CConstaterende datEindhoven
Koppel je AI →
Document · PDF

Clusterpaspoort Cluster 2 Fellenoord

Raadscommissie Knoop XL 29 juni 2026, gemeente EindhovenBij agendapunt: Behandeling Clusterpaspoort Cluster 2 Fellenoord18.350 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

te worden getest volgens de methoden beschreven in de NEN 8100:2006. Het windklimaat wordt getoetst aan de hand van de geldende beleidsregel die gaat over de gemeentelijke normen voor windhinder. Vanaf juni 2020 is de door het college vastgestelde Beleidsregel

gemeentelijke normen windhinder van de gemeente Eindhoven van kracht. Dit is voorwaardelijk voor het kunnen realiseren van het aangegeven programma.

‘Sunspots’ en invloed op volume

John

F Ken

Dommel

nedyl a

an

Bisschopsmolen

laan

Beleidsregels voor bezonning woningen, 2024

en

lrijk

me

Over het algemeen geldt, dat de verblijfsgebieden (zoals in het Ruimtelijk Raamwerk Fellenoord zal worden aangegeven) aan de normen ten aanzien van wind en zon moeten voldoen. Er moet voor bezonning voor woningen aan geldend beleid voldaan worden.

Veldmaarscha

He

Kruistraat

• Aandacht voor borgen bezonning op sunspot plein Kruisstraat voor minimaal … uur per dag voor de periode van 21 maart tot 21 september. > te onderzoeken • Aandacht voor bezonning en daglicht binnengebied. Het schoolplein heeft minimaal … uur per dag voor de periode van 21 maart tot 21 september. > te onderzoeken

lk Montgomery

Concretisering sunspots, kaderstellend voor volumes

ad

Bos

bop

Lim

ijk

chd

Vincent van den Heuvelaan

Houtstraat toor

Pas

rgelolaan

Pr. Doctor Do

at

a rsstr

Pete

Neckerspoel

Fellenoord

De meting en toetsing van de effecten van bebouwingLimb eek par k op bestaande woningen in de omgeving vindt plaats aan de hand van artikel 5 van het bezonningsbeleid (2024). PS V-

noord

tht be

Eindje

Eli

sa

hdijk

an

Bosc

un

ne

l

Felle

La

Stationsplein

Vestd

el tunn

ijktun

Dit is voorwaardelijk voor het kunnen realiseren van het aangegeven programma.

weg

Von der w

eg

nel

Stations

traat

mels

Dom

Mathildelaan Demer

18 Septemberplein

Park Effenaar

Legenda Sunspot benoemd in verdichtingsvisie Sunspot toekomstige ontwikkelingen bekend Sunspot toekomstige ontwikkeligen onbekend

VictoriaparkVictoriapark

↗ Onderzoek Sunspots

Markt

Gebiedsontwikkeling Fellenoord, Uitgangspunten Ruimtelijk raamwerk

12

juni 2025 - Studio for New Realities ©

stra

hte

Rec

Wind De stedenbouwkundige opzet van cluster 2 dient in een vroeg stadium (SO en verdere toetsing in VO) in een windtunnel of in een gelijkwaardige computersimulatie

CONCEPT

Beleidsregels voor bezonning woningen 2024

at

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

24

↗

Clusterkaart: maaiveld

3. Volume en programma Bebouwingsgrens/Rooilijn Gedefineerde rooilijn

+18.70

relatie ntb

970 m² plein dubbelgebruik

24,2 m

Flexibele gevellijn binnenzijde B

Zoekgebieden doorgang

SPILcentrum

Zoekgebied setback: SPIL-centrum entree

5m

Zoekgebied setback: vaste diepte

- zoekgebied setback SPIL-centrum entree - setback min 8m. hoog

Levendige plint Zoekgebied SPIL-centrum

26m

buffer ruimte SPILcentrum

op het dak

min. 25m

A

Zoekgebied schoolplein (A,B of C locatie)

C A

700 45m 1 8m

ca. 18,5 NAP

1 2,5

a be s ta

Binnengebied

SPIL-centrum

buffer ruimte SPILcentrum

A 362 m²

. 20m max trum -cen SPIL

nd

1B

ontsluiting logistiek

20 m

A ca. 18,5 NAP

Zoekruimte entree fietsparkeer

- setback boulevard relatie - vaste diepte 5m - setback min 10m. hoog

Zoekruimte SPIL-centrum entree Zoekruimte toren / appartamenten entree

+18.50

+18.50 - doorgang min. 15m

21 m

- exact positie ntb - passage min. 12m hoog

1 0,5

+17.50

r en

m

te r g

45,2

c lu s

ca + 18,5 NAP

s

+17.50 1:50

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

+17.50

40

+16.15

+17.50

Opdrachtgever:

+17.50

Fellenoord | Gebiedsontwikkeling +18.50

+16.50

30m max.

vorm in de relatie tback van se

Min. 1 0m

750 1 07m

Indicatief ontsluiting +16.50 auto Zoekgebied K&R SPIL-centrum

K&R

Zoekruimte entree parkeergarage &

5m

650 1 00m

,6

e ntb relati

B

. 20m max

10

Onderzoek relaties met omgeving

16m min.

35m min

A

. 50m max

ca. 18,5 NAP

16

1.

11.

B

B . 18m max

1 6m ng r ga doo itie n tb s po

ca +1 9.5 NAP

P-1

Woonprogramma

- doorgang min. 10m - exact positie ntb - open doorgang

2.

1 5m - doorgang min. 10m - exact positie ntb - open doorgang

Hotel of kantoor programma (flexibel)

m 33,5

Gedelegeerd ontwikkelaar:

fase

project

GEBIEDSONTWIKKELING FELLENOORD onderwerp

schaal

formaat

Passport Cluster 2

1:1000

ISO A3

datum

versie

26/11/2025

1.0

1:50

status

DEFINITEIF

+16.15

6.

25

2025 - Studio for New Realities © gewijzigd op

2026 © Copyright Studio for New Realities Aan dit document kunnen geen rechten worden ontleend.

↗

Clusterkaart: bovenbouw

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

26

4. Mobiliteit 4.1 Inleiding De mobiliteitsuitwerking voor dit cluster volgt de doelstellingen en aanpak voor de ontwikkeling van de bredere omgeving volgens het het STOMP-principe: Stappen – Trappen – Openbaar Vervoer – MaaS/ deelmobiliteit – Privé-auto. Dit principe bepaalt de hiërarchie en vormgeving van de mobiliteit op het cluster en de nauwe aansluiting op het mobiliteitsysteem van de gebiedsontwikkeling. De inrichting van de openbare ruimte, de routing binnen gebouwen en de positionering van mobiliteitsvoorzieningen worden hiermee in lijn gebracht. Alle mobiliteitsonderdelen worden aantoonbaar uitgewerkt volgens deze logica, waarbij actief en gedeeld vervoer prioriteit krijgen boven individueel autobezit. De mobiliteitsuitwerking voor cluster 2 wordt getoetst aan het vigerend beleid: het Masterplan Mobiliteit 2050, Routekaart schone mobiliteit 2038, Uitvoeringskader duurzame logistiek Eindhoven, de Nota Parkeernormen 2024 (specifiek paragraaf 3.2 en bijlage 11 gaan over Fellenoord) en de Kwaliteitseisen inpandige fietsenstallingen 2021. Indien wordt aangetoond en onderbouwd dat het vigerende parkeerbeleid voor autoparkeren niet haalbaar is, dan kan alleen via het Omgevingsplan maatwerk op de beleidsregels worden toegepast. Dit instrument mag alleen onder voorwaarden en bestuurlijke goedkeuring toegepast worden.

De mobiliteitsopgave binnen Cluster 2 vraagt om een integrale benadering waarin het functioneren van het totale mobiliteitssysteem in een stedelijke omgeving

centraal staan. In alle planfasen moet daarom de ontsluiting op het fietsnetwerk, de voetgangersstructuur en de autonetwerken zorgvuldig worden meegenomen. Een voorbeeld hiervan is het realiseren van vervangende routes voor langzaam verkeer gedurende de afsluiting van de Kruisstraat(tunnel) in de bouwfase. Dit is des te belangrijker gezien de ligging in het hoogstedelijk gebied en de positionering van een SPIL-centrum aan de noordzijde van cluster 2. Om verkeersveiligheid ter hoogte van de ingang van het schoolgebouw en het schoolplein te waarborgen, wordt het oostelijk deel van de Pastoor Peterstraat niet meer toegankelijk voor gemotoriseerd verkeer. Een hoogwaardig en veilig fiets- en voetgangersnetwerk verdient daarom extra aandacht, zodat leerlingen, ouders en andere gebruikers zich comfortabel en veilig door het gebied kunnen verplaatsen.

