05 Bijlage Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Gemeente Elburg
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
September 2023
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
EDOK-RO
EDOK-RO Van Breugelplantsoen 81 3771 VN Barneveld 06 – 1395 0955 @ info@edok-ro.nl www.edok-ro.nl
Documenttitel
: Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Gemeente
: Elburg
Datum
: 06-09-2023
Opsteller
: EDOK-RO In samenwerking met Berends Bouwadvies
Contactpersoon
: Dhr. E. Dokter
2
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende planologische situatie 1.4 Leeswijzer
5 5 5 7 7
Hoofdstuk 2 Bestaande en toekomstige situatie 2.1 Historische ontwikkeling Elburg 2.2 Bestaande situatie 2.3 Toekomstige situatie
9 9 9 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleid
15 15 16 18 18 22
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Algemeen 4.2 Bodem 4.3 Water 4.4 Erfgoed 4.5 Flora en fauna 4.6 Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai 4.7 Luchtkwaliteit 4.8 Bedrijven en milieuzonering 4.9 Externe veiligheid 4.10 Verkeer en parkeren 4.11 Kabels en leidingen 4.12 MER-toets
23 23 23 24 25 27 29 32 33 34 36 36 37
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid 5.1 Financiële uitvoerbaarheid 5.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
39 39 39
Hoofdstuk 6
41
Conclusie
Bijlagen
43
Bijlage 1
Welstandsadvies
45
Bijlage 2
Verkennend bodemonderzoek
47
Bijlage 3
Watertoets
49
Bijlage 4
Quickscan natuurtoets
51
Bijlage 5
Stikstofonderzoek
53
Bijlage 6
Huismusonderzoek
55
Bijlage 7
Gierzwaluwonderzoek
57
Bijlage 8
Vleermuisonderzoek
59
Bijlage 9
Akoestisch onderzoek
61
Bijlage 10
Akoestisch industrielawaai
63
Bijlage 11
Participatieverslag
65
3
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
4
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Initiatiefnemer wil op het perceel hoek Nunspeterweg 8 / Molenstraat 2 in Elburg de verouderde bebouwing slopen en op deze locatie een kleinschalig appartementencomplex, in het goedkope en middeldure segment realiseren. Met het voorgenomen plan wordt beoogd om het perceel te herontwikkelen en een frisse impuls te geven in de omgeving. De herontontwikkeling naar 5 appartementen is volgens het geldende bestemmingsplan niet mogelijk. Binnen het geldende bestemmingsplan zijn namelijk slechts 2 woningen mogelijk. Om de 5 appartementen mogelijk te maken wordt gebruik gemaakt van de uitgebreide Wabo procedure. Bij deze procedure dient de aanvraag Omgevingsvergunning voorzien te zijn van een goede ruimtelijke onderbouwing. Voorliggende ruimtelijke onderbouwing vormt de bijlage van de aanvraag Omgevingsvergunning, waarin op basis van ruimtelijke, stedenbouwkundige, beleidsmatige en milieukundige overwegingen wordt onderbouwd en aangetoond dat het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. In deze ruimtelijke onderbouwing wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het plangebied is gelegen in Oostendorp, aan de zuidzijde van de Vesting Elburg.
Figuur 1.1: Ligging in Oostendorp Het plangebied is gelegen op de Hoek Nunspeterweg - Molenstraat in Elburg.
5
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Figuur 1.2: Luchtfoto van plangebied en omgeving
Kadastrale gegevens Kadastrale gemeente
: Elburg
Sectie
:B
Nummers
: 2179 en 2180
Figuur 1.3: Uitsnede kadastrale kaart
6
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
1.3
Vigerende planologische situatie
Het plangebied ligt binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Elburg en Oostendorp'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente Elburg op 22 april 2013.
Figuur 1.4: Uitsnede vigerend bestemmingsplan In het bestemmingsplan kent het plangebied de enkelbestemmingen: 'Gemengd - Detailhandel, dienstverlening, wonen', de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De maximum goothoogte is 7 meter en de maximale bouwhoogte 10 meter. Het maximum aantal wooneenheden bedraagt 2. Binnen het geldende bestemmingsplan is de realisatie van de 5 appartementen niet mogelijk. Om het plan mogelijk te maken is deze ruimtelijke onderbouwing opgesteld.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste beleidsvisies van de verschillende overheden die relevant zijn voor het plangebied. De gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 beschreven. Hoofdstuk 5 behandelt de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid en tot slot staat in hoofdstuk 6 de conclusie.
7
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
8
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Hoofdstuk 2 2.1
Bestaande en toekomstige situatie
Historische ontwikkeling Elburg
Het Rode Dorp, ook wel genoemd 'Molendorp' is een wijk, welke gebouwd is rond de jaren 20/30 van de vorige eeuw. Vroeger hebben er een tweetal korenmolens gestaan, vandaar de naam Molendorp. Maar beide molens zijn verdwenen en de wijk heeft zich de laatste jaren ontwikkeld door de nieuwbouw tot een levendige, jonge wijk. Het poortje is er nog steeds, maar verder is er veel veranderd.
Figuur 2.1: Poort toen - Poort nu
2.2
Bestaande situatie
Voorheen is in het bestaande pand op de hoek Nunspeterweg en Molenstraat ruim 40 jaar een buurtsupermarkt gevestigd geweest, vervolgens een reclamebureau en daarna heeft er een afhaalrestaurant gezeten. Ook zijn er 2 wooneenheden gevestigd in het pand. De bebouwing is verouderd en de locatie maakt een versteende indruk.
Figuur 2.2: De winkel anno 1956, met een vloeroppervlakte van 25 m2. Met het voorgenomen plan wordt beoogd om het perceel te herontwikkelen en een frisse impuls te geven in de omgeving. In de beoogde situatie wordt de huidige bebouwing namelijk gesloopt en vervangen door een woongebouw met 5 appartementen in het sociale en middeldure huursegment.
9
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Hierna volgt de bestaande situatie en huidig aanzicht.
Figuur 2.3: Bestaande situatie
Figuur 2.4: Aanzicht huidige situatie
10
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
2.3
Toekomstige situatie
In de nieuwe situatie wordt een complex gerealiseerd met 5 appartementen, waarvan 1 op de begane grond en 2 op de eerste en tweede verdieping. De bergingen bevinden zich op de begane grond.
Figuur 2.5: Nieuwe situatie De plattegronden van de woningen worden hierna weergegeven.
Figuur 2.6: Indicatieve plattegronden van de woningen Het appartementencomplex voor 5 wooneenheden krijgt een maximum goothoogte van 7 meter en een maximum bouwhoogte van 10 meter. Deze hoogtes komen overeen met de maximum hoogten uit het geldende bestemmingsplan.
