CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Raadsvergadering 14 november 2023, gemeente elburg31.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

(dienstverleningsovereenkomsten) worden gesloten. Die bevatten nadere afspraken over de uitoefening van de taken die krachtens de regeling bij de omgevingsdienst is ondergebracht. Afspraken kunnen onder meer worden gemaakt over de omvang en de kwaliteit van de taakuitoefening. Artikel 5. Bovenregionale en complexe taken Dit artikel geeft een regeling voor de complexe taken die niet robuust door de omgevingsdienst kunnen worden uitgevoerd, alsmede de bovenregionale taken. Die begrippen zijn omschreven in artikel 1. Ten aanzien van deze taken is bestuurlijk de volgende verdeling tussen de diverse omgevingsdiensten afgesproken: 1. Ten aanzien van complexe vergunningverleningstaken die in geen enkele regio robuust kunnen worden uitgevoerd, met inbegrip van de taken ter uitvoering van het Besluit Risico’s Zware Ongevallen, is de omgevingsdienst regio Nijmegen de uitvoerder. 2. Het toezicht in het kader van het Besluit Risico’s Zware Ongevallen wordt uitgevoerd door de omgevingsdienst regio Nijmegen. 3. De complexe bestuursrechtelijke handhavingstaken worden uitgevoerd door de uitvoeringsdienst regio Arnhem, tenzij die taken in een regio robuust belegd kunnen worden. In dat geval worden die taken door de betreffende omgevingsdienst uitgevoerd. 4.

De bestuursrechtelijke handhavingstaken in het kader van de Wet bodembescherming wordt vooralsnog uitgevoerd door de uitvoeringsdienst regio Arnhem. 5. De provinciale meetploeg wordt ondergebracht bij de uitvoeringsdienst regio Arnhem. 6. De coördinatie op de kwaliteit van de taakuitoefening en de coördinatie op de samenwerking tussen de omgevingsdiensten binnen het Gelderse stelsel worden uitgevoerd door de uitvoeringsdienst regio De Vallei. 7. Het portaal voor externe (kennis)partners is in combinatie met het kenniscentrum belegd bij de omgevingsdienst Veluwe. 8. Het gezamenlijke programma Ketentoezicht is belegd bij de omgevingsdienst Rivierenland. Het uitgangspunt is dat de bevoegdheid om deze taken uit te voeren bij de betreffende gemeente of bij de provincie blijft. Daarmee blijft de in het gebied werkzame omgevingsdienst het aanspreekpunt, maar de feitelijke taakuitoefening geschiedt door een andere omgevingsdienst. Over de exacte uitvoering van de complexe en bovenregionale taken zijn nadere inhoudelijke en financiële afspraken gemaakt. De vergoeding voor de uitvoering van die taken wordt in overleg tussen alle Gelderse omgevingsdiensten vastgesteld. Er is enerzijds een verplichting van de betreffende omgevingsdienst om taken uit te voeren, en anderzijds een verplichting van de betreffende dienst om taken te laten uitvoeren.

Dat systeem geldt ten aanzien van alle complexe en bovenregionale taken, voor zover die bij de inwerkingtreding van de regeling niet robuust werden uitgevoerd. Het alsnog robuust worden van de omgevingsdienst op eerder niet robuuste taken leidt er derhalve toe dat de regelingen (van de vragende omgevingsdienst en van de leverende omgevingsdienst) op termijn mogelijk aangepast zullen worden. Daarbij zullen ook de gevolgen voor het personeel en andere gevolgen worden betrokken. Er bestaan groepen vergunningplichtige inrichtingen onder categorie 4.2 of hoger, die alleen voor het aspect geluid als complex worden aangemerkt, bijvoorbeeld scheepswerven. Het geluidsaspect is een specialisme waarop alle omgevingsdiensten in Gelderland robuust zijn. Doel van dit artikel is borging van kwaliteit. Als een bedrijf alleen ten aanzien van het aspect geluid als complex is aangemerkt, kan ook de lokale omgevingsdienst die kwaliteit leveren. Zo’n bedrijf wordt weliswaar als complex aangemerkt, maar de vergunningverlening kan door een lokale omgevingsdienst plaatsvinden, omdat ook de lokale omgevingsdienst de taak kan uitvoeren in overeenstemming met de kwaliteitscriteria.

In het geval dat een bedrijf vanwege andere of meerdere specialismen als complex wordt aangemerkt, dan blijft de stelselafspraak van toepassing en levert de omgevingsdienst regio Nijmegen voor het gehele milieudeel van een vergunningaanvraag bindend integraal advies (inclusief geluidsaspect). In toelichting op artikel 5, vijfde lid, nog het volgende. In Gelderland en Overijssel wordt samengewerkt in het kader van het Besluit risico’s zware ongevallen. Artikel 5, lid vijf, maakt het mogelijk dat

samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten met bevoegde organen in Overijssel, die het mogelijk maken dat voor de taakuitvoering in Overijssel gebruik wordt gemaakt van de kennis en capaciteit binnen de Gelderse omgevingsdiensten. Artikel 6. Verzoektaken Naast het uitvoeren van de basistaken en overige taken als bedoeld in artikel 4 kan de omgevingsdienst incidenteel andere taken uitvoeren op verzoek van een deelnemer. De taken en afspraken daaromtrent worden in een dienstverleningsovereenkomst vastgelegd. Het gaat om incidentele taken, derhalve niet om structurele taken. Voor het beleggen van structurele taken bij de omgevingsdienst is immers met het oog op artikel 4 een wijziging van de regeling vereist. Artikel 7. Bevoegdheden De Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft in artikel 10 voor dat een regeling waarbij een openbaar lichaam wordt ingesteld, aangeeft welke bevoegdheden aan het bestuur van het openbaar lichaam worden overgedragen. Het is een uitgangspunt van de deelnemers om aan de omgevingsdienst geen bevoegdheden over te dragen. Dat is vastgelegd in het eerste lid. Dat neemt niet weg dat het doelmatig kan zijn om aan (een functionaris van) de omgevingsdienst vertegenwoordigingsbevoegdheid te verlenen met betrekking tot de bevoegdheden van de deelnemers.

Daarbij kan het gaan om mandaat (voor publiekrechtelijke bevoegdheden), volmacht (voor privaatrechtelijke bevoegdheden) en machtiging (voor feitelijke handelingen). In het tweede lid is bepaald dat het aan de deelnemers is om daarover te beslissen. Het gaat daarbij voor de goede orde om vertegenwoordiging, niet om het overdragen van enige bevoegdheid. Een krachtens mandaat genomen besluit, als voorbeeld, geldt immers als een besluit van de mandaatgever. Binnen de gemeenschappelijke regeling wordt ernaar gestreefd om te komen tot één gemeenschappelijk mandaat, zodat binnen de gemeenschappelijke regeling effectief gewerkt kan worden. Artikel 8. Beperking privaatrechtelijke bevoegdheden Het openbaar lichaam is krachtens de Wet gemeenschappelijke regelingen een rechtspersoon en uit dien hoofde bevoegd tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen. De Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt in artikel 55 dat bij de regeling beperkingen kunnen worden aangebracht in de bevoegdheden die het openbaar lichaam van rechtswege bezit om aan het maatschappelijk verkeer deel te nemen. Artikel 8 bevat dergelijke beperkingen. Daarbij is ervoor gekozen om de deelnemers de mogelijkheid te geven toestemming te verlenen voor privaatrechtelijke rechtshandelingen die op grond van de regeling anders niet zijn toegestaan.

