Raadsvoorstel Herziening Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2021
Tekst van het document
€ 1.869.382,44
Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht
€ 181.159,76
€ 2.135,58 € 184.312,24
A.3.4 Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs 1. Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en uitbreiding. 2. Tot de bouwkosten voor een school voor voortgezet onderwijs behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, exclusief paalfundering, en, b. de kosten van de aanleg en inrichting van het schoolterrein. 3. Voor algemene en specifieke ruimte bestaat de vergoeding uit een vast bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. 4. Voor werkplaatsen bestaat de vergoeding uit een vaste voet en een vast bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte. 5. Indien de nieuwbouw of uitbreiding kleiner is dan 2.500 vierkante meter bruto vloeroppervlak omvat de vergoeding tevens een vaste voet. 6. Met de in deze paragraaf genoemde vergoedingsbedragen moet de in overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd. 7. De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Vaste voet nieuwbouw of uitbreiding < 2.500 m2
2
Vaste voet
Onder m2 bvo wordt hier en verder verstaan: vierkante meter bruto vloeroppervlakte.
55
€ 175.000,00
Inboeknummer 21bst00066
Algemene en specifieke ruimte
Bedrag per m2 bvo
€ 1.990,00
Werkplaatsen
Vaste voet
€ 73.508,18
Werkplaatsen techniek en landbouw
Bedrag per m2 bvo
€ 2.535,98
Werkplaatsen consumptief
Bedrag per m2 bvo
€ 3.207,83
8.
Tot de algemene en specifieke ruimte behoren: a. Algemene ruimte; b. Specifieke ruimte: 1° Bovenbouw VMBO – Profiel Media, vormgeving en ICT; 2° Bovenbouw VMBO – Profiel Economie en ondernemen; 3° Bovenbouw VMBO – Profiel Zorg en welzijn; 4° Bovenbouw VMBO – Profiel Dienstverlening en producten; 5° Bovenbouw Praktijkonderwijs. 9. Tot de werkplaatsen behoren specifieke ruimte voor: a. Werkplaatsen techniek en landbouw: 1° Bovenbouw VMBO – Profiel Bouwen, wonen en interieur; 2° Bovenbouw VMBO – Profiel Produceren, installeren en energie; 3° Bovenbouw VMBO – Profiel Mobiliteit en transport; 4° Bovenbouw VMBO – Profiel Maritiem en techniek; 5° Bovenbouw VMBO – Profiel Groen. b. Werkplaatsen consumptief: 1° Bovenbouw VMBO – Profiel Horeca, bakkerij en recreatie. 10. De overige ruimten behoren tot de categorie algemene en specifieke ruimte. A.4 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs 1. Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een aanvullend bedrag voor paalfundering beschikbaar gesteld: 2.
De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende formules: Nieuwbouw en uitbreiding < 1000 m² Paallengte 1 tot 15 meter € 5.904.01 + (€ 30,98 * A) Paallengte 15 tot 20 meter € 6.285,55 + (€ 52,40 * A) Paallengte 20 meter of langer € 7.017,62 + (€ 93,76 * A) Uitbreiding ≥ 1000 m² Paallengte 1 tot 15 meter € 7.209,85 Paallengte 15 tot 20 meter € 9.404,05 Paallengte 20 meter of langer € 14.280,85
+ (€ 10,85 * A) + (€ 28,16 * A) + (€ 56,93 * A)
Waarbij A = oppervlakte van de bouw (m² BVO)
56
Inboeknummer 21bst00066
A.5 Toeslag voor verhuiskosten bij vervangende bouw 1. Als een school tijdens de realisatie van de vervangende bouw als bedoeld in artikel 2, onder a. 2° of 3° gebruik kan blijven maken van het bestaande schoolgebouw, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor één verhuizing. 2. Als de school tijdens de realisatie van de vervangende bouw als bedoeld in artikel 2, onder a. 2° of 3° tijdelijk op een andere locatie moet worden gehuisvest, bestaat aanspraak op bekostiging van de verhuiskosten voor twee verhuizingen. 3. De bekostiging van verhuiskosten wordt vastgesteld op basis van feitelijke kosten met een maximum van € 6,00 per m2 BVO per verhuizing. De te verhuizen oppervlakte is gelijk aan de oppervlakte van het bestaande schoolgebouw dat wordt verlaten, verminderd met de oppervlakte van de ruimten bedoeld in het vierde lid. 4. In afwijking van het bepaalde in het derde lid geldt voor werkplaatsen als bedoeld in bijlage IV, paragraaf A.3.4 onder 9. en BINAS-lokalen met aard- en nagelvast practicum- en laboratoriummeubilair dat de bekostiging van de verhuizing(en) wordt bekostigd op basis van feitelijke kosten. A.6 Toeslag bemaling Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend.