11
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
In figuur 2.7 worden de indicatieve gevels van het appartementencomplex weergegeven.
Figuur 2.7: Indicatieve gevels
Materiaal en kleurgebruik Gevels
Metselwerk
Wildverband (rood-bruin genuanceerd)
Plint
Gestuct en gekeimd
Grijs
Daken
Keramische dakpan
Zwart edelengobe
Boeidelen en wangen dakkapel Plaatmateriaal
Grijs
Raamdorpels en afdeklijsten
Natuursteen
Grijs
Kozijn, ramen, deuren
Hardhout
Wit
12
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Parkeren Op eigen terrein worden 10 parkeerplaatsen gerealiseerd en in de openbare ruimte 1 parkeerplaats (zie figuur 2.8 en paragraaf 4.10).
Figuur 2.8: Overzicht parkeren Welstand Welstands-/monumentencommissie 'Het Oversticht' heeft in maart 2022 aangegeven dat het ingediende plan goed denkbaar is voor deze locatie (zie Bijlage 1). De commissie geeft aan dat het ingediende plan goed denkbaar is voor deze locatie. Wel zijn er nog een aantal aanvullende opmerkingen gemaakt ten behoeve van de verdere uitwerking van het plan, te weten: 1. De “dichtgemetselde ramen” dienen ook werkelijk een verdieping van minimaal 1,5 cm in zich te hebben, om mee te doen in de ritmering van de gevel. 2. De bergingsdeuren kunnen niet uitgevoerd worden in vlakke grijze plaatdeuren. Deze dienen minimaal een “verticale stroken” profiel te krijgen, gelet op hun markante positie, zichtbaar vanaf het straatbeeld. Wellicht dat bovenlichten ook nog tot een gewenst eindbeeld kunnen leiden. 3. In de rechterzijgevel waar de bergingsdeuren zitten, ligt het voor de hand om de 2 linker ramen op de verdieping te koppelen, om meer aandacht op die plek te realiseren i.p.v. dat de bergingsdeuren aandacht krijgen. Koppeling is de minimale optie. Mogelijk is het opwaarderen van dit grotere raam naar een bloemkozijn of een flink raam met kader ook een optie. 4. De goten mogen duidelijk verder uitgetimmerd worden, om een nog betere en rijkere detaillering te krijgen en om het onderscheid tussen gevels en dakvlak te versterken. 5.
Bij de indiening van de definitieve omgevingsvergunning dient een zorgvuldig inrichtingsplan van het erf te worden ingediend. De commissie ziet graag het verder uitgewerkte plan tegemoet.
13
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
14
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk komt het van belang zijnde rijks-, provinciale en gemeentelijk beleid aan de orde. Eventueel sectoraal beleid is meegenomen in genoemde beleidsvelden of wordt in hoofdstuk 5, bij de milieu- en omgevingsaspecten, beschreven.
3.1
Rijksbeleid
Het Europese beleid is in grote mate vertaald naar het rijksbeleid, onder meer in de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. Het rijksbeleid wordt in deze paragraaf beschreven. 3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (hierna: NOVI) vastgesteld. De NOVI is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI geeft richting en helpt om keuzes te maken, te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van de specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden. En er nu mee aan de slag te gaan en beslissingen niet uit te stellen of door te schuiven. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. Bij de NOVI hoort een Uitvoeringsagenda. Hierin staat hoe uitvoering wordt gegeven aan de NOVI. Binnen de NOVI zijn 8 voorlopige aandachtsgebieden geformuleerd als zogeheten NOVI-gebied. Regio Zwolle is aangewezen als een van de NOVI-gebieden. In een NOVI-gebied krijgt een aantal concrete vraagstukken extra prioriteit. Dit helpt om grote veranderingen en ruimtelijke opgaven in een regio beter te realiseren. Opgaven Er is in Nederland sprake van een aantal dringende maatschappelijke opgaven. Deze opgaven kunnen niet apart van elkaar worden opgelost. Ze moeten in samenhang bekeken worden. Ze grijpen in elkaar en vragen meer ruimte dan beschikbaar is in Nederland. Niet alles kan, niet alles kan overal.
Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving in Nederland, verwoord in vier opgaven: 1. ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie; 2. de economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden; 3. steden en regio's sterker en leefbaarder maken; 4. een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Realiseren opgaven In de NOVI is een tweetal instrumenten opgenomen om de opgaven te realiseren: De Omgevingsagenda. Voor Oost-Nederland is een omgevingsagenda opgesteld, waar Regio Zwolle onderdeel van uitmaakt. In de Omgevingsagenda agenderen het Rijk en regio de gezamenlijke vraagstukken en de gewenste aanpak daarvan. De Omgevingsagenda biedt een basis voor uitvoeringsafspraken en inzet van programma's en projectbesluiten van Rijk en regio. De NOVI-gebieden. Een NOVI-gebied is een instrument waarbij Rijk en regio meerdere jaren verbonden zijn aan de gezamenlijke uitwerking van de verschillende opgaven in het ruimtelijke domein. Vaak wordt voortgebouwd op bestaande samenwerkingstrajecten. Regio Zwolle betreft een regio die snel sterk groeit, waardoor de woningmarkt oververhit is geraakt en het mobiliteitssysteem onder druk komt te staan. Als gevolg van klimaatverandering en de ligging in een Delta loopt het watersysteem van de regio tegen grenzen aan.
In de regio Zwolle is klimaatbestendige groei een hoofdopgave. De ambitie is om groeiregio Zwolle verder te ontwikkelen tot een blijvend aantrekkelijke, klimaatbestendige en economisch vitale regio. In de samenwerkingsafspraken voor de uitvoering van de Novi is ander andere vastgelegd dat in het bijzonder aandacht wordt besteed aan kwetsbaarheden in de fysieke leefomgeving, zoals gezondheid, natuurlijke systemen (bv bodem, ondergrond, water, lucht), natuur (bv biodiversiteit, natuurgebieden, habitats) evenals landschap en openbare ruimte (bv waardevolle landschappen, erfgoed).