4.2 Voetgangers De voetganger staat in en rondom het cluster centraal, want elke verplaatsing begint en eindigt te voet: • De doorgangen aan de oost-, zuid- en westzijde van het cluster zijn publiek toegankelijk en zorgen voor een doorwaadbaar binnengebied voor de voetganger. • De belangrijkste verblijf-en speelplekken voor de voetganger zijn het binnengebied van het cluster en het schoolplein aan de Pastoor Peterstraat. • De belangrijkste voetgangersroutes, waar de entrees van het cluster op aansluiten, zijn de Kruistraat in noord-zuid richting en de Fellenoord in oost-west richting.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

4.3 Fietsparkeren Fietsparkeren vormt een cruciaal onderdeel van het mobiliteitsconcept op Cluster 2. Een hoogwaardige fietsparkeeroplossing maakt het voor gebruikers eenvoudiger om voor de fiets te kiezen. Alle benodigde fietsparkeerplaatsen worden op binnen het cluster gerealiseerd. Binnen Cluster 2 worden twee typen fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd: inpandig en op maaiveld, passend bij de behoeften van de verschillende doelgroepen: • Voor bewoners en werknemers: 100% inpandig stallen met compartimentering tussen bewoners en werknemers. • Voor bezoekers: kan zowel inpandig als op maaiveld worden gestald, zolang het eigen trein van het cluster betreft. Bij inpandig stallen van bezoekers is dat altijd in een separate fietsenstalling (t.o.v. bewoners en werknemers). • Buitenmodel XL fietsen worden allemaal inpandig op de begane grond geplaatst. De overige fietsen mogen ook op -1 of +1 niveau worden gestald. De entrees naar de inpandige fietsenstallingen bevinden zich in de plint. • Voor het SPIL-centrum: fietsen voor werknemers 100% inpandig stallen op maaiveldniveau en fietsen van leerlingen zo veel mogelijk inpandig stallen op maaiveldniveau. • De insteek van het fietsparkeren is om het negatief effect op de openbare ruimte te minimaliseren en bij fietsparkeren op maaiveld is afstemming met het ontwerp van de omliggende openbare ruimte vereist. 27

4.4 Deelmobiliteit Deelmobiliteit vormt een belangrijke pijler binnen het mobiliteitssysteem van Cluster 2. Door deelvervoer breed en toegankelijk te faciliteren, wordt de afhankelijkheid van de privéauto verkleind. De zichtbaarheid, bereikbaarheid en kwaliteit van deelmobiliteit zijn bepalend voor het gebruik. • Elektrische deelauto’s worden op inpandige dan wel op maaiveld gelegen parkeerplaatsen geplaatst die zichtbaar, herkenbaar en goed toegankelijk zijn. Daarbij wordt ingezet op maximale uitwisselbaarheid van deelauto's tussen de clusters, door het realiseren van openbaar toegankelijke deelautoplekken of het regelen van digitale toegankelijkheid tot de deelautoplekken; • Elektrische deeltweewielers worden op maaiveld geplaatst in buurthubs die herkenbaar zijn aan de groene huisstijl en de hubdruppel . De buurthubs zijn liggen op locaties die zichtbaar, herkenbaar en goed toegankelijk zijn.

4.5 Autoparkeren Autoparkeren binnen Cluster 2 wordt ontworpen vanuit het uitgangspunt dat de auto niet het dominante vervoermiddel is. De ruimte voor autogebruik wordt bewust beperkt. Parkeren wordt efficiënt, zorgvuldig en onder strikte voorwaarden georganiseerd, met nadruk op ondergrondse en collectieve oplossingen. • Vanwege de motie om verkeersveiligheid op de Kruisstraat te verbeteren, de noordelijke sectorgrens van het verkeerscirculatieplan in Oud Woensel en de positionering van het SPIL-centrum in cluster 2 wordt het oostelijke deel van de Pastoor Petersstraat opnieuw ingericht.

• De bereikbaarheid voor de auto en de toegang tot de parkeervoorziening wordt geconcentreerd aan de oostzijde van het cluster, aan de Veldmaarschalk Montgomerylaan. • Voor diepteligging van de ondergrondse parkeervoorziening is de bodem en ondergrond leidend. De maximale omvang van de ondergrondse parkeervoorziening is 2 parkeerlagen, mits onderzoek aantoont dat de invloed op grondwaterstand -en stromen acceptabel is, of door mitigerende maatregelen deze invloed voldoende wordt beperkt. • Vanwege de toekomstige zero-emissiezone binnen de Ring is minimaal 15% van de parkeerplaatsen voorzien van landpunten en is 100% van de parkeerplaatsen voorbereid op elektrisch laden. • Er worden geen parkeerplaatsen op het maaiveld van en in de openbare ruimte rondom cluster 2 gerealiseerd. Met uitzondering van de Kiss+Ride voorziening voor het SPIL-centrum en mogelijk parkeerplekken voor deelauto’s. (n.t.b. in afstemming uitwerking bredere principes gebiedsontwikkeling). • De Montgomerylaan wordt ingericht als schoolzone met onder andere een Kiss+Ride voorziening voor het ophalen en afzetten van leerlingen. Vanwege de verkeersveiligheid rondom het SPIL-centrum wordt de hoeveelheid gemotoriseerd verkeer op dit deel van de Montgomerylaan geminimaliseerd.

4.6 Logistiek & afvalinzameling Een efficiënt logistiek systeem en duidelijke routing zijn essentieel voor een functioneel, veilig en leefbaar cluster. Door logistiek zorgvuldig te positioneren, blijft de openbare ruimte uitnodigend en goed bruikbaar

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

voor voetgangers en fietsers. Intern moet de routing voor bewoners, bezoekers en leveranciers logisch, overzichtelijk en hinderarm zijn, zodat alle stromen elkaar zo min mogelijk kruisen. • De logistieke afhandeling wordt geconcentreerd aan de oostzijde van het cluster, aan de Veldmaarschalk Montgomerylaan. De oostzijde van het cluster wordt voorzien in een opstelplek voor laden en lossen van vrachtwagens. • De opstelplekken voor logistiek zijn gekoppeld aan de doorsteek naar het binnengebied, waarvanuit ook bevoorrading van alle programma aan de Kruisstraat zal plaatsvinden. Deze logistieke oplossing vereist dat al het programma aan de Kruisstraat een entree heeft aan het binnengebied. • Nabij de opstelplekken voor laden en lossen komt een post/pakkethub voor het centraal verzamelen en distribueren van alle pakketjes van alle gebruikers op het cluster (regulering volgens gebruiksafspraken). • Om de verkeersveiligheid te bevorderen wordt aan de oostzijde van het cluster een keerlus gerealiseerd, zodat het logistieke verkeer weer noordwaarts terug kan rijden naar de Montgomerylaan. • Als de afvalinzameling van het beoogde programma met grote vuilniswagens plaats moet vinden, dan kunnen die vuilniswagens alleen via de Montgomerylaan het cluster bereiken. Dit is afhankelijk van de afvalinzamelingsmethode die in het nieuwe afvalinzamelstrategie wordt opgenomen.

28

4.7 Mobility XL Binnen de gebiedsontwikkeling Fellenoord is het doel om maximaal in te zetten op een ruimte-efficiënt en gebruiksefficiënt mobiliteitsaanbod. Om dit doel te bereiken wordt toegewerkt naar een gebiedsgerichte aanpak met een balans tussen maatregelen op cluster- en gebiedsniveau. De belangrijkste uitgangspunten hiervoor zijn: • Voornemen is een op te richten mobiliteitsorganisatie (Mobility XL) de regie te geven op het realiseren van gebiedsgerichte parkeeroplossingen, de verdeling van parkeerrechten (abonnementen) en het regisseren van het aanbod deelmobiliteit in de clusters. • De ruimte voor deelmobiliteit op het cluster wordt om niet ter beschikking gesteld aan Mobility XL voor het regisseren van het gewenst aanbod aan deelauto’s en deeltweewielers in overleg met de initiatiefnemers en of eigenaren/huurders. • Aan iedere initiatiefnemer wordt, volgens het vigerende parkeerbeleid, een bijdrage gevraagd voor het Mobiliteitsfonds Knoop XL. Die financiële middelen zijn nodig voor het organiseren van de beoogde mobiliteitsoplossingen, zowel op clusterniveau als op gebiedsniveau. • De hoogte van de bijdrage aan het mobiliteitsfonds is opgenomen in de vigerende Nota Parkeernormen.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

29

5. Klimaat(adaptatie), gezonde leefomgeving en circulariteit

Algemeen • Groen, water en waterberging worden zoveel mogelijk in grotere eenheden gerealiseerd, in samenhang voor het hele cluster en draagt bij aan het realiseren van de Ontwikkelvisie Fellenoord.

waterberging wordt bij voorkeur gerealiseerd door groene oplossingen (zoals groene daken). De rekentool heeft een stimulans voor deze groene oplossingen waarmee bij keuze hiervoor er minder waterberging in het cluster hoeft te worden gemaakt dan bij andere oplossingen. Om te voldoen aan het vigerende beleid raden we een veilige leegloop en/of overloopvoorziening aan. Hergebruik van hemelwater wordt maximaal nagestreefd. • In het kader van waterveiligheid is maximaal 30cm hoogteverschil toegestaan tussen het toegangsniveau van een gebouw en kruinpeil van de aangrenzende wegen. Daarbij wordt rekening gehouden met het maaiveldverloop, in het bijzonder bij ingangen van parkeergarages. Risico’s op wateroverlast bij een lager hoogteverschil moeten in beeld worden gebracht en gedragen worden door de initiatiefnemer. Het maaiveldverloop en hoogteverschillen dienen in NAP maten te worden aangeleverd bij het ontwerp. • (Groene) daken groter dan 150m² beschikken over afvoervertraging. • Groen en waterberging worden, zoveel mogelijk, op maaiveld gerealiseerd. Pas indien dit (gedeeltelijk) niet mogelijk is wordt gekeken naar dubbel ruimtegebruik en groen op daken en waterberging op daken of in ondergrondse voorzieningen.

