CConstaterende datelburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2025-08-18 Nota Omgevingskwaliteit-proef_Deel2

Raadsvergadering 29 september 2025, gemeente elburgBij agendapunt: Aangepaste versie Nota Omgevingskwaliteit11.944 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ken uw gebied

5.3 De Longstrook (Het Groene Hart) Welstandsniveau 2 5.3.1

Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

De Longstrook (Het groene Hart)

Kwaliteiten en Kenmerken

minimaal, zodat de groenstructuur niet versnippert. Schuttingen ter afscherming van de bebouwing vertroebelen het karakter en versnipperen het gebied. In het gebied worden in principe zo min mogelijk gebouwen bij gebouwd. Met wijzigingen van de bebouwing dient zorgvuldig te worden omgegaan. Voor de bebouwing in Het Groene Hart is welstandsniveau 2 (reguliere toetsing) van toepassing.

Het Groene Hart heeft met zijn kronkelende paden, waterpartijen en opgaand geboomte een parkachtig karakter. Door de instituten in en rond het gebied wordt deze groene zone als zeer waardevol beschouwd voor verschillende doelgroepen. De ruimtelijke structuur tussen de uitbrei- dingen van Elburg en Oostendorp wordt gevormd door een aaneenschakeling van groenstructuren die door de diverse uitbreidingswijken liggen. Deze parkachtige zone begint tussen Oostendorp-West en Oosthoek I en II en sluit in oostelijke richting aan op het Groene Hart. Vanuit het Groene Hart gaan groene uitlopers langs de Achterweg en het Hoekwant door tot het open buitengebied aan de oostzijde van de rondweg. Hierdoor zijn tot diep in de kern ruimtelijke en visuele relaties aanwezig met het buitengebied.

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

Deze groenstructuur vormt daardoor een belangrijk ruimtelijk structurerend element voor de omringende wijken. Het slingerende water is onderdeel van het groene hart en begeleidt op diverse plaatsen de bebouwing. In het Groene Hart staat niet veel bebouwing. Een bibliotheek, sporthal, verzorgingscomplex, enkele scholen en een klein aantal woningen en boerderijen zijn aanwezig. De gebouwen zijn veelal samengestelde massa’s, als solitair element geplaatst in de groene context. Rondom de bebouwing is de verharding

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 39

5.3.2 Criteria | De Longstrook (Het Groene Hart) Welstandsniveau 2 Situering

Kleurgebruik

> Bebouwing mag geen afbreuk doen aan het groene karakter van de omgeving. Schaal en vormgeving zodanig inpassen in de omgeving dat de natuur de boventoon blijft voeren. > De indeling van het perceel en de hoofdopzet van het pand is afgestemd op de karakteristiek van de locatie, ontsluiting en zichtlijnen. > Kavelgroen sluit bij voorkeur aan bij het openbare groen aan de straatzijde. > Hoofd- en bijgebouwen vormen een samenhangend geheel. Ondergeschikte gebouwen en objecten ondergeschikt situeren of in gebouwen integreren.

> Kleuren per gebouw zijn ingetogen en dienen te harmoniëren met elkaar. > Kleurgebruik in gedekte tinten.

Massa en hoofdvorm

> Bebouwing en beplanting beschouwen als organische eenheid.

> De hoofdvorm is een eenduidige bouwmassa met een eenvoudig of harmonisch samen- gestelde massa-opbouw. > Aan- en bijgebouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing.

Gevels > Eenvoudig en harmonisch samengestelde gevelopbouw. > Ingetogen materiaalgebruik. > De verschillende hoofdfuncties zijn te onderscheiden door architectonische accenten en geledingen. > Geen grofschalige (geprefabriceerde) gevelplaten toepassen.

Detaillering > Kozijnen in hout uitvoeren. > Details van karakteristieke en esthetisch belangrijke bouwdelen zorgvuldig uitvoeren. > Geen grofschalige (geprefabriceerde) dakbedekking toepassen.

uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.

Afwerking erven

Uitzonderingen erfafscheidingen Verzoeken die zien op erfafscheidingen wordt een dichte schutting mogelijk gemaakt, indien gewerkt wordt met verschillende materialen in gelede setting. Uitvoering is situatieafhankelijk, hierbij denken aan de ruimtelijke inpassing waarbij het perceel grenst aan het openbaar groen of van de afstand tot de weg, of afhankelijk van de perceelgrootte. Met een dichte schutting wordt bedoeld meer dan 80% dicht met een hoog uitvoerings(kwaliteits)niveau. Bij voorkeur de tuin- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 40

Ken uw gebied

5.4 De Kernen Welstandsniveau 2 5.4.1

Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

Gebied De Kernen Welstandsniveau 2

Kwaliteiten en Kenmerken Doornspijk Nadat in 1825 de kerk aan zee was weggespoeld, is de buurtschap Werfhorst uitgegroeid tot de kern die nu Doornspijk heet. De aanleg van de Zuiderzeestraatweg werkte stimulerend op de groei van het dorp. Het tegenwoordige centrum van Doornspijk ligt tegenover Landgoed Klarenbeek. Bij de gemeentelijke indeling van Nederland in de twintigste eeuw werd vastgesteld dat Doornspijk ook de gemeentenaam zou zijn, totdat de gemeente in 1974 werd samengevoegd met de gemeente Elburg.

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

Doornspijk heeft een agrarisch en kleinschalig karakter. In het dorp en directe omgeving zijn veel historische boerderijen te vinden. Naast de deels historische lintbebouwing langs de Zuiderzeestraatweg zijn enkele naoorlogse uitbreidingswijken aanwezig. Deze uitbreidingswijken zijn echter kleinschalig en allemaal aan de westzijde gesitueerd. Opvallend is het Landgoed Klarenbeek, waarvan het uiteinde midden in het centrum van Doornspijk ligt. Hoge Enk Ten noordoosten van Doornspijk ligt de kern Hoge Enk. Het gebied rond de Hoge Enk heette vroeger Zudendorp. Hoge Enk is ontstaan op een hooggelegen enk. Deze kern is ontstaan uit een buurtschap en bestaat naast agrarische bebouwing vooral uit vrijstaande

woningen. De kern heeft een landelijk karakter. Voor voorzieningen zijn de inwoners aangewezen op Elburg of Doornspijk. Oostendorp en Elburg Oost Uit de naamgeving van Oostendorp valt af te leiden dat Elburg als centrum werd genomen; ten oosten van die stad lag het buurtschap Oostendorp. Dit buurtschap wordt in 1307 al genoemd. De oude kern van het dorp ligt langs de Oostendorperstraatweg. Op de kaart van 1800 zijn slechts drie boerderijen te vinden op de plaats waar nu het centrum van het buurtschap Oostendorp is. Door Thorbecke werd in 1851 het platteland met de steden gelijkgesteld. Voor de gemeente Doornspijk betekende dit dat er een gemeentehuis moest worden gebouwd en wel op een centraal punt van de uitgestrekte gemeente. De juiste plaats werd gevonden tegenover Old Putten, want hier had immers ook altijd de belangrijkste ‘jonker’ van Doornspijk gewoond. Later werd dit gemeentehuis het centrale gemeentehuis van de gemeente Elburg. Opvallend is dat er, met uitzondering van de zuidzijde, geen naoorlogse uitbreidingswijken tegen de vesting aan zijn gebouwd. De aanwezigheid van de als beschermd stadsgezicht aangewezen en daarom vrij van bebouwing gebleven schootsvelden, zijn hiervan een oorzaak. De naoorlogse woonwijken van Elburg-Oost liggen om die reden enigszins geïsoleerd ten opzichte van de vesting.

