Agendabundel
Tekst van het document
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plan beschreven, waarbij eerst wordt ingegaan op de bestaande situatie en vervolgens op de toekomstige situatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante ruimtelijk beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 gaat in op de milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt toegelicht hoe de planuitgangspunten zijn vertaald naar de bestemmingsregels. De economische uitvoerbaarheid van het plan is beschreven in hoofdstuk 6 en de maatschappelijke uitvoerbaarheid in hoofdstuk 7.
1.4
Begrippenlijst
In het bestemmingsplan worden verschillende begrippen gebruikt, welke vrij technisch en specialistisch van aard zijn. Daarom is hieronder een begrippenlijst opgenomen waarin de meest belangrijke termen zijn toegelicht. Transformatorstation Op een transformatorstation, ook wel onderstation of elektriciteitsdistributiebedrijf genoemd, wordt de spanning van elektriciteit omgezet van de ene spanning naar een andere spanning (omhoog of omlaag). De elektriciteit wordt vanaf het station vervolgens getransporteerd naar de verschillende wijken of gebieden in een dorp of stad. Transformator Een transformator zet elektriciteit om van de ene spanning naar een andere spanning. Transformatorruimten De transformator komt in een bouwwerk te staan, bestaande uit drie dichte wanden. De bovenzijde is open.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
3/29
Inleiding
Transformatorvermogen Het vermogen ofwel capaciteit van de transformator, uitgedrukt in MVA. MVA Aanduiding van het vermogen ofwel capaciteit van de transformator om elektriciteit te kunnen transporteren en transformeren. De capaciteit wordt uitgedrukt in VoltAmpère (VA). 1 MVA (MegaVoltAmpère) is 1.000.000 VA. kV De hoogte van de spanning wordt uitgedrukt in Volt, 10kV is 10.000 Volt. Hoogspanning Hoogspanning is de verzamelnaam voor de hoogste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 25kV vallen hieronder. Middenspanning Middenspanning is de verzamelnaam voor de spanningen tussen de hoogste en laagste spanningsniveaus in het elektriciteitsnet. Alle spanningsniveaus van hoger dan 1kV en lager dan 25kV vallen hieronder. Laagspanning Laagspanning is de verzamelnaam voor de lage spanningen in het elektriciteitsnet en betekent spanning onder de 1kV (1.000 Volt). Middenspanningsinstallatie De middenspanningsinstallatie zorgt ervoor dat de elektriciteit gedistribueerd wordt over verschillende kabels naar de transformatorhuisjes in de wijk of naar bedrijven. De middenspanningsinstallatie is de “groepenkast” van een (onder)station.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
4/29
Het plan
2
Het plan
2.1
Bestaande situatie
Het bestaande transformatorstation is gelegen aan de noordzijde van de Bovenweg. Op deze locatie is geen ruimte voor uitbreiding. Het hier aanwezige gebouw staat tussen de bomen en de gronden maken onderdeel uit van het Gelders natuurnetwerk. Zodoende is gezocht naar een beschikbare locatie in de directe nabijheid van het bestaande transformatorstation. De nieuwe locatie dient groot genoeg te zijn voor de gewenste bebouwing en er dient voldoende ondergrondse ruimte te zijn om het station op het bestaande elektriciteitsnetwerk aan te kunnen sluiten. De zoektocht heeft de locatie opgeleverd aan de Koekoeksweg (tussen 1 en 3 in). De locatie ligt aan de noordoostzijde van het bedrijventerrein ’t Harde tussen de Koekoeksweg en de Eperweg. Rondom staan bedrijven en kantoren en een bedrijfswoning (deze bedrijfswoning is in het bestemmingsplan ’t Harde 2009 aangeduid met een functieaanduiding ‘bedrijfswoning’). De bebouwing rondom het plangebied is gemiddeld twee lagen hoog. Het plangebied is in de huidige situatie onbebouwd. Een deel van het terrein is semiverhard en was tijdelijk in gebruik als parkeerterrein voor opleggers van een nabijgelegen bedrijf. Liander heeft in januari 2022 het plangebied aangekocht ten behoeve van de ontwikkeling van het nieuwe transformatorstation.
Het oostelijke deel van het plangebied bestaat uit grasland en gaat over in de groenstrook en berm langs de Eperweg (N309). De toegang tot het plangebied ligt aan de Koekoeksweg, zie de pijl in afbeelding 3.
afbeelding 3: luchtfoto bestaande situatie (plangebied is met rode stippellijn aangeduid, de ingang met een gele pijl)
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
5/29
Het plan
afbeelding 4: aanzicht plangebied vanaf de Eperweg
2.2
Toekomstige situatie
Op het terrein komt een transformatorstation, bestaande uit een gebouw met hier tegenaan twee transformatorruimten. In elke transformatorruimte komt een nieuwe transformator van 20 MVA. Het gebouw wordt gemiddeld 4,5 m hoog met een hoogte accent van ongeveer 7,5 tot 8,5 m. De transformator komt in een transformatorruimte, welke ongeveer 5 m hoog wordt. Bovenop de bebouwing komen voorzieningen voor valbeveiliging van circa 1 m (hekwerk). De transformatorruimte bestaat uit een fundatie en drie wanden en een opening aan één zijde. Er komt geen dak op. Op de transformatorwanden komen voorzieningen voor bliksemafleiding, zogenoemde bliksemspitsen. Deze worden ca. 7,5 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. Uit de cultuurhistorische en ruimtelijke analyse van de beoogde locatie in relatie tot haar omgeving komt naar voren dat de beoogde locatie weinig tot geen relatie heeft met het onderliggende landschap en het omliggende halfopen landschap. Het is onderdeel van het ensemble van bedrijventerrein Koekoek en moet daarom passen in de karakteristiek van dat terrein. Ook is de locatie een zichtlocatie aan de Eperweg (N309) in de buitenschil van het bedrijventerrein. Er zijn op basis van de uitgevoerde analyse stedenbouwkundige uitgangspunten geformuleerd voor de inrichting van het terrein en de positie en massa van de nieuwbouw.