De formulering is zo gekozen dat duidelijk is dat alle deelnemers met een (op grond van de regeling niet toegestane) rechtshandeling moeten instemmen. Onder e is bepaald dat het openbaar lichaam niet bevoegd is voor commerciële dienstverlening aan private partijen. De achtergrond daarvan is om te voorkomen dat de omgevingsdienst met inzet van publieke middelen marktverstorend werkt. De deelnemers zijn van opvatting dat de overheid, ook ingeval van samenwerking in een gemeenschappelijke regeling, zich daarvan zou moeten onthouden. Artikel 9. Bijdragen De begroting wordt omgeslagen over de deelnemers in de verhouding waarin zij structurele taken als bedoeld in de artikelen 4 en 5 bij de omgevingsdienst hebben ondergebracht. Indien sprake is van verzoektaken als bedoeld in artikel 6, worden de kosten daarvan bij de betreffende deelnemer in rekening gebracht met toepassing van het tweede lid. Het derde lid heeft betrekking op geoormerkte budgetten die een deelnemer inbrengt om de kosten te dekken van inhuur, uitbesteding of materiële lasten specifiek ten behoeve van die deelnemer. Deze geoormerkte budgetten staan los van de verdeelsleutel die in het eerste lid is vastgelegd.

Het vierde lid heeft als achtergrond dat de deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling verplicht zijn een daarbij opgericht openbaar lichaam van middelen te voorzien waardoor het de taken waartoe het is opgericht naar behoren kan vervullen. Daartoe behoren ook de financiële verplichtingen die het openbaar lichaam ter uitvoering van die taken is aangegaan. Daarnaast behoren tot de verplichte uitgaven van een openbaar lichaam evenals voor waterschappen de aflossing van schulden en renten en andere opeisbare schulden. Dat is bevestigd in de Circulaire aansprakelijkheid voor schulden van openbare lichamen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Circulaire van 8 juli 1999). Het zesde lid geeft zodoende een algemeen geldende rechtsplicht weer voor deelnemers aan een gemeenschappelijke regeling die de positie van derden jegens de omgevingsdienst beschermt. Het derde lid is bovendien noodzakelijk om in voorkomend geval tegen aanvaardbare tarieven geldleningen aan te kunnen gaan. Het heeft geen betekenis voor de verdeling van de kosten tussen de deelnemers. Daarvoor geldt de verhouding van het eerste lid.

HOOFDSTUK 3 ALGEMEEN BESTUUR Artikel 10. Samenstelling en stemverhouding (algemeen bestuur) Met toepassing van artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen worden de leden van het algemeen bestuur door en uit de deelnemende colleges (van burgemeester en wethouders, en Gedeputeerde Staten) aangewezen. Verder schrijft artikel 13 van die wet voor dat de regeling het aantal leden van het algemeen bestuur bepaalt dat door de deelnemers wordt aangewezen. Het eerste en het tweede lid voorzien daarin door het aantal leden van het algemeen bestuur te vermelden, alsmede te bepalen dat elke deelnemer een lid in het algemeen bestuur benoemt. De aanwijzing van plaatsvervangende leden op grond van het tweede lid voorziet in de behoefte van alle deelnemers, gezien de bevoegdheden van het algemeen bestuur, om vertegenwoordigd te zijn in het algemeen bestuur als een lid verhinderd is. De stemverhouding als vastgelegd in het derde tot met het achtste lid weerspiegelt de bestuurlijke afspraken die ter zake zijn gemaakt. Het principe van gewogen stemmen houdt in dat in plaats van het uitgangspunt “elk lid één stem” het aantal stemmen per deelnemer wordt vastgesteld op basis van het aandeel in de begroting van het jaar waarin herstemming plaatsvindt. Geen enkele deelnemer heeft een aandeel van meer dan (grofweg) één derde van de begroting.

Hierdoor kan geen enkele deelnemer “alleen” beslissen; er is altijd samenwerking met meerdere deelnemers nodig. Artikel 11. Aanwijzing, schorsing en ontslag leden algemeen bestuur Het algemeen bestuur is het hoogste orgaan van het openbaar lichaam. In het algemeen bestuur zijn alle deelnemers vertegenwoordigd. Het is de verantwoordelijkheid van de deelnemers om te zorgen voor het aanwijzen van de leden van het algemeen bestuur volgens het eerste en het derde lid. Met toepassing van artikel 13 in verbinding met artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, worden de leden van het algemeen bestuur door en uit de deelnemende colleges (van burgemeester en wethouders en Gedeputeerde Staten) aangewezen. Ingevolge artikel 13, tweede lid, in verbinding met artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen eindigt het lidmaatschap van het algemeen bestuur van rechtswege, zodra men ophoudt wethouder dan wel gedeputeerde te zijn in het betreffende deelnemende college. Het tweede lid voorziet erin dat zolang na een collegewisseling geen nieuw lid is aangewezen, de voormalige wethouder dan wel gedeputeerde zijn functie als lid van het algemeen bestuur waarneemt.

Op grond van artikel 16, vierde lid, in verbinding met artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, is in het vierde lid opgenomen dat een deelnemer een lid dat hij in het algemeen bestuur heeft aangewezen, kan ontslaan indien dat lid het vertrouwen van de deelnemer niet langer bezit. In het zesde lid is bepaald dat een lid van het algemeen bestuur ontslag kan nemen. In dat geval is het aan de deelnemer om met toepassing van het derde lid te voorzien in opvolging.

Artikel 12, Werkwijze (Algemeen Bestuur) Het eerste lid regelt in welke gevallen de voorzitter een vergadering van het algemeen bestuur uitschrijft. Het wettelijk minimum van het aantal vergaderingen van het algemeen bestuur is vastgesteld op twee maal per jaar. Het tweede lid bevat het quorum voor beraadslaging in en besluitvorming door het algemeen bestuur. Het kan voorkomen, bijvoorbeeld in vakantieperiodes, dat het quorum niet wordt gehaald terwijl een besluit van het algemeen bestuur geen uitstel duldt. Het derde lid voorziet daarin door een nieuwe vergadering mogelijk te maken waarbij de quorumeis niet geldt. De situatie dat het quorum niet wordt gehaald, zal zich alleen bij hoge uitzondering voordoen. Indien in de nieuwe vergadering onderwerpen aan de orde komen die niet waren geagendeerd voor de vergadering waarvoor het quorum niet werd gehaald, is besluitvorming daarover alleen mogelijk indien meer dan de helft van de leden aanwezig is. Het vijfde lid verplicht het algemeen bestuur tot het vaststellen van een reglement van orde. Artikel 13.