5.1.1 Water Waterberging • Waterberging wordt binnen het cluster opgelost conform het geldende beleid en de daaraan verbonden rekentool klimaatopgave. De

Grondwater • De ontwikkelingen mogen de huidige GHG- en GHLwaarden zowel in de gebruiks- als aanlegfase niet negatief beïnvloeden en de grondwaterstand niet verlagen of af te voeren buiten het plangebied. De initiatiefnemer neemt mitigerende maatregelen om

5.1 Klimaat(adaptatie) Fellenoord wordt in de toekomst een groene wijk met groen-blauwe verbindingen. De belangrijkste groenblauwe structuren in de wijk zijn de Fellenoord en het Dommeldal. Fellenoord is een van de laagstgelegen gebieden in Eindhoven, waardoor er zoveel mogelijk grondwaterneutraal gebouwd moet worden. In de toekomst is dit gebied klimaatadaptief ingericht met zo min mogelijk wateroverlast door overtollig regenwater. Met veel plekken waar water kan infiltreren of tijdelijk wordt opgeslagen, om overbelasting van het riool en de Dommel te voorkomen én om het water te benutten in de tijden van droogte. Alle ondergrondse oplossingen dienen de ondergrondse ruimte zo efficiënt mogelijk te benutten. Binnen de gemeente Eindhoven wordt gewerkt conform het beleid in de Water- en Klimaatadaptatie aanpak 2023-2026. Dit leidt tot de volgende uitgangspunten voor Cluster 2.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

de optredende negatieve invloed te compenseren. • De ontwikkeling dient geen nadelig effect te hebben op de kwaliteit van grondwater, oppervlaktewater en afstromend regenwater. Hiervoor is de initiatiefnemer zelf verantwoordelijk. Regenwater wordt geïnfiltreerd of geloosd met dezelfde kwaliteit als dat het uit de lucht valt. • Maximaal 2 bouwlagen ondergronds is toegestaan mits uit onderzoek blijkt dat de invloed op de grondwaterstand en -stromen, in samenhang met de collectieve grondwatereffecten van de gebiedsontwikkeling Fellenoord, acceptabel is, of door mitigerende maatregelen deze invloed voldoende wordt beperkt. • Bij de aankleding van de buitenzijde van gebouwen wordt géén gebruik gemaakt van uitlogende materialen zoals bv. zink en lood. Dit om de kwaliteit van het oppervlaktewater te beschermen.

5.1.2 Groen Algemeen • Bij de uitwerking van de groenopgave wordt gebruik gemaakt van de rekentool klimaatopgave. De tool heeft zowel een kwantitatieve als kwalitatieve component. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen drie oppervlakten (maaiveld, dak en gevel) met ieder drie kwaliteitsniveaus. De rekentool verbindt een weegfactor aan elke keuze. Hoe meer de keuze bijdraagt aan leefbaarheid, klimaatadaptatie en biodiversiteit, hoe hoger de weegfactor. De rekentool dient nog voordat er ontworpen wordt ingevuld te worden door de ontwikkelaar. 30

• Het groen voor het cluster bestaat uit een aantal onderdelen, te weten 1) de beleidsregel groen en water bij ruimtelijke ontwikkelingen gemeente Eindhoven. Hierin staan de spelregels voor: a. groencompensatie (bestaand groen) en b. groenopgave (nieuw groen), en 2) de Verordening Bomen (inclusief Nadere Regels voor Compensatie van bomen). • Uitgangspunt is dat de groenopgave binnen het cluster wordt geaccommodeerd. Door de gekozen bebouwingsdichtheid met volledige onderkeldering wordt echter voorzien dat de groenopgave naar verwachting niet volledig binnen het cluster kan worden gerealiseerd. In samenhang hiermee wordt binnen het Ruimtelijk Raamwerk ingezet op het realiseren van aanvullende groenvlakken, waarin (een deel van) de afgekochte groenopgave moet gaan landen. Pas indien dit aantoonbaar niet haalbaar is, mag hiervan worden afgeweken. In dat geval moet de groenopgave in de omgeving van het cluster worden gerealiseerd. Of dit mogelijk is, is uitsluitend ter beoordeling van de gemeente. Mocht ook dit aantoonbaar niet mogelijk zijn, dan wordt financiële compensatie (storting) verlangd t.b.v. een kwalitatieve toevoeging binnen Fellenoord. • Groen levert een bijdrage aan biodiversiteit, nieuwe aanplant is resistent tegen ziekte en biedt een habitat voor andere planten en dieren. Voor inspiratie kan gekeken worden naar de 40 van 040 lijst voor de gewenste inheemse soorten.

• Groen dat wél wordt gerealiseerd is van de hoogst haalbare kwaliteit. Hoogwaardig groen draagt zowel bij aan de leefkwaliteit als het terugdringen van hittestress.

Ondergronds en maaiveld • Indien een kelder wordt gerealiseerd, dan dient tussen bovenkant kelder en maaiveld voldoende ruimte beschikbaar te zijn op plekken waar geen gebouw staat voor het creëren van levensvatbaar hoogwaardig groen, het opvangen van water en eventuele aanleg van riolering/kabels en leidingen. • Het te realiseren schoolplein wordt maximaal groen ingericht. Indien er een schoolveld op het dak wordt gerealiseerd gelden dezelfde voorwaarden als voor de toegankelijke dakterrassen qua substraatdikte. Zie uitgangspunten voor daken. Daken • De beplanting van daktuinen, groene daken en binnenterreinen wordt afgestemd op de bezonning op de locatie om te zorgen voor goede groeiomstandigheden en soortkeuze. • Er wordt natuurinclusief gebouwd, bijvoorbeeld door nestvoorzieningen voor gebouwbewonende soorten zoals de gierzwaluw of vleermuizen te realiseren. • Zoveel mogelijk daken dienen beschikbaar te zijn voor toegankelijk kwaliteitsgroen dat uitnodigt om langere tijd te verblijven. Hiervoor gelden de onderstaande uitgangspunten voor de daken die ingezet worden voor waterberging en groen: ○ Voor bomen een substraat van minimaal 800 mm en voor grote heesters minimaal 450 mm. ○ De substraatlaag voldoet aan de VBB-FLL richtlijnen en is niet van minerale samenstelling. ○ De daken zijn beleefbaar en betreedbaar. • Daken die niet toegankelijk zijn voor mensen worden o.a.

ingezet voor groen en waterberging met een focus op biodiversiteit. De groene daken vormen

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

voor wilde bijen een belangrijk leefgebeid (inheems natuurdak met minimaal 100mm substraat). Dit kan gecombineerd worden met PV panelen.

5.2 Gezonde leefomgeving Fellenoord wordt een levendige, sociale, gezonde en groene wijk, waarbij de openbare ruimte én de inrichting en situering van de gebouwen uitnodigt om te bewegen en elkaar te ontmoeten. De openbare ruimte is groen en beweegvriendelijk ingericht, waar bewoners ongedwongen kunnen bewegen en elkaar kunnen ontmoeten. Sport- en speelvoorzieningen sluiten bij de behoefte van bewoners aan en zijn laagdrempelig toegankelijk. Het toevoegen van groen dat gebruikt en beleefd kan worden leidt tot het beperken van hittestress. Binnen Cluster 2 gelden de volgende algemene uitgangspunten voor een gezonde leefomgeving: • In Fellenoord wordt er gebouwd aan een stad die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving en gezondheid van inwoners, scholieren, werkende en bezoekers. We streven ernaar om gezondheidsverschillen te verkleinen, zodat iedereen in goede gezondheid kan leven en de verschillen tussen gebieden afnemen. Daarnaast geldt de ambitie om 3 gezonde levensjaren te verkrijgen voor elke inwoner. • Om deze ambities te behalen en gezondheidswinst te vergroten is het van belang om een integrale aanpak toe te passen, waarin sociale versterking en zorgvuldig ruimtelijk beleid hand in hand gaan. Het behalen van gezondheidswinst wordt gemonitord via 8 indicatoren: dichtheid, groen, voorzieningen, 31

lucht/geluid kwaliteit, SES-WOA, eenzaamheid, ervaren gezondheid en stress. De indicatoren zijn in het Omgevingsprogramma Gezonde Leefomgeving 2026 – 2035 uitgewerkt.

