CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Coalitieakkoord 2026-2030 Samen Vooruit Samen Thuis

Raadsvergadering 25 juni 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Coalitieakkoord 2026-203018.344 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

en evalueren we of deze aanpak werkt. Als we – in dialoog met de raad – vinden dat het tempo van realisatie van de schaalsprong van sociaal-maatschappelijke voorzieningen niet snel genoeg gaat, dan komt het college met scenario’s om te temporiseren door bijvoorbeeld BIC3/mix nog niet uit te geven en/of extra te investeren. 2. We blijven bestuurlijk betrokken bij Brainport voor Elkaar om een kwalitatieve impuls te geven en de impact van de Sociale Brainport Agenda te vergroten. Via ons netwerk enthousias­ meren en stimuleren we meer werkgevers - bedrijfs­leven, onderwijsinstellingen, maatschappelijke partners en andere gemeenten - om mee te doen en lid te worden van de vereniging, zodat we meer werknemers bereiken. 3. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen en in de bestaande stad werken we standaard aan ruimte voor voorzieningen. In elk gebiedskader en in de stadsdeelplannen nemen we op welke voorzieningen nodig zijn en welke rol we als gemeente pakken om dit te realiseren.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 29

Leefbare wijken en buurten Een groot deel van ons dagelijks leven vindt plaats in de eigen buurt. Daarom werken we aan buurten en wijken die fijn en veilig zijn, waar we omkijken naar elkaar. Mensen hebben allemaal hun eigen gewoontes en we wonen op korte afstand. Dat betekent dat we een beetje rekening met anderen moeten houden en elkaar aanspreken. We willen dat mensen anderen helpen en onderling vertrouwen hebben. Juist in een internationale stad als Eindhoven is dat belangrijk, omdat familie niet altijd dichtbij woont en mensen niet altijd om hulp durven vragen. Elke wijk in Eindhoven is anders en uniek. Daarom werken we wijkgericht. Dat betekent dat we niet altijd één maatregel over heel Eindhoven uitrollen, maar per wijk samen met bewoners kijken wat nodig is. We investeren ongelijk voor gelijke kansen. Waar in de ene wijk de woonomgeving sterk moet verbeteren, is het in andere wijken vooral belangrijk om de kwaliteit te behouden. Daarbij hebben we oog voor álle wijken, ook waar het goed lijkt te gaan: omdat het uitblijven van investeringen op termijn tot verloedering kan leiden. Onze gebiedscoördinatoren zijn zichtbaar in de buurt en werken samen met vele partners, zoals handhavers, wijkagenten, jongerenwerkers en zorgmedewerkers.

Doelstellingen ƒ De sociale cohesie stijgt gemiddeld van 5,9 in naar 7 in 2030. ƒ De leefbaarheid neemt toe: steeds meer buurten kleuren groener op de kaart van de Buurtkijker. ƒ In elke wijk is minimaal één laagdrempelige ontmoetingsplek beschikbaar; de eerste zeven bibliotopen zijn uiterlijk in 2026 geopend.

30 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Uitgangspunten Van onszelf ƒ Beleid op (buurt)ontmoeting Verbinding maak je samen zetten we door. ƒ We verbinden het Toekomstbestendig Vrijwilligersbeleid (2024) aan buurthuizen, wijkcentra en andere ontmoetingsplaatsen ƒ We geven verder uitvoering aan Pact Woensel-Zuid. ƒ We geven verder uitvoering aan het gebiedsgericht werken met gebiedscyclus en stadsdeelteams.

Dit gaan we doen 1. We stimuleren dat meer mensen in Eindhoven iets voor een ander doen, zodat mensen elkaar beter leren kennen en zich thuis voelen in de wijk. Bijvoorbeeld met een maatschappelijke stage of diensttijd en initiatieven waarbij bewoners met elkaar de wijk opruimen. 2. We investeren in de sociale basis en in buurthuizen als huiskamer van de buurt. Buurthuizen worden maximaal ondersteund en krijgen extra functies, zoals een zorg- of hulploket en bibliotheek. We zorgen voor voldoende ontmoetingsplekken in de buurt en investeren in verbindende buurtactiviteiten, minimaal 1 initiatief per 2 jaar per buurt. 3. We organiseren stadsdialogen over hoe we met elkaar, de stad en de buurt omgaan en dit koppelen we aan Het Eindhoven van de toekomst. 4. Midden 2027 is in elk stadsdeel een stadsdeelplan opgesteld samen met bewoners, gekoppeld aan de gebiedscyclus. Per wijk bereiken we tenminste drie concrete, zichtbare resultaten per jaar.

5. We zorgen voor voldoende budget zodat buurtverenigingen en gebiedscoördinatoren kleine zaken snel kunnen realiseren. 6. Naast nieuwe gebiedsontwikkelingen investeren we ook in bestaande wijken die een opknapbeurt kunnen gebruiken. 7. We kijken hoe we in de P&C-cyclus zichtbaar kunnen maken welke concrete zaken we per wijk gaan doen. 8. De afgelopen jaren is geïntensiveerd in plaagdierenbestrijding, dit zetten we door. We houden in de gaten wanneer we in moeten springen bij grote overlast, bijvoorbeeld in relatie tot de volksgezondheid.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 31

Veiligheid Veilige buurten en straten vormen de basis voor prettig wonen en samenleven. In Eindhoven moet iedereen zichzelf kunnen zijn, en zich vrij en beschermd voelen: op straat, thuis, online en in de publieke ruimte. Dit vraagt om een aanpak waarin voorkomen, beschermen en verbinden vooropstaat. We bouwen aan buurten waar mensen naar elkaar omkijken en voor elkaar opkomen. We zetten in op het tegengaan van straatintimidatie en het versterken van sociale veiligheid. We hebben de ambitie om de politie te ontlasten en zorgen voor een tijdige inzet van de juiste professionals op de juiste plek, zoals jongerenwerkers, de wijk-GGD en straat- en horeca­ stewards. We investeren in de inrichting van de openbare ruimte, toegankelijke voorzieningen, zichtbaarheid en aanwezigheid van onder andere boa’s in de buurt en betrokkenheid van inwoners bij hun omgeving. Daarbij werken we intensief samen met buurt­ preventieteams. Eindhoven heeft net als andere grote steden te maken met complexe veiligheidsvraagstukken. Samen met onze veiligheidspartners blijven we inzetten op de bestrijding van ondermijning en georgani­ seerde criminaliteit. Waar het uit de hand loopt en grenzen worden overschreden, treden we stevig op. In het licht van geopolitieke ontwikkelingen en externe dreigingen versterken we de weerbaar­ heid van onze inwoners en de vitale infrastructuur.

32 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Uitgangspunten Van buiten ƒ Landelijke wetgeving. ƒ De politiesterkte in basisteams is afhankelijk van middelen vanuit het Rijk. Van onszelf ƒ We werken op dit moment aan het Integraal Veiligheidsplan 2027-2030 als opvolger van het Beleidskader Veiligheid 2023-2026. De aanpak Straatintimidatie maakt daar onderdeel vanuit. ƒ We voeren het burgerberaad Veiligheid op straat uit volgens het raadsbesluit. ƒ Het recent vastgestelde Programmaplan Preventie met gezag 2026-2029. ƒ Samenwerking met veel partners zoals de Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant, Politie, RIEC, Zorg- en Veiligheidshuis, het Rijk, GGzE en de (wijk)GGD.

Doelstellingen ƒ We laten het aantal wijkboa’s in de stad in de komende vier jaar groeien, waardoor iedere wijk in 2030 vaste wijkboa’s heeft. ƒ Het bestuurlijk interventieteam Eindhoven (BITE) wordt jaarlijks gemiddeld minimaal een keer per week ingezet in de strijd tegen ondermijning. ƒ De positieve trend in het rapportcijfer ‘Veiligheid in de buurt’ wordt voortgezet van een 7,2 in 2025 naar een 7,5 in 2030.

