CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

Agendabundel

Beeldvorming 17 januari 2024, gemeente elburg26.009 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden

6.4.1

Algemeen

Onverminderd het in de Erfgoedwet bepaalde is het verboden om zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende andere werken of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het ophogen van de bodem met meer dan 1 m; b. grondwerkzaamheden dieper dan 0,3 m onder het maaiveld over een oppervlakte van meer dan 500 m 2, waartoe worden gerekend woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het graven of vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage en/of oppervlakteverhardingen; c. bodem verlagen of afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) van gronden waarvoor geen ontgrondingsvergunning is vereist; d. het verlagen van het waterpeil; e. het tot stand brengen en/of in exploitatie brengen van boor- en pompputten; f. het uitvoeren van heiwerken en/of indrijven van scherpe voorwerpen in de bodem; g. het aanleggen of rooien van bos of boomgaard waarbij stobben worden verwijderd; h. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie- of telecommunicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur door middel van sleuven breder dan 0,80 meter. 6.4.2

Uitzonderingen

13

Het in 6.4.1 opgenomen verbod geldt niet: a. voor werken en werkzaamheden die niet dieper reiken dan 0,3 m onder het bestaande maaiveld; b. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale beheer en onderhoud, met inbegrip van onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. voor werken en werkzaamheden in het kader van het normale agrarische gebruik; d. voor werken en werkzaamheden binnen een afstand van maximaal 2,5 m uit een bestaande fundering van een bestaand bouwwerk; e. voor werken en werkzaamheden in de bodem waarvoor op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden in dit kader is verleend; f. ingeval op grond van de Erfgoedwet een vergunning is vereist dan wel overige bepalingen van de Erfgoedwet van toepassing zijn. 6.4.3

Beoordelingscriteria

Ten aanzien van de in 6.4.1 genoemde vergunning gelden de volgende beoordelingscriteria: a. de vergunning kan slechts worden verleend voor zover de archeologische waarden niet onevenredig worden aangetast, hetgeen moet blijken uit een rapport dat de aanvrager bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning dient te overleggen. In het rapport moeten de archeologische waarden van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien het rapport daartoe aanleiding geeft, dient op advies van de archeologisch deskundige zo nodig een opgraving plaats te vinden; b. het overleggen van een rapport is niet nodig indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie, hetgeen is getoetst doorde archeologisch deskundige, afdoende is vastgesteld. 6.4.4 Voorwaarden aan de omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde of van werkzaamheden a. Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning onder beperkingen verlenen en kan voorschriften aan de omgevingsvergunning verbinden, waaronder: 1.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor (ondanks de uitvoering van een bouw- of aanlegplan) archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden, zoals het anbrengen van een beschermende bodemlaag of andere voorzieningen die op dit doel zijn gericht; of 2. de verplichting tot het doen van opgravingen op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; of 3. de verplichting de activiteit die tot een bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige op basis van een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van Eisen; en/of 4. de verplichting om na beëindiging van de werken en werkzaamheden schriftelijk verslag uit te brengen waaruit blijkt op welke wijze met de archeologische waarden is omgegaan; b. Voordat het bevoegd gezag beslist over het verlenen van een omgevingsvergunning als bedoeld in 6.4.1 winnen zij advies in bij een archeologisch deskundige omtrent de vraag of door het verlenen van een omgevingsvergunning geen onevenredige afbreuk wordt of kan worden gedaan aan de archeologische waarden, en zo ja welke voorwaarden dienen te worden gesteld. 6.5

Wijzigingsbevoegdheid

Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming wijzigen door:

14

a. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde' geheel of gedeeltelijk te laten vervallen, indien op basis van nader archeologisch onderzoek is aangetoond, dat op de betrokken locatie geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn, dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is; b. de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie lage verwachtingswaarde' te wijzigen in 'Waarde - Archeologie AMK' indien uit nader archeologisch onderzoek blijkt dat ter plaatse behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Artikel 7 Waarde - Waardevol landschap 7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Waardevol landschap' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap. 7.2 bouwregels In afwijking van het bepaalde bij de andere daar voorkomende bestemmingen dient alvorens een besluit kan worden genomen tot het verlenen van de daar opgenomen afwijking- en wijzigingsbevoegdheden te worden aangetoond dat er geen sprake is van een significante aantasting van wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied.

15

Hoofdstuk 3

Algemene regels

Artikel 8

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1

Bestaande maatvoering

In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand tot enige op de kaart aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen, minder dan wel meer bedraagt dan in de bouwregels in hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven respectievelijk toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte, inhoud en/of afstand in afwijking daarvan als minimaal respectievelijk maximaal toegestaan. 9.2

Ondergrondse bouwwerken

Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken geldt dat deze uitsluitend mogen worden gebouwd binnen de contouren van het hoofdgebouw of buiten deze contouren voorzover de oppervlakte niet groter is dan de toegestane oppervlakte bijgebouwen tot een maximum van 100 m2, met dien verstande dat de ondergrondse bouwdiepte maximaal 3 m mag bedragen. 9.3

Parkeerruimte

9.3.1 a.

b.

c.

Indien het beoogde gebruik van een bouwwerk aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het parkeren of stallen van auto's, wordt een omgevingsvergunning voor het bouwen uitsluitend verleend indien in of op het bouwwerk dan wel op het onbebouwde terrein dat bij het bouwwerk hoort, wordt voorzien in die behoefte. Bij de toepassing van het bepaalde onder a worden de beleidsregels in acht genomen zoals opgenomen in de Parkeernota, zoals deze geldt op het moment van de inwerkingtreding van dit plan, waarbij geldt dat indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de parkeernota wordt vastgesteld, deze nieuwe versie in acht wordt genomen. Bij het bepaalde onder a wordt bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen gelet op de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het bouwplan.

