen die voor meerdere doelgroepen geschikt zijn (zowel appartementen als grondgebonden, met name nabij voorzieningen). Hierbij besteedt de gemeente expliciet aandacht aan betaalbaarheid voor mensen die qua inkomen net niet voor een sociale huurwoningen in aanmerking komen.

Dit signaal van de Adviesraad Sociaal Domein Elburg (ASDE) wordt serieus genomen; inspelen op de behoefte aan meer en verschillende vormen van geclusterd wonen met en zonder zorg (in iedere kern); omvorming bestaand vastgoed; faciliteren individuele woningaanpassingen; waarborgen spoedige uitstroom uit beschermde woonvormen. 3.4.2.1 Motie betaalbaar wonen Met de woonvisie wordt aangesloten op de Motie betaalbaar wonen. Hierin wordt het college verzocht om ernaar te streven dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector, in de goedkope koopsector (tot € 200.000,- v.o.n.) en in de betaalbare koopsector (tot € 265.000,v.o.n.). In de woonvisie is wel aangegeven dat woningen onder € 200.000,- realiseren lastig is. In Elburg slaagt de gemeente er wel in woningen rond € 230.000,- te bouwen met nul-op-de-meter. Dat zorgt alsnog voor beperkte maandlasten. 3.4.2.2 Addendum Woonvisie 2020-2025 Op 17 april 2023 is een addendum op de Woonvisie 2020-2025 vastgesteld door de gemeenteraad. Dit addendum is een concrete vertaling van Regionale Woondeal Noord-Veluwe 2022-2030 d.d. 8 maart 2023 in het geldende gemeentelijk woonbeleid.

In het addendum is het gemeentelijke woningbouwprogramma tot 2030 geactualiseerd naar woningbouw categorieën en prijsklassen, waarbij de volgende verdeling wordt toegepast: Sociale huur: 31% van het totale woningbouwprogramma. Betaalbare koop: 32% van het totale woningbouwprogramma, onderverdeel in 15% tot € 265.000 v.o.n. en 17% tot € 355.000 v.o.n. Middenhuur (een huurprijs tot € 1000 per maand): 6% van het totale woningbouwprogramma, waarbij geldt dat de realisatie zal aankomen op maatwerk op geschikte locaties.

28/554

Al met al is de opgave om meer focus te leggen op het realiseren van woningen in de categorieën sociale huur, betaalbare koopwoningen tot €355.000 en de middenhuur. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, ouderen, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Hierin conformeert de gemeente zich aan de afspraken zoals die zijn opgenomen in de Regionale Woondeal. Dat betekent dat 68% van de totaal te realiseren woningen tot en met 2030 tot het betaalbare segment behoort. Met betrekking tot het voorliggende bestemmingsplan is sprake van de ontwikkeling van drie vrijstaande woningen die worden gerealiseerd ter afronding van de woonwijk Vossenakker. Gezien de beperkte omvang is het niet mogelijk om aan te sluiten bij de woningdifferentiatie zoals is vastgelegd in de 'Motie betaalbaar wonen' als in het 'Addendum op de woonvisie'. 3.4.3 Geurverordening gemeente Elburg Op 14 december 2009 is de Geurverordening met gebiedsvisie vastgesteld. De basis van dit besluit was een concept-gebiedsvisie en -geurverordening. De concept-geurverordening en -gebiedsvisie zijn in procedure gebracht voor de besluitvorming door de raad. Na publicatie (d.d. 12 januari 2010) zijn de visie en verordening ter visie gelegd en van kracht geworden. De stukken zijn ook voor eenieder inzichtelijk via de website van de gemeente Elburg.

De geurverordening is gemaakt op basis van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv). Op basis van de Wgv kunnen gemeenten hun eigen geurbeleid doorvoeren waarbij de mogelijkheid bestaat - binnen de wettelijke marges - af te wijken van de standaard geurnormen en/of vaste afstanden uit de wet. De Geurverordening is gemaakt om geurbelemmeringen voor een aantal gewenste ruimtelijke ontwikkelingen weg te nemen. Een van deze ontwikkelingen is die in het voorliggend plangebied Vossenakker Zuid 2. Om de ontwikkelingen in het plangebied beter mogelijk te maken, zijn de geurnormen gewijzigd. Hierop wordt in paragraaf 4.2 nader ingegaan en worden de gevolgen voor het bestemmingsplan aangegeven. 3.4.4 Welstandsnota In de Woningwet is geregeld dat elk bouwplan moet voldoen aan redelijke eisen van welstand. Een aanvraag om bouwvergunning wordt daarom voor advies voorgelegd aan de welstandscommissie van de gemeente Elburg. Deze commissie van deskundigen, waaronder ook burgerleden, kunnen niet zelf bepalen of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand. Hiervoor wordt verwezen naar de welstandsnota. In de welstandsnota wordt aangegeven aan welke architectonische eisen bouwplannen moeten voldoen en waarop bij de beoordeling van een bouwplan wordt gelet. Binnen de gemeente worden, naast welstandsvrije gebieden, twee welstandsniveaus onderscheiden.

