Agendabundel
Tekst van het document
Bundel - Beeldvorming van 21 november 2022
1 2 3
4
4.1
Opening Vaststellen agenda Rondvraag Vragen voor de rondvraag dienen uiterlijk op de dag van de bijeenkomst om 9.00 uur in uitgeschreven vorm door de griffie te zijn ontvangen. Vragen die later binnen komen kunnen niet beantwoord worden. Het college zal de vragen uiteraard beantwoorden. Het is niet de bedoeling dat de vragen tijdens deze bijeenkomst leiden tot een debat of tot moties. BESPREEKSTUKKEN De bedoeling van de bespreekstukken is dat de raadsleden een goed beeld krijgen van de voorstellen van het college. Daarvoor kennen we het volgende proces. Ambtenaar leidt het onderwerp kort in en geeft daarbij aan welke politieke keuzes voorliggen. Raadsleden kunnen vragen van feitelijk aard stellen aan de ambtenaren. Iedere fractie kan in beginsel twee vragen stellen. De wethouder kan waar nodig de beantwoording aanvullen. Vragen stellen aan insprekers. Iedere fractie kan in beginsel 2 vragen stellen aan de insprekers De wethouder kan waar nodig reageren. Aan het eind van de bespreking krijgt de inspreker een laatste gelegenheid om het woord te voeren. Benoeming en beëdiging nieuwe voorzitter Rekenkamercommissie Raadsvoorstel benoeming voorzitter Rekenkamercommissie.docx Raadsbesluit benoeming voorzitter Rekenkamercommissie.docx
4.2
Benoeming bestuurder Goorcommissie Raadsvoorstel benoeming bestuurslid Goorcommissie.docx Raadsbesluit benoeming bestuurslid Goorcommissie.docx
4.3
Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg Lyda Sneevliet Zaaknummer 271166 Dossier 1843 voorblad Raadsvoorstel uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie.docx 2022 10 06 tekst uitvoeringsparagraaf omgevingsvisie Elburg.docx technische vraag fractie CDA en antwoord.pdf
4.4
3e Wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg Portefeuillehouder: ir. J.N. Roozendaal Zaaknummer Djuma: 266984 Dossier 1820 voorblad Raadsvoorstel 3e wijziging APV Raadsbesluit 3e wijziging APV dl A dropformat Raadsbesluit 3e wijziging APV dl B dropformat technische vraag fractie CDA.pdf
4.5
Privacyverordening en aanwijzingsbesluit Functionaris Gegevensbescherming Er zijn een tweetal Raadsvoorstellen bij dit agendapunt gevoegd, omdat die met elkaar zijn verbonden. Eén voorstel is vanuit het college, de wijziging van de Organisatieverordening vanuit het Presidium. Dossier 1872 voorblad 1 Raadsvoorstel__Privacyverordening en aanwijzingsbesluit FG Privacyverordening gemeente Elburg Aanwijzingsbesluit FG Wijziging Organisatieverordening 2020_.docx 2 Raadsvoorstel wijziging Organisatieverordening FG.docx
4.6
Belastingverordeningen 2023 De belastingverordeningen voor 2023 vast te stellen conform de concepten. Dossier 1866 voorblad
03. Verordening_onroerendezaakbelastingen_2023.docx 04. Verordening_reinigingsrechten_2023.docx 05. Verordening_rioolheffing_2023.docx 06. Verordening_afvalstoffenheffing_2023.docx 07. Verordening_precariobelasting_2023.docx 08. Verordening_forensenbelasting_2023.docx 09. Verordening_reclamebelasting_2023.docx 10. Verordening_toeristenbelasting_2023.docx 11. Verordening_watertoeristenbelasting_2023.docx 12. Verordening_marktgelden_2023.docx 13. Verordening_haven- en kadegelden_2023.docx 14. Verordening_lijkbezorgingsrechten_2023.docx 15. Verordening_leges_2023 DEF 1.0.docx Kaart Haven- en kadegelden 2023.pdf Kaart Verordening reclamebelasting 2023.pdf Kaart Verordening reinigingsrechten 2023.pdf 02. Raadsvoorstel belastingverordeningen 2023 4.7
Vaststelling controleprotocol 2022 en normenkader Dossier 1558 voorblad Controleprotocol 2022 Raadsvoorstel controleprotocol 2022 Raadsbesluit controleprotocol 2022.docx
4.8
Rechtmatigheidsverantwoording 2023 (vaststelling grenzen en aanpassing verordeningen) Dossier 1767 voorblad Raadsvoorstel wijziging financiële en controleverordening t.b.v rechtmatigheidsverantwoording raadsbesluit wijziging controleverordening gemeente Elburg 2015 raadsbesluit wijziging financiële verordening gemeente elburg 2019 Bijlage 1 Modelverantwoording rechtmatigheid Bijlage 2 Doorgroei naar de ICS.docx
5
Sluiting
4.1 Benoeming en beëdiging nieuwe voorzitter Rekenkamercommissie 1 Raadsvoorstel benoeming voorzitter Rekenkamercommissie.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Benoeming voorzitter Rekenkamercommissie
Behandelaar:
Griffier
Datum Portefeuillehouder
9 november 2022 Burgemeester Rozendaal
Emailadres Zaaknummer:
Diane.Kassing@elburg.nl nvt
Onderwerp Benoeming voorzitter rekenkamercommissie
Te nemen besluit: 1.
De heer H.W.P. (Peter) Niemeijer met ingang van 1 januari 2023 te benoemen als voorzitter van de rekenkamercommissie Elburg voor de duur van vier jaar.
Inleiding De rekenkamercommissies van de gemeenten Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten werken samen: de samenstelling van de commissies is gelijk en de onderzoeken worden zo veel mogelijk gezamenlijk gedaan. De rekenkamercommissies worden ondersteund door een ambtelijk secretaris. Voor de gemeente Elburg is dat de griffier. Hoewel het vijf afzonderlijke rekenkamercommissies zijn, wordt in de praktijk vaak gesproken over 'de rekenkamercommissie'. De rekenkamercommissie bestaat uit drie externe leden: een voorzitter en 2 leden. De raad benoemt de leden van de rekenkamercommissie voor een periode van vier jaar (artikel 3 Verordening rekenkamercommissie). Sinds 1 juni 2014 was de heer R. de Vries lid van de rekenkamercommissie en sinds 1 juni 2016 vervulde hij de voorzittersfunctie. Per 1 juni 2022 verliep zijn zittingstermijn en op grond van de verordening was verlenging niet mogelijk. Begin 2022 is een sollicitatieprocedure gestart, maar dit resulteerde niet in een benoembare kandidaat. Daarom is in september 2022 de vacature opnieuw opengesteld. Beoogd effect Een rekenkamercommissie op volle sterkte die de raad ondersteunt bij zijn kaderstellende en controlerende taak (conform artikel 81a t/m 81k van de Gemeentewet). Argumenten 1.1 De voordracht van de heer Niemeijer komt voort uit een zorgvuldige sollicitatieprocedure. De selectiecommissie bestond uit de heer H.A.
Lambooij (burgemeester van Putten), de heer M. Tamse (lid van de rekenkamercommissie), mevrouw Ö. Durmus (lid van de rekenkamercommissie), de heer A. van Dijk (raadslid gemeente Elburg) en mevrouw E.G. van Drie-Timmer (secretaris van de rekenkamercommissie Putten). De sollicitatiecommissie heeft drie kandidaten gesproken. In de selectie is gekeken naar specialistische kennis, kennis en ervaring op het politiek-bestuurlijke vlak en onderzoekservaring. De selectiecommissie draagt de heer Niemeijer voor ter benoeming als voorzitter van de rekenkamercommissie.
2
1.2 Dit voorstel wordt in alle deelnemende gemeenten voorgelegd. De werving en selectie van de voorzitter is in samenspraak met de secretarissen van de rekenkamercommissies Putten, Hattem, Nunspeet en Oldebroek georganiseerd. De geselecteerde kandidaat wordt in deze gemeenten ook voor benoeming voorgedragen. Hierdoor kan ook in de toekomst gebruik worden gemaakt van een gezamenlijke rekenkamercommissie. Kanttekeningen Nvt Financiën Nvt
Uitvoering Volgens artikel 4 van de Verordening rekenkamercommissie leggen externe leden - voordat zij hun functie kunnen uitoefenen - tijdens de raadsvergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik)" Dat verklaar en beloof ik!»)
