2025-08-18 Nota Omgevingskwaliteit-proef_Deel2
Tekst van het document
5.11 Criteria voor plaatsing van erfafscheidingen en hekken plaatsing aan de voor- en zijkant Vervanging van natuursteen, historisch gietijzer en smeedijzer, waarbij niets wijzigt qua materiaal, afmetingen, detaillering en kleur (alles conform bestaand), waarvan het bouwplan niet aan onderstaande sneltoetscriteria voldoet, kunnen zonder welstandsadvies worden beoordeeld. Let wel! Houten trelissschermen, rietmatten of vlechtschermen zijn niet toegestaan. Constructie > Constructies die haaks op de gevel bevestigd worden, moeten passen in het historisch straatbeeld. > De bouwwerken moeten een open constructie hebben en mogen niet gesloten worden uitgevoerd. Kleur en detaillering > De afscheidingen moeten rank van detaillering en eenvoudig van uitvoering zijn en in donkere kleur worden uitgevoerd.
Hekken > Palen van natuursteen of giet/smeedijzer. Sober uitgevoerd eventueel voorzien van smeedijzeren ketting. Plaatsen van een hekwerk aan de achterkant is mogelijk. Als het hekwerk voldoet aan de reguliere sneltoetscriteria dan is geen welstandstoets vereist.
5.12 voor niet commerciële uithangborden zoals naambordjes Maatvoering > Maximaal 1 per gevel. > Maximale oppervlakte 0,5 m2. Materiaal en kleur > Smeedijzeren ophanging. > Sobere kleurstelling.
Maatvoering > Hoogte maximaal 2 meter hoog, evenwijdig aan of achter de voorgevel. > Erfafscheidingen/hekwerken voor de voorgevelrooilijn mogen niet hoger zijn dan 1 meter. Materiaal > De gebruikte materialen moeten passen in de omgeving. Massieve materialen zoals beton, kunststof en staal zijn meestal niet geschikt.
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 65
Bijlage 6 | Reclame Criteria voor reclame Reclame is iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Reclames op borden, lichtreclames en spandoeken of vlaggen vormen een belangrijk en beeldbepalend element van de openbare ruimte. In gebieden met commerciële functies zijn reclames op zijn plaats en verhogen ze de visuele aantrekkingskracht van de omgeving, weliswaar verbonden aan een kritische grens. In andere gebieden zijn (bepaalde) reclame-uitingen ongewenst. Criteria voor reclame (gebieden) anders dan op bedrijventerreinen en anders dan op monumenten of in het beschermd stadsgezicht Welke cat. is dit precies Reclame voldoet aan redelijke eisen van welstand als aan onderstaande criteria wordt voldaan: Algemeen > Geen reclame voor diensten of goederen die niet in het pand zijn toegestaan of op het perceel plaatsvinden dan wel worden verkocht. > Geen reclame op panden met woonbestemming. Plaatsing > Loodrecht op gevel of evenwijdig en vlak aan gevel. > Geen reclame aangebracht op bouwlagen met een woonbestemming of bouwlagen met een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie. > Geen reclame op daken of dakgoten. > Geen reclame doorlopend of verspreid over meerdere panden. > Geen reclame boven de raamdorpel van de bovenverdiepingen.