Randvoorwaarde algemeen: • De ontwikkeling moet voldoen aan een gezond leefen woonklimaat. De leefomgeving stimuleert zowel fysieke, sociale en mentale gezondheid van bewoners en gebruikers van het gebied. Dichtheid: • Hoogbouw moet zo worden ontworpen dat het de gezondheid ondersteunt en negatieve effecten van hoogbouw worden voorkomen zoals verhoogd gevoel van sociaal-isolement, verminder gevoel van welzijn, hogere stressniveaus, verminderde verbinding met de openbare ruimte, groen en ontmoetingsplekken. Groen: • Er moet voldoende kwalitatief groen aanwezig zijn op nabije afstand. Er moet een balans zijn tussen gebruiksgroen voor sport en spel, plekken voor ontmoeting en groenplekken die rust en mentale gezondheid stimuleren. Voorzieningen: • In het gebied moet rekening worden gehouden met voldoende voorzieningen voor het groeiende aantal inwoners. Met extra aandacht voor onderwijs- en zorgvoorzieningen die nu missen in het gebied. Licht, lucht en geluidkwaliteit: • Houdt bij de inrichting van het terrein en de

functieverdeling rekening met wettelijke geluids- en luchtkwaliteit normen. Extra aandacht m.b.t. het SPILcentrum. • Lichtuitstoot verminderen ten behoeve van de gezondheid van mens en dier door op slimme manieren lichtbronnen in te zetten en veiligheid te waarborgen.

SES-WOA • Realiseer comfort zone plekken. Voor dit cluster is het SPIL-centrum een belangrijke ‘comfort’ plek die basis legt voor vertrouwen en contact in het cluster en omliggende gebieden. • Creëren van een sterke verbondenheid voor kinderen en ouders met hun school en de wijk, zodat zij zich eigenaar voelen en de omgeving actief gebruiken om te bewegen en te spelen. • Toekomstige functies in het cluster kunnen (eventueel in samenwerking met het SPIL-centrum) werken aan het aanbieden van juiste banen en opleidingsmogelijkheden om SES-WOA te versterken in het cluster en omliggende gebieden. Eenzaamheid: • Het ontwerp maakt gebruik van sociale ontwerpprincipes om publieke familiariteit en informele ontmoeting te stimuleren. Denk o.a. brede galerijen, gemeenschappelijke ruimten, gedeelde (buurt) voorzieningen, hybride zones tussen woningen en publieke ruimte. Voorkomen van dichte plinten en extra aandacht aan positionering en ontwerp van entreegebieden als plekken waar ontmoeting kan plaatsvinden.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

Ervaren gezondheid: • Aandacht besteden in het ontwerp aan verkeersveiligheid en toegankelijk loop- en fietsroutes die beweging stimuleren. Met focus op de schoolroute en dwarsroutes en doorwaadbaarheid van het gebied. Stress: • Het ontwerp biedt ruimte om je terug te trekken, tot rust te komen en energie op te doen.

5.3 Circulariteit Vanuit het Grondstoffenakkoord (2017) is de route ingezet naar een volledige circulaire economie in 2050 en 50% circulair in 2030. Het belangrijkste uitgangspunt bij circulaire gebiedsontwikkeling is waarde behoud. Alle nieuwbouw, transformatie en buitenruimte (incl. infra) in Fellenoord wordt zo circulair mogelijk ontworpen en gebouwd. Hierbij wordt rekening gehouden met toekomstbestendigheid. De Gemeente Eindhoven streeft naar een bouwopgave die past binnen de grenzen van het Akkoord van Parijs. Uitgangspunt is een zo laag mogelijke materiaalgebonden CO2-uitstoot en een zo hoog mogelijke materiaalgebonden CO2-opslag. In Fellenoord wordt bij ontwerp en uitvoering van de clusters gebruik gemaakt van de thema’s en indicatoren voor gebouwen vanuit Het Nieuwe Normaal. We streven naar integrale plannen, waarbij materialisatie onderdeel is van een integrale duurzaamheidsvisie. 32

Materialen dragen bij aan optimale functievervulling en houden rekening met verandering en dynamiek op de korte en lange termijn. We sturen op Total Cost of Ownership (TCO) en lange levensduur. Keuzes in materialisatie zetten we af tegen de ambities op energiebeheersing, binnenklimaat, groene uitstraling, klimaatrobuustheid etc. Om dit te bereiken gelden binnen Cluster 2 de volgende algemene uitgangspunten voor circulariteit (mede op basis van de normen uit Het Nieuwe Normaal):

Materiaalstromen Voor alle bouw- en sloopactiviteiten wordt ingezet op inzicht in materiaalstromen door het opstellen van een materialenpaspoort, het gebruik van een grondstoffenbank en het opstellen van oogstplannen, met als doel hoogwaardig hergebruik van materialen.

optimaal hergebruik en eventueel afvalscheiding. Toon dit aan met de indicator Losmaakbaarheid uit Het Nieuwe Normaal. Ontwerp multifunctioneel waardoor ruimten over de jaren heen flexibel kunnen worden benut. Het ontwerp is aanpasbaar voor toekomstige wensen en eisen waaronder flexibiliteit en demonteerbaarheid (materiaalgericht ontwerpen). Ontwerp waar mogelijk biobased oftewel hernieuwbare materialen en hergebruikte materialen per bouwcomponent (constructie, gevel, binnenwanden, installaties etc.).

Hergebruik van materialen vindt bij voorkeur plaats in de vervangende nieuwbouw, vervolgens elders binnen het gebied en pas in laatste instantie buiten het gebied, conform Het Nieuwe Normaal Sloop 0.5. Het materiaalgebruik en de hoeveelheid huishoudelijk en bedrijfsafval worden geminimaliseerd door efficiënte en compacte ontwerp- en bouwprincipes. Er worden uitsluitend materialen toegepast die niet schadelijk zijn voor mens en milieu en die vrij zijn van stoffen van de Rode Lijst van LBC/TNS.

Toekomstbestendig vastgoed en biobased Alle gebouwen zijn zoveel mogelijk demonteerbaar voor Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

33

6. Energie Voor een toekomstbestendig energiesysteem sturen we op een zo laag mogelijke energiebehoefte, op een collectieve warmtevoorziening op gebiedsniveau en volgen we de principes van netbewust ontwikkelen.

De gemeente is bij netcongestie in hoge mate afhankelijk van externe partijen, zoals Enexis en de ACM. Het handelingsperspectief en de directe sturingsmogelijkheden zijn in die zin beperkt.

Daardoor bouwen we aan een duurzaam energiesysteem, dat kan inspelen op ontwikkelingen op het landelijke en regionale energienet en tegelijkertijd de energielasten voor toekomstige bewoners en gebruikers van Fellenoord zo laag mogelijk houdt.

Binnen de netcongestieproblematiek is er sinds 31 december 2025 sprake van veranderende regelgeving (specifiek: nieuwe ACM-prioriteringskader voor netcapaciteit) wat de volgordelijkheid welke initiatieven in de stad voorrang krijgen op een aansluiting bepaald. Voor woningbouwprojecten krijgt de gemeente een nieuwe rol (middels het proces Eerder Aanvragen) waarmee tot 10 jaar vooruit een transportcapaciteitsaanvraag gedaan kan worden. Het vervroegd aanvragen is een rol voor de gemeente, maar vanzelfsprekend in afstemming met de ontwikkelaar en netbeheerder.

De eigenaar/de eigenaren maken in samenspraak met Fellenoord (2)040, gemeente, de netbeheerder en Eindhoven Energie als ontwikkelaar van het bronnet een integraal energiesysteemontwerp van het gebouw voor de opwek, opslag en het gebruik van warmte, koude en elektriciteit om de (piek)belasting van het elektriciteitsnet te minimaliseren en de beschikbare warmte/koudebronnen optimaal te benutten. Dit ontwerp start parallel met het maken van een stedenbouwkundig ontwerp, en wordt daarna uitgewerkt in een gebouwontwerp en technisch ontwerp.

6.1 Netbewust ontwikkelen Om tot een toekomstbestendig energiesysteem te komen is het van belang om te werken volgens principes van netbewust ontwikkelen, zoals o.a. al ontwikkeld met medewerking van de netbeheerders.

Reduceren energiebehoefte • Optimale zon-oriëntatie en zonwering, en maximaal isoleren, kierdichten en ventileren. Maximaal en effectief opwekken • Maximaal opwekken van omgevingswarmte, actieve koeling, oost-west PV en gevelpanelen.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

Stuurbaar systeem • Slim laden van elektrische auto’s, pieken reduceren door kortdurende en meerdaagse opslag van elektriciteit en warmte, en slimme sturing.