Omdat voor Vossenakker sprake is van een beeldkwaliteitplan is, zoals blijkt uit onderstaande uitsnede van de welstandskaart (figuur 3.3), het voorliggende plangebied geen welstandsniveau aangegeven. Bouwplannen worden getoetst aan het geldende beeldkwaliteitsplan.

29/554

Figuur 3.3 - Uitsnede welstandskaart (bron: Welstandsnota) Voor ontwikkelingen waarbij de ruimtelijke en/of functionele structuur verandert, kunnen beeldkwaliteitsplannen worden opgesteld. In zo'n beeldkwaliteitsplan wordt vooruitgelopen op de nieuwe structuur en aangegeven hoe de bebouwing een plaats moet krijgen in het nieuwe, stedenbouwkundig plan. In nieuwe beeldkwaliteitsplannen zullen kwaliteitseisen voor welstand worden gesteld. Ten behoeve van het voorliggende plan is een beeldkwaliteitsparagraaf opgesteld die gelijktijdig met het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. Deze zal na vaststelling deel gaan uitmaken van de welstandsnota (zie paragraaf 2.3.3 Beeldkwaliteit). 3.4.5 Parkeernota Voor de gemeentelijke parkeerregeling gelden de in september 2014 vastgestelde (inter)gemeentelijke Parkeernota en de door burgemeester en wethouders vastgestelde 'Nadere regels parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde'. Een bouwplan wordt getoetst aan de algemene bouwregels, waarin de eis is opgenomen voor voldoende parkeervoorzieningen. Het parkeerbeleid is in veel bestemmingsplannen geregeld met een verwijzing naar de stedenbouwkundige

30/554

bepalingen in de gemeentelijke bouwverordening. Op die manier beschikt(e) de gemeente Elburg over de mogelijkheid om bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen te stellen aan het parkeren. Het parkeerbeleid voor de kom van Doornspijk is vastgelegd in het 'Parapluplan Parkeren'. Voor de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten op de regeling in het parapluplan. In paragraaf 2.3.4 wordt daar verder op ingegaan. Een en ander houdt in dat voldaan moet worden aan de parkeernormen en de uitgangspunten van de Parkeernota, die als bijlage 1 bij de regels is opgenomen.

31/554

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

Diverse aspecten in of nabij het plangebied, zoals hinder door bedrijvigheid, water, ecologie, archeologie en de aanwezigheid van kabels en leidingen, kunnen beperkingen opleggen aan de nieuwe ontwikkelingen in het plangebied. Voor het bestemmingsplan zijn de milieu- en omgevingsaspecten geïnventariseerd en daar waar nodig verwerkt in de ruimtelijke verbeelding en regels van het bestemmingsplan.

4.1

Bedrijven en milieuzonering

4.1.1 Toetsingskader 4.1.1.1 Bedrijven en milieuzonering Om een belangenafweging tussen een goed woon- en leefklimaat in de omgeving en bedrijvigheid te kunnen maken, wordt in het algemeen gebruikgemaakt van de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009). In deze uitgave is een lijst opgenomen met allerhande activiteiten en bijbehorende richtafstanden en milieunormen die gehanteerd worden voor gevoelige functies. De VNG-publicatie is bedoeld voor nieuwe situaties en niet voor de toetsing van bestaande situaties. In bestaande situaties kan de VNG-brochure evenwel een indicatie geven van de mate van hinder bij bestaande conflictsituaties. Verder moet ook bij de vaststelling van een bestemmingsplan, waarin mogelijk een (deels) feitelijk bestaande situatie wordt bestemd, worden onderzocht of het laten voortbestaan van een dergelijke situatie in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Ook om die reden wordt aansluiting gezocht bij de VNG-publicatie. De VNG-brochure hanteert twee soorten omgevingstypen. Een rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied, voor beide omgevingstypen gelden andere richtafstanden en/of normen. De definitie van een rustige woonwijk/rustig buitengebied is: 'Een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijke bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied.' De definitie van een gemengd gebied is: 'Een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden en hogere milieunormen rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten meestal bepalend.' In tabel 4.1 is een overzicht gegeven van de richtafstanden voor de verschillende milieucategorieën.