15
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Conclusie Gelet op de te realiseren opgaven uit de NOVI wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling geen rijksbelangen raakt als opgenomen in de NOVI. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin de kaderstellende uitspraken van het SVIR. Voor het bestemmingsplan zijn de regels vanuit het Barro dan ook direct bindend en het meest van belang. Vanuit het Barro is voor het plangebied alleen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) direct van toepassing. Het rijk heeft voor het NNN aangegeven dat de begrenzing ervan een verantwoordelijkheid is van de provincies. De regels voor deze gebieden moeten dan ook in de provinciale verordening worden vastgelegd. Daarbij gaat het om het aanwijzen van wezenlijke kenmerken en waarden van gebieden en de regeling voor de bescherming, instandhouding en ontwikkeling daarvan. Het planbebied ligt niet in het NNN, dus is er geen belemmering. 3.1.3
Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking
In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), artikel 3.1.6., tweede lid, zijn eisen opgenomen waaraan een bestemmingsplan moet voldoen als dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt. Nieuwe stedelijke ontwikkelingen, zoals een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen kunnen ingrijpende gevolgen hebben voor de omgeving. Daarom is het noodzakelijk dat in een bestemmingsplan, maar ook in een inpassingsplan van rijk of provincie of bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het afwijken van een bestemmingsplan, nadrukkelijk wordt stilgestaan bij de vraag of er behoefte is aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Nieuwe stedelijke ontwikkeling De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd. Inmiddels heeft jurisprudentie reeds bepaald bij welke minimale omvang sprake is van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
Conform jurisprudentie is bij 11 woningen geen sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 16 september 2015; ECLI:NL:RVS:2015:2921) en bij 12 woningen wel sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' (ABRvS 25 maart 2015; ECLI:NL:RVS:2015:953). Doorwerking in het onderhavige plan en conclusie Bij voorliggend plan worden 5 nieuwe woningen gerealiseerd. Dit zijn minder dan 11 woningen, waardoor er geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling en de behoefte van de ontwikkeling niet hoeft te worden aangetoond. Daarmee kan geconcludeerd worden dat de Ladder voor duurzame verstedelijking geen belemmering vormt voor het voorliggende plan.
3.2
Provinciaal beleid
Vanaf de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) is een nieuw stelsel van verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk, provincies en gemeenten ontstaan. Uitgangspunt van het provinciaal beleid is decentraal regelen wat kan en centraal regelen wat moet. Actieplan wonen Gelderland heeft te maken met een urgente vraag naar meer woonruimte. Tot 2030 moeten er in de provincie ruim 80.000 nieuwe woningen gebouwd worden. De urgentie is zo hoog, dat provincie Gelderland met een Actieplan Wonen een bijdrage wil leveren aan de uitvoering van de bouwopgave. Drie doelen staan in dit actieplan centraal: 1. versnelling van de woningbouw (sneller); 2. meer betaalbare woningen (betaalbaar); 3. meer flexibele woonvormen (flexibel).
16
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Het Actieplan Wonen versnelt de komende vijf jaar de bouwproductie van 43.000 woningen met vijftig doorbraakprojecten. Daarnaast zorgen de acties ervoor dat overal in Gelderland in bestemmingsplannen voldoende bouwplannen zijn opgenomen die uitgevoerd kunnen worden. 3.2.1
Omgevingsvisie Gelderland
Algemeen De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland is op 19 december 2018 door Provinciale Staten vastgesteld. De visie is per 1 maart 2019 in werking getreden. De visie geeft het provinciale ruimtelijke beleid voor de komende jaren op hoofdlijnen aan. Wonen De kwaliteit van de leefomgeving wordt in de visie van groot belang geacht. Een goede kwaliteit van de leefomgeving draagt bij aan gezondheid. Hier hoort goed wonen bij, zowel in stedelijk als landelijk gebied. Om het landschap open, groen en het voorzieningenniveau op peil te houden en leegstand te voorkomen, is bouwen binnen bestaand verstedelijkt gebied het vertrekpunt. De visie geeft de voorkeur aan het benutten van bestaande gebouwen. Er wordt uitgegaan van concentratie van bebouwing. Pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, kan worden uitgebreid aan de randen van de steden of dorpen. Het streven is naar een duurzaam en divers woon- en leefklimaat, dat weet te anticiperen op maatschappelijke ontwikkelingen. Gelderland moet een aanbod van woningtypen en woonmilieus hebben dat past bij de diversiteit van de woningvraag. Alle nieuwbouw wordt aardgasloos aangelegd en zoveel mogelijk circulair gebouwd. Er worden regionale afspraken gemaakt over een goede balans tussen vraag en aanbod van woningen.
Natuur en landschap De provincie spant zich in voor een compact en hoogwaardig stelsel van onderling verbonden natuurgebieden en behoud en versterking van de kwaliteit van het landschap. 3.2.2
Omgevingsverordening Gelderland
De provincie beschikt over verschillende instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. De omgevingsverordening wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch gewaarborgd is. De verordening voorziet ten opzichte van de Omgevingsvisie niet in nieuw beleid en is daarmee dus beleidsneutraal. De inzet van de verordening als juridisch instrument om de doorwerking van het provinciaal beleid af te dwingen is beperkt tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de Provincie Gelderland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, water, mobiliteit en bodem. De verwachting is dat de Omgevingsverordening op termijn alle regels zal gaan bevatten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Voor de planontwikkeling is het thema Wonen van belang.
Wonen In artikel 2.2.1.1 (Wonen) is bepaald dat in een bestemmingsplan nieuwe woonlocaties en de daar te bouwen woningen slechts worden toegestaan wanneer dit past in het Kwalitatief Woonprogramma voor de betreffende regio en het Regionaal Programma Wonen. Het gaat om alle nieuwe woningen die in een bestemmingsplan worden opgenomen, dus ook woningen die ontstaan door woningsplitsing, vrijkomende agrarische bebouwing etc.
17
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Toetsing Eén van de doelstellingen uit de Omgevingsvisie betreft het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Daarbij is het van belang om te ontwikkelen met kwaliteit en recht te doen aan de kwaliteiten van het gebied. Onderhavig plan betreft een uitgebreide procedure omgevingsvergunning ten behoeve van de realisatie van 5 appartementen. De bebouwing wordt zorgvuldig ingepast in de omgeving. De ontwikkeling past daarmee binnen de kaders v an de Omgevingsvisie Gelderland.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe (februari 2019)
Binnen de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) werken de deelnemende gemeenten samen op de thema's Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting. Op basis van deze samenwerking maken de deelnemende gemeenten en de provincie afspraken ten aanzien van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten van het woningbouwprogramma. Dit maakt onderdeel uit van de Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe. De regio signaleert dat er sinds het einde van de crisis een oplopend tekort is aan woningen. Starters op de woningmarkt zoeken een betaalbare plek om te wonen, mensen met een zorgvraag zijn naarstig op zoek naar een beschutte omgeving en er is vraag naar nieuwe woonvormen. De woningbouw blijft fors achter bij de behoefte. Tekort aan bouwmaterialen en personeel, met stijgende prijzen tot gevolg, spelen de productie parten. Daarnaast vraag de energietransitie de aandacht. In regionaal verband en met de provincie is de afspraak gemaakt dat de afzonderlijke woningbehoefte per gemeente bij elkaar wordt opgeteld; dit is de regionale behoefte. Dit wordt beschreven in afzonderlijke woonvisies. De woonbehoefte komt voort uit woningbehoefteonderzoek. De monitoring van de kwantitatieve behoefte gebeurt nu achteraf om zo flexibeler te kunnen inspelen op veranderingen in de woningmarkt.
