CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Gedragscode wethouders gemeente Eindhoven 2026

Raadsvergadering 10 maart 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Raadsvoorstel Gedragscodes en Procesafspraken 202611.058 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gedragscode wethouders gemeente Eindhoven Regels over de zuiverheid van de besluitvorming

Inwerkingtreding Deze gedragscode is vastgesteld door de gemeenteraad 10 maart 2026. Deze gedragscode treedt in werking op 1 april 2026 of op elke andere datum dat het nieuwe Gemeentebestuur benoemd wordt. De Gedragscode voor wethouders gemeente Eindhoven 2020 komt te vervallen aan het einde van de huidige bestuurstermijn.

inhoudsopgave Voorwoord

4

Inleiding

6

1. Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling

10

Praktijkvoorbeelden

14

2. Regels rond (schijn van) corruptie

18

Praktijkvoorbeelden

21

3. Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

26

Praktijkvoorbeelden

29

4. Regels rond informatie

30

Praktijkvoorbeelden

33

5. Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen

36

Praktijkvoorbeelden

38

6. Regels rond de vaststelling en de handhaving van de gedragscode

40

Praktijkvoorbeeld

43

Bijlagen 1. Verwijzingen naar de wet per artikel uit de gedragscode

44

2. Specifiek uitgesloten combinaties van functies

47

3. Specifiek verboden overeenkomsten / handelingen

49

4. Enkele formele sancties

50

5. Relevante regelgeving gemeente Eindhoven

51

3

Voorwoord Beste wethouder, Als lid van het college van burgemeester en wethouders draag je een grote verantwoordelijkheid. Je stuurt op beleid en vertegenwoordigt het bestuur van de stad. Je bent zichtbaar, aanspreekbaar en hebt een voorbeeldfunctie. Eindhoven is een stad van innovatie, samenwerking en ambitie. Juist in deze vooruitstrevende omgeving is het belangrijk dat het bestuur betrouwbaar, transparant en integer is. Inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat we doen wat we zeggen – ook als het moeilijk wordt. Deze gedragscode helpt je om bewust stil te staan bij je rol als bestuurder. Het is geen verzameling regels. Het is een leidraad bij het maken van professionele en ethische keuzes in jouw dagelijkse werk. In het college hechten we veel waarde aan onderlinge openheid en reflectie. Bij twijfel of vragen over integriteit, veiligheid of ethisch handelen kun je terecht bij de burgemeester en de gemeentesecretaris maar ook bij de Adviseur Integriteit. Die laatste biedt ondersteuning, begeleiding en advies — onafhankelijk en vertrouwelijk. De burgemeester, als hoeder van de integriteit binnen het gemeentebestuur, vervult een belangrijke rol. De burgemeester ziet toe op een integere bestuurscultuur en is samen met de gemeentesecretaris voor het college een natuurlijk aanspreekpunt bij dilemma’s of signalen.

Samen zijn we verantwoordelijk voor een betrouwbaar en integer bestuur. Deze gedragscode helpt ons daarbij. Door bewust te handelen, versterken we het vertrouwen in ons college én in het bestuur van Eindhoven. Jeroen Dijsselbloem Burgemeester van Eindhoven 6

Inleiding

6

Het belang van integriteit Een goed functionerend lokaal bestuur vraagt om vertrouwenwekkende en gezaghebbende volksvertegenwoordigers en bestuurders. Personen die de kwaliteit van het openbaar bestuur en het dienen van het algemeen belang vooropstellen. Integriteit van het openbaar bestuur is daarvoor een belangrijke voorwaarde. Integriteit van politieke ambtsdragers houdt in dat zij de verantwoordelijkheid die met de functie samenhangt aanvaarden en dat ze bereid zijn om daarover verantwoording af te leggen. Het Nederlands lokaal bestuur kent een hoge mate van integriteit in vergelijking met andere landen. Natuurlijk zijn er ook in Nederland incidenten. Niet zelden ligt de kern van zijn dergelijke incidenten in onwetendheid of onoplettendheid. Wij vragen van onze bestuurders dat ze weten wat er speelt in de samenleving. Zij opereren dan ook vaak in diverse (boven)lokale netwerken. Deze dragen bij aan het geworteld zijn van de bestuurder in die samenleving. Tegelijkertijd ontstaat zo het risico dat bestuurders vanuit het gevoel van sympathie en loyaliteit, de belangen van de eigen netwerken vooropstellen ten koste van het algemeen belang. De schijn van oneigenlijke beïnvloeding kan snel gewekt zijn. Het nadenken over de eigen integriteit gaat daarom verder dan het beoordelen van individuele handelingen.

Het vraagt ook dat bestuurders zich bewust zijn dat zij altijd verbonden zijn met professionele en persoonlijke netwerken. En dat deze netwerken ‘onbewust’ invloed kunnen hebben op hun keuzes en acties, die mogelijk tot een schending leiden. Dit risico van ‘netwerkcorruptie’ kan de integriteit en de kwaliteit van het lokaal bestuur onder druk zetten. Maar ook maatschappelijke ontwikkelingen kunnen de integriteit onder druk zetten. De rolopvatting van de politieke ambtsdrager verandert en de verwachtingen van bestuurders worden bijgesteld. Zo zien we raadsleden steeds vaker worstelen met de ombudsfunctie. Bestuurders raken verstrengeld in de complexe samenwerking verbanden waarin lokale besturen opereren. Burgemeesters worden zelf doelwit als ‘hoeder’ van de integriteit of in de strijd tegen ondermijning. Incidenten worden in Nederland veelal breed uitgemeten in de pers, of steeds vaker, mede door raadsleden of bestuurders, via sociale media. Hierdoor komt het vertrouwen in en de geloofwaardigheid van het lokaal bestuur onder druk te staan. 7

Doel gedragscode Het doel van deze gedragscode is het weerbaarder maken van de politieke ambtsdrager in de huidige politieke context. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt. Zo zijn raadsleden, wethouders en burgemeester beschermd tegen onnodige misstappen. De code biedt ook de basis voor het onderlinge gesprek over integriteit. Integriteit krijgt uiteindelijk pas betekenis in het handelen. De gedragscode biedt bovendien een basis om zorgvuldig op te kunnen treden tegen (mogelijke) schendingen. Dit doet de code in eerste instantie door in heldere taal duidelijkheid te geven over wat de wet van hen verlangt. Een schending van de gedragscode is een schending van de zuiverheid van de politieke en bestuurlijke besluitvorming. Kortom, deze gedragscode: • Ondersteunt de morele oordeelsvorming van individuen. • Stelt de norm. • Definieert specifieke handelingen als schendingen. • Maakt zorgvuldig optreden tegen schendingen mogelijk. Afspraken over hoe te handelen bij (een vermoeden van) een schending van de regels uit deze gedragscode zijn apart vastgelegd in de procesafspraken over de handhaving van de integriteit in de politiek. Deze afspraken zijn overeengekomen tussen raadsleden, wethouders en de burgemeester van Eindhoven en vastgesteld door de gemeenteraad.

Deze gedragscode Op vier plekken is de code strenger dan de wet: • Deze code verplicht wethouders niet alleen belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen, maar ook de schijn daarvan tegen te gaan waar dat kan. • Deze code draagt wethouders op hun financiële belangen bekend te maken. • Deze code hanteert een ‘nee, tenzij’-beleid ten aanzien van het aannemen van geschenken • Deze code legt een beperking op voor vervolgfuncties, ter voorkoming van ongewenste lobby- activiteiten en de draaideurconstructie.1 Deze code onderstreept het belang van onderlinge omgangsvormen, mede met het oog op de kwaliteit van en het vertrouwen in het lokaal bestuur. In de bijlagen staan specifieke verwijzingen naar alle relevante wetsartikelen. 8

1

Ook in de code voor de burgemeester is een dergelijke regel opgenomen; in de code voor raadsleden niet.