De vergoeding bedraagt € 20,12 per vierkante meter terrein. B. Uitbreiding met permanente bouwaard B.1 Reikwijdte Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs tot 1035 vierkante meter bruto vloeroppervlakte en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs tot 1000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op overige uitbreidingen is paragraaf A overeenkomstig van toepassing. B.2 Kosten terrein Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in A.2 overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het voor uitbreiding benodigde terrein. B.3 Bouwkosten 1. Tot de bouwkosten voor een school voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs behoren: a. de bouwkosten van het gebouw, en, b. kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het schoolterrein. 2. De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden gerealiseerd.
57
Inboeknummer 21bst00066
B.3.1 Bouwkosten school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m 2 bvo of groter € 175.563,63 Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 117.042,41 € 2.338,69
B.3.2 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m 2 bvo of groter € 180.543,35 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105 m 2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal
€ 120.362,22 € 2.385,30
Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m 2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school
€ 210.482,64
Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder gelijktijdige uitbreiding van de school
€ 386.985,01
B.3.3 Bouwkosten school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m2 bvo of groter € 163.518,71 Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo, waarin niet begrepen een eventueel speellokaal
€ 109.012,48 € 2.390,03
Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m 2 bvo) in combinatie met uitbreiding van de school
€ 184.312,24
Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90 m 2 bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding van de school
€ 386.985,01
Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een liftinstallatie inclusief een schacht wordt aangebracht
€ 217.750,72
B.3.4 Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs Het bepaalde in A.3.4 is overeenkomstig van toepassing op de bouwkosten bij uitbreiding. B.4 Toeslag paalfundering school voor voortgezet onderwijs Het bepaalde in A.4 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang van de vergoeding voor paalfundering bij uitbreiding. B.5 Vervallen B.6 Toeslag bemaling Het bepaalde in A.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de omvang de vergoeding voor bemaling.
58
Inboeknummer 21bst00066
C. Tijdelijke voorziening C.1 Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen 1. De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: a. nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als hoofdlocatie; b. uitbreiding van een permanente hoofdlocatie met een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw, en, c. uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen. 2. In aanvulling op het eerste lid kan er ook sprake zijn van het bekostigen van een tijdelijke voorziening door middel van huur van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. C.2 Kosten voor terreinen Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald overeenkomstig A.2. C.3.1 Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente hoofdlocatie De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de kosten van slopen en herstel en inrichting van terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op nutsvoorzieningen.
C.3.2 Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 68.274,10 Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 45.516,08 € 1.677,81
C.3.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m2 bvo of groter € 71.558,53 Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo 2.
€ 48.356,37 € 1.643,88
Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen.
C.3.4 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor nieuwbouw en uitbreiding van een tijdelijke voorziening voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de vergoedingsformule € 1.021,38 * A + € 70.221,73, waarbij A het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is.
