CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel Cultuurbrief 2025-2028 en Cultuurscan 2023

Raadsvergadering 28 november 2023, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Cultuurbrief 2025-2028 en Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-202811.287 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

gemeente Eindhoven Inboeknummer 23bst01150 Dossiernummer 23.41.652 B&W beslisdatum 10 oktober 2023

Raadsvoorstel Cultuurbrief 2025-2028 en Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028

Inleiding Kunst en cultuur zijn het fundament van een levendige stad die prikkelt, uitdaagt en samenbrengt. Cultuur biedt ontspanning, verbindt, en zet mensen aan tot reflectie en ontwikkeling. We zijn trots op onze grote culturele instellingen, ons wereldwijd bekende designklimaat, onze festivals, makers, broedplaatsen en kleine initiatieven in de wijken. Onze culturele sector heeft een klap gehad tijdens de coronacrisis. We vinden het belangrijk om kunst en cultuur hernieuwd en sterk terug te laten komen. Een belangrijke rol hiervoor is weggelegd voor de Stichting Cultuur Eindhoven, zoals erkend binnen ons Bestuursakkoord. De Cultuurbrief, het beleidskader voor cultuur, vormt hierbij de basis. Voor de periode 2025-2028 moet deze door u worden vastgesteld. Stichting Cultuur Eindhoven (SCE) heeft op 18 september 2023 de Cultuurscan 2023 en de Concept Cultuurbrief 2025 - 2028 aangeleverd. Beide documenten zijn in samenspraak met onder meer het culturele veld tot stand gekomen. Dit dossier legt de Concept Cultuurbrief 2025 - 2028 en de verordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 ter vaststelling voor. We zijn als college zowel verheugd met de inhoudelijke richting van deze Concept Cultuurbrief als met de totstandkoming ervan.

Het is de derde Concept Cultuurbrief in het bestaan van Cultuur Eindhoven, en we willen zowel hen als alle culturele organisaties die meegedacht hebben bedanken voor hun inzet en expertise. Met deze Concept Cultuurbrief sluit Cultuur Eindhoven aan bij vele uitgangspunten in ons bestuursakkoord ‘Samen morgen mooier maken’ en toont aan zich uitstekend bewust te zijn van wat zich in de stad, land en wereld afspeelt. We zetten met dit voorstel de structurele middelen uit het bestuursakkoord voor cultuur en broedplaatsen/makerspaces in. Wij denken dat dit een goede basis vormt voor het cultuurbeleid van de stad voor de periode 2025-2028.

Inboeknummer 23bst01150

 Wettelijke taak  Kerntaak gekoppeld aan het werkprogramma van het college  Onvermijdelijk Regulier periodiek besluit in het kader van het cultuurbeleid eens per vier jaar Doelstelling Vaststelling van de kaders voor de uitvoering van het cultuurbeleid van Eindhoven voor de periode 2025 - 2028 door middel van het vaststellen van de Cultuurbrief 2025 - 2028 en de verordening Cultuur Eindhoven 2025 - 2028. Voorstel 1. Kennis nemen van de Cultuurscan 2023 zoals opgesteld door Stichting Cultuur Eindhoven (SCE); 2.

Instemmen met de voorliggende kaders voor het cultuurbeleid van de gemeente Eindhoven voor de periode 2025 – 2028, zoals geformuleerd in de Concept Cultuurbrief 2025 – 2028 (zie bijlage);

3. Vaststellen van de navolgende verordening 'Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025 - 2028'; 4.

a. Kennis nemen van het overhevelen van de subsidierelatie met Next Nature Network/Futurelab van de gemeente naar SCE met het bijbehorende budgetniveau van € 554.000; b. Instemmen met het voor een periode van vier jaar (2025 tot en met 2028) jaarlijks ter beschikking stellen van maximaal € 27.055 mln (prijspeil 2023, incl. indexatie 5,2% 2024) aan SCE, waarvan: i. maximaal € 25.919 mln per jaar (incl. subsidiebudget voor Next Nature Network/Futurelab ad € 554.000) aan subsidie voor het uitvoeren van de 'Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028'; ii. maximaal € 1.136.000 per jaar voor de beheerslasten om uitvoering te kunnen geven aan de cultuurbeleidskaders van de Raad (opdracht). c. De bedragen onder beslispunt 4b te dekken ten laste van de daartoe in de programmabegroting opgenomen reguliere budgetten voor kunst, cultuur en design en het formatiebudget ten behoeve van SCE bij de sector EC;

2

Inboeknummer 23bst01150 5. Het College verzoeken om de Opdracht 2025-2028 aan de stichting Cultuur Eindhoven vorm te geven om uitvoering te kunnen geven aan het cultuurbeleid 2025 - 2028 binnen de vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders; 6. SCE de opdracht te geven, zo spoedig mogelijk na besluitvorming, een definitieve versie van de Cultuurbrief Eindhoven aan te leveren;

Argumenten 1.1 De Cultuurscan 2023 brengt het actuele Eindhovense cultuuraanbod in beeld De Cultuurscan 2023 is opgesteld door SCE in samenspraak met het culturele veld en de onderzoeksafdeling van de gemeente Eindhoven. De Cultuurscan brengt de kwantiteit, kwaliteit en betekenis van het cultuuraanbod in de stad in beeld. Ook de ontwikkeling van het cultuuraanbod en het gebruik van cultuur van 2019 (vorige Cultuurscan) tot 2023 is in beeld gebracht. Er zijn meerdere bijeenkomsten georganiseerd (brede en meer op een specifiek onderwerp gerichte) om de stad en het culturele veld in de gelegenheid te stellen bij te dragen aan de totstandkoming van de Cultuurscan 2023. Bovendien is de gelegenheid geboden informatie en aanvullingen aan te leveren aan SCE. 2.1 De Cultuurbrief 2025 – 2028 is onder andere gebaseerd op de Cultuurscan 2023 De Cultuurscan 2023 vormt een belangrijke basis voor de Concept Cultuurbrief. Overigens is de Concept Cultuurbrief net als de Cultuurscan 2023 tot stand gekomen in samenspraak met het culturele veld. Instellingen en initiatieven hebben de mogelijkheid gehad een bijdrage te leveren tijdens een aantal bijeenkomsten en de leden van de gemeenteraad zijn door SCE in staat gesteld het proces van nabij te volgen.

Ook de Cultuurraad, het adviesorgaan van SCE, heeft bijgedragen aan de concept Cultuurbrief met het document ‘Cultuurraad Eindhoven Reflectie en aanbevelingen’. De grote culturele instellingen verenigd in het BIS overleg (basis infrastructuur) hebben in 2022 een eigen visie op cultuur uitgebracht: ‘Deze Stad Maakt’. Ook hiernaar is gekeken. Een aantal instellingen van het BIS overleg zijn onderdeel van wat SCE nu aanduidt als de Eindhovense basis (‘BAS’). Rol van de Gemeenteraad Uw raad stelt de Cultuurbrief, het beleidskader voor kunst en cultuur van de gemeente Eindhoven, en de bijbehorende verordening Cultuur Eindhoven vast. SCE voert vervolgens het beleid namens het college uit. Uw raad kan op afstand de ontwikkelingen en voortgang van de uitvoering van het cultuurbeleid volgen, waarbij SCE ieder jaar medio november de stand van zaken aan u presenteert. 2.2 De Cultuurbrief 2025 – 2028 geeft aan welke richting het cultuurbeleid op beweegt, kansen en mogelijkheden worden geschetst. In het eerste deel van de Concept Cultuurbrief gaat SCE kort in op de betekenis van cultuur, de scope van de Cultuurbrief en de rol van Cultuur Eindhoven hierin. Ook wordt er kort teruggeblikt op de belangrijkste conclusies uit de Cultuurscan.