8

Drie (bestuurs)organen, drie codes Het gemeentebestuur bestaat uit raad, college en burgemeester. Dit zijn de drie bestuursorganen. Voor elk van de drie bestuursorganen vraagt de wet een door de raad vast te stellen gedragscode. Voor Eindhoven zijn drie aparte codes opgesteld, die vanuit hetzelfde perspectief zijn geschreven. Daar waar ze identiek kunnen zijn, zijn ze identiek; waar ze moeten verschillen, gelet op de rol van elk bestuursorgaan en de onderliggende wettelijke regels, verschillen ze. Deze gedragscode is bestemd voor de wethouders.

9

1 Regels rond (schijn van) belangenverstrengeling

Artikel 1 Wethouders mogen hun invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander of van een organisatie waarbij een wethouder persoonlijk betrokken is. Artikel 1.1 Wethouders gaan actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegen. Artikel 1.2 1. Wethouders doen niet mee aan en zijn niet aanwezig bij de beraadslaging of stemming over onderwerpen waarbij ze direct of indirect persoonlijk of financieel zijn betrokken (artikel 58 in combinatie met artikel 28 Gemeentewet). 2. Andere wethouders en de burgemeester kunnen een wethouder erop aanspreken als zij vinden dat die wethouder een belang heeft dat deelname aan de beraadslaging en stemming in de weg staat. 3. Wethouders onthouden zich van deelname aan en aanwezigheid bij de stemming In het college van B&W als er sprake is van een beslissing waarbij belangenverstrengeling of schijn van belangenverstrengeling kan optreden. Het kan dan gaan om de volgende situaties: • Een kwestie waarbij de wethouder zelf een persoonlijk belang of financieel belang heeft. • Een kwestie waarbij het gaat om een belang van een individu of organisatie waarbij de wethouder persoonlijke betrokkenheid of zeggenschap heeft. 1 0

Artikel 1.3 Wethouders onthouden zich bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling kan optreden zowel van stemming, beraadslaging en aanwezigheid (zie artikel 1.2) als van beïnvloeding van de besluitvorming gedurende het besluitvormingsproces.

Artikel 1.4 In alle gevallen van twijfel over vermoedens of schijn van belangenverstrengeling, wordt dit besproken met burgemeester en/of gemeentesecretaris en kan advies worden gevraagd aan de Adviseur Integriteit.

1 0

Artikel 1.4 Wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde functies niet uitoefenen (artikel 36b lid 1 Gemeentewet). Artikel 1.5 Wethouders mogen bepaalde in de Gemeentewet genoemde overeenkomstenen handelingen niet aangaan (artikel 15 lid 1 in combinatie met artikel 41c lid 1 Gemeentewet). Artikel 1.6 1. Wethouders vervullen geen nevenfuncties die ongewenst zijn met het oog op een goede vervulling van het wethouderschap. 2. Aanvullend op artikel 41b Gemeentewet meldt de wethouder vooraf en tussentijds aan de burgemeester en gemeentesecretaris over het plan over een betaalde of onbetaalde nevenfunctie. Hierna wordt advies gevraagd aan de Adviseur Integriteit. Dit advies zal vervolgens worden afgegeven aan de gemeentesecretaris en de burgemeester, die dit bespreken met de wethouder en vervolgens deelt met de raad. 3. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties direct na benoeming tot wethouder of aanvaarding van een nevenfunctie openbaar. 4. Openbaarmaking verloopt via het collegedossier / raadsbrief en wordt via het gemeenteblad bekend gemaakt en op de website van de gemeente Eindhoven gepubliceerd. 5. Ook wanneer de wethouder in deeltijd werkt, worden de inkomsten uit betaalde nevenfuncties openbaar gemaakt. 6. Mocht een wethouder toch een functie aangaan die niet wenselijk is, dan zal de raad ingrijpen met de haar ter beschikkende staande middelen.

Artikel 1.7 De gemeentesecretaris zorgt voor een actuele openbare lijst met (neven) functies van de wethouders. Op deze lijst staat ook of de werkzaamheden al dan niet bezoldigd zijn en de hoogte van de eventuele bezoldiging. Artikel 1.8 Wethouders geven informatie over alle financiële belangen – bijvoorbeeld aandelen, opties, derivaten en schulden – aan de burgemeester en gemeentesecretaris. Ook als een financieel belang tussentijds ontstaat, moet dat worden opgegeven. Alle financiële belangen worden door de burgemeester en 1 1

gemeentesecretaris ter advisering (ter voorkoming van mogelijke belangenverstrengeling en het risico op handelen met voorkennis) voorgelegd aan de Adviseur Integriteit. Het advies, inclusief mogelijke preventieve maatregelen, wordt voorgelegd aan de burgemeester en de gemeentesecretaris, die het vervolgens bespreekt met de wethouder. Artikel 1.9 De gemeentesecretaris zorgt voor een actuele openbare lijst met gemelde financiële belangen van wethouders in ondernemingen waarmee de gemeente zaken doet of waarin de gemeente een belang heeft. Wethouders geven daarnaast actief aan wanneer er een onderwerp op de agenda staat dat kan leiden tot (schijn van) belangenverstrengeling of er een persoonlijk belang speelt. De wethouder zal niet aanwezig zijn bij bespreking en zich daarmee ook onthouden van stemming. Artikel 1.10 Oud-wethouders zijn tot één jaar na het beëindigen van hun functie terughoudend om zonder afstemming betaald of onbetaald werk voor de gemeente Eindhoven of voor verbonden partijen waarin de gemeente een financieel en/of bestuurlijk belang uit te voeren, in de volgende situaties: a) Deze werkzaamheden voortvloeien uit hun eerdere portefeuille, of b) er sprake is van een informatievoorsprong, persoonlijke betrokkenheid of beïnvloedingspositie die is ontstaan tijdens het ambt.

c) De wethouder stemt voorafgaand aan het aanvaarden van de functie af met de burgemeester en de gemeentesecretaris over eventuele risico’s en maakt, indien nodig, maatwerkafspraken. De Adviseur Integriteit kan ook gevraagd worden om advies te geven.

1.

2.

Onder werkzaamheden als bedoeld in artikel 1.10 vallen in ieder geval: o Het aannemen van opdrachten of advieswerk op contractbasis bij ondernemingen waar de gemeente Eindhoven een financieel en/of bestuurlijk belang in heeft, in dienst van de gemeente Eindhoven of als eigen onderneming. o Het optreden als vertegenwoordiger of lobbyist van een externe partij richting de gemeente Eindhoven of verbonden partijen. o Het vervullen van een bestuurs- of toezichthoudende functie bij een organisatie die subsidie ontvangt of opdrachten uitvoert voor de gemeente Eindhoven. Uitzondering op dit artikel is het raadslidschap 1 1

3.

De geldende regels omtrent van geheimhouding zijn van toepassing. Dit betekent dat er in een exitgesprek maatwerkafspraken gemaakt kunnen worden wanneer er een kans bestaat dat verkregen kennis en informatie (al dan niet onbedoeld) ingezet wordt voor partijen met tegengestelde belangen aan die van de gemeente Eindhoven. De burgemeester voert samen met de gemeentesecretaris de exitgesprekken. De gemeentesecretaris draagt zorg voor vastlegging van afspraken.

Toelichting per artikel Artikel 1 Belangenverstrengeling De wetgever biedt wethouders op vier manieren bescherming tegen de verleiding belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan: 1.

De wetgever geeft aan dat het college van burgemeester en wethou ders als bestuursorgaan zijn taak zonder vooringenomenheid moet vervullen. De wetgever geeft het college de verantwoordelijkheid om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van wethouders de besluitvorming beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die wethouders vanuit hun taak behoren te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Het gaat dus niet alleen om – zoals vaak gedacht – ‘persoonlijk gewin’ of ‘persoonlijk voordeel’ of ‘persoonlijke financiële inkomsten’. Wethouders moeten beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waarbij belangenverstrengeling de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. De wetgever doet een beroep op de verantwoordelijkheid van het college als geheel om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van zijn leden de besluitvorming niet beïnvloeden. Deze verplichting geldt in het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming1. Politieke ambtsdragers struikelen soms in gevallen waarin er ‘slechts’ sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. Het is dan ook in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat dit voorschrift zo expliciet in de gedragscode staat.