59
Inboeknummer 21bst00066
C.4.1 Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen primair en speciaal of voortgezet speciaal onderwijs 1. De vergoeding voor uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor paalfundering en de toeslag voor slopen en herstel en inrichting van terreinen. 2. Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel en inrichting van terreinen. C.4.2 Vergoeding basisschool en speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo
€ 38.377,42 € 25.584,94
Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 1.758,07
C.4.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag bij uitbreiding van 80 m2 bvo of groter Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80 m2 bvo
€ 38.913,15 € 25.942,09
Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 1.738,03
C.5 Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten. D. Eerste inrichting D.1 School voor basisonderwijs, speciale school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs of school voor voortgezet speciaal onderwijs Het bedrag van de vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair wordt bepaald aan de hand van het verschil tussen de al toegekende vergoedingsbedragen en de nieuw berekende vergoeding. D.1.1 Vergoeding basisschool De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 250 m2 bvo € 41.801,99 Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 146,24
D.1.2 Vergoeding speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 250 m2 bvo Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
€ 88.688,82 € 151,29
60
Inboeknummer 21bst00066
D.1.3 Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Startbedrag incl. 370 m2 vaste voet
Naast het startbedrag voor elke m2 bvo
SO/VSO-doven SO/VSO-sh
€ 149.432,18 € 135.747,24
€ 260,84 € 338,06
SO/VSO-esm SO/VSO-visg
€ 126.493,19 € 179.519,01
€ 168,10 € 320,84
SO/VSO-lz SO/VSO-lg
€ 114.477,17 € 134.771,85
€ 158,08 € 308,18
SO/VSO-zmlk SO/VSO-zmok
€ 112.699,18 € 110.005,23
€ 134,10 € 154,16
SO/VSO-pi SO/VSO-mg
€ 110.977,67 € 136.456,56
€ 167,42 € 136,75
D.1.5 Vergoeding speellokaal speciale school voor basisonderwijs De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs bedraagt € 8.093,25. D.2 School voor voortgezet onderwijs 1. De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, niet zijnde vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype. 2. De hoogte van de vergoeding per ruimtetype wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Ruimtetype
Afdeling
m²
Algemeen
€ 172,51
Specifiek
Bovenbouw VMBO – Profiel Zorg en welzijn Bovenbouw VMBO – Profiel Economie en ondernemen Bovenbouw VMBO – Profiel Media, vormgeving en ICT Bovenbouw VMBO – Profiel Dienstverlening en producten Bovenbouw Praktijkonderwijs
€ 403,19 € 246,64 € 1.566,13 € 246,64 € 331,16
Werkplaatsen
Bovenbouw VMBO – Profiel Bouwen, wonen en interieur; Bovenbouw VMBO – Profiel Produceren, installeren en energie; Bovenbouw VMBO – Profiel Mobiliteit en transport; Bovenbouw VMBO – Profiel Maritiem en techniek; Bovenbouw VMBO – Profiel Horeca, bakkerij en recreatie
€ 423,01 € 423,01 € 423,01 € 423,01 € 819,17
61
Inboeknummer 21bst00066
Bovenbouw VMBO – Profiel Groen 3.
€ 0,00
Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte ontbreekt of niet geschikt is.
E. Lokalen bewegingsonderwijs E.1 Bouwkosten nieuwbouw 1. De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal bewegingsonderwijs met een netto vloeroppervlakte (speeloppervlakte) van 252 vierkante meters bedraagt € 1.100.000,00. In deze vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en inrichting van het terrein. 2. Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig gehandicapte leerlingen of zeer moeilijk lerende leerlingen wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter. Het normbedrag van deze toeslag is € 126.428,63. 3. Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op basis van de volgende bedragen: Paallengte Vergoeding Vergoeding bij ruimten LG en MG 1<15m 15<20m
€ 25.350,01 € 34.946,28
€ 31.962,74 € 44.265,89
≥20m
€ 49.080,55
€ 63.706,06
E.2 Uitbreiding Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer van 140 vierkante meter netto vloeroppervlakte (speeloppervlakte) of minder, kan de oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Uitbreiding
Normbedrag
Paallengte 1 < 15 meter
15 < 20 meter
≥ 20 meter
112 t/m 120 m2 121 t/m 150 m2
€ 292.820,11 € 355.963,08
€ 11.348,75 € 14.190,55
€ 19.656,71 € 24.564,54
€ 32.136,53 € 40.170,65
E.3.1 OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal basisonderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 56.001,68. E.3.2 OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs bedraagt € 56.001,68.
62
Inboeknummer 21bst00066
E.3.3 Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet onderwijs De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: Eerste lokaal Tweede lokaal Derde lokaal Oefenplaats 1 Oefenplaats 2
Meubilair € 1.182,73 € 1.182,73 € 1.182,73 € 0,00 € 0,00
Leer- en hulpmiddelen € 70.529,41 € 55.018,29 € 23.919,38 € 15.576,30 € 1.798,07
Totaal € 71.712,17 € 56.201,04 € 25.102,13 € 15.576,30 € 1.798,07
E.4 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs door middel van: a. medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente, of, b. huur van een gebouw van een commerciële exploitant. F. Huur sportvelden 1. Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de periode van 8 weken € 22,85 per klokuur. 2. Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een sportveld dat door de gemeente is gefinancierd. Deel C – vergoeding op basis van feitelijke kosten In alle gevallen geldt dat de vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede lid, wordt gebaseerd op het definitief door het college beschikbaar gestelde bedrag voor de uitvoering van de voorziening als bedoeld in artikel 14, derde lid. De vergoeding wordt verhoogd met: 1. maximaal 10 procent voor de kosten van technische advisering, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b. en c. en deze kosten niet reeds zijn opgenomen in het door het college beschikbaar gestelde bedrag; 2.
