CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode wethouders gemeente Eindhoven 2026

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gedragscodes en Procesafspraken 202611.058 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

In het debat geeft het raadslid aan dat ze deze motie indient omdat veel jonge vrouwen zich onveilig voelen op straat binnen onze gemeente. Met eenvoudige maatregelen kunnen we dit verbeteren. De wethouder spreekt. Deze motie moet ik afwijzen, ik krijg de indruk dat mevrouw haar eigen angsten probeert te projecteren op de samenleving. Misschien moet ze zich minder druk maken over de straatverlichting en meer integreren in onze cultuur van weerbaarheid. En als ze zich onveilig voelt, dan is dat misschien eerder haar eigen onzekerheid.

39

Antwoord: Nee, dit gedrag is niet toelaatbaar. In plaats van inhoudelijk te reageren op de motie richt de wethouder zich op de persoon, haar emoties, achtergrond en vermeend gebrek aan weerbaarheid. Dit ondermijnt de legitimiteit van haar standpunt op basis van haar identiteit. De opmerking bevat daarnaast seksistische elementen en een culturele ondertoon die kunnen worden opgepakt als microagressie of discriminerende insinuaties. Dit is een overtreding van artikel 5.3 van deze gedragscode.

39

6 Regels rond de vaststelling en handhaving van gedragscode

de de

40

Artikel 6 De raad stelt de gedragscode vast voor elk van de bestuursorganen – de raad,de wethouders en de burgemeester – en ziet toe op de naleving ervan. Artikel 6.1 De raad ziet toe op naleving van de gedragscodes van raad, burgemeester en wethouders. Artikel 6.2 Het college van burgemeester en wethouders ziet er in het bijzonder op toe dat het college en de individuele leden de eigen gedragscode naleven. De gemeentesecretaris ondersteunt het college hierbij. Artikel 6.3 Minimaal één keer per bestuursperiode evalueert het college de gedragscodes van de wethouders en de burgemeester op actualiteit, functioneren en de mate waarin deze naar behoren worden nageleefd. De burgemeester betrekt de resultaten van deze evaluatie in de periodieke evaluaties van alle gedragscodes met de raad. Artikel 6.4 Als een wethouder twijfelt aan een eigen handeling of die van een andere politieke ambtsdrager volgt hij de processtappen die in de Procesafspraken Integriteit staan.

4 1

Toelichting per artikel Artikel 6 Vaststelling en handhaving van de gedragscode Minimaal één keer per bestuursperiode wordt de tekst van de drie gedragscodes van Eindhoven – voor raad, wethouders en burgemeester – tegen het licht gehouden: voldoen de formuleringen nog? Over welke onderwerpen worden de meeste vragen gesteld? Zijn de praktijkvoorbeelden voldoende herkenbaar? Is er behoefte aan een themabijeenkomst of andere vormen van gesprek? Zo blijft de gedragscode een levend document. Belangrijk is dat erop wordt toegezien dat de drie gedragscodes daadwerkelijk worden nageleefd. Ze leggen immers de voorwaarden vast waaraan het handelen van politieke ambtsdragers minimaal moet voldoen. Een schending van de gedragscode is een schending van de integriteit van de politiek. Het toezien op de naleving van de drie gedragscodes is niet alleen een verantwoordelijkheid van de raad. Het is een gedeelde verantwoordelijkheid van alle betrokkenen. Bijzondere rollen zijn weggelegd voor onder meer de burgemeester als voorzitter van college en raad, de fractievoorzitters, de raadsgriffier en de partij- c.q. afdelingsbesturen.

Artikel 6.4 Procesafspraken Integriteit In Eindhoven zijn afspraken gemaakt over de processtappen die de raadsleden, wethouders en de burgemeester volgen bij een vermoeden van een integriteitsschending door een politieke ambtsdrager. Deze staan in deprocesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur. In de handhaving van de integriteit zijn verschillende fasen te onderscheiden: • Bespreken van lastige integriteitkwesties. • Signaleren van vermoedens van schendingen van de gedragscode. • Eventueel onderzoeken van vermoedens van schendingen van de gedragscode. • Eventueel sanctioneren van schendingen van de gedragscode.