De analyse op basis waarvan deze uitgangspunten zijn bepaald, zijn beschreven in het inpassingsplan (Urban Synergy, sept. 2022), dat is opgenomen als bijlage 1. In afbeelding 5 is de uitgangspuntenkaart voor de terreinindeling getoond en in afbeelding 6 is de voorgestelde terreinindeling getoond. In het inpassingsplan is ook ingegaan op de vormgeving van het gebouw, met de toe te passen materialisatie en kleurgebruik. De uitgangspunten zoals genoemd in het inpassingsplan zijn met de welstandscommissie besproken en positief ontvangen. De keuze ten aanzien van zaken zoals kleur- en materiaalgebruik en de toets op welstand vindt definitief plaats in het kader van de omgevingsvergunning bouwen en maakt geen onderdeel uit van het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
6/29
Het plan
afbeelding 5: uitgangspunten toekomstige situatie (bron: Inpassingsplan Urban Synergy, sept. 2022)
afbeelding 6: Overzicht terreininrichting (bron: inpassingsplan Urban Synergy, sept. 2022)
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
7/29
Het plan
Vanwege de landelijke, provinciale en gemeentelijke ambities op het gebied van klimaat en duurzaamheid, is het niet ondenkbaar dat in de toekomst de capaciteit verder moet worden vergroot. Dit zal betekenen dat er extra transformatorvermogen nodig is en extra bebouwing. Om ruimte te bieden aan dit toekomstscenario is in het bestemmingsplan het hele perceel bestemd voor Bedrijf-Nutsbedrijf en is aangesloten bij het bestaande bouwvlak. Daarmee is nog ruimte voor uitbreiding op de zuidelijke helft van het perceel. Er is een maximale bouwhoogte opgenomen van 9 m voor gebouwen. Als maximum hoogte voor erfafscheidingen is 2 m aangehouden. De voorgenomen bouwplannen van Liander zijn middels een informatiebrief toegelicht aan de omliggende bedrijven en omwonenden.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
8/29
Beleidskader
3
Beleidskader
3.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleid vormt het kader waarbinnen de nieuwe ontwikkeling plaats dienen te vinden.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Een van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur (belang 11). Vitale functies in de maatschappij zijn afhankelijk van een betrouwbare toelevering en uitwisseling van energie. Voor iedereen moet deze energie betaalbaar zijn. Energie moet veilig worden opgewekt, gewonnen, getransporteerd, opgeslagen en gebruikt. Met betrekking tot ‘ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’ is in de NOVI aangegeven dat de transitie naar hernieuwbare energie meer ruimte vraagt voor transport, distributie, conversie en opslag van energie, zowel boven- als ondergronds.
In plaats van enkele relatief grote ‘puntbronnen’ (centrales) en transport van energie in één richting zal sprake zijn van meerdere, vaak decentrale en sterk in grootte verschillende bronnen (zon-, wind- en bodemenergie) en tweerichtingsverkeer (gebruik en productie) van energie. Betekenis voor het project De realisatie van het nieuwe transformatorstation sluit aan op het nationale belang ‘realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening, die in 2050 CO₂-arm is, en de daarbij benodigde hoofdinfrastructuur’ uit de NOVI. De capaciteitsuitbreiding van het netwerk is nodig om te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van essentieel belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. 3.2.2 Besluit ruimtelijke ordening Sinds 1 juli 2017 is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' aangepast in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6. lid 2 Bro).
Het artikel luidt nu als volgt: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ Het artikel heeft tot doel om zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren en overprogrammering te voorkomen.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
9/29
Beleidskader
Eerst moet worden beoordeeld of sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd in artikel 1.1.1, lid 1, onder i van het Bro. Deze luidt: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw transformatorstation of de uitbreiding hiervan niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1123 (Hollands Kroon)). Betekenis voor het plan Gelet op de jurisprudentie is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en is toetsing aan de ladder niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De ontwikkeling is bij het bestaande transformatorstation voorzien om zo met een relatief eenvoudige aanpassing het elektriciteitsnetwerk toekomstbestendig te maken.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 gaat in de breedte over het beleid van de provincie voor de fysieke leefomgeving. Anders dan de Omgevingsvisie Gelderland 2014-2018, geeft de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 2018 richting op de strategische hoofdlijnen van het beleid. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland integreert vijf wettelijk verplichte planfiguren voor het provinciaal beleid voor de leefomgeving; te weten ruimte, natuur, water, milieu en verkeer en vervoer. Betekenis voor het plan Een van de ambities die de provincie heeft is een versnelde energietransitie, gericht op forse vergroting van het aandeel duurzame energie en passend bij de Gelderse kwaliteiten. Het doel is dat Gelderland in 2050 klimaatneutraal is, door grootschalige besparing en opwekking uit verschillende duurzame bronnen van energie, zoals wind, zon, waterkracht, biomassa en bodemenergie. Het tussendoel is om in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland te verwezenlijken. Voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling van de regio en de verduurzaming van de energieopwekking, is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. Het nieuwe transformatorstation op deze locatie is daar noodzakelijk voor. 3.3.2 Omgevingsverordening Gelderland Het plangebied is gelegen in de provincie Gelderland.
De provincie Gelderland heeft in de Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerd, februari 2022) regels staan waar rekening mee moet worden gehouden bij een nieuw bestemmingsplan. Betekenis voor het plan De plannenviewer is geraadpleegd. Het plangebied ligt niet binnen beschermd gebied zoals het Gelders natuurnetwerk, Groene ontwikkelingszone of Nationaal landschap (zie afbeelding 7). Er zijn geen regels uit de verordening die direct relevant zijn voor het bestemmingsplan.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
10/29
Beleidskader
afbeelding 7: uitsnede Omgevingsverordening Gelderland (geconsolideerde versie febr. 2022).
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Omgevingsvisie Elburg De gemeente heeft haar visie op de leefomgeving beschreven in de in 2019 vastgestelde Omgevingsvisie Elburg. De kernen blijven groeien om te voorzien in de woningbehoefte en de gemeente wil een vitaal economisch klimaat bieden, met inzet op een grotere variatie aan werkgelegenheid door het aantrekken van nieuwe bedrijven en versterking van de recreatiesector. Op het gebied van duurzaamheid, energietransitie en afvalscheiding wil de gemeente duidelijke stappen zetten. Er zijn verschillende gebieden aangewezen in de gemeente waar mogelijkheden zijn voor windenergie-initiatieven. Het bedrijventerrein waar het plangebied binnen ligt is aangewezen als een gemengd bedrijventerrein. Hier wordt ingezet op kwaliteitsverbetering. Voor de kern ’t Harde worden kansen gezien in ontwikkeling van meer levendigheid, als Poort van Elburg. Voor de vitaliteit is het belangrijk dat er voldoende woningen worden gerealiseerd voor alle doelgroepen. Aandachtspunt vormt de klimaatbestendigheid (hittestress) als gevolg van het grote aandeel verharding. Betekenis voor het plan Voor de duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de gemeente en de regio is een goed functionerend elektriciteitsnetwerk een vereiste. De ambities op het gebied van opwekking van duurzame energie vragen om een robuust elektriciteitsnetwerk.