Bevoegdheden (Algemeen Bestuur) Met de wijziging van de Wet Gemeenschappelijke regelingen van 1 januari 2015 zijn meer bevoegdheden toegewezen aan het dagelijks bestuur in plaats van het algemeen bestuur en is de organisatie van een gemeenschappelijke regeling meer in overeenstemming gebracht met het dualisme dat al is ingevoerd bij de gemeenten en provincies. Dit artikel betreft de bevoegdheden van het algemeen bestuur. De belangrijkste bevoegdheden zijn voor de duidelijkheid benoemd, waaronder het vaststellen van de begroting en de jaarrekening, het benoemen van de directeur en het vaststellen van regelingen (verordeningen). Ook de bevoegdheid om te besluiten tot het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingen behoort aan het algemeen bestuur. Een dergelijk besluit mag alleen genomen worden ten behoeve van de belangen die de omgevingsdienst behartigt. De bevoegdheid ligt conform de wet bij het algemeen bestuur. In dat bestuur zijn in beginsel alle deelnemers vertegenwoordigd. Zij zijn dan ook allen betrokken bij de besluitvorming. Het besluit mag niet eerder worden genomen dan nadat de raden en staten in gelegenheid zijn gesteld om hun wensen en bedenkingen te uiten over het ontwerpbesluit.

HOOFDSTUK 4 DAGELIJKS BESTUUR Artikel 14. Samenstelling en stemverhouding Behoeft geen toelichting. Artikel 15. Aanwijzing, schorsing en ontslag leden dagelijks bestuur De Wet gemeenschappelijke regelingen kent als hoofdregel dat het dagelijks bestuur naast de voorzitter bestaat uit twee of meer andere leden die door en uit het algemeen bestuur worden aangewezen, met inachtneming van hetgeen in de regeling is bepaald. Het eerste lid voorziet in een spoedige aanwijzing van de leden na de inwerkingtreding van de regeling. Bij gemeenteraadsverkiezingen kan een vacuüm ontstaan. Voor leden van het algemeen bestuur die vanuit hun functie als wethouder in het algemeen bestuur plaatsnemen, geldt dat hun lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt, wanneer hun wethouderschap eindigt. Het moment van eindigen van het wethouderschap ligt alleen op een ander moment dan bij raadsleden. Uit de Gemeentewet volgt dat na een gemeenteraadsverkiezing alle zittende wethouders aftreden op het moment dat de nieuwe gemeenteraad ten minste de helft van het benodigd aantal wethouders heeft benoemd en deze benoemingen zijn aangenomen. De (her)benoeming van de nieuwe wethouders door de nieuwe gemeenteraad gebeurt veelal in één keer voor alle wethouders uit een college tegelijkertijd, maar dit hoeft niet.

Totdat de wethouders zijn (her)benoemd, kan het lidmaatschap van het algemeen bestuur niet worden ingevuld. Er ontstaat dan dus een leemte. Een algemeen bestuur met wethouders is pas voor het eerst in nieuwe samenstelling voltallig bijeen, wanneer alle deelnemende gemeenten hun nieuwe

colleges benoemd hebben. Dit hoeft niet voor alle gemeenten gelijktijdig en even vlot te verlopen. Dit wordt praktisch opgelost door in het tweede lid te bepalen dat de leden van het algemeen bestuur hun functie blijven vervullen, totdat in hun opvolging is voorzien. Naast de twaalf gemeenten is ook de provincie deelnemer aan deze gemeenschappelijke regeling. De Provinciewet bevat eenzelfde regeling als de Gemeentewet. Deze bepaling is dus ook van toepassing in geval van periodiek aftreden van een gedeputeerde die het college van gedeputeerde staten vertegenwoordigt in het dagelijks bestuur. Artikel 16 Werkwijze (Dagelijks Bestuur) Behoeft geen toelichting. Artikel 17 Bevoegdheden (Dagelijks Bestuur) De bevoegdheden van het dagelijks bestuur volgen uit de Wet en zijn hier opgenomen ten behoeve van de volledigheid en duidelijkheid van deze regeling. Artikel 18 Voorzitter Op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen is de voorzitter niet alleen voorzitter van het algemeen bestuur, maar ook van het dagelijks bestuur. Die beide voorzittersfuncties zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. Besluiten over de voorzitter (bijvoorbeeld het intrekken van een aanwijzing tot voorzitter of het benoemen van een nieuwe voorzitter) worden door het algemeen bestuur genomen.

De plaatsvervangend voorzitter die op grond van het tweede lid wordt aangewezen, is plaatsvervangend ten aanzien van alle bevoegdheden, dus ook ten aanzien van het voorzitterschap van het dagelijks bestuur en de bevoegdheid tot vertegenwoordiging van het openbaar lichaam in en buiten rechte. Artikel 19 Bevoegdheden (Voorzitter) Behoeft geen toelichting.

HOOFDSTUK 6 INFORMATIE EN VERANTWOORDING Artikel 20 Openbaar lichaam ten opzichte van deelnemers Behoeft geen toelichting. Artikel 21 Openbaar lichaam ten opzichte van andere omgevingsdiensten Behoeft geen toelichting. Artikelen 22, 23 en 24 Ter uitvoering van de artikelen 16 tot en met 19 in verbinding met artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt de regeling bepalingen in over informatie en verantwoording van het bestuur van het openbaar lichaam aan de deelnemers (met inbegrip van de gemeenteraden en Provinciale Staten). Artikel 23 regelt de actieve informatieplicht, zoals bedoeld in de Wet. Artikel 25 Uitbrengen van zienswijze door de raad Met de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 is de verplichting geïntroduceerd om in de gemeenschappelijke regeling afspraken te maken over besluiten van een bij gemeenschappelijke regeling opgericht samenwerkingsverband, waarop door het bestuur van de regeling een zienswijze aan de raden en provinciale staten wordt gevraagd. Hiermee wordt bereikt dat gemeenteraden en provinciale staten hun opvatting

kenbaar kunnen maken over bepaalde voorgenomen besluiten voordat het besluit is genomen. Artikel 25 voorziet in deze nieuwe zienswijzeprocedure voor gemeenteraden over besluiten van de gemeenschappelijke regeling op grond van artikel 10 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het bestuur van de Omgevingsdienst kan besluiten om af te wijken van de ingebrachte zienswijzen. Gekozen is voor een zienswijzetermijn van 8 weken, omdat de raden in beginsel maandelijks bij elkaar komen. Als een langere termijn wordt gehanteerd, zal dit tot een te lange zienswijzeperiode leiden, terwijl een kortere periode het voor de raden lastig maakt om tijdig een zienswijze in de raad te kunnen bespreken en de zienswijze in te kunnen dienen. Daarnaast is gekozen om de zienswijzemogelijkheid open te stellen voor een aantal specifieke besluiten (zoals kaderstellende strategische en meerjarenplannen), omdat deze plannen in een vroeg stadium bepalen waar de gemeenschappelijke regeling naartoe beweegt en inspraak juist in dat vroege stadium bij kan dragen aan meer betrokkenheid bij en draagvlak voor de keuzes die door de gemeenschappelijke regeling worden gemaakt. De zienswijzemogelijkheid wordt expliciet uitgezonderd voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en besluiten waarop afdeling 3.4 van de Awb van toepassing is, omdat artikel 10, vijfde lid, van de Wgr dat bepaalt.