Vorm > Reclame op de gevel. ontwerpen als zelfstandig element, afgestemd in maat, schaal en detaillering op de pui. > Reclame integreren in de architectuur en tot het hoogst noodzakelijke beperken. > Geen (daglicht)reflecterende reclame. > Geen reclame in felle (neon) kleuren. > Geen reclame die periodiek oplicht of beweegt. > Ramen mogen niet voor meer dan 10% van het r aamoppervlak worden voorzien van reclames. > Geen aangeplakte reclame op de ramen. Maatvoering > Reclame haaks op de gevel. uitsteekarmaturen zijn maximaal 60x60 centimeter. > Reclame vlak op de gevel. maximaal 30 cm hoog en niet breder dan 1/3 van de breedte van het pand. Aantal > Maximaal 1 reclame-uiting per gevel. > Maximaal 1 vrijstaand reclameobject per perceel. Criteria voor reclame aan de randen van de bedrijventerreinen Op grond van artikel 4:15 van de APV hoeft voor bepaalde reclame-uitingen op bedrijventerreinen geen omgevingsvergunning voor de activiteit reclame te worden aangevraagd. Indien de reclame-uitingen op het bedrijventerrein niet vergunningvrij zijn en aan de randen van de bedrijventerreinen worden geplaatst zijn onderstaande criteria van toepassing
Wat is de definitie van ‘randen van bedrijventerreinen’? Algemeen > Geen reclame voor diensten of goederen die niet in het pand zijn toegestaan of op het perceel plaatsvinden dan wel worden verkocht. > Geen reclame aangebracht op panden met een woonbestemming. Plaatsing > Geen reclame op daken of dakgoten. > Geen reclame doorlopend of verspreid over meerdere panden. Vorm > Reclame op de gevel. ontwerpen als zelfstandig element, afgestemd in maat, schaal en detaillering op de pui. > Reclame integreren in de architectuur en tot het hoogst noodzakelijke beperken. > Geen daglicht reflecterende reclame. > Geen reclame die periodiek oplicht of beweegt. > Geen lichtbakken en geen reclame in felle kleuren. Maatvoering > Reclame haaks op de gevel. uitsteekarmaturen zijn maximaal 60x60 centimeter. > Reclame vlak op de gevel. maximaal 30 cm hoog en niet breder dan 1/3 van de breedte van het pand. Aantal > Maximaal 1 reclame-uiting per gevel. > Maximaal 1 vrijstaand reclameobject per perceel. Indien niet aan bovenstaande criteria wordt voldaan, dient het plan aangepast te worden of kan het plan aan de commissie worden voorgelegd.
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 66
Bijlage 7 | Kaarten Niveaukaart
Gebiedskaart
Beschermd stadsgezicht Buitenplaatsen en landgoederen Militaire gebieden De open polders
Welstandsniveau 1
Overgangszone
Welstandsniveau 2
Bosgebied
Welstandsniveau 3 (welstandsvrij)
De Longstrook
Beeldkwaliteitsplannen
De kernen Bedrijventerreinen
N o t a O m g e v i n g s k w a l i t e i t g e m e e n t e E l b u r g | p a g i n a 67
Kaart kern Elburg Welstandsniveau 1 Welstandsniveau 2 Welstandsniveau 3 (welstandsvrij) Beeldkwaliteitsplannen
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 68
Kaart Doornspijk / Hoge Enk Welstandsniveau 1 Welstandsniveau 2 Welstandsniveau 3 (welstandsvrij) Beeldkwaliteitsplannen
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 69
Kaart ’t Harde Welstandsniveau 1 Welstandsniveau 2 Welstandsniveau 3 (welstandsvrij) Beeldkwaliteitsplannen
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 70
Bijlage 8 | Begrippenlijst A Aanbouwen:
Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan een gevel van een gebouw.
B Band:
Bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder;
Bouwperceel:
Een aaneengesloten terreinoppervlak, waarop krachtens het plan een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegestaan.
Horizontale versiering in de gevel in afwijkend materiaal, meestal natuursteen, kunststeen of baksteen
Aangekapt:
Met kap bevestigd aan dakvlak. Aardtinten: Rood/bruine tinten.
Bebouwing:
Eén of meer gebouwen en/of andere bouwwerken.
Achtererfgebied:
Erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1 meer van de voorkant, van het hoofdgebouw;
Beschot:
Houten bekleding van een muur, inwendig als een lambrisering, meestal niet tot de volle hoogte.
Bedrijfsbebouwing:
Achterkant:
De achtergevel, het achtererf en het dakvlak aan de achter zijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) niet gekeerd is naar de weg of het openbaar groen
Gebouwen ten behoeve van bedrijven zoals hallen, werkplaatsen en loodsen; hebben meestal een utilitair karakter.
Bouwwerk:
Behouden:
Handhaven, bewaren, in stand houden.
Algemene benaming voor alle soorten gebouwde objecten.
Bovenbouw:
Belendende:
Naastgelegen, (direct) grenzend aan.
Bijbehorend bouwwerk: Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd gebouw of ander bouwwerk met een dak.