2. Een wethouder met een persoonlijk belang bij een besluit mag niet meedoen aan en niet aanwezig zijn tijdens de besluitvorming hierover. Dit betekent dat hij of zij zich moet onthouden van het stemmen. Doet een wethouder dit niet, dan kan dit leiden tot een vernietigbaar besluit wegens schending van het verbod op 1 2

belangenverstrengeling (artikel 58 in combinatie met artikel 28 Gemeentewet). 1

Agressie of geweld van burgers tegen politieke ambtsdragers kan de besluitvorming beïnvloeden. Een politieke ambtsdrager mag zich ook door agressie en geweld niet laten beïnvloeden. In voorkomende gevallen wordt aangeraden contact op te nemen met de griffier of de gemeentesecretaris.

1 2

3. In een aantal gevallen vindt de wetgever dat die bescherming door het verbod te stemmen niet ver genoeg gaat. Dan verbiedt de wetgever wethouders expliciet bepaalde welomschreven functies te bekleden, rollen te vervullen en (rechts)handelingen uit te voeren. De artikelen 1.4 en 1.5 van deze gedragscode verwijzen naar die verboden. In de bijlage van deze gedragscode vind je regelgeving die samenhangt met de integriteit van wethouders. Bijvoorbeeld een overzicht van verboden combinaties van functies en verboden overeenkomsten en handelingen. We gaan ervanuit dat alle bijlagen nauwkeurig zijn bestudeerd.

4. De wetgever eist van wethouders dat zij al hun functies openbaar maken. Ook wanneer de wethouder zijn functie als wethouder in deeltijd bekleedt geldt dit voor de inkomsten uit die nevenfuncties. Zo kunnen andere bestuurders, raadsleden, fractievoorzitters, partijbestuurders, de griffier en de gemeentesecretaris een wethouder waarschuwen voor kwesties waarin (de schijn van) belangenverstrengeling dreigt. Ook de pers en de burger kunnen zo hun controlerende taak uitoefenen. Daarom staat in deze gedragscode ook dat wethouders al hun financiële belangen bekend maken. In een persoonlijk gesprek tussen de burgemeester, gemeentesecretaris en wethouder wordt besproken of er aanvullende afspraken gemaakt moeten worden. De Adviseur Integriteit voorziet de burgemeester, gemeentesecretaris en wethouder van advies. Dit artikel heeft betrekking op persoonlijke financiële belangen en is niet van toepassing op dagelijkse gemeentebelangen zoals WOZ, parkeertarief etc. Artikel 1 Belangenverstrengeling en netwerkbewustzijn De neiging bestaat om per actie van de wethouder te beoordelen of dit mag op basis van de Gedragscode en de Gemeentewet. Dit is nuttig en zelfs noodzakelijk om te beoordelen of een handeling zelf als een schending te duiden is.

Het tegengaan van veelvoorkomende schendingen vraagt echter ook om transparantie over en bewustzijn van de netwerken (zowel formele als informele netwerken) waarin men zich beweegt. Om de transparantie te bevorderen, vraagt de gemeentewet dat nevenfuncties gedeeld worden. Deze code vraagt bovendien dat substantiële belangen gedeeld worden. Netwerkbewustzijn vereist ook dat wethouders zich bewust zijn van hun netwerken en de risico’s van sympathieën en loyaliteiten binnen netwerken. Deze kunnen leiden tot ‘blinde vlekken’ in het handelen van de wethouders. De praktijk van de loka le politiek 1 3

laat zien dat raadsleden en bestuurders vaker een scheve schaats rijden juist door netwerken waarin normen van wederkerigheid gelden. Deze normen zorgen ervoor dat leden uit het netwerk elkaar bevoordelen en andere partijen (on)bedoeld uitsluiten.

1 3

Artikel 1.10 Beperking vervolgfuncties en draaideurconstructie wethouders Om de integriteit van het openbaar bestuur te waarborgen en belangenverstrengeling te voorkomen, is het belangrijk dat wethouders na beëindiging van hun functie terughoudend zijn in het aanvaarden van functies die nauw aansluiten op hun voormalige portefeuille bij de gemeente Eindhoven of voor verbonden partijen waarin de gemeente een financieel en/of bestuurlijk belang heeft. Bij twijfel kan advies gevraagd worden aan de Adviseur Integriteit voor aanvaarding. Deze bepaling, geïnspireerd op de landelijke regels voor bewindspersonen, is bedoeld om het publiek vertrouwen te behouden en de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Deze bepaling is niet bedoeld als een algemeen verbod op het verrichten van werkzaamheden binnen de gemeente of de stad, maar als een beperking gericht op het voorkomen van concrete risico’s op belangenverstrengeling of de schijn daarvan. 1.

2.

3.

4.

Afkoelperiode Een afkoelperiode van één jaar voor wethouders voorkomt (onbedoelde) belangenverstrengeling en de schijn daarvan. Zo kunnen zij vertrouwelijke informatie, contacten en invloed uit hun ambt niet direct gebruiken voor een nieuwe functie. Dit beschermt de integriteit van het bestuur en versterkt het vertrouwen van inwoners in de overheid. Verzoeken tot afwijken worden voorgelegd bureau EVI. Afspraken worden gemaakt in het exitgesprek met de burgemeester en gemeentesecretaris. Lobbyverbod Voormalig wethouders mogen in de afkoelperiode geen invloed uitoefenen op gemeentelijke besluitvorming namens derden, tenzij met toestemming van de gemeentesecretaris en de burgemeester die hierover advies kunnen inwinnen bij de Adviseur Integriteit. Openbaarheid De aanvaarding van een vervolgfunctie binnen de afkoelperiode, inclusief het advies, wordt openbaar gemaakt. Geheimhouding Ook na de afkoelperiode van één jaar blijft de geheimhoudingsplicht in stand zoals beschreven in artikel 1.10 lid 3.

De termijn van één jaar zoals bedoeld in artikel 1 lid 10 kan in bijzondere gevallen worden verkort of verlengd na een gemotiveerd besluit van de burgemeester. 1 8

Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 De wethouder Wonen is voorzitter van de vereniging van huiseigenaren van het appartement waar hij zelf woont. Mag de wethouder het wethouderschap combineren met dit voorzitterschap? Antwoord Ja, dat mag. Volgens artikel 36b van de Gemeentewet is het niet verboden om wethouder te zijn én voorzitter van de vereniging van huiseigenaren. Ook artikel 1.4 van de gedragscode wordt hiermee niet overtreden. Let op: De wethouder moet deze nevenfunctie wél melden (zie artikel 1.6 van de gedragscode). De gemeentesecretaris moet ervoor zorgen dat deze functie ook openbaar wordt gemaakt (zie artikel 1.7). Let op: Een wethouder moet alle nevenfuncties melden, ook als die onbetaald zijn.

→

Variant 1 De wethouder en zijn staf werken aan een voorstel om het bestemmingsplan te wijzigen. Het gaat om een gebied waarin ook het appartement van de wethouder ligt. Mag de wethouder meedoen aan de voorbereiding in de staf? Antwoord: Ja. Het voorstel gaat over het hele gebied, niet specifiek over het appartement van de wethouder. Er is daarom geen sprake van belangenverstrengeling. De wethouder mag dus gewoon meedoen aan de besprekingen met zijn staf. Mag de wethouder deelnemen aan de besluitvorming in het college? Antwoord Ja, dat mag. Ook hier geldt dat het besluit niet direct over zijn appartement gaat. De wethouder heeft dus geen persoonlijk belang bij het besluit en mag meedoen aan de besluitvorming. Mag de wethouder het stuk zelf inbrengen in de raad? Antwoord Ja, dat mag. Omdat er geen sprake is van belangenverstrengeling, mag de wethouder het voorstel zelf in de raad inbrengen en toelichten.