De voorgestane ontwikkeling van 5 woningen voorziet in de woningbehoefte en zal naar verwachting zorgen voor doorstroming. 3.3.2
Mobiliteitsvisie en -agenda
In de Mobiliteitsagenda worden de plannen en projecten van de regio en de provincie weergegeven op de terreinen van onder andere openbaar vervoer, fietsvoorzieningen, het verbeteren van de bereikbaarheid, leefbaarheid en verkeersveiligheid. De Mobiliteitsagenda is afgeleid van de Mobiliteitsvisie. Deze agenda zet vooral in op een goede bereikbaarheid van de regio. Daarbij hoort een goede en veilige bereikbaarheid op de fiets en met het openbaar vervoer. Daarnaast is een verbetering van de regionale verkeersveiligheid van belang, om zo het aantal verkeersongevallen te verminderen. Het is daarom van belang dat het plangebied goed en veilig bereikbaar is voor alle soorten verkeer.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie Elburg 2018
De Omgevingsvisie is vastgesteld op 30 januari 2019. Het document geeft een integrale toekomstvisie voor de hele gemeente tot 2030. De visie van de gemeente is ‘samen naar een gezonde, veilige en duurzame balans tussen mens, ruimte en gebruik.’ Een deel van de beschreven keuzen in de visie is een herbevestiging en bestendiging van het al ingezette beleid en voor een deel wordt een nieuwe richting ingeslagen. Bij ontwikkelingen en investeringen staan de kernwaarden van de gemeente voorop. De kernwaarden zijn onderverdeeld in vijf thema’s: 1. leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving; 2. aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit; 3. vitaal economisch klimaat; 4. duurzaam, energieneutraal en klimaatbestendig; 5. bereikbaar, nabij en toegankelijk. Vanuit het thema 'Leefbare, vitale kernen met een actieve, gezonde samenleving' wordt onder meer
18
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 ingestoken op wonen voor iedereen. Alle leeftijdsgroepen moeten aangenaam kunnen wonen in Elburg. Uitgegaan dient te worden van duurzame, energieneutrale en levensloopbestendige ontwikkelingen, waarbij indien mogelijk direct de zorgcomponent wordt meegenomen. Nieuwbouwprogramma's worden ingezet voor aantrekkelijke woonmilieus voor jong en oud. Een ander thema is het streven naar een aantrekkelijke omgevingskwaliteit en identiteit. De groene parels van de gemeente moet worden versterkt. Er moet respectvol met de waarden in de gemeente worden omgegaan. Voor de verschillende deelgebieden in de gemeente zijn zogenoemde Idee-kaarten ontwikkeld. Deze kaarten benoemen de ambitie voor het gebied en de uitgangspunten voor behoud en versterking van de omgevingskwaliteit en de identiteit van het gebied. Voor het plangebied geldt IDeekaart: Oostendorp en Molendorp
Ambitie: Behoud van de authentieke kracht van Molendorp, van de levendigheid en de vitaliteit. Molendorp en Oostendorp zijn functioneel aan elkaar gerelateerd, bijvoorbeeld kijkend naar het winkelcentrum De Vrijheid en het buurtcentrum ’t Huiken (centrum voor maatschappelijke en sportieve ontmoeting). Samen vormen ze het kloppende hart van (de gemeenschap in) het gebied. Ook het behoud van de diverse scholen is onderdeel van onze ambitie. Voor de identiteit is het belangrijk dat de groene dooradering van west naar oost behouden wordt, met een groen hart in het centrum daarvan. Voldoende woningbouwmogelijkheden naar de toekomst toe, moet gewaarborgd blijven, voor alle leeftijdsgroepen. Inbreiding en herontwikkeling gaat voor uitbreiding en dient gericht te zijn op het bereiken van een kwaliteitsimpuls. Uitgangspunten kwaliteit: dorpse ruimtelijke karakteristiek versterken; 'Groene Hart' behouden als ruimtelijk structurerend element voor de omliggende wijken; aanbod van woningbouwmogelijkheden. Toetsing aan de omgevingsvisie Er is sprake van inbreiding en de herontwikkeling draagt bij aan de kwaliteitsslag voor Molendorp. De te realiseren appartementen worden duurzaam en gasloos ontworpen, voorzien van een warmtepomp en zonnepanelen.
Hemelwater wordt op eigen terrein geïnfiltreerd en de niet-overdekte parkeerplaatsen op het binnenterrein worden voorzien van halfopen verharding. De gevels worden voorzien van ruim voldoende nestgelegenheden voor de aanwezige fauna.
19
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
3.4.2
Woonvisie 2020-2025
De gemeenteraad heeft op 28 september 2020 de Woonvisie gemeente Elburg 2020-2025 vastgesteld. De Woonvisie is voor de komende jaren de leidraad bij vraagstukken over de toenemende vraag naar woningen, een krappe woningmarkt en het bouwen van (passende) woningen. De komende tien jaar zijn ongeveer 800 woningen nodig, waarvan een deel uit de ‘ombouw’ van het huidige woningaanbod moet komen. Het Klimaatakkoord, de vergrijzing en andere maatschappelijke ontwikkelingen zorgen ervoor dat de gemeente in de toekomst een andere inrichting van de leefomgeving krijgt. Grote uitdaging is om wonen voor iedereen betaalbaar te houden. Nieuwe woonvormen, verduurzaming en transformatie van de bestaande bebouwde omgeving vormen de fundamenten onder het nieuwe beleid. Dat moet onder andere jongeren, ouderen en mensen met een specifieke vraag voldoende perspectief bieden op passende huisvesting binnen de gemeentegrenzen. De gemeente gaat uit van een versnelde verantwoorde groei met 810 woningen tot 2030, gelet op de achterstand in de woningbouw en de druk op de woningmarkt (oplopende wachttijden in de huur, snellere verkooptijden van woningen en oplopende koopprijzen). Er is behoefte aan een gedifferentieerd programma, met daarbinnen een aantal belangrijke accenten: Sociale huur: gelijkvloers, met name klein en betaalbaar (onder de eerste aftoppingsgrens).