4 2

Hierbij zijn de volgende uitgangspunten: • Onpartijdigheid; • Terughoudend met publiciteit; • Zorgvuldigheid richting de vermeende schender, en; • Beschermend richting het slachtoffer.

Praktijkvoorbeeld Voorbeeld Een wethouder houdt een blog bij op internet. De blog wordt veel gelezen. De wethouder geeft een ongezouten mening over allerlei onderwerpen, ook over onderwerpen die in de raad besproken worden. In de laatste blog suggereert de wethouder dat een raadslid van een oppositiepartij mogelijk via de raad geld heeft geregeld voor een stichting waar het raadslid bij betrokken is. Is dit in overeenstemming met het uitgangspunt van zorgvuldige handhaving de gedragscode? Antwoord Nee, dit is niet de manier waarop je een vermoeden van een schending van de gedragscode meldt. Deze manier van communiceren is in tegenspraak met artikel 5.3 en 5.4 van de gedragscode en de basisprincipes van de Procesafspraken Integriteit. Als een wethouder vermoedt dat een raadslid zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan overtreding van de gedragscode, moet hij – eventueel na advies te hebben ingewonnen bij de gemeentesecretaris en de Adviseur Integriteit hierover de burgemeester in te lichten.

43

bijlage 1 Verwijzingen naar de wet per gedragscodeartikel Over zuiverheid van besluitvorming Inleiding • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4

Over belangenverstrengeling Artikel 1.1 (toezicht op onafhankelijke besluitvorming) • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4 Artikel 1.2 (onthouden van beraadslaging stemming) • Gemeentewet artikel 58 Artikel 1.4 (verboden combinaties van functies) • Gemeentewet artikel 36b Artikel 1.5 (verboden overeenkomsten/handelingen) • Gemeentewet artikel 41c Artikel 1.6 (over andere functies) • Gemeentewet artikel 41b Artikel 1.8 (over financiële belangen) • Basisnorm 14, Modelaanpak basisnormen integriteit openbaar bestuur en politie

Over corruptie Artikel 2 (tekst van de eed) • Gemeentewet artikel 41a 44

Over gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen Artikel 3, 3.1 en 3.2 • Gemeentewet artikel 44 • Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eindhoven 2019, bijlage 5

Over informatie Artikel 4 (informatieverstrekking door bestuur) • Gemeentewet artikel 169 • Gemeentewet artikel 180 • Wet open overheid artikel 5.1 Artikel 4.2 (geheimhouding) • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:5 • Gemeentewet artikel 23, 87-89 • Wetboek van Strafrecht artikel 272 • Zie ook bijlage 5

Over respectvolle omgang met elkaar Artikel 5.1 en 5.2 (gedrag tijdens de vergadering) • Zie bijlage

Over de vaststelling en handhaving van de gedragscode Artikel 6 (vaststellen voor een gedragscode voor de raad, de wethouders en de burgemeester) • Raad: Gemeentewet artikel 15, lid 3 • Wethouders: Gemeentewet artikel 41c, lid 2 • Burgemeester: Gemeentewet artikel 69, lid 2 Artikel 6.1-6.3 (naleving van de code) • Algemene wet bestuursrecht artikel 2:4 • Over de rol van de burgemeester: Gemeentewet artikel 170, lid 2 • Gemeentewet artikel 46, zie bijlage 4 • Gemeentewet artikel 47, zie bijlage 4 • Gemeentewet artikel 49, zie bijlage 4 • Gemeentewet artikel 61b en 62 • Kieswet artikel X1 45

• Kieswet artikel X8 • Schending van de gedragscode kan een strafbaar feit opleveren (bijvoorbeeld het schenden van de geheimhoudingsplicht Wetboek van Strafrecht artikel 272). Als de schending een misdrijf is, geldt een aangifteplicht (Wetboek van Strafrecht artikel 162).