Elburg, 19 december 2022 Het presidium, De burgemeester,
de griffier en secretaris rekenkamercommissie,
Ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 Raadsbesluit benoeming voorzitter Rekenkamercommissie.docx
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het Presidium en gelet op het bepaalde in artikel 3 en 4 van de Verordening op de rekenkamercommissie gemeente Elburg;
b e s l u i t : 1. De heer H.W.P. (Peter) Niemeijer met ingang van 1 januari 2023 te benoemen als voorzitter van de rekenkamercommissie Elburg voor de duur van vier jaar.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 19 december 2022
de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
4.2 Benoeming bestuurder Goorcommissie 1 Raadsvoorstel benoeming bestuurslid Goorcommissie.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Bestuurslid Goorcommissie
Behandelaar:
Griffier
Datum Portefeuillehouder
10 november 2022 Burgemeester Rozendaal
Emailadres Zaaknummer:
Diane.Kassing@elburg.nl nvt
Onderwerp Vacature Goorcommissie
Te nemen besluit: De heer W. van Norel wonende te Elburg te benoemen als bestuurslid van het Goor voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026. Inleiding Het Goor is een gemeenschappelijke weide, gelegen tussen Doornspijk en Elburg. Deze grond werd in 1336 door Graaf Reinoud II van Gelre aan de poorters en grondeigenaren te Elburg in eeuwigdurende erfpacht gegeven. Het – onverdeelde – eigendom berust op dit moment bij 11 eigenaren, die samen de Algemene Vergadering van Gooreigenaren vormen. De gemeente Elburg is één van de eigenaren; andere eigenaren zijn onder meer het Couragefonds, de Stichting Vicarieën, het Schipluidenfonds en de Stichting Het Feithenhof. Ook zijn er particulieren die een eigendomsaandeel in Het Goor hebben. Het Goor wordt heden ten dage beheerd door de Goorcommissie. De werkzaamheden van de Goorcommissie bestaan uit het beheren van de weidegrond, het verpachten aan diverse landbouwers/veehouders, het innen van de pachtgelden en het daarvan uitbetalen aan de grondeigenaren. De Goorcommissie bestaat uit vijf leden. De burgemeester van Elburg is als zodanig lid en voorzitter van het bestuur. De overige vier leden van het bestuur worden benoemd door de gemeenteraad, waarvan: a. twee uit of buiten de raad, en b.
twee uit de mede-eigenaren van Het Goor, de zogenaamde Gooreigenaren, zulks uit een voordracht van twee kandidaten voor elke vacature, opgemaakt door het zittende bestuur (de Goorcommissie). Deze vier bestuurders worden benoemd voor een periode van vier jaar. Jaarlijks op 31 december treedt steeds één van deze vier bestuurders af. Herbenoeming is toegestaan. Op 31 december 2022 loopt voor de heer Van Norel de vierjarige periode als bestuurslid van het Goor af. Hij is tevens secretaris van de commissie. De andere kandidaat van de voordracht is de heer H. Magré. Uit de omstandigheid dat de heer Van Norel opnieuw wordt voorgedragen, blijkt dat hij de afgelopen periode goed heeft gefunctioneerd en dat de Goorcommissie graag ziet dat de heer Van Norel wordt herbenoemd voor een nieuwe bestuursperiode. Er is geen aanleiding om dit niet te honoreren. Om die
2
reden wordt voorgesteld de heer Van Norel te benoemen als bestuurslid van het Goor voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026. Beoogd effect Het borgen van de continuïteit van de werkzaamheden van het Goor. Argumenten Door een bestuurslid te benoemen wordt de vacature in het bestuur (de Goorcommissie) vervuld. Communicatie/burgerparticipatie De secretaris van de Goorcommissie wordt na besluitvorming geïnformeerd over de benoeming van het bestuurslid. Bijlage(n) Brief van de Goorcommissie met het verzoek aan de gemeenteraad om een bestuurslid te benoemen uit de aangedragen kandidaten.
Elburg, 19 december 2022 Het presidium, De burgemeester,
de griffier,
Ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
1 Raadsbesluit benoeming bestuurslid Goorcommissie.docx
De raad der gemeente Elburg; gelezen het voorstel van het Presidium van 10 november 2022 b e s l u i t : dhr. W. van Norel wonende te Elburg te benoemen als bestuurslid van de Goorcommissie voor de periode van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2026.
Aldus besloten door de raad der gemeente Elburg in zijn vergadering van 19 december 2022 de voorzitter,
de griffier,
ir. J.N. Rozendaal
mr. D.H.A.A. Kassing
4.3 Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg 1 Dossier 1843 voorblad.pdf
Beeldvorming Dossiernummer
1843
Extern Zaak ID
0230271166
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
21 november 2022
Agendapunt
4.3
Titel
Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg
Organisatieonderdeel
Domein Ruimte
Eigenaar
Weessies, Walter
Bijlagen Raadsvoorstel uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie.docx 2022 10 06 tekst uitvoeringsparagraaf omgevingsvisie Elburg.docx technische vraag fractie CDA en antwoord.pdf Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
21 november 2022
Toelichting Lyda Sneevliet Zaaknummer 271166 Voorgesteld besluit
Besluit Kan door naar Oordeelsvormende vergadering.
1 Raadsvoorstel uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie.docx
Raadsvoorstel
Onderwerp
Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie
Behandelaar:
Weessies
Datum Portefeuillehouder
18 oktober 2022 Lyda Sneevliet
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen
walter.weessies@elburg.nl 271166 Tekst uitvoeringsparagraaf
Te nemen besluit: 1.
De uitvoeringsparagraaf toe te voegen aan Omgevingsvisie Elburg.
Inleiding Zoals u weet wordt naar verwachting per 1 januari 2023 de Omgevingswet van kracht. Begin november beslist de Eerste Kamer of de inwerkingtreding op 1 januari 2023 definitief gaat plaatsvinden. Op 30 januari 2019 heeft de raad de Omgevingsvisie Elburg 2018 vastgesteld. Doordat de Omgevingswet nog niet van kracht is geldt deze Omgevingsvisie nu als formele structuurvisie conform de Wet ruimtelijke ordening. Zodra de Omgevingswet van kracht wordt geldt deze Omgevingsvisie als formele Omgevingsvisie conform de Omgevingswet. Het is van belang dat er in deze Omgevingsvisie een financiële paragraaf wordt toegevoegd op het gebied van kostenverhaal. Beoogd effect Dat uw raad instemt met het toevoegen van de uitvoeringspargraaf om een basis te hebben op het gebied van het gebied-overstijgende kostenverhaal. Argumenten 1.1. Om een juridisch basis te hebben op het gebied van kostenverhaal betreffende zogenaamde gebied-overstijgende kosten is het van belang deze financiële paragraaf op te nemen in de Omgevingsvisie. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet verandert er ook het een en ander met betrekking tot het kostenverhaal zoals die nu werkt onder de Wet ruimtelijke ordening. Het kostenverhaal onder de Wet ruimtelijke ordening vindt nu plaats of privaatrechtelijk of publiekrechtelijk.
Kort gezegd is het zo als de gemeente het betreffende exploitatiegebied in eigendom heeft kunnen de kosten worden verhaald door de verkoop van de bouwrijpe grond of als de gemeente het gebied niet (volledig) in eigendom heeft, door het sluiten van een overeenkomst met de betreffende eigenaar. Alle kosten die de gemeente dan maakt voor het plan kunnen in principe met zo’n privaatrechtelijke overeenkomst worden neergelegd bij deze eigenaar. Lukt dit dan is het kostenverhaal anderszins verzekerd en is publiekrechtelijk kostenverhaal niet nodig. Lukt het niet om een dergelijke overeenkomst te sluiten met de eigenaar maar er zijn ruimtelijk gezien geen bezwaren tegen de planontwikkeling, dan kan de gemeente de kosten publiekrechtelijk verhalen. Onder de werking van de Wet ruimtelijke ordening kan dat nu door gelijktijdig met het bestemmingsplan een zogenaamd exploitatieplan vast te stellen. Dit exploitatieplan staat net als een bestemmingsplan open voor bezwaar of beroep. Bij de omgevingsvergunning is het dan verplicht om een exploitatiebijdrage te betalen zoals berekend in dit exploitatieplan.