Orde van grootte 15-20% van het totale programma in de periode tot 2030; Koop goedkoop/betaalbaar onder € 200.000,- en tussen € 200.000,- en € 265.000,-): 15-20%. Daarbij staat de gemeente open voor meer variatie: kleinere woningen, met een evenwichtige prijskwaliteitsverhouding. De gemeente wil hierbij voorkomen dat woningen onder de marktprijs verkocht worden en de eerste koper bij verkoop grote winsten maakt. Een goede prijs-kwaliteitsverhouding is dan belangrijk; Middeldure huur: beperkt, met name tot € 950. Orde van grootte is op basis van onderzoek lastig aan te geven. Is maatwerk op geschikte locaties, in nauwe afstemming met ontwikkelaars; Daarnaast twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen aan de voorraad toevoegen. Een deel daarvan zal gerealiseerd moeten worden onder € 365.000,-. De uitbreidingsbehoefte op langere termijn voor het duurdere segment is beperkt. Al met al is de opgave om 30-40% van het nieuwbouwprogramma te realiseren in de sociale huursector, goedkope koop en betaalbare koopwoningen tot € 265.000,-. Dit zijn belangrijke segmenten voor doelgroepen als starters, jonge gezinnen en bijvoorbeeld mensen die doorstromen uit Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. Aanvullend: De gemeente heeft oog voor de toename van kleine huishoudens, voor met name alleenstaanden.
Door 5 appartementen in het sociale en middeldure huursegment te realiseren houdt initiatiefnemer rekening met dit gemeentelijk aandachtspunt. Daarnaast is het de doelstelling om de woningen zoveel mogelijk levensloopbestendig te bouwen (zeker in nabijheid van voorzieningen). Inbreiding gaat in principe voor uitbreiding, tenzij dit ten koste gaat van de ruimtelijke kwaliteit in wijken en kernen. Belangrijke randvoorwaarde met het oog op klimaatadaptatie is, dat er voldoende groen en water aanwezig is. Onzorgvuldige inbreiding kan dat belemmeren. Daarnaast waar mogelijk inzetten op transformatie van leegstaand/-komend vastgoed. Specifiek voor wonen met zorg en ondersteuning zet de gemeente in op: focus op huisvestingsbehoefte van de snel groeiende groep mensen met dementie; toevoegen kwalitatief goede, levensloopbestendige woningen die voor meerdere doelgroepen geschikt zijn (zowel appartementen als grondgebonden, met name nabij voorzieningen). Hierbij besteedt de gemeente expliciet aandacht aan betaalbaarheid voor mensen die qua inkomen net niet voor een sociale huurwoningen in aanmerking komen.
Dit signaal van de Adviesraad Sociaal Domein Elburg (ASDE) wordt serieus genomen; inspelen op behoefte aan meer en verschillende vormen van geclusterd wonen met en zonder zorg (in iedere kern); omvorming bestaand vastgoed; faciliteren individuele woningaanpassingen; waarborgen spoedige uitstroom uit beschermde woonvormen.
20
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Met de woonvisie wordt aangesloten op de Motie betaalbaar wonen. Hierin wordt het college verzocht om er naar te streven dat minimaal 40% van de reguliere nieuwbouwwoningen wordt gerealiseerd in de sociale huursector, in de goedkope koopsector (tot € 200.000,-- v.o.n.) en in de betaalbare koopsector (tot € 265.000,-- v.o.n.). In de woonvisie is wel aangegeven dat woningen onder € 200.000 realiseren lastig is. In Elburg slaagt de gemeente er wel in woningen rond € 230.000 te bouwen met Nul-op-de-meter. Dat zorgt alsnog voor beperkte maandlasten. Toetsing aan de woonvisie: Dit plan behelst de realisatie van 5 appartementen, in het sociale- en middeldure huursegment. Dit voldoet aan de opgave vanuit de woonvisie. Aansluitend op de woonvisie worden de appartementen kwalitatief goed en op de begane grond levensloopbestendig ontworpen. De appartementen zijn bereikbaar voor de doelgroep waaraan een grote behoefte aan is. 3.4.3
Welstandsnota
De gemeenteraad van Elburg heeft op 25 november 2013 de Welstandsnota vastgesteld. In de nota is het welstandsbeleid van de gemeente Elburg beschreven en zijn zowel gebiedsgerichte als algemene welstandscriteria geformuleerd. In de welstandsnota worden 20 deelgebieden onderscheiden.
Figuur 3.1: Indeling in deelgebieden (Bron: Welstandsnota Elburg, SRO) Aan elk deelgebied is een welstandsniveau toegekend. Er wordt onderscheid gemaakt in drie welstandsniveau's, te weten: 'Welstandsniveau I, Zware toetsing'; 'Welstandsniveau II, Reguliere toetsing';
21
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
'Welstandsvrij'.
Figuur 3.2: Uitsnede welstandskaart met niveau's) Het plangebied is gelegen in een gebied waarvoor welstandsniveau II geldt. Het bouwplan is daarom voorgelegd aan Het Oversticht. Zij hebben aangegeven dat het plan goed denkbaar is voor deze locatie (zie Bijlage 1 Welstandsadvies en paragraaf 2.3). 3.4.4
Parkeernota
Voor de gemeentelijke parkeerregeling gelden de in september 2014 vastgestelde (inter)gemeentelijke Parkeernota en de door burgemeester en wethouders vastgestelde ‘Nadere regels parkeernormen en hoogte financiële voorwaarde’. Voor parkeren geldt als uitgangspunt dat op eigen erf geparkeerd moet worden. Een bouwplan wordt getoetst aan de algemene bouwregels, waarin de eis is opgenomen voor voldoende parkeervoorzieningen. Het parkeerbeleid is in veel bestemmingsplannen geregeld met een verwijzing naar het Programma van Eisen voor de inrichting van de openbare ruimte van de gemeente Elburg. Op die manier beschikt(e) de gemeente Elburg over de mogelijkheid om bij ruimtelijke ontwikkelingen eisen te stellen aan het parkeren. Het parkeren wordt beschreven in paragraaf 4.10.
3.5
Conclusie beleid
Het planvoornemen is in overeenstemming met het beleid.
22
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8
Hoofdstuk 4 4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Algemeen
Ingevolge artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening wordt in dit hoofdstuk een beschrijving opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de in dit kader van belang zijnde milieu- en omgevingsaspecten.
4.2
Bodem
4.2.1
Algemeen
Bij de verkenning van mogelijkheden om nieuwe functies in een gebied te realiseren dient de bodemkwaliteit te worden betrokken. Inzicht in eventuele beperkingen aan het bodemgebruik (i.v.m. milieuhygiënische risico's voor mens, plant en dier) is noodzakelijk om te beoordelen of de grond geschikt is voor de beoogde functie. Er mogen namelijk geen nieuwe gevoelige functies op een zodanig verontreinigd terrein worden gerealiseerd, dat schade is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers of het milieu. Bovendien dient een bodemonderzoek uitgevoerd te worden indien gebouwen worden gerealiseerd voor menselijk verblijf. 4.2.2
Onderzoek
In juni 2022 is door Eco Reest BV een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is, een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt om te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan, voor de toekomstige bestemming van de locatie (wonen). Vooronderzoek Uit het vooronderzoek zijn geen bijzonderheden naar voren gekomen, die wijzen op een potentiële verontreinigingen van de bodem. Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie tot de maximale boordiepte van 3,5 m-mv is opgebouwd uit zand. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 2,0 m-mv. Tijdens het veldwerk zijn in de bovengrond van boring 02 sporen kolengruis aangetroffen. Verder zijn geen, voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op asbest(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materiaal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen.
Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: Zowel in de bovengrond met sporen kolengruis als in bovengrond zonder bijmengingen zijn, verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK ten opzichte van de achtergrondwaarden aangetroffen. Deze verhoogde gehalten zijn vermoedelijk veroorzaakt door menselijke activiteiten op de locatie en/of doordat op de locatie zand is opgebracht waarin de verhoogde gehalten reeds aanwezig waren. In de ondergrond zijn geen gehalten aan onderzochte parameters boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen aangetoond. Grondwater: In het grondwater is een verhoogd gehalte aan barium ten opzichte van de streefwaarde aangetoond. Dit gehalte is waarschijnlijk een gevolg van fluctuerende van nature verhoogde achtergrondconcentraties, die vaker voorkomen in de regio.
23
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters, in relatie tot de geplande woonbestemming van het terrein, zijn verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te verwachten. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader onderzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de bestemming van het terrein. 4.2.3
Conclusie
Het aspect bodem is geen belemmering voor de realisering van de 5 appartementen. Het uitgevoerde onderzoek is als Bijlage 2 Verkennend bodemonderzoek toegevoegd aan dit plan.
4.3
Water
4.3.1
Algemeen
Het waterbeleid is op verschillende bestuurslagen vormgegeven. Op Europees niveau de Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG), op rijksniveau is het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 met doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). Op provinciaal niveau zijn 3 speerpunten onderscheiden: 1. Ruimte voor water. 2. Regionale berging. 3. Voldoende en kwalitatief goed drinkwater. Het waterschap Vallei en Veluwe heeft tenslotte haar beleidsuitgangspunten in Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgelegd. In de Keur en legger zijn regels opgenomen.
haar
Het waterbeheerprogramma gaat uit van 6 hoofddoelen: 1. beschermen het gebied tegen overstromingen; 2. zorgen voor de juiste hoeveelheid water; 3. zorgen voor de goede oppervlaktewaterkwaliteit; 4. Schoon en vuil water zo veel mogelijk scheiden; 5. haal de hoogst mogelijke waarde uit water; 6. beheerde waterketen en watersysteem als één systeem, samen met partners. Waterparagraaf In de toelichting voor plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 4.3.2
Onderzoek
Het waterschap Vallei en Veluwe is in juni 2022 door EDOK-RO, geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets (http://www.dewatertoets.nl). Uit de watertoets blijkt: In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of Awatergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven. Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.
24
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Daarnaast heeft de gemeente het Beleids- en Beheerplan Water en Riolering. Hierin wordt een waterberging van 60 mm per m2 verhard oppervlak gevraagd. Hier wordt met de uitwerking van het plan rekening mee gehouden. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG.
Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. 4.3.3
Conclusie
Water is geen belemmering voor de realisatie van de vijf woningen. De watertoets is als Bijlage 3 Watertoets toegevoegd aan dit plan.
4.4
Erfgoed
4.4.1
Archeologie
Algemeen Wet op de archeologische monumentenzorg In de Wet op de archeologische monumentenzorg (2007) zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Malta (1992) binnen de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd. De wet regelt de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen, waarbij in beginsel geldt: "de veroorzaker betaalt". Het belangrijkste doel van de wet is het behoud van het bodemarchief "in situ" (ter plekke), omdat de bodem de beste garantie biedt voor een goede conservering van de archeologische waarden. Het is verplicht om in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Op die manier komt er ruimte voor overweging van archeologie vriendelijke alternatieven. Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. Samen met de toekomstige Omgevingswet maakt de Erfgoedwet een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Zolang de Omgevingswet nog niet in werking is getreden, vallen de artikelen waarin de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zijn vastgelegd, nog in de overgangsregeling van de Erfgoedwet. Onderzoek Het plan is voorgelegd aan de regio-archeoloog, zijn bevindingen worden hierna weergegeven.
25
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Door de aanwezigheid van een dekzandrug ligt het plangebied in een zone met een hoge verwachting. De nieuwbouw is beoogd op de bestaande locatie van de woning uit 1960, waarbij iets ruimer wordt terug gebouwd. Bij de bouw van de bestaande opstallen en de inrichting van het erf is de bodem reeds verstoord. Archeologische waarden worden zodoende niet meer verwacht. Opvallend is de aanwezigheid van twee watergangen die de Zuiderzeestraatweg aan beide zijden begeleiden. Daarbij is de molenlocatie aan de overzijde van de molenstraat noemenswaardig. Daar lijkt nog iets te staan.
Figuur 4.1: Topokaart 1832 (bruin=bouwland, groen=weiland, blauw=water). Voor het facet archeologie wordt de voorwaarde gesteld dat de regioarcheoloog tijdig geïnformeerd wordt over het moment van uitgraven. Hij dient in de gelegenheid gesteld te worden een archeologische waarneming te doen. Conclusie Het aspect archeologie is geen belemmering voor de plannen, op voorwaarde dat de regio-archeoloog tijdig wordt geïnformeerd. Ook voor het vrijgegeven plangebied bestaat altijd de mogelijkheid dat er tijdens graafwerkzaamheden toch losse sporen en vondsten worden aangetroffen. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet, dient zo spoedig mogelijk melding te worden gemaakt van de vondst bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. 4.4.2
Cultuurhistorie
Algemeen In de visie erfgoed en ruimte 'Kiezen voor karakter' (juni 2011) zet het Rijk uiteen hoe cultureel erfgoed wordt geborgd in de ruimtelijke ordening voor de periode 2011-2015. De moderne monumentenzorg is ontwikkelings- en gebiedsgericht. Bovendien vindt het Kabinet samenwerking met publieke en private partijen van belang. In de visie wordt het karakter van Nederland gevat in vier kenmerkende eigenschappen: waterland, stedenland, kavelland en vrij land. De gebiedsgerichte omgang met erfgoed vergt dat deze karakteristieken worden verbonden met opgaven uit andere sectoren en dat de economische, sociaal-culturele en ecologische kracht van het erfgoed beter wordt uitgebaat.