9.3.2 Bij een omgevingsvergunning kan met inachtneming van het gestelde in de Parkeernota worden afgeweken van het bepaalde in artikel 9.3.1: a. b.

indien het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, of voor zover op andere wijze in de nodige parkeerruimte wordt voorzien.

9.3.3

16

Bij gebruikmaking van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 9.3.2 kan het bevoegd gezag een financiële voorwaarde verbinden aan de omgevingsvergunning. Het bevoegd gezag legt in een nadere regel de bepalingen omtrent het parkeerfonds en de hoogte van de financiële voorwaarde vast. 9.3.4 Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan het aantal parkeerplaatsen en de situering van de parkeerplaatsen ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid. Artikel 10 10.1

Algemene gebruiksregels

Strijdig gebruik met alle bestemmingen

Onder gebruik in strijd met alle bestemmingen wordt in elk geval verstaan: a. een gebruik van gronden als stort- en/of opslagplaats van bagger, grond, puin, grind en/of afval, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; b. een gebruik van gronden als stallings- en/of opslagplaats van één of meer aan het gebruik onttrokken machines, voer-, vaar- of vliegtuigen of onderdelen daarvan, met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud; c. een gebruik van gronden als uitstalling-, opslag-, stand- of ligplaats voor kampeer- en verblijfsmiddelen met uitzondering van een zodanig gebruik voor het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud. Onder het normale op de bestemming gerichte gebruik en onderhoud wordt in ieder geval verstaan het gebruik van een bouwperceel behorende bij een woning voor de stalling van maximaal 1 toercaravan; d. een gebruik van gronden en bouwwerken voor een seksinrichting dan wel ten behoeve van prostitutie; e. het uitvoeren of verrichten van werkzaamheden met mogelijk nadelige gevolgen voor flora en fauna in afwijking van een door het bevoegd gezag goedgekeurd werkprotocol. Dit protocol dient ter uitvoering van de zorgplicht als bedoeld in artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. 10.2

Parkeren

Wanneer parkeren ten behoeve van het gebruik op eigen terrein moet plaatsvinden, dan is dit gebruik toegestaan. Artikel 11 11.1

Algemene afwijkingsregels

Kleinschalige afwijkingen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van: a. in het plan genoemde goothoogten en bouwhoogten, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 10% van de goothoogten en bouwhoogten;

17

b. de regels en toestaan dat bouwgrenzen worden overschreden, waarbij een overschrijding is toegestaan tot maximaal 2,0 m en deze noodzakelijk is in verband met de uitmeting van het terrein of uit een oogpunt van doelmatig gebruik van de gronden en/of de bebouwing; c. de regels en toestaan dat de bouwhoogte ten behoeve van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot maximaal 45 m en de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt vergroot tot maximaal 10 m; d. de regels en de bouw toestaan van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een inhoud van ten hoogste 25 m3 en een bouwhoogte van ten hoogste 3,5 m ten dienste van het openbaar nut, zoals schakelhuisjes, wachthuisjes, transformatorhuisjes, alsmede andere bouwwerken, zoals muurtjes, standbeelden en lichtmasten; gasdrukmeetstations en verkooppunten voor motorbrandstoffen uitgezonderd; e. de bouw van een schuilgelegenheid voor dieren met een oppervlakte van maximaal 15 m 2 en een hoogte van maximaal 2,7 m, mits de perceelsgrootte minimaal 1 ha bedraagt en het perceel niet direct grenst aan het erf van de woning van de aanvrager van de omgevingsvergunning. 11.2

Voorwaarden afwijking

Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 11.1 kan slechts worden verleend, mits: a. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden niet onevenredig worden geschaad; b. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad. Artikel 12 12.1

Algemene wijzigingsregels

algemene wijzigingen

Burgemeester en wethouders kunnen het plan wijzigen voor: a. het aanbrengen van geringe veranderingen in de plaats, ligging en/of afmetingen van bestemmingsgrenzen, met inachtneming van de volgende voorwaarden: 1. bestemmingsgrenzen mogen met niet meer dan 5 m worden verschoven; 2. de belangen van de eigenaren en/of gebruikers van betrokken en nabijgelegen gronden mogen niet onevenredig worden geschaad; 3. het straat- en bebouwingsbeeld en de verkeersveiligheidsbelangen niet onevenredig worden geschaad; b. het toestaan van de bouw van niet voor bewoning bestemde gebouwen met een bouwhoogte van ten hoogste 5 m en een inhoud van ten hoogste 75 m3 ten dienste van het openbare nut en overige openbare dienstverlening.

18

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

Artikel 13

Overgangsrecht

13.1

overgangsrecht bouwwerken

13.1.1 Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 13.1.2 Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in artikel 13.1.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in artikel 13.1.1 met maximaal 10%. 13.1.3 Artikel 13.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 13.2

overgangsrecht gebruik

13.2.1 Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 13.2.2 Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 13.2.3 Indien het gebruik, bedoeld in artikel 13.2.1, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 13.2.4 Artikel 13.2.1 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

19

Artikel 14

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Doornspijk, Rode Landsweg 28.

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Elburg op <datum>.