3

Inboeknummer 23bst01150 Vervolgens worden in drie delen de ambities en uitdagingen uitgewerkt. Om deze te duiden vormt het begrip ‘(culturele) loopbaan’ de leidraad. In lijn met de drie perspectieven uit de Cultuurscan onderscheiden ze ook drie niveaus van de (culturele) loopbaan. SCE kiest voor het begrip 'loopbaan’ omdat een volgende stap in de ontwikkeling van individu, de culturele sector en cultuur in de stad centraal staat. Het eerste deel (A) betreft de culturele loopbaan van de culturele sector, waarbij verbreden en versterken de leidende ambities zijn. Deel B gaat over de loopbaan van de inwoners van de stad. Hier is het doel vooral om hen op cultureel gebied te verleiden en te verrassen. Het laatste deel (C) omvat de culturele loopbaan van de stad waarbij speciale aandacht uitgaat naar verbinden en verdiepen. Twee culturele organisaties, te weten Van Abbemuseum en Dutch Design Foundation, worden niet gesubsidieerd door/via Cultuur Eindhoven. Het Van Abbemuseum is onderdeel van de gemeente, DDF ontvangt subsidie rechtstreeks van de gemeente. Het jaarlijkse lichtfestival Glow valt onder de evenementensubsidie. SCE formuleert tien doelstellingen (zie pagina 26 van de Concept Cultuurbrief). Deze doelstellingen zijn vanuit het perspectief van SCE logisch en passend. Voor ons als gemeente geldt dat we deze adviezen serieus nemen.

Daarom breiden we de formatie uit en we onderzoeken de haalbaarheid van de voorstellen. Dit verdient nadere bestudering en uitwerking. Daarnaast doet SCE een aantal aanbevelingen die deels financieel zijn te vertalen. Inhoudelijk SCE geeft aan, en dat herkennen wij, dat er heel veel kansen zijn voor de gemeente Eindhoven om structureel meer verbinding te realiseren tussen andere beleidsterreinen (ruimtelijk, sociaal) en ontwikkelingen in de stad (gebieden en wijken) en Cultuur. Dit is een gezamenlijke opgave en SCE geeft daarbij graag advies. Het kan bijdragen aan een breder aanbod en een versterking voor de cultuursector als geheel zijn. Dit verdient dus aandacht vanuit diverse beleidsvelden. Als het gaat om ruimte in de stad is volgens SCE ook de gemeente aan zet voor het faciliteren van activiteiten in de wijken, maar ook voor werkruimte en nieuwe culturele plekken in de stad. Dit is een begrijpelijke aanbeveling maar ook een grote uitdaging gezien de dringende behoefte aan (meer) ruimte die er ook is vanuit uiteenlopende beleidsterreinen zoals wonen, vergroening en bedrijven. Hierin nemen we een positieve grondhouding aan, ook vanuit het in 2019 vastgestelde Atelierbeleid, en de ambities uitgesproken in het bestuursakkoord o.a.

bij nieuwe gebiedsontwikkelingen Echter het daadwerkelijk realiseren van meer creatieve werkruimtes zal een uitdaging zijn, waar we als college inzetten op het slim combineren van ambities. Meer ruimte bieden aan cultuur in wijken (openbare ruimte en vergunningen) kan worden gestimuleerd binnen de wettelijke grenzen en hiervoor kunnen middelen worden gebruikt die beschikbaar zijn gesteld in het bestuursakkoord. Hiervoor volgen nog separate voorstellen.

4

Inboeknummer 23bst01150

Connecties kunnen ook worden gelegd met de ontwikkeling van beleid en uitvoering op het gebied van het nachtleven en ook met andere onderwerpen. Hier blijft aandacht voor vanuit SCE en de gemeente zelf. Daarnaast laat SCE zien oog te hebben voor het thema duurzaamheid en dit ook te vragen van culturele instellingen en makers. Financieel Cultuur Eindhoven geeft op meerdere plekken in de Concept Cultuurbrief aan dat er meer geld nodig is voor bepaalde ambities, of dat bij een gelijkblijvend budget het leidt tot minder activiteiten. Gezien de huidig beschikbare middelen voor cultuur, kan niet aan alles opvolging gegeven worden, wel wordt het structureel beschikbaar gestelde budget bij het bestuursakkoord volledig ingezet hiervoor. Culturele activiteiten -Hogere inflatie, kostenstijgingen en mogelijk ook het toepassen van de Fair Practice Code en de Code Diversiteit zullen geld kosten dat niet in activiteiten gestoken kan worden. Dit betekent dat er mogelijk minder activiteiten zullen plaatsvinden, dat zal terug te zien zijn in begrotingen en jaarverslagen en mogelijk merkbaar zijn in de stad. Het kan echter ook leiden tot nieuwe vormen van samenwerking en aanbod. Ook vraagt SCE aandacht voor indexering in relatie tot kostenstijgingen. Gemeentes zijn mede afhankelijk van hoe het gemeentefonds wordt geïndexeerd.

Vanuit de ruimte die het Rijk ons financieel biedt, wordt onder voorbehoud van goedkeuring van uw raad, in de begroting 2024 de indexering verhoogd van 2,8% naar 5,2%, waarmee we wel enigszins wat meer financiële ruimte kunnen bieden aan culturele organisaties. -Over de periode 2024 is indexatie volgens SCE noodzakelijk om het cultuuraanbod op peil te houden. Vervolgens is het volgens SCE van belang dat het cultuurbudget jaarlijks geïndexeerd wordt met inachtneming van de werkelijke kostenstijgingen. Zoals hierboven ook al aangegeven, kan onder voorbehoud van goedkeuring in de gemeenteraad de indexatie verhoogd worden van 2,8% naar 5,2%, waarmee aan dit punt tegemoet gekomen wordt. - Daarnaast ziet SCE risico's voor de exploitatie bij sommige culturele organisaties in de stad o.a. voor publieksherstel, ook bij een aantal basisfuncties in het culturele ecosysteem. Mogelijk is er in 2024 en verder nog maatwerk nodig. Om hier antwoord op te bieden is in de begroting 2024 hiervoor incidenteel budget opgenomen. - Gezien de grote druk op het Programmabudget in de afgelopen jaren en de grotere nadruk op de Fair Practice Code, wil SCE het subsidieplafond voor Programma’s ophogen. Om hieraan tegemoet te komen is het voorstel om een deel van de extra structurele bestuursakkoordmiddelen hiertoe in te zetten.

Verbeteren makersklimaat - SCE roept de BAS (basis) instellingen op nadrukkelijker een rol te nemen in de samenwerking met (lokale) makers. Het zou kunnen leiden tot iets minder activiteiten maar ook tot andere activiteiten die meer passen bij de stad en een impuls geven aan makers.

5

Inboeknummer 23bst01150 - Gezien de grote druk op het Snelgeldfonds, wil SCE het subsidieplafond voor Snelgeld verhogen. Om hieraan tegemoet te komen kan een deel van de extra bestuursakkoordmiddelen hiertoe worden ingezet. Voor de omgang met vastgoed/ gelabelde subsidies: SCE geeft aan dat er een meer heldere en consistente toepassing van gelabelde subsidies t.b.v. huisvesting zou moeten komen in overleg met de gemeentelijke afdeling Vastgoed. Zie hiervoor argument 2.5. Kansen creëren volgens SCE In de Concept Cultuurbrief staat de ambitie voor meer cultuur in de wijken en aandacht voor jongeren voorop. Het voorstel van SCE is om hiervoor in de periode 2025-2026 in totaal 1 à 1,5 miljoen euro beschikbaar te stellen en flexibel in te zetten als opbouw- en aanjaagbudget. Vanuit de incidentele bestuursakkoordmiddelen kan voor het thema cultuur in wijken extra budget vrijgemaakt worden. Hiervoor zullen nog separate voorstellen volgen. Dat geldt ook voor de inzet van de van het ministerie van OCW ontvangen Specifieke Uitkering (SPUK) Impuls jongerencultuur voor de periode 2023 en 2024. Voor zover het fysieke voorzieningen betreft, zal de strategische investeringsagenda leidend zijn. Om hierop al wel in te spelen wordt, onder voorbehoud van goedkeuring van uw raad, bij de begroting 2024 incidenteel budget vrijgemaakt. Daarvoor volgen nog separate voorstellen.