De wijken van Elburg-Oost zijn in verschillende periodes gebouwd, variërend van de jaren ’50 tot enkele jaren geleden. Het overgrote deel van dit gedeelte van Elburg bestaat uit grondgebonden eengezinswoningen. De uitbreiding van Elburg direct ten zuiden van de vesting bestaat deels uit vooroorlogse woningbouw en heeft een afwisselend karakter. De wijken van Elburg-Oost zijn vrij inwisselbaar met woonwijken van andere plaatsen in Nederland.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 42

Met de gefaseerde herstructurering van de wijk Oosthoek is een begin gemaakt. Sommige wijken in ElburgOost liggen op relatief grote afstand van de voorzieningen in de vesting. Oostendorp is zo verweven met Elburg-Oost, dat deze twee woongebieden als eenheid worden gezien. De Zuiderzeestraatweg (N309) heeft een nadelige invloed op de woonkwaliteit in het dorp. Door de verweving met Elburg-Oost is het oorspronkelijke karakter van Oostendorp nog maar weinig herkenbaar. ’t Harde ‘t Harde is vernoemd naar de hardere onder- grond die hier was, in vergelijking met omliggende gebieden. Als in 1875 wordt besloten een militair complex op de Woldberg aan te leggen, spreekt men nog van de legerplaats Oldebroek. In 1930 bestond ‘t Harde uit 39 huizen waarin 175 mensen woonden. Pas in 1953 zette de stormachtige ontwikkeling in die van ‘t Harde de tweede kern van de gemeente Elburg maakt, door de realisatie van grootschalige nieuwbouwwijken. ’t Harde is een relatief nieuwe nederzetting die ontstaan is door de aanwezigheid van de spoorlijn en het aanwezige kazerneterrein. De grootschalige naoorlogse nieuwbouwwijken werden vooral bevolkt door mensen van buiten de gemeente Elburg. In ’t Harde is de nabijheid van de Veluwe voelbaar, waardoor het karakter van het dorp sterk afwijkt van dat van Elburg of Doornspijk.

Ook zijn er enkele villawijken in het dorp aanwezig die ook een bijdrage leveren aan het groene karakter.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 43

5.4.2 Criteria | De Kernen Welstandsniveau 2 Situering

Materiaalgebruik

> Nieuwbouw sluit aan bij de ritmiek van de bestaande bebouwing in de omgeving. > De parcellering, de positie en de oriëntatie van de oorspronkelijke bebouwing zijn richtinggevend bij nieuwbouw. > Panden zijn gericht naar de openbare ruimte. > De bestaande samenhang en afwisseling in de vormgeving van de kappen in de omgeving blijft gehandhaafd.

> Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke materiaal tot uitgangspunten nemen. > Het gebruik van glas, spiegelende oppervlakken, kunststof of kunsthars gevelbeplating is niet toegestaan.

Massa en hoofdvorm > Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is er respect voor de oorspronkelijke massa en architectuur van de naastgelegen panden. > De vormgeving van het dak is afgestemd op het karakter van het betreffende pand.

Gevels > Bij verbouw, renovatie of vervangende nieuwbouw is er respect voor de oorspronkelijke gevelopbouw en het materiaal- en kleurgebruik. > Bij nieuwbouw vormt de bebouwing in de omgeving met betrekking tot stijlkenmerken en materialisering het uitgangspunt. > De maat en schaal van de gevelindeling wordt gerespecteerd. > De architectonische eenheid van het oorspronkelijke pand blijft uitgangspunt in geval van splitsing, de individualiteit van de panden blijft bij samenvoeging gehandhaafd.

Kleurgebruik

uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.

> Aardkleuren bepalen voor hoofdvlakken het aanzicht. > Het gebruik van sterk contrasterende kleuren wordt vermeden. > Kleuren van dakpannen en metselwerk zijn op elkaar afgestemd. > Bij verbouwing of renovatie het oorspronkelijke kleurgebruik tot uitgangspunt nemen.

Uitzonderingen erfafscheidingen > Verzoeken die zien op erfafscheidingen wordt een dichte schutting mogelijk gemaakt, indien gewerkt wordt met verschillende materialen in gelede setting. > Uitvoering is situatie afhankelijk, hierbij denken aan de ruimtelijke inpassing waarbij het perceel grenst aan het openbaar groen of van de afstand tot de weg, of afhankelijk van de perceelgrote. > Met een dichte schutting wordt bedoeld meer dan 80% dicht met een hoog uitvoerings(kwaliteits)niveau. Bij voorkeur de tuin,- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 44

Ken uw gebied

5.5 Bedrijventerreinen Welstandsniveau 2 5.5.1

Om met uw gebouw een goede inpassing te maken in de omgeving, is het belangrijk om te weten wat de bestaande karakteristiek van uw gebied is. Hieronder staan de gebiedskwaliteiten beschreven.

Gebied Bedrijventerreinen

Kwaliteiten en Kenmerken

De gemeente wil de oorspronkelijke gebiedskarakteristiek bewaren en waar nodig herstellen. Delen die nog herkenbaar zijn als historische bebouwingsstructuren dienen daarom met zorg te worden behandeld. Daarom geldt voor dit gebied Welstandsniveau 2.

In ’t Harde is een tweetal bedrijventerreinen aanwezig. Tussen de spoorlijn en de Rijks- weg A28 is een kleinschalig bedrijventerrein gesitueerd met enkele bedrijven. Aan de noordwestzijde van het dorp is het bedrijventerrein Koekoek gevestigd. In Doornspijk en de rest van de gemeente zijn her en der bedrijven gevestigd.

In de gemeente Elburg zijn verschillende bedrijventerreinen aanwezig die sterk in aan- zien en karakter verschillen. In 1932 kwam de Afsluitdijk gereed en werd de zoute Zuiderzee het zoete IJsselmeer. Door de afsluiting van de Zuiderzee nam ook de visstand af en verdween voor Elburg de belangrijkste bron van inkomsten. Elburg moest uitzien naar andersoortige bedrijvigheid. In verband met het beperkte grondgebied van de toenmalige gemeente, was men aangewezen op het gebied rondom de haven om met industriële activiteiten te starten. Dit verklaart de excentrische ligging van bedrijventerrein Kruismaten. Hierdoor is de bereikbaarheid van dit bedrijventerrein matig, ondanks de enkele jaren geleden aangelegde Oostelijke Rondweg van Elburg. Kruismaten is deels verouderd en de beeldkwaliteit is relatief laag. In de zuidoosthoek van de kern Elburg ligt het bedrijventerrein Oostendorp. Dit bedrijventerrein is relatief nieuw en heeft een duidelijk gezicht richting de rotonde op het kruispunt van de N309 en de N308. Er is hier ook sprake van grootschalige detailhandel, zoals meubelzaken en een bouwmarkt. Ten oosten van bedrijventerrein Oostendorp is het bedrijventerrein Broeklanden in aanbouw, dat voor de komende jaren in de behoefte kan voorzien.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 45

5.5.2 Criteria | Bedrijventerreinen Welstandsniveau 2 Situering

Materiaalgebruik

> De indeling van het perceel en de hoofdopzet van het bedrijfspand zijn afgestemd op de karakteristiek van de locatie, bijvoorbeeld hiërarchie, ontsluiting en zichtlijnen. > Bedrijfsbebouwing staat in de rooilijn geordend. > Hoofdgebouwen staan aan de straatzijde, bijgebouwen hebben een ondergeschikte positie. > Bebouwing afstemmen op de ritmiek, schaal en hoogte van de bestaande bebouwing in de omgeving. > Gebouwen geclusterd of in onderlinge samenhang op het terrein plaatsen. > Publieke en representatieve functies oriënteren op de straat.

> Bij verbouw is het oorspronkelijke materiaalgebruik uitgangspunt. > Bij nieuwbouw is de materiaalkeuze eigentijds.

Massa en hoofdvorm > De hoofdvorm van gebouwen is eenduidig. > De richting van gebouwen volgt in hoofdzaak de straatrichting. > Aan- en bijgebouwen houden rekening met de herkenbaarheid van de hoofdbebouwing.

