CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport Schoon genoeg - Procesanalyse Huishoudelijke Ondersteuning

Raadsvergadering 27 januari 2021, gemeente EindhovenBij agendapunt: Rekenkamerrapport Schoon genoeg? - Procesanalyse huishoudelijke ondersteuning46.239 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Tabel 3: Begrotingen en realisaties (uitgaven) aan Huishoudelijke ondersteuning x € 1.000,-

2015 begr. real.

2016 begr. real.

2017 begr. real.

2018 begr. real.

2019 begr. real.

2020 2021 2022 begr. begr. begr.

HbH natura 16.736 16.005 14.060 14.257 12.179 15.033 12.963 13.060 17.532 15.202 17.803 18.696 18.696 HbH pgb 1.606 1.030 1.154 1.005 1.105 741 817 680 801 730 828 708 708 Totaal begr. 18.342 -17%→ 15.214 -13%→ 13.284 +4%→ 13.780 +33%→ 18.333 +2%→ 18.631 19.404 19.404 Totaal real. 17.035 -10%→ 15.262 +3%→ 15.774 -13%→ 13.740 +16%→ 15.932 8 Vanwege een wijziging in de BBV (Besluit Begroting en Verantwoording) voor gemeenten, heeft per

2018 een wijziging plaatsgevonden: ‘Hulp bij het Huishouden – natura’ (kostenplaats 44031) is geworden ‘Zorg in natura’ (kostenplaats 44085) en ‘Hulp bij het Huishouden – netto PGB’ (kostenplaats 44003) is geworden ‘Persoonsgebonden budget’ (kostenplaats 44086).

33

-

Cijfers op basis van gegevens uit het financieel systeem (Cognos) per eind augustus 2020. In de rijen ‘Totaal begr.(oting)’ en ‘Totaal real.(isatie)’ zijn ook de procentuele stijgingen/dalingen van de ene jaarschijf naar de andere jaarschijf weergegeven. De realisatie van 2020 is op het moment van opstellen van het rapport nog niet bekend aangezien het boekjaar nog loopt.

Hierbij verdienen de volgende punten de aandacht: • Bovenstaand overzicht geeft de begrotingen weer van de meest recente begroting over elk jaar (dus niet meerjarig vooruitkijkend). Ten tijde van de beleidsbeslissing (oktober 2017) werd in het collegevoorstel uitgegaan van de volgende jaarbudgetten:

•

•

(bedragen x € 1.000) 2018 2019 2020 2021 Huishoudelijke ondersteuning (natura) € 13.106 € 12.312 € 12.193 € 12.193 “Met daarbij een verwachte daling van de kosten met de overgang naar budgetfinanciering in 2018 als gevolg van een lichte afname van het gemiddeld aantal actieve cliënten als gevolg van het wegvallen van de huishoudelijke hulp toelage, een aflopend periodebedrag en een aflopend gemiddeld gewogen uurtarief. Eventuele latere aanpassingen van het gemiddelde gewogen uurtarief, zoals de CAO-aanpassing zullen gevolgen hebben voor de begroting.”

Begroting 2019: de substantiële toename in de begroting van 2019 ten opzichte van 2018 wordt (deels) verklaard door extra middelen (in totaal € 1.494.000) die via de TURAP’s beschikbaar zijn gesteld: o TURAP 1: € 1.254.000 in verband met CAO wijzigingen bij de aanbieders die de gemeente als AMVB-plichtige compenseert (€ 950.000) en een verwachte aanzuigende werking door eigenbijdragebeleid vanuit het Rijk (€ 304.000) o TURAP 2: € 240.000 in verband met de uitkomsten van bezwaarschriften, waardoor extra zorg is geïndiceerd. De realisatie van 2019 is lager uitgevallen dan de begroting. Begroting 2020: in de RIB van 18 februari 2020 staat het volgende vermeld: “Daarnaast is er ‘het gebaar’: De kosten zijn afhankelijk van hoeveel inwoners zich melden voor de incidentele taken. De invoering vindt medio 2020 plaats, de inschatting is dat maximaal € 600.000 nodig zal zijn in 2020 indien iedereen er gebruik van wil maken. De uitvoeringskosten (sector Sociaal Domein) komen dan uit op eenmalig ongeveer € 126.000 in 2020. In de begroting voor 2020 is rekening gehouden met een risico van hogere kosten voor de uitvoering van huishoudelijke ondersteuning. Onder andere voor dekking van deze hogere kosten is een post van 4.1 miljoen euro in de begroting opgenomen.

De meerkosten over 2020 kunnen hieruit gedekt worden.” o De genoemde post van € 4,1 Mio is in bovenstaande tabel nog niet opgenomen. o Ook de genoemde kosten voor ‘het gebaar’ (max. € 600.000) zijn in bovenstaande tabel niet opgenomen. Hiervoor moet nog een begrotingswijziging worden gemaakt, waarbij het voorstel naar alle waarschijnlijkheid zal zijn om deze middelen uit de reserve te onttrekken.

Verder zijn er kosten gemaakt in verband met de juridische procedures, in totaal ca. € 780.000. Hierover staat in de RIB 18 februari 2020 staat het volgende: “De totale proceskosten en kosten wet dwangsom met betrekking tot de behandeling van de bezwaren en beroepen: Aan proceskosten heeft de gemeente 400.000 euro aan gemachtigden betaald. De kosten in het kader van ingebrekestellingen Wet dwangsom bedragen 225.000 euro. In de antwoorden op de raadsvragen van de OAE (d.d. 27-09-2019) worden daarnaast de totaalkosten voor AKD-advocaten genoemd: “afgerond € 155.000”. Deze kosten zijn niet opgenomen in bovenstaande tabel en worden uit een ander programma bekostigd. Deze kosten drukken niet op de begroting van huishoudelijke ondersteuning en gaan ook niet ten koste van de huishoudelijke ondersteuning; de huishoudelijke ondersteuning is een open einde regeling.

34

3.2

Relevante stakeholders; bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken

In deze paragraaf gaan we in op de meest relevante stakeholders en hun bevoegdheden, verantwoordelijkheden en taken met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning. In §3.2.1 ‘Stakeholders’ (p.35) worden de diverse stakeholders benoemd en omschreven. Een aantal van deze stakeholders heeft een directe rol in het uitvoeringsproces van de huishoudelijke ondersteuning (van melding/aanvraag door een cliënt en/of diens vertegenwoordiger tot en met de levering van de dienst door de zorgaanbieder aan de cliënt). Aangezien deze rollen van een aantal stakeholders in de afgelopen jaren een aantal keren is gewijzigd, wordt een overzicht op hoofdlijnen hiervan gegeven in §3.2.2 ‘Uitvoeringsproces’ (p.41).

3.2.1

Stakeholders

3.2.1.1 De gemeenteraad Zoals in het algemeen het geval is, heeft de gemeenteraad met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning ook de kaderstellende, controlerende en volksvertegenwoordigende rol. Hiervoor staan de gemeenteraad de geijkte instrumenten ter beschikking. Voor de huishoudelijke ondersteuning specifiek geldt dat de gemeenteraad vanuit zijn kaderstellende rol voor het sociaal domein als geheel, waaronder de Wmo en derhalve ook de huishoudelijke ondersteuning, de bevoegdheid heeft om de Verordening Sociaal Domein vast te stellen. (zie §3.1.1.2 ‘Verordening Sociaal Domein’, p.27 voor een overzicht van de inhoud daarvan). 3.2.1.2 Het college van Burgemeester en Wethouders Het college heeft de bevoegdheid om de Nadere Regeling Sociaal Domein vast te stellen, waar de huishoudelijke ondersteuning onderdeel van is. (zie §3.1.1.3 ‘Nadere Regels Sociaal Domein’, p.28 voor een overzicht van de inhoud ervan). Daarnaast is het college eindverantwoordelijk voor de uitvoering van het beleid, zoals bedoeld door het gemeentebestuur en binnen de kaders van wet- en regelgeving en heeft het college de verantwoordelijkheid om de gemeenteraad juist en tijdig te informeren over beleidskeuzes en andere voor de gemeenteraad relevante zaken, bijvoorbeeld door raadsinformatiebrieven, raadsinformatiebijeenkomsten, etc.