Bovenste, uit een oogpunt van gebruik meestal belangrijkste gedeelte van een gebouw, meestal in tegenstelling tot de onderbouw, het dragende gedeelte, fundament.
Bungalow:
Meestaal vrijstaande woning waarvan alle vertrekken op de begane grond zijn gesitueerd.
Blinde muur of gevel:
Gevel of muur zonder raam, deur of andere opening. Boeiboord: Opstaande kant van een dakgoot of dakrand, meestal uitgevoerd in hout of plaatmateriaal.
C Carport:
Classicisme:
Stroming in de bouwkunst, bouwstijl.
Boerderij:
Gebouw/gebouwen op een erf met een (oorspronkelijk) agrarische functie en het daarbij horende woonhuis.
Conformeren:
Zich voegen naar, gelijkvorming maken, aanpassen aan, afstemmen op.
Borstwering:
Lage dichte muur tot borsthoogte.
Context:
Bouwblok:
Een geheel van geschakelde bebouwing.
Omgeving, situatie, geheel van omringende ruimtelijke kenmerken.
Contrasteren:
Een tegenstelling vormen.
Bouwen:
Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen of het vergroten van een bouwwerk.
Afdak:
Hellend dak, hangend of op stijlen aangebracht tegen een ge- bouw of een muur, om als gedeeltelijke beschutting te dienen.
Afstemmen:
In overeenstemming brengen met.
Antennedrager:
Antennemast of andere constructie bedoelt voor de bevestiging van een antenne.
Antenne-installatie:
Installatie bestaande uit een antenne, een antennedrager, de bedrading en de al dan niet in een techniekkast opgenomen apparatuur, met de daarbij behorende bevestigingsconstructie.
Asymmetrische kap: Authentiek:
Zadeldak met twee ongelijke dakvlakken. Overeenstemmend met het oorspronkelijke origineel, eigen kenmerkendragend, oorspronkelijk.
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 71
Afdak om de auto onder te stallen, meestal bij of grenzend aan een woning.
D Dagmaat:
Dak:
Bij een raam- of deurkozijn is de dagmaat de maat van de opening tussen de binnenkanten van het kozijn. Overdekking van een gebouw of onderdeel ervan, bestaande uit één of meer hellende vlakken (schilden) of uit een horizontaal vlak.
Dakafdekking:
Vlak of hellend dak van een gebouw, waarop dakbedekking is aangebracht.
Dakhelling:
De hoek van het dakvlak.
Dakkapel:
Ondergeschikte toevoeging aan een dakvlak, vooral bedoeld om de lichttoevoer te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten.
Daknok:
Dakopbouw:
Hoogste punt van een schuin dak. Horizontale snijlijn van twee dakvlakken, de hoogste lijn van het dak Een toevoeging aan de bouwmassa door het verhogen van de nok of dakrand van het dak, die het silhouet van het oorspronkelijke dak verandert.
E Ensemble:
De drager is de constructie van een gebouw, waaraan de invulling is toegevoegd om te beschermen tegen weer en wind (heeft vooral betrekking op gebouwen uit de jaren vijftig en zes
Onderverdeling van de gevel in kleinere vlakken. Verticale, horizontale of figuratieve indeling van de gevel door middel van gevelopeningen, metselwerk, verspringingen of andere gevelkenmerken en -detailleringen.
Gevelmakelaar:
Decoratieve bekroning van een geveltop. Goot: Waterafvoer, veelal tussen gevel en dakvlak.
Goothoogte:
Zie bepalingen gemeentelijk omgevingsplan Gootklos: Zie klossen.
Gootlijn:
Veelal horizontale lijn die een goot of meerdere goten aan de gevelvormen.
H Hoekaanbouw:
Eerste verdieping:
Tweede bouwlaag van de woning of het woongebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen.
Hoek- en kilkeper:
Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken.
Hoofdgebouw:
Een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie of afmetingen als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken.
F Flat:
Drager en invulling:
(Gevel)geleding:
Gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen
Laagste punt van een schuin dak. Het snijpunt van de daklijn en de onderliggende gevellijn. Metalen beplatingmateriaal met een damwandprofilering. Detail: Ontmoeting/aansluiting van verschillende bouwdelen zoals ge vel en dak of gevel en raam.