Dit gaan we doen 1. We vergroten de capaciteit van handhaving met 20 fte in de komende vier jaar. Elke wijk krijgt een vaste wijkboa. Dit is een bekend gezicht. We zorgen dat deze op verschillende tijdstippen, ook na tienen en in de buurten aanwezig is. Ook zetten we per stadsdeel tenminste één wijk-GGD’er in. 2. We stimuleren dat er vitale buurtpreventieteams zijn in alle wijken en ondersteunen ze met voldoende budget. We zorgen voor intensieve contacten met de wijkagent en wijk-boa. 3. We zorgen voor langjarige inzet van horeca- en straatstewards, zodat er continuïteit ontstaat. Met de inzet van onder andere sociaal psychiatrisch verpleegkundigen zorgen we voor laagdrempelige zorg op straat voor mensen met onbegrepen gedrag, waardoor er enerzijds passende hulp geboden wordt en anderzijds de inzet van politie en handhaving bij deze problematiek teruggedrongen wordt. We zorgen dat elke wijk tenminste één jongerenwerker heeft. In wijken waar meer jeugdproblematiek speelt, breiden we dit aantal uit. 4. We intensiveren de inzet van het bestuurlijk interventieteam (BITE) naar gemiddeld één keer per week, daarnaast onderzoeken we of een brede aanpak zoals BITE ook opgezet kan worden voor de aanpak van woonoverlast. 5. We continueren de geïntensiveerde aanpak met politie, OM en belastingdienst om de ondermijnende criminaliteit in de Kruisstraat/Woenselse Markt aan te pakken.

Hiervoor voert de gemeente een vergunningsplicht voor alle ondernemingen in. 6. Samen met partners werken we aan een persoonsgerichte aanpak van notoire overlastplegers. We komen intensiveren de aanpak tegen seksueel geweld, kindermishandeling, huiselijk geweld en femicide. Ook onderzoeken we de mogelijkheid voor een expertisecentrum geweld, bijvoorbeeld een Filomenahuis,

in Eindhoven waar professionals samenwerken onder één dak om inwoners te helpen die te maken hebben met extreme situaties van partnergeweld of kindermishandeling. 7. We vinden het belangrijk dat we plekken waar vrouwen en LHBTIQ+ groepen zich onveilig voelen, aanpakken. Vooruitlopend op de uitkomsten van het Burgerberaad Veiligheid op straat, pakken we meldingen over sociaal onveilige plekken in de stad al concreet op. We zetten de aanpak van straatintimidatie voortvarend door. De uitvoering van de adviezen van het Burgerberaad volgt vanaf 2027. 8. We investeren in bewustwording en zelf- en samenredzaamheid onder inwoners en ondernemers, zodat zij weerbaarder, veer­ krachtiger en beter voorbereid zijn op mogelijke verstoringen. We beschermen onze vitale infrastructuur tegen externe dreigingen en monitoren structureel de (digitale) risico’s.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 33

Diversiteit en inclusie Wij vinden het belangrijk dat Eindhoven een stad is waar iedereen zich thuis, veilig en welkom voelt en volwaardig kan meedoen. Diversiteit zien we als kracht. We staan voor een samenleving waarin iedereen zichtbaar zichzelf kan zijn, en waarin verschillen verbinden in plaats van verdelen. Inclusie is voor ons een vast uitgangspunt in alles wat we doen. Dat kunnen we niet alleen: samenleven is een werkwoord en vraagt inzet van ons allemaal. Dit vraagt om interesse in de ander en respect voor elkaar. Daarom zetten we in op gelijke kansen, goede toegankelijkheid en sterke gemeenschappen, waar­ onder ook onze religieuze en levensbeschouwelijke organisaties. We hebben extra aandacht voor inwoners die drempels ervaren, bijvoorbeeld door hun achtergrond, identiteit, seksuele voorkeuren, gender, beperking of sociaaleconomische positie. We sluiten onze ogen niet voor het feit dat diversiteit soms ook spanning geeft in de samenleving. Discriminatie en uitsluiting accepteren we niet en pakken we actief aan.

Uitgangspunten Van buiten ƒ We werken vanuit bestaande nationale en internationale kaders, waaronder het VN-Verdrag Handicap, anti­ discriminatie-wetgeving en maken gebruik van relevante subsidiemogelijkheden vanuit het Rijk en Europa. Van onszelf ƒ Het Beleidsplan Diversiteit & Inclusie blijft onze leidraad en het bestaande Uitvoeringsprogramma Inclusief Samenleven en de Lokale Inclusie Agenda zetten we door. ƒ We zijn en blijven een Regenboogstad.

34 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Doelstellingen ƒ Het aandeel inwoners dat bekend is met het Meldpunt Discriminatie.nl stijgt van 18% naar 35% in 2030. ƒ Eindhovenaren voelen zich meer verbonden met elkaar en er is meer structureel contact onderling. ƒ We vergroten het bewustzijn van en respect voor verschillen en overeenkomsten in de samenleving. En versterken gelijkwaardig­ heid en rechtvaardigheid.

Dit gaan we doen 1. We verlengen het uitvoeringsprogramma Inclusief Samenleven en maken een uitvoeringsagenda om bestaande en nieuwe initiatieven en samenwerkingen duurzaam te ondersteunen en partners continuïteit en zekerheid te bieden. 2. We borgen de initiatieven Pride en Keti Koti langjarig, naast de langlopende evenementen in de stad zoals de Lichtjesroute en carnaval. 3. We geven uitvoering aan het Regenboogstembusakkoord en ondersteunen initiatieven zoals de Week van Respect. 4. We monitoren doorlopend de toegankelijkheid van de publieke ruimte en verbeteren jaarlijks de fysieke, digitale of sociale toegankelijkheid van minimaal 5 (evenementen)locaties of voorzieningen, zoals buurthuizen.

Internationalisering De komende vijftien jaar groeit Eindhoven met circa 50.000 nieuwe inwoners. Hierdoor verandert de samenstelling van de stad. In 2026 heeft 21% van onze inwoners een niet-Nederlandse nationaliteit en het aandeel Eindhovenaren met een niet-Nederlandse herkomst groeide van 25% in 2005 naar bijna 50% in 2026. Jaarlijks vestigen zich mensen van over de hele wereld om hier te wonen, studeren en werken. Deze internationale gemeenschap is divers en bestaat onder andere uit studenten, kenniswerkers, arbeidsmigranten, asielzoekers en statushouders. Het gaat om nieuwkomers die hier tijdelijk of voor langere tijd verblijven, dat verrijkt onze stad. De kans is groot dat nieuwe buren straks van origine een andere taal spreken. Voor ons gaat internationalisering verder dan alleen economische groei en talentontwikkeling. Het draait om een goede balans tussen internationale aantrekkingskracht en de leefbaarheid in de stad. Daarbij staat participatie van internationals en de verbinding met inwoners centraal. Dit vraagt inzet van de international zelf én van werkgevers, buurtbewoners en andere inwoners van de stad. We willen dat internationale inwoners hun weg weten te vinden en zich verbonden voelen met de stad en haar inwoners. Het leren van de Nederlandse taal vormt daarbij een belangrijke basis om volwaardig deel te nemen aan werk, onderwijs en samenleving.

Kom je naar Eindhoven, dan willen we dat je je welkom voelt, hier echt thuis kunt zijn. Wie zich hier vestigt, krijgt kansen. We verwachten ook dat iedereen meedoet, de taal leert en actief verbinding zoekt.

Uitgangspunten Van buiten ƒ Instroom van internationals is veranderlijk en afhankelijk van geopolitieke ontwikkeling, Europees beleid en Rijksbeleid. ƒ We houden ons aan de spreidingswet. Van onszelf ƒ Vanuit economisch perspectief hanteren we de Regionale Visie op Internationaal Talent (2024) en het Strategisch Arbeidsmarktplan Regio Zuidoost Brabant, op sociaal gebied het uitvoeringsprogramma Inclusief Samenleven. ƒ We bieden ondersteuning voor diverse groepen via onder andere het Holland Expat Center South, Work in NLinformatiepunt Zuidoost Brabant en Team Migratie. ƒ Beleidsplan Welkom in Eindhoven. ƒ De bed-bad-brood-regeling.