In aanvulling daarop heeft het college onder andere als taak om te staan voor en het gezicht te zijn van het gevoerde beleid, om contact te houden met het veld, te signaleren wanneer de uitvoering anders gaat dan bedoeld en om de ambtelijke organisatie opdracht te geven tot uitvoering van beleid. 3.2.1.3 Gemeentelijke organisatie: interne afdelingen In deze paragraaf komen de voor de huishoudelijke ondersteuning meest relevante interne afdelingen van de gemeente Eindhoven aan bod. Afdelingen binnen de Sector Sociaal Domein De sector Sociaal Domein bestaat uit drie afdelingen: 1. Beleid en Strategie, 2. Uitvoering en 3. Bedrijfsvoering. Afdeling Beleid en Strategie Vanuit deze afdeling wordt het inhoudelijke beleid op het sociaal domein ontwikkeld, waaronder de Wmo / huishoudelijke ondersteuning. Ook beleidsinhoudelijk juridisch advies wordt vanuit deze afdeling geleverd. Daarnaast komen klachten met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning bij deze afdeling terecht. Een nieuw klachtenproces is in

35

ontwikkeling, waarbij de rol die de afdeling Beleid en Strategie hierin nu heeft waarschijnlijk bij een andere (meer uitvoerende) afdeling gaat worden belegd. Afdeling Uitvoering Het Servicebureau (specialisten) en de Backoffice maken hier o.a. onderdeel van uit. Het Servicebureau is in januari 2019 ingesteld met een aantal redenen en doelen, waaronder: 1. Kostenbeperking: het terugdringen van het begrotingstekort door budgetplafonds en door betere beoordeling of toegang tot de 2de lijn nodig is, of dat de 1ste (bijv. WIJeindhoven, huisarts) of de 0de lijn (voorliggend veld) kunnen volstaan. 2. Kwaliteit: a) door betere vastlegging, een goede invulling van de vergewisplicht van de gemeente (op de uitkomsten van het onderzoek dat eerst door WIJeindhoven en daarna door zorgaanbieders werd gedaan), b) door de kwaliteit van de door zorgaanbieders geleverde zorg te beoordelen en zorgaanbieders hierop aan te spreken wanneer nodig. Het servicebureau handelt ook klachten over de huishoudelijke ondersteuning af. Hiervoor geldt ook dat een nieuw klachtenproces in ontwikkeling is, waarbij de rol van het servicebureau nog wordt bezien. 3. Het Servicebureau beoordeelt de aanvraag voor de huishoudelijke ondersteuning en stelt de indicaties vast; de specialisten van het Servicebureau hebben deze taak per januari overgenomen van WIJeindhoven.

De Backoffice had vóór 2019 de taak om de beschikkingen af te geven na ontvangst van het ingevulde ondersteuningsplan (sinds 1-1-2018 werd het ondersteuningsplan door zorgaanbieders opgesteld; met ingang van januari 2019 stelt de specialist van het Servicebureau de indicatie vast). Sinds januari 2019 is de Backoffice onderdeel geworden van het Servicebureau. Afdeling Bedrijfsvoering De afdeling Bedrijfsvoering bestaat onder andere uit Inkoop & Contractmanagement, Financiën & Bedrijfsvoering en Implementatie. Inkoop en Contractmanagement heeft onder andere de volgende rollen: • Het uitvoeren van aanbestedingen en het afsluiten van contracten met zorgaanbieders. Vanuit deze rol is de afdeling voorafgaand aan de beleidswijziging per 1-1-2018 betrokken vanwege de wijzigende rol van de zorgaanbieders: mogelijk was een nieuwe aanbesteding nodig, als de wijziging niet via contractwijzigingen kon worden gerealiseerd. In november 2017 zijn de gewijzigde contracten door de zorgaanbieders ondertekend. • Onderhouden van de relatie met aanbieders. Acteren wanneer zaken niet worden uitgevoerd zoals bedoeld. • NB: in de beginperiode na de beleidswijziging (begin 2018) kwamen klachten over individuele hulpverlening ook terecht bij deze afdeling. Dit was niet de bedoeling en is hersteld, waarna individuele klachten bij het Servicebureau en de afdeling Beleid en Strategie terecht kwamen.

Implementatie (kwaliteitsmedewerkers) stuurt op de kwaliteit van de tweedelijnszorg. Financiën & Bedrijfsvoering verzorgt advies over financiën en bedrijfsadministratie en heeft taken met betrekking tot de begroting en jaarrekening. Afdeling buiten de Sector Sociaal Domein Afdeling Juridische Zaken (voorheen: afdeling Bezwaar, Beroep en Klachten) De afdeling Juridische Zaken heeft een aantal rollen, waaronder: • Adviserend: juristen binnen een beleidssector kunnen expertise inschakelen van de juridisch adviseurs van de afdeling Juridische Zaken bij sector-overstijgende, juridischinhoudelijk ingewikkelde en/of politiek zware kwesties. In dit kader vindt ook overleg plaats met sectorhoofden/afdelingshoofden van beleidsinhoudelijke afdelingen, over

36

•

• •

uitspraken van rechter en hoe daarmee om te gaan; ca. 1x per 4 weken met Sector Sociaal Domein. De afdeling Juridische Zaken kan hiervoor ook externe expertise inschakelen (zoals bij de huishoudelijke ondersteuning het geval is geweest en de gemeente is geadviseerd en bijgestaan door AKD-Advocaten). Afhandeling van bezwaarschriften: o Het ambtelijk horen van de inwoner en/of advocaat en/of relatie van de inwoner. Dit kan fysiek of telefonisch plaatsvinden. o Eventueel nog adviezen opvragen en daarna de beslissing op het bezwaar opstellen en deze veelal door het afdelingshoofd namens het college laten ondertekenen en verzenden. Vertegenwoordiging bij beroepszaken: tegen de beslissing op bezwaar kan beroep worden ingediend. In dat geval vertegenwoordigd de afdeling Juridische Zaken het college tijdens de beroepsprocedure. Behandeling van klachten: hierbij gaat het alleen om klachten over gedragingen van ambtenaren (hoofdstuk 9 van de Awb) en niet om klachten over bijvoorbeeld de uitvoering van de dienstverlening van zorgaanbieders.

3.2.1.4 Stichting WIJeindhoven Stichting WIJeindhoven is opgericht in 2015, ten tijde van de decentralisaties. In juni 2016 heeft WIJeindhoven taken gekregen in het aanvraagproces voor de huishoudelijke ondersteuning. De aanvraag van een inwoner loopt dan via WIJeindhoven, waarbij generalisten van WIJeindhoven bepalen – meestal op basis van een keukentafelgesprek, waarin besproken wordt wat de behoefte is, wat een inwoner zelf kan en wat het sociale netwerk kan – of er een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning nodig is, wat het aantal benodigde uren is en welke zorgaanbieder de ondersteuning gaat leveren. Dit werd door WIJeindhoven in een ondersteuningsplan opgenomen en aan de gemeente gezonden, die op basis hiervan de beschikking opmaakte en de dienstverlening bij de zorgaanbieder bestelde. In deze periode was de rol van de generalist van WIJeindhoven om naast de inwoner te staan en om, naast het bepalen wat een inwoner nodig heeft, ook bepalen hoe de hulp geleverd moest worden (het aantal uren). Met name dit laatste kostte veel tijd en was een redelijk specialistisch werk dat niet echt paste bij het generalistisch werken. Ook werd het lastiger voor de generalisten van WIJeindhoven om naast de inwoner te staan, omdat ze tegelijkertijd indicatiesteller waren. Vanaf 1 januari 2018 – sinds de beleidswijziging – verandert de rol van WIJeindhoven.

Vanaf dit moment bepaalt WIJeindhoven (generalisten) door middel van een oriëntatie op de casus via een keukentafelgesprek alleen óf er HO nodig is. Dit keukentafelgesprek kan (bij enkelvoudige vragen) ook telefonisch worden gehouden, wat bij de herindicaties meestal ook het geval was. Indien nodig berichtte WIJeindhoven de gemeente dat er een indicatie nodig is en aan welke zorgaanbieder de inwoner de voorkeur geeft. De Backoffice (sector Sociaal Domein) van de gemeente stuurt daarop bericht aan de aanbieder, waarna de aanbieder naar de inwoner gaat en met de inwoner bepaalt wat er nodig is om het resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ te bereiken en welke voorkeuren de inwoner daarbij heeft. De zorgaanbieder stelt op basis daarvan het ondersteuningsplan op en stuurt dat aan de gemeente, waarna de Backoffice van de gemeente de beschikking opmaakt. In januari 2019 wordt het Servicebureau (gemeente Eindhoven, sector Sociaal Domein) opgericht. WIJeindhoven ontvangt dan de melding van de inwoner en draagt zorg voor de 0de en 1ste lijn. Wanneer er 2de-lijnsondersteuning nodig is (huishoudelijke ondersteuning), stuurt WIJeindhoven bericht naar het Servicebureau, waarna het Servicebureau (en niet meer de zorgaanbieder) kijkt wat er nodig is, de indicatie stelt en de beschikking opstelt.