32/554

Tabel 4.1 - Richtafstanden per milieucategorie t/m milieucategorie 4.1 milieucategorie richtafstand rustige woonwijk en gemengd gebied rustig buitengebied 1 10 m 0m 2 30 m 10 m 3.1 50 m 30 m 3.2 100 m 50 m 4.1 200 m 100 m Het aspect geluid is in veel gevallen de bepalende factor voor de richtafstand. De achterliggende geluidsnormen die in de VNG-publicatie worden gehanteerd om de richtafstanden te bepalen, zijn weergegeven in tabel 4.2. Tabel 4.2 - Geluidsnormen (richtwaarden) voor een rustige woonwijk/buitengebied en gemengd gebied periode langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus maximale geluidsniveaus (LAmax ) (LAr,LT) rustige woonwijk/ gemengd rustige woonwijk / rustig gemengd rustig buitengebied gebied buitengebied gebied dagperiode 45 dB (A) 50 dB(A) 65 dB(A) 70 dB(A) (07:00-19:00 uur) avondperiode 40 dB(A) 45 dB(A) 60 dB(A) 65 dB(A) (19:00-23:00 uur nachtperiode 35 dB(A) 40 dB(A) 55 dB(A) 60 dB(A) (23:00-07:00 uur) Deze richtwaarden hebben geen wettelijke status, maar zijn algemeen aanvaarde waarden. Het is mogelijk om op basis van een bestuurlijke afweging af te wijken van deze richtwaarden. De VNG-brochure biedt hiervoor een stappenplan, opgenomen in bijlage B 5.3 van de VNG-publicatie. Het stappenplan omvat de volgende methodiek: 1.

stap 1: indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven: inpassing is dan mogelijk; 2. stap 2: indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen van maximaal 45 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 50 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde), 65/60/60 dB(A) voor maximale geluidsniveaus in een rustig buitengebied/rustige woonwijk en 70/65/60 dB(A) in gemengd gebied en tenslotte 50 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder); 3. stap 3: indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidsbelasting op woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen van maximaal 50 dB(A) in een rustige woonwijk/rustig buitengebied en 55 dB(A) in gemengd gebied voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70/65/60 dB(A) voor maximale geluidsniveaus en 65 dB(A) etmaalwaarde t.g.v. de verkeersaantrekkende werking (indirecte hinder). Met

33/554

betrekking tot de maximale geluidsniveaus geldt dat de beoordeling plaatsvindt exclusief de maximale geluidsniveaus vanwege aan- en afrijdend verkeer. In het kader van stap 3 dient het bevoegd gezag te motiveren waarom het deze geluidsbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting moet worden betrokken. Bij een hogere geluidsbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn. Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient dit grondig onderzocht, onderbouwd en gemotiveerd te worden, waarbij cumulatie met andere geluidsbronnen/geluidsbelastingen moet worden meegenomen. Deze laatste stap wordt aangeduid als stap 4. 4.1.1.2 Activiteitenbesluit (agrarisch) Het agrarisch bedrijf aan de Oostendorperstraatweg 10a valt onder de werking van het Activiteitenbesluit en de daarin opgenomen algemene regels.

34/554

De algemene geluidsvoorschriften uit het Activiteitenbesluit voor agrarische bedrijven komen overeen met de VNG-richtwaarden voor “rustige woonwijk/rustig buitengebied”, waarbij uitsluitend het geluid van vast opgestelde installaties en toestellen hoeft te worden meegenomen.

35/554

Het Activiteitenbesluit biedt de mogelijkheid om maatwerkvoorschriften voor geluid vast te stellen. Dit kunnen middelvoorschriften zijn, dan wel van het Activiteitenbesluit afwijkende geluidsvoorschriften (hoger of lager dan de standaard voorschriften). 4.1.1.3 Indirecte hinder De verkeersbewegingen op de openbare weg, die worden veroorzaakt de (agrarische) inrichting, kunnen zorgen voor geluidhinder. Deze hinder wordt echter niet direct toegerekend aan de inrichting (indirecte hinder). In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan deze indirecte hinder echter inzichtelijk worden gemaakt als dat nodig is. Wegens het ontbreken van een toetsingskader voor de ruimtelijke ordening, wordt aangesloten bij het toetsingskader voor vergunningverlening in het kader van de Wet milieubeheer/Wabo. Dit toetsingskader betreft de Circulaire “Beoordeling geluidhinder wegverkeer in verband met vergunningverlening Wm” (VROM, 29 februari 1996), ook wel bekend als de Schrikkelcirculaire. De voorkeursgrenswaarde voor indirecte hinder bedraagt volgens de circulaire 50 dB(A) en de maximale grenswaarde bedraagt 65 dB(A) etmaalwaarde. 4.1.2 Het plangebied Het plangebied is gelegen aan de rand van bestaande stedelijk gebied wat kan worden getypeerd als 'rustige woonwijk'.