De burgemeester,

De griffier,

………………………… …………………………

20

Bijlagen 1. Te saneren gebouwen en bouwwerken 2. Landschaps-, beeldkwaliteits- en beplantingsplan

21

TOELICHTING BESTEMMINGSPLAN Rode Landsweg 28 te Doornspijk

IMRO code: NL.IMRO.0230.BPRODELAND SWEG28-VST1

Plantype: Bestemmingsplan Status: Vastgesteld (versie 16-05-2023) Datum: Mei 2023

Inhoud 1INLEIDING .......................................................................................................................................................5 1.1AANLEIDING ....................................................................................................................................................5 1.2PLANGEBIED ....................................................................................................................................................5 1.3VIGERENDE PLANOLOGISCHE SITUATIE ...................................................................................................................5 1.4STRIJDIGHEID MET VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ....................................................................................................6 1.5LEESWIJZER .....................................................................................................................................................7 2BESCHRIJVING PLANGEBIED ............................................................................................................................8 2.1FEITELIJKE SITUATIE ...........................................................................................................................................8 2.2BEOOGDE SITUATIE

...........................................................................................................................................8 2.3ONTSTAANSGESCHIEDENIS ..................................................................................................................................9 2.4LANDSCHAPS- EN NATUURWAARDEN ................................................................................................................... 10 3RANDVOORWAARDEN INITIATIEF .................................................................................................................. 11 3.1ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 11 3.2EXTRA WONINGEN IN HET BUITENGEBIED .............................................................................................................. 11 3.3GEBRUIK VAN BED EN BREAKFAST (B&B).............................................................................................................. 13 3.4PARTICIPATIE................................................................................................................................................. 13 3.5ONDERZOEK ..................................................................................................................................................

13 4BELEIDSKADER .............................................................................................................................................. 14 4.1RIJKSBELEID .................................................................................................................................................. 14 4.1.1NATIONALE OMGEVINGSVISIE (NOVI)......................................................................................................................... 14 4.1.2BESLUIT ALGEMENE REGELS RUIMTELIJKE ORDENING (BARRO) ......................................................................................... 14 4.1.3LADDER VOOR DUURZAME VERSTEDELIJKING ................................................................................................................. 14 4.1.4CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 15 4.2PROVINCIAAL BELEID ....................................................................................................................................... 15 4.2.1ALGEMEEN..............................................................................................................................................................

15 4.2.2OMGEVINGSVISIE ..................................................................................................................................................... 15 4.2.3OMGEVINGSVERORDENING ........................................................................................................................................ 15 4.2.4WONEN ................................................................................................................................................................. 17 4.2.5CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 17 4.3GEMEENTELIJK BELEID ...................................................................................................................................... 17 4.3.1ALGEMEEN.............................................................................................................................................................. 17 4.3.2STRUCTUURVISIE ELBURG 2030 ................................................................................................................................. 17 4.3.3OMGEVINGSVISIE ELBURG ......................................................................................................................................... 18

1

4.3.4WOONVISIE 2020-2025 GEMEENTE ELBURG ............................................................................................................... 19 4.3.5HET BELEIDSPLAN VITALE VAKANTIEPARKEN ................................................................................................................. 19 4.3.6WELSTANDSNOTA ELBURG ........................................................................................................................................ 19 4.3.7CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 20 5OMGEVINGSASPECTEN .................................................................................................................................. 21 5.1ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 21 5.2BRANDVEILIGHEID .......................................................................................................................................... 21 5.3MILIEUEFFECTBEOORDELING .............................................................................................................................

21 5.3.1TOETSINGSKADER ..................................................................................................................................................... 21 5.3.2RESULTATEN ONDERZOEK .......................................................................................................................................... 21 5.3.3CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 22 5.4BODEM ........................................................................................................................................................ 23 5.4.1NOODZAAK ONDERZOEK ............................................................................................................................................ 23 5.4.2RESULTATEN ONDERZOEK .......................................................................................................................................... 23 5.4.3CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 23 5.5GELUID ........................................................................................................................................................

23 5.5.1TOETSINGSKADER ..................................................................................................................................................... 23 5.5.2RESULTATEN ONDERZOEK .......................................................................................................................................... 23 5.5.3CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 23 5.6LUCHTKWALITEIT ............................................................................................................................................ 24 5.6.1TOETSINGSKADER ..................................................................................................................................................... 24 5.6.2RESULTATEN ONDERZOEK .......................................................................................................................................... 24 5.6.3CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 24 5.7BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .........................................................................................................................

24 5.7.1TOETSINGSKADER ..................................................................................................................................................... 24 5.8RESULTATEN ONDERZOEK ................................................................................................................................. 25 5.8.1CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 26 5.9EXTERNE VEILIGHEID........................................................................................................................................ 26 5.9.1TOETSINGSKADER ..................................................................................................................................................... 26 5.9.2ONDERZOEK ............................................................................................................................................................ 26 5.9.3CONCLUSIE ............................................................................................................................................................. 27 5.10WATER ......................................................................................................................................................

27 5.10.1TOETSINGSKADER ................................................................................................................................................... 27 5.10.2ONDERZOEK .......................................................................................................................................................... 28 5.10.3CONCLUSIE ........................................................................................................................................................... 28 5.11ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE ................................................................................................................. 29 5.11.1TOETSINGSKADER ................................................................................................................................................... 29 5.11.2RESULTATEN ONDERZOEK ........................................................................................................................................ 29 5.11.3CONCLUSIE ........................................................................................................................................................... 29 5.12ECOLOGIE ...................................................................................................................................................

29 5.12.1TOETSINGSKADER ................................................................................................................................................... 29 5.12.2RESULTATEN ONDERZOEK ........................................................................................................................................ 29

2

5.12.3CONCLUSIE ........................................................................................................................................................... 31 5.13VERKEER EN PARKEREN .................................................................................................................................. 31 6ECONOMISCHE EN MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .......................................................................... 32 6.1ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 32 6.2ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ...................................................................................................................... 32 6.3MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID / PARTICIPATIE ........................................................................................... 32 6.4INSPRAAK EN OVERLEG..................................................................................................................................... 32 6.4.1ZIENSWIJZEN ...........................................................................................................................................................