Kleurgebruik > Kleuren per gebouw dienen te harmoniëren met elkaar. > De kleuren moeten passen bij de kleurstelling van de panden in de directe omgeving.

Afwerking erven > Van open hekwerken en dergelijke aan de straatzijde worden hoogte en vormgeving op elkaar afgestemd. > Bij erfafscheidingen aan de straatzijde en op grote open (parkeer en opslag) terreinen maakt aankledingsgroen deel uit van de erfinrichting. > Het kavelgroen sluit aan bij het openbare groen aan de straatzijde.

Bij voorkeur de tuin- en erfbeplanting aansluiten bij veelvoorkomende beplantingswijzen in de directe omgeving zoals houtwallen, losse bomen of hagen. Streekeigen beplanting verdient de voorkeur boven uitheemse soorten. Zo min mogelijk terreinverharding op het perceel toepassen. Bouwplannen die zien op gebieden met een recreatieve bestemming worden beoordeeld in hun eigen context. Voor bebouwing in het buitengebied met een monumentale status geldt welstandsniveau 1, evenals voor landgoederen. Voor de belangrijkste historische bebouwingslinten zijn aanvullende criteria opgenomen in deze nota.

Uitzonderingen erfafscheidingen

Gevels > De verschillende hoofdfuncties zijn te onderscheiden door architectonische accenten en geledingen. > Zeer grote lengtes van gebouwen worden door materiaal- en kleurgebruik doorbroken.

> Verzoeken die zien op erfafscheidingen wordt een dichte schutting mogelijk gemaakt, indien gewerkt wordt met verschillende materialen in gelede setting. > Uitvoering is situatie afhankelijk, hierbij denken aan de ruimtelijke inpassing waarbij het perceel grenst aan het openbaar groen of van de afstand tot de weg, of afhankelijk van de perceelgrote. > Met een dichte schutting wordt bedoeld meer dan 80% dicht met een hoog uitvoerings(kwaliteits)niveau.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 46

Bijlage 1 | Excessenregeling Criteria bij excessen Er is sprake van een exces, indien een bouwwerk in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand. De gemeente hanteert bij het toepassen van deze excessenregeling het basis- criterium dat er sprake moet zijn van een buitensporigheid in het uiterlijk die in het algemeen voor deskundigen én voor niet-deskundigen duidelijk is en die afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van een gebied. Het gaat hierbij om zaken waarvan de uitvoering aantoonbaar ondeugdelijk is, die verloedering van de omgeving van het bouwwerk in de hand werken, of aanstootgevend zijn.

verleend. Het gaat in gevallen van een exces om ernstige ontsiering van een bouwwerk of een gedeelte daarvan in relatie tot de omgeving. Het zal duidelijk zijn dat in een gebied waarvoor een hoog welstandsniveau 1s vastgesteld, er eerder sprake kan zijn van een exces dan in een gebied met een lager niveau.

Vaak heeft dit betrekking op: > het visueel of fysiek afsluiten van een bouwwerk voor zijn omgeving; > het ontkennen of vernietigen van architectonische bijzonderheden bij aanpassing van een bouwwerk; > armoedig materiaalgebruik; > toepassing van felle of contrasterende kleuren; > te opdringerige reclames; > een te grove inbreuk op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de gebiedsbeschrijvingen); > verwaarlozing en verval. De strijdigheid wordt getoetst en onderbouwd aan de hand van de gebiedsgerichte criteria. De regel dat bouwwerken ‘niet in ernstige mate in strijd mogen zijn met redelijke eisen van welstand’ geldt ook voor vergunningvrije bouwwerken en in welstandsvrije gebieden. Dus niet alleen voor alle bestaande bouwwerken waarvoor voor het bouwen een omgevingsvergunning is

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 47

Bijlage 2 | Algemene criteria 1

Doel van deze criteria

De algemene welstandscriteria die in deze paragraaf worden genoemd, richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp, en zijn terug te voeren op universele kwaliteitsprincipes*. Criteria voor architectonische kwaliteit (hardheidsclausule) In de dagelijkse praktijk van het welstandbeleid blijken er altijd uitzonderingssituaties voor te komen waar de gebiedsgerichte en de objectgerichte criteria ontoereikend, onbruikbaar of niet van toepassing zijn. Dan wordt teruggevallen op algemene criteria. In onderliggende paragraaf zijn deze gevallen aangegeven en worden de toepassingsregels geduid. Per geval zullen de commissie omgevingskwaliteit of het gemeentebestuur beslissen of de algemene criteria worden toegepast of dat onverkort aan de gebieds- of objectcriteria wordt vastgehouden. In positieve zin 1. In bijzondere situaties wanneer een bouwplan afwijkt van de gebieds- en objectcriteria, maar door schoonheid, bijzonderheid, architectuur of structuur wél aan redelijke eisen van welstand voldoet, kan een positief advies worden gegeven op basis van toetsing aan de algemene criteria. 2. In bijzondere situaties waarbij een gebouwtype wordt voorgesteld waarin de gebieds- en objectcriteria niet kan voorzien, wordt getoetst aan de algemene criteria.

In beide gevallen zullen zowel de initiatiefnemer, de ontwerper als de welstandsadviseur gemotiveerd moeten aantonen waarom het plan op die plek wel architectonisch-stedenbouw- kundig verantwoord is. In negatieve zin Ook kan het voorkomen dat plannen die tegemoet komen aan de gebieds- en objectcriteria toch een zodanig slechte kwaliteit hebben dat ze afbreuk doen aan hun omgeving. In die gevallen kan worden teruggevallen op de algemene criteria. De welstandsadviseur zal in dit geval gemotiveerd moeten aantonen waarom het plan op die plek architectonisch-stedenbouwkundig niet verantwoord is. * De algemene welstandscriteria zijn verkort overgenomen uit het Basisstramien Gemeentelijke Welstandsnota van Stichting Welstandszorg Noord-Holland en zijn gebaseerd op de notitie ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’ die prof. ir. Tj. Dijkstra schreef als Rijksbouwmeester in 1985. 38

2

De Algemene criteria

De algemene welstandscriteria die in deze paragraaf worden genoemd, richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp, en zijn terug te voeren op universele kwaliteitsprincipes*. 1. Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand zal qua verschijningsvorm een relatie hebben met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is,

terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. Een bouwwerk wordt primair gemaakt om te worden gebruikt. Hoewel het welstandstoezicht slechts is gericht op de uiterlijke verschijningsvorm, kan de vorm van het bouwwerk niet los worden gedacht van de eisen vanuit het gebruik en de mogelijkheden die materialen en technieken bieden om een doelmatige constructie te maken. Gebruik en constructie staan aan de wieg van iedere vorm. Daarmee is nog niet gezegd dat de vorm altijd ondergeschikt is aan het gebruik of de constructie. Ook wanneer andere aspecten dan gebruik en constructie de vorm tijdens het ontwerpproces gaan domineren, mag worden verwacht dat de uiteindelijke verschijningsvorm een begrijpelijke relatie houdt met zijn oorsprong. Daarmee is tegelijk gezegd dat de verschijningsvorm meer is dan een rechtstreekse optelsom van gebruik en constructie. 2. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand zal een positieve bijdrage leveren aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. Bij het oprichten van een bouwwerk is sprake van het afzonderen en in bezit nemen van een deel van de algemene ruimte voor particulier gebruik.