2
Als de Omgevingswet in werking treedt geldt dit hoofdprincipe dat zowel privaatrechtelijk als publiekrechtelijk kosten kunnen worden verhaald nog steeds. Het exploitatieplan is dan niet meer een zogenaamd zelfstandige planfiguur maar het kostenverhaal is dan opgenomen in een zogenaamde kostenverhaalsregel in het omgevingsplan. Het verhalen van kosten vindt dan plaats via deze kostenverhaalsregel voor een kostenverhaalsgebied in het Omgevingsplan. Degene die wil bouwen heeft dan een beschikking nodig om te kunnen bouwen en deze wordt pas afgegeven als de exploitatiebijdrage is betaald. Uiteraard zal eerst worden getracht om een overeenkomst voor kostenverhaal te sluiten en als dit lukt dan is een kostenverhaalsregel in het omgevingsplan dus niet nodig. Dan is het kostenverhaal immers anderszins verzekerd. Tot zover gaat het over kosten die een directe relatie hebben met het plangebied. Deze kosten kunnen op grond van de zogenaamde PPT criteria worden verhaald. De eerste P staat voor proportionaliteit. Dat wil zeggen dat een maatregel voor een verdedigbaar percentage aan het gebied kan worden toegerekend. Bijvoorbeeld de aanleg van een weg ter directe ontsluiting van de bouwterreinen kan voor 100% worden verhaald op het gebied maar een ontsluitingsweg welke dienstdoet voor meerdere wijken kan maar voor een evenredig deel worden verhaald op het betreffende plangebied.
Het criterium Profijt betekent dat de wijk ook echt gebaat moet zijn bij de betreffende maatregel. Bijvoorbeeld een groen parkje in het gebied heeft een meerwaarde voor de rondom gelegen woningen maar een groter park verderop is meer een algemene voorziening voor een groter woongebied waarbij geen sprake is van een meerwaarde. Het criterium toerekenbaar vloeit eigenlijk voort uit het feit dat als het bedrag proportioneel is en het profijt duidelijk is het betreffende bedrag dus toerekenbaar. Voor deze gebiedseigenkosten is geen juridische basis nodig in het Omgevingsplan. Er kan sprake zijn van gebieds-eigen (zie hierboven) maar ook van gebieds-overstijgende kosten. Onder de Omgevingswet worden deze gebieds-overstijgende kosten financiële bijdragen aan ontwikkeling van gebieden genoemd. Deze zijn onder de Wet ruimtelijke ordening alleen maar vrijwillig te verhalen. Onder de Omgevingswet is het straks mogelijk om deze bijdragen af te dwingen mits er maar een juridische basis is gelegd in de omgevingsvisie. Vandaar dit voorstel om bijgaande Uitvoeringspargraaf in de Omgevingsvisie Elburg op te nemen. Kort gezegd komt het erop neer dat we dan ook gebiedsoverstijgende kosten kunnen verhalen op gebieden die daar baat bij hebben.
Er is nu nog niet concreet bekend voor welke locaties we de komende jaren investering gaan plegen (zogenaamde kostenvragers) welke investeringen deels kunnen worden verhaal op gebieden die daar baat bij hebben (de zogenaamde kostendragers). Ook deze kosten-dragende gebieden zijn nog niet allemaal voldoende hard. De kosten-dragende gebieden waarover voldoende zekerheid is worden genoemd in bijgaande uitvoeringspargraaf. De kosten-vragende gebieden waarvoor een bijdrage kan worden gevraagd zijn ook nog niet voldoende bekend in Elburg. In algemene zin dat 1) Infrastructurele voorzieningen, 2) Mobiliteitsvoorzieningen, 3) Voorzieningen voor verbeteren natuur landschap en ecologie, 4) sociale woningbouw, 5) recreatieve voorzieningen en 6) sportvoorzieningen en multifunctionele accommodaties. Waarschijnlijk zullen de kosten-dragende en kosten-vragende gebieden de komende jaren concreter worden en zal er ook duidelijkheid komen over de hoogte van de investeringen. De omgevingsvisie betreft dan ook een dynamisch document dat de komende jaren regelmatig zal moeten worden geactualiseerd. De financiële paragraaf zal dan ook steeds concreter worden en wellicht worden aangevuld met een Nota kostenverhaal waarin de financiële bijdragen t.z.t. worden bepaald. In de Omgevingsvisie moet er een samenhang worden beschreven tussen de kostenvragers en de kostendragers.
Doordat de gebieden nog niet bekend zijn is er gekozen om deze samenhang te bepalen door een afstand tussen de gebieden vast te leggen. Het principe is des te groter de impact van een bepaalde kosten-vragende voorziening des te groter de afstand tot de kosten-dragende voorziening. Dit loopt dan van 0,5 km voor bijvoorbeeld een voetpad (kleine impact) tot 5 km voor bijvoorbeeld een tunnel (grote impact). Voor wat betreft de kostenvrager sociale woningbouw is de samenhang niet middels een afstand beschreven maar is beschreven; als het percentage gewenste sociale woningenbouw vanwege verdedigbare redenen op een bepaald gebied niet mogelijk of wenselijk is er een bijdrage kan worden gevraagd voor een gebied waar deze gewenste sociale woningbouw wordt gecompenseerd om toch per saldo voldoende sociale woningbouw te realiseren.
3
De tekst is opgesteld in overleg met en door het specialistisch advies Bureau Metafoor. Aangezien het per 1 januari 2023 van belang is om in ieder geval een “kapstok” te hebben in de Omgevingsvisie mocht zich de komende periode iets voordoen op het gebied van bijdragen aan ontwikkeling van gebieden.
Kanttekeningen 1.1.
Zoals aangegeven betreft de bijgaande uitvoeringsparagraaf een globale beschrijving en worden hier nog geen bedragen aan gekoppeld. Er kan op dit moment nog niet concreet bepaald worden voor welke ruimtelijke ontwikkelingen welke bijdragen worden verhaald op welke gebieden. Dit zal duidelijker worden op het moment de gebieden bekend worden. Er zijn wel enkele gebieden genoemd waarbij dit naar verwachting zou kunnen spelen. Door dit nu als een soort “kapstok” op te nemen in de Omgevingsvisie is er een basis gelegd waar later op kan worden voortgeborduurd en kunnen betrokken ook zien dat de gemeente voornemens is dergelijke kosten in de toekomst te gaan verhalen. Financiën n.v.t. Communicatie/burgerparticipatie n.v.t. Vervolg Nadat uw raad heeft besloten wordt deze uitvoeringspargraaf in de Omgevingsvisie opgenomen. Bijlage(n) Bijlage 1: tekst Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg Elburg, 18 oktober 2022 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
Mw. mr. A.H. van der Maat-Bosma
1 2022 10 06 tekst uitvoeringsparagraaf omgevingsvisie Elburg.docx
Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg
Zaaknr. 271166
1. Inleiding De gemeente neemt een positie in temidden van een dynamische maatschappij. De gemeente is daarom voortdurend in ontwikkeling. Zo beschouwt de gemeente zich als initiator of ook als organisator en realisator van investeringen in de fysieke leefomgeving die een publiek belang hebben. De Omgevingswet kent een financieel hoofdstuk met twee afdelingen die van belang zijn voor de financiering van zulke investeringen. Het gaat om: 1. Afdeling 13.6 over kostenverhaal 2. Afdeling 13.7 over financiële bijdragen aan de ontwikkeling van gebieden. Voor de kosten van de investeringen die via afdeling 13.6 verhaald worden geldt een limitatieve kostensoortenlijst. Het verhalen van die kosten vindt plaats op basis van een kostenverhaalsregel voor een kostenverhaalsgebied in het omgevingsplan1 of in een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Hiervoor heeft de omgevingsvisie geen noodzakelijke juridische functie.