Deze laatstgenoemde besluiten hebben namelijk hun eigen inspraakmogelijkheden en procedures. Artikel 26 Participatie ingezetenen en belanghebbenden Artikel 10, zevende lid, van de Wgr bepaalt dat in de gemeenschappelijke regeling moet worden vastgelegd hoe ingezetenen en belanghebbenden worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid op grond van de regeling. Er is voor gekozen om participatie voor ingezetenen en belanghebbenden niet in de regeling vast te leggen. Participatie kan desgewenst door de gemeenteraden en provinciale staten zelf worden vormgegeven door bijvoorbeeld ingezetenen en belanghebbenden mee te laten denken over onderwerpen waarover zij een zienswijze kunnen uitbrengen. Op die manier kunnen de deelnemers zelf bepalen of, en zo ja, op welke manier zij ingezetenen en belanghebbenden in de gelegenheid willen stellen om mee te denken over besluitvorming die in de regeling plaatsvindt. Artikel 27 Evaluatie Bij de evaluatie wordt standaard voor de meest lichte vorm gekozen, die wordt voorgesteld in de Wet. Deelnemers hebben de mogelijkheid dit in overleg anders in te vullen.

HOOFDSTUK 7 DIRECTEUR Artikel 28 Directeur Behoeft geen toelichting.

HOOFDSTUK 8 SAMENWERKING GELDERS STELSEL Artikel 29 Voorzitters- en directeurenoverleg Om op bestuurlijk niveau de samenwerking tussen de Gelderse omgevingsdiensten te waarborgen, is ter uitvoering van het Gelderse stelsel in de regeling (en de overige gemeenschappelijke regelingen waarbij een omgevingsdienst in Gelderland is ingesteld) voorzien in een overleg tussen de voorzitters, alsmede in een overleg tussen de directeuren.

HOOFDSTUK 9 FINANCIELE BEPALINGEN Artikel 30 Administratie en controle Behoeft geen toelichting. Artikel 31 Begrotingsprocedure Beperkte wijzigingen binnen de begroting die niet leiden tot een wijziging van de bedragen van de deelnemers, kunnen door het Algemeen Bestuur worden vastgesteld zonder de brede procedure van zienswijzen. Artikel 32 Jaarrekening Behoeft geen toelichting. Artikel 33 Verdeling saldo Er ligt op grond van het eerste lid een verplichting om een beperkte reserve op te bouwen en aan te houden voor het opvangen van financiële schommelingen. Indien er in de jaarrekening sprake is van een nadelig saldo, beslist het algemeen bestuur op grond van het tweede en het derde lid. Er is gekozen voor een verdeling naar rato van de stemverhouding en niet op basis van exploitatie, omdat de exploitatie in de tijd gezien te veel kan fluctueren. Stemverhouding geeft een meer stabiele situatie.

HOOFDSTUK 10 ARCHIEF Artikel 34 Zorg en beheer archief openbaar lichaam Op grond van artikel 40 van de Archiefwet houdt een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen een voorziening in omtrent de zorg voor de archiefbescheiden van bij die regeling ingestelde openbare lichamen. Hieraan wordt invulling gegeven door opneming in de regeling van artikel 32.

HOOFDSTUK 11 TOETREDING, UITTREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING Op grond van artikel 9 in verbinding met artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen houdt een regeling die voor onbepaalde tijd wordt getroffen bepalingen in over wijziging, opheffing, toetreding en uittreding. De regeling voorziet daarin in hoofdstuk11. Artikel 35 Toetreding Zie ook art. 51 van de Wet. Artikel 36 Uittreding Besluit een deelnemer uit te treden, dan regelt dit artikel de gevolgen van de uittreding. Uitgangspunt hierbij is dat de niet uittredende deelnemers financieel niet worden benadeeld. Artikel 37 Wijziging en opheffing Het wijzigen van de regeling is onder andere aan de orde als een deelnemer extra structurele taken als bedoeld in artikel 5 bij de omgevingsdienst wil onderbrengen. Een deelnemer kan op grond van het tweede lid daarom zelf verzoeken aan de deelnemers, dan wel kan daarom door het algemeen bestuur worden verzocht. Gaat het om opheffing van de regeling, dan zijn het vooral de personele en financiële gevolgen die geregeld moeten worden. Dat geschiedt op grond van het derde lid in een liquidatieplan. Afhankelijk van de specifieke situatie kan dat plan bepalingen inhouden over het overnemen van personeel door deelnemers.

HOOFDSTUK 12 KLACHTENREGELING Artikel 38 Klachtenregeling De behandeling van klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht kent twee fasen: de interne fase en de externe fase. Artikel 36 houdt de verplichting in om voor de interne fase een verordening vast te stellen, waartoe het algemeen bestuur bevoegd is. Voor de tweede fase geldt dat de Nationale ombudsman bevoegd is, tenzij het algemeen bestuur een andere klachtadviesinstantie aanwijst.

HOOFDSTUK 13 SLOTBEPALINGEN Artikel 39 Inwerkingtreding Vaststellingbesluiten tot het wijzigen van de GR ODVeluwe dienen op grond van artikel 3:42, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht door alle deelnemers bekend gemaakt te worden in de eigen gemeente/provincie. Daarnaast wordt één deelnemer (provincie Gelderland) verantwoordelijk gemaakt voor de bekendmaking van de gemeenschappelijke regeling zelf. De regeling dient door kennisgeving van de inhoud in het provincieblad bekend te worden gemaakt om in werking te kunnen treden. Het openbaar lichaam draagt zorg voor verwerking van de gegevens in het daartoe bestemde register (artikel 26 lid 2 juncto artikel 52, eerste lid, onder k, van de Wet). Artikel 40 Duur van de regeling Behoeft geen toelichting Artikel 41 Citeertitel Behoeft geen toelichting

Raadsvoorstel

Onderwerp

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) – verzoek toestemming raad

Datum

3 oktober 2023

Portefeuillehouder

Henk Wessel

Behandelaar: E-mailadres: Zaaknummer: Bijlagen:

W. Rouffaer willemien.rouffaer@elburg.nl 311991 1

Te nemen besluit: 1.

Kennis te nemen van de tekst van de voorgenomen Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe

2.

Aan het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe aan te gaan met ingangsdatum van 1 januari 2024 en tegelijkertijd de huidige Gemeenschappelijke Regeling ODNV/OVIJ in te trekken.

Inleiding Sinds de oprichting van regionale omgevingsdiensten in 2012/2013 werken Omgevingsdienst NoordVeluwe (hierna: ODNV) en Omgevingsdienst Veluwe IJssel (hierna: OVIJ) samen. Over deze samenwerking is al eerder aan de hand van een onderzoeksrapport bestuurlijk geconcludeerd dat er voldoende reden en draagvlak was om te fuseren. Ondertussen zijn de (in 2009) landelijk gemaakte afspraken op het gebied van milieuvergunningverlening, toezicht en handhaving tegen het licht gehouden door de Commissie van Aartsen. Een kritisch rapport leidde tot een landelijk verbetertraject: het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel Vergunningen Toezicht en Handhaving (hierna: IBP). Deze ontwikkeling heeft beide omgevingsdiensten gesterkt in de eigen ambitie om te willen fuseren. De Omgevingsdienst Veluwe (hierna: ODVeluwe) wordt opgericht om beter te kunnen voldoen aan de huidige én toekomstige maatschappelijke vraagstukken en opgaven. Doel is een robuuste omgevingsdienst neer te zetten, die vanuit eigen overtuiging, visie en kracht werkt. Een omgevingsdienst, die voldoet aan de eisen die volgen uit het IBP en die kan bijdragen aan de stevige transitieopgaven waar we mee te maken hebben. Eerder dit jaar is aan de raad gevraagd een zienswijze kenbaar te maken over de concept Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe.