Gilden SCE geeft aan dat het wellicht logischer zou zijn om een gelabelde subsidie voor gilden te maken. Dit gezien de beperkte toetsing en dat alleen bestaande gilden hier gebruik van mogen maken. Dit advies nemen we over. Gezien de beperkte financiële middelen, verzoeken we SCE hiervoor ruimte te vinden binnen het beschikbare totaalbudget. Voor SCE zelf SCE geeft aan de rol van expert te willen verstevigen onder meer op het gebied van duurzaamheid en kennisuitwisseling en versterking van diversiteit en inclusie. Om hieraan invulling te geven, wordt het budget voor beheerslasten iets verhoogd. Creatieve industrie SCE verwijst naar de Strategische Agenda Creatieve Industrie (in ontwikkeling) en ambities naar aanleiding van de aanbieding van de Designvisie van het Eindhovense Designveld. Deze agenda zal richting geven aan ons gemeentelijk beleid om de creatieve industrie te versterken bijvoorbeeld bij het maatschappelijk opdrachtgeverschap, de vertaling naar gebiedsontwikkelingen etc. Het is de planning om deze in de eerste helft van 2024 te finaliseren, waarna ook een financieel voorstel zal volgen op basis van de overgebleven incidentele middelen uit het Bestuursakkoord. Bij grotere ambities zal mogelijk ook aanvullende financiering moeten worden gezocht (in- en extern).

Vanuit de beschikbare middelen denken we zo als college het meeste bij te dragen aan een stevig cultuur – en designklimaat en aanbod in deze stad.

6

Inboeknummer 23bst01150

2.3 De Cultuurbrief 2025 – 2028 legt wederom verbindingen met het rijks cultuurbeleid en het cultuurbeleid van de provincie Noord Brabant. De tijdspaden die het Rijk, de rijkscultuurfondsen, de provincie en de gemeenten volgen zijn voor meerjarige subsidies op elkaar afgestemd, wat het proces overzichtelijker maakt voor aanvragers. Ook zijn subsidievoorwaarden, definities en uitvraag van kwantitatieve gegevens zoveel mogelijk op één lijn gebracht. Op deze manier worden de administratieve lasten voor de aanvragers die bij verschillende overheden aanvragen verminderd. 2.4 In de Cultuurbrief 2025-2028 worden, om het beleid vorm te geven, vijf afzonderlijke subsidieregelingen beschreven. Om de doelstellingen van de Cultuurbrief te realiseren, gebruikt stichting Cultuur Eindhoven verschillende instrumenten. Een belangrijk instrument is het verstrekken van subsidies. Daarvoor hanteert ze de Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028. Deze subsidieverordening wil een breed en pluriform aanbod mogelijk maken zodat het aanbod aan kan sluiten bij de diversiteit aan inwoners van Eindhoven en bezoekers aan de stad. De subsidieverordening wil ook makers – jong en oud, nieuw talent en ‘midcareer’ – in staat stellen om hun beroepspraktijk verder te ontwikkelen.

De subsidieverordening biedt met diverse deelregelingen ruimte aan veel verschillende aanvragers, van natuurlijke personen tot rechtspersonen, in verschillende disciplines van kunst en cultuur. Om recht te doen aan deze verscheidenheid van doelstellingen en doelgroepen is de verordening opgedeeld in verschillende onderdelen. Deze onderdelen maken meerjarige subsidies (voor 4 of 2 jaar) mogelijk én bieden ruimte voor incidentele subsidies voor projecten. In samenhang bieden ze het hele (professionele) culturele veld de mogelijkheid om voor financiële ondersteuning in aanmerking te komen. 2.5 Vastgoed en Cultuurgebouwen Een aantal culturele instellingen maakt gebruik van maatschappelijk vastgoed en in de meeste gevallen zitten de kosten voor de huur versleuteld in de subsidieaanvraag van deze instellingen voor hun culturele activiteiten. Vanuit de Cultuurbrief en de subsidieverordening Cultuur Eindhoven geeft Cultuur Eindhoven subsidie voor deze activiteiten. Subsidie uitsluitend voor huur is niet subsidiabel binnen de subsidieverordening Cultuur Eindhoven. Buiten de subsidieverordening Cultuur Eindhoven zijn er soms vastgoed gerelateerde gelabelde subsidies nodig om de culturele infrastructuur beschikbaar te krijgen en te houden. Deze vastgoed gerelateerde subsidies vallen onder de Algemene Subsidieverordening van de gemeente (ASV).

Zo worden sinds 2013 gelabelde subsidies verleend aan BROET en Baltan om het mogelijk te maken dat deze huisvesting hebben in het Natlab. Dit op basis van een collegebesluit uit 2013 bij de verhuizing van beide organisaties naar deze locatie. Daarnaast zijn voor de jaren 2023-2024 door het college via SCE (gelabelde) subsidies verleend voor Pand P en PopEi. In dit raadsvoorstel zijn deze vastgoed gerelateerde subsidies structureel meegenomen.

7

Inboeknummer 23bst01150

Voor de periode 2024 en 2025-2028 wordt in overleg met de gemeentelijke afdeling Vastgoed bekeken voor welke verdere gebouwen uit de kernportefeuille cultureel vastgoed een gelabelde subsidie een passend instrument is om de culturele functie te borgen. 3.1 De subsidieverordening benoemt het college als uitvoerder, maar het college mandateert deze bevoegdheid direct na besluit van de raad aan SCE. Het college mandateert de uitvoering van de Cultuurbrief, het kunst en cultuurbeleid van de gemeente, aan SCE. Dat betekent wel dat het college de subsidie(deel)plafonds binnen de verordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 vaststelt en bezwaar en beroep via de gemeente loopt. 4.1 De subsidierelatie met Next Nature Network/Futurelab wordt ondergebracht bij SCE. Met de adviesnota ‘Evaluatie: Next Nature Network / Futurelab op de goede weg’ (23bst00090) is door het college besloten om de subsidierelatie met NNN/Futurelab aan SCE over te dragen. Met dit raadsvoorstel wordt NNN/Futurelab onderdeel van de Cultuurbrief 2025-2028. Het separate structurele budget voor de structurele subsidie aan NNN/Futurelab ad € 554.000 wordt structureel toegevoegd aan de Subsidie SCE. 4.2 Om uitvoering te geven aan de Cultuurbrief 2025-2028 zijn de bedragen voor SCE geactualiseerd.

Om uitvoering te kunnen geven aan de Cultuurbrief 2025-2028 met bijbehorende subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 krijgt SCE de beschikking over een subsidiebedrag van € 25,919 per jaar voor de periode 2025-2028. Dit bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd met de vaststelling van de begroting door de raad. Met dit raadsvoorstel worden de volgende structurele wijzigingen doorgevoerd aan de Subsidie SCE, welke al zijn verdisconteerd in het hierboven vermelde bedrag: • Structurele ophoging van het subsidieplafond voor Snelgeld met € 50.000 per jaar uit de structurele middelen van het bestuursakkoord voor broedplaatsen/makerspaces. Voorafgaand aan de Cultuurbrief 2025-2028 periode wordt dit bedrag ook toegevoegd aan de Subsidie SCE 2024. • Structurele ophoging van het subsidieplafond voor Programma’s met € 145.000 per jaar uit de structurele middelen van het bestuursakkoord voor cultuur en broedplaatsen/makerspaces. Voorafgaand aan de Cultuurbrief 2025-2028 periode wordt dit bedrag ook toegevoegd aan de Subsidie SCE 2024. • De structurele subsidie voor Pand P van € 42.000. Zie het argument 2.5 hierboven. • Het structurele bedrag voor PopEi van € 85.000. Zie het argument 2.5 hierboven. • De structurele subsidie voor de landelijke BIS instelling Futurelab in Eindhoven ad € 554.000 per jaar. Deze subsidie is de cofinanciering voor de functie van Futurelab in de landelijke BIS.