Verscheidenheid, afwisseling, variatie.
Architectonisch en stedenbouwkundig compositorisch geheel. Erf: Al dan niet bebouwd perceel of een gedeelte daarvan dat direct is gelegen bij een gebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een omgevingsplan van toepassing is, de bestemming deze inrichting niet verbied.
Zijerf:
E rker:
Diversiteit:
Verticaal scheidingsvlak van een gebouw tussen buiten en binnen.
Gedeelte van het erf dat aan de achterzijde van het gebouw is gelegen.
Afwerking bovenzijde dakrand ten behoeve van waterkering. Dakvlak: Een vlak van het dak/kap.
Uitwerking, weergave van de verschillende onderdelen c.q. aansluitingen.
Gevel:
Achtererf:
Daktrim:
Detaillering:
Horizontaal gedeeltelijk over elkaar vallende gevelbeplating (oorspronkelijk houten planken).
Gedeelte van het erf dat aan de voorzijde van het gebouw is gelegen.
Raam in een dak.
Damwandprofiel:
Gepotdekseld:
Voorerf:
Dakraam:
Dakvoet:
tig, waarbij het verschil tussen drager en invulling werd gebruikt om de woning in een groot gebouw of rij huizen te onderscheiden).
G Galerij:
Gebouw:
Kleine toevoeging van meestal één bouwlaag aan de gevel van een gebouw, op de begane grond meestal uitgevoerd in metselwerk, hout en glas. Groot gebouw met meerdere verdiepingen/woonlagen. De appartementen in de flat zijn meestal gelijkvloers en worden op hun beurt flat/flatjes genoemd.
I Industriebebouwing: Installatie:
Gang aan de buitenkant van een (flat)gebouw die toegang verschaft tot de afzonderlijke woningen. Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 72
Grondgebonden toevoeging meestal van één bouwlaag aan de hoek van een gebouw.
Bebouwing met een industriële bestemming. Set van beeld- en/of geluidsapparatuur, het aanbrengen van technische toestellen (montage) en/of deze toestellen zelf.
K Kap:
Samenstel van houten, ijzeren of betonnen onderdelen dat de dakbedekking draagt.
Kavel:
Grondstuk, kadastrale eenheid.
Keper:
Snijlijn van twee aansluitende dakvlakken.
Kern:
Veelal kleinschalig stedelijk gebied, ook wel centrum van een dorp of stad.
Klossen:
Uit de muur stekende houten of gemetselde blokjes ter ondersteuning van uitstekende onderdelen van een gebouw zoals dakgoten.
Lint(bebouwing):
Langgerekte lijn van (veelal vrijstaande) bebouwing langs een weg of waterverbinding.
Luifel:
Afdak buiten tegen de muur van een gebouw aangebracht en verder niet ondersteund, meestal boven een deur, raampartij of gehele pui.
M Maaiveld:
Bovenzijde van het terrein dat een bouwwerk omgeeft, de grens tussen grond en lucht, de gemiddelde hoogte van het terrein, grenzend aan de gevels, op het tijdstip van de aanvraag om bouwvergunning.
Koofbord:
Gebogen vlak dat de overgang vormt van en vlakke zoldering of vlak plafond naar de muur.
Mansardekap:
Kop:
In het algemeen gebruikt om de smalle kant van een rechthoekige vorm aan te duiden, bijvoorbeeld bij een gebouw.
Markies:
Opvouwbaar zonnescherm.
Massa:
Zichtbaar volume van bebouwing.
Metselverband:
Het zichtbare patroon van metselwerk.
Middenstijl:
Verticaal deel in het midden van een deur- of raamkozijn.
Monument:
Aangewezen onroerend goed als bedoeld in artikel 3 van de Erfgoedwet, zoals deze luidt op het tijdstip van het in ontwerp ter inzage leggen van het ontwerp van dit plan.
L Lak:
Afwerklaag van schilderwerk.
Landschappelijke waarde:
De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, dat wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van (niet levende en levende) natuur.
Latei:
Draagbalk boven gevelopening.