De raad heeft positief gereageerd en inmiddels is bekend dat alle 13 deelnemers aan de toekomstige ODVeluwe positief hebben gereageerd. Vervolgstap in dit proces is dat het college toestemming vraagt aan de gemeenteraad om de Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe daadwerkelijk aan te mogen gaan en de huidige regeling (ODNV) in te trekken.

2

Beoogd effect Door alle deelnemers van ODNV en OVIJ één (gezamenlijke) GR ODVeluwe vast te laten stellen -met als ingangsdatum 1 januari 2024- wordt per die datum ODVeluwe opgericht. Het oprichten van een robuuste dienst past bij de gemeentelijke doelstelling om een gezonde en veilige leefomgeving te borgen. Argumenten 2.1 Alle deelnemers hebben positief gereageerd op de voorgenomen GR In de periode april-juli 2023 zijn alle 13 deelnemers geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de voorgenomen fusie van ODNV & OVIJ en zijn raden en provinciale staten -overeenkomstig het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen- in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven over de nieuwe Gemeenschappelijke regeling ODVeluwe. Alle deelnemers hebben positief gereageerd; er is veel vertrouwen uitgesproken in het proces en de toekomstige samenwerking met ODVeluwe. Er zijn geen verzoeken gedaan tot aanpassing van de GR-tekst. Wel is verzocht om terughoudend om te gaan met het vormen van algemene- en bestemmingsreserves. 2.2 De GR-tekst kan ongewijzigd in procedure worden gebracht Vanuit de raden zijn geen verzoeken gedaan om de concept GR-tekst (op onderdelen) te wijzigen. Om die reden wordt de GR-tekst ODVeluwe ongewijzigd in procedure gebracht.

2.3 Volgende stap: toestemming van de raad De GR wordt nu nogmaals aangeboden aan de raad om formeel toestemming te vragen de regeling aan te mogen gaan (en de oude op te heffen). Bij verkregen toestemming volgt het definitief besluit door het college. De raad kan toestemming overigens enkel weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang (art. 1, lid 4, van de Wgr). Kanttekeningen 2.1 Deelname Omgevingsdienst is een wettelijke verplichting Het laten uitvoeren van de basistaken op het gebied van VTH door een omgevingsdienst is een wettelijke verplichting. Indien de gemeente niet zou kunnen instemmen met het vaststellen van de GR ODVeluwe en andere deelnemers doen dit wel, dan ontstaat de situatie dat de ODVeluwe wordt opgericht en de gemeente geen gebruik meer kan maken van de diensten van de huidige omgevingsdienst. In dat geval kan de Minister de verplichting opleggen alsnog aan te sluiten bij een omgevingsdienst. Financiën Kosten van fusie en dienstverlening vanaf 2024 door ODVeluwe passen binnen de kaders van de huidige reeds vastgestelde begroting ODNV. De begroting ODNV is samen met de Begrotingswijziging 2023 nr.2 ODNV en de jaarstukken behandeld in de raad van 5 juni. Communicatie/burgerparticipatie Het intrekken van de huidige GR-teksten ODNV en OVIJ en de nieuwe GR-tekst ODVeluwe moet worden gepubliceerd.

Publicatie dient plaats te vinden door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 52, lid 1 aanhef en onder l, juncto artikel 26 van de Wgr in combinatie met het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling ODVeluwe.

Vervolg Vaststelling Gemeenschappelijke regeling ODVeluwe Als de raad daartoe toestemming heeft verleend zal het college vervolgens bij collegebesluit instemmen met het vaststellen van de GR ODVeluwe en de huidige GR ODNV intrekken per 1 januari 2024.

3

Inrichtingsfase ODVeluwe moet op een goede manier bemenst worden. Dit gebeurt via een zorgvuldig selectie- en plaatsingstraject. Een onafhankelijke commissie, bestaande uit vertegenwoordigers op bestuurlijk-, secretarissen- en medewerkersniveau heeft geadviseerd om Menno van Dam als directeur ODVeluwe aan te stellen. Het Dagelijks Bestuur van zowel ODNV als OVIJ heeft dit advies overgenomen. De plaatsing van de overige medewerkers vindt in de 2e helft van 2023 plaats. Reserves Het bestuur van ODVeluwe zal hiervoor jaarlijks gemotiveerd een voorstel doen in de begroting. Hierin wordt onderbouwd hoe om te gaan met de algemene reserve, de bestemmingsreserve en het weerstandsvermogen. Volgens de GR-tekst mag dit maximaal 5% zijn van de exploitatie. Indien hiervan sprake is, stort ODVeluwe het positieve saldo jaarlijks terug naar de deelnemers en komt met voorstellen hoe om te gaan met een eventueel negatief saldo. Evaluatie In de GR-tekst ODVeluwe is opgenomen dat de gemeenschappelijke regeling elke vier jaar wordt geëvalueerd; deze evaluatie vindt plaats in het laatste jaar van een raadsperiode (art. 27 van de GR ODVeluwe).

Bijlage(n) Bijlage 1: Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe (nog niet vastgesteld) Wat vooraf ging: 1. I-babs dossier Raadvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe 2. Begroting ODNV 2024 I-babs dossier Achtergrondinformatie: 1. VNG Handreiking Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen

Elburg, 13 november 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,

de secretaris,

ir. J.N. Rozendaal

Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma

De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2023

b e s l u i t : 1)

Kennis te nemen van de tekst van de voorgenomen Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe

2)

Aan het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe aan te gaan met ingangsdatum van 1 januari 2024 en tegelijkertijd de huidige Gemeenschappelijke Regeling ODNV/OVIJ in te trekken.

Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 13 november 2023

de voorzitter,

de griffier,

ir. J.N. Rozendaal

mr. D.H.A.A. Kassing

De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 oktober 2023

b e s l u i t : 1)

Aan het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe aan te gaan met ingangsdatum van 1 januari 2024 en tegelijkertijd de huidige Gemeenschappelijke Regeling ODNV/OVIJ in te trekken.

Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 13 november 2023

de voorzitter,

de griffier,

ir. J.N. Rozendaal

mr. D.H.A.A. Kassing

Raadsvoorstel

Onderwerp

Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe (ODVeluwe) – verzoek toestemming raad

Datum

3 oktober 2023

Portefeuillehouder

Henk Wessel

Behandelaar: E-mailadres: Zaaknummer: Bijlagen:

W. Rouffaer willemien.rouffaer@elburg.nl 311991 1

Te nemen besluit: 1.

Aan het college toestemming te verlenen om de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Veluwe aan te gaan met ingangsdatum van 1 januari 2024 en tegelijkertijd de huidige Gemeenschappelijke Regeling ODNV/OVIJ in te trekken.