6.2 Bronnet Fellenoord Fellenoord is in het Omgevingsprogramma Warmteprogramma 2026-2030 voorzien als gebiedsgerichte aanpak met collectieve warmtevoorziening. Dit collectieve warmte- en koudenet, bronnet genoemd, omvat bodemenergiebronnen (WKO), eventueel aangevuld met aquathermie, riothermie, warmte uit de hoofdleiding van het drinkwater en/ of andere duurzame warmtebronnen. Het aantal bodemenergiebronnen en hun precieze locatie is uitgewerkt in het Masterplan Bodemenergie (2022). Voor de opslag van energie moet naar een gebiedsgerichte oplossing worden toegewerkt. Om het collectief bronnet voor de totale warmte/koudevraag in het gebied Fellenoord te kunnen realiseren, onthoudt de eigenaar/de eigenaren zich van het ontwikkelen en realiseren van een eigen WKO-systeem op eigen terrein en/of in de openbare ruimte. Het is wel toegestaan gebouweigen installaties te ontwikkelen/realiseren die op het bronnet moeten aansluiten. Daarbij dient ervoor gezorgd te worden dat op klimaatneutrale wijze zelf wordt voorzien in de opwekking van de benodigde energie (elektriciteit) voor het functioneren van de gebouweigen installaties, bijvoorbeeld door het aanbrengen van zonnepanelen op gevels en daken.

34

Vermogen en energieverbruik Door de eigenaar/de eigenaren wordt bij de start van opstellen VOSP een aansluiting aangevraagd op het bronnet Fellenoord. De eigenaar/de eigenaren geeft de volgende specificaties door aan de ontwikkelaar van het bronnet Fellenoord: 1. Indicatief vermogen van de aansluiting voor warmte en koude (in MW); 2. Prognose van het totaal af te nemen hoeveelheid energie voor warmte en koude per jaar (in MWh). Met deze gegevens wordt een technisch ontwerp voor de warmte/koude voorziening ontworpen dat met het VOSP wordt opgeleverd.

Temperatuur bronnet De ΔT in de aanvoer/terugvoertemperatuur van het bronnet is 6°C met in de basis 18/12 °C. Aansluiting gebouw op bronnet Het bronnet Fellenoord wordt tot in de technische ruimte aangelegd door de ontwikkelaar van dit bronnet. De installatie eindigt met een warmtewisselaar met het opgegeven vermogen van de aansluiting. Op de warmtewisselaar zijn afsluiters aangebracht. De afsluiters gebouwzijdig van de warmtewisselaar markeren de grens tussen bronnet Fellenoord en de gebouwinstallatie. Technische ruimte Voor de aansluiting van het gebouw op het bronnet dient een technische ruimte te worden gerealiseerd in het gebouw van ca. 225 m². Dit is exclusief is nodig voor

de gebouwinstallaties t.b.v. warmtelevering tot in de woningen en mogelijk andere functies als energieopslag. De technische ruimte ligt zoveel als mogelijk ondergronds, tenzij uit onderzoek naar de effecten op de grondwatersituatie blijkt dat dit niet mogelijk is. In dat geval ligt de technische ruimte op de begane grond en mag worden gecombineerd met de gebouwinstallatie ruimte. Meetapparatuur voor de warmtelevering dient een eigen compartiment te hebben. De technische ruimte is bij voorkeur bereikbaar via een dubbele deur en 24 uur per dag vrij toegankelijk voor verkeer (bijvoorbeeld een busje en/of vorkheftruck) voor reparaties en vervanging.

Warmte-opwekking Het heeft de voorkeur dat de ontwikkelaar van het bronnet ook de ontwikkeling en realisatie doet van een gebouwinstallatie met warmtepompen voor de opwekking van bruikbare warmte voor ruimteverwarming, warm tapwater en koeling. Dat maakt een gebiedsbreed ontwerp en beheer van het energiesysteem waarmee de beschikbaarheid van warmte/koudebronnen en elektriciteit optimaal worden ingezet.

Energie-opslag Voor de opslag van energie moet naar een gebiedsgerichte oplossing worden toegewerkt. Tarieven Het tarief voor gebruik van energie uit het bronnet Fellenoord bestaat uit: • Eenmalige aansluitbijdrage; • Vastrecht per jaar op basis van aangevraagd vermogen; • Prijs voor afgenomen GJ warmte; • Prijs voor afgenomen GJ koude. De tarieven zijn in lijn met de regelgeving van Autoriteit Consument en Markt (ACM).

Elektriciteit-opwekking Op het gebouw wordt elektriciteit opgewekt. Daarvoor wordt een optimaal deel van het dakvlak en een optimaal deel van de gevels gebruikt. Streven is een hoeveelheid PV-panelen van 0,0333 m² per m² BVO. Afhankelijk van de beschikbaarheid van transportcapaciteit op het elektriciteitsnet, kan het noodzakelijk worden om tijdelijke regelbare elektriciteitsopwekking te realiseren. In dit geval moet naar een gebiedsgerichte oplossing worden toegewerkt.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

35

7. Milieuaspecten Voor de gebiedsontwikkeling Fellenoord is een cumulatienotitie opgesteld. Deze notitie brengt in beeld wat de mogelijke cumulatieve milieueffecten zijn als gevolg van de ontwikkelingen in het gebied Fellenoord. De cumulatienotitie geldt als uitgangspunt voor de op te stellen m.e.r.-beoordeling voor een betreffende ontwikkeling in het gebied Fellenoord.

Externe veiligheid Er vindt een toename plaats van het aantal personen in het gebied naast het spoor waar transporten van gevaarlijke stoffen over worden vervoerd. Om de veiligheid te bevorderen moeten er maatregelen worden getroffen om te komen tot een acceptabel veiligheidsniveau. Bij het ontwikkelen van Cluster 2 dient men rekening te houden met de onderstaande externe veiligheidszones: • De contour van het gifwolkaandachtsgebied (300m zone) van het spoor ligt over het noordelijke deel van Cluster 2 waardoor het cluster bijna geheel binnen dit contour ligt. (geen bouwkundige maatregel.) • De zuidelijke grens van Cluster 2 ligt voor een deel net binnen de contour van explosieaandachtsgebied van het spoor. De Kwetsbare groepen worden uitgesloten tot 200m aan de risicobron. Dit zijn objecten voor scholen, kinderdagverblijven, verzorgingstehuizen etc. Het SPIL-centrum in dit cluster ligt op meer dan 200m afstand en valt daarmee buiten het explosieaandachtsgebied.

aanvullende maatregelen te treffen om te voorkomen dan gebouwen bij drukgolf als gevolg van een explosie (deels) instorten en/of ruiten breken en voor scherfafwerking zorgen. Bij hoogbouw dient in ieder geval aangetoond te worden dat de vluchtwegen overeind blijven bij een dergelijke explosie.

Geluid De normstelling voor geluid is geregeld in de Omgevingswet, het Besluit kwaliteit leefomgeving en het gemeentelijk geluidbeleid Geluid in geluidaandachtsgebieden. De gemeentelijke beleidsnota is vastgesteld op 14 november 2023 en stelt een vergunningplicht in voor de oprichting van nieuwe geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden. Het gaat om normen voor milieubelastende activiteiten, (spoor)wegen, industrielawaai en luchtvaart. Hierbij is de relatie tussen de verschillende programma’s (SPILcentrum, maar ook horeca in relatie tot wonen) een aandachtspunt. De akoestische situatie op de bestaande gevoelige gebouwen dient gelet op het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in beeld gebracht te worden. Dit onderzoek moet de initiatiefnemer in de planuitwerking en onderbouwing van de vergunningsprocedure uitvoeren.

Bij hoogbouw vanaf 70 meter (gemeten vanaf maaiveld tot bovenste verblijfsvloer) wordt geadviseerd om Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

36

8. Techniek, condities en ondergrond Binnen de gemeente Eindhoven wordt gewerkt conform het vastgestelde Omgevingsprogramma Ondergrond Eindhoven. Alle aspecten van de ondergrond die hierin aan bod komen zijn overzichtelijk op een rij gezet in de Checklist Ondergrond Eindhoven. Het kaartmateriaal in het Open Data portaal van de gemeente Eindhoven geeft inzicht in de verwachting op het gebied van o.a. OO (Ontplofbare Oorlogsresten), archeologie of cultuurhistorie.

Bodemverontreiniging Langs de oostzijde van het cluster is onder de Veldmaarschalk Montgomerylaan een vluchtige chloorkoolwaterstoffen (VOCI)-grondwaterverontreiniging aanwezig van 5 tot 10 m onder het huidige maaiveld. Voor de aanwezige bodemverontreiniging gelden de volgende uitgangspunten: • Voorafgaand aan de ontwikkeling dient de actuele en plaatselijke verontreinigingssituatie van de bodem door middel van onderzoek NEN5740 onderzocht te worden en bijgevoegd te worden bij de omgevingsvergunning. • Tijdens uitvoering dient er rekening te worden gehouden met de omliggende grondwater verontreiniging conform het bestaand beleid Gebiedsgericht Grondwaterbeheer.