Voor de financiële bijdragen van afdeling 13.7 heeft de omgevingsvisie wel een noodzakelijke juridische functie. Artikel 13.22 Omgevingswet bepaalt namelijk dat deze bijdragen bedongen kunnen worden op basis van een omgevingsvisie of programma. Omdat de gemeente Elburg te maken heeft of in de toekomst te maken krijgt met investeringen in de fysieke leefomgeving die vallen onder de werking van artikel 13.22, wordt er in deze omgevingsvisie aandacht aan besteed.
2. Voor welke typen ontwikkelingen wil de gemeente financiële bijdragen verkrijgen? De investeringen in de fysieke leefomgeving hebben betrekking op de volgende typen ontwikkelingen (ook wel kostenvragers genoemd):
1. Infrastructurele voorzieningen zoals viaducten, tunnels, bruggen, aanleg of aanpassing van wegen voor auto-, fiets- en/of voetgangersverkeer. 2. Mobiliteitsvoorzieningen zoals parkeerplaatsen en vervoershubs. 3. Investeringen in verbeteringen van de waarden van natuur, landschap en ecologie. 4. Sociale woningbouw. 5. Recreatieve voorzieningen zoals parken, ontmoetingsplekken, stadslandbouw. 6. Sportvoorzieningen en multifunctionele accommodaties.
1 Het ene omgevingsplan van de gemeente kan meerdere kostenverhaalsgebieden bevatten. Namelijk telkens
wanneer het omgevingsplan voor een bepaalde (her)ontwikkellocatie wordt gewijzigd moet worden bezien of het kostenverhaal op een andere manier (d.w.z. privaatrechtelijk) verzekerd is. Als dat niet het geval is moet, bij het besluit tot wijziging van het omgevingsplan, een kostenverhaalsgebied in het omgevingsplan worden opgenomen met daaraan verbonden een kostenverhaalsregel. Het verhalen van de kosten zelf vindt dan plaats via een kostenverhaalsbeschikking die verleend wordt aan degene die (ver)bouwt. Zonder zo’n beschikking is het verboden te starten met die (ver)bouwactiviteit. Degene die wil bouwen dient zelf zo’n beschikking aan te vragen.
1
3. Welke gebiedsontwikkelingen komen in aanmerking om financieel bij te dragen? De Ow gebruikt de term bouwactiviteiten als kostendragers voor het kostenverhaal van afdeling 13.6. Het gaat dan om de activiteiten die in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit zijn genoemd.2 Die bouwactiviteiten zijn in principe ook de kostendragers voor het verkrijgen van financiële bijdragen van afdeling 13.7 Ow. Maar voor het bedingen van financiële bijdragen kent artikel 8.20 Omgevingsbesluit nog een aantal extra activiteiten die als kostendrager aangemerkt kunnen worden. Het gaat dan niet alleen over bouwen van gebouwen en bouwwerken, maar ook over sommige vormen van gebruik in gevallen waarin een nieuwe functie aan een bestaand gebouw wordt toegekend.3
De gemeente Elburg kiest ervoor al deze activiteiten aan te merken als potentiële dragers voor financiële bijdragen aan de ontwikkeling van gebieden zoals bedoeld in paragraaf 2. In grote lijnen betreft het alle locaties waar woon- en/of werkfuncties aan worden toegekend (zowel nieuwbouw als verbouw voor functiewijziging), gebouwen met een land- en/of tuinbouwfunctie, locaties waar energieopwekking kan plaatsvinden en de omzetting van recreatief wonen naar permanent wonen.
Van een aantal locaties binnen de gemeente is, bij vaststelling van de omgevingsvisie, al te verwachten dat zij hiervoor in aanmerking komen. Voor andere activiteiten geldt dat er in de toekomst sprake kan zijn van het bieden van mogelijkheden tot bebouwing, verbouwing of gebruikswijziging. In het navolgende worden de locaties benoemd waarvan nu al te vermoeden is dat die mogelijkheden geboden gaan worden. Niet benoemd worden de 2 Bouwactiviteiten waarvan kosten worden verhaald als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, aanhef, van de wet,
zijn: a. de bouw van een of meer gebouwen met een woonfunctie; b. de bouw van een of meer hoofdgebouwen anders dan gebouwen met een woonfunctie; c. de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met een of meer gebouwen met een woonfunctie; d. de bouw van een gebouw dat geen hoofdgebouw als bedoeld onder b is, met ten minste 1.000 m2 brutovloeroppervlakte; e. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een woonfunctie tot gebouwen met een woonfunctie, mits het ten minste tien woonfuncties betreft; of f. de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen met andere gebruiksfuncties dan een kantoorfunctie, een winkelfunctie of een bijeenkomstfunctie voor het verstrekken van consumpties voor het gebruik ter plaatse tot gebouwen met een of meer van deze gebruiksfuncties, mits de cumulatieve brutovloeroppervlakte van de nieuwe gebruiksfuncties ten minste 1.500 m2 bedraagt. 3 De activiteiten waarover in een overeenkomst bepalingen over financiële bijdragen kunnen worden opgenomen, bedoeld in artikel 13.22, eerste lid, van de wet, zijn: a. de activiteiten, bedoeld in artikel 8.13; b. de bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor: 1°. land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt; 2°.
opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager; 3°. infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie - infrastructuur; 4°. handelsreclame; of 5°. recreatie; en c. andere activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie, voor zover het gaat om het gebruik van: 1°. een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto vloeroppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.500 m2 bedraagt; 2°. gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt; of 3°. een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning
2
locaties waarvoor reeds een overeenkomst is gesloten. Wel worden de locaties benoemd waar de gemeente (ook) eigendom heeft. De gemeente sluit dan niet met zichzelf een overeenkomst voor een financiële bijdrage, maar laat met de vermelding ervan wel zien dat zij op eenzelfde manier aan de kosten bijdraagt. De afkortingen G en P staan voor Gemeente respectievelijk Private partij
-
-
FlevoWeg/De Kopse Waard, ontwikkeling 5 kavels (G) Wimpel 6 (Oostendorp), ontwikkeling 32 sociale huurwoningen (G) Havenkade 5, 24 recreatieappartementen (P) Vrijheidsstraat 20, 17 appartementen, gemixt programma (P) Haerderweg 12, omvormen recreatie park naar enkele recreatie en reguliere woningen (P) Vossenakker Noord, 30 woningen (G) Horstkamp, 180 tot 225 woningen (G en P) Gerichtenweg (G) Hokseberg II (P) Locaties in de zone van het beschermd stadsgezicht waar woningbouw of functieverandering mogelijk wordt gemaakt zoals Oude Vos, Brede Gang, Kamperdijk/Oude Bleek, locatie Vrijheid aan Verlengde Paterijstraat, gronden van Omnia en derden aan de Molenweg (G en P). Kleine bouwlocaties buiten de bebouwde kom (P)
4. Samenhang tussen kostenvragers en kostendragers Mobiliteit De locaties met (her)ontwikkelingen danwel functiewijzigingen worden mede ontsloten door en hebben daarmee profijt van -
Autowegen, viaducten, tunnels en bruggen als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het tracé van de betreffende voorziening; - Fietspaden, als zij binnen 2 km liggen van (een deel van) het tracé van het betreffende pad; - Voetpaden, als zij binnen 0,5 km liggen van (een deel van) het tracé van het betreffende pad; - Mobiliteitsvoorzieningen zoals gezamenlijke parkeerplaatsen4 en vervoershubs, als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het tracé van de betreffende voorziening; Het betreft steeds ontwikkelingen die door de gemeente zelf worden gerealiseerd of door mede-overheden. Deze categorieën van ontwikkelingen worden haalbaar gemaakt door: 1. Bijdragen van de ontwikkelende partijen; 2. Subsidies en bijdragen van anderen dan de ontwikkelende partijen; 3. Dekking door de gemeente van het bedrag dat niet uit de onderdelen 1 en 2 kan worden gedekt.