Inleiding Sinds de oprichting van regionale omgevingsdiensten in 2012/2013 werken Omgevingsdienst NoordVeluwe (hierna: ODNV) en Omgevingsdienst Veluwe IJssel (hierna: OVIJ) samen. Over deze samenwerking is al eerder aan de hand van een onderzoeksrapport bestuurlijk geconcludeerd dat er voldoende reden en draagvlak was om te fuseren. Ondertussen zijn de (in 2009) landelijk gemaakte afspraken op het gebied van milieuvergunningverlening, toezicht en handhaving tegen het licht gehouden door de Commissie van Aartsen. Een kritisch rapport leidde tot een landelijk verbetertraject: het Interbestuurlijk Programma Versterking stelsel Vergunningen Toezicht en Handhaving (hierna: IBP). Deze ontwikkeling heeft beide omgevingsdiensten gesterkt in de eigen ambitie om te willen fuseren. De Omgevingsdienst Veluwe (hierna: ODVeluwe) wordt opgericht om beter te kunnen voldoen aan de huidige én toekomstige maatschappelijke vraagstukken en opgaven. Doel is een robuuste omgevingsdienst neer te zetten, die vanuit eigen overtuiging, visie en kracht werkt. Een omgevingsdienst, die voldoet aan de eisen die volgen uit het IBP en die kan bijdragen aan de stevige transitieopgaven waar we mee te maken hebben. Eerder dit jaar is aan de raad gevraagd een zienswijze kenbaar te maken over de concept Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe.

De raad heeft positief gereageerd en inmiddels is bekend dat alle 13 deelnemers aan de toekomstige ODVeluwe positief hebben gereageerd. Vervolgstap in dit proces is dat het college toestemming vraagt aan de gemeenteraad om de Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe daadwerkelijk aan te mogen gaan en de huidige regeling (ODNV) in te trekken.

2

Beoogd effect Door alle deelnemers van ODNV en OVIJ één (gezamenlijke) GR ODVeluwe vast te laten stellen -met als ingangsdatum 1 januari 2024- wordt per die datum ODVeluwe opgericht. Het oprichten van een robuuste dienst past bij de gemeentelijke doelstelling om een gezonde en veilige leefomgeving te borgen. Argumenten 1.1 Alle deelnemers hebben positief gereageerd op de voorgenomen GR In de periode april-juli 2023 zijn alle 13 deelnemers geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom de voorgenomen fusie van ODNV & OVIJ en zijn raden en provinciale staten -overeenkomstig het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen- in de gelegenheid gesteld een zienswijze te geven over de nieuwe Gemeenschappelijke regeling ODVeluwe. Alle deelnemers hebben positief gereageerd; er is veel vertrouwen uitgesproken in het proces en de toekomstige samenwerking met ODVeluwe. Er zijn geen verzoeken gedaan tot aanpassing van de GR-tekst. Wel is verzocht om terughoudend om te gaan met het vormen van algemene- en bestemmingsreserves. 2.2 De GR-tekst kan ongewijzigd in procedure worden gebracht Vanuit de raden zijn geen verzoeken gedaan om de concept GR-tekst (op onderdelen) te wijzigen. Om die reden wordt de GR-tekst ODVeluwe ongewijzigd in procedure gebracht.

2.3 Volgende stap: toestemming van de raad De GR wordt nu nogmaals aangeboden aan de raad om formeel toestemming te vragen de regeling aan te mogen gaan (en de oude op te heffen). Bij verkregen toestemming volgt het definitief besluit door het college. De raad kan toestemming overigens enkel weigeren wegens strijd met het recht of het algemeen belang (art. 1, lid 4, van de Wgr). Kanttekeningen 2.1 Deelname Omgevingsdienst is een wettelijke verplichting Het laten uitvoeren van de basistaken op het gebied van VTH door een omgevingsdienst is een wettelijke verplichting. Indien de gemeente niet zou kunnen instemmen met het vaststellen van de GR ODVeluwe en andere deelnemers doen dit wel, dan ontstaat de situatie dat de ODVeluwe wordt opgericht en de gemeente geen gebruik meer kan maken van de diensten van de huidige omgevingsdienst. In dat geval kan de Minister de verplichting opleggen alsnog aan te sluiten bij een omgevingsdienst. Financiën Kosten van fusie en dienstverlening vanaf 2024 door ODVeluwe passen binnen de kaders van de huidige reeds vastgestelde begroting ODNV. De begroting ODNV is samen met de Begrotingswijziging 2023 nr.2 ODNV en de jaarstukken behandeld in de raad van 5 juni. Communicatie/burgerparticipatie Het intrekken van de huidige GR-teksten ODNV en OVIJ en de nieuwe GR-tekst ODVeluwe moet worden gepubliceerd.

Publicatie dient plaats te vinden door Gedeputeerde Staten op grond van artikel 52, lid 1 aanhef en onder l, juncto artikel 26 van de Wgr in combinatie met het bepaalde in de Gemeenschappelijke regeling ODVeluwe.

Vervolg Vaststelling Gemeenschappelijke regeling ODVeluwe Als de raad daartoe toestemming heeft verleend zal het college vervolgens bij collegebesluit instemmen met het vaststellen van de GR ODVeluwe en de huidige GR ODNV intrekken per 1 januari 2024. Inrichtingsfase

3

ODVeluwe moet op een goede manier bemenst worden. Dit gebeurt via een zorgvuldig selectie- en plaatsingstraject. Een onafhankelijke commissie, bestaande uit vertegenwoordigers op bestuurlijk-, secretarissen- en medewerkersniveau heeft geadviseerd om Menno van Dam als directeur ODVeluwe aan te stellen. Het Dagelijks Bestuur van zowel ODNV als OVIJ heeft dit advies overgenomen. De plaatsing van de overige medewerkers vindt in de 2e helft van 2023 plaats. Reserves Het bestuur van ODVeluwe zal hiervoor jaarlijks gemotiveerd een voorstel doen in de begroting. Hierin wordt onderbouwd hoe om te gaan met de algemene reserve, de bestemmingsreserve en het weerstandsvermogen. Volgens de GR-tekst mag dit maximaal 5% zijn van de exploitatie. Indien hiervan sprake is, stort ODVeluwe het positieve saldo jaarlijks terug naar de deelnemers en komt met voorstellen hoe om te gaan met een eventueel negatief saldo. Evaluatie In de GR-tekst ODVeluwe is opgenomen dat de gemeenschappelijke regeling elke vier jaar wordt geëvalueerd; deze evaluatie vindt plaats in het laatste jaar van een raadsperiode (art. 27 van de GR ODVeluwe).

Bijlage(n) Bijlage 1: Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe (nog niet vastgesteld) Wat vooraf ging: 1. I-babs dossier Raadvoorstel Zienswijze Gemeenschappelijke Regeling ODVeluwe 2. Begroting ODNV 2024 I-babs dossier Achtergrondinformatie: 1. VNG Handreiking Verbeterde democratische legitimatie bij gemeenschappelijke regelingen

Elburg, 13 november 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,

de secretaris,

ir. J.N. Rozendaal

Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma

Raadsvergadering Dossiernummer

2302

Extern Zaak ID

0230344212

Vertrouwelijk

Nee

Vergaderdatum

14 november 2023

Agendapunt

7.3

Titel

Raadsvoorstel Bestuursagenda GGD 2023-2027

Organisatieonderdeel

Domein Samen leven

Eigenaar

Maanen, Alma van

Bijlagen A raadsvoorstel Bestuursagenda GGD NOG 1 Brief GGD NOG over bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG 2 Bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG 3 Concept zienswijzebrief bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG = vervallen 4 raadsbesluit bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG 3 Concept zienswijzebrief bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG = aangepast Geagendeerd

Vergaderdatum

Raadsvergadering

13 november 2023

Raadsvergadering

14 november 2023

Toelichting Willem Krooneman Zaaknummer 344212 Voorgesteld besluit

Besluit Allen akkoord, raadsvoorstel vastgesteld.