Het nieuwe transformatorstation is daar noodzakelijk voor. Het bestemmingsplan past daarmee in het beleid van de gemeente en faciliteert de ambities op het gebied van duurzaamheid en ruimtelijk-economische ontwikkeling.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
11/29
Omgevingsaspecten
4
Omgevingsaspecten
4.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is de uitvoering van het project verantwoord aan de hand van de relevante omgevingsaspecten.
4.2
Archeologie
4.2.1 Algemeen Door ondertekening van het Verdrag van Malta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van het cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet (2016) is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. 4.2.2 Vigerend bestemmingsplan In het bestemmingsplan 1e partiële herziening bestemmingsplan “’t Harde (veegplan) is een dubbelbestemming opgenomen ‘Waarde – Archeologie hoge verwachtingswaarde’. Bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van een bouwwerk groter dan 120 m2 met een verstoring dieper dan 0,3 m onder het maaiveld, dient eerst een rapport te worden overlegd, waarin de archeologische waarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft in voldoende mate is vastgesteld. 4.2.3 Onderzoek De voorgenomen nieuwbouw van het station heeft een omvang van meer dan 120 m2 en de grondroerende werkzaamheden zullen op diverse locaties binnen het plangebied dieper gaan dan 0,3 m onder maaiveld.
Zodoende is eerst een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd (T&A Survey, 10 juni 2022). Uit het bureauonderzoek kwam naar voren dat een inventariserend veldonderzoek nodig is. Dit inventariserend veldonderzoek is vervolgens uitgevoerd (ADC ArcheoProjecten, 24 augustus 2022). De rapporten zijn opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. Hieronder is de conclusie zijn de bevindingen beschreven. Op basis van het bureauonderzoek werd binnen het plangebied een verspoelde dekzandvlakte verwacht, waar een ven op heeft gelegen. Er bestond echter een mogelijkheid dat het plangebied op een dekzandwelving lag. In dat geval zou de bodem niet verspoeld zijn, en zou een podzol kunnen zijn ontstaan. In een podzol zouden resten uit de Paleolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen aanwezig kunnen zijn. Teneinde de hierboven beschreven verwachting te toetsen en aan te vullen is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd. Het veldonderzoek bevestigd het vermoeden dat het plangebied in een vlakte van verspoeld dekzand ligt. De bodemopbouw bestaat, van onder naar boven gezien, uit verspoeld dekzand waarboven een ven is gevormd. Hier zijn verschillende lagen stuifzand in aanwezig, het ven is later afgedekt door een laag stuifzand. In een tweetal boringen is nog een restant van dit stuifzand aanwezig. Hierboven ligt een afwisseling van opgebrachte of verstoorde zandlagen.
In de overige delen van het plangebied is de bodem tot op het veen afgegraven of verstoord. Er is geen podzol aangetroffen, en geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
12/29
Omgevingsaspecten
Besluit overheid Op basis van de archeologische onderzoeken wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek heeft aangetoond dat de planlocatie van oorsprong te nat is geweest voor prehistorische bewoning. Door de regio archeoloog is dit advies overgenomen. Daarmee is er geen vervolgonderzoek nodig en is het plangebied vrijgegeven. Er wordt geen archeologische dubbelbestemming opgenomen in het plangebied. 4.2.4 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect archeologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.3
Bodemkwaliteit
4.3.1 Inleiding In het kader van goede ruimtelijke ordening dient aandacht te worden besteed aan de bodemkwaliteit en de betekenis voor de haalbaarheid van het plan. Er is een bodemonderzoek uitgevoerd. Hieronder zijn de resultaten beschreven. 4.3.2 Bodemonderzoek Er is een historisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd voor het plangebied (Verkennend en nulsituatie bodemonderzoek Toekomstig regelstation ‘t Harde, Stantec, maart 2022). Het rapport is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de locatie in milieuhygiënisch opzicht geschikt geacht voor de huidige en toekomstige bestemming. Vervolgonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. 4.3.3 Conclusie Er is een historisch en verkennend bodemonderzoek (incl. nulsituatie) uitgevoerd. De locatie wordt in milieuhygiënisch opzicht geschikt geacht voor de toekomstige bestemming. Er is geen vervolgonderzoek nodig. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect bodemkwaliteit geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.4
Water
4.4.1 Beleid en regelgeving Op verschillende bestuursniveaus zijn beleidsnota’s verschenen die zich richten op een (zowel kwalitatief als kwantitatief) duurzaam waterbeheer. Op het hoogste niveau zijn de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Nationaal Waterplan (NW) richtinggevend. Op een lager schaalniveau is voor dit planvoornemen met name het beleid van het waterschap Rivierenland relevant. Dit beleid is in lijn met, en in aanvulling op, de plannen die Rijk en provincies hebben op het gebied van waterbeheer. Derhalve wordt hier alleen kort ingegaan op de hoofdpunten uit het beleid van het waterschap Vallei en Veluwe. 4.4.1.1 Blauw Omgevingsprogramma 2022-2027 Waterschap Vallei en Veluwe In het Blauw Omgevingsprogramma (BOP) heeft het waterschap haar ambities en uitvoeringsprogramma vastgelegd voor de periode 2022 tot en met 2027. De plannen bepalen in grote lijnen de agenda's voor de komende zes jaar. Het plan is mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden. Het BOP is op 22 november 2021 vastgesteld. Om de taak als waterbeheerder uit te kunnen oefenen en doelstellingen uit de Waterwet te bereiken maakt het waterschap gebruik van de Keur en de Legger. De Keur is een verordening waar gedoogplichten, geboden en verboden in staan.