→ 1 8

Variant 2 De raad doet voorstellen om precies in het gedeelte waar het appartement van de wethouder ligt, huizen te slopen. Het appartement wordt in dat geval ook gesloopt. Mag de wethouder dit dossier verder behandelen? Antwoord Nee, dat mag niet. De aanpassingen gaan over het huis van de wethouder. Daarmee ontstaat een direct belang bij het behandelen van deze bestemmingswijziging. Als de wethouder het dossier blijft behandelen, is dat een overtreding van artikel 1.3 van de code en artikel 58 in combinatie met artikel 28 van de Gemeentewet). Let op: Als het om een politiek gevoelig onderwerp gaat, is het verstandig dat de wethouder al in een vroeg stadium afstand neemt van het dossier. Zo voorkomt hij of zij ook de schijn van belangenverstrengeling. Voorbeeld 2 Het college van burgemeester en wethouders heeft besloten de exploitatie van de zwembaden openbaar aan te besteden. De directeur van een zwembad in een nabijgelegen gemeente heeft interesse en dingt met zijn voorstel voor exploitatie mee in de aanbesteding. Zijn neef is naast eigenaar van een administratiekantoor ook raadslid in de aanbestedende gemeente. Hij vraagt hem daarom even mee te kijken naar de offerte. Het raadslid werpt er een blik op en adviseert om in de offerte bepaalde kwaliteiten wat zwaarder aan te zetten. Het raadslid weet dat men hier intern belang aan hecht.

Als bedankje voor de tijdsinvestering maakt de directeur een klein bedrag over naar de partijkas van de partij van zijn neef (het raadslid). Ook hangt hij een banner op in het zwembad als gratis reclame voor het administratiekantoor. Op een dag is de eigenaar van het cateringbedrijf van het zwembad op bezoek. Bij het zien van de banner vraagt hij aan de directeur van het zwembad of dit kantoor aanbevelingswaardig is. Dat is het geval en dus benadert de eigenaar van het cateringbedrijf het raadslid om te vragen of hij vanuit het administratiekantoor kan ondersteunen bij de administratie van zijn cateringbedrijf. Binnen de raad ontstaan inmiddels zorgen over de betrokkenheid van het raadslid bij de aanbesteding. De raad vraagt de burgemeester een intern onderzoek in te stellen. De burgemeester spart hierover informeel met een aantal wethouders. Deze wethouders menen dan het onwenselijk is om een intern onderzoek te starten omdat het raadslid naast deze mogelijke misstap, al veel heeft betekend voor de stad. Bovendien draagt de samenleving het raadslid op handen, zo blijkt wel uit de voorkeursstemmen die hij kreeg tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen. De burgemeester besluit dat er geen intern 1 8

onderzoek komt. Welke handelingen van het raadslid, de burgemeester en wethouders zijn aanvaardbaar en welke niet? Antwoord De neiging bestaat om per actie te beoordelen of dit mag op basis van de Gedrags codes en de Gemeentewet. Soms is dit nuttig of noodzakelijk. Zo moet je als raadslid externe partijen niet adviseren bij vastgoed voor de gemeente. Bovendien geef je zo familie vertrouwelijke informatie waardoor er een risico bestaat op oneerlijke concurrentie. De schenking aan de partijkas en het ophangen van de banner kunnen als steekpenningen worden gezien in ruil voor het delen van vertrouwelijke informatie. De burgemeester is als hoeder van de integriteit verantwoordelijk voor het instellen van een onderzoek als daar aanleiding voor is. Tijdens het informele gesprek met wethouders moeten geen oneigenlijke argumenten meewegen als het aannemelijk is dat er sprake is van serieuze integriteitsschendingen. De burgemeester moet op basis van objectieve afweging besluiten overgaan tot een onderzoek of niet. Let op: Deze casus laat ziet dat de integriteitkwestie begint bij de warme familiebanden van het raadslid, waarna relaties binnen verschillende informele netwerken op elkaar ingrijpen. Het elkaar bevoordelen, belangenverstrengeling, de verkeerde omgang met informatie en corruptie lopen hier door elkaar heen.

Als alleen de individuele handelingen van het raadslid, de wethouders en burgemeester worden beoordeeld, dan doet dat geen recht aan de grote integriteitskwestie. Namelijk het kluwen aan personen en handelingen die samen de integriteit van het lokaal bestuur raken en uiteindelijk maken dat de kwestie niet wordt onderzocht . Voorbeeld 2 Een voormalig wethouder had vanuit zijn portefeuille “ruimtelijke ordening” beginnende gesprekken gevoerd over de ontwikkeling van een nieuw bedrijventerrein aan de rand van de stad. Drie maanden na zijn vertrek als wethouder wordt hij ingehuurd als externe adviseur door een projectontwikkelaar die hart heeft voor ditzelfde bedrijventerreinproject. In zijn nieuwe rol belt hij de ambtenaar ruimtelijke ordening en de huidige wethouder om te vragen of hij kan meepraten over planning en juridische haalbaarheid. Hij verwijst hierbij naar zijn eerdere rol en kennis. Hij doet dit buiten de officiële inzageprocedures om. Vraag: Is dit aanvaardbare lobby? Antwoord: 1 8

Nee: Dit gedrag roept de schijn van belangenverstrengeling op. Het ondermijnt de gelijkheid tussen belanghebbende en het past niet binnen het zorgvuldig openbaar bestuur die de gedragscode voorstaat. Het handelen van de wethouders schendt de normen uit hoofdstuk 1 over het voorkomen van belangenverstrengeling en vereist melding of beoordeling. Voorbeeld 3 Een voormalig wethouder was verantwoordelijk voor de portefeuille mobiliteit. Na het aftreden wordt de wethouder, na een afkoelperiode van één jaar, benoemd tot directeur van een landelijke mobiliteitsstichting die zich richt op duurzame infrastructuur. Een jaar later organiseert de stichting een openbaar symposium over fietsinfrastructuur en nodigt de gemeente Eindhoven uit als deelnemer. De wethouder neemt geen contact op met individuele ambtenaren of bestuurders om invloed uit te oefenen, maar houdt een presentatie over landelijke trends zonder specifieke aandacht voor projecten in Eindhoven. Vraag: Is deze situatie toelaatbaar? Antwoord: Ja. Er is geen sprake van directe beïnvloeding van besluitvorming, er is voldoende afstand en tijd verstreken na de vroegere portefeuille. Het is een activiteit binnen een open en transparante setting. Zo wordt de schijn van belangenverstrengeling vermeden. Voorbeeld 4 Er wordt een aanbesteding gedaan voor ontwerpen van een groenere wijk.

Bij één van de ondernemingen die een offerte uitbrengt is de vrouw van de wethouder werkzaam als Financieel Directeur. Kan de wethouder betrokken zijn bij dit project? Is dit toelaatbaar? Nee. Er is hier sprake van een persoonlijk belang en een (schijn van) belangenverstrengeling. Het kan lijken alsof de wethouder voorkeur heeft voor deze onderneming omdat zijn vrouw er werkzaam is waardoor er belangenverstrengeling ontstaat.

1 8

Wat te doen bij twijfel? Twijfel je als wethouder of er sprake is van belangenverstrengeling, of dat er een schijn daarvan bestaat? Dan kun je het volgende doen: 1. Vraag advies: Neem contact op met de Adviseur Integriteit. Zij kunnen helpen om te beoordelen of er echt een probleem is. 2. Meld het: Wees open over je nevenfuncties en mogelijke belangen. Transparantie helpt vertrouwen houden. 3. Wees terughoudend: Als er twijfel blijft bestaan, kun je ervoor kiezen je niet te mengen in de beraadslaging of niet te stemmen totdat duidelijk is wat juist is.