Next Nature Network geeft in het Evoluon vorm aan het Futurelab. Zie het argument 4.1 hierboven. Daarnaast is er nog incidenteel budget (vanuit Bestuursakkoord en Begroting 2024 voor cultuur in wijken/andere doelgroepen, strategische agenda creatieve industrie en versterking

8

Inboeknummer 23bst01150 van het team bij de gemeente om meer verbindingen te kunnen leggen met andere beleidsterreinen en gebiedsontwikkelingen. Hiervoor worden aparte voorstellen ontwikkeld. Daarnaast is er net als andere jaren een klein budget van € 15.000 per jaar om laagdrempelig in te kunnen spelen op actuele ontwikkelingen en initiatieven op het gebied van kunst en cultuur en design in de stad. Hiervoor zal een eenvoudige procedure worden vormgegeven. 4.3 De Bibliotheek Eindhoven ontvangt vanuit meerdere beleidsdoelen subsidie. SCE adviseert de subsidierelatie met de Bibliotheek voortaan integraal via de gemeente te laten verlopen. De Bibliotheek ontwikkelt zich en heeft een toenemende focus op maatschappelijke vraagstukken en doelen, zoals laaggeletterdheid en eenzaamheid. Daarnaast heeft de bibliotheek ook een culturele functie, waar Cultuur Eindhoven een rol heeft als adviseur van het college. Om te bezien hoe we de subsidierelatie het beste vorm kunnen geven zal dit door de verschillende betrokken partijen onderzocht worden. Tot die tijd blijft de situatie ongewijzigd om daarmee de continuïteit te borgen.

Aangezien het onderhavige raadsvoorstel en de bijbehorende verordening eind november 2023 dienen te worden vastgesteld in verband met de samenhang met de subsidies vanuit het rijk en de provincie voor sommige Eindhovense culturele instellingen, bieden wij u op dit moment dit raadsvoorstel aan. 4.4 De beheerslasten SCE bedragen € 1.136.000 per jaar (peil 2023). Met dit raadsvoorstel wordt structureel € 31.000 aan de beheerslasten materieel van/voor SCE toegevoegd uit de structurele middelen van het bestuursakkoord voor de expert-rol, de gestegen kosten. Met deze aanpassingen bedragen de beheerslasten van SCE € 1.136.000 per jaar. Deze beheerslasten bestaan uit € 833.000 aan personele beheerslasten (incl. capaciteit voor het overnemen van de subsidierelatie met Next Nature Network/Futurelab) en € 303.000 aan materiële beheerslasten. De genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd met het vaststellen van de begroting door de raad. Met het voorliggende voorstel wordt het gehele structurele budget uit het bestuursakkoord van € 266.000 voor cultuur en broedplaatsen/makerspaces ingezet: ophogen Programmabudget, ophogen Snelgeld, borgen Pand P en actualiseren beheerslasten SCE. Naast dit structurele budget resteren er nog incidentele middelen uit het bestuursakkoord. Hiervoor volgen gedurende deze bestuursperiode nog separate voorstellen. 5.1.

Op basis van de Cultuurbrief 2025- 2028 verstrekt het College de opdracht aan SCE om het cultuurbeleid te gaan uitvoeren. Na vaststelling door de Raad dient de Cultuurbrief 2025-2028 als inhoudelijk kader voor de opdracht aan SCE voor de periode 2025-2028. Deze wordt eind 2024 aan het college ter besluitvorming voorgelegd. 6.1 De concept Cultuurbrief moet na het raadsbesluit definitief gemaakt worden.

9

Inboeknummer 23bst01150 SCE heeft een concept Cultuurbrief aangeleverd. Na behandeling door uw raad moet deze nog definitief gemaakt worden.

Kanttekeningen Geen Personele consequenties Uitvoering van de Cultuurbrief 2025-2028 vindt plaats door SCE binnen de beheerslasten SCE. Deze zijn opgehoogd ten opzichte van voorgaande periode, zie argument 4.4 voor de toelichting. Financiële consequenties Beschikbare subsidiebudgetten kunst, cultuur en design 2025-2028 tbv SCE bedragen x € 1.000

Subsidie SCE (peil 2023+5,2% voor 2024 en verder): Structurele wijzigingen: Subsidie NNN/Futurelab (peil 2023+5,2% voor 2024 en verder): Huursubsidie Pand P (peil 2023+5,2% voor 2024 en verder): Huursubsidie PopEi Ophoging plafond Programma's Ophoging plafond Snelgeld

2025

2026

2027

2028

25.043

25.043

25.043

25.043

554

554

554

554

42

42

42

42

85

85

85

85

145

145

145

145

50

50

50

50

25.919

25.919

25.919

25.919

Beschikbare beheerslasten tbv SCE

Beheerslasten personeel Beheerslasten materieel

2025

2026

2027

2028

8 3 3 .0 0 0

8 3 3 .0 0 0

8 3 3 .0 0 0

8 3 3 .0 0 0

3 0 3 .0 0 0

3 0 3 .0 0 0

3 0 3 .0 0 0

3 0 3 .0 0 0

1.13 6 .0 0 0

1.13 6 .0 0 0

1.13 6 .0 0 0

1.13 6 .0 0 0

Communicatie De Concept Cultuurbrief en de Cultuurscan zijn in samenspraak met onder meer het culturele veld tot stand gekomen. De behandeling van de Concept Cultuurbrief in de Raad is een openbaar proces waardoor geïnteresseerden er kennis van kunnen nemen. SCE zal na vaststelling een definitief document maken van de Cultuurbrief dat verspreid wordt via de website. De verordening zal na vaststelling worden gepubliceerd in het gemeenteblad en is dan ook vindbaar via www.overheid.nlwww.cultuureindhoven.nl. De verordening zal na vaststelling worden gepubliceerd in het gemeenteblad en is dan ook vindbaar via www.overheid.nl

10

Inboeknummer 23bst01150 Planning en uitvoering We verwachten het raadsbesluit op 28 november 2023. Zo snel mogelijk na vaststelling door de raad levert SCE de definitieve Cultuurbrief aan. Vervolgens kunnen instellingen subsidie gaan aanvragen. Dit start in december 2023 met de openstelling van de regeling Professionele kunsten in Eindhoven in samenhang met provincie en Rijk. Daarna volgen in 2024 de andere regelingen (zie het schema in de Concept Cultuurbrief). Vervolgens vindt verdere implementatie en uitvoering door SCE in de periode 2025 – 2028 plaats. Evaluatie De bevindingen omtrent de periode 2025- 2028 vormen de input voor de Cultuurscan 2027 en de Cultuurbrief 2029-2032. In de reguliere monitoring- en verantwoordingscyclus rapporteert SCE over de voortgang en resultaten. Daarnaast presenteert SCE jaarlijks de voortgang en resultaten op een informatieavond aan de raad. Bijlage(n) Als bijlage(n) bij dit voorstel behoren: • Cultuurscan 2023 • Concept Cultuurbrief 2025-2028 • Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 en toelichting Een ontwerpraadsbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van Eindhoven,

, secretaris.