maximaal 10 procent voor onvoorziene kosten, voor zover het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder a.5º, a.6º, en onder b. en c. en deze kosten niet reeds zijn opgenomen in het door het college beschikbaar gestelde bedrag.
63
Inboeknummer 21bst00066
Bijlage V – Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de aangevraagde voorziening 1. Algemeen Prioriteiten worden vastgesteld als het overeenkomstig artikel 11 vastgestelde bekostigingsplafond onvoldoende is om alle aangevraagde voorzieningen die in aanmerking komen om te worden opgenomen op het programma te honoreren. Op basis van de gestelde prioriteiten wordt een rangorde vastgesteld van de voorzieningen waarvan is vastgesteld dat die voor bekostiging in aanmerking komen. Daarna wordt vastgesteld voor welke voorzieningen het bekostigingsplafond voldoende is en deze voorzieningen worden opgenomen op het programma. De voorzieningen die niet worden opgenomen op het programma worden op het overzicht geplaatst. Om te komen tot het vaststellen van de prioriteit wordt een onderverdeling gemaakt in hoofdprioriteiten en subprioriteiten. De voorzieningen zijn in aflopende prioriteit weergegeven; de voorziening met de rangorde 1 heeft de hoogste prioriteit. 2. Prioritering 1. De voorziening is opgenomen in het vastgestelde uitvoeringsprogramma dat onderdeel is van het IHP 1.1. De voorziening is noodzakelijk om capaciteitstekorten op te heffen.
Het betreft de volgende voorzieningen: - nieuwbouw, inclusief terrein; - uitbreiding, indien van toepassing, inclusief terrein; - in gebruik nemen bestaand gebouw, indien van toepassing, inclusief terrein; - verplaatsen tijdelijke gebouwen; - eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen en meubilair; - medegebruik. Voor bovengenoemde voorzieningen wordt de ruimtebehoefte vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel C. Deze voorzieningen omvatten zowel de schoolgebouwen als de lokalen bewegingsonderwijs. 1.1.1. De voorziening van subprioriteit 1.1 die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen. 1.1.2. De voorziening van subprioriteit 1.1 die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen. 1.1.3. De voorziening van subprioriteit 1.1 die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan lokalen bewegingsonderwijs en sportvelden opheft. 1.2. De voorziening is noodzakelijk om een adequaat niveau te handhaven. Het betreft de volgende voorzieningen: - vervangende bouw (vervangende nieuwbouw, transformatie), indien van toepassing inclusief terrein.
64
Inboeknummer 21bst00066
De voorziening vervangende bouw (vervangende nieuwbouw, transformatie) valt onder subprioriteit 1.1 op het moment dat deze voorziening gecombineerd wordt met een uitbreiding van de capaciteit en de vervangende bouw noodzakelijk is omdat wordt voldaan aan het criterium genoemd in bijlage I, deel A, onder A.2 2.
De voorziening is niet opgenomen in het vastgestelde uitvoeringsprogramma dat onderdeel is van het IHP. 2.1. De voorziening is noodzakelijk om capaciteitstekorten op te heffen. Het betreft de volgende voorzieningen: - nieuwbouw, inclusief terrein; - uitbreiding, indien van toepassing, inclusief terrein; - in gebruik nemen bestaand gebouw, indien van toepassing, inclusief terrein; - verplaatsen tijdelijke gebouwen; - eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair of leer- en hulpmiddelen en meubilair; - medegebruik. Voor bovengenoemde voorzieningen wordt de ruimtebehoefte vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel C. Deze voorzieningen omvatten zowel de schoolgebouwen als de lokalen bewegingsonderwijs. 2.1.1. De voorziening van subprioriteit 2.1 die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met herschikking van schoolgebouwen. 2.1.2. De voorziening van subprioriteit 2.1 die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder herschikking van schoolgebouwen. 2.1.3. De voorziening van subprioriteit 2.1 die relatief gezien een zo groot mogelijk kwantitatief tekort aan lokalen bewegingsonderwijs en sportvelden opheft. 2.2. De voorziening is noodzakelijk om een adequaat niveau te handhaven.