1 8

2 Regels rond (schijn van) corruptie Artikel 2 Wethouders laten hun invloed en stem niet kopen of beïnvloeden door geld, goederen of diensten die aan hen zijn gegeven of in het vooruitzicht zijn gesteld. Artikel 2.1 Wethouders gaan actief en uit zichzelf de schijn van corruptie tegen. Aannemen van geschenken Artikel 2.2 Wethouders nemen geen geschenken aan die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: 1. Het weigeren, teruggeven of terugsturen indruist tegen de gangbare fatsoensnormen, de gever zou kwetsen of deze bijzonder in verlegenheidzou brengen. 2. Het weigeren, teruggeven of terugsturen om praktische redenen onwerkbaar is. 3. Het gaat om een incidentele, kleine attentie (zoals een bloemetje of fles wijn) met een geschatte waarde van maximaal 65 euro, waarbij de schijn van beïnvloeding ontbreekt. Artikel 2.3 Als geschenken om een van de in artikel 2.2 genoemde redenen niet zijn geweigerd, teruggegeven of teruggestuurd, of om andere redenen toch in het bezit zijn van een wethouder, wordt dit gemeld aan de gemeentesecretaris tenzij het gaat om het genoemde onder artikel 2.2c. De geschenken worden dan alsnog teruggestuurd of ze worden eigendom van de gemeente. De gemeentesecretaris zorgt voor de registratie van giften en hun gemeentelijke bestemming.

1 8

Accepteren van faciliteiten en diensten Artikel 2.4 Wethouders accepteren geen faciliteiten en diensten van anderen die hen vanwege hun functie worden aangeboden, tenzij: a. Weigeren ervan het bestuurswerk onmogelijk of onwerkbaar zou maken en b. En de schijn van omkoping of beïnvloeding niet aanwezig is. Artikel 2.5 Wethouders gebruiken faciliteiten of diensten van anderen die vanwege de bestuursfunctie worden aangeboden niet voor privédoeleinden. Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, diners en recepties Artikel 2.6 Voor het accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, netwerkbijeenkomsten, evenementen, lunches, voorstellingen, diners en recepties die door anderen worden betaald of georganiseerd gelden de volgende regels: a. Het behoort tot de uitoefening van het bestuurswerk en b. De aanwezigheid kan worden beschouwd als functioneel. Dit geldt bijvoorbeeld bij protocollaire taken, formele vertegenwoordiging van de gemeente en bij een uitnodiging met beschreven doel omtrent de wenselijkheid van de aanwezigheid en c. En de schijn van omkoping of beïnvloeding is niet aanwezig Accepteren van reizen en verblijven Artikel 2.7 Wethouders accepteren uitnodigingen voor werkbezoeken waarbij anderen reis- en verblijfkosten betalen alleen bij hoge uitzondering. Zo’n uitnodiging moet altijd vooraf worden besproken in het college.

De uitnodiging mag alleen worden geaccepteerd als het bezoek aantoonbaar van groot belang is voor de gemeente en de schijn van omkoping of beïnvloeding minimaal is. Van zo’n werkbezoek wordt altijd een verslag gedaan aan het college. Bij buitenlandse werkbezoeken gebeurt dat schriftelijk, met afschrift aan de raad.

1 9

Toelichting per artikel Artikel 2 (schijn van) Corruptie Het bovenstaande artikel geeft een definitie van corruptie voor wethouders. Bij belangenverstrengeling ging het nog om het onterecht laten meewegen van een persoonlijk belang bij de besluitvorming. Bij corruptie gaat het om omkoping van een wethouder. Belangenverstrengeling staat niet in het wetboek van strafrecht. Dit geldt wel voor corruptie. In de onderliggende artikelen staan regels om de wethouder te helpen om de (schijn van) corruptie te voorkomen. Artikel 2.2 en 2.3 Aannemen van geschenken Geschenken zijn een sluiproute naar corruptie. Ze kunnen worden gebruikt om de besluitvorming te beïnvloeden. Ze kunnen corrumperen of de aanloop daartoe vormen. Ze kunnen ook de schijn van corruptie opwekken. Onderstaande regels zijn geformuleerd als ‘nee, tenzij’: wethouders nemen geen geschenken aan, tenzij er goede redenen – bijvoorbeeld omdat basale fatsoensnormen anders geschonden worden– zijn om hiervan af te wijken. De afwijkingen moeten bekend gemaakt te worden bij de gemeentesecretaris. Die bepaalt welke vervolgstappen nodig zijn. Artikel 2.4 en 2.5 Accepteren van faciliteiten en diensten Het accepteren van faciliteiten of diensten van anderen kan leiden tot een afhankelijkheid of dankbaarheid die de zuiverheid van het besluitvormingsproces kan aantasten.

Ook met het aannemen van faciliteiten en diensten kan een wethouder gecorrumpeerd raken. Het kan ook de schijn van corruptie opwekken. Artikel 2.6 Accepteren van uitnodigingen voor werkbezoeken, lunches, dinersen recepties Via werkbezoeken kunnen wethouders zich inhoudelijk laten informeren en noodzakelijke contacten leggen en onderhouden binnen en buiten de gemeente. De verplichting om actief het ontstaan van de schijn van corruptie tegen te gaan, betekent dat lunchen, dineren of evenementen bijwonen op kosten van anderen moet worden vermeden, tenzij de redenen van artikel 2.6 van de gedragscode van toepassing zijn. De schijn van corruptie is doorgaans kleiner als de uitnodigende partij een andere overheid is.

20

Artikel 2.7 Accepteren van reizen en verblijven Wat voor lunches en diners geldt, geldt in nog sterkere mate voor reizen en overnachten op kosten van derden. Dat wordt in de regel met grote argwaan bekeken. In deze gevallen is het vermijden van alle schijn belangrijk.

Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 Collegeleden krijgen van een theater in Eindhoven een gratis jaarkaart voor alle voorstellingen aangeboden. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. Een dergelijke kaart is een gericht geschenk aan de bestuurders van Eindhoven.

→

Variant 1 Alleen de wethouder die Kunst en Cultuur in zijn portefeuille heeft, krijgt de kaart aangeboden. Het is voor het bestuurswerk goed om te weten hoe het reilt en zeilt bij het theater. Mag deze kaart worden geaccepteerd? Antwoord Nee, het aannemen van de kaart is ook nu een overtreding van artikel 2.2 van de gedragscode. ‘Om te weten hoe het reilt en zeilt’ bij het theater hoeft de wethouder geen kaart te hebben. Het accepteren van een dergelijke gift roept mogelijk wel de schijn van corruptie op. De wethouder kan zich op een andere manier laten informeren over het theater of de theaterbranche. Bijvoorbeeld met een werkbezoek met een duidelijk werkprogramma. De kaart moet dus terug worden gestuurd conform artikel 2.3 van de gedragscode. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie wordt opgeroepen.

2 1

Voorbeeld 2 De gemeente subsidieert een jaarlijks wielerevenement met het doel om een sportieve gemeente te zijn en zoveel mogelijk burgers in beweging te krijgen en in aanraking te laten komen met deze populaire sport. Het college vraagt aan de organisatie dertig vrijkaarten voor college- en raadsleden. Zij kunnen dan als ambassadeur van de gemeente aanwezig zijn. Mag dit? Antwoord: Nee, dit zou het college niet moeten doen. In feite wordt er een geschenk gevraagd. Voor de organisatie is het moeilijk om nee te zeggen. Een dergelijk verzoek kan worden beschouwd als een oneigenlijke subsidie-eis. Verder is het doel van de subsidie niet het zichtbaar maken van de gemeente. Dit laatste is ook mogelijk door de burgemeester of een wethouder bij de opening een rol te laten vervullen. Een andere mogelijkheid is dat de gemeente voor raads- en collegeleden – los van de subsidieverstrekking – een aantal kaartjes aanschaft.

