Rekenkamerrapport Schoon genoeg - Procesanalyse Huishoudelijke Ondersteuning
Tekst van het document
Daarnaast zijn er drie onderdelen van de uitspraken waarover overleg met KPMG zou moeten plaatsvinden om te beoordelen of hoger beroep succesvol zou kunnen zijn: (iii) het oordeel over indiceren op activiteitenniveau, (iv) het oordeel over indirecte tijd en (v) de wijze waarop de rechtbank zelf in de zaak heeft voorzien. 4. Naar ons oordeel brengen de uitspraken niet mee dat de gemeente Eindhoven bij de toekenning van maatwerkvoorzieningen een fundamenteel andere koers zou moeten varen. In het bijzonder kan de gemeente het KPMGrapport blijven gebruiken. Wel ligt het voor de hand om enkele aanpassingen aan te brengen in de wijze waarop de gemeente dit rapport ‘vertaalt’ in individuele maatwerkvoorzieningen. 5. Voor beslissingen over het vervolg zijn drie groepen inwoners te onderscheiden: inwoners die een nieuwe maatwerkvoorziening zullen ontvangen (groep 1), inwoners die in 2018 een maatwerkvoorziening hebben ontvangen en daartegen geen bezwaar hebben gemaakt (groep 2) en inwoners die in 2018 een maatwerkvoorziening hebben ontvangen en daartegen wel bezwaar hebben gemaakt (groep 3). Deze groepen worden hierna besproken. 6. Groep 1: op dit moment indiceert de gemeente Eindhoven bij nieuwe maatwerkvoorzieningen nog steeds resultaatgericht. Inwoners kunnen deze handelwijze met succes in bezwaar bestrijden. Daaraan veranderen de vier uitspraken niets.
Op dit moment maken inwoners nauwelijks bezwaar tegen deze nieuwe maatwerkvoorzieningen. Als dat in de toekomst zou veranderen, kan dat voor de gemeente uiteraard aanleiding vormen de toekenning van nieuwe maatwerkvoorzieningen niet langer resultaatgericht te laten plaatsvinden. 7. Groep 2: De gemeente Eindhoven heeft in 2018 ca. 5.200 beschikkingen gegeven waarin zij resultaatgericht heeft geïndiceerd. Circa 4.800 van deze beschikkingen (90%) zijn definitief, omdat daartegen geen bezwaar is gemaakt. Er is geen juridische reden om op deze beschikkingen terug te komen. 8. Groep 3: Tegen de overige circa 400 beschikkingen (10%) lopen beroepsprocedures bij de rechtbank Oost-Brabant. Er zijn drie scenario’s denkbaar om in het licht van de vier uitspraken met die beroepsprocedures om te gaan. 9. Bij de beschrijving en afweging van deze scenario’s is van belang dat de rechtbank in een brief van 3 september 2019 heeft laten weten dat de Centrale Raad van Beroep bereid is om vóór het einde van het jaar uitspraak te doen in een eventueel hoger beroep tegen de vier zaken. De rechtbank
86
Nr. Datum
66. 2019-09-18
Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern
heeft dit spoed-hoger beroep mogelijk gemaakt in de hoop dat de 400 beroepsprocedures zonder uitspraak kunnen worden afgesloten. 10. In de eerste plaats kan de gemeente deze procedures afwachten zonder dat zij de maatwerkvoorziening van deze inwoners wijzigt. In dit scenario zal de rechtbank vergelijkbare uitspraken doen als in de vier afgeronde zaken: de inwoners krijgen een voorziening op het niveau van vóór 2018. In het licht van de recente brief van de rechtbank Oost-Brabant is dit scenario niet voor de hand liggend. 11. In de tweede plaats kan de gemeente hoger beroep instellen tegen de vier uitspraken. De gemeente kan kiezen voor een ‘breed hoger beroep’ tegen alle hiervoor genoemde onderdelen van de vier uitspraken (scenario 2a). In afwachting van de uitspraken van de Central e Raad van Beroep vraagt de gemeente de rechtbank om de beroepen in de andere 400 zaken aan te houden. Afhankelijk van de uitspraken van de Central Raad van Beroep beslist de gemeente vervolgens wat zij met de beslissingen op bezwaar doet. 12. De gemeente kan ook kiezen voor een ‘smal hoger beroep’ tegen de oordelen van de rechtbank over het ingrijpen in een lopende maatwerkvoorziening en over de proceskosten (scenario 2b).
Deze oordelen van de rechtbank hebben, zo lang de gemeente niet heeft bepaald hoe zij voortaan toepassing wil geven aan het KPMG-rapport, geen betekenis voor het aantal uren huishoudelijke hulp. In dit scenario kan de gemeente dus in dit opzicht al tijdens het hoger beroep aan de 400 inwoners tegemoet komen. De uitspraak van de Centrale Raad is wel van belang voor de aan deze inwoners toe te kennen proceskosten. Naar onze verwachting is er een goede kans dat het mogelijk is over dit scenario afspraken te maken met de gemachtigden. 13. In de derde plaats kan de gemeente afzien van hoger beroep en op voorhand geheel tegemoetkomen aan de 400 inwoners door hen een voorziening op het niveau van vóór 2018 toe te kennen. Deze tegemoetkoming zou moeten plaatsvinden in overleg met de gemachtigden van deze inwoners, zodat die leidt tot intrekking van de procedures. 14. In al deze scenario’s zal de gemeente Eindhoven proceskosten verschuldigd zijn voor bezwaar en beroep. De exacte bedragen zijn afhankelijk van het oordeel van de rechtbank of de Centrale Raad van Beroep (scenario’s 1 en 2) dan wel van de uitkomst van het overleg met de gemachtigden (scenario 3). 15.