Het betreft de volgende voorzieningen: - vervangende bouw (vervangende nieuwbouw, transformatie), indien van toepassing inclusief terrein; - herstel van een constructiefout; - herstel en vervanging in verband met schade. De voorziening vervangende bouw (vervangende nieuwbouw, transformatie) valt onder subprioriteit 2.1 op het moment dat deze voorziening gecombineerd wordt met een uitbreiding van de capaciteit en de vervangende bouw noodzakelijk is omdat wordt voldaan aan het criterium genoemd in bijlage I, deel A, onder A.2
65
Inboeknummer 21bst00066
Bijlage VI – Criteria voor beoordelen aanvraag voor bekostiging in onderhoud en aanpassing lokaal bewegingsonderwijs, bekostiging bouwvoorbereiding en overige voor bekostiging in aanmerking komende zaken 1. Onderhoud en aanpassing lokaal bewegingsonderwijs 1.1 Aanduiding van de voorziening Onderscheid wordt gemaakt in de bekostiging van: 1. aanpassing, bestaande uit: a. het maken van voldoende wasgelegenheid waar deze bij het lokaal bewegingsonderwijs ontbreekt en dit belemmerend werkt op het effectief gebruik, dan wel de mogelijkheden tot medegebruik, van het lokaal bewegingsonderwijs; b. wijzigingen bij ingebruikneming van een gebouw als het gebouw anders niet geschikt is voor het primair onderwijs en speciaal of voortgezet speciaal onderwijs, omdat: 1° de netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs niet minstens 252 vierkante meter netto is en de hoogte niet minstens 5 meter bedraagt, en, 2° het lokaal bewegingsonderwijs niet voorzien is van minstens twee kleedruimten met een was- of douchegelegenheid; c. aanpassingen voor eisen voortkomend uit wet- en regelgeving; d. vervangen van oliegestookte verwarmingsinstallaties; 2. onderhoud, bestaande uit: a. vervangen dakbedekking, hemelwaterafvoer, dakrand, daklichten; b. vervangen buitenberging of dak buitenberging; c. vervangen rijwielstalling of rijwielstaanders; d. vervangen brandtrap; e.
vervangen erfscheiding; f. vervangen of herstellen riolering of bestrating schoolplein; g. vervangen binnenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk; h. vervangen buitenkozijnen en -deuren, inclusief hang- en sluitwerk; i. vervangen radiatoren, convectoren of leidingen voor centrale verwarming; j. vervangen dakpannen, inclusief houtwerk, dakrand en goten; k. vervangen boeiboorden; l. vervangen voegwerk. 1.2 Periode waarvoor de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag is ingediend. 1.3 Criteria voor het toekennen van de bekostiging 1. Het bevoegd gezag van een school of nevenvestiging voor: a. basisonderwijs of speciaal basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, en, b. speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra,
66
Inboeknummer 21bst00066
2.
3.
4.
dat (juridisch) eigenaar is van een school voor basisonderwijs, school voor speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs die zich bevindt op het grondgebied van de gemeente en (juridisch) eigenaar is van een lokaal bewegingsonderwijs dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente, komt in aanmerking voor de bekostiging van onderhoud en aanpassing van een lokaal bewegingsonderwijs. De noodzaak van de bekostiging van onderhoud of aanpassing: a. maken van voldoende wasgelegenheid is aanwezig als bij het lokaal bewegingsonderwijs geen twee wasgelegenheden zijn; b. maken van voldoende kleedgelegenheid is aanwezig als blijkt dat er geen twee kleedruimten zijn; c. ingebruikneming blijkt uit het feit dat het desbetreffende gebouw niet voldoet aan de inrichtingseisen voor lokalen bewegingsonderwijs voor het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs en het geschikt maken van het gebouw met redelijke kosten, zulks ter beoordeling van het college, te verwezenlijken is; d. eisen voortkomend uit wet- en regelgeving blijkt als wordt vastgesteld dat het gebouw niet voldoet aan de geldende wet- en regelgeving, terwijl onontkoombaar is dat dit verschil op korte termijn moet worden opgeheven; e.