Doelstellingen ƒ Het aantal inwoners dat moeite heeft met lezen, spreken en schrijven van Nederlands daalt van 18% naar 10% in 2030. Binnen 6 maanden is elke nieuwkomer begonnen aan taalles. ƒ We vergroten ontmoeting tussen internationals en andere Eindhovenaren om sociale cohesie en verbondenheid te versterken. Het aantal internationals dat meedoet aan vrijwilligerswerk stijgt. ƒ We spreiden evenementen en bijeenkomsten gericht op het verbinden van oude en nieuwe Eindhovenaren beter over de stad.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 35

Dit gaan we doen 1. We zorgen voor toegankelijke en betaalbare taallessen, samen met partners in de stad, die aansluiten bij verschillende doelgroepen en levensfases. Bestaande programma’s zoals Taalkracht en de werkgeversaanpak versterken we, zodat meer internationals snel gebruik maken van het aanbod. 2. We borgen de samenwerking tussen bestaande loketten voor internationals en vergroten de bekendheid en vindbaarheid van deze loketten. 3. De toenemende internationalisering vraagt een verdere gezamenlijke aanpak en inzet om internationale inwoners goed te laten landen en mee te laten doen. We intensiveren de informatie en inzet voor nieuwkomers en werkgevers over ondersteuning bij het leren van de Nederlandse taal en cultuur, het vinden van onderwijs en (vrijwilligers)werk en mogelijkheden om anderen te ontmoeten via sport en cultuur. 4. We faciliteren en stimuleren initiatieven en evenementen gericht op het verbinden van oude en nieuwe Eindhovenaren. 5. We ondersteunen dat internationals actief worden in de maatschappij. Dit doen we door het stimuleren van bijvoorbeeld stages, maatschappelijke activiteiten, vrijwilligerswerk en lidmaatschappen bij verenigingen. Hierbij betrekken we vrijwilligersorganisaties. Ook stimuleren we initiatieven die partners van internationals begeleiden richting werk. 6.

We zetten het Actieplan EU-Arbeidsmigranten door en herijken dit, inclusief de pilot voor dakloze EU-arbeidsmigranten. 7. We zijn trots op programma’s als Welkom in Eindhoven waardoor nieuwkomers vanaf dag één kunnen meedoen door te starten met het leren van de Nederlandse taal, werk of vrijwilligerswerk.

36 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Hier geven we verdere uitvoering aan. We ontwikkelen leerwerktrajecten met statushouders in bijvoorbeeld de zorg en techniek, waarbij we werk en taalonderwijs combineren. 8. We zorgen voor fatsoenlijke opvang van asielzoekers en nemen een eerlijk aandeel in de landelijke opgave. We sluiten onze ogen niet voor wat er in de wereld gebeurt. We vangen asielzoekers op in locaties verspreid over de stad. We maken deze locaties flexibel zodat ze kunnen mee-ademen met daling en stijging van asielinstroom. We zoeken naar definitieve locaties ter vervanging van de huidige tijdige locaties.

Inwoners- en overheidsparticipatie Eindhovenaren houden van hun stad en willen graag meedenken over de toekomst van Eindhoven. We vinden het belangrijk dat we samen met inwoners de stad maken. Participatie speelt daarin een centrale rol. Inwoners doen al veel voor hun buurt en weten wat er speelt en nodig is. Daarom geven we bewoners(organisaties) meer verant­woordelijkheid voor plannen in hun gebied, zoals het groen, de inrichting van de openbare ruimte en de inzet van handhaving. We werken samen met actieve inwoners en initiatieven, maar houden oog voor het ‘stille midden’ en stemmen die minder snel gehoord worden. We passen onze aanpak aan per project en geven ruimte voor innovatie. Zo betrekken we zoveel mogelijk verschillende inwoners bij het meedenken over de stad. Hiermee verbeteren we de kwaliteit van ontwikkelingen en vergroten we het begrip voor keuzes en beslissingen die we maken. Het moet makkelijk zijn om actief mee te kunnen doen als inwoner. Daarbij streven we naar een evenwichtige afspiegeling van onze inwoners. Goede communicatie en heldere taal zijn hierbij belangrijk. We geven vooraf duidelijk aan waarover meegedacht kan worden en wat beïnvloedbaar is. Zo zorgen we voor de juiste verwachtingen bij inwoners. Tegelijkertijd realiseren we ons dat het niet mogelijk is om iedereen tevreden te stellen met de besluiten van de gemeente.

Uitgangspunten Van buiten ƒ Externe initiatiefnemers en partners hebben een rol in het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden. Van onszelf ƒ De Nota Inwoners- en Overheidsparticipatie, de Nota Participatiebeleid Omgevingswet en de Verordening inwonersparticipatie 2023 zijn onze kaders, het uitdaagrecht is daaraan toegevoegd. ƒ Met Het Eindhoven van de Toekomst stimuleren we de betrokkenheid van inwoners en partners bij de ontwikkeling van de stad. ƒ Het Eindhovens Statuut geeft vorm aan participatie met huurders bij renovatie- en sloopprojecten.

Doelstellingen ƒ Het aandeel inwoners dat aangeeft voldoende mogelijkheden te hebben om ideeën en initiatieven over ontwikkelingen in de stad of buurt te realiseren, stijgt van 35% in 2025 naar 40% in 2030. ƒ Het aandeel stemgerechtigde inwoners dat stemt tijdens de volgende gemeenteraadsverkiezingen is toegenomen van 44,4% naar 50%. ƒ De waardering voor het gebruik van heldere en begrijpelijke taal door de gemeente stijgt van 62% in 2025 naar 75% in 2030. ƒ Het aandeel mensen dat zich het afgelopen jaar heeft ingezet voor de buurt neemt toe van 34% in 2025 naar 50% in 2030.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 37

Dit gaan we doen 1. We ondersteunen initiatieven uit de buurt, bijvoorbeeld wanneer bewoners zich inzetten voor het onderhoud van groen, een bijdrage leveren aan de veiligheid of activiteiten organiseren die de sociale cohesie versterken. 2. Elke buurt krijgt een eigen buurtbudget. Inwoners bepalen via hun bewonersvereniging wat daarmee gebeurt. 3. We voeren acties uit om politieke betrokkenheid te vergroten en om zichtbaar te maken hoe je als inwoner mee kunt doen. Bestaande campagnes zoals Mijn stad, mijn stem zetten we door. 4. We voeren het burgerberaad Veiligheid op straat uit en evalueren of we dit instrument opnieuw in kunnen zetten. 5. We leren van initiatieven van de Jeugdraad en Jong040 en in het licht van de vergrijzing kijken we ook hoe we ouderen meer stem kunnen geven. Daarnaast onderzoeken we hoe we mensen met een internationale achtergrond beter kunnen bereiken en betrekken. En we vragen ervaringsdeskundigen, zoals mensen met een lichtverstandelijke beperking, om mee te denken en doen. 6. We maken alle informatie over participatie ook in het Engels beschikbaar en waar relevant in andere talen. We gebruiken in de communicatie met inwoners altijd heldere taal (B1). 7. In onze samenwerkingsverbanden dragen we het belang van het goed betrekken van inwoners uit.

We maken duidelijke afspraken hierover bij inkoop en subsidies en we zorgen voor een ambtelijk aanspreekpunt die kan meedenken over de mogelijkheden van participatie.

38 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

8. We blijven het gesprek voeren over Het Eindhoven van de Toekomst en organiseren zo actieve betrokkenheid bij de zes stadsdoelen. We maken zichtbaar wat de gemeente aan de doelen doet en stimuleren inwoners en organisaties om hun eigen bijdrage te leveren.

Een sociale en ondernemende stad Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 39

Sociale basis, ondersteuning en zorg Een sterke sociale basis vormt het fundament van een gezonde, veerkrachtige en leefbare stad. Het stelt inwoners in staat om mee te doen, elkaar te ondersteunen en zoveel mogelijk samenredzaam te zijn. Door hulpvragen tijdig in de sociale basis op te pakken, voorkomen we dat een deel hiervan in de eerste of tweede lijn landt.

en inzichten actief betrekken bij onze transformatieopgave. En we geven uitvoerende professionals de ruimte om te doen wat nodig is. We betrekken hierbij de cliëntenraad. Ook gaan we op zoek naar een gedeelde verantwoordelijkheid voor deze opgave met onze regio­ gemeenten.