Deze regels gelden voor toestanden en handelingen op en vlakbij waterkeringen, watergangen en kunstwerken zoals duikers. De Legger bevat de ligging en maatvoering van waterstaatkundige werken en waterpartijen, alsmede de onderhouds- en beschermingszones. In de Legger wijst het waterschap tevens aan wie het onderhoud van een watergang, dijk of constructie moet uitvoeren. Ook wordt bepaald of er controle (schouw) wordt gedaan.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
13/29
Omgevingsaspecten
Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt.
Dit kan door nadere eisen / randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het uitgangspunt is om duurzame bouwmaterialen te gebruiken en geen uitlogende materialen toe te passen voor delen waar hemelwater op komt zoals daken, gevels en verharde terreinen. 4.4.1.2 Beleids- en beheerplan Water en Riolering gemeente Elburg De gemeente Elburg heeft samen met de gemeenten Hattem, Oldebroek en Nunspeet het beleids- en beheerplan Water en riolering opgesteld. Elke gemeente in Nederland heeft drie watertaken, ook wel zorgplichten genoemd, als het gaat om de (afval)waterketen in de gemeente: de afvalwaterzorgplicht, de hemelwaterzorgplicht en de grondwaterzorgplicht. Deze zorgplichten vormen de basis van dit gemeentelijk beleid- en beheerplan Water en Riolering. In het beleidsplan is een bergingseis voor (her)ontwikkelingen opgenomen. Om de kans op wateroverlast tijdens extreme neerslag en/of natte perioden te reduceren, dient een waterberging met een inhoud van 60 mm te worden gerealiseerd voor elke vierkante meter verharde oppervlak. 60mm waterberging betekent dat voor elke vierkante meter verhard oppervlak 60mm berging gerealiseerd moet worden. Bij een perceel met 100m² verhard oppervlak komt dit bijvoorbeeld neer op: 100m²x0.06m=6m³. Dit betekent dat een waterberging gerealiseerd worden waar 6 kuub, oftewel 6000 liter, water in past.
Mogelijkheden zijn onder andere een vijver, grindkoffer of wadi. Deze bergingseis dient ook toe te worden gepast voor bestaand gebied waar herontwikkeling plaatsvindt. 4.4.2 Situatie plangebied Het plangebied ligt niet in een beschermingszone van een waterkering, een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied of intrekgebied. Het plangebied ligt wel in een grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om toekomstig grondwateroverlast te voorkomen. Het is belangrijk dat er voldoende ontwateringsdiepte is. Grenzend aan de oostzijde van het plangebied is een watergang aanwezig, deels in een duiker. Dit betreft een A-watergang (zie afbeelding 8). Het beheer en onderhoud van het watersysteem dient met het reguliere onderhoudsmaterieel van het waterschap (of zijn aannemers) mogelijk te zijn. Aangezien het plangebied op ca. 5 m afstand ligt van de watergang, is er geen belemmering voor het onderhoud.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
14/29
Omgevingsaspecten
afbeelding 8: uitsnede Legger Waterschap Vallei en Veluwe met de A-watergang aan de oostzijde van het plangebied (bron Legger watersysteem Vallei en Veluwe)
Hemelwater Er worden op de daken en aan de gevels van de nieuwe bouwwerken geen uitlogende bouwmaterialen toegepast. De nieuwe transformatorruimten zijn aan de bovenzijde en voorzijde open. Hemelwater dat in contact kan komen met transformatoren kan verontreinigd zijn met olie. Dit hemelwater mag niet direct op het oppervlaktewater worden afgevoerd of in de bodem komen. Het hemelwater dat valt ter plaatse van de transformatoren zal daarom mogelijk worden afgevoerd op de aanwezige riolering. Een andere mogelijkheid is dat een hemelwatersysteem met oliedetectie wordt toegepast, zodat er geen vervuild hemelwater wordt afgevoerd naar groenzones. In de voorgenomen plannen wordt er voor gezorgd dat er geen vervuild hemelwater wordt geloosd op de bodem of oppervlaktewater. Watercompensatie Op basis van het inpassingsvoorstel voor de inrichting van het terrein (zie paragraaf 2.2), is de toename aan verharding en bebouwing bepaald. Er komt ongeveer 365 m2 aan bebouwing. Een deel van het terrein wordt verhard (ongeveer 605 m2) en een deel wordt ingericht met waterdoorlatende halfverharding (140 m2). De halfverharding wordt voor 50% meegenomen in de toename aan verharding, zijnde 70 m2. Zodoende neemt de totale hoeveelheid verharding met 1.040 m2 toe. Dit blijft onder de 1.500 m2, waardoor er geen compensatieplicht geldt vanuit het beleid van het waterschap.
Wel geldt er een eis vanuit het gemeentelijk beleids- en beheerplan Water en Riolering (zie paragraaf 4.4.1.2). Vanwege de toename is een berging nodig van 1.040 x 0,06 = 62,4 m3 nodig. De realisatie van water of de aanleg van andere maatregelen ten behoeve van de watercompensatie zijn in het bestemmingsplan toegestaan en kunnen zodoende worden gerealiseerd. In het kader van de vergunningverlening wordt de compensatie nader uitgewerkt.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
15/29
Omgevingsaspecten
afbeelding 9: toename verharding toekomstige situatie op basis van schetsplan (bron: Qirion)
4.4.3 Resultaat watertoets Het waterschap maakt gebruikt van de digitale watertoets via www.dewatertoets.nl. De digitale watertoets is op 17 juni 2022 doorlopen. Het resultaat is opgenomen in een rapportage, welke als bijlage 4 bij de toelichting is opgenomen. Uit de watertoets blijkt dat de korte watertoetsprocedure mag worden gevolgd. Dit betekent dat er geen nader overleg nodig is. In het kader van het vooroverleg hoeft het bestemmingsplan niet te worden toegestuurd aan het waterschap. 4.4.4 Conclusie De digitale watertoets is doorlopen. Hieruit volgt dat het plan een beperkte invloed op het watersysteem heeft en dat de korte procedure van toepassing is. Er gelden aandachtspunten vanwege mogelijke grondwateroverlast. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met de grondwaterstanden en wordt voor voldoende drooglegging gezorgd. Ook staat het bestemmingsplan de realisatie van water of de aanleg van andere maatregelen ten behoeve van de watercompensatie toe ten behoeve van de bergingseis van hemelwater uit het gemeentelijk beleid- en beheersplan Water en Riolering. In het kader van de vergunningverlening wordt de compensatie nader uitgewerkt.