→

Variant 1 De organisatie van het wielerevenement biedt de gemeente dertig vrijkaartjes aan voor college- en raadsleden plus partners. Men geeft daarbij aan dat men graag achtergrondinformatie wil geven over de organisatie van het evenement. Daarnaast zal er een rondleiding zijn inclusief uitleg over de veiligheidsaspecten, wegafzettin gen, beperking van de geluidsoverlast en de samenwerking met de hulpdiensten. Na afloop van dit informatieve deel mogen de genodigden onder het genot van een hapje en drankje het evenement bijwonen. Mogen de collegeleden ieder een kaartje aannemen? Antwoord Ja, dat mag. De uitnodiging heeft een duidelijk functioneel karakter. Om zich goed te informeren over het evenement kan het nodig zijn om een en ander in de praktijk te zien. Dat de genodigden een kleine versnapering aangeboden krijgen valt binnen de grenzen van het redelijke. Voor partners geldt dit alles niet. Als zij het evenement willen bijwonen, moeten zij een eigen kaartje kopen. Let op: Het is van belang om te bekijken of het accepteren van giften in professionele zin daadwerkelijk noodzakelijk is en of er geen andere manieren zijn om dit doel te bereiken, zonder dat daarbij de schijn van corruptie ontstaat.

2 2

Voorbeeld 3 Een nieuwe wijk wordt na toespraken van de wethouder Bouwen en Wonen en de directeur van het projectontwikkelingsbureau op ludieke wijze geopend. Alle kersverse bewoners zijn uitgenodigd om dit feestelijke moment bij te wonen en aansluitend te genieten van een hapje en een drankje in een door de project- ontwikkelaar speciaal daarvoor neergezette tent. Die heeft ook het college B&W en de gemeenteraad een uitnodiging gestuurd. Mogen de collegeleden deze uitnodiging accepteren? Antwoord Ja, dat mag. De wethouder Bouwen en Wonen bekleedt een expliciete rol bij de opening. Ook andere collegeleden mogen de uitnodiging accepteren. Met de oplevering van de woningen wordt namelijk een bredere doelstelling gediend. Met hun aanwezigheid onderstrepen de collegeleden tegenover de nieuwe bewoners en andere belangstellenden dat de gemeente zich heeft ingespannen om de nieuwe wijk mogelijk te maken. Voorbeeld 4 Een wethouder heeft een lezing gegeven op een bewonersbijeenkomst en krijgt na afloop een bos bloemen aangeboden. Mag de wethouder deze aannemen? Antwoord Ja, de bos bloemen kan worden gezien als een geschenk dat uit hartelijkheid wordt gegeven. En het niet accepteren zou de gever op dat moment ernstig in verlegenheid brengen. Het is bovendien niet het type geschenk dat de schijn van corruptie opwekt. Let op: Situaties als die in voorbeeld 4 komen regelmatig voor.

Politieke ambtsdragers staan veel op podia en krijgen vaak als dank bloemen, fotoboeken, boekenbonnen, flessen wijn, pennen, t-shirts en petjes met opdrukken, koffiemokken en andere typen kleine geschenken. In veel van dergelijke situaties is het weigeren (hoewel eigenlijk de bedoeling) praktisch onmogelijk zonder de gever in verlegenheid te brengen.

23

Voorbeeld 5 Het college krijgt van een bedrijf met veel korting een videoconferencing-systeem aangeboden. Met dit systeem kunnen collegeleden vanaf een andere locatie toch meedoen aan een overleg. Zo laat het bedrijf zien goede besluitvorming zeer belangrijk te vinden en te willen ondersteunen. Mag het college deze faciliteit aannemen? Antwoord Nee, het aannemen van het systeem is een overtreding van artikel 2.4 van de gedragscode. Artikel 2.4 aanhef en onder a is niet van toepassing; er is budget om het college te faciliteren. Mocht een dergelijk systeem nodig zijn, dan kan dat vanuit gemeentelijke middelen worden betaald. Voorbeeld 6 Het college van B&W nodigt zijn relaties uit voor het bijwonen van een optreden van bekende artiesten tijdens het Stadsfestival. Het college ontvangt zijn gasten in een apart vak van de gemeente vlak bij het podium. Is dit een overtreding van artikel 2.1 van de gedragscode? Antwoord Nee, dit is geen overtreding van de gedragscode. Het is voor de burgers van Eindhoven noodzakelijk dat het college van B&W zijn netwerk onderhoudt. Het college zal in het kader hiervan op gezette tijden zelf initiatieven nemen. Het organiseren van bijeenkomsten ter representatie van de stad is geen handeling die de (schijn van) corruptie oproept. Dit in tegenstelling tot het accepteren van een uitnodiging.

Wel moet zeker zijn dat de kosten (moreel) te verantwoorden zijn en dat tijdens het netwerken zelf geen valse verwachtingen worden gewekt of onrechtmatige beloften worden gedaan.

Blijft twijfel bestaan, dan kan de Adviseur Integriteit om advies worden gevraagd.

25

3 Regels rond het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen

26

Artikel 3 Wethouders houden zich aan het vastgestelde beleid voor het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen. Artikel 3.1 Een wethouder houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot het gebruik van interne voorzieningen als werkkamer, ICT en kopieermachines. Artikel 3.2 Een wethouder houdt zich aan de regelgeving en het beleid met betrekking tot onkostenvergoedingen en declaraties. Artikel 3.3 Een wethouder houdt zich aan de richtlijnen en het vastgesteld beleid met betrekking tot het gebruik van Artificial Intelligence (AI)

2 7

Toelichting per artikel Artikel 3 Gemeentelijke faciliteiten en financiële middelen Wethouders kunnen bij hun bestuurswerk gebruikmaken van een aantal faciliteiten en financiële middelen van de gemeente. Ze hebben een werkkamer, laptop, tablet en dergelijke die primair voor hun bestuurswerk ter beschikking zijn gesteld. Het gebruik hiervan voor privé- of partijdoeleinden is niet toegestaan. Dit mag wel als het om bruikleen van voorzieningen gaat zoals mogelijk gemaakt in de toepasselijke gemeentelijke verordeningen, die mede voor privédoeleinden mogen worden gebruikt. Toelichting Artikel 3.3 Het gebruik van kunstmatige intelligentie (AI) binnen het openbaar bestuur biedt kansen. Het brengt echter ook risico’s met zich mee, met name op het gebied van transparantie, gegevensbescherming en de betrouwbaarheid van informatie. Wethouders moeten hier zorgvuldig mee omgaan. Gebruik van AI mag nooit leiden tot schending van vertrouwelijkheid, belangenverstrengeling of het wekken van de schijn van onbehoorlijk bestuur. Het invoeren van gevoelige of vertrouwelijke informatie in generatieve AI-systemen zonder adequate beveiliging is onwenselijk. Het kan in strijd zijn met de plicht tot zorgvuldige besluitvorming en informatiebeveiliging.

Daarnaast mag het gebruik van AI niet ten koste gaan van menselijke oordeelsvorming, democratische controle en verantwoordelijkheid die hoort bij het ambt. Wethouders blijven zelf eindverantwoordelijk voor de inhoud en het proces van besluitvorming. Een transparante en verantwoorde inzet van AI sluit aan bij de normen van professioneel en integer bestuur. In deze code worden hier richtlijnen voor gegeven: Gedragscode Artificiële Intelligentie – Gemeente Eindhoven

28

Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 Het is campagnetijd. Een wethouder staat op het punt om met een aantal partijgenoten de markt op te gaan om in gesprek te gaan met potentiële kiezers. De wethouder vraagt de secretaresse om duizend flyers en tweehonderd exemplaren van uw verkiezingsprogramma te kopiëren, om uit te delen. Mag dit? Antwoord Nee. Dit is een overtreding van artikel 3.1 van de gedragscode. In dit geval beschermt deze regelgeving het ‘eerlijke speelveld’ voor alle partijen en kandidaten die meedingen naar een zetel in de raad. Als zittende partijen hun campagnemateriaal gratis verkrijgen, hebben zij een voorsprong ten opzichte van nieuwkomers. Voorbeeld 2 De wethouder Economische Zaken heeft een nevenfunctie als lid van een universitaire adviesraad voor technologieontwikkeling. De vergaderingen van deze adviesraad vinden plaats ver buiten de gemeente. Mag de wethouder een dienstauto gebruiken om naar de vergadering van zijn nevenactiviteit te gaan? Antwoord Nee, het inzetten van de dienstauto met chauffeur voor nevenwerkzaamheden is in strijd met artikel 3.1. van de code. Ook eventueel gemaakte taxikosten ten behoeve van deze nevenactiviteit mag de wethouder niet declareren. De wethouder kan dus het beste de eigen auto gebruiken of het openbaar vervoer om naar de vergadering van de adviesraad te gaan.