Multimodale Knoop (MMK) • De clustergrens van Cluster 2 en de grens van de bustunnels van het MMK zitten zeer nauw op elkaar. In verband met de benodigde bouwveiligheidszone en ruimte voor bouwlogistiek kunnen de toren van Cluster 2 en de bustunnels van de MMK niet

gelijktijdig gebouwd worden. Hierdoor is het noodzakelijk om bij de ontwikkelingsplannen van Cluster 2 rekening te houden met de planning van de realisatie van de MMK. • Er dient afstemming plaats te vinden met MMK, de gemeente en Fellenoord 2040.

BLVC Voorafgaand aan de ontwikkeling worden alle maatregelen, verantwoordelijkheden en afspraken rondom de bouwfase vastgelegd door de gemeente in een BLVC (bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid en communicatie) -kader. Het BLVC-kader is ervoor om tot een BLVC-uitvoeringsplan te komen waarin de maatregelen en verantwoordelijkheden rondom BLVC worden vastgelegd, gericht op de openbare ruimte. Het BLVC-kader vraagt om samenwerking met omliggende uitvoeringen van bouwprojecten, zodat het omliggende gebied bereikbaar en leefbaar blijft. Voor de BLVCaspecten gelden de volgende algemene uitgangspunten: • Voor de uitvoering dient door initiatiefnemer een BLVC-uitvoeringsplan te worden opgesteld passend binnen het gemeentelijk BLVC-kader: ○ De bouwlogistiek dient integraal te worden afgestemd met de omliggende bouwprojecten binnen de grenzen van het bereikbaarheidsplan. Het bereikbaarheidsplan geeft de grenzen aan waarbinnen veilig gebouwd moet worden. ○ Het BLVC-kader stelt als eis dat: “Bouwverkeer richting het bouwterrein moet zo veel mogelijk worden geminimaliseerd.” Dit kan worden gerealiseerd door gebruik te maken van een bouwhub, mits deze op een vergelijkbare manier

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

wordt georganiseerd als de bestaande bouwhub van VolkerWessels. • Er dient rekening te worden gehouden met de kwetsbare boomzone van de bestaande bomen binnen of in de nabijheid van het cluster. ○ Opstellen van een BEA (bomen effecten analyse) voor de te handhaven bomen. • Werkzaamheden en de opslag van materiaal en materieel zijn binnen de kwetsbare boomzone niet toegestaan. • In gezamenlijke gesprekken met Fellenoord 2040 worden afspraken gemaakt over de aansluiting aan en leefbaarheid van de openbare ruimte/het omliggende gebied tijdens de gefaseerde ontwikkeling/ in tijdelijke situaties.

Afvalinzameling • Het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers in de openbare ruimte als inzamelmiddel voor huishoudelijk (rest)afval in de openbare ruimte is niet langer wenselijk. • Het afvalinzamelingssysteem van Cluster 2 dient aan te sluiten bij de nieuwe afvalinzamelstrategie van de gemeente. • In de plint dient ruimte gereserveerd te worden voor het mogelijk inpandig oplossen van huishoudelijk (rest)afval). • Voor bedrijfsafval geldt de verplichting om dit inpandig op te slaan.

37

W WNN

36

D D

+16.23

L

∅376m

+15.56

+15.58

3m pvc

6mm pvc ∅37

+15.68

+15.70

D

D D

D

D

00

mm

D

D

∅18 6m

+15.28

+13.

D

D

rce

d

G16131

D D

m

ete

29

ncr

c∅

19-37

co

+13.12

pv L

D

L L L LL

D

D

m

40m

+13.25

L

D

LL

P

LL

DD

L

D

00mm

LLL

on ∅5

15

+12.79

L

44m

D

D

96mm

D D

pvc ∅2

D

D

D

20m

1

Cluster 2: Ondergronds nieuwe situatie

D

L

schaal 1:500

0

5

10

15

20m

5m bet

10

L

D

LL

LL

D

0 0 +11.6+11.6

L

5

+14.46

G16044 L

79

D

LLL

0

info

m

D

+15.27

m 800m L G1604B te ∅1 L G16152 concreL 7m re rced reinfo infor+17.62 38m L G16042 ced +15.01 +12 +12 co.91 nc .95 re L +12.86 G1604D te ∅1 800m m +14.53

+12.

LL L

+12.91 +12.95 7mLreinforced LL LLL Lconcrete ∅1800mm

D D D

30m pvc

DD

1

D

D

D

46

∅151mm

D

L

L

re

+16.15 +16.22

Montgomerylaan

8m pvc ∅18

m

Veldmaarschalk

Veldmaarschalk

+13.37

LL

L

Montgomerylaan

LL

23m pvc ∅188mm

3m

L L

n Veldmaarschalk Montgomerylaa

+16.08 L

D

WN

L

L L

L L L

46m beton D D D∅300mm DD L +16.08

DD

L

D DD

DD L D

D

35m beton LM +16.15 m D D D DD DMDLDD DLDD L ∅300m L L D DDM M L L

22m L L DD D beton ∅300 L mm D D D MD DD DM L+16.15 D DD D LDD L

LL +16 .21

D

L

L

L

DL D D D

D DDL LD D+15.99

L D

D D DDDL DD

LL

D DMDDD DD D D D DD L L LLM

L

m

D

D

15

22

L

L

D

+13.

27

D

85m

D

P

LD D

D L +14.71 G16133 L L LDD

D

D

D

+13.15

D

D

L D D

D

∅296mm

LLL

+13.50

D

D

D

L

L

D

+13.50

D

Veldmaarschalk Montgomerylaan

D

1

D D

L

D

35mm pvc ∅2

D

D

D

P

mm DD ∅296 pvc

17mD

DD

LL

D

L

D

Ondergronds huidige situatie.

Kabels en leidingen Voor de bestaande en nieuwe kabels en leidingen (zie bovenstaande kaarten) gelden de volgende uitgangspunten: • Er dient nadere afstemming plaats te vinden met de gemeente over de ligging van de nieuwe kabel- en leidingtracés zoals deze worden ingericht in het Ruimtelijk Raamwerk. Op basis van deze afstemming kan het cluster worden vrijgemaakt van bestaande doorgaande kabel- en leidingtracés. • De gemeente bepaalt in overleg met netwerkbeheerders de ligging van de nieuwe kabels en/of leidingen buiten de ontwikkelkavels. • De ontwikkelaar dient voorafgaand aan de

D

DL

D +14.58 L G1604F

G1613B

L

L

D

L

+14.50

L

D L

+13.12

11m pvc D

D

D

D

LL

L

schaal 1:500

D

+15.41

D

D

Ontwikkelcluster

+12.70

+13.12

+13.10

+11.80 +11.80 13m reinforced concrete ∅9150mm

D

+12.68

D

L L

LLL

D

D

DL

D L

.70

+12

Fellenoord

D

00mm

te ∅16

concre

D

+14.49

G1602B

+13.18

+17.23

+17.23

35mm pvc ∅2 23m +17.28

D

D

D

forced

48m rein

G16054

L

unnel

Fellenoord

D

L

L

Ontwikkelcluster

D

Waterleiding vervallen +17.85

0mm

2

Kruisstraatt

Middenspanning vervallen

+15.

Nieuwe situatie: 2

∅160

0mm

on ∅50

M 38m bet LL

L L

.76

L

L

D

D

Mm +17.49 M∅300m 51 +15. G1607620m beton L L M DD L L LM 51 L

L L

Cluster 2: Ondergronds huidige situatie +13.98

WKO-leidingen

Nieuwe situatie: 2

L

L

LL L

.73

+12 .73

+12

Stamriool (aanname)

D

+17.22

Laagspanning vervallen

L

M

G16028

L

HWA-riool

D

180

L

G1600F

L L

LL

m

00m

∅16

conc

conc

G16024

L

WN

L

G16026

ed

forc

rein

D

Contour MMK

WN

LLL L

rete

ed

forc

rein

30m

+17.99

L

+17.10

G1602F +17.04D M D G1604A L D 0mm +14.53 G1602ADM beton ∅40 +15.1L2 L L 17m L L8 L +15.1 +17.31

L

32m

WN WN WN WN WN WN

Drukriolering

L

rete

+18.09

D

D

WN

L

LL

L

LL

D

D

WN

L

mm

L

∅296

ML DD

L

D

17

Riolering vrijverval

M D L M D

M G16070 L L L D DL

+11.80 +11.80 28m reinforced concrete ∅9150mm

L

pvc

LL

30m

mm pvc ∅188

D

17

Weesleiding

G1607B M

G16068

L

+14.03

Warmtenet

WN

P bk

L

+14.03

31m

+12

L

D

L

LL

L

WN

L

LL

pvc ∅2

LL

LL

L

+15.10

G16166

L

L 96mm

L

33m

D

Gas lage druk

L

+15.42

L

L

L

L

L

L

DD

L

D

L

H

+16LL.75

L LL

L

L

+14.10

LL

L L L

LL

L

D

D

L

LL

L LL

L

LL

+18.52

G16020

L

L

L

L

LL D D M L mm L L D DD ∅400 D LL L L m pvc D D D D 45 M L D +18.39 L L M L G1600A L D DHD L L L M +16.99 L L +16.99 L L L L mm L ∅2L 96 pvc 49m