46

bijlage 2 Specifiek uitgesloten combinaties van functies Wethouders (Gemeentewet, artikel 36b) 1. Een wethouder is niet tevens: a. minister; b. staatssecretaris; c. lid van de Raad van State; d. lid van de Algemene Rekenkamer; e. Nationale ombudsman; f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale ombudsman; g. commissaris van de Koning; h. gedeputeerde; i. secretaris van de provincie; j. griffier van de provincie; k. lid van de rekenkamer van de provincie; l. lid van de raad van een gemeente; m. burgemeester; n. lid van de rekenkamer; o. ombudsman of lid van de ombudscommissie als bedoeld in artikel 81p, eerste lid; p. ambtenaar, door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt; q. ambtenaar, door of vanwege het Rijk of de provincie aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de gemeente; r. functionaris die krachtens de wet of een algemene maatregel van bestuur het gemeentebestuur van advies dient.

47

2. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder l, kan een wethouder tevens lid zijn van de raad van de gemeente waar hij wethouder is gedurende het tijdvak dat: a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de raad en eindigt op het tijdstip waarop de wethouders ingevolge artikel 42, eerste lid, aftreden, of b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot wethouder en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de raad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de raad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot wethouder aanvaardt. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing. 3. In afwijking van het eerste lid, aanhef en onder p, kan een wethouder tevens zijn/haar: a. ambtenaar van de burgerlijke stand; b. vrijwilliger of ander persoon die uit hoofde van een wettelijke verplichting niet bij wijze van beroep hulpdiensten verricht;

48

bijlage 3 Specifiek verboden overeenkomsten/ handelingen Wethouders (Gemeentewet, artikel 41c) 1. Artikel 15, eerste en tweede lid, is van overeenkomstige toepassing op de wethouders. 2. De raad stelt voor de wethouders een gedragscode vast. Ergo: artikel 15, eerste en tweede lid, vertaald naar de situatie van wethouders: 1. Een ‘wethouder’ mag niet: a. als advocaat of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de gemeente of het gemeentebestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; b. als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van de gemeente of het gemeentebestuur; c. als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met de gemeente aangaan van: 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan de gemeente; d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende: 1e. het aannemen van werk ten behoeve van de gemeente; 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente; 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan de gemeente; 4e. het verhuren van roerende zaken aan de gemeente; 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van de gemeente; 6e.

het van de gemeente onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen; 49

7e. het onderhands huren of pachten van de gemeente. 2. Van het eerste lid, aanhef en onder d, kunnen gedeputeerde staten ontheffing verlenen. 3. De raad stelt voor zijn leden een gedragscode vast.

50

bijlage 4 Enkele formele sancties

Gemeentewet, artikel 46 1. Indien degene wiens benoeming tot wethouder is ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven. 2. De raad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat. 3. Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het ontslagbesluit 4. In het geval, bedoeld in het tweede lid, is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

Gemeentewet, artikel 47 1. Indien een wethouder niet langer voldoet aan de vereisten voor het wethouderschap, bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de raad. 2. Artikel 46, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Gemeentewet, artikel 49 Indien een uitspraak van de raad inhoudende de opzegging van zijn vertrouwen in een wethouder er niet toe leidt dat de betrokken wethouder onmiddellijk ontslag neemt, kan de raad besluiten tot ontslag. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.

51

bijlage 5 Relevante regelgeving gemeente Eindhoven Over onkostenvergoeding, gebruik van gemeentelijke faciliteiten en middelen • Regeling rechtspositie burgemeester en wethouders gemeente Eindhoven 2019

Over respectvolle omgang met elkaar • Bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders 2022 • Reglement van Orde van de gemeenteraad van Eindhoven 2024 • Verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven 2024

Over handhaving van de gedragscode • Procesafspraken over de handhaving van de integriteit van het gemeentebestuur van Eindhoven, vastgesteld door de gemeenteraad op 15 december 2020

52

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16655611/1