Zorg en ondersteuning hoort betrouwbaar, toegankelijk en toekomst­bestendig te zijn. Dak- en thuisloosheid voorkomen we zo veel als mogelijk en we streven ernaar dat er voor psychisch kwetsbare inwoners snel een passende zorg- en/of woonvorm is.

We maken meer gebruik van collectieve vormen van zorg en ondersteuning. Mantelzorg blijft cruciaal, we willen mantelzorgers zo veel mogelijk ondersteunen. Goede zorg en ondersteuning vraagt iets van onze gehele samenleving. Stichtingen, verenigingen, hun vrijwilligers en (geloofs)gemeenschappen zijn erg belangrijk en versterken het sociaal weefsel.

Bij ondersteuning van inwoners die dat nodig hebben, gaan wij ervan uit dat mensen zoveel mogelijk zelf beslissen over hun leven en zorg. Wij vinden het belangrijk dat onze oudere inwoners zo lang mogelijk actief kunnen blijven deelnemen. We bieden ondersteuning waar nodig en gaan vereenzaming tegen. Als het tegenzit, is er een vangnet dat helpt om weer houvast en perspectief te krijgen. De focus ligt op preventie, vroege signalering en het versterken van de sociale basis. Daarnaast zetten we in op slimmer organiseren, door verbinding van wonen, zorg en welzijn in de wijk. We realiseren ons dat dit een enorme opgave is, onder andere door de vergrijzing. Dit is niet alleen een financiële uitdaging, ook het grote tekort aan zorgpersoneel maakt verandering noodzakelijk. Het vraagt om een herinrichting van het zorglandschap (zowel voor jeugdhulp als Wmo-zorg) en de sociale basis. Het aanbod tweedeen eerstelijnszorg neemt af, er zal een verschuiving plaats gaan vinden tussen hulp dat vanuit de tweede lijn, eerste lijn en sociale basis wordt opgepakt. Ook moet er meer door het persoonlijk netwerk/gezinnen zelf worden ondersteund. We gaan op zoek naar een nieuwe relatie met onze zorgpartners, waarbij we hun kennis

40 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Uitgangspunten Van buiten ƒ De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) maakt ons verantwoordelijk voor de ondersteuning van mensen die niet op eigen kracht samenredzaam zijn. We ondersteunen de voorgenomen landelijke wetswijziging om de eigen bijdrage voor de Wmo aan te passen, waarbij meer rekening wordt gehouden met inkomen en vermogen. Van onszelf ƒ De Koers Sociaal (2)040 is onze leidraad, we geven uitvoering aan het Programmaplan Transformatie Sociaal (2)040 2025-2030. ƒ We zetten de uitvoering van het raadsvoorstel Vitale Ouderen in (2)040 en de Woonzorg- visie 2023 - 2030 door.

Doelstellingen ƒ We dringen wachtlijsten voor de Wmo terug, en handelen Wmo hulpvragen binnen de maximale wettelijke termijn van 8 weken af (6 weken voor onderzoek en 2 weken voor aanvragen). ƒ De mate van (zelf- en samen-)redzaamheid bij inwoners neemt toe van 56% in 2025 naar 70% in 2030. ƒ In de veronderstelling dat de kosten van de Wmo verder gaan groeien, stellen we ons ten doel om het financiële basispad van 2025 naar 2030 enkel te laten groeien met het inwonersaantal.

Dit gaan we doen 1. Met de zorginkoop van 2028 beperken we het aantal Wmoaanbieders, sturen we aan op langere contracten en onderzoeken we de sturing met budgetlimieten. We zetten in op kwaliteit van voorzieningen. 2. Om de kwaliteit van de zorg en begeleiding te verbeteren, zoeken we ruimte in de aanbesteding en gegevensdeling. 3. Bij de herinrichting van het zorglandschap nemen we ook de opdracht van WIJeindhoven en het Servicebureau mee. 4. We geven bewoners, vrijwilligers en zorgverleners meer zeggen­ schap en ruimte over gewenste en benodigde ondersteuning, zoals bijvoorbeeld voorzorgcirkels. 5. Bij het declareren van zorg worden soms fouten gemaakt. Dat is menselijk en kan iedereen overkomen. Maar bewust misbruik van zorgbudget om er zelf beter van te worden accepteren we niet: dat pakken we stevig aan. 6. We versterken de samenwerking met zorgverzekeraars. We zetten in op gezamenlijke afspraken over de kosten en opbrengsten van zorg, gecombineerd met het investeren in preventie en ondersteuning in de wijk. Hierbij past het experimenteren met wijkbudgetten. 7. We willen voorkomen dat tijdens het wachten op zorg, situaties escaleren. Daarom komen we met een aanpak voor lichtere

(vrijwillige) begeleiding, contactmomenten en inzet van ervarings­deskundigen. We versterken hiervoor de samenwerking met vrijwillige hulpverleners, zoals cliëntondersteuners en ouderenadviseurs. 8. We ontwikkelen een aanpak - specifiek voor ouderen - gericht op meer preventie, langer zelfstandig wonen, het voorkomen van eenzaamheid, en op het kunnen benutten van hun kennis en levenservaring. Hierbij horen onder andere evenementen of informatie voor mensen die de AOW-leeftijd naderen en de inzet van (vrijwillige) ouderadviseurs. We werken actief samen met seniorenorganisaties. 9. We komen met een Integraal Huisvestingsplan (IHP) voor de Wmo. 10. We maken stevige afspraken met regiogemeenten over het realiseren van voorzieningen, de instroom (onder andere het aantal uithuiszettingen) en de uitstroom, zodat de druk op Eindhoven afneemt. 11. We stellen extra middelen beschikbaar voor het transformatie­ fonds. 12. We stimuleren initiatieven in de sociale basis die eenzaamheid voorkomen en het taboe doorbreken, zoals Join Us en Fietsmaatjes. 13. Mantelzorgers en vrijwilligers zijn onmisbaar, maar staan steeds meer onder druk. Daarom intensiveren we ondersteuning, bijvoorbeeld met respijtzorg, waarmee mantelzorgers even op adem kunnen komen. 14. Vrijwilligers waarderen we actief.

We versoepelen de regels voor onkostenvergoeding van vrijwilligers en we kijken waar we de administratieve lasten voor vrijwilligersorganisaties kunnen verlagen. 15. We ondersteunen de verdere doorontwikkeling van de app Jijdoet040, waarmee inwoners vrijwilligerswerk kunnen vinden dat bij hen past.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 41

Jeugd en jeugdzorg De jeugd is onze toekomst. We willen dat alle kinderen en jongeren gezond, veilig en kansrijk kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Wij vinden het niet normaal dat bijna 1 op de 9 kinderen en jongeren jeugdzorg nodig heeft. We willen dat dit afneemt. Uitdagingen bij opgroeien en opvoeden horen bij het leven en vragen niet altijd om professionele hulp. We onderschatten niet de vragen die voor kinderen en jongeren spelen en de situaties waar (langdurige) inzet van hulp of zorg noodzakelijk is. We vinden dat hulp waar mogelijk korter en gerichter kan zijn. Met preventie en collectieve ondersteuning komen problemen vroeger aan het licht en verminderen we de noodzaak van zwaardere zorg. We kijken naar het kind en de thuissituatie, én naar de leefomgeving: de school, de straat, de sportclub of vereniging. We gaan uit van het principe ‘zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig’. Voor sommige kinderen en buurten zullen we daarom meer moeten doen dan voor andere. Dit vraagt ook om een flinke cultuurverandering; uitdagingen vragen niet altijd om professionele hulp. De ondersteuning die nodig is, staat voor ons in het teken van kwaliteit en effectiviteit. We willen zo meer grip krijgen op de toename van de vraag, de wachtlijsten en op de kosten.

Dit is nodig om het totale systeem van jeugdzorg toekomstbestendig te maken, omdat dat inhoudelijk, financieel en personeel-technisch nu niet zo is. Maar bovenal om jongeren in de toekomst zorg te kunnen garanderen.

financiële basispad van 2025 per 2030 af te buigen met 15% (zie grafiek). ƒ In de komende 4 jaar zetten we stappen om te werken aan het verlagen van het aantal jeugdigen dat tweedelijns jeugdzorg gebruikt, zodat op langere termijn nog maar 1 op de 15 jongeren jeugdzorg nodig heeft. ƒ We verminderen de kosten van dure specialistische jeugdzorg. Met behoud van kwaliteit stellen we ons ten doel om de kosten van de 200 meest intensieve behandeltrajecten terug te dringen.