11

Inboeknummer 23bst01150

Ontwerp Raadsbesluit De raad van de gemeente Eindhoven; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van ;

besluit:

1. Kennis nemen van de Cultuurscan 2023 zoals opgesteld door Stichting Cultuur Eindhoven (SCE); 2.

Instemmen met de voorliggende kaders voor het cultuurbeleid van de gemeente Eindhoven voor de periode 2025 – 2028, zoals geformuleerd in de Concept Cultuurbrief 2025 – 2028 (zie bijlage);

3. Vaststellen van de navolgende verordening 'Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025 - 2028'; 4.

a. Kennis nemen van het overhevelen van de subsidierelatie met Next Nature Network/Futurelab van de gemeente naar SCE met het bijbehorende budgetniveau van € 554.000; b. Instemmen met het voor een periode van vier jaar (2025 tot en met 2028) jaarlijks ter beschikking stellen van maximaal € 27.055 mln (prijspeil 2023, incl. indexatie 5,2% 2024) aan SCE, waarvan: i. maximaal € 25.919 mln per jaar (incl. subsidiebudget voor Next Nature Network/Futurelab ad € 554.000) aan subsidie voor het uitvoeren van de 'Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028'; ii. maximaal € 1.136.000 per jaar voor de beheerslasten om uitvoering te kunnen geven aan de cultuurbeleidskaders van de Raad (opdracht). d. De bedragen onder beslispunt 4b te dekken ten laste van de daartoe in de programmabegroting opgenomen reguliere budgetten voor kunst, cultuur en design en het formatiebudget ten behoeve van SCE bij de sector EC;

5. Het College verzoeken om de Opdracht 2025-2028 aan de stichting Cultuur Eindhoven vorm te geven om uitvoering te kunnen geven aan het cultuurbeleid 2025 - 2028 binnen de vastgestelde inhoudelijke en financiële kaders; 6. SCE de opdracht te geven, zo spoedig mogelijk na besluitvorming, een definitieve versie van de Cultuurbrief Eindhoven aan te leveren;

12

Inboeknummer 23bst01150 De raad van de gemeente Eindhoven; gelet op artikel titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht en de artikelen 84, 149 en 156 van de Gemeentewet; overwegende dat: de raad op 31 maart 2015 heeft besloten tot het oprichten van Stichting Cultuur Eindhoven, die met ingang van 2017 is belast met het uitvoering geven aan de kunst-, cultuur- en designbeleidskaders van de raad en het verdelen van de door de raad ter beschikking gestelde kunst-, cultuur- en designsubsidiebudgetten in Eindhoven; door de raad op 28 november 2023 de Cultuurbrief 2025-2028 is vastgesteld; en ter rechtvaardiging van eventuele staatssteun gelet op hoofdstuk 1 en artikel 53 inzake steun voor cultuur en instandhouding van het erfgoed van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening, Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën van steun van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PB EU L 187); besluit de volgende verordening vast te stellen:

Subsidieverordening Cultuur Eindhoven 2025-2028 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1

Begripsomschrijvingen

In deze subsidieverordening wordt verstaan onder: −

Awb: Algemene wet bestuursrecht;

−

Code Diversiteit & Inclusie: een gedragscode om culturele diversiteit structureel in de instelling te verankeren https://codedi.nl/;

−

college: college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven;

−

Cultuurbrief 2025-2028: het cultuurbeleid op hoofdlijnen zoals vastgesteld door de gemeenteraad op 28 november 2023;

−

Cultuurraad: adviesorgaan van Stichting Cultuur Eindhoven en de adviescommissie, bedoeld in artikel 17;

−

eenmalige subsidie: een subsidie die wordt verstrekt voor een activiteit met een eenmalig of incidenteel karakter voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal 18 maanden;

−

Eindhovense culturele ecosysteem; het zelforganiserende systeem bestaande uit makers en organisaties die op eigen wijze gezamenlijk kunst en cultuur mogelijk maken in Eindhoven;

13

Inboeknummer 23bst01150 −

Fair Practice Code: gedragscode voor ondernemen en werken in kunst, cultuur en de creatieve industrie https://www.fairpracticecode.nl;

−

Governance Code Cultuur: normatief kader voor goed bestuur en toezicht in culturele organisaties https://bij.cultuur-ondernemen.nl/governance-codecultuur/principe/introductie;

−

meerjarige subsidie: subsidie die per kalenderjaar of voor een bepaald aantal kalenderjaren voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt;

−

professionele kunsten: werk of activiteiten vervaardigd of uitgevoerd door een professionele maker die daarmee op structurele basis in eigen levensonderhoud voorziet;

−

professionele maker: persoon met een vakopleiding of autodidact met bewezen staat van dienst, die beroepsmatig en professioneel artistiek-inhoudelijk actief is in het creëren van cultureel aanbod of professioneel educatief aanbod voor uitingen van kunst en cultuur;

−

raad: raad van de gemeente Eindhoven;

−

SCE: Stichting Cultuur Eindhoven.

Artikel 2

Reikwijdte verordening

De ASV Eindhoven is niet van toepassing op het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening.

Artikel 3

Doel

Het college kan subsidie verstrekken voor subsidiabele activiteiten die passen binnen de door de raad vastgestelde Cultuurbrief 2025-2028 en die vertaald zijn naar deze verordening.

Artikel 4 1.

Subsidiebesluiten

Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies op grond van deze verordening met betrekking tot de gelden die daartoe door de raad aan het college beschikbaar worden gesteld.

2.

Het college stelt subsidieplafonds vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze. De subsidieplafonds kunnen eventueel worden verhoogd met een indexering.

3.

Het college neemt in het kader van deze verordening besluiten over subsidieverlening, subsidieweigering, subsidievaststelling, wijziging of intrekking van de subsidieverlening of subsidievaststelling, bevoorschotting of terugvordering van subsidie.

4.

Het college kan voorwaarden aan de beschikking tot subsidieverlening verbinden.

5.

Het college kan formulieren vaststellen voor het indienen van de subsidieaanvraag, voor de (tussentijdse) verantwoording en voor de aanvraag om vaststelling van de subsidie.

Artikel 5

Begrotingsvoorbehoud

Subsidies worden verstrekt onder voorbehoud van het beschikbaar stellen van middelen door de raad.

Artikel 6 1.

Subsidieaanvrager

Subsidie op basis van deze verordening wordt uitsluitend verstrekt aan een opgerichte privaatrechtelijke rechtspersoon die is gevestigd in de gemeente Eindhoven.

2.

In afwijking van het eerste lid kan een subsidie als bedoeld in artikel 47 eveneens worden verstrekt aan een natuurlijk persoon.

14

Inboeknummer 23bst01150 Artikel 7 1.

Subsidieaanvraag

Een subsidieaanvraag wordt elektronisch ingediend bij het college via het door SCE gehanteerde subsidiesysteem aan de hand van een vastgesteld aanvraagformulier.

2.

Een subsidieaanvraag wordt ingediend in het Nederlands.

3.

In aanvulling op het tweede lid kan bij een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 47 het activiteitenplan en de begroting ook worden ingediend in het Engels.

4.

Een subsidieaanvraag bevat in ieder geval de volgende stukken: a.

een activiteitenplan: een artistiek-inhoudelijk plan met doelstellingen en aandacht voor de in de Cultuurbrief 2025-2028 geformuleerde criteria en doelstellingen;

5.

b.

een sluitende begroting;

c.

een rekeningafschrift; en

d.

een getekend voorblad.

Indien er sprake is van gelieerde rechtspersonen dient de aanvrager de relatie inzichtelijk te maken.

6.

Indien van toepassing dient de aanvrager een vermelding te geven van het bestaan van (zakelijke) relaties op het niveau van bestuur of directie van de aanvrager met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen of andere eigen rechtspersonen en de aard van deze verhoudingen alsmede de financiële impact er van.

7.

Indien er sprake is van een negatief eigen vermogen dient de aanvrager een plan van aanpak in waaruit blijkt dat er geen gevaar is voor de continuïteit van de bedrijfsvoering.

8.

In aanvulling op het vierde lid, bevat een aanvraag door een privaatrechtelijke rechtspersoon ook de volgende stukken: a.

oprichtingsakte/statuten;

b.

uittreksel Kamer van Koophandel;

c.

meest recent(e) jaarverslag en jaarrekening (indien beschikbaar).

Artikel 8 1.

Btw en subsidiabele kosten

Subsidie wordt alleen verstrekt voor btw als deze niet verrekend kan worden met de Belastingdienst of niet gecompenseerd kan worden bij het btw-compensatiefonds.