37

3.2.1.5 Zorgaanbieders De gemeente koopt huishoudelijke ondersteuning in bij diverse zorgaanbieders. De zorgaanbieders leveren deze huishoudelijke ondersteuning aan de cliënten. In oktober 2020 zijn er 15 aanbieders van huishoudelijke ondersteuning waar de gemeente diensten inkoopt (via zorg in natura): Actief Zorg, AyganZorg, Fideel Thuiszorg, Poetszorg, Poetsen met een praatje, Rinettezorg, Stichting A Zorg, Stichting Sint Annaklooster, Vitalis Zorggroep, Thuiszorg Samen Verder, Thuiszorg Olympia, ThuiszorgInHolland, Thuiszorg de Sleutel, Tzorg, Zorgmed BV. Begin 2018 – ten tijde van de beleidswijziging – waren er 16 zorgaanbieders voor de huishoudelijke ondersteuning; in 2019 is Zuidzorg met terugwerkende kracht per 1 januari 2019 overgenomen door ActiefZorg. Met ingang van de beleidswijziging per januari 2018 krijgen de zorgaanbieders een belangrijker positie in het proces. In aanvulling op het leveren van de huishoudelijke ondersteuning voeren de zorgaanbieders nu ook het gesprek – het nadere onderzoek – met de inwoner over wat de inwoner zelf kan doen, wat op onderdelen door het netwerk kan worden gedaan en wat door de zorgaanbieder moet worden gedaan. De zorgaanbieders maken in overleg met de cliënt afspraken over de frequentie waarmee de taken worden uitgevoerd, hoe vaak per week ze komen en op welke dag en tijdstip.

Dit wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan dat door de zorgaanbieder aan de gemeente wordt gestuurd. Dit geldt voor zowel nieuwe indicaties als de herindicaties die in 2018 plaatsvinden. De zorgaanbieders krijgen hiermee een belangrijke rol in de communicatie naar de cliënten over het nieuwe beleid. Niet alleen de rol van de zorgaanbieders verandert, ook de financiering verandert. Vanaf 1 januari 2018 krijgen de zorgaanbieders niet meer per uur betaalt, maar worden zij betaalt op basis van budgetfinanciering: één budget per huishouden. Dit budget per huishouden is een bedrag voor een gemiddeld huishouden en is voor alle zorgaanbieders gelijk. De cliënt kiest de zorgaanbieder van zijn/haar voorkeur en de zorgaanbieder heeft in principe een aannameplicht. In principe, omdat soms randvoorwaarden worden gesteld, zoals dat een cliënt in een straal van <500m van een intramurale locatie moet wonen van een zorgaanbieder; zo kan de zorgaanbieder efficiënter werken vanuit de intramurale locaties en de kosten drukken. Daarnaast komt het een enkele keer voor dat een zorgaanbieder een cliëntenstop moet invoeren, maar dit is incidenteel, wordt vooraf bij de gemeente gemeld en duurt meestal maar enkele weken. De zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor een correcte uitvoering van het werk en het bereiken van het afgesproken resultaat: ‘een schoon en leefbaar huis’.

Ook zijn de zorgaanbieders de eerste partij waar een cliënt zich tot moet wenden als hij/zij het niet eens is met het resultaat of de afspraken die gemaakt zijn. 3.2.1.6 Zorg Lokaal In het eerste kwartaal van 2019 is door de gemeente een aanbesteding gedaan en Zorg Lokaal gecontracteerd om onafhankelijke kwaliteitsmetingen uit te voeren bij jaarlijks 10% van het cliëntenbestand. Daarbij is ruimte voor metingen op basis van klachten of bezwaren op verzoek van cliënten. 3.2.1.7 Cliënten De cliënten zijn vanzelfsprekend degenen die de huishoudelijke ondersteuning ontvangen. Hierbij zijn senioren een grote doelgroep, maar ook andere inwoners die – al dan niet tijdelijk – huishoudelijke ondersteuning nodig hebben doordat ze bijvoorbeeld minder valide zijn, een psychische achtergrond hebben, behoren tot de doelgroep voor huishoudelijke ondersteuning. De melding voor een behoefte aan huishoudelijke ondersteuning en een aanvraag kan door de cliënt zelf of namens de cliënt door een vertegenwoordiger zoals familielid, kennis, buren

38

of gemachtigde worden gedaan. Daarnaast kunnen ook andere hulpverleners die een behoefte signaleren een melding doen. De cliënt kiest daarbij zelf welke zorgaanbieder zijn/haar voorkeur heeft. Uitgangspunt van de beleidswijziging per 2018 is dat de inwoner zelf een belangrijker rol krijgt in het benoemen wat hij/zij belangrijk vindt, wat zijn/haar voorkeuren zijn en welke ondersteuning van belang is. 3.2.1.8 Cliëntenraad Sociaal Domein (CRSD) De wet verplicht gemeenten om cliëntenparticipatie te regelen. Eind 2016 heeft de gemeenteraad besloten tot het instellen van een nieuwe Cliëntenraad Sociaal Domein (CRSD) omdat een nieuwe vorm van cliëntenparticipatie gewenst was als gevolg van de ingrijpende transities in het sociaal domein; een integratie in één orgaan voor het sociaal domein wenselijk was. De CRSD heeft daarbij een turbulente start gekend. Op 1 maart 2017 werd de nieuwe CRSD door het college geïnstalleerd. In juni 2017 legde de voorzitter van de CRSD haar taak neer en werd zij opgevolgd door een tijdelijk voorzitter, die als opdracht mee kreeg om de nieuwe werkwijze te implementeren. Eind oktober 2017 stopte ook deze voorzitter omdat hij geen mogelijkheden zag zijn opdracht te realiseren.

Omdat duidelijk werd dat het onmogelijk was om op de huidige manier door te gaan met de cliëntenraad, heeft het college besloten om per 1 december 2017 alle activiteiten van de CRSD tijdelijk stil te leggen. In de periode tot 1 oktober 2018 zijn diverse maatregelen door het college genomen en doorgevoerd, mede op advies van de raadsleden die de oorspronkelijke sollicitatieprocedure hebben gedaan en na overleg met de CRSD (individuele gesprekken met de leden van de CRSD). Op basis van een verslag van een aangestelde coach heeft de voorzitter CRSD zijn advies geformuleerd ten aanzien van het wel of niet aanblijven van de individuele leden. Vanaf begin 2019 is sprake van een stabiele situatie en een naar behoren functionerende CRSD. De cliëntenraad bestaat uit minimaal 12 en maximaal 15 leden uit Eindhoven. Momenteel telt de CRSD 15 leden. Hierbij is minimaal 80% van de leden ervaringsdeskundige als het gaat om gebruik maken van sociale voorzieningen in Eindhoven. De gemeente faciliteert de cliëntenraad door beschikbaarstelling van: een onafhankelijk voorzitter, een ambtelijk secretaris, vergaderfaciliteiten, werkbudget en een vrijwilligersvergoeding. De cliëntenraad sociaal domein adviseert het gemeentebestuur, gevraagd en ongevraagd, over het beleid in het sociaal domein van Eindhoven.