Uitgangspunten

Doelstellingen

Van buiten ƒ Jeugdzorg is een wettelijke taak. ƒ In heel Nederland staat de jeugdzorg onder druk. Er is onzekerheid over financiering en mogelijke bezuinigingen vanuit het Rijk en stelselwijzigingen. ƒ De analyse en conclusies van het Rapport Groeipijn, Advies Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd (advies Van Ark) laten zien dat er landelijk en lokaal forse stappen nodig zijn. ƒ We werken regionaal samen op inkoop van jeugdzorg. ƒ Beschikbaarheid van voldoende en gekwalificeerd personeel staat onder druk.

ƒ Passende ondersteuning, hulp en zorg voor kinderen en jongeren die dat nodig hebben. ƒ In de veronderstelling dat de kosten van de jeugdzorg verder gaan groeien, gaan wij bijsturen en stellen we ons ten doel om het

Van onszelf ƒ De Koers Sociaal (2)040 houden we vast en het programma Deltaplan Jeugd borgen we in de lijn Kansrijk Opgroeien.

42 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Ontwikkeling kosten jeugdzorg (prijspeil 2025) 150 140 130 120 110 100

2026

Budget

2027

2028

2029

Van Ark structureel

2030

Basispad

2031

Afbuiging 15%

4. We maken afspraken met huisartsen over een uniforme werkwijze van verwijzen om het aantal en de herhaling van verwijzingen naar jeugdzorg omlaag te brengen. 5. We versterken de preventie in de eerste 1000 dagen van een kind (Kansrijke Start) door focus op gezonde hechting en kraamzorg, en waar nodig de eigen bijdrage van kraamzorg te vergoeden voor mensen die dit niet zelf kunnen betalen. 6. We investeren in opvoedondersteuning, in de leefomgeving van jongeren en in de sociale basis. Dat doen we door bijvoorbeeld in elke wijk een jongerenwerker, kinderwerk tot 12 jaar, en SPIL- en vve-beleid gecombineerd met een aanpak achter de voordeur. 7. We zetten het Transformatiefonds in om met incidentele middelen structurele ombuigingen te realiseren. 8. We jagen de bredere maatschappelijke dialoog gericht op normaliseren, opgroeien en opvoeden aan.

Dit gaan we doen 1. Onze inzet voor de regionale aanbesteding voor de jeugdzorg (2028) is: ƒ Versterken van het aanbod voor de specialistische zorg, met een betere prijs-kwaliteitsverhouding. ƒ Vergroten van de ruimte voor professionals om de juiste hulp te kunnen bieden, waardoor de opschaling voorkomen kan worden van jeugdzorgtrajecten. ƒ Flink terugbrengen van het aantal contractpartners en met langjarige contracten werken. ƒ Werken met bewezen methodieken. 2. We nemen bestuurlijke regie om grip te krijgen op de kwaliteit en kosten van specialistische jeugdzorg voor de 200 meest intensieve behandeltrajecten. 3. We verminderen de één-op-één ondersteuning door waar het kan collectievere vormen aan te bieden.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 43

Onderwijs en Studenten Onderwijs vormt de sleutel tot gelijke kansen en maatschappelijke vooruitgang. Leren stopt niet na school. Van peuter tot professional stimuleren we een leven lang ontwikkelen, samen met onderwijs­ instellingen, werkgevers en maatschappelijke partners. Basisvaardigheden zijn daarbij essentieel, net als voldoende tijd, middelen en waardering voor leraren. De gemeente is verantwoordelijk voor gezonde en duurzame schoolgebouwen (po en vo). Kinderen en jongeren hebben recht op ontwikkeling en onderwijs in de buurt. We zetten in op het uitvoeren van het Integraal Huisvestingsplan 2025-2041. Als trotse studentenstad biedt Eindhoven ruimte aan mbo-, hbo- en wo-studenten. Studenten brengen energie, creativiteit en innovatie en verdienen een plek waar ze zich thuis voelen. We investeren in betaalbare studentenwoningen, inclusieve voorzieningen en een

Uitgangspunten Van buiten ƒ Het Rijk bepaalt inhoud, kwaliteit en bekostiging van onderwijs en kinderopvang via landelijke wet- en regelgeving. Van onszelf ƒ Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2025-2041 (IHP), inclusief IHP Gestel. ƒ De Lokaal Educatieve Agenda 2024-2028 (LEA) is het uitgangspunt, we herijken deze in 2028. ƒ Actieplan Samen voor het mbo. ƒ Stadsplan Basisvaardigheden 2024-2028.

44 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

bruisend studentenleven, met ruimte voor ontmoeting, cultuur en ontwikkeling. Samen bouwen we aan een stad waarin iedereen kan leren, groeien en bijdragen.

Doelstellingen ƒ We realiseren in deze bestuursperiode de modernisering/ verbouwing van ten minste 16 scholen, volgens het IHP. ƒ Het percentage doelgroepleerlingen (groep 3) dat gemiddeld of bovengemiddeld scoort voor technisch lezen, stijgt van 59% naar 70% in 2030. ƒ Het percentage leerlingen met startkwalificatie stijgt van 61% naar 76% in 2030. ƒ Het mentaal welzijn van scholieren en studenten verbetert. ƒ We maken van Eindhoven een bruisende studentenstad met ruimte voor ontmoetingen, initiatieven en evenementen. Studenten beoordelen Eindhoven als studentenstad met >7,5. ƒ We verhogen het aandeel aan Leven Lang Ontwikkelen (LLO) van 19% naar 21% in 2030. ƒ We streven er jaarlijks naar dat tenminste 60% van de deelnemers aan volwasseneneducatie taalvaardiger wordt.

Dit gaan we doen Studenten 1. We werken samen met studenten(organisaties) en onderwijs­ instellingen aan een studentenagenda. Hierin maken we afspraken over eerlijke stagevergoedingen, het bestrijden van stagediscriminatie, mentale gezondheid en het ondersteunen van studentenverenigingen en -evenementen. We zetten in op een Eindhovense ‘veerkrachtcoalitie’ om welzijn van studenten en jongeren te verbeteren. We meten hoe studenten de stad beoordelen.

2. We versterken ons actieplan Samen voor het mbo. Zo zorgen we dat ook mbo-studenten van studentenfaciliteiten gebruik kunnen maken of korting kunnen krijgen. Met het mbo, hbo en universiteit versterken we gezamenlijke verenigingen en activiteiten. Onderwijs 3. We realiseren de IHP-uitvoeringsplannen. Daarnaast kijken we hoe meer multifunctioneel gebruik gemaakt kan worden van onderwijsgebouwen. 4. We starten een grootschalige aanpak kansengelijkheid en we breiden de Rijke Schooldag uit tot minimaal 50 deelnemende scholen. We onderzoeken samen met scholen de mogelijkheden om onder andere gratis schoollunches, schoolfruit, huiswerk­ begeleiding en weerbaarheidstrainingen aan te bieden. 5. We gaan aan de slag met een taaloffensief om laaggeletterdheid en taalachterstand aan te pakken, in samenwerking met onder andere kinderopvang, scholen, bibliotheek en andere (maatschappelijke) partners. We breiden taalprogramma’s en het schakelklasprogramma uit voor (internationale) kinderen. 6. We zien dat kinderen steeds vaker een niet-passend advies krijgen van po naar vo. Onderdeel van dit probleem is dat praktisch onderwijs vaak ondergewaardeerd wordt. We benutten onder andere het overleg van de LEA om het advies en plaatsingsproces en de effecten ervan te volgen en samen afspraken te maken. 7.

We ondersteunen scholen om het aantal thuiszitters terug te dringen, door uitvoering te geven aan het regionaal beleids­ programma LLO.