2.

Subsidiabele kosten zijn kosten die redelijk en noodzakelijk zijn en direct gerelateerd zijn aan de betreffende subsidiabele culturele activiteiten dan wel het culturele programma of project die in de aanvraag zijn beschreven.

3.

Kosten die gemaakt worden ten behoeve van horeca exploitatie of andere commerciële activiteit los van de culturele activiteit komen niet in aanmerking voor subsidie.

4.

Kosten die gemaakt zijn vóór het besluit op de aanvraag of in geval van een meerjarige subsidie buiten het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verleend, komen niet in aanmerking voor subsidie.

Artikel 9 1.

Weigeringsgronden

Het college weigert subsidie in ieder geval indien: a.

het college voor dezelfde activiteiten reeds subsidie op grond van deze verordening of op grond van de ASV Eindhoven of een daarop gebaseerde subsidieregeling heeft verstrekt;

15

Inboeknummer 23bst01150 b.

de subsidie is aangemerkt als ontoelaatbare staatssteun;

c.

subsidieverstrekking niet past binnen de door de raad vastgestelde Cultuurbrief 20252028 of de financiële kaders.

2.

Het college kan, naast de weigeringsgronden, bedoeld in artikel 4:35 Awb, subsidie weigeren, indien: a.

de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente Eindhoven of haar ingezetenen;

b.

de aanvrager ook zonder subsidie over de benodigde gelden, hetzij uit eigen middelen of uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van zijn activiteiten te dekken;

c.

de doelstellingen of activiteiten van aanvrager in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

d.

de activiteiten een politieke, godsdienstige of levensbeschouwelijke boodschap hebben;

e.

op het niveau van bestuur of directie (zakelijke) relaties bestaan met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, eigen stichtingen dan wel andere eigen rechtspersonen die naar het oordeel van het college ongewenst zijn;

f.

de subsidieaanvraag betrekking heeft op activiteiten op het gebied van amateurkunst die door de privaatrechtelijke rechtspersoon die subsidie ontvangt voor het uitvoeren van de functie, bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder d, kunnen worden gefinancierd.

3.

Het college kan een subsidie in ieder geval weigeren of intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering Integriteitsbeoordelingen door het Openbaar Bestuur.

Artikel 10

Betaling en bevoorschotting

Het college besluit bij de subsidieverlening over de bevoorschotting. Daarbij worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald en kan dit afhankelijk worden gesteld van de voortgang en uitvoering van de activiteiten.

Artikel 11 1.

Reserves en voorzieningen

Het college kan bij de subsidieverlening een subsidieaanvrager verplichten een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb te vormen.

2.

Het is een instelling in principe toegestaan om bestemmingsreserves of voorzieningen te vormen, voor zover dit bij de aanvraag om subsidie wordt aangegeven en planmatig door de aanvrager wordt onderbouwd.

3.

Het college kan bij de subsidieverlening (beperkende) voorwaarden verbinden ten aanzien van de hoogte van bestemmingsreserves en voorzieningen.

Artikel 12 1.

Termijn voor verantwoording

De subsidieontvanger van een meerjarige subsidie als bedoeld in artikel 18, artikel 25 of artikel 31 dient jaarlijks een verantwoording van de subsidie in bij het college uiterlijk 30 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend. De verantwoording van de subsidie over het laatste kalenderjaar waarvoor de subsidie is verleend wordt behandeld als aanvraag tot vaststelling.

16

Inboeknummer 23bst01150 2.

De subsidieontvanger van een eenmalige subsidie als bedoeld in artikel 39 dient binnen 13 weken na afloop van de activiteit waarvoor subsidie is verleend een verantwoording van de subsidie in bij het college.

3.

Op verzoek van de subsidieontvanger kan een uitstel van maximaal 4 weken verleend worden voor het indienen van de aanvraag tot (deel-)vaststelling van de subsidie. Dit verzoek om uitstel moet met motivatie worden ingediend vóór de ingang van de termijn voor verantwoording.

Artikel 13

Verantwoording van de subsidie

1.

Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college direct vastgesteld.

2.

De aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 5.000 wordt ingediend bij het college via het door SCE gehanteerde subsidiesysteem aan de hand van een vastgesteld format.

3.

De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

4.

In aanvulling op het derde lid, bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 29.999 ook een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) met een toelichting daarop, aansluitend op de indeling van de begroting, die voorafgaand aan de subsidieverlening is overgelegd.

5.

In aanvulling op het derde lid bevat een aanvraag tot vaststelling van een meerjarige subsidie een jaarrekening over het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop, inclusief de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de Governance Code Cultuur, Fair Practice Code en de Code Diversiteit & Inclusie.

6.

In aanvulling op het derde en vijfde lid, bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 100.000 tot en met € 500.000 (per jaar) een beoordelingsverklaring van de accountant.

7.

In aanvulling op het derde en vijfde lid, bevat de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 500.000 (per jaar) een controleverklaring en een verklaring van rechtmatigheid van de accountant.

Artikel 14 1.

Subsidievaststelling

Het college stelt de subsidie van meer dan € 5.000 binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling vast.

2.

Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste vier weken worden verdaagd.

3.

De vaststelling geschiedt aan de hand van de werkelijk gemaakte kosten.

Artikel 15 1.

Algemene verplichtingen

De subsidieontvanger meldt onmiddellijk schriftelijk aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen en voorwaarden zal worden voldaan.

2.

De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over: a.

besluiten of procedures die zijn gericht op beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

17

Inboeknummer 23bst01150 b.

relevante wijzigingen in de algemene en financiële situatie en relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhoudingen met derden;

c.

wijziging van de statuten voor zover het de vorm van de rechtspersoon betreft;

d.

in geval van een meerjarige subsidie ook bij wijziging in samenstelling van bestuur en of directie.

3.

De subsidieontvanger heeft de toestemming van het college nodig voor de handelingen, bedoeld in artikel 4:71 van de Awb, als zij van invloed zijn op de gesubsidieerde activiteiten.

Artikel 16 1.

Bijzondere verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan tussentijdse evaluatie waaronder monitorgesprekken.

2.

Iedere subsidieontvanger is verplicht SCE op een passende manier te vermelden in publiciteits- en communicatie-uitingen.

3.

Iedere subsidieontvanger geeft toestemming aan het college om (delen van) de subsidieaanvraag of het inhoudelijk en financieel eindverslag of overige op de subsidieaanvraag van toepassing zijnde documentatie (inclusief beeldmateriaal) openbaar te maken of anderszins te presenteren of te verveelvoudigen, zonder dat de aanvrager daarvoor een vergoeding ontvangt. Openbaarmaking, presentatie of verveelvoudiging gebeurt alleen als verantwoording over de uitvoering van subsidieverordening door het college.

4.

Het college kan de subsidieontvanger bij de beschikking andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

5.

Op het niveau van bestuur en directie van de subsidieontvanger en eventuele samenwerkingspartners is geen sprake van ongewenste verhoudingen met bloed- of aanverwanten dan wel eigen bedrijven, stichtingen of andere rechtspersonen.

Artikel 17 1.

Adviescommissie Cultuurraad

Er is een adviescommissie genaamd de Cultuurraad die tot taak heeft het college op diens verzoek te adviseren over de in de artikelen 23, 29, 37 en 45 gespecificeerde subsidievereisten en rangschikkingscriteria.

2.

De adviezen van de Cultuurraad gaan vergezeld van een deugdelijke motivering.

3.

De Cultuurraad bestaat uit ten minste 21 leden. De Cultuurraad stelt per deelregeling in de volgende hoofdstukken of subsidieronde een Commissie Integrale Afweging samen uit leden van de Cultuurraad. Een commissie bestaat uit minimaal 5 en maximaal 9 leden. De leden zijn deskundig op het terrein waarop de Cultuurraad een taak heeft. De voorzitter en de leden zijn geen ambtenaren, werkzaam bij de gemeente Eindhoven.