Omdat de gemachtigden niet akkoord zullen gaan met een regeling die veel ongunstiger is dan wat de rechter hen zou toekennen, ligt de verwachte hoogte van deze kosten in scenario e1 en 3 in dezelfde ordegrootte (circa € 2.000 tot € 2.500 per zaak). In de scenario’s 2a en 2b zal de gemeente tegen het oordeel over de proceskosten hoger beroep instellen. Als dit hoger beroep succesvol is, kunnen deze kosten aanmerkelijk lager uitvallen. 16. Een keuze tussen deze scenario’s vraagt een afweging van juridische, financiële en bestuurlijke overwegingen. Op dit moment hebben wij een lichte voorkeur voor scenario 2b (‘smal hoger beroep’), omdat de gemeente daarmee inhoudelijk tegemoetkomt aan de inwoners maar wel in hoger beroep gaat tegen twee procedurele punten die voor de toekomstige beleidstoepassing van zowel Eindhoven als andere gemeenten van groot belang zijn. Het hiervóór genoemde overleg met KPMG kan de beoordeling nog beïnvloeden, in het bijzonder in de richting van scenario 2a. Ook om deze reden raden wij aan dit overleg op korte termijn te laten plaatsvinden. Raadsinformatiebrief Voorgenomen aanpak HO na vier gerechtelijke uitspraken Doel: n.a.v.
de uitspraak van de rechtbank op 20 augustus 2019 in de vier voorbeeldzaken, informeren over het voornemen van het college over hoe om te gaan met de 4 voorbeeldzaken, de 200 overige beroepen, de openstaande bezwaren en de nieuwe aanvragen HO, als basis voor het gesprek in de gemeenteraad, waarna definitieve besluitvorming door het college plaatsvindt. Besluit van college van B&W
87
Nr. Datum
67. 2019-09-19
68. 2019-09-24
Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern 1.
Ten aanzien van het hoger beroep in te stemmen met het voornemen: b. Pro forma hoger beroep instellen ten behoeve van het veiligstellen van de termijn voor hoger beroep. b. Hoger beroep in te stellen tegen het niet mogen inbreken op een lopende indicatie. 2. Ten aanzien van de openstaande beroepen en bezwaren in te stemmen met het voornemen: a. Om uitvoering te geven aan de vier uitspraken van de rechter. b. Inzake de openliggende beroepen (van ongeveer 200 inwoners) om nieuwe beslissingen op bezwaar te nemen. Dit doen we na overleg en overeenstemming met gemachtigden op inhoud voor inwoners en rekening houdend met de proceskosten. c. De openliggende bezwaren (van ongeveer 50 inwoners) overeenkomstig de openliggende beroepen, genoemd onder b, te behandelen. 3. Ten aanzien van het beleid in te stemmen met het voornemen om het beleid tijdelijk (tot het moment van inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving) aan te passen voor nieuwe aanvragen, door een urenindicatie op te nemen in de beschikking. 4. Voor de overige inwoners (4500) die nu gebruik maken van HO in te stemmen met het voornemen scenario’s te ontwikkelen, rekening houdend met de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dit doen we in overleg met het maatschappelijk middenveld. 5.
De kosten in 2019 van vooralsnog €1.557.000,- te verwerken in de prognose van de 2e tussentijdse rapportage van het SD en het geprognosticeerde financieel effect met een separate begrotingswijziging te verwerken. 6. De structurele zorgkosten vanaf 2020 als volgt te dekken: voor 2020 te betrekken bij de begrotingsbehandeling 2020-2023 en te dekken ten laste van de in de begroting 2020 te vormen risicobuffer SD voor 2021 e.v. te betrekken bij de bestedingsvoorstellen van de Kadernota 2021-2024 7. Uw raad te informeren middels een raadsinformatiebrief over het voornemen van het college ten aanzien van de bovengenoemde punten. (NB: voor argumenten en kanttekeningen hierbij verwijzen we naar het document) Raadsinformatiebrief van AKD-advocaten aan Rechtbank Oost-Brabant, gemachtigden mr. W. en mr. Van ’t L. en aan Centrale Raad van Beroep Met in de aan de Centrale Raad van Beroep verzonden begeleidende brief de aankondiging van het voornemen dat het college van Eindhoven heeft om hoger beroep in te stellen tegen één van de uitspraken van de Rechtbank Oost-Brabant van 20 augustus 2019. Voor de raadsinformatiebrief d.d. 18-09-2019 (zie documentnr. 66, p.87) A-avond (technische toelichting en inspraak) N.a.v. uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant d.d. 20-08-2019 (4 voorbeeldzaken) Op dinsdag 20 augustus jl.
deed de rechtbank Oost-Brabant uitspraak in vier voorbeeldzaken tegen gemeente Eindhoven omtrent HO. Aan de raad is toegezegd om op 24 september toe te lichten wat de gevolgen zijn voor de vier verloren rechtszaken, de overige 200 beroepszaken, de nog lopende bezwaren en aanvragen en voor het beleid. • Insprekers: o Dhr. K. namens FNV en KBO over uitspraken rechter en (o.a.) oproep om beleid te wijzigen en geen onderscheid te maken tussen cliënten die bezwaar en beroep hebben aangetekend en cliënten die dat niet hebben gedaan. o Mevrouw S., over persoonlijke ervaringen. • Raadsinformatiebrief d.d. 18-09-2019, met voorgenomen collegebesluit over inhoud, proces en communicatie (zie documentnr. 66, p.87), incl. technische toelichting.
88