Lessenaarsdak:
Dak met één hellend, niet onderbroken, dakvlak.
Lichtkoepel:
Raamconstructie meestal in een plat dak, in de vorm van een koepel.
Muurdam: N Natuurlijke waarde:
Lichtstraat:
Langgerekte, uit segmenten samengestelde lichtkoepel.
Lijst:
Een meestal versierde en geprofileerde rand als bekroning van de bovenzijde van een gevel. Kroonlijst, gootlijst.
Lineair:
Rechtlijnig, langgerekt.
Negge:
Een dak met aan twee zijden onder een stompe hoek geknikt of gebroken dakvlak.
O Omgevingsvergunning: Eén geïntegreerde vergunning voor bouwen, wonen, monumenten, ruimte, natuur en milieu. Ondergeschikt:
Voert niet de boventoon.
Onderbouw:
Het onderdeel van een gebouw; heeft meestal betrekking op de begane grond van een huis met meerdere verdiepingen.
Ontsluiting:
De toegang tot een gebouw, gebied of een terrein. Oorspronkelijk: Origineel, aanvankelijke vorm, authentiek.
Oorspronkelijke gevel:
Gevel van een gebouw zoals deze nieuw is gebouwd. Openbaar groen: Met het openbaar groen wordt bedoeld hetgeen daaronder in het normale spraakgebruik wordt verstaan, zoals parken plantsoenen en speelveldjes, die het gehele jaar (of een groot deel van het jaar) voor het publiek toegankelijk zijn. Een weiland, bos of water kan in dit verband niet worden aangemerkt als openbaar groen.
Openbaar toegankelijk gebied:
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede pleinen, parken, plantsoenen, openbaar water en ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van wegen uitsluitend bedoeld voor de ontsluiting van percelen door langzaam verkeer.
Orthogonaal:
Rechthoekig.
Oriëntatie:
De hoofdrichting van een gebouw. Overkapping: Kapconstructie
Overstek:
Bouwdeel dat vooruitsteekt ten opzichte van het eronder gelegen deel.
Op de erfgrens aan de gevel gemetselde muur. De aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologische, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang. Het vlak c.q. de maat tussen de buitenkant van de gevel en het kozijn.
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 73
P Paneel: Penant:
Risaliet Rechthoekig vlak, geplaatst in een omlijsting. Gemetselde steunpilaar van het fundament van een gebouw, metselwerk in een gevel langs openingen.
Pilaster:
Weinig uitspringende muurpijler, die dient om een boog of hoofdgestel te dragen.
Plaatmateriaal:
Materiaal van kunststof, staal, hout meestal ten behoeve van gevelbekleding.
Plint:
Profiel:
Rooilijn:
Omtrek van een gebouw of bouwdeel (bijvoorbeeld kozijn) of een doorsnede daarvan.
Slagenlandschap:
Een landschap met langgerekte ontginningslinten met haaks daarop een stelsel van smalle kavels gescheiden door afwateringssloten.
Situering:
Plaats van het bouwwerk in zijn omgeving.
Speklaag:
Lichte natuurstenen band als afwisseling in baksteenmetselwerk, doorgaans van Brabantse arduin, later ook van zandsteen.
Stijl:
Architectuur of vormgeving uit een bepaalde periode of van een bepaalde stroming.
Portiek:
Gemeenschappelijke trappenhuis en/of een terugspringende ruimte voor de straat- of toegangsdeur.
Referentiekader:
Horizontale stenen element onder de onderdorpel van een houten kozijn, dat ervoor zorgt dat water onder het kozijn buiten het muurvlak wordt afgevoerd. Hout waaruit ramen vervaardigd worden of omlijsting waarbinnen het paneel van een deur of beschot wordt ingesloten. Ook wel draaiende of schuivende delen van kozijn/post. Het geheel van waarden en normen binnen een bepaalde groep waarnaar verwezen kan worden.
Renovatie:
Vernieuwing.
Respecteren:
Met eerbied behandelen, eerbiedigen, waarderen. Rijenwoningen: Geschakelde eengezinswoningen in een rij. Ritmiek: Regelmatige herhaling.