Om tot goede adviezen te komen heeft de cliëntenraad veelvuldig contact met het werkveld, met andere cliëntorganisaties, met betreffende ambtenaren en met wethouders. Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan deskundigheidsbevordering door scholing, werkbezoeken en congressen. De CRSD heeft een aantal adviezen afgegeven over de huishoudelijke ondersteuning, zowel voorafgaand aan de beleidswijziging als ook in de periode na invoering ervan. 3.2.1.9 Belangenorganisaties Belangenorganisaties komen op voor de belangen van hun achterban, door bijvoorbeeld maatschappelijke problemen te agenderen en/of invloed uit te oefenen op het beleid. Ook zijn door enkele van de belangenorganisaties bijeenkomsten georganiseerd voor cliënten huishoudelijke ondersteuning om hen voor te lichten over de beleidswijziging en de mogelijkheid voor een bezwaarprocedure. Sommige belangenorganisaties (zoals KBO en FNV) schakelen daarbij inhoudelijke/juridische kennis van een gemachtigde in, als tweedelijns cliëntondersteuner en/of adviseur van de belangenorganisatie (al dan niet op vrijwillige basis). In het veld van de huishoudelijke ondersteuning zijn vooral de volgende belangenorganisaties relevant: • KBO-Eindhoven (Katholieke Bond voor Ouderen) • FNV-Lokaal

39

OvO (Overlegorganisatie voor Ouderen) PVGE (Vereniging van Gepensioneerden in Eindhoven en omgeving, voor iedereen van 50-plus) Naast belangenbehartiging in algemene zin, zijn enkele belangenorganisaties ook in het specifiek betrokken bij de cliëntondersteuning. • •

3.2.1.10 Cliëntondersteuners Een inwoner van Eindhoven kan bij een aantal organisaties terecht voor cliëntondersteuning en deze is gratis. Een cliëntondersteuner biedt hulp bij een gesprek met een instantie, weet wat in de situatie van een cliënt mogelijk is, helpt bij het maken van moeilijke keuzes en is er ook bij een keukentafelgesprek. Ook kan een cliëntondersteuner bemiddelen bij een aanvraag- of bezwaarprocedure. Er zijn in Eindhoven verschillende organisaties die cliëntondersteuners aanbieden. Sommige organisaties bieden algemene cliëntondersteuning en sommige voor specifieke terreinen, situaties en/of doelgroepen: • KBO-Eindhoven: Wmo voor senioren • OVO (Stichting Overlegorganisatie voor Ouderen in Eindhoven): Wmo voor senioren • Sociaal Raadsliedenwerk Lumens: algemeen, juridische hulp, o.a. de Wmo • SOCOS (Stichting Onafhankelijke Cliëntondersteuners): algemeen, o.a. de Wmo • Naar-Keuze: PGB, ondersteuning bij aanvraag, inzet en bezwaarschriften • Stichting Nese: diverse gebieden, waaronder de Wmo • Daarnaast bieden ook FNV-Lokaal en Philips-ouderenbond cliëntondersteuners. In principe is cliëntondersteuning onafhankelijk en vindt voor een deel door vrijwilligers plaats, maar ook vanuit betaalde functies.

Sommige organisaties die cliëntondersteuning bieden ontvangen geen financiële steun van andere organisaties, sommigen worden financieel gesteund door een van de gemeente onafhankelijke organisatie en anderen ontvangen subsidie voor (een deel of het geheel van) hun activiteiten van de gemeente. 3.2.1.11 Partijen in het juridische domein Gemachtigden Gemachtigden vertegenwoordigen hun cliënt, bijvoorbeeld bij een bezwaar- of beroepszaak, zoals een advocaat dat doet. Hiertegenover staat voor gemachtigden een vergoeding voor proceskosten. Op basis van een landelijk besluit dient in dit geval de gemeente die te betalen. Ook de hoogte wordt bepaald op basis van dat landelijke besluit en kan samenhangen met de zwaarte van een zaak of cluster van zaken. Daarnaast is een gemachtigde op juridisch gebied inhoudsdeskundig en kan een gemachtigde door belangenorganisaties worden ingeschakeld als tweedelijns cliëntondersteuner en/of adviseur van de belangenorganisatie (al dan niet op vrijwillige basis). AKD-Advocaten Advocatenkantoor dat in een eerdere aanbesteding is geselecteerd en de gemeente juridisch heeft bijgestaan in de bezwaar- en beroepsprocedures inzake huishoudelijke ondersteuning en de gemeente heeft geadviseerd naar aanleiding van gerechtelijke uitspraken. Rechtbank Oost-Brabant De Rechtbank Oost-Brabant behandelt zaken in de rechtsgebieden: 1.

Bestuursrecht (conflicten tussen overheid en personen of bedrijven, zoals bij de huishoudelijke ondersteuning), 2. Strafrecht (misdrijven en overtredingen), 3. Civiel recht (conflicten tussen particulieren onderling, organisaties onderling of tussen particulieren en organisaties) en 4. voert toezicht (insolventierecht, bewind, curatele en mentorschap).

40

De Rechtbank Oost-Brabant doet dat voor het arrondissement Oost-Brabant (1 van de 11 arrondissementen in Nederland), vanuit twee locaties: ’s Hertogenbosch (Paleis van Justitie, waar ook het gerechtsbestuur zetelt) en Eindhoven (gerechtsgebouw). Centrale Raad van Beroep (CRvB) De Centrale Raad van Beroep is een van de vier hoogste bestuursrechters die Nederland kent. De andere drie zijn de Hoge Raad, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en het College van Beroep voor het bedrijfsleven. De Centrale Raad van Beroep oordeelt in hoger beroep over geschillen (die onder andere in het arrondissement Oost-Brabant zijn behandeld) op het terrein van de sociale verzekeringen, de sociale voorzieningen en ambtenarenzaken. 3.2.1.12 Pers Alle vormen van journalistieke media die gericht zijn op het publiek berichten over recente gebeurtenissen. De pers vervult verschillende maatschappelijke functies: 1. Informerende functie, 2. Controlerende functie, 3. Opiniërende functie en 4. Spreekbuisfunctie. Met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning heeft voornamelijk het Eindhovens Dagblad een rol gehad via gepubliceerde artikelen.

3.2.2

Uitvoeringsproces

Aangezien een aantal van de hiervoor benoemde stakeholders een directe rol in het uitvoeringsproces van de huishoudelijke ondersteuning heeft (van melding/aanvraag door een cliënt en/of diens vertegenwoordiger tot en met de levering van de dienst door de zorgaanbieder aan de cliënt) en de rol van een aantal stakeholders in de afgelopen jaren een aantal keren is gewijzigd, geven we hieronder op hoofdlijnen een overzicht van de processtappen en welke partij welke rol in de verschillende periodes heeft gehad.

41

Tabel 4: Overzicht partijen en rollen in uitvoeringsproces HO (van melding tot dienstverlening) Vóór 1-1-2018 Processtap 1 Melden van behoefte (HO) 2 Melding ontvangen

Inwoner* (=aanvraag HO) WIJeindhoven

3 Onderzoek (bepalen of HO nodig is)

WIJeindhoven (generalist) i.s.m. inwoner, evt. met cliëntondersteuner, incl. kiezen van aanbieder door inwoner 4 Nader onderzoek WIJeindhoven als onderdeel van stap 3, ‘Onderzoek’; bepalen hoeveel uur HO nodig is 5 Opstellen n.v.t. ondersteuningsplan (geen ondersteuningsplan; indicatie in uren) 6 Verzenden n.v.t. ondersteuningsplan (WIJeindhoven (generalist) verzend opdracht aan gemeente met daarin uren/minuten zorg die moet worden ingezet) 7 Beoordeling/controle n.v.t. ondersteuningsplan 8 Afgeven beschikking Backoffice (gemeente) (aan inwoner zenden en bericht aan aanbieder) 9 Leveren van zorg

Zorgaanbieder

Uitvoering door Van 1-1-2018 Van begin 2019 Van eind 2019 (ingang resultaatbeschikking) (na oprichting servicebureau) (wijziging naar t/m begin 2019 t/m eind 2019 urenbeschikking) (oprichting Servicebureau) t/m heden Inwoner* Inwoner* Inwoner* WIJeindhoven

KCC / WIJeindhoven / Servicebureau WIJeindhoven (generalist) Servicebureau (specialist) i.s.m. inwoner, evt. met i.s.m. inwoner, evt. met cliëntondersteuner, incl. cliëntondersteuner, incl. kiezen van aanbieder door kiezen van aanbieder door inwoner inwoner Zorgaanbieder i.s.m. inwoner Zorgaanbieder i.s.m. inwoner bepalen hoe resultaat wordt bepalen hoe resultaat wordt behaald / welke taken en behaald / welke taken en hoe vaak hoe vaak Zorgaanbieder i.sm. inwoner Zorgaanbieder i.sm. inwoner

KCC / WIJeindhoven / Servicebureau Servicebureau (specialist) i.s.m. inwoner, evt. met cliëntondersteuner, incl. kiezen van aanbieder door inwoner Servicebureau, als onderdeel van stap 3, ‘Onderzoek’, daarin wordt volledige indicatie gesteld. n.v.t. (geen ondersteuningsplan; indicatie in uren) n.v.t.

Zorgaanbieder (= aanvraag HO)

Zorgaanbieder (= aanvraag HO)

Backoffice (gemeente)

Servicebureau (specialisten)

n.v.t.