4.

De voorzitter en de andere leden worden door het college voor een termijn van ten hoogste vier jaar benoemd.

5.

De voorzitter en de leden worden door het college benoemd en ontslagen. Zij zijn na hun aftreden voor maximaal één volgende periode opnieuw benoembaar voor de termijn, bedoeld in het vierde lid.

6.

Het college stelt de werkwijze van de Cultuurraad schriftelijk vast in een adviesprotocol.

18

Inboeknummer 23bst01150 7.

Een lid van de Cultuurraad neemt niet deel aan de voorbereiding en vaststelling van een advies indien hij een persoonlijk belang heeft bij de beschikking op de aanvraag.

Hoofdstuk 2 Meerjarige subsidie - Professionele kunsten in samenhang met Rijk en Provincie Artikel 18 1.

Subsidiabele activiteiten

Een subsidie voor maximaal vier jaar kan worden verstrekt voor de volgende functies, bedoeld in de Cultuurbrief 2025-2028:

2.

a.

presentatie-instelling hedendaagse beeldende kunst;

b.

symfonieorkest;

c.

future lab design en technologie.

Het college verstrekt per functie genoemd in het eerste lid ten hoogste aan één privaatrechtelijke rechtspersoon subsidie. In geval dat de middelen voor één functie niet benut worden kunnen deze toegevoegd worden aan een ander subsidieplafond.

3.

In aanvulling op het eerste lid, kan een subsidie voor maximaal vier jaar voor de periode 2025-2028 worden verstrekt, aan privaatrechtelijke rechtspersonen die zich richten op ontwikkeling, productie en presentatie van professionele kunsten. Het betreft producerende gezelschappen en presenterende instellingen in alle disciplines, festivals, concoursen en ontwikkelinstellingen.

4.

Niet voor subsidie in aanmerking komen activiteiten die zijn gericht op het restaureren, conserveren, beheren of presenteren van een museale collectie.

Artikel 19 1.

Subsidievereisten

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 18 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.

de activiteiten worden in belangrijke mate uitgevoerd in Eindhoven;

b.

de subsidieaanvrager heeft in de periode 2021-2024 aantoonbaar een bijdrage geleverd aan het Eindhovense culturele ecosysteem;

c.

de activiteiten zijn gericht op ontwikkeling, productie of presentatie van professionele kunsten;

d.

de subsidieaanvrager voldoet aan de volgende basiseisen van de drie culturele codes: i.

Code Diversiteit & Inclusie: formulering van tenminste drie realistische doelstellingen voor de eigen organisatie ten aanzien van deze code;

ii.

Fair Practice Code: per 1 januari 2025 een beloningsbeleid toepassen binnen de organisatie dat in lijn is met landelijke richtlijnen inzake eerlijke beloning in de culturele sector;

iii.

Governance Code Cultuur: aanstelling van een onafhankelijk bestuur en/of onafhankelijke raad van toezicht, overzicht organisatiestructuur, vastlegging taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers en formulering beleid voor een veilige werkomgeving;

19

Inboeknummer 23bst01150 e.

de activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2025 tot en met 2028;

f.

op elk van de drie criteria, bedoeld in artikel 22, tweede lid, worden ten minste vijf punten toegekend, ongeacht of de tijdig ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan;

g.

de aanvrager ontvangt meerjarige subsidie van de provincie Noord-Brabant, het rijk of de rijkscultuurfondsen in de periode 2025-2028.

2.

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder a, in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het eerste lid voldaan aan de volgende vereisten: a.

de subsidieaanvrager presenteert hedendaagse beeldende kunst in een internationale context;

b.

de subsidieaanvrager beschikt over een ruimte die geschikt is voor het tonen van de presentaties;

c.

de subsidieaanvrager realiseert haar activiteiten verspreid over het jaar;

d.

de subsidieaanvrager verzorgt een toonaangevende programmering; en

e.

de subsidieaanvrager is voor haar artistieke continuïteit niet afhankelijk van één of enkele artistiek leiders.

3.

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder b, in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het eerste lid voldaan aan de volgende vereisten: a.

de subsidieaanvrager biedt een breed repertoire van symfonisch aanbod van hoge kwaliteit verspreid over het jaar aan;

b.

de subsidieaanvrager voert beleid dat talentontwikkeling en/of cultuureducatie bevordert.

4.

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 18, eerste lid, onder c, in aanmerking te komen, wordt in aanvulling op het eerste lid, voldaan aan de volgende vereisten: a.

de subsidieaanvrager ontwikkelt presentaties op het gebied van design en technologie van nationaal of internationaal belang, in combinatie met het aanbieden van een programmering rond actuele maatschappelijk vraagstukken, onder andere aan de hand van onderzoek, experiment, debat en reflectie en het samenbrengen van relevante partijen binnen de ontwerpsector; en

b.

de subsidieaanvrager neemt een duidelijke rol op zich binnen het Eindhovense culturele ecosysteem, in het bijzonder richting Eindhovense professionele makers.

Artikel 20

Aanvraagtermijn

Subsidieaanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 18 kunnen worden ingediend vanaf publicatie van de subsidieplafonds tot en met 21 februari 2024 17:00 uur.

Artikel 21

Subsidiehoogte

De hoogte van de subsidie als bedoeld in artikel 18 bedraagt maximaal 60% van de subsidiabele kosten.

Artikel 22 1.

Subsidieplafond en wijze van verdeling van beschikbare middelen

Het college stelt subsidieplafonds vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze. Ze stelt voor elke functie zoals opgenomen in artikel 18, eerste lid, een deelplafond vast en een deelplafond voor subsidies als bedoeld in artikel 18, derde lid.

20

Inboeknummer 23bst01150 2.

Indien de tijdig ingediende volledige subsidieaanvragen de vastgestelde subsidieplafonds te boven gaan, vindt subsidieverstrekking plaats aan de subsidieaanvrager met de hoogst gerangschikte subsidieaanvraag, totdat het voor de betrokken subsidie vastgestelde subsidieplafond is bereikt. Bij de rangschikking van de aanvragen wordt een aantal punten toegekend aan de hand van de volgende criteria: a.

artistiek-inhoudelijke kwaliteit wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap te waarderen met 0, 5 of 10 punten;

b.

zakelijke kwaliteit wat betreft de bedrijfsvoering, ondernemerschap, Fair practice code en Code Cultural Governance, te waarderen met 0, 5 of 10 punten;

c.

maatschappelijke relevantie, bestaande uit: i. meerwaarde voor het culturele ecosysteem in de stad met 0, 5 of 10 punten; ii. meerwaarde voor de inwoners van de stad en regio met 0, 5 of 10 punten; iii. meerwaarde voor het sociaal-maatschappelijke milieu van de stad met 0, 5 of 10 punten; en iv. diversiteit & inclusie met 0, 5 of 10 punten.

3.

Indien toepassing van het tweede lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het tweede lid, onderdeel c, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

4.

Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

5.

De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

6.

De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.

7.

De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.

8.

De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

Artikel 23

Adviescommissie

Het college legt een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 18, ter advisering over artikel 19, eerste lid, onderdeel f, en tweede, derde en vierde lid, en artikel 22, tweede lid, voor aan de Cultuurraad.

Artikel 24

Beslistermijn

Het college beslist over een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 18 binnen 22 weken na verloop van de indieningstermijn.

Hoofdstuk 3 Meerjarige subsidie – Eindhovense basis Artikel 25 1.

Subsidiabele activiteiten

Een subsidie voor maximaal vier jaar voor de periode 2025-2028 kan worden verstrekt voor de volgende functies, bedoeld in de Cultuurbrief 2025-2028: a.

bemiddelingsfunctie tussen onderwijs en cultureel aanbod;

b.

bibliotheek;

c.

concertzaal;

21

Inboeknummer 23bst01150

2.

d.

filmhuis en vlakke vloertheater;

e.

huis voor amateurkunst en cultuureducatie;

f.

poppodium;

g.

schouwburg;

h.

stedelijk cultuurhistorisch museum.