Raadsvoorstel

Onderwerp

Bestuursagenda 20232027 GGD NOG

Behandelaar:

Alma van Maanen

Datum Portefeuillehouder

3 oktober 2023 Willem Krooneman

Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen

alma.van.maanen@elburg.nl 344212 3

Te nemen besluit: 1. 2. 3.

Kennis te nemen van de bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG. In te stemmen met het indienen van een zienswijze over de bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG. Het dagelijks bestuur van de GGD NOG hierover schriftelijk te informeren conform bijgevoegde zienswijzebrief.

Inleiding Op 5 september 2023 hebben de gemeenteraden de concept-bestuursagenda 2023-2027 van de GGD Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG) ontvangen, vergezeld van een begeleidende brief. In deze brief wordt de gemeenteraad uitgenodigd om zijn zienswijze te geven op de concept-bestuursagenda 20232027. De GGD verzoekt om de zienswijze vóór 30 november 2023 in te dienen. Het dagelijks bestuur behandelt de ingediende zienswijzen in zijn vergaderingen van december 2023 en/of januari 2024. Het algemeen bestuur GGD besluit in zijn vergadering van februari 2024 over de vaststelling van de Bestuursagenda 2023-2027. Op de schaal van de Noord-Veluwe heeft over het indienen van een zienswijze ambtelijk afstemming plaatsgevonden. Beoogd effect Met dit voorstel willen we bereiken dat de gemeenteraad een standpunt inneemt over de conceptbestuursagenda 2023-2027 van de GGD NOG en hiermee stuurt op de GGD NOG als organisatie. Argumenten 1.1. De bestuursagenda 2023-2027 sluit aan bij het lokale gezondheidsbeleid. De speerpunten in het concept zijn: a. vergroten van gelijke kansen op gezondheid voor iedereen; b. mentale gezondheid; c. gezonde leefstijl; d. gezonde fysieke en sociale leefomgeving. Deze speerpunten staan ook als thema’s in de regionale nota ‘Samen verder voor een gezond NoordVeluwe 2022-2025’. Hiermee sluit de concept-bestuursagenda aan bij de subregionale en dus lokale richting.

1.2 De bestuursagenda 2023-2027 sluit aan bij de landelijke akkoorden De speerpunten uit de bestuursagenda sluiten aan bij de landelijke akkoorden: het Integraal zorgakkoord (IZA) en het Gezond en actief leven akkoord (GALA). Deze akkoorden en de samenwerkingen van de gemeenten, zorgverzekeraars en GGD NOG zijn opgenomen in de bestuursagenda. De GGD geeft in de bestuursagenda aan dat de concrete invulling plaatsvindt in de subregionale uitvoeringsafspraken, aansluitend bij de(regio) plannen voor het IZA en GALA. De bestuursagenda schetst de grote lijnen, die in de tijd, per subregio en per netwerk waarschijnlijk een andere uitwerking krijgen. Dit biedt de GGD NOG ruimte om de gemeente(n) binnen de lokale en subregionale mogelijkheden te ondersteunen.

2

1.3 De GGD NOG richt zich met deze bestuursagenda vooral op haar basistaken De wettelijke taken uitvoeren, adviseren op publieke gezondheid en zorgen voor de gezondheidsonderzoek en –monitoring zijn kerntaken van de GGD NOG. In deze bestuursagenda focust de organisatie zich daarmee op haar kracht en kerntaken. Deze taken zijn ook de belangrijkste aanvulling voor ons als gemeente. 1.4 GGD Robuust is opgenomen in de bestuursagenda In 2021 rondde het bestuur van de GGD NOG een takendiscussie af die richting gaf aan het werken aan een robuuste GGD. De aandachtspunten voor GGD Robuust zijn opgenomen en daarmee verankerd in deze bestuursagenda. 1.5 De Bestuursagenda 2023-2027 vraagt geen extra financiële middelen van de gemeente De Bestuursagenda gaat over de richting van de inzet van de GGD NOG binnen de bestaande begroting. Dit betekent dat er geen financiële vraag bij de gemeente is neergelegd. 2.1 De concept-bestuursagenda 2023-2027 moet nog geconcretiseerd worden De GGD NOG sluit aan bij de regionale nota ‘Samen verder voor een gezond Noord-Veluwe 2022-2025’ en de landelijke akkoorden. De vertaling van de bestuursagenda 2023-2027 naar concrete afspraken en acties moet nog plaatsvinden. De GGD geeft aan dat de concrete acties volgen in de GGDproductencatalogus (in ontwikkeling), de programmabegroting en de subregionale uitvoeringsafspraken.

De GGD sluit aan bij de plannen die de gemeenten opstellen voor het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond & Actief Leven Akkoord (GALA). Dit sluit goed aan bij de wens van de gemeenten op de Noord-Veluwe om de samenwerking met de GGD meer invulling te geven op het niveau van Noord-Veluwe in plaats van op het niveau van Noord- en Oost-Gelderland. Deze vertaling is ook van groot belang omdat de bestuursagenda in de huidige vorm een tamelijk abstract stuk is. Binnen de Noord-Veluwe bestaat de wens om als gemeenten meer grip te krijgen op de GGD en de positie van de raden te versterken. Daarvoor is het belangrijk dat de uitvoering van de speerpunten uit de Bestuursagenda goed gemonitord kan worden. Aan de gemeenteraden van de NoordVeluwe wordt daarom voorgesteld in de zienswijze aandacht te vragen voor het komen tot SMART geformuleerde doelstellingen en het in voldoende mate toevoegen van indicatoren aan de nog vast te leggen afspraken en acties. Dit kan bijvoorbeeld plaatsvinden in de jaaroverzichten die de GGD gaat opstellen, bij het concretiseren van de rol van de GGD bij het IZA en GALA en bij het verder uitwerken van de productencatalogus. 2.2 De inwoners zijn niet betrokken bij het opstellen van de bestuursagenda De GGD heeft geen inwoners betrokken bij het opstellen van de bestuursagenda.

In uw zienswijze over de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling van de GGD NOG heeft u aangegeven dat u het belangrijk vindt dat de GGD actieve participatie van inwoners meer en beter vormgeeft. U heeft aangegeven dat het betrekken van inwoners bij beleidsdocumenten zoals de vierjaarlijkse bestuursagenda een meerwaarde kan bieden. De GGD blijft in de reactie op deze zienswijze bij haar mening dat het initiatief voor participatie in de eerste plaats bij de gemeenten ligt. In de zienswijze kunt u aangeven dat dit een punt van aandacht is voor de volgende bestuursagenda. 1.3 De gemeenteraden zijn niet in een vroeg stadium betrokken bij de inhoud van de bestuursagenda De gemeenteraden zijn niet betrokken bij het opstellen van de concept Bestuursagenda. In uw zienswijze over de wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling van de GGD NOG heeft u aangegeven dat u het als raad belangrijk vindt om de positie van de raden te versterken en de raden zo maximaal mogelijk ruimte te geven. Een van de mogelijkheden is om de raden bij het opstellen van de conceptBestuursagenda in een vroeg stadium te betrekken. In de zienswijze kunt u aangeven dat een punt van aandacht is voor de volgende bestuursagenda.