Backoffice (gemeente)

Backoffice (gemeente) Servicebureau (specialisten) geeft aan wat in de beschikking moet komen te staan. Zorgaanbieder

Backoffice (gemeente) Servicebureau (specialisten) geeft aan wat in de beschikking moet komen te staan. Zorgaanbieder

Zorgaanbieder

NB: hierboven wordt het standaard-proces beschreven, niet de uitzonderingen, zoals wanneer een inwoner het niet eens is met het ondersteuningsplan (en aanvullend medisch onderzoek of second opinion aan de orde is) en/of wanneer een inwoner op basis van ‘meerwerk’ een HOX (huishoudelijk ondersteuning extra) nodig heeft. * Inwoner: een melding kan ook worden gedaan door een ‘vertegenwoordiger’ van een inwoner.

42

3.3

Stand van zaken oktober 2020

De cliënten met beschikkingen in uren van vóór 1-1-2018 zijn in 2018 conform de beleidswijziging geherindiceerd en op resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ beschikt. Nieuwe aanvragen vanaf 1-1-2018 zijn ook op resultaat ‘een schoon en leefbaar huis’ beschikt. Op deze nieuwe beschikkingen zijn relatief weinig bezwaren ontvangen. Eind 2019 stonden met name over de herindicaties ca. 200 beroepen en ca. 50 bezwaren open. Naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in augustus 2019 9, waar op 19 december 2019 in hoger beroep uitspraak op is gedaan door de Centrale Raad van Beroep, zijn in de 200 beroepen in overleg met gemachtigden nieuwe beslissingen op bezwaar genomen en zijn de beroepen vervolgens na betaling van de proceskosten bij de rechtbank ingetrokken. De ongeveer 50 openliggende bezwaren zijn ook overeenkomstig de beroepen met een beslissing op bezwaar afgerond. In de beslissingen op bezwaar is tegemoet gekomen aan de bezwaren van de betreffende inwoners, waarbij zij veelal een beschikking in uren hebben gekregen op basis van hun oude indicatie van vóór 2018. Naar aanleiding van dezelfde gerechtelijke uitspraken, wordt sinds 23 december 2019 bij nieuwe aanvragen voor huishoudelijke hulp een resultaat toegekend met daaraan toegevoegd een urenindicatie.

In de praktijk ontvangt de cliënt een beschikking waarin staat aangegeven hoeveel minuten per week de cliënt huishoudelijke hulp krijgt. De gerechtelijke uitspraken volgend, gebeurt het indiceren van de uren niet meer op activiteitenniveau conform KPMG-Plexus rapport, maar op basis van activiteitenclusters, met een tijdseenheid en mogelijkheden tot uitbreiding met extra uren voor bijvoorbeeld een meerpersoonshuishouden, een groter huis met meer kamers, schone kleding, schoon beddengoed, etc. De gerechtelijke uitspraak volgend, is hierin ook tijd opgenomen voor enkele incidentele taken. Dit laatste was niet het geval voor de ca. 4.200 cliënten met een resultaatbeschikking uit de periode 1-1-2018 tot 23-12-2019 en die geen bezwaar hebben aangetekend tegen de resultaatbeschikking. Zij hebben in de loop van 2020 een aanbod gekregen om incidentele taken door hun huidige aanbieder te laten uitvoeren. Deze cliënten hebben daarvoor een brief en retourformulier ontvangen die zij – indien zij incidentele taken uitgevoerd willen zien – konden ondertekenen en terugsturen naar de gemeente. Het gaat daarbij om 8 uur extra ondersteuning per jaar voor deze incidentele taken. 10 Op juridisch gebied lopen begin oktober 2020 nog ca. 10 bezwaren en ca. 40 beroepen.

Het deel van de beroepen (15) op bezwaren op de herindicaties van 2018 is op 22 oktober 2020 door de rechter ongegrond verklaard; ze werden ruim (van ca. 1 tot ca. 2 jaar) na het verstrijken van de wettelijke termijnen ingediend. Het andere deel zijn beroepen tegen beslissingen op basis van het nieuwe beleid sinds 23 december 2019. Hierbij gaat het om aantallen die in een ‘going concern’ situatie gangbaar zijn. Het beeld dat – na enkele jaren van onrust – de rust met betrekking tot de huishoudelijke ondersteuning is teruggekeerd, wordt breed gedeeld door de betrokkenen. 9 Waarbij de rechtbank uitsprak dat een resultaatindicatie niet voldoende rechtszekerheid biedt en moet worden aangevuld met een uren. 10 Onder incidentele taken worden o.a. de volgende werkzaamheden verstaan: 1. Hoog stoffen (bovenop kasten, kledingkasten, ragen e.d), 2. Gordijnen wassen of lamellen/ luxaflex schoonmaken, 3. Deuren schoonmaken, 4. Meubels schoonmaken, 5. Verwarming schoonmaken, 6. Grote beurt keuken (Keukenkastjes binnen, Koelkast binnen, Oven/magnetron binnen, Vriezer schoonmaken, Afzuigkap binnen, Bovenkant keukenkastjes, Tegelwand)

43

3.4

De feitelijke processtappen – Tijdlijn

Om inzicht te krijgen in het proces van de beleidswijziging (de doelstelling en centrale vraagstelling van het onderzoek) is het randvoorwaardelijk dat de door betrokkenen als relevant aangemerkte documenten, gebeurtenissen, activiteiten en genomen stappen chronologisch in kaart worden gebracht middels een tijdlijn. Hiervoor is een geannoteerde tijdlijn opgesteld, die niet alleen datum en document/gebeurtenis/bijeenkomst omvat, maar ook andere relevante (inhoudelijke) informatie die de basis vormt voor het antwoord op de onderzoeksvragen. Gezien de omvang van deze tijdlijn is deze in een aparte bijlage opgenomen en wordt verwezen naar Bijlage 2: Tijdlijn (p.46).

44

Bijlage 1: Bronnen Voor dit onderzoek is een aantal interviews gehouden en zijn documenten geraadpleegd.

Interviews Voor dit onderzoek zijn interviews gehouden met de volgende personen: • Gemeente Eindhoven, Sector Sociaal Domein, afdeling Beleid & Strategie o Beleidsadviseur o Beleidsadviseur • Gemeente Eindhoven, Servicebureau o Coördinator o Specialist Wmo • WIJeindhoven o Manager Kwaliteit o Ontwikkelaar (Wmo) • Vitaliszorggroep (zorgaanbieder) o Manager Vitale Teams en accountmgr. Wmo • Gemeente Eindhoven, Sector Sociaal Domein, afdeling Beleid & Strategie o Juridisch adviseur • Cliëntenraad Sociaal Domein o Voorzitter • Gemeente Eindhoven, Sector Veiligheid, Juridische Zaken en Bestuur o Hoofd afdeling Juridische Zaken • Gemeente Eindhoven, Sector Sociaal Domein o Directeur Sociaal Domein • ActiefZorg (zorgaanbieder) • Katholieke Bond voor Ouderen en gemachtigde o Voorzitter KBO Kring-Eindhoven o gemachtigde • Gemeente Eindhoven o Portefeuillehouder mevr. R. Richters

Documenten Voor een overzicht van geraadpleegde documenten wordt verwezen naar Bijlage 2: Tijdlijn. In aanvulling op de documenten die in die bijlage worden genoemd, zijn ook de volgende documenten geraadpleegd: • Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, Ministerie van VWS • Verordening Sociaal Domein, gemeente Eindhoven • Nadere Regels Sociaal Domein, gemeente Eindhoven • Uitwerking Huishoudelijke Ondersteuning (protocol), gemeente Eindhoven • Coalitieakkoord mei 2018, gemeente Eindhoven • Begrotingen 2018 t/m 2021, gemeente Eindhoven Naast deze documenten zijn ook de volgende bronnen geraadpleegd: • Financieel systeem (Cognos), gemeente Eindhoven o Ten behoeve van op de begrotingen aanvullende en meer gedetailleerde financiële gegevens over de huishoudelijke ondersteuning in het specifiek. • Diverse websites van stakeholders o Ten behoeve van aanvullende informatie over de betreffende organisaties.