De redenatie dat de wethouder gevraagd is voor de adviesraad vanwege het wethouderschap EZ (wat een relatie oplevert met de functie van wethouder) en dat de wethouder daarom gebruik kan maken van de dienstauto, is niet houdbaar. Het lidmaatschap van de adviesraad is gekoppeld aan de persoon maar niet aan de functie van wethouder EZ van de gemeente Eindhoven. Als deze persoon geen wethouder meer is, vervalt niet automatisch zijn lidmaatschap van de adviesraad. Het gaat hier dus om een echte nevenfunctie. Daar kunnen de gemeentemiddelen niet voor worden ingezet. Dit betekent dat de wethouder een eventuele financiële vergoeding mag accepteren en houden.

29

Voorbeeld 3 Een wethouder laat een besluitvormingsvoorstel opstellen door een AI-schrijftool en voert daarbij vertrouwelijke projectinformatie in over een lopende aanbesteding. Hij controleert de uitkomst globaal en stuurt het voorstel direct door naar de ambtelijke organisatie. Later blijkt dat de gebruikte AI-dienst is ondergebracht bij een buitenlandse aanbieder, zonder duidelijke afspraken over gegevensopslag of- bescherming. De vertrouwelijkheid van de aanbestedingsinformatie is daardoor mogelijk geschonden. Vraag: Is dit acceptabel gebruik van AI?

Antwoord: Nee. De wethouder is onvoldoende zorgvuldig geweest bij het gebruik van AI voor vertrouwelijke informatie. Dit is in strijd met de zorgplicht en het belang van informatiebeveiliging zoals bedoeld in de gedragscode. Transparantie en veilige omgang met gevoelige gegevens zijn essentieel, ook bij gebruik van nieuwe technologieën.

29

4 Regels rond informatie

30

Artikel 4 De raad ziet erop toe dat het college van burgemeester en wethouders, en haar afzonderlijke leden, de raad goed informeert. Het college verstrekt alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft, tenzij dit in strijd is met het openbaar belang. De raad, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding opleggen overeenkomstig de wet. Artikel 4.1 Wethouders zijn open en transparant over de eigen beslissingen en hun beweegredenen. Wethouders handelen in overeenstemming met de Gemeentewet en met de Wet open overheid. Artikel 4.2 Wethouders die informatie krijgen waarvan zij het geheime karakter kennen of redelijkerwijs moeten vermoeden, zijn verplicht tot geheimhouding van die informatie, behalve als de wet hen tot mededeling verplicht. Artikel 4.3 Wethouders maken niet ten eigen bate of ten bate van een ander gebruik van in de uitoefening van het ambt verkregen informatie. Artikel 4.4 Wethouders gaan zorgvuldig om met mondelinge en schriftelijke informatie die zij ontvangen. Zij maken die niet openbaar c.q. geven die niet door aan anderen zonder instemming van de afzender. Bij twijfel over de bedoeling van de afzender informeren zij hier eerst naar.

3 1

Toelichting per artikel Artikel 4 Regels rond informatie Het handelen van de overheid, wetten, verordeningen en beleid hebben grote invloed op het leven van burgers. Daaruit volgt dat de burger er recht op heeft over het overheidshandelen goed geïnformeerd te worden. De burger heeft er ook recht op de onderliggende redeneringen en afwegingen te kennen en te weten wie welke positie heeft ingenomen. Dit alles bij elkaar opgeteld verplicht het ambtenarenapparaat, het college en de raad om de burger nauwkeurig en op tijd te informeren over wat er wordt besproken, besloten en uitgevoerd. Geheimhouding Dit neemt niet weg dat het ook voorkomt dat informatie rond overheidshandelen niet bekend en verspreid mag worden. Het gaat dan altijd om gevallen waarin het openbaar maken zou leiden tot het schenden van rechten van burgers, tot het onterecht toebrengen van schade aan burgers en/of tot het onterecht toebrengen van schade aan collectieve belangen. Het college moet terughoudend omgaan met het geheim verklaren van stukken en dit steeds zorgvuldig afwegen. De raad ziet hierop toe. Het formele etiket ‘geheim’ heeft een expliciete betekenis – ook in strafrechtelijke zin – en moet niet worden vervangen door ‘vertrouwelijk’1. Een ander aandachtspunt is de manier waarop wethouders omgaan met niet geheim verklaarde informatie die zij wel, maar burgers (nog) niet hebben.

Het gaat dan bijvoorbeeld over informatie die in een besloten vergadering is besproken. Wethouders zorgen ervoor dat zij dergelijke informatie niet gebruiken in hun eigen voordeel of in het voordeel van personen of organisaties met wie zij verbonden zijn.

1

In de ‘circulaire geheimhoudingsregeling’ d.d. 29 april 2016 (kenmerk 20160000092386) schrijft de minister van BZK: ‘Omdat het niet op voorhand duidelijk is of het delen van informatie die als ‘vertrouwelijk’ is aangemerkt ook strafrechtelijk consequenties kan hebben, is het voor de onderhavige bestuurlijke praktijk aangewezen de term ‘vertrouwelijk’ niet te gebruiken maar slechts de term ‘geheim’. 32

Informatierecht De raad heeft het recht op informatie. Het college geeft de raad alle informatie die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn taak. Daarnaast geeft het college de raad mondeling of schriftelijk alle door één of meer leden gevraagde inlichtingen, tenzij het verstrekken ervan in strijd is met het openbaar belang. Hierbij geldt dat het moet gaan om informatie die nodig is voor het uitoefenen van de taak van de raad. Er kan discussie ontstaan over de vraag wat ‘noodzakelijke informatie’ is. Daar moeten politieke ambtsdragers samen uitkomen.

Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 De raad is van plan om de bestemming van een gebied te wijzigen zodat het mogelijk wordt om in dat gebied huizen te bouwen. Verschillende commerciële partijen en andere belanghebbenden hebben hier een stevige lobby voor gevoerd. Ze zijn verheugd dat de raad het serieus in overweging neemt. Het college heeft besloten geheimhouding op te leggen ten aanzien van het dossier dat aan de raad wordt verstrekt. Er wordt in de pers echter regelmatig over het dossier geschreven. Vaak zit men er maar weinig naast, wat er op duidt dat er wellicht door een of meerdere raadsleden gepraat wordt met journalisten. De wethouder Bouwen en Wonen vindt dat het geheim behandelen van deze kwestie niet langer opportuun is. ‘Alles ligt toch al op straat’. Mag de wethouder ingaan op het verzoek van een journalist om over het dossier te spreken? Antwoord Nee, het spreken met anderen over deze kwestie is een overtreding van artikel 272 van het Wetboek van Strafrecht (lekken van geheime informatie) en van artikel 4.2 van de gedragscode. Als er informatie ten aanzien waarvan een verplichting tot geheimhouding geldt aan de raad is verstrekt, kan alleen de raad deze verplichting opheffen. Zolang dat niet is gebeurd, ook al is de meeste informatie in de krant verschenen, is het spreken over de kwestie een schending van de geheimhoudingsplicht. Dit kan zelfs strafbaar zijn.