Gevels en volumes vormen zowel de externe begrenzing van de bouwwerken als ook de wanden van de openbare ruimte die zij

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 48

gezamenlijk bepalen. Het bouwwerk is een particulier object in een openbare context. Het bestaansrecht van het bouwwerk ligt niet in het eigen functioneren alleen, maar ook in de betekenis die het heeft in zijn stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook van een bouwwerk dat contrasteert met zijn omgeving, mag worden verwacht dat het zorgvuldig is ontworpen en de omgeving niet ontkent. Waar het om gaat is dat het bouwwerk een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en de te verwachten ontwikkelingen daarvan. Over de wijze waarop dat bij voorkeur zou moeten gebeuren, kunnen de gebiedsgerichte welstandscriteria duidelijkheid verschaffen. 3. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Voor een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand geldt dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Voor vormgeving gelden in iedere cultuur bepaalde regels. Als vormen regelmatig in een bepaald verband zijn waargenomen, krijgen zij een zelfstandige betekenis en roepen zij, los van gebruik en constructie, bepaalde associaties op. Pilasters in classicistische gevels verwijzen naar zuilenstructuren van tempels, transparante gevels van glas en metaal roepen associaties op met techniek en vooruitgang.

In iedere bouwstijl wordt gebruik gemaakt van verwijzingen en associaties naar wat eerder of elders al aanwezig was of naar wat in de toekomst wordt verwacht. De kracht of de kwaliteit van een bouwwerk ligt echter vooral in de wijze waarop die verwijzingen en associaties worden verwerkt en geïnterpreteerd binnen het kader van de actuele culturele ontwikkelingen, zodat

concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. Zorgvuldig gebruik van verwijzingen en associaties betekent onder meer dat er een bouwwerk ontstaat dat integer is ten opzichte van zijn tijd doordat het op grond van zijn uiterlijk in de tijd wordt geplaatst waarin het werd gebouwd of verbouwd. 4. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand heeft een structuur in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat. Een belangrijke eis die aan een ontwerp voor een bouwwerk mag worden gesteld is dat er structuur wordt aangebracht in het beeld. Een heldere structuur biedt houvast voor de waar- neming en is bepalend voor het beeld dat men vasthoudt van een gebouw. Symmetrie, ritme, herkenbare maatreeksen en materialen maken het voor de gemiddelde waarnemer mogelijk de grote hoeveelheid visuele informatie die de gebouwde omgeving heeft, te reduceren tot een bevattelijk beeld. Het streven naar helderheid mag echter niet ontaarden in simpelheid. Een bouwwerk moet de waarnemer blijven prikkelen en intrigeren. Er mag best een beheerst beroep op de creativiteit van de voorbijganger worden gedaan. Van oudsher worden daarom helderheid en complexiteit als complementaire begrippen ingebracht bij het ontwerpen van bouwwerken.

Complexiteit in de architectonische compositie ontstaat vanuit de stedenbouwkundige eisen en het programma van eisen voor het bouwwerk. Bij een gebouwde omgeving met een hoge belevingswaarde zijn helderheid en complexiteit tegelijk aanwezig in evenwichtige en spanningsvolle relatie.

5. Schaal en maatverhoudingen Een bouwwerk dat voldoet aan redelijke eisen van welstand heeft een samenhangend stelsel van maatverhoudingen dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. Ieder bouwwerk heeft een schaal die voortkomt uit de grootte of de betekenis van de betreffende bouwopgave. Grote bouwwerken kunnen uiteraard binnen hun eigen grenzen geleed zijn, maar worden onherkenbaar en ongeloofwaardig als ze er uitzien alsof ze bestaan uit een verzameling losstaande kleine bouwwerken. De maatverhoudingen van een bouwwerk zijn van groot belang voor de belevingswaarde ervan, maar vormen tegelijk één van de meest ongrijpbare aspecten bij het beoordelen van ontwerpen. De waarnemer ervaart bewust of onbewust de maatverhoudingen van een bouwwerk, maar waarom de maatverhoudingen van een bepaalde ruimte aangenamer, evenwichtiger of spannender zijn dan die van een andere, valt nauwelijks vast te stellen. Duidelijk is dat de kracht van een compositie groter is naarmate de maatverhoudingen een sterkere samenhang en hiërarchie vertonen. Mits bewust toegepast, kunnen ook spanning en contrast daarin hun werking hebben. De afmetingen en verhoudingen van gevelelementen vormen samen de compositie van het gevelvlak. Hellende daken vormen een belangrijk element in de totale compositie.

Als toegevoegde elementen (zoals een dakkapel, een aanbouw of een zonnecollector) te dominant zijn ten opzichte van de hoofdmassa en/ of de vlakverdeling, verstoren zij het beeld, niet alleen van het object zelf maar ook van de omgeving waarin dat is geplaatst.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 49

Bijlage 3 | Duurzaamheidsparagraaf Duurzaamheidsparagraaf Het begrip ‘duurzaamheid’ is door de jaren heen een containerbegrip geworden. Alles wat te maken heeft met maatschappelijk verantwoord leven, milieu, ecologie en toekomstgericht denken wordt onder duurzaamheid geschaard. In het VN-rapport ‘Our Common Future’ uit 1987 wordt de essentie van duurzame ontwikkeling verwoordt als ‘een ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.’ Met andere worden, bij een duurzame ontwikkeling wordt gekeken naar de huidige behoefte en hoe dit in de toekomst ontwikkeld kan worden zonder dat de mensen, het milieu of de economie in gevaar komen. Duurzaamheid gaat over een goede balans tussen ecologische, economische en sociale belangen voor het heden èn de toekomst. Bij duurzaam bouwen ligt de nadruk over het algemeen vooral op technische en/of goed meetbare aspecten, bijvoorbeeld gebruik van duurzame materialen en installaties voor energieopwekking, of op een hoge energie-bewustheid (energieneutraal gebouw). Naast deze technische aspecten kan duurzaamheid ook vanuit een kwalitatief gezichtspunt worden bekeken op het vlak van cultuurhistorie, landschap, stedenbouw en architectuur, als aspecten die van invloed zijn op een duurzame en aantrekkelijke leefomgeving.

De gemeente Elburg wil een duurzame leefomgeving bevorderen en wil een steentje bijdragen aan een beperking van de negatieve effecten als gevolg van de klimaatveranderingen. De gemeente wil daarom ook

graag bewoners en initiatiefnemers stimuleren om een bijdrage te leveren aan het duurzame karakter van de gemeente. In deze paragraaf zijn daarom uitgangspunten geformuleerd om te komen tot duurzame ontwerpen op het gebied van stedenbouw, architectuur, (grootschalige) wind- en zonneparken en monumenten.

> Bevorder door het stedenbouwkundig ontwerp het gebruik van fiets en open- baar vervoer > Zorg dat je wijken en gebouwen flexibel ontwerpt en herstructureert > Zorg voor prettige en leefbare steden, wijken, gebouwen en huizen.

Duurzame stedenbouw In de stedenbouwkundige praktijk van de gemeente gaat het vooral om het benutten en versterken van al aanwezige sociale-, ecologische en economische kapitalen. Huidige en nieuwe bewoners, bedrijven en instellingen vragen om een duurzaam vestigingsmilieu. Bij duurzame stedenbouw gaat het over het harmonieus combineren van de belangen van mensen, milieu en economie. Belangrijke aspecten daarbij zijn het kiezen voor schone en gezonde systemen, het centraal stellen van de eindgebruiker en rekening houden met geleidelijke vernieuwing. Uitgangspunten voor duurzame stedenbouw > Probeer sloop van kwalitatief goede wijken en gebouwen te vermijden > Koppel grootschalige/stedelijke functies aan de hoofdverkeersinfrastructuur (OV, fiets, auto) > Zorg voor een intensieve inrichting van het bebouwde gebied > Koppel natuur-/recreatieve functies aan het waternetwerk > Betrek milieurandvoorwaarden in het stedenbouwkundig ontwerp > Neem zongerichte verkaveling zo veel mogelijk mee in het ontwerp