45

Bijlage 2: Tijdlijn In onderstaand overzicht is de geannoteerde tijdlijn weergegeven met betrekking tot de Huishoudelijke Ondersteuning (HO) relevante documenten, gebeurtenissen, activiteiten en bijeenkomsten. De tijdlijn beslaat de periode vanaf het collegebesluit herijking uitvoeringsbeleid HO (1-11-2017) t/m oktober 2020. Vanzelfsprekend is dit met inbegrip van zaken die aan het collegebesluit van 1-11-2017 vooraf zijn gegaan en relevant zijn bij de totstandkoming van dit collegebesluit. In de tijdlijn zijn voornamelijk documenten, maar ook enkele gebeurtenissen en activiteiten, opgenomen die de diverse betrokkenen als relevant hebben aangemerkt. Van elk document zijn opgenomen: de datum, het type document, het onderwerp en waar mogelijk een samenvatting van meest relevante zaken, zoals deze in het document zijn opgenomen (ergo: zoals ze door de opsteller van het document zijn verwoord en weergegeven). Voor details en de volledige teksten wordt verwezen naar de documenten zelf. Nr. Datum

1.

2015-11-11

2.

2017-02-03

3.

2017-02-15

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

Uitspraak Centrale Raad van Beroep (inz. gemeente Eindhoven) Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 26 februari 2014 inz. herindicatie HH in natura o.b.v. nieuwe normtijden. De Raad stelt vast dat de nieuwe normtijden afwijken van de oude tijden die waren ontleend aan het Protocol van CIZ. De Raad heeft over de inhoud van dit protocol geoordeeld dat dit op een deskundige analyse van de zorgbehoefte van leefeenheden berust (CRvB 18 december 2007, ECLI:NL:CRVB:2007:BC1097). Het college heeft aangevoerd dat de nieuwe normtijden van de Beleidsregels op overleg met de zorgaanbieders, vergelijkend onderzoek naar de normtijden bij andere gemeenten en algemene protocollen van de schoonmaakbranche berusten. In beroep noch in hoger beroep zijn gegevens overgelegd waarmee kan worden beoordeeld of de verlaagde tijden in het algemeen toereikend zijn voor een als compensatie te kwalificeren resultaat van de huishoudelijke verzorging. De enkele verwijzing naar overleg met zorgaanbieders, het beleid van andere gemeenten en protocollen van de schoonmaakbranche is onvoldoende objectieve onderbouwing voor de deugdelijkheid van de nieuwe criteria.

Dit klemt te meer nu niet duidelijk is wat de concrete inhoud van dat overleg is geweest en op welke objectieve gronden daaruit kan worden afgeleid dat de onder het Protocol gehanteerde maatstaven te ruim bemeten zijn geweest. Het vorenstaande betekent dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de verlaagde normtijden op objectieve criteria berusten. Uitspraak rechtbank Zeeland-West-Brabant (gemeente Dongen) Toekennen van begeleiding in resultaatgebieden onder de Wmo2015 is in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel nu nadere concretisering ontbreekt. De strekking van de uitspraak is dat bij toekenning van begeleiding in de vorm van resultaatgebieden concreet moet zijn: welke activiteiten moeten worden verricht om het resultaat te bereiken; hoeveel tijd daarvoor nodig is; en met welke frequentie deze activiteiten moeten worden verricht. Eindrapportage KPMG Plexus ‘Passend beleid Hulp bij het Huishouden gemeente Eindhoven’ Met dit onderzoek wordt de gemeente door KPMG Plexus ondersteund om haar HbH-beleid waar mogelijk aan te scherpen en een expertrichtlijn op te stellen met objectivering en onderbouwing gebaseerd op observaties uit de praktijk. Doelstelling Op 18 mei 2016 oordeelde de CRvB in vier zaken over HbH onder de Wmo 2015 en de Wmo 2007. Eén daarvan was specifiek gericht op Eindhoven. De kern van de

46

Nr. Datum

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

uitspraak was dat er niet voldoende inzichtelijk is gemaakt dat de verlaagde normtijden op objectieve criteria berusten. Dit is de reden waarom de gemeente Eindhoven haar HbH-beleid wil verduidelijken, onderbouwen en objectiveren. Dit onderzoek biedt de betreffende objectivering en onderbouwing, die is geleverd door middel van aanscherping van het beleid en een expertrichtlijn gebaseerd op observaties uit de praktijk. Het onderzoek leidt tot de volgende antwoorden op de onderzoeksvragen en conclusies die wij daaraan verbinden. Centrale vraagstelling Hoe kan de gemeente Eindhoven vanuit beleid onderbouwen wat zij vanuit de HbHvoorziening passende ondersteuning aan zelfredzaamheid en participatie vindt? Dit betreft de verankering van beleid over wat men in de gemeente Eindhoven verstaat onder de goedkoopst compenserende maatwerkvoorziening. Onderzoeksvragen incl. conclusies • Welke criteria zijn verantwoord te gebruiken? Conclusie: nadere aanscherping van het beleid (i.e. wat wordt verstaan onder de ondersteuning) is noodzakelijk. • Welke concrete activiteiten moeten worden verricht om een aanvaardbaar niveau (van schoon en leefbaar) te bereiken? De expertgroep heeft duidelijk in kaart gebracht welke activiteiten wel en niet nodig zijn om de gedefinieerde uitkomsten te bereiken. Deze activiteiten zijn geclusterd tot categorieën.

Welke activiteiten wel en niet behoren tot de voorziening dienen helder te worden beschreven in het beleid. • Hoeveel tijd is daarvoor nodig en met welke frequentie moeten deze activiteiten worden uitgevoerd? • Conclusies: 1. De richtlijn voor ‘Schoon en leefbaar huis’ in het HbH protocol van de gemeente Eindhoven is voldoende om te komen tot de gewenste uitkomst ‘Schoon en leefbaar huis’, 2. De richtlijn ‘Schone kleding en schoon bedden- en linnengoed’ is (voor een één/tweepersoonshuishouden) onvoldoende om te komen tot de gewenste uitkomst ‘Schone kleding en schoon bedden- en linnengoed’, 3. De in het HbH-protocol opgenomen expertrichtlijn (gebaseerd op CIZ-richtlijn) is voldoende en nog steeds geldend om te komen tot de gewenste uitkomst ‘Voldoende levensmiddelen en het kunnen nuttigen van (warme) maaltijden’ en 4. De in het HbH-protocol opgenomen expertrichtlijn (gebaseerd op de CIZ-richtlijn) is voldoende en nog steeds geldend om te komen tot de gewenste uitkomst ‘Organisatie van huishoudelijke taken’. Aanbevelingen – Mogelijke uitvoeringsvarianten Het is mogelijk om in de (nabije) toekomst over te stappen naar een andere uitvoeringsvariant dan het huidige (beschikken op uren): • Beschikken op basisuren en aanvullende uren • Beschikken op resultaat o De gemeente Eindhoven heeft al eens eerder overwogen deze uitvoeringsvariant te hanteren.

Wanneer wordt beschikt op het te behalen resultaat hoeft, volgens de bedoeling van de Wmo2015 en uitkomsten van het landelijke traject, de omvang niet in uren te worden geduid in beleidsregels en/of de beschikking. Enkel het resultaat wordt beschikt aan de cliënt. Dit punt staat echter nog ter discussie n.a.v. recente uitspraken van lokale rechters. o Bij deze uitvoeringsvariant ligt de vrijheid bij de aanbieder om enkel dat wat nodig is voor de cliënt om het resultaat te bereiken in te zetten. Om duidelijkheid te verschaffen aan de cliënt is aan te raden een leveringsplan met de daadwerkelijk te leveren omvang in activiteiten en frequentie, gezamenlijk opgesteld door thuiszorgaanbieder en cliënt, op te nemen in de beschikking. De thuiszorgaanbieder moet binnen deze uitvoeringsvariant wel een reële compensatie krijgen om de inzet juist in te vullen. De resultaten van dit onderzoek kunnen ook richting geven aan de onderbouwing van deze financiële afspraak.

47

Nr. Datum

4.