33 7JURIDISCHE ASPECTEN................................................................................................................................... 35 7.1ALGEMEEN ................................................................................................................................................... 35 7.2VERBEELDING ................................................................................................................................................ 35 7.3REGELS/VOORWAARDELIJKE VERPLICHTING ........................................................................................................... 35 BIJLAGEN ........................................................................................................................................................ 36 BIJLAGE 1 SCHETS FEITELIJKE SITUATIE ...................................................................................................................... 36 BIJLAGE 2 SCHETS BEOOGDE SITUATIE ...................................................................................................................... 36 BIJLAGE 3 VERSLAG PARTICIPATIE ............................................................................................................................

36 BIJLAGE 4 LANDSCHAPS-, BEELDKWALITEITS- EN LANDSCHAPSPLAN ................................................................................. 36 BIJLAGE 5 BODEMONDERZOEK ............................................................................................................................... 36 BIJLAGE 6 ONDERZOEK WEGVERKEERSLAWAAI ........................................................................................................... 36 BIJLAGE 7 WATERTOETS ....................................................................................................................................... 36 BIJLAGE 8 ECOLOGISCHE QUICKSCAN ........................................................................................................................ 36

3

1 Inleiding 1.1 aanleiding Initiatiefnemer wil het gebruik van zijn perceel als recreatieterrein beëindigen en transformeren naar wonen, inclusief een aantal bed & breakfast voorzieningen (hierna: het initiatief). Bij de transformatie hoort tevens een landschapsontwikkeling. Realisatie van het initiatief past niet binnen het vigerend bestemmingsplan. De gemeente Elburg heeft te kennen gegeven onder voorwaarden medewerking te willen verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan om realisatie van het initiatief mogelijk te maken. Met deze herziening wordt voorzien in de noodzakelijke planologisch-juridische regeling ten behoeve van het initiatief.

1.2 Plangebied De begrenzing van het plangebied van de herziening van het bestemmingsplan is te zien in figuur 1. Het plangebied betreft de percelen Rode Landsweg 28A-28E, 28R/1, 28R/6 en 28R/7 te Doornspijk, kadastraal bekend gemeente Doornspijk, sectie D, de nummers 1585, 3283, 3284, 3381, 4379, 4380, 4614 en 5053. In de directe omgeving zijn percelen gelegen met een agrarische of woonbestemming. Aan de zuidwestzijde is op korte afstand de gemeentegrens van Nunspeet gelegen. Het plangebied is via een eigen toegangsweg ontsloten op de Rode Landsweg.

Figuur 1 Begrenzing plangebied

1.3 Vigerende planologische situatie Het plangebied maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan Buitengebied 2012, actualisatie 2018 (hierna: het vigerend bestemmingsplan), dat op 28 januari 2019 is vastgesteld. Op grond van dit bestemmingsplan gelden voor de gronden die onderdeel uitmaken van het plangebied de enkelbestemmingen 'Recreatie - Verblijf', ‘Agrarisch’ en ‘Groen – Landschappelijke

4

beplanting’, de dubbelbestemmingen 'Waarde – Archeologie middelhoge verwachtingswaarde' en ‘Waarde – Waardevol landschap’. Daarnaast gelden voor de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijf' de functieaanduidingen ‘kampeerterrein’ en ‘recreatiewoning’ en de gebiedsaanduiding ‘wetgeving-zone – wijzigingsgebied 2’. De bestemmingen van het plangebied zijn te zien op figuur 2.

Figuur 2 bestemming plangebied (bron: ruimtelijke plannen) Gronden met de enkelbestemming 'Recreatie - Verblijf' zijn in combinatie met genoemde functieaanduidingen bestemd voor verblijfsrecreatie in de vorm van de bedrijfsmatige exploitatie van een kampeerterrein (maximaal 85 kampeerplaatsen), recreatiewoningen (maximaal 13), wonen in een bedrijfswoning, ondergeschikte horeca (maximaal 400 m 2), detailhandel (maximaal 300 m2) en aan huis verbonden beroepen. De gebiedsaanduiding ‘wetgeving-zone – wijzigingsgebied 2’ maakt het mogelijk om de bestemming onder voorwaarden te wijzigen naar de enkelbestemming ‘Wonen’ ten behoeve van maximaal twee woningen. Deze mogelijkheid ziet op een klein gedeelte van het plangebied. Gronden met de enkelbestemming 'Agrarisch' zijn onder andere bestemd voor (hobbymatig) agrarisch grondgebruik. Gronden met de enkelbestemming 'Groen – Landschappelijke beplanting' zijn onder andere bestemd voor de ontwikkeling en de instandhouding van landschappelijke beplanting en het behoud, het herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke waarden en natuurwaarden. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie middelhoge verwachtingswaarde ' zijn mede bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van archeologische waarden in de bodem.

Gronden met de dubbelbestemming ' Waarde – Waardevol landschap' zijn mede bestemd voor het ontwikkelen en in stand houden van de kernkwaliteiten van het landschap.

1.4 Strijdigheid met vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan biedt geen mogelijkheid om het plangebied te transformeren van recreatie naar wonen. Uitsluitend een partiële herziening van het vigerend bestemmingsplan kan hierin voorzien. Een uitzondering hierop vormt het gedeelte van het plangebied met de gebieds-aanduiding ‘wetgeving-zone – wijzigingsgebied 2’. Deze aanduiding maakt op grond van een in het vigerend bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid een transformatie naar wonen mogelijk met een maximum van twee woningen.