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 50

Duurzame architectuur/duurzaam bouwen Het doel van duurzame architectuur of duurzaam bouwen is om op zo’n manier te bouwen, te gebruiken en te slopen dat de aarde zo min mogelijk belast wordt. Veelgebruikte oplossingen zijn het renoveren van bestaan- de complexen, het gebruik van duurzame materialen en energiebewuste technieken. Uitgangspunten voor duurzame architectuur en duurzaam bouwen > Probeer sloop van goede panden zo veel mogelijk te voorkomen. > Maak zoveel mogelijk gebruik van circulair bouwen door gebruik van hernieuwbare grondstoffen, gebruik van materialen die voor de hele levensduur van het bouwwerk geoptimaliseerd zijn (waardebehoud, minder kosten, meer hergebruik en minder milieu-impact). > Reductie van zoveel mogelijk CO2-emmissies in de productie-, bouw- en gebruiksfase. > Wees innovatief en speel proactief in op veranderingen in de samenleving en de vraag van markt en consument. > Probeer zoveel mogelijk te bouwen volgens de principes van Cradle to Cradle (volledig herbruikbaar zonder waarde te verliezen of afval te worden) > Gebruik natuurlijke, biobased en lokale bouwmaterialen. > Zorg voor zoveel mogelijk besparing van energie. > Maak gebruik van passieve zonne-energie, bijvoorbeeld door een goede oriëntatie op de zon (rekening houdend met verschillende jaargetijden en zonnestanden) en door overstekken aan de zuidkant voor zonwering bij hoge zomerzon.

> Integreer installaties voor energie-opwekking (hightech installaties).

> Streef naar (volledige) zelfvoorzienendheid. > Zorg voor een gezond binnenklimaat. binnenklimaat op natuurlijke wijze reguleren (lowtech methoden). > Zorg dat woningen levensloopbestendig zijn.

Waterspeelplein

Urban farming als sociale cohesie

Recreatie in koelte

Pantoffelafstand

Ruimte voor water in de straat

Beheer door bewoners

Herschikking parkeren

Windvangers

Elkaar ontmoeten in de openbare ruimte

Koele routes

Wijkgedachte

Gemeenschappelijke groene voortuinten

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 51

Energietransitie De energietransitie, bijvoorbeeld door kan gezien worden als een kans voor verbetering van de omgevingskwaliteit. Om dat te bereiken is er een aantal sleutels gemaakt hoe op een ruimtelijk verantwoorde manier duurzame energie, bijvoorbeeld zonne- of windenergie, wordt opgewekt.

4. Benut de meest geschikte gebieden eerst. Bekijk op regionale schaal welke gebieden het meest geschikt zijn voor grootschalige initiatieven. Daarmee kunnen kwetsbare

Zeven sleutels: ruimtelijk verantwoord duurzame energie opwekken.

5. Benader de opgave integraal. De energietransitie is een complexe uitdaging waar we als hele maatschappij voor staan. Integraal kijken is daarom noodzakelijk: a. Betrek alle disciplines en stakeholders. b. Werk op verschillende schaalniveaus, binnen en buiten de gemeentegrenzen. c. Zoek de relatie met andere opgaven zoals toerisme, landbouw, natuur en bevolkingsopbouw.

1. Besef dat de energietransitie een grote opgave is. De energietransitie gaat tientallen jaren duren en de impact op de omgeving is zeer groot en zal lange tijd aanwezig zijn. Een ieder heeft de sleutel in handen om een goed ruimtelijk resultaat te bereiken. 2. Lever altijd maatwerk door te werken vanuit de context. Elke plek, gebied en regio is uniek en kent haar eigen waarden. Dat betekent dat er geen blauwdrukplan kan worden geleverd. 3. Bedenk eerst waar kwaliteit toegevoegd kan worden. De energietransitie zal zichtbaar zijn voor iedereen. Dat betekent niet dat we zomaar ergens beginnen, deze plekken worden strategisch gekozen: a. Begin met locaties waar het minder kwaad kan. Locaties die toe zijn aan een herwaardering, die vragen om een nieuwe functie of waar al maatschappelijk draagvlak voor is. b. Zoek naar locaties waar een dubbelfunctie mogelijk is, denk aan combinaties met landbouw, natuur, bouw en infra.

gebieden worden beschermd. Dit is tevens financieel aantrekkelijker.

6. Werk vanuit de kracht van de samenleving. Verduurzaming is niet te realiseren als een top-down plan maar kan alleen slagen met draagvlak van de samenleving. Werk daarom samen met lokale partijen en stakeholders en draag zorg dat zowel de lasten als de lusten ook lokaal worden gedeeld. 7. Geef initiatiefnemers ruimte en kaders. De energietransitie zal een enorme (ruimtelijke) impact hebben op het landschap en de leefomgeving. Sturing door de overheid is daarom zeker gewenst middels inpassingsvoorwaarden(maatwerk) waarbinnen de transitie kan plaatsvinden met daarbinnen ruimte voor (lokaal) initiatief.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 52

Zonnepanelen en -collectoren op of bij monumenten en in het beschermde stadsgezicht. Op monumenten en in beschermde gebieden zijn zonnepanelen alleen mogelijk als de plek en het pand de ingreep aankan zonder dat hierdoor historische waarden onaanvaardbaar aangetast worden. De gevolgen van een ingreep verschillen per monument, per omgeving, en ook per techniek. Naast zonne-energie zijn ook andere technieken voor duurzame energie mogelijk. Het hangt van de locatie en het gebouw af welke techniek het geschiktst is. Kijk goed naar de plus- en minpunten van een techniek voor het milieu en het monument. Zorg ervoor dat de keuze voor zonne-energie helder te onderbouwen is, zeker als alternatieve technieken minder ingrijpen in het monument. Is de techniek geschikt voor het gebied of gebouw, dan is het daarna nog een kwestie van goed inpassen: door een goede plaatsing van de installatie en met een goed ontwerp beperkt u de fysieke en visuele gevolgen ervan. Een goede voorbereiding is hiervoor onontbeerlijk. Bij een zonne-energiesysteem komt veel kijken. Begin daarom nooit zomaar, maar maak eerst een plan. Een geslaagd systeem vereist zorgvuldige keuzes over de plaatsing en het ontwerp van de installatie.

Belangrijke uitgangspunten bij monumenten en in het beschermde stadsgezicht: > Zorg dat u voldoende informatie heeft over de cultuurhistorische of ruimtelijke waarden van het gebouw of gebied. > Neem maatregelen om het gas- en energieverbruik te verlagen met alle mogelijke maatregelen die geschikt zijn voor het monument. > Zoek naar alternatieve locaties rond het gebouw met minder gevolgen voor historische materialen en de cultuurhistorische of historisch-ruimtelijke waarden

>

>

>

>

>

van het pand, de omgeving en/of het beschermd gezicht, bijvoorbeeld door plaatsing op een ander bouwwerk dat geen cultuurhistorische waarde heeft. De zonne-energie-installatie is op de gewenste locatie goed te richten naar de zon, kan zonder veel schaduw op de panelen of collectoren zonlicht opvangen en levert een relevante bijdrage aan het milieu. Elk monument is anders. Het aanbrengen van zonnepanelen is dus maatwerk. Het uitgangspunt is dat het installatie-systeem niet leidt tot onaanvaardbare en blijvende fysieke of visuele ingrepen in de materialen of in het aanzien waar- aan het gebouw en zijn omgeving hun waarde ontlenen. De installatie (inclusief alle bijbehorende onderdelen) is niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte. Binnen het beschermde stadsgezicht verstoort de installatie ook geen belangrijke uitzichten, vanuit of binnen het beschermde gezicht. Het uiterlijk van de installatie (waaronder grootte, vorm, kleur en reflectie) leidt niet af van het karakter van het gebouw en de omgeving. Kabels, leidingen en alle bijbehorende apparatuur zijn binnen in het gebouw onder te brengen, zonder blijvende schade aan, of verlies van, belangrijke historische materialen en constructies.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 53

Bijlage 4 | Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk een gezonde en aantrekkelijke buurt te creëren. En groen in de buurt levert veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Groen zorgt voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komt de leefomgeving pas écht tot leven. Veel plekken in de gemeente bieden kansen om natuurinclusief te bouwen. Nieuwe woningen, de omliggende tuinen en het openbaar groen kunnen vele mogelijkheden bieden om vogels, insecten en vleermuizen nestgelegenheden en voedsel te bieden en zo zorgen voor een grotere soortenrijkdom in de buurt. Door kleine openingen te maken in gevels en onder dakoverstekken of met behulp van nestkasten kunnen nestgelegenheden worden gemaakt voor vogels en vleermuizen. Ook hagen, struiken, klimplanten en andere beplantingen kunnen een prima verblijfplaats bieden aan vele soorten. En alles wat bloeit en/of vruchten draagt, biedt voedsel aan deze soortenrijkdom. Ook de waterloop aan de noordzijde en de oevers langs het water, kunnen bijdragen aan de biodiversiteit.