2017-06-13

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

Overige aanbevelingen • Aanscherpen van het beleid (zoals meegenomen als basis in het onderzoek) • Opstellen werkprotocol (o.a. het duidelijk formuleren van beïnvloedende factoren t.b.v. toepassing van maatwerk én beleid helder communiceren naar de cliënt) • Afspraken maken met thuiszorgaanbieder (m.n. over de frequenties van de activiteiten i.v.m. de praktische uitvoerbaarheid) • Indicatieproces: een keuze maken over hoe om te gaan met de cliënten die een tijdelijke beschikking van maximaal 1 jaar hebben op basis van de CIZrichtlijn. Raadsinformatiebrief (10-07-2017 aan raad) Normtijden Hulp bij Huishouden (HbH) Bij de decentralisatie van een aantal van de AWBZ-taken naar de gemeente; de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015, hebben we als gemeente het hulp bij het huishouden (HbH-beleid) voortgezet, zoals dat onder de Wmo 2007 al in onze gemeente was vormgegeven . Dit beleid is vastgelegd in de ‘Nadere Regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven’. Binnen de beleidskaders is ervoor gekozen om HbH in te richten als een maatwerkvoorziening waarbij wordt beschikt op uren. In elke afzonderlijke situatie wordt gekeken hoeveel uur nodig is. In de ‘Nadere regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven’ is per te bereiken resultaat (bijv.

een schoon en leefbaar huis of schone kleding en schoon bedden- en linnengoed) beschreven welke activiteiten hier onder vallen, wat de normtijden zijn, welke factoren reden zijn voor extra uren en welke voorzieningen voorliggend zijn aan de toekenning (verder: HbH-protocol 2013). De Centrale Raad van Beroep (CRvB) heeft bepaald dat de gemeente Eindhoven de normtijden niet meer mag toepassen omdat de gemeente Eindhoven niet inzichtelijk heeft gemaakt dat de verlaagde normtijden op objectieve criteria berusten. Daarmee is dus niet gezegd dat die normtijden niet juist zijn. Reden voor het college om per 1 juni 2016 voorlopig terug te vallen op de ruimhartigere (Centrum indicatiestelling zorg (CIZ)- richtlijn uit 2006. Dit is een richtlijn die de CRvB hanteert in het geval zij een haar voorgelegde richtlijn, afkeurt. Aangezien toepassing van de ruimhartigere CIZ-richtlijn gepaard gaat met extra kosten, hebben we in het najaar 2016 KPMG als onafhankelijke partij ingeschakeld voor advies bij het opstellen van een nieuw en op objectieve criteria gestoeld HbH-indicatieprotocol, dat wel voldoet aan de eisen van de CRvB. Het onderzoek van KPMG is afgerond en de uitkomsten van de objectieve en onafhankelijke herbeoordeling zijn verwerkt in een rapportage (zie bijlage).

Het college heeft besloten de richttijden, vermeld in de rapportage van KPMG, te hanteren bij nieuwe en aflopende indicaties HbH. Besluit van college van burgemeester en wethouders 1. De door KMPG onafhankelijk en geobjectiveerde richttijden hanteren bij nieuwe en aflopende indicaties HbH, met als ingangsdatum de dag na bekendmaking in het gemeenteblad; 2. de Nadere regeling SD conform beslispunt 1 wijzigen. Argumenten/kanttekeningen 1.1. Door toepassing van de door KMPG onafhankelijk en geobjectiveerde richttijden verwachten we goede kwalitatieve ondersteuning te kunnen bieden aan inwoners 1.2. De door KMPG onafhankelijk en geobjectiveerde richttijden zullen naar verwachting de rechterlijke toets doorstaan Het door KPMG geobjectiveerde HbH-protocol is namelijk opgesteld in afstemming met Atir schoonmaakstrategen (als onafhankelijk expert), een vertegenwoordiger van wat nu de cliëntenraad sociaal domein is (Participatiecommissie), WIJeindhoven en drie aanbieders, te weten ZuidZorg, Tzorg en ThuiszorgInHolland. Hierdoor is het geobjectiveerde HbH-protocol ‘volwassen’ en opgesteld met de kennis van dit moment.

48

Nr. Datum

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

1.3. Een voorstel m.b.t. herijking van het HbH-beleid is in voorbereiding en leidt mogelijk tot herindicaties van alle HbH-cliënten We hebben een drietal uitvoeringsvarianten voor HbH uitgewerkt, de voor-en nadelen en de financiële gevolgen op een rij gezet: 1. beschikken op in te zetten uren (ons huidig beleid); 2. beschikken op basis- en aanvullende uren (Utrechtse model); 3. beschikken op het te behalen resultaat. I.v.m. de kosten op de langere termijn en met het oog op de vernieuwing, lijkt beschikken op het te behalen resultaat een verstandigere keuze, omdat dit een prikkel geeft aan zowel aanbieder als cliënt om voor zo min mogelijk geld een zo optimaal mogelijk resultaat te bereiken. Voorwaarde voor resultaatfinanciering is echter dat de kosten hiervan niet hoger mogen zijn dan de kosten gemoeid bij voortzetting van het huidig beleid (beschikken op uren). Of beschikken op het te behalen resultaat ook een verstandigere keuze is, zijn we nu nader aan het onderzoeken. In geval we overstappen naar beschikken op resultaat dan is herindicatie van alle HbH-cliënten onvermijdelijk. In dat geval komen wij hierover later bij u terug. In 2016 hadden gemiddeld 5103 cliënten een indicatie HbH per periode van 4 weken. Een behoorlijk aantal.

Omdat er waarschijnlijk op korte termijn door het nieuwe HbH beleid nog een beleidswijziging aan komt waaruit herindicatie volgt hebben we besloten nu niet iedereen te gaan herindiceren, conform de richttijden zoals vermeld in de rapportage van KPMG, maar deze nieuwe richttijden uitsluitend toe te passen op nieuwe HbH-cliënten en cliënten van wie de (oude) HbH-indicatie verloopt. In het kader van het coalitieakkoord wordt op dit moment ook onderzocht wat de mogelijkheden zijn om begeleiding te combineren met HbH. 1.4. De Participatiecommissie (voorganger van de cliëntenraad sociaal domein) hebben we actief betrokken bij het onafhankelijke onderzoek door KPMG en heeft ingestemd met de geobjectiveerde richttijden HbH. Kosten en dekking We weten niet hoeveel nieuwe cliënten een indicatie HbH gaan krijgen en of de cliënten met een aflopende indicatie opnieuw een indicatie HbH gaan krijgen. De richttijden uit het rapport van KPMG zijn over het algemeen lager dan die van de CIZrichtlijn 2006. Dat betekent dat over het algemeen minder tijd geïndiceerd hoeft te worden voor HbH, met als bijkomend effect minder kosten voor de gemeente.

5.

Ter inzage gelegde stukken Rapportage KPMG “Passend beleid Hulp bij het Huishouden gemeente Eindhoven”. (zie document 3, p.46) 2017-09-21 Raadsinformatiebrief (B&W Projecten Huishoudelijk Hulp Toelage (HHT) beslisdatum) Doel: de raad informeren over het collegebesluit HHT Het Rijk heeft voor de jaren 2015 en 2016 de tijdelijke regeling Huishoudelijke Hulp Toelage (HHT) ter beschikking gesteld voor het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van inwoners die kunnen werken in de huishoudelijke hulp. Eindhoven en 13 zorginstellingen maken hier gebruik van. Inwoners uit de WMOdoelgroep kunnen hierdoor met een korting van € 12,50 per uur gebruik maken van extra uren huishoudelijke hulp (binnen de HHT benoemd als variant 1). Hier is in 2015 weinig gebruik van gemaakt o.a. omdat Eindhoven een goede hulp bij huishouden (HbH)- voorziening kent. Daarom heeft het college besloten om vanaf 2016 uit de HHTmiddelen ook een project Gascogne Thuis (variant 2) te financieren, waar mensen vanuit de bijstand aan het werk gaan op de private markt als schoonmaker. Daarnaast hebben zorginstellingen een voorstel voor een pilot Thuisondersteuning (PTO) voor licht dementerenden (variant 1b) gedaan. Besluit van college van burgemeester en wethouders 1. Hulp bij het huishouden voor de WMO doelgroepen (variant 1):

49

Nr. Datum

6.

2017-09-30

7.

2017-10-xx

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

a. Instemmen om per 1 januari 2018 te stoppen met de bestaande dienstverlening HHT van de zorgaanbieders, ofwel te stoppen met het verstrekken van de toelage HHT van € 12,50 per uur. b. Instemmen om met terugwerkende kracht tot 1 juni 2017, de dienstverlening HHT van de zorgaanbieders aan nieuwe klanten stop te zetten ofwel te stoppen met het verstrekken van de toelage HHT van € 12,50 per uur. 2. De PTO (variant 1b): de portefeuillehouder vragen om het voorstel voor de PTO ter vaststelling mee te nemen in het collegedossier herijking HbH beleid. 3. Het project Gascogne Thuis (variant 2): a. Instemmen met het voorzetten van het project in 2018 en 2019 onder voorbehoud van een positief besluit van de raad over de hoogte van de toelage HHT (€ 11,-). b. Sectorhoofd Support van het Sociaal Domein opdracht geven om de huidige overeenkomst met Gascogne/Vebego t.b.v. Gascogne Thuis per 1 januari 2018 te verlengen of indien noodzakelijk opnieuw aan te besteden, conform de aanbestedingsregels. 4. Instemmen om de bruto kosten voor de drie HHT varianten (1, 1b en 2) voor het jaar 2017-2019 te dekken binnen de bestaande middelen in afwachting van de begrotingsafhandeling 2018-2021. De bruto kosten zijn in 2017: € 1.020.508,17; in 2018: € 1.587.746,86; in 2019: € 948.652,- .