4 Hier worden niet de parkeerplaatsen bij de woningen bedoeld, maar afzonderlijke verzamelplekken waar
buurtoverstijgend geparkeerd kan worden.
3
Voorzieningen natuur, recreatie, ontmoeting, sport De leefbaarheid en belevingswaarde van locaties met (her)ontwikkelingen danwel functiewijzigingen worden mede verbeterd door en hebben daarmee profijt van -
Investeringen in verbeteringen van de waarden van natuur, landschap en ecologie, als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt in dergelijke waarden. - Recreatieve voorzieningen zoals parken en ontmoetingsplekken als zij binnen 2 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt in dergelijke voorzieningen; - Stadslandbouw en openbare sportvoorzieningen, als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt in dergelijke voorzieningen. Het betreft steeds ontwikkelingen die door de gemeente zelf worden gerealiseerd of door mede-overheden. Deze categorieën van ontwikkelingen worden haalbaar gemaakt door: 1. Bijdragen van de ontwikkelende partijen; 2. Subsidies en bijdragen van anderen dan de ontwikkelende partijen; 3. Dekking door de gemeente van het bedrag dat niet uit de onderdelen 1 en 2 kan worden gedekt. Sportaccommodaties en andere maatschappelijke voorzieningen De kwaliteit van de samenleving wordt bevorderd door sportaccommodaties, ontmoetingsplekken en andere (multifunctionele) maatschappelijke voorzieningen. -
Investeringen in dergelijke voorzieningen als zij binnen 5 km liggen van (een deel van) het gebied waar geïnvesteerd wordt.
Deze categorieën van ontwikkelingen worden haalbaar gemaakt door: 1. Bijdragen van de ontwikkelende partijen; 2. Subsidies en bijdragen van anderen dan de ontwikkelende partijen; 3. Dekking door de gemeente van het bedrag dat niet uit de onderdelen 1 en 2 kan worden gedekt.
Sociale woningbouw In principe geldt voor sociale woningbouw de norm van het gemeentelijke volkshuisvestingsbeleid zoals dat in de Woonvisie wordt vastgelegd. Met deze norm wordt gedoeld op de percentages voor sociale huurwoningen en sociale koopwoningen. De categorie sociale koopwoningen is een wettelijke term, welke in de gemeente Elburg samenvalt met het begrip betaalbare woning. Binnen deze categorie betaalbare woningen worden meerdere prijssegmenten onderscheiden. De wettelijke grens ligt op de prijs waarvoor de koper een garantie kan verkrijgen in het kader van de Nationale Hypotheek Garantie (‘NHG’). De percentages zoals opgenomen in de Woonvisie zijn leidend bij de (her)ontwikkeling van woningbouwlocaties. Evenwel kunnen er zich situaties voordoen waarin het voldoen aan die 4
percentages niet wenselijk of niet mogelijk is. Daarbij valt (niet limitatief) te denken aan de volgende situaties: -
-
-
-
In de betreffende wijk is het aantal woningen in de sociale huur respectievelijk betaalbare koop al substantieel hoger dan de bedoelde norm. Dan kan het wenselijk zijn om via een (her)ontwikkelingslocaties te sturen op een lager gemiddeld, of anders gezegd te sturen op een verhoudingsgewijs hoger aantal woningen in de middendure huur-, de middendure koop-, de dure huur- en/of de dure koopsfeer; Op de betreffende herontwikkelingslocatie is sprake van hoge kosten van verwerving van bestaand vastgoed (hoge inbrengwaarden) en/of van hoge kosten van sanering of bescherming van archeologische waarden, etc. Het vasthouden aan het percentage van de gemeentelijke norm leidt in zulke situaties (voorcalculatorisch) veelal tot onrendabele uitkomsten. Vanwege zulke onrendabele uitkomsten kan de gemeente toestaan dat volstaan mag worden met lagere percentages voor sociale huur- en/of betaalbare koopwoningen; De (her)ontwikkelingslocatie is dusdanig gelegen dat deze bij uitstek geschikt is voor het (grotendeels) bebouwen met woningen in de dure sector. Te denken valt aan een ligging met uitzicht op fraaie waterpartijen/vaarwater. Wanneer op een dergelijke plek eenmaal betaalbare koopwoningen zijn gerealiseerd is er voor de eigenaren een sterke prikkel om hun woning relatief snel door te verkopen.
De gemeente kan zulke woningen niet eindeloos belasten met anti-speculatiebedingen, zodat het realistischer is zulke plekken te (laten) benutten voor bebouwing met betaalbare koopwoningen. Die landen, gezien de praktijk, dan relatief snel buiten de invloedssfeer van de doelgroep voor betaalbare koopwoningen. Sommige (her)ontwikkelingslocaties zijn dusdanig klein dat er maar een beperkt aantal woningen op kan worden gerealiseerd. Wanneer de gemeente bijvoorbeeld de norm hanteert van 30% sociale huur en op de locatie kunnen ongeveer 12 woningen worden gebouwd dan leidt dit (afgerond) tot 4 sociale huurwoningen. Voor een dergelijk klein aantal valt in de praktijk geen verhuurder te vinden. Voor bebouwing in de sfeer van betaalbare koopwoningen geldt deze beperking in veel mindere mate. Op dergelijke kleine locaties kan de gemeente qua sturing zelf al uitwisselen binnen de categorieën sociale huur en betaalbare koop. Maar voor zover ook dat onvoldoende realistisch (hoe kleiner de locatie hoe minder realistisch), kan de gemeente besluiten te volstaan met een lager totaalpercentage sociale woningbouw.
Locaties met (her)ontwikkelingen voor woningbouw danwel met functiewijzigingen voor woningbouw die voor een kleiner percentage dan de beleidsnormen voor sociale huurrespectievelijk sociale koopwoningen mogen worden ontwikkeld, kunnen alleen voor dat lagere percentage qua sociale woningbouw worden ontwikkeld als elders in de gemeente een dusdanige compensatie wordt gerealiseerd dat in totaliteit de beleidsnorm wordt gehaald. In die zin is er een samenhang tussen locaties met een te laag percentage sociale woningbouw en locaties waar dat tekort gecompenseerd moet worden. Aangezien de grondexploitatie van compensatielocaties negatiever wordt als gevolg van het compenserende aantal woningen in de sociale sector, stelt de gemeente als voorwaarde bij het aangaan van een overeenkomst dat de locatie die te weinig sociale woningbouw realiseert financieel bijdraagt aan de compenserende locaties.
5
Locaties voor de compensatie voor sociale woningbouw kunnen eigendom van de gemeente zijn danwel van private partijen. Locaties die (reeds) eigendom zijn van een corporatie komen niet in aanmerking voor het betalen of ontvangen van een compensatiebedrag.
5. Financiële uitvoerbaarheid De gemeente hanteert het principe van de financiële draagkracht van de locatie als het gaat om kostenverhaal en financiële bijdragen. Dit betekent dat de gemeente ervan uit gaat dat de kostendragende activiteiten financieel uitvoerbaar zijn als de wederpartij bereid is een anterieure overeenkomst aan te gaan en bereid is de gevraagde bijdrage overeen te komen. Wanneerechter de wederpartij aangeeft deze bijdragen niet te kunnen betalen, moet zij aannemelijk maken waarom en in hoeverre dat niet kan. Daartoe moet zij dan bij de gemeente een businesscase inleveren. Deze wordt vervolgens door de gemeente op plausibiliteit getoetst. Bij die toetsing gaat de gemeente uit van marktconforme omstandigheden. Wanneer de betreffende partij de locatie bijvoorbeeld boven de marktwaarde heeft aangekocht, is dat geen reden om te stellen dat de businesscase niet haalbaar is met betaling van een financiële bijdrage aan de gemeente.