5

1.5 Leeswijzer Het volgende hoofdstuk geeft een beschrijving van het plangebied weer. In hoofdstuk 3 worden de gemeentelijke randvoorwaarden voor het initiatief besproken en in hoofdstuk 4 is het beleidskader voor het bestemmingsplan opgenomen. Hoofdstuk 5 betreft de toets aan de omgevingsaspecten. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid zijn opgenomen in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 is de juridische vormgeving opgenomen. In dit deel van de toelichting worden de regels nader uitgelegd. Tot slot wordt in hoofdstuk 8 ingegaan op handhaving.

6

2 Beschrijving plangebied 2.1 Feitelijke situatie Het plangebied is gelegen aan de zuidwestzijde van de gemeente Elburg, op korte afstand van de gemeente Nunspeet. Het betreft de percelen Rode Landsweg 28A-28E, 28R/1, 28R/6 en 28R/7 te Doornspijk. Het ruimtelijk beeld wordt in hoofdzaak gevormd door een bebost perceel te midden van agrarische gronden, grenzend aan een klein woonbuurtschap (zie figuur 3).

Figuur 3 impressie plangebied en omgeving In het plangebied is het recreatiebedrijf van initiatiefnemer gevestigd. Op basis van de feitelijke situatie is de volgende bebouwing aanwezig: groepsaccommodatieverblijven, vier recreatiewoningen, drie gebouwen ten behoeve van bed & breakfast, een bedrijfswoning, twee gebouwen ten behoeve van burgerbewoning, drie bijgebouwen, twee zogeheten glamping tenten en een stacaravan. Zie ook bijlage 1. Verder is een kampeerterrein aanwezig ten behoeve van kampeermiddelen. De agrarisch bestemde percelen in het plangebied worden ten behoeve van de landbouw gebruikt.

2.2 Beoogde situatie Initiatiefnemer wil stoppen met het recreatiebedrijf en transformeren naar wonen. De voornaamste reden om te stoppen is het niet langer rendabel krijgen van de recreatieve voorzieningen. Om rendabel te kunnen zijn is schaalvergroting nodig. Dit vraagt om extra investeringen, los van de vraag of dit planologisch mogelijk of wenselijk is, los van de vraag of initiatiefnemer bereid is te investeren. De ligging van het plangebied is zodanig dat het uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit niet wenselijk is om hier te komen tot schaalvergroting. Het gebied vraagt juist om investeringen in de kwaliteiten van het landschap. Met een transformatie naar wonen kan het landschap worden ontwikkeld om op deze manier bij te dragen aan de kernkwaliteiten van het gebied. In de beoogde situatie zal de volgende bebouwing aanwezig zijn: twee vrijstaande woningen met bijgebouwen, twee aaneengeschakelde woningen met bijgebouwen, een tweekapper met bijgebouwen en vier gebouwen ten behoeve van bed & breakfast. Zie ook bijlage 2. Een vergelijking tussen de feitelijke en beoogde situatie laat zien dat de oppervlakte aan bebouwing met 173 m 2 afneemt, zie onderstaande tabel 1.

7

Bebouwing feitelijke situatie 28A 28B 28C 28D+E 5x B&B Bijgebouwen Stacaravan Tenten

Oppervlakte (m2) 136 100 152 369 219 587 43 180 -------+ 1.756

Bebouwing beoogde situatie 28A 28C 28D+E Twee-ondereen kapwoning 4x B&B Bijgebouwen

Oppervlakte (m2) 136 152 369 251 197 478 -------+ 1.583

Tabel 1 vergelijking oppervlakte bebouwing feitelijk en beoogd.

2.3 Ontstaansgeschiedenis Het plangebied is van oudsher agrarisch gebied. Door de jaren heen hebben de ouders van initiatiefnemer het gebied ontwikkeld tot een kampeerterrein. Initiatiefnemer heeft vervolgens diverse verblijfsaccommodaties (bed & breakfast voorzieningen en recreatiewoningen) gerealiseerd en is het gebied tot een recreatieterrein geëvolueerd. Figuur 4 geeft een impressie van deze ontwikkeling. Het terrein, aanvankelijk weiland met beplanting rondom de campingplaatsen, is in de loop van de jaren op natuurlijke wijze langzaam getransformeerd tot een recreatieterrein met een bosachtig karakter.

Figuur 4 ontwikkeling plangebied (bron: Topotijdreis)

8

2.4 Landschaps- en natuurwaarden Het plangebied maakt deel uit van het kleinschalige, lineaire kampenlandschap. De westzijde van dit gebied is gelegen op de grens van de overgang naar het veenontginningslandschap. Kenmerkend voor het kleinschalige, lineaire kampenlandschap is het netwerk van houtwallen en houtsingels, afgewisseld met verspreid liggende bosjes. Het geheel vormt het groene raamwerk van het landschap. Door opschaling van het landbouwkundig gebruik van percelen zijn veel landschapselementen verdwenen. Hierdoor heeft het landschap een meer open karakter gekregen. In het plangebied heeft in tegenstelling tot schaalvergroting van het agrarische gebied een vergroening plaatsgevonden. De beplanting, welke in aanvang de kampeerplaatsen markeerden, heeft zich in de loop van de jaren ontwikkeld tot een groenstructuur met een bosachtig karakter. Het plangebied vorm nu een vrij gesloten groene enclave in het overwegend agrarische gebied. In het LOP ( gebiedsplan landschappelijke versterking en groene wiggen, Elburg en Oldebroek) is het plangebied opgenomen in de te ontwikkelen landschappelijke versterking van de kernkwaliteiten in de visie zoekzone & groene wiggen, waardoor er invulling wordt gegeven aan zoekzones uit de streekplanuitwerking van de provincie.