8. We optimaliseren de voor- en vroegschoolse educatie (vve) en zetten ons in om de positie van kinderen in kwetsbare posities te verbeteren binnen het SPIL-concept. 9. We kijken hoe we de lessen van het SPIL-concept kunnen gebruiken om deze verder uit te breiden, waarbij de rol van ouders nadrukkelijk terugkomt. De inzet van sleutelfiguren, zoals een brugfunctionaris, speelt hierin een belangrijke rol. 10. We versterken de preventieve aanpak op scholen door ‘schoolteams’ op het gebied van de sociale basis of onder­ steuning vanuit de eerstelijn, te beginnen op de scholen de hoogste jeugdhulpvraag.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 45

Economie De hightech maakindustrie en de Brainport samenwerking tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheid staat nationaal en internationaal op de kaart. We zijn hier trots op en koesteren de unieke kracht van deze samenwerking. Onze inzet is gericht op het faciliteren van een aantrekkelijk leef- en vestigingsklimaat. We zetten – samen met de triple helix partners – in op diversificatie van onze economie om de economische basis te versterken, verbreden en toekomstbestendig te maken en niet afhankelijk te zijn van één waardenketen. Dit betekent ook dat we scherpe keuzes maken welke economische ontwikkelingen we niet faciliteren. Voor ons staat de brede welvaart voorop. We gebruiken de kracht van Brainport ook om aan een sociale en inclusieve samenleving te bouwen, zodat het een fijne plek blijft om te wonen, werken en leven. Dit doen we in nauwe samenwerking met de provincie en het Rijk en door gebruik te maken van de kansen die Europa ons biedt. We stimuleren bovendien álle werkgevers om verantwoordelijkheid te nemen voor het welzijn en de welvaart van hun medewerkers en omgeving. Onze lokale economie is van grote waarde. Van de winkeliers in de wijkwinkelcentra of de binnenstad, tot de mkb’er op onze bedrijven­ terreinen. We stimuleren kennis en investeringen in digitalisering en verduurzaming. We verminderen administratieve lasten en onnodige regels.

Startups begeleiden we met programma’s voor ondernemen en groeien. We zien dat er meer ruimte nodig is om te kunnen ondernemen. Dit gaan we onder andere doen via intensivering en verdichting op bedrijventerreinen. We benutten de ruimte slimmer, ook bij wijkwinkelcentra, en onderzoeken kansen voor een mix aan wonen, voorzieningen en bedrijvigheid. Daarbij geven we ook een kwaliteitsimpuls onder andere door het toevoegen van meer groen.

46 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Uitgangspunten Van buiten ƒ We werken samen met Rijk, provincie en de regio om de Brainportregio verder te versterken via het Bestuurlijk Overleg Brainport. ƒ Beethovenconvenant. Van onszelf ƒ Het Meerjarenplan 2025-2032 Brainport in Balans en het MRE-samenwerkingsakkoord 2023-2026 In Goede Banen. ƒ De Regionale Visie Werklocaties MRE 2024. ƒ We hanteren de huidige beleidsvisies als uitgangspunt: detailhandelsvisie, bedrijventerreinenbeleid, MKB-deal, startupbeleid (The Gate).

Doelstellingen ƒ Brainport Eindhoven blijft tot de meest economisch sterke regio’s van Nederland horen. ƒ De verblijfskwaliteit en diversiteit van ondernemerschap in de binnenstad en acht wijkwinkelcentra is verbeterd. ƒ We pakken drie bedrijventerreinen aan met als doel kwaliteitsverbetering en ruimtewinst. ƒ Huisvestiging voor startups is substantieel gegroeid.

Dit gaan we doen 1. We zetten in op goede samenwerking met de ondernemers­ verenigingen in wijkwinkelcentra en in de binnenstad. We komen tot samenwerkingsafspraken over onder andere levendigheid en openbare ruimte, eventueel gekoppeld aan hun Bedrijven­

2.

3.

4. 5.

6.

investerings­zone (BIZ) en zetten de subsidieregeling Kleinschalig Ondernemerschap door. Als laatste fase van de herinrichting van de openbare ruimte in de binnenstad, pakken we de Markt aan. We starten met een aanpak voor de kwaliteitsverbetering van ten minste drie bedrijventerreinen op basis van de bestaande kansenkaarten. We doen dit met aandacht voor doorschuif­ locaties, inbreiding (door eventuele mix van wonen, voorzieningen en bedrijvigheid) en het creëren van extra ruimte voor de toekomstige vraag voor bedrijfshuisvesting. Altijd in combinatie met verduurzaming en vergroening. Daarbij zijn campussen dé plek voor high-tech bedrijven. Voor de ontwikkeling van Flight Forum komen we met scenario’s. Dit alles doen we in samenwerking met de ondernemersverenigingen. We onder­ steunen dit door gebruik te maken van planologische en (nieuwe) financiële maatregelen. We voeden het Toekomstfonds extra als zich kansen voordoen. We zoeken hiervoor ook samenwerking met de provincie. We brengen in beeld welke bedrijventerreinen we duurzaam kunnen verbeteren. Zo ontstaat er meer ruimte voor bedrijven op bestaande terreinen. We onderzoeken wat kan en wat dat van ons vraagt. Samen met omwonenden, ondernemers en vastgoedeigenaren werken we aan het toekomstperspectief De Hurk. We versterken en faciliteren onze campussen.

We zetten daarnaast de ingezette strategie voor campusontwikkeling (Grip op Campussen) door, in afstemming met Brainport Development. Met overlastgevende bedrijven stippelen we een route uit vanuit het uitgangspunt: verduurzamen, inzet van best beschikbare technieken, of verkennen van een alternatieve locatie.

7. We ondersteunen mkb’ers, startups en sociale ondernemers met opgaven voor circulariteit, verduurzaming, digitalisering en toegankelijkheid. Bijvoorbeeld door launching customer te zijn, lokale inkoop te stimuleren en uitvoering te geven aan een Circulair Ambachtscentrum. We continueren het mkb-team. 8. We gaan samen met Brainport Development in gesprek over hoe belangrijke technologieën en markten in de regio versterkt kunnen worden, zoals nieuwe sleuteltechnologieën (fotonica) en de inzet op onze OEM’ers (Original Equipment Manufacturers). 9. We gaan verder met het programma Snappen of Schrappen en nemen de lessen hieruit mee naar andere domeinen.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 47

Werk en participatie Iedereen moet mee kunnen doen. Werk is daarbij een belangrijke springplank; het biedt voor veel mensen financiële bestaans­zeker­ heid, structuur, sociale contacten, eigenwaarde en perspectief. Dat onze economie veel werkgelegenheid biedt, is helpend om mensen vanuit de bijstand naar passend werk te kunnen begeleiden. We zetten ons in om meer mensen die nu nog aan de kant staan – met een stimulerende bijstand – aan het werk krijgen. Onder andere door het verlagen van drempels om mee te doen. Dit kan met kleine stappen of grote sprongen. En ook met dagbesteding of vrijwilligers­ werk, als betaald werk niet lukt. We stimuleren talentontwikkeling en hebben – naast techniek – ook oog voor de publieke sectoren met personeelstekorten, zoals zorg, onderwijs en de energietransitie.

Uitgangspunten Van buiten ƒ Arbeidstekorten in cruciale sectoren en bestaande banen­ plannen voor zorg, onderwijs, techniek en energietransitie. ƒ Regionale samenwerking met werkgevers en onderwijs, sterke regionale arbeidsmarktaanpak, werkcentrum en Beethoven Talent. Van onszelf ƒ We onderschrijven de ingezette strategische koers van Ergon. ƒ De Aanpak jeugdwerkeloosheid zetten we door. ƒ Het Uitvoeringsprogramma Vrijwillig voor elkaar. ƒ Koers Sociaal (2)040 en bestaande succesvolle pilots Werk & Geld. ƒ We geven uitvoering aan het Regionaal Educatief Programma 2026-2029.

48 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Doelstellingen ƒ We verhogen de uitstroom naar duurzaam werk ten opzichte van het bijstandsbestand van 7% in 2024 naar 10% in 2030. ƒ We gunnen mensen een duurzaam perspectief en willen dat er minder mensen (zowel op duur als op leeftijd) afhankelijk zijn van de bijstand. Het aantal bijstandsgerechtigden per 1.000 inwoners daalt van 35 naar 30. ƒ Het percentage statushouders met betaald werk stijgt van 35% naar 50% in 2030.