26
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Veranderingen in de monumentenzorg en de ruimtelijke ordening geven burgers en bedrijven meer ruimte en geven decentrale overheden meer vrijheden en verantwoordelijkheden. Iedere overheidslaag staat voor de taak zijn belangen zo veel mogelijk vooraf kenbaar te maken en waar nodig met regels te borgen. Het rijk is daarnaast verantwoordelijk voor een goed functionerend stelsel. Provincies krijgen een centrale rol in de gebiedsgerichte belangenafweging en gemeenten verbinden gevolgen aan een gebiedsgerichte analyse van erfgoedwaarden bij het opstellen van ruimtelijke plannen. Het Rijk heeft gekozen voor vijf prioriteiten van het gebiedsgerichte erfgoedbeleid in de komende jaren: 1. werelderfgoed: de samenhang borgen en de uitstraling vergroten; 2. eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; 3. herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: met focus op groei en krimp; 4. levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie en ecologie; 5. en wederopbouw: het tonen van een tijdperk. Cultuurhistorische Waardenkaart Gelderland De provincie Gelderland heeft een cultuurhistorische waardenkaart waarin de belangrijke archeologische en cultuurhistorische objecten en structuren van de provincie zijn weergegeven.
De provincie beoogt hiermee de identiteit van de Gelderse regio's te behouden door cultuurhistorische elementen herkenbaar te maken en in stand te houden. Daarnaast zet ze in op een constante ontwikkeling van de aanwezige cultuurhistorische waarden door uitvoering te geven aan programma's en projecten. Onderzoek Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische gewaardeerde aspecten of monumenten aanwezig. De bebouwing in het plangebied is niet aangewezen als (rijks)monument en het betreffen geen (bijzondere) karakteristieke gebouwen. Daarnaast zijn ook in de (directe omgeving) geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Als gevolg van het onderhavige plan gaan geen cultuurhistorische waarden verloren en worden deze ook niet aangetast. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van dit plan. Conclusie Cultuurhistorie is geen belemmering voor de realisatie van het plan.
4.5
Flora en fauna
4.5.1
Algemeen
Wet natuurbescherming De natuurwetgeving voor Nederland is per 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Binnen de wet zijn de beschermingsregimes voor Natura 2000-gebieden, soortbescherming en houtopstanden opgenomen als afzonderlijke hoofdstukken, waardoor de wet via duidelijke en eenvoudige regels voorziet in een heldere implementatie van de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen. Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Natura 2000 De wetgeving met betrekking tot Natura 2000-gebieden is vastgelegd in Hoofdstuk 2 van de Wet Natuurbescherming. Natura 2000-is de overkoepelende naam voor gebieden die op Europees niveau worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Vanuit deze richtlijnen worden specifieke diersoorten en hun habitat beschermd om de biodiversiteit te behouden, te herstellen of uit te breiden. Het ondernemen van projecten, plannen of activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied kan mogelijkerwijs leiden tot (significant) negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen. Indien het niet mogelijk is om negatieve effecten op voorhand uit te sluiten, dan is er sprake van een vergunningsplicht en moet een habitattoets uitgevoerd worden.
In een habitattoets worden de projecten, plannen of activiteiten getoetst op hun invloed op de instandhoudingsdoelstellingen en of (onder bepaalde voorwaarden) toestemming voor de uitvoering kan worden verleend.
27
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Soortbescherming De Wet natuurbescherming kent naast het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden drie beschermingscategorieën onder het hoofdstuk 'soortbescherming': 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels op grond van de Vogelrichtlijn (art 3.1). 2. Soorten beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn (art. 3.5). 3. Nationaal beschermde 'andere soorten' (art.3.10) als vermeld in Bijlage A van de Wet natuurbescherming alsmede alle de vaatplanten van de soorten genoemd in bijlage B van de Wet natuurbescherming. De Soortbescherming is alleen (met uitzondering van de zorgplicht) van toepassing op soorten genoemd onder deze drie beschermingscategorieën. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Naast de Wet natuurbescherming bestaat in Nederland het Natuur Netwerk Nederland (NNN), waarvoor de provincies beleid maken. Het NNN is ruimtelijk in de Provinciale Structuurvisie vastgelegd. Het vormt een robuust netwerk van natuurgebieden en tussenliggende verbindingszones. Dit netwerk bestaat uit bestaande natuurgebieden, nieuw aan te leggen natuur en verbindingszones tussen deze gebieden. Ook de beheersgebieden voor agrarisch natuurbeheer behoren tot het NNN. De planologische verankering van het NNN vindt plaats in (gemeentelijke) bestemmingsplannen.
Wanneer bij ruimtelijke ontwikkelingen een bestemmingsplan wijziging moet worden doorgevoerd dient altijd een 'Nee, tenzij'- toets te worden uitgevoerd. Hierin wordt beoordeeld of er als gevolg van de voorgenomen maatregelen significante effecten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het netwerk optreden. 4.5.2
Onderzoek
In juli 2021 is door bureau Natuurlijk een quickscan natuurtoets uitgevoerd om te onderzoeken of de geplande werkzaamheden mogelijk de Wet natuurbescherming overtreden (zie Bijlage 4). Uit het onderzoek blijkt: Gebiedsbescherming Natura 2000 De planlocatie ligt op circa 3,58 kilometer van N2000-gebied de Veluwe en 0,63 kilometer van N2000-gebied de Randmeren. Gezien de afstand tot het Natura2000 gebied, in relatie tot de geplande ontwikkelingen, vinden er mogelijk significante invloeden op de beschermde natuurwaarden of aangewezen (beheer)doelstellingen plaats. In maart 2023 is daarom door Mestemaker Architecten een stikstofberekening uitgevoerd (zie Bijlage 5). Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat tijdens de aanlegfase en de gebruiksfase de grenswaarde van 0,00 mol N/ha/jr niet wordt overschreden. Er is geen natuurvergunning nodig voor de realisatie van het plan. Natuur Netwerk Nederland Het plangebied is gelegen buiten het NNN van Gelderland of de groene ontwikkelingszone en aangezien het NNN in Gelderland geen externe werking kent, is nadere toetsing niet aan de orde. Soortbescherming Flora Er zijn geen (groeiplaatsen van) beschermde soorten aangetroffen. Ook de geraadpleegde databanken geven geen aanwijzingen naar beschermde soorten in het plangebied. Er is geen overtreding Wet natuurbescherming.
Vleermuizen Een nader onderzoek (conform het vleermuisprotocol 2021) naar gebouw- of boombewonende vleermuizen is noodzakelijk (zie 4.5.3).