G16031

G1603Y

L

P

+17.51

L

+17.91

L

L

LG16033LL

L LL

+18.50

+18.42

L

∅296mm

L LL

D

M D DD L M D D D LL D

42m pvc

MM

+15.79

+15.79

+16.31

+16

+18.29

D

D

Gas hoge druk

L

L

LL

D G16008 D DD M DD D L ML

oord

Fellen

Middenspanning

Vervallen K&L:

+17.86

L

L

L

LL

.08

ML M+17

G16062D D LDL L D D +16.26 D ML M

MM

G16066

L

D G16064 +16.21 M D DD D D D M.21

L

D

D D

L

L LL L

+18.37

D LDD D D D

D DD L LD L

H

L

D

D D

mmD D ∅300DL toDn D L L m be LD D M M D26

L

LL

L M

M L

L

D

D DD D D D

D D M

H

+14.56

L

L

D

L

LL

L

mm

∅200

MM L L

pvc

DD M

H

L

LL

M M

DD

LL

1

L

D

G16160 +18.40

L

mm

∅315

26m

+18.06

D D LD L D D L D D DD M L M D LL D

M

Waterleiding

L L

L

MM L

pvc

L +19.22 G1601X

L L

D

DWA-riool D

D

Overig

L

LL

L +19.16

bk

mm +18.06 ∅200

13m

pvc 14+18m.09 +19.19

mm G16158 +18 .0650 .71∅2 pv+17c 8m

DD

DD

L

D

L

D

D G16162

19-37

M

WN

L

D

L

DD

+18.00

bk

L D

M

WN

L Veldmaarschalk Montgomerylaan

D D DD D

LL

nnel

D

L

+15.41

L

D

D

Laagspanning

LL

D MLLDD

D DD

G16060

+18.26

D

L

G16074

LL

M

unnel Kruisstraatt

raattu

35mm

D

D

LL

D D

L

+15.88

+17.84

+19.29

L

L

+17.94

DD

169-201

D

D

Datatransport

L

G16058

DD

DD D

c ∅2

kast kast kast

D

D

m pv

L L M D

st 22 Kruis

+17.28

LL M

2

D D

+17.06

L

180

L L M D

D

D

D

D

G16168

Chemie

+17.01

G15568

L

M

+18.17

kast

D

LL

LL

LL

D

L

L

M D

M

D

L

L

D

M M

G16006

kast

DL

L

L

bk

L M

M L DD

L

D DL

D DD D D D M MDDD DDD D DD D

+15.99

D DDD D D DD DLD

M

D

D

+16.77 +16.79

+17.18

L

13m pvc ∅296mm

D

133-167

D

Pastoor Petersstraat

+18.26

G15542 L

L

D

G15534

DL D D

L

D

M M

L

+16.96

D D

DD DD L DLDMDLM D DD L LD DMDDD DD D M

36

DD

D

L

D

L

L

L

L

D +18.29

G1556Y

kast

Bestaande geometrie Ondergrondse infra: D Kabel- en leidingenbed

105-131

D

D D

D

D L

+16.06 +15.99 38m pvc ∅376mm

Bestaande geometrie

Bestaande K&L:

+17.73

G15566

L

D

D

L D

L

L

D

D

+18.56

DD

44m beton ∅300mm

M M D D LL L DD

∅296mm

D

46m pvc

L

D D DDD DD LL

L

24m pvc ∅235m m

+18.35

L

L

D

at G15538

D

L

WN

+16.19 +16.06 65m pvc ∅376mm

D

D L

L

L

DL

D

D LL

2/N01

Bestaande situatie: D

D Dkast D D D DD kast LLM M

LEGENDA

12-38

D D

WN

D DDLD DD LM M

L

L

LM M

Pastoor Petersstra

M D

D

169-201

kastD DLD D DDD DDD

DD D DD

6

DL M D

133-167

D LDD D DD D D LMM L

L

L

MM

Pastoor Petersstraat

M

D

L

105-131

D D D DD D DD LD kast DD D D L L

2/N01

WN

Bestaande situatie: WN WN

MM

L

+16.4

L D D DD D DD D L DD L

LEGENDA

L

D

D L L

DD

+18.82

G15532

M

L

L

L

D

m 6m ∅37 pvc 42m

L

D DD

L

M

M

D D +18.65 LG15508 M

D

L D

L

DD

+16.18DL D +16.18 15m beton DD ∅500mm

+16.18 +16.10 35m beton ∅500mm

LD

L

Uylstraat

L

D

L

L

den

D

D

DD

L

Joop

Uylstraat

L

D D

kast D

L

L

Dr

den

4

12-38

L D DL ML

DD

L

L

Joop

+16.5

L

D D

L

L

D DD

L

Dr

kast

Ondergronds nieuwe situatie.

werkzaamheden een KLIC-melding uit te voeren. Bij graafwerkzaamheden is de CROW 500-richtlijn van toepassing. • Er dient met de bouwplanning en de bouw rekening gehouden te worden met ruimte voor nieuwe kabelen leidingtracés langs de gevels van gebouwen. Het kabel- en leidingtracé ligt aan de straatzijde. Er dient voorkomen te worden dat rondom het pand ook een kabel- en leidingtracé nodig is, door alle kabels en leidingen aan de voorzijde binnen te laten komen. • Het t.b.v. de bouw meerdere malen verleggen van kabels en leidingen dient voorkomen te worden. De

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

gemeente draagt zorg voor het kabel- en leidingvrij opleveren van de te verkopen gronden. De kosten voor latere verleggingen t.b.v. de bouw komen voor rekening van de ontwikkeling in het cluster. • De voor de ontwikkeling van de clusters benodigde nieuwe of nieuw in te passen transformatorstations (Enexis) zullen zo veel mogelijk inpandig worden gerealiseerd. • De traforuimten moeten vanaf de openbare ruimte (straat) bereikbaar zijn. • Voorkeur gaat uit naar één aansluitpunt voor het hele cluster. 38

Riolering Voor de riolering gelden de volgende uitgangspunten: • In overleg met de gemeente wordt de locatie en het aantal vuil- en regenwaterrioolaansluitingen nader bepaald. • De hemelwateraansluitingen mogen hemelwater alleen vertraagd aanleveren (plus een noodoverlaat). Opsporen van Ontplofbare Oorlogsresten (OOO) Cluster 2 is verdacht op het voorkomen van OOO. Voor OOO gelden de volgende uitgangspunten: • Voorafgaand aan grondverzet dient een explosieven onderzoek uitgevoerd te worden, in de vorm van een risicoanalyse (RA) en een detectie onderzoek. Wanneer op basis van onderzoek niet-gesprongen explosieven worden aangetroffen worden deze geruimd. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) is verantwoordelijk de opruiming en vernietiging van niet-gesprongen explosieven. Archeologie Voor archeologie gelden de volgende uitgangspunten: • Voorafgaand aan de ontwikkeling dient een archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. • Er dient rekening gehouden te worden met de regels over archeologie in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Geohydrologie Voor de geohydrologische situatie gelden de volgende uitgangspunten: • Het cluster dient grondwaterneutraal te worden ingericht: ○ De toekomstige kelders en toe te passen bouwmethoden mogen geen negatieve invloed

uitoefenen op de grondwaterstand. Indien dat wel het geval is dient het negatieve effect gecompenseerd te worden. Bij het bepalen van het toekomstige effect van de kelders en bouwmethoden dient niet alleen het werk op het eigen cluster in ogenschouw te worden genomen. De bouwwerken en bouwmethodes van de clusters en de openbare ruimte in de omgeving dienen ook betrokken te worden bij de effectbepaling. Het cumulatief effect van de diverse bouwwerken op het grondwater dient door de ontwikkelaar bepaald te worden en wordt door de gemeente integraal bewaakt. • Ontwateringeisen voor woningen/panden is 1m t.o.v. het maaiveld.

Overige (ondergrondse)objecten • Fundering en overige ondergrondse objecten (damwanden, ankers, kraanfunderingen etc.) dienen binnen kavelgrenzen te worden geplaatst. Alleen indien het technisch niet mogelijk is, is in de breedste zin van het woord, kan door de ontwikkelaar toestemming worden gevraagd om technische hulpconstructies in de openbare ruimte te plaatsen. Deze dienen zo snel mogelijk, doch uiterlijk bij gereedkomen van de ruwbouw geheel te worden verwijderd. • Er wordt geen gebruik gemaakt van permanente grond- en/of waterkeringen. Tijdens het inbrengen en verwijderen mag geen schade aan andere objecten optreden. • Na de bouw blijven geen objecten (zoals bijv. grondkeringen, groutankers en kraanfunderingen) in de openbare ruimte achter.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

39

9. Samenwerking, communicatie, participatie en placemaking Om de Ontwikkelvisie Fellenoord tot uitvoering te brengen is samenwerking tussen alle betrokken partijen en op verschillende niveaus nodig. Deze samenwerking kan op een drietal schaalniveaus plaatsvinden. • Raamwerk - gebiedsniveau: Op dit niveau is samenwerking van eigenaren en andere stakeholders vereist. Een denkbare optie is om een stichting of vereniging van gebiedseigenaren op te tuigen voor de overall planuitwerking, uitbouw en invulling van het gebiedsconcept. De stichting of vereniging kan ook een regierol pakken rondom activiteiten zoals placemaking, branding etc. • Ontwikkelclusters - clusterniveau: op dit niveau is samenwerking met andere eigenaren binnen hetzelfde cluster nodig voor het opstellen van een collectief stedebouwkundig plan. Eventueel kan ook een collectieve intentieovereenkomst met de gebiedsentiteit worden gesloten. Ook participatie met de omgeving wordt op clusterniveau georganiseerd. Aanleg en beheer van de (semi)openbare ruimte binnen de clusters dient in samenwerking met Fellenoord 2040 en de gemeente te gescheiden. • Individueel niveau/kavelniveau: een lidmaatschap of bijdrage voor een eventuele stichting of vereniging van gebiedseigenaren wordt afgesloten op kavelniveau.