Het college verstrekt per functie ten hoogste aan één privaatrechtelijke rechtspersoon subsidie.

Artikel 26 Subsidievereisten 1.

Om voor een subsidie als bedoeld in artikel 25 in aanmerking te komen, wordt voldaan aan de volgende vereisten: a.

de activiteiten worden uitgevoerd in de gemeente Eindhoven;

b.

de subsidieaanvrager heeft in de periode 2021-2024 aantoonbaar een bijdrage geleverd aan het Eindhovense culturele ecosysteem;

c.

de subsidieaanvrager voldoet aan de volgende basiseisen van de drie culturele codes: i.

Code Diversiteit & Inclusie: formulering van tenminste drie realistische doelstellingen voor de eigen organisatie ten aanzien van deze code;

ii.

Fair Practice Code: per 1 januari 2025 een beloningsbeleid toepassen binnen de organisatie dat in lijn is met landelijke richtlijnen inzake eerlijke beloning in de culturele sector;

iii.

Governance Code Cultuur: aanstelling van een onafhankelijk bestuur en/of onafhankelijke raad van toezicht, overzicht organisatiestructuur, vastlegging taken en verantwoordelijkheden van bestuur, directie en medewerkers en formulering beleid voor een veilige werkomgeving;

d.

de activiteiten worden uitgevoerd in de periode 2025 tot en met 2028;

e.

de subsidieaanvrager realiseert haar activiteiten verspreid over het jaar;

f.

de subsidieaanvrager onderbouwt de haalbaarheid van de inhoudelijke plannen en begroting;

g.

de subsidieaanvrager voert een beleid dat cultuureducatie en/of cultuurparticipatie in Eindhoven bevordert;

h.

de subsidieaanvrager voert een beleid dat de samenwerking en samenhang binnen de culturele sector en in het bijzonder met Eindhovense makers bevordert;

i.

op elk van de drie criteria, bedoeld in artikel 28, derde lid, worden ten minste vijf punten toegekend, ongeacht of de tijdig ingediende volledige subsidieaanvragen het vastgestelde subsidieplafond te boven gaan.

2.

In aanvulling op het eerste lid, verzorgt de subsidieaanvrager om voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder a, in aanmerking te komen, het samenbrengen van vraag en aanbod in Eindhoven op het gebied van culturele activiteiten tussen primair en voortgezet onderwijs enerzijds en culturele instellingen en makers anderzijds.

3.

In aanvulling op het eerste lid, wordt om voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder b, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

22

Inboeknummer 23bst01150 a.

de subsidieaanvrager draagt bij aan de persoonlijke ontwikkeling en verbetering van de maatschappelijke kansen van het algemene publiek door het ter beschikking stellen van kennis en informatie en activiteiten op het gebied van ontwikkeling en educatie;

b.

de subsidieaanvrager bevordert lezen en kennismaking met literatuur voor een breed publiek;

c. 4.

de subsidieaanvrager organiseert ontmoeting en debat aansluitend bij de kernfunctie.

In aanvulling op het eerste lid, wordt om voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder c, d, f of g, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten:

5.

a.

de subsidieaanvrager biedt een breed en divers aanbod aan;

b.

de subsidieaanvrager bereikt een groot en/of een breed publiek.

In aanvulling op het eerste lid, wordt om voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder e, in aanmerking te komen, voldaan aan de volgende vereisten: a.

de subsidieaanvrager verzorgt activiteiten op gebied van kennismaken en ontwikkelen van culturele kennis en vaardigheden bij een brede groep Eindhovenaren;

b.

de subsidieaanvrager faciliteert en financiert amateurkunst(verenigingen) in Eindhoven en stimuleert ontwikkeling van amateurkunst.

6.

In aanvulling op het eerste lid, zijn de activiteiten van de subsidieaanvrager om voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onder h, in aanmerking te komen gericht op het behouden, onderzoeken en presenteren van materiële en immateriële getuigenissen van de historie van (de regio) Eindhoven.

Artikel 27

Aanvraagtermijn

Subsidieaanvragen voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, kunnen worden ingediend vanaf 1 april 2024 tot en met 31 mei 2024 17:00 uur.

Artikel 28 1.

Subsidieplafond en wijze van verdeling van beschikbare middelen

Het college stelt subsidieplafonds vast en maakt deze bekend op de wettelijk voorgeschreven wijze. Ze stelt voor elke functie zoals opgenomen in artikel 25, eerste lid, een deelplafond vast.

2.

In het geval dat een deelplafond niet wordt verstrekt vervalt het deelplafond niet ten gunste van andere plafonds, maar kan het college het subsidieplafond opnieuw beschikbaar stellen voor de desbetreffende functie. Het college kan een termijn voor het indienen van een aanvraag voor het desbetreffende subsidieplafond vaststellen.

3.

Indien de tijdig ingediende volledige subsidieaanvragen de vastgestelde subsidieplafonds te boven gaan, vindt subsidieverstrekking plaats aan de subsidieaanvrager met de hoogst gerangschikte subsidieaanvraag. Bij de rangschikking van de aanvragen wordt een aantal punten toegekend aan de hand van de volgende criteria: a.

artistiek-inhoudelijke kwaliteit wat betreft zeggingskracht, oorspronkelijkheid, visie en vakmanschap te waarderen met 0, 5 of 10 punten;

b.

zakelijke kwaliteit wat betreft de bedrijfsvoering, ondernemerschap, Fair practice code en Code Cultural Governance, te waarderen met 0, 5 of 10 punten;

c.

maatschappelijke relevantie, bestaande uit: i.

meerwaarde voor het culturele ecosysteem in de stad met 0, 5 of 10 punten;

23

Inboeknummer 23bst01150 ii.

meerwaarde voor de inwoners van de stad en regio met 0, 5 of 10 punten;

iii.

meerwaarde voor het sociaal-maatschappelijke milieu in de stad met 0, 5 of 10 punten; en

iv. 4.

diversiteit & inclusie met 0, 5 of 10 punten.

Indien toepassing van het derde lid ertoe leidt dat aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door het aantal punten behaald onder het criterium, genoemd in het derde lid, onderdeel c, waarbij de aanvraag met de meeste punten hoger eindigt in de rangschikking.

5.

Indien toepassing van het vierde lid ertoe leidt dat de hoogst gerangschikte aanvragen op een gelijk puntenaantal eindigen, wordt rangschikking van die aanvragen bepaald door loting.

6.

De loting vindt plaats middels trekking in aanwezigheid van een notaris en ten minste twee onafhankelijke waarnemers.

7.

De trekking wordt schriftelijk vastgelegd door de notaris.

8.

De eerst getrokken aanvraag, wordt als hoogste gerangschikt.

9.

De hoogst gerangschikte aanvraag komt het eerst in aanmerking voor subsidie.

Artikel 29

Adviescommissie

Het college legt een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 25, ter advisering over artikel 26 eerste lid onder f, g, h en i, en tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, en artikel 28, derde lid, voor aan de Cultuurraad.

Artikel 30

Beslistermijn

Het college beslist over een aanvraag voor een subsidie als bedoeld in artikel 25 binnen 22 weken na verloop van de indieningstermijn.

Hoofdstuk 4 Meerjarige subsidie – Programma’s Artikel 31

Subsidiabele activiteiten

Een subsidie voor maximaal twee jaar voor de periode 2025-2026 of voor de periode 2027-2028 kan worden verstrekt aan privaatrechtelijke rechtspersonen die activiteiten ontplooien op het gebied van cultuureducatie, cultuurparticipatie en/of professionele kunst, met nadruk op talentontwikkeling, onderzoek, productie of presentatie van kunst en cultuur binnen Eindhoven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13336369/4