Dit gaan we doen 1. We schalen succesvolle pilots voor het helpen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt naar werk op, bijvoorbeeld door jobcarving en inzet van ervaringsdeskundigen. Dit doen we in gezamenlijke verantwoordelijkheid met grote en kleine werkgevers. We maken processen eenvoudiger en sneller en we steunen Ergon als belangrijke partner in inclusief werk. 2. We ontwikkelen een aanpak in samenwerking met werkgevers, werknemersverenigingen, het UWV, Ergon, werkcentrum Zuidoost-Brabant en de onderwijsinstellingen om de grote vraag naar werknemers in de tekortsectoren op te vangen. Dit helpt tegelijk om onbenut talent uit de bijstand te halen. 3. Internationale werknemers en nieuwkomers verdienen dezelfde kansen op bestaanszekerheid, bescherming en participatie. We zetten in op afspraken met werkgevers en uitzendbureaus over goede arbeidsomstandigheden, begeleiding bij werkverlies en het behouden van onderdak tot een maand na ontslag. We informeren actief over rechten van arbeidsmigranten, het meldpunt arbeidsuitbuiting en meldpunt ondermijning

4. We versnellen de pilots Werk & Geld waarbij mensen met een bijstandsuitkering persoonlijk worden benaderd om aan de slag te gaan met hun talenten, werkervaring op te doen en doen een controle op rechtmatigheid. 5. We geven mensen die al twee jaar uit de bijstand zijn en een baan hebben een financiële beloning vergelijkbaar met de eerdere werkbonus na zes maanden. Dit geldt ook voor mensen onder de 27 jaar. 6. We werken samen met partners uit het bedrijfsleven en onderwijs aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt, waarin we specifiek aandacht hebben voor de tekortsectoren.

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 49

Bestaanszekerheid Alle Eindhovenaren – van jong tot oud – moeten mee kunnen doen. We zien dat de kloof tussen inwoners die vooruitkomen en inwoners die achterblijven toeneemt. We werken vanuit vertrouwen. Een foutje maakt iemand nog geen fraudeur. We bouwen aan een stad waarin niemand vergeten en iedereen duurzaam perspectief heeft. Werken moet lonen. Dat betekent een soepele overgang van uitkering naar werk of maatschappelijke bijdrage zoals vrijwilligers­ werk of aangepast/beschut werk. Als dat niet gaat, is hulp altijd dichtbij. Dit doen we samen met buurtorganisaties, vrijwilligers, bedrijfsleven, maatschappelijke partners en onderwijsinstellingen. Ook zetten we ons in om werkende armen en een armoedeval zoveel mogelijk te voorkomen.

Doelstellingen ƒ We verhogen jaarlijks het bereik van onze Meedoenbijdrage naar minimaal 90% in 2030. ƒ De wettelijke wachttijd voor een eerste gesprek over gemeentelijke schuldhulpverlening is maximaal vier weken. In de praktijk doen wij er alles aan om inwoners zo snel mogelijk te ondersteunen. De wachttijd voor spoed- en crisissituaties is maximaal drie werkdagen. ƒ Een verdubbeling van het aantal mensen dat met hulp van de gemeente duurzaam uitstroomt uit de schulden.

Dit gaan we doen 1. We benaderen inwoners actief en zetten in op proactieve dienstverlening. Zo wordt de weg naar de gemeente voor hulp makkelijker en laagdrempeliger. Hulp is ook beschikbaar buiten kantoortijden. We kiezen voor hulp in de wijken, samen met buurt- en vrijwilligersorganisaties. 2. We verstevigen de samenwerking voor vroegsignalering met maatschappelijke partners als woningcorporaties en zorgverzekeraars, en met werkgevers via onder meer Financieel Fit binnen Brainport voor Elkaar.

50 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

Uitgangspunten Van buiten ƒ Het Rijk werkt aan een landelijke oplossing om mondzorg beter toegankelijk te maken voor financieel kwetsbare mensen. We lobbyen voor een goede (financiële) regeling. ƒ Mondiale en landelijke ontwikkelingen hebben invloed op het besteedbaar inkomen van onze inwoners, dit vraagt wendbaarheid in ons handelen. Van onszelf ƒ Met het beleidsplan Een financieel zeker bestaan 2026 is de basis op orde. We werken aan de uitvoering hiervan.

3. We borgen bewezen en succesvolle aanpakken voor specifieke doelgroepen, zoals het Jongeren Perspectief Fonds en het Bouwdepot. 4. We zetten de huidige minimaregelen door en vereenvoudigen ze. Aanvullend: ƒ Kennen we de bijdrage – wanneer mogelijk – ambtshalve toe. ƒ Blijft de Meedoenbijdrage, inclusief gratis met de bus, beschikbaar voor inwoners met een inkomen tot 130% van het sociaal minimum. ƒ Verkorten we de wachttijd voor de individuele inkomenstoeslag blijvend van vijf naar vier jaar. ƒ Blijft mondzorg toegankelijk en verlengen we de huidige regeling met een jaar totdat dit landelijk geregeld is. 5. We blijven koplopergemeente bij de Landelijke Pauzeknop om schulden van inwoners te bevriezen wanneer de nood hoog is. 6. We verkennen of het opkopen en kwijtschelden van problema­ tische schulden van inwoners met een lage afloscapaciteit, inclusief passende begeleiding naar werk, een investering is die zich terugverdient. Een revolverend fonds is hier onderdeel van.

Financiën

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 51

Financiën Eindhoven staat er financieel goed voor en dat moet zo blijven. Onze begroting heeft een omvang van 1,3 miljard euro. We gaan verantwoord om met dit gemeenschapsgeld. De groei van de stad biedt zowel financiële kansen als uitdagingen. De dynamiek en opgaven waar we voor staan, vragen om investeringen, die vaak nog niet voor 100% gedekt zijn. We kijken daarvoor ook naar de bijdragen van andere partners. De vermogenspositie is nu gezond, maar de schuldpositie gaat als gevolg van alle investeringen stijgen. Dit alles vraagt keuzes. Onze richtinggevende uitspraken en spelregels staan hieronder. De concrete vertaling vindt plaats in de komende begrotingen.

Uitgangspunten Van buiten ƒ Circulaires gemeentefonds van het Rijk. ƒ Gemeenschappelijk Financieel Toezichtskader van de provincie. Van onszelf ƒ We voeren een solide financieel beleid. De begroting is gedurende de planperiode van vier jaar reëel en structureel sluitend. Langdurige uitgaven worden structureel gedekt. ƒ Beschikbare middelen, onder meer uit de herverdeling gemeentefonds en uit de maatregelen, zetten we volgens ons financieel afwegingskader eerst in op noodzakelijke correcties om de begroting sluitend te houden. Daaronder vallen (wijzigingen in) wettelijke taken, bestaande projecten met een externe tegenvaller en cofinancieringsverplichtingen. De middelen die daarna resteren zetten we in op de prioriteiten in dit akkoord.

52 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

ƒ Ten aanzien van de jaarlijkse compensatie van loon-, prijsen volumeontwikkelingen geven we – voorafgaand aan het jaar – door wat we van het Rijk krijgen. De bijstelling door het Rijk gedurende het jaar corrigeren we op de index van het jaar erna. We willen geen uitzonderingen meer op deze werkwijze. Onze inzet is om de werkwijze toe te passen bij subsidies, gemeenschappelijke regelingen, samenwerkingsverbanden waarin we participeren en voor onszelf. ƒ Wensen voor nieuw beleid of uitbreiding van bestaand beleid worden (ook incidenteel) integraal tegen elkaar afgewogen met inachtneming van de beschikbare financiële ruimte. Deze afweging vindt op twee momenten per jaar plaats: in het voorjaar bij de kadernota en in het najaar bij de begroting. ƒ Integrale afwegingen vinden plaats op basis van het financiële afwegingskader en door de raad vastgestelde uitgangspunten. Eventuele (tijdelijke) afwijkingen worden beargumenteerd voorgelegd. ƒ Kortingen op rijksmiddelen worden niet uit gemeentelijke middelen aangevuld en één op één doorgegeven, tenzij dit redelijkerwijs niet binnen het programma kan worden opgevangen. Bij taakwijzigingen vanuit het Rijk wordt meegewogen in hoeverre we hier al invulling aan geven. ƒ De tarieven van de gemeentelijke heffingen (waaronder afval en riool) zijn 100% kostendekkend.