4.5
Natuur
4.5.1 Wettelijk kader In een ruimtelijk plan moet worden aangetoond hoe de voorgenomen ontwikkeling die met dit plan mogelijk wordt gemaakt, zich verhoudt met de wet- en regelgeving op het gebied van gebieds- en soortenbescherming. Dit betekent dat bij de voorbereiding van het plan moet worden onderzocht of deze wet- en regelgeving de uitvoering van de ontwikkeling al dan niet in de weg staat. De gebiedsbescherming en de soortenbescherming zijn per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming. 4.5.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een onderzoek uitgevoerd (‘Quickscan Wet natuurbescherming Koekoeksweg te ’t Harde, Econsultancy, 30 augustus 2023). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. In het onderzoek is ingegaan op effecten op beschermde gebieden en beschermde soorten. In de onderstaande paragrafen zijn de bevindingen toegelicht.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
16/29
Omgevingsaspecten
4.5.2.1 Gebiedsbescherming Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van een beschermd natuurgebied (Natura-2000 of Gelders Natuurnetwerk of Groene Ontwikkelingsruimte. Het meest nabijgelegen Natura-2000 gebied is de Veluwe op circa 130 meter afstand ten oosten van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect, zoals toenamen van geluid, trilling, licht of depositie van stikstof. De meeste externe effecten als gevolg van de voorgenomen plannen op de onderzoekslocatie zijn tot de nabijgelegen Natura 2000-gebieden in combinatie met de aard van de plannen (nieuwbouw van transformatorstation) niet te verwachten. Enkel een mogelijk extern effect vanwege stikstofdepositie vraagt om nader onderzoek. Daar is hieronder op ingegaan. Stikstofdepositie Een toename in stikstofdepositie kan op grotere afstand een negatief effect sorteren op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van een stationsgebouw met twee transformatorruimten waarin transformatoren komen te staan. Een transformatorstation stoot geen stikstof uit. Ook Ten opzichte van de huidige situatie blijft het aantal verkeersbewegingen in de gebruiksfase gelijk (station is onbemand, sporadisch komt er personeel voor onderhoud en controle).
Hierdoor resulteert de beoogde ontwikkeling in de gebruiksfase niet in een toename van stikstofemissie. Er wordt op voorhand uitgesloten dat er in de gebruiksfase sprake is van een verhoging van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden binnen Natura 2000-gebieden. Een berekening middels de AERIUS Calculator voor de gebruiksfase kan derhalve achterwege blijven. Gedurende de bouwfase kan er een beperkte en tijdelijke stikstofemissie verwacht worden ten gevolge van het gebruik van mobiele werktuigen en bijbehorende verkeersbewegingen. Hiervoor is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd (Aeriusberekeningen bouwfase nieuwbouw RS ’t Harde, Qirion, 16 april 2024). Het onderzoek is opgenomen als bijlage 6 bij de toelichting. De geschatte doorlooptijd van het project is 11 maanden. Derhalve is voor bouwjaar 2024 een Aerius berekening gemaakt waarin de betreffende bouwwerkzaamheden en verkeersbewegingen van het project zijn gemodelleerd. Uit de berekening volgt dat er sprake is van een depositie in het eerste bouwjaar van 0,18 mol/ha/jr op het Natura2000 gebied De Veluwe tijdens de aanlegfase. Passende beoordeling Vanwege de stikstofdepositie is een passende beoordeling opgesteld (Rapportage passende beoordeling Koekoeksweg, ’t Harde, Econsultancy, 28 juli 2023). De rapportage is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting.
De Passende beoordeling heeft als doel gehad om vast te stellen in hoeverre de berekende tijdelijke toename van stikstofdepositie voor (significant) negatieve effecten kan leiden op instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebied Veluwe. Uit de toetsing van effecten is naar voren gekomen dat de toename van stikstofdepositie op H9190 Oude eikenbossen en leefgebiedtypen Lg13 en Lg14 kunnen leiden tot negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen van de Veluwe. Uit de nadere effectbepaling is naar voren gekomen dat vanwege de staat van instandhouding van de betreffende habitattypen en doelsoorten, significant negatieve effecten op H9190 Oude eikenbossen en de Vogelrichtlijnsoorten zwarte specht en draaihals, niet uit te sluiten zijn. Bij de getoetste stikstofberekeningen is middels zo veel mogelijk elektrisch werken de depositiehoeveelheid reeds zo veel mogelijk gereduceerd. Ondanks het treffen van deze interne mitigerende maatregelen, is het niet mogelijk om de stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase dusdanig te verminderen, dat (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebied Veluwe op voorhand uit te sluiten zijn. Het is daarom noodzakelijk om middels extern salderen de toename van stikstofdepositie dusdanig te reduceren dat negatieve effecten op instandhoudingdoelstellingen volledig op voorhand uit te sluiten zijn.
Extern salderen vindt plaats door gebruik te maken van ruimte in de Gelderse Stikstofbank (zaaknummer: 2023-004400). De provincie Gelderland heeft positief gereageerd op het verzoek om gebruik te maken van de Gelderse Stikstofbank.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
17/29
Omgevingsaspecten
Doordat er als gevolg van extern salderen geen toename meer plaatsvindt van stikstofdepositie, zijn (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden met zekerheid uit te sluiten. Er geldt een vergunningplicht voor dit project op grond van de Wet natuurbescherming. Om de vergunning te verkrijgen is op 21 september 2023 door de initiatiefnemer Liander het verzoek om stikstofruimte in de Gelderse Stikstofbank bij de provincie Gelderland. Dit verzoek is in behandeling bij de provincie en verwacht wordt dat medio mei 2024 een ontwerp besluit wordt gepubliceerd door de provincie. Als aan het verzoek voldaan is, dan is op grond hiervan de vergunning Natura-2000 activiteit te verlenen. Deze vergunning Natura-2000 activiteit dient te zijn verleend voordat de aanlegwerkzaamheden uitgevoerd worden. Vooralsnog is er geen reden te verwachten dat de stikstofruimte niet wordt verleend. Er wordt namelijk voldaan aan de criteria van de Beleidsregels salderen in Gelderland. Dit is hieronder nader onderbouwd. Criteria Beleidsregels salderen in Gelderland Onderstaand is opgesomd op welke manier het project voldoet aan de criteria. Telkens is eerst het criterium benoemd en vervolgens hoe hier aan wordt voldaan. 1. De mate van zelfstandig gerealiseerde besparingen van stikstofuitstoot. U moet uw uiterste best doen om zo weinig mogelijk stikstof uit te stoten.