6. Wijze van het bepalen van de bijdragen De omgevingsvisie is niet de aangewezen plek om aan te geven hoe de financiële bijdragen worden bepaald. Dit wordt gedaan in een Nota Kostenverhaal en Financiële bijdragen. Daarin wordt ingegaan op de manier waarop de gemeente omgaat met het verhalen van kosten van de kostensoortenlijst (afdeling 13.6 Ow) en met financiële bijdragen (afdeling 13.7 Ow).
.
6
1 technische vraag fractie CDA en antwoord.pdf
Re: Vraag Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg Walter Weessies <walter.weessies@elburg.nl> Ma 21-11-2022 15:36 Aan: Raadslid Ramon Blaauw <ramon.blaauw@raad-elburg.nl> CC: Diane Kassing <diane.kassing@elburg.nl>;Raadslid Cees Dijkhuizen <cees.dijkhuizen@raad-elburg.nl> Beste Ramon, Inderdaad was het op het moment van opstellen van dit voorstel de verwachting dat de Omgevingswet per 1 januari 2023 in zou gaan. Ondanks dat de wet is uitgesteld tot 1 juli 2023 is het verstandig de Uitvoeringsparagraaf nu al vast te stellen. Enerzijds gaat er een boodschap vanuit dat de gemeente dit gaat doen en kunnen partijen hier dus vast rekening mee houden. Verder is het zo dat het de vraag is of er voor 1 juli 2023 meer concreet bekend is over de zogenaamde kostenvragers en de kostendragers. Mochten er wel enkele kostendragers en/of kostenvragers concreet bekend zijn dan kan daar dus wel wat meer over worden uitgewerkt maar is nog steeds de huidige uitvoeringsparagraaf nodig voor welke nog niet bekend zijn en heb je dus een soort mengmodel. De Omgevingsvisie wordt een dynamisch document die regelmatig moet worden bijgesteld (bij de uitvoeringsparagraaf kan het zijn dat deze bijvoorbeeld jaarlijks of tweejaarlijks moet worden bijgesteld). Hopelijk is dit antwoord voldoende.
Met vriendelijke groet, Walter Weessies Beleidsmedewerker Vastgoed en Grondexploitatie Gemeente Elburg 0525-688688 www.elburg.nl
Van: Ramon Blaauw <ramon.blaauw@raad-elburg.nl> Verzonden: zondag 20 november 2022 23:17 Aan: Walter Weessies <walter.weessies@elburg.nl> CC: Diane Kassing <diane.kassing@elburg.nl>; Raadslid Cees Dijkhuizen <cees.dijkhuizen@raad-elburg.nl> Onderwerp: Vraag Uitvoeringsparagraaf Omgevingsvisie Elburg Hallo Walter, Morgenavond staat het raadsvoorstel ‘Uitvoeringsprogramma Omgevingsvisie Elburg’ op de agenda van de beeldvormende vergadering. Bij het doornemen van dit agendapunt kwam ik tot onderstaande vraag. Om jullie ook voldoende tijd (indien nodig) te geven voor de beantwoording, hierbij alvast de vraag. Wat mij betreft is beantwoording per e-mail prima. Wat dan nog onduidelijk is komt tijdens de vergadering wel aan de orde. Vraag: Is het nemen van een besluit op dit voorstel op dit moment noodzakelijk, gezien de onlangs uitgestelde inwerkingtreding van de Ow naar 1 juli 2023? Toelichting: Het voorstel lijkt nog te zijn geschreven met de inwerkingtreding van de Ow per 1 januari 2023 als basis. Inmiddels weten we dat die datum is doorgeschoven naar 1 juli 2023. In het raadsvoorstel wordt meerdere keren aangegeven dat dit nog niet een volledige uitwerking is van de uitvoeringsparagraaf, maar dat er al wel iets opgenomen zou moeten worden in de Omgevingsvisie als grondslag voor de vrijwillige financiële
bijdrage. In de handreiking ‘Kostenverhaal en financiële bijdragen Omgevingswet’ van april 2022 wordt aangegeven welke eisen er gelden voor de onderbouwing die moet worden opgenomen in de Omgevingsvisie. Als ik die eisen vergelijk met de bijlage bij het raadsvoorstel, dan lijkt de voorgestelde tekst nog lang niet volledig. Het raadsvoorstel lijkt dit ook te verwoorden en verwijst dan naar aanvullende nota’s die de tekortkomingen van de huidige tekst moeten aanvullen/repareren. Is, gezien de uitstel naar 1 juli 2023, het niet beter om deze tekst nog niet vast te laten stellen, zodat er begin 2023 een meer definitieve tekst kan worden aangeboden aan de raad? Alvast dank voor het antwoord, wellicht spreken we elkaar morgenavond nog. Groet, Ramon Blaauw Burgerraadslid CDA Elburg
4.4 3e Wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg 1 Dossier 1820 voorblad.pdf
Beeldvorming Dossiernummer
1820
Extern Zaak ID
0230266984
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
21 november 2022
Agendapunt
4.4
Titel
3e Wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg
Organisatieonderdeel
Domein Bedrijfsvoering
Eigenaar
Schoonhoven, Martin
Bijlagen Raadsvoorstel 3e wijziging APV Raadsbesluit 3e wijziging APV dl A dropformat Raadsbesluit 3e wijziging APV dl B dropformat technische vraag fractie CDA.pdf Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
21 november 2022
Toelichting Portefeuillehouder: ir. J.N. Roozendaal Zaaknummer Djuma: 266984 Voorgesteld besluit
Besluit Kan door naar Oordeelsvormende vergadering.
1 Raadsvoorstel 3e wijziging APV
Raadsvoorstel
Onderwerp
3 e wijziging APV
Behandelaar:
Martin Schoonhoven
Datum Portefeuillehouder
19 december 2022 ir. J.N. Rozendaal
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen:
martin.schoonhoven@elburg.nl 1820 2 Raadsbesluiten met voorgestelde wijzigingen APV in dropformat
Onderwerp: De 3 e wijziging van de Algemene Plaatselijke Verordening (hierna: APV) in verband met de aanbevolen wijzigingen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (hierna: VNG), overige wijzigingen en in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Te nemen besluit: De 3e wijziging van de APV in verband met de aanbevolen wijzigingen van de VNG, overige wijzigingen en de wijzigingen in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet, vast te stellen, één en ander overeenkomstig de bijgevoegde raadsbesluiten. Inleiding De VNG stelt voor om de APV op diverse punten aan te passen. Daarnaast bleek uit inventarisatie van de huidige APV nog enkele wijzigingen wenselijk, Deze aanpassingen zijn opgesplitst in twee raadsbesluiten. Dit is noodzakelijk omdat een van de twee besluiten (raadsbesluit B) uitsluitend wijzigingen bevat die verband houden met noodzakelijke aanpassingen voor de Omgevingswet die nog niet in werking is getreden. Raadsbesluit A Dit raadsbesluit bevat alle door de VNG in 2022 voorgestelde wijzigingen en eigen wijzigingen van de APV die niet gerelateerd zijn aan de Omgevingswet. Voor zover het onze APV aangaat, betreft het hier wijzigingen naar aanleiding van wetsontwikkeling, van redactioneel-technische aard of naar aanleiding van intern overleg.
Dit raadsbesluit bevat wijzingen voor de volgende artikelen: - Artikel 2:19 (snoerverbod) - Artikel 2:26 (ordeverstoring) - Artikel 2:34h (proeverijen slijtlokaliteiten) - Artikel 2:50a (verbod zichtbare uitingen verboden organisaties) - Artikel 2:60 (houden/voeren hinderlijke of schadelijke dieren) - Artikel 2:65 (bedelarij) - Artikel 2:73b (knalhamerverbod) - Artikel 4:13 (opslag voertuigen, vaartuigen, etc) - Artikel 5:12 (overlast brom-/fietsen) De wijziging van de artikelen 2:26 en 2:50 zijn een direct gevolg van nieuwe jurisprudentie. Veel gemeenten hebben in hun APV een colorverbod opgenomen naar aanleiding van het verbod op zogenaamde Outlaw Motorcycle Gangs (hierna OMG’s) op grond van strijdigheid met de openbare orde (artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek). Dit verbod maakte naar aanleiding van het voorgaande ook deel uit van de Model-APV die de VNG beschikbaar stelt aan haar leden. Het colorverbod houdt in dat zichtbare uitingen van verboden organisaties, bijvoorbeeld het logo van een OMG op kleding, niet is toegestaan. Hoewel de Hoge Raad inhoudelijk niet heeft geoordeeld over de rechtmatigheid van dit verbod, oordeelt het wel dat een dergelijk verbod bij wet in materiële zin, zoals de APV, onverbindend is en alleen bij wet in formele zin mag worden vastgelegd. De voornoemde artikelen moeten om die reden gewijzigd worden en in het geval van 2:50a zelfs geheel vervallen.