We komen met scenario’s over mogelijkheden om de kosten te verlagen en de effectiviteit te verhogen. ƒ Het is geen doel op zich om in de begroting beschikbaar gestelde budgetten volledig uit te geven. Dreigende overschrijdingen worden tijdig gesignaleerd en door passende maatregelen zoveel mogelijk voorkomen. Onvermijdbare

overschrijdingen compenseren we binnen hetzelfde raadsprogramma. ƒ De wethouder Financiën ziet toe op de naleving van de financiële principes en wordt tijdig door portefeuillehouders geïnformeerd over (dreigende) afwijkingen en richt de organisatie daarop in. ƒ Bezuinigingen en ombuigingen boeken we op concrete posten in (en niet op een stelpost), zodat duidelijk wordt welke begrotingspost verlaagd wordt. ƒ We betrekken de ontwikkeling van de schuldpositie bij het aangaan van nieuwe financiële verplichtingen met een substantiële omvang; daarbij kijken we verder dan de planperiode van vier jaar. ƒ Reserves voorzien we van een onttrekkingsschema en lichten we jaarlijks door op noodzaak, toereikendheid, actualiteit en realisme. Bedragen waar geen activiteiten aan zijn verbonden of waarvan de termijn is verlopen vallen vrij. ƒ Het overhevelen van budgetten naar een volgend jaar kan alleen onder strikte voorwaarden. Een budgetoverheveling geldt voor 1 jaar, tenzij er door externe factoren vertraging is opgetreden. ƒ Een solide algemene buffer is noodzakelijk. We vullen het weerstandsvermogen aan tot 118 miljoen. We gaan de risico’s monitoren op basis van een dynamisch beeld. Dit is een technische berekening die we door de accountant laten controleren. We sturen op een weerstandsratio van 1,0 en deze wordt nooit lager dan 0,9.

Het rekeningresultaat verrekenen we eerst met het weerstandsvermogen en alleen het meerdere boven de norm kan worden ingezet.

ƒ Raad en college zijn samen integraal verantwoordelijk voor de gemeentelijke financiën. We doen geen voorstellen zonder dekking en schuiven geen financiële consequenties door naar later. We gaan geen verplichtingen aan zonder dekking en doen geen toezeggingen zonder gedekt besluit. Bij initiatieven van de gemeenteraad denkt het college constructief mee over mogelijke financiële dekking. ƒ We kijken in de kadernota en begroting op hoofdlijnen tien jaar vooruit naar de grote mutaties in de financiële positie, (de kapitaallasten van) bestaande en voorgenomen invester­ ingen, het verloop van de reserves en de liquiditeits­positie.

De huidige begroting is structureel en reëel in evenwicht. Het start­saldo voor 2027 is nul. We zien vooralsnog geen verbetering in de structurele ruimte. Het Rijk volgt het advies van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) om ten aanzien van de herverdeling van het gemeentefonds het ingroeipad voor 2027 en 2028 te bevriezen op het niveau van 2026. Een volgende stap in het ingroeipad wordt voorzien per 1 januari 2029. Om de ambities in dit akkoord waar te maken, gaan we aan deze knoppen draaien: Structureel ƒ De veranderopgave Versterken van de uitvoering koppelen we aan een financiële taakstelling. We bouwen uitvoerende capaciteit uit en brengen beleids- en stafomvang terug om overhead te beperken. Ook zien we kansen om met een incidentele impuls op sociale en technologische innovatie onze dienstverlening te verbeteren en

Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030 - 53

maatschappelijke opgaven aan te pakken om hiermee geld te besparen. We bezuinigen oplopend tot 2029 een bedrag van 15 miljoen structureel. De groeisystematiek ten aanzien van functies die werken voor de stad en de overheadsystematiek nemen we opnieuw onder de loep. ƒ We blijven bij het Rijk aandringen op uitvoering van de herverdeling gemeentefonds. Nieuwe stappen in 2029 en 2030 leiden tot een meeropbrengst van 8 miljoen structureel in 2030. We ramen de extra middelen vanuit het gemeentefonds vanwege de herverdeling structureel in vanaf het jaar 2029. Het risico dat in 2029 of verder opnieuw gepauzeerd wordt op de ingroei van deze extra middelen nemen we op in de risicoparagraaf. ƒ We rekenen door welke extra inkomsten we verwachten als gevolg van de groei van de stad door onder meer areaalgroei van woningen, nieuwe bedrijventerreinen, parkeren en toeristenbelasting. We analyseren de jaarlijkse onderuitputting en nemen hiervoor onderbouwde tegenramingen op in de begroting. ƒ Het is de basisafspraak dat de totale woonlasten voor woningen en de totale lasten voor niet-woningen jaarlijks maximaal stijgen met de verwachte inflatie. Als de stijging van de afvalstoffen- en rioolheffing zo hoog is dat het OZB-tarief woningen zou moeten dalen om per saldo de totale lasten op het niveau van de inflatie te beperken, bevriezen we het OZB-tarief.

– Als er – na het begroten van ambities en doorlopen van opties op bijsturing, besparing, fasering en inramen onderuitputting – nog een structureel tekort resulteert in het meerjarenbeeld, wordt de potentiële groei van de bijdrage gemeentefonds door de herverdeling buiten het meerjarenbeeld bij de afweging betrokken. Stijging van het OZB-tarief boven de inflatie is niet aan de orde zolang de meeropbrengsten binnen twee jaar na de laatste jaarschijf ook gerealiseerd worden door

54 - Coalitieakkoord Eindhoven 2026-2030

de stijging van de bijdrage uit het gemeentefonds. In die situatie kan het tekort incidenteel gefinancierd worden. – Als een verdere stijging toch nodig blijkt te zijn, dan houden we de balans tussen woningen en niet-woningen in ogenschouw. – Als er – na het begroten van ambities en doorlopen van opties op bijsturing, besparing, fasering en inramen onderuitputting – nog een structureel overschot blijkt, dan kijken we naar lastenverlichting. Incidenteel ƒ We gaan uit van een netto rekeningresultaat over 2025 van 30 miljoen incidenteel. ƒ We lichten de bestaande reserves door en we verwachten hier een incidenteel bedrag aan ruimte te kunnen vinden. In de Begroting 2027 zetten we de eerste stappen. Het rekeningresultaat 2025 van 30 miljoen gebruiken we in ieder geval voor het aanvullen van het weerstandsvermogen, het opvangen van prijsstijgingen in projecten door geopolitieke ontwikkelingen (zoals de fietsenstalling zuidzijde Station), de overbrugging die nodig is bij de afbuiging van het basispad Jeugdzorg/Wmo en acute vraag­stukken bij culturele basisinstellingen. We geven het college de opdracht om richting de Kadernota 2028 op basis van bovenstaande knoppen te komen met een concreet plan om nieuwe structurele en incidentele ruimte te realiseren. Die verdelen we volgens ons financieel afwegingskader.

samenwerking tussen raad en college

Samenwerking tussen raad en college Raad en college werken samen aan de opgaven van de stad. De komende bestuursperiode zetten wij ons in voor een sterke samenwerking tussen raad en college, en tussen alle fracties. Tijdens de formatie hebben wij hierover gesprekken gevoerd met de niet-formerende partijen. Uit deze gesprekken zijn diverse concrete verbetervoorstellen gekomen. Wij vinden het belangrijk dat er in deze periode ruimte is voor een goed en inhoudelijk debat in de raad, waarin alle partijen hun rol kunnen vervullen. De grote opgaven waar onze stad voor staat, kunnen alleen worden aangepakt met samenwerking, door echt naar elkaar te luisteren en elkaar serieus te nemen. Dit vraagt om een open en constructieve houding, om ontspanning en om ruimte voor gesprek, zowel in formele bijeenkomsten als in informele contacten. De nieuwe bestuursperiode, met veel nieuwe raadsleden, biedt hiervoor een uitgelezen kans. Met dit coalitieakkoord werken we vanuit ambities en doelstellingen, met afspraken over maatregelen die we daarvoor ‘ten minste’ nemen. Daarin nodigen we de raad en de stad uit om met eigen ideeën en voorstellen te komen, en deze in de raad te bespreken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17064287/1