Door de natuurlijke ontwikkeling van de groenstructuur in het plangebied is het recreatieterrein gaan bijgedragen aan versterking van de ruimtelijke en kernkwaliteit van het gebied.

Figuur 5 bijna gesloten bomenkroondak in het plangebied

9

3 Randvoorwaarden initiatief 3.1 Algemeen Burgemeester en wethouders hebben op 9 december 2021 besloten onder voorwaarden medewerking te verlenen aan een herziening van het bestemmingsplan ten behoeve van het initiatief. Deze voorwaarden worden hierna besproken.

3.2 Extra woningen in het buitengebied Het is belangrijk om de noodzaak van de extra woningen te onderbouwen, met name de twee-onder-één-kap woning als compensatie voor de sanering van een groot gedeelte van het recreatieterrein. Het vigerend bestemmingsplan biedt de mogelijkheid om onder andere 13 recreatiewoningen op te richten. Van deze mogelijkheid is nog niet ten volle gebruik gemaakt, hetgeen betekent dat op dit punt de planologisch toegestane bebouwing gedeeltelijk is benut. De door initiatiefnemer voorgestane transformatie leidt ertoe dat dit ook niet meer wordt benut, maar dat wordt ingezet op de natuurlijke potenties van het plangebied door de (aanwezige) natuurwaarden te vergroten en te versterken. De omvang van het recreatieterrein is te beperkt als locatie voor het inspelen op actuele ontwikkelingen en tendensen in de recreatieve sector. Het is een markt geworden waarin alleen grote vakantieparken nog kunnen voldoen aan de toenemende wens voor een luxe vakantieverblijf en het ontzorgen van de recreant. De kampeerplaatsen werden in de vorige eeuw in gebruik genomen, toen een tent of bij uitzondering een kleine caravan gemeengoed was. Een eenvoudig bijgebouw met was, douche en toiletvoorzieningen was voldoende. Rust en ontspanning zocht men in de buitenlucht en het landelijk gebied, of in de nabij gelegen stadjes en dorpjes en op het strand van de randmeren.

In de loop der jaren werden de voorzieningen op de terreinen gemoderniseerd, maar wijzigde de plaatsen voor een kampeertent of kleine caravan niet om ze geschikt te maken voor grote luxe of stacaravans. Het groene karakter van het terrein zou daardoor onder druk komen te staan. Vanaf 2000 werd kamperen in de klassieke vorm afgebouwd en het aanbod omgezet en werden kleinschalige en bijzondere concepten aangeboden, zoals zelfvoorzienend en natuurvriendelijk kamperen in safaritenten. Aanvankelijk leek deze vorm van recreatie bij een bepaalde doelgroep recreanten goed aan te slaan, maar om deze extensieve vorm van recreatie toekomstbestendig te maken bleek de omvang van het recreatieterrein te beperkt. Eenzelfde ontwikkeling heeft zich ook afgespeeld bij de recreatiewoningen. De eerste recreatiewoningen werden alleen in de zomermaand verhuurd, jaarrond verhuren was door het beperkte voorzieningenniveau niet mogelijk. Concurrentie met de grotere vakantieparken met bungalows die het jaar rond worden verhuurd was voor het kampeerterrein met een beperkt aantal recreatiewoningen financieel niet haalbaar. Bij nadere beschouwing van de situatie blijkt dat feitelijk geen gebruik is gemaakt van het maximale aantal standplaatsen en de uitbouw van de recreatieve mogelijkheid om het recreatieterrein volledig te benutten.

Waren er in 2000 nog zes recreatiewoningen aanwezig, thans zijn er slechts 3 in gebruik als B&B. De overige zijn al jaren niet meer geschikt om als recreatiewoning te dienen. De planologisch toegestane 13 recreatiewoningen zijn dan ook niet benut. De groepsaccommodatie startte in de vorige eeuw als één van de eerste discotheken op de Veluwe, partycentrum The Red. Een grote brand in 2011 verwoestte het volledige partycentrum. In 2013 zijn de geschakelde boerderijen herbouwd voor gebruik als groepsaccommodatie. Bij een planherziening van het bestemmingsplan buitengebied is de tweede bedrijfswoning om onbekende reden aangeduid als een voorziening ten behoeve van het kampeerterrein. In 2019 werden de gebouwen voor groepsaccommodatie te koop aangeboden. Een project-ontwikkelaar in de omgeving toonde interesse. Omdat hierbij de mogelijkheid bestond tot een ongewenste en verkeerde aantrekkingskracht zijn de panden

10

in 2020 binnen de familie overgedragen. Het gehele plangebied heeft nu één eigenaar. Vanuit de (woon)omgeving werd dit initiatief bijzonder positief ontvangen. In de afgelopen jaren is voor het terrein een aantal plannen ontwikkeld, bedoeld om het gebruik van het kampeerterrein te beëindigen. De plannen varieerden van verkavelen van de kampeerplaatsen voor verkoop tot de bouw van recreatiewoningen en een stedenbouwkundig verkavelingsplan met percelen voor villabouw. Uiteindelijk is afgezien van een dergelijke grote veranderingen en is gekozen om de groenstructuur en kernkwaliteit van het plangebied te behouden en uit te bouwen. Het transformatieplan is dan ook niet het gevolg van nalatig handelen, maar een gevolg van het stapsgewijs extensiveren van de exploitatiemogelijkheden van het recreatieterrein en voortschrijdend inzicht om in te zetten op de natuurlijke potenties van het plangebied door het terrein te vergroenen en daardoor de natuurwaarde en biodiversiteit te vergroten. De luchtfoto’s van het plangebied, te vinden op de website topotijdreis van het kadaster toont de vergroening van het plangebied. Is op de luchtfoto uit 2006 nog de oude verkaveling van de kampeerplaatsen te zien, in de loop van de jaren vervaagt de omvang van de kampeerplaatsen en verdicht de groenstructuur zich in het plangebied.