2
Daarnaast bevat dit raadsbesluit ook nog twee wijzigingen die niet zijn voorgeschreven door de VNG maar toch wenselijk zijn. Dit zijn artikelen 2:19 (snoerverbod) en 2:73b (knalhamers). In het geval van 2:19 gaat het om het schrappen van een ‘snoerverbod’. Dit artikel is niet voorgeschreven door de VNG en dient geen doel meer. Zonder dit artikel is er namelijk al een mogelijkheid om te handhaven bij hinder of gevaar op basis van o.a. artikel 2:15. De toevoeging van een nieuw artikel (2:73b) inhoudende een verbod op het gebruik van knalhamers is wenselijk om handhaving mogelijk te maken aangezien deze niet onder de algemene bepalingen omtrent consumentenvuurwerk vallen. Dat maakt het mogelijk om knalhamers te gebruiken zelfs op plekken waar regulier vuurwerk en/of carbidschieten verboden is. De overige artikelen zijn veelal van redactioneel-technische aard. Nadere toelichting per artikel volgt in ‘Argumenten’ hieronder. Raadsbesluit B De inwerkingtreding van de Omgevingswet is beoogd voor 1 januari maar deze datum is nog niet definitief. In verband met de voortgang van het proces van de invoering van de Omgevingswet is het goed om laatstgenoemde wijzigingen nu al vast te stellen met de kanttekening dat ze tegelijk met de Omgevingswet in werking treden.
Deze wijzigingen zijn voor een groot gedeelte vorig jaar al bijgewerkt, maar dit jaar adviseert de VNG alsnog 4 nieuwe wijzigingen. Het betreft dan verwijzingen naar oude wet- en regelgeving die vervangen moet worden voor een verwijzing naar de Omgevingswet per inwerkingtreding van die wet. Enkel in het geval van artikel 1:1 betreft het toevoegen van een nieuwe definitie. De artikelen die met dit raadsbesluit aangepast moeten worden, zijn: -
Artikel 1:1 (definities) Artikel 2:29 lid 7 (sluitingstijd) Artikel 2:39 lid 3 onder b (speelgelegenheden) Artikel 3:7 lid 1 onder j (weigeringsgronden seksbedrijf)
Beoogd effect We streven ernaar om de APV zo veel mogelijk in de pas te houden met de voorstellen van de VNG en daarmee aan te sluiten bij de meest recente jurisprudentie en wetsontwikkelingen. Argumenten Wij stellen, gezien de modelverordening van de VNG, de verwachte inwerkingtreding van de Omgevingswet en inventarisatie van de huidige APV, de volgende wijzigingen aan u voor: Raadsbesluit A 1. Artikel 2:19 komt te vervallen; Motivering: bij inventarisatie van de APV bleek dit artikel af te wijken van het model van de VNG. Om die reden, het feit dat het afwijkt van alle buurgemeenten en dat het bestaan van dit artikel ook niet voortvloeit uit staand beleid, dient het te vervallen. Bovendien biedt de APV op andere gronden al voldoende gronden om te handhaven bij hinderlijk en/of gevaarlijk snoergebruik (bijvoorbeeld art. 2:15). 2. Artikel 2:26 komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: lid 2 van dit artikel bevat het in de inleiding genoemde colorverbod bij evenementen en dient dientengevolge te worden verwijderd. Lid 3 van dit artikel bevat een uitzondering op dit verbod dat is vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht en is vanwege het vervallen van lid 2 overbodig. 3. Artikel 2:34h komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: bij inventarisatie van de APV bleek dit artikel af te wijken van het model van de VNG.
Om die reden en het feit dat de nadere regels inmiddels zijn vastgelegd in een Algemene Maatregel van Bestuur (namelijk het Alcoholbesluit), dient dit artikel aangepast te worden aan het model van de VNG.
3
4. Artikel 2:50a komt te vervallen; Motivering: lid 1 van dit artikel bevat het in de inleiding genoemde colorverbod op openbare plaatsen of in voor het publiek toegankelijke openstaande gebouwen en daarbij behorende erven en dient dientengevolge te worden verwijderd. Lid 2 van dit artikel bevat een uitzondering op dit verbod dat is vastgelegd in het Wetboek van Strafrecht en is vanwege het vervallen van lid 1 overbodig. 5. Artikel 2:60 lid 1 komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: de VNG adviseert deze wijziging vanwege redactioneel-technische redenen. 6. Artikel 2:65 komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: de VNG adviseert deze wijziging zodat uit het artikel blijkt welk motief (nl. ter ‘voorkoming of beëindiging van overlast’) ten grondslag moet liggen bij gebiedsaanwijzing door het college. 7.
Artikel 2:73b dient als nieuw artikel te worden toegevoegd aan de APV zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: omdat klaphamers niet vallen onder ‘gewoon’ vuurwerk, dient dit artikel te worden toegevoegd om te kunnen handhaven. Dit voorkomt tevens dat het als alternatief wordt gebruikt op plekken en momenten waarop ‘gewoon’ vuurwerk verboden is. 8. Artikel 4:13 lid 1 komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: de VNG adviseert deze wijziging vanwege redactioneel-technische redenen. 9. Artikel 5:12 lid 1 komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit A; Motivering: de VNG adviseert deze wijziging vanwege redactioneel-technische redenen. Raadsbesluit B 1. Artikel 1:1 wordt uitgebreid met een definitie van gebouwen; Motivering: de VNG adviseert deze toevoeging vanwege het feit dat hetgeen wordt verstaan onder een gebouw, per inwerkingtreding van de Omgevingswet wordt vastgelegd in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving. De definitie bij dit artikel verwijst in de beoogde wijziging naar voornoemd besluit. 2.
Artikel 2:29 lid 7 komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit B;
Per inwerkingtreding Omgevingswet dient de verwijzing naar huidige wetgeving zoals in dit artikel aangepast te worden naar de Omgevingswet. 3. Artikel 2:39 lid 3 onder b komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit B; Per inwerkingtreding Omgevingswet dient de verwijzing naar een bestemmingsplan zoals in dit artikel aangepast te worden naar een omgevingsplan. 4. Artikel 3:7 lid 1 onder j komt te luiden zoals verwoord in Raadsbesluit B; Per inwerkingtreding Omgevingswet dient de verwijzing naar een bestemmingsplan zoals in dit artikel aangepast te worden naar een omgevingsplan.
Kanttekeningen Bij het niet overnemen van de wijzigingen die de VNG voorstelt, lopen we niet meer in de pas met het model waarbij er risico ontstaat op: juridisch onjuiste bepalingen; abusievelijk niet bijwerken van artikelen wanneer de APV wel geüpdatet wordt; immers hoe meer wijzigingen er verwerkt moeten worden, hoe lastiger een wijzigingsverordening te lezen is. Voor de overige wijzigingen geldt dat zij gewenst zijn op basis van de motivering hierboven.
4
Financiën Niet van toepassing. Communicatie/burgerparticipatie De wijziging van de APV, zal na besluit van de Raad, gepubliceerd worden op overheid.nl. Daarvoor is gebruik gemaakt van zogenoemde DROP verordeningen format. Vervolg Bij instemming van de Raad zal de voorgestelde wijzing conform geldende wet- en regelgeving gepubliceerd worden. Bijlage(n) Raadsbesluiten A en B tot wijziging van de APV (in dropformat). Elburg, 19 december 2022 Het college van burgemeester en wethouders, de burgemeester,
de secretaris,
ir. J.N. Rozendaal
mr. A.H. van der Maat-Bosma
1 Raadsbesluit 3e wijziging APV dl A dropformat
Raadsbesluit A wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg
De raad van de gemeente Elburg;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 december 2022; besluit vast te stellen de 3e wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg
Artikel 1 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg wordt als volgt gewijzigd: a.