Advies van CRSD (Cliëntenraad Sociaal Domein) aan B&W Advies met betrekking tot dossier Hulp bij het Huishouden (HbH) Naar aanleiding van het verzoek van het college aan de CRSD om een advies uit te brengen over het Dossier Hulp bij het Huishouden heeft de CRSD op 29 augustus 2017 over dit dossier een informatief gesprek gehad met de beleidsambtenaar. De CRSD adviseert positief over het te nemen besluit, indien o.a. de volgende zaken bij het besluit worden betrokken: HbH aanbieder heeft de taak om de kwaliteit van de dienst te toetsen. Indien die niet goed is moet het contract met aanbieder worden opgezegd. Traject van aanvraag tot toewijzing moet terug van 8 naar 3 weken. Generalist van WIJeindhoven moet voldoende kennis hebben om goede info te verstrekken. Indien cliënt ontevreden is, moet hij/zij het recht hebben om direct een aanvraag voor voorziening bij de gemeente in te dienen. Indien WIJeindhoven toegang tot HbH regelt, dan moet dat op juiste wijze gebeuren. Gemeente moet dan de kwaliteit van WIJeindhoven controleren. Inwoner dient – in het kader van maatwerk – inbreng te hebben in hoe het huis wordt schoongemaakt. Bij resultaatfinanciering moet aanbieder op resultaat worden afgerekend. Duidelijkheid voor inwoner wat voor hulp wordt geboden en gedurende welke tijd.

Goede communicatie naar gebruikers/inwoners is cruciaal: aanbieders, WIJeindhoven en gemeente moeten hiertoe intensief met elkaar optrekken. Duidelijke afspraken met aanbieders over wat onder kwaliteit wordt verstaan. Duidelijkheid voor inwoners waar zij terecht kunnen wanneer het resultaat niet wordt behaald. , en wil op de hoogte gehouden worden over het verdere verloop van het proces middels tussentijdse evaluaties. Adviesnota sectorhoofd Sociaal Domein Support, Programmering, Ontwikkeling & Kwaliteit 1 aan B&W Herijking uitvoeringsbeleid Huishoudelijke Ondersteuning Inleiding De gemeente Eindhoven is sinds 2007 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Huishoudelijke ondersteuning (HO) op grond van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo). Dit uitvoeringsbeleid is vastgelegd in de “Nadere regeling Sociaal Domein gemeente Eindhoven” (NRSD).

50

Nr. Datum

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

Sinds de invoering van de Wmo in 2007 is er door het rijk structureel minder budget beschikbaar gesteld waaronder voor de uitvoering van de Huishoudelijke Ondersteuning. Om die reden heeft ons college geleidelijk aan wijzigingen in het beleid doorgevoerd. In 2013 hebben we een aangepast indicatieprotocol in gebruik genomen. In 2016 is een traject gestart om met partners te bekijken of een andere systematiek in toekenning en financiering van hulp gerealiseerd kan worden. Het doel van dit traject was te komen tot een duurzaam, doelmatig en betaalbaar uitvoeringsbeleid. De expliciete bestuurlijke wens is om meer te sturen op resultaten, en minder op het ‘recht op een aantal uren’. Samen met de gecontracteerde aanbieders is de afgelopen maanden verder uitgewerkt wat de mogelijkheden zijn tot het toekennen van het product ‘Huishoudelijke Ondersteuning’ waarbij wordt gestuurd op doelen en resultaten (resultaatsturing) en niet meer op basis van uren en minuten (P x Q financiering). In het uitgebreide traject is samen met de aanbieders geconcludeerd dat de overstap naar een productfinanciering, waarin wordt gestuurd op resultaten het meest kansrijk is en past in de doelstellingen die gesteld worden in de Wmo 2015.

Doelstelling Het uitvoeren van een duurzaam, doelmatig en betaalbaar beleid voor Huishoudelijke Ondersteuning waarbij: - meer maatwerk mogelijk is - inwoners door meer maatwerk langer zelfstandig kunnen blijven wonen; - de medewerkers van de stichting WIJeindhoven op een daadwerkelijk generalistische wijze werken doordat zij geen specialistische indicatie op uren hoeven af te geven; - er meer grip is op kosten doordat er sprake is van een vast budget per huishouden; - er vanuit partnerschap met de aanbieders van huishoudelijke ondersteuning wordt gewerkt. Voorstel 1. In te stemmen met de aanpassing van het uitvoeringsbeleid Huishoudelijke Ondersteuning vanaf 1 januari 2018 conform bijlage 1 2. In te stemmen met het inhoudelijk wijzigen van de overeenkomsten, waardoor het opnieuw aanbesteden niet noodzakelijk is 3. In te stemmen met het in fases herindiceren van alle geldende indicaties in het jaar 2018 4. Met een separaat collegedossier het voorstel voor de Pilot Thuisondersteuning (PTO) in het eerste kwartaal 2018 te regelen en hiervoor de reeds gereserveerde middelen te gebruiken 5. De raad te informeren middels bijgevoegde RIB Argumenten 1.1. Door het aanpassen van de uitvoeringsvariant naar productfinanciering krijgen we meer grip op het budget 1.2. Bij andere gemeenten is de overstap naar resultaatsturing succesvol gebleken en werd ondernemerschap gestimuleerd 1.3.

Door een aanpassing naar productfinanciering bieden wij een reëel tarief om de werkzaamheden uit te voeren en zijn deze tarieven voor alle aanbieders gelijk. 1.4. Door het aanpassen van het proces bepaalt de generalist op een generalistische wijze welk resultaat bereikt moet worden en benutten we de kennis van de leverancier in een vroeg stadium. Dit kost minder tijd en geld. 1.5. Resultaatsturing is toegestaan, mits wordt voldaan aan de voorwaarden die worden gesteld in de recente jurisprudentie 1.6. Door per 1 januari 2018 een geleidelijke financiële afbouw door te voeren hebben onze aanbieders de tijd om over te stappen op de nieuwe werkwijze en kunnen zij tot zorgvuldige uitvoering komen

51

Nr. Datum

Document/gebeurtenis/bijeenkomst + onderwerp + samenvatting/kern

2.1 Door een inhoudelijke wijziging van het lopende contract kunnen wij rust en stabiliteit bewaren. 3.1 Door alle lopende indicaties te herindiceren bieden wij duidelijkheid voor inwoners en is er geen sprake van rechtsongelijkheid. 4.1 Door aanbieders van Huishoudelijke Ondersteuning de ruimte te geven om een weloverwogen keuze te maken over de Pilot Thuis Ondersteuning (PTO) verwachten wij dat de pilot alsnog in 2018 kan worden uitgevoerd 5.1 De Raad informeren middels RIB Kanttekeningen 1.1. Het inrichten en organiseren van een volledig nieuwe werkwijze kost tijd en capaciteit 1.2. Een kritische toegang is van belang om de nieuwe werkwijze te laten slagen 1.3. Er is een cao wijziging aangekondigd (april 2018) waardoor de kosten voor Huishoudelijke Ondersteuning zullen stijgen 1.4 Het gezamenlijk doorlopen van het proces, en goede afstemming en het behalen van de planning is van essentieel belang om de doelstellingen te behalen 2.1. Het besluit heeft tot gevolg dat wij met een uitgebreide groep aanbieders door gaan, waardoor partnerschap minder makkelijk tot stand komt 3.1. Een wijziging kan voor onrust, klachten en bezwaren onder inwoners leiden 3.2. Er kan een gevoel van ongelijkheid ontstaat vanwege het gefaseerd herindiceren Personele consequenties … Er zullen in het jaar 2018 meer vragen, meer klachten en meer bezwaren binnen komen.

… inschatting dat ondanks een zorgvuldige communicatie en samenwerking met de aanbieders ongeveer 15% van de inwoners in bezwaar zal gaan…” Kosten (bedragen x € 1.000) 2018 2019 2020 2021 Huishoudelijke ondersteuning (natura) € 13.106 € 12.312 € 12.193 € 12.193 Cliëntperspectief Communicatie Planning en uitvoering Evaluatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11742125/1