U moet ook proberen zoveel mogelijk de negatieve effecten van de stikstofuitstoot te verminderen (mitigeren) door middel van extern salderen. Hieraan wordt voldaan; er is gekozen voor de toepassing van materieel met de schoonste motoren voor stikstof. Daar waar mogelijk, worden elektrische werktuigen ingezet, zie de begeleidende memo bij de uitgevoerde AERlUS-berekeningen (bijlage 6 bij de toelichting). 2. De bijdrage aan duurzaamheid en innovatie. Het initiatief draagt aantoonbaar bij aan het verduurzamen van de landbouw, mobiliteit, bouw en industrie. Hieraan wordt voldaan; met het project wordt onder meer aantoonbaar bijgedragen aan de verduurzaming bedrijventerreinen in 't Harde en vervanging van het bestaande sterk verouderde schakelstation aan de Bovenweg te 't Harde. Nadat de nieuwbouw van het transformatorstation 't Harde is gerealiseerd kan er een toekomstbestendig 20 kV net worden aangelegd in de regio Noord Veluwe. 3. Passend bij de Gelderse omgevingsvisie. De pijlers onder een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland zijn energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch vestigingsklimaat en woon-en leefklimaat. Het initiatief moet duidelijk maken dat het hier een bijdrage aan levert. Hieraan wordt voldaan; het betreft een noodzakelijk project in het kader van de energietransitie. 4.
Uitvoeringszekerheid van het initiatief. De provincie wil geen stikstofruimte reserveren voor een initiatief dat mogelijk niet of pas over vele jaren doorgaat. Hieraan wordt voldaan; de nieuwbouw van het transformatorstation 't Harde is urgent en de uitvoering is gepland in oktober 2024. 5. De toe te kennen ruimte bedraagt nooit meer dan 2 mol stikstof per hectare per jaar. Hieraan wordt voldaan; de depositie is zowel cumulatief als per bouwjaar minder dan 2 mol/ha. Wijziging lopende aanvraag verzoek stikstofruimte Sinds het verzoek om stikstofruimte op 21 september 2023 is ingediend, is het Aeriusmodel aangepast op 5 oktober 2023 en nogmaals op 6 november 2023. Met de eerste wijziging op 5 oktober jl. was rekening gehouden door lopende de aanvraag de nieuwste berekeningen aan te leveren. Op basis daarvan was de depositie 0,16 mol/ha/jr. Op 3 november 2023 heeft het RIVM het nieuwsbericht uitgebracht dat ze hebben geconstateerd dat er een fout in het aeriusmodel van 5 oktober jl. zat. Dit heeft tot gevolg dat de stikstofberekeningen die voor de aanvraag zijn gedaan opnieuw zijn gedaan en nu op een depositie van 0,18 mol/ha/jr komen (berekening van april 2024). Deze gewijzigde gegevens zijn opnieuw lopende de aanvraag bij de provincie Gelderland ingediend zodat er om 0,18 mol/ha/jr voor 2024 aan stikstofruimte wordt ver-
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
18/29
Omgevingsaspecten
zocht. Ook met deze (beperkte) wijziging, wordt nog steeds voldaan aan de criteria uit de provinciale beleidsregels en wordt aangenomen dat de provincie aan het verzoek tegemoet zal komen en de stikstofruimte verkregen wordt. Daarmee is aannemelijk dat voordat de activiteiten worden uitgevoerd ook de benodigde vergunning verkregen zal worden. 4.5.2.2 Soortenbescherming Uit de quickscan is naar voren gekomen dat er geen vervolgonderzoek nodig is naar de aanwezigheid van beschermde planten- of dieren. Wel gelden er vanuit de zorgplicht aandachtspunten voor de uitvoering van de werkzaamheden. Algemene broedvogels De struiken aan de noordzijde van de onderzoekslocatie kunnen nestgelegenheid bieden aan broedvogelsoorten zoals merel, roodborst en zwartkop. De nesten van deze soorten zijn alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient te worden voorkomen dat er verstoring plaatsvindt van broednesten. Dit kan door te werken buiten het broedseizoen. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.
Indien binnen het broedseizoen gewerkt wordt, dient voorafgaan aan de werkzaamheden een broedvogelinspectie uitgevoerd te worden door een ter zake kundige. Algemene zoogdieren Ten aanzien van de incidenteel te verwachten algemene grondgebonden algemene zoogdieren en amfibieën geldt een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ingrepen, waardoor geen ontheffing hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Aanwezige dieren moet de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen. 4.5.3 Conclusie Er zijn geen effecten op beschermde soorten. Uit de bureaustudie en biotooptoets komt naar voren dat er geen vervolgonderzoek nodig is. Ook is er geen direct effect op beschermde natuurgebieden. Uit onderzoek blijkt wel dat er vanwege stikstofdepositie tijdens de aanleg tijdelijke negatieve effecten zijn op Natura2000 gebied de Veluwe, ondanks het zoveel mogelijk beperken van de uitstoot. Door gebruik te maken van extern salderen middels de Gelderse Stikstofbank vindt er geen toename meer plaats van stikstofdepositie en zijn (significant) negatieve effecten op Natura 2000-gebieden uit te sluiten.
De benodigde vergunningplicht voor de realisatie van het project wordt aangevraagd door de initiatiefnemer Liander. Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.6
Verkeer en parkeren
4.6.1 Verkeersafwikkeling Het plangebied ligt aan de Koekoeksweg op het bedrijventerrein ’t Harde. De bestaande aansluiting op de weg zal worden benut voor de ontsluiting van het terrein. Het transformatorstation is onbemand. Er komen alleen af en toe medewerkers in verband met controle en onderhoud (enkele keren per maand). Dit heeft geen gevolgen voor de verkeerssituatie. 4.6.2 Parkeren Op het terrein is voldoende ruimte voor het parkeren bij onderhoudswerkzaamheden. Het plan leidt niet tot een wijziging in de verkeersaantrekkende werking of in de parkeerbehoefte. Er is geen onderzoek nodig.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
19/29
Omgevingsaspecten
In de parkeernota is per functie beschreven wat de parkeernorm is. Een transformatorstation is geen functie die specifiek is benoemd. Van de beschreven functies sluit een arbeids- en bezoekersextensief bedrijf het meest aan. Hier geldt een parkeernorm voor van 1,1 per 100 m2 bvo. Het gebouw van het transformatorstation zal ongeveer 240 m2 bvo worden (exclusief de transformatorruimten). Dit komt neer op een norm van 3 parkeerplaatsen (naar boven afgerond). Op het terrein wordt hiervoor voldoende ruimte gereserveerd. 4.6.3 Conclusie Het transformatorstation is onbemand en leidt niet tot een toename aan verkeersbewegingen. De bestaande wegenstructuur is geschikt voor het ontsluiten van het plangebied. Op het terrein komt voldoende ruimte om te voldoen aan de parkeernormen. Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.7
Bedrijven en Milieuzonering
4.7.1 Inleiding De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van de leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk en gemengd gebied. Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven.
Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot een omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Milieucategorie 1 2
Richtafstand (rustige woonwijk 10 m 30 m
Richtafstand (gemengd gebied 0m 10 m
3.1 3.2
50 m 100 m
30 m 50 m
4.1 200 m 100 m 4.2 300 m 200 m Tabel 1: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
In de VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering is een stappenplan omschreven voor de toetsing van het aspect geluid. Hieronder zijn de stappen beschreven. Stap 1 Indien de richtafstand voor de gewenste bedrijfscategorie voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven en is het plan inpasbaar geacht.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
20/29
Omgevingsaspecten
Stap 2 Indien 'stap 1' niet toereikend is, is het nodig om de geluidbelasting te berekenen. Hiervoor gelden de volgende grenswaarden: • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'rustige woonwijk' van maximaal: o 45 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 65 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). • Bij een geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in gebiedstype 'gemengd gebied' van maximaal: o 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (etmaalwaarde). o 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden, etmaalwaarde). o 50 dB(A) ten gevolge van verkeersaantrekkende werking (etmaalwaarde). Stap 3 en 4 Indien 'stap 2' niet toereikend is, is in de VNG-uitgave nog een stap 3 en zelfs een stap 4 beschreven. In voorliggend rapport wordt hier vooralsnog niet verder op ingegaan. 4.7.2 Betekenis voor het plan Het plangebied ligt op een bedrijventerrein met bedrijven, kantoren en bedrijfswoningen, gelegen aan een drukke provinciale weg. Voor het bestemmingsplan is uitgegaan van het omgevingstype ‘gemengd gebied’. De dichtstbijzijnde woning is de bedrijfswoning van derden aan de Koekoeksweg 2B op ca. 18 meter van de grens van het plangebied (zie afbeelding 10).
afbeelding 10: afstand tot dichtstbijzijnde woning rond het nieuwe transformatorstation
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
21/29
Omgevingsaspecten
Tabel 2: milieucategorie van een elektriciteitsdistributiebedrijf (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)
Het transformatorstation zal bestaan uit twee transformatoren, waardoor het totaal opgesteld vermogen in de toekomstige situatie 40 MVA zal zijn. Daarmee valt het transformatorstation in milieucategorie 3.1 (elektriciteitsdistributiebedrijven met een transformatorvermogen van 10 t/m 100 MVA) (zie Tabel 2). Voor milieucategorie 3.1 geldt een indicatieve afstand van 30 m in het omgevingstype ‘gemengd gebied’. De bedrijfswoning (van derden) is gelegen binnen deze richtafstand van 30 meter. De aspecten geluidhinder en gevaar zijn bepalend voor de toetsing van de inpasbaarheid. In onderstaande paragrafen zijn de aspecten ‘geluid’ (par. Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.) en ‘gevaar’ (par. 4.7.2.2) beoordeeld voor de woning in de richtafstand. 4.7.2.1 Beoordeling geluidhinder - akoestisch onderzoek Omdat niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit stap 1, is stap 2 uitgevoerd. In stap 2 worden de optredende geluidniveaus op de gevel van de (bedrijfs)woningen getoetst aan 50 dB(A) etmaalwaarde (50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avond en 40 dB(A) in de nacht) uitgaande van omgevingstype 'gemengd gebied'. Voor de beoordeling van de geluidbelastingen op de omgeving is door Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd (‘Liander Regelstation Koekoek, ’t Harde’, Peutz, 10 augustus 2023, kenmerk F22549-2-RA-002). Het rapport is opgenomen als bijlage 8.
Uit het onderzoek blijkt dat ter plaatse van de meest nabij gelegen (bedrijfs)woning een etmaalwaarde van 50 dB(A) is berekend (incl. toeslag voor het tonale karakter van het geluid). Bij alle overige (bedrijfs)woningen op het bedrijventerrein zijn lagere geluidniveaus berekend. Ter plaatse van de woningen die buiten het bedrijventerrein zijn gelegen, zijn overal etmaalwaarden ≤ 45 dB(A) berekend. Vastgesteld wordt dat hiermee overal wordt voldaan aan de richtwaarde volgens stap 2 van de VNG-richtlijn 'Bedrijven en milieuzonering' (50 dB(A) voor omgevingstype 'gemengd gebied'). Daarom kan worden gesteld dat ook na realisatie van het regelstation nog steeds sprake zal zijn van een goed woon- en leefklimaat. Verder kan worden vastgesteld dat ruimschoots wordt voldaan aan de toepasselijke grenswaarden op basis van het Activiteitenbesluit (55, 50 ,45 dB(A) op de gevel van (bedrijfs)woningen gesitueerd op het bedrijventerrein gedurende respectievelijk de dag, de avond en de nacht, en 50, 45 ,40 dB(A) op de gevel van woningen gesitueerd buiten het bedrijventerrein gedurende respectievelijk de dag, de avond en de nacht). 4.7.2.2 Beoordeling aspect gevaar In paragraaf 4.7.2 is aangegeven dat er ook een hinderafstand vanwege gevaar is bij een elektriciteitsdistributiebedrijf. Deze afstand bedraagt volgens de VNG-richtlijn 30 meter.