De luchtfoto’s vanaf 2016 laten een versnelde vergroening van de aanwezige houtopstanden zien. Iemand die nu het park bezoekt ziet nauwelijks nog iets terug van de kampeerplaatsen en ervaart het recreatieterrein als een natuurlijk gebied met opgaande houtopstanden die karakteristiek zijn voor het bosachtig karakter van het plangebied. In gesprekken met de gemeente in mei 2021 bleek ruimte te zijn voor de bouw van één compensatiewoning. Tijdens een bezoek van de gemeente in mei 2021 is gesproken over de behoefte aan woningen in de gemeente en de te bouwen vrijstaande woning te realiseren als twee onder een kap. Hierdoor wordt juist de doelgroep bereikt: jongere woningzoekenden voor wie een vrijstaande woning financieel niet haalbaar is. Het terrein ligt nu als groene enclave te midden van weilanden, op de grens van de overgang van het kleinschalige lineaire kampenlandschap naar het veenontginningslandschap. Aan de oostzijde van het plangebied liggen langs de Rode Landsweg een aantal voormalige keuterboerderijtjes, die afgelopen jaren getransformeerd zijn tot burgerwoningen. Hier is ook in de loop van de jaren door nieuwbouw de woonfunctie verder toegenomen. De bouwlocatie van de tweekapper is op basis van een landschapsanalyse van de bebouwingsstructuur van het kleinschalige en lineaire kampenlandschap ingepast.

Kenmerkend voor dit landschapstype is dat de bebouwing zowel langs de bochtige wegen ligt als verspreid in het landschap. Het zijn relatief kleinschalige erven en door de dichtheid en variatie geven zij het gebied een bijzondere charme. Om cultuurhistorische en landschappelijke redenen is gekozen de tweekapper toe te voegen aan de bebouwingsstructuur van het buurschap. Stedenbouwkundig zou deze geplaatst kunnen worden binnen het bestaande bouwlint en de rooilijn. Cultuurhistorisch en landschappelijk is het ruimtelijk te motiveren de woningen meer naar achter op het perceel te plaatsen. Daardoor ontstaat er een verspringend bouwpatroon dat goed aansluit bij de historie van het gebied. Door de kavel in een groen kader in te passen, wordt de structuur en samenhang van het kleinschalige woonland/kampenlandschap versterkt. De bouw van de tweekapper direct buiten het kampeerterrein vloeit voort uit de visie het terrein verder te vergroenen. Daarnaast blijken de gronden met de agrarische bestemming niet of nauwelijks nog geschikt voor het huidige grootschalige landbouwgebruik. Niet alleen is de omvang van de percelen te beperkt, ook milieutechnisch zijn er in toenemende mate beperkingen voorlandbouwkundige gebruik.

11

De bouwlocatie draagt doordoor bij aan de landelijke kleinschaligheid: een mix van kleine percelen grasland, afgewisseld met woonerven. De landschappelijke kenmerken dragen bij aan de gewenste LOP ambities en de kernkwaliteiten van het landelijk gebied van de gemeente.

3.3 Gebruik van bed en breakfast (B&B) Er moet op worden toegezien dat de B&B’s daadwerkelijk voor recreatie worden gebruikt en niet voor de huisvesting van arbeidsmigranten of semipermanente bewoning. Door in de planregels een heldere definitie van B&B op te nemen en het gebruik van de B&B’s anders dan ten behoeve van recreatie tot strijdig gebruik te rekenen, wordt geborgd dat de B&B’s overeenkomstig de bestemming worden gebruikt.

3.4 Participatie Om draagvlak voor te creëren, is het initiatief met omwonenden gesproken. Dit heeft geleid tot een kleine aanpassing van het initiatief. Het verdient aanbeveling om omwonenden op de hoogte te houden van de verdere uitwerking van het initiatief. Initiatiefnemer heeft het ontwerp bestemmingsplan met omwonenden besproken. Van deze bespreking is een verslag gemaakt, zie bijlage 3.

3.5 Onderzoek Op basis van het advies van de Omgevingsdienst Noord Veluwe zijn diverse onderzoeken noodzakelijk (bodem, geluid, ecologie en bedrijven & milieuzonering). In hoofdstuk 5 worden de resultaten van de uitgevoerde onderzoeken besproken

12

4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte vervalt geheel (uitgezonderd Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone). De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 op grond van de Waterwet. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Omgevingskwaliteit is daarmee het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het rijk.

In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen en wordt er onder andere ingezet op het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Centraal bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving. Zo wordt 'omgevingsinclusief' beleid gevoerd. Het initiatief voorziet in de woonbehoefte van de gemeente Elburg, waarbij het initiatief op een landschappelijk verantwoorde wijze wordt ingepast. Dit is niet in strijd met het NOVI.

4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. De regels van het Barro zijn normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Door het nationale karakter van het Barro en de kleine schaal van het initiatief, is dit niet direct van nationaal belang. Het Barro bevat dan ook geen voor het initiatief relevante bepalingen.

4.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Bij gebiedsontwikkeling is 'een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten' van belang. Hierbij hanteert het Rijk de Ladder voor duurzame verstedelijking en is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De Ladder houdt in dat de toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving bevat van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voordat de Ladder wordt doorlopen, moet de vraag worden beantwoord of er wel sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Artikel 1.1.1 van het Bro definieert een stedelijke ontwikkeling als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'.

13

De herziening van het bestemmingsplan maakt een ontwikkeling mogelijk die, gezien de omvang van het initiatief, niet gedefinieerd kan worden als een stedelijke ontwikkeling1. De Ladder is daarom niet van toepassing.