Toolbox De toolbox www.bouwnatuurinclusief.nl is een website voor architecten, gemeenten, projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties, maar ook voor particulieren. Een ieder kan informatie en inspiratie vinden over heel verschillende aspecten van natuurinclusief bouwen. Iedereen die betrokken is bij het initiatief, het ontwerp en de bouw van woningen in de gemeente, wordt uitgedaagd om bij te dragen tot meer biodiversiteit in de buurt. Er is veel mogelijk en de informatie is beschikbaar. Dus samen gaan we aan de slag met natuurinclusief bouwen. Bouw natuurinclusief, informatie en inspiratie op maat Handleiding Checklist Groen Bouwen Aanbeveling plaatsing zonnepanelen

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 54

Bijlage 5 | Sneltoetscriteria Wat wordt bedoeld met Sneltoetscriteria? Dit zijn voorschriften voor veelvoorkomende kleine/simpele bouwplannen die omgevings- vergunningplichtig zijn. Deze criteria omschrijven heel concreet en objectief hoe bouwwerken eruit dienen te zien om niet strijdig te zijn met de ‘redelijke eisen van welstand’. Als aan deze criteria - die zich met name richten op de plaatsing, maatvoering en detaillering van een bouwwerk - wordt voldaan, behoeft het bouwplan niet meer ter welstandadvisering te worden voorgelegd aan de commissie. Hierdoor verloopt de vergunningaanvraag voor de deze vergunningplichtige bouwwerken veel sneller. De sneltoetscriteria maken deel uit van de nota omgevingskwaliteit. Dit geldt ook voor aanvragen die zien op bepaalde wijzigingen bij monumenten, niet-monumentale onderdelen en in het beschermd stadsgezicht.

Systematiek Bij de opzet van sneltoetscriteria is onderscheid gemaakt tussen de voor- en achterkant. De voorkant is de voorgevel en de zijgevel die naar het openbaar toegankelijk gebied zijn gericht. De achterkant is de zijgevel die niet naar het openbaar toegankelijk gebied is gericht en de achtergevel Uitgangspunt: nieuw beleid is bepalend . Objecten worden goedgekeurd als zij voldoen aan de nieuwe sneltoetscriteria. Eerdere toegestane bouwwerken kunnen niet verwijderd worden, maar zullen langzamerhand verdwijnen (uitsterven), doordat dit nieuwe beleid bepalend is. Het door aanvragers verwijzen naar eerder toegestane bouwwerken, gaat niet meer op. De gemeente heeft namelijk een duidelijk standpunt ingenomen.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 56

5.1 Criteria voor bijbehorende bouwwerken aan het hoofdgebouw Het omgevingsplan treedt in eerste instantie regelend op. Het omgevingsplan is bepalend voor wat betreft afmetingen, voorgevelrooilijnen, etc. Als het bijbehorend bouwwerk zichtbaar is vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld bepalend. Voor bijbehorende bouwwerken aan het hoofdgebouw in het achtererfgebied gelden geen welstandseisen. Erkers en luifels maatvoering > De breedte van een erker mag niet meer dan 2/3 van de breedte van de gevel van de woning zijn. > De luifel mag in zijn geheel overgaan in de erker. De diepte gemeten loodrecht op de gevel waaraan gebouwd wordt, mag niet meer dan 1,25 meter bedragen. > De hoogte van de erker mag niet meer bedragen dan de 1e verdiepingsvloer + maximaal 30 centimeter. > Gevels en kozijnen qua materiaal en kleur afstemmen met het hoofdgebouw.

Indien niet aan bovenstaande criteria wordt voldaan, dient het bouwplan aangepast te worden of kan het bouwplan aan de commissie worden voorgelegd.

5.2 Criteria voor vrijstaande bijbehorende bouwwerken Het omgevingsplan treedt in eerste instantie regelend op voor wat betreft rooilijnen en maximale afmetingen. Als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, zijn ze voor het straatbeeld bepalend. Bijbehorende bouwwerken moeten qua uitstraling en volume ondergeschikt zijn aan het oorspronkelijke hoofdgebouw en afgestemd worden op het gebiedseigen karakter van het hoofdgebouw of de erfinrichting. Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:

Achtererfgebied naar een openbaar toegankelijk gekeerd gebied Uitvoering: > Kapvorm: plat of dezelfde dakhelling van het hoofdgebouw. > Basisvorm van het hoofdgebouw. > Geen overmaat aan detailleringen. > Gebiedseigen toepassing van het materiaal en kleur. Indien niet aan de sneltoetscriteria wordt voldaan, dient het bouwplan aangepast te worden of kan het bouwplan aan de commissie worden voorgelegd.

Zijerf Uitvoering: > Plat dak, of schuin dak met een dakhelling overeenkomstig de woning. > Een flauwere helling is wenselijk tevens een knik in dakvlakken hoeft geen bezwaar te zijn. > Gebiedseigen toepassing van materiaal en kleur.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 57

5.3 Criteria voor dakkapellen Een dakkapel is een bescheiden uitbouw in de kap, bedoeld om de lichttoetreding te verbeteren en het bruikbaar woonoppervlak te vergroten. Dakkapellen zijn, als ze zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, voor het straatbeeld bepalend. Dakkapellen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Criteria voor dakkapellen aan de voorkant of naar het openbaar gebied gekeerde zijkant. Plaatsing > Bij meerdere dakkapellen in hetzelfde bouwblok regelmatige rangschikking op horizontale lijn, dus niet boven elkaar gerangschikt. > Minimaal 0,5 meter dakvlak rondom dakkapel vrijhouden. > Afstand tot goot minimaal 1 m. Vorm > Zijwanden zijn ondoorzichtig. > Overstek en boeiboord zoveel mogelijk in verhouding met de woning.

> Plat dak of aangekapt, afhankelijk van de dakhelling. > Geen borstwering. > Breedte: maximaal de helft van de breedte van het dakvlak. (midden bouwmuur tot midden bouwmuur). > 1,75 m hoog, gemeten vanaf voet dakkapel tot bovenzijde boeiboord of daktrim dakkapel. Materiaal en kleur > Gebiedseigen toepassing van materiaal- en kleurgebruik. Geen toepassing van dichte panelen in het voorvlak van de dakkapel. > Zijwanden dakkapel afgestemd op de kleur van het hoofdgebouw. Indien niet aan voornoemde criteria wordt voldaan, dient het bouwplan aangepast te worden of kan het bouwplan aan de commissie worden voorgelegd Dakkapellen op het achterdakvlak of een niet naar het openbaar gebied gekeerd zijdakvlak. > Hier zijn geen welstandseisen van toepassing met uitzondering van monumenten en/of binnen het beschermd stadsgezicht.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 58

5.4 Criteria voor kozijn- of gevelwijziging In principe mag de samenhang en de ritmiek in straatwanden niet worden verstoord door incidentele kozijn- of gevelwijzigingen. Met name een kozijn- of gevelwijziging in de voorgevel of zijgevel, als deze gekeerd is naar de weg of het openbaar gebied, vraagt om een zorgvuldige vormgeving. Een kozijn- of gevelwijziging moet passen bij het karakter van het hoofdgebouw. Maatvoering > Diepte van de negge gelijk aan bestaande situatie. > De oorspronkelijke profielafmetingen van het kozijn behouden. Vorm > Een individuele wijziging leidt niet tot een wijziging van de oorspronkelijke geleding en indeling van de gehele gevel, m.a.w. verticale of horizontale indeling van gevel handhaven. > Samenhang en ritmiek van de straatwand mag niet worden verstoord. > De gevel van begane grond en verdieping(en) blijft samenhangend.