blijkt uit het feit dat de oliegestookte verwarmingsinstallatie in een zo slechte conditie verkeert dat vervanging noodzakelijk is, en, f. onderhoud blijkt uit het feit dat het gevraagde gebouwelement of een gedeelte daarvan: 1° ten minste in een matige conditie (conditie 4) verkeert volgens de bouwkundige opname op grond van NEN 2767, en, 2° regulier onderhoud door het bevoegd gezag niet langer volstaat. Bovenstaand onderhoud en aanpassingen komen voor bekostiging in aanmerking als op basis van een prognose, die voldoet aan de in bijlage II van deze Verordening gestelde vereisten, het gebouw nog ten minste vier jaar voor het bewegingsonderwijs noodzakelijk is, tenzij er een andere, goedkopere, voorziening mogelijk is. Dit ter beoordeling van het college. Het bevoegd gezag toont aan het college aan dat het niet reeds op andere wijze bekostiging van onderhoud of aanpassing ontvangt.
1.4 Wijze waarop de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend op basis van feitelijke kosten. De vergoeding van de feitelijke kosten wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte(s) en verhoogd met maximaal 10 procent voor de kosten van technische advisering. 1.5 Bekostigingsplafond Het college kan een bekostigingsplafond voor deze bekostiging instellen. 1.6 Verantwoording Na het afronden van de werkzaamheden wordt inzicht gegeven in de gemaakte kosten.
67
Inboeknummer 21bst00066
2. Bouwvoorbereidingskrediet 2.1 Aanduiding van de bekostiging Bekostiging van de kosten voor het opstellen van aanbestedingsgerede bouwplannen voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van deze Verordening. 2.2 Periode waarvoor de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag is ingediend. 2.3 Criteria voor het toekennen van de bekostiging 1. Aanspraak op bekostiging bouwvoorbereiding ontstaat op het moment dat: a. gelijktijdig met de aanvraag bouwvoorbereiding een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van deze Verordening wordt ingediend en het college deze voorziening opneemt in het programma als bedoeld in artikel 11 lid 4 van deze Verordening; b. de bekostiging bouwvoorbereiding wordt aangevraagd ten behoeve van een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van deze Verordening en het college een principebesluit heeft genomen dat deze voorziening op het eerstvolgende programma na aanvraag van de voorziening wordt opgenomen; c. het college bekostiging bouwvoorbereiding anderszins noodzakelijk acht. 2. Aan toekenning van een bouwvoorbereidingskrediet als bedoeld in lid 1 onder b. en c.
kan de aanvrager geen rechten ontlenen ten aanzien van bekostiging van de voorziening waarvoor bouwvoorbereiding is toegekend. 2.4 Wijze waarop de bekostiging wordt toegekend 1. Het bouwvoorbereidingskrediet omvat 8% van het normbedrag. Indien het normbedrag een vergoeding betreft als bedoeld in bijlage IV, deel C van deze Verordening, stelt het college de hoogte van het bouwvoorbereidingskrediet vast. 2. Bij de uiteindelijke vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van deze Verordening wordt de toegekende bekostiging voor bouwvoorbereiding in mindering gebracht. 2.5 Bekostigingsplafond Het college kan een bekostigingsplafond voor deze bekostiging instellen. 2.6 Verantwoording Na het afronden van de werkzaamheden wordt inzicht gegeven in de gemaakte kosten.
68
Inboeknummer 21bst00066
3. OVERIGE VOOR BEKOSTIGING IN AANMERKING KOMENDE ZAKEN 3.A. Haalbaarheidsonderzoek 3.A.1 Aanduiding van de bekostiging Een onderzoek naar de mogelijkheden om te komen tot het realiseren van een voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van deze Verordening. 3.A.2 Periode waarvoor de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag is ingediend. 3.A.3 Criteria voor het toekennen van de bekostiging Aanspraak op deze bekostiging ontstaat op het moment dat bij het college het voornemen bestaat te komen tot één van de in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° genoemde voorzieningen, waarbij nader onderzoek vereist is om te bepalen welke voorziening, waar en eventueel onder welke condities noodzakelijk is. Het onderzoek moet uitwijzen: a. de aard van de voorziening; b. de omvang van de voorziening; c. de locatie van de voorziening; d. de eventuele relatie met het IHP; e. de eventuele relatie met een multifunctionele voorziening; f. de eventuele noodzaak tot herschikking van bestaande schoolgebouwen. 3.A.4 Wijze waarop de bekostiging wordt toegekend 1. De bekostiging wordt toegekend op basis van feitelijke kosten. De vergoeding van de feitelijke kosten wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte. 2.