4.1.4 Conclusie Het initiatief is niet in strijd met het Rijksbeleid.

4.2 Provinciaal beleid 4.2.1 Algemeen In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (december 2018) staan de hoofdlijnen van het provinciale ruimtelijk beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. De visie integreert een vijftal beleidsterreinen: ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Op 24 september 2014 is door Provinciale Staten van Gelderland de Omgevingsverordening Gelderland vastgesteld. Deze is op 15 december 2021 geactualiseerd op basis van de nieuwe omgevingsvisie. De Omgevingsverordening is een uitwerking van de Omgevingsvisie en stelt regels waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen.

4.2.2 Omgevingsvisie De provincie wil de focus leggen op een duurzaam, verbonden en een economisch krachtig Gelderland. Door daarin te investeren wil de provincie werken aan een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Om dat te bereiken wordt de focus gelegd op zeven ambities op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. Deze ambities worden hieronder kort samengevat: - een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten; - een op de toekomst toegerust beschermend klimaatbeleid; - een voortvarend en innovatief circulair beleid; - een stimulerend en beschermend beleid voor biodiversiteit; - efficiënte, duurzame en innovatieve bereikbaarheid, toegesneden op de veranderende vraag; - een duurzaam, dynamisch en toegankelijk economisch vestigingsklimaat, waar voor ondernemers en inwoners een sterke aantrekkingskracht vanuit gaat; - een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat steeds weet te anticiperen op ontwikkelingen. Naast deze zeven ambities blijft het beleid uit de Omgevingsvisie uit 2014 gelden.

Het gaat om de aanwijzing van functies van regionale oppervlaktewateren, van gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, van Natura 2000-gebieden en van bijzondere natuurgebieden.

4.2.3

Omgevingsverordening

De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen.

Toets aan initiatief Ruimtelijk Het provinciaal belang is gelegen in het vergroten van de ruimtelijke kwaliteit, onder andere op het gebied van natuur- en landschap. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang. Het beleid voorziet in provinciale kaders 1

Uit jurisprudentie volgt dat woningbouwplannen met een omvang van 12 woningen of meer als stedelijke ontwikkeling kunnen worden gezien.

14

voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Met het initiatief wordt ingezet op een transformatie naar wonen en een ontwikkeling van het landschap. De transformatie naar wonen draagt bij aan de verbondenheid met de buurt. De ontwikkeling van het landschap versterkt de reeds aanwezige kernkwaliteiten. Water De hoofdzaken van het provinciaal beleid voor water zijn gericht op een veerkrachtig en duurzaam water- en bodemsysteem. Dit systeem bestaat uit bodem en ondergrond, grondwater en oppervlaktewater en is duurzaam als het ook in de toekomst kan blijven functioneren en in stand kan worden gehouden tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Voor het initiatief is een zogeheten watertoets uitgevoerd, zie hoofdstuk 5. Uit deze toets blijkt dat het initiatief geen ‘waterbelangen’ raakt. Milieu Een gezonde en veilige leefomgeving is de hoofdzaak van het milieubeleid. Dit vraagt om provinciaal beleid dat zorgt voor goede milieukwaliteit en veilige ruimtelijke keuzes. Gebieden waar milieukwaliteit bijzondere bescherming behoeft, zijn aangewezen. Dit zijn de zogeheten stiltegebieden.

Het plangebied is niet in of nabij een stiltegebied gelegen. Verder is het initiatief niet negatief van invloed op de milieukwaliteit. Natuur en landschap De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. Het Gelders Natuurnetwerk (hierna: GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (hierna: GO) worden beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten. De provincie treft tevens maatregelen vanwege de bescherming, de instandhouding of het herstel van biotopen, leefgebieden, een gunstige staat van instandhouding en het Natuurnetwerk Nederland, waaronder de Natura 2000-gebieden. Verder richt het beleid zich op behoud van de basiskwaliteit van landschappen in Gelderland. Het plangebied is niet nabij het GNN, de GO of een Natura 2000-gebied gelegen. Met het initiatief wordt een bijdrage geleverd aan het versterken van de kernkwaliteiten van het landschap. Het plangebied is gelegen in het Nationaal Landschap Veluwe. Het ruimtelijk beleid is er op gericht om de kernkwaliteiten van dit landschap te behouden en waar mogelijk verder te ontwikkelen. Behoud wordt bereikt door alleen activiteiten toe te staan die de kernkwaliteiten behouden of versterken.

De belangrijkste kernkwaliteiten van het Nationaal landschap Veluwe zijn het grote, aaneengesloten bosgebied en actieve stuifzanden en het open en gesloten landschap. Het plangebied is gelegen in het deelgebied Randmeerkust agrarisch. De kernkwaliteit van dit gebied is het zichtbare beeldbepalende gradiënt van stuwwal naar Randmeer: van besloten boslandschap via kleinschaligheid naar grootschalig open gebied. Met het initiatief neemt per saldo bebouwing in het plangebied af. De ligging van het plangebied vraagt wel om een ruimtelijke kwaliteit. Om die reden is er een landschaps-, beeldkwaliteits- en beplantingplan opgesteld, zie bijlage 4. Bij de verdere uitwerking van het initiatief is dit plan leidend. Het plangebied biedt na transformatie ruimte en mogelijkheden om bij te dragen aan versterken van de kernkwaliteit van het omringende landschap. Dit draagt dan weer bij aan de natuurlijke kwaliteiten van de omgeving, die hierdoor aanzienlijk worden uitgebreid en vergroot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=8f343da3-bd74-4d74-a716-3e20c088b3ca