> De hoofdindeling komt overeen met de oorspronkelijke indeling. > Toegevoegde of vervangende beweegbare delen zijn mogelijk. > Gevelopeningen niet geblindeerd met panelen of schilderwerk. > Bestaande lateien, onderdorpels, raamlijsten, speklagen en/of rollagen in originele staat of in ieder geval in overeenstemming met op de vormentaal van andere in de gevel voor- komende lateien, onderdorpels en/of raamlijsten. Materiaal en kleur > Gebiedseigen toepassing van materiaal- en kleurgebruik. > Geen opvallend en/of contrasterend kleurgebruik. Indien niet aan bovenstaande criteria wordt voldaan, dient het bouwplan aangepast te worden of kan het bouwplan aan de commissie worden voorgelegd.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 59

5.5 Criteria erfafscheidingen Een erfafscheiding is een bouwwerk, bedoeld om het erf af te bakenen van een buurerf of van de openbare weg. Erfafscheidingen aan de openbare weg zijn van grote invloed op de ruimtelijke kwaliteit. De gemeente streeft ernaar een rommelige indruk, door een te grote verscheidenheid aan erfafscheidingen, te voorkomen. Algemeen > Belemmeringen van uitzichthoeken is niet toegestaan in verband met de sociale- en/of verkeersveiligheid. Maatvoering > Hoogte maximaal 2,00 m. als de erfafscheiding wordt geplaatst achter de voorgevel. > Bij plaatsing vóór de eigen voorgevel geldt een hoogte van maximaal 1,00 m.

Vorm > Minimaal 30 procent van de erfafscheiding moet een open constructie zijn in combinatie met begroeiing. (bijvoorbeeld door middel van, gaas met hedera of vergelijkbaar). > Gebruik duurzame materialen (steen, duurzaam hout, metalen hekwerk, groen of een combinatie hiervan). > Vermijd betonnen keerwanden, kunststof golfplaten, stalen damwand of andere materia len met een sterk utilitair karakter. > Kleur: toepassing van gedekte kleuren of onbehandeld hout. > Vooral lange schuttingen moeten visueel voldoende onderbroken worden door bijvoorbeeld verschil in hoogte en/of afwisselende geledingen. Indien niet aan voornoemde criteria wordt voldaan, dient het bouwplan aangepast te worden of kan het bouwplan aan de commissie worden voorgelegd.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 60

5.6 Criteria bij gemeentelijke monumenten en beschermd stadsgezicht

houtwerk in dezelfde kleur is vergunningsvrij.

Criteria voor de kleur van schilderwerk Gevel > Een gevel reeds voorzien van een pleisterlaag mag worden (over) geschilderd in een natuursteenkleur (créme, geelwit, beige, licht oker, lichtgrijs en wit). Plinten > Donkergrijs of grijsblauw. Lijstwerk. > Overeenkomstig de kleuren van de kozijnen. Kozijnen > Lichte kleuren (crème, oker, wit (tinten). draaiende delen (incl. schuivende delen en luiken) donkere tinten blauw of groen. Het schilderen/pleisteren van bakstenen van de gevels wordt voorgelegd aan de adviseurs/monumentencommissie. Dit geldt ook voor afwijkende kleuren (anders dan genoemd) en het aanbrengen van bijvoorbeeld een blokkenpatroon. Overschilderen van gevels of

Criteria voor voegwerk aan de voorkant Kleur > Kleur en samenstelling overeenkomstig bestaande situatie. > Afwerking overeenkomstig bestaande situatie. Criteria voor dakisolatie Algemeen > Isolatie binnen de bestaande dakconstructie aanbrengen. > Dakpannen dienen hergebruikt te worden. Alleen bij noodzaak vervangen door dakpannen van hetzelfde type en dezelfde kleur. > Riet dient op traditionele wijze bevestigd te worden. > Nok- en gootaansluitingen wijzigen niet. Criteria voor kozijnwijzigingen De sneltoetscriteria zijn alleen gericht op het in stand houden van de bestaande situatie. Het vernieuwen/ veranderen van gevelopeningen dient te worden voorgelegd aan de commissie.

Vervanging zonder wijzigingen > Zelfde houtsoort/materiaalsoort, zelfde kleur, zelfde detaillering en geen wijzigingen in het glas. > Indien het betreffende kozijn geen monumentale waarde bezit, is vervanging door hardhout mogelijk (meranti) Maatvoering > De maat van de negge en de breedte en de diepte van de kozijnprofielen zijn gelijk aan het oorspronkelijk ontwerp. Kleur > De kleur is gelijk aan het oorspronkelijke schilderwerk of voldoet aan criteria voor schilder werk. Raamindeling > Kozijnen en ramen gelijk aan oorspronkelijk ontwerp. > Roedeverdeling behouden (geen plakroedes bij monumentale panden). > Glas-in-lood behouden. > Kleur en detaillering conform oorspronkelijk ontwerp.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 61

Criteria voor beglazing > Het vervangen van enkelglas door monumentenglas is toegestaan mits in de bestaande sponning voldoende ruimte aanwezig is (geen vervanging van het houtwerk). Criteria voor ventilatieroosters > Ventilatieroosters zijn niet zichtbaar of ze zijn architectonisch ingepast in het gevelontwerp. Criteria voor keitjesstoepen De sneltoetscriteria zien enkel op het restaureren van bestaande keitjesstoepen. Voor het aanleggen van keitjesstoepen gelden deze criteria niet. Dergelijke aanvragen worden om welstandsadvies voorgelegd. Keitjesstoep > Voorzien van een gemetselde rollaag. > Keitjes ingelegd in cement.

Vorm > De vormgeving is afgestemd op de bestaande architectuur.

Criteria voor dakkapellen aan de voorkant Een bouwplan voor het plaatsen van een dakkapel dient altijd aan om welstandsadvies te worden voorgelegd. Waarbij de impact van dakkapellen groter is aan de voorzijde. Maatvoering > Ondergeschikt van afmeting en gerelateerd (breedtemaat) aan gevelkozijnen. > Hoogte: beperkt, passend bij de gevelopbouw en hierarchie.

Materiaal, kleur, detaillering > Materiaal, kleur en detaillering zijn in het straatbeeld passend en op de omgeving afgestemd. > Toepassing van hoogwaardige, traditionele materialen en detaillering, afgestemd op de oorspronkelijke situatie. > Proflilering en detaillering afgestemd op het hoofdgebouw. > Toepassing van hoogwaardige, traditionele materialen en detaillering, aangepast op de oorspronkelijke situatie.