28
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Zoogdieren Er is geen overtreding Wet natuurbescherming. Vogels Ten aanzien van vogels is een nader onderzoek huismus en gierzwaluw noodzakelijk (zie 4.5.3). Overige soorten’ Tijdens het veldbezoek zijn geen vaste verblijfplaatsen van overige zoogdieren die zijn opgenomen op Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn aangetroffen. Er is geen overtreding Wet natuurbescherming. Houtopstanden In het plangebied worden geen bomen gekapt zoals bedoeld in het onderdeel houtopstanden van de Wet natuurbescherming. Overtreding op dit onderdeel Wet natuurbescherming is niet aan de orde. 4.5.3
Nadere onderzoeken
Huismus In mei 2022 is door Bureau Natuurlijk een nader onderzoek huismus uitgevoerd (zie Bijlage 6). Uit het onderzoek blijkt dat: De huismus aanwezig is. Het plangebied functioneel in gebruik is. Er geen schadelijke effecten functionaliteit leefgebied zijn. Er geen effect gunstige staat van instandhouding is. Er is mogelijk een wettelijk belang. Maatregelen zijn noodzakelijk. Er moet een ontheffing Wet natuurbescherming aangevraagd worden bij het bevoegd gezag. Dit is inmiddels in gang gezet. Gierzwaluw In september 2022 is door Ecofect een nader onderzoek gierzwaluw uitgevoerd (zie Bijlage 7). Uit het onderzoek blijkt dat: Bij de sloop van de opstallen wordt geen verbodsbepaling Artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming overtreden ten aanzien van de gierzwaluw. Er gaan namelijk geen nesten verloren. Door de ingreep blijft de functie van het leefgebied behouden. Vleermuis In 2022 is het vleermuisonderzoek door Ecofect uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er geen overtreding is van de Wet natuurbescherming. Het rapport is als Bijlage 8 toegevoegd aan dit plan. 4.5.4
Conclusie
Er zijn vanuit flora en fauna geen belemmeringen voor de realisatie van het plan, wel moet een ontheffingsaanvraag worden gedaan voor de huismus.
4.6
Rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai
4.6.1
Algemeen
De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen.
29
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 Wegverkeerslawaai Met betrekking tot geluid veroorzaakt door het wegverkeer is in de Wet geluidhinder de verplichting opgenomen tot het verrichten van onderzoek naar de geluidsbelasting op de gevels van (nieuw geprojecteerde) woningen en andere geluidgevoelige objecten. Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder (Wgh) hoofdstuk VI, afdeling 1 bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone. Als in deze zone geluidgevoelige bebouwing wordt geprojecteerd dan dient akoestisch onderzoek te worden uitgevoerd. De breedte van deze zone is afhankelijk van: de ligging van de weg in stedelijk of buitenstedelijk gebied; het aantal rijstroken. In stedelijk gebied worden twee typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 200 meter; wegen met drie of meer rijstroken: 350 meter. In buitenstedelijk gebied worden drie typen wegen onderscheiden, met aan weerszijden van de weg de volgende zonebreedtes: wegen met een of twee rijstroken: 250 meter; wegen met drie of vier rijstroken: 400 meter; wegen met vijf of meer rijstroken: 600 meter. De volgende wegen hebben op grond van artikel 74 Wgh geen zone: wegen gelegen in een als woonerf aangeduid gebied; wegen met een maximum snelheid van 30 km/uur.
Spoorweglawaai Spoorwegen hebben een zone, waarvan de breedte afhankelijk is van de hoogte van het geluidsproductieplafond. In artikel 1.4 van het Besluit geluidhinder is de breedte van de zone aangegeven. De zonebreedte varieert van 100 tot 1.200 meter. Bij ontwikkelingen rond geluidsgevoelige bestemmingen in de zone of wijzigingen aan de spoorlijn moet akoestisch onderzoek worden gedaan. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 55 en 68 dB (Lden), afhankelijk van de situatie. Industrielawaai Rondom industrieterreinen waarop de mogelijkheid aanwezig is tot vestiging van zogenaamde grote lawaaimakers, is op grond van art. 41 van de Wgh een geluidszone vastgesteld. In geval van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zone of een wijziging aan het industrieterrein of de geluidszone is een akoestisch onderzoek vereist. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde en maximaal toegestane geluidsbelasting bedragen respectievelijk 50 en 65 dB(A) (Letm), afhankelijk van de situatie. Buiten de zone mag de geluidsbelasting nooit meer dan 50 dB(A) (Letm) bedragen. Er dient te worden gewaarborgd dat deze waarde, en de eventuele vastgestelde hogere grenswaarden niet worden overschreden.
Middels zogenaamd zonebeheer wordt daarvoor continu de totale vergunde geluidsbelasting vanwege het industrieterrein beheerd. 4.6.2
Onderzoek
Voor onderhavig plan is van belang wegverkeerslawaai en industrielawaai. Wegverkeerslawaai In september 2022 is door Kragten een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd (zie Bijlage 9). In het kader van deze procedure is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarden uit de Wet geluidhinder.
30
Ruimtelijke onderbouwing Nunspeterweg 8 In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Wet geluidhinder In het kader van de Wet geluidhinder is de geluidbelasting ten gevolge van de N309 (Zuiderzeestraatweg Oost), Nunspeterweg en de Gregorystraat inzichtelijk gemaakt. De geluidbelastingen ten gevolge van de N309 (Zuiderzeestraatweg Oost) en de Gregorystraat respecteren de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Ten gevolge van de Nunspeterweg bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 56 dB inclusief aftrek artikel 110g van de Wet geluidhinder. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde niet gerespecteerd. Echter de maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt wel gerespecteerd. Maatregelen ten einde het verlagen van de geluidbelasting zijn onderzocht en stuiten op overwegende bezwaren (stedenbouwkundig en financieel). Dit zijn bezwaren uit oogpunt van financiën, stedenbouwkundige aard en verkeerskundige aard. Uit een aanvullend onderzoek naar de geluidwering van de gevel zal moeten blijken of de vereiste karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit.
Tevens wordt voldaan aan de eisen uit het gemeentelijke geluidbeleid voor het aanvragen van een hogere grenswaarde: het gebouw beschikt namelijk over een geluidluwe gevel, de westgevel. Na het verlenen van een hogere waarde voor de van toepassing zijnde gevels vormt het aspect geluid vanwege de omliggende wegen geen belemmering voor de realisatie van het plan. Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen vanwege de omliggende 30 km/uur-wegen en de geluidbelasting ten gevolge van de cumulatieve geluidbelasting ten gevolge van alle wegen inzichtelijk gemaakt. Voor de cumulatieve geluidbelasting zijn zowel zoneplichtige als de niet-zoneplichtige wegen beschouwd. Ten gevolge van de Molenweg en de Molenstraat wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder, waarmee wordt geconcludeerd dat sprake is van goede ruimtelijke ordening. Industrielawaai In oktober 2022 is door Kragten een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd (zie Bijlage 10). Doel hiervan is het beoordelen van de ruimtelijke inpasbaarheid van het plan rekening houdend, met de milieurechten van het nabijgelegen bedrijf aan de Molenstraat 3 (Handelsonderneming J. Bosch). Hiertoe is de geluiduitstraling van de inrichting berekend op basis van de representatieve bedrijfssituatie.