Communicatie In een complex en langjarig gebied als Fellenoord is het belangrijk dat belanghebbenden overzicht

houden. Gemeente, Fellenoord 2040 en andere partners gebruiken daarom de Open Eindhovenstijl: één herkenbare uitstraling voor middelen zoals bewonersbrieven en bouwhekbanners. Binnen deze stijl blijft ruimte voor eigen afzenderschap (zoals eigen logo), zodat altijd duidelijk is wie communiceert en wie aanspreekpunt is. Dat is ook essentieel voor transparantie en het kennen van ieders rol en rechten in procedures. Daarnaast is er o.a. de website openeindhoven.nl, waar bewoners en andere belanghebbenden actuele projectinformatie vinden. Van ontwikkelaars wordt verwacht dat zij tijdig en correct informatie aanleveren voor deze website, zodat het totaalbeeld voor de stad volledig, actueel en betrouwbaar blijft. Over inhoud en timing van communicatie wordt afgestemd met Fellenoord 2040, die het overzicht heeft op alle ontwikkelingen in het gebied.

Participatie Wie in Eindhoven ontwikkelt, betrekt actief en creatief de omgeving en andere belanghebbenden. Van een initiatiefnemer (plannenmaker) verwachten we dat zij/ hij mensen die daarbij een belang hebben, betrekt bij het uitwerken van de plannen. Daarom verwachten we dat een participatieplan onderdeel uitmaakt van het proces naar het sluiten van een overeenkomst met de gemeente. En zijn we het met elkaar eens over dat plan. Voor een goed participatieplan staat op de website van de gemeente Eindhoven alle informatie inclusief hulpmiddelen. De participatie-aanpak moet aansluiten bij de Participatiestrategie Knoop XL die door het college van B&W is vastgesteld.

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

Placemaking Er wordt op diverse manieren en niveaus placemaking toegepast in het hele plangebied, wat zorgt voor een positieve kennismaking met het gebied en aantrekkingskracht naar het gebied. Ook wordt onderzoekend te werk gegaan om uit te vinden welke acties en interventies passen bij het gebied, de nieuwe stadswijk en de identiteit hiervan. Participatory placemaking wordt ingezet als instrument om erachter te komen wat er leeft. Hierbij zijn omwonenden en gebruikers van het gebied belangrijke stakeholders. De mens staat centraal. Samen gaan doen, ruimte bieden om bijvoorbeeld een markt te organiseren, samenwerken met de lokale gemeenschap (bijvoorbeeld ondernemers uit de buurt, CKE, basisscholen, etc.) en beoogde toekomstige gebruikers. Inspiratieboek placemaking en participatie Het vertalen van ambities en input van betrokkenen naar concrete plannen vraagt om zorgvuldige afweging. Fellenoord 2040 en de gemeente ondersteunen dit proces met een inspiratieboek voor Knoop XL, waarin aanbevelingen zijn opgenomen voor zowel het ontwerp van de (openbare) ruimte en gebouwen als bijvoorbeeld mobiliteitsoplossingen en een toekomstbestendige stad. Met elke partij (bij voorkeur per cluster) wordt met initiatiefnemers een sessie een sessie georganiseerd om te bepalen welke aanbevelingen passend en toepasbaar zijn binnen het plan.

40

10. Instrumenten planuitwerking en planproces anterieure overeenkomst Het inhoudelijke kader voor deze gebiedsontwikkeling is de Ontwikkelvisie Fellenoord. In hoofdstuk 4 van het ontwikkelkader van deze visie wordt omschreven hoe de uitvoering van de ambities financieel georganiseerd wordt en hoe markt en overheid op deze opgave samenwerken (juridisch-planologisch kader). In dit hoofdstuk worden de concrete instrumenten en het planproces in relatie tot financiën en anterieure overeenkomst verder uitgewerkt.

Instrumenten planuitwerking Om de planontwikkeling effectief en efficiënt ter hand te nemen is het van belang dat de markt en Fellenoord 2040 dezelfde taal spreken en elkaar begrijpen. Daarbij past een gemeenschappelijk kader. Om die reden zijn de volgende instrumenten/planproducten die worden ingezet voor de borging van de inhoudelijke kwaliteit tijdens de initiatieffase en planuitwerking: • Op basis van de ontwikkelvisie dan wel het Ruimtelijk Raamwerk zodra dit in werking is getreden en dit clusterpaspoort kan de planontwikkeling ter hand worden genomen. Daarbij onderscheiden we een stedenbouwkundig Schetsplan, een Voorlopig Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (VOSP), een Definitief Ontwerp Stedenbouwkundig Plan (DOSP) en een Inrichtingsplan (Openbare Ruimte). Voor de opstalontwikkeling onderscheiden we een Schetsplan (bouwplan), een Voorlopig Ontwerp Bouwplan (VO), een Definitief Ontwerp Bouwplan (DO) en vervolgens de aanvraag omgevingsvergunning. • Binnen het Ruimtelijk Raamwerk wordt het ontwerp

voor de boven- en ondergrond uitgewerkt. Het ontwerp van het cluster dient aan te sluiten op het raamwerk. • Het programma (wonen, werken, commerciële- en niet commerciële voorzieningen, mobiliteit, energie en klimaat) wordt met een kwantitatief & kwalitatief dashboard gemonitord en getoetst aan de KPI’s. • Een beeldkwaliteitsplan (BKP) op hoofdlijnen zal in 2026 worden opgesteld. De plannen worden begeleid en getoetst door een Supervisor of Q-Team en de Adviescommissie Omgevingskwaliteit Eindhoven (AOKE). De afspraken behorende bij de planontwikkeling worden vastgelegd in een anterieure overeenkomst (AOK). Deze overeenkomst wordt voorbereid door de Fellenoord 2040 en gemeente.

Proces planuitwerking Naast de hierboven geschetste instrumenten onderscheidt Fellenoord 2040/ gemeente een aantal processtappen waarbinnen de planuitwerking voor het ontwikkelcluster verloopt. Dat zijn de volgende: 1. De initiatiefnemer (eigenaar en/of gemandateerd door eigenaar) neemt contact op met Fellenoord 2040 over haar initiatief tot ontwikkelen. In het initiatief staat ten minste op schetsplan-niveau de massavolume van het initiatief en het beoogde programma, uitgewerkt en afgestemd op clusterniveau. 2. Initiatiefnemer en Fellenoord 2040 zullen op hoofdlijnen verkennen of het project kansrijk is (massavolume, programma en financiën en haalbaarheid) in brede zin en passend binnen de Ontwikkelvisie, dan wel het Ruimtelijk

Fellenoord 2040 - Ontwikkelingsmaatschappij Gebiedsontwikkeling Fellenoord B.V.

Raamwerk zodra dit in werking is getreden en dit clusterpaspoort. Indien na enkele overleggen naar het oordeel van Fellenoord 2040 blijkt dat het initiatief kansrijk is, wordt een plankostenbrief of intentieovereenkomst opgesteld, waarin afspraken worden gemaakt over de verdere uitwerking van het initiatief en waarin initiatiefnemer verklaart de plankosten tot en met het afsluiten van de anterieure overeenkomst voor haar rekening te nemen (werkelijke kosten op basis van bevoorschotting). 3. Uitgangspunt is dat initiatiefnemer verantwoordelijk is voor het opstellen van de planproducten (schetsplan, VO(SP) op basis van het clusterpaspoort, DO(SP), wijziging (ontwerp) omgevingsplan/aanvraag Bopa inclusief ruimtelijke motivering en benodigde milieu)onderzoeken en aanmeldnotitie m.e.r-beoordeling, (etc.). Fellenoord 2040 en gemeente leveren input voor deze planproducten en zal deze vaststellen en/ of het proces om tot vaststelling van deze producten door het bevoegde gezag te komen begeleiden. 4. Op het moment dat overeenstemming bestaat over VOSP/DOSP, programma en financiën wordt een anterieure overeenkomst opgesteld om de afspraken over voorgenomen ontwikkeling vast te leggen en het kostenverhaal te verzekeren. 5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17060767/1