U Uitbouw:
V Verdieping:
Dak, gevormd door twee driehoekige schilden aan de smalle en twee trapeziumvormige aan de lange zijde
Aan het gebouw vastzittend bouwwerk dat rechtstreeks vanuit het gebouw toegankelijk is. Bouwlaag in een gebouw boven de begane grondbouwlaag.
Volant:
Strook stof als afronding en versiering van zonnescherm of markies.
Voorerfgebied:
Erf dat geen onderdeel is van het achtererfgebied Voorgevellijn: Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de voorgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.
Voorgevelrooilijn:
Voorgevelrooilijn als bedoeld in het omgevingsplan dan wel de gemeentelijke bouwverordening.
Voorkant:
De voorgevel, het voorerf en het dakvlak aan de voorzijde van een gebouw; de zijgevel, het zijerf en het dakvlak aan de zijkant van een gebouw voor zover die zijde (zijdelings) gekeerd is naar de weg of het openbaar groen.
Lijn die in het omgevingsplan of bouwverordening aangeeft waarbinnen gebouwd mag worden.
S Schilddak:
Aangebrachte vorm en maatvoering van profiel
Raamhout:
Een in verband gemetselde laag van op hun kant of kop gemetselde stenen. Horizontale of gebogen rij stenen of betonbalk boven een gevelopening of aan de bovenzijde van een gemetselde wand.
Een duidelijk te onderscheiden horizontale lijn aan de onderzijde van een gebouw.
Profilering:
R Raamdorpel:
Rollaag:
Een geveldeel, ook wel gevelvoorsprong, is het gedeelte van een gevel dat over de volle hoogte naar voren springt ten opzichte van de rest van de gevel.
W Weg:
Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Windveer:
Plank bevestigd langs de kanten van een met riet of pannen gedekt dak ter afdekking van de voorrand. Worden soms aan de bovenzijde over elkaar gekeept.
Met de tastzin verbonden.
Woning:
Tent-, punt- of piramidedak:
Dak gevormd door vier driehoekige dakschilden die in één punt bijeenkomen.
Een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding.
Wolfdak/wolfeinden:
Textuur:
De waarneembare structuur van een materiaal (bij metselwerk dus de oneffenheden van de steen en het voegwerk).
Meestal een zadeldak waarvan één of beide dakschilden op de kop een afgeknot dakschild heeft (wolfeind).
Z Zadeldak:
T Tactiel:
Tympaan:
Driehoekig of segmentvormige bekroning van een (klassiek) gebouw of van een onderdeel daarvan.
Zijgevellijn:
N o t a O m g e v i n g s k w a l i t e i t g e m e e n t e E l b u r g | p a g i n a 74
Een dak dat aan twee zijden schuin is met een symmetrisch profiel. Denkbeeldige lijn die strak loopt langs de zijgevel van een bouwwerk tot aan de perceelsgrenzen.
Bijlage 9 | Beeldkwaliteitsplannen Beeldkwaliteitsplannen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9. 10. 11.
Beeldkwaliteitsplan 171218 (lbs) De Dijkjes Beeldkwaliteitsplan Bas Backerlaan_maart 2011 Beeldkwaliteitsplan bedrijventerrein de Glinde Beeldkwaliteitsplan Burg. Folkerts te Elburg Beeldkwaliteitsplan Doornspijk Waterland 2 Beeldkwaliteitsplan Heidezoom ’t Harde Beeldkwaliteitsplan Serpentino Beeldkwaliteitsplan Wildemaet 2019 Beeldkwaliteitsplan Broeklanden Beeldkwaliteitsplan De Pal Beeldkwaliteitsplan Vossenakker Zuid 2
Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 75
Colofon De Nota Omgevingskwaliteit is een uitgave van Het Oversticht i.s.m. de gemeente Elburg. Projectgroep:
R. Schipper i.s.m. de afdelingen
Het Oversticht: R. Onderdelinden projectleider, T. Stahlie Vormgeving:
Puntgaaf reclame & vormgeving
Fotografie:
Gemeente Elburg Stockfoto’s
Augustus 2025
N o t a O m g e v i n g s k w a l i t e i t g e m e e n t e E l b u r g | p a g i n a 76