3

Kanttekeningen 2.1 Het indienen van een zienswijze heeft geen effect. De GGD NOG werkt voor 22 gemeenten. De zienswijze van één gemeente kan de GGD NOG gemakkelijk naast zich neerleggen. Daarom is op ambtelijk niveau afstemming gezocht met de andere NoordVeluwse gemeenten, zodat vanuit deze 6 gemeenten eenzelfde signaal wordt afgegeven richting de GGD NOG. Financiën N.v.t. Communicatie/burgerparticipatie Vervolg Het dagelijks bestuur (DB) bepaalt in de vergadering van december 2023 en/of januari 2024 hun oordeel over de ontvangen zienswijzen en de conclusies die zij daaraan verbinden. Het algemeen bestuur besluit in zijn vergadering van februari 2024 over de vaststelling van de bestuursagenda 20232027. Bijlage(n) Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Brief GGD NOG over bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG Bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG Concept zienswijzebrief bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG Raadsbesluit bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG

Elburg, 3 oktober 2023 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,

de secretaris,

ir. J.N. Rozendaal

Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma

Aan: de raden van de gemeenten die deelnemen in GGD Noord- en Oost-Gelderland - per e-mail verzonden -

Kenmerk: Datum: Behandeld door: E-mail: Telefoonnummer: Onderwerp:

JB/thn/23-dir 028 5 september 2023 T. Thasing t.thasing@ggdnog.nl 088 443 3145 Bestuursagenda 2023-2027 GGD NOG

Geachte raden, Hierbij ontvangt u de concept-Bestuursagenda 2023-2027 voor GGD Noord- en Oost-Gelderland (GGD NOG). Het algemeen bestuur, met de 22 wethouders publieke gezondheid, vindt het belangrijk om de raden van de NOG-gemeenten te betrekken bij de kaders voor de GGD in deze bestuursperiode. Daarom biedt het algemeen bestuur uw raad de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen. Het algemeen bestuur heeft er op 6 juli 2023 mee ingestemd dit concept aan u voor te leggen. Wij verzoeken u om uw (mogelijke) zienswijze vóór 30 november 2023 in te dienen. Het streven is dat het algemeen bestuurde Bestuursagenda in februari 2024 vaststelt. 1. Totstandkoming Bestuursagenda Het algemeen bestuur van de GGD formuleert in de Bestuursagenda de thema’s op het vlak van publieke gezondheid, waarmee gemeenten en GGD de komende vier jaar aan de slag gaan. De concept-Bestuursagenda is opgesteld aan de hand van input van een bijeenkomst met wethouders en ambtenaren op 26 januari 2023, meerdere gesprekken met wethouders en ambtenaren en de bespreking van het concept in de AB-vergaderingen op 6 april en 6 juli 2023. 2. Toelichting opzet Bestuursagenda De concept-Bestuursagenda is opgebouwd conform het Golden Circle-model van Simon Sinek. In zijn model voor effectieve communicatie legt Simon Sinek nadruk op het verduidelijken van waarom, hoe en uiteindelijk wat.

De Bestuursagenda 2023 – 2027 besteedt aandacht aan het definiëren van publieke gezondheid en het beschrijven van de gezondheidsdoelen die op de bijeenkomst van 26 januari 2023 met wethouders en ambtenaren publieke gezondheid zijn besproken (het waarom). Ook behandelt de Bestuursagenda op welke wijze de publieke gezondheid in de regio NOG is georganiseerd en in welke netwerken wordt gewerkt (het hoe). De uiteindelijke acties (het wat) staan niet in de Bestuursagenda. Deze volgen in andere documenten, zoals de GGD-productencatalogus (in ontwikkeling), de programmabegroting en tevens de subregionale uitvoeringsafspraken. Daarbij sluiten wij aan bij de plannen die de gemeenten opstellen voor het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond & Actief Leven Akkoord (GALA). Dit betreft al een groot deel van de thema’s uit de bestuursagenda.

Postbus 3, 7200 AA Zutphen

088 – 443 30 00

ggd@ggdnog.nl

www.ggdnog.nl

GGD Noord- en Oost-Gelderland is partner in het Centrum voor Jeugd en Gezin

3. Uitwerking De Bestuursagenda beschrijft de belangrijkste thema’s voor de publieke gezondheid in de regio Noord- en Oost-Gelderland in de komende vier jaar. Die abstracte en langjarige thema’s moeten uiteraard vertaald worden naar concrete afspraken en acties. Daarom is het voorstel om voor concretisering naast de productencatalogus vooral via de verschillende subregionale afspraken in nauw overleg met gemeenten uitwerking te geven. Zoals gezegd zal deze uitwerking nauw worden verweven met de (regio)plannen voor IZA en GALA. 4. Indienen zienswijze Uw raad kan een zienswijze op de concept-Bestuursagenda indienen. Hiervoor hanteren wij een termijn van 12 weken, rekening houdend met de vakantieperiode. Dit betekent dat u tot 30 november 2023 kunt reageren op de concept-Bestuursagenda. 5. Verdere procedure Als dagelijks bestuur bepalen wij in onze vergaderingen van december 2023 en/of januari 2024 ons oordeel over de ontvangen zienswijzen en de conclusies die wij daaraan verbinden. Voordat het algemeen bestuur de Bestuursagenda vaststelt, zenden wij ons oordeel en onze conclusies aan u toe. De zienswijzen van de raden sturen wij uiteraard ook naar het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur besluit in zijn vergadering van februari 2024 over de vaststelling van de Bestuursagenda 2023-2027. 6.

Voorlopige reacties Als het niet lukt voor 30 november te reageren, kunt u ons met voorlopige reacties en/of standpunten helpen bij de voorbereiding van de besluitvorming in het algemeen bestuur. 7. Nadere informatie Als u vragen heeft, kunt u contact opnemen met:  T. Thasing, strategisch adviseur (tel. 088 443 3525, e-mail t.thasing@ggdnog.nl ), of  R. van Felius, relatiemanager (tel. 088 443 3784, e-mail r.van.felius@ggdnog.nl.

Met vriendelijke groet, namens het dagelijks bestuur,

drs. J.J. Baardman, directeur publieke gezondheid

2

Bestuursagenda

2023 – 2027

Inhoudsopgave 1

2

3

4

5

6

Bestuursagenda: richting en beeld 2023 – 2027. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 1.1

Waarom een bestuursagenda? . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4

1.2

Beeld en richting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5

1.3

Concrete uitwerking. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5

1.4

Tijdig bijsturen. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5

Publieke gezondheid & GGD NOG in het kort . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5 2.1

Publieke gezondheid . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5

2.2

GGD Noord & Oost Gelderland. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

2.3

De organisatie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7

2.4

Takenpakket GGD NOG. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8

Inhoudelijke speerpunten: gezondheidsdoelen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9 3.1

Vergroten van gelijke kansen op gezondheid voor iedereen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9

3.2

Mentale gezondheid. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

3.3

Gezonde leefstijl . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10

3.4

Gezonde fysieke en sociale leefomgeving. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11

Publieke gezondheid organiseren. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12 4.1

Inleiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 12

4.2

GGD NOG Robuust. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

4.3

Monitoring, data & onderzoek. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=6727c733-cfb2-4ab9-ba44-a1290feaa219