De bekostiging wordt beschikbaar gesteld aan het bevoegd gezag van de school waarvoor het haalbaarheidsonderzoek wordt uitgevoerd tenzij het college besluit de opdracht te verstrekken voor het haalbaarheidsonderzoek. 3. Bij de uiteindelijke vergoeding van een op het programma geplaatste voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° van deze Verordening wordt de toegekende bekostiging voor een haalbaarheidsonderzoek in mindering gebracht, indien en voor zover er in het haalbaarheidsonderzoek werkzaamheden zijn uitgevoerd die onderdeel uitmaken van de vergoeding van de voorziening. 3.A.5 Bekostigingsplafond Het college kan een bekostigingsplafond voor deze bekostiging instellen. 3.A.6 Verantwoording Na het afronden van de werkzaamheden wordt inzicht gegeven in de gemaakte kosten.
69
Inboeknummer 21bst00066
3.B. toeslag parkeerplaatsen 3.B.1 Aanduiding van de bekostiging Parkeerplaatsen, niet zijnde parkeerplaatsen op eigen terrein of een gebouwde parkeervoorziening als bedoeld in bijlage VI, paragraaf 3.C. 3.B.2 Periode waarvoor de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag is ingediend. 3.B.3 Criteria voor het toekennen van de bekostiging Aanspraak op deze bekostiging ontstaat indien: 1. bij de realisatie van één van de in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° genoemde voorzieningen niet in voldoende mate kan worden voorzien in parkeren op eigen terrein zoals bedoeld in de Nota Parkeernormen gemeente Eindhoven, en, 2. ten gevolge daarvan meerkosten ontstaan. 3.B.4 Wijze waarop de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend op basis van feitelijke kosten. De vergoeding van de feitelijke kosten wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte. 3.B.5 Bekostigingsplafond Het college kan een bekostigingsplafond voor deze bekostiging instellen. 3.B.6 Verantwoording Na het afronden van de werkzaamheden wordt inzicht gegeven in de gemaakte kosten.
70
Inboeknummer 21bst00066
3.C. toeslag gebouwde parkeervoorziening 3.C.1 Aanduiding van de bekostiging Een gebouwde parkeervoorziening, niet zijnde parkeerplaatsen op eigen terrein of parkeerplaatsen als bedoeld in bijlage VI, paragraaf 3.B. 3.C.2 Periode waarvoor de bekostiging wordt toegekend De bekostiging wordt toegekend voor het jaar volgend op het jaar waarop de aanvraag is ingediend. 3.C.3 Criteria voor het toekennen van de bekostiging Aanspraak op deze bekostiging ontstaat indien: 1. bij de realisatie van één van de in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° en 5° genoemde voorzieningen niet in voldoende mate kan worden voorzien in parkeren op eigen terrein zoals bedoeld in de Nota Parkeernormen gemeente Eindhoven, en, 2. niet in voldoende mate kan worden voorzien in parkeren middels parkeerplaatsen als bedoeld in bijlage VI, paragraaf 3.C, en, 3. ten gevolge daarvan een gebouwde parkeervoorziening noodzakelijk is. 3.C.4 Wijze waarop de bekostiging wordt toegekend 1. De bekostiging wordt toegekend op basis van feitelijke kosten met een maximum van € 40.000,00 per parkeerplaats. De vergoeding van de feitelijke kosten wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte. 2. Het in lid 1 genoemde maximumbedrag is inclusief BTW, gebaseerd op prijspeil 2021 en wordt jaarlijks overeenkomstig de index als genoemd in bijlage IV, deel A, onder A.1 van deze Verordening aangepast.
3.C.5 Bekostigingsplafond Het college kan een bekostigingsplafond voor deze bekostiging instellen. 3.C.6 Verantwoording Na het afronden van de werkzaamheden wordt inzicht gegeven in de gemaakte kosten.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 16 maart 2021.
J. Verbruggen, griffier.
71