Artikel 2:19 vervalt.
Artikel 2 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg wordt als volgt gewijzigd naar aanleiding van het onverbindend verklaren van een ‘colorverbod’ bij algemene plaatselijke verordening: a.
Artikel 2:26 komt te luiden:
Artikel 2:26 Ordeverstoring Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren b.
Artikel 2:50a vervalt.
Artikel 3 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg wordt als volgt gewijzigd om weer aan te sluiten bij actuele wetgeving: a.
Artikel 2:34h komt te luiden:
Artikel 2:34h Proeverijen bij slijtlokaliteiten 1.
Slijtersbedrijven zijn vrijgesteld van het in artikel 3, eerste lid, en het in artikel 14, eerste lid van
de Alcoholwet vervatte verbod, ten behoeve van het tegen betaling organiseren van een proeverij in hun slijtlokaliteit.
2.
De vrijstelling geldt buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteit bij of krachtens de Winkeltijdenwet regulier is opengesteld.
Artikel 4 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg wordt als volgt gewijzigd vanwege redactioneeltechnische redenen: a.
In artikel 2:60, eerste lid, artikel 4:13. Eerste lid, en artikel 5:12 wordt ‘opheffing’ vervangen door
b.
Artikel 2:65 komt te luiden:
‘beëindiging’.
Artikel 2:65 Bedelarij Het is verboden op een openbare plaats te bedelen om geld of andere zaken in door het college ter voorkoming of beëindiging van overlast aangewezen gebieden.
Artikel 5 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg wordt als volgt gewijzigd om handhaving bij het gebruik van knalhamers mogelijk te maken: a.
Na artikel 2:73a wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 2:73b Knalhamers Het is verboden om gebruik te maken van een knalhamer, klaphamer, of knalijzer waarbij door middel van
een poeder (zoals een mengsel van zwavel en kaliumchloraat, kaliumnitraat of kaliumcarbonaat een knal of ontploffing wordt veroorzaakt.
Artikel 6 Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2023. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2022. De voorzitter, ir J.N. Rozendaal
De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing
1 Raadsbesluit 3e wijziging APV dl B dropformat
Raadsbesluit B wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg
De raad van de gemeente Elburg;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 december 2022; besluit: vast te stellen de 4e wijziging Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg
Artikel 1 De Algemene plaatselijke verordening gemeente Elburg wordt als volgt gewijzigd in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet: A Artikel 1:1 wordt als volgt gewijzigd: In de alfabetische rangschikking wordt ingevoegd: -
gebouw: hetgeen daaronder wordt verstaan in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
B Artikel 2:29, zevende lid, komt te luiden: 7. Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op situaties waarin bij of krachtens de Omgevingswet is voorzien. C Artikel 2:39, derde lid, onder b, komt te luiden: b. de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met het omgevingsplan. D Artikel 3:7, eerste lid onder j, komt te luiden: j. de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd zal opleveren met het omgevingsplan of een bekendgemaakte ontwerpwijziging daarvan of een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.
Artikel 2 Dit besluit treedt in werking op het tijdstip dat de Omgevingswet in werking treedt. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 19 december 2022.
De voorzitter, ir J.N. Rozendaal
De griffier, mr. D.H.A.A. Kassing
1 technische vraag fractie CDA.pdf
Vraag 3e wijziging APV Elburg Ramon Blaauw <ramon.blaauw@raad-elburg.nl> Zo 20-11-2022 23:29 Aan: Martin Schoonhoven <martin.schoonhoven@elburg.nl> CC: Diane Kassing <diane.kassing@elburg.nl>;Raadslid Cees Dijkhuizen <cees.dijkhuizen@raad-elburg.nl>
Hallo Martin, Morgenavond wordt de 3e wijziging APV Elburg besproken tijdens de beeldvormende vergadering. Over die wijziging heb ik onderstaande vraag, die ik via deze weg alvast met je wil delen. Wat mij betreft mag beantwoording ook per e-mail. Eventuele onduidelijkheden komen dan tijdens de vergadering wel aan de orde. Vraag: aan de APV wordt artikel 2.73b toegevoegd (het verbod op gebruik van klaphamers etc). Het viel mij op dat de wijzigingen ingaan op 1 januari 2023. Dat zou betekenen dat onze handhavers/toezichthouders tot die tijd geen juridische grond hebben om te handhaven op het gebruik van klaphamers. Ook met het oog op de vuurwerkvrije vesting (waar de klaphamer dus wel gebruikt zou mogen worden tot 1 januari 2023), kan ik mij voorstellen dat het wenselijk is om deze wijziging eerder in te laten gaan. Zijn hier nog mogelijkheden voor? Of hebben jullie het risico van het gebruik van de klaphamer anders ingeschat, waardoor inwerkingtreding van de wijziging voor 1 januari 2023 niet noodzakelijk is? En uiteraard hoor ik het ook graag als mijn conclusie over het niet kunnen handhaven onjuist is. Alvast dank voor het antwoord! Vriendelijke groet, Ramon Blaauw Burgerraadslid CDA Elburg
4.5 Privacyverordening en aanwijzingsbesluit Functionaris Gegevensbescherming 1 Dossier 1872 voorblad.pdf
Beeldvorming Dossiernummer
1872
Extern Zaak ID
0230259505
Vertrouwelijk
Nee
Vergaderdatum
21 november 2022
Agendapunt
4.5
Titel
Privacyverordening en aanwijzingsbesluit Functionaris Gegevensbescherming
Organisatieonderdeel
Domein Bedrijfsvoering
Eigenaar
Heijes, Ina
Bijlagen 1 Raadsvoorstel__Privacyverordening en aanwijzingsbesluit FG Privacyverordening gemeente Elburg Aanwijzingsbesluit FG Wijziging Organisatieverordening 2020_.docx 2 Raadsvoorstel wijziging Organisatieverordening FG.docx Geagendeerd
Vergaderdatum
Beeldvorming
21 november 2022
Toelichting Burgemeester zaaknummer: 259505 Voorgesteld besluit
Besluit Kan door naar Oordeelsvormende vergadering.
1 1 Raadsvoorstel__Privacyverordening en aanwijzingsbesluit FG
Raadsvoorstel
Onderwerp
Privacyverordening
Behandelaar:
Privacy officer
Datum Portefeuillehouder
19 december 2022 Burgemeester
Emailadres: Zaaknummer: Bijlagen 2
0230259505
Te nemen besluit: 1. De Privacyverordening vast te stellen 2. Het aanwijzingsbesluit Functionaris Gegevensbescherming vast te stellen Inleiding Ieder gemeentelijk bestuursorgaan, waaronder de gemeenteraad, is voor diens wettelijke taken zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke en daarmee gehouden zelf een passend gegevensbeschermingsbeleid uit te voeren. Daarnaast bestaat de verplichting tot de aanwijzing van een functionaris gegevensbescherming voor elke verwerkingsverantwoordelijk bestuursorgaan binnen de organisatie. Ook heeft de gemeenteraad een kader stellende taak waar het de (gegevens)huishouding van de gemeente betreft. Beoogd effect Met het vaststellen van de verordening wordt de basis gelegd om de taken en verantwoordelijkheden uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming in relatie tot de eisen vastgelegd in specifieke wetten op het gebied van medebewind te borgen in de verschillende lagen van de organisatie. Het aanwijzen van de FG borgt het toezicht op naleving van gegevensbescherming. Argumenten 1.1 de gemeente een wettelijke verplichting heeft De gemeente heeft de verplichting te voldoen aan de wettelijke verplichting en termijnen zoals opgenomen in de Algemene Verordening Gegevensbescherming in relatie tot de eisen in specifieke wetgeving op het gebied van de gegevensbescherming in haar uitvoerende taken op basis van medebewind.