De nabijgelegen bedrijfswoning staat op 18 meter van de plangrens. Daarom is ook het aspect gevaar beoordeeld. Het gevaar dat op een transformatorstation eventueel kan optreden is bij een mogelijke storing. Storingen ontstaan wanneer er in een transformator kortsluiting ontstaat. Van de vijfhonderd transformatoren in het net van Liander is er per jaar ongeveer één waar een storing optreedt. Door de keten van opeenvolgende veiligheidsmechanismen schakelt de transformator meteen
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
22/29
Omgevingsaspecten
uit. Eens per tien jaar komt het voor dat een transformator een dusdanige storing heeft dat hij zichtbaar kapot is. Zo’n destructieve storing is in de directe omgeving van de transformator te horen. De klap is het gevolg van de stalen behuizing die wordt ontzet. De behuizing is zo ontworpen dat hij gecontroleerd scheurt en niet uit elkaar barst. Het is niet mogelijk dat bij een destructieve storing stukken metaal of olie buiten de transformatorruimte terecht komen. De transformatoren zijn afgeschermd door de wanden van de transformatorruimten. En de olie die in dat geval uit de gescheurde behuizing loopt, wordt veilig opgevangen in de lekbak onder de transformator. Deze storing is wel hoorbaar, maar er is geen gevaar voor de omgeving. Op basis van bovenstaand is te concluderen dat er geen sprake is van een gevaar voor de omgeving. De ontwikkeling is inpasbaar. 4.7.3 Conclusie Vanuit milieuzonering is er geen belemmering ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied.
4.8
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het juridische kader voor het Nederlandse geluidsbeleid en bevat een stelsel van bepalingen ter voorkoming en bestrijding van geluidhinder door onder meer wegverkeer, spoorwegverkeer en industrie. Het bestemmingsplan maakt geen ‘grote lawaaimaker’ 1 mogelijk en zal dan ook geen geluidzone bevatten. Dit is pas het geval als er sprake is van een transformatorstation met een gelijktijdig in te schakelen vermogen van 200 MVA in de buitenlucht. Een nutsvoorziening is geen geluidgevoelige functie. Er is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai nodig. Vanuit de Wet geluidhinder is geen onderzoek naar wegverkeerslawaai of industrielawaai nodig en volstaat de milieuzonering die in paragraaf 4.7 is beschreven.
4.9
Magneetvelden
4.9.1 Achtergrond Voor de blootstelling, kortdurend of langdurend, aan magnetische velden zijn in Nederland geen wettelijke grenswaarden vastgesteld. Voor onder andere transformatorstations heeft de Europese Unie (EU) een richtwaarde voor maximale blootstelling van 100 microtesla geadviseerd. Nederland heeft deze richtwaarde overgenomen. De richtwaarde houdt in dat burgers in de openbare ruimte niet blootgesteld mogen worden aan magneetvelden ten gevolge van de elektriciteitsvoorziening van meer dan 100 microtesla. 4.9.2 Betekenis voor het plan Liander zorgt dat alle installaties die het in beheer heeft hieraan voldoen en dat burgers niet worden blootgesteld aan magnetische velden van meer dan 100 microtesla. De 100 microteslacontour ligt in de regel direct rond de transformatoren en er is geen kans dat deze buiten de stationsgrens komt. En gelet op eerder uitgevoerde berekeningen van vergelijkbare transformatorstations kan worden gesteld dat er geen kans bestaat dat de 100 microteslacontour buiten de stationsgrens komt.
4.10
Luchtkwaliteit
4.10.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke 1
Inrichtingen zoals genoemd in onderdeel D van bijlage 1 van het Besluit omgevingsrecht.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
23/29
Omgevingsaspecten
stoffen zijn stikstofdioxide en fijnstof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Zo is bijvoorbeeld een kantoorlocatie met een bruto vloeroppervlakte van niet meer dan 100.000 m2 en één ontsluitingsweg danwel niet meer dan 200.000 m2 en twee ontsluitingswegen een van deze categorieën. 4.10.2 Conclusie Zoals in paragraaf 4.6 is beschreven is het transformatorstation onbemand. Er komen alleen af en toe medewerkers in verband met controle en onderhoud (enkele keren per maand). Het bestemmingsplan leidt zodoende niet tot een toename aan verkeersbewegingen. Het project draagt zodoende “niet in betekenende mate” bij en er is geen luchtkwaliteitsonderzoek nodig. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoering van het plan.
4.11
Externe veiligheid
4.11.1 Kader Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt.
Groepsrisico Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 4.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is de risicokaart geraadpleegd (www.risicokaart.nl). Aan de Industrieweg is een gasontvangststation gevestigd (op 180 m afstand) en langs de Bovenweg loopt een buisleiding van Gasunie (op ruim 200 m afstand). Verder zijn geen risicobronnen in de directe nabijheid aanwezig die relevant zijn. Het plangebied ligt niet in een plaatsgebonden risicocontour. Het bestemmingsplan maakt een transformatorstation mogelijk. Een transformatorstation is geen kwetsbaar object en ook geen inrichting die valt onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. Het station is onbemand, er komt sporadisch personeel is voor controle en onderhoud.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
24/29
Omgevingsaspecten
Er verblijven geen mensen voor langere duur. Er is geen sprake van een wijziging in het groepsrisico door het bestemmingsplan. Daarom is geen verdere toetsing uitgevoerd.
afbeelding 11: uitsnede risicokaart met risicobronnen in de omgeving (bron: nederland.risicokaart.nl)
4.11.3 Conclusie Geconcludeerd kan worden dat vanuit het aspect externe veiligheid geen belemmeringen bestaan ten aanzien van het bestemmingsplan.
4.12
Besluit milieueffectrapportage
4.12.1 Wettelijk kader Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling ook wel vergewisplicht genoemd. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling gelden twee voorwaarden: • het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. • de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de D-lijst). 4.12.2 Betekenis voor het plan De realisatie van een transformatorstation is geen activiteit die is genoemd in de C of D-lijsten van het Besluit m.e.r.. Er is geen (vormvrije) m.e.r.-beoordeling voor het plan nodig. Desondanks is door de initiatiefnemer alsnog een vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het plan uitgevoerd (‘Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, DNS Planvorming, 9 augustus 2023). Het rapport is opgenomen als bijlage 9. 4.12.3 Conclusie Uit de uitgevoerde vormvrije m.e.r. beoordeling volgt dat het plangebied niet gelegen is binnen een kwetsbaar of waardevol gebied en ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen heeft voor de omgeving. Er is geen volledige m.e.r.-procedure noodzakelijk.
Bestemmingsplan Transformatorstation Koekoeksweg ‘t Harde, Vastgesteld
25/29
Toelichting op de regels
5
Toelichting op de regels
5.1
Algemeen
De Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.