Criteria voor dakramen aan de achter- en zijkant naar een niet openbaar toegekeerd gebied Een dakraam is een raam wat is aangebracht in het dakvlak, waarbij de hoofdvorm van het dakvlak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Dakramen moeten een ondergeschikte toevoeging zijn aan een dakvlak. Het bouwplan voldoet aan de volgende criteria:

> Maximaal twee dakramen op voordakvlak en vier dakramen op achter- en zijdakvlak, tot in totaal maximaal 50% van het oppervlak van het betreffende dakvlak is bebouwd. Maatvoering > Oppervlakte maximaal 0,75 m2 per dakraam bij monumenten. > Oppervlakte maximaal 1 m2 per dakraam bij niet monumenten. > Bij meerdere dakramen identieke maatvoering aanhouden. Vorm > Eenvoudige vormgeving, geen overmaat aan detailleringen, dus bescheiden kozijnenprofielen. Materiaal en kleur > Gebiedseigen toepassing van materiaal- en kleurgebruik.

Plaats > Geen uitstekende dakramen in hellende daken (vlak aanbrengen met dezelfde hellings- hoek als het dak). > Bij individuele woning/pand gecentreerd in het dakvlak of afgestemd op geleding voorgevel. > Minimaal 0,50 m. dakvlak boven, onder en ter weerszijden van het dakraam, afstand tot zijkant gemeten aan de bovenzijde van het dakraam (bij kilkepers gemeten aan de onderzijde/voet van het dakraam). > Bij meerdere dakramen een tussenruimte van minimaal 0,50 m.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 62

Criteria markiezen, zonne- en uitvalschermen Algemeen > Zonne- en uitvalschermen hebben in uitgeschoven positie een minimale hoogte van 2,20 meter. Bij horecabedrijven > De schermen mogen niet groter zijn dan het terras waarvoor een terrasvergunning is verleend. > De bevestiging dient rechtstreeks aan de gevelmuur plaats te vinden. > De bevestiging aan de muur moet reversibel zijn (plaatsen in de voeg). > Het zicht op de gevel moet behouden blijven > De breedte van het scherm mag niet gelijk zijn aan de breedte van het pand. > Een combinatie van schermen en parasols is niet toegestaan. Bij detailhandel > Breedte is gelijk aan gevelopening (niet zijnde deuren). > Bevestiging in de dagmaat van de kozijnopening. > De bevestiging aan de muur moet reversibel zijn (plaatsen in de voeg). > In het geval de afstand tussen twee of meerdere kozijnen kleiner is dan 50 cm is één scherm over meerdere gevelopeningen (niet zijnde deuren) toegestaan.

Bij woningen > Breedte is gelijk aan gevelopening (niet zijnde deuren). > Bevestiging in de dagmaat van de kozijnopening. > De bevestiging aan de muur moet reversibel zijn (plaatsen in de voeg). Reclame-uitingen bij horeca en detailhandel > Het is toegestaan de naam, het logo/beeldmerk van het (horeca)bedrijf of een product dat wordt verkocht op de volant (randen) van de zonwering, het uitvalscherm te voeren. > Kleur van de reclame is vrijgegeven. > Afmeting maximaal 50% van de oppervlakte van de volant. > Logo/beeldmerk groter dan 50% van de oppervlakte is niet toegestaan. Materiaal en kleur > Sobere en aardse kleuren, patronen zijn niet toegestaan. 1. Bij alleen vervanging van het doek (dus geen nieuwe ophangconstructie) mag een zonnescherm of markies over meerdere gevelopeningen bij niet horecabedrijven in stand blijven en geldende regels voor kleur en eventueel reclame. 2. Indien het bouwplan niet voldoet aan voorgaande criteria, dient het bouwplan aangepast te worden of kan indien de aanvrager daar om verzoekt, het bouwplan in zijn huidige opzet aan de gemeentelijke adviescommissie worden voorgelegd.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 63

5.7 Criteria zonnepanelen/zonnecollectoren aan de achterzijde en op bijbehorende bouwwerken.

5.8 Criteria schotelantennes binnen het beschermd stadsgezicht en bij monumenten.

> Op platte daken toegestaan, mits niet zichtbaar vanaf de weg. > Plaatsing alleen mogelijk op het achterdakvlak of op een zijdakvlak dat niet naar een openbaar toegankelijk gebied is gekeerd. > De hellingshoek van het paneel of collector is gelijk aan de hellingshoek van het dak. > De afstand tussen de zonnepanelen (en collectoren) tot de dakrand is minimaal 0,5 meter. > Bevestiging zonder schade aan het dak (reversibel). > Maximaal 50% van het dakvlak (bij hellende daken). > Op de grond toegestaan mits visueel weggewerkt bijv. d.m.v. beplanting rondom. > Voorkeur gaat uit voor plaatsing op niet-monumentale bijgebouwen of niet-monumentale aan/uitbouwen van het hoofdgebouw. > Niet op rieten daken.

Plaatsing > Alleen aan de achtergevel. > Zo min mogelijk zichtbaar vanaf de openbare weg.

Plat dak > Regelmatige rangschikking. > Afstand tot de randen van het dak ten minste gelijk aan de hoogte van de collector of het paneel. Op de grond > Niet zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijke gebied.

Maatvoering > Doorsnede maximaal 1 meter. > Vanwege geluidsoverlast, geen zelfdraaiende schotels. Materiaal en kleur > Drager van roestvrijstaal. > Terughoudende kleuren.

5.9 Criteria (airco)units binnen beschermd stadsgezicht en bij monumenten Plaats > Aan de achtergevel, minimaal 1 meter tot perceelsgrens. > Achterdakvlak, 1 meter tot dakvoet, 1 meter tot perceelsgrens. > Maximaal 1 per (achter) gevel / dakvlak. > Voorkeur gaat uit naar inpandige plaatsing met een ventilatieopening in achter of zijgevel die is geïntegreerd in de architectuur. > Niet zichtbaar vanaf het openbaar toegankelijk gebied. > Niet op woonwagens, woonketen, tijdelijke of seizoensgebonden bouwwerken of recreatiewoningen. > Wanneer plaatsing aan de achterzijde of buiten zicht niet mogelijk dient is, de unit visueel te worden weggewerkt middels een omkasting in een toegestane kleur of beplanting. > Plaatsing op platte daken alleen wanneer dit niet zichtbaar is vanaf de openbare weg en minimaal 1 meter vanaf de dakrand en minimaal 1 meter vanaf de perceelsgrens. > Plaatsing op plat dak van dakkapel alleen mogelijk indien de unit visueel wordt weggewerkt d.m.v. een ombouw. (dakje, waarbij gelijke dakpannen dienen te worden gebruikt als de rest van het dak). Materiaal - Kleur - Maatvoering > oppervlakte maximaal 0,5 m2. Indien niet aan bovenstaande criteria wordt voldaan, dient het bouwplan aangepast te worden of kan het bouwplan aan de commissie worden voorgelegd.

Nota Omgevingskwaliteit gemeente Elburg | pagina 64

5.10 Criteria rolhekken, luiken en rolluiken Rolhekken, luiken en rolluiken zijn voorzieningen om ruiten van gebouwen tegen inbraak en vandalisme te beschermen. Voor gebouwen anders dan woningen en woongebouwen echter niet. Juist in winkelgebieden zijn de problemen met deze anti-inbraak en –vandalisme voorzieningen het grootst. De gemeente streeft er daarom naar dat rolhekken, luiken en rolluiken de uitstraling van een pand niet al te negatief beïnvloeden. Plaatsing binnengevel > Minimaal 2,00 meter teruggelegen van de uitwendige scheidingsconstructie (pui). > Aan de binnenzijde van de uitwendige scheidingsconstructie (pui), mits voor minimaal 70% bestaand uit glasheldere doorkijkopeningen. Plaatsing buitengevel > Alleen als plaatsing aan de binnenzijde niet mogelijk is > Voor minimaal 90% bestaand uit kleurloze doorkijkopeningen. > Rolkasten, geleidingen en rolhekken in de gevel worden ingepast. > Ingetogen kleurgebruik of kleuren harmoniërend met gevel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=elburg&id=f79c64f2-e34a-415d-9864-f59787acc770