In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich enkele bedrijven die mogelijk belemmeringen veroorzaken voor de beoogde woningen of hinder ondervinden van de beoogde woningen. 4.1.2.1 Bedrijventerrein Zo ligt ten zuidwesten van het plangebied een bedrijventerrein. Het dichtstbijzijnde bedrijf is gelegen op een afstand van circa 130 m. Ter plaatse van dit bedrijf zijn bedrijven tot en met categorie 3.1 toegestaan. Overeenkomstig de VNG-publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (editie 2009) geldt op basis van gebiedstype 'rustige woonwijk' een richtafstand van 50 m.

36/554

Figuur 4.1 - Weergave ligging plangebied ten opzichte van omliggende functies (bron: ruimtelijkeplannen.nl) De beoogde woningen zijn op circa 130 m afstand gelegen. De maximale richtafstand wordt niet overschreden. Andersom ondervinden de bedrijven op het bedrijventerrein geen hinder van de beoogde woningen. Daarbij wordt opgemerkt dat er bestaande woningen op kortere afstand van het bedrijventerrein zijn gelegen; deze woningen zijn maatgevend. 4.1.2.2 Oostendorperstraatweg 10a Het agrarisch bedrijf aan de Oostendorperstraatweg 10a kan op basis van de VNG-publicatie “Fokken en houden van rundvee” worden gekarakteriseerd als een bedrijf in milieucategorie 3.2 met volgens de VNG-publicatie een maximale richtafstand van 100 m: De richtafstand van 100 m wordt bepaald door het milieuaspect 'geur'. De afstand van het bestemmingsvlak 'Wonen' in het voorliggende bestemmingsplan tot de in-/uitrit van het agrarisch bedrijf bedraagt circa 40 m (de afstand tot het bouwvlak circa 55 m). Er wordt niet voldaan aan de richtafstand op basis van het VNG. Voor het aspect 'geur' wordt in paragraaf 4.2 nader aangetoond dat in voorkomend geval, op basis van de geurverordening, sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De richtafstand voor geluid bedraagt 30 m.

De afstand van het bestemmingsvlak woningen in het voorliggende bestemmingsplan tot de in-/uitrit van het agrarisch bedrijf bedraagt circa 40 m (de afstand tot het bouwvlak circa 55 m). Voor het aspect geluid wordt daarmee in principe aan de richtafstand voldaan. Omdat het plangebied kan worden gezien als een “rustige woonwijk/rustig buitengebied”, geldt 45 dB(A) etmaalwaarde als richtwaarde voor geluid. Hoewel aan de richtafstand voor geluid wordt voldaan, is op basis van akoestisch onderzoek gekeken of er ook

37/554

aan de richtwaarde van 45 dB(A) kan worden voldaan. Het akoestisch onderzoek is als bijlage 2 opgenomen in de voorliggende toelichting. In het onderzoek wordt, op basis van het akoestisch onderzoek uit 2013 van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe (modelgegevens), geconstateerd dat ter plaatse van het nieuwe bouwvlak in het voorliggend bestemmingsplan in de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de richtwaarde van 45 dB(A) als etmaalwaarde voor wat betreft de langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus. Dit geldt zowel voor de situatie met en zonder geluidscherm. Er is alleen in de dagperiode (beoordelingshoogte ho =+1,5 m) enig akoestisch effect van 1 dB (in de praktijk niet waarneembaar) van het geluidscherm. De langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus in de incidentele bedrijfssituatie (inkuilen) hoger zijn dan de richtwaarde van 50 dB(A) als etmaalwaarde en tevens hoger dan de grenswaarde van 55 dB(A) in de ruimtelijke afweging. De hoogste berekende waarde bedraagt 62 dB(A) als etmaalwaarde (nachtperiode bepalend). Het inkuilen (IBS) komt maar een beperkt aantal keren per jaar voor. In de ruimtelijke afweging kan hiermee rekening mee worden gehouden omdat in deze beoordeling moet worden uitgegaan van een “representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden”.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=aa08a6fe-c6ae-482c-8bcc-fd4418f0d1aa