33

Voorbeeld 2 Een wethouder stuurt het volgende twitterbericht: ‘@toneelgroepdeblauwemaan dag. Ik zit hier in een besloten vergadering over toekenning subsidies. Het is spannend. #bezuinigenaltijd- moeilijk…’ Mag de wethouder dit doen? Antwoord Nee, dit mag de wethouder niet doen. Op hetgeen dat besproken wordt in de beslo ten vergadering rust geheimhouding. Een twitterbericht als dit is dus een overtre ding van artikel 4.2 van de gedragscode. Voorbeeld 3 Het is nog niet bekend gemaakt wanneer de inschrijving voor de nieuwe huizen in een net ontwikkeld gebied start. Een wethouder schat in dat met een beetje goede wil van politiek en ambtenarij de inschrijving waarschijnlijk midden in de zomer van start gaat. De zus van de wethouder wil graag wonen in dat gebied. Mag de wethouder haar waarschuwen niet in die periode op zomervakantie te gaan, zodat zij als eerste kan inschrijven? Antwoord Nee, het waarschuwen van de zus is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode. De inschatting over de inschrijving kan alleen worden gemaakt door een persoon met veel voorkennis. Deze wethouder heeft informatie die andere burgers niet hebben. Deze informatievoorsprong gebruiken in het voordeel van een familielid is een overtreding van artikel 4.3 van de gedragscode en mogelijk een verstrengeling van belangen.

34

Voorbeeld 4 In een overleg met ambtenaren wordt de wethouder Sociale Zaken geïnformeerd over een complexe casus van een bijstandsgerechtigde die met de gemeente in aanvaring is gekomen over de sollicitatieplicht. De privacyregels waar ambtenaren aan gebonden zijn, gelden niet voor de wethouder. Nu wil de wethouder over de kwestie sparren met een collega-wethouder uit een andere gemeente. Mag de wethouder daarbij details delen over aard van de klacht van de uitkeringsgerechtigde? Antwoord Nee, persoonsgebonden details mogen niet worden gedeeld. Artikel 4.2 van de code verplicht de wethouder tot geheimhouding van dergelijke gegevens. Een gedachtewisseling op hoofdlijnen, over hypothetische dan wel geanonimiseerde cases, is uiteraard wel toegestaan.

35

5 Regels rond de onderlinge omgang en de gang van zaken tijdens de vergaderingen

36

Artikel 5 Politieke ambtsdragers gaan respectvol met elkaar en met ambtenaren om. Ze zijn open en eerlijk en bevorderen het debat op basis van feiten. Artikel 5.1 Wethouders houden zich tijdens vergaderingen en bijeenkomsten aan het bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders, het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven, zoals die op dat moment gelden. Aanwijzingen van de voorzitter volgen zij op. Artikel 5.2 Wethouders onthouden zich in het openbaar van negatieve uitlatingen over gemeenteambtenaren. Dus ook in vergaderingen en bijeenkomsten zoals genoemd in het bestuursreglement van het college van burgemeester en wethouders, het reglement van orde van de gemeenteraad van Eindhoven en de verordening op de voorbereidende bijeenkomst en de meningsvormende vergadering gemeente Eindhoven. Artikel 5.3 Wethouders communiceren met elkaar, de burgemeester, raadsleden, de griffie(r) en andere ambtenaren correct in woord, gebaar en geschrift. Ook in de media en op sociale media vallen zij elkaar niet persoonlijk aan. Artikel 5.4 Wethouders twijfelen niet in het openbaar – in de raad, de media of op de sociale media – aan elkaars integriteit of aan de integriteit van een raadslid of de burgemeester.

Zij erkennen en bevestigen elkaar proactief in hun ambt als bestuurders of volksvertegenwoordiger die in hun handelen het algemeen belang nastreven en de rechten van individuen beschermen. Artikel 5.5 Wethouders streven naar de hoogste kwaliteit van besluitvorming. Het is een gezamenlijke opdracht om de feiten op tafel te krijgen en deze niet te verdraaien. Wethouders zijn eerlijk over hun overwegingen, luisteren naar elkaars argumenten, de argumenten ingebracht vanuit de raad en accepteren deze als bijdragen tot de zorgvuldige besluitvorming. 3 7

Artikel 5.6 Bij onenigheid in de onderlinge omgang of de gang van zaken tijdens vergaderingen gaan wethouders, mogelijk onder begeleiding, onderling het gesprek aan met elkaar.

3 7

Toelichting per artikel Artikel 5 Onderlinge omgangsvormen Elk raadslid, elke bestuurder en elke ambtenaar is een medemens en medeburger. Op basis daarvan verdient ieder raadslid, iedere bestuurder en iedere ambtenaar een correcte bejegening. Maar eenieder vervult ook een cruciaal ambt binnen onze democratische rechtstaat. Dat dwingt zelf ook respect af. Gezamenlijk staan raads lid, bestuurder en ambtenaar in voor het goed bestuur in de eigen gemeente. Een respectvolle omgang met elkaar en met de waarheid maakt het daarnaast beter mogelijk om met elkaar tot een werkelijke beraadslaging te komen op basis van feiten en (eerlijke) overwegingen. Dat is essentieel voor een zorgvuldige besluitvor ming. Bovendien heeft de manier waarop het college en de raad onderling en met elkaar omgaan invloed op de geloofwaardigheid van de politiek.

Praktijkvoorbeelden Voorbeeld 1 Op de Nieuwjaarsborrel zijn een wethouder en een raadslid met elkaar in gesprek. Het gesprek verandert gaandeweg in een discussie. Die loopt, naarmate de avond vordert en de wijn vloeit, uit de hand. Op een bepaald moment horen de andere aanwezigen de wethouder tegen het raadslid schreeuwen: ‘Die commissie loopt totaal niet en dat is jouw schuld! Je bent de slechtste voorzitter die Eindhoven ooit gekend heeft, dat vindt iedereen. Ik zal er alles aan doen om ervoor te zorgen dat je niet herkozen wordt!’ Is dit aanvaardbaar gedrag? Antwoord Nee, dit gedrag is niet aanvaardbaar en een overtreding van artikel 5.1 van de gedragscode. Een raadslid op deze manier in het openbaar tot de orde roepen is niet correct. Het feit dat ook anderen horen wat de wethouder zegt, is hierbij mede van belang.

38

Voorbeeld 2 Een raadslid uit de oppositie maakt het leven van een wethouder al geruime tijd zuur. De persoon in kwestie heeft zich als een pitbull vastgebeten in een aantal dossiers en schuwt de harde confrontatie niet. Daarbij verwijt het raadslid de wethouder regelmatig niet integer gedrag. Als de wethouder op een maandagochtend de lokale krant openslaat, ziet hij op pagina 4 in grote letters geschre ven dat het raadslid in kwestie aan vriendjespolitiek zou doen. De wethouder pakt de telefoon erbij en schrijft op twitter: ‘Oh ironie! Het kan ook niet anders dat zo’n schreeuwer zelf niet zuiver op de graat is!’ Antwoord Dit is geen aanvaardbaar gedrag. Artikel 5.4 vraagt van wethouders niet alleen dat ze de integriteit van raadsleden niet in twijfel trekken maar ook dat zij de integriteit van het raadslid verdedigen in het openbaar. Deze manier van handelen schaadt niet alleen de persoon van het raadslid maar ook het vertrouwen in de lokale politiek. Als de wethouder werkelijk twijfelt aan de integriteit van het raadslid dan bewandelt de hij de afgesproken route om een melding te doen van een vermoeden. Voorbeeld 3 In de gemeenteraad wordt een motie ingediend door een vrouwelijk raadslid van niet-westerse afkomst, met als doel de veiligheid in het uitgaansleven te verbeteren via betere straatverlichting en gemeentelijke voorlichtingscampagnes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16655611/1